Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
ZES JAAR, 11 MAANDEN EN 20 DAGEN GELEDEN...
Goed genoeg.
Hé, wat gooi je weg? - Niets, dingen die we al...
Oma heeft dit geschilderd. - Maar goed is het niet.
Ze was geen schilder. - Het is mooi. Ze had talent.
Het gaat niet naar Bogotá. - Laat los.
We zijn nu al twee dagen bezig en ik mag nooit iets weggooien.
Kijk eens. Ruik nou. Serieus? En dit? In Bogotá?
Ik wil niets weggooien. Is dat zo erg?
Je vroeg me om te helpen dit huis leeg te maken...
en dat gaat zo niet. Ik snap het niet.
Nee, natuurlijk niet. Jij snapt nooit iets.
Kom terug. Susana.
Zeg. - Luister, Alicia, rustig.
Ik weet dat dit moeilijk is, maar ik snap niet waarom je mij om hulp vraagt.
Ik ook niet. - Als je wil, ga ik weg.
Weet je wat? Ga maar. - Super.
Blijf jij de rest van je leven maar hier met je oma's rommel in de hitte.
Weet je wat?
Ik hou alles als aandenken aan de enige die ooit lief voor me is geweest.
Die me nooit in de steek liet. - Val dood.
Nooit.
Susana.
Nee.
O nee.
Ik meende het niet. Ga niet weg.
Kijk uit.
Ben je wel lekker? Kijk je niet voor je als je rijdt?
Gaat het? - Nee. Ik was er bijna geweest.
Het spijt me zo. - Zak.
Je maakt je bijna van kant. Gaat het? - Verdorie.
Bloed je?
De motor.
Kun je hem bewegen? - Ja, maak je geen zorgen.
Kom, ik heb alcohol in huis. Ik help je.
Nee, ik ga wel naar de drogist. - Nee, hè?
De sleutel is binnen.
Fuck.
Wil je dat ik de deur openmaak? - Ja.
Help even met deze. - Echt?
Ja. - Weet je hoe dat moet?
Het slot is oud, dat lukt wel. Help even. - Goed dan.
Het spijt me echt. Gaat het wel? Zeker weten?
AFLEVERING 3: PABLO
Mag ik?
Beng je echt geen inbreker hier in Cartagena?
Vandaag niet. Ik heb vrij, dus geen zorgen.
Kom, dan pak ik de alcohol.
Ga je verhuizen?
De alcohol stond daar bovenop. Ik maak Susana af. Ze zet alles weg.
Altijd weer. - Nee, geeft niet. Rustig.
Ik ben rustig. Ik wil je helpen. Dat is alles.
Waar is de badkamer? Kan ik me opfrissen.
Ja, de badkamer, daar is zeep.
Waar is het? - Daar achterin.
Gebruik de handdoek maar, die is schoon.
Susana.
Klaar. - Nu al?
Ja. - Gaat het?
En met jou?
Hoezo? - Nog steeds zo boos?
Wie zegt dat ik boos ben?
Mag ik iets doen? Kijk. Mag ik? - Wat?
Laat me even.
Kijk, zo snijd je je niet.
Dank je.
Wat een mooie dame. Is dat je moeder?
Mijn oma. - O, je oma?
Ze is min of meer mijn moeder. Dat was ze.
Ze is overleden, vandaar. - Luister...
mensen sterven en blijven in onze harten.
Als je aan haar denkt, zal ze je hele leven bij je zijn.
Geloof me.
Mijn god.
Weet je wat? Ik snap het. Ik snap wat je meemaakt.
Ik bedoel verhuizen, alle dozen inpakken.
En niet maar een paar dozen, maar het hele huis. Verkopen of verhuren? Geen idee.
Moet je nu beslissen?
Nee. - Waarom dan die haast?
Ik weet niet waarom ik je dit vertel terwijl ik je niet eens ken. Sorry.
Heb je al geluncht? We gaan de lekkerste vis van Cartagena eten.
Kom, dat gaan we doen.
Je gaat genieten, echt waar. Het is heerlijk.
Hier. Ik sta vrij. Hier.
Kom, ik laat je iets nog mooiers zien.
Als je helpt, is het extra lekker. - Ik?
En anders smaakt het echt minder goed. Kom op. Kom dan.
Vooruit maar.
Het komt eraan. - Ben ik wel sterk genoeg?
Doe me een lol. Kom, je kunt het. Mag ze helpen? Natuurlijk. Kom hier.
Wat moet ik doen? - Trekken.
Kom op.
Geweldig. Het is gelukt.
Goed gedaan. - Goed gedaan.
Het is gelukt.
Kijk 's aan.
Daar gaan ze.
Vis smaakt het lekkerst als je het met je handen eet, toch?
Ik heb wat voor je. Niet van mij, van de zee.
De zee stuurde hem naar jou, het touwtje is van mij.
Mag ik hem omdoen?
Even kijken.
Eens kijken. Hoe staat ie? Mooi.
Ja? - Ja, mooi.
Dank je wel. - Bedank de zee maar.
Het leven is beter met een volle maag, hè?
Mijn vader zei altijd precies hetzelfde.
Echt waar? - Ja.
Is hij ook overleden?
Je sprak in de verleden tijd. - Ik zie hem gewoon nooit.
Hij heeft jaren geleden het land verlaten met m'n moeder, voor z'n werk.
Mis je ze?
Nee.
Eerst wel, maar nu niet meer.
Weet je wat er nog ontbreekt?
Wijn. - O. Ja.
Maar wijn is hier moeilijk te vinden. - We gaan het niet kopen.
Kom, we gaan.
We gaan wijn halen. Kom op. Actie.
Wat doen we hier?
Je mag hier vergeving vragen voor wat je me aandeed.
Kom op.
Kom nou. - Waarheen?
Wat? - Kom op, snel.
Is dit geen heiligschennis? - Nee, deze is niet gewijd.
Proost. - Hoe weet je dat?
Ik was misdienaar. Ik zat op een katholieke school.
Zo mocht ik de les missen. - Misdienaar?
Serieus?
Ja, echt.
Van inbreker naar misdienaar. We zijn op de goede weg.
Proost.
Nu we hier toch zijn...
en samen misdaden begaan...
kunnen we wel wat dichterbij komen, vind je niet?
Proost.
We gaan ergens heen waar je weg van bent. Kom maar.
Het uitzicht is ongelooflijk.
Kom dan.
Wat vind je?
Mooi, hè?
Dus los van dat je crimineel bent en visser en zo...
Visser... - Wat doe je nog meer hier in Cartagena?
Ik breek in bij vreemden.
Maar woon je hier? - Nee.
Ben je op vakantie?
Nee, op doorreis.
Zo mysterieus.
Ik kwam hier om te beseffen dat we niet vaak kunnen doen wat we willen.
Wat wil je dan?
Anderen helpen.
Zoals mij vandaag?
Wat hoor ik? - Wat?
Hoor je het niet? Wat is dat?
Hier zetten ze geluidssystemen op voor feesten en zo.
Kom mee. - Waarheen?
Toe, je drinkt veel. - We gaan de champeta dansen.
Champeta? Nee.
Nee. - Kom op.
Is dat voor mij? Wat heerlijk.
Nee.
Hou even vast. We ruilen.
Wijn voor mij.
Hoezo nee? Naar boven, naar buiten, naar binnen.
Ik ga nog een nummer aanvragen. Zo terug.
Heb je het? Ja, graag.
Wat gebeurt hier nou? - Wat een goed nummer, hè?
Wat? Wat is er?
Ja, ik weet niet.
Ik heb de hele dag over mezelf gepraat en niet een gevraagd hoe jij heet.
Maakt dat uit?
Ik bedoel... - Voor mij wel.
Oké. Pablo. Leuk je te ontmoeten.
Hallo.
TE HUUR
Oké. - Prima.
Ik moet gaan. - Echt?
Wacht er iemand op je? - Nee.
Dus?
Kus me.
Pablo?
Waar heb je geslapen?
Juancho, ik heb de mooiste dag van mijn leven meegemaakt. Echt.
Ik heb een geweldige vrouw ontmoet.
Goddelijk.
Je weet hoe ik mijn pad met God respecteer, maar...
Je bent met haar naar bed geweest.
Diaken Pablo.
Ik begrijp je beproeving. Geloof me.
Als het een troost is...
we hebben het allemaal meegemaakt.
Ja, maar tien dagen voor de wijding?
Precies. Misschien stelde God je daarom op de proef.
En nu moet je kiezen.
Tussen vluchtige liefde of eeuwige liefde.
Maar de keus is aan jou.
Hij is een klootzak, net als de rest.
Niet. Jij hebt hem niet ontmoet. - Nee, toen was ie al weg.
Pablo is anders dan alle andere mannen die ik heb ontmoet. Ik zweer het.
Je weet niet hoe hij naar me kijkt, hoe hij praat, wat hij zegt.
Je hebt me gisteren gezien. - Niet te harden.
Hij leidde me af. Hij ging met me dansen.
Hij liet me lachen. Hij liet me een ander Cartagena zien.
Hij is goddelijk, Su.
Maar nu voel je je naarder dan gisteren. - Luister.
Het zou toch kunnen... - Wat?
Dat er iets is gebeurd? Dat hij weg moest en terugkomt?
Nee, Alicia, mannen zijn gewoon zo.
Ze gaan met vrouwen naar bed en verdwijnen dan.
Dit was het. Anders had hij wel een briefje achtergelaten.
'Dit was leuk. Ik woon hier. Hier is mijn nummer.'
Hij is verdwenen. Klaar.
Ik snap gewoon niet waarom ze allemaal verdwijnen.
Ze? Wie? - Iedereen. Mijn vader, mijn moeder, Pablo.
Ik ben er toch. En je hebt me gisteren nog wel als stront behandeld.
Je gooide me het huis uit.
Maar ik ben er en ik laat je niet in de steek. Dat beloof ik je.
Proost.
Proost.
Ontvang, o Heer, ons berouwvolle hart en onze nederige geest.
Laat ons offer vandaag in Uw aanwezigheid zijn en genade vinden bij U...
o Heer, onze God.
Was mijn schuld af en reinig mij van zonde.
ZEVEN JAAR LATER...
Het is geweldig om een vrouw bij de stichting te hebben.
Ik bedoel, je organiseert alles zo goed. Dame, je lijkt me een...
een soldaat, toch?
Ik ruim graag op. Het ontspant me.
Als je dat denkt, val ik je verder niet lastig, sergeant.
Nee. Oké. - De bruine suiker is belangrijk voor...
Hoe doet ze het?
Haal de jongens om te helpen inpakken. - Natuurlijk. Alicia.
Attentie. Pardon.
Attentie.
Hallo.
Kunnen we even praten?
Nee, mijn dienst is net afgelopen.
Nee, wacht nou.
Wat is dit?
Wat bedoel je? - Wat ik bedoel? Dit.
We werken hier nu al twee weken samen. Je praat niet met me en kijkt me niet aan.
Je ontwijkt me. Ik snap het wel, maar laten we het oplossen.
Het gaat om Cartagena. - Daar wil ik niet over praten.
Ik wil het uitleggen. - Al gebeurd. Je bent priester.
Maar dat praat het niet goed. - Ik weet niet wat je denkt.
Ik kwam je niet zoeken en hoef geen smoesjes. Ik wil ze niet.
Ik kwam voor mijn taakstraf.
Ik doe mijn werk en daarna zie ik je nooit meer.
Pardon.
Liefje?
Ik dacht dat je weg was.
Klopt, maar ik ben weer terug. - Wat is er nu weer?
Niks. Ik wilde zeggen dat ik tennis morgen heb afgezegd.
Nee. De Cárdenas praten nooit meer met ons.
Dit is de tweede keer deze maand. - Ach.
Ik haal koffie. - Ik heb al gegeten. Kom je even zitten?
Dat gaat niet. Ik heb een vergadering over mijn commissies.
Ik heb net iets ontdekt.
Je kandidaat neemt een week vrij.
Hoe weet je dat?
Dat was net op de radio.
O. - Wat?
Ik bedoel...
Ik zei toch dat Marcelo gek is. Echt, hij bedenkt zich vijf keer per dag.
In ieder geval verdien je een weekje vrij.
Hoe dat zo?
Omdat je er moe uitziet, omdat ik moe ben...
en omdat ik denk dat het ons goed zal doen...
weet ik veel, als we een paar dagen samen zijn.
In Mexico.
Mexico? - Ja. Ik heb afspraken in Mexico.
We kunnen naar Mexico City, een paar daagjes weg naar...
Tulum.
Wanneer gaan we?
Ernesto, ik ben volgende week op reis.
Voor mij is dat geen probleem.
Maar vraag het aan de baas. Pablito.
Ja? - Kom eens.
De dame wil volgende week niet komen werken...
omdat ze op reis gaat. Dat zegt ze.
Regel het maar. We hebben hulp nodig. Heeft Jota de spatel meegenomen?
Alicia.
Als je niet wilt komen omdat je me niet wil zien...
teken ik, stuur het de rechter en klaar. Ruzie is niet nodig.
Je hebt een hoge dunk van jezelf.
Niet alles draait om jou.
Ik ga akkoord, waarom doe je zo?
Ik doe niet zo, ik zeg het gewoon. - Nee.
Ik kom volgende week niet omdat ik veel reis voor m'n werk.
Werk je in een vliegtuig of zo? Ben je nu stewardess?
Ja, ik ben stewardess. En dan? - Weet ik veel.
Jij die aan boord vraagt wie kip en wie pasta wil, dat is raar.
Genoeg, trek de handschoenen uit. Ik wil niet meer vechten.
Hoe zorg ik dat je me vergeeft?
Doe niets.
Dus je zag die zak twee weken geleden...
en dat vertel je me nu pas?
Het leek me niet zo belangrijk.
Susana.
Kom op. Vertel. - Oké.
Susana, ik heb je nu nodig. De tafel daar bestelt.
Hé baas, ik heb een kwartier pauze.
Nee, het is al 24 minuten. - 24? Dat had ik niet door.
Genoeg. - Ga. Zag je hoe hij naar je keek?
Zo is hij geboren. Kan ik het helpen? Engerd.
Een whisky, graag. - Whisky voor meneer.
Ik bestierf het zowat toen ik hem zag. Na al die tijd, ik viel bijna dood neer.
Wat deed je? Hem slaan? Hem duwen? Wat heb je gedaan?
Raad eens. - Wat?
Ja, zo begon het eigenlijk wel, maar toen...
heb ik hem gekust.
Heb je hem gekust? - Ja.
Alicia, alsjeblieft. O nee, dit is niet van mij.
Bedankt. - Graag gedaan.
Wat? - Ik heb hem gekust.
Hij legde uit waarom hij vertrok, zich verstopte, wegliep.
Waarom? - Je flipt.
Ik heb je nodig. - Baas, niet nu. Alsjeblieft.
Genoeg. - Hij is priester.
Priester? - Priester.
Ja, hij is priester. - Je hebt een priester gekust.
Ja. - Alicia, je gaat naar de hel.
Mij een zorg wat ze denken.
Ik zei al dat we dit allemaal hebben meegemaakt.
Dit is geen bevlieging.
Wat bedoel je? Verlaat je het priesterschap?
Nee.
Ik had nooit priester moeten worden.
Ik had met haar moeten praten.
Ik heb hem eerst gezoend. Toen zei hij dat hij priester was. Nou?
Weet ik veel, vraag om zijn zegen. - Hou op, sukkel.
Nee, serieus. Laten we serieus zijn,
Heb je hem verteld dat je... - Wat?
Nee, echt niet. Ik heb niets gezegd, daar is geen reden voor.
Dat zijn mijn zaken. Het is eeuwen geleden.
Niet mee eens. Dit is van jullie... - Van mij. Hij hoeft het niet te weten.
Ik doe gewoon mijn taakstraf en klaar. Ik zie hem nooit meer.
Pablito Luceta, je zocht haar en vond haar niet.
Je ging naar het huis in Cartagena.
Ja, vaak. Maar ik kon haar niet spreken.
Je was in de war. - Dat was ik ja, precies.
Maar nu is ze terug en ik weet hoe ik me voel.
Ik heb het toen verkeerd gedaan.
En Alejo? - Met hem gaat het prima, bedankt.
Heb je niet gezegd dat je getrouwd bent? - Waarom zou ik?
Hij hoeft niks over me te weten.
Het gaat niet weer zoals zeven jaar geleden.
Het lijkt me verstandig als je een stapje terug doet.
Dat kan ik niet.
Ik kan het niet.
Denk je dat het goed komt als je dingen verzwijgt?
Ik verzwijg niks. Ik zeg het alleen niet. - Alicia, hij komt erachter.
Hij komt er nooit achter. Hij denkt dat ik stewardess ben en de wereld rondreis.
Hoe komt hij erachter? - Sorry, stewardess?
Wacht. Heb je gezegd dat je stewardess bent?
Nee, Alicia, serieus.
Jij bent echt niet wijs. Dit kan alleen maar slecht aflopen.
Alsjeblieft, ik bedoel, zoek die priester en beken.
Zeg: 'Bedank voor de kus, maar ik ben bepaald geen heilige.
Ik ben getrouwd.' Alicia.
Ik zeg niet... - Susana.
Wat? - Een momentje.
Ik heb opgeschreven wat ik nodig heb voor je ontslagbrief.
Ontslagbrief? Vreemd. Ik heb geen ontslag genomen.
Echt? Je neemt net ontslag.
Ik vlieg eruit.
Wat is er? Kom, het gaat regenen.
Pas op met de verfpotten. Dek de verfpotten af.
Kom op, Gustavo. - Dit gaat overstromen, Pablo.
Zeg dat niet. Wat bedoel je?
Sorry, ik kon geen taxi vinden. Wat is er? Wat doe je?
We halen alles binnen. - Ik help wel.
Nee, we moeten gaan. - Waarheen? Waarom?
Ze repareren het dak. Het gebouw kan instorten door de regen.
Waar gaan we heen? - Naar mijn huis.
Het is veiliger. Kom. - Waar is het?
Hier op de hoek. Kom op, sneller.
Ja.
Welkom.
Ik zoek een handdoek en droge kleren voor je, oké?
Zo terug.
We gaan de lekkerste vis van Cartagena eten.
Mag ze helpen? Natuurlijk.
Kom. - Wat moet ik doen?
Ik heb wat voor je. Niet van mij, van de zee.
De zee stuurde hem naar jou, het touwtje is van mij.
Van inbreker naar misdienaar. We zijn op de goede weg.
Waarom verdween je zonder een woord?
Ik ging je wakker maken. - Ging je me wakker maken?
Dus je wilde me niet wakker maken? Wat lief. Wat attent.
Omdat je om je oma rouwde. - O, dank je wel.
Je dacht dat zo weggaan me geen pijn zou doen?
Ik wist niet wat te zeggen. - De waarheid?
Dat je op het punt stond priester, paus, kardinaal te worden?
Nee, ik kon het niet. Ik heb het geprobeerd, maar...
Ik dacht aan de wijn stelen en zo. Het was leuk, toch?
Maar nu vraag ik me af: Had ik je zonder mijn taakstraf ooit nog gezien?
Ik haat klagen, echt, maar ik wil één ding zeggen.
Je hebt me niet eens gezocht. - Jawel.
Om iets te zeggen. - Ik zocht.
Ik was er slecht aan toe. Heel slecht. - Ik heb je overal gezocht.
Ik vroeg iedereen waar je was.
Maar je was weg. - O, ik was weg?
Ik heb je al die jaren niet uit mijn hoofd kunnen krijgen.
Ik voelde me zo schuldig. - Voel je niet schuldig om mij.
Jawel, want ik ben een sukkel.
Omdat ik wegging. Ik was onvolwassen. En je hebt helemaal gelijk.
Maar we zagen elkaar terug en...
Waar is de badkamer? Ik heb het koud.
Daar bij de deur. Daar, naast de keuken.
Hé. Als...
Als je wilt douchen, is er een elektrische douche.
Draai de kraan een beetje open, dan wordt ie warm.
Zorg dat je niet geëlektrocuteerd wordt.
INKOMENDE OPROEP ALEJO
INKOMENDE OPROEP ALEJO
Alicia.
Wacht. Toe. Stop. - Ik kan niet blijven. Ik ga naar huis.
Het giet. - Ik neem wel een taxi.
Wacht. Zie je? - Fuck.
Om deze tijd komt hier geen taxi.
Er is geen bus.
Je snapt er niets van. - Ik snap alles.
Dit is niet oké. - Ik weet het.
Ik maak niet weer dezelfde fout als toen.
Geweldig. Ik ook niet.
Alicia.
Ik zocht je overal voor ik Cartagena verliet.
Niemand wist iets. Ik dacht dat je een naam verzonnen had.
Ik haatte je. Ik haat je. Echt.
Ik werd die avond zwanger. Ik deed alles alleen.
Rustig maar.
Je hebt geen kind, als dat je zorg is.
Ik kon de zwangerschap niet voortzetten.
Het was leuk geweest als je bij me was geweest.
Ik voelde me alleen.
Het spijt me.
Het spijt me. Vergeef me. - Raak me niet aan.
Ik zou graag een kind met je hebben gehad, echt waar.
Hou je mond. Ik wil het niet horen.
Ik wil niet meer praten.
Ik verdwijn niet weer. Ik blijf bij je, dat zweer ik.
Laat me los.
Laat me los.
Vertaling: Jolanda van den Berg
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.