Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Verrader. Ik voel mij zo'n sluwe vos.
Ik wist het gewoon: William, jij bent gemaakt om een verrader te zijn.
Dat machtige gevoel is wel een beetje kicken,
om te weten: ik heb het hier straks voor het zeggen.
Ik heb heel de dag tegen jou gelogen.
Dit gaat ver, hoor.
Ik viel echt van mijn stoel, hè.
Ik voel mij nu gemanipuleerd.
Wacht, Jonatan, even...
Godverdomme.
Ja, jongens.
Nee, nu ben je het aan het omdraaien.
Fuck.
Dat kan toch niet, jongens.
Oké. Let's go, let's go.
Ja. - Pak dat daar.
Vlug, vlug.
Dag, bondgenoten. Welkom in Frankrijk.
Ik ga geen sleutel pakken.
Ik pak hem mee. Ik pak de sleutel.
I'm here to play a game, so... - Ik neem een sleutel.
Die gaan niet blij zijn.
Net een klein kind dat op de draaimolen ineens de flosj pakt.
Ja, ik zie het als Lotte echt zenuwachtig is.
Ze vertrouwt mij honderd procent, dat is wat ze uitspreekt.
Nu moet ik echt dat vertrouwen helemaal schaden.
Servaas, wil jij zeggen wie je hebt?
Dat komt wel binnen, ja.
Niemand?
Oké.
Maar ik ben er nog, hè. Dat is de essentie.
Tja. En nu?
Alleen eten, ga ik ook niet doen.
Ik ben zo blij dat jij er bent. Ik zat hier alleen.
Dag Julietje.
De toon is meteen gezet, hè.
Je weet: ik kan elke dag eruit liggen
en ik moet hier keihard op mijn tellen passen.
Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien...
Veertien, vijftien, zestien, zeventien, achttien, negentien. Ja.
Negentien, dus... geen twintig. - Er is één weg.
Het is echt... tsjakka. Dag één.
Ik ben superhard bezig met het spel en ik kan mij erin verliezen
omdat ik het heel hard wil winnen als bondgenoot.
De mens die 'deelnemen is belangrijker dan winnen' heeft uitgevonden, ja...
Wie is die mens? Ik snap dat niet.
Deelnemen is leuk, maar winnen is zo veel leuker.
Hey.
Kussen we? - Hoi.
Hoe is het? - Amai. Goed.
Hoi. - Goed geslapen?
Ik heb ongelooflijk goed geslapen. - Ja?
Ja. Ik heb nog in mijn schrift mijn drie verdachten na dag één gezet.
Ik ga dat elke dag doen. - Ah, dat is wel slim.
En dan zien hoe dat verandert.
Ik heb wel mensen die ik vertrouw, maar ik weet het gewoon nog niet.
Iedereen kan een verrader zijn. - Ik weet het gewoon nog niet.
Ik vind het wel leuk om zo wat vanuit een underdogrol te starten.
Ik weet niet of ze mij snel zouden verdenken of niet.
Het zal even in hen opkomen en dan zouden ze denken: nee.
Toch niet William? Verrader? Nee.
Still alive, bitches.
Hoe is het? - Ja, ça va.
Een beetje opgelucht. - Ja?
Ik had toch schrik om wakker te worden met een enveloppe of zo onder de deur.
Ik heb nog altijd zoiets van: gewoon rustig blijven. Niks aan de hand.
Zelfs al zou iemand je beschuldigen, niks aan de hand.
Heb jij ervan wakker gelegen? Of niet echt?
Nee, ik heb het over mij heen laten gaan. - Ik ook.
Hey. Slonske. - Hello.
Goeiemorgen, morgen... - Goeiedag.
Fris als een hoentje? - Nee.
Ik was toch wel een beetje gespannen uiteindelijk.
O, nee. - In godsnaam.
Hallo. Goeiemorgen.
Het was te denken dat het die twee zouden zijn.
Het was een korte nacht. Ik heb keiveel theorieën zitten opschrijven
en ook liggen denken:
stel dat er iemand wordt vermoord waardoor ik verdacht word.
Ik heb echt pleidooien liggen schrijven, tactieken liggen uitwerken.
Ik heb berekend hoeveel mogelijke duo's je kunt maken,
hoeveel mogelijke trio's je kunt maken met 19 mensen. Het was echt veel te veel.
Wie is het?
Ja, ja.
Goeiemorgen. - Schoon volk.
Goed geslapen? - Nee, ik heb niet heel goed geslapen.
Je bent laat in slaap gevallen, of wat? - Je was laat op je kamer, misschien.
Nee.
De verraders gaan moe zijn. - Ik zat te piekeren. Ik kon niet slapen.
In het torentje vind ik het heel gezellig,
maar dan aan de tafel had ik tot nu toe zoiets van...
Ik zat met gekrulde tenen. Dat wil jij niet weten. Amai.
Ik denk dat het halftwee of twee uur was wanneer ik pas sliep en dan...
Zo laat? - Ja, en dan tot acht.
Het is gewoon: als je on the spot ineens iets hoort, moet je goed reageren.
En bij sommige mensen weet ik dat dat bij mij moeilijk gaat gaan.
Heb je lang in het conclaaf gezeten?
Ik heb niet in het conclaaf gezeten. Nee, nee. Ik heb niet in het conclaaf gezeten.
Gilles praat mij onder tafel. Slongs praat mij onder tafel.
Die wil ik er eigenlijk zo snel mogelijk uit hebben.
Ja, ja. - Goeiemorgen.
Good morning.
We're alive.
It's alive.
Lekker geslapen? - Ik voelde me nog redelijk safe
omdat ik die wapenkamer had gehad. - Ah ja, tuurlijk.
Er liggen altijd mensen op de loer,
mensen die in de gaten gaan hebben dat er iets speelt,
mensen die je gaan uitvragen, mensen die je onder de loep gaan nemen.
Dus ik denk dat het heel belangrijk is om alert te blijven
en om een goed team te vormen
met mensen met wie je een goeie band hebt, zoals Dorianne.
Ik hoop echt dat Dorianne nog komt. - Ja, dat is je maatje.
Ja, ja. En dat is ook een supergoeie speler, dus ik hoop niet dat ze...
Ze houdt zich zo mooi op de achtergrond, hè.
Ik heb goed geslapen. Ik had het schild.
Ik wist dat ik niet vermoord kon worden,
maar ik zie niet in waarom ik zou zeggen dat ik het schild heb.
Ik heb geen seconde getwijfeld.
Ja, maar ja, het leven draait soms op rare paden, hè.
Ja, maar het is spannender, want die verraders gaan door.
Aan de ronde tafel denk je: ah ja, dat doe je samen.
Ik ga even koffie nemen, want...
Ik was superblij dat ik nog leefde.
Dan kom je binnen en dan is iedereen zo ontzettend blij,
dus ik dacht: oké, ze weten allemaal wel dat ik betrouwbaar ben
en een goed persoon ben.
Ça va, iedereen? - Ja, ja.
Zeg, ik wil ook nog een knuffel. Zo even. Ja, maar ja, je leeft nog.
Had je getwijfeld? Je was er toch al door hè, gisterenavond.
Was het niet al beter? - Jawel, jawel,
maar ik heb alle uren van de nacht gezien. - Alle uren zien we dan, ja.
Maar dan direct ga je zitten... en zijn er nog maar twee stoelen.
Dan moet je al kijken: ah shit, ja. Wie is er nog allemaal niet?
Dus Dorianne, Servaas... - Hans.
Als Servaas geen verrader is. - Allebei, allebei.
Dan is dat een heel bedreigde, denk ik.
Ik denk: als verrader moet Dorianne eruit, denk ik. Ze is te slim.
Die komt te verstandig over en heeft te goeie theorieën.
Sinterklaas is er.
Ik ben zo blij. What the fuck.
Ik had echt kippenvel toen je binnenkwam. - Amai, ik had dat ook zo erg gevonden.
Op dit moment gaat Lotte niet uit mijn hoofd als mogelijke verrader,
maar ik heb geen harde argumentatie. Die moet ik nog altijd verzamelen,
dus ik moet nog even wachten om het te delen.
Jullie zien er allemaal zo goed uit. - Dank je.
Moet ik aan de kop gaan zitten? Wij moeten nog praten.
Dat is een beetje Wie Is Het?
en iedereen die binnenkomt, kun je al aftikken.
Dat is tik, tik, tik en dan zijn er nog twee over.
En één van die twee hangt eraan, hè.
Hallo.
Ja, Servaas is dood, jongens.
Dan begint je hoofd alle kanten op te gaan.
Waarom Servaas? Wat wist die mens...
dat anderen niet wisten?
En vooral: wat wist hij dat heel slecht uitkwam voor de verraders?
Hij was heel op de achtergrond, maar hij was keigoed in observeren.
Dat zullen de verraders ook opgemerkt hebben.
Ja, of Servaas heeft tegen een verrader per ongeluk gezegd van:
Dat is de enige wie ik verdenk. En net tegen de...
Dat zou weleens goed kunnen.
Allee, jongens, ik zou zeggen...
op Servaas. - Op Servaas.
We love you.
Goeiemorgen.
Voor sommigen was het een heel heftige nacht.
Anderen hebben heel lekker geslapen, maar er is gemoord.
De eerste dode is gevallen. Het was onze lieve dokter Servaas.
Eén: we moeten kijken wie we willen vermoorden.
Maar twee: we moeten misschien ook al nadenken wie we willen verbannen.
Ik denk dat de beste keuze zal zijn om te horen:
oké, wie zijn spelers op wie mensen zitten?
Maar ik weet niet of er al mensen zijn die naar voren komen als verdachte.
Momenteel hoor ik nog van niet heel veel mensen, alleen van Hans...
Amine. - Amine heb ik ook al veel gehoord.
We gaan morgen nog wat mensen proberen verdacht te maken.
Bijvoorbeeld Amine, daar zijn we ook wel bang van,
dus die gaan we toch moeten in de verdachtenhoek brengen.
Als zij zich moeten verdedigen, hebben ze geen tijd om aan te vallen.
Dat is belangrijk voor ons.
En om te vermoorden... Servaas?
Die is aan het observeren. Je hebt daar wat schrik van?
Ik heb daar ook wat schrik van, omdat dat een heel slimme mens is.
Hij is zich op de vlakte aan het houden, maar hij ziet superveel.
Dan zou ik ook voor Servaas gaan, maar met pijn in het hart.
Jij mag het opschrijven. - Oké.
Servaas is superintelligent, hè. Allee, ik bedoel: hij is dokter.
Hij is het gewoon om heel veel info op te slaan,
heel veel dingen te weten, theorieën te maken, hypotheses te stellen,
dus hij is sowieso een bedreiging voor de verraders.
Dag Staf.
Jij ziet mij niet graag komen, denk ik. - Waarschijnlijk niet, hè.
Ik heb een brief voor jou.
Servaas, je bent vermoord.
Ik dacht het al. - Ja?
Had je dat verwacht? - Ik had het gevoel.
Hoezo?
Ik weet het niet. Ergens heb ik... Ik heb met iedereen gepraat.
En waarschijnlijk hebben mensen snel door dat ik ze snel doorheb.
Ze gaan mij niet vermoorden als ze zich niet bedreigd voelen,
dus waarschijnlijk gaan zij gezegd hebben van:
het is een sterke pion, we gaan hem uitschakelen.
De verraders waren bang van jou, denk je? - Ik denk het wel.
Dat is duidelijk, hè.
Ergens is dat misschien een compliment. - Ik zal het zo beschouwen.
Ik vond het supertof dat je meedeed. - Ik heb ook heel graag meegedaan.
Veel te kort. Succes. - Merci.
Ik denk dat de kunst hier zal zijn om mensen te lezen
en daar was ik vanaf het eerste moment dat ik ben aangekomen mee begonnen,
met vertrouwen te winnen van mensen en mensen te lezen.
Misschien heb ik dat iets te obvious gedaan.
Geen schild noch medicijnen konden hem helpen om dat te overleven.
Een schild dat in het bezit was van iemand van jullie vannacht.
Ik ga de vraag stellen. Je hoeft er niet op te antwoorden,
maar ik ga de vraag wel stellen: wie had het schild?
Boeiend.
Ik vind het heel dom dat je dat niet zegt. - Ja, want als we daarachter komen...
Dat zou ik toch niet doen.
Dan moet het een verrader zijn, want anders zeg je het gewoon.
Dat is de conclusie die we nu trekken.
Als je een bondgenoot bent, had je het allang gezegd.
Ik dacht: nee, Astrid, hou je bij je plan. Hou je bij je plan. Je zegt het niet.
Wie had het schild? - Ik heb het niet.
Ik ook niet.
Dat kan toch niet?
Je kan het nu wel zeggen, want het schild heeft geen enkele betekenis meer.
Geniet nog even van het ontbijt. We zien elkaar zo meteen.
Ja, we moeten eerst even... Wie zat er in de auto die dat kon?
Voilà.
En wie heeft...
En wie heeft er een sleutel gepakt? Die blijven over om te praten, hè.
Voilà.
Kun je dat nu geloven? Allee.
Maar komaan.
Zeg dat nu, want anders wekt dit alleen nog meer...
Waarom, waarom?
Ik denk dat het alleen maar in de persoon zijn eigen nadeel speelt.
Zijn of haar eigen nadeel, en dat gaat heel gevaarlijk zijn.
Roman, jij had het schild niet? - Nee.
Ik merkte dat Amine en Jonatan, en ik denk Gilles ook,
heel erg mijn richting uitkeken. Ineens realiseer je je van: o, shit.
Zonder dat ik het wist, liep ik ineens het risico om verdacht te zijn.
Allee, niemand, zeg. - Allee, mannen.
Het heeft geen voor- of nadelen meer naar de verraders toe of je het zegt of niet.
Nu wordt jullie groep ook wel meteen een beetje verdacht,
want wij denken nu... - Julie, heel onze groep ineens?
Ah ja, maar ja. - Tuurlijk. Je kunt niemand uitsluiten.
Als daar...
Het verbergen voor het conclaaf is zorgen dat je je groep beschermt,
maar nu het gedaan is, is er iemand aan het liegen.
We hadden allemaal afgesproken dat we het niet gingen zeggen voor het ontbijt,
wat niet betekent dat je het daarna moet zeggen, maar ik had zoiets van:
ik zou het gewoon hebben gezegd.
Oké, ik ga bezwijken voor de groepsdruk. Ik heb het schild.
Astrid. - Goed, Astrid.
Ik dacht het. Je zei al niks. Je bleef echt gewoon zwijgen.
Oh, jongen, Astrid. - Dank je.
Als ze van in het begin had gezegd: Guys, ik heb het...
Of niet, dat had niet uitgemaakt, maar dan had ze moeten kiezen
en niet het ons drie keer laten vragen om dan pas toe te geven: Ja, ik heb het.
Dus als ik nu al een naam zou moeten opschrijven,
is het Astrid.
Wel goed dat ze het zegt. - Ik vind het gevaarlijk.
Langs de andere kant gaat iedereen nu onthouden dat ze goed heeft gelogen.
Er kunnen veel mensen goed liegen. - Tuurlijk. Sowieso.
Ik begin het heel moeilijk te vinden om in te schatten
wie ik geloof en wie ik niet geloof.
Dat is heel spijtig voor haar, maar ze heeft zich daar zo verdacht mee gemaakt.
Hupsa. My ladies. - Thank you, my darling.
Ik ben zo'n zwakkeling. Ik ging echt mijn mond houden.
Ik weet het niet. Ik denk dat ik onder de druk ook zou...
Dat was het letterlijk. Er werd druk gezet en ik dacht: ja, mannekes, nee.
Wat mij stoort, is dat er drie mensen zijn die eigenlijk alle info hebben
en zo mensen kunnen bespelen. Dat zijn echt poppenspelers.
Zij weten: iedereen is bondgenoot en wij hebben elkaar.
Hup, hup, hup, laat ze maar dansen. Maar wij als bondgenoten weten niks.
Wij staan echt te wachten om vermoord te worden.
Echt gewoon in de rij voor de slachtbank. Dat is toch?
We hebben de kracht van de meerderheid, maar die werkt niet aan die tafel,
want sowieso word je uit elkaar gespeeld.
Ik dacht: als ik nu niet zeg dat ik het schild heb,
gaan ze dat niet weten en hebben ze misschien vijf minuten iets gehad van...
Zo die frustratie gevoeld van het niet weten.
Dat was eigenlijk mijn insteek.
Ik zou het niet over mijn hart gekregen hebben
dat een Roman geviseerd zou worden, of Gilles of zo.
Ze begonnen dan echt zo...
Maar Roman... - Stom, hè.
Ik heb een beetje spijt,
omdat ik mezelf natuurlijk verdacht maak door zo'n actie. Dat besef ik heel goed.
Maar dus Astrid heeft een schild, de zeven andere mensen dan niet.
En Astrid zou het niet zeggen om de verraders een lastig gevoel te geven.
Ik vond dat een heel opmerkelijke keuze.
Waarom wil je niet eerlijk spelen? Waarom wil je niet dat iedereen open is?
Het maakt haar dubbel verdacht, dus ik ga Astrid in het oog houden.
Jij gaat rijden, hè.
Allee, wat staat er ons nu weer te wachten?
Een avontuur, hè. Elke dag een avontuur.
Oké. - Niet te rap, hè.
Hallo. - Hallo.
Dames. Jullie krijgen van mij een headstart.
Jullie mogen iets eerder vertrekken.
Pak je leesbril maar. - Het is een speciale route.
Let goed op.
Een speciale route?
Je volgt alleen wat ik daar opgeschreven heb.
Oké, Staf. Dat gaan we doen, hè. - Keigoed.
Let goed op en we zien elkaar straks op het afgesproken punt.
Goed? Tot zo. - Oké, goed.
Headstart, wat wil dat zeggen? - Ik begin al te beven.
Verlaat het terrein... Doe maar. ...en sla rechtsaf naar Béguin.
Sla... Rustig. Rustig.
Sla rechtsaf naar Béguin, maar verlaat eerst het terrein.
Pas op, dat is hier een bocht. Rustig. Niet te rap ook, hè.
Goed rondkijken.
Zeg, maar je rijdt tamelijk rap. Ik heb het maar half gezien.
Nee, maar als we iets zien, moeten we vertragen.
Forêt de Tronçais. Parfait.
Urçay, dertig kilometer. - Urçay, rechtdoor.
Trente kilomètres. Kun je wat Frans? - Oui.
Wel zorgen dat je geen boete hebt. - Ik ben zo opgefokt.
Niet te rap, niet te rap. Dat is hier tof. Oh, dat was hier leuk.
Met vlindertjes en kabouters. - Focus.
Ingeborg, I love you, je weet het, maar...
zwijg eens een minuut.
Herken je hier fauna en flora?
Jij weet toch alles over de keuken. Kruiden en zo.
Restaurant Chez Suisse. - Jij moet dat onthouden, echt waar.
Jij onthoudt toch goed restaurants? - Wat was het?
Maar ja, dat is belangrijk. Dat laatste. - Dat kan niet.
Ja, we werden een beetje gek van mekaar,
maar ik denk dat Sofie nog gekker werd van mij.
Rustig, rustig. Wacht hè, wat staat er daar?
Dus... - Daar. Rij eens wat dichter.
Hier is er iets met groen. Wacht, hè.
Acht. Gewoon groen, acht.
Dat was ineens: Oké, dat zijn hier paaltjes met kleurtjes en cijfers.
Laat ons daarop focussen.
36. Een groen bordje.
Wat hadden we nu, 8 en dan 36? - Ja.
8, 36.
Hier, wacht, wacht. - Zwarte paal.
Hier is nog zo'n paaltje. Een beetje dichter.
Wacht. Eén. - Dat kan ik onthouden.
1, 8, 36. - Nee, nee. 8, 36, 1.
Dat zit nu zo. 8, 36, 1.
1, 36. Ja, 36. 8.
8, 36, 1. - Wees eens stil.
En dan een grijze 9.
Hier. 9. - Ah, 9.
9, grijs. - Concentratie.
Maar we onthouden het. 8, 36, 1, 9.
Rustig. Paaltjes, paaltjes. Oh my god, nog een paaltje.
Geel, vijf.
Stop. Weer bordjes. - Zeven. Geel, zeven.
Geel, zeven.
Jongen, jongen. Dat is een 4x4. 8, 36, 1, 5, 7.
Dan zie je de kleuren die wij gezien hebben:
geel, grijs, groen... En dan wisten we het: fuck.
We hadden meer naar die paaltjes en naar die cijfers moeten kijken.
Wij gaan naar water, ik zie het al.
Hoe zou het met Sofie en Ingeborg zijn? Daar, denk ik. Ze zitten te zwaaien.
Kom. - Allee kom, gastjes.
Ik zag Sofie en Ingeborg staan
en ik zag Ingeborg echt met alle macht van haar leven op haar vingers tellen
en met de ogen dicht focussen. Ik dacht: o, dit kan alle kanten uit.
Dag iedereen. Neem even plaats.
Haast je.
Ingeborg is ook een geslepen vos, denk ik, hoor.
Zo... Ja, die was zo hard bezig met: Mannekes, komaan, we moeten beginnen.
Ik vond het een tikkeltje overacting, als ik eerlijk moet zijn.
Vijf, zeven. Vijf en zeven was toch geel, hè?
Je bent de meest betrouwbare
en dan komt er iets zeer ouds in mij naar boven
van immense verantwoordelijkheid. En dan... Ja, dat is all the way.
Dat is echt heel intens, hoor. Ik weet het.
Het spijt mij, maar het is voor de bondgenoten
en vanuit een overdreven gevoel voor verantwoordelijkheid.
Voor jullie zien jullie een spelbord met dertig tegels.
Sommige tegels liggen vast, andere liggen niet vast.
Als je daarop springt, ga je er gewoon los door.
Er is maar één route die alleen Sofie en Ingeborg zouden moeten kennen.
Als zij goed... - Allee, nee.
Als zij goed hebben opgelet. - Ik vertrouw jullie.
Wauw. Zij, spelleiders, beslissend? Die zijn zo onzeker.
Ik zag Ingeborg al vanuit de verte met al die getallen en ik dacht:
gaat ze dat wel onthouden? Gaat dat wel lukken?
Al degenen die droog aan de overkant raken, gaan naar de wapenkamer.
Ingeborg en Sofie mogen ook naar de wapenkamer als jullie erin slagen
de helft van de mensen die de sprong wagen droog aan de overkant te krijgen.
Dus jullie lot ligt in de handen van deze twee mensen.
Fucking hell.
Maar waarom mogen zij dat kiezen?
Dat vind ik niet leuk.
Zij hadden ook gewoon de kracht om te zeggen: Joris, jij gaat eerst.
Sean, jij gaat als tweede.
Maar zij bepalen dus eigenlijk wie ze willen dat naar de overkant gaat.
Zij hebben echt een schijtegoede positie momenteel.
Zij hebben alle macht nu. Snap je wat ik bedoel?
We weten het nog niet helemaal.
Hoe kan dat nu?
Annelien heeft een plan. - Eigenlijk escaleert dat een beetje.
Dat is een stemming voor de stemming.
Heeft hij dat gedaan? - Je zat ernaast. Je hebt dat gezien.
Ik dacht: o, nee. Doe kalm.
Conclusie van het verhaal is: we moeten hen slaafs volgen.
Wacht. - Wacht.
We willen de vraag eerst stellen aan jullie.
Welke moedige bondgenoot wil als eerste komen?
Oh, fuck.
Je hebt nu toch de macht om mensen, oei per ongeluk, erdoor te laten vallen
en dus geen sleutel te gunnen. Dus dan dacht ik: dit slaat toch op niets.
Zijn er mensen die het niet willen afleggen?
Zijn er mensen die het niet willen? Iedereen gaat het doen? Oké.
Hadden we tactisch willen spelen, hadden we kunnen zeggen:
Wij verdenken die toch meer, dus laten we die als eerste gaan.
Want hoe verder je gaat, hoe meer je weet welke gaten niet openvallen.
Ja, wij vonden dat eigenlijk...
Wij wilden daarin niet beslissen.
Amine? - Ik ga als eerste.
Oké, bro. - Go, Amine.
Ik had wel zoiets van: oké, ik heb wel iets recht te zetten
omdat ik de eerste missie heb gekozen voor de sleutel en dus voor mezelf.
Ik dacht: ik ga me nu opofferen voor het team,
want de kans dat je op de eerste of tweede rij er al uit gaat, is groot.
Hij wist tout court dat hij voer voor de kat was
en toch zegt hij van: Ik ga gaan.
In mijn gedachten was dat een verradersmove
om hier plots als bondgenoot beter uit te komen.
Jullie moeten een keuze maken. Welke kleur willen jullie kiezen?
Eén, groen zou moeten de juiste keuze zijn. Veel succes.
Drie, twee, één.
Dat is al heel goed.
Oké. Amine... - Twee weten we niet.
We weten het niet. - Wil er iemand wisselen?
Wij hadden een ongelooflijk belangrijke taak,
dus ik was al blij dat we veel onthouden hadden,
maar er waren natuurlijk plekken
die we niet meer wisten of nooit gezien hebben.
We denken: we gaan voor grijs, want grijs is in het midden.
Dus dit een risico, Amine, en daarom ben je zo moedig.
Sorry.
Klaar voor? - Zeker en vast.
Drie, twee, één, go.
Dat was een gokje. Ga maar in het midden staan, wat denk je?
Het was eigenlijk te goed.
Drie weten we normaal gezien. - Ga richting groen stappen.
Je jumpt. Drie, groen.
Drie, twee, één, go.
Oké.
Vijf... - Nee, vier.
We zitten aan vier. - Vier hebben we niet...
Straks denken ze dat je een verrader bent. - Sorry.
Dus vier weten we niet. - Je maakt mijn kop zot.
Vier weten we niet, Amine, dus we kiezen opnieuw het midden.
Als ik nu val, ik neem het niemand kwalijk.
Het is de enige manier om te onthouden wat er werkt.
Goed voor mij. Zeg het maar.
Oké. Hé, gast, respect. - Vier, grijs.
Amine, ben je klaar? - Zeker en vast.
Spring.
De kans dat je als eerste volledig tot aan de overkant raakt,
is zo klein.
Misschien is hij gewoon een heel trouwe bondgenoot
of misschien speelt hij het rolletje van een heel trouwe bondgenoot.
Momenteel snap ik het gewoon niet. Ik snap niet waarom je dat zou doen.
Merci hè, man.
Wie is de volgende kandidaat die bij vier mag starten?
Hans? - Ik wil ervan af zijn.
Wil je ervan af zijn? - Oké, kom.
Waar komt dat vandaan?
Hans was de enige die een lange jeansbroek aanhad
en hij wil daar dan in het water gaan springen.
Hoe raar is dat?
Komaan, Hans.
Misschien kunnen we dat nog wel gebruiken in ons voordeel.
Oké. - Wacht, Hans. We weten het niet.
Vier weten we niet.
Je weet het niet, maar welke kleur gaan we kiezen?
Geel. - Geel?
Drie, twee, één, spring.
Ja. Oh my god, zeg.
Oké. Je mag op vijf gaan staan en daar even wachten,
want nu wordt het weer spannend. We hebben drie opties.
Dit weet je wel? - Wij weten dit.
Vijf... - Geel.
Drie, twee, één. Spring.
Oké. Zes weten we ook. Naar het groene vak.
Drie, twee, één, jump.
Hoe kan dat nu?
Dat kan toch niet, jongens.
36, 3, 6.
Ik vraag nog: Ingeborg, weet je het zeker? 'Ja, ik weet het zeker. Spring.'
Ik spring en ik spring in het water.
Geen sleutel. Stom. Ik vond mij zo stom.
Hoe kan dat nu? - Jullie wisten dat.
Wij hebben 36 gezien onderweg, dus 3 en 6, en dat was op een groen paaltje.
Hans deed raar en Amine ging zich dan als eerste kandidaat voorstellen.
Opeens zeiden Ingeborg en Sofie van: We weten het allebei heel zeker.
Dan was het toch weer mis. Ik dacht: oké, dit is het ideale scenario.
Dat is voor ons als verraders, denk ik, alleen maar goed.
Wie is de volgende?
Wie wil er gaan?
Komaan, Wouter. - Allee, komaan, Wouter.
Respect, Wouter. Respect, want we weten het nog niet helemaal.
Ik ben een bondgenoot in dit spel.
Ik wil me zo tonen aan de andere bondgenoten.
Dus door te aanvaarden
dat ik mogelijk geen toegang tot de wapenkamer had en geen sleutel had,
zou dat mijn houding als bondgenoot onderstrepen.
Grijs. Oké, grijs. - We gaan voor grijs?
Hoe je goed klaar. Drie, twee, één, spring.
You're the best, Wouter. Oké, goed. - Oké, oké, oké.
Even wachten nu. Opnieuw een belangrijke keuze.
Deze zou je weten, zeg je. - We zouden het weten, normaal.
Als dat systeem klopt, hè. - Geel.
Je gaat voor geel staan, Wouter.
Drie, twee, één, jump.
Ja. Oké, oké.
Ondertussen vergroot de kans van iedereen daar
om ook naar de wapenkamer te gaan. Wouter, de sleutels zijn in het zicht.
Wouter, ga naar daar.
In principe... hebben we een acht gezien op een groen paaltje.
...36, 1.
We gaan aftellen.
Drie, twee, één, spring. - Ja.
We zijn er bijna. Nog twee keer de juiste kleur, Wouter, en we zijn er.
Ga op de negen staan.
De negen... We hebben maar één grijs paaltje gezien met negen.
Maar één op de baan. Eén grijze paal op de baan en dat was negen.
Drie, twee, één, jump.
De laatste kleur... - Weten we niet.
Rustig. Rustig. - We weten het niet.
Maar we gaan goed gokken.
Nu is het gevaarlijk.
Hero. - Grijs of geel?
Rechtdoor.
Concentreren.
Drie, twee, één.
Wauw. Held, held.
Oh my god. - Zo spannend.
Dat betekent dat wij als enigen niet naar de wapenkamer gaan.
Ja, dan gaan we iets drinken, hè. - Met plezier, jong.
Mijn kansen zijn enorm geslonken.
Het enige wat ik hopelijk wat heb kunnen wegnemen,
is het vooroordeel van: hij zal wel een verrader zijn.
Dat betekent dat zowel jullie naar de wapenkamer gaan als heel de groep.
We love you Wouter, we do.
We love you Wouter, we do. Oh, Wouter, we love you.
Ik vind het nog niet zo erg dat die missie goed gegaan is,
want we hebben er twee mensen kunnen uithalen die zich verdacht hebben gemaakt:
Amine en Hans. Dat is niet erg. Dat komt goed.
Vandaag moet je eigenlijk als bondgenoot uitmaken:
wil je dat Amine of Hans meer kans hebben om eruit te gaan, ja of nee?
Amine en ik zijn sowieso gejost. - Ja.
We gaan nu uiteindelijk met 17 van de 19 mensen naar de wapenkamer
en twee gaan niet.
Als we dan zouden afspreken dat diegene die het schild heeft,
dat bekendmaakt, dan is iedereen even onbeschermd tegenover de verraders.
Als dat niet bekendgemaakt is,
lopen natuurlijk Amine en Hans net iets meer in de kijker.
Wat hebben jullie het liefst,
dat we als we naar de wapenkamer gaan, het allemaal zeggen wat we hebben.
Dat we wel of niet een schildje hebben. - Ik weet het niet.
Ik vind het gewoon lullig om te liegen tegen heel de groep.
Je bent met zo'n grote groep.
Die wapenkamer is interessant
als je daar als eerder kleine groepje naartoe kan,
omdat je dan echt kan zeggen:
Oké, als we onderling niet verklappen wie het schild heeft,
dan hebben we een groepsbescherming met ons vieren of zessen.
En dat is heel nuttig.
Maar ja, met 17 naar die wapenkamer...
Het nut is weg, hè.
Ik heb te doen met Amine en Hans, want dat klopt.
Anderzijds denk ik: 1 op 17,
ik als verrader hou daar geen rekening mee.
Ik denk: die kans is zo klein, ik vermoord wie ik wil vermoorden.
Als degene die het schild heeft, beslist om het voor zichzelf te houden
en niet te zeggen 'ik heb het schild', dan beschermt die de andere bondgenoten
als de verraders te veel schrik hebben om uit die groep te moorden
en dus het risico te lopen dat ze iemand vermoorden met een schild.
Ik weet het niet. Ik vind... Welk gevoel heb jij, Hans?
Ik ben keiblij dat ik daar met Lotte zit,
want ik zie haar weer dingen doen die niet bij haar passen.
Vragen stellen, maar niks van bedenkingen maken. Niks.
Eens van: ja...
Allee. En dat is perfect als verrader, hè.
Ik trek nu mijn bek misschien niet altijd open om mij uit te spreken,
alleen tactisch of zo,
maar zodra ik op mensen zit of het zou uitspreken,
denk ik dat ik mogelijk wel...
Lotte is iemand die mij bij de arm zou pakken op de achterbank,
maar ze reed nu, dus dat ging niet, en zeggen: Dorianne, dit, dit en dit.
Maar wat doet ze? Spelverdeler zijn. Rijden, een beetje vragen stellen.
Ik hoor het haar nog zeggen: Hans, wat denk jij?
Lotte is iemand die het weet en die het gaat delen en dat deed ze niet.
Oh Hans, ocharm. - Ja, heb maar veel medelijden met mij.
Ben jij oké, Hans? - Nee, ik ben een beetje van slag.
Er is zo veel op korte tijd gebeurd aan dat spelletje...
dat ik zo even... Ik moet even...
Ik probeer te vatten...
of ik probeer te berekenen wat het nu betekent
dat Amine en ik geen sleutel hebben.
Dat betekent dat heel die groep zich tegen ons kan keren. Snap je?
Om de groep te beschermen, maar de groep is te groot om te beschermen.
Ik snap er niks meer van. - Ja, maar...
Ik ben echt aan het doordraaien. - Dat was het gesprek.
Vanmorgen zeggen we nog: Zeg het niet als je die...
Het schild? - Het schild hebt. Zeg dat niet.
's Ochtends kun je doen wat je wilt, om de verraders...
Ja, dat lijkt mij inderdaad... - Nu ineens was het:
het is beter dat je het wel zegt, om jullie ook mee te beschermen.
Ja, ik ben mee.
Als het nu gebeurt
dat het zo blijft dat ze alle 17 tegen mij en Amine gaan ageren...
Ja, 17 man die zichzelf beschermt en dat wordt mijn dood.
Ik ben aan het flippen. - Echt?
Oh, schatje.
Het is toch godverdomme een ambetant spel.
Heel eerlijk even. Wie zegt... - Maar waarom...
Wacht, wacht. Wie zegt: Stel, ik heb het schild, ik zeg het?
Ik ga het zeggen. - Jij niet?
Ik zeg het vanavond als ik het heb.
Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven. - Dit heeft totaal geen nut.
Dat is kut, om het zo te zeggen,
want nu begin ik toch wel in het vizier te lopen van de verraders
en heb ik geen bescherming,
dus kan het weleens zijn dat ik morgen al onderweg ben naar huis.
Maar waarom wordt dat nu in een seconde beslist?
Er wordt niet beslist, er wordt gevraagd wie het gaat doen.
Maar waarom moeten wij dat nu, nu, nu zeggen?
Ik dacht: oké, dit is gewoon top.
Er kwam heel veel verdeeldheid, van: wie gaat het zeggen en wie niet?
Dus ik dacht echt: oké, dit is de juiste manier
om verschillende kampen te krijgen en dat is ons ideale droomscenario.
Door het niet te zeggen, naai je gewoon Hans en Amine.
Dan gooi je hen onder de bus, toch? - Dat vind ik niet.
Ik heb gewoon geen zin om te moeten liegen dat ik geen schild heb, of zo.
Ik heb geen zin om te liegen.
Dat is niet liegen, dat is gewoon verzwijgen.
Dat vind ik dus ook al een beetje liegen.
Het liefst zou ik het gewoon zeggen, zodat ik ook geen Astridje doe, of zo.
Dat ik gewoon eerlijk kan zijn.
Nee.
Ah, niks.
Komaan, komaan, komaan.
Verdikke.
Ik win nooit iets als ik meedoe aan een tombola of whatever.
Ja, effectief, ik had niks. Tant pis.
Dat kan niet.
Dat kan niet.
Dit kan niet.
Het kan niet dat ik opnieuw een schild heb.
Er is ook een enorm spel gemaakt nu rond dat schild.
Er hangt zo veel lading aan.
Dus ik... Ik denk dat ik gewoon ga zwijgen.
Misschien moet ik morgen dan, als ik morgen haal...
bij het ontbijt wel sneller over de brug komen en gewoon zeggen:
Ik heb het schild.
Kut.
Nee. Kak, hè.
Shit. Het gaat al weg zijn.
Wat vinden we van het idee...
Je mag het echt zeggen als ik verkeerd ben.
Ik vind dat de bondgenoten nu in het voordeel zijn,
in de zin van: wij zijn in de meerderheid.
Dus dacht ik: als we nu eens gewoon...
onze drie namen opschrijven.
Dat hoeft niet in groep, maar pols eens bij wie je eventueel wel vertrouwt.
Stel dat er één of twee gemeenschappelijke namen uitkomen...
Is dat niet exact wat er straks bij de ronde tafel gaat gebeuren?
Want het is niet direct binnenkomen en een naam opschrijven.
We komen binnen en we gaan aftoetsen. We gaan dingen zeggen.
Ja, maar ik wou het al op voorhand doen,
want als we dan nog moeten beginnen met: Ik vind het geen goed idee of wel.
Vind je het een keislecht idee, zeg het.
Als iedereen hier weer random een naam opschrijft,
dan kom je nooit verder.
Waarom niet gebruikmaken van het voordeel van de meerderheid?
Al is het anoniem.
Je geeft ook veel prijs als er een verrader tussen zit.
Dan ziet hij ook waar iedereen op zit.
Ook waar, maar als we nooit gaan proberen, dan weten we het ook niet.
Als iedereen met losse flodders schiet,
heb je, denk ik, nooit kans om een verrader eruit te krijgen. Nooit.
Annelien heeft een plan.
Maar ja, het is niet 'Annelien heeft een plan'.
O nee, hè. - Ik bedoel dat niet slecht.
Subiet word ik gekruisigd. - Annelien heeft een idee,
een idee om ons verder te helpen in het spel.
Dan kwam de ene erbij zitten en de andere en opeens was dat bijna de hele groep.
Maar het was gewoon een idee. Ik dacht: kunnen we iets doen?
Ik wil geen drie of vier rondes bondgenoten hebben,
zoals in de vorige seizoenen... - Ja, schapen.
...die gewoon maar lukraak een naam opschrijven en nooit proberen.
Ik denk dat op dit punt heel veel mensen nog niks zeggen.
Maar dat is een stemming voor de stemming en dat is toch gewoon superrisicovol?
Ik ben daar kalm onder proberen te blijven,
maar vanbinnen dacht ik echt: oei, gevaarlijk.
Zijn er eigenlijk al mensen die een naam in hun hoofd hebben?
Nee. - Nee.
Maar niemand durft dat nu te zeggen.
Ik heb geen één naam. - Ik ook niet.
Eigenlijk escaleert dat hier een beetje, want ik dacht:
misschien is dat een leuke gedachtegang.
Ze is een supersterke speler.
Het is iemand die niet op haar mondje gevallen is,
wat wel een beetje als een bedreiging overkomt voor mij.
Dus oké.
Bij de pinken blijven, denk ik.
Ik denk dat iedereen met veel vragen naar de raad gaat,
omdat er nog niet echt een heel duidelijke verrader is uitgekomen.
Ik ga ook proberen om eerst het woord te nemen en die vragen te stellen.
Ik schat mijn eigen positie zeer wankel in op dit moment.
De stunt met het schild deze ochtend, dat zou weleens mijn kop kunnen kosten
en ik vrees echt voor mijn leven.
De eerste raad.
Zo spannend, omdat ik natuurlijk niet weet:
oké, zijn er hier al namen?
Niemand dropt al iets, iedereen tast nog in het duister.
Welkom terug, allemaal, aan de ronde tafel.
Een goeie plek om even terug te gaan naar de essentie.
Want vannacht werd er gemoord.
Een heel onschuldige bondgenoot werd vermoord.
'De moord op dokter Servaas', het zou een aflevering van Telefacts kunnen zijn.
Maar wie wordt de volgende?
Wordt het de kok?
Wordt het de sympathieke zangeres?
Wordt het de schoenmaker?
Wie zal het zeggen?
Nu is het het moment voor de bondgenoten om op jacht te gaan,
want we gaan iemand verbannen.
De bondgenoten hebben er alle belang bij dat dat een verrader is.
Het woord is aan jullie.
Ik ga proberen om het ijs te breken.
Ik denk dat het nuttig is dat we elkaar allemaal,
nu we nog in de meerderheid zijn, vragen stellen,
en elkaars redenering leren kennen.
Ik denk dat we alleen zo die verraders gaan kunnen pakken.
En... ik heb wel een paar vragen voor mensen,
zonder dat ik in die mensen hun richting wil wijzen,
omdat ze keuzes hebben gemaakt die toch wel opvielen
en tot denken hebben aangezet.
Zoals de keuze om jezelf op te offeren om als eerste te gaan
wanneer we over het water moesten lopen bij de opdracht.
Ik denk dat we allemaal heel duidelijk door Gilles zijn speech weten
dat het over mij ging.
Je bent vandaag wel als eerste over die brug gegaan, wetende dat...
Dat je in het water zou vallen. - Je hebt je opgeofferd.
Klopt, en daar wil ik nu mijn reden voor geven.
Het kan heel, heel dubbel en verkeerd overkomen dat één van de redenen is
dat ik momenteel een bondgenoot ben en die ook zal blijven.
Ik speel het spel voor het team.
Ik ben een persoon...
Ik zit niet graag stil, ik wil dingen doen. Honderd procent.
Is dat omdat ik een bondgenoot ben? Nee. Ik wil gewoon dingen doen.
Maar heb je je egoïsme van de sleutel te pakken de dag ervoor willen uitwissen
door eerst te gaan? - Ook. Honderd procent.
Om te bewijzen dat je een bondgenoot bent? - Tuurlijk. Honderd procent.
Maar je hebt misschien geen sleutel nodig.
Dat is wat mensen denken, maar in mijn hoofd
hebben de verraders evenveel of nog meer aan de sleutel dan de bondgenoten.
Dat is het eerste moment dat ik in de verdediging ben moeten schieten
en ja, het is niet makkelijk als er vier of vijf man elk woord dat je zegt,
ontleedt en kijkt of je wel de waarheid spreekt.
Ik heb het gevoel dat we nu heel erg op jou focussen.
Ja, want ik denk dat de verraders vooral zwijgen nu.
Ja, dat we moeten verbreden.
Een thema zou kunnen zijn: iemand heeft het schild.
Is er iemand die durft te zeggen dat hij het heeft? Dat is belangrijk.
Het schild is bij het moorden. Dat moeten we nu niet...
Dus zwijg er maar over. - Dat moeten we niet opgeven.
Zwijg er maar over. Niet zeggen als je het hebt.
Ik vind dat belachelijk, over dat schild beginnen, want dan denk ik:
mannen, even het kaf van het koren scheiden.
Dat is allemaal heel vermoeiend.
Daarover wou ik gewoon...
Astrid, jij bent vanmorgen redelijk hard aangevallen.
Allee, niet aangevallen, maar je stond in een moeilijke positie.
Je hebt je nog niet kunnen verantwoorden. - Ik ben gezwicht onder de groepsdruk.
Ik vind het nog altijd stom dat ik het heb moeten zeggen,
want ik had het zo leuk gevonden om drie verraders in dat torentje...
'Ja, en dat schild, godverdomme.' Snap je mij?
Ik weet dat dat raar kan klinken, maar dat leeft in mij.
Ik heb zoiets van: een klein prikje geven, kan ook geen kwaad,
want wij moeten echt niet enkel ondergaan.
Ik begrijp honderd procent dat ik onder vuur lag.
Ik had dat ook verwacht. Ik had het veel erger verwacht.
Maar Gilles, jij had nog vragen. Ik zou het nog wat willen opentrekken.
Mijn belangrijkste vraag is:
Is er iemand onder ons die een vermoeden heeft over iemand
en dat wil uitspreken?
Ik weet dat als ik nu ga uitspreken wie ik verdenk, dan...
Dan hang ik, omdat er nog heel veel mensen in de groep zijn
die nog niet echt in die richting concreet over Lotte hebben nagedacht.
Ik ga Lotte nog even laten liggen, want ik kan niet alleen voor Lotte gaan.
Dan vraag ik me af: wie heeft de doc als het minst betrouwbare opgegeven?
Weet die persoon dat? Als die persoon dat weet,
zie ik dat als een reden om hem te vermoorden.
Hoe zou hij dat weten? - Dat weten wij toch niet.
Ik heb het ook gezegd.
Sommige mensen hebben gezegd wie ze op dat papiertje zetten.
Maar wacht, zat jij nu naast hem, zei je? - Ja.
Heeft hij het gehad over wie hij opschreef?
Hij heeft niks gezegd. - Op geen enkel moment.
Ik zat ernaast. Hij heeft echt op geen enkel moment iemand geviseerd.
Ik moet eerlijk zeggen dat hij mij heeft gezegd
wie er bij hem op het minste stond, dus het minst betrouwbaar.
Ik dacht dat hij Astrid had opgeschreven.
Ik dacht persoonlijk Jonatan, maar...
Dat hij mij erop had gezet? - Ja.
Ik dacht: wat krijgen we nu? Ik dacht echt oprecht: wat is dit?
Hoezo? - Wel...
Je zegt dat hij niets heeft gezegd? - Nee, gezien in zijn boekje.
Ik wil niet met vingers wijzen, maar in mijn hoofd klopt het even niet
dat je net zegt: Hij heeft nooit iets gezegd of gecommuniceerd naar iemand.
Ook niet naar jou. - En nu zeg je mijn naam.
Ja, in dat boek. Zeggen niet, maar dan kijk je rond en...
Je hebt gekeken naar wat hij had... - Je hebt gekeken, dus dan weet je het?
Doodgaan.
Waarom kan ik gewoon ook niet zwijgen?
Ik ben... Ja, ik ben te eerlijk. Niet goed bezig, hè.
Hij heeft letterlijk in mijn gezicht gelogen,
want hij zei letterlijk... - Maar wist je het nog zeker?
Dat vind ik nu wel verdacht van jou, Sofie, ik ga daar heel eerlijk in zijn.
Maar in het boekje dat we kregen... - Maar ik weet niet... Stond hij boven...
Jij zei dat je honderd procent zeker wist dat hij zei: Meest betrouwbare is Ingeborg
en voor minst betrouwbare wees hij naar die kant en zei hij...
Ik ging ervan uit dat dat Astrid was. - Heeft hij dat gedaan?
Je zat ernaast. Je hebt dat gezien. - Nee. Dat?
Recht tegenover de tafel. - En hoe heeft hij dat gelipt?
Ik dacht: o, nee. Rustig. Doe kalm. Doe dit nu niet.
Waarom heb je eerst gezegd: Servaas heeft totaal niks tegen mij gezegd.
En tien seconden later: Ik weet dat hij Jonatan heeft opgeschreven.
Nee, ik ga ervan uit. Allee, je moet weten:
ik viel echt van mijn stoel op dat moment.
Dan was ik even...
Toch niet op het moment dat dat opgeschreven werd?
Nee, want dat was toch ervoor?
Dat is zo tegen mijn ethiek.
Jullie doen allemaal zo rustig. Dat ben ik echt niet.
Chronologisch klopt dit niet.
Hier klopt niks aan.
Er hangt hier ook zo veel stress en dat is oké.
Ik voel mij echt een vuile, vuile geit. Maar amai.
Waarom heb je eerst gezegd: Servaas heeft totaal niks tegen mij gezegd.
En tien seconden later: Ik weet dat hij Jonatan heeft opgeschreven.
Ik ga ervan... Allee, je moet weten: ik viel echt van mijn stoel op dat moment.
Dan was ik even...
Toch niet op het moment dat dat opgeschreven werd?
Nee, want dat was toch ervoor?
Sofie is een perfecte bliksemafleider voor ons.
Laat haar maar zo veel mogelijk bewijzen dat zij geen verrader is.
Als je het wilt geloven, geloof je het toch.
Hoe harder zij begint tegen te spartelen,
hoe meer de believers denken dat zij een verrader is,
dus perfect voor ons.
Ik was echt letterlijk frozen op dat moment.
Dan zeg je niets meer, dan kijk je en dan...
denk ik: het was met een J en een O dus Joris of Jonatan,
ik weet het echt, echt niet meer.
Chronologisch klopt dit niet,
want eenmaal je aangeduid was, kon je niet meer in dat boekje kijken,
want dat hadden wij al lang moeten afgeven.
Je zegt: ik was frozen, dus ik wist het niet zeker,
maar de namen werden opgeschreven voor je wist...
Voor jij van je melk kon zijn. Dat is wat raar klinkt nu.
Hier klopt niks van. - Nee.
De chronologie klopt niet. - Ja, maar...
Ja.
Ik zou ook nog iets willen zeggen:
puur omdat ik het echt niet weet, heb ik hier een zakje.
En... Maar ja, ik heb dus al die magneetjes hierin gestoken.
Puur omdat ik wel het spel wil spelen, maar het is nog zo frêle allemaal.
O nee, ze gaat lukraak doen. - Dus ik heb er gewoon vijf uit gehaald,
en die hangen nog aan mijn bordje in mijn kamertje,
waarvan ik zeker weet: dat gaan waarschijnlijk geen verraders zijn.
En die andere zitten hierin,
dus als je me straks in dat zakje ziet rommelen,
weet je dat ik gewoon op die manier ga kiezen.
Dat was nu net wat ik bedoelde met mijn plan.
Ik vond dat een verloren stem.
Ingeborg is een verstandige vrouw. Dan denk ik: allee, speak your mind.
Dat doet ze meestal of altijd en op dit moment doet ze het niet.
Ja, dat vond ik een beetje teleurstellend, maar kijk, bon...
We moeten stilaan gaan stemmen.
Denk er nog even aan dat dit een belangrijke keuze is,
want we gaan iemand verbannen uit het kasteel.
Er is juist enorm veel informatie op je afgekomen,
dus ik begin daar wat over na te denken, van: oké, wat zijn de opties?
Ik kan meegaan in het hele Sofieverhaal,
maar je weet niet wat de anderen gaan doen.
Heel veel onzekerheid,
omdat er nog veel te weinig gebeurd is om er dingen uit af te leiden.
Het is alsof je met een blinddoek vogelpik doet
en hoopt dat je los in de roos gooit.
Zenuwslopend.
Ik voelde echt van links en rechts onder mijn oksel twee straaltjes zweet lopen.
Ik dacht: oh my god, ik weet het niet. Ik weet het niet.
Heeft iedereen een naam opgeschreven?
We gaan beginnen bij Isabelle.
Amine, ik heb jouw naam opgeschreven, omdat ik...
vanaf moment één in de auto voelde hoe gedreven je was om het te doen,
wat keimooi is.
Ik denk: je zou het kunnen zijn. Je hebt daar zo goed over nagedacht.
Jouw stem gaat naar Amine.
William, wie is een verrader?
Ik ben afgegaan op de uitleg van daarnet.
En dan ben ik bij Sofie terechtgekomen.
Gilles, op wie stem jij?
Ik heb ook gekozen op basis van de uitleg en dus heb ik Sofie met een hartje erbij.
Sofie.
Twee stemmen tegen jou, maar naar wie gaat jouw stem?
De verraders zijn misschien wel zij die het minste zeggen
en dan vond ik Ender weinig aan het woord. En daarom...
Ik zeg niet dat je een verrader bent, want ik vind je zo superlief.
Thanks. Ik jou ook. - Maar excuseer.
Je moet een naam zeggen en voilà.
Ingeborg?
Mijn linkerhand was de onschuldige hand,
dus ik heb dat gewoon onschuldig genomen en je gaat het nooit geloven.
Sofie, jij kwam eruit. - Oh my god.
Lotte?
Omwille van wat er vandaag gebeurd is, Amine, twijfelde ik heel hard
en heb ik toch op jou gestemd, dus... ik hoop dat ik juist zit.
Een tweede stem tegen Amine. Annelien?
Sorry, Wouter. In mijn ogen ben jij de godfather van de groep
en ook iemand die, denk ik, door zijn betrouwbaarheid
misschien weleens een verrader zou kunnen zijn.
Hans, naar wie gaat jouw stem?
Er was iemand die plots, na het aanduiden van de verraders,
heel stilletjes werd.
En dat was...
Slongske. Ik zie je zo graag, maar daarom.
Dat weet ik, lieveke. Dat is geen enkel probleem.
Een stem tegen Slongs. Naar wie gaat jouw stem?
Ja, voilà. Niks is zeker en we moeten toch iemand kiezen.
Dan had ik gehoord van deze persoon dat hij gezegd had van:
Goh, ik zou dat echt vreselijk vinden
om een verrader op tv te moeten zijn tegenover mijn kleinkinderen.
Ik probeer ze de juiste normen en waarden mee te geven
en dat zou echt vreselijk zijn.
En als ik Staf Coppens was, zou ik jou ook pakken.
Degene die iedereen vertrouwt en ik zou je echt de perfecte verrader vinden.
Maar ik denk Wouter en ik heb erbij gezet: with love.
Een tweede stem tegen Wouter.
Ender, aan jou.
Sofie, ik ben echt naar hier gekomen zonder jou te verdenken, oprecht,
maar het was gewoon je uitleg die mij een beetje in de war gebracht heeft.
Dat begrijp ik.
Als je echt niks weet en er is iemand heel onduidelijk...
Ja, dat is gemakkelijk. Kom, gewoon daarop en dan zien we wel verder.
Joris?
Er zijn twee personen die naar mijn mening een klein beetje wazig in de uitleg waren
en dat waren Sofie en Amine.
Het meeste gevoel op Amine.
Dorianne?
Oké. Amai, jullie doen allemaal zo rustig. Dat ben ik echt niet.
Ik ben echt... Ik vind dit het vreselijkste moment.
Maar ik heb ervoor gekozen om een naam op te schrijven waarvan ik denk:
die persoon heeft zichzelf ook een beetje naar de achtergrond gezet,
heeft nog geen enkele naam gedropt, heeft niks raars gedaan
en gewoon heel subtiel geweest. Het is tegen mijn hart, dit.
Ik denk ook dat je in het leven heel veel kunt oplossen met humor.
Dus...
William, I'm so sorry, maar ik heb jou opgeschreven.
Ik heb geprobeerd om zo spontaan mogelijk te verschieten.
Dat is niet altijd even makkelijk, natuurlijk,
al voelde ik het wat aankomen in haar uitleg,
van: het gaat richting mij komen, dus bereid je voor.
Sean, naar wie gaat jouw stem?
Sorry, liefste Sofie.
Het is beslist.
Het kan een slip of the tongue zijn. - Jullie zitten fout.
Ik had misschien graag gehad dat je nog iets beter had beargumenteerd,
dus ik heb mij daardoor laten leiden. Met een hartje erbij.
Dank je wel. - Ook als compliment naar jou toe.
Je zou een verrader kunnen zijn, want je bent ook een sterke vrouw.
Wouter, naar wie gaat jouw stem?
Wel, ik zou eerst willen zeggen dat...
Dat ik het spel volle bak ga spelen als bondgenoot,
maar dat ik op geen enkel moment, Slongs,
mijn kinderen of kleinkinderen ga gebruiken of vernoemen
om een positie te verhullen. Dat is zo tegen mijn ethiek.
En voor de rest zijn er te weinig clues, absoluut te weinig.
Dus wat ik heb gedaan? Ik heb jou gekozen, Ender,
omdat ik jou het minste ken en omdat ik van jou eigenlijk nog niks weet,
maar met het voornemen om je beter te leren kennen.
We gaan dat fiksen. - Een stem tegen Ender. Julie?
Het spijt me echt verschrikkelijk, Sofie, als je een bondgenoot bent,
maar ik heb jou opgeschreven. - Stem nummer zeven tegen Sofie.
Roman?
Ik heb Gilles opgeschreven vanavond.
Een stem tegen Gilles. Jonatan?
Ik had Amine in mijn hoofd, maar toen ik hier aan tafel zat...
Sofie, sorry, ik voelde dat wij niet op dezelfde golflengte zaten.
Ik voel mij echt heel rot dat ik dat moet doen,
maar ik heb Sofie opgeschreven.
Sorry. - Acht stemmen tegen Sofie.
Sorry, echt. - Astrid?
Een verrader wordt vaak over het hoofd gezien en verdwijnt in de achtergrond
en dan dacht ik: wie zijn dat nu in mijn ogen?
Daarom heb ik jou opgeschreven, maar niet meer dan dat.
Een stem tegen Julie.
Het is helaas erg duidelijk.
Met acht stemmen, Sofie... - I'm going home.
Ik ga je moeten vragen om recht te staan, naar jouw plekje te gaan
en te vertellen wat jouw echte identiteit is.
Ik begrijp het.
Een schild, niet een schild dat we willen hebben,
maar een schild voor mij.
Lieve mensen, veel succes.
Ik ben een bondgenoot.
Saluut. Go get them.
Love you.
Nou, nou...
Eén goede naar huis en alle slechte blijven daar.
Ja, stom, hè.
Grote fout.
Iets verwarrends zeggen en dan is het...
De verraders hebben voor mij nog niet gespeeld.
Die kijken gewoon. Die luisteren en die kijken.
De bondgenoten zijn aan het klungelen, dat zijn ze aan het doen.
Is dat dan door gisteren of...
Ik denk dat dat nu aan tafel gebeurd is, door die uitleg van Servaas en zo.
Ik zag haar struggelen en dan bam.
Je zag gisteren toch toen ze beschuldigd werd als minst betrouwbaar...
Hoe aangedaan ze was. - Ze was keihard aangedaan.
En dan ineens vergeet iedereen dat. - Ik voelde mij heel geviseerd.
Ik snap dat wel, hoor.
Maar ik voel mij nu al zo schuldig, ik zeg het.
Niet wenen. Het is ça va. Het is oké.
Ik weet het, maar het is gewoon stom dat ik gestemd heb op Sofie.
Iedereen moet een naam opschrijven. - Ik heb mij laten doen op het moment.
Ik denk echt dat iedereen iets heeft van: amai, Jonatan zat er wel mee in.
Ocharm dat kind. Gaat het wel met hem?
Dat is echt een goeie positie nu, denk ik. Oh, zo vuil.
Jonatan, we staan hier onder zo'n hoge druk en zo veel stress.
Dat is oké. Dat is echt oké. Dat kruipt in je hoofd.
In ieder geval betekent dat
dat er een bondgenoot naar huis is gestuurd,
dat er nog steeds drie verraders aan tafel zitten
en dat die vannacht opnieuw zullen moorden.
Veel succes.
Er wordt voorlopig nog in het wild geschoten.
Het feit dat we Sofie hebben verbannen,
is al het antwoord op: zijn de verraders goed bezig?
Ja.
Dorianne heeft op mij gestemd, maar dat is niet erg.
Dat is eigenlijk echt niet erg. Laat er maar een paar kleine brandjes zijn.
Als wij alle drie nooit verdacht worden, dat is ook verdacht.
Je wilt weleens een beetje verdacht zijn en je daar kunnen uitbabbelen en...
daar wat van aangedaan zijn ook, hè. Allee.
Het is heel jammer dat Sofie eruit ligt. - Ik voel mij er kut over.
Dat snap ik, omdat je je persoonlijk geviseerd voelt.
Ik voelde mij zo persoonlijk geviseerd. - Nee, nee. Dat is niet nodig.
Allee, komaan.
Ik voel mij echt een vuile, vuile geit. Maar amai, niet te doen.
Ik heb me nog nooit zo vuil gevoeld.
Dat is zo staalhard liegen, hè.
Ik dacht gewoon echt... Ineens werd mijn naam genoemd
en ik dacht: wat is dit? Dit komt zo out of the blue.
Het was echt uit agressie dat ik stemde, van: nee, jij bent hier raar aan het doen.
Jij bent het spel aan het omdraaien. Ik heb dat zo beleefd in mijn hoofd.
Ineens gaat zij out of the blue zeggen: Jonatan, dat is niet waar, hoor.
Alle aandacht op mij en toen dacht ik: wat is dat nu?
Daarom zeg ik: Ik snap het, omdat je persoonlijk geviseerd wordt.
Sofie buiten, ik dacht...
oké, dat is nummer één. Nog heel veel anderen te gaan.
En meteen zit er in je hoofd: oké, hoe pakken we het nu aan?
Is er iemand die we verdacht moeten maken?
Ik wil wel even één ding over Wouter zeggen,
want Astrid, Gilles, ik en Wouter zaten de eerste dag in de auto
en we hebben allemaal het gesprek gehad over of je een verrader zou willen zijn.
Wouter zegt daar: Ik kan dat toch niet maken.
Ik toch niet zulke leugens gaan doen voor mijn kleinkinderen en kinderen?
Ik ben zo'n man van waarden.
Ik zie dat gewoon niet zitten. - En hoe komt dat?
Het is nu onnozel, maar voor de kleinkinderen of zo. Ja, nee.
Je wilt dat voorbeeld niet stellen? - Door je normen en waarden, of zo.
Dat is echt zo ver weg van mijn... - Van je natuur. Ja, ik snap het.
Dus aan de tafel heeft hij het gewoon letterlijk weer omgedraaid en gelogen.
Astrid en ik keken echt naar elkaar van...
Dat is wel waar. Dat is superslim wat je zegt.
Ik heb op Wouter gestemd door de maturiteit, het verstand...
Ik zie het hem ook doen.
Er is nu een chaos gecreëerd.
Ik ben de volgende in het lijstje als het gaat om de meeste stemmen op dit moment.
Drie, wat niet veel is. - Niet veel, maar toch.
Als er dan in een groep van twintig man vier mensen zijn die...
hun stem laten horen, dan valt je naam en...
Waar ik nu vooral aan denk, is om iets meer op die rem te duwen
en toch wel wat meer te luisteren en kijken.
Ik heb het eerlijk gezegd ook, want ik zat met jou in mijn hoofd.
Maar je hebt goed beargumenteerd
en ik vind het er dan tegelijk ook weer zo dik op liggen
dat jij zo een sterke strateeg bent als verrader dat ik dan denk:
misschien wil ik dan die tunnelvisie niet hebben.
Moeten we niet letten op mensen
die blanks hebben geschoten, maar niks hebben gezegd?
Ik ga Roman subiet... Ik wil dat hij er straks bij is.
Ik ga dat tegen hem ook zeggen,
maar me de hele dag niet vernoemen en dan op mij stemmen...
maar ja, pas op dat je niet uit je ego reageert.
Ik snap dat wel, maar... - We moeten dat van alle namen doen.
Ik heb opgeschreven wie op wie stemde, maar ik wil bij iedereen weten waarom.
Je bedoelt dat je meer moet kijken naar wie op Ender, bijvoorbeeld, stemden.
Ja. Waarom stem je ineens met drie op Ender?
Er zijn twee, drie mensen die op iemand heel bizar hebben gestemd,
dus die moeten we in het oog houden.
Eén ding waar ik echt van ben verschoten,
is van hoe sommige mensen een slechte uitleg hebben gegeven.
Kom op, man. Als wij drie verraders zijn,
pak ik toch een zakje zonder onze twee namen erin?
Die kunnen we niet op de achtergrond zetten.
Ze staat in de beste schoenen, man.
Ik vertrouw niemand. Ik doe wel alsof ik Ingeborg heel veel vertrouw,
maar Ingeborg is iets te betrouwbaar op dit moment
en als verrader wil je niet liever dan Ingeborg zijn.
Ik ga haar in het oog houden.
Als dat zo is, hè... Ja, ik ga dat ook doen.
Ik kan niet met honderd procent zekerheid zeggen dat ik er morgen nog ben.
Iedereen probeert mij nu gerust te stellen
dat omdat ik in de kijker loop, dat ik niet vermoord ga worden,
maar ik vind dat een dwaas excuus.
Als de verraders slim zijn, vermoorden ze mij vanavond.
Het zou slim zijn om mij te vermoorden. De enige zekerheid is een schild.
Ik heb geen schild.
Ik heb geen schild.
Doe maar, verraders. Smeerlappen.
Ça va? - Half.
Hoe spannend was dat.
Ik ben echt een dramageit geweest, hè. Niet te doen.
Ik dacht even dat je jezelf erin aan het lullen was.
Ik had even schrik,
want aan de ronde tafel was je je mond aan het opentrekken.
Ik voelde mij oprecht aangevallen
omdat het ging over iets wat echt gebeurd was,
dus mijn rechtvaardigheidsgevoel was echt van: meid, wat zeg je?
Mocht ik aan het liegen zijn, was ik niet zo tekeergegaan.
Daarom dat ik mijn mond heb opengedaan en toen dacht ik...
Op zich heeft het, denk ik, wel goed uitgepakt.
Hij laat echt zo zijn lieve kant op één of andere manier ook zien,
waardoor mensen misschien al rap in zijn val gaan trappen.
Ik heb echt het gevoel dat doordat ik een beetje sad was,
ik Julie helemaal mee heb. Hans: helemaal mee. Isabelle: helemaal mee.
Annelien: helemaal mee.
Dus ik heb echt wel heel veel vertrouwen gewekt
door zo'n beetje de zielenpoot uit te hangen. Dat wel.
Ik denk dat de verraders goed bezig zijn,
maar ja, bon, het kan op elk moment veranderen.
Morgen wordt er weer iemand verbannen.
Ik zou het zomaar kunnen zijn, of een andere verrader.
Wie vinden jullie momenteel gevaarlijk?
Dorianne heeft al op jou gestemd. - Het is een risico.
En ik denk dat de band die ik met Dorianne heb
echt een meerwaarde is die we zo lang mogelijk moeten houden.
Ze vertrouwt mij ook. - Zij vertrouwt mij blindelings.
Ik heb al heel veel in haar gezicht gelogen
en ze heeft het totaal niet door.
Maar dan zitten we nog met wie we dan...
Ik vind het heel moeilijk.
We weten ook niet wie er nu een schild heeft.
Nee.
Ik heb echt geen idee wie het heeft.
Ik heb echt geen idee wie dat schild heeft.
Dat is heel vervelend, want ze zijn wel met veel.
Zij weten dat de verraders enkel weten dat Amine en Hans geen sleutel hebben.
Ja, dus die hebben geen schild.
Dus het is niet onlogisch dat één van die twee zou sterven.
We moeten nog altijd uitgaan van:
we moeten ons hachje redden, we moeten sterke spelers eruit halen,
we moeten proberen de groep te splitsen.
Dan kan je safe gaan spelen,
want waarom zou je een Hans vermoorden of waarom zou je een Amine vermoorden?
Wat haal je er dan uit? Ik heb wel even het gevoel dat we vastzitten.
Wat is hier nu de beste oplossing? I don't know.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.