Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Rustig, schatje.
Schatje, knapperd.
Wil je een koekje?
Een koekje?
Ik ga je inzepen.
Rustig.
Rustig.
Braaf.
Braaf.
Je kop. Braaf.
Deze kant. Goed zo, mannetje.
Omdraaien.
Omdraaien.
Heel goed.
Hoger.
Braaf.
Nu de andere kant. Doe, draai.
Braaf, zo ja.
INKOOP GOUD
Fra.
Kom je?
Hallo, team.
Die geweldige Alfredo.
En nu. Ja, ik wil het zien.
Carmine.
Alfredo.
Kan iedereen vanavond?
We zijn er klaar voor.
Ze zijn goed, die twee. - Ze zijn jong en snel.
Ik ken die handen. Van wie zijn die?
Alida, mijn mooie schatje.
Papa.
Smakelijk eten. - Hallo.
Hallo. - Alles goed?
Kun je haar om 8 uur thuisbrengen?
Natuurlijk. - Ja?
Dag, mama. - Lieverd.
Kom hier, lieverdje.
Mijn schatje.
Doe maar, daar.
Meer, anders komt het in z'n ogen.
Heel goed.
Deze knippen we af.
En die puntjes hier.
Deze.
Ali, ga maar verder.
En?
Mijn hand doet pijn.
Wat heb je gedaan? - Wat ik gedaan heb?
Klopt het dat je twee Roemenen te grazen hebt genomen?
Wat? - Dat je twee Roemenen hebt gepakt.
Er waren tien agenten nodig om je te stoppen. Is dat zo?
Heb je coke?
Ja, maar...
Ik versta je niet. - Mijn dochter is er.
Ik geef het je, maar...
daarna ga je weg. Oké?
Hier, Simò. Een mooie dosis.
En nu ga je weer, hè?
Nee, Simone. Je zei dat je zou weggaan.
Alsjeblieft, m'n dochter is hiernaast.
M'n dochter is hier. Ik meen het.
Ga ergens anders heen.
Waar ga je naartoe? Simone.
Je zou weggaan.
Niet daarheen, alsjeblieft.
Mijn dochter is hier, zei ik.
Kun je niet ergens anders heengaan?
Doe de kraan ten minste open.
Ali.
Heb je mijn drugs?
Hoe gaat het? - Goed. Ben je klaar?
Nog niet. - Oké.
Tot straks. - Dag.
Goedenavond. Hoe gaat het?
Verdomme. - Hier.
Dat duurde lang. - Deze keer moet je wel betalen.
Hier, ik moet terug. - Maak open.
Wat?
Maak een lijntje.
Hier? - Ja, hier.
Doe het hier. Ik ben hier de baas.
Er is al twee uur voorbij. - Wacht.
Hoezo 'wacht'?
Verdomme, weer verloren.
Weer verloren.
Heb je hem stukgemaakt?
Verdomme, die was net nieuw.
Ik heb er 300 euro ingegooid.
Hoeveel? - 300 euro.
In 30 minuten? Dat lijkt me sterk.
Geef op. - Wat een puinhoop.
300 euro.
Ik jou 300 euro geven? Grapjas.
Wat doe je? Wat moet dat, verdomme?
Simone, stoppen nou. Wat doe je?
Hou op, je krijgt ze.
Genoeg, laat staan.
Wat mankeert hem vandaag?
Hier, 100 euro. Doe me een plezier en ga weg.
Wat doe je nou?
Wat heeft hij?
Simone, het is goed. Oké.
Je krijgt je geld. Laat dat ding staan.
Hier 300 en nu wegwezen.
Moet je nou toch zien. Ongelooflijk.
Hé, sorry. Help eens een handje.
Wacht, ik help wel, Francè.
We zetten 'm terug. Wat bezielde hem?
Hoe moet ik dat weten? Kom maar, rustig.
Rustig. - Zo ja.
Je moet hem niet meer binnenlaten.
Hoe dan, Tina? Die vent is een ramp.
Jij hebt makkelijk praten.
Een en twee. En nog een beetje.
Zo. Kom maar, schatje.
Wel braaf zijn.
Kijk. Braaf.
Ga maar eten. Dat is van jou.
Daar.
Hier.
Hier, voor jou.
Alweer?
Dat is mijn bord.
Wat? Wil jij ook pasta?
Hou je niet van brokken? Een voor jou...
een voor mij. Nee.
Wacht tot je wat krijgt.
Een voor jou.
Braaf.
En een voor mij.
Wat doe je?
Wees braaf. Je krijgt wel van me.
Laat me die film kijken.
Hier.
Lekker.
Zo goed?
Papa.
Snel, je hebt niet zoveel tijd.
Spuit de lak op en kam haar.
En die kuif omhoog.
Papa, kammen.
Kam haar.
Helemaal.
Je moet haar helemaal kammen.
Bedankt.
Voor zijn perfecte gebruik van de rechte schaar...
gaat de eerste prijs naar:
Dalio Frilova Tano.
Een prachtige koningspoedel.
Iedereen gefeliciteerd.
Gefeliciteerd.
Alle winnaars op het podium voor de foto.
Kom.
De juryleden ook.
We hebben drie prachtige poedels.
Drie verschillende maten.
Marcello.
Simò.
Wat is er? - Kom, we hebben je nodig.
Nee, ik ga naar huis. - Een klein klusje.
Ik moet m'n hond eten geven. - Kom, stap in.
Wat moet je doen? - Vooruit, stap in.
Wat ben je van plan?
Schiet op.
Rijden, Marcè.
Vooruit.
Goed zo, rijden maar.
Doe die tas open.
Dat is goed spul. - Het is allemaal goed.
Kijk. - Ik heb het gezien.
En dit. Echt klasse.
Heb jij dat gepakt? - Ja.
We hebben niks laten liggen.
Het geld is er ook. Kijk.
Had je die stomme chihuahua gehoord? - Ja.
Dat rotbeest had een alarm in z'n bek.
Ik werd helemaal gek van 'm.
Ik heb 'm opgepakt en op ijs gezet.
Hoe bedoel je 'op ijs gezet'? - In de vriezer.
Hoe bedoel je? - Ik heb 'm in de vriezer gegooid.
Daarom hoorde ik 'm niet meer. - Inderdaad.
Dan gaat-ie dood. - Nou en?
Anders waren we in de cel beland.
Een paar oorbellen en een armband. Tot ziens.
Is dat alles wat ik krijg? - Je hebt geen zak gedaan.
Hij heeft niks gedaan. Kom, Simò.
Hier, voor de benzine.
Doe maar. Hé.
Goed zo.
Hé, kleintje.
Schatje.
Kom hier.
Schoonheid.
Red je het, schatje?
Kom maar.
Kom maar.
Heel goed. Goed zo.
Zie zo. Brave hond.
Wat hebben ze met je gedaan, lieverd?
Wat hebben ze met je gedaan?
Je bent mooi, hè?
Kom maar, schoonheid.
Gaat het beter?
Kom op, je redt het wel. Heel goed.
Loop. Vooruit.
Niet meelopen.
Blijf hier.
Dat is niet veel.
Echt niet veel.
Hoeveel?
150 euro.
Voor al die dingen?
'Al die dingen'?
Parels, diamanten.
Ik koop geen parels. Er staat: Inkoop van goud.
De rest gooi ik weg. Ik betaal voor het goud.
Wat moet ik met parels? - Geen idee, maar ik heb er niks aan.
150 euro, Marcè.
Oké?
Kom op, ik moet iets voor m'n dochter kopen.
Ik heb geld nodig.
Wil je die 150 euro?
Oké, geef ze maar. - Zie je.
Kijk naar iets in de buurt of in Calabrië.
Calabrië is prachtig. Ben je er ooit geweest?
Ik heb er nooit de zeebodem gezien.
Hoe weet je dat het mooi is? - Wil je daarheen?
Nee?
Jij kiest alleen plekken...
Die mooi zijn. - In de buurt.
Hawaï, Haweï, of hoe je dat ook zegt. - Hawaï.
Laat Hawaï eens zien. Is dat het?
Dat zijn de Malediven. - Laat zien.
De Malediven zijn niet zo ver.
Waar liggen de Malediven?
Geen idee. - Ik ook niet. Laten we kijken.
Stay.
Die? Oké dan. Ik ben klaar met de andere.
Wacht, zit stil.
Blijf zitten. Stay.
Hij heeft m'n neus gebroken.
Hansworst, lekker makkelijk, hè?
Zo makkelijk om mij te pakken.
Ik ga aangifte doen. Het kan me niet schelen.
Wat klets je nou?
Je doet aangifte en na twee maanden begint het weer.
Bovendien als hij uit de gevangenis komt, heb je een groter probleem.
Inderdaad.
We moeten een oplossing bedenken. Zo kan 't niet langer.
Hij kent geen grenzen.
Ik heb een oplossing bedacht.
Wat dan?
Ik ken een paar mensen die kunnen helpen.
Ze zijn niet van hier.
Begrijpen jullie?
Besef je wel wat je zegt?
Ik geef een oplossing. - Maar wat lost dat op?
Vroeg of laat maakt iemand hem wel af. Waarom zou ik daarvoor opdraaien?
Denk je dat iemand anders jouw probleem oplost? Je moet het zelf oplossen.
Het punt is dat we dit probleem samen hebben.
We moeten het samen oplossen. Dit is een optie.
Ja, maar ik ben het niet eens met je voorstel.
Wat wil jij dan? - Wachten.
Iemand maakt hem af. Dat is zijn lot.
Maar wie dan? Die wil ik weleens spreken.
Volgens mij moeten we hem zelf koud maken.
Niet zo hard. - Francè.
Hoeveel zou zoiets kosten?
Geen idee. Er hangt een prijskaartje aan.
Dat moet ik vragen, maar ik heb geen idee.
Ik doe niet mee. Ik ben het er niet mee eens.
Prima.
Met jou valt niet te praten.
Mama.
Ja?
Ik zei toch: ja?
Marcè. - Wat?
Wat doe je daar? - Pissen.
Geef mij twee porties. - Het is op.
Wat? - Het is op.
Ga dan halen. - Van welk geld?
Dan betaal je morgen. - In je dromen.
Zij willen meteen geld. - Lul niet. Ik ken ze.
Kom, we gaan. - Wacht. Wacht nou.
Wacht even. Niet te hard, hè?
Rustig.
Mirko.
Hé, Marcè.
Alles oké? - Ja, hoor. Vijf gram.
Vijf gram?
Marco, haal jij even 5 gram? - Komt eraan.
Het geld. - Ik betaal morgen.
Dan krijg je het ook morgen. - Het is al verkocht. Het komt goed.
Vertrouw me. - Dan zie ik je morgen.
Je naait me niet, hè? - Je kent me toch?
Bel me niet steeds, mama. Ik kom eraan.
Ik ben met een vriend.
En hij daar? - Hij is met mij mee.
Ga weg, allebei. - Alsjeblieft.
Rot op en neem hem mee.
Hé, Mirko. - Wat moet jij verdomme hier?
Ik krijg nog 5000 euro van je. - Klopt.
Wat kom je hier doen? - Sorry.
Neem dat stuk tuig mee. - Kom, Simone.
Ik wil mijn geld. - Ik had een probleem.
Je hoofd is jouw probleem.
Kom nou. - Ik ben aan het praten.
Wat wil je zeggen? - Ik heb gedoe gehad.
In je hoofd, ja. - Geef me 30 minuten.
Moet ik je 30 minuten geven, klootzak?
Pas op, Simone.
Ik maak je af.
Stuk stront.
Waar kijk je naar?
Naar haar?
Kom hier.
Simone.
Laat me kijken. - Het is niets.
Onzin. Je bloedt.
Het is niets. Help me overeind.
Kom op. Scheur het open.
Kijk nou. Je moet naar de dokter.
Hoor je me?
Mama.
Je moet naar een dokter. Kijk.
Dat zei ik ook, maar hij wou niet.
Hij moet naar de dokter. Zoveel bloed.
Hij gaat het doen. - Hoe dan?
Marcello kan het. - Ik heb dit nog nooit gedaan.
Hij weet hoe het moet. - Ik werk met dieren.
Hij kan het. - Ik weet niet hoe.
Wat heb je nodig?
Wat heb je nodig? - Wat?
Pak een...
een pincet.
Iets om te ontsmetten.
Alcohol...
katoen...
Zijn we bij mijn moeder?
Je wou niet naar het ziekenhuis. Wat moest ik?
Dat prikt. - Dat maakt niet uit.
Trek z'n jas uit.
Ga rechtop zitten.
Zit stil. - Schiet op, Marcè.
Zit stil.
Zo.
Nou.
Van wie is dit? - Wat?
Van wie is dit?
Niet van mij. - O, zal ik het dan weggooien?
Nee. - Waarom niet?
Het is van een vriend. - Niet mijn vriend.
Niet weggooien.
Zo.
Mama. - Je had het beloofd.
Je had beloofd niet meer te gebruiken.
Je moet hier weg. Begrepen? Ga weg.
Ik wil je niet meer in mijn huis.
Ga weg. Ga weg.
Ga weg. Laat me los.
Laat me los. Hoor je me?
Laat me... Laat me gaan.
Je moet weg, Simone. Het is genoeg.
Ik kan niet meer.
Goedenavond.
Schatje.
Is alles goed gegaan?
Dag.
Maar...
Kom eens. Moet je horen.
Hoor je dat het hol is?
Ja, en?
We maken een gat en zijn aan de andere kant.
Wat klets je nou? In Franco's winkel? Nee, nee.
Vergeet het maar.
Waarom? - Franco is een vriend.
Vergeet het.
Een vriend van wie? - Van mij.
Hij is alleen vrienden met geld. - Hou op.
Alsjeblieft.
Wat haal je je in je hoofd?
Dat we alles stelen.
Iedereen mag mij graag in de wijk, Simone.
Dat vind ik belangrijk. Vergeet het.
Er zijn zoveel goudopkopers. Moet je nu juist deze hebben?
Maar waarom? - Waarom?
Omdat hij naast jou zit.
Ik zal alles verliezen.
Ik heb een dochter.
Het heeft me jaren gekost om dit op te bouwen.
Vergeet het.
Doe dat maar ergens anders.
Dat wil ik niet. Geen sprake van.
Mag ik wat zeggen?
Er valt niets te zeggen.
Ik doe het heel netjes.
Ik zei: nee. Je gaat niks doen. Punt uit.
Genoeg erover.
Ik geef om de buurt. - Luister naar me.
Ik wil niet luisteren. - Vertrouw me.
Mond dicht. - Deze keer niet. Punt uit.
Een keertje. Sluit af en geef mij de sleutels.
Ik regel het. Je wordt rijk. - Ik geef je niets.
Helemaal niets. Wacht niet op me.
Simone, wacht niet op me. Ik kom niet.
Ik kom niet.
Als ik praat, luister jij, Marcello.
Ik ben toch je vriend?
Ja of nee?
Ja.
Dus hou je mond en geef de sleutels. - Goed.
Blokkeer ze. Laat ze niet schieten.
Naar voren, Francesco.
Vooruit, Marcello.
Kom op, Marcè.
Hier. - Beheerst, rustig.
Hier, Gennaro, die is voor jou.
Pardon? - De zaak ernaast is van mij.
Een moment.
Heeft u uw sleutels misschien verloren?
Nee.
Enig idee hoe ze bij u zijn binnengekomen?
Via...
de rolluiken. - Via de rolluiken.
Je kunt zien dat het slot geforceerd is.
Er is ingebroken.
Maar de deur is niet geforceerd.
Die is geopend met een sleutel.
Die heb ik. - Dat zie ik.
Dan heeft u het gedaan of iemand anders.
Iemand anders natuurlijk.
Iemand anders. Komt u maar mee.
Kom. - Waarom?
Vertelt u maar op het bureau wie het was.
Kom mee.
Sorry, ik... - Kom mee.
Ik heb schade en ik moet meekomen?
Als u niets te verbergen heeft, komt u mee en verklaart u dat. Kom.
Meekomen. - Waarom?
U moet meekomen.
Wat heb ik misdaan? - Kom.
Ik heb niks gedaan. - Dan verklaart u dat.
En mijn hond dan? - Daar zorgen wij wel voor.
Jack.
We weten alles.
We weten dat je vrienden met hem was.
Denk je dat we achterlijk zijn?
Hij heeft je gedwongen, hè?
We weten dat hij de hele buurt terroriseert.
Wie weet wat hij je beloofd heeft.
Wat het ook is, hij komt z'n belofte niet na.
Het is een rotzak. Hij heeft je erin geluisd.
Hij heeft het slot van je zaak geforceerd, maar de deur op slot gedaan.
Weet je waarom?
Om de hele buit mee te nemen...
en geen last meer van jou te hebben.
Teken dit en ga naar huis.
We kunnen een voorwaardelijke straf vragen, maar je moet wel meewerken.
Als je dit tekent, hoef je niet de bak in...
en is iedereen tevreden.
Denk niet te veel na, teken.
Ik geef je een kans.
Thuis.
Gevangenis.
Er is geen keus: Thuis...
gevangenis.
Je hoeft niet bang te zijn.
Wij zullen je beschermen.
Je hebt een dochtertje.
Moet zij opgroeien zonder vader, omdat jij hem niet wilt aangeven?
Ga je liever voor hem de bak in?
Wat bezielt jou in godsnaam?
Weet je wat ze doen in de bak...
met iemand als jij?
Met een sukkel als jij.
Weet je wat ze met je doen?
Nu kijk je me wel aan. Word je bang?
Vooruit, onderteken dit.
Nee.
Ga dan maar de bak in.
Ga je straf maar uitzitten.
Een jaar later
Alida, lieverd.
Kom bij me.
Hoe gaat het? Hoe gaat het?
Goed. - Alles goed?
Ik kwam Jack brengen. - M'n mooie Jack.
Kom hier, mannetje.
Kom binnen. - Ik kan niet lang blijven.
Hoezo? - Mama moet nog iets doen.
Wat?
Weet ik niet. Boodschappen of zo.
Wat jammer.
Ik heb je zo gemist.
Ik jou ook.
Verdorie.
Ik heb zoveel reizen voor ons in petto.
Raad 's waarnaartoe?
Naar Calabrië? - Nee.
Ik neem je mee naar de Rode Zee.
Geloof je me of niet? Nou?
Nee.
Lieverd.
Goed luisteren naar mama, hè?
Wees lief voor haar. - Ja.
Ga maar.
Dag, papa.
Vuile rat.
Snel naar binnen gaan? Verrader, vlucht je?
Vergeet hem toch.
Laat hem. - Maak dat je wegkomt.
Ga weg, ik wil je hier niet meer zien.
Maak dat je wegkomt. - Franco.
Rot op, schurk.
Vuile schoft.
Laat me los. Blijf van me af.
Hoepel op.
Laat me los. Je bent een verrader.
Ga weg. - Laat hem toch.
Simone.
Ik wil je niet meer zien.
Maak dat je wegkomt.
Wat kijk je nou?
Besef je niet wat je hebt gedaan?
Je was een van ons. Hoe kon je zoiets doen?
Schaam je je niet?
Schaam je je niet?
Nou? Schaam je je of niet?
Zeg ten minste dat je je schaamt, verdomme.
Ga weg. Wegwezen.
Ik wil je niet meer zien. Rot op.
Hondenpension
Kom, Gandalf.
Het eten is klaar. Naar beneden, jij.
Naar beneden. Goed zo.
Stay, stay.
Stil, Sofia.
Je bent klein, maar je eet meer dan een...
Luna, hier.
Hier, Sofia.
Ik zoek je nu al dagen.
Marcè.
Je komt vrij en zegt niks?
Hoe gaat het?
Goed. En mijn geld?
Welk geld?
Het geld dat ik nog van je krijg.
Bedoel je jouw deel?
Ja, 10.000 euro.
Wil je 10.000 euro?
Die zijn er niet.
Dat is een beetje te.
Simone, wat hadden we afgesproken?
Als je geld nodig hebt, heb ik dit.
Hier, 300 euro. - Hou je kleingeld.
Pak aan.
Je moet me die 10.000 euro geven. Ik heb het nodig.
Neem dit ondertussen. - Ik heb een jaar voor jou vastgezeten.
Omdat ik mijn mond hield.
Ik ben veranderd. Ik ben niet meer dezelfde.
Ik zie het. Nu heb je ballen, hè?
Laat zien. Geef me een rechtse.
Geef me een rechtse, vooruit.
Laat zien, tijger.
Het geld is er. Wind je niet op.
Ik ben niet boos.
Ik ben rustig.
Geef me mijn geld.
Geef mijn geld.
Marcè, genoeg.
Geef anders de sleutels van je motor.
Je moet me niet bang maken.
Je maakt me bang.
We praten morgen verder.
Morgen?
Morgen...
Zachtjes.
Rustig.
Kom hier. Jack, vooruit.
Rustig, Luna.
Kom op.
Niet dat vieze water drinken, Jack.
Kom hier.
Zij eet dit. Ze is allergisch voor kip.
Ik heb haar speeltjes meegenomen.
Dit is haar lievelingsknuffel.
Niet verliezen, anders slaapt ze niet.
En dan nog haar dekentje, erg belangrijk.
Leg het op de grond en roep haar. - Maak je geen zorgen...
Wat heb je daar gedaan?
Wat heb je hier gedaan?
En hier? Nou?
Dat doe je niet.
Zoiets doe je niet. Begrepen?
Dat doe je niet.
Wat moet ik met jou? Nou?
Wil je geld?
Dit is je masker. Hier.
Hoi. - Hallo.
Alles goed, Ali? - Ik ga, lieverd.
Dag, mama. - Lief zijn, hè?
Hoe gaat het?
Mijn dwergje.
Wacht.
Waar is je tas?
Laat zien. Wat is er met je ogen?
Niets. Hoezo?
Niets. - Wat heb je gedaan?
Het is niets, helemaal niets.
Wat is er gebeurd? - Een ongelukje.
Kom, we gaan.
Ga maar.
Pas op.
Vertel wat er is gebeurd. - Stap op.
Hopla. Daar gaan we.
Alles is al ingeladen.
Sorry.
Gaat het, papa? - Jawel.
Moet ik iemand roepen?
Wat doe je hier, verdomme?
Rustig, Simò.
Ik wilde m'n excuses aanbieden.
Het spijt me.
Ik heb iets voor je.
Hoe is het?
Goede kwaliteit, hè?
Onversneden.
Helemaal puur.
Dag, Simò.
Het zijn vrienden van me.
Goed spul.
Eersteklas.
Ze geven ons zoveel we willen.
Luister, kom hier.
Weet je wat?
Ik heb een plan. Ik heb geld nodig.
Ik ben het hier zat.
Niemand mag me nog.
Ik vraag ze naar mijn zaak te komen.
Ik vraag ze te komen.
Wie? - Die gasten.
Jij verstopt je.
Als ze komen...
zet je je capuchon op. Dan herkennen ze je niet.
We rammen ze in elkaar en pikken alles.
Daarna gaan we onze eigen weg.
Wat vind je ervan?
Heb je gezien hoe laat het is?
Schiet op, ze komen zo.
Vooruit.
Luister goed.
Als ze komen, wegen we de coke hier.
Als we met de rug naar je toestaan...
ben jij hier.
Daarin? - Ja.
Ben jij gek? Ik ben toch geen hond?
Dat is de veiligste plek.
Je gaat hierin zitten.
Is er geen andere plek?
Waar dan?
Zeg jij het maar.
De wc. - De wc.
Dan vinden ze je. Daar kijken ze het eerst.
Kruip nu maar daarin.
Dat gaat niet. - Hoezo niet?
Het past wel. Je kruipt er zo in.
En je komt eruit.
We pakken het spul...
en vluchten via het raam.
Ik ben twee keer zo groot als jij. - Probeer het gewoon.
Geef me een lijntje. - Niet nu, erna.
Na afloop.
Kom, probeer het. - Nee, zei ik.
Goed, laat maar.
Ik bel ze en zeg het af. - Mooi niet.
Snel.
Schiet op. Daar zijn ze.
Vooruit.
Zo ja, het lukt wel.
Wacht even, ik doe het zelf.
Geweldig.
Als ze met hun rug naar je toestaan...
kom je eruit.
Duidelijk? Je komt eruit...
Stil.
Je komt eruit. - Waarom doe je 'm dicht?
Maak je geen zorgen. Rustig maar.
Waarom moet-ie dicht? - Ik haal dit weg.
Wees klaar.
Waarom moet dat hok dicht?
Ze komen eraan.
Luister. Hoor je ze komen?
Kijk.
Kijk, ze hebben een lading coke gebracht.
Kijk.
Wacht even.
Kijk.
Ruik.
Heerlijk. 100 procent puur. - Doe open.
Allemachtig, wat lekker.
Echt uitzonderlijk. Ongelooflijk.
Heerlijk. - Doe dat ding open.
Ik maak je af. Doe dat hok open.
Maak open.
Maak open, Marcè.
Maak open. Ik maak je af.
Doe open.
En?
Hoe voel je je?
Opgesloten, hè?
Je moet je excuses aanbieden. Snap je?
Je moet 'sorry' zeggen. Is dat duidelijk?
Je moet me met respect behandelen.
Ik zal je leren. - Zeg 'sorry'...
en zand erover.
Moet je hem zien, Jack. Kijk.
Heb je het gezien?
Een hond.
We hebben een nieuwe hond.
Kijk.
Schatje, wil je wat? Vind je dat lekker?
Lieverd?
Lekker? Wil je nog wat?
Nu moet je ophouden.
Nu moet het afgelopen zijn.
Je moet respect tonen.
Wat doe je nou?
Alsjeblieft.
Hou op.
Ik maak je af.
Wat had ik dan moeten doen?
Ik kon niet anders.
Rustig, Simò.
Rustig.
Het komt goed.
Het is niet diep.
Het spijt me.
Ik wou je geen pijn doen.
Wat is er?
Wat is er?
Jongens.
Francè.
Vittorio.
Ik ben het, Marcello.
Horen jullie mij?
Ik ben het. Marcello.
Franco.
Kom kijken wat ik heb gedaan.
Kom kijken.
Hebben jullie me gehoord?
Wacht, ik zal het laten zien.
Ik laat het zien.
Ik kom zo terug.
Jongens.
Jon...
YLF-vertalingen: Corina Blank
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.