Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Elisabeth!
Ah, daar ben je.
Zeg je zus dat haar jurk prachtig is.
En je vader geeft er niets om.
Ik ben net een baby.
Ja, maar niet door de jurk.
Elisabeth, toch niet op een dag als vandaag?
Nee, op een dag als vandaag kun je beter zwijgen.
De kapitein komt eraan!
Ik kan deze jurk niet dragen! Help me eruit!
Pas op!
Bourgondië, 1809
Juffrouw Beaugrand. - Kapitein.
Soldaten gaan toch prat op stiptheid? - Nee, op moed.
Dat ziet u, ik ben hier. - Wat onopmerkzaam van me.
U bent ronduit beledigend.
Ik heb nog veel meer kwaliteiten. - Dat hoop ik.
Te veel mannen denken dat een glimlach volstaat.
Inderdaad.
Dag, meneer Beaugrand.
Mevrouw.
Pauline.
Geen koetjes en kalfjes, iedereen weet waarom ik hier ben,
dus draai ik er niet omheen.
Ik kom u om de hand van uw dochter Pauline vragen.
We stemmen met alle plezier in.
Wat heerlijk! Wat heerlijk!
We moeten een datum prikken.
Kapitein.
Ik heb een bevel voor u.
U moet naar het derde legerkorps dat op weg is naar Oostenrijk.
Droog uw tranen.
We zullen Oostenrijk verpletteren en zo weer terug zijn.
Zult u schrijven?
Elke dag. Dat beloof ik.
Maar uiteraard heeft de kapitein nooit geschreven.
Pauline wachtte wekenlang, maandenlang,
en hoopte elke dag op nieuws.
Tevergeefs.
Ze heeft niets gegeten.
Ik vervloek die duivel.
Misschien is hij verhinderd aan het front.
Verhinderd? Nee.
Hij is haar vergeten zodra hij hier weg was.
Het is een hartenbreker.
Een hartenbreker.
Liefje...
Dag.
Mijn moeder vroeg me om...
Sorry, ik ben Nicolas.
Nicolas Bonvallet. Dit is voor uw moeder, geloof ik.
Dag.
Longontsteking.
Mijn hemel.
Wees eerlijk, dokter. - Alles ligt aan haar.
Als ze om iets of iemand geeft, zal ze knokken. En anders...
Wat ik die avond deed, deed ik voor haar.
Het was een slecht idee, een heel slecht idee,
maar ik deed het toch.
Papa! Mama!
Er is post voor Pauline!
Eens kijken...
"Allerliefste Pauline..."
Allerliefste Pauline!
"Sinds..."
"Allerliefste Pauline,
ons overhaaste afscheid is zo lang geleden
dat u vast denkt dat ik mijn belofte en uw gezicht vergeten ben.
Niets is minder waar.
U kent de schuldige. De oorlog.
Ik ben blij dat hij me eindelijk de tijd gunt om u te schrijven.
Ik wil u zeggen, liefste Pauline, hoezeer ik aan u denk
en hoezeer die gedachten me sterken,
zelfs in het strijdgewoel.
Mijn gevoelens voor u zijn nog even sterk.
Ik wil maar één ding: bij u zijn en u zien lachen,
gelukkig en krachtig.
Me u zo inbeelden maakt me blijer dan welke overwinning dan ook.
Leef, mijn liefste. Wees sterk, gelukkig en mooi.
Met liefdevolle,
tedere en welgemeende groeten,
Charles-Grégoire Neuville."
Bedankt.
Voor een hartenbreker is hij attent.
Eugénie, pen en papier! Ik antwoord meteen.
Dat kan niet.
Waarom niet?
Omdat...
Omdat je geen adres hebt. - Ik wel.
U moet de brief naar de staf in Parijs sturen.
Mijn zus stuurt haar brieven daarheen. - Kijk aan.
Naar buiten. Ik moet alleen zijn om mijn verloofde te schrijven.
Natuurlijk, liefje. - Jouw wens is ons bevel.
Ik moet een boodschap voor papa doen. Ik post de brief van Pauline wel.
Ik kan de inhoud van de brief niet openbaren,
waarin ik ontdekt heb dat mijn zus aanleg heeft...
voor erotisch proza.
Liefste Pauline,
bedankt voor uw vriendelijke brief...
Uw vrolijkheid en vreugde doen me goed. Ik hoop u gauw weer te zien.
"Als ik één wens zou hebben,
zou ik die welgemanierde jongedame terug willen zien,
mijn tedere, onschuldige Pauline, wier manieren onberispelijk zijn."
Alsof hij eraan twijfelt...
Hij is afstandelijk, nietwaar?
Je kunt hem dat zo persoonlijk vragen.
Er is een wapenstilstand gesloten. Napoleon komt terug.
Zeker weten?
Kijk, het staat hier.
Liefste Pauline,
ik moet u helaas schrijven dat ik niet terugkom met onze troepen.
Ik ben namelijk belast met een heel vertrouwelijke missie
waarvoor ik nu op weg ben naar...
Indië?
"Ik moet naar Pondicherry in het zuiden van Indië
om de kolonisten te beschermen,
want de Engelsen willen de regio innemen.
U kunt zich inbeelden dat ik er niet naar uitkijk,
maar het is een bevel...
en soldaten moeten gehoorzamen."
"Liefste Pauline,
het leven in Pondicherry is prettig en goed..."
Ik ging vast soms wat te ver...
meegesleept door mijn verbeelding.
Kapitein Neuville zou tabaksplantages hebben gekocht.
Nee. Die plantages heeft hij al lang weer verkocht,
met een winst van 20.000 franc.
Nu heeft hij olifanten, een hele fokkerij.
"De tijger kwam tevoorschijn en de jagers renden in paniek weg.
Ik geef toe dat ik wel wat schrammen opgelopen heb,
maar ik verzeker u
dat het beest nu dienstdoet als vloerkleed!
Maar die avond besefte ik dat er een eind aan moest komen.
Pauline, mijn Pauline, de kansen zijn gekeerd...
"De vijand heeft gedurende enkele weken troepen aan de grens verzameld
en ons daarna uit het niets aangevallen.
De verliezen zijn aanzienlijk.
We zitten met een handjevol mensen verschanst,
omsingeld door 2000 soldaten die binnen een paar uur aanvallen.
Ik ben gewond.
Mocht deze brief u bereiken, dan is de kans groot...
dat ik niet meer in uw midden ben.
Op dit tragische moment telt maar één ding voor me: uw geluk.
Geef uw jeugd niet op.
Vergeet me en kijk om u heen.
Uw toekomst is vlakbij.
Ik omhels u.
Vaarwel."
Toe, liefje.
Ga vlugzout halen.
Eugénie!
Ziezo,
dag kapitein Neuville, welkom Nicolas.
Eind goed al goed.
Nou ja, bijna dan.
Arnay-le-Duc, 1 uur pauze.
Wat een stank.
Mijn bagage, graag.
Geef me een glas. - Wegwezen.
Geef me een glas, ik heb geld! - Wegwezen!
Pardon.
Laat me u helpen.
Laat me met rust.
Wacht...
We kennen elkaar. - Niet. Laat me met rust!
We kennen elkaar niet! - Wel.
Beaugrand.
Helemaal niet. - Jawel.
De oudste dochter!
De oudste dochter van Beaugrand!
Houd uw mond.
Houd uw mond, houd uw mond.
Waarover? - Kom mee.
Die kant op.
Waar gaan we heen? - Stil.
Ik ben zo blij om u te zien.
Wat is er gebeurd? - Ik ging de herberg in...
Dat niet. U ging 3 jaar geleden naar Oostenrijk.
Oh ja, Oostenrijk. Een mooi land, maar niet gastvrij.
Ik snap er niets van.
Geeft niet. Hebt u wat geld voor de herbergier?
Zeg, kapitein... - Nee, dat is voorbij.
Uit dienst? - Ze weten het niet.
U bent gedeserteerd...
U bent laf. Een verrader.
Ja. Precies.
Sorry, hebt u wat geld? U krijgt het terug.
Ik zal u geld geven.
Maar niet voor drank.
Laat dan maar.
20 franc.
100 franc. - U bent een monster.
Smerig van binnen en buiten. - Inderdaad.
Nog 2 franc voor de barbier, en dan ga ik naar uw zus.
Dat meent u niet? - Jawel.
Ik was erg onbeleefd tegen...
Pauline.
Het is uit den boze. Ze is getrouwd.
En voor haar bent u dood. - Hoe is dat nu mogelijk?
Ze hoorde niets van u en dacht... - Ja?
Ik ga haar meteen geruststellen. - Nee!
Ik heb haar voorgelogen.
Ze kwijnde weg. U schreef niet eens.
Dus deed ik me als u voor en schreef ik brieven.
Erg mooie brieven.
En in de laatste...
Maar opgelet, Neuville,
uw dood was heldhaftig. Heel de stad gelooft het.
"Ter nagedachtenis van kapitein Neuville,
held van het keizerrijk.
Mogen zijn ziel en voorbeeld de mensen voor eeuwig inspireren."
Begrijpt u nu het probleem?
Die durf, die moed en die panache...
Die buitengewone man.
Wie?
Nou, u niet.
U mag alles nu niet bederven.
Oh nee, hij toch niet? - Nee, zij toch niet?
Hij heeft betaald. Hij mag binnen zitten.
U bent een goed mens, Elisabeth.
Sorry voor uw jurk. - Vaarwel, kapitein.
Mijn hemel!
Dat kan niet waar zijn. - Wat is er nu weer?
Hij is terug.
Wie? - Kapitein Neuville.
Hebt u hem gezien?
Firmine heeft hem in de stad gezien.
Hij zei dat hij meneer en mevrouw gedag kwam zeggen.
Hij komt Pauline opeisen.
Kijk. - Onmogelijk.
Daar is hij!
Mijn hemel. - Dit kan niet waar zijn.
Snel, naar de salon.
Elisabeth!
Nee, laat hem wachten.
Hoe lang? - Dat weet ik niet.
Tel maar tot honderd.
86... 87... 88...
89... 90...
91... 92...
93... 94...
95... 96...
97... 98...
99... 100.
Komt u met me mee, alstublieft.
Dag, mevrouw. - Dag.
Dag, meneer. - Dag.
Dag, juffrouw.
Dag, kapitein.
Kapitein, u weet vast
dat er veel tijd is verstreken, en Pauline...
De tijd speelt geen rol.
Ik sta hier nu voor u en wat Pauline betreft
is er niets veranderd.
Ik wil dat ze gelukkig is.
Dus ben ik verrukt dat ze zo gelukkig is,
als gelukzalige moeder en echtgenote.
Kapitein, wat heerlijk om u terug te zien.
Insgelijks.
Kapitein, blijft u lunchen?
Als u dat voorstelt. - Nee. Ik sta erop.
Eugénie, zeg de kok dat we een gast hebben.
Mag ik u laten zien hoezeer de tuin veranderd is?
Als u erop staat. - Dat doe ik.
U zou vertrekken. - Ik ben vertrokken.
U bent terug. - De oude Neuville is vertrokken.
U spreekt met de nieuwe Neuville.
Bent u gek geworden? - Nee, juist niet. Dankzij u.
Hoe bedoelt u?
Bij de eerste halte spanden de reizigers samen
om me uit de herberg te houden.
In de stal had ik veel tijd om na te denken
en toen begreep ik het.
Mensen maken je wie je bent.
Behandel me als een vagebond en ik ben er een.
Als ik verwelkomd word, ben ik aardig en toonbaar.
Ik snap niet wat u bedoelt. - Het is simpel.
Elders ben ik niemand, hier ben ik kapitein Neuville.
Nee. U bent allesbehalve kapitein Neuville.
En de moesson?
Vertel ons meer.
De moesson...
Het zou een enorm spektakel zijn. - Enorm.
Regen zoals u nog nooit eerder zag. Een ware stortvloed.
De dieren spoelden weg.
Wat voor dieren?
Honden, katten, ratten...
Ook olifanten? - Ja.
Ook olifanten, ja.
Tientallen olifanten. Ze werden zo weggespoeld.
En bent u zo uw fokkerij kwijtgeraakt?
Hij werd helemaal weggevaagd.
Arme beesten.
Het zijn zulke gevoelige dieren.
En hun geheugen... Een olifantengeheugen!
De dieren die het overleefd hebben, denken er vast vol afschuw aan terug.
Het was...
Het was een zwaar moment.
Echt niet eenvoudig.
Wij hier...
hebben ook verschrikkelijke stormen gehad.
Dat was afgelopen winter.
Ik weet nog dat ik op een dag kletsnat thuisgekomen ben.
Ja, ongetwijfeld.
En de tabak?
De tabak?
Uw plantages. Hoeveel grond heeft u?
Ik schat het op een hectare, ruim een hectare.
Maar tabak is niet mijn voornaamste inkomstenbron.
Oh nee?
Wat dan wel?
Diamanten.
Diamanten?
Ik won een mijn bij het kaarten tegen de maharadja.
Ik delf een vat per dag.
Ruim een vat.
Enorm!
Ja.
Als het je meezit...
Kapitein...
het spijt me als ik onbeleefd ben,
maar ik wil u iets vragen wat iedereen wil weten.
Ga uw gang.
Hoe hebt u het overleefd?
In uw laatste brief gaf u blijk van een hopeloze situatie.
Ja, vertel het ons.
Vertel ons hoe u uit die impasse bent geraakt,
met een handjevol mensen, omsingeld door 2000 Engelsen.
Hebt u de brief niet gehad waarin ik uitlegde
hoe ik ontsnapt ben? - Nee. Nooit gehad.
Daarom dachten we allemaal dat u dood was.
Dat is weer typisch iets voor mij.
Ik begrijp uw verontrustheid.
Ik zou ook zo gereageerd hebben.
Deze kip is verrukkelijk, mevrouw Beaugrand.
En?
Wat?
Hoe hebt u het er levend vanaf gebracht?
U hebt het vast al vaak verteld,
maar gun ons dat plezier.
We smachten ernaar elk detail te horen.
Helaas zijn de details wat vervaagd.
Geheugenverlies na een hoofdwond.
Waar? - Op mijn hoofd.
Waar op uw hoofd?
Zelfs dat ben ik vergeten.
Ongelooflijk. Een zwart gat.
Maar u zei daarnet toch tegen me dat u in het arsenaal verschanst zat
en dat u als laatste toevlucht besloten had
om alles op te blazen?
Ja. Precies. U hebt een erg goed geheugen.
Absoluut. Heb ik u dat niet verteld?
Nee. - Nou zeg, wat stom van me.
Absoluut niet.
Wat ben ik een ezel. Uiteraard.
Ja, dat was niet niets.
De Engelsen deden er vast alles aan om u eruit te krijgen?
Precies, Elisabeth.
Alles. Ze hebben alles geprobeerd.
Eerst wilden ze ons verhongeren.
Op z'n Engels. Ons laten verhongeren.
De meeste van mijn kameraden zijn zo omgekomen.
Als kapitein moest ik hoop houden.
Totdat...
het laatste houtblok opgebrand was.
Ik kon het arsenaal niet opblazen.
Ik was dus...
Verloren?
Verloren.
Ik was verloren.
Precies.
Alleen en verloren.
Maar dankzij de nieuwe maan, in het donker,
wist de kapitein op ingenieuze wijze te vluchten.
Nee.
Nee?
Nee, juffrouw Beaugrand.
Soldaten vluchten nooit.
En huzarenkapiteins zeker niet.
Daar stond ik dus, in mijn eentje, tegenover 2000 Engelsen die aanvielen.
Ik had drie kogels.
Het was verspilde moeite,
maar ik wilde in de strijd sterven.
De horde kwam op me af.
Ze waren op 500 meter.
Ik laadde mijn geweer,
legde aan...
Ze waren op 300 meter.
Ik richtte...
Nog 100 meter.
Vinger op de trekker, en toen...
toen...
kwam de cavalerie eraan.
Dragonders. Ze hakten de Engelsen in de pan.
De cavalerie kwam eraan...
Loopt het zo af? - Ja.
Waardeloos.
Had je liever gehad dat hij gesneuveld was?
Nee. Maar laten we eerlijk zijn, net een slecht boek.
Dat is zo. Dat geef ik toe.
Maar het is mijn leven. En ik doe het ermee.
Dit is de salon, en ten slotte het kantoor.
Het is bescheiden, maar het is beter dan de herberg.
Ik voel me gegeneerd.
Maar als u erop staat... - Ik sta erop.
Ik maak van de gelegenheid gebruik
om u te vragen...
Het zit zo, het gaat over de mijn.
De mijn?
De diamantmijn.
Ja, uiteraard.
Ik wil graag weten
of er een mogelijkheid bestaat...
Of u ermee zou instemmen...
om het idee te overwegen om me toe te staan...
erin te investeren?
Zeker, ik heb geen...
Wees gerust, u kunt mij vertrouwen. - Ongetwijfeld.
Over wat voor investering hebben we het?
Wat zou u zeggen van 50.000 franc?
Dat dat een goed begin zou zijn.
Geen woord tegen de anderen.
Zeker Loiseau niet.
Het is geen kwaaie, maar wat zaken betreft...
Hij is niet echt...
Goed, u begrijpt me wel.
Goed dan, ik laat u uw intrek nemen.
En vergeet niet,
doe alsof u thuis bent.
Je houdt van de held, hè? - Ja. Net een tijger.
Kijk aan, juffrouw Beaugrand.
Dag, kapitein.
Stoor ik? - Helemaal niet.
Wat kan ik voor u doen? - Vertrekken.
Vertrekken? - Ja. En voorgoed.
Dat ben ik niet van plan.
Als u dat zegt om meer geld te krijgen, verdoet u uw tijd.
Nee. - 1000 franc.
Wat? - En dan vertrekt u.
Waar haalt u dat vandaan?
Ik steel het wel als het moet, als ik maar van u af ben.
Heel aardig, maar ik weiger.
2000. Mijn laatste bod.
5000. En dat is echt mijn laatste bod.
En ik weiger.
Voor 5000 franc?
Blijkbaar ben ik niet zo om te kopen.
U houdt dit nog geen twee dagen vol.
Ze zullen u ontmaskeren. - U ook. Ons lot is nu verbonden.
U wordt ook ontmaskerd.
En dus?
"Ik zag hoe de kinderen meegevoerd werden,
trok de stoute schoenen aan en sprong de zee in..."
Wat?
Absurd. Ik kan niet zwemmen.
"Ik trotseerde de storm en redde twee kinderen.
Helaas, de golven werden steeds hoger en slokten het derde kind op."
Ho eens, is hij verdronken? - Ja.
Liet ik dat gebeuren?
Nee. U kon het alleen niet redden.
Waarom schreef u dat nu?
Uit realisme. U kunt niet iedereen redden.
Het was een kind!
Dat maakt u net menselijk en ontroerend.
Een kleine Indiër meer of minder, als ik maar goed voor de dag kom.
Ik probeer u enkel te helpen.
Dat was de afspraak.
Als u kritiek heeft... - Toe maar.
"Ik verdronk bijna met de kinderen.
Gelukkig kwam er een visser langs."
Toevallig.
Een vissersboot midden in een storm...
Had u liever een dolfijn of een schildpad gehad?
Het is wat simpel.
Simpel?
Denkt u dat het simpel is om maandenlang nieuwe avonturen te verzinnen?
Hoe loopt het af?
Hij redt het.
Wie?
De dolfijn.
Nee, kapitein Neuville. - Natuurlijk.
Ik dacht aan het derde kind. - Dat is verdronken.
Ik had het kunnen redden. - U kunt niet zwemmen.
Nee, ik niet,
maar kapitein Neuville wel.
"Liefste Pauline, na de storm stopten we in Madras..."
...waar de drukkende hitte
de lucht zo dik maakte dat je hem bijna kon snijden.
"De manier waarop hindoes met hun hoofd schudden,
leverde misverstanden op."
Ik dacht dat een bediende me het hoofd bood,
terwijl hij het met me eens was!
En hoe harder ik sloeg, hoe meer hij schudde.
En hoe meer hij schudde, hoe meer ik hem sloeg.
"Uit kuisheid wassen de vrouwen zich met kleren aan..."
Maar als ze uit het water komen,
plakken de sari's op hun huid
en verschijnen er reeachtige tepeltjes onder de natte zijde.
"Op zondag, na de mis..."
Op zondag, na de mis...
"Bezoek ik..." - Ik weet het!
Op zondag, na de mis, bezoek ik de lepralijders
om deze mensen...
"Deze 'arme' mensen..."
Iedereen weet dat ze arm zijn.
Het accentueert het medelijden dat ze wekken.
Goed.
En wat als ik "de stakkers" zeg?
Dat is beter. - Zoals u wilt.
Respectvoller. - Goed.
Het is veel... - Ja, goed.
Om deze stakkers wat comfort te bieden,
want ondanks hun walgelijke uiterlijk blijven ze...
Eh...
Mensen.
Oh ja, mensen.
Mensen met behoefte aan warmte en mededogen.
Ziezo.
Het is geen vertoning voor gevoelige mensen.
Het is soms erger dan de gruwel van de oorlog.
Ik sloeg een flater bij mijn eerste bezoek.
Ik wilde een lepralijder groeten, maar kneep te hard in zijn hand
en rukte zijn hand af!
Er waren...
Wat doet u nu?
Het was maar een voorstel, maar u hebt gelijk.
Ik houd het simpel.
Met veel plezier en vol trots
neem ik deze onderscheiding in ontvangst voor mijn heldendaden.
En heel nederig,
want zoals u weet, maken de omstandigheden de held,
en niet andersom.
Ik heb trouwens goed nieuws voor u:
het derde kind is heelhuids teruggevonden,
gered door een schildpad die het vastgreep.
U ziet, alles is mogelijk!
Dank u!
Pauline.
Wat nu weer? - Ik ben moe.
Ga dan. Ik kom later wel.
Dag, kapitein.
Vindt u niet dat u ze eens terug moet geven?
Wat?
De brieven.
Dat kan ik helaas niet doen.
Hebt u ze vernietigd?
Dat leek me beter.
Vond u ze te...
Waren mijn brieven te...
Niet "te", maar een beetje...
Het waren geen loze woorden. Ik was bereid tot wat ik schreef.
Dat betwijfel ik niet. - Wel waar.
Ik ben een beetje moe.
Ik ga boven uitrusten in de laatste kamer.
Kapitein, hebt u even? - Uiteraard.
Ik wilde u enkel zeggen dat ik het weet.
Wat weet u? - Dat wat ik niet hoor te weten.
De mijn.
Dunoyer is geen kwaaie, maar hij kan geen geheimen bewaren.
Hij is een beetje...
Ik ben veel discreter dan hij, en bovenal...
veel guller.
We kunnen het morgenmiddag bespreken, bij mij thuis.
Ik zal er zijn.
Een glaasje champagne, meneer?
Ik neem de hele fles.
Ga niet verder.
Ik weet goed wat u van plan bent met die fles.
Ik ben ontmaskerd, dus moet ik wel bekennen.
Mooi.
Ik was op zoek naar u.
Ik zag u naar boven gaan
en ik kreeg een wat dwaas idee.
En waarom ook niet?
Waarom zouden we ons niet opsluiten in een van de kamers,
het even bijleggen
en de champagne zijn werk laten doen?
Is dat een "nee"? - Nee.
Het is geen "nee".
Alleen...
Ja?
Kijk me niet zo aan.
Waarom niet?
U brengt me van mijn stuk.
Echt? - Ja, dat geef ik toe.
Ik weet niet of het sinds uw terugkeer is
of dat het altijd al zo was, maar...
ook al verzet ik me ertegen,
het is zo duidelijk, u bent...
Wat ben ik?
U bent...
U bent...
Een idioot!
Wat pretentieus! Wat naïef!
Beste vriend,
hoe hield u het toch voor mogelijk
dat ik voor uw zogenaamde charme zou vallen.
Luister, Neuville.
Pauline is getrouwd en het huwelijk is heilig.
Laat haar met rust.
Ik snap het al.
U bent jaloers. - Jaloers?
Jaloers op uw zus.
Jaloers... en alleen.
Weet u waarom ik alleen ben? - Nee.
Omdat dat mijn keus is.
Dus nee, ik ben niet jaloers. Ik ben teleurgesteld.
Teleurgesteld? - Ja.
U bent mijn werk aan het bederven.
Neuville was verfijnd en subtiel.
U maakt er een karikatuur van. - Maar iedereen mag me.
Niet iedereen.
Prima. Nog een heel fijne avond.
In uw eentje.
Helemaal alleen.
Helemaal alleen!
Totaal alleen.
Pauline? - François?
Bent u het?
Ik wacht op iemand anders. - Ik ook.
Een ander keertje?
Eh, nee...
Kom mee.
Kom, schiet op.
Ik wacht hier al zo lang op! - Je wilt je held, hè?
Wacht.
Wat? - Praat eerst.
Waarover?
Over de vrouwen die je onderweg hebt ontmoet.
Hoe waren die? - Nou...
Dames van lichte zeden?
Prostituees? - Soms.
Waren ze lelijk en vies? Beschrijf ze me.
Ze waren lelijk en vies.
Met uitgevallen tanden? - Ja.
Wond dat je op? - Nee.
Jawel!
Want je was ten einde raad, toch? - Ja, precies.
Sterven van genot in plaats van in de strijd.
Een griet neerhalen met je sabel! - Absoluut.
Behandel me zoals hen. Als een slet.
Als een boerin in een veld. - Dat probeer ik...
Ik weet dat jullie daar zijn!
Kom daar meteen uit!
Ik weet ervan!
Pauline, dat kun je niet maken!
Vooruit. Laat je gaan.
Laat je gaan!
Sla me niet. - Sla mij dan.
Sla me.
Harder!
Harder! Sla me echt.
Zo. Kijk.
Heerlijk!
Ik verdien het. Ik was een stout meisje.
Straf me.
Krab me als een tijger. - Wat hebben jullie met tijgers?
Bevrijd het beest in je.
Ik beuk de deur in.
Begin zonder mij. Ik ben zo terug.
Ik ga het tegen mama zeggen.
Jij je zin, ik ga het zeggen.
Ik tel tot 3 en beuk de deur in.
Een... twee... drie!
Hopla!
Smeerlap!
Kom.
Zullen we het bijleggen? - Het bijleggen?
U ging te ver. Ik verklaar u de oorlog!
Ik vrees u niet.
Ik heb u gecreëerd. Ik kan u verwoesten.
Prima.
Ziezo, nu bent u alleen
en nog nat ook.
Dit zet ik u betaald!
Vanuit de duisternis stortten de Engelsen zich op ons!
Er volgde een hevige strijd.
Mijn kameraden stierven als vliegen en schreeuwden "Leve Napoleon"
met hun laatste adem.
Ik hoor ze nu nog.
Ik dacht toen dat mijn laatste uur geslagen had.
Maar ik zag een muurtje.
Ik rende erheen en sprong erop,
om zo van een hoogte
de vijand te dwingen zich bloot te geven.
Ik hakte vingers, handen, armen
en haar af!
Jullie krijgen me niet, stelletje Engelse schoften!
Dit is onze strijd! Leve het keizerrijk! Leve Frankrijk!
Sorry, Nicolas.
Iemand is zijn jas in de stal vergeten. Is hij van jou?
Nee.
Maar ik geloof dat hij van meneer Neuville is.
U hebt gelijk. Sorry.
Elisabeth...
Paulines handschrift.
Ja, inderdaad...
Nicolas, wat is er?
Wat afschuwelijk.
En die brief zat in de zak van Neuville.
Wat een belediging, wat schandalig!
Wat gaat u doen, Nicolas?
Twee laffe Engelsen grepen de vrouw en het kind
en bevalen me me over te geven.
U begrijpt mijn dilemma.
Ik wierp mijn sabel weg.
Ze kwamen op me af, met hun wapens.
Ik dacht dat ik zou sterven.
Alweer?
Jazeker, mevrouw.
En het went nooit.
Nicolas!
Hij is een hypocriet, een gluiperd...
en een schurk!
Meneer Neuville heeft nog steeds een oogje op Pauline.
Hij nam ons beet!
Deze brief is het bewijs!
Hij zat in zijn jas en is geschreven door Pauline.
Hij bewaart hem in het geheim op zijn hart.
Probeert u te zeggen, Nicolas...
dat u in zijn jas gesnuffeld hebt?
Wacht, dit is een misverstand.
Die brief heeft geen waarde.
Er staat vast een boodschappenlijstje op.
Goed, geen lijstje, maar deze brief is onschuldig.
Ik kan hem zelfs voorlezen om...
Nee, dat kan ik niet.
Genoeg, meneer.
Ik zie u bij zonsopgang in de weide. Als uitdager kies ik het wapen.
Het pistool.
Hij is gek.
Compleet gestoord.
Ik was nog niet klaar.
Ik heb me in u vergist.
U bent niet jaloers op uw zus.
Maar op mij. - Op u?
Absoluut. Bekijk uzelf eens.
U bent oprecht, serieus, eerlijk en trouw.
En wat krijgt u ervoor terug? Niets. Ze negeren u of profiteren van u.
Ik ben amoreel en verdorven,
maar waar ik ook kom, zorg ik voor geluk en vreugde.
Natuurlijk mag u me niet.
Maar ik vertrek niet.
U hebt straks de dood op uw geweten van die...
Wat was dat?
Luister, Nicolas...
dit gaat te ver.
Vindt u uw reactie niet wat kinderachtig?
Bent u niet een beetje lichtgeraakt?
Het hoeft zo niet te gaan.
Het is haar fout.
Nicolas,
ik moet helaas een aantal dagen weg.
Ik ben dus genoodzaakt ons duel uit te stellen.
Wilt u een gevecht?
Kom dan!
Nee, ik ben niet bang.
Nee, dit is geen angst, Nicolas. Weet u wat angst is?
Spring met me op bed en geniet van dit moment van vreugde.
Het is tijd.
Ja. Uiteraard. Ik wachtte op u.
Nicolas, mag ik u even spreken?
Je maakt geen schijn van kans.
Hoor je me?
Ik jaag een kogel door je voorhoofd en je sterft als een idioot.
Je wilde stoer doen, laten zien dat je ballen had...
Dat snap ik.
Het bevalt me zelfs wel.
Maar nu ga je je excuses aanbieden
en stoppen we hiermee voor het fout afloopt.
Goed?
Kies uw wapen, meneer.
Zijn er geen andere?
Hup, maak uw keus.
Goed. Ik neem dit pistool.
Dan neem ik dit pistool.
Nee. Pardon. Toch maar dat pistool.
Als uitdager is het aan meneer Bonvallet om de regels te bepalen.
Hij koos voor een afstand van 10 passen.
Is het niet tussen 12 en 15 passen volgens het reglement?
12.
Heren, op uw plaatsen.
Ga uw gang, heren.
Stop, Neuville.
U bent er.
Ah, ik was pas bij 11.
Heren, wanneer ik "laden" zeg, laden jullie de pistolen.
Wanneer ik "schiet" zeg,
schieten jullie.
Klaar?
Laden!
Stop!
Stop!
Ik smeek u, spaar Nicolas!
Ga weg, Pauline!
Ja, ga weg, juffrouw.
Alstublieft.
Het klopt, u was mijn idool.
Ik was ontdaan door uw terugkeer.
Ik geef toe dat ik ontroerd was dat mijn brieven u wat deden.
Maar ik houd van Nicolas. Hij stond altijd voor me klaar.
Zoals u ziet, is hij dapper.
Neem me hem niet af.
Ik doe hem geen pijn,
ik neem hem u niet af.
Kalmeer.
Dat ik u moest doden, bedroefde me al,
maar Pauline leed bezorgen wil ik niet.
Ik moet dus wel afzien van dit duel.
Verdedig uzelf!
Toe, Nicolas.
Wees redelijk.
Nee, ik eis genoegdoening.
Hij... - Ik wil mijn eer redden!
Jouw eer! - Mijn eer?
Sinds wanneer geef je daarom?
Hoezo?
Toen die koopman me gisteren avances maakte,
dacht je er toen aan?
Hoe bedoel je? Hij was galant, meer niet.
Galant?
En wanneer je moeder me als een bediende behandelt?
Toon wat respect. - En jij dan?
Toon je respect als je snurkt? - Dat komt door mijn tussenschot.
Je vraagt nooit naar mijn dag. - Je doet niets.
En die oerlelijke laarzen van je, die je zelfs in de slaapkamer draagt.
Hoe vaak vroeg ik je ze uit te doen?
Ze stinken! En je voeten ook! Ze zijn ranzig!
Ga eens naar de dokter, of liever naar een aflegger.
Je voeten zijn dood!
Wat?
Nicolas, mag ik even?
Ja, leg het hem uit, kapitein.
Wees ferm.
Daar wordt hij hard van. Dat is ook een probleem.
Jazeker.
Het moet sowieso knallen. Het kan zo niet langer.
Het moet eruit.
Vecht maar, ik maal er niet om.
Sterf maar, ik red me wel.
En je moeder ziet de kinderen nooit meer.
Dat garandeer ik.
Hup, opgeruimd staat netjes.
Is het zover?
Is meneer klaar met zijn kuren?
Heb je wat te zeggen? Wil je dat ik je troost?
En nu houd je je mond.
Vooruit. Kom mee.
We gaan naar huis.
Krab me! Harder!
Als een tijger!
Sla me!
Papa?
Mama?
Oh, ben jij het?
Wat doen jullie nu?
Hetzelfde als de rest.
We investeren. - Investeren?
Waarin?
In de diamantmijn van Neuville.
Pak de goudstaven. - Ze zijn op.
En de eigendomsaktes.
We zouden nooit kwaadspreken over Loiseau of Dunoyer.
Ze vormen goed gezelschap.
Uiteraard.
Maar wat zaken betreft, zijn ze wat...
Hoe zeg je dat?
We denken dat we een beter aanbod hebben.
Veel beter.
Als ik u er zo vanaf kan helpen...
We moeten praten.
Ik ben bezig.
Het is zo gebeurd. - Ik ben zo terug.
Nee, niet daar!
Dag, mevrouw. - Dag.
Een vriendin.
Nee. Daar ook niet. - Dag.
Waar dan wel? - Kom met me mee.
Ik weet wat u van plan bent. Het is diefstal.
Schreeuw niet.
Ik schreeuw als ik dat wil!
U besteelt die arme mensen.
Allereerst zijn ze niet arm.
En zij willen investeren in de diamantmijn.
Die niet bestaat.
Die niet bestaat. - Goed...
Hoe denkt u nu weg te komen met zo'n leugen?
Laat me aan het woord. Ik heb nagedacht. Het is simpel.
Blijf van me af.
Ik heb een piramideachtig systeem verzonnen.
Ik los de eerste investering af met de volgende twee.
En die weer met de volgende vier,
enzovoort.
Met voldoende investeerders lukt dat wel.
Slim. - Precies.
Heel slim.
En het risico is laag. - Maar er is risico.
Er is risico, maar het is slim.
Het werkt.
Het is slim. - Ja. Klopt.
Het is totaal immoreel! Jazeker.
Hoor eens,
ik wil niet dat de halve stad, mijn familie incluis,
door u bestolen wordt.
Of u doet een bekentenis, of ik doe het voor u.
Dat wordt een schandaal.
Jammer dan.
Goed dan.
Ik ga morgen bij uw familie langs.
Wat? - Morgen?
Ik vertrouw u niet meer, Neuville.
Vertel ze het nu meteen.
Onmiddellijk.
Nu.
Mag ik mijn overjas gaan halen?
Kapitein Neuville.
Oh, wat een verrassing.
Het is altijd een genot om u te zien.
Kom zitten en geniet van dit heerlijke moment.
Bedankt, mevrouw,
maar de reden van mijn komst dwingt me te blijven staan.
U bent erg mysterieus vandaag.
Ik heb u wat te zeggen.
U maakt ons nog bang, kapitein.
Zeg op, we luisteren.
Wat ik ga zeggen, zal een verrassing voor u zijn,
of een schok,
maar ik heb dit al veel te lang op het hart
en ik moet het nu bekennen.
De genegenheid voor uw familie,
mijn diepe, eerlijke toewijding,
brengt me er vandaag toe...
om u om de hand van Elisabeth te vragen.
Zo zullen onze vriendschappelijke banden familiebanden worden.
De smeerlap. De smeerlap.
De leugenaar.
Wat een leugenaar.
De oplichter!
De oplichter!
De bedrieger!
We moeten deze man uit ons huis jagen. Hij is de duivel!
Hij zal ons verwoesten en onteren! - Genoeg, Elisabeth.
Mama, luister naar me. Ik ken zijn plannen.
Alles is gelogen!
Echt alles! Alles is verzonnen.
De tijgers, de reis, Indië,
de schildpad,
de diamanten...
Alles is gelogen!
Ik heb alles verzonnen!
Op de diamanten na. Dat was hij.
Want ik steel niet, meneer.
De gemene leugenaar! De schurk, de schoft!
Hij maakt plannen.
Hij denkt na.
Ik zag hem uit de koets komen.
Ik zag die man rauwe makreel eten!
Zo!
Rauwe makreel! - Genoeg!
Papa...
Je gaat te ver!
Ga je kalmeren.
Nu meteen! Ik wil je niet meer zien!
Ik ben Neuville... - Naar je kamer!
Vooruit!
Zo is het genoeg!
Ik ben kapitein Neuville!
Neem me niet kwalijk...
Elisabeth was altijd al koppig wat het huwelijk betreft.
Maar nu gaat het verder dan we voor mogelijk hielden.
Ik begrijp het niet.
En ik haat makreel.
Juffrouw Elisabeth, ik heb eten voor u.
Geen honger.
U hebt sinds gisteren niets op.
Juffrouw...
Wat zijn dat voor schoten?
Het artillerieregiment van generaal Mortier-Duplessis.
Hij is er sinds gister.
Er zouden Kozakken in de regio zijn.
Kapitein. Wat leuk u te zien.
Juffrouw Beaugrand. Insgelijks. - Kom met me mee.
Dag, heren. - Compagnon.
Beste vriend.
Kapitein, daar bent u. Ik vertelde de generaal net over u.
Generaal Mortier-Duplessis, dit is kapitein Neuville.
Dag, kapitein.
Ik geloof dat uw reputatie u vooruitsnelt.
U doet me te veel eer aan.
"Generaal".
Generaal.
Pardon.
Wat bekokstooft u? - Niets.
Ik dacht dat u blij zou zijn
om een echte veteraan van het leger te spreken.
Hij prikt zo door uw fabels heen.
Het verhaal is uit, kapitein.
Dat van een man die dacht te kunnen liegen.
U bent totaal geschift. Ze gaan me fusilleren.
Probeer me niet bang te maken.
Wat denkt u dat ze doen? Me op de vingers tikken?
Ik ben gedeserteerd.
Ik kom voor de krijgsraad en het executiepeloton.
Ik wilde enkel...
Wat? Me straffen? Winnen?
U wint niet. Ik verlies.
Nu iedereen hier is,
kunnen we aan tafel gaan.
Zeg eens, kapitein, ik hoorde dat u het leger eer aandeed.
Niets bijzonders, generaal. - Toe, kapitein.
Voor de dag ermee.
Generaal, dit is een man die in zijn eentje
standhield tegen 2000 Engelsen.
2000?
Ik heb ze niet geteld. Misschien waren het er wat minder.
Hoe dan ook, hij deed Frankrijk eer aan.
Net zoals bij de veldtocht tegen Oostenrijk, nietwaar?
Was u in Oostenrijk?
Ik wil wat aankondigen.
Generaal, beste vrienden,
allerliefste ouders...
Ik wil van deze mooie gelegenheid gebruikmaken om te zeggen...
dat ik besloten heb het aanzoek van de kapitein te aanvaarden.
Proficiat.
Champagne!
Champagne voor iedereen.
En laat de muzikanten komen.
Vooruit.
Zeg eens, kapitein,
u hebt in Oostenrijk gevochten, dus was u in Essling?
Ja, die eer had ik.
Een flinke veldslag.
Ik vraag me nog af hoe Napoleon zich eruit redde.
Ja, ik ook.
Pardon?
Kijk aan!
Daar zijn ze.
Muziek!
Vooruit!
Vooruit, generaal.
Kom dansen. U bent de chef.
Nee, dank u.
Elisabeth, genoeg. Laat hem met rust.
Beaugrand, grijp in.
Genoeg!
Elisabeth, kom mee.
Ongelooflijk.
Ga zitten.
Mocht u besluiten toch niet met haar te trouwen,
dan zouden mijn vrouw en ik dat begrijpen.
En nu, kapitein...
vertel ons wat er gebeurd is in Essling.
Wat er gebeurd is in Essling?
Het was een mooie dag.
Napoleon had vier veldslagen in vijf dagen gewonnen.
En die ochtend, terwijl we een rivier overstaken,
stortte de brug onder ons in.
Een deel van het leger...
raakte geïsoleerd en zat in de val.
De Oostenrijkers plaatsten hun artillerie...
en Napoleon liet de cavalerie aanvallen.
We reden op ze af, hoogmoedig,
roekeloos.
Maar de Oostenrijkers schoten voor we er waren.
Ik weet niet hoe lang het bloedbad duurde.
Een uur...
Een paar seconden...
Mijn herinneringen zijn vaag.
Een hels kabaal.
De grond ontplofte.
Ruiters werden de lucht in geworpen.
Het hoofd van Joubert werd losgerukt door een kanonskogel,
en zijn lichaam zonder hoofd bleef doorrennen.
Mijn paard steigerde en viel.
Zijn warme bloed liep over mijn gezicht.
Naast me bekeek een man zijn ingewanden.
En nog een man...
wiens arm nog maar aan één ader vastzat.
Ziezo.
Er stierven 300 soldaten
in een stortvloed van vuur en staal.
300 verminkte lichamen verspreid over de vlakte.
300 mensen die stierven, in een oogwenk.
Generaal.
Mijn hemel, dat is...
Maar hoe wist u zo'n slachting te overleven?
Door hard te rennen.
Zo ver mogelijk weg.
Door hard te rennen!
Uitstekend!
Uw bescheidenheid siert u, kapitein.
Soldaten kunnen vechten, maar als we erover moeten praten,
zijn we zo preuts als jongedames.
Generaal...
De Kozakken zijn gezien op 5 mijl van hier.
Wat een aasgieren.
Maak de kanonnen klaar. We gaan op ze af.
Mevrouw,
meneer,
de plicht roept,
en ik moet zoals altijd gehoorzamen.
En wat die Kozakken betreft, wees gerust, die lust ik rauw.
Dag, dames en heren.
Het spijt me.
Wat is er aan de hand? - Niets.
Het lijkt u niet te bevallen. - Jawel.
Was het te...
Of juist niet...
Nee.
Alleen... hoe moet ik dat zeggen...
Ik denk dat ik me...
me er niet bij kan neerleggen dat u...
Zo direct bent? - Nee.
Menselijk?
Nee.
Rechtdoorzee?
Nee. Laf.
Ja, dat klopt.
Goed...
Als we geen geliefden kunnen zijn, wellicht vrienden?
Nee, geen vrienden.
Eerder compagnons.
Compagnons? - De diamantmijn.
De piramide.
Ik wil mijn deel.
Wat een kreng!
Heerlijk.
Goed. Ik heb veel gebreken, maar ben niet ondankbaar.
En ik ben hier deels dankzij u.
Dus geef ik u...
10%.
Ik wil 50%.
Geen sprake van. - Waarom niet?
Dan verdienen we evenveel. - En?
U bent een vrouw. - Het is 1812, niet de middeleeuwen.
U moet eens stoppen met die vooroordelen.
Maar 50%...
49.
Echt? Waar? - In het bos.
Hoeveel man? - 50!
Mijn hemel. Kapitein, kom snel!
Mijn hemel, de Kozakken zijn op één mijl.
Hij heeft ze gezien.
En de generaal? - Misleid.
Ze zijn hier binnen een uur.
Ze zullen ons afslachten!
Rustig aan.
Iemand moet naar de generaal. - Ik.
Ik dacht aan Nicolas.
Ik ben hier nodig.
U rijdt het snelst en de kapitein regelt de verdediging.
Alstublieft...
Pas op voor de meubels. Ze zijn fragiel.
Wat vindt u? Hier hebben we een groter bereik, toch?
Ja, prima. Doe het maar zo.
Kapitein!
Laten we deze ruimte opgeven en ze hierheen lokken.
En we vallen van boven aan. - Ja. Niet gek.
Maar dan zullen ze ons uitroken. - Daar zit wat in.
Dan laten we het kogels regenen. Dat zal ze vast afschrikken.
Ze zullen gewoon wachten tot onze kogels op zijn.
Inderdaad.
Gun me wat tijd om de beste tactiek te bepalen.
Zet hem op de tafel. Vooruit.
Wat doet u nu?
We moeten weg, Elisabeth. Nu meteen.
Weg?
Dat meent u niet echt.
U kunt zich geen voorstelling van de gruwel maken.
Het zijn monsters.
Wilde beesten.
Vaarwel, kapitein.
Opschieten, opschieten.
Help me de deur barricaderen.
Pas op het stof. Maak jullie niet vies.
Mijn hemel!
Kom kijken!
Ik heb echt geen zin om te sterven.
Vooruit, vuur!
Veel beter.
Ga uw gang.
Toe maar, toe maar...
Ik ben zo gelukkig.
Wat een heerlijk weer.
Het is echt verrukkelijk.
Dag, kapitein.
Heren.
Dit is niet het goede moment... - Totaal niet.
Maar we wilden vragen...
Ik geloof dat de termijn ruimschoots verstreken is wat betreft...
Wat betreft de winst.
U hebt absoluut gelijk.
Dit is echt niet het moment.
Dag, dames.
Dag, kapitein.
Wat?
Vraag me ten dans.
Kapitein...
Napoleon beveelt ons meteen naar Leipzig te gaan.
Meteen? Nu onmiddellijk?
Laat de Pruisen zien wie u bent!
Voor de kapitein:
Hiep, hiep... - Hoera!
Vertrek niet, je zult sterven.
En de eer en de plicht dan?
Dat zijn maar woorden. Ik wil dat mijn man blijft leven.
Ja, maar ik ben kapitein Neuville.
Wat ga je doen?
Ik ga je kussen.
Zul je schrijven? - Elke dag.
Dat beloof ik!
Wat doet hij nu?
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.