Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Szczepek?
Blijf af. Schijn me bij.
Zeg dat er niks waardevols is. - Z'n ouders hebben niks achtergelaten.
Wat moet jij met die mof? - Gaat je niks aan.
Handen omhoog, Pools zwijn. - Schiet.
Kom op. - Schiet.
Schiet dan.
Zoek een Poolse man om te neuken.
Waar zat je? - Er was een leiding verstopt.
Zat hij verstopt met kippen?
Zonder vers fruit blijft ze hoesten tot de zomer.
Vers fruit?
Ik wist vroeger niet eens wat een sinaasappel was.
Jij leefde op straat.
Laat haar met rust, hoor je?
Laat haar.
We moeten opstaan. - Het is zondag.
Ik moet naar de mis. - Er is nog tijd.
Niet kietelen.
Hou op, gekkerd.
Ik ben gebeten.
Kun je daar iets zien? - Wat? Ik zie helemaal niks.
Het jeukt enorm. Krab eens, Poldek.
Stil.
Je maakt Stefcia wakker.
Je maakt te veel herrie.
Pak de ladder.
Kom, hierheen komen. Schiet op, doorlopen.
Dans.
Handen omhoog. Omhoog.
Hou hem vast.
Lach naar het vogeltje.
Klara?
Geef hem 200.
Tot volgende week.
Hallo. - Hallo, Szczepek.
H�, jid.
Wat is er?
Dat is voor de nepverlovingsring die je me verkocht hebt.
Marysia verwacht iets moois voor haar heiligendag.
Neuk haar een keer goed.
Ik meen het. We moeten dit verkopen.
Nu niet, de markt is slecht. Deze troep is nu niks waard.
Koop sieraden bij een jood voor een paar worsten.
Geduld, Szczepek. - Geduld? Marysia zal me verlaten.
Aleksy, een nieuwe buurman...
Een vriend, zegt ze, maar volgens mij neukt hij haar.
Hij is slim en heeft een gladde tong. Die rotzak.
Poldek...
Ik hou van haar.
Sla haar dan, als je van haar houdt. - Sla jij Wanda?
Zij slaat mij. - Je zit me weer te klieren.
Hoor je dat?
Dat?
Wat is dat? - Het komt uit het getto.
We zijn er doorheen.
Het is ons gelukt.
Het riool is van ons.
Zo ontmoeten we elkaar weer.
Het is Zwitsers. Neem aan.
Het is veel waard. Geloof je me niet?
Als je er geen 500 voor krijgt, mag je ons aangeven.
We krijgen meer voor aangifte.
Goed. 500...
...plus het horloge.
500 en het horloge. - Nee, nee, nee.
Het is in orde. Ik ga naar boven voor het geld.
We gaan mee. Voor de zekerheid.
Krysia.
Krysia, hou daarmee op of jullie gaan weer in de kast.
Paulina, wat doen zij hier? - Ze hadden wat frisse lucht nodig.
Wees niet boos, Ignacy.
Ik ben zo terug.
Hoe heet jij? - Piraat.
Goede naam voor een dief.
Ik ken het riool beter dan m'n eigen vrouw.
Het is geen plek voor jullie. - Er is nergens plek voor ons.
Maar ik weet wel plekken waar het zou kunnen werken.
Voor de juiste prijs.
Noem je prijs.
500 per dag.
Afgesproken. - Poldek...
Ze zullen ons ophangen. - Maak je geen zorgen.
Die ene is bang, hij zal ons verraden. - Polen zijn niet te vertrouwen.
Het is vier tegen twee. We kunnen ze makkelijk aan.
We kunnen ze niet vermoorden.
Waarom niet? Het is oorlog.
Voor een van hen vermoorden ze twintig van ons.
Niemand zal het weten. - We hebben geen keus.
We kunnen ze altijd nog aangeven. Eerst eens zien hoeveel ze hebben.
En, hebben we een afspraak?
Hier is een aanbetaling. U krijgt de rest als we u nodig hebben.
Hoe vinden we u? - Wees gerust, ik vind jullie wel.
Ik had meer moeten vragen.
Socha?
Socha.
Bortnik. M'n vriend uit Oekra�ne.
Dat is jaren geleden. - Goed je te zien, kerel.
Ik ben commandant.
Szczepek werkt met mij. Ik ken Bortnik uit Lonski.
Heb je vastgezeten? - Ik had geen keus.
Luister, Szczepek, Lonski zat vol met klootzakken.
Maar Poldek niet. Op hem kon je bouwen.
Dat zal ik nooit vergeten. Proost. - Proost.
Je beste wodka voor m'n vrienden. Weet je wat dit betekent?
Ik kan al m'n vrienden helpen.
Zelfs de vrienden van m'n vrienden. - Mag ik?
Als je iets nodig hebt, zeg je het maar.
Ik heb aan de Oostzee getraind. Ze zijn er keihard.
Maar de Duitsers zijn het beste wat de Oekra�ners kon overkomen.
En de Polen ook.
Proost.
Poldek.
Janek, je vrouw.
Straks wordt ze wakker.
...en op accordeon speelde Ryszek Kynczel...
Was Witek Szugenia erbij? - Ja, die ook, ik zeg het je.
En het meisje van Grochowiak was er ook.
Heb je gefeest? - Jazeker. Die ogen van haar.
Net een verdwaald schaapje. Het lijken wel diamanten...
Krysia? Pawel? - We zijn hier, mama.
Dit is mijn kamer.
Ga weg. Hou op met duwen. - Laat ons erin.
Rustig aan, rustig aan.
Ga aan de kant.
Laat me erdoor.
We gaan niet met je mee, Janek. - Wat?
Het is zij of wij.
Dit is niet het moment...
Denk je dat ik het niet weet?
Ik ben niet blind. Het is zij of wij. Kies.
Vader...
Je mag hem hebben, rotwijf. Mannendief.
Niet duwen.
Help me, alsjeblieft.
Help me, ik heb een klein kind.
Help me, alsjeblieft. - Poldek, ik doe hier niet aan mee.
Ik heb een klein kind. Help me.
Opzij.
Sneller, kom op. Zij mogen het eerst.
Het spijt me... - Ignacy, jij eerst.
Krysia wilde per se haar rode laarzen aan.
Sneller, sneller.
Waar is die Pool nu? - Daar gaat je aanbetaling.
Ignacy. - Nee, het is daar donker.
Krysia, alsjeblieft. - Nee, nee.
Het komt allemaal goed.
Geef me je hand, Paulina.
Piraat.
Krysia, het komt goed. - Mr Chiger, bent u daar?
Dacht je dat we niet kwamen?
Klara, ik ga niet.
Nee, het stinkt daar.
Mania, kom hier. Nu.
Klara, ik smeek je, ik kan het niet. - Kom, Mania.
Krysia, je moet naar beneden gaan. - Nee, nee.
Luister. Luister naar me.
Luister naar me.
Hier ben je veilig, maar je moet ophouden met huilen.
Mania, je kan hier niet blijven. - We blijven.
Mania, alsjeblieft.
Waar is je tas? - Je kan hier niet blijven. Ga mee.
Zeg me niet wat ik moet doen.
Aan de kant.
Mania, kom op, naar beneden. - Nee, nee.
Laat me los.
Klara...
Ga naar beneden.
Wees voorzichtig.
Er liggen overal drollen.
Kom op, Mania. - Nee, ik ga terug.
Als we achterblijven, verdwalen we. - Ik ga terug.
Ben je doof? Zo verdwalen we. - Ik wil hier niet zijn.
Denk je dat ik hier wil zijn? - Laat me met rust.
Kom op. - Ik wil naar huis.
Ik kan niet altijd voor je zorgen. Stel je niet aan.
Je bent geen kind meer. Begrepen? - Klara...
Bemoei je er niet mee, Mundek.
Kom mee. - Ik haat je, rotmens.
Mania, daarboven zullen ze je vermoorden.
Klara is je zus, je enige familie.
We moeten ons haasten. Kom mee.
Je had eten kunnen meenemen.
Kunnen we even uitrusten? - Als ik het zeg.
Kinderen eerst.
Godverdomme.
Ze zijn met z'n allen gekomen. Stelletje luizen.
Aan de kant.
Ga aan de kant.
Wegwezen.
Maak plek voor de kinderen. Mrs Chiger, kom hier.
Ga zitten, Pawel.
Jullie blijven nu hier.
Wat is het hier vies.
Ik heb dorst. - Er is niet genoeg zuurstof.
Szczepek.
Kom.
Stop, jid, of ik schiet.
Niet schieten. Ik ben geen jid.
Ik ken Bortnik. Hij is m'n vriend. - Handen omhoog.
Antoni is in het getto. We gaan het navragen.
Hou je handen omhoog.
Hier links.
H�, Bortnik, deze kerel zegt dat hij je kent.
Hij is ok�. Laat hem gaan.
Wat doe je, Socha? - Ik werk hier. Het riool was verstopt.
Wees blij dat ze me hebben gevonden.
Heb je joden gezien daarbeneden?
Alleen lijken. Vandaar de verstopping.
Zeg het me als je levenden vindt. - Zeker.
Het is onze plicht. - Ja.
Herr Offizier.
Pas goed op.
Je ziet er vreselijk uit. - Zware dag op het werk.
Als je wilt, vul ik het bad voor je.
Heb je het gehoord?
Volgens mij is er niks over van het getto.
Heb je iets gezien?
Die arme mensen.
Ze loven beloningen uit als je joden aangeeft. Er worden mensen rijk van.
God zal de hebzuchtigen straffen.
De joden hebben Christus gekruisigd.
Het staat in de Bijbel:
'Zijn bloed kome over hen en hun kinderen.' Dat zei de pastoor.
Dat is kerkpolitiek.
Denk er eens over na.
Joden zijn net zoals wij.
Onze Vrouwe en de apostelen zijn allemaal joden.
Zelfs Jezus.
Jezus?
Mania?
Hebben jullie Mania gezien?
Heb je Mania gezien?
Heeft iemand Mania gezien?
Is Mania je zus?
Ze stapte op me toen ze wegging.
Is ze weggegaan? Waarheen? - Geen idee.
Ze huilde. Zei dat ze hier niet wilde sterven.
Ik moet...
Ik moet haar vinden.
Klara...
Ga niet naar buiten. - Ik moet haar vinden.
Waar is ze?
Klara.
Waar is ze? Ga haar zoeken.
Zoek haar.
Hebt u een feestje, Mr Socha?
En een paar worsten.
Goedemorgen.
440 zloty.
Echt? Dat is onredelijk.
Uien zijn tien zloty. - Vorige week waren ze vijf.
U kunt het betalen, Mr Socha.
Laatst had je vrouw geen geld en nu kom je inkopen doen...
...voor een heel leger. Basia, wil je wat snoep?
Wijsneus.
Moet je horen wat Goebbels zegt.
'Onze helden in het Oosten zullen de bolsjewieken en joden verslaan.'
En in Stalingrad worden afgeslacht.
Ik had nooit gedacht dat ik het getto zou missen. Ongelooflijk, h�?
Je mag gerust teruggaan.
Wees stil.
De Duitsers zijn aan het verliezen. Je moet tussen de regels doorlezen.
Chiger, we weten dat je hun taal spreekt.
De taal van Heinrich Heine. U zou 'm moeten leren.
Maar u ziet onwetendheid zeker als een zegen, Mr Grossmann?
Ik heb eten meegebracht.
Kalm aan, rustig.
Hou op, niet duwen.
Dat is van ons. - Hou je koest.
Jullie maken elkaar nog af. - Dat is ons brood.
Rustig aan, zei ik.
Is de aanval in het getto voorbij? M'n zus is teruggegaan.
Naar het getto?
De overlevenden zijn naar Janowska gebracht.
Het getto is leeg.
Jij...
...jij...
...en jij...
...kom met me mee. Szczepek, jij blijft hier.
Nee, nee, nee.
Kijk.
Jullie gaan hierheen. Dat is veiliger.
Voor jou of voor ons?
Er zijn hier veel schuilplaatsen.
Hoe moeten we hier in passen?
Ik heb niet beloofd voor alle joden in Lvov te zorgen.
Te veel is gevaarlijk.
Hoeveel kun je er redden?
Tien.
Maak er twaalf of veertien van.
Tien, hooguit elf.
Ik heb er zeven gekozen.
Wie heeft jou God gemaakt, Grossmann?
Het was mijn kamer. Ik liep al het risico.
En het was mijn idee. - Maar ik betaal ervoor.
Ben je beter dan wij? - Zonder oorlog had ik je nooit gekend.
Luister naar de professor die geen Jiddisch wil spreken.
Al je kennis heeft je geen verstand gebracht.
Je brengt kinderen naar deze hel. Dwaas.
Ik weet zeker dat je de kinderen liever bij de Duitsers had gelaten.
Zoals je minnaar met z'n gezin deed. - Hou je bek, wijf.
Stilte. Wees stil.
Oude tang. - Dit lost toch niks op? Genoeg.
Dus?
We zijn met z'n vieren.
Mundek, Klara, Janek, Berestycki, dat zijn er acht.
Chaja...
...Landsberg. - Waarom? Hij is verlamd.
Maar niet mentaal verlamd. En Frankiel, dat maakt elf.
Spreek Pools, verdomme.
En Irena? - Frankiel is nuttiger.
Ik blijf hier. Ik vertrouw die Polen niet.
Wie gaat er mee?
We zijn met z'n twaalven. - Ik zei tien.
Ik blijf hier. - Je gaat mee. Omdat ik het zeg.
Ik smeek je. Twaalf. Zoals de apostelen.
Een jid weet dat niet, maar de twaalfde was Judas.
Het waren er altijd twaalf. Na Judas kwam Mattias.
Goed, twaalf, maar meer niet.
Je mag met ons mee. - En Daniel? Ik ga niet zonder hem.
En die kinderen dan? Ze hebben niemand.
Dertien? Veertien? Zestien?
Geef een jood een vinger en hij neemt je hele arm.
Ik smeek je... - Nee. Elf of niemand.
U kunt uw kinderen achterlaten, Mrs Chiger.
We wachten hier.
Kom mee.
Krysia.
Krysia, kom op.
Alsjeblieft, kleintje.
We zijn je heel dankbaar...
...maar 500 per dag voor elf mensen is wel erg veel.
Voor brood, aardappels, suiker. - Ja, maar dan verdien je nog...
Slechts 70 zloty per dag, die ik deel met Szczepek.
U onderhandelt over uw eigen leven. U bent een echte jood.
Wacht.
Wacht. Verdomde ratten.
Kom hier.
Kom op. Verdomd ongedierte.
Heb je het koud? Het komt wel goed.
Wees niet bang, kleintje.
Mama, gaan ze ons bijten?
Dit vindt Marysia mooi.
Er zit bloed op. - Ik was 'm wel. Hij is mooi groot.
Voor jouw Stefcia. Geef ze aan haar.
Een souvenir uit het getto van oom Szczepek.
Als je het over de duivel hebt...
Ik kwam net aan je vrouw vragen waar je was.
Er zitten joden in je riool.
Poldek weet er niks van. - Ik heb alleen lijken gezien.
Een vrouw in de Peltewnastraat rook gebakken uien op haar toilet.
Ik heb het ook geroken. Kijk. Ze moeten hier zitten.
Als we hier in het riool gaan, is het niet ver. Kunnen we erin?
Ja, dat kan. - Dan gaan we. Kom op, Poldek.
Niemand kent het riool beter dan uw man.
Ik woon in een mooi huis. Weet je van wie ik het heb gekregen?
Een rijke Jiddische familie die ik nooit heb ontmoet.
Poldek, de Duitsers betalen 500 voor elke jood die we vangen.
Hopelijk vinden we een paar joden in het riool.
En het liefst rijke.
Kijk.
Idioot, nu weten ze dat we komen. - Ik schrok van die rat.
Allemachtig, wat een stank.
Je zou hier kunnen stikken.
Poldek?
Is het niet deze kant op?
Nou...
Poldek...
Verdomme.
Ik kan daar gaan kijken, als je wilt.
Goed, kijk jij maar.
Niks te zien.
M'n laarzen zitten onder de kak.
Breng me naar buiten.
Nee, dat is veel te gevaarlijk. - Alsjeblieft. Eventjes maar.
M'n schoenen zijn kapot.
Ik weet het niet.
Hoe is het met de kinderen?
Het is maar een rat. Kom, ga maar zitten.
Ze wierp een blik op het tafelkleed en zei 'leuk'.
'Leuk.' Na alle moeite om het te wassen.
Ik zei dat ze kon oprotten. - Szczepek.
Toen zei ze dat ze toch liever met Aleksy...
Wanda, hij zou iemand zoals jij moeten vinden. Alleen iets jonger.
Nieuw?
Dit hier? Van Mr Chiger. Het is Zwitsers.
Mr Chiger? - Ja, een van onze joden.
Heeft Poldek niet verteld...
Joden, Poldek?
We hebben wat joden gevonden in het riool.
En help je ze? - Mrs Socha...
Wanda, ze betalen ons.
Dus dat is je 'loonsverhoging'.
Jij zei dat de joden net als wij zijn. Dat Jezus een jood was.
Was Jezus een jood? - Ik doe het voor jou en Stefcia.
Zeg niet dat je het voor ons doet. Raak me niet aan.
Is dat echt waar? Was Jezus een jood?
Janek.
Chaja.
Bortnik, hoe gaat het? - Ellendig.
Die rotzakken zaten daar wel.
Ze hebben een stel jidden in je riool gevonden.
Wat? Waar? - We zijn ze misgelopen.
Hoeveel? - Dat weet ik niet.
Ze lagen er te rotten. Ze moeten hulp hebben gehad.
Anders hadden ze het niet zo lang gered. Wat denk jij, Poldek?
Als ik die hufter te pakken krijg... - Verdomme, al dat geld.
Bortnik, als er nog meer joden zitten, zijn ze van ons.
Blijf even, drink iets met me.
Haast je langzaam. Ik zal een rondje halen.
Doe je mee? - Ik heb het druk. Kom je, Szczepek?
Je kan er eentje gebruiken. - Je hebt de baas gehoord.
Een glas wodka voor mij.
Kom mee, schiet eens op.
Stel dat ze gepraat hebben. - Dan lagen we al in een kist.
Nee, Poldek. - Wat? Kom op.
Ik kan je niet meer helpen.
Wat zeg je?
En de onzen? - Ze mogen het niet weten.
Dus ze zijn ongedeerd?
Wie heeft de moffen hierheen geleid? Jij?
Loop naar de hel, onderkruipsel.
Geef terug, dat is mijn potlood.
Mama, hij geeft het niet terug. - Het is van mij.
Geef terug, het is mijn potlood.
Geef het aan haar, Pawel. - Laat los, het is mijn potlood.
Moet je die idioot zien.
God luistert niet. Kom op.
Geef het terug, Pawel.
Kinderen, wees stil. - Mama. Geef het terug.
H�, Janek.
Ophouden.
Janek, ophouden. Hou op.
Kalmeer. - Ik schiet, ik zweer het.
Ga weg. - Bedaar.
Stop met schreeuwen of ik schiet. Ik zweer het.
Ga bij me weg.
Ik zweer het.
Kalmeer. - Hou op met die verdomde gebeden.
God is hier niet. - Janek, doe dat pistool weg.
Hou je kop. - Doe het weg. Janek, kalmeer.
Kom op, doe dat pistool weg.
Doe dat pistool weg.
Wat is er gebeurd? - Niks.
Mundek? Waar is Janowska?
Het moet daar ergens aan de linkerkant zijn.
Klara?
Ben ik Assemeisje?
Assepoester. - Assepoester.
Passen ze?
Mis je Leipzig?
Ik heb m'n familie al vier jaar niet gezien.
Ik krijg al twee jaar geen brieven. Ik heb geen thuis meer.
De Duitser die m'n vader heeft opgehangen...
...die...
...aan het touw heeft getrokken...
...had vlak daarvoor beloofd hem te redden.
Ik moest van papa beloven dat ik voor Mania zou zorgen.
Ze is verwend, maar ze heeft een goed hart.
We maakten altijd ruzie, daarom moest ik het beloven.
En? - De vlam ziet er goed uit.
Ze hebben de anderen gevonden, niet de onzen.
Is er iets veranderd? - Het is veilig.
Er is geen methaan vandaag.
Hoorde je wat ik zei? De joden... - Joden?
Welke joden?
Kaartjes.
Kaartjes.
Het doek.
de poort is al gesloten
de mensen en de vogels slapen de katten en honden slapen ook
dus doe je oogjes toe
iedereen slaapt, dus slaap jij ook
als ik 200 zloty verdien
koop ik een mooi huis voor je
je zult slapen als een prinses op een bed van witte rozen
welterusten, doe je ogen toe
het huis zal een tuin hebben
en een koor zingende vogels
ze zullen voor je zingen tot het ochtendgloren
welterusten, doe je ogen toe
Je zingt mooi, Krysia.
Prachtig.
Alsjeblieft, Klara.
Ik heb geen geld meer, Mr Socha. Maar maakt u zich geen zorgen...
...toen de Duitsers binnenvielen, heb ik juwelen begraven.
Zet me neer, idioot.
Ik wil je iets laten zien.
Ze zijn van Chiger. Ik moet ze verkopen.
Wanda, je zou nooit meer hoeven te werken.
Je eigen dienstmeid.
Ze zijn me niet eens dankbaar. Ze stellen alleen maar eisen.
Het is weg.
Het zat in de linkerzak. Weg. Het is weg.
Ik heb hier ook al gekeken.
Misschien ligt het daar.
Ik heb overal gekeken. - Is het gestolen?
Ze hebben het gepakt.
Bukken, bukken.
Ik gaf het teken. Waarom zijn jullie zo bang?
We waren bang dat u niet terug zou komen.
Of met de Gestapo.
Waar is Janek?
Weggelopen. Met Frankiel en Landsberg.
Ze zullen worden gepakt en... - Janek zal niet praten. Nooit.
Fijn dat je hem zo vertrouwt. - Nooit.
Ik dacht dat je ze zou verkopen. - Ik kom niet meer terug.
Ik riskeer het leven van m'n gezin, en waarvoor?
Klachten en beschuldigingen. En nu dit verraad.
Genoeg. Het is genoeg geweest.
Szczepek had gelijk.
Mundek.
Hij rent zo naar de Gestapo. - Dan had hij dat al gedaan.
Hij had de juwelen kunnen houden.
We hadden 'm eerder moeten doden. - Hij had niet terug hoeven komen.
Ben je gek geworden?
Het spijt me heel erg, Mr Socha.
Jullie zullen hier creperen.
Mr Socha. - Ben je nu tevreden?
Mr Socha.
Heb je dorst?
Ben je moe? Ga maar liggen.
Dat is fijn.
Is dat niet fijn?
We moeten nog een klus klaren. - Wat voor iets?
Twee adressen. - O, ik dacht...
Wat? - De joden.
Welke joden?
Poldek, ik vreesde niet alleen voor mezelf.
M'n Marysia is zwanger.
Van jou of van Aleksy?
H�, rotzak. - Sta op.
Jij stomme rotzak.
Veeg je neus af, lafaard.
Verdomde klootzak.
Huilebalk.
Lafaard.
Huilebalk...
Een, twee, drie, vier...
Chaja?
Haal wat water.
Haal wat water voor haar.
Ze heeft haar rantsoen gehad. - Geef haar het mijne.
Ok�, goed, kom op. We beginnen opnieuw.
Een, twee, drie, vier...
Denk je dat Janek nog leeft?
Denk je?
Ik droom steeds over de pruimentaart van m'n moeder.
Ik droom niet over eten.
Wat is er? - Mania at de pruimen er altijd af.
Het maakte me razend dat ze nooit op haar kop kreeg.
Ik kan het niet meer aan. - Jawel.
Je moet het volhouden.
Als jij niet leeft, leef ik ook niet.
En ik ben van plan om nog lang en gelukkig te leven.
Wat doe je daar?
Ik moet naar m'n groep.
Je bent te laat. - Ik heb geen horloge.
Goed, ga maar.
Wacht.
Je ziet er te gezond uit. Ben je soms een partizaan?
Partizaan? Ik ben een jood. - Er zijn ook joodse partizanen.
Ik moet aan het werk. - Hou je mond of ik schiet je neer.
Ik ben een harde werker. - Hou je waffel, zeg ik je.
Daar ben je, vuile jid.
Fijn dat je hem hebt gevonden. Ik ram je in elkaar.
Wat is er? - Die jid moet me in het riool helpen.
Waar heeft die Pool het over?
Ik ben een inspecteur.
Ik laat je m'n pas zien. - Wat zit daar in je zak?
Heb ik daar gevonden. Wil je 'm? - Wat zegt hij?
Hij biedt u een drankje aan.
Probeer je me om te kopen? - Nee, nee.
Jawel. Jullie komen allebei met me mee.
Wat doe je hier in godsnaam? - Gaat je niks aan, verrader.
Verrekte Pool.
Laat je broer zelf werk zoeken, zei ik tegen haar.
Er is een oorlog aan de gang. Het is voor iedereen zwaar.
We moeten die verstopping snel vinden. Laten we ons opsplitsen.
Goed, baas.
Wat doen jullie hier? - We zijn verdwaald, Mr Socha.
Waar zijn jullie ouders? - Dat weten we dus niet.
Socha? - Wacht hier. Ik kom zo terug.
Ik heb het gevonden. Ik los het wel op, ga maar naar huis.
Piraat?
Ik heb de kinderen gevonden.
Krysia.
Dank u wel.
Graag gedaan, Mrs Chiger. - Dank u.
Het is al goed.
Krysia, Pawel... Lieve hemel.
Als jullie willen...
...kan ik ermee doorgaan.
Hebt u de juwelen nog, Mr Chiger?
Krysia...
Zijn ze weer terecht?
Weet je het al? De Duitsers hebben zich vermaakt.
Ze hebben tien Polen opgehangen uit wraak voor ��n Duitse soldaat.
Een Duitse soldaat?
Ze waren niet voldaan, dus zijn er nog 40 doodgeschoten. Of 50.
Allemaal godvrezende Polen.
Kijk, wie die soldaat heeft vermoord, is een held...
...maar de onschuldigen boeten ervoor.
Kom, ik zal het laten zien. - Dank je.
Blijf niet te lang weg, Anelka.
VOOR DE MOORD OP KURT GOTZ 5-1-1943 MARTELAAR EN SOLDAAT
Papa. - Stefcia.
Wanda?
Szczepek is opgehangen.
Stefcia, ga naar boven.
Nou, ik hoop dat je tevreden bent.
Nee, Szczepek werkt al maanden niet meer met me.
Het was toeval.
Het was voor iets heel anders.
Hij was onschuldig.
Ik kan het. - Gaat het lukken?
Tel de steken voor me. - Tel jij ze ook?
Kijk, zie je het? - Mag ik het proberen?
Mama, tel jij ze niet? - Dat hoef ik niet.
Stil. Wees stil.
Daar is iemand, verstop je.
Verdomme.
Help me.
Er zitten hier joden. Ik heb joden gevonden.
Joden.
Ik heb joden gevonden.
Kom mee, snel.
Laat alles achter.
Laat alles hier.
Mr Chiger, schiet op.
Hoofd en schouders eerst, de rest volgt vanzelf. Haast je.
Kom, opschieten.
Wees voorzichtig. - Klim omhoog.
Voorzichtig, Krysia.
Schiet op, nu jij. Sneller.
Chaja, kom op. - Nee.
Nee, nee, nee. - Kruipen, kom op.
Wat is er, Chaja?
Je heupen, beweeg je heupen. - Red me.
Pak m'n hand. - Ga door.
Kruipen, verdomme.
Kom, pak m'n hand.
Kom op, kom op.
Schiet op.
Trekken. - Opschieten.
Je hebt eten gestolen. Daarom bleef je steken.
Ik heb een dikke jas aan. Zie je dat niet?
Praat niet zo tegen me.
Wat gebeurt hier?
Wat is dat?
We zitten onder de Onze-Lieve-Vrouwe-ter-Sneeuw.
Daarom moeten jullie heel stil zijn. Geen geschreeuw.
Ik haal jullie spullen.
Blijven we nu hier?
Ja.
Ik krijg een kind.
Wat zeg je?
Ik krijg een kind.
Het spijt me. Het spijt me.
Van Janek?
Van ons.
Begrijp je dat? Het is van ons.
Van ons allemaal.
Arm kind. Alsof ��n stel ouders niet genoeg is.
Ik probeerde Janowska Kamp binnen te komen toen we...
...toen ik die soldaat heb gedood.
Bij laag water loopt het makkelijker.
Hoe kun je hierin werken? M'n voeten voelen tweemaal zo groot.
Je weet wat ze zeggen over mannen met grote voeten.
Janek...
Ze zijn niet ver gekomen.
Wil je nog steeds naar Janowska?
Misschien leeft Mania nog. Hoe dan ook, Klara moet het weten.
En ik dacht dat alle joden laf waren.
Goed, dus jij bent dat genie dat Janowska wil binnenkomen?
Ga verder.
Luister goed naar me.
Je gaat morgen in alle vroegte naar het kamp.
Iemand van het kamp zal twee dagen met je van plek ruilen.
Merken de bewakers dat niet?
Niet zolang er 50 man in elke brigade zitten.
Die arme man wil z'n vrouw gaan zoeken in het getto.
Ik heb gezegd dat het geen zin heeft, maar hij wil zelf kijken.
Zal hij terugkomen? - Zeker.
Z'n hele familie zit in het kamp. Dus hij komt zeker terug.
God zal me belonen.
Tot gauw. - Als iemand het vraagt...
Ben je voorraden gaan halen.
Schiet op. Op je knie�n.
Omlaag.
Ik zei omlaag. Omlaag.
Opschieten. Sneller.
Schiet eens op.
Sneller.
Schiet eens op.
Doorgaan, schiet op.
Op je knie�n.
Blijf laag.
Petten af.
Petten af.
Waar is je pet? - Hij is gestolen.
Pech gehad. Zonder pet...
...heb je hier niks te zoeken.
Die man is gezond.
Ziet u dat niet?
Als je al een kogel gebruikt...
...doe het dan verstandig.
Pet.
Alsjeblieft. - Dank u wel.
Petten op.
Goed, heel goed. Heel goed.
Jezus.
Besef je hoe gevaarlijk dit is?
De halve stad zal op het geschreeuw afkomen.
Chaja, het komt eraan.
Rustig maar, het komt.
Nog ��n keer, het komt.
Het is een jongen.
Kon Janek hem maar zien. - Janek is dood.
De schaar.
Ga weg. Je maakt haar overstuur, zie je dat niet?
Een baby? Maar hoe?
Ze droeg altijd wijde kleren.
Wie zal er voor een joodse baby zorgen?
Ik zal naar de nonnen in het klooster gaan.
Een jongen?
Een lief klein jongetje.
Is hij besneden? - Zo dom zijn ze niet.
Weet je, we zouden altijd kunnen zeggen...
...dat hij van m'n broer is.
M'n schoonzus ligt in het ziekenhuis, dus wij zorgen voor hun baby.
Stil maar.
Kon er maar een mohel komen om het te doen.
Hij wordt niet besneden. - Dat moet.
Chaja... - Nee, ik heb nee gezegd.
Geef hem maar.
Geef hem aan mij.
Geef hem aan mij, kom.
Hij is niet van jullie.
Hou het kind stil.
Doe de lamp uit.
Ken je Mania Keller?
Ken je Mania Keller?
Kent iemand Mania Keller? Mania Keller?
Wie kent Mania Keller?
Wie kent Mania Keller? - Ik ken haar.
Het kind, het kind...
...bidt heel veel.
En de goede Heer, de goede Heer...
...hoort het.
Wat?
De baby is dood.
Ze heeft hem gesmoord.
Misschien is het maar beter. - Voor wie?
Voor Socha. - Wat?
Klara. - Wat?
Nee.
Ik kwam vertellen...
...dat m'n vrouw en ik hadden besloten...
...om hem op te nemen.
Ze wil hem in de rivier gooien. - Nee.
Een begrafenis. Hij moet een fatsoenlijke begrafenis krijgen.
Ga je mee?
Het spijt me.
Het spijt me, Mr Socha, ik weet...
Ik weet dat het niet uw schuld is.
Ik snap het. - Mundek is nooit zo lang weggebleven.
Hij is naar Janowska gegaan om Mania te zoeken.
Klara moet zich niet schuldig voelen. Ik kan daar niet leven.
Jawel, Mania. Ik ben hier voor jou. Ik kan je meenemen.
Alsjeblieft, Mania. - Waar is hij?
Waar is m'n man? Vertel me...
M'n Janek, is hij bij die hoer? - Mrs Grossmann, uw man is dood.
Je liegt.
Ik weet waar hij is. - Kom met me mee.
Ga gauw. Er komt een bewaker aan.
Kom mee. - M'n kind is dood. Dit is de hel.
Rachel is dood. - De bewakers.
Kovalev?
Ik weet de weg.
Mania wilde niet mee.
Ik heb alles geprobeerd, maar ze wilde niet.
Het spijt me zo.
Het is goed.
Het is goed.
Matse. - Het is bijna Pascha, toch?
Ze lagen in een joods huis. En ik heb nog iets meegebracht.
Piraat. - Dank je wel.
Dit is voor jou.
Krysia.
Wil je niet even kijken?
Ze eet niet, ze praat niet.
Krysia?
Ze heeft zelfs haar tekeningen verscheurd.
Wat is er, Krysia? - Ik weet me geen raad.
Kom op. Ga mee.
Ik wil haar iets laten zien.
Adem diep in.
Nog een keer.
Mr Socha? We kunnen u niet meer betalen.
Vrijdag was de laatste betaling.
We hebben niks meer over.
Mr Socha, mag ik op uw schouders? - Een ander keertje.
Op m'n schouders? Ja, hoor.
Hortsik, Mr Socha.
Mr Chiger...
Weten de anderen het? - Ik wilde ze niet verontrusten.
Goed.
Hier is de volgende betaling. Betaal me als de rest toekijkt.
Ik wil niet dat ze denken dat ik een sul ben die dit voor niks doet.
Socha?
Stil, m'n dochter slaapt. - We komen iets drinken.
Ga slapen, Stefcia. - Je hebt al genoeg op.
Wil je dat m'n maat me voor leugenaar kan uitmaken?
Laat ons binnen.
Poldek, geef ze iets te eten.
Proost, Max.
Laat liggen, papa, dat is voor de joden.
Wat een mooie meid.
Welke joden?
Ze... - Zwijg, laat haar praten.
Dit zijn m'n joden. En ze hebben honger.
Waarom joden? - Oom Szczepek...
...bracht ze voor me mee uit het getto. Twee jodinnetjes.
Maar deze...
...heeft blond haar. - Joden kunnen ook blond zijn.
Ze is slim. - Ze gaat haar eerste communie doen.
We willen graag dat je komt. - Ja, zeker. Je bent heel welkom.
Stefcia's joden vinden het niet erg dat we hun eten met je delen.
Maak het jezelf gemakkelijk.
Max, kijk niet zo beteuterd. We drinken er eentje. Proost.
Socha, op je gezondheid.
Had ik je niet verteld... - Geef haar niet de schuld.
Jij hebt ons dit aangedaan. - Ze moet het leren.
En wanneer leer jij het? Zelfs Szczepek is al opgehangen.
Wees maar niet bang.
Mama, waarom lach je?
Waarom lach je?
Waarom lach je, mama?
Klara, wat is er aan de hand?
Ik moet gaan. - Ben je gek geworden?
Ze moeten daar weg. - Het is Stefcia's communie.
Ik ga alleen even kijken. - Poldek.
Socha, wat is er? - Wat zijn ze aan het doen?
We leggen mijnen. Verrassing voor de Russen.
Daaronder liggen gasleidingen.
Als je er een raakt, blaas je in een tel de hele boel op.
De Duitsers gaan toch weg. Wat geven zij erom?
Wat is er aan de hand? - Niks.
Gas, gas. Jullie worden allemaal opgeblazen.
Poldek, hou je mond. Er liggen gasleidingen.
Hij is de rioolinspecteur.
Ga met hem naar beneden. Als er geen gasleidingen zijn...
...schiet je hem neer. Stop met graven tot nader order.
Sorry dat ik niet naar de kerk kon komen. Ik heb dienst.
Waarom ben je niet bij je gezin? - Ik ben dom geweest.
M'n gereedschap lag hier en ik was bang dat het wegspoelde.
Heb je het gezien?
Poldek?
Socha?
Dat gereedschap moet veel waard zijn...
...dat je er de communie van je dochter voor verlaat.
Is dat je gereedschap? Of wilde je ratten redden?
Wilde je ratten redden? - Ik weet niet wat je bedoelt.
Je hebt al die tijd jidden verborgen. - Je bent gek.
Stop, Poldek.
Stop, godverdomme.
Poldek, je was de enige in Lonski die ik vertrouwde.
Je hebt me verraden.
Als je me neerschiet, vind je de weg nooit terug.
Vertel me de waarheid.
Vertel me tenminste de waarheid. Socha, klootzak, loop niet weg.
Socha. Poldek, blijf hier.
Zorg dat het ophoudt, papa. - Dat kan ik niet, Krysia. O, God.
Onze Vader die in de hemel zijt...
Niet slikken, rustig ademen.
Het is een wonder, Mr Socha.
Een wonder. Het water verdween plotseling.
Ik zal droge kleren gaan halen.
Och, dwaas.
Of ben ik een grotere dwaas dat ik terugkom?
Ik moet ze droge kleren brengen. - Niet praten.
Luister.
Russen.
De Russen.
Waar ga je naartoe? Het is te gevaarlijk.
Het was altijd gevaarlijk. - Mundek, je bent gek.
Zwijg, Paulina.
Ik heb hier de leiding.
Mundek, niemand doet hier iets zonder mijn toestemming.
Ignacy, kalmeer.
Piraat.
Chiger.
Jullie kunnen eruit komen. Het is voorbij.
Het is goed.
Het is goed.
Jezus Christus.
Ik ben bang. Mama, ik wil terug.
Waar komen zij vandaan?
Kom op.
Kom, Klara, kom hierheen.
Het is goed...
Lieve Heer, waar komen jullie vandaan?
Uit de dood, meneer.
Uit de dood.
Eet dit op, meisje.
Je zult wel honger hebben. Hij is nog warm.
Waar kijken jullie naar?
Hebben jullie niks beters te doen? Loop door.
Wanda.
Hier, neem wat cake.
Het is allemaal voorbij.
Jullie zijn nu veilig.
Alsjeblieft.
Mr Chiger, u bent nu veilig.
Neem allemaal wat cake. Wanda heeft 'm voor jullie gebakken.
Alsjeblieft.
Wanda. - Alsjeblieft.
Neem ook wat. - Dit is mijn Wanda.
M'n joden. Dit zijn m'n joden.
Neem alsjeblieft wat te eten. - M'n joden.
Dit zijn mijn joden. Dit is mijn werk.
'Socha's joden' zaten 14 maanden in het riool van Lvov.
Op 12 mei 1945 stierf Socha...
...toen hij z'n dochter redde van een op hol geslagen legertruck.
Op z'n begrafenis zei iemand: 'God straft omdat hij de joden hielp.'
Alsof we God nodig hebben om elkaar te straffen.
Krystyna Chiger gaf een boek uit, 'Het meisje in de groene trui', in 2008.
Zij en de andere overlevenden trokken naar Isra�l, Europa en de VS.
Leopold en Wanda Socha werden met nog 6000 Polen...
...door Isra�l benoemd tot 'Rechtvaardigen onder de volkeren'.
Deze film is aan hen allen opgedragen.
Vertaling: Subs Media Ripped en bewerkt door relentless Synchronisatie: Zero_1
Gedownload van www.nlondertitels.com
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.