Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
[gelach, geroezemoes, verkeersgeluiden]
[geroezemoes]
[muziek: 'Paloma Blanca' van George Baker Selection, er wordt meegeklapt]
[muziek: 'Paloma Blanca' van George Baker Selection, er wordt meegeklapt]
[gejuich, applaus, gefluit, muziek speelt voort]
[muziek: 'Paloma Blanca' van George Baker Selection, er wordt meegeklapt]
[intromuziek van het couplet]
♪ when the sun shines on the mountain ♪ [Najib zingt nu en dan mee]
♪ and the night is on the run ♪
♪ it's a new day, it's a new way and I fly up to the sun ♪
♪ I can feel the morning sunlight ♪
Ik hoor je niet, harder! -♪ I can smell the new-mown hay ♪
♪ I can hear God's voice is calling on my golden skylight way ♪
Daar komt ie, hè. -[intromuziek van het refrein]
♪ una paloma blanca ♪
♪ I'm just a bird in the sky ♪
♪ una paloma blanca ♪ -[muziek stopt, publiek zingt door]
♪ over the mountains I fly, yes, no one can take my freedom away ♪
[applaus, gejuich] -[Najib] Wauw!
[applaus, gejuich, gefluit]
Goeienavond Carré, goeienavond Amsterdam!
[gejuich]
Mensen daar, mensen hier, overal.
[Najib] Daar aan de zijkanten, de luisterplekken, hallo!
[gelach] -Ja.
Als ik zo sta, zie je niks, hè. -[gelach]
Nee. Had je maar een beter kaartje moeten kopen, hè.
[gelach] -Nee hoor, ik speel voor iedereen.
Ik ben blij dat ik er weer ben. Anderhalf jaar hebben we stilgezeten.
Jullie zijn er ook weer. Je kunt weer aan elkaar zitten. Ja, toch?
Kan, hè! Iedereen is geprikt, dat ding in de neus, ja toch?
Lieve mensen, deze show had al af moeten zijn, ehm… Goed, corona.
Maar daarvoor ook nog, daarvoor ook nog. Dat was m'n eigen fout.
Ik zat even in een eh, la… eh, ja, ehm…
Ik was even een tijdje drugs-drugs-drugs.
[gelach]
Daar vertel ik straks alles over. Eerst wil ik jullie meenemen naar mijn roots.
Niet zo ver als meneer Wilders zou willen, maar naar Krommenie, de flat…
…waar ik ben opgegroeid. -[gelach]
Hier, Krommenie, de Grote Beer. Wij woonden op nummer 100, tweehoog.
Naast ons woonde de familie Antonio Pedro Iglesias.
Dat was m'n buurman die altijd zei: 'Hé bierman, hé, bierman.'
Daarboven woonde oom Lonnie, op driehoog, boven ons.
Oom Lonnie was een beetje aan het dementeren destijds…
…raakte de weg vaak kwijt, dan moesten wij 'm zoeken.
Z'n vrouw zei: 'Kunnen jullie kijken waar oom Lonnie uithangt?'
We wisten waar hij uithing, in het park, want wat deed hij daar?
Hij ving eenden en die verkocht hij aan het plaatselijke Chinees restaurant.
Dat was z'n hobby.
Als je denkt 'pekingeend komt uit Peking': komt gewoon uit een parkje in Nederland.
Helemaal bovenin woonde een van m'n beste vrienden toen, Mo.
Mo van Mohammed, die woonde op zeshoog. Die zei ook:
[met Marokkaans accent] 'Ja-ja-ja, ik ben van hoog niveau.'
Ik bedoel, je woont gewoon op zeshoog, that's it.
Die wist het ook altijd beter, Mo. Weet je wel, zo'n betweter, altijd al.
En achter de flat, straal achter de flat, daar ligt Schiphol…
…op 20 kilometer afstand en al die vliegtuigen…
…als er een baan was gesloten, maakten ze een baan boven onze flat.
Dus als kleine kinderen renden we naar zeshoog, je stak die hand uit.
Het was alsof je die dingen aan kon raken.
[vliegtuigherrie] -Vandaar m'n fascinatie voor vliegtuigen.
Pokkeherrie, hè. Pokkeherrie.
Dat ging dag en nacht gewoon door. Ja. Om de twee minuten kwamen ze.
Dan weten jullie dat. -[gelach]
Na 20 jaar ben ik weer teruggegaan naar m'n oude wijkie, Krommenie.
En ik trof het zo aan. Ik heb het een beetje nagebootst, zo trof ik het aan.
De flat zag er niet meer uit, was gewoon verpauperd.
Het was net geen getto, maar zo heb ik de flat niet achtergelaten.
Serieus, mensen gooiden hun troep naar beneden. Heel asociaal.
Vuilniszakken, hup, naar beneden. Veel bewoners kende ik niet meer.
Heel veel oude bewoners waren weggetrokken, nieuwe bewoners erin.
Hè, Roemenen, Polen, heel veel Bulgaren, Letten.
Ik heb niks tegen die mensen, begrijp me niet verkeerd…
…maar ze integreren totaal niet, totaal niet.
Een groep Roemenen stond voor de deur. Ik zei: 'Hoi, wonen jullie hier?'
[met Roemeens accent] 'Wat, wat, wat, wat?'
Ja, hallo, ik vraag alleen maar wat.
Onderweg hiernaartoe moest ik tanken, voor me staat een Bulgaar af te rekenen.
Die zegt tegen die pompbediende: [Bulgaars accent] 'Pomp 6, pomp 6.'
Die vrouw zegt: 'Wat zeg je nou?' [Bulgaars accent] 'Pomp 6, 6, pomp 6!'
'Ja?' 'Ja!' 'Ja, en?!'
[Bulgaars accent] 'En Marlboro!' -[gelach]
'Alstoeblieft.'
Het klinkt gewoon een beetje agressief.
Echt, die flat, jongen! O, die hing vol met schotelantennes…
…want ze willen Polen 1 zien en kijken naar Bulga… Het was echt…
Dit is iets overdreven, zo was het niet.
Iets minder. Minder, jongens. Hallo, techniek? Minder.
[scandeert] Minder, minder, min…
Nou! Bij mij werkt het wel!
Nee, maar je liep dan zo, het was toch een beetje…
Ja, ik voelde me… geïntimideerd, ik weet niet.
Wij Marokkanen voelen ons niet meer veilig hier…
…door de Polen, de Roemenen, de Bulgaren en de Letten.
En wij waren hier eerst! -[gelach]
En ik hoor mensen denken: Najib, jij bent ook een buitenlander!
Dat klopt. Maar m'n moeder vertelde waarom ze naar Nederland kwam.
Die deden mee in Marokko aan een populair tv-programma.
Dat volgt een gezin wat een nieuw leven gaat opbouwen in het buitenland. Ja.
[vliegtuigherrie] -Wat een pokkeherrie.
Om de twee minuten komen ze voorbij. Ja, het is even wennen, maar…
Ze deden mee aan een populair tv-programma.
Ze hadden zich opgegeven en ze kozen om naar Nederland te gaan.
Volgens mij heet het hier Ik Vertrek. Ik Vertrek heet dat, ja.
Ze deden mee aan de Ik Vertrek-versie van Marokko.
Ja. En het leuke aan Ik Vertrek is, laten we eerlijk wezen, als het fout gaat.
Daarom kijken er zo veel mensen naar, het gaat fout.
Mensen gaan naar een vreemd land, een andere cultuur.
Ze verstaan de taal vaak niet en dan gaat het fout.
Dan zitten wij voor de buis: 'Oh, wat erg. Oh, wat vreselijk.'
Dat geeft jou een goed gevoel. Dat is zo.
Als het bij een ander fout gaat, voel jij je beter.
Hou dat gevoel vast, want als je denkt dat je een miezerig leventje hebt gehad…
…moet je horen wat ik jullie de aankomende 1,5 uur ga vertellen.
Jullie gaan met een goed gevoel de deur uit, dat is de bedoeling van deze avond.
Eh, grofvuil. Dat staat hier dan. Elke dinsdagavond werd het grofvuil neergezet.
Dan stond m'n moeder op het balkon te kijken wat we konden gebruiken.
Ik kom uit een arm gezin en we konden heel veel dingen gebruiken.
Dan riep ze me: 'Najib!' Zei ik: 'Ja, ma?' 'Pak die stoel!'
'Hè? Ja, maar…'
'Pak die stoel, die stoel is mooi!' 'Yo.'
Dan moest ik bij de vuilnis die stoel weghalen, ik schaamde me.
Dan zag een vriend me: 'Hé Najib, is het koopavond?'
'Nee, ik leg 'm net neer, eh…'
Is ook een trauma uit m'n leven, allemaal spullen uit het grofvuil halen voor thuis.
Wat ik later deed: alle emmers, potten, overal waar je op kon trommelen…
…nam ik wel mee. Als niemand me zag, nam ik het mee naar de kelder.
Daar bouwde ik m'n eigen drumstel, want ik kon overal wel geluid uit halen.
Maakte niet uit, het hoefde maar een beetje te klinken en het was… Hier.
[Najib roffelt op een metalen schaal]
[gerammel]
[klikkend geluid]
[gerammel]
[uitrekkende geluiden]
[inkrimpende en uitrekkende geluiden]
[gelach] -Sorry, er zitten ook kinderen in de z…
[zwiepend geluid, inkrimpende en uitrekkende geluiden]
[sambabal-achtig geluid] -Nou, dat is opgedroogd, hè.
[sambabal-achtig geluid]
Felix, oeh, dat smaakt! Ken je die nog, Felix?
En zo bouwde ik m'n allereerste… ja, gerecyclede drumstel.
Het was van allerlei ouwe dingen en troep.
Nou, dat is toevallig.
[geroffel, diverse drumgeluiden]
[ritmische drummelodie]
♪ Batman ♪
Vleermuis, daar komt corona vandaan. Ja, dat je het weet.
[geroffel]
En ik had een cassetterecorder. Ik nam mezelf op en spoelde terug, dan hoorde je:
[echoënd op het eind] Hier is Radio Najib Amhali op 35 FM stereo.
Huh. Dit is trouwens een elektronisch drumstel.
Alles wat ik hier heb staan, zit ook hierin.
Ik weet ook niet waarom we die troep altijd meenemen naar theater. Kijk.
[diverse drumgeluiden]
Je hoeft 'm niet eens aan te raken.
Hier zit een sensor, kijk. -[hihat-geluiden]
Voor heel luie artiesten. -[hihat-geluid]
Rapa, rapa! -[hihat-geluid]
Vroeger deed ik alles met de mond. [beatboxt]
Maar nou haal ik het niet meer, te weinig adem.
Hier heb ik een loopmachine. Die gaat loopen, dan krijg je dus dit.
♪ toem, poem, poem-poem-poem, poem, poem-poem-poem ♪
[tekst wordt geloopt] -Dan blijft hij loopen, zie je?
♪ when the night has come ♪
♪ and the land is dark ♪
♪ and the moon ♪ -[publiek klapt mee]
Uit de maat is dat, hè. -[gelach]
Oké, dat gezegd hebbende, weet u wat er gaat gebeuren zo hier en daar, ja?
Nou, leuk.
Ehm, ik speel elke avond wat anders, dus geen idee wat eruit komt.
Maar eh, ja, het is mijn show, dus ik doe gewoon waar ik zin in heb, hè.
[hij schraapt z'n keel] Ja.
[ritmisch geroffel]
[geroffel wordt geloopt]
[diverse drumgeluiden]
[scheidsrechterfluitje]
[scheidsrechterfluitje]
[scheidsrechterfluitje]
[loop is gestopt, diverse drumgeluiden]
[swingend ritme met scheidsrechterfluitje, diverse drumgeluiden]
Hé! Daar heb je Mo!
[swingende muziek gaat door]
Ik ga maar weg, anders gaat hij weer: Hé Najib, blablablabla.
[swingende muziek]
[liftbelletje]
[swingende muziek]
[liftbelletje]
[swingende muziek]
[muziek stopt, liftbelletje]
[gelach]
[applaus] -Hé.
[liftbelletje] -Hé, girlies.
[applaus] -Oh.
[met Marokkaans accent] Zo, zitten jullie te kijken naar de show?
Ik woon daar op zeshoog hè, daar.
Ik ben van de muts en niveau, doe normaal.
Ik zit op de computer de hele dag, zeg maar, voor de bitcoins, ja.
Ja, maar gaat niet zo goed.
Ja, m'n vader werkte vroeger bij de Schiphol, hè.
Had een heel belangrijke taak, hij moest zorgen dat het allemaal schoon was.
Ja. Want die Marokkanen kwamen in de jaren 60, weet je wel, om te werken…
…en zware werk te doen. Dus ze kwamen allemaal hiernaartoe…
…maar er was te weinig woningen, net als nu, woningennood.
Toen moesten 30.000 Nederlandse bouwvakkers als de wiedeweerga…
…woningen gaan bouwen voor de allochtoonse mensen.
Plus die Marokkanen moesten naar de winkels toe, boodschappen doen.
Maar ze doen nooit één komkommer of zo.
Ze kopen een hele kist met komkommers of uien.
Dat kon de Albert Heijn niet aan, alleen de Albert Heijn had je.
Toen kwam de Lidl, de Aldi, de Jumbo, de Dirk van den Broek.
Er moesten kassameisjes komen en medewerkers, distributiekantoren overal…
…en vrachtwagenchauffeurs en zo.
Dus die hele economie ging lopen door die allochtoonse mensen, snap je?
Plus ze hadden kinderen, niet vier of vijf, een stuk of acht of tien allemaal.
Ja, want ze doen het als konijnen, zeg maar. Ja.
Maar er waren te weinig scholen, moesten 30.000 bouwvakkers scholen bouwen.
Hogescholen, kleine scholen, kleuterscholen, allemaal scholen.
De allochtoonse kinderen hadden een taalachterstand.
Mensen van de pabo die gestudeerd hadden, huppekee, hadden zo een baan.
Was gewoon een win-winsituatie, snap je? Iedereen was blij. De Nederlanders ook.
Op zondag hadden ze feest, gingen ze een biertje drinken.
En in Maastricht was één Marokkaan een joint aan het roken.
Dat was de allereerste. Een man in Maastricht rook dat en zei:
[met Limburgs accent] 'Hé Mohammed, wat rook je daar?'
'Dat is hasjiesj.' 'Hé, dat wil ik ook!'
Die gingen we meenemen, die hadden jullie niet, wij wel.
Jullie met je gedoogde beleid, snap je?
Dus 30.000 bouwvakkers moesten weer coffeeshops gaan bouwen.
Dat is de win-winsituatie.
En toen kwamen die toeristen naar Amsterdam voor de coffeeshops.
Die komen niet voor tulpen, molens en kaas, maar voor hasj en hoeren, zo is het.
Ouleh. Ja, toch? En de Chinezen mochten helemaal niks.
Dus kwamen ze hiernaartoe massaal, want in China mag je niks.
Die wisten van de hasj hier, die kwamen elkaar tegen op straat.
Toen zei de een tegen de ander: [imiteert Chinees]
'Ching, weet je waar je hasj kan roken?' [imiteert Chinees]
En Ching wist het niet: 'Eh, weet niet.'
En, ehm… Dat is Brabants Chinees.
Ze gingen… -[gelach]
[imiteert Chinees]
[imiteert Chinees met andere stem]
Toen kwamen ze hiernaartoe.
Maar je had twee vliegtuigmaatschappijen, De K en de LM waren de enige twee.
Toen kwam Transavia, easyJet, allemaal, piloten, stewardessen, grondmedewerkers.
Plus m'n vader moest alles schoonmaken op Schiphol, want ze lieten troep achter.
Plus er moest douane, Schiphol werd uitgebreid.
Was een win-winsituatie. De economie ging lopen, zeg maar.
Plus hun kinderen gingen op een vechtsport of een kickboksschool.
Die Marokkanen kickboksen graag, zijn ze heel goed in.
Behalve Badr Hari, maar dat is een ander verhaal.
Ja. Ja. -[gelach]
Dus gingen ze kickboksen, maar dat mag alleen in de kickboksschool.
Maar ze gingen ook buiten kickboksen en sloegen Keessie neer, die lag op de grond.
Moest Keessie naar ziekenhuis. Overal gebeurde dat, dus te weinig ziekenhuizen.
Weer 30.000 Nederlandse bouwvakkers kwamen aan een baan…
…om het UMC te maken, het VU, het Academisch Medisch Centrum.
En je hebt doktoren nodig, trauma-artsen, artologen, portologen, dat soort mensen.
De moeder van Kees bracht bloemen, maar er waren te weinig bloemen.
Dus in Aalsmeer moesten snel… 'Kom op, stop die bollen erin!'
Want iedereen wilt een bloemetje brengen. Plus die Marokkanen hingen rond op straat.
Nederlanders werden bang, moesten er 50.000 extra agenten komen, dankzij ons.
Dat is baangelegenheid, snap je wat ik bedoel?
Nederlanders durfden niet naar buiten, die Marokkanen gingen samenscholen.
Dan blijf je binnen. Wat doe je? Dan ga je stoken! Vroeger had je alleen de Nuon.
Nu heb je Oxxio, Vattenfall, Essent, energiemaatschappijen.
De hele economie ging door ons opfleuren. Plus in Krommenie een parkje om te roken.
Gooiden op de grond, mocht niet, deden we toch.
Ik word moe van mezelf. Nou! -[gelach]
Roken, toen hadden we twee plantsoenenmedewerkers, nu 25!
Dankzij ons hebben die Turken nu ook een baan.
Zonder Marokkanen was er geen economie en geen toerisme in dit land.
[applaus]
[liftbelletje] -[applaus]
[liftbelletje] -[applaus]
[ritmische drummuziek met scheidsrechterfluitje]
[Mo] Hé!
[Mo] Hé! Help! -Oh!
Hij zit vast.
Hij zit wel vaker vast.
[ritmische drummuziek met scheidsrechterfluitje]
[liftbelletje]
[ritmische drummuziek met scheidsrechterfluitje]
[muziek stopt]
[applaus]
Ehm, deze show had al af moeten zijn.
Ja, er kwam iets tussen. Ik ga ook precies vertellen wat er is gebeurd.
Ja, ik ben niet de enige, laat ik dat vooropstellen.
Er zijn een hoop mensen in dit land, op de wereld, die verslaafd zijn.
De een aan sigaretten, de ander aan medicijnen, aan drank, drugs, gokken.
En ik was het alle vijf. -[gelach]
Tien jaar lang. Tien jaar lang was ik een slaaf van m'n eigen verslaving.
Mensen denken: Najib, hoe kan dat nou?
Dat komt door trauma's in je leven, gebeurtenissen die je niet goed verwerkt.
Plus het is een ziekte, verslaving. Ja, verslaving is als willen moeten wordt.
En ja, ik kon nergens over praten.
Ik kom uit een cultuur waar we weinig praten, vooral over gevoel.
Dus ik zocht andere wegen en dat waren voor mij de drank, de drugs en gokken.
En geloof me, in die tien jaar tijd, ik heb hulp gezocht.
Kliniek in, kliniek uit, kliniek in, kliniek uit, kliniek in…
Ik leek wel een CliniClown op een gegeven ogenblik.
Want niks werkt namelijk als je er niet 100 procent achter staat en het doet.
Bij mij begon het 15 jaar geleden allemaal, m'n moeder kreeg borstkanker.
Daar was ik kapot van. Ik kon niet omgaan met het verdriet.
Ondertussen stond ik ook shows te doen.
Dus vanbinnen ging kapot en op shows, on stage, had ik een masker op.
Dan kwam ik thuis en ik kon er niet over praten en het deed zo'n pijn.
Dus ik begon steeds meer te drinken, meer te drinken.
Toen begon ik er ook drugs bij te gebruiken, cocaïne.
Helemaal geen goeie combinatie.
Het ging fout in m'n relatie, m'n vrouw zei: 'Ik denk dat we uit elkaar moeten.'
Ik zei: 'Doen we dat toch lekker.' Toen ben ik gaan gokken.
Eerst in het casino, toen online.
Ik heb zo veel gegokt, ze zei: 'Ik wil scheiden.'
Ik zei: 'Prima, gaan we scheiden.'
Nou, had ik het geld opgemaakt, zei ze: 'Waar is het geld?!' Ik zeg: 'Op!'
'Op wat?!' Ik zeg: 'Op rood.' -[gelach]
That's it. Nou. Toen kon ik weer van voor af aan beginnen.
En, weet je wel, elke keer als ik probeerde om te stoppen…
…merkte ik dat het me niet lukte om te stoppen.
Weet je, het zit ook een beetje in de…
Het is genetisch, het zit in de familie, verslaving.
Dat is zo erg. Ik kreeg weer een nieuwe relatie.
Ik probeer het een beetje te verstoppen, te verdoezelen.
Ze kwam erachter en zei: 'Ik vind het prima, maar je moet er echt wat aan doen.'
Ik zeg: 'Ja, ik weet het.'
Dat zijn de bekende woorden van een verslaafde: ja, ik weet het.
'Wat ga je doen dan?' Ik zei: 'Ja, ik ga hulp zoeken.'
'Doe dan!' 'Ja, ik ga.' Nou dan ging ik weer naar de kliniek.
Dan ging ik weer in… Hoe zeg je dat? In rehab.
[op melodie 'Rehab' van Amy Winehouse] ♪ I was gonna go in rehab, no, no, no ♪
Zij zei: ♪ ja, ik dacht het wel, wel, wel ♪
Zeker. Nou, daar zat ik weer bij een meeting.
[hij schraapt z'n keel]
Hallo, ik ben Najib en ik ben verslaafd.
[reacties uit publiek] -[man] Hallo, Najib.
Zie je? Nog meer verslaafden in de zaal. -[gelach]
Het geeft niks. Die meetings zitten vol, hè.
Of het nou de NA is, de AA, de CA, het zit altijd…
Maar goed, het is anoniem hè, dus ik, eh…
Het gaat over mij, ja? Ik zal vertellen.
Kijk, verslaving kent geen kleur, geen ras, geen religie, geen leeftijd…
…geen geloofsovertuiging.
Ik heb daar mensen gezien, jongen. Meesters, leraressen, eh…
…sporters, eh, stratenmakers, advocaten, rechters, eh, televisiesterren…
…mensen die in de ringen hangen. Pff, ja! -[gelach]
Maar goed, hoe begint zoiets? Kijk, zo iets begint uit de hand te lopen.
Het is niet de eerste keer dat je heel veel gaat nemen, dat is niet zo.
Je gaat niet naar een dealer en zegt: 'Geef mij een half kilootje coke.'
'Hoezo?' 'Nou, even kijken of het wat is.' -[gelach]
Dat doe je niet. Het is gewoon een klein beetje.
Maar ik begon steeds meer te nemen. Als ik verdrietig was of me niet goed voelde…
…dan begon ik drugs te nemen, dan ging ik gokken, dat was een combinatie.
Je probeert de ballen hoog te houden, maar op gegeven moment gaat het niet.
Je laat steken vallen, ja. Vrienden merkten het en die duwde ik van me af.
Want iedereen die je lief is, die het goed voor heeft, die wil je niet horen.
Je houdt maar één vriend over, de dealer, want die luistert altijd naar je.
Dat is je beste vriend. Je hoeft 'm maar te appen en hij zegt: 'Ik kom eraan.'
Nou, dat is toch een topvriend, of niet? -[gelach]
Ik had geen vrienden meer.
Ik was alleen maar bezig met: wanneer, hoe en waar ga ik gebruiken?
Op gegeven moment geen sociaal leven meer, de relatie ging ook niet goed.
Nou, ik moest m'n werk stoppen.
En elke keer als ik probeerde te stoppen, merkte ik dat 't niet lukte om te stoppen.
Ik heb uitgerekend, in die 15 jaar tijd…
Ik heb er iets van twee Ferrari's doorheen gesnoven.
[imiteert racegeluid en snuift, imiteert racegeluid en snuift]
Pablo Escobar belde: 'Hé, tranquilo hè!'
'We houden het niet meer bij!' -[gelach]
Ja.
En het ergste vond ik nog dat ik mensen zo veel pijn heb gedaan.
Ik was aan het liegen, bedriegen, manipuleren.
Ik manipuleerde de hele boel. Alles moest om mij draaien.
Het is zo egoïstisch, een verslaving, niet te geloven.
Je gaat door een hel.
Je denkt elke keer 'ik kom eruit', maar dan word je weer teruggetrokken.
Het ergst vond ik mensen die deelnamen aan het verkeer…
…die stomdronken in de auto stapten.
Ik las het altijd, zag het op het nieuws en vervloekte ze: 'Hoe stom kun je zijn?'
En ja hoor, daar ging ik, de allereerste keer.
Ik woon in een dorp, Abcoude. Ik ging naar Amsterdam om wat te halen.
En ik had al wat, dat zat al diep in m'n neus. Ik zat helemaal zo.
[hij gromt]
Toen reed ik Amsterdam in. Het eerste wat ik zag, was een politiecontrole.
Ik reed zo in een alcoholcontrole, een politiefuik.
Ik denk: o shit, rustig blijven, rustig blijven, rustig blijven.
Rustig blijven, rustig, rustig!
♪ hou je rustig, rustig, rustig, hou je rustig, kalm en stil, hou je rustig ♪
Die agent klopt op het raam. [imiteert getik]
[imiteert omlaag zoeven raam] 'Goeienavond.' 'Goeienavond!'
Ik denk: oeh, dat is iets te hard.
'Wij doen een alcoholcontrole.' Ik zeg: 'Ja, is goed, man! Ik doe mee!'
Hij zegt: 'Heeft u gedronken?' Ik zeg: 'Nee-nee-nee!
Maar ik heb wel dorst.' -[gelach]
'Ik heb een beetje een droge mond!'
Hij zegt: 'Meneer, wat heeft u grote ogen.'
'Ja. Wat heb jij een grote neus!' -[gelach]
Hij zegt: 'U heeft een grote mond.' Ik zeg: 'Ja, ah, ah!'
Ik denk: doe nou normaal! Hij zegt: 'Waar komt u vandaan?'
Ik zeg: 'Van het bos, ik heb oma koekjes gebracht.'
[gelach]
Hij zegt: 'Rij maar naar m'n collega, daar kunt u blazen.'
'Ja! Even naar je collega blazen.' [hij blaast]
'Naar m'n collega toe.' 'Ja natuurlijk, naar je collega, ja.' Ik denk: o nee!
Die collega loopt zo om, want die had iets gezien wat ik nog niet had gezien.
Hier op de passagiersstoel lag nog zo'n klein, wit mini-enveloppie.
Je weet wel, zo'n dingetje.
'Neuh, dat weten we niet.' Oké, maakt niet uit.
Kabouterpost. -[gelach]
Dat was ik vergeten op te bergen.
Hij trekt die deur open en zegt: 'Meneer Amhali, wat is dit?!'
Ik zeg: 'Dat?! Dat eh, dat is post!' -[gelach]
'Voor wie?' Ik zeg: 'Nou, ik denk voor Roel van Velzen.'
[gelach]
Ik denk: doe nou normaal, Najib!
Hij bekijkt het, maakt het open en zegt: 'Meneer Amhali, is dit cocaïne?'
Ik zeg: 'Even ruiken.' [snuift] 'Nee.'
[gelach] 'Nee.'
Weg bewijs. -[gelach]
Hoe stom kun je zijn?
Dit had zo slecht af kunnen lopen.
De gevolgen waren… Het is gewoon… onverantwoordelijk gewoon.
Naast de schade die ik heb gehad met familieleden en vrienden, weet je…
…ben ik blij dat het beperkt is bij mij tot, ja…
De schade aan m'n lichaam is beperkt tot m'n neus, zeg maar.
Ja, het neusschotje.
Ja, daar zit een gaatje in. Nou, gaatje…
Ik kan, ga ik niet doen, maar zo met een vinger erin en aan de andere kant zwaaien.
[gelach]
Eén groot open gat.
Ik moest vaak zo'n PCR-test doen voor de televisie.
Dan zegt ze: 'Even naar achteren met je hoofd. Links of rechts?'
Ik zeg: 'Pff, maakt niet uit.' Ja. -[gelach]
Zo'n lang ding, dan ging ze erin.
En hier, floep, was hij weg. Zij zei: 'O! Hij is weg.'
Ik zei: 'O, waar is hij nou?' -[gelach]
Ik heb zo veel ruimte hier.
Kwam ik thuis, begon het toch… Deed ik: bababa, baba!
Plop! En dan valt het er zo uit.
Hup, pfft, hup! Neusgaatje.
[niest] Opgerold tientje.
Whup! Afstandbediening. O, daar is ie. -[gelach]
En dat drugsding begint altijd heel spannend.
Het is altijd heel spannend, het is altijd een beetje mysterieus.
Ja, dat is het vaak, in het begin.
Ik bedoel, iedereen moet het zelf weten, ik ben geen moraalridder, hè.
Het zijn genotsmiddelen, om ervan te genieten.
Bij mij werden het levensmiddelen. -[iemand niest]
Gezondheid. -[gelach]
Goed, hè: je show doen, horen wat je publiek doet, dan ben je een heel grote.
[gelach]
[applaus]
Het begint allemaal met een klein beetje.
bij mij ook, op een feestje kreeg ik een heel klein lijntje, ik zei: 'huh?'
ik dronk een wijntje, ik lulde uren met Trijntje
en ineens kreeg ik uit de hoek een seintje 'ik?'
het was de dealer met de mini-envelop
het poeder uit Colombia steeg naar m'n kop
hij zegt: 'hier, m'n nummer, als je nodig hebt, bel me op'
het was één keer in de maand, twee keer, zes keer, acht keer in de week
het spul was top
ik haat de boer die het verbouwde
de smokkelaar die het versjouwde
m'n dealer in Abcoude
en mezelf die z'n neus vol douwde
ik werd een junkie
ik begon te liegen, geld lenen, niet terugbetalen, mensen bedriegen
vier gram verder op een dag, ik zag ze vliegen
en dan jezelf de hele nacht in slaap proberen te wiegen
ik werd vooral paranoia, ik hoorde overal geesten kloppen
zelfs m'n eigen schaduw begon me te foppen
ik was elke dag zo high als de toppen
en elke verslaafde zegt: maar als ik wil, als ik wil, dan kan ik stoppen
ik haat de boer die het verbouwde
de smokkelaar die het versjouwde
m'n dealer in Abcoude
en mezelf die z'n neus vol douwde
ik leidde een dubbelleven
kwam die dealer niet op tijd, begon ik echt te beven
hij wilde ook niks meer op de pof geven en de high duurt steeds maar even
toen zei mevrouw Najib: 'nou is het echt genoeg
straks eindig je dood in een ziekenboeg
ik ben niet getrouwd met iemand van de cokeploeg
of je zoekt hulp of ik ben weg, doeg'
ik haat de boer die het verbouwde
de smokkelaar die het versjouwde
m'n dealer in Abcoude
mezelf die z'n neus vol douwde
Nou, dat. -[gelach, applaus]
Dit is voor de keel, ahum. -[man] Ja-ja.
Ja. -[lachjes]
Thee, hè. Ahum. -[lachjes]
[Najib hikt] -[gelach]
Er waren drie opties voor mij, drie opties.
Eén: of ik belandde in de gevangenis.
Of het was de dood, of een psychiatrische inrichting.
En ik wil niet m'n jeugd de schuld geven.
Heel vaak komen mensen met: 'Ja, maar ik heb een slechte jeugd gehad.'
Mijn jeugd was hartstikke leuk. Ja, we waren arm, maar niet ongelukkig.
M'n vader was er niet, maar goed, m'n moeder was er.
Je kunt wel zeggen: m'n vader was er niet. Nee, m'n moeder was er voor twee.
M'n moeder lette altijd op, die was streng.
Ik ben opgegroeid met een corrigerende tik.
Dat mag niet meer, maar vroeger kreeg je een corrigerende tik, ja?
Een heel harde corrigerende tik.
Ik ben opgegroeid met een keiharde, snoeiharde corrigerende tik.
M'n moeder zei ook: 'Het leven is een rails.
Je weet niet waar het naartoe gaat, maar mama zit achterop en die let op.
Als jullie ontsporen, krijg je een tik, zit je zo weer op de goede rails.'
Mooi, hè? Is bijna poëtisch.
Soms sloeg ze zo hard, werd je wakker op een ander perron.
[gelach]
Ik weet niet, m'n moeder had geen geduld.
Ik heb dat ook met kinderen, ik ben niet geduldig.
M'n moeder zei niet: ik tel tot drie.
Ze zegt: 'Ik tel tot drie. Eén…' Pats! Dan sloeg ze al.
Ja. En ze sloeg altijd, ik weet niet waarom.
Dan deed ze de deur open en zei: 'Je broek is kapot.'
'Oh! Ja mama, ik ben gevallen.'
'Ja, kom maar binnen.' Dan deed ze zo de slof al uit.
Dat zag ik, als ik voorbijliep, pakte ze die slof en dan: smak!
Ik zei: 'Mama, krijg ik een tik?' 'Nee hoor, hoezo?'
'Eh, je hebt je sloffen uit.' 'Heb ik altijd.'
'Nee, meestal heb je er twee uit.' 'Kom, naar binnen.'
'Maar dan ga je me slaan.' 'Kom binnen!' Dan schoot ze uit haar slof. Weg was ik.
[gelach]
Marokkaanse moeders vergeten niks. Ik dacht: dat is ze vergeten.
Nee, ze zei: 'Wacht maar als je thuiskomt. Dat is haram. Aaah!'
Dat is een gebruik, ik weet ook niet waarom, zo heel agressief.
Dan bijt ze hier, krijg je de tandafdruk te zien.
Dan weet ze: je kind krijgt nog een tik.
Een soort knoop in je zakdoek, een geheugensteun. Serieus.
Er waren moeders met beltegoed, die van mij had tiktegoed.
[gelach] -Je kwam thuis, ze keek naar haar hand.
Dacht ze: waar was dat ook alweer van? O, van Najib. Smak! Kreeg je 'm alsnog.
Ik heb echt een soort trauma overgehouden aan die tikken.
M'n moeder stuurde me laatst een Tikkie, ik trapte er niet in.
[gelach]
Maar zij wist niet beter. Want ik kwam erachter: haar moeder sloeg haar ook.
Dat is wat wij doen als ouders.
Wij geven dingen door. Wij nemen dingen soms over van onze ouders.
Ik was op dat moment zo bang, want ik had twee kinderen, dat ik…
Ik was het voorbeeld voor die kinderen, maar het voorbeeld hoe het niet moest.
Ik heb ook niet echt een voorbeeldfiguur gehad om daarnaar te…
M'n vader was er dan nooit. Ja, m'n moeder zat daar maar, op die flat.
Ik heb twee kinderen, Noah en Novëlle. Novëlle is nu inmiddels negen.
Nee eh, zes. Noah is negen, ja.
Noah en Novëlle, lekker makkelijk, hè? N-N.
M'n vrouw heet Niama, we zijn de vier N'en uit Abcoude.
♪ lalala-tada ♪
Is wel iets voor een soap, hè?
Noah, omdat we het een mooie naam vinden.
Plus: Noah is islamitisch, christelijk, joods.
De ark van Noah, dat vinden we ook mooi, we houden van dieren, de ark van Noah.
Plus: Noah is makkelijk als hij gaat solliciteren. Laat ik eerlijk wezen:
Als je in dit land Abdelkarim Mohammed Ben-Salah heet, is het lastig.
Heet je Noah, word je zo uitgenodigd.
En ik heb Novëlle en die is zes. Novëlle is gewoon Novëlle.
Is gewoon 'no vel'. Hij is besneden, 'no vel, no vel'.
[gelach]
Maar ja, m'n moeder voedde ons gewoon op zoals haar moeder dat deed.
Die kwam naar dit land, die sprak de taal niet, die kende de cultuur niet.
Die zat daar de hele dag alleen te wezen.
M'n vader draaide vijf ploegendiensten, in het café de zesde, dus die kwam nooit.
Ja. Zij vertelde ons verhaaltjes voor het slapengaan.
Achteraf gezien was dat nooit goed. Dat was pedagogisch niet verantwoord.
Het zijn Berberse sprookjes. We zeiden altijd: 'Mama, vertel een sprookje.'
We wilden dat ze voorlas, maar ze kon niet lezen.
Kijk, sprookjes die ik ken, eindigen in: 'en ze leefden nog lang en gelukkig.'
Nou, Berberse sprookjes niet, hè!
Niemand leeft. Ook niet lang, ook niet gelukkig.
Serieus, er gingen altijd kinderen dood in die sprookjes, en die vertelde ze.
Dan kwam ze naar de kamer toe.
We sliepen op een stapelbed, ik boven, m'n broertje beneden.
Hij piste in z'n broek, dus ik was bang als hij boven sliep dat het naar beneden…
M'n moeder zei: 'Ik vertel het verhaal van de heksen, omdat jullie vervelend zijn.'
M'n broer zei: 'Mama, niet van de heks.' 'Te laat!'
'Op een avond kwam de heks naar de twee vervelende kinderen.
En ze bond de kinderen vast in de kamer en nam ze mee het huis uit.'
Dan zei m'n broertje: 'Mama, welke kinderen zijn dat?' 'Jullie, natuurlijk!
En de heks nam ze mee en niemand had het in de gaten.
En ze liepen het bos in en steeds verder en verder.
En ze had de kinderen meegenomen.
Het kleinste jongetje zei: "Mevrouw, we zullen het nooit meer doen."
"Te laat", zei de heks. "Had je naar je moeder moeten luisteren de eerste keer."
Er zat altijd wel een moraal in.
'Ze trok die kinderen mee! Ze gingen het bos in, verder het bos in.
Toen zei die oudste: "Mevrouw de heks, ik ben zo bang in het donkere bos."
Toen zei de heks: "Wat dacht je dan van mij?! Ik moet straks alleen terug!"
[gelach]
'Toen kwamen ze bij een heel grote ketel, die stond al te koken met heet water.
Daar gooide ze die kinderen in. En die kinderen werden levend gekookt.
Ze deed er zout bij en peper en paddenstoelen en uilenpoep…
…en roerde het en daarna plopten de ogen van de kinderen eruit.
Dat was een delicatesse voor die heks, die at ze op.
Daarna begon ze aan het eerste kindje, het tweede.
En daarna was de heks moe en voldaan. Nou, slaap lekker!'
[gelach]
Dat slaapt niet lekker, dat kan ik je nu vertellen.
Oh! Ik voed m'n kinderen…
Ik ben hier opgegroeid, ik voed ze gewoon op zoals ik dat ken van hier.
Als ik boos ben op Noah, vertel ik geen rare verhalen, krijgt hij geen tik.
Dan zeg ik: 'Noah, papa is heel erg boos op jou.
Je heb je broertje weer van de trap gegooid. In de hoek!'
Dat. 'Noah, zonder eten naar bed!'
Zegt hij: 'Jeuh, gelukkig! Ik vond het toch niet lekker, papa!'
[gelach] -Ja!
Maar ik merk gewoon: het zit in het DNA.
Hij is een beetje bang en waarvoor weet ik niet.
Als ik heb voorgelezen, zegt hij: 'Papa, kan je nog even onder het bed kijken?'
Dan zeg ik: 'Waarom?' 'Misschien zit er iets.'
'Er zit niks.' 'Maar papa, misschien wel vandaag.'
'Er zit niks!' Het is een kleine moeite om even dit te doen. 'Nee, er zit niks.'
Maar de laatste tijd zegt hij: 'Papa, je moet ook goed kijken in de hoekjes.'
'Pfff, o. Er zit niks in de hoekjes.'
'Papa, je moet nu even voelen.' 'Hoezo?'
'Misschien is hij wel onzichtbaar, kun je 'm alleen maar voelen.' Oh!
Soms is hij zo vervelend, dan wil ik dit doen: o nee, rennen!
[gelach]
Maar dat doe je niet. Dat is pedagogisch niet verantwoord.
Dat doe je niet.
Kamillethee, jongens, kamillethee. Ah!
Slaan, slaan, tikken, dat is uit den boze. Heb ik nog nooit gedaan.
Ik heb m'n kind weleens geknepen, dat vind ik heel erg van mezelf.
Dat was ook niet goed. Dat is niet goed te praten, maar ik heb 'm geknepen!
We spelen weleens the claw. [enge stem] The claw, o nee!
Maar the claw zat op een gegeven moment op z'n dijbeentje.
Dat was op vakantie. Ik was mezelf niet of nooit geweest.
Ik kreeg een waas. Echt, ik weet niet wat er gebeurde.
Het was in het vliegtuig, op weg naar vakantie.
Je moet je voorstellen: vakantie is voor mij altijd stress.
Er zijn dan dagen dat ik niet heb geslapen, door bepaalde middelen.
Dan wil ik m'n koffer zelf inpakken. M'n vrouw zegt: 'Dat doe ik.'
Die is bang dat ik er iets in stop wat niet mag. Nou.
'Ik wil 'm zelf inpakken.' 'Nee, dat doe ik!' 'Oké, doe jij 't maar.'
Dan kom je bij de douane en zeggen ze: 'Heeft u de koffer zelf ingepakt?'
'Eh, nee.' -[gelach]
Dat wil ik ook niet, dus ik zit al met stress. Nou, dan gaan we vliegen.
En wij vliegen gewoon, hè.
M'n vrouw wil altijd heel duur vliegen, ik ben altijd de goedkope, gierige, eh…
[Zeeuws accent] 'Geen cent te veel, hoor!' Die.
Ik wil gewoon vliegen, een chartervlucht, maakt mij niet uit. Zij wil altijd luxe.
Ik wil bij de gewone mensen, om vijf, zes uur 's ochtends op Schiphol.
'Hallo.' 'Hallo.' En op Schiphol, voordat je er bent, moet je zigzaggen.
Ik word misselijk daarvan. Heb je het gezien tegenwoordig?
Die kinderen achter me aan: 'Mag ik de iPad?' 'Even wachten nog.'
Dan gooien ze dat dingetje los: pring!
Dan moet ik ze vastmaken: 'Niet doen. Zit er niet aan.'
Dan gaan we naar de dinges. 'Mensen, goeiemorgen.' 'Morgen.'
'Hé Najib, broodje?!' -[gelach]
'Hassan!' 'Ja.' 'Hé Najib, ga je op vakantie?'
'Nee, ik werk bij de bagage.' -[gelach]
Uiteindelijk zaten we in het vliegtuig.
Hier zit een vrouw met een man en hier nog twee plekken.
Wij zaten met z'n vieren erachter.
De vakantie begint in het vliegtuig. Nou, niet voor ons. Wij zitten nog geen…
Ik zal het even naspelen. Ik pak die stoel, hier is die stoel, kijk.
We vliegen met een heel goedkope maatschappij, die heet EasyChair.
Je neemt je eigen stoel mee van huis… -[gelach]
…en je zet 'm neer waar er ruimte is. Nou!
Je moet je voorstellen: wij zitten hier.
Hier zit een mevrouw, een meneer met z'n vrouw.
Die zijn ook blij, die gaan op vakantie. Noah zit erachter.
Hier heb je een televisiescherm, dat zit in het achterding van die stoel.
En die hebben films: Disney-films, tekenfilms, spelletjes.
Mijn kind… Omdat ik er een tijdje niet was, heb ik lopen compenseren.
Ze hebben allebei een iPad en een spelcomputer.
Noah kreeg nog een boek, een tekenboek met kleurpotloden.
Toen zat hij zo: 'Papa, hij doet het niet.'
[gelach]
Dus ze hoeven zich niet te vervelen. Noah zat al eerst zo op die tv.
Dus die man die ging… [kreuntjes] met z'n hoofd.
Die draaide zich om. Ik zei: 'Sorry. Noah, wat doe je?'
'Papa, hij doet het niet.' 'Nee, de tv doet het pas als we de lucht in gaan.'
Nou, wij de lucht in. Een halfuur later zit Noah zo.
Ik zeg: 'Wat is er?' 'Ik verveel me.' 'Hoe kan jij je nou vervelen?!'
De kinderen zitten niet naast elkaar:
ik zit hier, Noah hier, z'n moeder hier en die daar.
Anders gaat het fout. Dan gaan ze na een minuut al:
'Papa, hij kijkt naar mij!' 'Jij kijkt ook naar mij!'
Pff! -[gelach]
'Hij mag toch kijken?' 'Nee!' -[gelach]
'Nou, ruk z'n ogen er maar uit. Doe maar zo: hop-hop!'
[gelach]
Zo verwend, joh.
Dus hij zit zo. Ik zeg: 'Noah, hou op!' 'Maar ik weet niet meer wat ik moet doen.'
Ik zeg: 'Dan doe je toch niet dat met je voet?'
'Papa, is niet m'n voet. Kijk, is m'n knie.'
[gelach]
Hij verveelt zich. Ik heb me verveeld, of wij, toen we gingen vliegen.
We hebben één keer gevlogen met de hele familie, even snel.
Wij zaten in het vliegtuig. Je had nog geen telefoon, geen iPad.
Niks bestond nog, niet eens het tv-scherm, zo lang geleden.
M'n vader zat bij het raam, z'n zwemvest aan te trekken.
Ik zat ernaast. Ik zei nog: 'Papa, wat doe je?'
'Ja, is voor mij. Jij hebt ook één, onder de stoel.'
[gelach]
En hij zat bij het raam, maar hij keek niet.
Wij keken, we zaten zo langs m'n vader de hele tijd.
'Wajo, ik zie de wolken!'
En m'n broertje: 'Ja, ja, ik zie ook wolken!'
'Wajo, we zitten heel hoog!' 'Ja, we vliegen heel hoog!'
'Wajo, ik zie de zee!!' 'Ja, ik zie ook de zee!'
'Wajo, je ziet de bergen!!' 'Ja, ik zie ook de bergen!'
Toen zei m'n vader: 'Zo, nou is het genoeg!'
Toen was hij het zat. Ik denk: waarom?
Je had geluk met een aardige stewardess. Die nam de kinderen mee naar de cockpit.
Dat was trouwens een heel mooie tijd, als jonge moslim in een cockpit kijken.
[gelach] -Dat is lang geleden.
Oké, dus.
Noah zit hier, met z'n knie. Dus ik zeg: 'Noah, stop.'
Dat leren ze op school: 'Stop, hou op, ik vind het niet leuk.' Die gooi ik erin.
Ik zeg: 'Stop, hou op, ik vind het niet leuk.'
Toen deed hij: 'Stop, hou op, ik vind het niet leuk.'
Ik zei: 'Ik vind het echt niet leuk.' 'Ik vind het echt niet leuk.'
Ik zeg: 'Ga je me nou napraten?' 'Ga je me nou napraten?'
Ik was helemaal aan het koken, jongen!
Ik kijk naar z'n moeder, die zegt: 'Negeren.' Oké, dan negeer ik 'm.
Ik zeg: 'Nou moet je ophouden!' Ik ging m'n stem verheffen, hij dus ook.
'Je moet zelf ophouden, papa!!'
De mensen in 't vliegtuig naar mij kijken: 'Hé Najib, alles goed?' 'Ja.'
[gelach]
Ik zeg: 'Noah, je bent heel brutaal.' 'Je bent zelf brutaal!'
'Nou moet je ophouden, je hebt een grote mond!' 'En jij hebt grote oren!'
[gelach]
Ik denk: als hij dat nog één keer doet…
…dan druk ik dat voetje dwars door de bodem van het vliegtuig heen!
Ik was het helemaal zat! Serieus, ik begon te koken gewoon.
Hij doet het weer, maar ik ben te laat, dus ik doe dit en je hoort: pats!!
Het gaat zo door het hele vliegtuig heen!
En m'n hand zit hier en hij zegt: 'Au, papa!!'
En ik weet niet wat ik moet doen, dus ik sla m'n hand om z'n mond heen.
Dus één hand zit hier en die andere zit zo!
Niet hier, dit is die meneer, sorry. Hier, achter. Hier.
Sorry. Hier!
En ik hou 'm zo vast. [murmelt]
'Nou hou je op, ik ben het zat!'
Z'n moeder zegt: 'Wat doe je?' Ik zeg: 'Jij moet ook je mond houden, ja!'
En 'the claw'… [enge stem] 'the claw'…
…die begon te knijpen. Hij zegt… [hij murmelt]
En ik laat los, hij doet: 'Help!!' - [gelach]
Paniek in het vliegtuig!
Noah begon op die knopjes te drukken dat er service kwam, de bediening.
Ineens komt die steward eraan gerend door dat halletje.
[zachte kreetjes] -[gelach, applaus]
[verwijfd] 'Oh, my God!' -[gelach]
'Boy, are you okay?' [jammerend] 'No!'
'Is that your father?' [jammerend] 'No!'
[gelach]
Ahum. Ah, ik heb er spijt van, echt.
Nog steeds, de dag van vandaag, ik weet het nog zo goed.
Hij had een korte broek aan en ik zag wat ik had gedaan, het was bont en blauw.
Het was net Bob Ross: 'Oker brown, yellow green.'
Een week vakantie, ik dacht 'het gaat wel weg', maar het werd alleen maar donkerder.
Zo, echt jongen, het zag er niet uit!
Hij kwam kindjes tegen in het zwembad, die vroegen wat, dan zei hij: 'Daddy!'
[gelach]
Nou, wij na een week terug.
Op dinsdag heeft Noah gym op school en woensdag moest ik op school komen.
M'n vrouw zei nog: 'Ga jij even naar dat vijfminutengesprek met z'n juf?'
Ik zeg: 'Waarvoor?' 'Ja, weet ik niet, maar ga jij.'
'Ga je niet mee?' 'Nee, hoeft niet, het is vijf minuten.' 'Oké.'
Dus ik erheen, naar juf Janneke, een heel leuke juf.
Ze heet niet echt Janneke, maar voor dit verhaal: juf Janneke.
Ze heet Esther in het echt, maar goed, even…
Dus ik kom binnen. En ze zit daar. Ik zeg: 'Hoi, juf Janneke, alles goed?'
'Ja, goed. Dit is meneer Bakker.' 'Hallo, meneer Bakker.'
Ze zegt: 'Najib, ga even zitten.' Ik zeg: 'Ja, tuurlijk. Nou, nee.'
Als je binnenkomt en je weet niet waar het over gaat…
…en mensen zeggen als eerste 'Ga even zitten': nooit doen, slecht nieuws.
Dus ik blijf wel even staan.
Ze zegt: 'Ik val met de deur in huis, wat is er gebeurd met Noah?'
Ik zeg: 'Noah? Wat is er gebeurd met Noah?' 'Nou, op vakantie.'
'Op vakantie? Wat is er gebeurd?' Zegt ze: 'Najib, hij was op gymles…'
Ik zeg: O, the claw. [enge stem] The claw, o nee!
Ze zegt: 'Dat is niet grappig.' 'Nee, is niet grappig, helemaal niet. Af!'
Ik zeg: 'Juf, ik was even mezelf niet. Ik had een paar dagen niet geslapen.
Dat kwam door… Ik heb een paar dagen niet geslapen.
Voor de vakantie mocht ik m'n koffer niet inpakken van m'n vrouw.
Ik was al gestrest. 's Morgens vroeg naar die vlucht.
Noah begon te schreeuwen. Ik zei: "Stop, hou op, ik vind het niet leuk."
Toen begon hij te schoppen tegen de stoel van die man, die had er last van.
Die had rugpijn. Ik had bloed aan m'n handen van Noah, onder de nagels.
Ik bedoel, hij trok het bloed eruit. Nee, ik had bloed, eh…'
Ze zegt: 'Najib, rustig.' Ik zei: 'Ja sorry, ik draaf door.'
'Ja', zegt ze, 'ik zie het. Gebeurt dit vaker?'
Ik zeg: 'Nee. Dat is het 'm juist. Dit is de eerste keer en ik schaam me kapot.'
'Nou', zegt ze, 'we hebben het Noah gevraagd en die zei: "Jawel."
'Jawel, wat?!'
'Wij vroegen: "Slaat papa je vaker?" Toen zei hij: "Jawel."
'Zei hij: "Jawel?!" 'Ja.'
Ik zei: 'Hij liegt!' 'Ja, dat zegt hij ook over jou.'
'Papa liegt de laatste tijd heel vaak tegen mama.'
Ik zei: 'Ja, dat is tegen z'n moeder, maar dat is niet, eh, dat is gewoon…'
Die man staat op en zegt: 'Meneer, gaat u even zitten, dat praat veel makkelijker.'
Ik zeg: 'Sorry, maar wat doet die man bij dit gesprek?'
Zegt ze: 'O, meneer Bakker is van Bureau Jeugdzorg.'
Ik zei: 'Wat?!'
'We hebben een melding moeten maken en willen dit graag met jou bespreken.'
En toen hoorde ik niks meer. Ik denk: wat?! Bureau jeugdzorg, hoe dan?!
En hij blijft maar: 'Ga even zitten, dat praat makkelijker, gaat u zitten.'
En ik zeg: 'Ga even zitten, dat praat makkelijker, gaat u zitten.'
[gelach]
'Wat doet u nou?' [spottend] 'Wat doet u nou?'
En de juf zegt: 'Nou ja, Najib!' [spottend] 'Nou ja, Najib!'
'Voel je je wel lekker?' [spottend] 'Voel je je wel lekker?'
'Wat heb je?' [spottend] 'Wat heb je?'
'Gaat het wel goed thuis?' Ik zei: 'Nee, het gaat niet goed thuis.'
Hallo, ik ben Najib en ik ben verslaafd. -[lachjes]
Nou, daar zitten we weer. Godsamme.
[zuchtend] Oh.
Die verslaving zie ik als een soort sluipschutter…
…een sniper, die wacht de hele tijd.
Tot je weer zo'n zwak moment hebt en dan slaat hij toe.
Dan slaat hij toe, hij wacht tot je niet sterk in je schoenen staat, niet oplet.
En die momenten hebben we allemaal als mens.
Je bent een keer verdrietig, je verliest iemand.
Je geliefde is weg, je wordt ontslagen.
Je ziet het even niet zitten, je laat je hoofd zakken, je let niet op, pats!
Kun je weer van voor af aan beginnen. Ik heb dat zo vaak meegemaakt in tien jaar.
Dan ging ik net zo lekker.
Ik denk: hé, luister eens, drie maanden lang, hartstikke goed, ik ben er, wauw.
Dan ging ik weer shows doen door het hele land. En oppassen, opletten.
Dan kwam ik bij het publiek, na afloop, even: 'Hé, hallo, alles goed?'
Kwam ik in Brabant. [Brabants accent] 'Hé Najib, leuke show.
Wilde gij een biertje?' 'Nee, nee. Nee, ik stop met drinken.'
'Ah joh, je ken toch wel een biertje drinken, of niet?'
Ik zei: 'Nee, ik drink niet meer.' 'Ah, je ken toch wel een biertje drinken?'
Ik zei: 'Nee…' 'Ah, kom op nou, jongen!'
Ik zei: 'Maar…' 'Kom op nou, één biertje, jongen!' 'Oké, één biertje dan.'
'Hé Najib, wil je een biertje?' 'Ik heb al.' 'Ah, jongen.'
Ja, daar zat ik weer, vier, vijf dagen in de week.
Bedankt, hè?! -[lachjes]
Verslaafden geven alles en iedereen de schuld, behalve zichzelf.
Maar Antonio, precies hetzelfde. Antonio, die rookte als een schoorsteen.
Wat rookte hij? Shag. Dat was gewoon een handeling.
Dan kwam hij op het balkon zitten. [Spaans accent] 'Hé bierman, alles goed?
Hé, jij kijke Barcelona, of niet? Dat is een mooie wedstrijd, si, hombre.
Si, hombre. Dat is een mooie wedstrijd, si, is mooi.
Koeman moete weg, hè. Is een slechte trainer, moet weg, Koeman.'
Altijd roken en dan had hij zo'n prutje, en dan: pf-pf-pft!
Ooit was hij gestopt, dat moest van z'n vrouw, die kon er niet meer tegen.
Dus rookte hij niet meer, zo simpel! In één keer, cold turkey.
Twee, drie jaar heeft het geduurd, toen zag ik 'm weer een sjekkie draaien.
'Hé, jij was toch gestopt?' [Spaans accent] 'Ja, ik ben begonnen.
Verdorie, Maria is weggelopen.' [pieperig, onverstaanbaar gejammer]
Ik verstond er niks van. Het was net Bassie, van Bassie en Adriaan.
[imiteert Bassie] Adriaantje, Adriaantje! [imiteert gehuil van Bassie]
[imiteert B1 en B2] 'Z'n vrouw is bij 'm weg!'
'Watzeggie?' 'Z'n vrouw is bij 'm weg!!'
'O, zeg dat dan.' 'Dat zeg ik toch!'
'Watzeggie?' -[gelach]
[imiteert Samson] Nou ja, Gertje, z'n vrouw is weggelopen.
[gelach]
Ja-ja, we begrijpen het wel.
Z'n vrouw was weg, hij gaf haar de schuld en begon met roken, ja.
Ja, het is, weet je…
Er zijn mensen, die hebben gewoon een drankje nodig om los te komen.
Die heb je ook. Die zijn altijd gereserveerd.
Die kunnen zichzelf niet zijn of durven dat niet, die zijn onzeker.
Maar na een borreltje komen ze los.
We hebben ook zo'n vriend, altijd dezelfde emotie, durft niet zo veel.
Hoe hij praat ook. Ik zeg: 'Ben je gelukkig?'
[hoge stem, vlak] 'Nou ja, ik ben wel gelukkig hoor, eh, nu.'
Ik zeg: 'Je hebt een nieuw huis.'
[hoog] 'Ja, ik ben er heel blij mee, eh. Ja, ik kan niet anders zeggen, dus.'
'En wanneer heb je een feestje?' 'Zeg maar, dan ga ik het organiseren…
…want ik ben wel een feestbeest hoor, eh.' Zonder alcohol.
En met alcohol is het: [dubbele tong] 'Hé Najib, hieperdepieperdepiep, hè.
Hé, gozer. Ja, ik vind je wel een toffe gast hoor, hé. Ja, ja-ja, ja-ja.
Hé Najib, even serieus, je bent een goeie gozer, hè. Dat weet je wel, of niet?
Ja, ik hou van jou hè, pik. Dat weet je. Najib, kijk me aan. Ik hou van jou, pik.
Nee, dat zeg ik niet tegen iedereen, hè. I love you, man. Ja.
Ik hou van jou hè, gozer. Hier, hier, kijk eens.
Hier, voor jou: I love you. I love you, man. I love you.
Hé kijk, hier, voor jou. I love you, man. I love you, man!'
[gelach]
Oké.
Ik kon me niet voorstellen dat je 's morgens begon met drank, echt niet.
Ik vond het zelfs vies, ik denk: je begint toch met koffie en een croissantje.
Ja hoor, die tijd kwam ook voor mij. En ik deed het stiekem…
…want ik had m'n vrouw gezegd: 'Ik drink niet meer.' 'Echt niet? ' 'Nee.'
'Ja, in het weekend.' 'Alleen in het weekend?' 'Ja, doordeweeks niet.'
Maandag ging ze naar haar werk, de kinderen naar school.
Ik naar m'n twee beste vrienden in het dorp, Gall & Gall.
[gelach]
Drinken, drinken. Voordat ze thuiskwam, had ik alles opgeborgen.
Ik ging het maskeren met mintjes, Smintjes, kauwgom en tandenpoetsen.
Parfum. Oh, man!
Van dat Listerine-spul, dat mondwater…
…dat heel sterke, waar mensen dit mee doen: pff!
Bop! Ik deed… [gorgelt] en ik slikte het zo door, lekker.
Ja, er zit ook nog een beetje alcohol, dus ja.
[gelach]
[ademt in hand] Oh, Smintjes erin. O.
Parfum, tsh, tsh, tsh.
Kwam ze thuis, deed ik alsof ik niet had gedronken, ik ging bij de tafel zitten.
Hm. -[lachjes]
[schraapt z'n keel]
'Hoi! Ik ben thuis.'
'Hoi, ik ook.' [hij schraapt z'n keel]
'Hoe was je dag?' 'Ja, eh… wel goed.'
[hij schraapt z'n keel]
'Wat is er met je stem?' 'Eh, niks. Ik denk een kikker, of zo.'
[hij schraapt z'n keel] 'Er zit een kikker in, kwak!'
'Najib, heb jij gedronken?'
[imiteert De Boertjes] 'Nee, ik niet, m'n broer wel. Maar in principe niet vandaag.
Zaterdag heb ik wat gedronken.'
'Wat heb je dan?' 'Ja, weet ik veel, gewoon. I love you, man.'
[gelach]
En dan begonnen die ruzies weer van voor af aan.
'Je zou niet drinken, je had het beloofd.'
Ik zei: 'Ik heb niet gedronken.' En dan nog volhouden ook.
Want dat toegeven, dat was zo moeilijk, mensen.
Ik was te trots om te zeggen: ik heb weer gedronken.
Ik heb weer een probleem, ik moet weer.
Ik schaamde me kapot. Inmiddels was ik zo'n slechte echtgenoot.
Ik was een slechte vader, want ik deed niks met die kinderen.
De kinderen vroegen: 'Papa, gaan we wat leuks doen op zondag?' Ik zeg: 'Ja, ja.'
En zondag deed ik niks, bleef ik in m'n bed rotten.
De hele week was ik bezig geweest, dan heb je één dag nodig om bij te komen.
Dan ben je gewoon kapot.
Dan kwamen ze naar het bed: 'Papa, wanneer gaan we naar het voetbalstadion?'
Ik zei: 'Dat doen we morgen.' 'Maar maandag voetballen ze niet.'
'Ja, eh, dinsdag.'
Ik stuurde ze altijd weg met een smoes. Dan gingen ze met mama wat leuks doen.
Dat ging week in, week uit zo en ik had het niet eens in de gaten, man.
Jaar in, jaar uit was ik er gewoon niet.
Ik sliep in het logeerbed, ze kwamen naar het logeerbed.
Ik sliep niet meer bij m'n vrouw, want ik maakte zulke geluiden.
Zij heeft het een keer opgenomen met een mobiele telefoon, dat klonk zo.
Uuuuuuuuuh, pfffffffff!
Ik zei echt: 'Wat is dat?' 'Dat ben jij!' -[gelach]
Ik kon echt, waar ik ook was, even zitten en dan ging m'n hoofd naar achter: wuuuh!
En dan kon ik in slaap vallen.
Serieus! Dat was allang… Uuuuuuuuuh! -[gelach]
Herkenbaar? -[gelach]
Dat was een vreselijk geluid! Ik zat in het vliegtuig, echt gebeurd.
Ik zat vlak bij de cockpit, m'n broertje zat naast me.
Nou, daar ging ik weer, hoor: uuuuuuh!
Iedereen had er last van! Kwam de copiloot naar buiten.
Die stootte tegen me aan in het gangpad, ik werd wakker, ik denk: wat doet hij nou?
Keek hij door het raam aan de andere kant. En ik schrok, ik zeg: 'Is er wat?'
Hij zegt: 'Nee, ik kijk even of de derde motor is aangeslagen.'
Iedereen lachen en ik snapte 'm niet. -[gelach]
M'n broertje zegt: 'Je snurkt.' Ik zeg: 'Ik slaap toch niet?'
'Jawel, je valt steeds in slaap.' Ik zeg: 'Helemaal niet, man. Slapen!'
Wakker. -[lachjes]
Uuuuuuuuuh! -[gelach]
Dat ging jaar in, jaar uit zo. Ik heb niet eens een tijdsbesef.
En elke keer als ik probeerde te stoppen, merk ik dat het niet lukte om te stoppen.
Want te trots om het toe te geven, dat taboe is zo groot!
Je bent een junk, je bent een verslaafde.
Mensen walgen van je en je walgt van jezelf.
Op een gegeven moment wist ik het echt niet meer.
Er kwamen wel mensen naar me toe, die zeiden: 'Najib, kom op, man.
Ja, het komt goed.' Ik zeg: 'Ja, wanneer?!'
'Heb geduld.' Ik zeg: 'Ik heb al zo veel geduld, man.
Ik heb al zo vaak aan God gevraagd: God, als je bestaat, dan moet je me helpen nu.
Ik ben gewoon machteloos. Ik weet niet wat ik moet doen.'
Je hoort weleens mensen zeggen: 'Op een dag zag ik het licht.'
Weet je wel, dat soort dingen doet, dat…
Dat wilde ik ook, dat ik een teken kreeg, van: er is iets, hou vol. Maar ja.
Mensen zeggen: 'Ik zag het licht.' Ik zag nooit dat licht.
Ja, als ik het licht aandeed, zag ik dat licht: klik.
Maar ik wilde een teken krijgen, van: er is hoop.
[liftbelletje]
[lachjes]
[Najib zucht]
Dit is gewoon heel slechte timing. -[liftbelletje]
Ja.
Zo slecht.
Serieus Laurens, ga je dan op een knop drukken?
[liftbelletje] -[gelach]
M'n personeel heeft natuurlijk ook 1,5 jaar stilgestaan, hè.
-[liftbelletje] Dat kan weer hè, Laurens, als je wil.
Kun je weer 1,5 jaar niks doen. -[liftbelletje, gelach]
Zit hij vast?
[liftbelletje]
[Najib grinnikt]
Ik heb ooit vastgezeten in een lift, ook een traumatische ervaring voor een kind.
Hebben mensen weleens vastgezeten in een lift? Wonen er mensen in een flat?
[bekakt] 'Nee Najib, je bent hier in Amsterdam aan de grachten, gozer.
Ja! Wij wonen toch niet in een flat, man!
Ja, een lift naar m'n wijnkelder misschien, maar niet, eh…
Waar heb je het over? Gast!'
Nee, niemand? Ik hoorde iemand… U heeft vastgezeten in een lift?
Ja meneer, waar zat u vast in de lift? -[man] Ja, in de flat waar ik woon.
In een flat. Waar is dat, in welke plaats? -[man] Delft.
In Delft. Hoelang zat u vast in de lift? -[man] Een kwartier.
Een kwartier. Was u bang? -[man] Nee.
Nee. Ook niet huilen? Moest u niet huilen?
Nee. Nee, ik ook niet. -[gelach]
[man] Maar ik had een vriendinnetje mee. -U had een vriendinnetje mee, ah!
Een kwartiertje lang? -[gelach]
[Najib] Wat leuk! Maar gebeurde er ook wat in dat kwartiertje?
[man] Dat kan ik hier niet vertellen. -[Najib] Nee.
[Najib] Maar het wordt niet opgenomen hè, hier.
Maar was dat dat vriendinnetje, wat u nou…
Nee, was een andere. -[gelach]
[Najib] O, daar weet ze niks van?
[Najib] Nee, dan moeten we zachtjes praten, anders hoort ze ons.
[Najib] Geweldig, meneer.
En wie heeft u toen bevrijd?
[Najib] Wie kwam die lift opendoen? -De brandweer.
[Najib] De brandweer! U heeft 112 gebeld? -Nee, dat had je toen nog niet.
Dat had je nog niet. Dat heette 911 toch? -[man] Er was een noodknop.
Er was een noodknop. Als je daarop drukte, dan kwam de brandweer.
[Najib] Maar u dacht 'even wachten nog'. -[gelach]
U bluste dat vuurtje zelf wel even. -[gelach]
Geweldig. Mooi, ja. Ik heb 1,5 uur vastgezeten, ik scheet in m'n broek.
Nee, echt letterlijk.
Bij mij was er geen noodknop, er was geen intercom, niks.
Ik ging kranten lopen, ik was een jaar of 13, mag helemaal niet.
Maar die vriend zei: 'Je krijgt 5 gulden.' Ik zeg: 'O. Ja, ik kom. Hoe laat?'
Hij zegt: 'Vijf uur in de ochtend.'
Ik vroeg het aan m'n moeder, ze zei: 'Je gaat niet om 5 uur weg!'
Dus ik sneakte weg. Ik deed een joggingbroek aan.
Ik deed een hempje aan, een trui en een sjaal om, want het was koud, een sjaal om.
Shalom. Shalom! Shalom.
Ik loop naar buiten en ik voel ineens…
's Morgens is mijn poepuurtje, moet ik poepen.
Dus ik denk: o nee! Nee! Nee, dan kom ik te laat.
Dus ik stap die lift in met een beetje m'n buik, eh…
Ik druk op de begane grond, de deuren gaan dicht, hij gaat een stukje omlaag.
Hij blijft hangen en ik hoor: klingeling!
En het licht gaat uit en ik doe pra-ta-ra-ta-ta-ta-ta!
Ik liet het lopen. -[gelach]
Van angst! -[gelach]
Plop, het licht ging weer aan, ik denk: oh, gelukkig.
Ik probeerde open te doen en toen, pff, kwam die stank.
Dat duurt, hè. Als je in je broek hebt gepoept, duurt het voordat je het ruikt.
Die joggingbroek kon ik zo… Ik denk: oooooh!
Godverdomme! O, ik heb in m'n broek gepoept.
Ik weet niet of mensen weleens hebben gepoept in een joggingbroek?
Nee, niemand zeker? Tuurlijk!
Dan gaat het zo hangen, fluppen, weet je wel.
Dus ik dacht: shit, wat moet ik nou?
Ik trek m'n onderbroek uit, maar het is een lift, je kan 'm nergens kwijt.
En toen dacht ik: ik ga echt geen hulp roepen.
Straks komt de brandweer, trekken ze die deur open en zeggen: kom…
[walgkreten] -[gelach]
Een uur heb ik zitten wachten tot die stank een beetje weg was.
En daarna deed ik: 'Hallo? Hallo!'
En toen hoorde ik: [gedempt, zangerig] 'Hallooo.'
Ik zei: 'Meneer! Ik zit in de lift, vast!'
[gedempt, zangerig] 'O, jee.'
Ik denk: die gaat hulp zoeken. Maar er gebeurde niks.
'Meneer! Wat gaat u doen?!'
[gedempt, zangerig] 'Ik pak de trap wel.' -[gelach]
'Wat?'
Die man kwam niet uit de flat…
…want kwam je uit de flat, dan had je geholpen, dat is flat.
Tenminste, in mijn tijd hielp je elkaar. We kenden elkaar ook allemaal.
Dat was toen zo mooi in een flat, iedereen kende elkaar.
Iedereen was een beetje hetzelfde, we waren allemaal arbeiders.
Er was niet iemand die erbovenuit stak, allemaal hetzelfde.
We waren arm, maar gelukkig, weet je wel.
Ik zag m'n Hollandse vriendjes in een rijtjeshuis met vader en moeder.
Die werkten, met een goed inkomen, twee keer op vakantie gaan.
Dan hadden ze maandag lekker eten en dinsdag aten ze lekker.
En woensdag was gehaktdag en donderdag hadden ze spaghetti.
Op vrijdag een visschotel en zaterdag brood en zondag gingen ze uit eten.
Dat was bij ons niet. Het was de hele week hetzelfde, altijd:
broccoli, bataatfriet en vissticks, broccoli, bataatfriet en vis…
Ik kan die dingen niet meer zien!
Broccoli kookte m'n moeder heel lang, die kwam zelf uit de pan, die deed: 'Yo!
Ik weet niet wat de bedoeling is, ik sta al een tijdje te koken hiero!'
Die kon niet zo goed koken.
En vissticks, dat was van het heel… Wat moet ik zeggen? Het zag er…
Wij wilden die lekkere vissticks, die goudbruine, die krokante.
En die zijn van… -[vrouw] Iglo.
Iglo, Kapitein Iglo, iedereen kent ze. ♪ Kap'tein Iglo ♪
Dan kwam die kapitein in beeld en zei:
Wij van Kapitein Iglo bakken die vissticks mooi krokant bruin.
En die wilden we. Maar ja, m'n moeder kocht ze bij de Aldi.
Die heetten geen Kapitein Iglo, die heetten Visniks. Schmeckt gut.
Zo'n pak 60 cent. -[gelach]
Maar je was blij als er een haar in zat. -[gelach]
Was helemaal niet schmeckt gut.
Want als je die dingen bakte, dan ging het beslag open en ging de olie erin.
En ze werden niet goudbruin, ze bleven grijs.
Want de Aldi had niet een dure reclame met een boot en een kapitein.
Die ving z'n vis voor de kust van Somalië of zo, weet ik veel.
Met een roeiboot.
'Hello, I'm Ali from Somali.
I catching the fish voor Aldi, schmeckt gut.'
Dan legde ze die dingen neer en zag je gaten in het beslag.
En door die gaten heen zag je zo visjes zitten: wluh-wluh!
Ik zei: 'Mama, deze vind ik niet lekker.' 'Zit, eten vissticks.'
'Niet deze, je moet die andere kopen.' 'Eet vissticks!'
'Ja, maar…' Pats! Kreeg je een tik.
Vis-tik. -[gelach]
'Calvé pindakaas, wie is daar niet groot mee geworden?'
Nou, wij niet. Aldi.
Helaas pindakaas, zo heet hij. -[gelach]
Ik zweer het je. -[gelach]
'Smeuïg tot aan de bodem.' Je kwam niet tot de bodem!
Je deed je mes erin, je kreeg je mes er niet meer uit, man!
Trekken! Eén, twee… [kreunt]
En het bleef de hele tijd in je mond, de hele dag zat je…
'Pindakaas, ja.' -[gelach]
Ik had een oom met een kunstgebit en die deed geen Kukident.
Nee, Helaas pindakaas. [klik]
Dat zat gewoon vast! -[gelach]
We wilden gewoon wat die Nederlandse kinderen hadden, laat ik eerlijk wezen.
Volgens mij is dat integreren.
Integreren is niet zo moeilijk, hè. Er worden miljoenen uitgegeven.
Men zegt: 'Het integratieproces is mislukt, het inburgerings…'
Ze hebben nooit mij wat gevraagd.
Ik snap het niet. Ik betaal ook belasting, dus ik had het gratis gezegd.
Integreren is zo simpel. Integreren is meedoen, daar waar je woont en werkt.
Je leert de taal, ja, gewoon jezelf zijn.
Je hoeft je identiteit niet op te geven, of je geloof, doe gewoon lekker mee.
Je kent de regels en doet mee. En mee mogen doen, is het allerbelangrijkst.
En als je mee mag doen en je doet mee, is er niks aan hand.
Wij mochten dat, wij deden mee. De buurtbewoners in de flat deden mee.
Hadden wij feest, nodigden we ze uit en zij ook. Kerst, wij vieren dat niet.
Tweede Kerstdag mochten we bij tante Corrie komen.
Ze had een heel lange tafel met kleine pannetjes.
M'n moeder zegt: 'O, wat een leuke pannetjes, is voor poppetjes.'
Ze zei: 'Is gourmet.' 'Ah, gourmet.'
'Op, is op.' -[gelach]
Dan kwamen we op Hollandse feestjes, allemaal in een kringetje.
Overal glazen en daar zaten dan sigaretten in. Kent u dat nog?
Daar werd nog steeds gerookt gewoon. Gewoon in de woonkamer.
Overal werd trouwens gerookt: in het vliegtuig, in de trein, in de bus.
Ziekenhuis, in de gang, zag je mannen gewoon roken.
'En, dokter?' 'Het is een jongetje.'
'Oh, gelukkig. Wat ben ik blij, dokter, ik ben zo blij.' 'Gefeliciteerd.'
Overal werd gerookt, want we wisten niet dat het zo slecht was.
Dat wisten we niet, en toch… Ja, man.
Maar wij deden geen sigaretten, maar van die stokjes erin, die ken je wel.
Die stokjes smaken naar niks-niks-niks, zoutkorreltje, ken je die?
Niks-niks-niks, zoutkorreltje. Niks-niks-niks, zoutkorreltje.
Zo'n pak 60 cent, Aldi. -[gelach]
Mocht ik al die glazen vullen, wat deed ik dan?
Dan likte ik het zout eraf en stopte ze toch weer terug.
Ik had het zelf niet door. 'Hè? Ja, ik kom!'
[gelach]
Kleding was ook zo'n ding. We woonden op de flat, dan ging je naar de basisschool.
Dan zie je iedereen met leuke kleding.
We hadden afdankertjes. Ja, van familieleden.
Broeken die te groot waren.
Schoenen die twee maten te klein waren van het merk New Balance.
Kreeg ik van m'n neef uit Amsterdam. 'Hiero, ik pas ze niet meer.'
Ik denk: ik ook niet, maar ik trek ze toch aan.
Serieus, ik heb gewoon ingegroeide teennagels daardoor gehad.
Gewoon twee jaar lang aangetrokken, ik liep zo, het deed pijn!
Maar ja, het was New Balance. Nou, de balance was weg, maar toch.
Ik hield van merken met dieren.
Le Coq Sportif had je, dat was die haan. Puma.
Lacoste. En bij mij op school liep iedereen met zo'n Lacoste-polo.
Deden ze 'm zo.
Nou, dat ding was 90 gulden, man. Dat kreeg ik nooit van m'n moeder.
De winkel waar m'n moeder de kleren kocht, als ze die nieuw kocht…
…was in Krommenie, die heette ook nog eens Turkenburg. Serieus.
Nou, die winkel is een keer afgebrand, schade: 128 gulden.
[gelach]
Toen kocht m'n moeder op een dag een krokodilletje op de markt.
Daar stond een vrouw met een kraam met krokodilletjes, appels en peren, emblemen.
Appels en peren plakte je hier, ik weet niet of mensen dat nog weten?
Geen Apple, gewoon een appel! -[lachjes]
Dus m'n moeder kocht een krokodilletje, een merkloze polo…
…naaide 'm erop en legde het bij m'n bed neer.
Ik word 's morgens wakker. Ik zeg: 'Oh! Oei! Mama, voor wie is die?'
Toen zei ze: 'Voor jou.' Ik zeg: 'Maar mama, dat is toch veel te duur?'
Toen zei ze: 'Je verdient het.'
Mensen, ik was zo gelukkig. Ik heb het aangetrokken, ik ben overal langs geweest.
Iedereen moest het zien, alle buren. Aangebeld: dingdong.
Ik zeg: 'Oom Lonnie, kijk.'
[Indonesisch accent] 'Oei, een krokodil.' Ik zeg: 'Ja!'
Bij Antonio: 'Antonio, kijk dan!'
[Spaans accent] 'Een krokodil, een polo. Isse doer?' Ik zeg: 'Ja, is heel doer.'
'Kom, kom binnen. Maria moet ook kijken. Maria!'
[praat Spaans] 'Si, Najib met een polo.'
En Maria nieuwsgierig! [Spaans accent] 'Je moeder kopen?'
Dus: heeft je moeder die gekocht? Ik zeg: 'Ja.'
[Spaans accent] 'Isse doer?' Dus: is hij duur? Waarom vertaal ik dat?
'Isse doer?' 'Ja, isse doer?' 'Oh, mooi!'
Toen kreeg ik van haar een broodje chorizo.
Dat was de eerste keer dat ik varkensvlees heb gegeten…
…bij de familie Antonio Iglesias.
Want bij mij thuis zeiden ze: 'Varkensvlees is vies.'
Helemaal niet!! -[gelach]
Ze gaf het broodje en ik keek ernaar. Ze zegt: 'Is rundevlees.
Jij mag ook eten, rundevlees.' 'Ja?' 'Ja, rundevlees.'
En ik neem een hap en het is… Oh, die chorizo met die knoflook en die kruiden!
En ik hoor Antonio zeggen:
'Maria, isse niet rundevlees. Que pasa? Isse varkensvlees, wat geef je de jongen?'
'Nee, Antonio.' 'Si, hombre! Que pasa? Isse niet rundevlees!'
'Ooooh!'
Ze kijken allebei zo: ooooh!
Ik zeg: 'Niks zeggen, ik ga 'm eerst opeten.'
[gelach]
Ik met die polo op school, een halfuur vroeger op school.
Gewoon bij de poort van de school, iedereen die langskwam.
[gelach]
'Vet cool, hè? Ja, ja, ja.'
'Van je moeder gekregen?' 'Ja, van m'n moeder, ja, ja.
Melvin, kom eens! Kijk eens!' 'Wow, heb je ook Lacoste?'
Ik zeg: 'Ja, man. Mooi hè, ja. Esther? Esther, ik moet wat laten zien!
Nee, niet dat! Kom!' -[gelach]
'Kijk.' 'Wauw, wat cool!' 'Ja, ja, ja, ja.'
Toen kwam Dirk aanlopen, de stoerste en sterkste jongen van de klas.
Die moest het ook zien. Ik zeg: 'Dirk!
Kom! Ja, ik kom naar jou, wacht. Kijk eens!'
En Dirk kijkt heel goed, die komt dichterbij en zegt:
'Dat is een salamander, hoor!' -[gelach]
'Salamander?'
'Sala…'
O. [schraapt z'n keel]
Hm.
[gelach]
[ritmische drummuziek met neuriënde zang]
[geklop tegen ruit]
[ritmische drummuziek met neuriënde zang]
[man] Hé! Jongen!
Hé! Oom Lonnie!
Ik kom naar beneden!
Ga ik me even omkleden, hè.
[ritmische drummuziek speelt door]
[liftbelletje]
[ritmische drummuziek met neuriënde zang]
[liftbelletje]
[ritmische drummuziek met neuriënde zang]
[harde klap]
[harde klappen]
[harde klap, gerammel]
[hij gromt zacht]
[gelach]
[applaus]
[gympies piepen, gelach]
[gympies piepen]
[gelach]
[plop] -[gelach]
[piepjes]
[gympies piepen]
[gympies piepen]
[gelach]
[piepjes, langgerekte piep, piepjes]
Ho!
[gelach]
[langgerekte piep]
[piepjes]
[piepje, langgerekte piep, piep]
[gelach]
[knal, schrikkreten uit het publiek]
[piepje, langgerekte piep]
[gelach]
[langgerekte piep]
[langgerekte piep]
[lachjes]
[gelach]
[applaus]
[lachjes]
[hij smakt] [Indonesisch accent] Pindakaas.
[gelach]
Maar ja, zeggen de mensen altijd van: 'Hé, Lonnie.' Ik zeg: 'Ja?'
'Waarom ga je niet terug naar Indonesië?' Ik zeg: 'Nou, ik zou wel willen, hoor.
Ja, maar ik rijd tegenwoordig een scootermobiel, hè.
En in het dorp waar ik woon, zitten allemaal gaten in de weg daar, hè.
Daar kan je niet komen met een gewone scootermobiel.
Het is van Jakarta nog twee uur rijden met een bus en dan ben je er niet.
Nee, dan moet je oversteken over een rivier.
Dan hebben ze niet een gewone pont, maar een houten pont.
Daar kan ik niet komen een scootermobiel.'
[lachjes]
Dan zeggen die mensen 'Hé, Lonnie.' Ik zeg: 'Ja?'
'Waarom ga je niet terug naar Indonesië?' Ik zeg: 'Nou, ik zou wel willen, maar…
…ik rijd een scootermobiel, hè.
In het dorp waar ik woon, zitten gaten in de weg.
Daar kan ik niet komen met de scootermobiel.
Dat is nog twee uur rijden met de bus vanaf Jakarta, hè.
En dan ben je er nog niet. Nee, dan moet je oversteken met de rivier.
En daar hebben ze geen gewone pont, maar een houten pont, hè.
Daar kan ik niet komen met de scootermobiel, hoor.'
[lachjes]
Dan zeggen die mensen 'Hé, Lonnie.' Ik zeg: 'Ja?'
'Waarom ga je niet terug naar Indonesië?' Ik zeg: 'Nou, ik zal je vertellen:
ik kan daar niet komen met de scootermobiel.
In m'n dorp zitten gaten in de weg, daar kan ik niet komen met de scootermobiel.
Is nog twee uur rijden van Jakarta met de bus.
Dan ben je daar en komt een heel grote rivier je tegemoet.
Nou, daar kan je niet overheen.
En ze hebben geen gewone pont, maar een kleine houten pont, hè.'
Ja. -[lachjes]
[lachjes]
[gelach]
Dan zeggen die mensen 'Hé, Lonnie.' Ik zeg: 'Ja?'
Ja, ja! Ze zeggen: 'Waarom ga je niet terug naar Indonesië?'
Ik zeg: 'Ik zal je precies vertellen waarom.
Ik rij een scootermobiel tegenwoordig.
En in het dorp waar ik woon, zitten gaten in de weg.
Daar kan ik niet komen met de scootermobiel, hè.
En eerst nog twee uur rijden met de bus van Jakarta, ja!
Dan kom je daar aan, daar is een heel grote rivier, moet je oversteken.
Er is geen gewone, maar een houten pont. Kan ik niet komen met de scootermobiel.'
Ja. -[lachjes]
O ja, was vergeten, hè. Zeggen die Turken van de pizzeria: 'Lonnie?'
Ik zeg: 'Ja? Ze zeiden: 'Waarom ga je niet af en toe een pizza rondbrengen?'
Ik zeg: 'Waarom?' 'Je hebt zo lang thuis gezeten.
Nou mag je naar buiten, moet je gebruik van maken.
En een pizza bij de flat kan jij mooi bezorgen.'
Ik zeg: 'O ja, dat is wel een leuk idee.'
Ik heb te lang thuis gezeten hè, mensen. Ja, was met de corona, hè.
Ja, ik durfde niet naar buiten hoor, met de corona.
Want om negen uur kwam de corona, nou, dan was ik binnen, hoor.
[gelach] -Ja.
Ik deed alle deuren dicht en lichten uit, want de corona, ja, je weet het niet.
Ik wilde geen risico nemen, hè. Adoe, zeg. Nee, hoor.
Nee, dan keek ik zo naar buiten, was half tien.
Ja hoor, zag ik daar de corona rond, eh… -[gelach]
Die Turken hebben gezegd: 'Breng de pizza maar bij de flat.'
Ze hebben wel een nummer geroepen, maar ik weet niet meer waar, hè.
Ja, is ook een tijdje geleden, zo te voelen. Ja.
Ik weet niet meer precies welke nummer, misschien 7. Ik denk wel 7, hoor.
Maar het zou heel goed nummer 11 kunnen wezen, of 25 is ook, ehm… mogelijk.
Ik ga gewoon overal aanbellen, anders duurt het heel lang vanavond.
Ja, ik doe zelf de bel, hè. Ik doe zelf het geluid. Ik doe zelf: dingdong!
Dat vind ik leuk hè, die geluiden.
Of: ring-rang-rong-ring.
Of: roepie-roepie! -[gelach]
Of Indonesische deurbel:
[Conimex-melodie] ♪ trang-lang-leng, lang-long-long, lang-lang-long-long ♪
♪ trang-lang-lang-ling, lang-long ♪
Is Conimex. Oké, nou. -[gelach]
Nee, ik doe gewoon, eeh, korte bel, ja? Anders duurt het heel lang.
Die pizza is al koud, denk ik. [imiteert bel]
[man] Hallo? -Ja, met de pizzakoerier.
[man] Wie is dat? -De pizzakoerier.
[man] Ik geen pizza. -Nee, ik heb een pizza!
[man] Ik geen pizza besteld. -O, dan niet.
[man] Oké. -[imiteert bel]
[oude vrouw] Ja, met wie spreek ik? -Mevrouw, de pizzakoerier, ik heb…
[vrouw] U moet iets harder praten, want ik hoor het niet zo goed meer.
Met de pizzakoerier!
[vrouw] Koen? -Koerier!!
Met de pizzakoerier! -[vrouw] Ah, ja, ja, ja, de koerier.
[vrouw] En wat wilt u dan? -Ik heb een mar-ghe-ri-ta…
[vrouw] Margherita? -Ja!
[vrouw] Nee, maar Margherita woont hier al heel lang niet meer.
Ik heb een pizza!
[vrouw] Of ik een pizza heb b… Nee, ik heb geen pizza besteld, meneer. Dag, hoor.
[imiteert bel]
Ik heb nog heel veel nummers, hè.
[Ernie van Sesamstraat] Hallo, met Bert. -Hallo?
[Ernie] Ik bedoel Ernie. [hij grinnikt]
Ik heb een pizza. -[Ernie] Nee, ik heb geen pizza besteld.
[Ernie] Misschien heeft Bert een pizza… Bert! Heb jij pizza besteld?
[Bert] Nee, Ernie. -[Ernie] Die heeft ook geen pizza besteld.
[Ernie] Oké! -O. Misschien Ieniemienie.
[lachjes]
Wacht even, nou weet ik het alweer. Adoe zeg, helemaal vergeten.
Ik wou zelf een pizza hebben.
Is voor mezelf, ik heb 'm net gehaald. Ja. -[lachjes]
Ik ga even boven brengen. Heel stom, ik was vergeten om die pizza te doen, hè.
Heel stom, is een margherita.
Ik had vroeger een vriendin, die heette Margherita, maar is lang geleden, hoor.
[ritmische drummuziek met neuriënde zang]
[ritmische drummuziek met neuriënde zang]
[vliegtuigherrie]
[ritmische drummuziek met neuriënde zang]
[drummuziek stopt, Najib speelt akoestisch verder]
[muziek wordt geloopt]
[Najib maakt een sambabal-achtig geluid, dit wordt geloopt]
[licht tikkend drumgeluid]
[Najib slaat op een vibraslap, dit wordt geloopt]
[basritme wordt toegevoegd, dit wordt geloopt]
[muziek stopt]
[applaus]
Oké, kijk.
Er komt een dag… Op een dag is mijn leven gewoon zo veranderd.
En het kan gebeuren, in een paar seconden.
In een paar seconden kan je leven de goede, maar ook de slechte kant op gaan.
Bij mij is het de goeie kant op gegaan. Je moet je voorstellen:
op een gegeven moment kreeg ik wel signs, tekens van: hé Najib, come on.
En die kreeg ik 's nachts. Ik lag op de bank, voor pampus.
Ik had het weer verpest, ik was weer dronken, ik had weer zo veel geld vergokt.
Ik denk: ik ga weer naar het logeerbed.
En ik sleepte mezelf naar dat logeerbed, ik deed de tv onderweg nog uit.
Die stond altijd aan op herhaling, midden in de nacht.
Maar in plaats van uit doe ik 'm aan en ik hoor het geluid nog.
En het geluid was: 'Oant moarn!' -[gelach]
En ik kijk om en ik zie de herhaling van Piet Paulusma, de hele nacht op tv.
Die stond daar… [onverstaanbare imitatie van Piet]
Er stonden mensen om hem heen, heel blij te kijken.
[onverstaanbare imitatie van Piet]
Die mochten iets zeggen. Hij drukte die microfoon, dan hoorde je: 'Oant moarn!'
Toen dacht ik: natuurlijk, dit is het, tot morgen!
Morgen is weer een dag en daar dacht ik nooit over na.
Ik leefde altijd in het hier en nu.
Ik zei: Najib, nou is het afgelopen, morgen is weer een dag.
Morgen kan je weer je best gaan doen.
Heb je het vandaag verpest? Morgen is weer een dag, met of zonder mij, hè.
Dat is mooie. Het is niet zo van, als iemand: 'Maar morgen kan ik niet.'
Prima, ik wel, morgen! Oant moarn, tot morgen!
Toen dacht ik: yes!
Dat oant moarn is zo sterk, dat Fries, van oant moarn!
Wij gebruiken het thuis ook. M'n broertje: 'Papa, ik wil…' 'Oant moarn.'
'Oant moarn?' 'Oant moarn.' Het is ook krachtig: oant moarn!
Dat zou niet klinken in het Limburgs: tot morgen, hè, hoie.
'Wat?' 'Tot morgen, hè.' Dat is niet krachtig genoeg.
Maar oant moarn is krachtig. En ik moest er wel bij zijn.
Ik moest daar staan, het was genoeg geweest.
Ik raapte mezelf bij elkaar, ik ging weer de kliniek in.
Nu ben ik drie jaar en twee maanden verder en ben vrij van drugs, alcohol en gokken.
En ik voel me top. Ik voel me zo lekker!
Want ik ben er weer. En… -[applaus]
Ja, dankjewel. -[applaus]
Kijk, we kennen allemaal wel iemand in de vrienden-, familiekring…
…die iets te veel gebruikt, die verslaafd is.
Het enige wat je kan doen, is er voor 'm zijn. Maar hij moet het zelf doen.
Mensen zeggen ook: 'Najib, was er licht in die tunnel?'
'Ja. Alleen zag ik het niet.'
Mensen wezen me: 'Daar, op het eind, is er licht.'
Maar ja, ik zat te wachten.
Nooit wachten! De truc is: zelf naar het licht toe lopen.
Sommige mensen zien een heel lange tunnel. Ik snap het, duurt te lang.
Sommige zitten in een korte. Bij mij, geen idee, maar ik ben erheen gelopen.
Niet op je af laten komen als een trein, dat is nooit goed.
Het enige wat ik kan zeggen: daar is het licht, loop daarnaartoe.
Uiteindelijk was ik eruit en ik moest wel, want m'n kinderen gaan nu vragen stellen.
Op hun leeftijd lezen ze dingen op internet en dan moet je er gewoon staan.
Dan moet je die vader zijn die zegt:
'Ik neem m'n verantwoordelijkheid, dit is er gebeurd, dat is niet goed.'
Weet je, Noah ook, Noah stelt zo veel vragen.
In het begin zei ik 'moorkop', maar dat kan al niet meer.
Noah zegt: 'Papa, het heet geen moorkop meer.'
Hij leert op school dat dat niet goed is, omdat het beledigend is.
Hij is negen, hij leert op school wat beledigend… Dat wist ik niet.
De Moren zijn waarschijnlijk de straat op gegaan, die vinden dat beledigend:
'Wij vinden dat niet leuk, moorkop moet weg!' Ja, weg.
Ja. Noah kwam thuis, hij zegt: 'Papa, kijk.'
En wat ik zag, was een chocoladedingetje.
Hij nam er een hap uit, daar zat dat witte eiwit in. Ik zeg: 'O, een negerzoen.'
Hij zegt: 'Oh, papa! Dat mag je niet zeggen!'
Toen dacht ik: o nee, dat heet geen negerzoen. Het heet Buys Zoenen.
Want dat is te beledigend. Neger zeggen, dat kan niet meer.
Het heeft ook nooit negerzoen geheten. De firma Buys, dat is een banketbakkerij.
Die man heet Bram in Rotterdam, Bram Buys.
Die was dat ding aan het maken, jaren terug.
Die was met chocola bezig met een koekje eronder te schuiven, chocola, eiwit.
Z'n vrouw stond erbij en zei: 'Bram, wat ben je aan het maken?
Leuk, Bram. Wat ben je aan het maken? Het ziet er zo leuk uit!'
En Bram zei: 'Sodemieter op.' [moppert onverstaanbaar]
Die had er geen zin in. 'Bram, dat lijkt wel op een zoen.'
'Sodemieter op.' [moppert onverstaanbaar]
Ze zegt: 'Dat moet je vast laten leggen, anders gaan ze er met je idee vandoor.'
Dus Bram ging het vast laten leggen, octrooibureau in Rotterdam.
Er zat een man achter een bureau, mensen met uitvindingen.
Bram had een gele doos bij zich, negen van die dingen erin.
Hij zegt: 'Ja, volgende!'
Bram komt eraan. 'M'n vrouw zei: "Dat moet je vast laten leggen."
Het is chocola met eiwit. Ik denk: ik kom het even brengen.'
'Hoe wil je het noemen dan?'
'Gewoon, chocola met eiwit met een koekie eronder.'
'Dat is toch geen naam.' 'Weet ik veel, m'n vrouw zei…
Eén, twee, drie, vier… Het zijn negen zoenen. Doe maar negen zoenen.'
'Negerzoenen.' -[lachjes]
'Nee, ik zei negen.' 'Te laat, ik heb al neger opgeschreven!'
Zo ging dat. -[gelach]
Zigeunersaus, ook uit den boze.
Remia Zigeunersaus, dat kan niet meer.
En waarom? Zigeuner is een beledigend woord…
…voor mensen die op een woonwagenkamp wonen.
Wist ik niet, hè. Vroeger bestelde ik altijd een lihanboutje met zigeunersaus.
Dat kan niet meer. Dat moet anders.
Je moet zeggen: 'Mag ik een lihanboutje met woonwagenbewonersaus?'
[gelach] -Simpel.
Dingen veranderen, jongens. In 2021 zitten we, come on.
Voor de kinderen helemaal. We gaan naar de Efteling.
Daar ben ik nooit geweest als kind. Ja, één keer met een oom.
We kwamen niet binnen, het kostte veel, hij zei: 'We blijven wel hier kijken.'
Zaten we voor het hek. Zei hij: 'Kijk naar dat ding.' Dan zagen we: juuup, wuuup.
Nou, dat was de Efteling voor ons.
Maar nu ga ik met m'n kind overal heen. Ik haal alles in. Dat kan niet, maar toch.
Ik doe zo veel mogelijk leuke dingen. En ik zie daar Monsieur Cannibale.
Dat is ook veranderd, hè. We stonden daar en Noah zegt: 'Papa, wat is dat?'
En Monsieur Cannibale is zo'n stereotype grote Bosjesman, grote lippen.
Die kijkt zo, die heeft een bot door z'n neus.
Ik zeg: 'Noah.' Ik ga er niet omheen lullen.
Ik zeg: 'Dat is een kannibaal.' Hij zegt: 'Papa, wat doet die?'
Ik zeg: 'Hij eet mensen.' En hij gaat zo naar achteren toe.
Ik heb een kind bang gemaakt voor een zwarte man in twee seconden tijd.
Hij zegt: 'Echt?' Ik zeg: 'Echt waar.'
'Maar papa, wat voor mensen?' 'Voornamelijk witte mensen.'
[gelach]
'Ons ook?' 'Nee, wij niet, wij zitten ertussenin.'
[gelach]
'Papa, lust hij ons niet?'
'Nee, hij likt zo, hij denkt: ieuw, schapensmaak. Daar houdt hij niet van.'
Dat vinden jullie leuk, hè.
Het is echt… Godzijdank, Alhamdulillah, zeggen wij, ik ben er weer.
Weet je, mijn vrouw heeft zo veel op zich moeten nemen.
Ik kan me niet voorstellen wat zij heeft moeten doen.
De kinderen naar school en verjaardagen brengen. En ik deed niks.
En nu ben ik er, nu merk ik pas hoe mooi het is…
…maar ook hoe vol, de agenda van bijvoorbeeld Noah.
Noah zit op krav maga, breakdance voor jongens, tennis, zwemmen en voetbal.
En hij blinkt nergens in uit. -[gelach]
Serieus! Knap, hè. -[gelach]
Ik hoor mensen denken: maar het gaat om het plezier.
Ik denk: ja, breng jij 'm dan weg? -[gelach]
Serieus, het is zo veel werk. En ik doe het met liefde, maar toch.
Ik had gehoopt bij het zwemmen dat ze zouden zeggen:
Najib, die zoon van jou is een Pieter van den Hoogenband, hè.
Ja? Ja! Maar dat zeggen ze niet.
Ja, bij het voetbal.
'Najib, die zoon van jou, dat is een Pieter van den Hoogenband, hè.'
[gelach]
Ik kon ook niet voetballen. We lopen allebei hetzelfde, we lopen allebei zo.
Dan word je geen goeie voetballer, zo, met je kont in de lucht.
Dat… Hij was drie. Ik schiet de bal naar 'm toe.
Pakt hij 'm op, doet hij: 'Huh, huh, huh, oeplalaa!'
Dan word je je geen voetballer hè, oeplalaa.
'Noah, niet in je hand.' 'Maar ik vind het leuk.' 'Maar dat is geen voetbal.'
Ik probeer 'm te waarschuwen. Hij gaat spelen met andere kinderen.
Je wil niet dat je kind wordt uitgelachen.
In Zuid-Frankrijk voetbalt hij met kinderen op het strand.
Die geven 'm de bal. Ja hoor, daar gaat Noah: 'Oeplalaa!'
Die kinderen staan stil, die zeggen… [hij praat snel Frans met 'oeplalaa' erin]
[hij praat snel Frans met 'oeplalaa' erin]
Dat is zielig, toch.
Dus mijn vrouw zegt: 'Wij zetten 'm op voetbal.'
Hij was vijf! Hij was vijf, je moest zes zijn.
Maar goed, hij heet Amhali. Ja, dan word je aangenomen op voetbal, zo werkt dat.
F.C. Abcoude, daar gingen we heen.
Hij was zo blij, jongens! Hij had alles aan van Ajax. Dat doet z'n moeder dan.
Ik zeg: 'Het is de eerste keer, doe gewoon een korte broek aan.'
'Nee, hij moet goed voor de dag komen.' Nou, het hele pak van Ajax aan.
Dus hij gaat het veld op. En hij ziet kinderen voetballen.
Er was één jongetje. Eh, hoe heette die? Delano Struikenbos. Net als Noah, ook zo…
…maar hield de bal 50 keer omhoog zo, terwijl hij zo rondkeek.
En Noah ziet dat, hij zegt: 'Papa, hij is goed, hè?'
Ik zeg: 'Ja, hij wel.' -[gelach]
Kijk. Ik zeg: 'Loop naar 'm toe en ga met hem spelen.' 'Oké, papa.'
Ik zei: 'Dan kan je van 'm leren, Noah!' 'Ja, papa.'
Hij loopt naar die jongen toe. Die jongen ziet Noah en geeft de bal af, gelijk!
Noah heeft toch iets dat je denkt: jij doet mee.
Hij geeft de bal af, Noah pakt 'm op, gooit 'm in de lucht: 'Oeplalaa!'
Dat is toch… Dan hoor je die ouders: 'Najib, is dat je kind?'
Ik zeg: 'Ja.' 'Dat is ook een clown, hè!'
Ik zeg: 'Ja, motherfucker. Fuck off met je fucking clown! Fucking…'
Ja! Niet over m'n kind beginnen, want dan word ik woest, hè!
Dus ze gaan een wedstrijdje spelen. Ik sta daar met m'n vrouw. Ik was trots.
Ik zeg: 'Kijk 'm nou, ons mannetje.'
Ik zeg: 'Noah, niet in je hand! Niet in je hand! Niet in je hand!'
Hij heeft 'm in z'n handen. 'Noah! Niet doen!
Noah, meelopen met hen, meelopen, meelopen!
Meelopen!' M'n vrouw zegt: 'Hé, schreeuw niet zo.'
'Ik schreeuw niet, ik probeer 'm dingetjes te leren.
Noah, nu de andere kant op, andere kant! Niet blijven staan! Wat kom je doen?!'
Kwam hij naar me toe: 'Kijk papa, bloemetje voor jou.'
'Dankjewel. Oké. Hier, papa. Nu meevoetballen.'
Z'n moeder zegt: 'Laat 'm nou, is toch grappig.' 'Hij moet die regels doen.
Noah! Hij moet… Op dit veld blijven!' -[gelach]
Hij bakt er niks van. Hij komt naar me toe: 'Papa, niemand schiet naar mij.'
Ik zeg: 'Zij horen niet bij jou. Je moet de bal afpakken. Go, bal afpakken!'
Hij weer die bal afpakken en het lukt 'm niet.
'Papa, het lukt niet!' 'Wat lukt niet? Pak de bal af, hoe moeilijk is dat?
Pak bal! Afpakken! Pak bal!' 'Hoe dan?'
'Maakt niet uit, pak 'm af, je bent een Marokkaan! Pak de bal af!'
Dus hij weer het veld op, komt hij weer terug, weer het veld op.
'Papa, ik heb dorst.' 'Noah, je kan niet steeds drinken.'
'Dat deed jij ook vroeger, papa!' 'Oké, klopt. Hier, drinken. Ga maar, go!'
En uit het niets blijft hij stilstaan, zegt hij: 'Ik doe niet meer mee!'
Nou, ik denk: daar heb je Famke Louise! -[gelach]
'Oké Noah, kom maar aan de kant!' 'Nee!'
Ik denk: of aan de kant, of meedoen, een van de twee. Ja, toch?
En m'n vrouw zegt: 'Laat 'm nou.' 'Ja, ik laat 'm ook wel.
Maar hij staat stil, dat is toch stom?'
[hij fluit] [zacht] Lopen!
Maar de trainer heeft veel geduld. 'Kom maar. Ga jij maar op doel.'
Noah zegt: 'Nee, ik vind het stom!' En Noah gaat niet op het doel…
…maar Noah gaat naast het doel staan, zo!
Ik zie dat, ik zeg: 'Noah, op het doel!' 'Nee!'
'Op het doel!' 'Nee!' Dus ik ren daarheen.
'Noah, waarom doe je niet mee?' 'Papa, ik ben gewoon heel slecht.'
Ik zeg: 'Dat weet papa toch?' -[gelach]
'Ja! Nou moeten we mama overtuigen, ja? Dan hoef je van mij niet op voetbal.'
'Ik vind het heel stom.'
'Ik weet het, maar gaat wel op doel staan, want je ploeggenootjes…
Noah, kijk, de bal. Ze komen eraan, ga op doel! Noah, kijk, die bal!'
En er is een jongetje, die schiet gewoon zo die bal heel langzaam het doel in.
Maar Noah staat ernaast. Ik zeg: 'Noah, ga nou op doel!'
Hij zegt: 'Nee!' En ik zeg, alles in slow motion:
[in slow motion] 'Noah! Pak die bal in je handen!'
[in slow motion] 'Nee papa, dat mag niet!'
En ik kan net een doelpunt voorkomen, ik ga het veld in en schop die bal zo weg.
Mensen zeggen: 'Wat kinderachtig!' [bauwt na] 'Wat kinderachtig!'
Ik kreeg op m'n kop, m'n vrouw vond het niet grappig.
Ze zegt: 'Dat komt door jou, jij maakt 'm onzeker.' Ik zeg: 'Wat?'
'Je loopt te schreeuwen. Het is z'n eerste keer, hij moet wennen!'
Ik zeg: 'Oké.' 'Jij blijft volgende keer gewoon thuis.' 'Hoe bedoel je?'
'Jij blijft thuis, Hij moet wennen, dan mag je kijken.' 'Oké. Prima. Dan niet.'
Volgende week gaat hij weer voetballen, het is echt gebeurd.
Ik zeg: 'Noah, voetbal is één ding.' 'Wat dan, papa?'
'Voetbal is samenspelen.' 'Dat ga ik doen.'
Nou, wat wil het geval?
Z'n beste vriend Dean krijgt ook een blauw hesje, zit bij hem in het team.
Hij loopt naar 'm toe en zegt: 'We gaan samen voetballen.' 'Ja.'
Noah pakt z'n hand vast en heeft 'm niet meer losgelaten…
…want dat was voor Noah samen spelen destijds.
En je zal zien: Dean is een kopje kleiner dan Noah.
Noah sleurt 'm het hele veld mee, de hele wedstrijd lang.
En m'n vrouw filmt alles, die vond het namelijk schattig!
Die heeft geen één keer gezegd: handen los!
Ik zie de beelden en ik dacht alleen: waar was ik?!
[gelach]
[zeer rustige muziek]
[het publiek slaakt vertederde kreten]
[zeer rustige muziek]
[lachjes]
[gelach]
[zeer rustige muziek]
[gelach]
[zeer rustige muziek]
[gelach]
[zeer rustige muziek]
[gelach]
[zeer rustige muziek]
[applaus]
Ik zei toch: 'Alles is echt gebeurd.'
M'n vader is één keer mee geweest naar het voetbal.
Dat heeft zo veel indruk op mij gemaakt. Ik speelde bij KVV in Krommenie.
Eén keer, daarna mocht hij niet meer van de club, maar dat is een ander verhaal.
Wij speelden uit tegen FC Hoorn. M'n vader moest rijden.
Dus ik zeg: 'Va, half negen moet je er zijn, op het sportveld.'
'Oké, komt goed.' 'Maar wel half negen!' 'Half negen, komt goed.'
Dus ik sta te wachten bij het voetbalveld met twee ploeggenootjes, Mark en Erik.
Dat was een tweeling en ik wist nooit wie Mark was en wie Erik was.
Ze kwamen niet uit de flat, maar uit de villawijk, het waren kakkertjes.
[bekakt] 'Hé gozer, wanneer komt je vader nou?' 'Ja, wanneer komt hij?'
Ik zei: 'Hij komt er zo aan.' 'Nou, zeker Marokkaanse tijd.' 'Ja, Marokkaanse tijd.'
Nou, m'n vader kwam één minuut later.
Daar kwam hij aan, met z'n blauwe Datsun, tweedeurs, daar was hij zo trots op.
Ze keken allebei zo. 'Het lijkt wel een turkenbak.' 'Ja man, turkenbak.'
Ik zei: 'Nee, is een Japanse bak.' 'O, Japanse bak.' 'O, Japanse bak.'
M'n vader kwam aanrijden, stapt uit en ziet die jongens.
Die zegt: 'Hé jongens, wij gaat naar Hoern!'
[gelach]
Die tweeling: 'Jezus, je vader spreekt heel slecht Nederlands.' 'Heel slecht.'
'Zeg, meneer Ammehoela, het is Heurn hè, niet Horen, Heurn.'
'Hoern!' 'Heurn, meneer Ammehoela.'
M'n vader zei: 'Nee, is meneer Amhali.'
Ze stapten in. De hele weg zaten ze alleen maar:
'Meneer Ammehoela, u rijdt door rood. U rijdt door oranje. Meneer Ammehoela…'
M'n vader bleef vriendelijk, die bleef gewoon sturen en op de weg letten.
Die kon niet drie dingen tegelijk. 'Ja, komt goed, komt goed.'
Hadden we ook nog met 6-1 verloren bij Hoorn, waarvan ik er vier had gescoord!
[gelach]
Terug moesten we tanken. M'n vader staat bij dat pompstation en doet dit.
Ik hoorde die tweeling: 'Jezus, gast, je vader heeft geen doekoe.'
Op dat moment trekt m'n vader een briefje van tien. Ik denk: gelukkig.
Anders had ik dat m'n hele leven moeten horen, ook een trauma.
M'n vader tankt, stapt in en die tweeling zat te zingen:
♪ meneer Ammehoela is een armoedzaaier, hij heeft geen geld ♪
Toen zei m'n vader: 'Nou is het genoeg!
Als je het vindt niet leuk, stap je maar uit, sodemieter!'
Hij zei: 'Nou is het genoeg!' Ik zal het even vertalen.
'Als je het niet leuk vindt, stap je maar uit, sodemieter.'
Wilden ze eruit. Ik zei: 'Jongens, hij maakt maar een grapje.'
'Nee, we gaan er wel uit.' 'Ja gast, ik wil eruit.'
Dan moest ik er eerst uit, het was een tweedeurs, ook zo'n gedoe, uitstappen.
Ik zei: 'Wat gaan jullie nou doen?' 'Wachten tot je vader smeekt.' 'Smeken.'
M'n vader zegt: 'O nee, sodemieter! Instappen', zegt hij tegen mij.
Hij geeft mij een knipoog. Ik denk: hij gaat een grapje uithalen.
Dus ik stap in, m'n vader geeft gas en we zijn zo weer op de snelweg.
[gelach]
'Oh!' En in de achteruitkijkspiegel zie ik de tweeling kleiner en kleiner worden.
Ik zei: 'Je moet er straks af hè, bij die afslag.'
'Ammehoela!' -[gelach]
Ik zei: 'Dat kan je niet maken. De ouders van Mark en Erik wachten op hen.'
Hij zegt: 'Amme…' -[vrouw] Najib!!
Is m'n moeder. -[vrouw] Najib!!
Ja, is m'n moeder, ogenblik. Ma! Hier.
Waar was je? -[Najib zucht]
Ma, ik sta hier. Hier ben ik.
Waar was je?! -Hier, ik maak dit…
Waar?! -Hier, ik maak dit even af.
Kom binnen! -Ik maak dit even af.
Kom binnen! Nu! -Ik moet dit afmaken. Nee! Ma, wacht…
Oh, daar gaat ze weer. Wacht even.
Ma, wacht nou! Ik moet dit even afmaken. -[zjoef]
Nou is het klaar!
[applaus]
[applaus zwelt aan, juichkreten, gefluit]
[applaus, gefluit]
[applaus, juichkreet]
[applaus, gefluit]
Wauw.
[applaus, gefluit, juichkreten]
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.