All language subtitles for The.Magnificent.Seven.1960.2160p.UHD.BluRay.DTS-HD.MA5.1.H265-ENDSTATiON

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic Download
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian Download
cs Czech
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French Download
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German Download
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian Download
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam Download
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish Download
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Sotero, vriend van me. Hoe gaat het?

Heb je wat te drinken?

Wat fijn om in zo'n dorp te zijn.

De buitenwereld verandert voortdurend.

Niemand is meer tevreden met wat ie heeft.

Vrouwen lopen er schaamteloos bij.

Sigaar.

Religie! Het is om te huilen zoals dat nu tot het verleden behoort.

Vorige maand waren we in San Juan.

Een rijke stad. Ga zitten.

Een rijke stad, gezegend door God.

Met een grote kerk.

Heel anders dan hier, waar de priester twee keer per jaar langskomt.

Wat vinden we daar in plaats van gouden kandelaren en 'n overvolle armenbus?

Koperen kandelaren en bijna niets in de armenbus.

Maar we hebben het toch meegenomen.

Dat weet ik heus wel.

Ik leg hem uit dat sommige mensen nog nauwelijks godsdienstig zijn.

Dat zie ik zelf ook wel.

Je hoeft niets te zien.

Stel dat je in mijn schoenen stond.

Ik moet als 'n goede vader zorgen dat m'n mannen geen honger lijden.

Geweren, ammunitie.

Weet je wel hoeveel dat kost?

Er valt weinig meer te jagen.

Tegenwoordig vind je geen paarden, vee, goud en fruit meer.

Nu staat er een prijs op mijn hoofd en zitten de rurales me op de hielen.

Ik kom terug.

Genoeg.

De rest nemen we op de terugweg mee.

Ik hou van dit dorp.

- Ik weet dat jullie het zwaar hebben. - Moordenaar! Dief!

Stommeling.

We moeten snel weer 's praten.

Ik wil altijd graag de mening van Sotero horen.

Misschien als ik terugkom?

We brengen hem naar binnen.

Als hij de oogst nog 'n keer steelt, kunnen we net zo goed onze keel doorsnijden.

We moeten de vallei uit.

- Ergens anders gaan wonen? - En onze boerderijen dan?

We kunnen voedsel verbergen.

Voor Calvera? Maar die steelt nooit al het voedsel.

Hij laat genoeg over voor ons.

- Dat is al iets. - Laten we 'm vragen meer over te laten.

Dan wordt ie nog kwader. Laten we maar niets doen.

We moeten toch iets doen.

Zoals Rafael? Denk toch na.

We werken ons krom, maar we hebben niet genoeg te eten.

We moeten wat doen.

- Hij heeft gelijk. - Maar wat dan?

Dat weet ik niet.

We vragen het aan de oude man.

Die weet het wel.

Vecht.

Je moet vechten.

Met machetes en blote handen tegen geweren?

- Koop dan geweren. - Wat?

Ga naar de grens.

- Daar zijn ze volop te krijgen. - Hoe komen we aan geld?

Verkoop dit maar.

En alles wat je maar kunt verzamelen.

Wat moeten we met geweren?

We weten hoe je gewassen verbouwt.

- Niet hoe je iemand doodschiet. - Leer dat dan. Anders ga je er aan.

Ik zat op u te wachten.

U hebt mooi werk geleverd.

Het spijt me, maar er komt geen begrafenis.

Het graf is gegraven en de overledene is er klaar voor, maar 't gaat niet door.

- Heb ik niet genoeg betaald? - Daar gaat het niet om.

Voor 20 dollar stop ik iedereen met liefde in de grond.

Maar er wordt niet begraven.

Wat krijgen we nou? We willen allebei dat ie begraven wordt.

Hij zou er volledig achter staan.

Eenstemmiger kan het niet.

- Het is heel christelijk van u, maar... - Luister 's.

Ik wil niet geprezen worden. Ik verkoop dameskorsetten.

Een man valt voor m'n ogen pardoes dood.

Twee uur lang stapt iedereen gewoon over hem heen.

Iemand met fatsoen laat 'm begraven.

- Kom Henry, we... - Hij moet begraven worden.

En snel, hij wordt er niet frisser op.

Ik zou het wel willen, maar ze hebben er iets op tegen.

Wat hebben ze erop tegen?

- Hij verdient 't niet, vinden ze. - Om op 't kerkhof begraven te worden?

Daar liggen alleen moordenaars, rovers en dronkelappen.

Die maakt 't niet uit wie er naast ze ligt.

Maar het waren allemaal blanken.

En oude Sam...

Oude Sam was een indiaan.

Krijg nou wat.

Ik dacht dat je alleen maar dood hoefde te zijn om te worden begraven.

- Hoe lang is dat al zo? - Sinds de stad beschaafd geworden is.

Ik ben het er niet mee eens, hoor.

Ik behandel iedereen 't zelfde: als 'n aanstaande klant.

- Stuur die lijkwagen dan op weg. - M'n voerman is ervandoor.

- Is hij ook bevoordeeld? - Wel als ie anders doodgeschoten wordt.

- Zoek dan iemand anders. - Niemand wil het doen.

In godsnaam dan maar. Ik doe het wel.

- Mag ik dat jachtgeweer? - Met alle plezier.

Wacht 's, die lijkwagen heeft 840 dollar gekost. Het is de enige in de omgeving.

- Daar laat ik niet op schieten. - Ik draai wel voor de schade op.

- Ik wil dit wel 's zien. - Ik ook.

Ik heb nog nooit met 'n geweer op 'n lijkwagen gereden.

Ga maar.

Ben jij nieuw hier?

- Waar kom je vandaan? - Dodge City.

- En jij? - Tombstone.

- Wordt daar nog geschoten? - Nee. En in Tombstone?

Daar houdt iedereen zich ook rustig.

- Overal hetzelfde. - Indianenvriendjes.

Rustig, er gebeurt niets.

- We komen er wel. - Daar maak ik me niet druk om.

Maar ik blijf er niet graag.

Er komt iemand van links.

Nee, hoor.

Het gordijn van het raam op de tweede verdieping bewoog.

Hij moet zich eerst laten zien.

- Ben je geraakt? - Nee.

Maar het scheelde niet veel.

Als jullie nu omdraaien, bespaar je jezelf 'n hoop ellende.

We zijn er zo.

Het ontvangstcomité staat al klaar.

Halt.

Geen stap verder.

Is er iets?

Keer om en ga terug.

Ik heb zes man nodig.

Jongens, ik trakteer.

Ik wil jou en je vriend een drankje aanbieden.

Bedankt.

Waar kom je vandaan?

Waar ga je heen?

- Bedankt voor het gratis spektakel. - Geen enkel probleem.

Dat was me wat, zeg. Dat vergeet ik nooit meer.

- Henry, de postkoets vertrekt. - Ik kom al.

Wacht maar tot Flora hiervan hoort.

- Ze gelooft me nooit. - Henry, de postkoets.

Hou maar.

- Waar ga je heen? - Naar het zuiden.

En jij?

- Ik zwerf rond. - Is hier nog werk?

Winkelbediende of uitsmijter in een van die bars.

Nou, tot ziens.

Hoe heet je eigenlijk?

- Zeg maar Vin. En jij? - Chris.

U bent te vertrouwen, denken we.

- Bedankt. - Kunt u ons helpen?

- Het gaat om Calvera. - Een dief, 'n moordenaar.

Hij steelt met z'n mannen ons voedsel en wij verhongeren.

- En onze vrouwen... - Wacht even.

- Ga dan naar de rurales. - Daar zijn we al twee keer geweest.

Maar die kunnen niet iemand voor onbepaalde tijd in een dorpje neerzetten.

- Dus die zijn weggegaan. - En toen kwam Calvera weer terug.

Sindsdien komt hij elk jaar, tot iemand er een eind aan maakt.

Ga zitten.

- We hebben hulp nodig. - We moeten geweren kopen.

Maar daar hebben we geen verstand van. Kunt u die voor ons kopen?

Geweren zijn duur en moeilijk te krijgen.

Waarom huren jullie geen mensen in?

Beroepsschutters. Die zijn goedkoper dan geweren.

- Wilt u ons helpen? - Dat zou 'n zegen zijn.

Aan zegenen doe ik niet.

We hebben meer te bieden. We kunnen u te eten geven.

- En we hebben dit. - Wat is dat?

Dit kunnen we voor goud verkopen.

Alles wat we bezitten. Alles in het dorp wat waarde heeft.

Ik heb al veel aangeboden gekregen, maar nog nooit alles.

Is het genoeg?

Als we de bandieten kunnen verdrijven, kunnen we 'n goed leven leiden.

Wij kunnen het nog wel een beetje langer uithouden,

maar onze kinderen huilen van de honger.

Begrijp je wat het betekent als je aan zoiets begint?

Wij vechten allemaal mee.

Als Calvera komt, wordt de kerkklok geluid.

We vechten met geweren, als we die hebben.

Anders met machetes, bijlen, schoppen, wat dan ook.

Je moet er rekening mee houden dat er doden gaan vallen.

Dat blijft zo tot 't voorbij is.

- Dat begrijpen we. - Daar hebben we over nagedacht.

- Denkt iedereen in het dorp er zo over? - Ja.

- Ik zal zien wat ik kan doen. - Bedankt. Weet u...

Wacht. Ik heb niet gezegd dat ik zelf kom.

- Ik laat weten dat jullie schutters zoeken. - Die zijn wel te vinden.

- Iedereen heeft een geweer. - Dat is zo.

Maar dat wil niet zeggen dat ze goed kunnen schieten.

Hoe weet u of iemand goed is?

Daar is wel achter te komen.

Binnen.

- Ik heb gehoord dat u mensen zoekt. - Ja, die daar goed mee om kunnen gaan.

- Dat kan ik wel. - Ben je snel?

- Stel me maar op de proef. - Oké. Kom dichterbij.

Hou je handen zo.

Klappen.

Sneller.

Zo snel als je kunt.

Probeer jij het nu eens.

Heel jong en heel trots.

Met dat soort jongens ligt het kerkhof vol.

Binnen.

- Geen trucjes, Chris. - Harry! Wat fijn om je weer te zien.

- Wat doe jij in dit gat? - Jij huurt toch mensen in?

- Dit is niks voor hoogvliegers zoals jij. - Als 't maar betaalt.

Zes weken kost en inwoning om 'n stel boeren te beschermen.

Dat zeg je nou wel, maar jij bent niet op je achterhoofd gevallen.

Neem me niet kwalijk.

Zo wordt het gebracht. Wat steekt erachter?

- Wat ik net gezegd heb. - Goud, vee, een beloning?

- Alleen wat ik gezegd heb. - Ja, hoor. Vertel 't me later maar.

- Je begrijpt me verkeerd. - Laat maar zitten, ik doe mee.

Vuile rakker.

Acht.

Weer acht. Nu moet je tien gooien.

Geef die cowboy die net binnen is gekomen, een drankje van me.

Daar heb je er een. Kijk maar naar die littekens op z'n gezicht.

We moeten de man hebben die daarvoor gezorgd heeft.

Je leert 't al.

Volgende ronde.

Verloren.

Wie volgt?

Die man daar wil u een drankje aanbieden.

- Vin. - Hallo.

- Mag ik je iets aanbieden? - Whisky.

Heb je iets te doen?

Ik ga bij 'n kruidenier werken. Volgens hem word ik 'n geweldige bediende.

Geweldig gewoon.

Ieder z'n meug.

Er moeten bandieten uit 'n dorp verjaagd worden, maar voor hoeveel?

20 dollar.

- Per week? - Voor zes weken werk.

Dat is belachelijk.

Weet jij iets?

Er moeten bandieten uit 'n dorp verjaagd worden.

Hun dorp.

Voor 20 dollar.

Ik zoek daar schutters voor.

- Daar kan ik niet eens kogels van kopen. - Wij zijn maar 'n arm dorp.

Bij de kruidenier verdien je natuurlijk veel meer.

En dat is 'n goede, degelijke baan.

Hoeveel heb je er al?

- Ik zoek O'Reilly. - Ik weet niet hoe hij heet.

Maar er is iemand achter hout aan het hakken.

Goedemorgen.

Ik ben een vriend van Harry Luck. Hij zegt dat je blut bent.

Nee, ik doe dit omdat ik een excentrieke miljonair ben.

Ik zoek zes man om een dorp net over de grens te bewaken.

- Tegen hoeveel moeten we 't opnemen? - 30 man.

En jij denkt dat dat wel te doen is.

In Travis County stond je er slechter voor.

Daar kreeg ik 600 dollar voor.

Die toestand in Salinas had je in 'n maand opgelost.

Daar kreeg ik 800 dollar voor.

Je bent duur.

Dat klopt, ja.

We kunnen je 20 dollar aanbieden.

20 dollar?

Dat kan ik momenteel wel gebruiken.

- Waar kan ik je bereiken? - Hier.

- Dat bestaat niet. - Jawel, hoor.

- Hij liegt. - Niet zo hard, anders hoort ie je nog.

Wat kan mij dat schelen? Ik durf te wedden dat 't niet waar is.

- Ik wed niet. - Ik ook niet.

- Ik geloof 'm op z'n woord. - Een van ons tweeën is 'n sukkel.

Je kan wel raden wie.

Britt, word wakker.

Ik heb het tegen jou, kijk me aan.

Ik heb net met Filene gepraat. Volgens mij vergis je je.

Durf je me niet tegen te spreken?

Geef maar 'n teken.

Zie je wel, ik heb gewonnen.

Niet dan?

- Filene, wat denk jij? - Het hangt erom.

Wat krijgen we nou? Jullie hebben toch gezien dat ik gewonnen heb?

- Vertel ze maar dat ik gewonnen heb. - Je hebt verloren.

Je liegt.

Ik zei dat je liegt.

Je bent een lafaard en je liegt.

Wil je nog 'n keer? Maar nu is 't menens.

Sta op.

Anders geef ik je de volle laag.

- Geef 't teken. - Geen sprake van.

- Geef 't teken. - Laat toch zitten.

Ga weg.

Geef 't teken.

Kan ik even met je praten?

- Hoe is het gegaan? - Ik had een hele goeie gevonden.

Hij kon zowel met messen als geweren overweg. Maar hij wilde niet.

- Was het geld niet genoeg? - Dat kan hem niets schelen.

Een beroepsschutter die niets om geld geeft?

Niet alle beroepsschutters zijn 't zelfde. Sommigen geven alleen om geld.

- Anderen gaat 't puur om 't gevaar. - En om 't winnen.

Als hij de beste is, tegen wie neemt hij 't dan op?

Tegen zichzelf.

Jij daar.

- Ik heb naar je lopen zoeken. - En wie hebben we hier?

Dat weet hij wel.

Klap in je handen, zegt ie.

Klap in je handen en laat zien hoe snel je bent.

Ga toch weg.

Ik ga naar hem toe omdat ik hem respecteer.

Omdat ik graag met hem wil werken.

En dan zet hij me voor gek met een kinderspelletje.

- Zo is het genoeg. - Blijf uit mijn buurt.

Vooruit.

Laat maar zien hoe snel jij bent.

En geen spelletjes. We gaan niet staan klappen.

Trek je revolver. Toe dan.

Trek je revolver.

- Vooruit, campesino. - Hoe durf je dat te zeggen?

Blijf uit mijn buurt, boerenkinkel.

Je denkt zeker dat ik niet serieus ben.

Dat het maar loze praatjes zijn.

Sta op.

Hoor je me?

Kom maar op.

Hoor je me?

Geef m'n revolver eens.

Sorry, hoor.

Laat hem zijn roes maar uitslapen.

Als hij wakker wordt, geef je 'm zijn revolver terug.

En geef hem wat te drinken.

Ik heb me bedacht.

Er wacht iemand in uw kamer. Hij zei dat ie 'n vriend van u was.

Ken je mij nog?

- Je hebt mensen nodig in Mexico. - Inderdaad.

- Voor hoe lang? - Vier tot zes weken.

Dat moet lukken. Hoeveel betaalt het?

Jij zat toch achter de gebroeders Johnson aan?

Die heb ik gevonden.

- Hoeveel betaalt het? - 20 dollar. We vertrekken morgen.

Ik wil vooraf betaald worden.

Om de huur van de laatste twee dagen te betalen.

Dan hou je er zeker een dure stijl op na.

Ik heb de sjiekste hoek in het magazijn aan de achterkant.

En elke dag krijg ik een bord bonen. Allemaal voor tien dollar per dag.

De prijzen stijgen als ze weten dat je op de vlucht bent.

Ten zuiden van de stad ligt 'n uitgedroogde rivier.

Daar wacht ik op jullie.

Hij kan goed schieten.

En we gaan niet naar een theekransje.

Hij volgt ons al sinds zonsopgang.

- Weet je wie dat is? - Dat joch van de saloon.

- Hij weet niet van ophouden. - Dat is niet zo slim.

Ik krijg een stijve nek van die jongen.

Waarom doe je niet alsof je 'n dameszadel hebt?

- Hij houdt het toch niet lang meer vol. - Denk je?

Dat rijdt daar maar in de stof en de hitte.

- Wat een uilskuiken. - Dat zie je ons niet doen.

Denk je dat onze vriend daar iets te eten heeft?

- Zal ik hem wat brengen? - Hij wil iets anders.

Dan wil ik hem wegpesten. Hij irriteert me.

- Laat hem met rust. Het is een vrij land. - Zijn land.

Gek, hé? Nu hij er niet meer is, mis ik hem.

Waar is iedereen?

- Waar zijn ze, Tomas? - Luis, Asuncion, Demitrio.

Emilio, Sotero. Worden we zo ontvangen?

Kom ze welkom heten voor we sterven van de schaamte.

Hilario, schreeuw niet zo.

Wat is dit voor 'n welkom? Wat denken ze wel?

Kom binnen, u hebt vast dorst.

Neem het ze niet kwalijk, het zijn boeren.

Ze zijn voor alles en iedereen bang. Dat er regen komt, dat 't droog blijft.

De zomer wordt vast te heet, de winter te koud.

Als de zeug niet jongt, zijn ze bang dat ze verhongeren.

Als ze te veel jongt, zijn ze bang dat de zeug verhongert.

We hadden geen bloemen en toespraken verwacht.

Morgen vieren ze de stichting van 't dorp.

Dan leert u ze wel van 'n andere kant kennen.

Wie heeft alarm geslagen?

Wie heeft er alarm geslagen?

Ik.

Fijn dat jullie ons zijn komen begroeten.

En dat jullie je gezicht laten zien. Bedankt hoor, stelletje wezels.

Jullie komen als kippen zonder kop aanrennen.

Wij rijden dagenlang om in dit gat te komen.

Wij riskeren ons leven om jullie te helpen. En jullie?

Jullie verbergen je voor ons.

Voor ons.

Maar als jullie gevaar lopen, piepen jullie wel anders.

Als jullie oogst in gevaar is, komen jullie naar ons toe gerend.

Nou, hier zijn we dan.

En hier blijven we.

Laat maar eens zien dat jullie de moeite waard zijn om voor te vechten.

Ga nu maar weer aan het werk. Opschieten.

We vertellen nog wel wanneer en hoe je moet vechten. Wegwezen.

Nu zijn we met z'n zevenen.

In sommige steden zijn de meisjes niet zo mooi.

Ik ken steden waar ze ronduit lelijk zijn.

Maar dit is de eerste keer dat er helemaal geen meisjes zijn.

Alleen hele kleine.

Als we niet oppassen, gaat ons uitgaansleven naar de haaien.

Ik heb gisteren bij de fontein anders een paar wilde jongens leren kennen.

We hebben tot 't donker zitten bomen over wat voor weer 't zou worden.

Geen muziek meer. Breng de andere stier.

Er zijn drie mannen van Calvero gezien. De paarden staan bij de geul.

Hou er een in leven.

Ik wijs de weg wel.

Rico, hij weet waar de geul is.

- Sorry, dat was niet de bedoeling. - Stil.

- Wat een voortreffelijk schot. - Integendeel.

Ik mikte op het paard.

Calvero had drie mannen gestuurd om ons te bespieden.

Die hebben ons ongetwijfeld gezien.

- Maar ze kunnen ons niet meer verraden. - God sta ons bij als hij nu komt...

Hij stuurt niemand vooruit als hij zelf in de buurt is.

Dus we kunnen ons voorbereiden. En we kunnen hem verrassen.

Als hij geen idee heeft wat hem te wachten staat,

kunnen we hem duidelijk maken hoe duur maïs is.

Mikken, knijpen, en de haan spannen.

Rustig aan. Als je de eerste keer mist, krijg je misschien geen tweede kans.

Hou 'm stevig tegen je schouder. Anders gebeuren er twee dingen.

Je verspeelt 'n kogel en je breekt je arm.

Doe je ogen dicht. Richt van hier tot daar en dan op je doelwit.

- Vuur. - Die rots?

Nee, de man die je gaat doodschieten.

Hadden we maar meer geweren.

- Die krijg je nog wel. - Maar hoe?

Op dezelfde manier als deze: van de mannen van Calvera.

- Deze hebben we van die drie spionnen. - Drie koningen met hun geschenken.

Stel dat Calvera niet komt opdagen. Dat zou zonde van 't werk zijn.

- Nogal een slimme vos, die Calvera. - Een wolf, bedoelt u.

Hoe is hij die goudmijn op 't spoor gekomen?

- Welke goudmijn? - Je weet wel, die in de bergen.

- In onze bergen? - Die hebben we nooit gehad.

Nu je het zegt, het was een zilvermijn.

- Wat is ermee gebeurd? - We hebben ook geen zilvermijn.

- Ik heb het over vroeger. - Er is nooit 'n mijn geweest.

Waar hebt u dat gehoord van dat goud en zilver?

Kom op, we gaan weer aan het werk.

Blijf van me af, of je gaat er aan.

- Je had me bijna 'n oog gekost. - Laat me los.

Als je me bijt, bijt ik terug. Wat mij betreft ga je 't water in.

- Ik hak je hoofd eraf. - Hou je mond.

- Waar is de rest? - Dat zeg ik niet.

Kijk 's wat ik heb gevonden.

- Wie is dat? - Een meisje uit ons dorp.

Daar zaten ze dus.

- Jullie hadden ze verborgen. - Ja. Maar ze zegt niet waar.

Ze zijn bang voor ons.

De boeren hebben hun verteld dat we ze zouden verkrachten.

Jullie hadden ons het voordeel van de twijfel kunnen geven.

Maar goed.

Waarom heb je ze niet gelijk allemaal meegebracht?

Waarom? Laat ze maar. Calvera weet er wel raad mee.

Ga ze halen. Wijs 'm de weg.

Kom mee, lief ding.

Rustig aan, knul.

Wees voorzichtig.

Fijn dat jullie zo lekker voor ons gekookt hebben.

- Hoe smaakt het? - Heerlijk.

Kip met enchilada, rosbief en Spaanse rijst. Lekker.

Ze kunnen heerlijk koken. Ga zitten, er is nog genoeg.

Weet je wat ze zelf eten sinds wij er zijn? Tortilla's en bonen, meer niet.

- Heb je geen oudere zus thuis? - Nee, señor Muchas gracias.

Een, twee, drie, vier.

Knijpen.

Ik heb toch uitgelegd hoe je moet knijpen?

Alsof je een geit melkt.

- Ik ben nerveus. - Dat is nergens voor nodig.

En nu goed. Langzaam knijpen.

Knijpen.

Knijpen.

Weet je wat? Schiet maar niet met dat geweer.

Pak hem zo vast en gebruik hem maar als knuppel.

We brengen u naar 't dorp.

- Mij? Waarom? - Iedereen die buiten 't dorp woont.

- Hier kunnen we u niet beschermen. - U kunt bij Rojas intrekken.

Bij hem? Dan verveel ik me dood.

- Bij iemand anders dan. - Het zijn boeren.

Boeren praten alleen over mest en vrouwen.

Ik ben nooit zo dol op mest geweest als zij.

En voor vrouwen interesseer ik me al sinds mijn 83ste niet meer.

Ik blijf hier.

Ja, maar wat doet u dan als Calvera komt?

Op mijn leeftijd hou je wel van een beetje afwisseling.

Waarom zou hij me vermoorden? Kogels kosten geld.

Zoals u wilt.

Denken jullie maar aan jezelf. Zijn jullie al klaar?

Stel dat hij nu zou komen?

Dat doet me denken aan die vent die van tien hoog naar beneden viel.

Terwijl hij viel, hoorden ze 'm zeggen: "Tot nu toe gaat het goed".

Tot nu toe gaat het goed.

- Eerst zien ze die greppel. - Meer water voor de maïs.

- En 'n heel stel nieuwe muren. - We zijn 't dorp aan 't opknappen.

- En dat net dan? - Hij verwacht niks.

Hij komt nietsvermoedend aanrijden.

Dat is nog maar de vraag.

Dat had ik kunnen weten, toen mijn mannen niet terugkwamen.

- Hoeveel man hebben ze ingehuurd? - Genoeg.

- Een nieuwe muur. - Overal staan nieuwe muren.

- Die houden me niet buiten. - Ze moeten je juist binnen houden.

Horen jullie dat? We zitten in de val.

Al zijn wij met z'n veertigen, en zij maar met z'n drieën.

Of zijn jullie met z'n vieren? Meer geld hadden ze vast niet.

We hebben ze korting gegeven.

Vijf. Zelfs dat is geen probleem.

Als jullie aftaaien, is er helemaal geen probleem.

Aftaaien? We brengen de winter door in de heuvels.

- Hoe komen we anders aan proviand? - Koop het of verbouw het.

Je kunt er zelfs voor werken.

Zeven.

Dat vind ik geen oplossing.

Jouw problemen oplossen is ons werk niet.

Wij werken met kogels.

Ik ook. We zitten in hetzelfde vak.

- Alleen als concurrenten. - Waarom niet als partners?

- Stel dat ik jullie de helft geef. - Waarvan?

- Van de hele oogst. - En de dorpsbewoners?

- Wat moeten die dan? - Je moet het zelf beslissen.

Kunnen mannen zoals wij zich daar druk over maken?

Dat is misschien wel heiligschennis.

God had geen schapen van ze gemaakt als Hij niet wou dat ze geschoren werden.

- Wat zeg je daarop? - Ga weg.

Hoor je dat, Sotero?

Hoorde je wat ie zei?

Ga weg.

Tegen mij.

Zeg 'm maar dat ie 'm moet smeren, voordat ik kwaad word.

En de rest ook.

Als ik hier met lege handen wegga, zal het hele dorp daarvoor boeten.

- Wanneer ik terugkom. - Dat gebeurt niet.

- Waarom niet? - Omdat je dan geen geweren meer hebt.

Laat ze op de grond vallen.

Ik had nooit zo vrijgevig moeten zijn.

Ik laat nog iets voor ze over en zij huren deze herrieschoppers in.

Zo zie je maar weer, vroeg of laat komt elke goede daad je duur te staan.

Jij zat veilig achter dat net. Maar ze kwamen met z'n tienen op mij af.

- Net waren 't er nog vijf. - Er komen er steeds meer bij.

Het waren er tien.

- Ze hebben er van langs gekregen. - Laat ze maar terugkomen.

- We scheuren ze aan stukken. - We maken ze af. Calvera incluis.

- Zie je ze? - Nee.

Jammer.

Moet je hem horen. Ik weet nog dat ie een lafaard was.

Ik ben nog nooit zo bang geweest. M'n knieën knikten.

- Dat had ik nooit gedacht. - Nu laat hij ons wel met rust.

- Denk je? - Natuurlijk.

Nu gaat hij weg, naar andere dorpen.

Die niet zo hard terugslaan.

Buren, ik drink op onze vrienden.

Ze hebben ons geholpen en daar blijven we ze eeuwig dankbaar voor.

Ze zijn er nog.

Zag je waar de schoten vandaan kwamen?

- Ik denk dat ze met z'n tweeën zijn. - Met z'n drieën.

Die krijgt straks 'n kogel door z'n kop.

Chico, daar blijven.

- Drie? - Ja.

O'Reilly, zie je ze?

Nee, ze zitten tussen de bomen.

Ga naar die rotsen, ik geef je dekking.

Chico, hou de achteringang in de gaten.

Ga terug.

Schiet op, ga terug.

Mankeert er wat aan je oren? Blijf op de grond liggen.

- Jullie hadden wel gewond kunnen raken. - U ook.

Dat ligt anders.

- Dit is mijn werk. - Ook het onze.

Iedereen zegt maar dat we uit de buurt moeten blijven.

- Maar wij zijn niet bang. - Hij is echt heel dapper.

Hij ook. Alle jongens in het dorp zijn dapper.

We hebben erom geloot en wij hebben u getrokken.

Wat bedoel je daarmee?

Als u vermoord wordt, wreken wij u.

En zorgen we dat er altijd verse bloemen op uw graf staan.

Dat is een heel geruststellend idee.

Ik zei toch dat ie dat leuk zou vinden.

Wees niet al te teleurgesteld als er niets van terechtkomt.

Nee, hoor. Als u blijft leven, zijn we net zo blij.

Misschien zelfs blijer.

Misschien wel.

Zie je ze?

Zweten uw handen ook voor een gevecht?

- Elke keer. - De mijne zweten nu.

Grappig.

Je handen zweten, maar je mond is droog.

Dat zou toch andersom moeten zijn.

Vind u het vervelend dat ik praat?

Dat komt omdat ik...

..bang ben.

Nu wou je zeker dat je je oogst aan Calvera gegeven had?

Ja.

En nee.

Allebei.

Wel als ik bedenk wat hij nu zou kunnen doen.

Niet als ik denk aan hoe ik me vanochtend voelde

toen ik hem weg zag rennen.

Voor ons.

Daar wil ik wel voor sterven.

Hebt u zoiets ooit wel 's gevoeld?

Al heel lang niet meer.

Ik...

..benijd je.

- Wat doe jij hier? - Zulke dingen moet je niet doen.

- Ga terug. - Je moet geen risico's nemen.

Jij je zin, maar ga nu terug.

Doe het pijn?

Sorry dat ik je pijn gedaan heb, maar ik dacht...

- Je weet wat ik dacht. - Ja, dat weet ik.

Ik ben niet bang voor jou. Het kwam door mijn vader.

Hij zei dat ik bij jullie uit de buurt moest blijven.

- Dat jullie gemeen en wreed zijn. - Hij heeft gelijk.

Ga terug naar huis.

Hij heeft ongelijk.

Ga nou maar, voor hij merkt dat je hier bent.

Dat weet hij al. Hij zei dat ik voor m'n schaamteloosheid gestraft zal worden.

Maar dat kan me niet schelen.

Ze hebben ze allemaal te pakken.

- Het resultaat. - Komen ze nog terug?

Vast niet.

Zij denken dat we daar op ze wachten.

- Is Calvera dan niet weggegaan? - Dacht je dat het zo makkelijk zou gaan?

- Wat doen we nu? - Zeg 't maar.

- Ik? - We werken voor jou, hoor.

We kunnen toch alleen maar wachten? Calvera is aan zet.

Vervang de bewakers maar, die zijn vast moe.

Als u Calvera was, zou u toch gaan? Als 't u kostte wat het hem gekost heeft?

- Ja, maar... - Maar wat?

Ik ben Calvera niet.

Ga de geweren en de bandoleras uitdelen.

Aan de slag.

Vrouw, maak wat te eten. Ze hebben vast honger.

Dat was het mooiste...

Nieuwe hoed voor je, vent.

- Hoe zie ik eruit? - Stukken beter.

Ze maken vast nog een liedje over jou en die hoed.

Zulke dorpen maken overal een liedje over.

- Dat zingen ze dan jarenlang. - Is dat de moeite waard?

Niet dan?

Je hoeft alleen maar met 'n geweer weten om te gaan, niets bijzonders.

Hoe kan je dat nou zeggen?

Je hebt toch alles aan je geweer te danken?

- Is dat niet zo? - Ja hoor, alles.

Na 'n poosje ken je wel 200 barmannen bij hun voornaam.

En heb je in 500 kamers geslapen en in 1000 goedkope eettenten gegeten.

Een thuis: geen. Vrouw: geen. Kinderen...

Geen.

Vooruitzichten: nul.

Ben ik iets vergeten?

Plaatsen waar je aan vastzit: geen.

Mensen die je tegenhouden: geen.

Mannen voor wie je opzij stapt: geen.

Beledigingen die je geslikt hebt: geen.

Vijanden: geen.

Geen vijanden?

Die nog leven.

- Dat zijn getallen waar ik van hou. - Ik ook, op jouw leeftijd.

Geef die aan iemand die ermee om weet te gaan.

Vraag gelijk aan Calvera wat ie vannacht wil doen.

Ja, doe dat. Dan schrijf ik een liedje voor je.

Andres, Lorenzo en Felipe zijn niet teruggekomen.

Dat zijn er drie.

- Armando op het plein. - Dat is vier.

Jorge en Memo zijn in dat ellendige net verstrikt geraakt.

De schoften. Vijf en zes.

Emilio toen hij de muur overging.

- Zeven. - Jose bij de fontein.

Acht.

Gregorio bij de fontein.

Dat is negen.

Negen.

Fortuno bij de greppel.

Rico is in het veld aan stukjes gehakt.

Dat zijn er al 11.

- Ga door. - Al dat gepraat.

Ze zijn dood. Vergeet ze toch.

We hebben er nog genoeg over om het ze betaald te zetten.

Onze vrienden daar beneden.

Alles is in orde. Er is niks aan de hand. Het was maar een droom.

Niet bang zijn.

Niet bang zijn.

Dat zeg ik zelf ook altijd.

Wel 10.000 keer per dag.

Val uzelf niet zo hard.

U hebt zo vaak gevochten. U bent vast heel dapper.

Tot je niet meer durft.

Dat voel je.

En dan begint 't wachten.

Op de kogel uit het geweer van iemand die sneller is dan jij.

- Praat niet zo. - En de leugens die je jezelf wijsmaakt.

Geen vijanden.

Die nog in leven zijn.

Ik weet niet meer hoeveel vijanden ik heb.

Maar nu bent u onder vrienden.

Dat is nog het belachelijkste.

Dat ik me hier kom verbergen.

De deserteur die zich midden in het slagveld komt verbergen.

Een.

Vroeger had ik ze alle drie te pakken gehad.

Wij weten wat angst is.

Daar leven we ons hele leven mee.

Alleen de doden hebben geen angst.

We doen tien minuten alsof we slapen, en dan komen we weer terug.

- Goed, Bernardo? - Ja, maar Juan niet.

Jij bent te jong. Kom mee.

Bernardo O'Reilly.

Ze hebben je geadopteerd.

Zo heet ik echt. Ik ben half Mexicaans en half lers.

Let goed op.

Zie je? Ze staan alle drie rechtop.

- Denk je dat het je lukt? - Natuurlijk, dat is heel makkelijk.

Wil je erom gokken, voor de lol?

- We hebben geen geld. - Dat hoeft ook niet persé.

Heb je niks verborgen? Zodat Calvera het niet kan vinden?

Sieraden bijvoorbeeld.

Ik hoor dat er veel edelstenen in de bergen gevonden zijn.

Opaal, smaragd, saffier.

- Dat is waar. - Dat valt niet te ontkennen.

Nee, dat is fout. Ze moeten zo komen te staan.

Laat mij het nog eens proberen.

Wat die edelstenen betreft, waar zijn die gevonden?

Zoal u al zei, in de bergen.

- Ja, maar waar in de bergen? - Dat weet ik niet.

Laat dat maar zitten. Waarom weet je het niet?

Ik heb nooit edelstenen gevonden.

Bedoelt u de schatten van de Azteken die in de heuvels begraven liggen?

Ja, die bedoel ik.

- Heb je die gevonden? - Was dat maar waar.

Dan zat ik hier niet. Dan woonde ik in 'n paleis in de grote stad.

Waarom blijft Calvera hier dan rondhangen?

Calvera zien we niet meer. Die is morgen weg.

Reken daar maar niet op.

- Hij blijft waar hij zit. - Waarom zeg je dat?

Hij zoekt geen eten voor de winter.

Zijn mannen hebben al drie dagen niets gegeten.

De maïs wordt duurder.

- Ze verhongeren. - Hoe weet je dat?

- En ze zijn blut. - Hoe weet je dat?

Ik ben erheen gegaan.

We kunnen maar beter klaarstaan.

- Ze gaan door tot ze winnen of sterven. - God beware me als ze winnen.

- Dat gebeurt niet. - Hoe weet jij dat nou zo zeker?

- We zijn omsingeld. Wat doen we nu? - We vechten door.

Willen jullie ons dood hebben? Daar zijn jullie niet voor ingehuurd.

We kunnen er niet mee ophouden. Dat wist je. En hij ook.

Dat kan me niet schelen.

Ga allemaal maar weg. Op jullie paard en wegwezen.

- Geef Calvera z'n eten. - Geef 'm wat ie wil.

- Dan blijven we tenminste in leven. - Stil, luister naar me.

Zij hebben makkelijk praten. Zij hebben geen kinderen, geen vrouw.

Ga weg voordat het te laat is.

Wil je dat?

Geef antwoord.

Wie wil doorgaan en wie wil ermee ophouden? Ik wil het nu weten.

Doe niet zo dom. Zo wordt ons dorp een kerkhof.

Zeg dat ze weg moeten. Dat is het enige wat ze kunnen doen.

Ik zal je 's zeggen wat ik kan doen.

Wie het opgeeft, gaat er aan.

Ik schiet zijn kop eraf, ik zweer het.

We zijn de strijd begonnen en nu maken we het ook af.

Met of zonder jullie.

Niet dat we te veel hooi op onze vork hebben genomen, maar wat doen we nu?

Nu gaan we eens goed nadenken.

We dachten dat Calvera z'n heil wel ergens anders zou gaan zoeken.

- We zaten ernaast. - Er is nergens anders heil te vinden.

Je kan niet altijd winnen.

Dat heb ik niet gezegd. Maar soms is het buigen of barsten.

Wil je weg?

Het wordt tijd om op te stappen. Het dorp wordt er niet slechter op.

Je vergeet dat we een contract hebben.

- Dat is niet bepaald bindend. - Daarom moet je je er juist aan houden.

Dat is heel nobel, maar zoals de zaken ervoor staan...

- Ik weet het niet... - Het risico is te groot.

- Veel te groot. - Gaan we dan?

We verkleinen 't.

De heuvels in, langs de wacht, en regelrecht hun kamp in.

Ik rookte een sigaretje met ze en we kletsten wat.

Je kent dat wel.

Plotseling dook Calvera zelf op.

Hij stond pal naast me.

Je had Britt en Chris moeten zien kijken toen ik dat zei.

Die hebben zelf het nodige gezien en gedaan.

Die kijken niet zo snel ergens van op.

Toen ik zag hoe ze naar me keken, wist ik dat ik er eindelijk bij hoorde.

Kijk jij ook maar eens naar me.

Ben ik het type dat hier zou wonen?

En mijn hele leven in het veld zou werken?

Zie je mij als boer?

Snap je wat ik wil zeggen?

Waar zij heen gaan, Chris, Vin, Britt en de rest...

..daar ga ik ook heen.

Je kunt me op geen enkele manier van gedachten laten veranderen.

Dat moet je goed begrijpen.

Je moet goed begrijpen dat...

..dit...

..niks te betekenen heeft.

We vallen Calvera aan.

Misschien kunnen we zijn paarden verdrijven.

Dan moet hij te voet aanvallen.

- Ik ga mee, ik ken elke rots. - Nee, jij blijft hier alles regelen.

U kunt op me rekenen.

Dat weet ik.

- Ze zijn het dorp gaan aanvallen. - Nee.

Dan hadden we schoten gehoord.

Ze zijn weg.

Jullie gaan er allemaal aan.

Ik hoef maar met m'n vingers te knippen.

Hebben we nog iets in te brengen?

Natuurlijk.

Ga zitten. We gaan praten.

De rollen zijn omgedraaid.

Wil je weten hoe dat komt?

Je vrienden mogen je niet meer zo.

Je laat ze te veel beslissingen maken.

Bij mij hoeven ze maar een ding te beslissen. Te doen wat ik zeg.

Dat zou je niet moeten verbazen.

Mijn goede vriend Sotero heeft me binnengelaten.

Hoe dan ook, ter zake.

Ik kan jullie allemaal afmaken. Mee eens?

Jullie spreken me niet tegen.

- Maar ik wil jullie niet afmaken. - Waarom ben je zo aardig?

Als ze er in 't noorden lucht van krijgen, heb ik straks jullie vrienden op m'n dak.

En daar zit ik niet op te wachten.

Wij hebben een gezegde.

Een dief die van een andere dief steelt, krijgt 100 jaar gratie.

Dat betekent maar een ding.

Ik geef jullie gratie.

Ga maar weg.

- Is dat alles? - Ja, precies.

Ik maak het jullie gemakkelijk.

Willen jullie eten mee? Geef ze maar wat mee.

Water? Prima.

Paarden? Die staan al klaar.

Geweren?

Die doen jullie nu met riem en al af.

En zij?

Die krijgen wat ze verdienen, of ik jullie nu doodschiet of niet.

Gewoon, een gebaar.

Om ze te laten zien wie er de baas is.

Als jullie vertrokken zijn, krijg je je geweren terug.

Die gebruiken jullie toch niet meer tegen me.

Die fout maken jullie geen twee keer.

Ik snap niet waarom je deze klus hebt aangenomen.

- Dat vraag ik me ook af. - Vertel op.

Dat doet me denken aan die man die naakt op 'n grote cactus sprong.

Die vroeg ik ook waarom ie dat gedaan had.

Hij zei: "Het leek me een goed idee."

Haal je kleren en je zadeltassen. Neem maar mee wat je wilt.

Dat zijn ze je wel verschuldigd.

Santos, pak de karabijnen. Cirillo, de geweren.

De eerste keer dat ik werk als beroepsschutter aannam,

zei iemand dat ik me geen emoties kon veroorloven.

- Dat geldt ook voor jou. - Bemoei je met je eigen zaken.

Maar zo zit het wel.

Je bent bij die mensen betrokken geraakt.

Word je het nooit moe jezelf te horen praten?

Ik snap jouw probleem zo goed...

..omdat het mij ook steeds overkomt.

Toen we hier kwamen, begon ik na te denken.

Hier kan ik m'n geweer laten liggen en vee gaan houden.

Wat ze hier over me weten, zou niet in m'n nadeel werken.

Dus je ben niet de enige goedzak.

- Mogen we mee? - Nee.

- Je vindt ons toch aardig? - Jawel.

- Jij bent toch een van ons? - Dat klopt.

Neem ons toch mee.

We schamen ons. Onze vaders zijn laf.

Zeg dat nooit meer. Ze zijn niet laf.

Jullie vinden me dapper omdat ik 'n geweer heb.

Jullie vaders zijn dapperder. Die moeten aan anderen denken.

Aan hun kinderen en hun vrouw.

Dat is 'n zware verantwoordelijkheid.

Daar gaan ze onder gebukt, tot ze er aan onderdoor gaan.

Daar hebben ze voor gekozen omdat ze van jullie houden.

Die moed heb ik nooit gehad.

Keihard werken op 'n boerderij zonder enige garantie.

Dat is pas dapper.

Daarom ben ik er nooit aan begonnen. En daar komt geen verandering in.

In je eigen land vergaat het jullie vast beter.

Daar kan je vee stelen en treinen beroven.

En alleen 'n sheriff die je tegen probeert te houden.

Ik heb 'n keer een bank in Texas beroofd. Ik kreeg gelijk 't hele leger achter me aan.

Voor een klein bankje. Wat wil dat zeggen?

Dat in Texas alleen Texanen banken mogen beroven.

Ik wist wel dat ze ons zouden verraden.

Stelletje boerenkinkels.

Geen eerbesef, geen trouw, niets.

Ze geven alleen om hun gewassen en de grond die ze bewerken.

Ik haat ze.

- Stuk voor stuk. - Natuurlijk.

Omdat jij uit precies zo'n dorp komt.

Je bent zelf een boer.

Ja, ik ben er ook een.

Maar door wie zijn we zo?

Door mannen met geweren.

Mannen zoals Calvera en...

..zoals jij.

En nu ben ik ook zo.

Dus wat verwacht je van ons?

Ik laat me door niemand zo wegsturen.

Ik heb er tijden over gedaan voor ik doorhad wat belangrijk is.

Ik wil terug naar dat dorp. Ik wil onder witte lakens slapen.

Ik ga terug.

Jullie zijn gek.

Die steken geen vinger uit. Je hebt geen schijn van kans.

Harry, niemand vraagt of je meekomt.

Ga maar weg, Harry. Het geeft niet.

Reken daar maar op.

Ze moeten 't zelf weten als ze vermoord willen worden.

Ga maar. Je bent niemand wat verschuldigd.

Behalve mezelf.

Jullie zijn stuk voor stuk gestoord.

Hou vol Chris, ik haal je eruit.

- Chris? - Wat is er, Harry?

Ik wil niet voor niks 't loodje leggen.

We kwamen toch niet alleen op de maïs en de pepers letten?

Er zat toch iets anders achter?

- Je had het bij het rechte eind. - Dat wist ik wel.

Wat was het?

Goud.

Zakken vol.

Wat klinkt dat mooi.

- Hoeveel? - Minstens een half miljoen.

- Hoeveel had ik gekregen? - Rond de 70.000.

Vervloekt als 't niet waar is.

God zal 't zeggen.

Je bent teruggekomen.

Voor zo'n dorp van niks.

Waarom?

Een man zoals jij.

Waarom?

Weg. Opschieten.

Dit hebben we niet gewild.

Zie je wel?

Ik zei het toch? Daar staan jullie vaders.

Hoe heet ik?

Zeker weten.

Waarom blijven jullie niet? Dat zouden ze helemaal niet erg vinden.

- Ze vinden het ook niet erg dat we gaan. - Ja, de strijd is voorbij.

Jullie werk zit erop.

Voor hen brengt elk seizoen z'n eigen werkzaamheden met zich mee.

Als er een seizoen voor dankbaarheid was, zouden ze dat meer tonen.

We hebben gekregen wat we verwachtten.

Alleen de boeren hebben gewonnen.

Zij zullen er altijd zijn.

Ze zijn als het land zelf.

Jullie hebben hen van Calvera verlost.

Zoals een sterke wind hen van sprinkhanen verlost.

Jullie zijn als de wind die over het land waait en dan verder trekt.

De oude man had gelijk.

Alleen de boeren hebben gewonnen.

Wij hebben verloren.

Wij verliezen altijd.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.