Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Amai, je hebt zo'n zacht vel.
Je mag er eens aankomen.
Ga je weg?
Vond je het leuk?
Ik vond het leuk.
Chelsey.
Ik neem een paarse en een blauwe en nog een paarse.
Ik vind de gele de beste. Dat is van de citroenen.
Niet te veel, hè. Kom, jongens.
Ga maar naar je moeder.
Femke, kom. - Dag, hè.
Dag.
Kom, lopen. Rositaatje.
Zie je nog een zeester? - O, ik heb een minietje.
Ik ook.
Hier.
Het lijkt alsof je bent gaan zwemmen.
Ik heb het nu nog kouder.
Duwen, duwen.
Ja. Ja.
Nee. - Bijna.
Je hebt het bijna. Goed, Chelsey.
Ja. Ja.
Nee.
Die grijping is kapot. Dat was vorige week ook al zo.
Waarom lukt het bij hen dan wel?
Hier, nog twee. Ik heb een sleutelhanger.
Haal die andere in.
Achtste.
Hoi, Bruno. Hoe gaat het?
Vandaag zal niet lukken.
Maar anders volgende week?
Geen probleem.
Zolang we maar genoeg in ontspanning kunnen zijn.
En ze hebben zo'n mooie hoorn.
En ze hebben ook een mooie ster op hun kont.
Wel?
Chelsey. Naar boven.
Ik heb je tien keer gebeld, Rosita. Waarom neem je niet op?
Ze is maar zes jaar. Wat denk je wel?
Kijk, een mooie unicorn...
Doe dat uit.
Verdomme.
Je weet dat je niet verder dan het pleintje mag. Hoeveel keer moet ik het nog zeggen?
Hoi, Rudy.
Aan de kant.
Aan de kant. Gehandicapte persoon.
Ho, rustig.
Ja, meneer, u luistert niet. - Je rijdt tegen mijn been.
Ja, Jos, sommige mensen hebben echt geen respect.
Hoi, moeke.
Dit is voor jou.
Waarvoor was dit nu weer nodig?
Gewoon. Je doet zoveel voor mij.
Het is de laatste nieuwe. Die had je nog niet.
Die zal hier mooi hangen.
Kom.
Jij moet aan mij toch geen geld uitgeven.
Hé, Rositaatje.
Roger, geef dat eens.
Heb je je rekeningen bij je? - In mijn handtas.
Hoe was het in het atelier?
Ik wil eens werk waarbij ik mijn eigen baas kan zijn.
Daarvoor moet je een diploma hebben, meisje.
Mensen met een diploma zijn niet beter dan ik.
Ik ben niet van slanke vrouwen.
Ik vind dikker veel mooier.
Benoit heeft een zoon. Wist je dat al?
Ja, Jani.
Wacht...
Dit is Jani. - Ah.
Maar kijk.
Jani is wel een mooie naam, vind ik.
Magda vindt dat sommige mensen geen kinderen mogen krijgen.
Wat zeg jij nu?
Is het niet waar, misschien?
Smakelijk. - Smakelijk.
Hij werkt wel in een beschutte werkplaats. - Ja, en dan?
Ik dacht, hij is dol op voetbal en...
Benoit, zou jij haar straks kunnen afzetten?
Ja, dat is goed. - Blijven jullie nog maar even.
Kies maar een dessert. Wij betalen.
Dag.
Dank je wel, Wang.
Kom je hier vaak?
Een keer per maand of zo.
Chinees is eens iets anders dan altijd Belgisch.
Ik ben meer een patattenman.
Waarom noem je haar moeke?
Omdat ze mijn moeke is.
Is ze dan je echte moeder?
Nee. Maar voor mij voelt het alsof ze mijn echte moeder is.
Waar is je echte moeder dan?
Gaan we?
Mag ik nog even mee naar binnen gaan? - Waarvoor?
Voor een glas water. Om te drinken.
Maar je kunt thuis toch ook drinken?
Ik moet ook nog naar de wc.
Sorry.
Tot op het voetbal dan?
Kijk.
Ik heb een baby in mijn buik.
Ik voel hem. Jawel.
Van jou nog niet. - Nee, die van mij is nog niet zo groot.
Maar snel.
Hij is aan het schoppen. Hè?
Amai, je bent een bangerik. - Zeg.
Dat is niet zuigen, dat is bijten.
Kom, doe je ogen dicht.
En hoelang moet je dat zo doen?
Minstens een kwartier.
Maar met al dat eelt aan je voeten, doe maar een halfuur.
Maar zeg...
Neem dit maar mee. Roger zal dat mooi vinden.
Kom, leg dat weg. Het is goed.
We zijn op een leeftijd gekomen dat we het mooist zijn met wat kleren aan.
Zou je niet wachten tot de koopjes? - Tegen dan is al het mooiste al weg.
Kom, het is goed.
Dank je, moeke. - Ja.
Ik trakteer op een verwenkoffie. - Ja... Je staat bijna onder nul.
Ja? - Ja.
Dat viel toch nog heel goed mee.
190 euro. Dat stond er op je uittreksels.
You only live one time.
Heb je Benoit nog gezien?
Ik wil gewoon niet dat je alleen blijft.
Ik heb jou toch. En Roger.
Ik ben zo gelukkig met jou.
Kom, het is goed.
Ik ga het niet laten weghalen.
Ik had dat nog niet verteld, maar ik ga het niet laten weghalen.
Ik had dat nog niet verteld, maar ik ga het niet laten weghalen.
Je moet niet bang zijn, want...
ondertussen ben ik veel ouder en slimmer.
Dus je moet niet kwaad zijn.
Ik vind hem niet.
Het staat op het kastje in de badkamer.
Ik vind hem niet. - Bovenaan.
Doe jij hem maar open. Wacht, hè...
En goed veel crème.
Het beste is eigenlijk dat je het 's morgens en 's avonds doet.
Als je dat niet doet, heb je een probleem. Dan heb je blubber.
Ik zweer het. Binnen een paar maanden zit daar een halve basketbal in.
Ik weet hoe je baby's maakt.
Wij ook. Je hoeft het ons niet uit te leggen.
Kom eens hier. Wacht, hè.
Kijk, je moet veel crème nemen.
Chelsey.
De baby zal blij zijn. O, zo lekker koud.
Maar allee.
Nee. - Jawel. We gaan de baby kietelen.
Oké.
Is het oké voor jou als mevrouw erbij blijft?
Ja. - Ja? We zullen eens kijken.
Ja. Je benen mogen in de steunen, alsjeblieft.
Niet schrikken, het is een beetje koud.
Ontspan je maar.
Je bent nu ongeveer zes weken ver. Klopt dat?
Het vruchtje is vijf millimeter.
Zal ik het scherm eens draaien?
Dat flikkerende vlekje is het hartje dat klopt.
Alles ziet er normaal uit.
Is het een meisje of een jongen?
Dat kunnen we nog niet zeggen. Het is te vroeg. Dat is vanaf 16 weken.
Oké.
Waarom wil je het niet houden?
Omdat ik er niet voor kan zorgen.
Is dat zo?
Een kindje kost geld en ik heb geen auto om het mee te vervoeren.
Voor wie ik ben.
En kun je voor jezelf zorgen? - Ja.
Maar niet voor een kind?
Je mag twijfelen, hè. Dat is heel normaal.
Daarom zijn die zes verplichte dagen bedenktijd er.
Ik twijfel niet.
Weet de vader dat je hier bent?
We kennen de vader niet.
Rosita, je hebt vorig jaar al een abortus gehad.
Hoe dan ook is en blijft een abortus een heel zware fysieke ingreep.
De bedoeling is wel om dat te voorkomen.
Gebruik je voorbehoedsmiddelen? - Ja.
Wat precies? - De pil.
Ja, maar ze vergeet die soms.
Ook daar zijn oplossingen voor.
Wat we vaak doen bij mensen in jouw situatie, is een curettage
en dan meteen een spiraaltje steken, omdat de verdoving dan nog werkt.
Draaien, Dolores.
Draaien.
Kom, open. Open.
Vouwen.
Allee...
Allee, kom.
En dicht.
Dolores.
Rosita.
Rosita.
Zo gaat dat niet, hè. - Ik doe de vouw niet meer.
Morgen is het wissel en mag je vuile was sorteren.
Ik doe dat niet meer. Het stinkt daar.
Het is hier een wasserij. Dat is met vouwen en vuile was.
Jij hoeft het niet te doen, een hele dag in de pisgeur van die oude mensen.
En Dolores raakt altijd achterop.
Daarom veranderen we jullie wekelijks van plek.
Waarom sta ik dan deze week weer bij haar? - Dat is één keer gebeurd.
Het is gewoon omdat zij gehandicapt is. Ik doe alles alleen.
Rosita, een beetje respect.
Het is hier gewoon zonder teamgeest.
Teamgeest is met iedereen kunnen samenwerken.
Ik wil gerespecteerd worden voor mijn talenten.
Yes.
Ik weet wat erin zit. Kom maar.
Kom.
Jongens.
Wauw, Chelsey.
Yes.
Zeg.
Die zijn veel te groot voor haar. - Ze zijn van mij.
Chelsey. - Maar ze zijn veel te groot voor haar.
Nee. Laat los. - Chelsey, geef ze terug. Ze zijn te groot.
Je moet niet triest zijn. Je voeten zullen wel groeien.
Wat zeg je nu tegen Rosita? - Wat?
Dank je voor de rolschaatsen, Rosita. - Ze waren veel te groot.
Pas op voor de tv.
Wanneer komt de baby eruit?
Hij zal er niet uit komen.
Blijft hij dan voor altijd zitten in je buik?
Nee. - Hoe?
Ik laat het weghalen. - Maar je wilt zo graag een kind.
Ja, maar nu niet meer.
Gaat het? - Ja.
Chelsey.
Zeg eens sorry.
Sorry.
Ja, tegen hem, hè.
Echt waar. Je bent een mooi voorbeeld.
Kun jij dit?
Mijn broers vinden het raar dat we vriendinnen zijn omdat jij zo groot bent.
Mijn broers vinden het raar dat we vriendinnen zijn omdat jij zo groot bent.
Maar leeftijd is niet het belangrijkste. Het is het hart vanbinnen dat telt.
Mag ik een zak chips?
Je hebt er al een gekregen. - Ik wil er nog een.
Allee.
Ik kom zeggen dat ik het niet ga doen. - Wacht, blijft u even aan de lijn?
Van de abortus. - Pardon?
Ik ga het niet doen. - En...
Hoi, moeke.
Ik ben hier al.
Ja, maar ik dacht: ik ga wel alleen.
Nee, nee. Nee.
Nee, zeker. Het is oké.
Ja, dag.
Smaakt het?
Niet te veel pijn meer?
Hebben ze er nog over gesproken?
Waarover?
Wat ze zeiden van het spiraal.
Ze hebben niks gezegd. - Maar heb je er nu een of niet?
Allee... We zijn weer niet op ons gemak.
Als je nu gewoon bij één iemand kon blijven, dat zou al goed zijn.
Moeke, ik kan er niks aan doen dat ik zoveel aantrek heb. Ik heb de magie.
We zijn er vet mee, met je magie.
Je bent ziek in je hoofd. Wacht maar.
Klootzak. - Doe eens rustig.
Zij moet niet zo doen. - Rustig, hè. Nu is het genoeg.
Is het met bloed? - Ja, kijk naar haar kinnebak.
Chelsey, ga eens de pleisters halen.
Het is maar een schaafwond. Doet het pijn? - Ja.
Hier. - Ah, goed.
Het zal prikken. Ogen dicht.
Gaat het hier een beetje? - Ja...
Kijk wat die klootzak gedaan heeft. Hailey heeft bijna een snee in haar kin.
Doet het pijn?
Hoe heet jij?
Hoe heet jij?
Dat is Rosita. - Ah, en hoe heet jij?
Ik ben Chelsey. - Dag, Chelsey.
Jou ken ik al, hè? En jou ook, hè?
En hoe heet jij? - Feline.
Dag, Feline. Ik ben Nadja.
En dan? - Ik kom Elke vervangen.
Ah, alweer een ander. Kom je je bemoeien?
Je bent nogal een felle.
Je bent nogal een felle.
Rosita heeft erop geklopt. - Ik heb het gezien.
Hij mag haar niet duwen, want ze heeft een baby in haar buik.
Wie heeft er een baby? - Rosita.
Echt?
Proficiat. Hoever ben je al?
Dat weet ik nog niet vanbuiten.
Oei, moet ik helpen?
En nog eentje. Ja.
En zie je het wat zitten? Een kindje.
Waarom niet? Ik zal dat heel goed doen.
Ik zal een goeie moeder zijn, met kennis van zaken.
All right.
Wij hebben van die zwangerschapskalenders om te tellen.
Ik zal eens eentje komen geven. Hè?
Of spring eens binnen in het buurthuis. Ik zit me daar maar te vervelen.
En geniet ervan. - Van wat?
Van de zwangerschap.
Ik ga je pakken, met je chocomondje.
Voilà. Dus dat is 'm.
Hij plast, weent, drinkt.
Eigenlijk zoals een echte baby.
Als je wilt, mag je hem eens mee naar huis nemen.
Waarom? - Zodat je dan thuis eens kunt oefenen.
Ik ga dat niet doen. Het is toch niet hetzelfde.
Het is zeker iets helemaal anders. - Ik ben wel geen kleuter, hè.
Het is absoluut niet hetzelfde. Van een echte baby krijg je liefde.
Die kijkt naar je, vraagt aandacht, lacht.
Dat is hier niet zo. Maar dan weet je wel qua verzorging waar je aan toe bent.
Luiers verversen, flesjes geven. Ook 's nachts opstaan en zo.
Het belangrijkste is dat wij het in de computer kunnen zetten
en zien hoe het gegaan is.
Omdat ik het dan niet goed gedaan heb of zo?
Nee, het is geen examen.
Het is er alleen maar zodat wij weten hoe we je kunnen helpen.
Maar ook alleen maar als je het zelf wilt.
Chelsey. - Hoi.
Dag, Rositaatje.
Wat is dat? - Een oefenpop.
Zo nice.
O, voorzichtig. Die is niet om mee te spelen.
Nee, nee. Kijk, als je hem zo houdt, gaat hij wenen.
En dan moet je wiegen.
O nee, nee, nee. Allee, dat...
Chelsey, die baby.
O nee, dat is niet goed. Zijn hoofdje.
Alsjeblieft. Geef die pop.
Hij heeft pijn nu.
Aan zijn hoofd.
Hoe zou dat komen, Chelsey?
Je mag je omdraaien.
Allee.
Dat...
Dat gaat nu niet, voor mijn gezondheidsoverweging.
Had je dat niet kunnen zeggen aan de telefoon?
Je moet niet bang zijn. Het zal nog deugd doen.
Ik zal gewoon alles van massage doen bij jou en niks bij mij.
Zullen we een beetje dansen? - Nee, het is goed.
Rosita, stop.
Wat is er?
Ik krijg dat niet stil. Ik heb het al eten en een papfles gegeven.
Dat zal de luier zijn.
Zeg. - Dat was Milan.
Was dat jouw lief?
Hé, Guido, ga je me niet helpen?
Wat doe jij hier? - Ik zou geld geven om je nog eens te zien.
Ja.
Ben je nu al gaan kijken voor ander werk? - Ik kan toch niks.
Wat? - Jij zegt dat toch?
Ik zei dat de beschutte werkplaats een goeie plek is voor jou.
Bij al die halve.
Wat ben jij dan? Driekwart?
Is het al aan het verkleuren?
Nee, het moet eerst een halfuur intrekken. - Een halfuur?
Zeg, je elektriciteitsrekening zit er niet bij. Heb je die nog niet gekregen?
Wat is dat?
Wat ligt dat daar te doen?
Rosita?
Dat is om te oefenen.
Om wat te oefenen?
Ik heb ervoor gekozen om het niet te laten weghalen.
Dat is wel een kind, hè, Rosita. Je hebt toch geen idee wat dat...
Het is niet omdat jij geen kindjes krijgt, dat ik er geen mag hebben.
Ik zal dat wel allemaal zelf regelen.
Wel, het is goed. Trek je plan maar.
En qua prijs?
Hier onderaan heb je de goedkoopste, maar hoe hoger je gaat, hoe duurder.
De veiligste staan bovenaan, hè. Ja.
Hallo. - Dag, Rosita.
Wacht ik even op Magda en Roger?
Ik zal nog even blijven.
Ik vind dat we niks verkeerd doen met een beetje dansen.
Als ze mij dat ook nog zouden afpakken, dat ik een levensgenieter ben...
Ik wil ook eens geluk hebben.
Dat hoeft toch niet? Ik heb je niet gemasseerd.
Stereo-cd-speler, merk Philips.
Flatscreen-tv, Proline.
Jump Skipper.
Little Dutch poppenhuis.
Maxi-Cosi, nieuw.
Mevrouw, ik stel voor dat u... - Je hebt niks aan mij te zeggen.
Mevrouw Vanhoutte, we nemen nu nog niks mee. We komen gewoon alles opschrijven.
Als u uw schuldeisers betaalt, dan kunt u alles houden.
De bedoeling is dat we samen een afbetalingsplan opmaken.
Ga even zitten.
U hebt bij verschillende partijen schulden.
De belastingen, de sociale woonvoorziening,
dat zijn de belangrijkste, die moeten eerst betaald worden.
Dat denk ik ook wel, ja.
En zijn er dan nog zaken die kunnen opduiken?
Wat denkt u dat u boven op uw kosten maandelijks kunt afbetalen?
Vijftig euro? Honderd euro?
Als u honderd euro betaalt per maand, met de cijfers die ik nu heb,
dan is uw schuld binnen vier jaar afbetaald.
Ja, oké.
Wel? - Dag, Ilse.
Kom jij je buik tonen?
Nee, wel... Ik kom terug voor mijn werk.
Ah ja?
Hoever ben je al?
Het is van oktober, dus...
Ik zal echt mijn best doen.
Rosita.
Je weet dat dat geen goed idee is.
Wat zegt het ziekenfonds daarvan? - Niks.
Dus voor jou zou het goed zijn dan? - Dat heb ik niet gezegd.
Ik moet wel werk hebben. Ik ben een alleenstaande moeder.
Dat snap ik. Maar je moet nu even aan je baby denken.
Kom na de bevalling nog eens langs en dan kunnen we erover praten. Goed?
Mag ik eens aan Rosita haar buik voelen? - Dat zul je aan haar moeten vragen.
Proficiat, Rosita.
Proficiat. - Dank je.
Kusje op gegeven.
Moeke.
Hallo. Ik ben Nadja.
Zij helpt mij.
Sorry. Ik kan mijn gedrag niet goedpraten, maar...
er zitten geen slechte bedoelingen in mij.
Je weet toch dat ik niet graag puzzel.
Rosita heeft veel geluk met zo'n moeke in haar leven.
Weet pleegzorg er al van?
Magda.
Wij vinden dat een kind het best af is bij zijn eigen moeder.
Het hangt er dan toch van af hoe die moeder is.
Sorry, maar hoelang ken je haar al?
Rosita is geen heilige.
Iedere moeder kan een goeie moeder zijn. Ze zal wel een netwerk nodig hebben en...
Lukt het een beetje?
Ja, ik ben zo bezig...
Hoe ga jij dat doen?
Je bent maar alleen.
Ik lig daar wakker van.
Sabrina zegt dat je niet mag denken aan wat er mis kan gaan.
Dus ik ga alleen aan het goeie denken.
Het is belangrijk dat we nu focussen op de positieve dingen.
Ik vind het eigenlijk echt niet verantwoord dat je haar kop zo zot maakt.
Het zal een sukkelaartje worden.
Wie zegt dat? - Ik.
Ik doe het wel supergoed. - Ja, met een pop.
Ben je eigenlijk al naar de gynaecoloog geweest?
Ik mag dat toch wel vragen?
Ja.
Moet ik je overschrijvingen niet doen? Je moet aan zoveel denken nu.
Die enveloppen doe ik.
Kom maar hier zitten.
Pak maar.
Ik ben in verwachting. - Ah, proficiat.
Is het je eerste?
Ik heb wel eens een kindje verloren voor de geboorte.
Mag ik even uw identiteitskaart, alstublieft?
Ja, dank u.
En u komt voor?
De gynaecoloog. - Welke gynaecoloog precies?
Dat weet ik niet. - Hoe laat was uw afspraak?
Ik heb nog geen afspraak.
Ah ja. Oké. Het is eigenlijk de bedoeling dat u vooraf een afspraak maakt.
Een momentje.
Ja, hallo, ik wou even vragen of jullie nog een gaatje hebben vandaag?
Ja, vandaag, ja.
Is het voor een routinecontrole?
Ik wil weten of het een jongen of een meisje is.
Is het de eerste keer dat u op controle komt? Ja, het is de eerste keer.
Oké. Oké, bedankt.
Het spijt me, u zult een afspraak moeten maken.
Dat kan makkelijk online via de website, of telefonisch als u dat liever hebt.
Wat is dit hier eigenlijk voor klantvriendelijkheid?
Wat is dit hier eigenlijk voor klantvriendelijkheid?
Rosita, wil je eens kijken of er geen inbussleutel bij zit?
Die zit er altijd bij.
Lukt het met je betalingen? - Ja.
Ik moet het gewoon nog installeren. Mouss van Sabrina zegt dat er een app voor is.
Ik moet gewoon mijn wachtwoord nog vinden.
Het is allemaal in het roze.
Ja, ik zie dat graag.
En als het een jongen is?
Ik zie veel mannen met roze broeken en truien en zo.
Het is niet meer zoals de mode van vroeger, hè, Roger.
Heb je al een naam?
Ik weet het al, maar ik hou het voor mezelf omdat ik misschien nog twijfel.
Kom, kinderen, mee naar boven.
Dank je, Rosita.
Mogen ze niet blijven eten? Vol-au-vent. We hebben samen de balletjes gemaakt.
We hebben drie lasagnes. Nee, kom. Femke, jij ook.
Maar dat zei je vorige keer ook al. - Dag, hè.
Denk jij dat ook, wat Magda gezegd heeft?
Wat?
Dat ze mijn kindje zullen afpakken?
Magda is gewoon bezorgd.
En jij, wat vind jij?
Rosita... Je zult dat goed doen.
Ik zal dat goed doen.
Ben je blij?
Ja.
Ben je blij hier met mij?
Je bent een goed mens voor mij.
Allee...
Ja.
Maar heb je dan toch pannenkoeken gebakken?
Veertig, hè, Magda.
Dat is een belofte die ik gemaakt heb, omdat dat ook symbolisch is.
Merci, meisje.
Roger, zet ze daar.
Hé, meisje.
Dag, Rosita. Hoe gaat het? - Goed.
En met de zwangerschap? - Ja, ook goed.
Ik heb gehoord dat je eens met mij wilt praten. Over pleegzorg.
Dat je het aan het overwegen bent? Of er bang voor bent?
Ben je al eens gaan praten met Kind en Gezin?
Nee.
Ik zeg altijd, en ik heb dat tegen Magda ook gezegd:
Ik zeg altijd, en ik heb dat tegen Magda ook gezegd:
Elk geval is anders.
Kijk naar Ingrid. Ze is toen ze één jaar was bij ons gekomen.
En ze is altijd gebleven.
Ze ging wel naar haar mama natuurlijk, in het begin elk weekend.
Ik ga dat niet doen.
Ik ga er zelf voor zorgen.
Ja, Magda en Roger, het is het moment.
Allee, kom eens hier staan. Applaus, dames en heren. Applaus.
Want we hebben hier een speciaal nummer voor jullie klaarstaan.
En je kent het, want jullie hebben erop gedanst veertig jaar geleden.
Allee, Roger, pak haar vast.
Rosita.
Rosita. Maar...
Je ziet mij niet graag.
Het gaat niet over jou. Het gaat over dat kind.
Ze kunnen het afpakken en in die instelling stoppen waar jij zat.
Je kunt één keer per maand op bezoek. Leuk, hè?
Je bent nooit blij voor me. Je zegt altijd dat ik iets niet mag of niet kan.
Dat is geen liefde.
Je bent nog erger dan mijn echte moeder.
Rosita.
Hé.
Gaat het?
Moet je niet opnemen als ik bel? Of eens een sms sturen?
Ik dacht: ik ga maar zelf eens langs. - Ik ben bezig.
Ik heb een beetje van alles bij me, wat kleertjes van Moeders voor Moeders.
Ik wil geen tweedehands. Ik wil propere dingen.
Magda heeft gebeld. Ze maakt zich heel veel zorgen om jou.
Ja? Waarom wil ze dan geen meter worden? - Dat is iets anders.
En ik ook, hoeveel keer heb ik proberen te bellen?
Je moet me allemaal met rust laten.
Rosita.
Mevrouw Vanhoutte? - Ja.
We hebben nog geen betaling ontvangen. We hebben u ook niet in de rechtbank gezien,
dus ik heb hier een vonnis van inbeslagname.
Ik zal betalen.
Is er iemand die u kunt bellen? - Als ik morgen betaal, is dat toch goed?
Iemand van uw familie? Van de hulpverlening?
Zeker?
Alles wat ik vandaag in beslag moet nemen, wordt 14 dagen gestockeerd.
Als u tegen dan...
Nee, er stond nergens in het dossier vermeld dat het om een zwangere vrouw ging.
Wie van uw sociale dienst kunnen we bellen?
Nee, je moet allemaal weggaan. Je moet nu allemaal weggaan.
Mevrouw.
Mevrouw.
Mevrouw?
We zijn rond.
Ik moet mijn bus binnenrijden. - Ja, maar kan ik niet gewoon...
Ja, nee. Waar moet je naartoe?
Mevrouw.
Mevrouw.
Kan het dat er nog een betaling openstaat?
Gaat het?
Kom even mee. Kom.
Oei, pas op, pas op.
Rik. Rik. Kom eens helpen.
Ja? - Bel eens een ambulance.
Gaat het?
Hier. Doe maar rustig.
Ik zal dat niet kunnen.
Ze zullen mijn kindje afpakken.
En ik zal het dan nooit meer kunnen zien.
Ik ben zo terug.
Hé, ze komen eraan.
Ik wil mijn moeke.
Komaan, duw maar. Nog, nog, nog.
Komaan, je doet het goed.
Je kunt het, meisje. Je kunt het.
Wat een schoontje.
Hé.
Dag, baby'tje.
Zo'n cutie.
Voorzichtig. Ga maar zitten.
De baby is zo nice.
Het is een klein boeboeleke. - Ja.
Dat is mijn baby.
Elk eentje.
Hier, wil je een koekje? Neem maar een koekje.
Zeg.
Hé. Nee.
Wat zijn ze nu weer aan het doen?
Femke.
Pak de kleine toch niet vast op die rolschaatsen.
Ze is nog wat te klein om te rolschaatsen, hè.
Sorry.
Drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien.
Martine heeft tien teentjes. - Martine.
Dat hoor je niet vaak meer.
Het is de naam van mijn echte moeder.
Santé.
Op je echte moeder?
Nee, niet op haar.
Ik ga het beter doen.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.