Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (SoranĂ®)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Hallo daar. Je hebt me betrapt.
Kerstmis zonder een boom, dat kan toch niet?
En geen boom zonder een bos en daar begint dit verhaal.
Heb je je ooit afgevraagd wat een kerstverhaal een kerstverhaal maakt?
Sommigen zeggen dat je verhaal zich moet afspelen tijdens de feestdagen…
en dat is het dan.
De kerstsfeer komt vanzelf en meer is er niet nodig.
Ik denk dat er meer bij komt kijken.
Je weet hoe je je voelt in deze tijd van het jaar.
Een beetje blij, een beetje verdrietig. Misschien kan je het niet verwoorden.
Maar als je het probeert, kan je er misschien een lied van maken.
Het lied dat ik ga zingen, is vooral onzin.
Maar de delen die geen onzin zijn, zijn heel betekenisvol.
Glanzend.
Hebbes.
Ja.
Nee.
Moon.
Niet weer.
Niet weer. -Zag je me?
Ik vloog nog nooit zo ver alleen.
Dit was een perfect nest. Kijk nu eens.
Ik bedoel… -Je hebt het stukgemaakt.
Nu kunnen we het nog beter maken.
Kijk wat ik gevonden heb. Stel je voor, een zilveren nest.
In de top van de hoogste boom, dan zijn we de top van het bos.
Een zilveren nest?
Dan zal iedereen ons zien.
Wat is daar mis mee?
We zijn uilen. We horen niet te worden gezien.
Kom mee en… -Wat als ik gezien wil worden?
Wil je ook opgegeten worden?
Alle andere wezens in het bos willen niets liever…
dan je opeten. -Muizen toch niet.
Als ze groter waren, wel.
De spreeuwen ook niet.
Wat is dat, papa?
Ik denk een blad.
Een groot, eng blad dat ritselt in de milde maar enge bries.
Erg grappig, kleine Moon.
Je denkt te weten hoe het er in de wereld aan toe gaat, maar je hebt geen idee.
Ik heb wel een idee. -Als je groot bent…
mag je een zilveren nest maken in de boom die jij wilt…
maar nu wordt het koud en hebben wij helemaal geen nest.
Je moet een goede broer zijn en hier blijven bij Peaky terwijl ik…
een nieuw huis zoek. Kan je dat? -Ja, papa.
Niet bewegen, wees stil en ga nergens heen.
Oké, ik ben zo terug.
Ik wilde het niet kapotmaken. -Dat deed je wel.
Ik kan het wel herstellen met een paar goede takken.
Ik kan het doen voor papa terugkomt, dan is het een verrassing.
Papa zei dat we hier moesten blijven.
Komt goed, Peaky, ik blijf in de buurt. We zitten in een bos.
Er zijn overal takken en twijgen. -Wacht, Moon.
Ik kom zo terug.
Hier is er een.
Deze is goed.
Deze is perfect.
Glanzend.
Schiet op, Moon, ik heb hem.
Papa. -Schiet op.
Ben je oké? -Ik denk dat mijn vleugel gebroken is.
Het komt goed, blijf in de boom.
Blijf in de boom. Ik kom zo terug.
Ja, papa.
'Blijf in de boom.'
'Blijf in de boom.'
Van onderen.
Opzij. We gaan. Kom op.
Rustig aan. Ik kan het.
Wat voor bos is dit?
Excuseer me.
O, god. Nee.
Juffrouw, gaat het?
Ja, ik ben oké. -Je viel hard.
Kan iemand je naar huis brengen? -Laat me met rust.
Ik ga. -Zullen we even met je meelopen?
Het is oké. -Hé, vriendje.
Ga je met mij mee? Kijk uit.
Hallo daar. Je bent op de verkeerde plek, toch?
Ben je de weg kwijt?
Ja, meneer.
Ik ben ook op de verkeerde plek. HĂ©, zorg voor jezelf.
Deze straten zijn gevaarlijk en ijzig.
Eten. -Ik neem dat wel.
Dankjewel. -Eten.
Sorry, ik wou niet alles opeten.
Kijk nou eens. -Wat hebben we hier?
Deze leeft nog. -Ja, ik leef.
Eten. -Nee, ik ben geen eten.
Wilde je ook eten? Ga terug naar waar je thuishoort.
Sorry, ik hoopte op wat…
Ik onderbreek je daar.
Kijk, dit is afval, snap je?
En afval is voedsel voor duiven, niet voor wat jij ook maar mag zijn.
Ja, wat ben jij eigenlijk?
Ik ben een uil. -Een uil?
Daar ben je wat klein voor, denk je niet? -Ik denk niet dat je een uil bent.
Uilen zijn beruchte, beestachtige wezens van de nacht.
Je bent geen uil. -Echt waar, ik ben een uil.
Eten. -Nee, ik wil je eten niet.
Ik wil gewoon… -Je krijgt het niet dus vraag het niet.
Ik vroeg het niet. Ik… -Hemeltjelief.
Wil je dat Punt verhongert?
Hij verhongert. -Eten.
Hij moet wel afval eten, anders heeft hij geen eten.
Hij heeft zo'n honger. -Eten.
Wat is er met je vleugel gebeurd? -Nou, het kwam…
Ik was aan het vechten. -Harde jongen.
Nu wil je ervoor vechten? -Slecht idee.
Wacht. Dat zei ik niet. Jij zei dat.
Het is drie tegen één. Denk je dat je ons aankan?
Vreselijk idee. -Nee.
We tonen hem wat we hier kunnen in Rockefeller Plaza.
O jee, daar gaan we weer.
Eten.
Daar.
Schiet op. -Eten.
Hij gaat naar 5th.
HĂ© daar, vriendje. -Hebbes.
Rustig aan, we willen met je praten.
Nu hebben we je.
Nee.
Jij weer. -'Jij weer.'
Wat is dit ding? -Hallo.
In wat voor bos woon je? -Waarom ben je zo ver van huis?
Is het dichtbij?
Wat gebeurde er met je vleugel? Is die gebroken?
Alsof de feestdagen nog niet stressvol genoeg waren.
Het is oké.
Kom op.
Zo.
Ik ben Luna.
Je hebt het liefste gezicht wat ik vandaag heb gezien.
Ik ben Moon. -Heb je een naam?
Mijn papa noemt me 'Kleine Moon.' -Hoe zal ik je noemen?
Op een dag zal ik Grote Moon zijn. Maar nu ben ik vooral klein.
Je hebt veel te zeggen.
Hoort je been zo te zijn?
Ik ben nog nooit alleen met de trein gegaan.
We zijn hier, maar mijn mama en ik wonen hier ergens.
We kunnen deze trein naar deze trein nemen.
Als ik terug naar huis ga, zal ze boos zijn.
Hé, jochie. -Mijn vader woont hier…
Dit is jouw plek niet. Dit is mijn plek.
Alles. -Ja, meneer.
Ik heb op alles geplast.
Oké. -Fijne kerst.
Hier is Rockefeller Plaza.
Daar komen we vandaan. -Ik moest in de boom wachten.
Ik wilde gewoon schaatsen. -Je hebt geen boom gezien, toch?
Ik dacht vroeger dat Kerstmis in de stad het leukst was.
Ik begrijp deze plek niet. -Ik keek met mijn ouders naar de etalages…
en naar alle versieringen.
In het bos kwamen er soms mensen naar ons toe.
Iedereen leek zo blij. -Mijn papa mocht ze niet.
Ik deed altijd mijn beste trucje en dan lachten ze.
Ze zien er niet uit zoals hier.
Wie weet? Misschien zijn ze niet gelukkig.
Misschien zijn ze alleen, zoals wij, en wachten op Kerstmis om…
Wat is er? -Dat is mijn papa.
Het is maar een klok.
Gaat het wel?
Niet echt, hè?
Nou, ik ook niet.
Maar ik heb honger.
En jij? -Zeg je eten?
Voedsel eten? -Dat kan ik.
ÂżCome?
Ik lust wormen, insecten, larven of kleine muizen. Heb je dat?
Dit krijgt je voor vijf dollar in New York City.
Lekker, toch? -Dit is het slechtste eten ooit.
Maar lief dat je voor me gejaagd hebt.
Je herinnert me aan mijn hond.
Je hebt dezelfde ogen. Het lijkt alsof je het begrijpt.
Je wijst naar je hart? Je houdt van me?
Ik ken je niet zo goed, maar ik denk dat ik ook van je hou.
Sorry, het begint echt pijn te doen.
Dat is het coolste wat ik ooit heb gezien.
Ik kan mijn hoofd helemaal omdraaien.
Niet zo leuk als het been, maar het is iets.
We zijn een mooi stel, niet?
ROCKEFELLER BOOM
Daar is het. -Wat is er?
De boom. Kijk. -Wat wil je zeggen?
Daar moet ik heen. -Wacht.
Dat is de boom. -Kom terug.
Dat is de boom. -Rustig aan.
Ik moest in de boom blijven van papa. -Stop, ik ben niet zo snel.
Hij gaat weg. -Wacht, ik kan je niet bijhouden.
Nee.
Stop. -En weg.
Ik wil naar huis.
Hij is kapot.
Dat heeft me nog nooit tegengehouden.
Kijk eens.
Kijk wie hier is. -We waren je kwijt.
Eten. -Ga weg.
Jullie zijn luide pestkoppen en we willen jullie afval niet.
We zijn de weg kwijt en willen naar huis.
Ja, voor Kerstmis. -Ja, voor Kerstmis. Wat dat ook is.
Hoorde ik je? -Hoorde je mij nou?
Voor de Kerstmis. -Thuis is een goede plek voor Kerstmis.
Ik wou dat wij een thuis hadden. -Dat hebben we.
Ja, dat klopt. De straten.
Eten. -Wat denk je, baas? Zullen we?
We kunnen je de weg terug tonen als je het echt wilt.
Echt? -Ja.
Het is een welkomstgeschenk. -In de Big Apple.
Appels hebben wormen. -Dat is het lekkere deel.
Mijn vleugel is gebroken. Ik kan niet vliegen.
Wij vliegen niet. Ben je gek? Kom.
O, ja.
Dit lijkt er meer op. -Had ik m'n sjaal maar meegenomen.
Je dacht toch niet dat we zouden vliegen?
We zijn duiven, geef ons wat krediet.
Glanzend.
Daar is het. -Wacht, ik help je.
Ik moet naar de top, voor mijn papa er is.
Oké, wat? Rennen we nu?
Stop, dit gaat veel te ver.
Iedereen stoppen. Stop met rennen.
Kom. -Dit is onaanvaardbaar.
Deze kant op. Daar is het, kom op.
Jeetjemina.
HĂ©, geen dieren op het ijs.
Ik kan dit.
Ik kan dit.
Ik heb je.
Vlieg.
Hou vol. Ik heb je.
Ja.
Hemeltje. -Vrolijk Kerstmis.
Vlieg hoog, dappere uil.
Het is een mooi uitzicht van hier. -Ja.
Ik zie papa niet. Zal hij me vinden?
Misschien wel, misschien niet.
Maar kijk naar al die mensen met blijheid in hun hart…
…en wat al niet meer.
Misschien kunnen zij je helpen.
Vrolijk Kerstmis.
'Vrolijk Kerstmis'?
Wat denk je? Wat maakt van dit verhaal een kerstverhaal?
De boom? De sneeuw? Het licht in de duisternis?
Of misschien is het dat gevoel dat je niet kreeg wat je wilde…
…maar diep vanbinnen, weet je dat één klein kaarsje…
…alles wat lichter en warmer kan maken.
Misschien zijn het die dingen.
Of misschien dit. -Excuseer me.
Er zit een uiltje in die boom die zijn familie zoekt.
Ik moet de mijne ook vinden.
Kom, jochie. Je bent ver weg van huis.
Ik moet hier blijven. Ik wacht op mijn papa.
Ik moet… -Geen zorgen. We brengen je terug.
Dit is erg warm.
Het is oké, je kan gaan.
Papa. -Moon?
Moon, waar was je?
Ik zocht… -Vrolijk Kerstmis.
'Kerstmis'?
Wat is Kerstmis?
Ik weet het niet maar ik denk…
…dat het dit is.
Je hebt gelijk, kleine Moon.
Dat klopt.
Ondertiteling: Sarah Van Pevenage Subrip: DaFixer
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.