Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
De Handlangers
Vertaling: Joop Koopman P2P Ondertiteling
Aangepast en verbeterd door BuStEl - 2023 www.facebook.com/groups/frenchmoviesubs
Met dank aan Alain Delon fan.
Tristan Martin, 16 en half jaar oud. Vermist sinds woensdag de 24ste.
Bruin haar, lengte 1 meter 75.
Hij gebruikt drugs?
Nee, ik dacht het niet.
Ziet u uw zoon nooit tijdens het douchen?
Om te zien of hij littekens heeft van naalden.
Nee, ik zie hem nooit tijdens het douchen.
Is hij homo?
Ik heb niks tegen homo's, maar dan weet ik in welk milieu we moeten zoeken.
Hij was dolverliefd op een meisje. Misschien zijn ze er samen vandoor.
Hij heeft haar twee maanden geleden ontmoet bij een popconcert.
Een straatmeid, weinig niveau.
- En ze heet? - Michèle Raffart, uit Nice.
Heeft u haar ouders gebeld?
Haar vader, maar die smeet de hoorn erop.
Hij heeft een hotel in Nice: "Riviera".
De man leek me ook een apart geval.
Riviera. Ik vraag m'n collega's in Nice om even langs te gaan.
Het gaat nu naar de jeugdpolitie, en dan maar even afwachten.
- Denkt u dat u hem vindt? - We vinden ze altijd.
Net als gestolen auto's. Alleen: wanneer?
- Ze doen toch niks. - Zeg dat niet.
We moeten 't zelf doen. We gaan met haar ouders praten.
In Nice? Laat de politie nou.
'We vinden ze altijd, net als gestolen auto's.' Maar in welke staat?
Meneer Raffart?
Paul Martin. Ik heb u gisteren gebeld.
De politie kwam langs. Heeft u die op m'n dak gestuurd?
Ik heb alleen gezegd dat m'n zoon mogelijk samen met uw dochter is.
Ik weet niet waar ze is. Ze is meerderjarig, ze doet wat ze wil.
- Gaat dit gezeur lang duren? - We zijn ongerust over onze zoon.
Dat begrijpt u toch wel?
Ik ken hem niet. Nooit gezien. Niemand.
En laat me nou met rust.
- Ik zei het je toch? - Hij liegt.
Ik weet het zeker. Ga hem de waarheid zeggen.
Ik ga niet op de vuist. We kunnen hem niet dwingen.
- Schoft. - Ogenblik.
Hopelijk komt u zelf eens in zo'n situatie.
Dit is privé-terrein.
Misschien weet u niet waar hij is, maar u hoeft niet zo honds te doen.
Als ik 'n man was, sloeg ik u op uw bek.
Ik heb de loodgieter aan de lijn, er is van alles loos. Ook ik heb problemen.
U kunt de pot op, mevrouw.
Kom mee.
Een privé-detective? De dochter van mevrouw Bertheaud had een goeie.
Zal ik het adres vragen?
- Ik heb vandaag iets idioots gedaan. - Wat dan?
Ik heb Jean Lucas gebeld.
Je weet wel, die holbewoner.
Hij doet het prima.
Hij heeft 't erg naar z'n zin als journalist.
En waarom heb je hem gebeld?
Ik heb hem om hulp gevraagd.
Als hij mee was gegaan naar Nice, had ik m'n zoon nu terug gehad.
Hoelang hebben jullie elkaar al niet gezien?
Even denken. 17 jaar. Welke foto is het beste?
Wat verwacht je van een man die je in geen 17 jaar hebt gezien?
Waarom zou hij dat doen voor een kind dat hij niet eens kent?
- Ik ga zeggen dat het van hem is. - Wat bedoel je?
Ik zeg dat Tristan zijn zoon is.
Hij heet Tristan en hij is 17.
Ik heb het destijds voor me gehouden. en 'm zelf opgevoed.
- Maar waarom? - Ik hield van je en wou een kind van je.
- Maar waarom heb je niks gezegd? - Je was nog zo jong.
Stel je voor dat je huisvader had moeten worden.
Ik trouwde met Paul. Hij heeft nooit geweten dat 't zijn zoon niet was.
Wat een maf verhaal.
Heb je een foto?
Jawel, maar...
niet zo'n goeie.
Hij heeft wel wat van je, hè?
- De neus misschien... - Jammer voor hem.
Als hij lacht, lijkt hij sprekend op jou.
Heb je geen foto waar hij lachend op staat?
Het is een mooie jongen. Heel mooi.
Waarom kom je hier nu mee, Christine?
Hij is twee weken geleden van huis weggelopen.
De politie doet niks en Paul, m'n man, is te slap. Ik wil m'n zoon terug.
Verdorie, wat vervelend allemaal.
Hij is vast weg met een meisje uit Nice.
Ik ben met Paul naar Nice gegaan, maar...
Wat verwacht je van mij?
Dat jij gaat zoeken. Jij vindt 'm wel.
Je bent wel een rare.
17 jaar na dato blijk ik een kind te hebben, even later niet meer...
en dan vraag je me hem te zoeken. Ik weet het even niet meer.
Hij heeft nee gezegd. Dat verbaast me niks.
Zo'n egoïstische rouwdouwer, daar valt niks van te verwachten.
Geen rouwdouwer en ook geen egoïst.
Laten we erover ophouden.
Wil je wat drinken? Ik ga koffie zetten.
Ik ging in die tijd ook om met ene François Pignon. Weet je nog?
Begin nou niet weer, hè?
Een hele lieve jongen, heel...
- Pleegde hij niet constant zelfmoord? - Wat zou er van hem zijn geworden?
Ik ben het zat, dit leven dat me zo weinig heeft gebracht.
Zonder spijt stap ik eruit. Wie van me houdt: vergeef me.
Vaarwel. François.
Met wie?
Christine, wat is dat lang geleden.
Nee, ik zit niet te ontbijten.
Het gaat wel aardig. Nee hoor, je stoort helemaal niet. Hoe is het?
Wanneer je wilt. Kun je vanmiddag?
5 uur, ik zal er zijn. Jij ook een zoen.
Leuk dat je belde. Tot straks.
Hij is 17 en heet Tristan.
Een zoon, ik?
- En dat heb je me nooit verteld? - Ik kon het toen niet vertellen.
We gingen uit elkaar, pleegden zelfmoord...
- Jij ging weg, ik pleegde zelfmoord. - Ik wilde het niet vertellen.
Een zoon. Heb je een foto bij je?
't Is niet zo'n goeie.
Hij heeft wel wat van je, hè?
De ogen misschien. Hij heeft jouw ogen.
Volgens mij heeft hij donkere ogen.
Maar dezelfde vorm als jij.
- Nou heb ik weer koffie zonder melk. - Wat?
- Hij vergeet altijd de melk. - Dat is toch geen ramp?
Nee, maar ik kom net uit een depressie en...
Ik ben er weer bovenop, maar af en toe begin ik zomaar te huilen.
Volgens de dokter is het normaal en gaat het vanzelf over.
Waar is hij? Waarom is hij er niet?
- Gaat het wel met jou? - Ja hoor. Waar is hij?
Sorry dat ik je heb lastig gevallen...
Welnee, geen probleem. Waar is m'n zoon?
Hij is weggelopen. Ik wou je hulp vragen, maar je bent niet in staat...
Je hebt aan me gedacht, geweldig. Ik ben ook z'n pa, natuurlijk.
Het dringt nog niet helemaal door.
Ik ben zo gelukkig. Ober...
Het spijt me verschrikkelijk.
Mag ik de rekening?
- Natuurlijk help ik je zoeken. - Ben je wel in staat...
- Ja joh, het gaat hartstikke goed. - Je moet wel naar Nice.
Ik heb geen werk, m'n vrouw is weg, ik woon bij m'n moeder.
Ik heb geen plannen, geen toekomst: Het kan niet beter.
- De casino-oorlog is weer opgelaaid. - Ik zag het.
- Stuur je iemand? - Dubois.
Niks voor hem.
Hij heeft er geen boek over geschreven en is er nog welkom.
Voor die boeven ben ik niet bang. Stuur mij nou.
- Wil je een kogel in je buik? - Ik ben ongetrouwd en kinderloos.
Ik neem ze te grazen. Bestel vast een kist champagne op mijn kosten.
Ik bestel een krans.
Ik kan u kamer 12 geven. Of kamer 6.
- Is de baas er niet? - Die is bezig. Is het dringend?
- Nee, het komt wel. - Hier, kamer 6. Die is rustiger.
Dag Verdier.
Zelfs in zo'n paleis zit het geteisem.
Je hebt wel lef om je hier nog te vertonen.
- Ik wil een vervolg schrijven op m'n boek. - En meteen het laatste deel.
Gaat het goed met jou?
- Al aan het werk? - Een meisje regelen voor vanavond.
- Of moet ik soms met jou dineren? - Ik heb late dienst.
Kom even langs, dan krijg je 'n sandwich.
Isabelle. Helaas kan ze niet.
Half Indiaas, half Malagassisch. Nou ja, ik zie haar morgen.
Je boft, geen gezin en in elke havenstad 'n liefje.
Goed gedaan, vuilak. Dit is waar je om vroeg.
Morgen terugbrengen, anders krijg ik problemen.
- Laat je niet omleggen, 't is al zo druk. - Rossi wil me vast omkopen.
Doe het, pak dat geld aan en smeer 'm.
Bedankt dat je zo snel bent gekomen, Verdier.
Nee, ze is er niet. Met wie spreek ik?
Ze is er vanavond. Waar gaat het over?
Ik ben een jeugdvriend. Uw zoon is weg. Ik zit in Nice, misschien kan ik helpen.
- De baas wil je spreken. - Ik heb niks te zeggen.
Hij wil je een voorstel doen.
Meneer Rossi's voorstellen interesseren me niet.
- Meneer Raffart? - Ogenblik.
Kent u deze jongen?
- Wie bent u? - Z'n vader. Hij is op stap met uw dochter.
- Z'n vader? - Heeft u iets van ze gehoord?
Z'n vader was hier twee weken terug.
Dat was z'n vader niet, maar de man die hem heeft opgevoed.
Ik ben de echte vader.
Zoals ik tegen die andere vader zei: Ik heb geen zin in dit gezeik.
- Gaat dit nog lang door? - Niet boos worden.
De politie heeft met me gepraat, ik wil geen gezeur meer aan m'n kop.
Ik zit te werken. Opgehoepeld.
- Hallo, met wie? - Geef hier.
- De loodgieter. - Geef hier en donder op.
Ogenblik, hier komt hij.
Sorry, hij is even bezet. Kan ik een boodschap aannemen?
- Wacht even, daar is hij al. - Help.
Ach nee, hij is toch weer weg. U heeft wel pech.
Zeg even iets aardigs tegen hem.
- Hij was hier... - Wat?
Uw zoon. Hij was hier...
met nog twee jongens en m'n dochter.
Ze hebben hier een nacht geslapen, toen heb ik ze er uitgeschopt.
Mocht z'n moeder dat niet weten?
Ze hadden gestolen spullen bij zich. Vast een winkelinbraak.
Radio's, taperecorders... Ik had de politie moeten bellen...
maar ik wil geen gelazer. Dus zeg ik dat ik ze niet heb gezien.
- Waar zijn ze nu? - Geen idee.
Doe een beetje je best.
M'n vrouw...
Misschien heeft zij ze gezien.
Ze heeft een tankstation langs de weg naar Cannes.
Het Agip-tankstation.
Wat nu weer?
Meneer Raffart?
Sorry dat ik stoor, maar misschien kunt u me helpen.
Heeft u deze jongen gezien?
- Wie bent u? - Z'n vader.
Hij is weggelopen, waarschijnlijk samen met uw dochter.
Is er iets, meneer Raffart?
Hoeveel vaders heeft dat joch?
De vader die u heeft gesproken was niet z'n echte vader.
Degene die het kind verwekt heeft, dat ben ik.
Neemt u niet op?
- Die vent is geschift. - Wat is er dan?
Ik wil gewoon iets vragen. Hij pakt de telefoon en... Een gevaarlijke gek.
M'n zoon is zoek. Dan ga je toch op zoek?
- Ik stap naar de politie. - Is uw zoon weggelopen?
- M'n kaak is gebroken. - Mijn zoon ook.
- Echt waar? - Dan waren ze samen. Hoe oud is hij?
- Zestien. - De mijne ook.
- Pignon. - Lucas.
- Fijn u te ontmoeten. - Insgelijks.
- Laten we even overleggen. - Heel graag.
Kunnen jullie niet kloppen?
- Moeten we kloppen? - Ik weet wat u gaat zeggen.
U bent ook vaders van die jongen. Zoals iedereen.
Maar legt u die hoorn terug. Daar is hij niet voor gemaakt.
Volgens Raffart hebben ze een winkel leeggehaald. Radio's, taperecorders...
Ja, het gaat de verkeerde kant op met onze kinderen.
- Hoe vertel ik dat aan z'n moeder? - Zeg dat wel.
Arme Christine, ze is er al kapot van.
Heet ze Christine? Grappig, die van mij ook.
Arme Christine.
- Ik ben er nooit voor hem geweest. - Ik ook niet. Helaas.
Terwijl ze ons zo nodig hebben. Die van mij is zo'n dromer, zo labiel.
Net als ik destijds. Kwetsbaar, slecht in m'n vel.
Ik schreef gedichten.
Maar hij heeft tenminste het lef om weg te lopen.
Hij is net als ik, maar minder ingehouden. Vrijer.
Die van mij is een rouwdouwer, altijd vechten, net als ik vroeger.
Opvliegend.
Weet je wat ik dacht toen ik het hoorde? Echt wat voor mijn zoon, dacht ik.
Dit horloge kreeg ik van m'n vader toen ik 18 werd. Straks is het voor hem.
Ik zorg voor een stage bij de krant. Werken is goed voor hem.
En dan ben ik tenminste in de buurt. Ik ga m'n vaderrol vervullen.
Ik ook. En dan zijn we nooit meer alleen, hij niet en ik niet.
- Is er nieuws? - Weinig.
O ja, er heeft ene Jean Lucas voor je gebeld. Uit Nice.
- Wat wilde hij? - Iets weten over Tristan. Wie is het?
Iemand die ik ken van lang geleden.
Prettig om dit samen te doen.
Goed dat onze zoons vrienden zijn. Zo vinden we ze makkelijker.
- Mooie auto. - Helemaal gek van.
Gloednieuwe BMW, ik ben 'm aan het inrijden.
Schitterende wagen.
- Ik had 'm in metalliek grijs genomen. - Ik niet.
- De benzine is op. - Wat?
We staan zo zonder benzine.
- Staan we zo zonder benzine? - Zo erg is 't niet. We gaan tanken.
Dat is het niet.
Ik moest soms huilen, want ik kom net uit een depressie. Het gaat wel over.
Volgooien. Super.
Morgen even natrekken...
Zinloos. Hij is ongetrouwd en kinderloos. Hij wil ons afschudden.
En die andere?
Vast een collega-bemoeial.
Het wordt nog lastig met dat mens.
- Denkt u? - Zeker weten.
- Verder nog iets? - Bent u mevrouw Raffart?
Heeft uw man niet gebeld? Hij heeft ons hierheen gestuurd.
- Ik heet Lucas. M'n zoon is zoek. - De mijne ook.
Ze waren pas bij uw man, met uw dochter.
We leven al 15 jaar gescheiden.
Het gaat ons om uw dochter. Heeft u onlangs nog van haar gehoord?
- Ik wil m'n zoon terugvinden. - En ik de mijne.
Uw dochter kan ons helpen.
Ik weet niet waar ze is. Ik moet aan het werk. 300 francs alstublieft.
- Nou ja. - Misschien spreekt ze de waarheid.
Vast niet.
Maar om haar aan de praat te krijgen...
Kunt u niet een potje grienen?
Een potje grienen, om haar week te maken.
Huilen? Nu? Zomaar? Zo simpel is dat niet.
- U huilt als de benzine op is. - Niet op commando.
Huil dan niet, dan zegt ze ook niks. Kom mee.
Wacht even.
Ik zal het proberen.
- Schiet dan op. - Grapjas.
Ik moet aan iets droevigs denken. Even denken...
Wat is er nu aan de hand?
Al maanden irriteer ik mensen met m'n gehuil, en als het een keer moet...
De begrafenis van m'n vader was zo droevig. Het grijpt me nog altijd aan.
Maar nu niet.
Hij slaat me, die klootzak.
Laten we maar gaan. Daar komt ze.
Sorry, maar het is lang geleden dat ik zo heb moeten lachen.
Ik krijg er tranen van in m'n ogen.
- U bent bijgetankt, u kunt vertrekken. - Kom mee, Pignon.
Even een zakdoekje.
- Wat is er met hem? - Hij is er kapot van.
Rustig nou maar.
- Huilt hij? - Ja, dat ziet u toch?
Z'n zoon is weg en u weigert hem te helpen.
Ik wil niet dat m'n dochter gedonder krijgt.
We zeggen niks tegen de politie, dat zweer ik u.
- Kent u Vidéo Flip? - Nee.
Een bar met speelautomaten. Daar zit ze altijd.
Ik zal u het adres geven.
Als het vrienden van haar zijn, moet ik ze kennen.
Hoe zien ze eruit?
Heeft u telefoon?
O, ben jij het. Ik wou meegaan, maar je was al weg.
Luister goed, want ik val zo weg.
Ene Pignon heeft een foto van je zoon en beweert dat hij de vader is.
- Ik zal het uitleggen. - Nee, geef gewoon antwoord:
Wie is de vader? Je man, Pignon of ik?
Weet ik niet en daar gaat 't nu niet om. Breng gewoon m'n zoon terug.
Ik kende jullie gelijktijdig. Wie van de drie het is, zien we later wel.
Breng 'm alsjeblieft terug.
Hoezo weet je niet wie de vader is?
Niks met die jongen te maken. Ik ben hier voor m'n krant, ik moet aan 't werk.
Ik had gewoon even niks beters te doen. Zit niet te klooien met die gordel.
Vrijgezel zijn is heerlijk. Wat moet ik met kinderen?
Prima, ik neem hem wel.
Je grote liefde, denk je, en dan gaat ze met nog twee kerels.
Schaamteloos.
Kent u hem?
- Hoezo? - Hij is van huis weggelopen.
- Politie? - Nee, het is m'n zoon.
- Z'n moeder heeft ons gestuurd. - Ik krijg 1000 francs van jullie.
Ze hebben een ruit stukgeslagen. Straalbezopen.
- 'Ze'? Wie dan? - Een stel rotjochies.
Ik was niet verzekerd. Minimaal 1000 francs.
- Weet u zeker dat hij erbij was? - Hij was het meest bezopen.
Mijn zoon zwerft 's avonds niet rond en gebruikt geen drugs.
- Hou 'm in de gaten. - Dat is mijn zaak.
- Geen ruzie. - Hij moet me niet de les lezen.
Door jouw rotmachines hangen ze 's avonds rond.
Moet jij een pak slaag in plaats van je zoon?
Ik was militair bokskampioen, dus dat treft slecht.
Hij moet echt een glasverzekering nemen.
- Waar kunnen we 'm vinden? - Ik zou het niet weten.
Ze slapen in die hutten in Saint-Paul. Misschien vindt u hem daar.
- Drugs. Fraai is dat. - Hij heeft 'n paar tikken nodig.
- Lekker bruut. - Houdt u van 'n softe aanpak?
Je moet z'n karakter respecteren en niet tegen z'n driften ingaan.
Z'n driften? Onzin.
- Wat wilde die vent? - Hij zocht z'n zoon.
Hij is ongetrouwd en kinderloos. Wat wilde hij?
Ik laat 'm hier staan, dat lijkt me beter.
Niet met het portier slaan. Anders gaat de boel kapot.
Zou hij daar zitten?
Niemand.
- Teruggaan? - Wacht even.
Wat is er?
- We zijn op zoek naar iemand. - Rot op.
- Ben ik weer de bruut als ik 'm intrap? - Er zijn andere methoden.
Ga je gang.
Heb je even 100 francs?
Rot op.
- Wil je 't proberen met een bloemetje? - Wat zou jij dan doen?
We zoeken hem.
Rockers is een schaatsbaan met een eettentje waar ze komen.
- Rockers, rue du Canal. - Voor de deur.
Wel verdomme.
Als ik die gasten vind, gaan ze dood.
Zo te zien is hij er niet.
Dat meisje aan de bar...
Het zou me niet verbazen als dat het vriendinnetje is.
- Maar er komen problemen aan. - Hoezo?
Heb je dat tuig gezien?
Dat regel ik wel.
Ik ben onderwijzer geweest. Ik ga prima met jongeren om.
- Laat mij maar. - Pignon.
- Ze slaan je op je gezicht. - Hou je erbuiten, dan gebeurt er niks.
Hallo jongens.
Alles kits?
Te gek, die gitaren.
Tering, dat ritme...
Echt te wauw.
Kan ik je even spreken? Je moeder heeft ons gestuurd.
Nee, niet klooien.
Wil je iets drinken? Niet klooien, zei ik.
Wat doe je?
Toe nou...
- Wat is dat voor gekkigheid? - Eet op.
Het gaat om een jongen die Tristan heet.
- Wie zoek je? - Tristan.
Die is boven.
Het zou fijn zijn als je dat eikeltje meenam.
Buiten de trap op.
- Hij is boven. - Ik hoorde het.
Doe dat broodje weg. Walgelijk.
Geen klap gevallen.
- Neem 'm maar mee. - Is hij met jou op stap gegaan?
Ja, maar nu ben ik met Stéphane, die jongen beneden.
Maar hij wil het niet begrijpen.
Hij heeft bier gedronken en daar kon hij niet tegen.
We hebben hem hier maar gelegd.
Neem hem mee naar Parijs. Als hij blijft, slaat Stéphane hem in elkaar.
Doe geen moeite, hij is straalbezopen.
- Ik had me hem wel anders voorgesteld. - Hoe vind je hem?
- En jij? - Het kon erger.
Het kon erger, ja.
- Een leuke kop. - Hij lijkt wel op jou.
Totaal niet.
Hij wordt wakker.
- Arm kereltje. - Hij heeft het zwaar.
De eerste keer dat ik me bedronk, was ook vanwege een verliefdheid.
Het duurde drie weken. Grappig dat hij hetzelfde doet.
- Soortgelijke reacties. - Dat zegt niks.
Ik zeg alleen dat we dingen gemeen hebben.
Ja, hij drinkt en jij ook. Als elke zuiplap jouw zoon was...
zou je een groot gezin hebben.
Je begint me de keel uit te hangen.
We moeten 'm hier vandaan halen.
Hoe dan?
- Problemen, meneer Lucas? - Nee, m'n zoon heeft zich bezat.
Toch nog een flink gewicht.
Stevig is hij wel. Niet dik, maar stevig. Een beetje mijn bouw.
Nee, hij heeft hele lichte botten. Jij hebt zware botten.
Moet je die pols zien.
Kijk eens.
- Een zelfmoordpoging. - De stommeling.
Nee, dat begrijp jij niet. Hij heeft mijn temperament.
Op die leeftijd begon ik ook zelfmoord te plegen.
- Zo moeilijk is dat toch niet. - Arm ventje.
Laat hem slapen. Ik moet ook gaan slapen.
Ga maar, ik let verder wel op hem.
Nou moet ik zelf op de bank.
Stom gedoe.
Wanneer kwam ze naar je toe?
Z'n moeder. Welke dag was dat?
- Woensdag. - Dan ben ik z'n vader.
- Hoezo? - Ik heb haar dinsdag al gesproken.
Maar ik kon niet meteen, dus moest ze 't met jou doen. De conclusie is duidelijk.
Als jouw kind zoek was, zou je mij dan vragen om het te gaan zoeken?
- Zou je mij vragen om hem te zoeken? - Mooi niet.
Waarom heeft ze mij dan gekozen, denk je?
Omdat ik z'n vader ben. Dat lijkt me duidelijk.
Hij wordt wakker.
- Wat vertellen we hem? - Niks.
We brengen 'm naar z'n moeder en dan zien we wel.
Kopje koffie?
Een lekker kopje koffie zal je goed doen.
Ik ben een oude vriend van je moeder. François Pignon. Zeg maar François.
Ik ben Jean, eveneens een oude vriend van je moeder.
Drie koffie graag.
We hebben haar gebeld, ze kon haar geluk niet op.
- We hebben je naar dit hotel gebracht. - Zijn jullie van de politie?
Nee hoor, we zijn vrienden van je moeder. Ze legt het nog wel uit.
Hebben jullie me ontvoerd uit Saint-Paul?
Welnee, je sliep, we wilden je niet wakker maken.
Niet bang zijn, we willen je alleen terugbrengen.
- Maak open. - Niet gaan schreeuwen.
Als u geen politie bent, kunt u me hier niet vasthouden.
- Met welk recht doet u dit? - Omdat ik je vader ben.
Hier moet ik even bezwaar aantekenen.
We zouden het er niet over hebben, en nu zeg je dat je z'n vader bent.
Omdat hij ervandoor wil.
Zeg dan dat ik z'n vader ben. Dat is hoffelijker.
Moet ik dat zeggen, terwijl ik het ook kan zijn?
Bedenk dan wat. Zeg tegen hem dat wij z'n vader zijn.
Wat is dit voor gedoe?
Misschien moeten we het nu maar vertellen.
Je bent groot genoeg om het te begrijpen.
Ik was 17 jaar geleden met je moeder. Ik zou je vader kunnen zijn.
Je begrijpt het al: Ook ik zou je vader kunnen zijn.
Wie is het?
Z'n vader.
Ja, hij is wakker, ik geef hem even.
Hij gaat ervandoor. Ik bel u terug.
- Leuke knul, die zoon van je. - Mijn zoon? Dat zeg jij.
- Ik ga er niet achteraan, ik moet werken. - Dan doe ik het wel.
- In je eentje? - Hij is vast terug, hij loopt gevaar.
- Straks moet je je schoenen opeten. - Mooi niet.
- Ik haal m'n zoon terug. - Mijn zoon.
Ja hoor...
- Meneer Lucas, telefoon. - Eén moment, ik ga mee.
- Ik hoef je er niet bij. - Ik ga toch mee.
- Sukkel. - Klojo.
- Waar ga je heen? - Naar de wc, mag dat?
- Wat doe je? - Ik ga naar Nice.
Jij stuurt die twee idioten achter hem aan en zet mij volkomen voor schut.
Je gaat het verpesten. Hij sluit zich nog meer af.
Wat heb ik die jongen misdaan?
Hij is nooit iets te kort gekomen. Wat heb ik misdaan?
Hij voerde niks uit op school, kwam laat thuis. Er zijn grenzen.
Ik heb 't 16 jaar opgeknapt en nou gaan die twee de papa uithangen.
Ik zou graag met ze ruilen.
Twee mannen met scheermessen. Kijk wat ze gedaan hebben.
- We moeten de politie bellen. - Kom mee.
- Wat voor lui waren het? - Griezels.
Ze sneden m'n pak aan flarden en zeiden iets over m'n neus.
Hou je neus erbuiten, zeiden ze. Ik snap niet wat ze bedoelen.
- Ik heb geen ander pak. Bel de politie. - Rustig.
Ik ken hier een politieman. Ik ga met hem praten.
Trek dit maar aan. Het zal wel te ruim zijn, maar dat geeft niet.
- Heb je Michèle gezien? - Nee.
Is er wat?
Het is niet te geloven. Ik ben ontvoerd.
Die ene vent was nogal stevig, die andere had een rare kop.
Politie, dacht ik. Maar toen zei die ene dat ie m'n vader was.
En toen zei die ander ook dat hij m'n vader was.
Ik ben 'm gesmeerd.
- Ben je zo ver? - Net een clown.
Welnee.
Als hij me ziet, sta ik voor aap.
Hij ziet geen verschil.
Ze hebben niet eens m'n portefeuille gepikt. Wat heb ik die lui misdaan?
Meneer Lucas, met Jeannot.
Ik heb iets interessants voor u. Kom snel naar het casino.
Daar wacht ik op u. Maak voort, het is de moeite.
Heel goed...
We zijn zo terug.
Ik word doodziek van die auto.
Hij is al twee uur weg.
Je bent misschien z'n vader, maar niet z'n moeder. Ik ben zo terug.
- Weer die bemoeial. - Ik wist niet dat 't er twee waren.
- Van wie is die auto? - Vriend van me, hij is er zo.
'Uitrit garage' staat er toch? Haal weg, ik heb haast.
Weg met die rammelbak.
Z'n BMW.
Nu ga je wel mee naar meneer Rossi.
't Was mijn schuld niet, ik kon echt niet anders. Doe me niks.
Ik heb een tip: Rossi wordt beschermd door Couderc. Wat is dat waard?
Ik kan het verder schudden, ik moet hier weg. Hoeveel geeft u me?
Sorry, maar ik heb helemaal geen geld.
Klootzak...
Je had me mooi te pakken.
Rot op, ik ga me door m'n kop schieten.
Opgedonderd, verdomme.
U bent depressief.
Wat?
Ik ook.
48 uur geleden zat ik zelf met een revolver in m'n mond.
Zeg wat je dwars zit. Praat erover.
- Neem je me in de maling? - Nee.
Ik kan je helpen, maar dan moet je wat meer vertellen.
Wat meer? Wat kan ik verder nog zeggen?
Wacht, ik weet wat.
Een heftige zaak, iets dat inslaat als een bom.
Dat is juist goed.
Maar dan moet je me echt helpen.
Waar kan ik je vinden?
Ik zocht je al. Er is iets vervelends gebeurd.
Wat is er gebeurd?
Hij begon zomaar te rijden. Zeker niet op de handrem gezet.
Ik zie geen andere verklaring.
Kom, we gaan.
Hij doet 't. Toch een goeie wagen.
- Verliep de ontmoeting naar wens? - Het gaat.
Ik heb gepraat met een depressieve man. Er zijn zoveel mensen depressief.
- Waar is Michèle? - Ben je er weer?
Waar is Michèle? Ik vraag je waar ze is.
Handen thuis of ik sla je op je bek.
Wat is hier gaande?
- Waar wacht u op? - Niks doen.
- Mijn zoon lost dat zelf op. - Maar mijn zoon niet.
- Hij wordt afgemaakt.. - Maak geen mietje van hem.
Stomme macho. Laat me los.
Noem me geen macho, mislukte nep-intellectueel.
Pignon, gaat het?
Dat was een goeie.
Gaat het?
M'n arm.
Loop niet te ijsberen. Het is niet ernstig, zeiden ze.
Ik ken die mensen niet en ik ga ook niet met ze mee.
- Moeten je ouders je ophalen? - Of de politie?
- Goed dan. Maar ik ga niet naar huis. - Bent u familie?
- Misschien. - Hoezo, misschien?
Ja, we zijn familie. Kom mee.
Pardon, maar wie bent u precies?
Toen de moeder van deze jongeman nog een meisje was...
- Hou maar op. Ik ben z'n oom. - Ik ook.
Klopt dat?
Ik ga niet terug. Ik wil m'n ouders niet zien.
Eerst wat eten. Ik heb honger.
Dat hebben ze leuk gedaan, hè?
Ik ga ervandoor. Bedankt voor alles.
Hoe moet dat met die gebroken arm?
Je vrienden hebben je laten vallen.
M'n pa loopt al 16 jaar te zeiken. Beginnen jullie ook?
Hij is verliefd, hij blijft. Daar doen we niks aan.
Hij moet uit zichzelf terugkomen.
Jij gaat terug naar Parijs, ik maak m'n reportage en we laten hem met rust.
Ik was onderwijzer, maar door die kinderen ben ik depressief geworden.
Dat snap ik niet.
Kinderen uit 'n volksbuurt, nogal druk en lastig. 'Keuteltje' noemden ze me.
Kinderen hadden voor mij afgedaan, dacht ik.
Toen gebeurde dit, en voelde ik me als herboren.
Je hebt vast gelijk, maar ik ga hem zoeken, want ik heb hem nodig.
Als hij mij niet moet, jammer dan.
- Blijf je me nog lang volgen? - Zo lang als je ongelukkig bent.
Maar ik hou m'n mond als je dat wilt. Of ik wacht buiten.
Waarom doet u dat?
Zeker een grap, dat vader-gedoe?
Misschien.
Ik wil je hier niet meer zien. Opgedonderd.
Krijg de klere.
Ik tel tot vijf, dan breek ik je andere arm.
Toe nou, geen geweld.
Eén...
- twee... - Laat hem, hij is gewond.
Heb je nog steeds honger?
Hij gaf me een kopstoot, jongens.
Je gaf me een kopstoot.
En nu doet hij het weer.
Zo doe je dat niet.
Verkeerde techniek. Jij doet 't zonder kracht. Het moet hier vandaan komen.
Luister eens, opa...
Zie je?
Wat moeten jullie?
Kom eens hier jij.
Hier komen.
Je hebt 'm de bons gegeven, maar het komt niet over. Maak het nu duidelijk.
Ik wil je niet meer zien. Sorry, maar zo is het.
Het is uit tussen ons.
Kom mee, jongen.
Donder op. Donder toch op.
Kom nou, we gaan terug.
Ik heb je auto gesloopt.
- Hij stond in Saint-Paul. - Wat zeg je?
- Met z'n allen hebben we 'm gemold. - Hij zegt maar wat.
Ik zweer het bij m'n drie vaders.
Gistermiddag, met ijzeren staven.
Ben je gek? Z'n arm is gebroken.
Nu meekomen, anders word ik boos.
Kom, jongen.
Ga slapen, morgen kijken we verder.
Niet huilen. Een man huilt niet.
Huil maar, dat doet je goed.
Laat 'm maar gaan slapen.
Maak 'm niet meer van streek.
Met Jeannot.
Hallo, gaat het al wat beter?
Rue des Entrepôts.
In de telefooncel.
Kom snel.
Wie is dat?
Die depressieve man die ik vanmorgen sprak.
Hij klonk niet goed.
Ik kan 'm niet in de steek laten. Ik weet wat hij doormaakt.
Ik ben 's gered door een straatveger. Ik wou er 'n eind aan maken.
- Hij kwam z'n nieuwjaarsfooi ophalen. - Had hij even mazzel.
- Waar is die straat? - Ga je weer de Samaritaan uithangen?
Ik moet erheen. Let op hem, ik kom zo snel mogelijk terug.
- Gaat het? - Ja hoor.
Als je wat wilt drinken...
Ik kan hier niet blijven. Ik stik hier zowat.
Dat is lastig met één hand.
Doe maar wat je wilt. Tot later.
Ik doe research, ik ben journalist. Een mooi beroep.
Ik zal je er later 's over vertellen.
Over Rossi heb ik een boek geschreven. En Couderc is parlementslid.
Als ik kan bewijzen dat dit stuk vuil die schoft steunt, is het uit met ze.
Dus m'n moeder ging met drie mannen tegelijk om?
- Nou ja, tegelijk... - Ze weet toch niet wie m'n vader is?
Maar je moeder is echt een heel goed iemand.
- Ja, ze is goed voor een hoop mensen. - Je moet niet oordelen.
Ik ben blij dat ze wat lol heeft gehad voor ze met die zak trouwde.
- Wacht even, ik ben zo terug. - In deze buurt blijf ik niet wachten.
40 franc graag.
Dat lukt wel.
Ik heb zo een afspraak met een politieman. Jij gaat mee.
Jawel, ik heb een plannetje.
Een stage voor je regelen bij de krant.
Hij is dood.
Die depressieveling. Hij heeft zich toch van kant gemaakt.
- Waar ben je? - Rue des Entrepôts.
De politie is er nog steeds niet.
Heb je je naam genoemd toen je de politie belde?
- Maak dan dat je wegkomt. - Waarom?
Geen vragen. Weg daar.
Wat een sukkel.
Hij gaf me nog een envelop.
- Een envelop. Wat moet ik daarmee? - Heb je 'm opengemaakt?
Je wilt echt problemen met de politie.
Verscheur dat ding en gooi het weg.
- Hopelijk is hij je vader niet. - Wat dan?
Hij belt de politie over een zelfmoord. Die maken er vast moord van.
- Waar lach je om? - Om hem.
Ik niet. Ik heb 'm al twee dagen op sleeptouw en het valt me zwaar.
- Schiet je op? - Ik wil niet mee.
Je moet mee, hier loop je gevaar. Kom, dan zie je een journalist aan het werk.
- Zo, ben je daar. - Hallo Verdier.
- Inspecteur Verdier. M'n zoon. - Heb jij een zoon?
- Heeft hij je arm gebroken? Fijne vader. - Hou je kop.
- Hoe gaat het? - Prima. Hier, dit krijg je terug.
Wat is het verschil tussen een zwaluw en de sief?
Probeer maar eens een zwaluw te krijgen.
- Gaan we wat drinken? - Ogenblik.
Leuk, de journalistiek?
Je bedoelt melige moppen tappen met zo'n stomme smeris? Heel leuk.
Kende je Renacci? Hij is doodgeschoten.
Net als in de film, hè?
- Alles laat die jongeren koud. - Ik wist niet dat je een zoon had.
Ik ook niet.
Laat maar zitten.
- Waar moeten we zijn? - Rue des Entrepôts.
- Ik werd al ongerust. - Hoe zag hij eruit?
- Vreselijk hè? - Hoe zag hij eruit?
Ik heb de envelop verscheurd en in een vuilnisbak gestopt.
Hoe zag hij eruit? Klein, bruin haar, geblokt overhemd?
Precies, klein en bruin met een geblokt overhemd.
Kom mee.
Waar heb je die foto gelaten?
Weet ik veel, in één van deze vuilnisbakken.
- Ik ben moe. - Nu moet je even je mond houden.
Is dat je werk, in vuilnisbakken graaien?
Dat rotventje begint me te irriteren.
- Hij mij ook. Alsof ik dit wilde. - Ja, hij kan hier niks aan doen.
Hoepel maar op jullie. Ik zie af van m'n vaderschap.
De deur wordt constant voor me dicht gesmeten.
Je mag 'm hebben. Maar jij krijgt ook geen poot aan de grond.
Hij geeft gewoon niet thuis.
- Wat ga je doen? - M'n werk.
Ik heb nog een hele rij vuilnisbakken te gaan. Succes ermee, Pignon.
- Ik breng je naar het hotel. - Daar kom ik zonder jou ook wel.
Ik denk dat je gelijk hebt. Het is hopeloos.
Het was te mooi om waar te zijn, zomaar een volwassen zoon krijgen.
Je loopt weg omdat je gek wordt van je pa...
en dan springen wij je op je nek.
Ik laat je verder met rust. Het beste ermee. Tot ziens, jongen.
Is dit het niet?
Ja, die twee schoften samen op één foto.
En een brief van Jeannot, waarin hij Rossi en Couderc erbij lapt.
Benieuwd hoeveel opslag ik krijg.
Ik zorg dat je de boel krijgt. Het is afgelopen met die schoften.
Jullie moeten een paar dagen onderduiken.
Tot ik hier klaar ben. Kom op.
Dat m'n pak aan flarden is gesneden was dus vanwege jou?
- Kan zijn. - En dan zeg je niks?
- Ze hadden het op me gemunt. - Het loopt niet zo'n vaart, dacht ik.
Nu loopt onze zoon gevaar, en jij wilt die foto publiceren?
- Dat is moord. - Jullie duiken onder.
Hier die foto. Je brengt die jongen in gevaar.
Doe normaal. Dit is de scoop van m'n leven. Ik zet nu door.
- Dit loopt verkeerd af. - Wie wil je hiermee pakken?
Een corrupte politicus en een moordenaar.
Een paar dagen de stad uit, daar ga je niet dood van.
Ik hoop het.
Kijk niet zo zuur.
Je kunt straks bij mij komen wonen. Ik heb een groot huis.
Stop even.
Stop.
Wat is er nou?
Ik dring me niet verder aan jullie op.
Wat heb je nou toch? Doe een beetje ontspannen.
Allemaal uitstappen.
M'n zoon.
Pignon, gaat het?
Kun je me horen?
De kogel is verwijderd, hij is buiten gevaar.
Bent u z'n zoon?
- Ja, ik ben z'n zoon. - Hij wil u zien.
Kom eens, jongen.
Dichterbij.
Praten gaat moeilijk.
Kom eens bij me.
Hier, dit horloge...
is voor jou.
Het is van m'n vader geweest en nu is het voor jou.
Bewaar het als aandenken aan mij.
Ik had je graag beter leren kennen...
maar het leven heeft anders beslist.
Het leven is wreed.
- Niet huilen alsjeblieft. - Hij huilt altijd, die zeikerd.
Ga alsjeblieft langs bij m'n moeder.
Ik heb haar over je verteld. Ze woont in Parijs.
Ze zal het leuk vinden je te ontmoeten.
Want nu is ze pas echt alleen.
Ik zie je in de spiegel.
Sorry, maar de verpleegster zei net dat je buiten gevaar bent.
Je speelt achter m'n rug viool. Waarom trek je niet meteen het infuus los?
Het spijt me ontzettend. Ik wil het graag goedmaken.
Wat zou je willen? Dan regel ik het.
Helemaal niks.
Jij kunt niks voor me doen.
Tristan komt bij jou wonen en ik moet in m'n eentje herstellen.
Helemaal alleen. Maar dat ben ik wel gewend.
Eenzaam als een hond.
En dan lachen jullie ook nog.
Kan ik een tijdje bij jou logeren? Dat zou goed uitkomen.
Moet kunnen.
Ik had een gaatje in m'n oor laten maken. Hij maakte een toestand!
- Het ging maar door. - Het is vast een beste vent.
- Van mijn pa zag ik dat ook pas laat in. - Hij is m'n pa niet. Probleem opgelost.
Toen ik klein was, schreef ik brieven aan m'n vader.
Ik legde ze niet op z'n bureau, maar gooide ze verfrommeld in z'n prullenbak.
En dan hoopte ik dat hij ze daar zou vinden.
Stom hè?
Dus toen stopte je al belangrijke dingen bij het afval.
Vond hij je brieven?
Nee, nooit.
Het valt niet mee allemaal.
Is alles goed?
- Ik kom naar huis. Is mama er niet? - Nee, ze is weg.
Ben je met die Pignon en Lucas?
Ik neem aan dat je weet hoe het zit.
Als je terug bent, moeten we ze maar vertellen hoe het zit.
Dat doe ik zelf. Zeg jij maar niks.
Ik regel het. Tot vanavond.
Er is me veel duidelijk geworden.
Mij ook.
Lucas komt zo. Ik haal m'n koffer.
- Ik heb net m'n moeder gesproken. - Heb je gebeld? Goed zo.
Ze heeft me verteld wie m'n vader is.
- Wie dan? - Jij. Ze weet het zeker.
Ik denk dat het beter is om het niet aan Lucas te vertellen.
Je hebt gelijk. Laten we hem dat besparen.
Rossi is opgepakt. En ik krijg loonsverhoging.
M'n artikel is een meesterwerkje geworden.
Bravo. Ik ben echt blij voor je.
Laat ik je omhelzen.
Mooie das, staat je erg goed. Je ziet er elegant uit.
- Gaat het wel goed? - Jawel, je bent een prima vent.
- Dank je. Ben je zover? - Ja hoor, ik ben zo terug.
Maatje van me.
- Heeft hij gedronken of zo? - Nee, hij is blij dat we gaan.
Hij voelt zich prima. Kijk: "Gokkoning Rossi opgepakt".
- Ik heb m'n moeder gebeld. - Goed zo.
Ik weet nu wie m'n vader is.
Ze weet zeker dat jij het bent.
Ik wou het niet tegen Pignon zeggen. Hij is zo gedeprimeerd.
Dat is heel goed van je.
Heel goed.
Laten we gaan.
Wat is er? Is er iets?
Nee hoor, niks aan de hand.
- Een beetje depri? - Nee, ik had een vliegje in m'n oog.
Ik voel me prima. Jij ziet er ook prima uit. Knappe vent.
- Aardig van je. - Nee, dat vind ik echt.
Wanneer is het vaderdag?
Vertaling: Joop Koopman P2P Ondertiteling
Aangepast en verbeterd door BuStEl - 2023 www.facebook.com/groups/frenchmoviesubs
Met dank aan Alain Delon fan.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.