All language subtitles for Goltzius and the Pelican Company - DVD -.dut

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
da Danish
en English
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German Download
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish Download
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Ik had een kleine handelsfirma.

De Pelican Company.

Graveurs, drukkers, een schrijver, een paar acteurs.

Allemaal gespecialiseerd in woorden.

Wij handelden in woorden.

Woorden in boeken.

Woorden op het podium.

En de leden van mijn gezelschap

reisden met hun vrouwen

en hun maîtresses.

En mijn neef, Eduard

En een jonge vrouw, Susannah,

die ik ooit vleselijk kende,

Ja.

Ik had geld nodig voor een uitbreiding in de zaak.

Ik wilde behalve woorden, ook prenten maken.

Prenten in boeken.

Beelden op het podium.

Elke nieuwe visuele technologie is duur.

En elke nieuwe visuele technologie,

kruipt vroeger of later,

in bed met wellust.

Ik wilde altijd al een reis naar Italië maken.

Het was winter,

tien jaar geleden.

Wij kwamen terecht in Colmar aan de Rijn,

en ik vroeg om een audiëntie bij de plaatselijke militaire gouverneur.

De Markgraaf.

Volgens hemzelf, een libertijn.

Met een beetje verbeeldingskracht verleidden we hem,

en we haalden hem over om afstand van zijn geld te doen,

En misschien ook van zijn waardigheid.

Maak je geen zorgen.

Ik ben verplicht om om 6 uur in het openbaar te schijten,

of mijn spijsvertering dat nu wil of niet.

Om mijn hovelingen te laten zien

dat de ceremonie niet helemaal een schijnvertoning is,

heb ik mijn lichaam getraind om te doen wat gevraagd wordt.

Door een oud voorrecht, dat sinds God weet wanneer bestaat,

ben ik verplicht mijn menselijke kant

als gewone man aan het volk te tonen.

Een of andere voorvader,

die zichzelf graag vernederde als een soort boetedoening

voor een niet nader te noemen misdaad

— hoewel ik het ook voel

als een merkwaardige daad van zelfingenomen exhibitionisme —

heeft bepaald dat de paleisbibliotheek de perfecte plek daarvoor was.

Misschien dacht hij aan boeken als uitwerpselen?

Het is een gewoonte geworden.

Ga verder.

Hoogheid.

Weldoener.

Prins,

Majesteit,

Sire…

Meneer?

Ik zoek financiering voor een nieuwe drukpers in Den Haag,

in Nederland.

Om de studie te bevorderen

van klassieke en bijbelse kennis.

Het nieuwe humanisme uit Italië

door protestantse ogen gezien.

Dus, Hoogheid, weldoener, prins

Majesteit, sire, heer…

Wij komen bij u, als vrome Christen

en gevestigd humanist om ons in onze onderneming te helpen.

Hoeveel wilt u hebben? En wat krijg ik ervoor terug?

Wel, wat wij van plan zijn, heer,

is een geïllustreerd ‘Boek van Ovidius’,

gefocust op de avonturen,

de zinnelijke avonturen, van Jupiter.

Wat we voorzichtig zouden kunnen noemen: ‘De ontrouw van Jupiter’.

Of misschien kunnen we zeggen, ‘De Jaloezie van Juno’,

zijn vrouw.

En dan stellen we ons voor om een

geïllustreerd Oud Testament te maken,

met de bekende morele verhalen

maar met een unieke nieuwe vrijheid verteld.

Anders gezegd ‘vieze boekjes’?

Hoeveel?

150 000 kronen voor een drukpers.

80 000 kronen voor jaarlijks onderhoud.

De verkoop van de prenten is genoeg voor de lopende kosten.

En de schatkist krijgt 40% van de verkoopwinst.

Appel.

Vrucht van de kennis? Hm?

Introductie van het kwaad in de wereld?

Ik eet nooit appels.

Ik schil ze voor mijn apen.

Voor welke apen schilt u uw appels?

Mijn Pelican Company.

Pelican Company?

U hebt een gevaarlijke taak op u genomen.

Pelikanen.

Dat zijn vogels die hun jongen voeden

met het bloed uit hun borst.

Ons doel is om u te vermaken.

Wij zullen toneelstukjes opvoeren van deze leerzame verhalen

om de omvang van onze ambitie te demonstreren

en de aard van ons innerlijk.

Het wordt een soort reclame

voor onze onderneming.

Richt u eerst op de bijbel,

het Oude Testament, om ons geloof te laten zien.

En doe pas daarna de klassieke allegorieën

om te laten zien wat we geleerd hebben.

Verklaring van geloof voor de kennis

zal allelei mogelijkheden toelaatbaar maken.

En u hebt tien jaar om de beste boeken

van Europa op dit gebied te maken.

Uitsluitend voor mij.

En…

…U amuseert ons zes nachten, en dan…

kunnen wij een contract tekenen,

wanneer u dit landgoed komende maandag verlaat.

Als, tenminste…

… aan alle verwachtingen is voldaan.

Wij zijn geïnteresseerd in zes seksuele taboes.

Zeker, vandaag de dag, misdrijven,

en zeker, in alle tijden, af te keuren zonden.

Laat me aan u voorstellen — verrassend misschien —

mijn voedster.

Een zeer achtenswaardige dame,

die nog maar zeer weinig over de liefde heeft te leren.

Al mijn bedienden zijn zwart.

Zoals u kunt zien, is het mode om zwarte bedienden te hebben.

Hier,

verdwijnen zwarte bedienden in het donker,

wist u dat?

Ze verdwijnen na zonsondergang.

Ze worden onzichtbaar.

Onzichtbare bedienden zijn altijd erg gewild geweest.

Het zwart stopt niet bij hun nek,

zelfs hun pik

kut en hun billen zijn zwart.

Maar rotzooi niet met hen, men moet niet met hen rotzooien.

Toch, Ebola? Het is verboden.

We willen niemand echt voor de gek houden,

of teleurstellen, nietwaar?

Het is Ebola’s verjaardag.

Het is al heel wat jaren geleden dat mijn tandeloze mond

aan haar warme en voedende tepels gezogen heeft.

Alleen voor mij, omdat ik weet dat als je iets met hart en ziel maakt,

je dat in essentie allereerst alleen voor jezelf doet

en dan voor één andere persoon.

Maak uw voorstellingen voor die ene andere persoon —

mijn koninklijke voedster.

Maak haar blij en daarmee maakt u mij blij.

heel blij inderdaad.

Meester Goltzius, graveur…

prentenmaker…

pornograaf?

Pas op de trap.

Deze hebben we uit Parijs geïmporteerd.

Deze kant, alstublieft.

Stout! Stout!

Dames van het hof, Uwe eminenties,

dames en heren,

De Pelican Company uit Den Haag in Nederland

is verheugd om u te presenteren

“De ontdekking van de eerste vleselijke zonde door Adam en Eva in de hof van Eden.”

Dit is de man.

God’s eigendom.

De eerste zonde en mogelijke misdaad

is voyeurisme.

U moet zich natuurlijk afvragen

wat dit publiek uit Colmar nu feitelijk doet?

Wat, in feite, doet u nu?

Is het theater de legitieme plek

waar we onszelf toestaan gerechtigde voyeurs te zijn?

Dit is de vrouw.

Het eigendom van God en de man.

We hebben dus voet aan de grond gekregen betreffende hun geloofwaardigheid.

Zoals ik hoop ook bij u.

De schepping was veel conceptuele.

God zou nooit zo vulgair zijn geweest.

Vindt u niet, Rabbi dat het heel erg mooi was?

Nee, dat vind ik niet.

Dit was een vertoning van verwerpelijke vleselijkheid, goed voor een bordeel.

Genesis is nooit zo expliciet. – Helaas niet.

Anders zouden we allemaal met veel meer enthousiasme geloven.

Wij gaan natuurlijk

het zeer oude verhaal vertellen,

op de gebruikelijke manier met een lange en eerbiedwaardige reputatie.

Langzaam vooruitlopend op de zaak van de liefde,

opbouwend naar zijn ware demonstratie.

Laat de tepels jeuken,

de balzakken samenstrekken,

de pikken omhoog komen,

de venusheuvel opzwellen.

Man.

Ik noem je…

Adam.

Adam is een oud Aramees woord,

met veel betekenissen.

Een begin. Een start.

Een ego. Een oog.

Een lege bladzij klaar om beschreven te worden.

Zoals ik jou een naam geef, moet je weten…

Zoals God Adam een naam geeft,

moet hij nu hetzelfde met al het andere doen

in deze frisse, schone dappere nieuwe wereld.

Kies met wijsheid.

Ik had een Engelse toneelschrijver in dienst,

Boethius.

Hij zei dat hij alle nieuwe Engelse toneelschrijvers kende.

Zoveel keuzes.

Zoveel om uit te kiezen.

Begin met de grotere concepten

en ga dan steeds kleiner

in volgorde van grootte.

Dat doe ik altijd.

Hemel!

Heel goed.

Engels theater bloeide in die tijd. Nog steeds.

Ik betaalde hem £8 per stuk.

Ik ontmoette hem in een theater in Southwark.

We zaten samen te schijten.

Hij droeg duidelijk geen ondergoed.

Boom.

Ja. Ik zie dat je het idee hebt opgepakt.

Je begint de bedoelingen van God te begrijpen.

Goed zo, Adam! Goed zo.

Hij schoof ruwweg zijn pik zijn broekklep in

alsof het een bruikbaar zwaard in een schede was.

Nu zal ik je alleen laten om wat tijd door te brengen

met een paar abstracte waardes

die nog aandacht vragen.

Ga jezelf niet te buiten.

Ik mocht deze toneelschrijver wel.

Ik vond zijn pik leuk en hoe hij die behandelde.

Wat een brutaliteit!

Je kunt niet voor God klappen.

Waarom niet?

– Moge je handpalmen in de hel branden. – Jezus!

Hij klapte alleen maar voor de goede werken, zoals een goed Christen.

– Ik klap met hem mee! – Ik ook.

De bijbelse schepping van de man — en vrouw —

heeft schilders altijd voor een probleem geplaatst.

Er is net genoeg informatie in Genesis

om mogelijkheden te openen,

maar veel te weinig informatie

om deze mogelijkheden uit te breiden naar een bruikbare beschrijving.

ik ben slang!

Ik moet de namen geven.

Geef jij hem een naam! Per slot van rekening is jouw woord wet, Adam.

“In het begin was het woord.”

Wie citeer je?

Citeren?

Hoezo, God natuurlijk. – Wat is mijn aandeel hierin?

Susannah was de onevenwichtige steunpilaar,

op meer dan één manier

Laat ik namen verzinnen.

Hoe zal ik dit noemen?

Appel.

Goed. Neem de appel.

Het kan een symbool van de boom worden en daarmee van de kennis.

Gebruik het om wat wijsheid te verkrijgen.

Hoe moet ik dat doen?

Nou, Adam zou erin kunnen bijten, Eva.

“An apple a day keeps the doctor away.”

Dat is ook een citaat.

Maar niet noodzakelijk van God.

Bijten? – Ja. Toe maar.

Bijten.

B.I.J.T.E.N.

Ja.

De uitbeelding van dit belangrijke moment

is altijd een beetje omstreden, toch?

Van Eyck schilderde hier een goede versie van.

Het is een kwestie van verwachting —

de intree van de zonde in de wereld.

En omdat wij uiteindelijk op deze manier moeten zondigen,

anders zouden jij en ik hier niet zijn,

wat is God in hemelsnaam aan het doen,

door datgene te verbieden wat absoluut noodzakelijk is?

Dat slaat helemaal nergens op, hè?

Dürer heeft wel een mooie prent gemaakt.

Hoewel een beetje heroïsch.

En hij vermijdt het uitspreken van elke vorm van oordeel.

Zijn Adam en Eva zijn onbewogen, uiteindelijk.

Nu, dit voorbeeld werd een soort formule.

Er bestaat een versie van Cornelis Cornelisz. van Haarlem.

Ideale man.

Ideale vrouw.

Man een bruine driehoek.

Vrouw een wit ovaal.

Het was een uitvinding een concept dat beklijfde.

Mond. Borst. Kus.

Kalm aan. Je hebt alle tijd.

De hele eeuwigheid, in feite.

Nu, hier is iets dat een naam moet hebben.

Hoe zullen we dat noemen wat Adam heeft

en Eva niet?

Lul.

Oh, ik heb het —

“penis”.

En wat voor woord voor haar hongerige mond?

Ik kan je dit bieden.

Vagina.

Penis. Vagina.

Het primaire apparaat.

Als je het zo doet, zal men daarover de wenkbrouwen fronsen.

Het zal beschreven worden

als het doen op zijn hondjes.

Kunt u zich voorstellen dat de geschiedenis vastlegt

dat de eerste liefde van Adam en Eva

begeleid werd door “waf waf waf”, blaffen?

De hond, een vierpotig dier dat in een groep leeft.

En, in geval van twijfel,

bedenk dan dat “dog” alleen maar “God” achterstevoren is.

En misschien is het waar dat in het dierenrijk alleen de mens

de liefde aan de voorkant bedrijft.

De mens, kunt u zeggen,

is zogezegd de vreemde eend in de bijt.

Dus probeer het andersom.

Geloof me, andersom kan heel plezierig zijn.

Kijk naar haar gezicht. Kijk naar haar ogen.

Voel haar stijve tepels tegen je borst.

Houd haar lichaam bij de heupen vast, Adam, bij het bekken,

bij de beenderen van het bekken die je eventuele kleine baby zullen beschermen.

En nu hebben ze alle woorden,

alle 26 om de aardbol zelf te maken.

“In den beginne was het woord.”

De wereld is op weg

naar ontelbare miljoenen

kleine Eva’s em Adams.

Geniet van het plezier —

tot overbevolking aan toe

en verder.

Niet slecht, hè?

We zijn daar maar een korte tijd geweest.

We hebben het goed gedaan om al deze speciale effecten samen te brengen.

Wij zijn verstoord door uw kleine toneelstukje,

dat godslasterlijk is

We hebben hier vier gevallen van blasfemie, die we moeten behandelen.

Eén — een naakte God.

Twee — een God die met sterfelijke woorden spreekt.

Drie — een acteur die zowel God als Satan speelt.

Vier — extreem gebrek aan respect voor Adam en Eva,

de ouders van de gehele mensheid.

Wij gingen akkoord met een debat.

De Markgraaf was een pietje precies.

Hij had een debatzaal gebouwd

uitsluitend voor dat ene doel.

Ik ging akkoord.

Ik wilde een contract hebben.

Naaktheid is kwetsbaarheid.

U hebt God kwetsbaar gemaakt.

Hoe kan God kwetsbaar zijn?

Naaktheid is ook trots,

ver weg van enige sterfelijke schaamte.

Ik moet verkopen om te leven en werken,

salarissen vinden voor zes werknemers,

een drukpers onderhouden, ontwikkelingen bijhouden,

voorop lopen in het vak, nieuwe markten vinden.

Maken, onderhouden en marketen.

God maakte de mens niet naar zijn eigen beeld.

Maar de mens heeft God gemaakt naar zijn eigen beeld.

Dus hem noodzakelijkerwijs een penis en een anus gegeven.

Dit is extreme godslastering.

Arresteer deze man voor onuitstaanbare trots,

dat hij Gods aard en anatomie meent te kennen!

Hoeveel theologie heb je nodig om te vragen

uit wie Eva geboren is, als God een penis, maar geen baarmoeder heeft?

Een tamelijk redelijke vraag,

van de zwangere vrouw van haar wellustige man.

Een vraag voor u, eh, Rabbi.

Waren Adam en Eva technisch gesproken broer en zus?

En als ze dat waren, is het dan niet onwettig voor hen om met elkaar naar bed te gaan?

Leg de Heilige Verhalen in de handen van vrouwen en leken

en je hebt grote verwarring.

En is dat niet precies wat de Calvinisten gedaan hebben?

Markgraaf, mijn man,

Waarom heeft de slang hen verboden de liefde van achteren te bedrijven,

als dat het enige is wat we doen?

Welnu, met deze zo gretige critici,

duw je je geluk tot het uiterste.

En waar is het uiterste?

Dat weet ik nooit.

Laten we proberen het uiterste samen te vinden.

Jij bent Adam en ik Eva.

Adam wordt verondersteld de meester te zijn.

en Eva is zeker zijn slavin.

En geef me iets van jou om te dragen

om mijn lage positie in jouw leven aan te geven.

En we kunnen aan boord gaan van deze boot van een bed

en wegzeilen.

Mijn korset.

Een hoogst beperkend kledingstuk.

Een slaaf heeft geen armen om zichzelf te beschermen.

Dan zal ik geen armen hebben.

Bind mijn armen vast.

Ik kan zonder armen zijn.

Onschuldig, zoals een worm.

Je bent een opgezet hemd en een hufter.

Goed dan.

Ik gehoorzaam.

Ik zie mijzelf als de worm der wormen.

Als en worm.

Helemaal worm.

Ik worm voorbij de grootste mogelijkheid

van wormen wat een worm kan.

Ik ben inderdaad De Worm.

Goed dan, wees stil.

Wormen zijn stil.

Ik beveel je een stille minnaar te zijn.

Nu wil ik wegvaren.

Til me op, zodat ik kan wegvaren.

Mijn God. Goden en godinnen!

Ik geloof nauwelijks in een God

maar ik mis hem als hij hiervoor verantwoordelijk is.

Godslastering!

Wij moeten in dezelfde haven aankomen, tegelijk.

Dat beloof ik.

Dat denk ik, tenminste.

Ebola?

Ebola? Snel!

Snel, een brief. Een brief.

Geachte mevrouw…

Geachte mevrouw…

Wie bent u?

Een luchtspiegeling?

Zo dichtbij en toch zo ver.

Zo dichtbij,

Ik kan de geur van de zeep ruiken die tussen uw dijen glijdt,

Zo ver,

mijn vingers kunnen nooit lang genoeg zijn

om langs uw tepels te strijken.

Mevrouw, mag ik dichterbij u komen?

Wilt u dichterbij mij komen,

en mij beschamen zoals ik in winterkleren gehuld ben?

Zou u het aanbod accepteren van mijn warme mantel

geslagen om uw heerlijke zachte, roze en crèmekleurige

allerheerlijkste lichaam, mevrouw?

Mevrouw,

ik kan over alle daken van de wereld naar u toe komen.

Ebola!

Ze gaat weg!

Ze verlaat ons!

De Pelican Company presenteert u nu

een dramatisering van het verhaal uit het Boek Genesis

waarin de pogingen van Lot en zijn dochters beschreven worden

om het menselijk erfgoed voort te zetten

na de vernietiging van Sodom en Gomorra.

Het tweede seksuele verbod

van onze geplande zes is incest.

De andere taboes kunnen als misdaad beschouwd worden,

en zonden tegen de samenleving.

Dit taboe schreeuwt haar bezwaar uit

in gebrekkig nageslacht en onvruchtbaarheid.

Wanneer de vlammen in Sodom en Gomorra raasden,

namen Lot en zijn dochters, smerig, zwetend en uitgeput,

hun toevlucht in een herberg aan de overkant van de rivier,

weg van de vuurzee.

Goed! Sla me dood, zoals je met mijn vrouw deed!

Maar God had een doel met Lot

en vernietigde hem niet.

Ik had een maîtresse.

Zij waste mijn voeten.

Waar is ze nu?

God, waarom was u zo jaloers?

Waarover zitten deze twee hier te fluisteren?

Hadden ze echtgenoten?

Hadden ze minnaars?

God in de hemel…

zover zijn we nu gekomen om baby's te maken!

En het genot van dit alles

is uitsluitend het uwe.

Of is het van de duivel?

NU, het gebeurde. Hij kwam.

Eva moeten een zoon hebben.

Het verhaal van Lot en zijn dochters

is een van die onderwerpen die schilders toestaan

op legitieme wijze in hun eigen wellust te genieten

zonder moreel veroordeeld te worden.

Ik kon altijd zeggen dat ik een morele les tegen incest schilderde.

Het is legitiem voyeurisme.

Zoals Aktaion die Diana bespioneerde,

en de ouderen die Susannah bespioneerden,

en David die naar Batseba keek

die baadde op het dak van haar paleis.

Euripedima.

Wij zijn hier te oud voor.

Wij kregen onze dochters al lang geleden.

Wij moeten een zoon hebben.

Een tweede zoon.

En dat gebeurde.

Ze kregen een zoon.

Twee zonen.

Die nacht werden deze twee zusters zwanger.

Elk van een zoon.

En de jongens waren gezond en wel.

Ze vertoonden geen teken van de vloek van incest.

Lots dynastie was behouden.

En de wereld werd toegestaan opnieuw te beginnen.

De derde keer geluk?

Heeft God overdreven gereageerd?

En onthoud, dit is de tweede keer dat God het fout had.

God kan geen fouten maken

De eerste keer was met Noach,

toen de wereld overstroomd moest worden om haar van de goddelozen af te komen.

En nu wordt goddeloosheid vernietigd door vuur.

Water en vuur.

Wat zal hij de volgende keer gebruiken om zijn woede te tonen?

U, zo lijkt het.

Lach niet.

Deze man is gevaarlijk.

Kunt u die toneelschrijver niet aanklagen?

Beschuldig hem ergens van — godslastering, ketterij, morele verdorvenheid?

Dat kan.

Welke? – Allemaal.

Maar u hebt uitgenodigd tot debat in een hof van vrije meningsuiting,

en in het openbaar kan elk van deze beschuldigingen

zich tegen uw reputatie keren om dezelfde reden.

Uw moraliteit als mens is een privézaak

tussen u en uw God, moge hij u vergeven!

Maar als prins is uw moraliteit een publieke zaak.

Uw zaak met Willem Boethius over zijn concubine Adaela

zal vergeleken worden met de zaak van David

met zijn concubine Batseba.

Alleen bent u geen David

en zal u hoogstonwaarschijnlijk een Salomon voortbrengen,

met die stomme hersenloze nitwit,

die u trouwde als excuus voor uw handelingen.

Bedenk een aanklacht voor mij, of ik bedenk er zelf een.

De voorstelling van morgenavond

zal op het paleisdak plaatsvinden.

Hoog in de lucht.

Goltzius.

Ik kan Batseba morgenavond niet spelen.

En waarom dan niet? Hoogtevrees? Hè?

Teveel bloot.

Op het dak of van jouw persoon? Kom op.

Meen je dit echt? Hè?

Vertel je me dit echt? – Ja.

Je houdt ervan om voor een publiek te staan.

Er zijn grenzen.

En ik ben er zeker van dat je die nog niet bereikt heb.

Het is het beste als ik mijn optredens beperk.

Ik moet mezelf een beetje in acht nemen.

De Markgraaf stelt een persoonlijk belang in mij.

Ik zal meer terughoudend zijn tegenover hem.

Ik heb geprobeerd het allemaal onder controle te houden,

maar er zijn dingen die je gewoon ontgaan,

die aan je zeggenschap ontsnappen.

En dat betreft met name de acteur en actrice.

Uw ogen, mevrouw bevatten de melancholie van de wereld.

Nou, dank u, mijnheer.

U bent te gul.

Hoewel ik er niet zeker van was dat ik die laatste kus begreep.

Een veronderstelling door onze vriend de toneelschrijver?

Oh, integendeel.

Ik stond erop dat hij dat zou doen,

om hem eraan te herinneren waar zijn plicht lag

en mijn liefde verbleef.

Ik vertrouw erop dat wij u weer zullen zien…

morgenavond? Oh, nee.

De rol van Batseba wordt altijd door Susannah gespeeld.

het vereist een rijpere vrouw.

En ze heeft het vele keren eerder uitstekend gespeeld.

Zij zijn het ongeleide projectiel aan boord van het schip.

En wat je ze ook betaalt of hoe je ze vleit,

of omkoopt of bedreigt,

als ze hun besluit hebben genomen,

moet je wel met de stroom meegaan.

Zoals een dode vis.

Ah, Goltzius!

Je bent hier om mij te vermaken, om mijn hof te vermaken, verdomme!

Ik dacht, sire,

Ik dacht dat u uw eigen pooier had uw eigen seksbemiddelaar?

Neemt u mij niet kwalijk, mevrouw uw eigen hoerenmadam.

Het is geen officiële titel.

Oh, en waarom niet? U moet het er een maken.

De koninklijke lichaamsvoorproever.

Als je zo’n titel wil, Ebola dan kan je die krijgen.

In het bijzonder als je die jongedame overhaalt

om met mij een beetje te oefenen.

Je kan haar bieden wat je passend vindt.

Tot mijn halve koninkrijk, dacht ik. Ha!

Maar alleen als je het passend vindt.

Kom, wij hebben ook een statig schip op zee,

en moeten wegvaren.

Goede reis, mijnheer.

Goede reis, Goltzius, matroos!

U hebt zojuist uw schip tot zinken gebracht.

Hoe kan ik die vrouw gaan neuken?

Wat houd je tegen?

Haar man.

Haar man?

Haar man is haar man niet.

Hij gelooft niet in echtgenoten.

Zij is zijn maîtresse, en daarom van iedereen.

Vermoord hem. – Ha.

Goyal, je oplossingen zijn veel te reëel.

Lieveling, de dood is zo simpel als het maar kan.

Ik neuk mijn vrouw niet in het openbaar.

Ook goed. Dan speel ik David en kan ik jouw vrouw in het openbaar neuken.

Geen sprake van.

Geef me die reisdoos eens.

’t Is jammer,

want ik denk dat we onze gelden kwijtraken

om de drukpers te bouwen die je zo ontzettend graag wil.

Die je al vijf jaar hebt gepland, voor getekend, voor geschilderd.

Planning en werk door de gootsteen, naar de zee,

weggespoeld, verdronken, overspoeld.

Denk je echt dat de prins mijn vrouw geneukt wil zien worden,

als hij elke vrouw in de wereld kan kopen?

Draai het om en schudt het.

Wat is er met Susannah gebeurd?

Als ze meer geld wil dan moeten we dat vinden.

Het is Susannah.

Het is niet het geld. Susannah heeft het licht gezien.

Ze is smoorverliefd op de Markgraaf.

Ze zegt dat hij een geweldige minnaar is,

en ze wil zichzelf sparen voor hem,

ze wil haar kansen niet verspelen

door nog naakt in het openbaar te verschijnen.

Ze zegt dat de Markgraaf zijn domme vrouw zat is.

en zodra hij een zoon heeft zal hij niet meer met haar neuken,

en misschien zelfs van haar scheiden.

Denkt Susannah aan een huwelijk? Mijn god, die vrouw is dom.

Probeer haar dat maar eens te vertellen.

Maar goed, eh, hoe wil je het doen?

Boethius kan erg inventief zijn.

Ik wil het niet doen, tenminste, niet in het openbaar.

Boethius bedenkt wel iets dat geschikt is,

zodat je er niet helemaal bloot uitziet.

Wat dacht je van een harnas?

Voor jou of voor Portia?

Kan opwindend zijn, het metaal en de blote huid.

Quadfrey was de meester technicus.

Ik dacht altijd, gek genoeg,

dat Quadfrey een mannelijke vrouw was

in celibatair neutrale kleding.

Wanneer maar mogelijk,

liep hij zo naakt als het normale fatsoen toeliet.

Zo naakt als een onschuldig kind naakt de kinderkamer inging.

Kijk, je hebt een flinke pik!

Prachtig! En… en…

Je… laat je billen scheren, hè?

En je kan ons een koninklijke kont laten zien

met rijke kroonjuwelen daaronder hangen.

Ik doe het niet en Portia ook niet.

Ik herinner me in de duinen bij Noorwijk,

liet je de hele wereld graag zien wat je in huis had.

Bloot was een gelukkige toestand voor jou toen.

ik was dronken en jonger.

Word weer dronken.

David was een Jood en besneden.

Zorg dat hij stijf blijft, hè?

Trek de voorhuid hard terug en je kan een penisring dragen.

Ik heb ze in Brussel gezien. – Fuck you! Fuck you! Fuck you!

Ik wil een Hongaarse Elephant Press.

Met de walvisborden op de voorplaten.

Ik weet niet wat dat precies is, maar, bij God, ik krijg er een voor je,

al moet ik hem zelf uit Hongarije slepen.

En schuiven met een kleine diameter

met de punten naar rechts wijzend.

Mijn God, Hendrick, voor rechtshandige schuiven met kleine diameter

kan je ons beter een goede trompet laten zien.

En Portia kan beter een goede prostituee zijn.

Jezus Christus, Hendrick,

Een Hongaarse Elephant Press om je piemel te laten zien?

Weet je, dit alles zou je huwelijk wel eens goed kunnen doen, Hendrick.

We moeten voor publiek neuken.

We neuken bijna nooit privé,

dus waarom zouden we dat voor publiek moeten doen?

Om de Markgraaf op te winden zodat hij genoeg geld ophoest

om ons allemaal aan het werk te houden voor de komende vijf jaar.

Neuken voor geld?

Misschien wind je dat op. Hoeveel?

Men zegt dat het enige verschil tussen een hoer en een vrouw is,

is dat de eerste gewoon vraagt om meteen betaald te worden.

En, eh, baby's?

Aangaande baby's? Maken zij er deel van uit?

Lieve hemel! Zou kunnen,

Als we ze hadden. – En dat hebben we niet.

En waarom? Omdat jij ze niet kan krijgen.

Onbewezen.

Nou, het zou kunnen werken!

Misschien zal wat bloot voor publiek je lust weer doen toenemen.

En… Eduard kan me zien!

Kutwijf! Die talentloze, wellustige jongen.

Hij heeft naar mij gevraagd, weet je?

Hij vraagt naar de meeste vrouwen.

E sommige mannen ook, hoorde ik

Geef mij een zoon en Eduard verdwijnt van het toneel.

Een uitdaging? – Ik wil een kind, Quadfrey.

Ik wil een kind.

Je zei dat het ons vijf jaar vooruit zou helpen?

Ja.

Ik doe het.

Als jij het doet.

Maar… Ik wil een huis

met rood-witte luiken in Den Haag,

met een erf met een beukenhaag

en eh… tien sinaasappelstruiken in potten,

en een tuin met rode tulpen

en een zes meter lange heg van lavendel,

met een schelpenpad naar een prieel

dat over een stil kanaal uitkijkt.

Met zwanen.

Hoer. – Pooier.

Wij brengen nu onder uw aandacht

het ware bijbelse verhaal van David en Batseba.

David en Batseba zouden later de ouders worden

van de meest gewaardeerde koning van de Joden.

Salomo, de meest wijze man,

zei men, “in de hele beschaafde wereld.”

Mevrouw?

Heer?

Ik ken uw echtgenoot.

Dat hoop ik. Hij is een loyale officier bij al uw ondernemingen.

Een moedig man.

Hij dient mij goed.

Heel goed.

Als een trouwe onderdaan.

Zoals het een trouwe onderdaan betaamt.

Zoals al mijn onderdanen zouden moeten doen.

U bent een van mijn onderdanen.

Dat ben ik inderdaad, Majesteit.

En ook u zal mij trouw dienen?

Daar ben ik toe verplicht.

Verplichting?

Uw man, dat is zo, dient mij uit verplichting.

Maar, daar ben ik van overtuigd, omdat hij me dat overvloedig heeft bewezen,

ook uit liefde

en genegenheid en ware persoonlijke loyaliteit.

Hij wil me graag behagen want hij weet als hij dat doet,

hij zijn land een plezier doet… en daarom, ook zichzelf.

Ziet u hoe we er allemaal beter van worden?

De manieren van behagen, Majesteit,

zijn, vermoed ik, niet helemaal hetzelfde.

Hij is een soldaat die uw gevechten vecht.

U ook, kunt een soldaat zijn die mijn gevechten vecht.

Gevechten, Majesteit?

De gevechten van mijn hart.

We hadden ervoor gezorgd om het verminkte, bloederige lijk te laten zien

van Batseba's echtgenoot,

gesneuveld in het centrum van de strijd waarin David hem had geplaatst.

De auteurs van het Oude Testament

waren overgehaald om overspel geholpen door moord door de vingers te zien.

Of was het moord geholpen door overspel?

Laten we het niet meer over je man hebben.

Hij is heel erg ver weg.

Afwezig.

Niet op de hoogte van onze ontmoeting.

Onwetend dat we samen zijn.

Onschuldig aan onze intimiteit.

Gaat u verder.

Nog een laatste ding.

Als u de bedoeling heeft om mij te bevruchten met uw zaad,

Ik ben, op dit moment, op het hoogtepunt van mijn ontvankelijkheid.

Dan, mevrouw,

maakt u zichzelf en uw lichaam

zelfs nog heerlijker en kwetsbaar begeerlijk.

De gedachte dat mijn zaad kan binnendringen,

herschikken, activeren en een beslissende verandering teweeg kan brengen

in de intieme en warme, vochtige

binnenste geheime plekken van uw heerlijke lichaam

vervult mij waarlijk met een heel groot verlangen.

Mevrouw, bereid uzelf voor.

Kleed u uit.

Hier hadden wij dan de tentoonstelling van het derde seksuele taboe —

overspel, misdaad tegen het bezit.

De natuur trekt zich totaal niets aan van het idee van overspel.

Een kind is een kind, hoe het ook verwekt is.

En de natuur is op bewonderenswaardige wijze succesvol met overspel,

omdat het gepaard gaat met een extreme opwinding,

die een succesvolle uitkomst goed voorspelt — een kind.

Ik heb je pik sinds lang niet meer zo hoog en zo hard omhoog zien komen.

Jij was ook ontvankelijk voor de gelegenheid.

Misschien, Portia,

moeten we opnieuw een manier vinden om het privé net zo te doen

als we het voor publiek gedaan hebben.

David kan met Batseba nooit zo’n wrok en bedrog gebruikt hebben.

God zou hem nooit zo roofzuchtig hebben laten zijn.

David is de glorie van het Jodendom

de grote koning van de Joden.

Ik haat hartgrondig de rol van de dramaturg

die je de hele tijd verteld wat je fout gedaan hebt,

hoe je dat beter kan doen, dat is niet levensecht.

Het is niet echt op die manier gebeurd.

Hoe kunnen ze dat in hemelsnaam weten?

Waren ze erbij aan de voet van het kruis?

Toen ze het trojaanse paard naar binnen rolden?

Toen Eva de appel at? Toen Lot zijn dichters neukte?

Toen David Batseba bespiedde in haar bad?

Toen Potifars vrouw Jozef wel of niet neukte?

Toen Simsons haar werd afgesneden?

En hier in Colmar waren er teveel dramaturgen —

kerkgeleerden, ouderlingen, rechters,

die hun Bijbels als hun broekzak kenden,

en dogmatisch verklaarden dat wat zij wisten

was wat de bijbel wist en daarom de waarheid was!

Eerst, verleiding.

Dan, verwekking.

Daarna de dood van het kind.

Salomo kon niet buitenechtelijk verwekt zijn.

Het eerste bastaardkind moest dus gaan.

Hebt u overwogen

dat het misschien kindermoord was die door hem werd gepleegd?

Schaamt u! – Bedrog!

En bedrog en bedrog en bedrog van haar.

En van haar echtgenoot die zo onvermoeibaar loyaal was.

Hij bleef weg omdat hij er de voorkeur aan gaf…

Het gezelschap van zijn soldaten. – Hé, wat krijgen we nou?

Zoekt u excuses voor David?

Beschuldigt u Batseba’s echtgenoot van sodomie

om Davids miserabele gedrag goed te praten?

God had een doel. – Ah! Je mag ervan uitgaan dat hij dat had.

Genoeg! Neem deze man mee en maak hem monddood.

Protest, protest.

U hebt ons hier uitgenodigd vanwege uw reputatie van vrije meningsuiting.

Omdat het u niet aanstaat wat hij zegt, sluit u hem op?

Wat is dat, vrije meningsuiting?

Zodat hij zijn vuilbekkerij kan spuien?

En u, Markgraaf, u hebt zich zeker vermaakt.

Want ik zag u lachen en ik zag u een beetje zweten

en ik zag dat u uw achterste optilde toen uw pik omhoog kwam.

En toen ik een half uur na middernacht door uw raam naar binnen keek

zag ik u aan de tepels van uw vrouw zuigen

en uw vingers in haar kut wrijven.

Mond dicht! Het ging u niet aan om door mijn raam naar binnen te kijken.

En waarom? Omdat het niet uw vrouw was die u misbruikte,

maar haar twee kleine 14-jarige zusters?

Genoeg! Sluit hem op. Stop dit alsmaar terugkerend gedoe.

Pak hen! Voer hem weg!

Neem hem mee! Arresteer hem.

Ga weg!

Je kunt zeggen dat het verhaal hier pas echt begint.

Mijnheer Quadfrey?

Mevrouw?

Ik heb iets voor u.

Ik weet zeker dat dit van meneer Goltzius is.

Mijn man en zijn broer hadden het zich toegeëigend.

Lieve hemel!

Goltzius heeft hier naar gezocht, hij meende dat het was gestolen.

Hij zal blij zijn het terug te krijgen.

Ziet u, we zitten er allemaal in.

En dat met soms verontrustende openheid.

Ziet u, mevrouw, hier bent u,

gemakkelijk te herkennen aan uw dikke buik.

Ik voel dat u het voorzichtig zou kunnen aanraken en vasthouden

en ademen in het gezelschap van een vrouw.

Mevrouw, op het podium acteerde ik.

Het verbaast mij dat,

hoewel u allen beweert het nieuwe vak van drukker uit te oefenen,

u allemaal zo bedreven bent op het toneel.

Er zijn delen van de anatomie, mevrouw

die blijken te weten wat ze moeten doen zonde repetitie.

Bijgevolg is er… veel voldoening

in een goede natuurlijk prestatie gewoon om zichzelf.

Ik wou dat ik dat van mezelf kon geloven.

Oh, hoor ik teleurstelling?

Bespeur ik bewijs van geloof in een slechte prestatie?

Dat zal toch niet zo zijn,

anders, zo stel ik me voor, mevrouw

zou u niet die volle vorm

die ik voor me zie herbergen.

Ik moet ook zeggen dat de drukpersen van de noordelijke wereld

altijd nauw verbonden zijn geweest

met het acteervak.

En er was, en is nog een derde reden.

Commercieel noodzakelijk.

De Pelican company was op sterven na dood.

We konden maar net onze schulden betalen.

Optreden op het podium was alleen een manier voor ons

om het mogelijk te maken om boeken te kunnen produceren.

De twee zijn niet zo heel, heel, heel…

heel verschillend.

Hé pad,

jij kan de Markgaaf zijn.

Slijmerig in karakter, zo niet uiterlijk.

Traag.

Ben jij traag?

Amfibisch.

Een waterig soort huidskleur.

En…

wrattig lichaam.

We zouden de Markgraaf moeten uitkleden en het zien.

Voortdurend dicht bij het water levend.

Verborgen genitaliën, geen grote pik.

Geen grote pik?

Kom, laat me je pik zien.

Ik zie je pik niet, vriendje, Ben je misschien een vrouwtje?

Ik zou het van de Markgraaf niet weten.

Ik denk niet dat hij een vrouw is. Hij is gek op Adaela.

“De prinses en de kikker!”

Pas op verander niet in een prins, vriendje!

Oh, als je aan mijn Adaela komt,

eindig je met een paal in je hart.

Hé! Een kwaker!

Een kwaker!

Betekent dat… Betekent dat er iemand gaat sterven?

Waar is Boethius?

U bedoelt de ketter? In de gevangenis, waar hij hoort.

Wat gaat er met hem gebeuren?

Op dit moment verwacht ik niets.

Later — ondervraging, opvoeding.

Marteling.

U wilt hem van mening doen veranderen? Ik heb zo mijn twijfels.

We zouden onze ingenieurs niet lastig vallen. Die zijn duur.

Wat is trouwens martelen tegenwoordig?

Kijken naar de jonge dochter van Lot, die avond,

haar niet kunnen aanraken, vasthouden,

kussen, haar lichaam strelen, dat was martelen.

Mijnheer, bij Boethius zou het gebruiken van marteling niet werken.

U zou verrast zijn, werkelijk.

Fysieke pijn doet iedereen van mening veranderen.

Ik bied je een goede deal.

Bevrijd deze man van de mogelijkheid van zijn marteling

en ik doe mijn best om u te bevrijden

van de mogelijkheid van uw marteling.

Waarom in hemelsnaam

zou u een man steunen die God ontkent?

Omdat, Markgraaf, hij intelligent is,

vermakelijk en hij laat mij denken,

hard nadenken.

Hij verstoort elke zelfgenoegzaamheid en vooroordeel dat in me zit,

en daar houd ik van.

Die man is waardevol voor mij.

En, zou ik willen suggereren — voor u.

Alleen als een schepsel dat mij heeft laten kennismaken

met het verrukkelijke, begeerlijke lichaam van zijn maîtresse.

Maar, Mr. Pornograaf, kijk wat u kunt doen.

Ik geef u een dag en een nacht.

Daarna, wie weet?

Uw schrijver heeft zijn vingers nodig om te schrijven.

Mevrouw, u bent getrouwd met de Markgraaf van de Elzas.

Een machtige verbintenis.

En u bent heel erg zwanger.

Bent u zich werkelijk bewust

van de tijd die u hier alleen met mij doorbrengt?

Ja, dat ben ik.

Waarom bent u bereid zulke enorme risico’s te nemen?

Ik, ik zag u zoals… ik mijn man wilde zien.

En ik was… ik was jaloers op wat u was en hij niet.

Binnenkort zal mijn zoon geboren worden.

En dan is mijn vrijheid, elke vrijheid voorbij.

Totaal voorbij.

Ik zal de Koningin-moeder zijn.

Een noodlottige… – Hm, oh, ja!

en zeer nauwlettend in de gaten gehouden en nooit een privé vrouw.

Geef mij een laatste nacht in vrijheid

met een man die het ideaal kan spelen…

wat ik in mijn man zou willen zien.

Mevrouw, ik weet vast en zeker…

dat uw kind borstvoeding zal krijgen van een voedster.

Dus ik zal toegang hebben.

Dus ik alleen zal toegang hebben om aan uw borsten te zuigen.

Romeinse liefdadigheid.

Het zogen van een volwassen man met melk —

rechtstreeks van de bron zogezegd, hè?

Het klassieke verhaal is dat van Cimon en Pero.

De oudere Cimon is gevangen gezet door zijn politieke vijanden

om door uithongering te sterven.

Zijn dochter, Pero, de moeder van een jonge baby,

bezoekt hem in de gevangenis en voedt hem uit haar borsten.

Het opperste offer?

Liefde voor een vader die geen grenzen kent?

Een vaderlijke eis die geen ongehoorzaamheid duldt?

Een late gesublimeerde incest?

Pure zinnenprikkeling?

Opeenvolgende schilders houden de opoffering vol,

benadrukken toewijding, ontmaskeren hypocrisie,

adverteren de erotiek,

ontkrachten de bezorgdheid van de dochter.

Kom.

Neem me,

zoals u Batseba nam, Koning David.

Ga! Weg, Quadfrey!

Quadfrey, in jezusnaam! – We zijn ontdekt.

Ga door, zwem stroomafwaarts.

Heb je ons al die tijd gadegeslagen?

Ja. Je was niet zo slecht.

Ik heb een grotere pik dan jij en haar kont zag er uitnodigend uit.

Ik vond het leuk zoals ze jouw pik beteugelde…

Hou verdomme je kop, verdomme. – Je kan beter maken dat je weg komt, en snel!

Er is daar een valluik. Adaela zal daar zeker zijn.

Kijk of je bij haar kan komen om je te verbergen.

In Christusnaam, ze zullen je pik als trofee hebben.

Ga! Je verliest je kop als ze je pakken.

Zijn hoofd? Hij raakt eerst zijn pik kwijt.

Heb je gezien dat er geen zwarte kinderen in dit paleis zijn?

Je zou denken dat die er zouden moeten zijn, gezien het enorme leger

van zwarte bedienden, mannen en vrouwen.

Ik zou graag een zwarte baby hebben met één van hen.

Dat kan niet. Het is verboden.

Je zal het met mij moeten doen.

En als… als een zwarte huid je zo opwindt, waarom…

verf je mij dan niet zwart met Quadfrey’s inkt?

Kom.

Quadfrey is dood.

Verdronken!

Moet wel.

Weggevaagd in het ijskoude water van de Rijn.

Het is winter. Hij zal doodvriezen.

Wat dacht je verdomme dat je aan het doen was?

Verliefd?

Verliefd? Ik geloof mijn oren niet!

Ze heeft geen recht om verliefd te zijn.

Ze is een pion van de dynastie!

Die worden niet verliefd.

We zouden een fortuin kunnen maken.

Luxe gesigneerde kopieën,

gedrukte zwarte baby’s

in de drukkerijen van Amsterdam, Rotterdam en Parijs.

Geen pijn. Geen moeite.

Geen troep.

Geen snellere manier om de wereld te bevolken.

Stop ze in de grond in Virginia

naast de tabaksplanten.

En zwarte baby’s en tabak

kunnen samen groeien, naast elkaar.

Een luchtspiegeling in het water.

Een grote geschubde witte vlezige vis

met een Neptunuslul omwikkeld met rood lint.

En de snuit van een zwaardvis

die mij diep van binnen zou kunnen kietelen.

Impotent, in alle opzichten. Een visachtige eunuch.

Hij kan zijn vrouw niet eens zwanger maken.

Maak je geen zorgen.

De baby is van jou.

Wie zijn deze dames? – Alleen dansende blanke bedienden.

En ze dansen niet zo goed.

Klopt, maar dat is de bedoeling.

Ik begrijp dat onbeschermde onschuld verleidelijk kan zijn.

Mogelijk.

Zie je?

Oh, hemel, wat een verspilling. – Ja, dat kan je wel zeggen.

Kies — castratie of Adaela?

Castratie natuurlijk.

Maar gezien de hoeveelheid bloed

in mijn nu heel erg stijve pik, zal ik waarschijnlijk doodbloeden.

Ik moet iets naar de Markgraaf brengen

om te bewijzen dat je bent gemarteld.

Vinger! – Nee!

Nee!

Jij vies vet zwart negerinnekreng!

Pijn laat alle grote en de slechtste vooroordelen los nietwaar?

Ik… heb een voorstel.

Ik zal Potifars vrouw spelen.

Nee maar! Een snelle reactie, ik vraag me af waarom.

Susannah zal Potifars vrouw spelen.

Ik denk dat je haar zal moeten vragen om terug te treden.

Ik weet zeker dat zij dat niet doet. – Dat doe ik niet.

Ik kan makkelijk akkoord gaan, als ik Potifar kan spelen.

Natuurlijk kunt u Potifar spelen.

Als Jozef, stomme jongen onwillig blijkt te zijn,

dan gaat Potifars vrouw naar haar man, die door u gespeeld wordt.

U zet Jozef gevangen.

Dan zal ik, als Potifars vrouw,

met mijn man Potifar slapen, en dat bent u.

Makkelijk. Simpel.

En u laat Boethius vrij.

Hebben we een deal? – Wat een gretigheid, lieve hemel!

Potifar zou zoiets inderdaad kunnen doen.

En hij moet. Het is deel van het contract.

Dus ik, de Markgraaf, die Potifar speelt,

slaapt legitiem, zogezegd, met zijn vrouw.

Dit kan je niet doen. De Markgraaf is voor mij.

Nee, Susannah. Denk na, denk na, Dat gaat nooit gebeuren.

Jazeker.

Ja, verdomd zeker!

Er is iets veel waardevollers dan een verdomde vinger!

Open de deur, jij!

Vrouwe, mevrouw,

eerbiedwaardige heren.

Vanavond presenteren wij u voor uw morele opvoeding,

“De verleiding van Jozef door Potifars vrouw.”

We zijn in Luxor,

in Egypte, de zetel van de farao’s.

In het bijzonder zijn we uitgenodigd in het huis van Potifar,

De kanselier van de Markgraaf.

En — oo! — hoogst relevant,

zijn we ons van geen kwaad bewust uitgenodigd, net als Jozef,

in de kamer van Potifars vrouw.

Zoals Jozef

kunnen we ons voorstellen

op een onschuldig bezoek te zijn,

om toezicht te houden op een paar kleine huishoudelijke geldzaken,

om de kosten van het herschilderen van de decoraties in de kamer te schatten,

de invoer van nieuw bedbeslag uit Mesopotamië…

of de aanschap van een nieuwe kamerpot

Succes!.

Ons volgende en vierde seksuele taboe —

het verleiden van de jeugd.

Wat een misdaad tegen de onschuld is

en louter een demonstratie van macht.

Jozef, hoeveel betalen ze jou?

Ik word niet betaald.

Ik ben een Joodse krijgsgevangene.

ik ben een slaaf en ik heb geen geld nodig.

God voorziet. – Echt?

Waarin voorziet hij dan?

Zonlicht. Dag en nacht.

De lucht.

De grond waar ik op loop. Hij is de Grote Voorziener.

– Wees ontrouw, wees stil. – Ja. Wees stil.

Wees luidruchtig, schreeuw, zwijg,

slaap naakt als een hedonist,

slaap gekleed en geschoren als een non.

Slaap naakt als een hedonist,

slaap gekleed en geschoren als een non.

Nu, dat is wat — nonnen.

Adaela als een geschoren non. Dit kan verleidelijk zijn.

Laten we het over je kleren hebben.

Ik draag het uniform van een bediende,

de hoed en schoenen van een slaaf,

en alle noodzakelijke tekens en insignes

en de verplichte labels die zeggen dat ik een Jood ben.

Ik draag de verplichte Davidsster.

Wel, ik weet zeker dat ik mijn man kan overreden

om je te bevrijden van al die tekens en insignes en verplichte labels.

Het onderwerp van Potifars vrouw

is in de mode bij schilders en hun klanten,

op dit moment in Europa.

En het is merkwaardig om te zien

hoe welke schilder met het onderwerp omgaat.

Wat verschilt is de, eh,

nou ja, de mate van het seksuele verlangen, hè.

Het verlangen van Potifars vrouw, zoals voornamelijk af te lezen is van haar gezicht.

Dan…

Dan de kracht van Jozefs weerstand.

Hoe afwerend is Jozef feitelijk?

Voelt dat niet koeler?

Ja. – En je ziet er zoveel beter uit.

Niet zo stom in de kleren die iemand anders heeft gegeven.

Zo knap.

Je bent echt een knappe jongen.

Ik trek mijn hemd uit.

Dat is beter. En wat doen we met die zware broek?

Nee. – Ik zeg ja.

Er is mij verteld dat de Joden zichzelf markeren

als afzonderlijke menselijke wezens van de rest van ons.

Om hun afgescheidenheid, hun superioriteit aan te geven.

Dat ze zichzelf snijden en verminken

om te bewijzen dat ze Joods zijn.

Dat is toch zeker een tegenstrijdigheid

voor mensen die graag doorgaan voor “zeer beschaafd.”

Betwijfelen ze dat God hen perfect gevormd heeft,

zodat ze het karwei zelf moeten afmaken?

Ik ben benieuwd.

Wil je me laten zien of het waar is?

Wil je het me laten zien?

Ziedaar!

Je voelt je nu zeker meer op je gemak?

Koeler?

Ja. – Laat me naar je kijken.

Goed!

Prachtig!

En ik denk dat het kenmerk van een Jood

nog helemaal niet zo slecht hoeft te zijn.

Ik verwachtte iets veel meer gewond te zien.

Er zijn hier wat dubbelzinnigheden.

De belangrijke vraag is,

verwachtte ik dat de broer van de Markgraaf,

en daarom naar ik mag aannemen de Markgraaf zelf,

was besneden?

Waren zij Joods?

Deze familie van broeders uit het Heilige Roomse Rijk?

Ik betwijfelde het en dat doe ik nog steeds.

Je kan je weer omdraaien.

Kijk naar me.

Kijk naar mijn lichaam.

Ben je blij met wat je ziet?

Nee. – Nee? Ben je blij met wat je ziet?

Nee. – Nee?

“Nee mevrouw!”

Waarom niet?

Veel mannen zouden graag zien waar jij naar kijkt.

Mokkende, onbeantwoorde minnaar.

Maar vrij, vrij. – Hatelijk

Hatelijk.

Vrij.

Wat in hemelsnaam is dat?

Bestaat er zoiets als vrijheid?

Ik ben de meest vrije man in het koninkrijk

en ik voel me helemaal niet vrij.

Nu, ik geef je liefde en genegenheid.

Wel, laten we zeggen, genegenheid.

Lichamelijke genegenheid.

Misschien liefde, wie weet?

Maar omdat je een man van God bent…

vermoed ik dat je de liefde van een vrouw niet wil.

Speelde Susannah haar rol,

of reageerde ze op wat ze waarnam?

Herinnerde zij zich de tekst die Boethius voor haar geschreven had?

Of maakte zij haar eigen tekst?

Hoe dan ook, ze deed het goed,

U bent een getrouwde vrouw. – Nou, dat is waar.

En een ongelovige. – Ongelovige?

Wat is dat, vraag ik me af? – Ik ben een Joodse krijgsgevangene.

Ik moet gerespecteerd worden als een Joodse krijgsgevangene.

Gerespecteerd?

Nu, ik ben altijd verbaasd als mensen dat zeggen.

Respect komt niet vanzelf. Het moet altijd verdiend worden.

Denk je niet dat je dat respect moet verdienen? Kom op!

Verdien mijn respect.

Ik kan je helpen. Bind hem vast.

En zo ging het gesprek van verleiding verder,

totdat Potifar's vrouw — of was het Susannah?

Tot de arme jongen hulpeloos was.

Maar hoe dan ook, hij was jong en wellustig genoeg,

om, ondanks zichzelf, zijn anatomie zich goed te laten gedragen.

Verminkt of niet,

Joods of niet, de reacties zijn zeker bekend.

Nee. U moet nu stoppen. Ik kan niet met vrouwen omgaan

Een beetje kletsen?

Een deegroller?

Een komedie in drie bedrijven, twee voor herhaling vatbaar,

één explosief?

Arresteer hem. Hij probeerde me te verkrachten.

Kijk naar hem, met een rood gezicht en een rode pik.

Zijn kleren in mijn bed en zijn geur op mijn lakens!

Ik… Waar is Adaela? Wacht, dit was niet de afspraak.

Ik had een contract, waar is Adaela?

Wat doe jij hier verdomme?

Ik dacht dat Eduard Jozef speelde.

Dat gebeurde niet. Dat gebeurde niet.

Maak je geen zorgen, Potifar. Het gebeurde niet.

O, kop dicht. – Maar bijna wel.

Kop dicht. – De ellendeling!

– De ellendeling! – Jij stomme trut!

Kop dicht!

Waar is Adaela?

Nou, we hebben die goed genoeg ontworpen.

Hoe goedgelovig zijn degenen die door wellust gespannen zijn?

Ga weg! Iedereen!

Ik dacht dat Eduard Jozef speelde.

Hoe kan ik verdomme Potifar spelen als mijn broer Jozef speelt?

Ik eindig als tweede vervanger van mijn verdomde broer.

Ga weg. Ga weg, ga weg.

En wat in godsnaam dacht je dat je aan het doen was?

De vuile kleine zwerver spelen met je pik vooruit.

Je kon zien dat ik Jozef speelde in godsnaam.

Een bijbelse held!

Het leek niet op een bijbelse held, zoals jij hem speelde.

Maar ik heb zijn onschuld bewaard.

O, ja ja, zijn onschuld. Ja ja.

Met je stijve pik.

Als een loopse ezel.

Nou, dank je wel, broer!

Ezels zijn buitengewoon goed bedeeld.

Maar zoals je zag, was de seks niet geconsumeerd.

O, nee, nee, het was verdomme bijna geconsumeerd. Ja.

Nog één minuut langer en Jozefs beroemde reputatie van onschuld

was totaal aan stukken gegaan.

Wat dacht jij verdomme wat je aan het doen was?

Grotendeels hetzelfde als jij hoopte te doen, neem ik aan.

Snap je het niet?

Als ik zonder een zoon stierf zou jij de volgende in lijn zijn.

Wat een openbare vertoning hè? Voor de volgende Markgraaf van de Elzas.

En wat te zeggen van je eigen vertoning?

Potifars vrouw was eenzaam

Wat? Ze was alles behalve eenzaam.

Ze wilde gezelschap. – Ja, vast.

Potifar stond bekend als geïnteresseerd in jonge mannen.

Wat?

Wat volgens de rabbi zijn vrouw excuseert om Jozef te verleiden.

Wat is dat voor een verdomd sofisme?

Als ik Potifar speel, wat maakt mij dat dan?

Een verdomde sodomiet? – Nou…

Dat zei de Rabbi tegen mij. – O…

De Rabbi zoekt excuses voor jou

om je pik in het openbaar te laten zien?

Ik denk dat de Rabbi, onder ons gezegd en gezwegen, broer,

alles zal verontschuldigen dat de actrice Susannah

bereid is voor publiek te doen.

Het lijkt erop, Meester Goltzius, dat uw drama’s

inbreuk beginnen te maken op het welzijn van mijn hof.

Uw broer, mijnheer, bood zich vrijwillig aan.

Als voorbeeld van de plichtsgetrouwe terughoudendheid

en afwijzing van het kwaad waartoe dit hof in staat is.

Mond dicht, Goltzius.

Ik verdenk u van verraderlijke smeekbeden

aan een jongeman die niet zeker is van zijn seksualiteit,

om mij in een gênante positie te brengen,

en zo, mijn hand te dwingen om uw contract te tekenen.

Een riskante list,

die mijn geloofwaardigheid ondermijnd zou hebben, als het werd geloofd.

Wat me echter werkelijk verraste, was dat ik een onwaarschijnlijke bondgenoot had.

Dit hof zit vol met verhalen. van de seksuele verfijning van de jongen.

Ik kan nog geen seconde geloven,

Dat de wet van Mozes zo selectief sympathiek zouden staan

tegenover zo’n getoonde wellust.

De wet van Mozes heeft sympathie voor vrouwen

op een manier die latere en minder verfijnde religies

niet geschikt achtten.

Wij genoten van deze onenigheid

tussen de religieuze dienaars van de Markgraaf.

De vrijheid van meningsuiting in mijn hof,

die het jou mogelijk maakt met een dergelijke vrijheid te spreken,

wordt waarschijnlijk nergens anders in het Christendom gevonden.

Moet ik, als Jood, interesse hebben in het Christendom?

Er zijn grenzen aan mijn vrijzinnigheid.

Als een voorbeeld van zo’n grens

zal u het zwijgen opgelegd worden.

Stop een prop in zijn mond. – Ik protesteer!

Inderdaad!

Ga bij die ketter Boethius zitten!

Mijnheer, mag ik voorstellen dat we doorgaan

met het geplande vermaak?

Neem me niet kwalijk, laten we even afstand nemen van de hitte

en de zaken van het moment,

en overgaan naar onze volgende optreden ter ere van u?

Ik stel voor, mijnheer, dat we het verhaal van Simson en Delila overwegen.

En we hebben hier nu een kandidaat om Simson te spelen.

Hij is behaard genoeg om Simson te spelen.

Hij is groot genoeg om een monster en een reus te spelen.

Een man die zichzelf overtreft

door op te komen voor de actrice die Potifars vrouw speelt.

Laten we kijken of hij met zijn lijf

gedwongen kan worden voor Delila op te komen.

Ik ben gekomen, Joachim, als een goed Christen,

om de gevangenen in de gevangenis te bezoeken.

Gevangenen bezoeken is de zesde liefdadigheid.

Joachim, ik ga je Jozef noemen.

Mag ik je Jozef noemen?

op die manier kunnen we gemakkelijker onze identiteit bewaren.

Ik heb me voorgedaan

als een geslagen en onteerde Jozef.

Dus waarom niet?

Ik ga voorbij aan onze meester-leerlingrelatie

ten gunste van uw meest verrukkelijke optreden.

Ik was zeer onder de indruk.

Ik moet bekennen dat ik je niet eerder

zo heerlijk kwetsbaar heb gezien.

Als je als student tegenover me zat,

benen over elkaar,

aandachtig.

Mond een klein beetje open.

Je broek strak.

Uw verklaring is nu onbeschermd openbaar, Meester Cleaver.

Ik droomde.

Ik werd verleid door de duivel in de gedaante van een engel

om mijn ongevoeligheid voor de zonde te bewijzen.

De duivel vermomd als een engel leidde me naar een gevangenis.

En daar om mij te testen…

sloeg hij me en geselde hij me.

En toen…

Ik denk dat ik wakker werd. De droom was nog niet klaar.

Zal ik daarvan ooit de uitkomst begrijpen?

Nou, het is niet onmogelijk dat we de droom opnieuw kunnen maken.

En misschien kan ik dan de engel spelen.

Dan moet je mij slaan, een zondaar.

In afwachting bracht ik een instrument om te straffen mee.

Heeft Boethius

dat meest verwoestende einde voor de protestant geschreven?

Of was het de natuurlijke loop der dingen

die ons tot hier hebben gebracht. Wie schreef het script nu?

Meester Cleaver wenst identificatie met Christus.

U moet vernederd worden,

op een manier die de maatschappij het meest vernederend vindt.

En de strafrechtbank zal u naar de brandstapel brengen

en u verbranden,

omdat u zich hebt onderworpen aan zo'n vernedering.

Onderwerpt u zich vrijwillig aan zo’n vernedering?

Dat doe ik.

Dat doe ik. Zoals mijn redder moet ik onuitsprekelijk gestraft worden.

Dan is hier de eerste gang naar de brandstapel, flikker.

In uw droom dacht u dat het een engel was,

die zich voordeed als de duivel om u van uzelf te redden.

Terwijl het in feite de duivel was die zich voordeed als een engel

om er zeker van te zijn dat u zichzelf vernederde, voorbij al uw hoop.

Er was geen redding voor de Christus die u wilde zijn.

Niemand kwam om Christus te redden.

Niemand!

Helemaal niemand!

Dus waarom zou er iemand komen om u te redden?

Geen redding.

Maar we kunnen je laten verdrinken.

Nu zal u niet op de brandstapel branden voor het toestaan van sodomie.

U zal in plaats daarvan verdrinken.

Kunt u zwemmen? – Ik… Ik kan het niet.

Meester Cleaver… – Ik kan niet zwemmen.

U kunt niet zwemmen? – Ik weet het niet.

Nee, dat zult u zeker verdrinken.

Flikker!

Miserabele imitatie-Christus!

Het vijfde seksuele taboe —

prostitutie.

Liefde in ruil voor geld.

Hier vergezeld door verraad.

Het is een kleine theatrale presentatie die… Delila laat zien.

Delila is het gevestigde synoniem voor verraad.

“De verraderlijke vrouw”.

Zij verkoopt Simson

voor een profetisch aantal van dertig zilverlingen.

Wat hebt u nog meer dat we kunnen beschrijven

als relevant is voor Simson, Rabbi Moab?

Ik kan niet met u meegaan. – Ik denk dat u dat kan, Rabbi Moab.

Is dat niet wat u deze afgelopen vier avonden hebt willen doen?

En omdat u Susannah bent,

zal ik niet toegeven aan de eisen van de wellust van andere mannen.

Ik loop geen gevaar om de vleselijke zonden met mijn lichaam met u te bedrijven,

maar alleen met mijn geest.

Hoewel God mijn gedachten kan zien

en me genadeloos zal berispen,

niemand anders zal het weten.

Mijn gevecht zal met God alleen zijn en dat weet Hij,

en ik weet dat.

Maar het bestaat alleen tussen ons. Niemand anders zal het weten.

Wat is dit allemaal voor gefluister?

Is dat uw tekst, Rabbi, of van de ketter?

Ik denk dat de Rabbi zoekt, mijn heer,

om woorden te vinden die zijn wellust voor mij vergoelijken.

Laat hem,

en ik heb het gevoel dat hij de gelegenheid zal aangrijpen

en dat we allen vermaakt zullen worden.

Laten we beginnen zoals gewone geliefden doen.

Kom hier. Laat me je kussen.

O, je stinkt!

Susannah, het is de dode Calvinist die stinkt!

Je hebt een wasbeurt nodig,

Nu, leg je wapenrusting af… – Ik protesteer.

Spaar je stem, minnaar, laat mij praten.

God zal begrijpen dat je gedwongen wordt.

God zal geen handelingen gedaan onder marteling toestaan.

Word ik gemarteld?

Ik word gemarteld.

Hoe zit het met dit lichaam?

Wat is het dat jou je grote kracht geeft?

Ik geloof in God. – Ik ook.

Maar ik ben een zwakke vrouw.

Maakt hij me sterk omdat ik in hem geloof?

Ik snap het! God gelooft in mij!

Kijk eens. Ben jij en je God tevreden?

U bent nog steeds Susannah en niet Delila.

En die twee vrouwen staan op grote afstand van elkaar.

Vertel me nou, Simson wat is de oorzaak van jouw kracht?

Ik kan je niet meer volgen. – Dat is niet het antwoord dat ik wil.

Vertel het! Vertel mij de bron van jouw kracht.

In het verhaal van Simson

werd gezegd dat Simsons haar hem zijn kracht gaf.

Scheer het af en hij zou zwak worden.

Ik geloof dergelijke verhalen niet.

Ze zijn symbolisch.

Metaforen.

Zijn kracht ligt, zoals de mijne, in een geloof in God.

Ik ben mijn hele leven celibatair geweest.

Ik voel me nu al krachteloos.

Ik voel me zwak en kwetsbaar.

Vlug! Hij is van u! – Nee!

Maak me niet blind! – Kom niet aan zijn ogen!

Maak hem niet blind! – Maak me niet blind!

Alle mannen verlagen zich door wellust.

NU!

Uw critici zijn het zwijgen opgelegd, Markgraaf.

Kijk naar ze! Een gekneveld, een dood, een blind.

Bravo!

Wat is er over van uw reputatie van vrije meningsuiting?

Ten aanzien van ketterij en verraad heb ik geen keus.

Och, Kom op, zeg!

Natuurlijk hebt u een keus! U wordt niet bedreigd!

Waarom deze onschuldige drama’s

veranderen in gemene politieke spelletjes?

De spelletjes van het lichaam zijn klein, oppervlakkig.

We zijn als kinderen die spelletjes spelen met onze anatomie.

U maakt deze spelletjes belangrijk

op een manier die suggereert dat u ze vreest.

En denkt u niet dat de bijbelverhalen

zeker door mannen zijn geschreven?

En is hun doel niet om te leiden en adviseren door middel van metaforen

en niet door letterlijke waarheid?

Neem me niet kwalijk.

Het verhaal van Simson dient om te laten zien

hoe alle mannen door vrouwen bedrogen kunnen worden.

Ik ben een van die verraderlijke vrouwen die zo bedriegen.

En ik moet een keuze maken.

Wij gaan ons verplaatsen naar het Nieuwe Testament.

Wij gaan het drama spelen

van Johannes de Doper en Salomé!

Nee, dat doen we niet, Adaela. – Goltzius, ik beslis.

Nee. We illustreren het Oude Testament in druk en drama.

We gaan de voorwaarden van onze opdracht niet breken.

O, Goltzius, deze keer beslis ik.

We voeren de Joodse verhalen op, niet de Christelijke.

Kom op, Goltzius! Het zijn allemaal Joden.

En, daarom, Joodse verhalen.

Ik ga voor u dansen als vergoeding

voor de belediging die u meent te hebben ontvangen.

Ik zal Salomé spelen.

U gaat Herodes spelen.

De dans van de zeven sluiers? U wil dansen voor mij?

Hoe gaat u voor mij dansen? O, u kent het verhaal.

Ik zal voor u dansen zoals Salomé voor Herodes danste.

Verleidelijk.

Wellustig, immoreel.

Hoe kan ik dat weigeren? Ik neem het aan, ik zal Herodes spelen.

Kerkelijke vrienden,

en metgezellen van religieuze tolerantie,

in dit bevrijde land van de Elzas,

vanavond presenteren wij u het laatste van onze bijbelse drama’s,

allemaal morele verhalen

die onze Joodse en Christelijke voorouders verontrustten

en voorbeelden gaven voor onze morele opvoeding.

Wegens een speciaal verzoek

presenteren wij vanavond een verhaal uit het verlichte Nieuwe Testament,

dat ons belangrijke morele lessen,

het Oude Testament waardig, zal leren.

Het verhaal, niet minder dan

dat van Johannes de Doper en Prinses Salomé,

de mooie schoondochter van Herodes de Grote,

Koning van de Joden door een Romeins decreet.

Mag ik u presenteren, niemand minder dan de Markgraaf van de Elzas,

die genadig heeft toegestemd om de grote Koning Herodes te spelen.

En dat op de dag

waarop de gewaardeerde oom van de Markgraaf, Ricardo,

benoemd is tot kardinaal van de Elzas —

een eer die, daar ben ik zeker van,

door ons allen goed ontvangen en gewaardeerd zal worden.

Ga weg!

Dus…

het zesde seksuele taboe —

necrofilie.

Ga ik Salomé's liefde voor de doden zien?

Meer! Dans nog een keer voor mij.

Het was te snel. Dans dezelfde dans nog eens.

Nee.

Ik beloofde voor u te dansen, en dat heb ik gedaan.

Genoeg. – Ik zal u betalen.

Ik zal de Pelican Company goed betalen.

Nee.

Ik zal de Pelican Company alles geven wat zij willen.

Goltzius zal zijn drukpers krijgen.

Ik bestel duizend boeken.

Nee!

Ik heb voor u gedanst, niet de Pelican Company.

Voor u dan.

Voor u. Wat wilt u dat ik u geef?

Noem een prijs.

Wat dan ook? – Ha ha! Alles!

Lust maakt je onbetrouwbaar,

zoals lust alle mannen onbetrouwbaar maakt.

Vraag het me!

Maakt niet uit wat. – Goed dan.

Ik zal nogmaals voor u dansen,

als u mijn minnaar Boethius vrijlaat.

Nee. Nooit.

Hij is een ketter. – Dan niet.

Ik ga. De prijs voor mijn dans is zijn vrijheid.

Nee, stop. – Nee.

Ik… ik geef u juwelen.

Geld. Goud.

Ik wil maar één ding.

Ik geef u…

het graafschap Hagenau Forest.

Vier steden, drie kastelen, 30 000 burgers, en…

en… een jaar belastingopbrengsten van het zout uit de zoutmijnen.

Nee. Adaela…

Ik geef u de helft van mijn koninkrijk.

Ik wil mijn minnaar, Boethius.

Niets anders.

Nee! – Nou dan, geen dans meer.

Ik wil mijn minnaar.

Laat Johannes de Doper vrij

Nee! Nooit!

Nooit! – Herodes. Herodes.

Markgraaf, liefste.

Geef haar gewoon wat ze wil.

Vervul het einde van het verhaal

Er zitten veel meer vogels in de bomen

en je hebt mij voor altijd.

Hij speelt… Johannes de Doper.

We weten allemaal wat er met Johannes de Doper gebeurd is.

Geef haar wat ze wil.

Zijn pik en zijn hoofd hoeven niet aan zijn lichaam te blijven.

Doe het. – Goed dan.

U kunt krijgen wat u wilt. – Laat hem hier brengen.

Ik wil dat hij mij ook ziet dansen.

Breng hem! Haal hem!

Dans nu!

Dans!

Nu moet u de prijs betalen.

U moet mij laten nemen wat u overeenkwam.

Ik laat me niet intimideren.

Toe maar!

Geef het haar.

Geef haar het waardeloze hoofd

en de zielige pik die ze zo graag wil.

Geef haar wat ze heeft gevraagd.

Nee, als u het eens durft!

Wacht.

Wacht. Hoe zit dat met uw…

Hoe zit dat met uw reputatie van genade, clementie?

Als u dat doet zal u vervloekt worden!

Ik vervloek u en u zal een ellendige dood sterven.

U wordt opgegeten door wormen.

Oohoo, wormen!

Adaela, de langdradige worm.

De luidruchtige wormen!

Markgraaf, haar aanleg voor wormen behoeft aandacht.

Als zij zegt dat u door wormen opgegeten zult worden…

dan heeft zij gelijk.

Hou je luidruchtige mond, Boethius.

Doe het! Doe het! Doe het!

Ze daagt je uit. Doe het! Ze zet je voor gek.

Doe het!

Tja…

Toen werd het een hele akelige zaak.

Het was bedoeld als een gespeelde metafoor.

Het werd een bloederige werkelijkheid.

Ik was te ver gegaan.

De overgang naar het Nieuwe Testament had mijn focus verlegd.

Adaela leed zozeer,

dat zij haar leven kon veranderen

in een persoonlijke mythologie,

die haar altijd zou dramatiseren

en haar bestaan een zwart en melodramatisch focus geven.

Misschien was ik degene

die het meest geleden heeft.

Ik ben de Markgraaf!

Het was tijd voor mijn beste toespraak.

Mijne heren, misschien is het de grootste ironie

dat de meest onberouwvolle ongelovige, Willem Boethius,

een man die vaak zijn overtuigingen hier in dit hof heeft uitgelegd,

de rol moet spelen van een van de meest prominente ware gelovigen

en profeten van het christendom, Johannes de Doper,

en in zijn plaats geëxecuteerd worden.

Schande. Schande.

Misschien kunnen we de metafoor verder brengen

en overwegen dat William Boethius

een profeet is van het komende ongeloof,

zoals Johannes een profeet was van Christus en het christendom.

Boethius mag nu een uitzondering zijn, maar in de toekomst

zou zijn soort gewoon en misschien de norm kunnen zijn,

op een manier dat gelovige Christenen

nu gewoon en de norm zijn.

50 000 voor een nieuwe drukpers.

100 000 voor een geïllustreerd Oude Testament.

Teken alstublieft. Wij verwachten resultaten te zien.

De macht van de Markgraaf is niet zo gering.

Zijn invloed kan aanzienlijk zijn.

Helemaal tot aan Den Haag in Nederland,

Prinsen spreken niet weinig met prinsen.

Wij hadden gekregen wat wij wilden —

precies en absoluut.

En ik heb zeker gekregen wat ik wilde.

Ik had nu de tijd en vrijheid

om mij te veroorloven precies te gaan doen wat ik altijd had gewild,

namelijk schilderen.

Het is niet onopgemerkt gebleven dat u een boek bij u draagt

met tekeningen waaraan u, als ik mij niet vergis,

voortdurend nieuwe bijdragen toevoegt.

Ik ben bereid u, eh… 50 000 daarvoor te geven.

U kunt het geld nu aannemen.

Maar wij zullen elkaar binnenkort in Rome ontmoeten.

Ik verwacht dat u mij dan uw kleine boek brengt.

Ziet u hoe ik u vertrouw?

Ik ontmoette kardinaal Ricardo in Rome,

en Susannah was daar ook.

Susannah’s gezicht blijft in ons aller herinnering,

zoals inderdaad ook andere kenmerken van haar anatomie.

50 kopieën van het geïllustreerde Oude Testament, zoals geëist.

Ik moet ze persoonlijk afleveren en indien bevredigend,

betreden we het tweede deel van de opdracht —

een geïllustreerd boek van Ovidius.

Leda en de Zwaan,

Ganymedes en de Adelaar,

Europa en de Stier,

Callisto en Diana.

Io, geneukt in een wolk van Jupiter.

En “Danaë en de Gouden regen”

En de Markgraaf is niet langer de baas.

Hij wordt als krankzinnig beschouwd,

en wordt door zijn paleizen vervoerd op een bed op wielen.

Huil niet,

Niet doen. Het is goed.

Zie je?

De stemming aan het hof is is totaal veranderd.

Men zegt dat de winter is verbannen,

en het hof is vrolijk en aanstekelijk.

Ik kijk er naar uit om er terug te keren.

En ik wens u, natuurlijk,

elke wellust die u zichzelf kan wensen.

© RBG vertalingen

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.