Afrikaans
Akan
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Deze film berust op feiten, Vanaf het jaar 793 na Christus,
kwamen er horden blonde reuzen uit de ijzige bergen van Noorwegen,
die zich op zee begaven, Ze werden de Noormannen genoemd.
Gejaagd en krachtig veroverden zij een groot deel van het huidige Europa.
Wind, golven en de dood tartend, keerden ze zich naar het westen,
voorbij de opgaande zon, tot ze een nieuw land bereikten.
Zij noemden het Wijnland. Wij noemen het Amerika.
1006 na Christus.
Ik ben Eric Helge, Prins van Hes/geland.
Een koninkrijk aan de zee in het land van de Noormannen.
Toen ik twaalf was, nam m'n broer Thorvald
me mee naar het westen. Over de zee, voorbij de opgaande zon.
Het was 1006 A‚D. volgens de Romeinse jaartelling.
Het jaar tevoren was onze vader, koning Eurich,
op ontdekkingsreis naar het westen gevaren.
En hij is nooit weergezien,.
Het land rouwt om zijn verlies en z'n mannen.
Toen m'n broer Thorvald besloot te gaan zoeken, was het hele land enthousiast.
Nu varen we op ons snelste schip, de Windraaf.
We hopen niet alleen een nieuw land te vinden,
maar ook onze vader, zodat het volk zijn koning terug krijgt.
De onderbevelhebber was Ragnar, bekend om z'n haat tegen Saksen en Kelten.
Ragnars zoon, Rauric, een ervaren krijger.
Dit is Olif, mijn broers trouwste metgezel.
Hij kan niet praten, zijn tong werd afgesneden in Afrika door deze man.
Olif heeft hem overmeesterd. Nu hangt de tong om z'n nek.
Er waren nog meer krijgers mee, Ivar, Ode, Ubbi en Björn.
Allen legendarisch in ons thuisland.
Alle opvarenden werden gekozen om hun moed en zeemanschap.
De tovenaar, de Doodsdromer‚
was een onheilspellende figuur, die voor onrust zorgde bij de bemanning.
Niemand kent zijn gezicht en z'n valk is altijd bij hem.
Mijn broer, Tharvald de Stoute,.
Gevreesd en gerespecteerd door alle Noormannen.
De sterke rechterhand van mijn vader.
Ons land leeft al jaren in vrede en voorspoed,
dankzij zijn geweldige kracht,.
Gebruik je gaven, tovenaar.
Kijk door de storm heen en zeg me of er gevaar dreigt.
De storm zal gaan liggen. Morgen zien we een nieuw land.
Een nieuw land? Wat zie je daarover?
Een vruchtbaar land heet ons welkom.
Maar de volgende dagen zullen gevaar brengen.
Het zij zo,
Blijf hier, jonge Eric.
Vanavond brengt de zee gevaar.
Geloofd zij onze god Odin, we hebben het nieuwe land gevonden.
Op Odin.
Ik wachtte angstig op nieuws over de vreemde geluiden op het strand.
Toen hoorde ik bekende voetstappen en zuchtte opgelucht.
Maar toen ik hem die ochtend zag, nooit zal ik die blik vergeten.
Achter zijn gewijde masker.
Je had het over gevaar later, tovenaar.
Ais je ons ooit weer misleidt, stuur ik je de zee op met een vlot.
Geloofd zij Odin.
Dankzij U is Björn gestorven als een echte Noorman.
Björns lichaam werd over zee naar het Walhalla gestuurd,
want hij stierf met het zwaard in de hand.
Heer Ragnar, bij het strand is een monding van een grote rivier.
Verder nog iets? - Geen teken van beschaving.
In het woud groeien heel zoete druiven.
Dan zal dit land Wijnland heten.
Tovenaar, wat heb je te zeggen?
Jij weet wat wij niet weten. Jij ziet wat wij niet zien,
Wie heeft Björn gedood? Waar zijn ze?
Met hoeveel zijn ze?
Je verstand verloren? Of heb je dat nooit gehad?
Odin had beter jou kunnen nemen dan Björn.
Jij verliest een arm.
En hij z'n kop.
Genoeg.
Deze vuile, rotte...
Morgen varen we de rivier op.
Kom, Eric.
De rivier op?
Ik zal met hem praten,
En ik voorspel datje morgen op de boeg staat.
Mooie kennismaking met dit land, AI één dode en een onbekende vijand.
Ik begon steeds meer te twijfelen of mijn vader nog leefde.
Als hij inderdaad dit land had bereikt,
dan had hij vast dezelfde vijand ontmoet.
M'n broers besluit om de rivier op te varen,
werd door allen aanvaard omdat hij ons veilig over de zee had gebracht.
Hij ging op de boeg staan en bleef daar bijna die hele dag staan.
Zijn blik speurend op de oevers gericht.
Z'n gezicht toonde zijn vastberadenheid.
We zitten in een kwetsbare positie.
We zijn hierheen gelokt en nu zitten we als vrouwen
te wachten tot ze ons pakken.
We moeten de zee in de rug hebben. De zee is onze bescherming.
AI sinds we kinderen waren, hebben we ons land met de wapens verdedigd.
Onze kust is bezaaid met de resten van vijanden,
die meer ambitie dan vechtkunst hadden.
Nooit heeft één van ons de rug getoond aan een vijand,
Of een bedreigend schip.
De dag dat ik me omkeer en verberg, zien ze me thuis aan voor een vrouw.
Ik vraag jullie...
Wanneer hebben wij Noormannen, ooit een vijand de rug toegekeerd?
Nooit.
Als dat ooit dreigt te gebeuren, gooien we allen ons zwaard in zee.
Heer Thorvald, we gaan voor anker en houden de wacht.
We moeten risico's nemen om onze kameraden te redden.
En wij staan aan uw zijde.
Odin.
Prima, Eric.
U hebt een goede beslissing genomen.
Maar ik heb iets verschrikkelijks ontdekt.
Ik heb koning Eurich gezien in m'n dromen.
Er dreigt groot gevaar voor hem en uw mannen.
Let op je vogel, tovenaar. Want mijn besluit staat vast.
Ze bonden ons al lang niet meer vast,
Maar het zit erg los.
Daar gaat het niet om.
Ze zijn ergens bang voor,
Wat is er mis?
Wat is er?
Ik weet datje me begrijpt.
Is er iets mis?
Komt er iemand?
Bij Odin. Ze zijn gekomen.
Ze zijn er eindelijk.
Ze zijn gekomen, heer.
Eindelijk.
Ze zijn de oceaan overgestoken, om ons weer thuis te brengen.
Leg je Schrift nu opzij en rust.
Mag ik morgen mee het woud in om het nieuwe land te ontdekken?
Eric, als ik jou meeneem het land in,
wie moet er dan op het schip passen?
Ik was teleurgesteld dat ik niet mee mocht.
Maar ik was te jong om een onbekend land in te trekken.
Elke dag had ik alle gebeurtenissen opgetekend.
Ik bleef vurig hopen om over de terugkeer van vader te berichten.
Eric, ik had een visioen.
Ik zag hoe een blonde jongen voor m'n ogen in een pad veranderde.
Krijgers.
Olif, gevechtspositie.
Naar het schip.
Heer Thorvald.
Het wordt dag. Zullen we weer naar zee varen?
Nee.
We gaan straks op zoek naar mijn vader en z'n trouwe metgezellen.
Om uit te zoeken of ze nog leven. - Na al onze verliezen van vandaag...
Ga terug naar je mannen. Denk aan de slag bij Rodan.
Ons leger was te klein en trok zich terug, erg verzwakt.
En toch maakten we de Saksen tot Slaaf.
Ik herinner me de slag bij Rodan. Ik was erbij,
Maar de slag van vandaag, daar was ik ook bij,
Tovenaar.
Kom binnen.
Vooruit.
Wat is jouw advies?
Ze zijn met velen.
Ze zijn niet zoals uw andere vijanden.
Ze leven hier zoals de wilde dieren in de bergen van ons eigen land,
Hen volgen in het woud is erger dan de Alpen ingaan,
om de witte beer met de blote hand te doden.
Ga weg.
Wegwezen.
Ik ben klaar.
Klaar waarvoor? - Voor de strijd.
Ik ga mee vechten.
Eric, wij moeten eens praten.
Genoeg gepraat, Nu gaan we vechten.
Ze vieren de overwinning, Sire.
Je hebt gelijk.
Ik herinner me onze gevangenname en de dood van de onzen.
De nacht van net zo'n feest en het verraad van Kiwonga.
Als ze echt hier zijn, zal het schip dan niet aan de kust liggen?
Of het ligt voor anker in de rivier waar wij voeren.
Kies mij, heer. Dan dood ik de bewakers.
Het is nog niet afgelopen.
Op het gepaste moment, zullen we weer als Noormannen vechten.
Met hulp van Odin en onze moed en kracht.
We kunnen alleen hopen dat het meisje ons zal helpen.
Misschien is de slag daarom nog niet beslist,
Ze hebben geen Noormannen meegebracht.
Ik denk dat ze gauw komen om ons thuis te brengen.
Te wapen,
Het is diezelfde vrouw weer. - Het is vast een valstrik.
Misschien, We zullen haar laten komen,
Pak de kruisbogen.
We zijn te dicht bij de oever. - Maak de mannen gereed.
Boogschutters, let op het woud.
Niet schieten.
Ze komt aan boord,
Wie is zij? - Geen idee,
Maar ze heeft vaders dolk.
Naar beneden, Eric.
Dit mes was van mijn vader. Onze koning, Eurich.
Ze wil dat we haar volgen. - In een hinderlaag.
Misschien, maar ze heeft haar leven gewaagd.
Olif, Thraul, Ivar, Ubbi, we gaan met haar mee.
Als het een valstrik is, dood haar dan eerst,
Je hebt ons naar onze koning geleid.
We komen terug.
Dit is het juiste moment.
Ze maken zich weer strijdklaar.
Als ze komen, staan we klaar.
Hij is dood.
Je handen. Geef me je handen.
Bij Odin.
Bij Thor. Bij Rolf. Een echte Noorman.
Ik denk dat we vandaag nog vanaf de oever zullen worden aangevallen,
Bij mijn zwaard en bij Odin, ik zal onze koning bevrijden,
Jij, Ragnar, wacht ons vanavond op aan de kust.
We zijn in twee dagen hierheen gevaren.
U vraagt het onmogelijke.
Ik heb hem gezien.
Ik heb hem gezien. Het gezicht van de tovenaar.
Broertje, als ik je weer zie aan de kust,
hoop ik een jonge Noorman te zien en geen volwassen pad,
Hoe ziet hij eruit, Eric?
Sluit maar gauw vrede met hem.
Als we vanavond niet terug zijn,
breng je het schip en de mannen terug naar huis.
Ragnar,
Tovenaar, ik zal je wat vertellen,
Ik geloof niet in je toverkunst, dromen en voorspellingen.
Vandaag mag je me het tegendeel bewijzen,
Tover maar zo hard als je kunt,
Want als mijn schip de kust niet bereikt,
voor de avond valt, dan zal je kop in de zee drijven,
Maak je geen zorgen, Eric. Ze komen wel terug,
En als ze niet terugkomen? - Dan gaan we ze zoeken.
Eric, naar beneden.
Ze komen naar het schip toe,
Achter je.
We moeten hier weg.
Nog één keer schieten, en dan roeien.
Blijf laag tot we weg zijn.
Ik voel dat ze er aan komen.
Thorvald.
Vader.
Sire, uw ogen...
Het is de wil van de goden, Odin was mijn kracht.
Jij zult mijn ogen zijn.
We moeten opschieten.
Heer Ragnar, wat nu?
De dag is nog lang niet om.
Mijn broer en z'n krijgers waren al uren weg,
en we waren maar weinig opgeschoten.
Ragnar wist dat we zonder wind
weinig kans hadden om voor de avond de zee te bereiken.
Er waren bijna alleen ouderen aan boord.
We hadden nu echt een wonder nodig.
Het zou nog maar een paar uur licht blijven.
Nog twee jonge mannen waren dood, De tovenaar dacht diep na.
Opeens begon het, Ik voelde het ín m'n gezicht.
Eindelijk was hij er, de wind, Regelrecht uit de hemel.
Wat waaide het.
Hijs de zeilen.
Hou je vast, Eric. We gaan naar zee.
Trek de zeilen aan.
Ze zijn vlakbij. We moeten ons haasten.
Olif, hoor je me?
Ik beveel je, kom hier.
Het zal geschreven staan dat de naam "OIif",
voort zal leven in ons land,
Heer Thorvald heeft bevolen dat we moeten vertrekken bij zonsondergang,
Het is gelukt. Kom snel.
Daar komen ze.
Thraul, hij is dood.
Hij moet als een echte Noorman begraven worden.
Breng ze naar achter, Help ze aan boord.
Eric, mijn zoon.
Vader.
Olif.
Laat de zeilen zakken. - Trek het zeil aan.
Roeiers klaar,
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.