All language subtitles for Ben.Hur.1959.1080p.BluRay.H264.AAC-RARBG.v2

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French Download
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil) Download
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

In het jaar onzes Heren was Judea bijna 'n eeuw in Romeinse handen.

In z'n zevende regeringsjaar beval keizer Augustus alle inwoners...

terug te keren naar hun geboorteplaats...

voor een volkstelling.

Velen reisden via Jeruzalem...

de hoofdstad van hun gekwelde land.

De stad werd beheerst door Fort Antonia... 't Romeinse machtscentrum.

En door de Gouden Tempel...

symbool van een onverwoestbaar geloof.

Ze gehoorzaamden de keizer, maar hielden trots hun erfgoed in ere.

Hun profeten hadden immers beloofd...

dat er een Messias geboren zou worden...

die redding en vrijheid zou brengen.

Naam? Stad?

Familie? Doorlopen.

Naam? -Jozef.

Stad? -Nazareth.

Familie? -David van Bethlehem.

En zij? -Mijn vrouw.

Doorlopen. Zoek onderdak in Bethlehem.

een Christusverhaal door generaal Lew Wallace

in het jaar des Heren 26

Hoe heet dit dorp? -Nazareth.

Morgenavond zijn we in Jeruzalem.

Kom je niet kijken, Jozef?

We hebben wel eerder Romeinen gezien.

't Zal niet de laatste keer zijn.

Mijn tafel is niet klaar. Waar is je zoon?

Aan het wandelen in de heuvels.

Hij verwaarloost z'n werk.

Toen ik hem een keer berispte, zei hij:

Ik moet mijn Vaders werk doen. -Waarom werkt ie hier dan niet?

Hij werkt wel.

Trompetters.

Welkom, Messala. Jij hebt nu het bevel.

Bedankt dat je mij komt aflossen.

Drusus.

Als jongen droomde ik ervan dit garnizoen te leiden.

Nu is het dan zover. Ik ben commandant.

Geef acht.

Ik was die hitte vergeten. -Als dat het enige was...

Tot m'n veertiende woonde ik in Jeruzalem. M'n vader...

Ik weet het.

Je vader was een prima gouverneur.

Voor zover dat kan in deze uithoek.

Je moet met het moeilijkste beginnen, Sextus.

Ik kom hier op eigen verzoek.

Je zult merken dat de mensen zijn veranderd.

In welk opzicht?

Ze betalen geen belasting. 'n Absurde wrok tegen Rome.

Dat is niets nieuws.

En godsdienst. Er heerst hier godsdienstwaanzin.

Ze vernielen beelden van onze goden, van de keizer.

Straf ze.

Dat gebeurt ook.

Als we ze vinden.

Pak de leiders. -Ze zijn zo ongrijpbaar.

Er zijn vreemde krachten aan het werk. Die Messias...

Die werd voorspeld toen ik jong was.

De Koning der Joden die hen het anti-Romeinse paradijs in leidt.

Belachelijk.

Zoals die woesteling Johannes, die mensen verdrinkt.

En die timmermanszoon, die 'wonderen' verricht.

Weer zo'n oproeikraaier.

Deze man is anders.

Hij predikt dat God in ieder mens zit.

Het is zeer diepzinnig.

Jij moet nodig naar Rome. Ga terug.

Zwemmen en zonnen op Capri. Vergeet die God in ieder mens.

Slechts ��n man is goddelijk. -Weet ik.

De keizer is boos.

Hij wil orde in Judea. De gouverneur en ik moeten die herstellen.

Dat doe ik. -Maar hoe?

Je kunt iemand oppakken en opsluiten.

Maar hoe bestrijd je hun idee�n? Vooral zo'n nieuw idee.

Er staat een Jood buiten, voor tribuun Messala.

Heeft ie geen naam?

Hij zegt dat hij prins Juda Ben-Hur is. -Behandel 'm dan als een prins.

Zeg dat ik eraankom.

Centurio.

Dit was vroeger zijn land.

Vergeet dat niet.

Zeer wijs. Ben Hur is de rijkste man in Jerusalem.

En het hoofd van een invloedrijke familie. 'n Jeugdvriend van me.

'n Soort broer.

Weet je hoe je een idee moet bestrijden?

Met een ander idee.

Ik zou terugkomen.

Dat had ik niet verwacht.

Wat ben ik blij...

Kijk 's aan.

Je bent nu tribuun.

Toen ik dat hoorde, heb ik op je gedronken.

We nemen er nog een.

Je zus en je moeder in orde? -Ja, ze praten steeds over jou.

Is Tirza al getrouwd? -Vrijers zat, maar ze droomt...

Ze aanbidt je al vanaf haar vijfde. -Ik wil ze zien.

Jaag je nog op jakhalzen en leeuwen? Of ben je nu te deftig?

Weg met Eros. Leve Mars.

Waar die balken kruisen?

Na al die jaren.

Nog steeds vlakbij elkaar. -En dikke vrienden.

Dat hoop ik maar.

Jij bent Romein, ik Jood.

Je hebt me ooit het leven gered.

De beste daad van mijn leven.

Deze provincie is moeilijk te regeren. Ik heb hulp nodig.

Jouw hulp, jouw advies.

Wil je mijn advies horen?

Trek je legioenen terug.

Geef ons de vrijheid.

Helaas is onze keizer dol op zijn rijk, vooral op Judea.

Dat is niet wederzijds.

Wat is er treuriger dan een onbeantwoorde liefde?

Mijn onderkomen.

Nogal luguber. -Nee, hoor.

Sober, rechtschapen.

Romeins.

Ik word de tweede man na de gouverneur, Valerius Gratus.

Hij is onderweg met een paar legioenen.

Dus de geruchten kloppen.

De keizer ergert zich aan jouw landgenoten.

Er hangt een opstand in de lucht. Die zal neergeslagen worden.

Jij en de jouwen hebben niets te vrezen. Je bent mijn vriend.

Ik ben Jood. -Je bent net een Romein.

Wat heb jij gemeen met dat gepeupel?

Het is mijn volk. -Mijn wijze Juda.

Je moet je aanpassen om te overleven.

Je bent veranderd. -Volwassen geworden.

Ik heb de wereld gezien. En Rome.

Het is geen toeval dat die stad nu de wereld beheerst.

Jullie legioenen.

Niet alleen daardoor.

Andere landen hebben ook goede legers.

Het lot wees ons aan om de wereld te beschaven.

Dat is gelukt.

Met onze wegen en schepen.

Ons recht, onze architectuur en literatuur.

Ik geloof in mijn volk.

Natuurlijk. En jij kunt ze helpen.

Hoe dan?

Je bent 'n aristocraat, je krijgt alom respect.

Je bent rijk en machtig, je hebt een goede naam.

De mensen luisteren naar jou. Zeg ze dat hun verzet dom is.

Het is zelfs zinloos.

Het betekent de vernietiging van jouw volk.

Ik ben tegen geweld. Dat weet iedereen.

En dat zal ik zeggen ook. -Dan zijn we het eens.

Wanneer mag ik langskomen?

Wij hoopten op morgen. -Prima.

En nu onze dronk.

Vreselijke wijn, trouwens.

Speciaal gegist voor de Romeinen.

Wat wreed tegenover jullie veroveraars.

De wereld is waanzinnig.

E�n ding is dat niet:

De trouw tussen vrienden.

We moeten in elkaar geloven.

Drink je daarop?

Met hart en ziel.

Hier is het. Precies zoals vroeger.

't Plein waar we speelden. 't Dak waar we steentjes vanaf gooiden.

We waren boeven, h�? -Nee, lieverds.

Ik verlang wel 's naar die tijd. -Er is niets veranderd.

Behalve de fontein. De put viel altijd droog.

Elke zomer weer.

Een nieuwe fontein, een nieuwe Tirza. Je bent groot geworden.

Hij is niets veranderd.

Zeker wel. Hij was een jongen. Nu is hij een man.

Met vele verantwoordelijkheden.

Kom.

De keizer bouwt veel, met veel marmer.

O ja, dit is voor jou.

Zoiets moois heb ik nog nooit gezien.

Uit Rome? -Libi�. Daar was ik vorig jaar.

'n Grootse veldtocht. Hun legers sloegen na twee dagen op de vlucht.

We trokken op naar hun hoofdstad. Een mooie stad, tot wij kwamen.

Helemaal in de as gelegd.

Ik verveel jullie.

Kom mee. Ik wil je iets laten zien.

Bedankt. -Een toepasselijk cadeau.

Een broche voor een vrouw.

Hoe vind je 'm?

Schitterend.

Een Arabier. -Hij ziet er rasecht uit.

Ik heb 'm gefokt. -Mag ik 'm proberen?

Wanneer je maar wilt. Hij is van jou.

Geef je 'm aan mij?

Bedankt. Het wordt weer net als vroeger tussen ons.

Heb je nagedacht over wat ik gisteren zei?

Ik heb met mensen gepraat, gezegd dat ik tegen geweld was.

De meesten waren 't met me eens. -Niet iedereen?

Niet iedereen. -Wie dan niet?

De gebelgden en ongeduldigen. -Wie waren dat?

Ja, Juda. Wie zijn het?

Moet ik mensen gaan verklikken? -Het zijn misdadigers.

Niet waar, het zijn patriotten.

Juda, laat mij je iets uitleggen.

Misschien weet je het niet...

maar de keizer houdt het oosten in de gaten.

Dit is mijn kans. En de jouwe.

Als ik slaag, kan ik elke post krijgen. Jij ook.

En uiteindelijk: Rome.

Misschien aan de zijde van de keizer zelf.

Dit is het juiste moment.

De keizer kijkt. Ik hoef 'm alleen maar te dienen.

Jij hoeft me daar alleen maar bij te helpen.

Je praat alsof hij God is. -De enige.

Hij is de werkelijke macht op aarde. Niet...

Niet die...

Help me, Juda.

Ik zou alles voor je doen...

behalve mijn volk verraden.

Wat betekenen de levens van een paar Joden voor jou?

Al kan ik ze niet overtuigen, ik laat ze niet door jou vermoorden.

Je moet ��n ding goed begrijpen.

Mijn volk heeft een verleden en een toekomst.

Jullie zijn veroverd.

Al verover je ons land en slacht je ons af...

wij zullen herrijzen.

Jullie teren op dode dromen, op mythen.

De tijd van Salomo is voorbij. Jozua en David komen niet terug.

Er is maar ��n realiteit. Doe niet zo dom en kijk naar Rome.

Liever dom dan 'n moordenaar. -lk ben 'n soldaat.

Je doodt voor Rome, voor het kwaad. Ik waarschuw jou.

Dat godgeklaagde Rome houdt mijn volk en de wereld in 'n wurggreep.

Maar niet eeuwig.

Als Rome valt, zal er over de hele wereld een vrijheidskreet klinken.

Of je helpt me, of je bestrijdt me.

Je bent voor mij of tegen mij.

Als dat de keus is...

dan ben ik tegen je.

Daar zijn ze.

Waar is Messala?

Waar is... -Hij is weg.

Waarom? -Hij kon niet blijven.

Wat is er gebeurd? -Hij heeft het vast druk.

We gaan eten.

Gezegend zij U, onze Heer, die ons brood schenkt van het land.

We zullen hem nooit meer zien.

Hij wilde dat ik ons volk zou verraden.

De karavaan uit Antiochi� is er.

Simonides.

Welkom thuis. -Meester.

Hij heeft veel cadeaus. Amber en jade voor mij, zijde voor Tirza.

En voor de meester heb ik wijn. -'t Mooiste is dat jij er bent.

Dank u. Ik heb goed nieuws uit Antiochi�.

De karavanen uit Petra. -ln orde. Hier is de boekhouding.

En Numidi�? -Die handelsroute is van ons.

Eens per jaar kom jij langs en ben ik weer wat rijker.

Mijn rentmeester is mijn schat. -Ik behoor aan het huis van Hur.

Verder heb ik alleen mijn dochter.

Een jongedame zeker? -En uw eigendom.

Als dochter van uw slaaf. -Jij bent een vriend, geen slaaf.

Esther is hier om u te vragen of ze mag trouwen.

Natuurlijk. Ik wens je vele kleinkinderen toe.

Als God het wil.

Esther wil haar meester spreken.

Wil je graag trouwen?

Het is mijn vaders wens.

Je man heeft geluk.

Hoe heet hij?

David, zoon van Matthias. -Van welk huis?

Z'n eigen. -Hij is een vrij man.

Wat weet je van hem?

Ik heb hem ��n keer gezien. -'n Koopman uit Antiochi�.

Hij betaalt voor haar vrijheid.

Ik geef Esther haar vrijheid als huwelijksgeschenk.

U bent vrijgevig.

Hou je van hem?

Ik zal van hem leren houden.

Je hebt mijn toestemming.

We drinken op jouw geluk.

En op een veilige terugkeer naar Antioch.

Stoor ik?

Waar dacht je aan?

Ik nam afscheid.

Van deze stad en van dit huis.

Je was hier niet vaak. Wat herinner je je er nog van?

M'n vader nam me soms mee toen ik nog klein was.

In dit huis was ik altijd gelukkig.

Behalve die ene keer.

Toen jij met dat Romeinse vriendje...

Jullie waren op jacht geweest.

Ze brachten jou gewond thuis.

Ik raakte je gezicht aan...

en bad tot God: Laat 'm niet sterven.

Ik hoor nog hoe je dat zei. Teder, net als nu.

Ja, meester. -Meester? Je bent nu vrij.

Vreemd. Ik heb me nooit een slavin gevoeld.

En nu...

voel ik me nauwelijks vrij.

In de tijd van de wijze Salomo...

als er toen een slavin was waar hij een oogje op had...

dan kon hij haar uitkiezen...

en tot zich nemen. In de tijd van die wijze Salomo.

'n Andere tijd.

Lang geleden.

Als je geen bruid was, zou ik je een afscheidszoen geven.

Als ik geen bruid was, hoefden we geen afscheid te nemen.

Je slavenring.

'n Goede ruil.

Jij je vrijheid, ik de ring.

Doe je 'm om?

Tot je de juiste vrouw vindt?

Tot dan.

De goden zijn met u, heer Gratus. Uw ambtskrans, gouverneur.

Dank u, tribuun.

Ik zie geen stadsdelegatie. -Die komt niet.

De stad zal u niet warm onthalen, maar wel rustig. Dat zweer ik u.

Laten we doorrijden.

Daar is Messala.

Hij heeft je gezien.

De nieuwe gouverneur.

Ga opzij.

Ga opzij. -Jij, kom.

Natuurlijk de Joden weer.

Doe open in naam van de Keizer.

Juda. Tirza. Wat is er gebeurd?

Doe open in naam der wet.

Ik keek alleen. -'n Dakpan raakte de gouverneur.

Het was mijn schuld niet. -Ze geloven haar niet.

Ze hoeft niets te zeggen. Hoor je? Niets zeggen, Tirza.

Open de poort.

Ik praat wel met ze.

Arresteer ze. -Wacht...

De vrouwen ook.

Het ging per ongeluk.

Luister nou. Ik stond op het dak...

Dit is 'm. -Het ging per ongeluk.

Per ongeluk? -Er zat een dakpan los.

Meenemen. ledereen.

Ik was het. Laat ze gaan.

Zeg dat ze zich vergissen.

Ik leunde op een dakpan en die viel.

Het was een ongeluk.

Laat ze gaan. Ze zijn onschuldig.

Laat de bedienden gaan. -Laat ze gaan. ln het gelid.

Mee. -Waarheen?

Tyrus.

Ik ben niet berecht.

Moet ik dan sterven in de galeien?

De aanklacht is ongegrond.

Waar zijn m'n moeder en m'n zus?

Bind 'm vast.

Zijn ze in veiligheid? -Ik kan niets zeggen.

Doorlopen.

Naar rechts.

Stuur ze weg.

Ga weg.

De deur.

Waar zijn m'n moeder en m'n zus?

Waar zijn ze?

Binnen deze muren.

De gouverneur herstelt. Ze gaan niet dood.

Ze worden berecht.

Hoe is het mogelijk?

Dat jij ons dit aandoet.

Je kent ons. Je hield van ons.

Je laat ze toch vrij? Dat doe je toch met genoegen?

Het was geen opzet. Ik ben geen moordenaar.

Dat weet ik.

Dat weet je?

Jij bent slecht. -Niet waar, Juda.

Ik had je hulp nodig. Die heb je me nu gegeven.

Ik gebruik je om verraders te ontmoedigen.

Door een vriend te veroordelen, boezem ik angst in.

Maar niet mijn familie.

Laat ze gaan.

Ik smeek je...

Ik heb jou ook gesmeekt.

Het is je eigen schuld en daarmee uit.

Wil je dat je familie vandaag nog aan het kruis wordt genageld?

Toe maar.

Dood me maar.

God zal me wreken.

Hopelijk leef je nog als ik terugkom.

Terugkom?

Afvoeren.

Schildwachten, salueer.

De tribuun verwacht u.

Ik ben de rentmeester van Hur.

Ik ken u.

M'n dochter Esther en ik hoorden wat er gebeurd was.

Ben Hur is onschuldig. U kent hem toch?

Beter dan u.

Dan weet u toch dat de aanklacht ongegrond is?

Ze zijn al veroordeeld.

Maar Juda heeft de gouverneur nooit willen bedreigen.

U weet toch dat hij zoiets nooit zou doen? ln uw hart weet u dat.

Deze man blijft hier voor ondervraging.

Halt.

Water voor de soldaten. De soldaten eerst.

Weg bij die put.

Water voor de paarden.

Water...

Geef hier.

Wacht.

Hij krijgt niets.

God...

Help me...

Jij daar. Hij mag geen water.

ledereen opstaan. Laat ze opstaan.

Sta op.

Lopen.

Jij daar. Naar je plaats.

De sloep van de consul komt zo langszij. Riemen omhoog.

Riemen op.

Riemen neer.

De nieuwe commandant, Quintus Arrius.

Hoeveel roeiers? -200.

En aflossingen? -30 per uur.

Deze is ziek. Vervangen.

Vervang hem.

Geeft hij problemen? -Hij is opstandig.

Dat houdt wel op.

Hoe lang dien jij al?

Eenenveertig.

Een maand min een dag. Op dit schip.

Je houdt het precies bij. En daarvoor?

Drie jaar op andere schepen.

Drie jaar.

Je hebt de moed terug te vechten en de wijsheid om het te laten.

Je ogen zitten vol haat, 41.

Dat is goed. Haat houdt een mens in leven.

Het geeft 'm kracht.

Luister allemaal goed.

Jullie zijn veroordeeld. We houden je in leven om op dit schip te dienen.

Als je goed roeit...

blijf je leven.

Het schip is gereed. -Roeien.

'n Vloot Macedonische galeien valt onze koopvaardijschepen aan.

De keizer gunt ons de eer hen op te sporen en te vernietigen.

Slagsnelheid.

Aanvalssnelheid.

Ramsnelheid.

Rust.

Wat doe jij hier? -Ik moest me bij u melden.

O ja. Dat was ik vergeten.

Je had me kunnen doden. Wat lette je?

Ik wil nog niet dood. -Wie zal je redden?

De God van mijn voorvaderen.

Je god heeft je verlaten. Hij is even machteloos als mijn goden.

Mijn goden helpen mij niet. Jouw god helpt jou niet.

Ik misschien wel.

Nieuwsgierig, 41?

Zo te zien wel.

Ik ben beroepsvechter. In m'n vrije tijd train ik graag vechters.

Ik bezit de beste gladiatoren en menners in Rome. Belangstelling?

Om te sterven als uw slaaf? -Dat is beter dan hier te leven.

Ik blijf hier niet eeuwig.

Wat zou je doen als je ontsnapte?

Mijn moeder en zuster zijn met mij veroordeeld. Onschuldig.

Ik rust niet... -Ben je zelf soms onschuldig?

Zou dat uitmaken?

Denk na over mijn aanbod.

Je ontsnapt niet zolang we winnen. Zo niet, dan zink je met het schip.

God laat me niet drie jaar leven om me dan zo te laten sterven.

Wat een vreemd, koppig geloof...

om te denken dat het bestaan zin heeft.

'n Zinnig mens zou dat allang zijn kwijtgeraakt.

Zoals u.

Hoe komt dat?

Terug naar je riem, 41.

De vijand is in zicht.

Klaarmaken voor de strijd.

Klaar om te vuren.

Meer munitie.

Riemen op.

Riemen neer.

Keten de roeiers.

41 niet.

Ik wil niet sterven.

41, waarom deed ie dat?

Weet ik niet.

Ik ben ��n keer eerder geholpen.

Toen wist ik ook niet waarom.

Normale snelheid.

Nummer ��n, ontsteken.

Vuur.

Riemen intrekken op commando.

Linkerriemen op.

Intrekken.

Rechterriemen ook.

Intrekken.

Stuurman, ramkoers. Beveel de roeiers: ramsnelheid.

Consul, piraten op ramkoers.

We worden geramd.

Waarom heb je me gered?

Waarom liet u mijn ketting losmaken?

Hoe heet je, 41?

Juda Ben-Hur.

Laat me sterven.

U leeft om dit schip te dienen.

Als u goed roeit, blijft u leven.

Is het een vierkant zeil?

Niet te zien.

Laat het de vijand zijn.

Dan sterf ik, en jij bent vrij.

Het is een Romeins zeil.

Welkom, consul. We hadden alle hoop al opgegeven.

Water.

Is de vloot verloren gegaan? -Vijf galeien.

En de slag? -De slag is gewonnen.

U heeft gezegevierd.

Gezegevierd? -Volledig.

Omdat jouw god jou wilde redden, heeft ie ook de vloot gered.

Heil Arrius.

Roeien maar.

U hebt een groot gevaar afgewend, Quintus Arrius.

Deze triomfstaf is welverdiend.

Wie is die man in jouw wagen?

De man die me heeft gered.

Weet je nog meer van hem?

Hij zou de gouverneur van Judea hebben aangevallen.

Hij was onschuldig.

Is dat niet inconsequent? M'n gouverneur aanvallen...

en m'n consul redden?

Morgen zullen we over hem spreken.

We weten nu alles over hem. 'n Invloedrijk man in zijn land.

Z'n aanval is een aanval op de Senaat en de burgers van Rome.

Ik weet zeker dat de aanval onbedoeld was.

Laat ons uitspreken.

Laat ons grootmoedig zijn.

Als dank voor uw triomf...

sturen wij 'm niet terug naar de galeien. U krijgt 'm als slaaf.

Dat is de wil van de Senaat en de burgers van Rome.

Onlangs kwam ik naar Rome terug met mijn redder.

U kent 'm als de beste strijdwagenmenner van Rome.

Reeds vijf keer heeft hij gezegevierd.

Voor mij neemt hij de plaats in van de zoon die ik verloren heb.

Ik ben zo trots als een vader. Dat ik dat nog mag meemaken.

Niets kan onze band sterken, maar ik wil dit met u delen.

De adoptieformaliteiten zijn rond.

Arrius junior draagt nu mijn naam en erft mijn bezittingen.

Deze ring van mijn voorvaderen zou naar mijn zoon zijn gegaan.

Nu krijg jij hem.

Een vreemd lot voerde mij naar een nieuw leven...

een nieuw thuis...

een nieuwe vader.

Het lot bracht me hierheen, en kan me komen halen.

Waar ik ook ben...

ik zal deze ring dragen zoals het een zoon van Arrius betaamt.

Met dankbaarheid en genegenheid.

En met eer.

Ik stel je mijn zoon voor. M'n oude vriend Pontius Pilatus.

Voor jij kwam, wonnen mijn paarden.

Uw paarden zijn zeer snel. -Niet snel genoeg voor jou.

Je komt uit Judea, h�?

'n Moeilijk klimaat, hoor ik. -Niet voor het volk van Judea.

Vreselijk. Ik word gouverneur.

Van Judea?

Ik vroeg om Alexandri�, maar de wildernis roept mij.

Al die schorpioenen en profeten...

Laat Judea rusten. Vanavond tenminste.

Geiten en Jehova.

Je gaat weg.

Ik moet.

Ik kan je niet tegenhouden.

Ik zag al die maanden de pijn in jouw ogen.

Toch raad ik je aan te wachten.

Gratus wordt vervangen.

De nieuwe gouverneur wordt Pontius Pilatus.

Wanneer? -Binnenkort.

Het is in ons voordeel.

Niet als ik te laat in Judea terugkeer.

Die gedachte pijnigt mij, dag in dag uit.

Zal Rome jou weerzien?

U heeft een deel van m'n leven geschapen.

Dat vergeet ik nooit.

De goden laten mij in de steek.

Hun wegen zijn ondoorgrondelijk.

Pardon.

U bent niet van hier.

Komt u uit Nazareth?

Hoezo?

Ik dacht...

dat u degene was...

naar wie ik op zoek ben.

Hij is van uw leeftijd.

Wie?

Als ik 'm vind...

zal ik 'm herkennen.

Pardon. Ik ben Balthazar uit Alexandri�.

Ik logeer bij Sjeik Ilderim.

Niet met de zweep.

Mijn gastheer.

Dwaas, jij weet niets van paarden.

Waag het eens ze nog eens te slaan.

Rustig de bocht om en rennen.

Onthoud mijn woorden en toon 's wat wijsheid.

Prachtige paarden.

Ze zijn zover. Laat ze rennen.

Die bocht halen ze nooit.

Hou 'm tegen.

Ik maak 'm af.

Hier die leidsels, gek.

Behandel mijn paarden niet als beesten.

Ga terug naar je geiten en je koeien.

Eraf, idioot.

Het zijn geen geiten. Zag je wat er gebeurde?

Deze reiziger zag het aankomen.

Het zijn goede paarden, maar geen span.

Het buitenste paard kon de bocht wel aan.

Antares? -De langzaamste.

Die moet aan de binnenkant lopen om de anderen op koers te houden.

Waar heeft u dat geleerd?

In het Circus in Rome.

Heeft u daar gereden?

Kunt u mijn vierspan als ��n paard laten rennen?

Ik moet naar Jeruzalem. -Gaat uw karavaan morgen pas?

Tijd zat om te eten, te drinken en te praten. Kom naar mijn tent.

Vertel me over uw rennen in Rome.

Kon ik zingen, dan zong ik over paarden.

Geen dier is zo ongeschonden uit de schepping gekomen.

Morgen loopt Antares aan de binnenkant.

Maak dan ook het juk korter.

Juda Ben-Hur, een Jood. Toch heb je in het Circus gereden.

Niet mijn keuze, maar wel mijn geluk.

Je kwam als geroepen. We hadden wonderen kunnen verrichten.

Helaas moet je weg.

Mijn reis kan niet wachten. -Misschien kom je terug.

Met je vrienden, je vrouwen. -Ik heb geen vrouwen.

Geen een?

Ik heb er zes, nee, zeven.

Ik tel er acht. Thuis heeft hij er meer.

Veel vrouwen is een groot voordeel.

Ik hoop er een te vinden.

E�n god, prima. Maar ��n vrouw is niet beschaafd.

En niet gul.

Was het eten niet lekker? -Zeker wel.

En vriend, koop wat vrouwen voor jezelf.

Ik moet mijn schoonheden goedenacht wensen.

Ze worden ongeduldig en jaloers. Wie zal ik als eerste omhelzen?

Dan neem ik afscheid... -Nee, blijf toch kijken.

Kom, kinderen.

Ze zijn bang voor vreemden.

Kom maar. Niet bang zijn.

Brave kinderen.

Ze stammen af van de vroegste Arabieren.

Ze zijn genoemd naar sterren.

Antares. Je bent de langzaamste, maar je wordt nooit moe.

Ik hou ook van jou.

Rigel. Het leven is goed voor ons.

Braaf, Rigel.

Jij hebt slaap.

Hard gewerkt vandaag.

Je mag zo slapen.

Welterusten, schat van me.

Rustig, Aldebaran. Ik was je niet vergeten.

Je bent de snelste, maar je houdt geen koers.

Ik ken geen mooiere paarden.

Je zou hun moeder Myra moeten zien, maar die mag niet mee.

Ze mogen je. Dat gebeurt niet vaak.

Antares, Rigel. Het is al laat.

Altair, Aldebaran. Ga slapen.

Jullie moeten sterk en snel worden. Vort.

In Jeruzalem rennen ze tegen de kampioen van het oosten.

Tribuun Messala met z'n zwarte duivels. De schoft.

Messala? In het Circus?

Ken je hem?

Ik ken hem. -U mag 'm wellicht niet?

Mijn volk bidt om een man die Messala kan verslaan.

Jij kan die arrogante Romein de grond in stampen.

Mijn paarden rennen voor een man als die ze met liefde behandelt.

Dan vliegen ze. -Onmogelijk.

Jammer. Maar denk je 's in.

De tribuun te vernederen voor het volk dat hij vernederd heeft.

Verslagen door een Jood.

Ik moet... -Ik weet dat het niet kan.

Alleen het idee al.

Heeft u niet hetzelfde doel?

Ik doe het op mijn manier.

Door hem te doden.

Ik zie de pijn in je ogen.

Wat hij ook gedaan heeft, je mag hem niet doden.

Hij krijgt z'n straf wel.

Ik geloof niet in wonderen.

Het hele leven is een wonder. Accepteer Gods oordeel toch.

Je gelooft niet in wonderen, maar God heeft tegen mij gesproken.

'n Ster leidde me naar Bethlehem, naar een kind in een kribbe.

Het kind Gods.

Hij is nu volwassen, klaar voor z'n werk.

Ik ben teruggekeerd om erbij te zijn als hij komt.

Hij is nabij.

Hij zag dezelfde zonsondergang als wij.

Misschien stond hij op een heuvel.

Misschien is hij een herder, koopman of visser.

Maar hij leeft.

Hij zal zijn stempel drukken op al wat leeft.

Vele wegen leiden naar God.

Hopelijk is jouw weg niet te zwaar.

Ik ga maar 's slapen.

Het is 'n beste man.

Maar voorlopig houden we ons zwaard gereed.

En onze intentie zuiver.

Dus moet ik gaan.

Alleen dit nog:

De arena kent geen recht.

Velen vinden er de dood.

Ik hoop je terug te zien.

Esther.

Ik ben het, Juda.

Je leeft nog.

Jij hier?

Wat doe je hier? Wat is er gebeurd?

Ik ben er.

Ik ben bij je.

Waar is je vader?

Op de dag dat jij werd meegenomen, is hij opgepakt.

Gemarteld.

Toen ze wisten dat hij niets verborg, lieten ze 'm gaan.

Sinds die tijd zitten we hier ondergedoken.

En Antiochi� dan?

De Romeinen namen alles in. Er was daar niets meer voor ons.

Waar zijn m'n moeder en zus?

Laat mij het hem vertellen.

Goed nieuws, vader.

Juda Ben-Hur leeft nog.

Hij is thuisgekomen. Hij is hier.

Mijn oude vriend.

Laat me 's naar je kijken.

Ja, het is waar.

God zij geprezen om zijn barmhartigheid.

Waar zijn ze?

Sinds die verschrikkelijke dag...

is er niets meer van ze vernomen.

Je bent veel te loyaal geweest. -Heb geen meelij.

Ik ben een stuk meer mans.

Malek, mijn wederhelft.

We werden op dezelfde dag vrijgelaten.

Malek zonder tong en ik met verlamde benen.

Nu ben ik zijn tong en hij is mijn benen.

Samen zijn we zeer respectabel.

Oude vriend...

Zij wist dat je terug zou komen. Ze gaf de hoop nooit op.

Ik dacht dat het ijdele hoop was.

Je enige gedachte is je familie te redden.

Mocht dat niet lukken, dan moet je een ander doel hebben.

Je fortuin is grotendeels in veiligheid. Ik heb niets gezegd.

Het ligt er nog, om de macht te grijpen en de Romeinen te doden.

Daarom ben ik niet teruggekomen.

Ze zijn dood.

Vier jaar. Zo lang houdt niemand het uit in de kerkers.

Welke galeislaaf houdt het meer dan een jaar uit?

Dat is waar.

Jouw terugkeer geeft ons vertrouwen.

Ik zou weer willen lachen. Laten we lachen.

De vreugde zal in dit huis terugkeren. We zullen vieren...

Laat mij maar.

We hebben hier eerder gestaan.

Lang geleden.

Vier jaar.

Het lijkt net...

alsof het gisteren was.

Ik zei toen:

Als je geen bruid was, zou ik je een afscheidszoen geven.

Als ik geen bruid was, zou ik geen afscheid nemen.

Ik ben geen bruid.

Waarom ben je nooit getrouwd?

M'n vader had me nodig.

En ook...

Ik heb 'm nog steeds om.

Ik zou 'm dragen tot ik de juiste vrouw had gevonden.

Het is een deel van m'n hand geworden.

Als Messala wist dat je hier was...

Hij moet het weten.

Hij weet tenminste waar ze zijn.

En als je zou horen...

dat ze dood waren? -Dan zal Messala het bezuren.

Ik weet wat haat kan aanrichten.

Het heeft m'n vader opgebrand.

Een jonge rabbi zegt dat vergiffenis groter is...

en liefde sterker is dan haat.

Ik geloof hem.

Blijf leven.

Laat Messala met rust.

Pas als ik niet meer denk en voel.

Zover is het nog niet.

De pan die van dit dak viel, valt nog steeds.

Deze keer ga je niet de galeien in.

Deze keer wordt het je dood.

Van Quintus Arrius. Hij maakt zijn opwachting.

De consul? -Zijn zoon.

Laat hem verder komen.

Heeft de consul een zoon? -Een kampioen van het Circus.

Vanwaar deze geschenken?

Misschien doet ie mee aan de spelen. -Kijk.

Schitterend.

Ik ken 'm helemaal niet.

Dat dacht je maar.

Door welke magie draag jij die naam?

Door jouw magie. Jij stuurde me naar de galeien.

Toen m'n schip zonk, redde ik de consul.

Ken je z'n zegel?

Ik ben teruggekomen, zoals ik heb gezworen.

Je geschenk is uitermate toepasselijk.

Moet ik het op mezelf gebruiken?

Wat is er van mijn moeder en mijn zus geworden?

Ik let niet op gevangenen.

Zorg dat je ze vindt.

Laat ze vrij. Dan vergeet ik wat ik gezworen heb in die galei.

Dat kan niet zonder toestemming van Gratus.

Zorg dat je die krijgt.

Morgen kom ik terug.

Stel me niet teleur.

Waar zijn ze?

Het is vijf jaar geleden. Zouden ze nog leven?

Ga naar de Citadel.

En als ze dood zijn? -Het zij zo.

Miriam, vrouw.

Tirza, dochter... -Klopt. Leven ze nog?

Oostkant.

Onderste verdieping.

Cel 2. De cipier zal het wel weten.

Water...

Wanneer zag je ze voor het laatst? -Nooit, ik werk hier al drie jaar.

Maar ze leven nog wel.

Het eten verdwijnt.

Melaatsen.

We laten ze vrij buiten de stad en branden de cel schoon.

Is daar iemand?

Ik hoor iemand.

Wie zijn jullie?

Kom niet dichterbij.

Wie zijn jullie?

Ik ben het, Miriam.

Blijf waar je bent.

Jullie zijn terug.

Achteruit, Esther.

Wij zijn melaatsen.

Is Juda in leven?

Juda leeft nog. Hij is hier.

Waar?

Hij is naar jullie op zoek.

Ik moet het 'm vertellen...

en mijn vader.

Zeg het tegen niemand.

Wij gaan naar het Dal der Melaatsen.

Voorgoed.

Maar Juda moet het weten.

Alsjeblieft.

Ik zag z'n gezicht niet.

Is hij veranderd?

Nee, hij is niet veranderd.

Hij is niet veranderd.

Je houdt van hem, Esther.

Zweer me...

op je liefde voor hem...

dat je het hem nooit zult vertellen.

Mag hij het nooit weten?

Zo herinnert hij zich ons zoals we waren.

Beloof het.

Ik heb geen enkele andere hoop.

Alleen dit.

Ik beloof het.

Dat doet me deugd.

Wacht.

Messala komt er wel achter.

Hopelijk leven ze nog en laat hij ze vrij.

Hij laat ze vrij.

Hij wil blijven leven.

Hij kan ze niet vrijlaten.

Wat bedoel je?

Ik heb ze gezien.

Waar? Wanneer heb je ze gezien?

Ze waren dood.

Wanneer?

In de gevangenis.

Toen ik informeerde naar mijn vader.

Waarom heb je niets gezegd?

Ik kon het niet.

Zelfs niet tegen u, vader.

Ik was bang dat je Messala zou...

Je zoektocht is nu ten einde.

Voorbij.

Zet Messala uit je hoofd.

Ga terug naar Rome.

5 MINUTEN PAUZE (tot 2:26:11)

Heren, officieren.

Verdedigers van het Romeinse Rijk.

Mag ik binnenkomen?

Natuurlijk, sjeik. Wat een onverwacht genoegen.

Welk een hoffelijkheid.

U zult zich wel afvragen wat ik hier kom doen.

Ik ben een gokker en de spelen naderen.

Mijn witte span rijdt tegen het ongeslagen zwarte span van de tribuun.

Ik steun mijn eigen paarden.

Zonder limiet?

Noteer mij. -Welke koers?

Geduld, beschermers van afgelegen moerassen.

Kan ik ergens zitten? -Ga zitten. Wat is uw inzet?

Wat heeft hij te bieden? -'n Zetel voor de Arabier.

Welnu... -1000 dinar.

Uw geestdrift siert u. Er is tijd en geld genoeg.

Allereerst de koers.

De tribuun heeft al vaak gewonnen.

Wat zal het zijn, heren?

Twee tegen ��n.

Nobele Romeinen, heersers over de wereld.

Waar is uw moed gebleven?

Zelfs de straatkoers is hoger.

Drie tegen ��n.

Laten we eerlijk zijn.

In vier jaar heeft de tribuun vier keer gewonnen.

Wacht 's even.

U heeft goede paarden, maar wie is de menner?

Heb ik dat niet gezegd? Wat slordig.

De prins van Hur.

Die is de galeien ingestuurd. -Hij is terug.

Onmogelijk.

De goddelijke Tiberius was hem genadig.

Wedt er niemand op de tribuun tegen een Jood? Een galeislaaf?

Dan heb ik me zeker vergist.

En u, tribuun? Geeft u me vier tegen ��n?

Het verschil tussen een Romein en een Jood.

Of een Arabier.

Zeer moedig.

En nu de inzet. Ik stel voor...

1000 talenten?

Als het te veel is...

1000 talenten is goed. -Afgesproken.

Geef ze goed te eten.

Waren de mensen maar zo goed.

Goed onthouden: negen ronden.

Begrepen? Negen levens.

Snelle jongen.

Je wint niet in de eerste ronde.

Je wint de laatste ronde.

En niet in je eentje. Wacht op de anderen.

Kalme Antares. Onze rots in de branding.

Jij bent ons anker.

Ik dacht dat ze alleen van mij hielden.

Ik ben in de familie opgenomen.

Rust goed uit. Morgen gaan we naar de stad.

Jouw zege op Messala, voor de ogen van de nieuwe gouverneur...

zal door het hele rijk weerklinken.

Pontius Pilatus? -Klaar om ons te vermorzelen.

Jij zult 'm eens wat laten zien.

Ik ren alleen tegen Messala.

Vergeef me mijn wraakzucht, maar mijn besluit staat vast.

Mijn leven ligt in Uw handen. Doe met me wat U wilt.

De Davidster zal stralen voor jouw volk en het mijne...

en de Romeinen verblinden.

Ze zijn zover.

Nummer vijf.

Waar is nummer vijf?

Dit is de dag, Juda. Het gaat tussen ons twee�n.

Ja, dit is de dag.

Hij heeft een grote strijdwagen.

Wees voorzichtig. Blijf uit z'n buurt.

Heil Jupiter. Geef mij de overwinning.

Burgers.

Namens de goddelijke Tiberius heet ik u welkom op deze spelen.

Ter meerdere glorie van hem...

en van Rome...

waar u allen deel van uitmaakt.

Wij eren de deelnemers.

Ze komen uit Alexandri�...

Messina, Carthago...

Cyprus, Rome...

Korinthe, Athene...

Phrygi� en Judea.

De beste krijgt de overwinnaarskroon.

De wedstrijd begint.

Leve de keizer.

Vort, kinderen.

Romeins zwijn.

Gegroet.

Een grote zege.

U bent de enige god voor dit volk. Voor dit moment.

Wij eren u.

Ik kroon hun god.

Ik zal je laten halen. Ik heb een boodschap uit Rome.

Een lang leven, Arrius. En gezond verstand.

We kunnen niet wachten.

Hij komt.

We kunnen niet langer wachten. -Hij komt.

Hij komt.

Ik heb 'm laten halen.

Als u wilt blijven leven, moeten we u nu behandelen.

Begrepen?

Zet m'n benen nog niet af. Nog niet.

Niet voor hij komt.

Ik ontvang 'm niet met een half lichaam.

Zei ik het niet, Drusus?

Daar is hij.

Jouw triomf is compleet.

De ren gewonnen, de vijand vernietigd.

Ik zie geen vijand.

Wat zie je dan?

Het verminkte lijf van een waardeloos beest?

Er is nog genoeg van mij over dat je kunt haten.

Ik zal je helpen.

Jij denkt dat je moeder en je zus dood zijn...

en dat de wedren voorbij is.

Het is nog niet voorbij.

Ze zijn niet dood.

Waar zijn ze?

Waar zijn ze?

Waar zijn ze?

Je zult ze vinden...

in het Dal der Melaatsen.

Als je ze kunt herkennen.

Hij gaat door.

Hij gaat door, Juda.

De wedren...

De wedren is nog niet voorbij.

Waar kan ik naar beneden?

Ben je gek? Blijf hier vandaan.

Ik zoek twee vrouwen, moeder en dochter.

Er zijn hier veel vrouwen.

Van de familie Hur.

We hebben hier geen namen.

Voor hen?

Waarom zei je dat ze dood waren? -Dat wilden ze.

Laat ze in die waan. Doe het voor hen.

Ze niet zien? -Daar komen ze.

Hou van ze zoals ze dat willen. Door niet naar ze te kijken.

Doe alsof je hier nooit geweest bent.

Gaat het goed met Juda?

Is hij gelukkig?

Ja, het gaat hem goed.

Maak je maar geen zorgen.

Het gaat hem goed.

God zij met je.

Ze zijn weg.

We gaan terug.

Terug waar naartoe?

Ze hebben maar ��n hoop.

Dat jij je ze herinnert zoals ze waren...

en je eigen leven leidt.

Vergeet dit alles.

Ze leven in een graf. -Wat doe je eraan?

Alles. Hoe kon je ze hierheen laten gaan?

Ik moet ze... -Alsjeblieft, Juda.

Denk 's na. Het zou ze verscheuren.

Hij is hier. Het kind is een man geworden.

En die man is waarlijk de Zoon van God.

De belofte is uitgekomen.

Blije Balthazar, jouw leven is vervuld.

Mijn leven is vervuld. Door God.

Ga met me mee.

Toen ik naar de galeien liep, stierf ik bijna van de dorst.

'n Man gaf me water, waardoor ik bleef leven.

Ik had het beter weg kunnen gooien.

Ik heb nog steeds dorst.

Kom toch luisteren.

Ik heb zaken af te handelen met Rome.

Je kiest voor de dood.

Vaarwel, Juda.

U wilde me spreken? -Uw triomf heeft gevolgen.

Ik heb een boodschap van de consul.

Ik eer hem. -Eer uzelf.

U bent nu een burger van Rome.

Geen commentaar?

Ik kom uit een rotsachtig dal...

waar m'n moeder en zus hun leven slijten...

omdat Rome dat wil. Als melaatsen, paria's.

Dat weet ik. Zeer kwalijk en betreurenswaardig.

Hun vlees is het mijne, gebrandmerkt door Rome.

Messala is dood, gestraft. -Hem treft geen blaam.

Ik kende hem voor hij van de Romeinse wreedheid werd bevangen.

Rome heeft hem geruineerd �n mijn familie.

Daar waar veel macht is...

of veel mededogen, worden ook veel fouten gemaakt.

We leren van onze fouten. Rome wil haar leven met jou delen.

Er gaan andere stemmen op. -Zoals die van Arrius.

Hij zou je waarschuwen...

niet vast te houden aan wrok en onmogelijke loyaliteit.

Ware vrijheid bestaat niet.

Een volwassen man kent de wereld...

en nu heet die wereld Rome.

Ook voor jou, Arrius.

Ik heet Juda Ben-Hur.

Ik kwam hier als vriend van Arrius.

Ik ga als de harde hand van de keizer.

Klaar om het verzet neer te slaan.

Het volk wil het gezag van Rome ondermijnen.

Jij bent hun held.

Ze zien jou als hun enige ware God.

Als je hier blijft, wordt je leven een drama.

Mijn leven is een drama.

Geef deze aan Arrius.

Ik heb te veel eerbied voor hem.

Zelfs omwille van Arrius kan ik je niet voor rampen behoeden.

Je bent te gevaarlijk.

Verlaat Judea.

Ik heb je gewaarschuwd.

Ik was zo bang dat je iets zou overkomen.

Maar hier ben je.

Je vader wacht op me.

Waar is hij?

Wat ben je van plan?

Slaap toch even.

Gun jezelf een paar vredige uurtjes.

Liefde en vrede.

Daar verlang ik net zo vurig naar als jij.

Waar vind je ze?

Die man uit Nazareth...

't Woord van Balthazar.

Meer dan dat.

Zijn stem droeg zo ver.

Het was meer dan een stem.

Hij was meer dan een mens.

Hij zei: Zalig zijn de barmhartigen.

Hen zal barmhartigheid ten deel vallen.

Zalig zijn de vredestichters.

Zij zullen de kinderen Gods genoemd worden.

In die dodenvallei?

Het volk van Judea zal onrein blijven...

totdat we het vuil van de tirannie van ons afslaan.

We moeten dit land schoonwassen.

Met bloed? -Precies.

Er is een wet die zegt dat bloed meer bloed tot gevolg heeft.

De dood plant zich voort, net als de gier zich voortplant.

Maar die stem zei: Hebt uw vijanden lief.

Hoe boosaardig ze ook zijn.

En onze kinderen net zo laten lijden als wij?

Jij laat ons lijden.

Kunnen we dan niets samen?

Ook niet liefhebben?

Ik kan nauwelijks ademen zonder jou in m'n hart te voelen.

Maar ik weet...

dat alles wat ik doe, jou ontzettend veel pijn zal doen.

Hou liever niet van mij.

Ik hield van Juda Ben-Hur. Waar is hij gebleven?

Je bent geworden wat je bestreed. Je vergeldt kwaad met kwaad.

De haat heeft je verhard. Je lijkt Messala wel.

Ik ben je kwijt.

Niet dichterbij.

Wat doe je hier?

Ik heb gisteravond op je gewacht. De hele avond.

Wat is er? Waar is Tirza?

Zet het eten neer.

Ik kom naar je toe. Niet bang zijn.

Wat doe je? -Niet bang zijn.

De Nazarener heeft weer gesproken.

Gods woord zit in alles wat Hij zegt.

Ik kan het niet verdragen dat jij dat niet kent.

Die vredige hand die zich naar ons uitstrekt.

Hij gaat naar Jeruzalem. Ga mee.

Neem Tirza mee, dan gaan we naar Hem toe.

Tirza ligt op sterven.

Geef het eten en ga weg.

Daar is Juda.

Je hebt het 'm verteld.

Kom niet dichterbij.

Wacht, moeder.

Ik wil met je praten.

Niet dichterbij.

Nee, Juda, m'n zoon.

Moeder, waar is Tirza?

Ze ligt op sterven.

Jezus van Nazareth zal ze leren dat ze het eeuwige leven hebben...

en niet bang hoeven te zijn voor de dood.

Ik breng ze naar Hem toe.

Waar is Tirza?

Ga alsjeblieft niet naar haar toe.

Ik ben bang.

Niet nodig.

De wereld is groter dan we denken.

Tirza. Ik ben het. Juda.

'n Aalmoes voor een blinde.

Waar is iedereen? -Naar het proces.

Wie staat er terecht? - Die Nazarener. Ze eisen de doodstraf.

Dat kan niet waar zijn. -Aalmoes.

Wat heeft hij misdaan? -Niets.

Kijk. Melaatsen.

Ga weg.

Melaatsen.

Dit kan niet waar zijn.

Die man ken ik.

Help Hem toch.

Heb mededogen.

Spaar Hem.

Ondanks de pijn...

zo'n vredige blik.

Pas op hen, Esther.

We moeten terug. -Ik bracht jullie hierheen...

in de hoop...

Je hebt niet gefaald.

Gegroet, Koning der Joden.

Hier eindigt jouw zoektocht, Balthazar.

Hij gaf me water...

en de moed om door te gaan.

Waaraan heeft Hij dit verdiend?

Hij heeft onze zonden op zich genomen.

Daarvoor is Hij geboren...

in die stal...

waar ik Hem voor het eerst zag.

Daarvoor is Hij op aarde gekomen.

Om zo te sterven?

Een nieuw begin.

Ik heb te lang geleefd.

Alsof Hij met dat kruis al het leed van de wereld meetorste.

Zo beangstigend.

Maar hoe zou het komen dat ik niet bang meer ben?

Er dreigt noodweer.

'n Vreemde duisternis. -Op klaarlichte dag.

Zijn leven is voorbij.

Wat is dit?

Hij is dood.

Ik heb pijn.

Ik voel het ook.

Ik dacht dat ik...

Je hand.

Zie je je hand?

Vlak voor Zijn dood...

zei hij: Vader, vergeef het hen. Ze weten niet wat ze doen.

Zelfs op dat moment.

En ik voelde hoe Zijn stem mij het zwaard uit handen nam.

DeMotJo

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.