Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
In 5000 jaar beschaving heeft de mens z'n geschiedenis in bloed geschreven.
Onze grootste prestaties geven blijk van iets goddelijks...
maar de menselijke ziel kent een duistere kant...
die ons ondermijnt sinds Ka�ns broedermoord.
Deze film brengt de verschrikkingen van de strijd in beeld...
als bloeddorst de rede overweldigt.
Gruweldaden treffen niet alleen de krijgers...
maar ook onschuldige vrouwen en kinderen.
En de grootste verschrikking is dat het waar is.
Ik zal je een verhaal vertellen een simpel verhaal, maar waar
ik zal geen grote woorden gebruiken zoals een geschiedenisleraar
als ik naar buiten kijk zie ik het land
jong en wonderschoon hard en sterk
15.000 jaar lang hebben we ter ere van haar gedanst
onze dank uitgesproken en we zijn nog maar net begonnen
dit is mijn land
jong en groeiend vrij en bloeiend
zie je de zee ja, dit is mijn land
rijp en vruchtbaar in elk meertje, elke boom een wonder
als ik bij zonsopgang op een heuvel ga staan
kan ik om me heen kijken en haar om me heen voelen
soldaatje, zie je niet dat haar leven net is begonnen
het klopt in onze aders laat ons weten dat ze ons zal leiden
soldaatje, soldaatje
zie je niet dat er een andere manier is om haar lief te hebben
ja, dit is mijn land
ze heeft me voortgebracht en ik leer op haar te rekenen
land van hoge bomen en hoog ma�s
ik hou van haar en ik leer voor haar te zorgen
soldaatje
zie je niet dat er een andere manier is om haar lief te hebben.
Stom hoedje.
Honus. H�, Honus.
Heb je die tieten gezien?
Waar is ze? Waar is die vrouw?
Wat krijgen we nou? Wie heeft haar in die wagen gezet?
Ze is nu helemaal van jou, kapitein.
Kreng.
Detachement, voorwaarts.
Kijk 'r daar nou zitten.
Twee jaar gevangen bij die rode dek- hengsten. Dan vraag je je toch af...
Hoeveel er haar te pakken hebben gehad. Ik krijg het er warm van.
Soms klink je als een echte viezerik.
Het is haar schuld niet dat ze ontvoerd is.
Ik zou best eens een avondje met haar door willen brengen.
Hou je handen thuis in Fort Reunion. - Hoezo?
Hij wacht daar op haar. Haar verloofde.
Springarn.
We hebben flankdekking nodig.
Je moet voor flankdekking zorgen.
Wilt u mij advies geven? - Ik?
Ik ben de betaalmeester maar. Ik geef jou geen advies, soldaat.
Ik geef je een opdracht. - Waar ben je dan zo bang voor?
Struikrovers? - Cheyennes.
Ik heb nog nooit gehoord van indianen die een betaalmeester overvallen.
Ze hebben niks aan die geldkist. - Flankdekking.
Dit is wel ver genoeg.
Waarom moesten ze ons hebben?
Ik kwam net in de buurt. Ik kon haar al bijna zien.
Ik had m'n hand bijna om zo'n mooi enkeltje kunnen vouwen.
Echt. Wat ben jij een snotneus, zeg.
Je bent de beste vriend die ik heb, maar toch ben je een snotneus.
Zoek dekking.
Springarn, jij stomme klootzak...
Zoek dekking en schiet naar eigen inzicht.
De vrouw.
Jij stomme, arrogante, moordzuchtige rotzak...
De mannen redden je wel. Probeer rustig te blijven.
Mijn god, kijk nou.
We kunnen met ze onderhandelen.
Met een witte vlag. Dan luisteren ze wel.
Dat stel wilden wil ons dood hebben.
Ik ga met ze praten. - Kom terug.
Indianen, niet schieten.
Brand.
Nu duurt het niet lang meer.
H�, hier boven.
Kom op.
Blijf daar niet zo staan, naar boven met die luie reet van je.
Jezus, is dat alles?
Ben jij de enige die komt? Volg mij maar.
Wacht.
Laag blijven, kom op.
Daar gaat de wagen.
Ze zullen naar ons op zoek gaan.
Dat duurt niet lang. Niet bij hem.
Bij wie? - Gevlekte Wolf.
Mocht je het nog niet weten, dat zijn Cheyennes.
Hoe weet je dat het Gevlekte Wolf is?
Ik heb hem gezien. - Ken je hem dan?
Ik ken hem.
Hoe heet je? - Honus Gant.
Ik ben Cresta Marybelle Lee. Ben je gewond?
Ben je gewond? - Nee. Dat bloed is niet van mij.
Mooi, want we zitten hier nog wel even.
Ze kunnen zich nog uren lang vermaken met die lichamen.
Wat ben je aan het doen? - Ik doe m'n onderkleren uit.
Waarom? - Omdat het stikheet is en ze jeuken.
We moeten ons gemak er maar van nemen. Ga lekker liggen.
Ik wou dat ik m'n hoedje nog had.
Nog even over Gevlekte Wolf. Hoe...
Ik was z'n vrouw.
Kijk eens.
Waar ben je mee bezig?
Nergens mee.
Het wordt zo donker en dan moeten we hier weg zijn.
Je bent de doden aan het beroven. Mijn god, je bent ze aan het beroven.
Veel te roven is er niet.
Wat scheepsbeschuit, daar redden we het voorlopig mee.
Heb jij iets beters gevonden?
Het ging om jou. Hij was op zoek naar jou.
Waar heb je het over? - Gevlekte Wolf kwam je halen.
Gelul. - De Cheyennes zouden nooit...
Het had niks met mij te maken.
De Cheyennes zouden nooit een betaalmeester aanvallen.
Hij was op zoek naar jou.
Die moeite zou hij niet doen. Je overschat me, soldaatje.
Ik ben geen kist goud waard. - Ze hebben niks aan goud.
Waar denk je dat ze mee schoten?
Geweren kosten geld. Als je me niet gelooft, zoek de geldkist dan maar.
Nog vragen?
Ik wil iets zeggen.
Doe dat later maar. We gaan.
Voor hen.
Iemand moet iets voor hen zeggen.
Een soort dienst, bedoel je? Ach wat, ga je gang ook maar.
Het moet een gebed zijn.
Daar ken je er vast wel honderd van.
Ik had erbij moeten zijn.
Ik hoor hier naast ze te liggen, bij m'n compagnie.
Waarom? Volgens mij heb jij het beter getroffen dan de rest.
Zij liggen hier en jij staat nog overeind.
Bloeddorstige wilden.
Toe maar. Gooi het er allemaal maar uit...
maar daarmee komen we niet in Fort Reunion.
Zeg wat je wilt zeggen of we gaan.
Het is hun taak niet, tegen te spreken.
Het is hun taak niet het waarom te vragen.
Hun taak is enkel te doen en te sterven.
De zeshonderd reden de Vallei des Doods in.
Van alle kanten werden ze beschoten.
Dapper reden ze door, en goed.
Recht de klauwen van de dood in.
Recht de klauwen van de hel in, zo reden de zeshonderd.
Ze trokken hun sabels.
Ze schitterden in de lucht.
Ze vielen een leger aan, terwijl de hele wereld toekeek.
Het is hun taak niet naar het waarom te vragen.
Hun taak is enkel te doen en te sterven.
De zeshonderd reden de Vallei des Doods in.
Gooi toch weg.
Je sokken. Waarom zou je die dragen?
Wat is er? - Het is modder.
Een beetje vies. - Waar zijn de veldflessen?
Je raakt toch niks aan dat van de doden geroofd is?
Misschien hebben we ze nog nodig. - Eindelijk word je verstandig.
Wil je nog wat modder?
Kun je niet iets aan die jurk doen?
Kun je hem niet dichtdoen of zo?
Over een paar dagen ben ik lichter, dan zie je het minder.
Hij heeft me nooit gepast, hij was van haar.
Van die vrouw van het Snake Flats-bureau.
Ze trok me meteen al m'n kleren uit, deed me in bad en gaf me deze jurk.
Heb je dat hoedje gezien?
Een enorm geel geval, hij bedekte m'n hele gezicht.
Dat hoedje vond ik wel mooi. Dat vind ik echt erg, van die hoed.
Echt erg. - Durf je wel?
Wat zeg ik fout?
21 doden en jij zit te rouwen om een geel hoedje. 21 man.
Een druppel op een gloeiende plaat.
Soldaatje, het is niet het leger dat in dit dwaze land afgeslacht wordt.
Ons land is allesbehalve dwaas, Miss Lee.
Gelul.
Je gebruikt nogal wat grofheden. - Moet je me in Cheyenne horen.
Dapper, hoor. Hier komen om een echte indiaan om zeep te helpen.
Forten bouwen op land dat niet van jullie is.
Wat dacht je? Dat ze rustig toe zouden kijken terwijl je hun land inpikt?
Je hebt ze zelf bezig gezien. Ze scalpeerden ze.
En van wie hebben ze dat geleerd? De blanken.
En handen afhakken, en voeten, en...
Ik weet wat ze afhakken. Maar ze maken er geen tabakszakjes van.
Dat is ook een soldatenuitvinding. - Je liegt.
Heb je nooit een indianenkamp gezien nadat het leger er klaar was?
De vrouwen gezien, en wat ze aan- gedaan is voor ze vermoord werden?
De jongens en meisjes die aan bajonetten geregen zijn?
Die nog liggen te creperen?
Nou, ik wel. - Je liegt.
Ga slapen.
Je liegt.
Ik zal je over die hoed vertellen.
Hij leek precies op de hoed die ik van m'n vader kreeg...
op een zondagochtend, heel lang geleden.
Hij knielde voor me en kuste me, en zette die hoed op m'n hoofd.
Daarna heb ik hem nooit meer gezien. - Is hij gestorven?
Dat dacht je. Hij liet me achter in een weeshuis aan Canal Street.
Ach, wie heeft er ooit om gevraagd geboren te worden?
Ik ga slapen. - Doe dat. En denk maar niet aan mij.
Miss Lee, het is nooit zo geweest dat ik...
Als je het niet meer houdt, vannacht, ga je maar afkoelen in de rivier.
Daar heb je het.
Het oude Garvey-wagenpad.
Wat is daarmee? - Dat gaan we volgen.
Waarom?
Het leidt recht naar Fort Reunion. Dan is het nog maar vier dagen reizen.
Daar lopen we dan, in het open veld...
en daar komen ze, indianenkreten vanuit het niks.
Ze hangen ons op en laten de kraaien onze ogen uitpikken.
Misschien heb je het niet door, Miss Cresta Lee, maar ik ben een soldaat.
En ik heb veel ervaring in dit deel van het land.
Hoe lang houden ze je al gewoon soldaat?
M'n vader wilde het zo.
Als je die weg pakt, kan je vader je hier komen begraven.
M'n vader is dood.
Hij is vorig jaar omgekomen bij Little Big Horn, vermoord door de Sioux.
Ik vraag me af of die generaal Custer je vaders advies heeft opgevolgd.
Ik dat van jou in ieder geval niet.
Hou jij het geweer maar, en het vlees. Ik wil alleen wat scheepsbeschuit.
Succes, soldaatje.
Ik zal in het Fort zeggen dat het mijn schuld niet is.
Soldaat Gant.
Ben je verdwaald?
Ik kon het gewoon niet.
Je alleen laten. Als je iets overkwam, zou ik het mezelf nooit vergeven.
Wat zou ik je verloofde moeten vertellen?
Dus daar weet je van af.
Hoe zou ik die onder ogen kunnen komen?
De plicht van een soldaat tegenover 'n andere soldaat. Ik kan de pot op.
Het is een principekwestie. - Het is een kwestie van gezeik.
Neem wat bessen. - Daar kan ik niet tegen.
Kijk nou. De zoveelste scheur.
Praatje ook zo als je bij hem bent?
Bij je verloofde.
Dat is het grappige: We hebben nooit gepraat. Geen enkel goed gesprek.
Hij greep me steeds beet en dan hield ik de boot af.
Gelukkig hield ik me lang genoeg staande, tot hij bij het leger ging.
En dat deed het 'm. Zes maanden in Fort Reunion, zonder vrouwen.
Hij liet me ophalen, voor een militaire bruiloft.
En ik ben nog steeds onderweg.
Weet je zeker dat hij nog wacht? - Dat stond in z'n telegram.
Ja, maar zoals jij het vertelt...
zou je haast denken dat je hem om z'n geld trouwt.
Dat doe ik ook.
Ben je iets kwijt? - M'n sok.
Dan heb je de helft minder was, soldaat.
Ik ga even terug. - Dat meen je niet.
Ik ben zo terug.
Ik zal tegen niemand zeggen dat je uniform niet compleet is.
Nog 150 kilometer te gaan en jij gaat terug.
Hoe doe ik dat toch? 21 soldaten, en dan zit ik met jou opgescheept.
Afblijven. Het geweer ligt onder je jas en daar blijft het mooi liggen.
Cheyennes. - Kiowa's.
Ze willen ons doden, maar niet te snel.
Waar komen ze vandaan? - Uit ��n stomme sok.
We moeten iets doen. - Je kunt toekijken.
Waar heb je het over?
Ze gaan me verkrachten, soldaatje, en daarna vermoorden ze ons allebei.
Zag ik het goed? - Ik spuugde.
Wat gebeurt er? - Ik heb ze beledigd.
Ik heb ze uitgemaakt voor ouwe wijven, die bang voor je zijn...
omdat je lang en sterk en onbevreesd bent. Jij.
Niet oprapen. Doe je kleren uit.
Je moet naar hem kijken. Hij is twee keer zo snel als jij...
in die stomme legerbroek. Doe uit.
Ik kan niet vechten in m'n ondergoed. - Dat doe je ook uit.
Anders heeft ie je. Het gaat ook om mijn leven. Doe uit.
Ik kan het niet. - Uit.
Nee. - Rotzak.
Hou je mond.
Dood hem.
Je hebt gewonnen. Ze verwachten niet anders. Dood hem.
Je hebt het 'm gelapt.
Wacht op mij.
Wacht even.
Wat ben je aan het doen? - Ik lig dood te vriezen.
Je kan hier niet slapen. - Waarom niet?
Ik lig hier al. - Draai je om en doe je ogen dicht.
Dan hebben we het zo weer warm.
Wat ben je aan het doen, Honus?
Ik kan het niet.
Wat kun je niet? - Ik kan het niet.
Wat wil je dan doen, Honus?
Hier, neem jij 'm maar.
Ik wil het geweer, Honus.
Waarom? - Een geit.
Een echte geit.
Geen gezeur, geef me dat geweer.
Ik wil het eerst zelf zien.
Geef hier. - Straks jaag je hem nog weg.
Hij hoort niks en jij schiet drie heuvels ernaast.
Ik krijg hem wel. - Je mist.
Hij is weg.
Kijk dan, verdomde soldaat van niks.
Jij stomme, baardloze prutser.
Ik hoop dat je in die bessen stikt. Al lig je de hele nacht te kotsen.
Recht door z'n kop.
Dat is geweldig.
Om eerlijk te zijn, Honus, was het een taaie rotzak.
Alsjeblieft, ik vroeg toch of je... - Goed, het spijt me.
Ik ben echt niet preuts of zo, maar... - Nee, ik zal voorzichtiger zijn.
Het is tijd om te gaan slapen.
Dit is stom. Jij daar en ik hier.
Je zult wel gelijk hebben.
Honus, gaat het wel? Ik bedoel... - Ik weet wat je bedoelt.
Nou? - Ik overleef het wel.
Ik zal proberen stil te liggen. - Dat zou helpen.
Ik ruik regen in de lucht.
Er is geen wolkje aan de lucht.
Welterusten, Honus. - Welterusten, Ms Lee.
Hou je mond.
Het vuur van een blanke. - Hoe weet je dat?
Het is anders dan dat van een indiaan.
Allemachtig.
Sorry dat we u storen.
Ik ben soldaat Honus Gant, van de 11e cavalerie van Colorado.
En deze jongedame is Ms Cresta Lee uit New York.
Ik zie het.
We proberen Fort Reunion te bereiken.
M'n compagnie is afgeslacht door de Cheyennes.
Duivels zijn het.
We begeleidden 'n betaalmeester...
en Ms Lee was op weg naar haar verloofde.
Dat is mooi.
Waar zijn jullie geweren? Je bent toch wel gewapend?
We hebben ons geweer verloren bij de overstroming.
Dat was me wat, ja. Die twee schoonheden zijn bijna verdronken.
Ze zijn al zestien jaar van Isaac Cumber.
Leuk u te ontmoeten, Mr Cumber. - Isaac Q.
Een grapje van m'n vader, omdat Q zo goed bij Cumber past.
Maar ik vind het wel goed klinken.
Dat is een mooie wagen. U reist in stijl.
Zo is het. Ik heb eten en gereedschap en dekens...
en rollen calicot, voor het geval dat. - Voor de indianen?
Kijk maar eens.
Kijk eens in m'n ogen, soldaat. Dan zie je dat ik eerlijk ben.
Goudeerlijk.
Ik ben eerlijk tegen ze. Dus ze maken het Isaac Q. Niet moeilijk.
En vijandige stammen? - Denk je dat ik daarmee handel?
Duivels zijn het.
Je ziet een beetje pips. Je zegt niet zoveel, h�?
Een man kijkt liever naar een vrouw dan dat hij met haar praat.
En ik zie nu meer van je dan ik in 27 jaar van m'n vrouw gezien heb.
God hebbe haar ziel. Haar ijskoude ziel.
We kunnen wel wat eten gebruiken. - Dat zal wel.
Ik hou zelf wel van konijn. - Dat zou heerlijk zijn.
Ik kan wel wat calicot gebruiken. - Pak maar.
Hebben wij elkaar eerder gezien? Dat gevoel heb ik.
Volgens mij niet.
In m'n rugzak zit een goed stuk zeep. Kunnen jullie elkaar afschrobben...
of waar jullie verder nog zin in hebben.
Weet je zeker dat je hem niet kent? - Ja.
Denk eens goed na. - Hoezo?
Iets klopt er niet. - Wat dan?
Ik weet het niet. - Nou, dat helpt.
Hij reist legerposten af om te handelen.
Zulke handelaars gaan niet op zoek naar goud, niet in indianengebied.
Dus hij wil snel rijk worden. Wie niet?
Ik denk toch... - Denk alsjeblieft niet na.
Niet nu. We hebben eten en een lekker warm vuurtje.
Misschien heeft hij je wel ontmoet in het kamp van Gevlekte Wolf.
Hij handelt niet met vijandige stammen. Duivels zijn het.
Hij handelt vast met de Cheyennes. In geweren.
Nou, z'n wagen staat daar. Zoek ze maar dan.
Wat vind je ervan?
Heel apart.
Je bent een echte charmeur, Honus. Je hebt een gave.
Misschien zijn ze ergens anders verstopt.
Hier, neem een bad.
Luister, die man ruilt geweren voor de inhoud van onze geldkist.
Als ik er anders uit kan zien, kun jij anders ruiken. Pak aan.
Misschien is er een dubbele bodem. Ik ga kijken.
Nu, voor hij terugkomt. Aan de kant. - Je hebt het recht niet.
Laat me los. Hou op.
Je wist het al die tijd al. Er liggen geweren in die wagen.
En je hebt die man eerder gezien. - Twee keer.
Toen hij geweren verkocht.
Aan de Cheyennes.
Om Amerikaanse soldaten te doden. En je doet niks?
Toen kon ik het niet. Nu wil ik het niet.
Voor je eigen volk niet? - Ik ken alleen mensen in New York.
Voor je land dan. - Dit land is van de indianen.
Waarom ben je ooit weggegaan bij de Cheyennes?
Wil je het echt weten?
Omdat ze anders praten, zich anders kleden en anders eten.
Omdat ik geen Cheyenne ben, soldaatje, en het nooit zal zijn.
Maar ik zou liever een Cheyenne zijn...
dan een laffe soldaat van welk bloeddorstig leger dan ook.
Je bent een verrader, Ms Lee.
Nou, dat weten we dan ook weer.
Heb je goed gekeken? Dat dacht ik al.
Waar is ze? - Buiten westen, door m'n geweerkolf.
Daar bij het vuur. Geen zorgen, straks zie je er niks meer van.
Bijt ze door.
Gebruik je tanden.
Wat is er?
Wat doe je?
Geeft niks. Ga door. - Gaat het wel?
Bijt nou.
Kijk nou. Een wonder der natuur.
Alsof ik het geheim van het leven zelf bijna kan aanraken.
Ik schiet er helemaal vol van.
Made. Ik maakte je uit voor made.
Een made.
Het kleinste wezen in Gods schepping. En wie is er beter?
Jij, ik, hij? Geloof het maar niet.
Er is maar ��n ding zeker. Je bent snel weer terug bij je geliefde.
En de handen van Gevlekte Wolf jeuken vast om je weer aan te raken.
Ga je ons eerst uithongeren? - Gevlekte Wolf houdt wel van mollig.
Wat jij, dame? Wat dacht je van een lekkere sappige steak?
Er moet hier toch ergens wat wild rondlopen.
Als je nog wat lieve woordjes wilt zeggen, zou ik het nu doen.
Snel, ga verder.
Ik heb geen spuug meer om mee te kauwen.
Zo ja.
Ze raken los, ik voel het. Nog iets harder.
Trekken. Goed zo.
Ze raken losser. Trekken. Nog een beetje. Ik ben vrij, Honus.
Geef me je voeten, soldaat.
Ik snij je voeten los, meer niet. Dan smeren we 'm.
En de geweren dan? - Die blijven mooi hier.
Je weet waarvoor ze gebruikt zullen worden.
Zo kunnen de Cheyennes in leven blijven.
Niemand wil ze vermoorden. Ze krijgen land om in vrede op te leven.
Snijd me los. - Nietje handen, alleen je voeten.
Hij heeft het enige zadel. We doen het wel zonder.
Wat ben jij aan het doen?
Wat wil je nou, een medaille?
Pak het paard.
Klim erop, dat red je best. - Ga maar.
Klim erop, stomme zak.
We moeten verder.
Hij zit ons op de hielen.
Hou vol, verdomme.
Kom terug, kom op.
Wacht.
Hou toch je mond, verdomme.
Hoe gaat het met je been?
Ik kan het nog bewegen.
Je hebt geluk dat die kogel er recht doorheen ging.
Ik heb meer last van m'n hoofd.
Eet hier maar iets van. Dan zul je je beter voelen.
Lekker. Wat is het? - Neem nog maar wat.
Ik heb wat wortels gekauwd en op je wond gebonden.
Dat haalt het gif eruit. Heb ik van de indianen.
Je zou niet denken dat een wilde tijd heeft voor medicijnen, h�?
Inderdaad.
Je ziet er goed uit, Honus. - Jij ook.
Ik?
Eet nog maar wat.
Je hebt nog niet gezegd wat het is. - Hocheeka.
Slang.
Slang. - Je moet hem precies goed koken.
Vast.
Je ziet er beter uit dan ooit tevoren.
Je straalt, en je bent beeldschoon.
Net een engeltje.
Waar ben jij mee bezig?
Wat zat er in die slang?
Het was de slang niet.
Je hebt vast weer koorts.
Maar ik ben een verrader, weet je nog wel?
Ik weet het.
En ik vloek constant. - Dat is waar.
Hoe kun je dan zeggen...
Ik zeg liever niks meer.
Ik hou je liever vast, Cresta Marybelle Lee.
Niet doen.
Doe het alsjeblieft niet.
Alleen als je het echt meent.
Soldaatje.
Honus, ik probeer serieus te zijn. - Ik ben ook serieus.
Ik heb nagedacht. Ik ga verder.
Alleen reis ik sneller en dan stuur ik ze naar jou...
met echt eten en een paard en schone sokken.
We gaan samen terug.
Wij zijn hier, Honus, snap je het niet?
We zijn hier, en nergens anders.
Elders is er geen 'wij'.
Als we teruggaan, is er geen 'wij' meer.
Sorry dat ik zo binnenval, maar ik ben Cresta Marybelle Lee en ik...
Ik kan het niet geloven.
Ik heb maar twee soldaten nodig, wat is daar zo moeilijk aan?
Uitgesloten, Miss Lee. Het is gewoon niet mogelijk.
Hij houdt het nog geen 2 weken vol.
Tegen die tijd kan ik misschien hulp sturen.
Aardig van je, jochie. Geef me een paard, dan ga ik zelf wel.
Het stikt hier van de indianen, ik kan u niet alleen laten gaan.
Hoe denk je verdomme dat ik hier gekomen ben?
Gunt u me een paar momenten alleen met Miss Lee?
Dat lijkt me een goed idee. Een goed, verstandig gesprek.
Verontschuldigt u mij.
Als ik die jeugd van vandaag zie, zoals ze zich gedragen...
vraag ik me af wat er van dit verdomde land moet worden.
We gaan toch trouwen? Dan kunnen we toch wel even samen zijn?
We hebben elkaar nog amper gedag gezegd.
Je hoeft niet zo te vloeken.
Ik? - Stuur iemand naar Honus toe.
Voorlopig niet. - Waarom niet?
Vanwege de Cheyenne. En dat zou jij toch moeten kunnen waarderen.
Die vind je toch nooit. - We weten al waar ze zitten.
Waar dan? - Iets ten westen van hier...
bij de Twin Rock-pas naar Julesberg.
Weet je dat zeker? - Natuurlijk.
Morgen zijn we vlak bij hun kamp.
Er is maar ��n ding mis met me, Johnny.
Het is zo lang geleden.
Maar nu zijn we bij elkaar.
Ik heb al twee dagen niks gegeten...
en ik heb zo'n honger dat ik niet meer weet wat ik zeg.
Je hebt honger? - Als we eens iets gingen eten...
in dat lange gras daar?
Natuurlijk. Ik ben zo terug.
Wat doet u, mevrouw?
Het is goed, hij is m'n verloofde.
Prentje de duistere gruweldaden in...
van deze goddeloze barbaren.
Moord, verkrachtingen, martelingen.
Als je aan je kameraden denkt, gevallen en afgeslacht...
stel jezelf dan de vraag: Zullen wij hun eenzelfde genade tonen?
Reken daar maar op.
Majoor Phelps, neem het over.
Heb je al iets gehoord van je verloofde?
Ik ben bang dat ze hopeloos verliefd is op soldaat Gant.
Jammer. Ik ga in de wagen zitten, ik heb last van m'n rug.
Het zouden de twee flankdekkers kunnen zijn, maar het zijn er drie.
Geef eens hier.
Deze man reed door Leaver's pas.
Dat is geen cavaleriepaard.
Ik maak deel uit van het 11e Vrijwilligerscorps van Colorado.
Dat zijn wij.
Soldaat Honus Gant meldt zich.
Kanonnen.
Veel soldaten en geweren.
Jullie moeten hier weg.
We willen geen oorlog.
Je volk heeft me een vlag gegeven, en een medaille van vriendschap.
Ik vertrouw ze niet.
Ze zullen ons volk vermoorden.
We zullen vechten. - Ik zeg: Vrede.
Je hebt je ketting niet om. M'n liefdesgeschenk.
Heb je hem aan iemand gegeven?
Ik moet nu naar hem toe.
Als u me even met haar laat praten...
kan ze Gevlekte Wolf misschien overhalen niet te vechten.
We hebben hun geweren vernietigd, dus ze kunnen niet winnen.
Het heeft geen enkele zin.
Ik weet niet wat voor relatie je met die vrouw had...
maar m'n mannen vallen bij zonsopgang aan.
21 van je eigen kameraden vermoord. Aan stukken gereten.
Ik weet het. - Ze zullen boeten.
Is het het waard? - Je kunt gaan.
Klaarmaken om te vuren.
Er is niks ongewoons te zien.
Het kanon begint om half acht, zes per salvo tot het bereik gevonden is.
Ik weet dat ze daar ergens is, McNair.
Wat we ook van haar denken, ze blijft blank. Maar er is niks aan te doen.
Kan ik van je op aan? - Ik zal m'n plicht doen, sir.
Geef het bevel, luitenant.
Ze komen naar ons toe.
Het is Gevlekte Wolf. Hij heeft een witte vlag bij zich.
Jawel, een witte. - Nonsens.
Kijk zelf maar. - Geef het bevel, zei ik.
Geef het bevel dan.
Open het vuur. - Klaar?
Open het vuur.
Alle divisies, ��n graad omhoog. Vuur naar eigen inzicht.
We hebben nu de juiste afstand. - Stop.
Ga weg bij dat kanon.
Arresteer die man. - Stop.
Er is daar een blanke vrouw.
Kijk.
Erachteraan. Pak die rotzakken.
Trek jullie zwaarden.
Ten aanval.
Mannen, verzamelen achter de vaandels.
Vorm twee kolommen, rechts en links.
Val het dorp in volle galop aan, jij van links, ik van rechts.
De artillerie houdt op met schieten.
We vallen het dorp van de rechterkant aan.
Voorwaarts.
Voorwaarts.
Ten aanval.
Gaat het, kolonel? - Jawel.
Maak het dorp met de grond gelijk.
Brand deze plaag plat.
Haal die blanke vrouw daar weg.
Ik zal die kleine duivel uit haar lijden verlossen.
Vervloekt ben je. - Wat doe je?
Waarom? Waarom? - Hou je mond.
Krankzinnig.
Weet je nog een gebedje, soldaat?
Een fijn gedicht?
Zeg eens iets moois.
Ik wil tegenover iedereen, zowel officieren als soldaten...
m'n diepe bewondering betuigen...
m'n warmste gevoelens, en m'n dankbaarheid voor het goede werk.
Jullie zijn erin geslaagd...
weer een stukje Amerika bewoonbaar te maken.
We hebben de indiaan een lesje geleerd om nooit te vergeten.
En dat is niet alles. De rest van jullie leven...
zullen jullie trots zijn als er over deze dag gesproken wordt.
Dan zullen jullie zeggen: Jawel, ik was bij lverson.
Vrijwilligers van Colorado, vertrek.
Op 29 november 1864...
viel een cavalerie-eenheid van meer dan 700 man...
een vreedzaam Cheyenne-dorp aan bij Sand Creek in Colorado.
De indianen hesen de Amerikaanse vlag en de witte vlag, ter overgave.
Toch viel de cavalerie aan.
Ze slachtten 500 indianen af, merendeels vrouwen en kinderen.
Meer dan honderd scalpen werden meegenomen, lichamen verminkt...
en vrouwen werden verkracht.
Generaal Nelson A. Miles, stafchef, omschreef de slachting als volgt:
Wellicht de gruwelijkste, onrechtvaardigste misdaad...
in de geschiedenis van Amerika.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.