Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
In de zomer van 1916 bereidde het Britse leger in Noord-Frankrijk...
het grootste offensief van de Eerste Wereldoorlog voor.
Terwijl honderdduizenden troepen in de achterhoede op de aanval wachtten...
moest een kleiner aantal de loopgraven in de frontlinie bezetten.
29 juni 1916
de Somme-vallei
Twee rode boeren en een rode dame.
Dat wil ik zien. Boer en dame. - Uitbetalen.
Billy, heb je weer heerlijk water voor ons?
Heerlijk, schoon bronwater, niet?
Het beste wat er te halen valt.
Heb je nog nieuws? - Heb je m'n broer gezien?
In Park Lane.
Heb je nog suiker?
Met de complimenten van de sergeant. - Puik werk, Billy.
Wanneer gaat het beginnen?
Geen idee. De reserveloopgraven zijn afgeladen.
Maar ze zeggen er niets over.
Zoiets heb ik nog nooit gezien. Mannen en vrouwen...
Die echt... - Die er echt tegenaan gaan, ja.
Vuile leugenaar. - Ik zeg het je.
Ze deden het echt. Je kon alles zien.
En dat verkocht hij? - Tien pond per foto.
Dus een man en een vrouw stonden het toe dat ze gefotografeerd werden...
terwijl ze... - Dat doet niemand. Leugenaar.
En als iemand jou 100 pond gaf om het met een hoer te doen?
Zie je wel?
Dan zou ik m'n gezicht moeten bedekken. - Daar zou ze grif voor betalen.
Daar pak ik je voor.
Dag, sergeant. - Pas op, Dennis.
Goedenacht, jongens.
En, heb je er wat van gekocht? - Nee, ze waren te duur, maar...
ik heb wel andere. - Laat zien dan.
Ja. Laat zien, leugenaar.
Daar moet je wel voor betalen. Een penny.
En ik wil dat geld ook. - Ik heb het wel voor je, Billy.
Als ze waardeloos zijn, wil ik m'n geld terug.
Laat eens zien.
Wees voorzichtig.
Geef nou door.
Dat is een mooie. - Geef nou door, Macfarlane.
Eddie, kijk nou eens.
Ze lijkt er precies op, niet? - Heel mooi, voor een sloerie.
Nee, op wie lijkt ze nou? Denk nou na.
Als ik zo iemand kende... - Dat meisje.
Dat meisje van het postkantoor. Hoe heette ze nou?
Ik zou het zweren. Nee, het zal wel niet.
Ze lijkt wel op haar.
Hoe heette ze nou? - Geen idee.
De tijd is om, lieverd.
Er komt een officier aan. - Schiet op.
Plaats rust.
Kan ik je even spreken, sergeant?
Het is uitgesteld.
Met een dag of twee. En we moeten hier blijven.
Hier? Godsamme.
En de rest van het bataljon? - Reserve.
We moeten de linie bemannen tot ze terugkomen.
Dat zal vlak voor de aanval zijn. - Nog twee nachten?
Maar we gaan niet met de eerste golf mee. Wij zijn de derde golf.
Dat houden die mannen niet vol. - Dat heb ik ze ook gezegd.
Heel nadrukkelijk.
Maar ze zeggen dat we goed voorzien worden. Warm eten en zo.
Wat denk je? - Derde golf, zei u.
We gaan voorraden vervoeren.
Mooi.
Ruim die rotzooi op. - Welke rotzooi, sergeant?
Die klote rotzooi.
Verdomd, zeg.
Ik dacht klaar te zijn met graven. - Waar wou je dan schijten? Beest.
Het graven van schijtgaten. Wat een oorlog.
Aan de kant. Weg daar.
Kijk achter je. Uit de weg.
Genisten.
Help eens een handje. Jullie zijn de experts.
Fijne mannen, hoor. - Het zout der aarde.
Die zagen er niet echt blij uit.
Macfarlane en Daventry, jullie beurt.
Opschieten.
Rot op, jullie. Ga slapen. - Dank u, sergeant.
E�n boven, ��n beneden. Om en om.
Heel erg bedankt.
Zo erg is het niet, luitenant.
Het is in elk geval lekker droog.
Ik wil graag een boterham. Maakt niet uit waarmee, behalve...
Behalve ingeblikt vlees. - Komt eraan, luitenant.
En ik heb nog sardientjes. Komt eraan.
Macfarlane, hou je hoofd omlaag.
Luister eens goed.
Niet roken, niet slapen.
Sergeant?
Hoe ver liggen ze van ons vandaan? Ik zie niets.
Ongeveer 400 meter.
Maar ze houden je in de gaten.
Gisternacht zijn er negen neergeschoten.
Neergeschoten? - Scherpschutters.
Waarom denk je dat die loopgraven zo diep zijn?
Er is een geweer op dat kijkgat gericht. Als ze een beweging zien, schieten ze.
Je kunt beter luisteren. Dus doe niets stoms.
Links zitten de Schotten. Rechts zitten de Ieren.
Meer hoef je niet te weten.
Sergeant?
Wanneer wordt de aanval verwacht?
Dat laat ik je ruim van tevoren weten.
Een patroon in de loop.
Daventry?
Daventry? - Ja.
Hoe gaat ie?
Kan niet beter.
Ik zou nergens anders willen zijn.
Hoe is het met jou?
Moet ik het overnemen?
Ik moet pissen. - Dus?
Wat is het probleem?
Ik weet niet waar ik 't moet doen. - In de loopgraaf. Dat merkt niemand.
Ik beloof dat ik het niet doorvertel.
Het is wel goed. Ik hou het nog wel even op.
Nobel van je.
Hoe lang geleden werd jullie Tommy gedood?
December 1914. - Ja, nu weet ik het weer.
Dat is alweer bijna twee jaar geleden.
Tien dagen voor Kerstmis.
Hoe...
Hoe is hij eigenlijk gestorven?
Ik vraag het uit belangstelling.
Het was een granaat.
Die ontplofte boven op hem.
Z'n maat kwam ons opzoeken. Hij kwam naar onze moeder.
Ik sprak hem daarna en hij vertelde me dat Tom...
compleet was verdwenen. Hij was weg.
Compleet.
Nou ja, bijna compleet dan.
Alles wat ze van hem vonden, alle kleine stukjes...
Het paste in een sok. - Verdomd nog aan toe.
Daarom ga ik zoveel mogelijk Duitsers mollen.
Als we aanvallen. Zoveel als ik kan. Voor Tom.
Hebben ze die sok begraven? - Welke sok?
Die sok waar al die stukjes in zaten. - Weet ik veel. Dat zal wel.
In een normaal graf? - Weet ik veel. Hoezo?
Zonde van alle moeite.
Daventry.
Wat is er? - Ik hoorde iets.
Waarschijnlijk een knaagvriend van ons. - Ik hoorde Duitse stemmen.
Billy. Hoor je die explosies?
Doe niet zo dom. - Dat bombardement duurt al vijf dagen.
Duizenden granaten die op de Duitse loopgraven neerkomen.
Als jij een Duitser was...
met al die granaten, ging jij dan rondwandelen in niemandsland?
Dat zal wel niet.
Ga maar slapen, Macfarlane.
Om zes uur zijn we weer paraat.
Niets te melden, sergeant. Het is rustig.
Ik zie je later wel, Daventry.
Ja, tot later.
Alles goed, maat?
Daar bent u, luitenant.
Prima.
Alles goed? - Het is rustig.
De meesten slapen.
Wil je misschien een borrel tegen de kou?
Ik ben geheelonthouder. Dat heb ik gezworen.
Dat is mooi. Heel goed. Bewonderenswaardig.
Ik snap niet hoe je 't kunt, sergeant.
Ik veroordeel niemand. Ik oordeel niet over anderen die wel drinken...
maar het is gewoon niets voor mij.
Ik hou wel van een drankje op z'n tijd. In de kleine uurtjes.
Het voorkomt dat ik gek word. - Wat voor de ��n goed is...
Wat voor de ��n goed is...
is voor de ander vergif. - Ja.
Zeker weten.
Ik ga maar eens slapen. Gaat u...
Ik ga nog ��n rondje maken. En dan naar de reserveloopgraaf.
Het wordt morgen een lange dag. Hou ze bezig. Laat ze niet niksen.
Ik zal erop toezien. - Welterusten.
Eddie, hoe laat is het? - Te laat om daarvoor gewekt te worden.
En dat meisje?
Die van het postkantoor.
Heb je haar ooit gesproken?
Een paar keer. Billy, ik ben doodop.
Hoe oud was ze?
Ik weet het niet. Negentien of twintig.
Ouder dan wij dus? - Je hersenen doen het nog.
Ze was toch niet getrouwd of zo?
Welterusten.
Waar kwam ze vandaan? - Verdomme. Liverpool.
Ze was een Ierse uit Liverpool. Meer weet ik niet. Hou nou je kop.
Een Iers meisje uit Liverpool?
Ongeveer 19 jaar.
Billy.
Heb je geen...
Je bent toch blij dat je in dienst bent gegaan?
Natuurlijk.
Sukkel.
Ik dacht dat ik je misschien gedwongen had.
Nee. Anders was ik toch opgeroepen.
Je bent nog minderjarig. Je had een jaar uitstel gekregen.
Niet zolang jij hier was.
Eerlijk gezegd had ik het niet willen missen.
Voor geen goud.
Dank je.
Welterusten, Ed.
Posities innemen.
Wakker worden. Posities innemen.
Waarom doen we dit, Macfarlane? Leg dat eens uit. Waarom?
We moeten paraat staan. Voor het geval ze aanvallen.
Wij gaan hen toch aanvallen? Morgen.
Of overmorgen. Dat weten ze.
Waarom zouden ze ons aanvallen?
Koppen dicht.
Sommige mannen zijn niet correct gekleed.
Waar wacht hij op? Die klootzak.
Het allesveiligteken. Daarna ontbijten we.
Ga eens kijken, Macfarlane.
Laat weten wat je ziet. - Doe niet zo dom.
Ingerukt.
Kijk toch even. Wil je niet weten hoe de Duitse linies eruitzien?
Toe nou, Eddie.
Heel even maar. Ik geef je er twee pond voor.
Kijk dan zelf. - Jij staat ervoor, maat.
Twee pond. Geen flauwekul. - Die zijn van jou, Ed.
Vertel ons wat je ziet.
Het stelt niets voor. Het is net een grasheuvel.
Ik zie bovenaan wat aarde. Wat draad. - Is dat alles?
Het is net een heuvel die naar een steengroeve leidt.
Een halve kilometer hiervandaan. Het gras beweegt.
Het is kalm. Net grasland dat schuin loopt.
Het loopt schuin op.
Het is vredig.
Dat is geen twee pond waard, schat.
Hospik. Haal verdomme een hospik.
Is hij dood?
Allemaal uit de weg.
Hij was een stom rund.
Hij was een stom rund, omdat hij niet naar me luisterde.
Hij was een bofkont. - Wat zei je?
Denk eens na, Billy. Hij had geluk.
Was dit een idee van jou, soldaat?
Ik weet niet wat er gebeurde. Hij hoorde het allesveiligteken.
Hij keek door het kijkgat en toen kwam die knal.
Je hebt hier een snee.
Een cadeautje van Macfarlane.
Ik denk dat 't wel goed komt met Eddie. - Dell heeft ook een hoofdwond.
Ik weet zeker dat ik een drupje bloed zag.
Dat wordt een litteken.
Dell, was het een kies of een snijtand?
Je kunt tegen je kleinkinderen zeggen: Ik raakte gewond door een vliegende tand.
Rot toch een eind op, Hoggschijt.
Het kwam door jouw vieze plaatjes. Die brengen ongeluk.
Ga toch terug naar de zondagsschool.
Die vieze plaatjes hebben ons vervloekt.
Die had je niet mee moeten nemen. - Dat klopt.
God weet wat de rest van jullie bij je hebben.
Het zijn maar ondeugende foto's.
Kom op, zeg. Het was maar voor de lol.
Stelletje idioten.
We kunnen niet al ons fatsoen laten varen.
Nietwaar, Macfarlane?
Wil je thee, Macfarlane?
Het spijt me van je broer.
Maar misschien is het beter zo. Misschien gaat hij naar huis.
Je weet wel. Thuis even bijkomen. Weg uit deze ellende.
Hij wil niet gewond naar huis gaan.
Hij zou 't niet willen missen. - Hij was een geschikte vent.
Makkelijk in de omgang. - Hij is niet dood, Dennis.
Ik weet het. Het spijt me.
Maar hij vroeg of ik op je wilde passen. Als hem iets overkwam.
Heeft hij ooit met jou gesproken? - Dat deed hij echt.
Hij zei dat hij jou overhaalde om in dienst te gaan.
Ik heb een baan, Dennis.
Ik ben achttien jaar.
Als je ooit met iemand wilt praten...
Rot toch op, puistkop.
Ik weet dat je overstuur bent.
Ik neem het je niet kwalijk.
Wij uitverkorenen. De gelukkige uitverkorenen.
Wij kameraden.
Hoe oud was je nou?
Zeg op, wie heeft 'm?
Wie heeft 'm verdomme? Iemand heeft aan m'n spullen gezeten.
Wie heeft hem? - Waar heb je het over, klootzak?
Ik had zes foto's. Nu zijn het er vijf. Iemand heeft eraan gezeten.
Wie heeft 'm verdomme?
Ze had haar hart al aan een ander verpand.
Ze vond je niks, ze is naar huis. - Jij was het, h�? Vette trol.
Pas op je taalgebruik, zeikstraal. - Ik zag je wel staren.
Je kon je vette ogen niet geloven. Zoiets had je nog niet gezien.
Onschuldige oogjes, starend naar tieten. - Ik geef je een pak slaag.
Ik hoef die vieze plaatjes niet. Ik ben verloofd. Ik ga trouwen.
Wat zeg je?
Heb je een verloofde? - Ja.
Wie heeft m'n foto gestolen? - Kop dicht, Dell.
Sinds wanneer ben je verloofd? Verdomme.
Sinds ons laatste verlof. - Verloofd? Jij?
Met wie?
Amy.
Verdomme, Horace, waarom zei je niks? - Ik was het van plan.
Het gebeurde zo plotseling. Het laatste verlof.
Ze was ook een vriendin van mij, hoor. - Ze zou je schrijven.
Verdomd geweldig.
En jij zit daar. - Allemaal heel romantisch.
Maar hier loopt nog wel een dief rond. - Hou toch je vuile bek dicht.
Heb je soms iets te verbergen, Daventry?
Kijk uit. - Allemaal opstaan. Hier komt de kolonel.
Maak je een beetje toonbaar, stelletje zwervers. Knopen dicht.
Dennis, ruim die troep op.
Goed dan, prutsers. Attentie.
Plaats rust.
Sergeant, mag ik uw mannen lenen? - Ja, kolonel.
Faithfull, hoe wil je het doen? - Als u daar wilt gaan staan.
Kunt u uw knie wat optrekken?
Neem me niet kwalijk. Kun je gaan staan?
Kunt u iets naar voren komen, kolonel?
Wat moet ik zeggen?
De titel luidt: 'Hoge officier spreekt mannen toe, vlak voor de strijd.'
'Het moreel is goed.' Zegt u maar wat u wilt.
Iets opbeurends, wellicht.
Klaar, Geoffrey? - Je zegt het maar, Harold.
Kolonel Villiers?
Het operatiedoel van het leger is de vijandelijke linie voor Montauban.
Ik wil jullie zeggen...
Kan het misschien opnieuw? Ik stootte tegen m'n hand.
Kan het opnieuw, kolonel? - Ik hoef het toch niet te herhalen?
Begint u maar gewoon. - Geef het teken maar.
Ik ben zover, Harold. - Gaat u uw gang maar.
Ik wil jullie verzekeren dat na het bombardement...
jullie gewoon met een wandelstok kunnen oprukken.
Als jullie in Montauban aankomen, zul je zien dat alle Duitsers dood zijn.
Zelfs geen rat zal het overleefd hebben.
Zal ik doorgaan? - Graag.
We zullen het dorp Montauban om 11.00 uur in handen hebben.
De veldkeukens zullen volgen, waarna jullie een warme maaltijd krijgen.
Ik wil jullie verzekeren dat het een gegarandeerd succes wordt.
Men verwacht hooguit tien procent slachtoffers.
Als je eropuit trekt, kan je geweer over je schouder...
kun je een pijp of sigaret opsteken...
en kun je naar Bapaume oprukken zonder een levende Duitser te zien.
Duimen omhoog, helmen af, juichen maar.
Dank u, kolonel. Dat was geweldig.
U wordt nog eens een filmster.
Over m'n lijk.
Zijn we nu klaar hier? - Nog ��n ding.
Inspectie van het veldhospitaal. - Prima. Zullen we gaan?
Dank jullie, mannen. Sterkte.
We geven ze van katoen, kolonel.
Mooi zo. O, en nog iets...
Jullie moeten zoveel mogelijk medailles winnen voor 't bataljon.
Dat is zo. Want u bent er niet bij.
Nee, dat klopt. Maar jullie wel.
Allemaal opstaan. - Dank u, sergeant.
Neemt u het over, sergeant.
Knap werk, jongens.
Daventry, kom jij maar met mij mee.
Nu ben je er geweest, jongen.
Ik hou je goed in de gaten, Daventry.
Zorg maar dat je geen fouten meer maakt. Niet ��n.
En zeg nooit meer zoiets. Anders maak ik je kapot.
Dan maak ik je verdomme kapot.
Wat gebeurde er dan?
We moesten een heuvel over.
Ongeveer anderhalve kilometer achter het front. Nietwaar?
Anderhalve kilometer, ja. Je kon de Duitse linie zien.
We liepen daar gewoon en toen...
Boem, uit het niets. De jongens begonnen te schreeuwen.
Ze vielen neer. Dood.
Allemachtig. - Het was doodstil.
De kogels suisden langs.
De jongens schreeuwden en renden alle kanten op.
Wat was het dan?
De moffen. Die zakken hadden ons gezien.
Ze schoten met 'n mitrailleur, in een boog. Welterusten.
Hij was zo ver weg dat we niets hoorden. - Verdomme. Wat deden jullie?
Rag en ik zetten 't op een lopen. - We hadden geluk.
Heel veel jongens sneuvelden toen. - We hadden verdomd veel geluk.
Het was zo plotseling.
Kom op, George. Het was gewoon zo plotseling. We waren daar...
ik had nog maar een paar dagen en we dachten...
Haar familie weet 't nog niet eens. - Je had het kunnen vertellen.
Ik ben verdomme je beste vriend. Hoe denk je dat ik me voelde?
Als je klaar bent, Hogg. Proviand-detachement.
Ambrose en Rookwood. Jullie gaan met Hogg mee.
En jullie, opzouten.
Waarom noemde je hem Rag?
Omdat hij eruit ziet als een ragebol.
Weet je waarom we hem Charlie noemen? - Waarom?
Omdat hij zo heet.
Ik ben hier niet blij mee, Horace.
Ik ben er nog steeds niet blij mee.
Kom op, George. We gaan al een jaar met elkaar.
Hoezo krijg je 2000 pond van hem? Voor dat kaartspel?
Dat stomme spel? - Dat heb ik eerlijk gewonnen.
Als we terug zijn, krijg ik het geld, h�? - Je wordt rijk.
Leer mij dat spel ook.
Ik had net zo'n fijne droom.
Ik was in Southport, op de boulevard.
Met een heel charmante dame.
Denk je... Ik had een idee.
Zou je iemand ��n keer kunnen ontmoeten...
en een paar zinnen kunnen zeggen...
die niet belangrijk zijn, maar dat er dan toch...
iets speciaals mee is...
of zoiets.
Fascinerende vraag, Macfarlane.
Je praat onzin. Wartaal. Zeg nou wat je bedoelt.
Ik heb ooit iemand ontmoet. Ik zei toen niet veel, maar...
ik voelde iets speciaals tussen ons.
Nou... Dat fenomeen, Billy...
heet 'liefde op het eerste gezicht'. - Dat weet ik.
Ik weet zeker dat het wederzijds was.
Dus de jonge dame reciproceerde?
Nee. Gewoon wat ik zei: Ze voelde het ook zo.
En wat werd er bij die gedenkwaardige ontmoeting gezegd?
Ik weet het nog precies.
Ik zei tegen haar... Ik zei:
Mag ik alsjeblieft een postzending van ��n shilling?
En wat zei Julia toen? - Nee, ze heette Maria. Maria Corrigan.
Ze zei... Volgens mij was het zo...
Ze beginnen terug te vuren. - Dat mocht toch niet?
Macfarlane. Ga naar het bataljon.
Ga dat proviand-detachement helpen.
Wordt vervolgd, h� Billy? - Opschieten.
En jij. Ga Digby aflossen.
Waar heb jij gezeten, Macfarlane?
Sta op.
Wat is er, jongen? Kom op, zeg op.
Macfarlane... - Wat is er, kerel?
Wat is er?
Hij is alweer in orde.
Hij is gewoon geschrokken.
Dat kan ik me voorstellen. Slechte zaak.
Pech.
Uiteindelijk is het een kwestie van geluk.
Wat bedoel je?
Alles.
Ik koos die drie voor die klus. Het had iedereen kunnen zijn.
Geluk voor degenen die ik niet koos, pech voor de anderen.
Dat is wel wat bruut.
Het slaat nergens op.
Wie zegt dat ik geluk heb?
Of u, luitenant.
U had vast nooit gedacht dat u hier terecht zou komen.
Ik hoopte katoen te gaan verbouwen in Zuid-Afrika, dus...
Dat bedoel ik.
En jij? - Geluk heeft er niets mee te maken.
Ik ben een beroepssoldaat. - Ik snap het.
Gaat het wel? - Prima, dank je.
Hou je van vissen?
Een beetje vissen is nooit weg. - Dat mis ik.
Mijn familie had een huis in Schotland. Daar kon je goed vissen.
Dat mis ik. - Ik ben nooit in Schotland geweest.
Ik hoor dat het er heel mooi is. - Zeker.
Ben je getrouwd, sergeant? - Ja.
Kinderen?
Twee meisjes en een jongen.
Dank je.
Leuk gezin. Mooie dochters.
Je hebt geluk, sergeant.
Kan ik iets voor u doen, luitenant?
De Duitsers hebben vlakbij een loopgraaf gegraven.
Wellicht een soort afluisterpost.
De kapitein wil dat er een patrouille poolshoogte gaat nemen...
en maatregelen neemt als er iemand zit.
Een patrouille. Hoeveel man?
Zo weinig of zo veel als we willen. Dat is iets wat ik...
vanavond moet beslissen, voor de aanval.
Dit soort dingen heb jij al vaker gedaan, h�?
Heel vaak.
Je had gelijk.
Die arme Rag en Charlie.
We hadden verdomd veel geluk.
Een rotzooi, niet?
Het was gewoon...
een puinhoop.
Rag en Charlie...
Er was niks van over. - Heb je...
Heb je iets van Hoggie gezien?
Hij lag ergens aan de zijkant.
Ik vind het vreselijk...
dat we het niet hebben uitgepraat.
Je ophanden zijnde huwelijk. - Ik weet wel wat dat betekent, Daventry.
Dat geloof ik. - Vond je dat grappig, of slim?
Helemaal niet. - Het is niet grappig. Hoggie is dood.
Jij leeft nog. - Ja...
Maar voor hoe lang nog?
Macfarlane, kom hier.
Sarcastische klootzak. Hij vindt zichzelf heel wat.
Die arme George.
Nu moet ik nog meer Duitsers doden.
Gaat het wel? - Ja, sergeant.
Je broer ligt in een ziekenhuis in Etaples.
Hij zal altijd raar praten, maar verder is hij in orde.
Hij zal gauw weer thuis zijn.
Dank u, sergeant. Dat is goed nieuws.
Ga z'n spullen maar bij elkaar zoeken.
Beckwith, kom met mij mee.
Waren ze flink gehavend? - Ik wil er niet meer over praten. Rot op.
Is het zo goed, sergeant? - Zo zwart als een schoppen aas.
Geef hem je granaten.
Als je de mijne ziet ontploffen, gooi je de jouwe erbij.
Als dit kapot gaat, ga je terug. Anders blijf je tot het einde bij mij.
Goed dan, luitenant. We gaan.
Sterkte.
Jij ook sterkte.
We hebben nog een wachtwoord nodig voor als we terugkomen.
Wat dacht je van Shakespeare?
Victor Ludorum. - Postkantoor.
Het wordt 'postkantoor'. Schiet elke vijftien minuten een lichtkogel af.
Duidelijk? - Ja, sergeant.
Goed dan, Beckwith.
We gaan orde op zaken stellen.
Elke vijftien minuten schiet jij een groene lichtkogel af.
Elke vijftien minuten. - Ja, luitenant.
Wat een idioot, die Mr Harte. - Wat je zegt.
Hij kan er niets aan doen. - Hoezo niet?
Zo is hij grootgebracht.
Op die manier.
Ik kan helemaal niets zien.
Wat is dat verdomme?
Dat is Engels. - Niet waar.
God, wat als dat Beckwith en Winter zijn?
Ik hoop maar dat ze in orde zijn.
Ik heb er nog twee.
Postkantoor. Hier. Ze zijn terug.
Zeg 't tegen Harte, Cornwallis. Postkantoor.
We hebben een verrassing.
Erin, jij.
Hou je mond. Stil.
Hou je bek.
Hou je gore kop dicht.
Hou hem onder schot. Ik ben zo terug.
Wil iemand hem verdomme onder schot houden?
Hij liep verdwaasd rond, nadat de granaten afgingen.
Hij wist niet waar hij was. Hij liep recht op ons af.
En die herrie? We hoorden geschreeuw.
We hoorden niets. De granaten maakten ons doof.
Misschien was het een mof in die loopgraaf.
Ik hoorde niets meer na de ontploffingen.
Het was wel gek. Toen we dicht bij hun linie kwamen, hoorde ik ze zingen.
Onder de grond, in hun schuilplaatsen.
Misschien om de moed erin te houden.
Ze zijn vast doorgedraaid, na vijf dagen. - Zingen?
En het prikkeldraad? - Daar is nog genoeg van over.
Na al die granaten? Wat gebeurt hier? - Hun stellingen zouden kapot zijn.
Kijk eens hoe die erbij zit. Hij trilt als een konijntje.
Als een verdomde rat. - Godver.
Stelletje sukkels.
Wat?
Niets loopt zoals het moet.
Ze zitten daar maar. Ze wachten op ons.
Ik heb het tegen jou.
Zat jij te zingen? Was dat zo?
Morgen zing je niet meer. Daar is geen twijfel over mogelijk.
Het is al goed. Ik zag gewoon even een rood waas.
We zouden hem moeten vermoorden. Wat hebben jullie?
Hier, neem een stinkstok.
Maak je niet druk om hem. Hij is een naar ventje.
Toe maar. Ik heb genoeg.
Goed zo.
Lekker. - Engelse tabak, de beste ter wereld.
Hoe heet je?
Zimmermann. Dieter Zimmermann.
Ik heet Colin.
Rustig aan, Daventry.
Vrienden worden met de vijand? Wat een vreselijke misdaad.
Hij is hier de gelukkige, maat.
Wij zijn de arme sukkels. Wacht maar af.
Wat heeft hij nou weer? - God mag het weten. Hij is een rare.
We nemen hem mee naar achteren.
Tot ziens. Dank u.
Bek dicht. Hou verdomme je bek dicht.
Wat doe je? - Ik ging naar de latrine.
Probeer wat te slapen. - Dat doe ik ook.
Ik kan niet stoppen...
Ik kan maar niet stoppen met malen.
Ja, ik weet wat je bedoelt.
Wil je wat jam? Mijn vrouw heeft het gemaakt.
Ik probeer het op te maken, maar het is te veel.
Aardbeien, uit m'n eigen tuin. Heerlijk.
Nee, dank u, sergeant. - Toe maar.
De jam van m'n vrouw is de lekkerste ter wereld. Hele aardbeien.
Toe, ik heb genoeg. - Ik lust ze niet.
Doe niet zo gek. Iedereen houdt van aardbeien.
Die pitjes gaan tussen je tanden zitten.
Ga maar.
Jij bent de dief, Dell. Wat doe je in Eddie's spullen?
Hij is de dief en hij heeft mijn foto. - Ben je gek geworden?
Rustig aan. Wat gebeurt hier?
Laat me los. Hij zat aan Eddie z'n spullen.
Luister nou eens. Zijn broer heeft mijn foto daar ergens.
Zoek 'm dan, maar daarna kun je je excuses aanbieden aan Eddie.
Verdomme, ik vermoord je. - Rot op.
Goed dan, ik doe niks.
Ik doe niks. Ik wil alleen even kijken.
Dat kan toch geen kwaad?
Jij klootzak, Dell.
Rot dan een eind op. Ik heb jullie niet nodig.
1 juli 1916
Kom, jongens.
Haast je.
Wakker worden, Beckwith.
Waar is hij? - In de reserve. Compagniesbevel.
Zorg dat dat goed terechtkomt. - Ik ga met jullie mee.
Waarom? - Dat zal Harte wel fijn vinden, denk ik.
Heb je het 'm verteld? - Ik wilde hem verrassen.
Dan zet ik een kop thee voor hem in de Duitse linie.
Goed dan. Prima.
Het lijkt een mooie dag te worden.
Nou, u weet wel, in andere omstandigheden.
7.30 uur.
Half acht? Dat is op klaarlichte dag.
Het komt door het tijdstip van het spervuur. Kan niet gewijzigd worden.
Kan dit eten hier weg, alsjeblieft? - Onmiddellijk, luitenant.
Ik heb geen eetlust meer.
Op zo'n dag wil je geen volle maag hebben.
Ik eet nooit wat. - Heel verstandig.
Er is nog iets...
De bevelen zijn gewijzigd. Er is eigenlijk iets mis gegaan.
Twee compagnie�n zijn 's nachts verdwaald geraakt.
Verkeerde verbindingsloopgraaf. Belachelijk.
Er zijn dus te weinig mannen.
Het peloton gaat met de rest van de compagnie mee.
Met de eerste golf.
Dat is niet goed.
Niet met deze groep.
We kunnen er niets aan doen. De bevelen zijn gewijzigd.
En de mannen zullen moeten...
De mannen moeten...
Er is nog ��n ding.
De kapitein heeft elk peloton een voetbal gegeven.
Het peloton dat 'm als eerste de Duitse linies in schopt, krijgt een vat bier.
Het leek de kapitein goed voor 't moreel. Een beetje lol trappen, zei hij.
Slim idee.
Ze zullen om 7 uur klaarstaan.
We hebben die rum nu nodig, luitenant. - Natuurlijk.
Zorg jij ervoor, sergeant?
Wat was dat? Waar kwam dat vandaan?
Het was een ongeluk.
Ik zette m'n geweer tegen de wand en het viel om.
Het was een ongelukje, sergeant.
Nu ben je er geweest, Cornwallis.
Ongelooflijk dat hij dat deed.
Ze zijn allemaal hetzelfde. Praatjes, tot het erop aan komt.
Dat wordt de krijgsraad. - Vuurpeloton, geen twijfel over mogelijk.
Denk je dat hij iets wist? Waarom zou hij het anders doen?
Dat zal ik je vertellen.
Omdat hij geen held is, zoals jij en ik.
Ga naar de compagnie en haal ons rumrantsoen. Bone wijst de weg.
Nu meteen, sergeant?
Je moet hier binnen vijftien minuten terug zijn. Opschieten.
Beckwith, ik heb een cadeautje voor je.
Billy, dat vat bier is zo goed als binnen.
Waar wil jij heen? - Ik heb hier het rumrantsoen.
Er staat hier een heel bataljon.
Heb je Dell de juiste weg gewezen? - Het kon niet missen.
Zelfs in het donker. - Die rotzak.
Hoeveel whisky heeft Mr Harte?
Ik zou het niet weten. - Hoeveel?
Twee flessen, sergeant. Twee en nog een beetje.
Ontploffing, sergeant.
Jij komt met ons mee, jongen.
Beckwith.
Hierheen, en opschieten. Zorg dat hij klaar is.
Wat is er? Wat wil je? - Er is geen rum. Het rantsoen is weg.
Mogen we uw whisky gebruiken, luitenant?
Wat zeg je nou? Zeker niet. - Deze mannen kunnen het anders niet.
We geven ze een slok van uw whisky. Anders komen ze geen vijf meter vooruit.
We willen graag uw whisky gebruiken. Bone kan het ophalen.
Nee, uitgesloten. Toestemming geweigerd.
Ik zei nee. - U weet dat het werkt.
Bied het zelf aan. 'Complimenten van de luitenant.'
Dan volgen ze u overal. Naar de hel en weer terug.
Op elk ander moment had ik je laten arresteren en aanklagen.
Sergeant, u hebt dit al eens gedaan, h�?
Hoe is het?
Daar moet je niet over nadenken. Denk aan je taak.
Ik bedoel: Is het eng?
Ja, dat is het.
Maar je hebt weinig tijd om bang te zijn.
Het is te...
Te vreemd.
Als je aanvalt, kom je in een andere wereld.
Een plek waar niets...
Met de complimenten van de luitenant.
Met de complimenten van de luitenant.
Neem jij niets? Zelfs niet op 'n dag als vandaag?
Dat was het, luitenant. - Goed.
Ga maar weer naar de reserveloopgraaf. - Nee, ik kom met u mee.
Wie zorgt er anders voor uw thee?
Prima.
Dank je.
Bevestig...
bajonet.
Ik ben er slecht aan toe, Horace.
Ik kan het niet, Horace.
Het is dadelijk allemaal ok�. Kom op.
Kom op.
Ik ga eerst, jij direct achter mij.
Gaat het? - Ja.
Ja, ik voel me goed.
Ik ben er klaar voor. Helemaal.
Zo mag ik het horen.
Is dat je liefje?
Ze heet Maria. Ze werkt bij het postkantoor.
Wat doen we nu, sergeant? - Wachten.
Er is iets wat me zorgen baart.
Wat als...
er iets gebeurt?
Misschien overkomt mij iets.
Misschien ga ik zelfs...
Ik bedoel, dat idee heb ik.
Het zit me dwars.
Je redt het wel. Maak je maar geen zorgen, jongen.
Dat zie ik altijd.
Ik ken het type dat zich redt. En jij...
Eruit.
Kom op, Billy. Verdomme.
Hier komen, Macfarlane. Of ik schiet je neer.
Opschieten.
Op 1 juli 1916, de eerste dag van de Slag aan de Somme...
werden er 60.000 soldaten gedood of verwond...
veelal gedurende de eerste twee uur van de aanval.
Het is nog steeds de bloederigste dag in de geschiedenis van het Britse leger.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.