Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Christmas & Co
Naar een waar gebeurd verhaal
En wat heeft kleine Max dit jaar gevraagd?
De teddybeer is weer helemaal terug.
Wanda, luister: 'Lieve Kerstman, je mag zelf bedenken wat je me geeft. Misaki'.
Wat schattig, die kinderen. - De Sahara is wel een woestenij.
Nee.
Hier staat het: De "Sahara is woestijn". - Een cavia is ook geen varken of kalkoen.
Kerstman, maar een woestijn is een woestijn.
Dus beschouw me ook niet als een trompet.
Nee.
"Een prinsessenkasteel, en 3 pony's, en 1 magische wolk"...
Tatyana vraagt wel erg veel.
Ze wil dat haar moeder voor haar zorgt, dat is alles.
Kerstman, het is onze sneeuwkristallen huwelijk!
En ik wil mensen zien. - Ja.
Zullen we naar Parijs heen gaan? - Ja, hoor. Maar de Parijzenaars...
Parijzenaars zijn vast heel aardig. - Dat zijn ze.
Of naar Las Vegas!
Ik word gek van dat gehum van jou.
Dat betekent: Misschien de volgende Kerstmis.
We zitten een beetje krap in de teddyberen. Ik zal even gaan kijken.
Ja ga maar. Maar we zijn hier nog niet over uitgepraat.
Ja. Tot straks.
Waar is Magnus?
Loop eens door, ik moet er langs. - Sorry.
Sorry. - Sorry.
Pas op! - Michel!
Die is niet gemarkeerd!
Heeft iemand Magnus gezien?
Waar kan hij toch zijn?
Waarom kijk je zo sip?
Dat is al beter.
Jean-Francois naar de afdeling knuffels.
Aangezien we allemaal hetzelfde gezicht hebben, graag een gezichtsbewijs tonen.
Voor wie zijn deze? - Dag, Magnus.
Hij wil voor iedereen knuffels.
Deze hebben we niet nodig! Waarom verandert hij altijd alles?
Ik ga er echt wat van zeggen! - Hij komt er net aan.
Magnus? Kan ik je even spreken? - Ja, ik kom.
Dus, gaan we ermee door?
Opgepast!
Deze knuffel is voor Fatou, h�? - Ja.
Moeten we geen blauwe gaan maken? - Nee, we veranderen niks meer.
Dat is een "boven-elfelijk" werk. - Kerstmis is pas op de 25ste.
Ja, op de 25ste 's morgens vroeg, voordat de kinderen wakker worden.
De fluit is nog heet! ~Pas op!~
De inpakafdeling kan het niet meer aan. - En toch moet het sneller.
Als we nu eens 100.000 beren tegelijk maken in plaats van ��n tegelijk.
Dat zou niet gek zijn...
Maar het moet wel goed speelgoed zijn.
Maar het moet effici�nter, minder speels. - Zeg dat nog eens.
Als we bijvoorbeeld 100.000 scooters tegelijk maken...
Dan winnen we toch veel tijd. - Nee, speelgoed maken...
Moet een speelgoed zijn, ja. Maar stel je voor: 100.000 poppen in ��n keer.
Dat snap ik niet.
Als we nu eens 100.000 brandweerauto's tegelijk maken...
Luister. Dat gaat veel sneller. Minder spelen, harder werken.
Nee, speelgoed maken... - Het moet een speelgoed zijn, ik weet het.
Lucie, melden bij de tollen alsjeblieft.
Er zijn steeds meer kinderen, en ze worden steeds veeleisender. Neem nu Tatyana.
Een prinsessenkasteel, 3 pony's, 1 magische wolk, hoe verzind ze het?
Dat is toch niet normaal. - Ze wil dat haar moeders voor haar zorgt.
Geef haar een springtouw, dat vond haar moeder altijd leuk.
Dan gaan ze samen spelen. Slim. - Dat is mijn baan.
En een springtouw is niet zo ingewikkeld.
En kleurkrijtjes voor iedereen. Ik zie je zo bij de inpakafdeling.
Maar Baas!
Zet de 2 race auto's maar klaar!
Ja, er is nog tijd genoeg.
Kom op, laat maar zakken!
Schiet eens op.
We zullen nooit op tijd klaar zijn!
Zo schiet het lekker op. - Baas?
Ik heb zitten rekenen op die...
De kleurkrijtjes voor iedereen. Dat gaat echt niet lukken.
Doe dan maar verfsetjes.
Nee, dat kan ook niet. - Waterverf?
Nee! - Plakkaatverf?
Nee! Hij staat te klappere met zijn tanden en rilde.
Wat heb je? - Ik heb zeker warmte gevat.
Zeg dat wel. Gaat het?
Mooi zo.
Magnus?
Wanda?
Magnus?
"Elfen zijn bestand tegen virussen. Maar wordt er ��n ziek"
"dan wordt de hele groep ziek". - Net als een school vissen.
Waarom nu? Ze zijn nog nooit ziek geweest.
Ik heb echt geen idee.
Hier. "160.000 poorten geleden werden alle elfen geveld door een bacterie".
Hebben ze het toen overleefd? - Voor mij is het ook nieuw!
"Ze hebben het allemaal overleefd"
"dankzij het wonderbaarlijke sap van de kakadu-pruim".
De kakabu-pruim? - Kakadu! Kakadu...
"Een Australische vrucht, die rijk is aan vitamine C".
We kunnen niet voor 92.000 elfen pruimensap persen! Dit is een ramp.
Dat is onmogelijk.
Dit hebben we nodig. - Wat?
Vitamine C. Daar zitten kakadu-pruimen vol mee.
Ja, wat?
Dus haal hoplakee 92.000 buisjes vitamine C.
Hoplakee? Nu meteen? - Natuurlijk!
Voeg de daad bij de mand! - En waarom ik?
Ik kan de slee niet besturen. Je hebt het me nooit willen leren.
Wanda, nee.
Ik weet niet hoe het beneden is. - Je gaat er elke Kerstmis heen.
Ja, ��n nacht maar, over de daken, zonder iemand tegen te komen. De mensen...
Ze vreten je heus niet op, je brengt ze al sinds een eeuwigheid cadeautjes!
"Ja, ik breng ze cadeaus, maar op een afstand. Lekker geheimzinnig".
Ja, voor jou. Ik zou dolgraag eens een nieuw gezicht willen zien.
Ga je maar gereed maken, ik span de rendieren in.
Wanda!
Dag, Dancer... Houn, houn.
Ik wil wachten tot ze vanzelf opknappen. Het wordt erger als...
Als we ze proberen te redden? Nee, Kerstman.
Ik moet de slee nog nakijken,
de glijders zijn spekglad en ik zit met een slecht rendier!
Het is pure zelfmoord! - Je "overdrijft".
Helemaal niet! - Het gaat prima lukken, Kerstmantje.
Ik geloof in je.
Iedereen gelooft in jou. - Niet iedereen, maar...
Voor het eerst zijn we 2 nachten in 1 jaar niet samen.
Ga nu maar.
Ga nu maar.
Je bent zo mooi als een slee.
Houn, houn. Voort.
Wat zeg je?
Kakadu-pruimen groeien in Australi�.
Dus...
Op naar Australi�. Als ze pruimen hebben, hebben ze ook vitamine C.
Als we via Finland gaan, dan zijn we er in 2 klompschoppen.
Ok�, wacht even.
Nee!
Alle rendieren opgelet, controleer je tuig, we komen in turbulentie.
Er is een probleem met de onzichtbaarheidsknop.
We gaan daar landen, bij die rode speelgoedmolen.
Goed. Ga maar, we blijven hier niet lang.
Hoe weet je dat ze "overal vitamine C hebben?" Ik ga niet naar beneden.
Er zijn daar mensen.
Ik word niet goed van jullie. Ik ga al. Wat een gedoe is dit allemaal!
Ik stop mijn mand vol en dan gaan we weer. Het moet geen 50 poorten duren.
Potverelfjes!
Gaat het, meneer? - Ja hoor, ik heb gewoon...
Zachte Kerstmis
Ze kosten maar �1!
Gekke liefde!
Alsjeblieft, collega. Mooi pak heb jij aan.
Een poolstofje.
Waarom groen? Werk je voor een groene club?
Nee, mijn elfen zijn ziek geworden. - Je wat?
Mijn elfen. Ze zijn plotseling ziek geworden, alle 92.000.
92.000 elfen? - Ja.
Met vitamine komen ze er weer bovenop. - Gelukkig.
Over 4 poorten is al het Kerstmis. - Ja, het gaat razendsnel.
Mijn rendieren zijn uitgeput. Mijn slee staat daar op het dak.
Je hebt geluk, want parkeren is hier een slecht.
Hier dus. - Ja.
Ik weet niet of... - Snel, ik ben aan het werk.
Hoe krijg ik mijn elfen weer beter? - Ga naar een apotheek heen.
Zie je dat groene kruisje? - Ja.
Dat is een apotheek. Vraag maar naar het schap met elfenproducten.
Bedankt, Thierry. - Er is geen...
Mensen zijn best aardig. - Hoe weet hij mijn voornaam?
Mijn god!
Meneer?
Ik zoek de elfenproducten. - Ok�, goed.
Elfen...
We zijn aan het werk, deze jas is geen vermomming.
Heeft u voor mij 92.000 van deze? - Ja hoor. Vrolijke Kerstmis.
Nee, ik moet vitamines hebben, ik moet mijn elfen beter maken.
Meneer, leg neer, dit kan echt niet!
Deze moet ik hebben. Kerstmis komt eraan. Carole, zeg jij het dan!
Weet u hoe ik heet? Bent u me gevolgd? - Toen je nog klein was.
Jij smeerlap, ik bel de politie. - Nee!
Stop.
We hebben hier een gek in de zaak die de boel afbreekt!
Nu is het genoeg. Geef me gewoon die vita...
Goed dat je er bent. Wat een idioot. - Praat netjes tegen me.
Ik probeerde hem nog te zeggen... - Stap maar in, pas op uw hoofd.
Trek die kamerjas uit.
Ik krijg wat van al die probleemgevallen!
Ik maak ook autootjes die zo een geluid maken.
Meneer...
Ik weet het, ik ging te snel weg.
Ik kom eraan, maar Jay heeft een probleem. - Heb jij een probleem?
Nee, Jay, mijn broertje. - We gaan zo aan tafel.
Ik schiet al op. - Maar Thomas...
Wacht even. - Ma�lle, stop!
Thomas? - Ja.
We deden een spelletje.
2 zwarte kaarten, 1 rode. Dus waar is de rode kaart?
Nee, dat is de rode. En dit de zwarte. De rode lag daar al de hele tijd.
Leuk, h�? - Ja, heel goed gedaan.
Toen riep er een "politie!", en gaat er met mijn geld vandoor.
Thomas! - Ik kom er zo aan.
Dus ik ben opgelicht. Ik ben hier eigenlijk het slachtoffer?
Jij houdt nu je mond. En weest stil.
Je broer is advocaat, maar je kunt niet alles flikken!
Kom we gaan.
Het spijt me. - Dat zeg je elke week!
Ga maar. - Geef me een kus. Dag.
Olivier!
Je familie heb je niet voor het uitkiezen. - Zeg dat wel.
Hij heeft niet getekend.
Nu wordt het echt leuk. - Niet alles is grappig, Olivier.
Laat hem maar komen.
Meneer... - Hij roept u.
Ok�, uw naam?
Man. - Voornaam?
Kerst.
Geboren? - Ja.
Nee, wanneer ben je geboren?
Pardon. 15.000 poorten, 16 ramen en 12 lades geleden.
Dat is ongeveer 600 jaar. Iets preciezer: 607 jaar.
We testen hem op alcohol en drugs. - Komt het dan goed met mijn elfen?
Meteen maar de drugstest? - Ja.
Doe u mond open, alstublieft.
Nee, nog verder open.
Dan moet ik overgeven. - Zit stil, ik neem wat wangslijm.
Dat versta ik niet. - Speel je nog met je poppen?
Wat?
Je was dol op poppen. - Wat zeg je?
Wil je bijdehand gaan doen? Wil je bijdehand gaan doen!
Nee.
Want dan ben je bij mij aan het verkeerde adres!
Maar nee.
Nee, St�phane...
Eens zien of ik met poppen speel.
Je krijgt gezelschap, Gis�le! - Wat is dit?
Ik heb geen idee. Hij wilde bijdehand doen.
Zal ik met hem gaan praten? - Heb je niet genoeg werk aan je broer?
Mag ik eruit?
Die vent is gek. - Laat maar, hij is nogal gespannen.
Wat ben je gespannen.
Dit is wel erg vervelend. - Goedenavond meneer. Meneer?
Goedenavond.
Ik ben Thomas de Angelo, advocaat.
Ik kan u pro deo verdedigen als u wilt.
Mij verdedigen tegen wat? - Begrijpt u de situatie? U zit in een cel.
Ja. Ik weet wat een gevangenis is?
Ik maak ook Monopoly. Geef me dobbel- stenen, dan gooi ik dubbel en ben weg.
Ze zijn hier gek. We zijn in het huis van 2 gekke mensen hier.
Dus Kerstman... Waarom heeft u die naam opgegeven?
Ze vroegen naar mijn naam. Dus die heb ik gegeven.
Dus Kerstman. - Ja.
Oke. Eens even kijken?
"Weigert zich te identificeren". Dat kon u blijkbaar niet?
"Belediging van de politie". U noemde ze 'elfen'?
Nee, luister... Ik ben de Kerstman. - Ja...
Ik had het over mijn elfen. Ik heb er 92.000, en ze zijn ziek.
Ik moet vitamine hebben. 92.000 porties. Wanda wilde...
Ik onderbreek u even. Ik heb een beter idee.
Ik ben uw advocaat, ik ben er om u te helpen.
We zeggen dat het een uit de hand gelopen grap was.
Ok�.
"Ik verkleed me als Kerstman". - Ja?
Nee, u zegt dat. Niet ik. - Ik, ok�.
U zegt: "Ik verkleed me als Kerstman". - Nee, dat ben ik.
Ok�, maar zeg dat niet, dat helpt niet. - Maar als het zo is?
Dat is uw geheimpje. Hou het voor u.
"Ik verkleed me als Kerstman". - Ik zeg het?
Zeg het maar.
Ik verkleed me als Kerstman. - "Zonder kwade bedoeling".
Nee, ik ben dol op kinderen. - Dat moet u vooral niet zeggen.
Ik zeg het niet?
Ik weet het beter gemaakt. U zegt helemaal niets.
U heeft het recht om te zwijgen. - Dat spel ken ik niet.
Als ze u iets vragen, geeft u geen antwoord. Is dat duidelijk?
Geef even antwoord, het is nog niet zover.
Mag ik antwoord geven? - Ja.
Ik heb het begrepen. - Je hebt het begrepen.
Ik probeer het te regelen.
Goed, want ik kan er niet uit als ik niet dubbel heb gegooid.
Dat werkt.
Het is iets met de dierenriem.
De bazen, voorzitters, maanden enzo...
Wat is jou sterrenbeeld? - Weegschaal.
Dat is grappig, voor een agent.
Mag ik je dobbelstenen even lenen, Gustavo?
Hoe weet je mijn echte voornaam? - Je krijgt 2 minuten.
Je bent irritant.
Hij maakt geen agressieve indruk. - Vind ik ook. En de drugstest was negatief.
Dat zijn de ergste! - Even maar.
Ik stel hem in bewaring, punt uit.
Verdomme, waar is hij?
Olivier!
Heb je de deur niet op slot gedaan? - Natuurlijk wel!
Attentie aan alle eenheden,
we zoeken een man met een baard in een groene gewaad.
Meneer, een foto met mijn dochtertje.
Ga daar maar staan, Lin Yao.
Op de foto met de Kerstman.
Nee, de echte is rood! - Dat maakt niet uit, blijf staan.
Waarom doet ze dat? - Wat is er?
Ik wil de rode Kerstman!
Als je niet van kinderen houdt, word dan geen Kerstman.
Dat komt door haar. Zij huilt zo. - Ja.
Je bent niet geschikt voor je werk!
Het komt door haar.
Hij is niet lief.
Staat de trampoline op de lijst? - Ja, die staat erop.
Mama, we hebben zo weinig tijd.
En een Tornado Auto.
Dat vraag je elk jaar. - Ja, het is ook ieder jaar Kerstmis.
Hallo, papa. - Hoe is het, schatjes?
Kom hierheen met de kinderen. - Ik bel je zo terug.
Dit zijn onze verlanglijsten. - Ik hoef niets, alleen een kusje.
Ik maak een kalkoen klaar. - We kunnen niet komen.
Wat? Heb jij een robot!
Ik bel je terug, mama. - Dat doe je toch niet.
Je zou vroeg thuis zijn. - Ja, maar Jay zat weer in de problemen.
Dat ruikt lekker. - Het is gewone soep.
Nee, hier ruikt het lekker.
Pak even een bouillonblokje. - Een bouillonblokje?
Tornado Auto. - Ik vraag een vliegende fee.
Alsjeblieft. - Bedankt.
Op het bureau zat een oude man in de cel die sprekend op mijn vader leek.
En ineens was hij verdwenen. Gek, h�?
Mama? - Nee je oom. Je komt niet, zegt mama.
Onze lijstjes. - Ja, jullie verlanglijstjes.
Er staat wel erg veel op?
3 cadeautjes, hadden we afgesproken. - Nee!
3 is ook al veel.
Helemaal niet. - Ma�lle, 3 is al veel.
Niet op de 3, maar op de 24ste. - Ogenblik, oom.
We hebben ruimte genoeg. - Dit is te gek.
Nu word ik echt boos. - Oom...
Toen jullie nog klein waren...
Mag ik over 30 minuten terugbellen? - Maak op jullie slaapkamer een nieuwe.
Nee! - Ieder 3 cadeaus, anders zwaait er wat.
Je komt gewoon. - Ik bel je zo.
Vooruit naar de slaapkamer.
Hoe komt de Kerstman in huis? - Dat kan hij doordat hij kan toveren.
Kan hij toveren? - Ja. Loop door.
Nog iets.
Stop maar. Stop!
Ik haal de Tornado Auto eraf. En jij?
Niets, ik wil alles erop houden.
Als je iets in je hart bewaart, krijg je het ook van de Kerstman,
want hij kijkt in je hart. - Wat een onzin.
Helemaal niet. Jij hebt ongelijk en ik gelijk.
Ik geloof je niet.
Jij gelooft nooit iets. - Dat hoeft toch ook niet?
Het kan me niet schelen, ik praat niet meer tegen je.
Zou het waar zijn?
Kerstman, ik haal de fee eraf, maar die bewaar ik in mijn hart.
Ja, ik ga ook op zoek naar sneeuw voor jullie.
We hebben het allemaal warm, ik ook. Hou je gewei koel.
Wees blij dat pingu�ns niet kunnen vliegen, anders had ik voor 8 pingu�ns gekozen.
H�, dit hekje was er vorig jaar nog niet.
Thomas! - Wat doet u hier?
De elf...
Gaat het meneer?
Ik zie vliegende pingu�ns.
Wat is er? - Niets.
De Kerstman. - Nee, hoor. Naar binnen.
Kerstman, we hebben dingen van onze verlanglijst afgehaald.
Dat hoeft niet, jullie krijgen alles.
Jij een Tornado Auto en Ma�lle een vliegende fee.
Ja!
Ken je die meneer? - Nee. Neem ze mee naar binnen.
Hoe weet je hoe mijn kinderen heten?
Ik ken alle kinderen ter wereld. Ik ben de Kerstman.
Wegwezen. Als je hier zo nog bent,
dan sla ik je tanden uit je mond, begrepen?
Dat is echt de Kerstman. - Niet te geloven.
De echte Kerstman. - Dat geloof je toch niet?
Geloof het maar! - Mathis, hij kent ons geheim.
Hij heeft speciale ogen.
"Ik kijk zo in het hart van Ma�lle en Mathis".
Heb je gebid voor die vliegende fee?
Een experiment, ik heb de fee in mijn hart bewaard om te zien of het waar was.
Dus wie had er ongelijk? - Ik.
Ik wist dat hij het was, hij ruikt naar koekjes.
Zullen we op het dak gaan kijken. - Dat mag niet zonder papa en mama.
Je moet doen wat ik zeg, ik ben 3 minuten v��r jou geboren.
Als we straf krijgen, is het jou schuld. Dan zwaait er wat voor jou,
en voor mij lekker niet. - Ok�, kom mee.
Hoe weet hij ons adres? - Ik heb me gewoon voorgesteld.
Hij leek me ongevaarlijk. - Dat zijn de ergsten.
Je hoort altijd "hij leek zo aardig en beleefd, hij was geliefd",
en dan vermoordt hij iedereen met een bijl. - Welnee.
Hij weet hoe de kinderen heten. - Hij deed me gewoon aan mijn vader denken.
3 minuten is niet veel. - Ja hoor.
Als we straf krijgen, is het jou schuld.
Ma�lle? Mathis?
De Kerstman is op het dak. Hij is het echt.
Hij is het... Met rendieren.
Ik zei net tegen Ma�lle en Mathis...
Meneer?
Ik heb hem een dreun gegeven.
Thomas? - Ja?
Gaat het? - Ja, alleen zag ik even sterretjes.
Kerstman, mogen we even op een rendier rijden?
Nee, nee. - Alsjeblieft.
Geen sprake van. - Alsjeblieft.
Nee!
Rendier, rendiertje...
Rustig aan. - Hij vliegt echt.
Ja, het is een rendier. - Ja.
Mathis, hou je vast aan zijn gewei.
Mathis...
Hallo. - Hoi pap.
Mathis, hou je vast aan z'n manen.
Kijk, de Eiffeltoren. - Ja.
Mag hij een beetje lager, alstublieft? - Omlaag.
Nee.
Naar rechts. - We willen nog een rondje.
Nog 1 keer! - Nog 1 keer!
En nu naar bed. - Het was geweldig.
Dag Kerstman, dank je wel. - Naar bed jullie.
Daar ben ik het met je mee eens.
Wilt u een biscuitje of een glas melk? - Amandelmelk, ik heb een lactose-allergie.
Eerst dacht ik dat hij warmte had gevat.
Hij voelde zich niet lekker, hij gloeide helemaal. Toen viel hij flauw.
Toen zag ik ze stuk voor stuk omvallen. Niet ��n stond er nog.
92.000 elfen die in ��n klap omvallen, dat is ongebruikelijk.
Juist.
Hebben ze echt vitamine C nodig? - 92.000 elfen is op zich al ongewoon.
Vitamine C, zei Wanda.
Dus kwam ik hierheen. Je zoekt geen aap op de noordpool.
Desnoods 92.000 kakadu-pruimen. Maar hebben jullie ��n buisje?
92.000 buisjes hebben we anders nooit nodig.
We vinden ze wel, het kost alleen tijd.
Waarvoor?
Om het geld bij elkaar te krijgen. 92.000 buisjes vitamine C zijn niet gratis.
Die moeten we kopen. - Kopen, dat is?...
Weet u hoe dat werkt, kopen en verkopen?
Leg het nog maar een keer uit. - Heb je geld op zak?
Heeft u dit thuis ook? Dit papiertje is �20.
Hiermee koop ik 10 van zulke buisjes.
Voor 92.000 heb je veel van zulke briefjes nodig.
Ze zijn er ook in het rood, paars en groen.
De mensen die vitamines maken, willen geld.
Waarom maken ze dan niet meteen geld?
Geld gebruik je om te kopen, te verkopen...
Of om mensen te betalen voor hun werk.
Bijvoorbeeld... Betaalt u uw elfen niet? - Nee.
Wij betalen onze elfen wel. - Alleen niet veel.
Is dat kopen? - Nee, dat is betalen.
En verkopen? - Dat is het tegenovergestelde van geven.
Nemen. - Nee.
U wilt bijvoorbeeld melk hebben. - Ja.
Dan gaat u... - Lekker.
Dat kunt u niet zomaar iets pakken en opdrinken. U moet dat betalen.
Degene die de melk heeft gemaakt... - Gemolken.
Het lijkt me het beste als ik nu ga slapen.
Regelen jullie dat morgen, dan kan ik terug met de vitamines.
Morgen misschien nog niet... - Nee, morgen nog niet.
Ik ga.
Waar is hij gebleven?
Nee, alles is geregeld. Morgen hebben we ze. Dus zo ingewikkeld was het niet.
Goed.
Welterusten.
Die elfen hebben vast natuurlijke vitamine C nodig.
Dit heb je echt gezegd, h�? Die elfen hebben vast natuurlijke vitamine C nodig.
Anders moeten we 92.000 kakadu-pruimen hebben.
Ik bel morgen de groothandel wel. En nu wil ik gaan slapen.
We hebben de echte Kerstman op het dak. - Zeg dat nog eens.
We hebben de echte Kerstman op het dak.
Dat was een scheet van een rendier.
Thomas wil gewoon met zijn 4 de Kerstmis vieren.
Mijn ouders willen perse dat we komen eten met de kinderen.
Thomas wil dat absoluut niet. Kerstmis doet hem denken aan vroeger, aan zijn vader...
De Kerstmis is vreselijk voor mensen die niemand hebben.
Dan is er een huis vol depressies. - Weet ik.
Dat verzin ik niet, het staat op internet. - Ik zie het.
Heeft u ook kakadu-pruimen? - Wat?
Kakadu pruimen. - Kakadu? Nooit van gehoord.
Goed.
Kom mee, kinderen.
Nog een apotheek... - Dit was al de 8ste!
We moeten door. Nog 1 stuk of 10.
Waarom huil je? - Ik wil de Kerstman zien.
Ja, maar eerst moeten we de vitamines kopen. Om wie te redden?
De elfen. Maar we willen naar huis, naar de Kerstman!
We zullen hem later thuis zien. Kom laten we door gaan.
Hallo.
92.000 stuks?
Ja, heel komisch.
Waarom heb je groene kleren aan?
Waarom draag je geen rood? - Wat is het hier 's nachts licht.
Nee, dit is wat we dag noemen.
Waarom draag je geen rood? - Kom, kinderen.
Hallo. - Hallo.
Nee, ik heb het tegen de rendieren.
Tornado, je kijkt sip. En je klinkt schor. - Waarom draag je groen?
We moeten gaan, ze kunnen niet tegen de warmte. Heb je de vitamines?
Bijna. Maar niet alles. - Waarom niet?
Het is nogal veel werk.
Zeggen ze echt iets? - Wacht even.
Wanneer gaat het sneeuwen?
Soms valt er een beetje sneeuw, en dan is het meteen een modderpoel.
Modderpoel.
Hoe zeg je 'dag' in het rendiers? - Houn houn.
"Hon hon". - Nee. "Houn houn".
"Houn houn".
Nee, nu zei je: Wil je aardbeienyoghurt?
Ja, dat wil hij wel.
Waarom draag je groen en geen rood? - Ze gaan er maar over door.
De echte Kerstman is rood. - Zijn ze kleurenblind?
Ja, maar voor ons is de Kerstman, u dus...
in rood. Sinds die Coca Cola-reclame.
Is dit dan rood? - Nee, groen.
Normaal ben je rood. - Hij gaat maar door.
Hij wil het weten, daarom vraagt hij het u rechtstreeks.
Ik heb al antwoord gegeven. Hij gaat maar door.
De Kerstman moet nog wakker worden. Het is geen ochtendmens.
We zien u zo beneden.
Wat is dit voor gedoe? - We pakken vitamines voor de elfen.
Niks daarvan, ik berg dit even op.
Dag, lievelingen.
Hallo! - Mama!
Alles goed? Ik loop wat achter.
Hoeveel heb je er? - Nog lang niet genoeg.
Ik heb ook geen kakadu-pruimen. En ik heb te weinig geslapen.
We moeten ijs voor de rendieren kopen. - Nee, echt niet.
Gaan we?
Hoe komt u daar? - Hoe bent u binnengekomen?
Gaan we? - Ontsnapte u gisteren ook zo uit die cel?
Nee, als je in de gevangenis zit, moet je dubbel gooien om eruit te komen.
Juist.
Zullen we? - Ja, ik ga aan de slag.
Thomas?
Gaan we?
Gaan we nog? - Ik ga. Laten we gaan.
Op Amazon kun je vitamines in grote hoeveelheden kopen: 900 x 900.
Daar ben ik vaak overheen gevlogen.
Niet de rivier de Amazone. Amazon is een site voor online verkoop.
Welke woorden begrijpt u niet? - Ik begrijp alleen 'is', 'een' en 'voor'.
Gaan we? - Heeft u nog andere kleren?
Houd die even vast, alsjeblieft.
Hoe kom je een huis binnen?
Waarom draag je rood? - Gebruik de deuren, dit valt zo op.
Nee.
Hij eet alles op.
Dat is de schil. - De schil is lekker.
Thierry kan wel wat ijs maken. Hoeveel wil je? 1 krat? 2? Of 3?
Ik weet het niet.
Het is gratis. Voor alle bloemen die je hebt gebracht.
Bedankt.
Zeg maar hoeveel je wilt. - Dan wil ik 92.000 buisjes vitamine C.
Nee, Kerstm... Oom, bedoel ik. Dit is een visboer, geen apotheek.
Deze vissen zien er niet best uit. Vissen leven in het water.
Mijn moeder heeft hetzelfde. Op een dag is er iets doorgebrand.
Ja.
We hebben ijs, aardbeienyoghurtjes... Wat hebben rendieren verder nodig?
Korstmos, schors, 2 struiken, niet al te droog...
Dat had u gisteren moeten zeggen. Dat hebben ze hier niet.
En vitamines. - Ja, dat weten we.
3 Kerstmis bomen, toch?
Die neem ik. - Waar lever ik dit af?
Heeft u iets kunnen vinden? - Ja, mijn rendieren gaan smullen. Gaan we?
Am�lie, gaan we? - Ogenblik, u ziet dat ik bezig ben.
Waarom gaan we nu niet? - U ziet dat er meer mensen zijn.
Mensen, altijd weer. Ik ga. - Am�lie, regel jij dat?
Nee. - Am�lie?
We gaan?
Chris, kun jij even op mijn oom letten?
Wacht hier even, ik ben zo terug, en dan gaan we. Ik kom er zo aan.
Wilt u wat drinken?
Proost. Een klein beetje.
G�rard! - Ja.
Je hebt een lichtblauwe step gevraagd. - Met een pedaal.
Dat klopt? - Hoe weet u dat?
Hij weet het!
Hoe noemt u zich? Medium? Mentalist? - Ik noem me de Ke...
We moeten gaan.
Nog eentje!
Broertje van me...
Mooie dennenboom...
Mooie dennenboom, koning van het bos...
Ik heb geen geld, maar ik kan je een tv geven.
Dat is heling. Heb je ooit moeten betalen? - Nee broertje, heel leuk van je.
Het is leuker als jij stopt met je gedoe. - Dat zeg ik ook tegen mezelf: Stop.
Heeft Am�lie niks voor me? - Nee.
Die Russin voor wie ze werkt...
Ik kan optreden op de verjaardag van haar dochter.
Nee. - Kinderen zijn dol op goochelen.
Je kunt het haar tenminste vragen! - Nee.
Als ze nee zegt, dan vind ik het goed.
Ze zegt nee.
Ik was bij Jay. Hij zit weer in de problemen.
Dat zit hij toch altijd.
Heb je al iets voor de verjaardag van Tatyana?
Dat moet ik nog gaan regelen.
Dit is de meest natuurlijke vitamine C. 92.000 buisjes, dat zijn bijna 45 dozen.
En hoeveel kost dat?
Is dat voor alles? - Nee, per doos.
Per doos? - Ja.
Hoe gaan we dat betalen?
Met die motor van jou. - Nee.
Je vindt wel een andere. - Nee, echt niet.
Nee, ik spaar er al 3 jaar voor. Ik wacht niet tot de volgende Kerstmis.
Je hebt nog geen rijbewijs. - Hij is niet om op te rijden.
Waarvoor dan? - Om naar te kijken.
Wat een onzin. Je moet prioriteiten stellen.
Jou hypotheekspaarplan dan.
Kunnen we er over denken? - Nee, dat geld is voor mijn bloemenzaak.
Ik zit klem tussen jou spullen en kinderspeelgoed.
Moet ik mijn werk opgeven voor jou ruimte? - En dat geld is er niet eens.
Vergeet het maar.
Hebben jullie de vitamines al? - Daar wordt aangewerkt.
Goed. Het kost gewoon meer tijd om...
Om geld te kopen van degenen die betalen. Dat snap ik heus wel.
Goed. Ik zal het kort zeggen. Ik spring van het hak op de tak...
Heb je de brief al verstuurd? - Nee.
Wachten jullie niet te lang?
Kunnen we hem aan je geven? - Nee, opsturen graag.
Goed.
Dat kind heeft die knuffel nu al 5 keer weggegooid.
Daar gaat ze weer. Niet doen, zegt mama, en dan doet ze het weer.
Mama raapt hem op, geeft hem terug, en dan gooit ze hem weer weg.
Eigenlijk snapt u niets van kinderen. - Dat zou je niet denken, met uw beroep.
Een kind slaapt zoet, met keurige wimpertjes, rustig ademend.
Zo is het op Kerstmis avond, als u cadeautjes rondbrengt.
Overdag is het anders. Een kind gilt, huilt, krabt zich in het gezicht,
sabbelt op een steen... - 's Nachts ook.
Ik bestel het nu. - Ja, doe maar.
Het gaat maar door, ze krijgt er geen genoeg van.
Ma�lle en Mathis, we gaan. - Nu!
Ze reageren niet als je ze roept. - Daar zijn kinderen voor.
Ze komen niet. - Kom op, we gaan!
Ja, een uitstekende goochelaar. Ik stuur u de gegevens.
Hij zal u niet teleurstellen, dat garandeer ik.
Je zult het zien, hij gaat het geweldig doen.
Zo een kind bedoel ik, met mooie wimpertjes!
Waarom doet u dat? Het kostte me 1 uur om hem in slaap te krijgen!
Het spijt me. Niet doen. - Zoiets doe je toch niet? Idioot!
Nee tante, heeft mama het niet gezegd? Het gaat echt niet lukken.
Ik heb de bevestiging dat ze de spullen morgen leveren.
Nee, ik moet dan werken.
Ga jij erheen, of moet ik gaan?
Je begrijpt er niets van! - Ik proberen het te begrijpen!
We leggen het uit, maar jij snapt niks! - Je zegt tegen mij: "We geven niet".
Wat is dit allemaal? - Hij blijft tegen Ma�lle schreeuwen.
Welnee. - Hij snapt niets van geld.
Waarom geven we niet gewoon. Wat moeten we met al die rommel, die euro's?
We maken geen ruzie over geld. Het is niet belangrijk.
Iedereen is moe. Naar bed.
Wil je Monopoly spelen? - Nee, ik verlies altijd.
Van wie komt al dat snoep? - Van hem.
Ruim even op, dan lees ik zo een verhaaltje voor.
Hij snapt er niks van. Dat ligt niet aan ons.
Misschien is hij een beetje dom.
Nog 2 poorten! Hun moeder is te hard!
Ik heb geen idee, het kost geld, en dat snap ik niet.
Nee, niet doen. Probeer om... Luister.
Als iedereen door elkaar praat wordt het niets. E�n tegelijk dus.
Zeg het maar.
Je bent te goed.
Dus ik mag van iedereen in de sneeuw zakken?
Ze blijven net zo lang bellen tot we komen.
We zeggen dat ik buikklachten heb. - Dat zeggen we al elk jaar.
Het werkt wel. - We moeten iets anders bedenken.
Weet je wat? We zeggen gewoon dat we niet komen omdat ik het zat ben.
Je vader die me inmaakt met schaken.
Je tante die zeurt dat ik niet ben geschoren. Ik scheer me nu eenmaal niet.
Je zus met haar d�collet�. Die borsten in mijn gezicht.
Welke maat heeft ze? 125 V? Ik geneer me dood.
En je oma met die grote sigaren. Die rookontwikkeling. Tsjernobyl!
We gooien het op maagklachten. - Goed.
Hallo. Broer, broer! - Het is Jay.
Ja!
Je moet eerst bellen voor dat je komt. - Ik ben een en al opwinding.
Bedankt voor de klus. Het is fantastisch betaald, maar ik waardeer...
Ze is een goeie klant van Am�lie. Dat moet zo blijven.
Logisch. Het wordt een topvoorstelling. Zal ik vast wat laten zien?
Dat is niet nodig Jay. - Het is niet slecht.
Oom Jay. - Dag, lievelingen.
Zal ik wat trucjes doen?
Zo komen ze nooit meer in slaap. - Het komt goed.
Heel even maar. - Ja.
Daar gaat ie. Wat heb je daar achter je oor? Een munt.
Zal ik hem weer laten verdwijnen? Blaas er maar op.
Papa zal ook moeten blazen, anders verdwijnt hij niet.
1, 2, 3. Waar is hij? - Hoe doe je dat?
Geen idee. Is hij weg?
Nee hoor, dankzij dit elastiek. - Weg is de magie.
Magie bestaat niet, het zijn alleen trucs. - Echt wel.
Hebben jullie de Kerstman al geschreven? - Ja, maar de brief is nog niet weg.
Het moet wel van de Kerstman. - De post-Kerstman?
Nee, de echte. - De echte.
Hij is op het dak, ga maar kijken. - Dat meen je niet.
Naar bed, anders zwaait er wat voor jullie.
Jay, ik heb een hoop werk liggen.
Wat is er op het dak? - H�? Helemaal niets.
Als je een zin met 'h�' begint, lieg je tegen me.
Wat een onzin. Kom op alsjeblieft.
Ik weet het. Je kweekt... - Ben je gek...
Fantastisch, dat hadden we al veel eerder moeten doen.
Ik ga even kijken. - Wacht. Jay.
Er is niets te zien! - Hier ergens? Je verbergt iets.
Waar is die wiet? Waar zijn je plantjes?
Kom mee naar beneden.
Wat ben je serieus. Wees een beetje chill. - Dat ben ik.
Totaal niet. Weet je waar het bij jou aan schort? Aan een beetje fantasie.
Verdomme. Ik ben mijn mand vergeten.
Nee. - Het is goed.
Wat kom je doen? - De vitamines ophalen. Is dat zo moeilijk?
Die komen morgen pas, 45 dozen. - Ik moet er 92.000 hebben.
Dat is een andere schaal. - Een ijsberg die baalt van...
Die bevalt van een ijsblokje.
Thomas? - Wacht even.
Waar gaat u heen?
Geen idee! Weet je wat er gebeurt als de kinderen straks geen speelgoed krijgen?
Nee.
Ik ook niet. Maar het wordt een ramp van Bijbelse omvang.
Rustig, u overdrijft. - Is alles goed?
Ja, u overdrijft. - Nee, dat doe jij.
Ik ben rustig! - Kijk dan hoe je tekeergaat.
Ik ben rustig! - Nee!
Thomas... - Wat?
Thomas wat doe je!
Thomas?
Wat heb ik je gezegd...
Gaat het met je, Jay?
Zo een levering duurt minimaal 1 dag.
Ik snap niet hoe dat hier loopt. - Het loopt niet, dat is het juist.
Iedereen wil cadeautjes, op de 25ste. Maar als ik eens iets vraag, is er niemand.
Ik begrijp uw problemen volkomen. Ik vraag u alleen om geduld te hebben.
Duidelijk? - Ok�.
Wie is dat eigenlijk? - Mijn broer, Jay.
Jou broer? - Ja.
Welterusten.
Dat is wel vreemd. - Kom nou eens via de voordeur.
Sorry. Hij heeft me nog nooit geschreven, dat begrijp ik niet.
Hij was nog klein toen onze ouders stierven.
Sindsdien gelooft hij eigenlijk nergens meer in.
Nee, Kerstman. Door de voordeur. - Ja, door de voordeur.
Hij was aan het vliegen. - Wat?
Hij vloog echt, zonder kabels ofzo.
Vast opblaasbare rendieren met een vacht. - Het waren rendieren.
Ja, het zijn rendieren.
Ga het niet rondvertellen. - Zweer het.
Ik vraag je: Was het echt de Kerstman? - Ik heb sterk de indruk van wel.
Dat is waanzinnig. - Hou het voor je. Zweer het.
Goed, ik zweer het, meneer de advocaat.
Nu krijgen we het.
Wegwezen. Nu.
Ik wil een sjiek appartement en een hele hoop geld.
En ook vrede op aarde? - Volgend jaar. Zeg je het tegen hem?
Papa! - Papa!
Ja?
Ik ben echt van slag. Ik ben nooit langer dan 2 nachten zonder Wanda geweest.
Ik zou het heerlijk vinden. - Wat, om alleen te zijn?
Mijn broer, mijn vrouw, haar ouders, de kinderen, soms wil ik...
Het is niet vanzelf sprekend... - Om bij je dierbaren zijn?
Nee, dat bedoel ik helemaal niet.
U heeft nooit problemen. - Zoals wat.
Afgezien van die elfen dan. - Nee.
Wat wordt uw probleem, de komende 12.000 poorten?
15.000 poorten. - Ja.
Niet zo makkelijk, mijn leven. - Ik zou graag met u ruilen.
Maar het voordeel van de problemen die ik heb
is dat ik me realiseer dat niet alles vanzelf gaat,...
dat je moet vechten voor degenen van wie je houdt.
Dat is exact wat Mevr France vorig jaar zei.
Hij heeft gelijk. - Zij dus.
Ja, Jay gaat u dit jaar nog schrijven, maar hij wil een woning.
Nee, daar doe ik niet aan. - Nee.
Zou een Barbiehuis iets zijn? - Ja, dat is ook perfect.
De brief voor de Kerstman... En weg is hij.
Nee dat is hem. Papa is aan het sporten.
Alles goed? - Papa!
Ik loop met alles achter. En ging het? - Ze wachten op jou om de brief te posten.
Kijk je wel? - Ja hoor.
Ik wil je de show laten zien die ik ga doen. - Sorry, maar ik heb totaal geen tijd.
Papa, kijk dan ook? - Ja, ik kijk. Ga ertegenaan.
Am�lie? Ik sta hier met Jay. De voorstelling wordt super.
Ja, je moet hem echt zien. - Ja tot straks.
Tot ziens, oom.
Ik heb het dak schoongemaakt. Ze poepen overal.
Niet de kinderen, de rendieren.
Geef mijn knuffel terug! - Nu is hij van mij.
Niet zo schreeuwen. De kindertjes gaan flensjes eten.
Ja! - Ja!
Aan tafel, jullie. - Aan tafel.
Kom toch eens door de voordeur. U heeft de sleutels.
Ja, ik weet.
Ik ben het zat om voor huisslaaf te spelen.
Hallo, Kerstman.
Zijn mijn flensjes mooi of niet? - Heel mooi.
Dat wilde ik horen!
Je gaat eraan!
Je gaat eraan!
Kijk nu toch, wat een krankzinnige wereld.
En bij u is zeker altijd alles normaal.
Ja, afgezien van een bipolaire ijsbeer...
Ik sla je tanden uit je bek.
Mijn elfen... - Kerstman!
Niet alles draait om uw elfen.
Die eeuwige "elfen" van u.
Ik wou dat ik elfen had die boodschappen deden en het huishouden.
Dat het huis schoon is en er eten op tafel staat, komt niet door magische elfjes.
Of ziet u hier elfen dan? - Nee.
Nee. Wie doet hier alles? - Jij.
Ik, Am�lie dus.
Am�lie wil ook wel eens haar nagels doen en lekker een stom blaadje lezen!
Alsjeblieft, schatjes. - Dank je.
Volgens mij is mama een beetje boos.
Ja, af en toe bent u wel irritant. - Sorry hoor dat ik besta.
Vrolijke kerstmis, Kerstman. De vitamines. - Je vitamines zijn er, geloof ik.
Bedankt.
Dat is niets te vroeg.
Bedankt.
Dus...
Het is leuk om een pakje open te maken.
Alsjeblieft.
Het zijn niet dezelfde. Werken deze ook? - Hou op met klagen.
Zo, u heeft uw vitamines. - Het zijn andere.
Wij gaan vanavond uit. - Waarheen?
De film ofzo. Ik wil eruit, ik stik hier. U past op de kinderen.
Dat kan hij niet. - Het is mijn specialisme.
U dacht dat kinderen alleen sliepen. - Ik twijfelde wel.
Ik zie u nog geen pasta koken. - Wel kneedpasta.
Nee, pasta om te eten.
We bestellen wel een pizza. - Ik bel Jay wel.
Jay, luister even. Je moet nu hierheen komen en op de kinderen te passen.
Lieverdjes, uiterlijk 21:00 naar bed. - Nee, echt niet!
Ik zeg het nog eens. Lieverdjes, uiterlijk 21:00 naar bed.
Ja, mama. - Ja, mama.
Een kusje. - Een kusje.
Ik tel er 80...
Als er iets is, 2 keer daarop drukken, en dan...
gaat ie over. - Ja.
Tanden poetsen en naar bed. Zij weten het.
Welterusten alvast.
Een fijne avond.
Verdomme.
Hij is klaar. Aan tafel. Pizza. - Ja.
Bedankt.
Mag ik wat chocolademousse?
Zal ik nog haring klaarmaken? - Wat is dat?
Gewoon een toetje. - Nee bedankt.
Ik word boos hoor.
Ben je die superhelden niet zat? - Deze is met Kaptein Zoltek.
Dit is deel 6. In 5 is al alles vernietigd. - Het is bijna afgelopen.
Dan liever Farka. Bekroond in Cannes. - Die is zo slecht.
Hij heeft 4 vlaggetjes. En 4 prijzen. - Nee.
Van die dode boom met een strop word je niet vrolijk, maar daar moet je doorheen.
Anders wordt het Horrorrrious. - Nee.
Wat doen we dan?
Die daar? - Nee, niet die.
Die dan? - Nee.
Of die? - Zie je die witte?
En dan in een rechte lijn naar rechts. Daar woon ik.
Dat is wel heel erg ver.
Als je morgen vertrekt, zeg je ons dan nog even gedag, ook als we slapen?
Natuurlijk.
Hallo. Ik ben Jay, we hebben elkaar gisteravond al ontmoet.
Fijn u te zien. Een levende legende. Sorry dat ik te laat ben, ik had wat problemen.
Wat is hier gebeurd? - De kinderen. Leuk zijn ze.
Ik wil graag uw mening hebben over een paar goocheltrucjes die ik morgen ga doen.
Ik heb geen tijd, ik moet dit inladen. - In de slee.
Nee, in mijn mand. Hou je even vast?
Ja.
Jay, kom wat dichterbij. - Wat?
Vallen die dozen uit elkaar ofzo? - Nee hoor, die zijn nog heel.
We gaan gewoon bij je ouders eten. - Nee, laat ze het maar bekijken.
Ik zal zeggen dat je groot maagproblemen hebt.
Ja, groot probleem.
We houden het simpel, alleen met de kinderen.
Lekker onder ons.
Nee, ik moet minstens 2 uur slapen. Dan hebben wij nog 15 minuten.
Wat ga je met me doen?
Huishoudelijke taken, opruimen? - Opruimen?
Ga jij maar slapen. Ik zal dit wel...
Verdomme.
Kerstman, wakker worden. Het is de 24ste.
Heb je goed geslapen? - Er moet speelgoed uitgedeeld worden.
Daar gaan we.
Waar is mijn mand?
Hebben jullie mijn mand gezien? - We liggen in bed!
Waar is mijn mand gebleven? - In de huiskamer toch?
Nee, daar is hij is niet meer.
Hoepel op, dan trek ik een onderbroek aan en dan kom ik je helpen zoeken.
Zo een mand verdwijnt niet vanzelf! - Dat snap ik! Ik kom!
Wat een "drama queen" zeg!
Het is slecht! - Nee, het is niet slecht.
Ik kan het echt wel. Dus hou je...
Nee, het is geweldig. - Het is goed. Rustig maar.
Dan nu iets beters. Ik laat de mand van de Kerstman verschijnen.
Die heeft hij aan mijn Oma gegeven, die hem weer aan mij heeft gegeven
voordat ze naar de hemel ging ten gevolge van kanker.
Ik vraag een vrijwilliger, en wel Tatyana.
Applaus voor Tatyana. - Tatyana.
Zo is het goed. Hoe heet je, Tatyana? - Tatyana.
Super. Ben je klaar voor de reis naar speelgoedland?
Ja. - 1, 2, 3.
Bravo!
Het is gelukt! Is dat magie of niet? - Geweldig!
Zal ik haar weer tevoorschijn toveren? - Ja!
Zijn jullie warm? - Ja.
Zijn jullie klaar? - Ja.
Dan zijn jullie de sigaar. - Ja.
Daar gaan we dan.
Kom op, Tatyana.
Tatyana?
Waar is Tatyana? - Waar is Tatyana?
Waar is ze dan? - Laten we haar gaan zoeken.
De truc is nog niet voorbij. Blijf maar zitten.
We moeten Tatyana gaan zoeken. - Ja, we gaan haar zoeken.
We tellen tot 3. 1...
Tatyana?
Waar ben je, lieverd? In de mand?
Ik zoek je via maps. Mama is er, wees maar niet bang.
Wat is er? Je belt me ongelegen. - Ik zit met een probleempje.
Ik ook. Heeft u een oude man met een baard gezien?
Ja? Wat?
Waar is de Kerstman? - Verdwenen. Zijn mand ook.
Nee, die heb ik. - Heb jij die gepikt?
Helemaal niet, maar ik had die... Wacht even... Ik hoor je niet meer...
Ik sla hem op zijn bek!
Ze nemen me voortdurend in de maling.
"Ja hoor, u krijgt uw vitamines!" Ze denken dat ik simpel ben
met mijn vliegende rendieren. Niemand die het interesseert.
Vrolijk kerstmis. - Ja hoor, jij ook.
Waarom ben je ook zo koppig? De wereld draait door, ook zonder cadeautjes.
Waar zijn de mensen?
Dancer?
Rendier
Waarom heb ik nu rood aan?
Wil je lol maken? Wil je lachen? Ik heb een Carambar-grap.
Kijk, dit wolkje brengt nattigheid.
En toen was je nat!
Alle grapjes die er zijn.
Een smurf die valt, heeft een blauwe plek, maar je ziet het niet.
Wat is dit? Waarom is iedereen weg? Waar ben ik?
Ja, waar was je? Hallo?
Het is een trieste boel, omdat je geen speelgoed hebt gebracht.
Daarom is het nu verboden om te spelen en te lachen. Het is uit met de pret.
Maar ik trek me er niets van aan, ik ben lekker gek. Pik-tik voor de kerstman.
4 poorten...
Waarom is iedereen weg? Mogen we niet meer spelen?
Wanda.
Je bestaat niet meer, Kerstman.
Wat is er aan de hand? - Leuk om jou weer te zien.
Dat is toch... - Inderdaad, Olivier!
Vlug, de Kerstmis ligt in ��n lade. - Ja, en mijn kont zit op de dressoir.
Steph? - Thomas.
Ja.
We hebben je baardman. Hij heeft een goeie advocaat nodig, denk ik.
Wat?
Ik kom zo terug, we zijn nog niet klaar met onze...
Goed Christine, nu eerst briefing. - Dan maar valsspelen...
Ik ben mijn krachten kwijt. Ik ben alles kwijt.
Begrijpen jullie waar het om gaat? - Ja.
Weet iedereen wat hij moet doen? - Ja.
Wie zorgt ervoor de Kerstmis stronk?
Kerstman? Kerstman, het spijt me.
Dat mijn broer uw mand heeft gestolen. Ik heb hem gebeld, hij is er zo.
Alles is al verloren. - Nee, het helemaal niet verloren.
Jay en ik leiden de politie af,
en u loopt gewoon door de muren, en we zien elkaar buiten weer.
Nee, ik ben mijn krachten kwijt, ik heb geen vitamines,
en het is sowieso al te laat.
De mand komt er zo aan. U pakt de slee, verzorgt uw elfen en alles komt goed.
Wanda geloofde in mij, ik heb gefaald.
Ik ga niet meer terug. - Het is niet het moment...
Schrijf maar aan iemand anders.
Heb nu geen zelfmedelijden. - Zoek maar een andere Kerstman.
Begint u na 607 jaar een nieuwe baan? - Ja precies.
Wat ga je dan doen? - Iets anders.
Slee-chauffeur, rendierentrainer, buikspreker.
Wat een onzin. - "Hallo, ik ben een handpop. Wie ben jij?"
Ik ben buikspreker. "Wat doe je dat goed. Ja, daar ben ik buikspreker voor".
Wordt dat je act? - "Mijn lippen bewegen niet".
Jij klootzak!
Dit jaar geen Kerstmis stronk, dat hebben we besloten met de collega's.
Maar het hoort er toch bij?
Dat heb je weer goed gedaan! Kom mee.
Hij wil niet meer weg. - Hij moet! Ik heb ook een groot probleem.
Kieuwslak. - Kieuwslak, dat is een goed idee.
Ik niet. - Wie allergisch is, eet ze maar niet.
"Maar wat wil je dan?" In de gevangenis blijven.
Heb je dobbelstenen? - Wacht, even zoeken.
Nee, ik heb ze vast daar ergens.
Afgesproken dus? - Ga door.
Doe dat weg.
De vorige keer heb jij je proces-verbaal niet getekend.
Kijk, dan laat ik die pen verdwijnen.
Hopelijk zit je daar lekker? Want voorlopig blijf je daar nog even.
Wat lach je? Hoe heb je dat gedaan? - Dat vertel ik later wel.
En verder? - Crumble-taart.
Een Crumble-taart. - Ja.
Met rode vruchten? - Nee, appels.
Kerstman u gaat hierin.
Tatyana? - Wie ben jij?
Niemand.
Dat is de Russin! - Wie?
Rennen! Ik leg het later wel uit!
Tatyana!
Die rotpumps.
Snel Een beetje! - Waar zijn ze?
Thomas, Jay, breng me terug naar de gevangenis!
Stap achterin. - Dan word ik wagenziek.
Nou en?
Hier rechtsaf. Loop door!
Aan de kant.
Snel.
Wat is dat? - Er zit een meisje in mijn mand.
Wat? Je maakt een grapje? - Je helpt niet, zeker nu.
Doe eens rustig aan met mijn mand! - Is hij van jou?
Ja.
Dan ben jij dus de Kerstman? - Dat was ik.
Kan jij ons hieruit krijgen? - Nee, ik blijf hier.
Ga je geen pakjes rondbrengen? - Laat me allemaal met rust!
Thomas, hier links. kom op!
Door rennen.
Waarvoor dient die slagbomen? - Deze kant op. Vertrouw me maar!
Stoppen jullie!
Spring, nu Jay!
Olivier! En nu? - Tatjana!
Dames en Heren, welkom aan boord van de Bateaux Parisiens.
Aan uw rechterhand ziet u de beroemde Notre Dame.
Een ontsnapping en een ontvoering van een 10jarig meisje.
We krijgen ze wel. Hier gaan ze voor boeten.
Ja, crumble-taart. Stuur me versterking!
Doe eens rustig aan! - Het lukt me niet.
Hoe krijgen we u eruit? - Geen idee, hij is niet gemaakt voor mensen.
Die geef je niet cadeau.
En ik blijf toch hier. - Ik wil naar mama toe.
Ze wil naar haar mama. Kom eruit, wees een beetje aardig.
Dat ben ik niet. - Niemand is zo aardig als u.
Nee.
U bent de Kerstman. - Ga maar naar de Paashaas.
Bestaat die ook echt? - U zei laatst tegen me:
'Je moeten vechten voor wat je lief hebt'.
Volgens jou was dat de Meid van Frankrijk. - Nee, Miss Frankrijk.
Het maakt niet uit. Ik blijf hier. Dit jaar is er geen Kerstmis, punt uit.
Ik heb geen vliegende rendieren, ik kan niet door muren lopen,
en er zijn geen miljoenen kinderen die op me rekenen. Ik heb er maar 2.
Maar ik doe alles voor ze. Want ze geloven in me en ze rekenen op me.
En ik hou van ze, meer dan van wat ook.
Denk eens aan Wanda. U kunt haar toch niet laten zitten?
Kerstman? - Wat nu weer?
Wie is Wanda?
Kom mee.
Kerstman? - Wat?
Ik ben de Kerstman en ik moet pakjes rondbrengen.
Kom op.
Thomas, bel Am�lie op. - Nu meteen?
Ja, nu meteen.
Loop maar. - Ik zie mezelf.
Ik ben nu op het dak. - Mogen we in de slee?
Geef me de rendieren even. - We klimmen erop.
U maakt me zenuwachtig. Welk rendier? - Ralph het rendier.
Dit is de Politie. Leg die boot stil!
Waar ga je heen? Nee, niet daar. - Waar dan? Ze klimmen aan boord.
Gaat u maar weer zitten, we maken een korte stop.
We zoeken 2 mannen, ��n met een pet. En een oude man.
Die op de Kerstman lijkt. - Welnee.
Tatyana, schatje... - Mama!
Ik ben blij je weer te zien. - Ik heb je zo gemist.
Dank u wel, meneer. - Kerstman.
Ik ben Barbara.
Olivier, daar!
Steph, het klinkt idioot, maar die man is de Kerstman!
Hou op met die onzin! - Steph.
Hij lijkt er inderdaad veel op. - Waar lijk ik erop?
Maar Olivier Legennec, geloof toch niet alles wat ze zeggen.
We werken dagelijks samen, drinken samen koffie.
Jij bent Starsky, ik Hutch. Een onoverwinnelijk team, altijd.
St�ph? - Wat is er?
Dat was zo leuk.
Boven ons ziet u de slee van de Kerstman.
Pardon, mag ik er even langs.
Nog een keer! - Nog een keer!
Dat was zo leuk!
Zet mijn mand achterin. - Wat gaat u doen?
Olivier, dat was de Kerstman? - Dankjewel!
De brug!
Het is ok�, het gaat goed.
Am�lie, neem de teugels even over. - Nee!
Er is iets met de onzichtbaarheidsknop.
Het werkt weer. - Nee!
Kijk uit! Kijk uit!
Pas op!
Hou vol.
Hallo? Oom?
Ik denk niet dat het gaat lukken.
We zien elkaar op de 31ste. - Nee, niet met Oud en Nieuw.
Ik versta je niet goed.
Ik versta je niet goed. We gaan nu een tunnel in.
Totziens.
Hallo?
Ze komen niet.
Zoals elk jaar. - Zoals elk jaar.
Kerstmantje! Wat is dat voor een jas?
Rustig maar, dit zijn vrienden. Thomas, Am�lie, Ma�lle en Mathis.
Ma�lle en Mathis, dat zijn jullie dus.
Er is niet veel tijd meer.
Ze zijn allemaal verschillend.
Waar zijn die vitamines nu? Ik had ze er toch in gedaan.
Ik heb ze er toch in gedaan?
Ja. - Ja.
Waarom zijn ze er niet meer!
Ik heb gefaald, Wanda.
Wacht eens even, Kerstman.
Kijk eens.
Dat is onze brief.
"Lieve Kerstman, we hoeven dit jaar geen cadeaus, want je elfen zijn ziek".
"Hier heb je een vitamientje om ze beter te maken".
"We hopen dat ze beter worden".
"En een dikke kus en een Vrolijk Kerstmis".
Met ��n vitamientje zijn ze allemaal genezen.
Je had gelijk: Het is net een school vissen.
Is iedereen klaar? - Ja.
Doe je ogen maar open.
Niet aankomen.
Waar is onze brief, Kerstman?
Daarginds.
Die groene ster? - Ja.
Groen is mijn lievelingskleur.
Ik ben echt van kinderen gaan houden. Eerst hield ik er niet zo van.
Waarom niet? - Ik vond ze maar raar.
Ze gehoorzamen niet, ze stellen vragen, heel veel vragen.
Ze maken lawaai, ze gillen, en ze huilen. - Precies, ja.
Een Vrolijk Kerstmis, liefste. - Jij ook Vrolijk Kerstmis.
Leuk, die sneeuw. - Ja, het sneeuwt lekker.
Vrolijk Kerstmiss, Am�lie.
Is dat niet raar, om naar slapende mensen kijken?
Dat valt wel mee.
Ja.
Kom.
Waar wil je heen voor ons sneeuwkristallen huwelijk?
Eerst maar eens daarheen. - Daar zijn in elk geval mensen.
Mijn filmpje is vol! - Dan kopen we een nieuw.
Kopen? - Dat leg ik nog wel uit.
Vertaling: Joop Koopman Bijgewerkt en synce: door: duden
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.