All language subtitles for Abrir.puertas.y.ventanas.(Back.to.Stay.2011).Retail.NL

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic Download
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil) Download
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Pedro komt eraan. Ik wil hem niet zien.

Pedro? - Ja. Hij is er al. Schiet op.

Hoi, Pedro. - Alles goed, Sofia?

Prima. - Ik zoek Marina.

Wist ze dat je zou komen? - Ik had 'misschien' gezegd.

Ze is net weggegaan.

Vreemd.

Weet je wanneer ze terugkomt? - Geen idee.

Weet je waar ze naartoe is? - Naar de advocaat.

Oké. Ik wacht wel. - Nee...

Altijd even vriendelijk.

We zijn net Violeta aan het waxen.

Oké. Wil je zeggen dat ik geweest ben? - Doe ik.

Niet vergeten. - Doe ik niet.

Dat heb je de vorige keer ook gedaan. - Nou...

Het ga je goed. - Dag.

Hij is zo irritant.

Is hij weg? - Ja.

Hoe kun je met hem uitgaan? - Dat doe ik niet meer.

Wat is er? - Niks. Opzij.

Wat is er? - Ga opzij.

Gelukkig maar. Hij heeft zo'n stomme kop.

Hoezo? - Ik vind hem niet meer leuk.

Mooi zo.

Zijn wenkbrauw loopt door.

Hij is een boekenwurm. - Hou op.

Voeten van de bank, Violeta.

Wil je iets eten? - Heb ik al gedaan.

Afstandsbediening? - Je moet de rekeningen betalen.

Ik ga straks wel. - Wanneer dan?

Weet ik niet. - Wanneer?

Weet ik niet. Nu is het te warm.

De antenne...

Zo, ja. Nee...

Zo is hij goed.

Zo. - Zo?

Er moet zo een film beginnen. - Ga aan de kant.

Ga daar zitten.

Deur dicht.

Schrok je van me?

Hoe voelt het?

Vreemd.

Ik heb het nog nooit geprobeerd.

Heb je de garagesleutels gezien? - Nee.

Ik weet zeker dat ze hier lagen.

Ik heb geen idee.

Ik heb ze niet.

Rotwijf.

Ik bel al voor de vijfde keer, maar je neemt niet op.

Ik wil het met je hebben over wat je laatst gehoord hebt.

Het zit zo: ik vind het rot dat ik het zo moet doen...

...maar ik wil niet meer met je uit.

Bel me, als je wilt. Ik laat het aan jou over.

Hallo, Francisco. - Ik moet ophangen. Dag.

Ga je naar de stad? - Ja.

Wil je me bij de bushalte afzetten? - Snel. Ik ben laat.

Kom op, dan.

Waar kijk je naar? - Nergens naar.

We hebben ook yoghurt nodig. - Ik zet het wel op het lijstje.

Ga je naar de soap kijken? - Weet ik niet.

Hallo, meisjes. Ik kom niet thuis eten. Wacht niet op mij. Dag.

Ik ben te recht. Ik heb geen taille.

Je overdrijft. Jij hebt tenminste borsten.

Ik word depressief van de mijne. Zo plat als een dubbeltje. Ik meen het.

Pas deze eens.

Help me eens met de rits. Kom. Ga eens rechtop zitten.

Zo. Even kijken.

Hoe ben ik zo dik geworden? - Hij is toch lelijk.

We trekken hem weer uit.

Waar lag hij? - Op de stoel.

Leg hem terug, anders merkt ze het.

Hoe komt ze aan zo veel kleren? - Ze ruilt ze op school.

Hallo. - Er is telefoon voor je. Vast je vriendin.

M'n vriendin? Vreemd.

Je moet hem binnen nemen. De draadloze is zoek.

Goed. Ik kom eraan.

De batterij is leeg, denk ik.

Ja. Wat is er?

Moet deze hierop?

Nee, ik heb het druk. Van alles, klussen.

Hij is wel bot tegen haar.

We praten later. Bel me op m'n mobiel.

We praten later. Goed? Bel je me op m'n mobiel?

Hallo.

Heb je alles gelijmd?

Bel me over vijf minuten. Ik kan nu niet praten. Oké. Dag.

Bedankt. - Ga je naar de stad?

Nou, bedankt.

Dan moet ik met de bus.

Wat is dit? Waarom haal je dat eraf?

Dit is 'n project 'Geometrische Vormen'. - Doe het de volgende keer zelf.

Mag ik? - Ik ben laat.

Neem een taxi. - Ik ben blut.

Wacht even.

Het zit niet goed vastgelijmd. - Als het anders moet, zit de lijm hierin.

Dat wordt een onvoldoende.

Is dat de vriendin? - Hallo, meisjes.

Hoi.

Je ziet zo dat ze van het platteland komt.

Boerentrien.

Niet bewegen.

Ik wil niet dat je mijn kleren draagt.

Heb je het tegen mij? - Nee, tegen je oma.

Die ene keer dat ik iets van je draag.

Boeit me niet. Trek ze niet aan. Ze rekken uit.

Het is lycra. - Precies. Dat rekt uit.

Trouwens, hij zit afgrijselijk.

Waar doe je het eigenlijk van?

Het was een cadeau.

Kom, trek hem uit.

Nu.

Schiet eens een beetje op.

Je bent onuitstaanbaar.

Eens even kijken.

Ogen dicht.

Dichtdoen.

Ik snap niet wat je hier komt doen. Je doet altijd alsof je slaapt.

Je zou auditie moeten doen. Dan doe je tenminste iets.

Wat kijk je nou? - Je bent gestoord.

Ga je de keuken schoonmaken? - Dat mag die andere trut doen.

Nu... Nu...

Wacht even.

Kijk uit.

Je wordt m'n dood, meisje.

Wat is dit? - De vreemde muziek van Alicia.

Ze heeft iets met een muzikant gehad.

Was het jouw opa? - Nee. Ik geloof het niet.

Doe hem achter je dicht.

Dat is Violeta.

Wat doe jij hier? - Niks.

Hoe was school?

Goed. - Ben je wel geweest?

Ja.

Nog nieuwe klasgenoten? - Niet echt, nee.

Het is ongelooflijk heet in de stad. Schuif eens op.

Schuif op.

Wat heb je geregeld? - Ik heb alles getekend.

Ik krijg de 21 e betaald. - Wij krijgen betaald.

Ook goed. Wij krijgen betaald.

Krijgen we drievoudige compensatie? - Nee.

We moeten eerst andere dingen betalen. - Dan blijft er niks over.

Waar kijk je naar? - Niks.

Ga jij je niet aankleden?

Nee.

Zet een plaat op.

Toe dan.

Er staat iets op het antwoordapparaat voor Alicia.

Wie was het? - Geen idee. Ik was tv aan het kijken.

Ongelooflijk. Kun je de telefoon niet eens opnemen?

Waarom lach je? - Nergens om. Ik ben net zo.

Niet te geloven. - Niet te geloven. Alsjeblieft, zeg.

Het zal wel.

Wat is dit voor nummer?

Schuif eens op.

Jij wilt altijd in het midden zitten. - Nog een stukje.

Waarom heb je dit opgezet? - Omdat ik er zin in had.

Dit is een bericht voor Alicia Tauss.

Ik heet Jimena Frontini. Ik was een derdejaars student van u.

Dit jaar studeer ik af.

Ik ga m'n scriptie schrijven en ik wil graag dat u me begeleidt.

Mijn nummer is 4832-8439. Dank u wel. Tot ziens.

Hoe heette ze?

Geen idee. - Heb je niet geluisterd?

Is dat een bananenmilkshake? - Ja. Er is nog in de keuken.

Ik wil eigenlijk iets stevigers. - Sofia maakt pasta.

Kom je niet aan tafel? - Ik heb geen trek.

Is er ook genoeg voor mij? - Ja.

Ik heb veel gemaakt, dus er is over.

Hallo. Ja. Is Jimena Frontini er ook?

Hallo. Ik ben de kleindochter van Alicia Tauss.

Ja, we hebben je bericht ontvangen.

Heeft niemand op de faculteit je verteld dat ze dood is?

Zeker weten.

Ja.

Aan een hartaanval.

Nee. Het geeft niet.

Tijdens de kerstvakantie.

Goed. Hartelijk bedankt.

Ik wilde het alleen even laten weten, meer niet.

Goed. Goedendag.

Hoe kon ze me vragen of ik het zeker wist?

Natuurlijk weet ik het zeker. Idioot.

Op de faculteit praat iedereen over Alicia.

Ik heb het helemaal gehad.

Snappen ze niet dat ik er niet over wil praten?

Ik wil niet dat iemand er nog over praat.

Was de blender ook af. Die stinkt naar rotte bananen.

Waarom huren we geen film?

Dat zou kunnen, maar ik ga niet. - We kunnen hem laten bezorgen.

Maar Marina mag niet kiezen. Dan vallen we in slaap.

Het is zo. Dan vallen we in slaap.

Ga jij geen film kijken? - Ik moet studeren.

Niet op mijn kamer kijken.

Ja, ik wil een film huren.

Zal ik m'n pasnummer geven? Dat is 70-77.

Ja. Tauss.

Welke nieuwe films hebt u?

Nee, niet zo zwaar. - Een romantische komedie.

Een komedie?

Welke nog meer?

Help eens mee.

Is die Argentijns? - Geen Argentijnse film.

Iets niet-Argentijns.

Ik moet erover nadenken.

Zo simpel is het niet.

Oké.

Tot later.

Ja.

Ik bel je om drie uur.

Kus. Dag.

Ik had m'n sleutel vergeten. - Marina zocht je.

Waarvoor? - Je had 't wisselgeld niet teruggegeven.

De trut. Ze heeft alles door.

Wat heb jij? - Niks.

Twee grote passies hebben 't thema 'adoptie' uit de taboesfeer gehaald.

Laat staan. - Hierdoor...

Zet harder. - ...Is er een adoptiewet aangenomen.

Het gaat er niet alleen om een kind te kiezen...

...om de leegte op te vullen die kinderloosheid met zich meebrengt.

Wij willen een kind dat het nodig heeft, een thuis geven.

Als ouders voor adoptie kiezen... - Marina?

Ze is er niet. Ze heeft een avondcollege.

Het belangrijkste is mentaal voorbereid te zijn.

Bereid je als koppel voor op een adoptie.

Denk er goed over na en bereid je samen op de toekomst voor.

Heb jij nooit gedacht dat ze geadopteerd was?

Wie? - Marina.

Dat is belachelijk.

Ik denk er vaak aan.

Ze is anders.

Ze lijkt op niemand.

Hoe komt ze aan die blauwe ogen? - Dat zegt niks.

Heb jij dat nooit gedacht? - Nee.

Ze is uit ander hout gesneden.

Of niet?

Wat heb je toch? - Hoe bedoel je?

Wat heb je? Ik snap je niet.

Marina is geadopteerd. Ik heb in de garage gekeken.

Er is niet één foto van haar als baby. Onze geboortebewijzen zitten bij elkaar.

Alle papieren liggen op één plek.

Maar er is niks van Marina. - Hou erover op.

Het is vreemd. - Kappen.

Ik bedoel alleen... - Je bent jaloers.

Jaloers? - Ik ben het zat.

Wat ben je zat?

Geef me een zin over cultuur. Een korte.

Geen idee. Waar is het voor? - Maakt niet uit. Ik heb weinig tijd.

Wat dan ook. Iets snels. - Laat eens zien.

Het klinkt best logisch. Ik zou niks veranderen.

Zal ik het zo laten?

Ga je het zo inleveren? - Ja.

Oké.

Perfect.

Ga je zo naar college? - Ja. Hoezo?

Ik moet m'n werkstuk presenteren.

Krijg je een voldoende als je je hoerig kleedt?

Kun jij de was doen? Ik ben laat.

Verder nog iets? Ik doe hier alles. - Je geniet ervan.

De hele dag op je rekenmachientje.

Dag.

Hallo. Is er iemand? Violeta, ben je daar?

Je moet me iets sturen. Het is dringend.

Ben je daar? Neem op.

Trut.

Marina.

Ga naar binnen. Het is koud.

Violeta.

Hoi. - Hoi.

De wasmachine is stuk.

Heb je m'n bericht niet gehoord? - Nee. Welk bericht?

Ik heb vanmiddag gebeld.

Ik was buiten. Ik ben in slaap gevallen in de hangmat.

Vreemd dat Violeta niks heeft gehoord. - Ze heeft het vast gehoord.

Ze had geen zin om op te staan.

Wat had je nodig? - De cd werkte niet.

Je moest 'm naar me e-mailen.

Ben je 'm nu aan het versturen? - Ja.

De leraar deed niet moeilijk.

Dan heeft je outfit dus gewerkt. - Zoals altijd.

Ik wil een nieuwe computer.

Heb je Violeta gezien?

Weet jij waar ze is? - Ik ben net terug.

Ik kan haar nergens vinden.

Hij verstuurt niks.

Wist jij dat Violeta al vier jaar rookt? - Violeta?

Ik voel dat er iets mis is.

Eindelijk verstuurd.

Ik heb trek. - Ik ook.

Zullen we een pizza bestellen? - Ik wil een 'faina'.

Is daar iemand? Violeta, ben je daar?

Je moet me iets sturen. Het is dringend.

Ben je daar? Neem op.

Trut.

Hallo, meisjes. Met mij.

Jullie hebben vast het briefje in de keuken al gelezen.

Ik ben nog op het vliegveld. Ik vertrek bijna.

Tot kijk. Ik hou van jullie.

De ijsklontjes zijn op.

Marina.

Verdomme.

Wie is daar? - Sofia.

Is er iets mis? - Ze had een glas whisky.

Ik was boven. Ik weet niet hoelang. - Marina.

Toen ik beneden kwam, was de fles leeg.

Ze weegt een ton. - Pas op de stoel.

Haal een glas water en een emmer, voor de zekerheid.

Violeta is weg.

Waarheen?

Heeft ze niet gezegd. Ver weg.

Hoezo, ver weg?

Ze nam het vliegtuig.

We hoorden haar bericht op het antwoordapparaat.

Ze belde vanaf het vliegveld.

Daarna zagen we de brief.

'Ver weg', zei ze.

Ze ging met een vent mee.

Hij moest reizen vanwege z'n werk.

Ze had niet eens verteld dat ze iemand had.

Zelfs niet aan Marina.

Heb jij haar ooit met een vent gezien?

Nee.

En hoe gaat het met jou?

Slecht.

Het is niet eerlijk.

Ik had eerst moeten gaan.

Geen zorgen. Jij gaat nog wel.

Wil je thee? - Nee.

Dag.

Hallo. - Hoi. Ik kwam het geld brengen.

Oké. Leg maar op tafel.

Bedankt.

Wil je het proberen?

Oké.

Alicia wilde niet dat wij het gebruikten.

Ze verborg dingen voor ons.

Toen we klein waren, hield ze al dingen voor zichzelf.

Zoals?

Dingen waar we nooit aan mochten komen.

Het bed, haar fiets...

...de kamer boven.

Wat staat er in de garage?

De spullen van onze ouders.

Alicia borg ze daar op en niemand kwam eraan.

Vind je dit ontspannend? - Ja en nee.

Wat bedoel je? - Ik vind het prettig...

...maar het lawaai is ondraaglijk.

Wat vind jij?

Ik voel me een beetje belachelijk.

Na een tijdje wen je eraan.

Nee, ik kan haar niet vinden. Ik dacht dat ze boven was, maar ze is weg. Ja.

Goed. Ze studeert, ja.

Ik werk.

Ik heb promotie gemaakt. Alles gaat goed.

In ieder geval...

Ik ben van school gegaan.

Mijn tentamens gingen slecht.

Heb je geen nummer, zodat we jou kunnen bellen?

Oké. Wat jij wilt.

Wanneer kun je me geld sturen?

Wanneer het je uitkomt, maar hoe eerder hoe beter.

Pas goed op jezelf.

Goed.

Goed. Kusje.

Ik zal het haar zeggen.

Dag.

Violeta? Hoi. Niets. Ik heb alleen het geld zo snel mogelijk nodig.

Dus als je kunt...

Goed. Dag. Kus.

We hebben veel weggehaald.

Wat doen jullie? - Kijk uit. De politie is er.

Ben je gek geworden? Wat heb je gedaan?

Wat heb je gedaan?

Waarom? - Hij was geïnfecteerd.

Ik heb het hem gevraagd.

Wat is er?

Niks.

Niks.

Hoezo, niks?

Ze kan niet tegen verandering. - Kom op. Wat is er echt aan de hand?

Meer is het niet.

Zo kunnen we het niet laten liggen.

Nee.

We zijn toch al bijna klaar.

Wil je thee?

Mag ik je iets vragen? - Ja.

Wat dacht je toen je ons voor 't eerst zag?

Geen idee. Veel. Wat bedoel je precies?

Vond je niet dat Marina anders was?

Ik was verbaasd over hoe verschillend jullie alle drie waren.

Maar Marina niet meer? - Nee.

Ik weet zeker van wel.

Wat wil je daarmee zeggen? - Niks.

Hoi.

Zou je niet vanavond pas terugkomen? - Nee.

Je zit onder de aarde.

Ja. Ik heb in het gat gezeten. - We kunnen het opvullen, als je wilt.

We moeten het vóór zaterdag doen. - Oké.

Ik wilde sorry zeggen voor gisteren. Jij kon er niks aan doen.

De wortel was dood. - Ja.

Wacht. Ik help wel. Waar moet hij? Daar?

Dat was Alicia's laatste rustplaats. - Wat?

Haar as.

Serieus? In het gat? - Ja. Maar het is maar as.

Violeta had die plek uitgekozen.

Heb je iets gehoord van Violeta?

Een paar e-mails. Alles is goed, zegt ze. Ik weet 't niet. Een beetje mysterieus.

Je hebt een atelier gemaakt.

Heb je dat ook gezien? - Ja. Ik was nieuwsgierig.

Het spijt me.

Mag ik je vasthouden?

Goed. Doe maar.

Dit wil ik al heel lang doen.

Kun je een gitaar maken? - Nee. Ik moet nog veel leren.

Het hout ruikt vast lekker. - Heel erg.

Wil je binnenkomen? - Ik ga niet met je naar bed.

Dat bedoelde ik niet. Je kunt zo niet bij me weglopen.

Sofia is binnen. Zij wil je vast dat plezier wel doen.

Marina?

Wat? - Ik vind jou leuk.

Goed. Dag.

Binnenkort vraag ik je mee uit.

Oké.

Wat doe jij hier?

Waarom doe jij je deur op slot? - Dat is mijn probleem.

En die jurk? - Die is van mama.

Waar heb je die gevonden? - Daar. Violeta had hem.

Waarom draag jij hem? - Mag dat dan niet?

Daar gaat 't niet om. - Waarom dan wel?

Nergens om.

Hallo. - Hoi.

Hoe gaat het? - Prima.

Ga je naar de faculteit? - Ja.

Wil je een lift? - Goed dan.

Heb je les vandaag? - Nee. Ik ga studeren met klasgenoten.

Echt? Dat is iets nieuws.

Een beetje wel.

Eigenlijk hou ik er niet zo van. Ik moet altijd helpen.

Maar ik kan me hier de laatste tijd niet concentreren. Bedankt.

Ik was bijna de lp's vergeten.

Nou, dag.

Sofia?

Hoi. - Hoi.

Ik ga naar m'n kamer.

Hoi.

Kijk niet zo, als je hier bij mij wilt blijven. - En de gsm?

Dat was een cadeau. - O, ja?

Ja.

Laat me los.

Kijk me nooit meer zo aan.

Hoor je me?

Kijk me aan.

Hoor je me?

Hoor je? - Ja.

Het was een cadeau.

O, ja? - Ja.

Hou op met liegen.

Ik hoorde je tegen Francisco zeggen dat ik op niemand lijk.

Hallo, Jimena. Hoe gaat het? Met Sofia.

Kan ik Gerardo spreken?

Bedankt. Dag.

Hoi, Gerardo.

Ik kan vandaag niet, want m'n oma is gisteren overleden.

Klaar?

Goed dan. Dag.

Sofia zet de meubels aan de straat.

Ze is gestoord.

Heb je niks gezegd? - Ik weet niet wat ik moet zeggen.

Kom, dan brengen we ze weer binnen. - Nee.

Ze zijn al door kinderen meegenomen.

Ik ben moe.

Hallo. Ik doe hem wel dicht.

Hallo. - Hallo.

Zoek je de eigenaar? - M'n zus. We wonen hier.

Ze is achter.

Ik ben hier.

Er zijn lp's weg. Ik wil dat je ze terughaalt.

Goed. Ik bel die vent wel. Hij brengt ze vast wel terug.

Ik wil weg. Ik wou dat ze klaar waren.

Ik wacht wel op ze, als je wilt.

Goed. Dan mag je ze ook betalen. - Violeta heeft gebeld.

Alles is goed.

Ze heeft een gitaar gekocht en speelt weer.

Heeft ze geen nummer gegeven? - Nee.

Wanneer heeft ze gebeld? - Een paar weken geleden.

Bent u bijna klaar? - Nog vijftien minuten.

Mijn zus blijft hier. Zij betaalt jullie. - Prima.

Enorm bedankt. - Graag gedaan.

Zo, ja. Goed. - Wacht. Ik zit vast.

Denk om de muur.

We zijn er bijna. - Ik kan niet meer.

Kalm aan. - Bijna.

Au. M'n rug doet pijn.

Binnen.

Waar zal ik deze neerzetten? - Op dat tafeltje.

Ik wil dat liedje van Violeta horen. - Hopelijk werkt het internet.

Dit snoer? Sluit ik hem hiermee aan? - Ja.

Waar zal ik deze lamp neerzetten?

Ik zou hem daar neerzetten. - Bij de poef?

Hij past hier eigenlijk niet. - Ik vind hem mooi.

Ik ook.

Niet daar.

Nu het mij zo zwaar valt weer een dag zonder jouw woorden

in mijn tas zit van alles alles, behalve schone kleren

als ik nu denk aan de morgen wil ik weer naar jou

met de trein naar jou gaan

ik nader het station heel langzaam

en jouw beeltenis zie ik voor me in gedachten op glas

je ziet me, steekt je hand op en je glimlacht

ik zie je door het raampje

Is dat haar vriend? - Laat me luisteren.

Het is dat vriendje.

Op me wachten op het perron

zul jij daar op me wachten op het perron

nog één keer op me wachten op het perron

geen idee, geen idee

ik zweer je, ik heb geen idee

ik wil nooit meer bij je vandaan

want ik weet

op den duur

wordt alles weer zoals het moet zijn

wordt alles weer zoals het moet zijn

wordt alles weer zoals het moet zijn

Ik vond 't mooi. - Ze heeft het niet alleen gemaakt.

Goed nummer. - Zeker.

Ik moet gaan. - Hoe laat is het?

Twee uur. - Dan moet ik ook gaan.

Gaan jullie naar de stad? - Ja.

Willen jullie een lift? - Oké.

Ik snap het niet echt. Voor wie zong ze het nou?

Vanavond luisteren we weer, om te zien of je er iets van begrijpt.

Vertaling: Subs Media

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.