Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Su, ik heb je nodig. - Zoals altijd.
Meer dan ooit. Je weet niet wat er is gebeurd.
Alejo zag een tv-interview met Pablo.
En nu heeft hij een vreselijk idee. Hij wil hem ontmoeten.
Stel hem voor. Of geef hem z'n nummer.
Goed. Allereerst bedankt dat je er bent.
Natuurlijk. Dus het idee is dat we praten?
Ja. Ik wil niet dat je je ongemakkelijk voelt.
Het is altijd beter om de dingen te bespreken.
Natuurlijk. Praten. - Ja, met elkaar.
Ik wilde je zeggen...
Alicia? - Pablo?
Jullie kennen elkaar toch?
Uiteraard. Ze is mijn vrouw.
Nee.
Niet in slaap vallen.
Een mooie vrouw als jij die zomaar in slaap valt.
Daar komen ongelukken van, weet je?
Hoe zit dat? Ook als je slaapt moet je hier gewoon betalen...
Ale liefje, waar ben je?
We zouden het toch over je nieuwe boek hebben?
Je was weg toen ik wakker werd. Waar ben je? Bel zodra het kan.
AFLEVERING 6 LEUGENTJES OM BESTWIL
Ik heb Pablo Guevara's nummer, maar hij neemt al de hele ochtend niet op.
App hem dan.
Ik ga wel naar Santa Trinidad om hem te spreken.
Waarom? Waarom huur je niet iemand in? Veel mensen in dit land zoeken werk.
Huur iemand in om het interview te doen. Jij moet schrijven.
Je hebt nog geen enkele pagina. Niet één. - Oké, prima.
Is dat Alicia?
Waarom neem je niet op?
Je kunt niet over Pablo Guevara schrijven. - Waarom niet?
Omdat het gestoord is.
Pardon?
Ga je Marcelo's belangrijkste tegenstander beroemd maken? Ben je wel lekker?
Doe me dat niet aan. Dat kan echt niet. - Rustig, je weet hoe het werkt.
Dit boek komt vast pas uit na de verkiezingen.
Doet er niet toe. Ik wil geen ruzie. Dit gaat niet door.
Je doet het niet. Je zag toch hoe het vandaag ging?
Marcelo haat hem nu.
Wat gebeurt er als hij ervan hoort? - Nou?
Dan ontslaat hij me. Doe me dit niet aan.
Het is mijn werk... - Adem in.
Ik adem. - Je hebt geen goede dag gehad.
We praten morgen verder. Ik doe wat meer ijs in je drankje.
Ik ging vandaag eerder weg omdat ik niet in kringetjes wilde ronddraaien.
Dat had ik ook gedaan. Alles om niet te hoeven vertellen over m'n volwassen kind.
Hij is m'n zoon niet. - Dat weet je niet.
Er is iets raars met hem. Het voelt niet goed.
Pap, wil je iets drinken? Aguapanela? Thee?
Limonade? Voorzichtig. Kom zitten. - Aguapanela met een scheutje rum.
Wat bedoel je, een scheutje rum? Je mag niet drinken van de dokter.
Artsen praten alleen maar onzin.
Pap.
Je moet beter worden. Je moet rusten. Alsjeblieft.
Wat ik nodig heb, is dat m'n zoons uit de gevangenis blijven.
Ik ben er nu.
Er is niets met me gebeurd. Ik ben in orde, godzijdank.
En dankzij Alicia, toch? - Om eerlijk te zijn...
was je vrouw dit keer goed bezig.
Wat nou dit keer? Dat is ze altijd. - Ja.
Voor het eerst was je broer de brave.
Wat een onrecht. Hij zit opgesloten als een hond.
En wij kunnen niets doen om hem vrij te krijgen.
Ik weet het. Maar we moeten op God vertrouwen.
Ze blijven maar bellen.
Wie blijft maar bellen?
Geen idee. Hij blijft gaan sinds ik op tv was.
Vast journalisten op zoek naar roddels. Zeker weten.
Hallo. - Hallo, liefje.
Lieverd. - Mijn liefste.
Het spijt me, schat. Gelukkig ben je nu vrij.
Ik was zo bezorgd. Heb je iemand gesproken?
Ze bellen steeds. - Daar word je gek van.
Ze bellen me al doorlopend, kijk. - Wie? Heb je iemand gesproken?
Niet opnemen. Praat met niemand. Voor je veiligheid, alsjeblieft.
Wil je iets? - Hallo, hoe gaat het?
Ik leef nog, dat is al heel wat.
Hij werd ziek en moest naar de SEH. - Wat? Wat is er gebeurd?
Dat hoort erbij. Niks aan de hand.
Kom, we brengen je naar je kamer, dan kun je rusten.
Ik heb beignets. - Help je?
Geen beignets. Kom op. - Die mag hij niet.
Slecht voor je bloedvaten. - Zullen we soep voor hem maken?
Wat voor soep? Vis? - Nee.
Voor zijn immuunsysteem? - Ik ga naar de winkel.
Rustig maar. Doe de deur dicht. - Maar ga slapen.
Ja. Rust uit. - Rusten.
Z'n bloeddruk schoot omhoog.
Hij was erg ziek. Hij moest echt naar de eerste hulp.
Natuurlijk, schat. Hij was erg van streek toen ze je arresteerden.
Ik kan het me voorstellen.
Zijn beide zoons zaten vast. Dat is veel voor hem.
Ik maak dit schoon. - Het is niets. Geen zorgen.
Wacht hier... Nee.
RUM
Kom, ga zitten. Kom me iets uitleggen.
Had je niet verzocht om huisarrest voor Samuel?
Ja. De advocaat wil met de rechter praten over vrijlating. Laten we het hopen.
Dat is geweldig. Weet Eliseo daarvan? - Nee, ik heb hem niets verteld.
Ik zeg het pas als het doorgaat.
Ze hadden dit moeten behandelen toen je op de eerste hulp was.
Waarom op de eerste hulp...
als ik m'n favoriete verpleegster heb?
Ze is ook zo mooi.
Ik hou van je. Wacht.
Even kijken. Zit stil.
Doet dat pijn? - Nee, het prikt.
Oké, liefje, klaar.
Ik hou van je. - Zeg.
Ik vind het heel naar, maar met dit alles moeten we de huwelijksreis uitstellen.
Ja, dat is geen probleem. We verzinnen later wel iets geweldigs.
Ik weet wat. - Wat dan?
Bel Julio de verhuizer. We halen alles op bij Susana en je komt eindelijk hierheen.
Ik wil liever dat je je eerst op je broer richt. Dat is nu belangrijk.
Ik haal m'n spullen bij Susana. Het is niet veel. Oké?
Ik hou van je.
Weer een vlucht.
LUIS DRINGENDE AFSPRAAK MET MARCELO
Het is Susana. - Neem maar op.
Ik praat buiten met haar, anders wordt Eliseo wakker.
Hoi, Su. Waar gaat dit over? Ik had geen vergadering met jullie in de planning.
Dat wil Marcelo. Praat met hem. - Ik heb Beltrán niets te zeggen.
Marcelo. Alicia lijkt hier niet mee te zitten.
Hij verwacht je in z'n kantoor.
Waarom? - Om over de priester te praten.
Ik kom eraan.
Met wie heb je het over Beltrán?
Beltrán? - Ja.
Ach liefje. Ik wilde niks zeggen omdat ik weet dat je nee zegt.
Maar...
Susana en ik hebben een vriendin van wie de vader hecht is met Beltrán.
En ik dacht... Wij dachten erover om met hem te praten...
en Beltrán te vragen om jou en de buurt met rust te laten.
Nee. Wacht, Alicia.
Ik weet dat je me wilt helpen.
Maar ik wil niet dat je met Beltrán praat. Ooit wil ik z'n nummer hebben...
maar ik doe het zelf.
Nee, blijf nou bij hem vandaan.
Ik beloof dat ik niet met hem praat, maar jij ook niet, oké? Alsjeblieft.
Je hoefde niet te komen, ik heb geen excuses voor je.
Goed, maar ik wil toch sorry zeggen.
Je bent m'n vriendin, ik wil niet dat je je rot voelt. Simpel.
Waarom heeft Ali hier zoveel kleren? - Niet op het bed.
Ze komt niet en dit is merkkleding...
Kom, ze staan met hun schoenen op het bed.
Help dan. - Oké, jullie zijn nu grote jongens.
Kom, jongens. - Van het bed.
Gedraag je, dan gaan we naar de ballenbak.
Ballen. - Ga met je tante mee.
Kom op, schatjes. Lieve poppetjes.
Lau, zie het nou even van mijn kant. - Natuurlijk, doe ik.
Je hebt een perfect leven.
Je man gaat niet vreemd. En niet één, maar drie mooie kinderen.
Ik wist niet hoe ik het moest zeggen.
Het enige wat ik tegen Martín zei, was dat hij je over Eva moest vertellen.
Noem de naam van die slet niet. - Je mag geen slet zeggen.
Wel als ze een slet is.
Lau, ik heb hem gebeld dat hij je de waarheid moet vertellen.
Jullie moeten jullie huwelijk redden. - En wat zei hij?
Hij is bezorgd. Hij wil praten en komt eraan.
Wat? Nee, Carolina. Hoe kun je hem vertellen dat ik hier ben?
Ik ga niet tegen hem liegen. Het gaat erom dat je met je man praat
Niet met haar, zij weet niks van relaties. - Eruit.
Ga weg, Carolina. - Ik ga.
Ik ga. - Weg.
Stop met de bal, ik smeek het je.
Weg. Kom op. - Kom, Pedri. We gaan.
Kom, Manuel, kom hier.
Manuel. Kom hier, alsjeblieft. - Ga weg.
Ze weten niets van familie, relaties of kinderen.
Kom maar terug als de kinderen 18 zijn. - Ik wil niet terugkomen.
Nee.
Mijn mobiel.
Wil je dat we het opgeven?
Dit is geen oorlog. - Voor mij wel. Voor mij is het oorlog.
Zie je niet wat mensen schrijven? Zie je het? Daar gaat m'n algoritme.
Marcelo.
Wat Angelita_23 zegt heeft geen invloed op de peilingen.
Weet je dat zeker?
100% zeker? Nee.
Maar we doen wel een echte meting.
Maar dat hebben we al gedaan.
Ik heb de adviseur gevraagd om een opiniepeiling.
Marcelo's imago is verslechterd sinds de vorige peiling.
Die priester doet ons pijn.
Nee, Marcelo, het gaat goed. Het gaat heel goed.
Je negatieve beeld draaien we zo terug.
Het gaat erom dat het de peilingen niet beïnvloedt.
En het is zo opgelost. Zeg gewoon dat je de bewoners niet uitzet en klaar.
Wacht even.
De priester heeft deze puinhoop veroorzaakt en ik moet nu op de socials?
Dat doe ik niet. - Je hoeft niets uit te leggen.
Ik ga undercover bij zijn stichting en zoek info. Er klopt vast iets niet.
Mee eens. Ze doen alles openlijk.
We hebben informatie nodig om hem uit te schakelen...
Dit is gestoord. O, mijn god. Hoor je jezelf wel?
Wat is er? Ken je hem of zo? - Nee.
Waarom ben je zo van de rel dat ik hem wil onderzoeken?
Hij niet, Marcelo.
Luis kan het niet. Iedereen heeft hem gezien bij de campagne.
O ja.
De enige die hij niet heeft gezien ben ik. - Dat is waar.
Dit is gestoord. Ik vind dit echt geen goed plan.
Maar als we het doen, doen we het goed.
Ik wil wel dat jullie beloven dat niemand...
echt helemaal niemand weet dat ik de stichting infiltreer.
Ik wil dat jij hetzelfde belooft.
Zelfs je naasten mogen dit niet te weten komen.
Geen probleem. - Alleen wij drieën.
Tot later.
Hallo, Simón?
Hoi. Hoe gaat het? Ben je toevallig bij Alejo?
Ik wilde hem iets vragen over een interview voor zijn boek.
Ik dacht dat hij bij jou was.
En Spanjaarden.
Ze lieten je ook naar je profiel kijken. - Pardon.
Wat doe jij hier?
Ik wil dat je me de waarheid vertelt.
Waarom weet je zo zeker dat ik je vader ben?
Ik weet het niet zeker. Daarom wil ik de test doen.
Heeft iemand je gestuurd? - Wat doe je?
Wat heb jij? - Was het je tante?
Geef op, ik wil het weten. - Stop.
Hoe zit het?
Niemand mag weten dat ik hier ben. - Je zit vol leugens om bestwil, toch?
Vertel.
Mijn moeder is niet dood. Ik heb gelogen.
Dus zij was het? - Nee, ze weet niet dat ik hier ben.
Ze denkt dat ik in Europa ben. - Ik geloof je niet. Wat wil je?
Niets. - Wil je geld?
Ik wil niets. - Nee?
Mij een zorg of je mijn bloed bent of niet. Je bent niemand voor me. Oké?
Sorry.
Nee. Niet opendoen. - Hé.
Stop.
Doe open. - Wie is het? Vraag het.
Ik wacht op een pakje, toe.
Gelukkig. Ik ben m'n sleutels kwijt. Waarom neem je niet op?
Je neefjes hebben hem verwoest.
Zijn ze er? - Nee, al weg.
Lau, je ziet er beter uit.
Goed zelfs.
Maar alles is zo erg. - Hoe voel je je?
Slecht. Die mooie dombo Carolina heeft Martín verteld dat ik hier ben.
Ik wil hem niet zien.
Hij mag niet zien dat ik al de hele tijd om hem huil.
Zo moet je niet denken. Je ziet er perfect uit, schat.
Nee. Alicia, ze ziet er vreselijk uit.
Haar gezicht is opgezwollen. Kijk die ogen.
Mijn bloeddruk daalt. Ik zweet. - Je ziet er slecht uit. Je moet water.
Hoe voelt een hartaanval? - Ik haal water.
Wacht hier. Kom. - Nee. Ga niet.
Nee, liefje. We zijn er. Maak je geen zorgen.
Laat haar niet alleen. - Ik ben al een dag bij die mafkees.
Ik maak me zorgen. - Om haar, Alicia?
Maak je zorgen om mij. Ik heb veel te verduren gehad.
O, toe nou. Je weet niet wat een dag ik heb gehad.
Vertel. Ik weet niet wat ik moet met ieders problemen. Eens kijken.
Alejo wil een boek over Pablo schrijven. - Dan word jij de hoofdpersoon.
Ik heb de hele nacht liggen woelen. Toen ik wakker werd, was hij al weg.
Ik ben bang. Straks gaat hij naar de stichting.
Waarom? Zei hij dat dan of zo?
Nee, maar ik ken hem. Als hij zoiets bedenkt, gaat hij.
Ik bel hem al de hele dag. Geen antwoord.
Hoe overtuig ik hem dat het een slecht idee is? Het mag niet.
Ik bedenk net wat.
Zeg dat je ook met de priester bent getrouwd. Dan wil hij niet.
Je doet rot. Dat helpt niet. Nee, alsjeblieft.
Doe ik rot? Kom nou. Jij, Laura en Carolina doen rot. Jullie zijn gek.
Wacht. Dat is nog niet alles. Nu wil Marcelo Pablo nagaan.
Maar ik had een idee. - Nee.
Het is slim. - Ik ben bang. Nee, dank je.
Het komt wel goed.
Ik ga de stichting infiltreren op zoek naar info over Pablo...
voor Marcelo en Luis. Die geef ik ze niet, ik hou ze daar uit de buurt.
Het maakt me bang. - Nee, het maakt mij doodsbang.
Nu ben je een spion. Aan welke kant sta je?
Nee. Wat als het Pablo is?
Ik verwacht een pakje. Echt. - Ik smeek je.
Klootzak.
Smeerlap.
Hufter. - Laura, laat hem los.
Laura, laat hem los. Laat los.
Nee, Lau. Zo ben jij niet. - Eens kijken...
Als het bloedvergieten wordt, doe het dan buiten. Ik krijg veel klachten.
Serieus, ga weg. - Ik moet Lau spreken.
Niks moet. - Luister.
Ze hoeft niet te praten.
Nee, laat hem praten. - Alsjeblieft.
Misschien heb je iets te zeggen.
Wat ga je zeggen dat ik niet snap? Wat deed je op je bureau?
Je handen uitstrekken over de kont van je werknemer?
Genoeg.
Klootzak. - Lau. Allemaal even rustig doen.
Lau...
Rustig, oké? Kom nou thuis praten, alsjeblieft.
Dit is nu mijn thuis.
Kom op. We gaan, Su. - Nee.
Nee, maar...
Ik heb getuigen nodig. - Schatje.
Ik wilde je echt geen pijn doen. Ik zweer het.
Ik wilde het je vertellen. Maar met je behandeling...
O nee.
Is het nu mijn schuld? - Dat zeg ik helemaal niet.
Doe niet zo gemeen.
Hoelang al?
Hoelang ben je al met haar?
Kort. - Kort?
Hoelang is kort? - Drie, vier, twaalf maanden...
Twee, drie maanden. Hoor je dit? Voor hem is dat niks.
Kom op. Alsjeblieft.
Ik hou van je, Lau.
Ik hou van je.
Waarom dan, Martín?
Vind je het leuk met twee vrouwen tegelijk?
Val dood, Martín. - Lau.
Val dood. - Laat haar niet alleen.
O, Martín.
Je gelooft me niet. Je denkt vast dat ik gek ben, maar...
ik hou van allebei.
En jij liet hem gaan?
Verdomme. Help me.
Martín.
Lau. - Nee. Waar ga je heen?
Je ziet het nu, toch?
Uit de weg.
Ben je wel lekker, eikel? - Sorry.
Hallo, Caro.
Hoe is het? Ja, ik was bij Susana. Ik heb natuurlijk alles gehoord.
Ik moet door, heb je van Alejo gehoord?
Alles is in orde. Ik heb hem niet kunnen spreken. Ik was...
Ik bel al de hele ochtend, maar hij neemt niet op. Heb jij iets van hem gehoord?
Oké.
Caro, ik heb nogal haast. We praten er nog over. Oké.
INKOMENDE OPROEP PABLO
Hallo, schat. - Hallo. Waar ben je?
Nog bij Susana om spullen te halen. Hoe is het met je broer?
Ik haal hem op en ga naar de stichting. - Echt?
Je vader zal zo blij zijn om hem te zien. - Ja. We gaan eten om het te vieren.
Ja, liefje. Leuk.
Ik zie je vanavond. - Ja. Tot vanavond.
Kom niet te laat. Ik wacht op je. - Oké. Ik hou van je.
Ali.
Ik kon hem niet bijhouden.
Dat is maar beter. Kom hier.
Wat moet ik nu?
Hoe moet ik verder?
Zo, broer.
Bedankt dat je me ophaalt. - Ik doe het niet voor jou, Samuel.
Ik weet dat het nooit voor mij is. Voor papa, toch?
Weet je dat dit geen borg is? Je doet je straf bij de stichting. Je bent niet vrij.
Kom op. - En als ik dat niet doe?
Ben je bang dat ik wegloop? Kom op.
Je hoeft me er niet aan te herinneren. - Oké, kom mee.
Mis me niet te erg, jongens. - Gedraag je. We zien elkaar.
We zien je buiten.
Hallo.
Hallo. - De spuitkop daar.
Hallo. - Hoi.
Hallo, meneer, kan ik u helpen?
Ik zoek Pablo Guevara. - Die is er niet.
Weet je wanneer ik hem kan vinden?
Hij heeft geen vast schema.
Ik ga om een gunst vragen. Hier is mijn kaartje.
Wil je zeggen dat ik hem wil spreken?
Hoor eens, ik zal het aan hem geven, maar ik denk niet dat hij belt.
Hij praat niet met...
Geef het hem toch maar, ja? Oké.
Bedankt.
Geen zorgen, ik laat je met rust. Maar niet boos zijn, het is niet mijn schuld.
Red velvet en chocolade voor mij. En chocolade voor haar.
Wat denk je nu?
Waarover?
Over Martín.
Ik weet het niet. Ik kan weinig zeggen, je liet hem niet praten.
Ik weet het. Ik kan niet naar hem luisteren.
Lau.
Jullie zijn al lang samen. Luister naar hem.
Ik denk niet dat ik ook maar iets geloof van wat hij zegt.
Luister evengoed. Hij moet je een reden geven.
O, Alicia. Wat is de reden dat iemand die zegt dat ie van je houdt...
dat je z'n grote liefde bent, je bedriegt? Die is er niet.
Nou... - Wat?
Zeg nou niet dat je hem gaat verdedigen. - Ik verdedig hem niet, Lau. Alleen...
Ik zeg alleen dat hij het vast ook moeilijk heeft.
Dat mag ik hopen. Laat hem het moeilijk hebben.
Hij had het prima naar z'n zin met twee vrouwen tegelijk.
Weet je wat? Je bent net als hij.
Wat heb ik hiermee te maken? - Alles.
Je kunt je niet aan één ding binden. Je kunt niet kiezen.
O, toe nou.
Neem je studie. Eén studie lukte niet. Nee, het moesten er twee zijn.
En het gedoe als we op vakantie wilden.
'O nee, Alicia heeft twee favoriete steden.'
Kijk nou wat je net bestelt.
Twee totaal verschillende taartjes.
Jij bent ook zo. Daarom verdedig je hem. - Ik sta niet aan Martíns kant.
Nee, jij bent m'n vriendin.
Maar sla de deur niet dicht. Luister naar hem.
Nee, ik heb al genoeg gehoord.
Heren, bedankt. God zegene u. Ik let op hem. Moet ik iets tekenen?
Nee. - Nee? Oké.
Oké. - Bedankt.
We houden contact. - Samuel.
Millie.
We werken. - Ja, meneer.
We praten later wel bij. - Goed.
Ik hoop dat je goed geslapen hebt. Aan de slag.
Wat? Ga ik hier niet wonen? - En wie onderhoudt je? Ik of pap?
Echt niet, man.
Oké, maar geef me tenminste iets te drinken.
M'n keel is droog. En we kunnen het toch vieren?
Wat? Dat je vrij bent?
Ik dacht dat je wel een feest zou geven, iets cools.
Geintje, broer. Jij moet het vieren.
Je verliet de kerk en bent getrouwd. Heer, vergeef uw dienaar. Ik weet...
Genoeg, Samuel. Doe nou eens volwassen.
Krijg ik nu straf? - Je krijgt het met mij aan de stok.
Je hebt een kamer, badkamer, keuken.
Als je je verveelt, loop dan door de gangen.
Kom, ik ben nog niet klaar. - Wat?
Wat heb je? Dit is je laatste kans om het goed te maken.
Je bent slim. Ik ken je. Verpest het niet.
Hoe kan iemand zo egoïstisch zijn?
Het ergste is dat hij zegt dat hij van me houdt.
En ik geloof hem.
Omdat ik weet dat hij van me houdt, maar dan denk ik, nee.
Iemand die zo van je houdt doet je nooit zoveel pijn.
Verdomme. - Nee.
Nu heb ik niets meer.
Je hebt mij.
Ik laat je nooit in de steek.
Nooit. Kijk me aan.
Ik hou van je.
En jij? Hoe gaat het met Alejo? Ben je gelukkig?
Hij is geweldig, hè?
Ja.
Wacht.
Twijfel je over Alejo?
Nee, nooit. - Je trok een gezicht.
Ik zou nooit aan Alejo twijfelen. Eerder aan mezelf.
Nee, doe niet zo mal. Jullie zijn super, mijn favoriete stel.
Als het met jullie fout gaat, geloof ik niet meer in de liefde.
Ben je er nog? Ik dacht dat je weg was.
Klopt, maar ik ben terug.
Je hoeft niets uit te leggen. Ik snap het. - Ik moet je om vergeving vragen.
Je hebt gelijk, het is niet jouw schuld.
Als ze hoort dat ik je ging zoeken, maakt ze me af.
Maar toch wil ik de waarheid weten. - Ik heb tijd nodig.
Ik ga de DNA-test doen, maar...
ik moet dit eerst laten bezinken.
Oké.
Prima.
Ik moet gaan.
Wil je dat ik je breng? - Nee, niet nodig. Ik ga gewoon.
Klaar. - Alles goed?
Ja, ik moet m'n onderhoud bekostigen en ik heb geld nodig.
Zonder visum neemt niemand hier me aan. - Ik kan je helpen.
Hier, zodat je niet uitdroogt.
O, ben ik dat?
Ik stink.
Proost.
Wat is dat? - Voor jou.
Voor mij? - Ja.
Nee, echt?
Dat is wel het minste, voor alles wat je voor me doet. Voor ons allemaal.
Is het de nieuwste? - Jazeker.
Wat prachtig.
We verdienen het beste, vergeet dat nooit.
Dank je, schat.
Ga even douchen. - Ja.
Ik weet dat ik best hard kan zijn.
En ik weet niet, ik denk dat ik over je oordeelde. Het spijt me.
Nee, soms heb je gelijk.
Dat met Martín heeft me wel geraakt. - Ik weet het. Daarom zei ik het.
Kun je geloven dat Alejo al de hele dag niet opneemt?
Hier gaan we weer. - Ik ben bang, Su.
Wat als hij naar de stichting is en alles weet?
Nee. Slecht nieuws had je al wel gehoord. - Toch?
Dat denk ik nou ook. Dit komt door Laura. Ik werd paranoïde van haar drama.
Zo ben ik niet. Ik begrijp niet... Het is stom.
Oké.
Maar het is toch wel vreemd dat ik niks hoor. Hij wil altijd weten wat ik doe.
Misschien ligt z'n mobiel in de auto, toch?
Of hij denkt dat je aan het werk bent.
Het is mijn probleem. Ik wil jou niet lastigvallen. Ik zeg niks meer, echt.
Je echte probleem, Alicia, is dat je vanaf vandaag twee huizen hebt.
Hoe ga je nou in twee huizen wonen?
Ik wen er wel aan. - Eens kijken, Alicia.
Misschien denkt Pablo dat je in Cali bent.
Misschien denkt Alejo dat je op reis bent met Beltrán.
Maar hoe zit het met jou? Wat gaat er in jou om?
Jij bent niet zo harteloos als Martín. Hoe gaat het met je zenuwen?
Alicia, je bent een maf mens. Maar je bent geen slecht mens.
Ik maak me zorgen dat alles naar de klote gaat.
We hoeven alleen het kozijn te schilderen en klaar, toch?
Top.
Trouwens, er kwam eerder een man langs op zoek naar Pablo.
En omdat Pablo er niet was...
gaf hij zijn kaartje, zodat hij kon bellen. Waar is het?
Vast zo'n journalist die hem lastigvalt.
Nee, hij zag er niet uit als een journalist.
Eerder een filmregisseur. Goed gekleed, lekker geurtje.
Pap.
Ze zijn hetzelfde. Allemaal hetzelfde.
Papa. - Of erger.
Er is iemand voor je.
Kom op. Hij zag je.
Jongen.
Waarom wist ik van niks?
Je ziet er zo anders uit. - Ik zie er hetzelfde uit als altijd.
Heeft hij nu huisarrest?
Ja, maar hij blijft hier zijn straf uitdienen.
Hier?
Ja, geen zorgen. We hebben een mooie kamer voor hem.
Beter dan de mijne, maar we kunnen wisselen als je wilt, toch?
Fijn je te zien, Samuel.
Jongen, ik ga iets zeggen. Waar je broer en Ernesto bij zijn.
Verpest het niet weer.
Wat kan ik zeggen, pap?
Ik maak een grapje, pap.
Ik ga het beter doen.
Ik ben zo blij. Zo blij.
INKOMENDE OPROEP ALEJO
Hallo.
Dag, schat. - Eindelijk, ik bel al de hele dag.
Ik heb zelfs Caro en Simon gesproken. - Sorry, dat wist ik niet. Ik was druk.
Is er iets gebeurd?
Alejo?
Hallo.
Er is niets gebeurd. Ik was... Niets, lieverd. Ik was aan het werk.
Oké. Heb je mijn boodschap gehoord? - Ja.
Ik ga nu met de uitgever praten.
Ik kon niet beslissen wat ik zou schrijven, maar ik wil dat je weet...
dat ik dat verhaal niet ga schrijven. - Fijn. Daar ben ik blij om.
Waar ben je? - Op kantoor. We gaan zo vergaderen.
Het wordt laat, ik blijf hier, oké?
Oké.
Ali. - Ja, wat is er?
Niks, alleen... Ik hou van je.
Ik ook van jou, heel erg.
Alicia, sorry dat ik niet op tijd was om je te helpen.
Geeft niet.
DE ECHO VAN WOORDEN
Zodra ze merken dat je de beste bent, krijg je er niet één, maar duizend.
Waarom ben je zo lief?
We doen het zo. Ik leen het niet, maar verhuur het aan me.
Ik spreek je nog. - Waarom hang je nou op? Is er iets?
Nee, ik heb een afspraak. Ik heb weinig tijd. Dikke kus.
Zeg niet dat je zit te werken. - Ik had een vergadering en ben nu klaar.
Kom wandelen in Central Park. Het is mooi weer.
Oké, geef me even.
Sorry. Zo is het goed.
Nu gaan we. - Bedankt. Dag.
Meneer Eliseo is door het dolle heen.
Wat zal hij gelukkig zijn. - Hij was ontroerd.
Voor ik het vergeet, Alicia.
Er kwam er een knappe man langs voor Pablo...
maar aangezien Pablo er niet was, gaf hij me zijn kaartje...
Waar heb ik het?
Kijk, het is gewoon... Mijn zakken zijn vuil. Hier is het.
Ik zei dat Pablo hem vast niet ging bellen, maar hij stond erop, dus...
Ik moet gaan. Ik heb veel te doen. Ik moet gaan.
ALEJANDRO VALDÉS SCHRIJVER
O jee.
Sorry, schrok je?
Nee. Ja.
Ik zoek Pablo. Pablo Guevara.
Wie ben jij? - Benjamín Laprida. Leuk je te ontmoeten.
Hallo. Alicia Fernández.
Vertaling: Jolanda van den Berg
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.