All language subtitles for Tess.1978.REMASTERED.1080p.BluRay.X264-AMIABLE

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish Download
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Goedenavond. -Goedenavond, Sir John.

Pardon, meneer.

Ik kwam u hier laatst tegen en ik zei goedenavond.

En toen noemde u me Sir John. -Dat is mogelijk.

En nu weer. Waarom dat 'Sir'? Ik heet gewoon Jack Durbeyfield.

Voor de aardigheid. Ik ben trouwens dominee Tringham.

Ik heb iets over u ontdekt toen ik stambomen natrok.

Ik ben oudheidkundige.

U stamt direct af van de ridderlijke d'Urbervilles.

Wist u dat niet? -Nooit van gehoord.

Laat uw hoofd eens van opzij zien.

Echt het profiel van een d'Urberville. Iets grover, maar toch.

Volgens de boeken is uw stamvader Sir Pagan die uit Normandië kwam.

Terwijl ik jaren in armoe leefde? -Ik dacht dat u ervan wist.

Ik heb 'n zilveren lepel en 'n zegel, maar ik heb er nooit bij stilgestaan.

Waar leven wij d'Urbervilles nu? -Jullie leven nergens.

Jullie liggen in het familiegraf in Kingsbere-sub-Greenhill...

...in loden kisten onder marmeren platen.

Waar zijn onze huizen? -Die zijn er niet.

Ook geen land?

Vroeger hadden jullie veel land.

Wat kan ik doen, meneer? -Wat dat aangaat...

Kan ik niet iets doen? -Niets.

Uzelf kastijden met de gedachte: Wat zijn de machtigen diep gevallen.

Goedenavond, Sir John.

Drinkt u een biertje met me?

Ze schenken goed brouwsel in {y:i}The pure drop.{y}

Hoewel minder goed dan bij Rolliver.

Sir John d'Urberville is mijn naam.

Wat is dit? -Onze dansavond, meneer.

Waar zijn de mannen? -Die komen straks van het werk.

Wilt u zolang meedoen? -Graag. Maar één man is wel weinig.

Beter dan geen. Het is zo saai als niemand je knijpt.

Wat doe je? -Ik ga me vermaken. Doe mee.

Stel dat ze ons zien. -Gaan jullie maar vast. Ik kom zo.

Kijk eens. Dat is je vader in die wagen.

Niemand in Wessex is van zo'n goeie komaf als ik.

Vader is gewoon moe.

Hij is met de wagen omdat ons paard dood is.

Gelukkig, daar ben je. -Even verkleden.

Ik moet je iets vertellen.

We blijken van edele komaf te zijn.

Van lang voor de tijd van Oliver Crumble.

De tijd van de heidense Turken...

...met monumenten en grafgewelven...

...en een familiewapen.

Maakte vader daarom zo'n heisa?

Onze echte naam is d'Urberville.

Daarom deed ie zo. Niet uit dronkenschap.

Waar is ie? -Hij hoorde het van een dominee.

Waar is ie nu? -Hij was zo overstuur.

Hij is naar Rolliver gegaan. -Bier zal 'm niet veel helpen.

Ik zal 'm gaan halen. We zijn zo terug.

Wees lief en stop de kleintjes in bed.

Kijk maar.

Dat lepeltje is maar klein, maar mijn familie was groots.

Ik heb een plan. -We hadden veel bezittingen.

Zit er geld in?

Dat we familie zijn, is genoeg.

Ik heb een plan bedacht.

Je moet dat zegel van ons vinden, of ik doe je wat.

Er woont een mevrouw d'Urberville bij Trantridge.

Niets vergeleken bij ons. Zeker een jongere tak.

Niet uit de tijd van koning Norman.

Maar ze is wel rijk. -Wat hebben wij daaraan?

Het zou kunnen. Tess moet ons familierecht gaan opeisen.

Twee takken van de familie moeten elkaar toch opzoeken?

Misschien goed voor een huwelijk.

Morgenochtend zal ik 'r sturen. Daar drinken we op.

Daar ben je, liefje. We zouden net gaan.

Moet ik gaan bedelen? -Welnee.

Het is familie.

Ik zou hen ook helpen als het nodig was.

We hebben allen onze voor- en tegenspoed.

Je moet erheen gaan en haar hulp vragen.

Het is al mooi als ze me ontvangt en vriendelijk is.

Je moet geen hulp verwachten.

Met jouw knappe smoeltje lukt het vast wel.

Ik zoek liever werk.

Durbeyfield, jij moet beslissen.

Als jij het zegt, dan gaat ze.

Wil je dat familielid van ons gaan bezoeken?

Ik ga liever niet. -Ze wil niet.

Mijn kind moet zich niet verplichten aan vreemden.

Ik ben het hoofd van de edelste tak van de familie...

...en ik heb m'n trots.

Dat gesnoef over je voorouders.

Dat bezorgt ons geen nieuw paard.

Dit is allemaal nieuw.

Schoonheid, wat kan ik voor je doen?

Ik kom voor Mrs d'Urberville. -Dat kan niet. Ze is ziekelijk.

Om welke zaak gaat het? Ik ben haar zoon.

Niet om een zaak. Wat zal ik zeggen?

Geen zaak. -Een pleziertje dan?

Het is nogal gek. Ik zeg het liever niet.

Geeft niet. Ik hou van gekke dingen. Zeg het maar.

Ik kwam zeggen, meneer...

...dat we familie van u zijn.

Een arme tak?

Stokes? -Nee, d'Urbervilles.

Dat bedoelde ik ook.

Zeg, hou je van aardbeien?

Ja, als ze er zijn. -Hier zijn ze al rijp.

We heten Durbeyfield, maar er zijn bewijzen dat we d'Urbervilles zijn.

Dat zegt de oudheidkundige.

Moeder zei dat u dat moest weten. Ons paard is dood.

En we zijn de oudste tak. -Ik begrijp het.

Jij brengt me een beleefdheidsbezoek als familielid.

Zoiets, ja.

Dat kan geen kwaad.

Ik hou 'm liever zelf vast.

Niet zo bedeesd, knappe nicht.

Hier, nog een.

Hier zit ie echt prachtig.

Je bent net een ruiker.

U prikt me. -Tja, nichtje. Wie mooi wil zijn...

Ik heb echt niet zo'n trek.

Onzin. Je moet eerst iets eten.

Het is een hele rit naar huis.

Ik zal een goed woordje voor je doen.

Maar hou op met die d'Urberville-onzin.

Je heet gewoon Durbeyfield.

Dat is een heel andere naam. -Dat hoop ik maar.

Wat uw dochter betreft, berichten wij u bij deze...

...dat we haar de leiding kunnen geven...

...over een pluimveehouderij met een moderne opzet.

Mocht uw dochter na enige tijd blijken te voldoen...

...dan garanderen we haar een goed onderdak en een flink loon.

In afwachting van uw antwoord.

Ze zijn van je gecharmeerd. -Laat eens zien.

Wie heeft 'm geschreven?

Mrs d'Urberville natuurlijk. Ze heeft getekend.

De leiding van een pluimveehouderij?

Dat lijkt me niks. -Ach, toe.

Ze wil niet dat je te veel verwachtingen koestert.

Maar je bent familie. -Kijk, dat zegel.

Dit is hetzelfde.

Een grote leeuw met een kasteel erop.

Ze heeft haar eigen bloed herkend. -Ze heeft me niet gezien.

Ze kon je moeilijk in de armen sluiten, zo ziekelijk als ze is.

Maar haar zoon heeft je ontvangen en sprak je aan met nicht.

Ik blijf liever bij jullie.

Tot ziens, vader.

Ga je? -Ja. Dag, vader.

Je ziet er mooi uit.

Zeg tegen die neef van je...

...dat we uit armoede gedwongen zijn hem de titel te verkopen.

Maar voor een goede prijs. -Niet minder dan duizend pond.

Voor duizend pond, ja.

Weet je wat? Hij krijgt 'm voor honderd.

Ik wil niet moeilijk doen.

Vijftig pond. Twintig, geen stuiver minder.

Het gaat om de familie-eer. -Je moet gaan.

Ik wil een stukje meelopen. -Ja, nu ze gaat trouwen.

Helemaal niet. Praat ze niet van die onzin aan.

Ze gaat bij een rijke familie werken...

...voor een nieuw paard voor ons.

Ik wou dat Tess geen dame werd.

Niet m'n arm. Hou m'n middel vast.

Ondankbaar wicht. Laat je me nu los?

U reed als een gek. -Brutaaltje.

Vanaf een heuvel moet je omlaag. -Maar niet in galop.

Dat een dappere schoonheid als jij zoiets zegt.

Ik ga altijd in galop.

Dat doet je bloed stromen. -Doet u het niet weer.

Misschien. Dat hangt ervan af.

Eén kusje op die volle lippen of die fluwelen wang...

...en ik ga in slakkengang. -Ik wil niet gekust worden.

Stop, alstublieft.

Goed dan, als u dat wilt.

Ik dacht dat een familielid me zou beschermen.

Niks familielid.

Je bent wel gevoelig voor een dorpsmeid.

M'n hoed.

Zonder hoed ben je nog mooier.

Stap nu maar in. -Nee, meneer.

Ik loop liever. -Het is nog zes kilometer.

Al was het dertig kilometer.

Pas op voor Dollop, de rentmeester.

Mr Alec zit op z'n paard, of hij zit achter ons aan.

Z'n moeder is wel raar, maar niet kwaad.

Gelukkig is ze blind.

ls ze blind? -Stekeblind.

Ze heten eigenlijk Stoke.

Hoe kan dat? -Zijn vader heette zo.

Hij kocht de naam om belangrijk te lijken.

Waar blijven die vogels nou?

Helemaal vergeten. Pak jij Phena daar.

En deze.

Dus jij bent de nieuwe jongedame?

Hoe is het met m'n vogels?

Dit is Strut.

Hij is niet erg levendig vandaag.

Ik denk dat hij geschrokken is van vreemde handen.

En Phena?

Jullie zijn wel een beetje bang.

Ze wennen wel aan je. Kun je fluiten?

Fluiten? -Ja, deuntjes.

Een beetje. -Dan moet je elke dag oefenen.

Ik hou van m'n kippen, maar ook van m'n goudvinken.

Ik heb een jongen gehad die goed kon fluiten.

Daarna zijn ze verwaarloosd. -Mr Alec heeft voor ze gefloten.

Die.

Kunst noch natuur schiepen ooit iets fraaiers dan jou.

Dat mooie mondje blaast erop los en brengt geen noot voort.

Het hoort bij m'n werk. -Ik leer het je wel.

Ik zal je niet aanraken. Ik blijf hier staan.

Kijk goed naar me.

Tuit je lippen niet te veel. Ik doe het voor.

Zachtjes blazen.

Zachtjes.

Nog een keer.

Nog eens.

Nu lukt het verder vast wel.

Vind je m'n moeder niet een beetje vreemd?

Ik ken haar nauwelijks.

Ik sta niet bij haar in de gunst.

Jij wel, als je goed bent voor haar dieren.

Vertel je problemen niet aan Dollop, maar aan mij.

Wil je niet dansen?

Ik ben doodmoe. Wanneer gaan we? -Zo meteen.

Schoonheid, wat doe jij hier zo laat?

Ik wacht op de anderen om naar huis te gaan.

Ik ben hier te paard. Maar ik kan een rijtuig huren.

Dank u. Ik zou op de anderen wachten.

Goed dan, malle meid. Wat je wilt.

Wat zit er op je rug?

Lieve hemel.

Het is stroop.

Lach me niet zo uit. -Ik kan er niks aan doen.

Jij waant je de koningin, omdat je zijn lieveling bent.

Hou daarmee op.

Jouw soort deugt niet.

Als ik jouw soort had gekend, had ik me niet met je ingelaten.

Wat is er aan de hand?

Spring snel achterop.

Van de wal in de sloot.

Waar zijn we? -In het jagersbos.

ls dat geen omweg? -Dit is 't mooiste bos van 't hele land.

Dit moet je zien op zo'n goddelijke avond.

Ja, maar... -Geen gemaar nu.

Ik voel me gelukkig nu. Dat probeer ik vast te houden.

Daarnet zat je te bibberen. Nu voel ik je warmte.

Heb je het nog koud? -Nu niet meer.

Ik laat 't paard nog even zo lopen.

Dan is ie straks uitgerust.

Hoe is het met het paard van je ouders?

Ze hebben geen paard. -Jawel, sinds maandag.

Ik dacht dat ze het je zouden schrijven.

Wat kan ik zeggen? -Dat hoeft niet.

Ik wist hoe hard je vader een paard nodig had.

Hij moet jou bedanken.

Ik ben u dankbaar, echt waar.

Maar had u het maar niet gedaan. Het is te veel.

ls dat een verwijt? -Nee, het is heel aardig van u.

Ik voel me gekweld sinds jouw komst.

Dan vertrek ik morgen. -Dat is waanzin.

Ik wil niet dat je weggaat. Dat is wel het laatste.

ls er dan helemaal geen hoop voor me?

Tess, ik verlang zo naar je.

Weet je dat niet?

Vergeef me.

Vergeef me. Doet het pijn? -Nee, het is niets.

U bloedt.

Mijn God.

Hoe kon ik zoiets doen?

Ik ben het.

Doe open, gekke meid.

Moet ik m'n stem verheffen?

M'n moeder zal het horen.

Hou op met die onzin, liefje.

Waarom sluip je weg als een dief in de nacht?

En zo vroeg?

Niemand had je tegengehouden.

Laat me je brengen.

Of kom je mee terug? -Ik ga niet terug.

Waarom huil je?

Ik dacht eraan dat ik daar geboren ben.

We zijn allemaal ergens geboren.

Was ik maar nooit geboren.

Waar dan ook. -Doe niet zo zwartgallig.

Je kunt je meten met elke vrouw, rijk of arm.

Dat zeg ik met de beste bedoelingen.

Laat de wereld je schoonheid zien voordat die verwelkt.

Maak liever iets moois van je leven.

Zo slecht hadden we het niet. -Ik was even verblind.

Dat zeggen alle vrouwen. -Hoe durft u.

Soms meent een vrouw wat ze zegt. -Goed, ik zat ernaast.

Ik wil er nu uit.

Ik deug blijkbaar nergens voor.

Zo ben ik geboren en zo zal ik sterven.

Luister, Tess.

Mocht er iets gebeuren...

...en mocht je ook maar enig probleem hebben...

...laat het me dan weten en je krijgt wat je nodig hebt.

Ga je echt niet mee terug?

Dag, nicht sinds vier maanden.

Ze doet alsof ze het haat...

...en zichzelf en 't kind dood wenst. Maar ze houdt van 'm.

Arm wurm. Het zal niet lang leven.

Goedenavond, Durbeyfield. -Wat komt u doen?

Ik kom het kind dopen, voordat de Heer het weghaalt.

Mijn kinderen zijn allemaal gedoopt.

Speel geen spelletjes. -Ik speel niet. Ik werk.

Als een paard. Zeg dat maar tegen de Heer.

M'n kind sterft. -Had dan opgepast.

Maar het kind is er nu eenmaal.

Laat de dominee nou binnen. -Hij komt er niet in.

Over m'n lijk.

De schande is al groot genoeg.

Genadige God, heb medelijden met hem.

Laat mij boeten, maar spaar m'n kind.

Ik wil u graag iets vragen.

Zeg het maar, kind. Ik luister.

We delen in je verdriet, m'n kind.

We lijden allen met Christus. -M'n zoon is gedoopt.

Door wie? -Door mij, gisteravond.

Hoe heb je dat gedaan?

Ik heb m'n broertjes en zusjes gevraagd om te bidden.

Liza-Lu hield het gebedenboek open en ik stak een kaars aan.

En toen?

Toen hield ik m'n kind zo boven de waskom.

Ik sprenkelde water op z'n voorhoofd en zei:

Ik doop je in naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Heb je een kruis geslagen? -Ja, dat ook.

ls dat voor God hetzelfde als wanneer u 'm had gedoopt?

Ja, dat is hetzelfde.

Krijgt ie een christelijke begrafenis?

Dat is een andere kwestie. -Waarom is dat?

Dat zou het hele dorp aangaan, niet alleen ons twee.

Wilt u het niet doen, voor deze ene keer?

Het spijt me. -Ik smeek u.

Het is echt niet mogelijk.

Dan mag ik u niet.

Ik kom nooit meer naar uw kerk. Nooit meer.

Mr Crick.

Ben je er al? We verwachtten je morgen pas.

Helemaal van Wetherbury. -Ik kom van Marlott.

Dat is nog verder.

Zou je het hier uithouden?

Het is hier nogal ruig, maar wij kunnen tegen een stootje.

Dat ben ik wel gewend. -Als kind kwam ik in jouw streek.

Je moet rusten en iets eten. -Ik wil liever beginnen.

Je zult wel uitgehongerd zijn. -Een slokje melk is voldoende.

Als je dat naar binnen krijgt.

Ik drink het al jaren niet meer.

Melk ligt als lood op m'n maag.

De beesten geven minder melk.

Dat komt door die nieuwe meid. -Dat zou kunnen.

De melk gaat in hun horens zitten in die periode.

We leven niet in de Middeleeuwen.

Ik leer het nog niet erg.

Doe het met zachte hand.

Het gaat niet om kracht. -Dat voel ik in m'n vingers.

Mrs Crick voelt zich te goed om zelf te melken.

Maar we hebben het goed en we krijgen volop te eten.

Het zal je best bevallen. Mr Crick is een aardige man.

Hij heeft z'n eigen plaats in de kerk.

Door de week melkboer Dick. Op zondag Mr Richard Crick.

Wie speelt daar?

Mr Clare.

De jongen die leert melken.

Hij heet Angel Clare.

Angel.

Een ongewone naam.

Hij zegt nooit veel tegen ons, jammer genoeg.

Waarom niet?

Kijkt ie neer op gewone mensen? -Integendeel.

Hij spot juist met oude families.

Het is heel eenvoudig.

Hij is zoon van een predikant en wil liever boer worden.

Hij heeft al met schapen gewerkt.

Nu leert hij het zuivelwerk van Mr Crick.

Wat heeft hij tegen oude families?

Hij zegt dat ze...

...wormstekig zijn.

Je ziel wil ontsnappen. -Het komt door het brood.

Als je niest, kan je ziel ontsnappen.

De ziel kan er pas uit als het lichaam dood is.

En als je flauwvalt? -Dat is wat anders.

De geest blijft in je, maar je voelt 'm niet.

Je kunt je ziel wel laten uittreden.

Hoe dan, meisje?

Als je 's avonds in het gras ligt en naar een ster kijkt.

Je moet er heel lang naar staren.

Dan voel je je in de hemel vallen...

...mijlen ver van je lichaam...

...dat je niet nodig lijkt te hebben.

Tess.

Niet weglopen.

Ben je bang? -Nee, voor buiten niet.

Maar voor binnen wel? Waarvoor dan?

Ik weet het niet precies. -Dat de melk zuur wordt?

Angst voor het leven? -Ja, meneer.

Dat heb ik ook heel vaak. Het leven is een raadsel, niet?

Misschien, als u het zo stelt.

Het wil maar niet lukken.

Als dit zo doorgaat, moet de bezweerder komen.

Ik geloof er niet in, maar ik moet toch iets proberen.

Er is iemand verliefd, wat ik je brom.

Bezweerder Fall voorbij Casterbridge...

...die kon het bezweren.

Maar die ligt onder de groene zoden.

Mijn grootvader ging naar Mynterne uit Owlscombe.

Maar ze bestaan niet meer. -Er is iemand verliefd.

Wat is er? -De boter wil niet karnen.

Wat is het warm vandaag.

Ik ga maar even naar buiten.

Niet duwen.

Hij kijkt zo bedroefd.

Waar zou hij aan denken?

Vast niet aan ons.

Dat moet jij zeggen.

Ik zag het wel. -Wat?

Ik zag je laatst z'n schaduw kussen.

Daar komt ie weer.

Lieve ogen.

Lief gezicht.

Lieve Mr Clare.

Met ons zal hij niet trouwen.

Hij vraagt ons hooguit om z'n koeien te melken.

Wat nu? -We nemen de andere weg.

Dan komen we te laat.

Gaat hij niet naar de kerk? -Nee, nooit.

Was het maar waar.

Net een stel bange katjes. -We hebben ons zondagse goed aan.

Ik zal jullie dragen. -Nee, ik ben veel te zwaar.

Ik kan jullie alle vier tegelijk dragen. Hou me vast.

Ik sla m'n arm om z'n nek en kijk in z'n ogen.

Dat stelt niks voor. -Voor alles komt een tijd.

Ook om te kussen.

Foei, dat is de bijbel. -De mooiste verzen onthoud ik altijd.

Als je me helpt, kom ik er wel langs.

Tess, ik doe dit enkel voor jou.

Ze begrijpt het niet. Ze schopt de emmer nog om.

Ik weet niet wat me bezielde, lieve Tess.

Er is maar één verklaring: Ik hou van je.

Ja, ik weet het.

Mercy, ik zag je niet. Sorry.

Welkom thuis. -Hoe gaat het?

Heel goed. Jij ziet er gezond uit. -Van de buitenlucht.

Kom je voor je broers? -Zijn die hier?

Ik kom iets met m'n ouders bespreken.

Dan hou ik je niet langer op. Ik moet bijbelles geven.

Au revoir, Angel.

M'n jongen.

Ik had geen tijd om bericht te sturen.

Kun je niet meer schrijven? -Ik heb wat lekkers meegebracht.

Bloedworst en een fles honingwijn. -Bloedworst?

Moeder en ik horen inderdaad weinig van je.

Ach, vader. Dat leven tussen het vee...

...brengt 'm dichtbij de natuur en ver van Oxford.

Onthoud dat een studie niets betekent...

...tenzij ter meerdere glorie van God. -Of de mens.

Alleen op de tweede plaats.

Hoe is het met je opleiding? -Die is bijna klaar.

Het gaat om geestelijke reinheid. -Die twee gaan samen.

Je wilt je ergens gaan vestigen?

In welk werelddeel? -Misschien in de koloniën.

De hemel beware ons. -Daar wil ik boer worden.

Welke kolonie? -Keus genoeg.

In het buitenland bieden ze vaak hele gunstige voorwaarden.

In Brazilië bijvoorbeeld. -Heb je ooit van je leven.

Er staat nog niets vast. Ik kom dit soort dingen bespreken.

Wie wil er een slok van Mrs Crick d'r eigen wijn?

Dat vergat ik even. Drank is de bron van alle kwaad.

Neem ons in vertrouwen. -Is het ernstig?

Nee, maar wel belangrijk.

Vindt u het geen tijd dat ik ga trouwen?

Jazeker, m'n jongen. Daar hebben we al over gesproken.

Wat voor vrouw zou bij een boer als ik passen?

Een godvrezende vrouw. -Die je in alles zal bijstaan.

Daar gaat het om. -Je moet niet langer aarzelen.

Om de vrouw van je hart te trouwen: Mercy Chant.

Ze versiert de kerk wat te druk met franjes, bloemen en linten.

Maar dat gaat wel over.

Mercy is rein en deugdzaam. -Ja, dat weet ik wel.

Maar u moet weten dat ik andere plannen heb.

Andere plannen? -Ja, vader. Mercy is niet mijn keuze.

Ik doel louter op m'n eigen voorkeur. -Jongen toch.

Je spreekt tegen je ouders. -Dat ben ik me bewust.

Ik ken de vrouw waarmee ik wil trouwen.

Ze heet Teresa Durbeyfield.

Vader, moeder, ik respecteer u zeer.

En Mercy Chant ook. Ze zal vast wel een andere echtgenoot vinden.

Maar mijn besluit staat vast.

Ik wil het je nu vragen.

Wil je met me trouwen?

Ik hou van je met heel m'n hart en ziel.

Wat is er?

Het kan niet.

Ik kan niet met je trouwen.

Hou je niet van me? -Jawel.

Ik zou het liefst de jouwe zijn.

Maar vergeef me.

Ik kan niet met je trouwen.

De Heer heeft die goede jongen op je weg gebracht, geloof me.

Maar wat je vraag betreft, moet ik je op je hart drukken:

Zeg geen woord over je verleden.

Geen woord, meisje. Zeker niet tegen hem.

Waarom schrikt trouwen je zo af? -Dat is niet zo.

Ik zou het graag willen.

Maar het kan gewoon niet. -Waarom? ls er een ander?

Mag ik de waarheid niet weten?

Niet nu. Later. -Waarom dan?

Ik zeg het als we thuis zijn.

Als je het hoort, gaat je liefde misschien over.

Geef me nog even tijd.

Morgen drinken ze het in Londen. -Maar wel verdund.

Allemaal onbekenden.

Je had me al eens eerder gezien. -Echt waar?

Je wilde niet met me dansen.

Het was in Marlott. -Natuurlijk.

Ongelooflijk. -Weet je het weer?

Vertel het me nu.

Ik zal het nooit weer durven vertellen.

Kom op met je verleden. Ik ben daar geboren, in dat jaar.

Ik ben geboren in Marlott en daar ben ik opgegroeid.

In de zesde klas moest ik van school.

Ze zagen een goede lerares in me.

Maar we hadden zorgen in de familie.

Vader was niet zo'n harde werker. Hij dronk.

En ik...

M'n ouders...

Toen is er iets gebeurd.

lets wat m'n leven heeft veranderd.

Het bleek dat we geen Durbeyfields waren, maar d'Urbervilles.

Ga verder. -Dat was het.

D'Urberville is een oude familie. -Dat weet ik.

Daarom...

...vanwege die naam dacht m'n moeder...

Ze stuurde me...

Je houdt toch niet van oude families?

Is dat alles?

Dat doet er niet toe. Zeg dat je m'n vrouw wordt.

Zeg het dan. Toe dan, liefste.

M'n jeugd, m'n naïviteit...

...en de vreemde situatie waren er mede oorzaak van.

Maar ik heb de fout begaan en ik ben schuldig.

Ik moet wel schuldig zijn, want de Heer ontnam me m'n kind.

Als wat ik je nu schrijf...

...niet over m'n lippen kwam in jouw aanwezigheid...

...terwijl ik het duizend keer had herhaald...

...was dat uit angst je kwijt te raken.

Uit liefde voor jou zal ik die angst overwinnen...

...en je deze brief brengen.

Als je die ontvangen hebt...

...ligt de rest van mijn leven in jouw handen.

Ik hoop, ik beef.

Ik hou van je.

Liefste.

Het geluk werkt op m'n eetlust.

Ik heb honger.

Sneller, Mrs Crick.

Angel, ik moet met je praten. -Wat is er dan?

Ik wil al m'n fouten bekennen.

Als we getrouwd zijn, vertellen we alles.

Ik moet jou ook iets bekennen.

Ik wijs jullie er beiden op...

...dat de dag des oordeels komt...

...waarop alle hartsgeheimen onthuld worden.

Als er enig beletsel is dat een huwelijk in de weg staat...

...beken dat dan nu.

Wilt gij deze vrouw tot echtgenote nemen...

...en leven naar Gods wet in de heilige staat van 't huwelijk?

Zult gij haar liefhebben en trouw zijn in goede en slechte dagen...

...en haar in uw hart bewaren...

...alle dagen van 't leven?

Welkom, meneer. Welkom, mevrouw.

Mr Plunkett heeft me de kamers laten klaarmaken.

Het is op de eerste verdieping. Mr Plunkett is naar Manchester...

...dus u hebt het rijk alleen.

Het zal u hier goed bevallen. Het huis is wat vochtig.

Maar ik heb vanmiddag het vuur goed opgestookt.

Ik heb een koud buffet voor u gemaakt.

Met een goede fles wijn erbij.

Als u wilt, breng ik morgen wat cider van m'n man mee.

Die maakt ie zelf.

Hier is het kabinet.

Uw slaapkamer.

Een kleine verrassing.

Dit heeft m'n zoon in 't bos geplukt.

Het is een goed bed. Dat zal u wel bevallen.

Dan laat ik u nu maar alleen.

Wat zijn mijn handen en wat de jouwe?

Ze zijn allemaal van jou.

Maak maar open. Het is voor jou.

Familiejuwelen.

Voor mij? -Natuurlijk.

Werkelijk?

Toe dan. Doe ze eens om.

Mijn God, wat ben je mooi.

Kom eens kijken.

Ik moet je iets bekennen.

Jij iets bekennen? -Ja. Je acht me veel te hoog.

Luister.

Je moet me vergeven en niet boos zijn dat ik het nu pas zeg.

Ik wilde je niet kwijtraken.

Ik zal kort zijn.

Niet lang voor onze ontmoeting woonde ik in Londen.

Daar ontmoette ik een iets oudere vrouw.

We hadden een onoprechte relatie. Zonder geluk.

Het heeft maar een paar weken geduurd.

Dat is alles.

Vergeef je me?

Hoe kon ik bang zijn voor je afwijzing?

Ik moet jou ook zoiets opbiechten. -Aan tafel maar. Ik heb honger.

Ik zei dat ik ook iets moet opbiechten.

Wat dan?

Ik zal ook kort zijn.

Hij heet d'Urberville, net als ik.

Alexander d'Urberville.

Z'n familie heeft de titel gekocht. Ze heten eigenlijk Stoke.

Het lot dreef me naar ze toe om werk te vragen...

...om m'n eigen familie te helpen.

Alexander maakte misbruik van me.

Hij was sterk en ik was bang.

Ik werd z'n maîtresse uit wanhoop. Zonder liefde.

Net als bij jou, eindigde mijn relatie ook na een paar weken.

Ik kreeg een kind. Het is jong gestorven.

Mijn leven was niets waard, tot ik jou ontmoette.

Ik ga naar buiten.

Kun je me niet vergeven?

Ik heb jou wel vergeven. -Ik weet het.

Maar jij?

Vergeef je mij niet? -Je bent nu iemand anders.

Wees genadig.

Wees genadig. -Waarom lach je zo?

Doe niet zo akelig tegen me. Hoe kun je?

Je bent niet de vrouw van wie ik hield.

Wie ben ik dan? -Een ander in haar gedaante.

Ik ben niet zijn vrouw, maar een ander in haar gedaante.

Ik was toen nog een kind. Ik wist van niets.

Er is tegen jou gezondigd, dat geef ik toe.

Je vergeeft me niet. -Dat wel. Maar dat is niet alles.

Je houdt niet van me.

Je zwakheid kwam door de val van je familie.

ZuIke families vertonen zwakte en decadent gedrag.

Je leek een kind der natuur.

Maar je stamt af van aan lager wal geraakte aristocraten.

Het ontbijt staat klaar.

Je kunt weer van me af.

Wat zei je?

Je kunt weer van me af...

...door te scheiden.

Mijn God.

Doe niet zo onnozel.

Je bent zo kinderlijk en onvolwassen. Te naïef, neem ik aan.

Laat dat. Je bent m'n vrouw, geen dienstmeid.

Ik ben je vrouw...

...maar je wilt me niet.

Je wilt weg, hè?

Ik zou mezelf zo verachten.

En ik zou jou verachten.

Hoe kunnen wij leven zolang die man bestaat?

Hij is je natuurlijke echtgenoot, niet ik.

Kun je oprecht zeggen dat ik moet blijven?

Maar een van ons moet hier blijven...

...om een schandaal te voorkomen.

We moeten wel de schijn ophouden.

Ja, natuurlijk.

Waar kun je heen?

Ik kan naar huis terug. -Echt?

Als jij me verlaat, ga ik terug.

Dat moet dan maar.

Cross-in-Hand, meneer. -Ik weet het.

Laat dit duidelijk zijn: We voelen geen woede.

Er is alleen iets wat ik niet verdraag.

Ik laat je weten waar ik ben.

Zodra ik het kan verdragen, kom ik je halen.

Ik wacht op je. -Probeer me niet te zoeken.

Ik zal je niet zoeken.

Mag ik je schrijven? -Ja, als je iets nodig hebt.

Goedemorgen, Mr Clare. Ik heb eten meegebracht.

Kip, worst en bacon.

En wat boter, bloem, eieren.

Jonggehuwden hebben trek.

Ik zal 's avonds voor u koken. -Ik zal wat minder nodig hebben.

Ik ben een paar dagen alleen. M'n vrouw moest naar haar ouders.

Is er ziekte in de familie? -Nee, niets ernstigs.

Over m'n maaltijden spreek ik u nog wel.

En dit dan? -Dat neem ik wel mee.

Ik was op weg naar huis.

Ik kwam u het beste wensen, u en Mrs Clare.

Ze is er niet. Ik ga ook weg.

Ik vertrek naar Brazilië.

Dan wens ik Mrs Clare een goede reis.

Ik ga vooruit om te zien hoe het daar is.

Hoe is het met Retty? -Nog altijd even nerveus.

En Marian? -Marian is aan de drank geraakt.

Mr Crick heeft 'r weggestuurd. -En is alles goed met jou?

Sinds u weg bent, natuurlijk niet.

Zo, dat is eruit.

Als ik je vraag om mee te gaan naar Brazilië...

...zou je dat dan doen?

Voor u zou ik alles in de steek laten.

Wat zouden ze wel zeggen? -Dat laat me koud.

Hou je zoveel van me? -Ik heb altijd van u gehouden.

Meer dan Tess?

Nee, niet meer dan Tess.

Niemand had meer van u kunnen houden dan zij.

Ze zou haar leven voor u hebben gegeven.

Meer kan ik niet geven.

Alles is ijdelheid.

Dag, schoonheid. -Dag, meneer.

Wel laat voor een meisje om alleen op pad te zijn.

Ben je de weg kwijt?

Stap op, dan breng ik je een stukje.

Je kunt haast geen stap meer verzetten.

Rij maar mee.

Ik ken jou.

Jij was het liefje van Stoke-d'Urberville.

Tegen hem deed je niet zo trots.

Sloerie.

Daar is m'n kleine Tess.

Arm kind, wat zie je eruit.

Wat ben je koud.

Hier, drink op. Dat haalt de kou uit de botten.

Toe, drink op.

Kop op.

Geef de moed niet op. Het komt wel weer goed.

Geloof me maar. -Ik kan niet meer.

Morgen voel je je vast beter. -Nee, ik kan niet meer.

Ik zou...

Ik zou willen sterven.

Praat niet van die nonsens.

Je had eerder terug moeten komen.

Is hier nog werk? -In dit oord?

Hier is altijd werk voor wie het uithoudt.

Kom, neem wat van m'n soep.

Daarna...

...trek je die lompen uit en maak je je weer mooi.

Om me weer jaloers te maken.

Mijn kleine Tessie.

Ben jij de nieuwe hulp?

Jij bent het.

Heb je pas zo weinig gedaan? Dat is ook niet veel.

Ze is het niet gewend. -Ik wil geen lanterfanters.

We krijgen toch stukloon?

Maakt niet uit. Alles moet weg. -Dan werk ik door.

Dat is je geraden.

Let maar niet op Groby.

Zo doet ie altijd.

Wel wat anders dan de melkerij. Melkboer Dick door de week.

Op zondag Mr Richard Crick.

Hier moet je niet bidden, juffie.

Er rust 'n vloek op deze plek.

Dit is toch Cross-in-Hand? -Jazeker.

Ze hebben hier vroeger een zondaar gemarteld.

Ze hebben 'm vastgenageld en toen opgehangen.

Z'n botten moeten er nog liggen.

Ik wist niets van je situatie af tot je moeder me schreef.

Je had het me allang moeten laten weten.

Dan was ik meteen gekomen.

Waarom liet je niets horen? -Ik had niets te vragen.

Dat is niet waar.

Je bent zo belachelijk trots.

Je hebt mij nog zwarter gemaakt dan ik was, tegen m'n wil.

Ik zou m'n plicht hebben vervuld.

Op m'n erewoord. -Erewoord?

Ik haal je weg uit dit vernederende oord.

Waarom trekt de ellende je zo aan?

Wees nou verstandig. Ga met me mee.

Weet je dat je vader ziek is?

Het is ernstig.

Je familie moet het huis uit als hij sterft.

Ik bied je oprecht mijn hulp aan.

Verder heb je niemand.

Wie is die man van je?

Hij liet je zo maar zitten. -Laat me met rust.

Als je zo koppig blijft, ben je dom.

Hou je van dit gezwoeg?

Al ben ik een pseudo-d'Urberville, ik kan wel veel voor je doen.

Ik heb gelijk.

Dat weet je.

Vergeet dit alles hier.

En die ezel van een man van je.

Sla me dan.

Ik zal niet gillen.

Slachtoffer blijf je toch altijd.

Ik was je meester.

En dat word ik weer.

Als je iemands vrouw bent, dan wel de mijne.

Mijn lieve man.

Ik sterf als ik geen bericht van je krijg.

Al m'n brieven blijven onbeantwoord.

Heb je ze wel ontvangen?

Ik verlang maar één ding: Jou weer terug te zien.

Kom terug, Angel.

Kom me redden uit deze dreiging.

leder redelijk mens zou dit bespottelijk vinden.

Ik bied je m'n hulp aan voor je hele familie.

Maar jullie leiden liever een zigeunerleven.

Dus Mrs Clare, u vraagt of ik jullie wil laten verhongeren?

Ga weg.

Ik zal je leren.

Waar moet ik heen met m'n arme kinders?

We zijn de Durbeyfields. Dat staat er toch?

Dat staat er zeker. Maar de kamers zijn bezet.

U heeft geen borg gestuurd. -Hij bedoelt een vooruitbetaling.

Er is meer in het leven dan geld.

U kunt deze arme kinders niet op straat laten staan.

Gastvrijheid is zelfs bij de heidenen heilig.

Het is uw eigen schuld. -Dat valt te bezien.

Wij stammen af van de d'Urbervilles.

U zet ons niet op straat in het aanzien van onze voorzaten.

Onze botten liggen daar in dat graf. -Rustig, moeder.

We mogen je arme vader niet beschamen.

De Here beschermt de goeden en straft de slechten.

Blijft u niet? -Nee, goede man.

Goede man? Ik moet terug naar Marlott.

Wacht.

Laad alles uit. -Waar?

Hier? -We gaan naast de kerk zitten...

...tot het dorp ons onderdak geeft.

Kom kinders, aan het werk.

Waarom sta ik aan de verkeerde kant van deze deur?

Ik ben het, vader. Angel.

M'n arme jongen.

Ik ben ziek geweest, maar nu gaat het weer.

Waarom heb je me zo gemeen behandeld?

Dat verdien ik niet.

Ik heb goed nagedacht.

Ik zal je nooit kunnen vergeven.

Je bent wreed. Ik wil je vergeten.

Je hebt me enkel onrecht aangedaan.

Mr Durbeyfield?

Bent u Mr Durbeyfield?

Die wonen hier niet meer. -Sinds wanneer?

Sinds John Durbeyfield z'n dood. -Weet u waar ze zijn?

John Durbeyfield, 1832-1888.

Of eigenlijk d'Urberville, van de eens zo machtige familie.

Rechtstreeks afstammend van sir Pagan d'Urberville...

...een van de ridders. Hoe diep zijn de machtigen gevallen.

Ja, zeg dat wel.

Dit is voor de armen.

Ik betaal liever de steenhouwer.

Hij is hier nooit voor betaald.

Het was een vreemde familie. Mr Tringham had beter gezwegen.

Ik kom voor Mrs Clare.

Tess. -Ik weet het. Ze is er niet.

U bent Mrs Durbeyfield?

Waar woont ze? -Dat weet ik niet.

Ik ben haar man. -Dat dacht ik al.

Zeg me waar ze is, alstublieft.

Laat haar toch met rust.

M'n arme kind heeft genoeg geleden.

Ze wil u niet meer zien, meneer.

Mrs Durbeyfield.

Heb meelij met een eenzaam man en zeg me waar ze is.

Ik smeek u.

Ze woont in Sandbourne.

Waar? Het is een grote stad. -Meer weet ik niet.

Ik zoek Mrs Clare. Weet u waar ze woont?

George, heb jij 'n Clare in je wijk?

Nee, we hebben veel bezoekers. -Of een Mrs Durbeyfield?

Ja, d'Urberville. -Dat is een pension verderop.

Sorry dat ik zo vroeg aanbel.

Woont Teresa d'Urberville hier? -Mrs d'Urberville?

Komt u verder.

Zeg maar dat ik familie ben.

Welke naam kan ik zeggen? -Angel.

Dat is m'n voornaam. Ze weet het wel.

Ik zal kijken of ze wakker is.

Tess, ik kom je vergiffenis vragen.

Het is te laat.

Mijn liefste vrouw. Ik kom je halen.

Kom niet dichterbij, alsjeblieft.

Te laat, te laat.

Ik ben veranderd.

Ik heb ook geleden.

Ik smeek je om me te vergeven.

Maar het is te laat.

Weet je het dan niet?

Hoe heb je me gevonden?

Ik heb je moeder gesproken.

Ik heb steeds op je gewacht, maar je kwam niet.

Ik schreef, maar je kwam niet.

Hij is goed voor me geweest, voor ons allemaal.

Hij heeft me teruggewonnen. Hij is boven.

Ga nu, Angel. Alsjeblieft.

En kom nooit meer terug.

Goedemorgen, lief.

Wat is er nu weer?

Voel je je niet goed? Heb je opvliegers?

Ik weet het wel.

Je zit weer te mokken.

In godsnaam...

...probeer je te vermannen.

Heb je akelig gedroomd?

Van Brazilië misschien?

Die ochtendbuien van je zijn zo storend.

We lunchen met de Bennetts. Zorg dat je presentabel bent.

Als een echte d'Urberville.

Ik kom je zeggen dat ik hem heb gedood.

Ik heb het gedaan.

Ik weet niet hoe.

Ik weet het niet.

Ik sloeg hem met m'n handschoen.

Hij had bloed op z'n mond. Toen heb ik het bedacht.

Vanaf die dag...

Wat bedoel je?

Ik heb hem gedood.

Ik laat je niet in de steek. Ik zal je beschermen.

Wat je ook gedaan hebt, ik hou van je.

Zullen ze me ophangen?

We moeten uitstappen en naar het noorden lopen.

Ze zullen ons zoeken in de havens.

Vanuit het noorden gaan we naar het buitenland.

Ik heb wat eten en een fles wijn.

Eindelijk rust.

We moeten hier weg.

We moeten weg.

Zo snel mogelijk.

Ik heb hooguit nog een paar weken.

We kunnen ze hier opwachten. Ze pakken me toch wel.

Ik zal je redden. Hoor je me?

Kunnen we hier niet uitrusten?

Niet hier. Overdag zie je dit al van verre.

Er zijn geen sterren.

We hadden onze zielen kunnen laten opstijgen.

Hebben ze hier aan God geofferd?

Nee, aan de zon. Het was een heidense tempel.

Ouder dan onze tijdmeting.

Ouder dan de d'Urbervilles.

Zullen we elkaar weerzien na de dood?

Ik ben bang, Angel.

Dat heeft geen zin.

Het hele land is gealarmeerd.

Ze slaapt.

Wacht u nog even.

Komen ze me halen?

Ik ben zover.

TESS VAN DE D'URBERVILLES WERD OPGEHANGEN IN WINTONCESTER

DE VROEGERE HOOFDSTAD VAN WESSEX

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.