Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Verrtaling: Hoek & Sonépouse Ondertiteling BV
Onder Filips de Schone, de 'ijzeren koning'...
was Frankrijk machtig, maar leed de bevolkng.
Voor deze kalme, maar wrede vorst moest alles en iedereen buigen.
Heer Filips, Hoogheid...
U heeft de Orde der Tempeliers de eervolle taak toebedeeld...
de schatten van het rijk te bewaken.
U heeft ze teruggenomen. - Ik heb gelden nodig...
voor het leger, de grensbewakng en om onze spionnen te betalen.
Het worden er steeds meer. - Om de orde in het rijk te handhaven.
Enguerrand, wat verwachten wij van de grootmeester?
Mijnheer de Molay...
Het rijk heeft financiering voor één jaar nodig.
Zijne hoogheid zou 't op prijs stellen als de Tempel dat zou voorschieten.
Ik zou u graag ter wille zijn...
maar dat kunnen we niet doen. - Waarom niet, Molay?
Omdat we twijfelen aan terugbetaling van zo'n krediet.
Eén jaar. - Ik heb m'n twijfels.
U wilt 't rijk groot maken, maar het volk lijdt.
U mag het niet verder kaalplukken. - Wie belet u ons tegemoet te komen?
De Tempel dient andere belangen dan de uwe.
U praat als een bankier, Mijnheer. - Nee, Sire...
als ridder van de Tempelorde.
Uw ridders zijn allang geen ridders meer.
Bewaakt u soms nog de Heilige Plaatsten?
Beschermt u de pelgrimsroutes?
U woekert met leningen. U bewaakt alleen uw geldkoffers.
Sire, ik spreek tot u als grootmeester van een soevereine orde.
Frankrijk kent maar één soeverein.
Het maakt niet uit of u ook andere heersers verplicht bent.
Nogaret, wat zegt ons lijdende volk over de tempeliers?
Ze hebben rare gewoonten meegebracht uit het oosten. Ze dienen afgoden...
en houden er onderling zondige liefdesbetrekkingen op na.
Ze verrijken zich en leven in weelde. Zelfs de paus maakt zich zorgen.
Wat zegt u daarvan, Mijnheer De Molay?
Dat het schaamteloze leugens zijn. L k heb die laster wel gehoord.
Natuurlijk zijn mijn tempeliers niet allemaal heiligen.
U heeft onvoldoende greep op hen. Verleen dat krediet...
dan zullen wij u helpen van uw slechte imago af te komen.
Wel, wat antwoordt u daarop?
Dat kan ik niet doen, Sire.
Op bevel van de koning verklaar ik, kanselier Guillaume de Nogaret...
dat de grootmeester en de raad der tempeliers opgepakt moeten worden...
alsmede alle Tempelridders, overal in het koninkrijk
7 jaar later
Ik heb haar, Lormet, ik heb haar.
Schande, m'n tante Mahaut leidt een lekker leventje...
in deze burcht, die m'n grootvader heeft laten bouwen.
Ik zou hier moeten wonen. - U zult hier wonen, Heer.
Laat de vormelijkheden maar achterwege, neef.
Ik duld je aanwezigheid aan mijn tafel en in mijn huis alleen...
om te voldoen aan de wens van de koning...
van wie u deze ontmoeting vast via een slinkse streek heeft losgekregen.
Het is eerder úw manier van doen...
om met een vriendschappelijk bezoek een duistere intrige te verhullen.
Je bent hier op een vredesmissie, heb ik me laten vertellen.
Laat me je preek maar horen.
Wij hebben meermalen wat onenigheid gehad, tante.
Zeg maar liever dat het om boosaardige ruzies ging...
die jou uiteindelijk niets hebben opgeleverd.
Laten we het verleden vergeten. Het heden heeft z'n eigen dreiging.
De heren van Artois spannen tegen u samen.
Door wie komt dat? Zodra een baron in verzet komt...
of 'n stad geen belasting wil betalen, bied jij ze tersluiks je steun.
Dat is vuile laster. - Kom je me je diensten aanbieden?
Veel beter nog, tante:
M'n hulp en m'n vriendschap.
Zonder mij houdt u Artois nooit eronder. Er broeit opstand.
Samen kunnen we die beheersen. - Interesseert mijn belang jou opeens?
Jij die me een recht betwist dat van mijn vader op mij is overgegaan.
Mijn vader, uw broer, is eerder gestorven dan de uwe.
U heeft onterecht profijt gehad. Eigenlijk..
Behoor ik tot de hoogste en rijkste edelen van Frankrijk.
Je hebt al je processen tegen mij verloren.
U heeft uw dochters verkocht aan de zonen van de koning...
en Bourgondië geruild tegen Artois.
Verkwanselen is wat u doet.
Je dankt het aan koning Filips dat ik je ontvangen heb.
Hij is daarom degene die jij hier beledigt. Béatrice.
Het nichtje van m'n kanselier, die u zo haat.
Zij is m'n eerste gezelschapsdame. Je hebt alles gehoord, hè?
Ja, Madame. Ik stond achter die zuil, zoals gewoonlijk.
Een plek in uw bed was hem niet genoeg.
Hij heeft ook z'n nichtje in stelling gebracht.
Ja, ik benijd u, tante.
Evenzeer als ik voor Artois vrees. - Vrees liever voor jezelf.
Want de koning zal spoedig vernemen hoe hoog je hem acht.
Zo nodig zal deze geloofwaardige getuige bevestigen...
dat deze erbarmelijke ontmoeting heeft plaatsgevonden.
Ik maak u kapot, tante.
Vanuit het armzalige landgoed dat u mij ooit toedacht...
zal ik Artois terugpakken.
Ik zweer het op m'n voorvaderen.
Een wilde wolf, wreed en vals.
Maar ik heb een hardere kop.
Hij zal zich te pletter lopen doordat hij zo onbesuisd tekeergaat.
Jammer dat hij naar doet. Hij is knap. - Het laatste restje van z'n erfenis.
Die teef.
Lormet.
De schatkist is weer leeg.
En het goud van de tempeliers?
Opgegaan aan staatsuitgaven, in zeven jaar tijd...
vanaf de dag van hun arrestatie. Er is niets van over.
En de joden?
Die hebben we al twee keer uitgeschud.
Ze nog eens aanpakken zou weinig opleveren.
De muntwaarde wijzigen?
Dat hebben we al te veel gedaan. - Wat dan, Marigny?
De Lombarden. - Die betalen al dik voor hun verblijf.
Zij zijn nu de bankers van de kerk en de koningen.
De tempeliers waren impopulair toen we ze oppakten. De Lombarden nog niet.
Maar dat worden ze spoedig.
Zo nodig helpen we ze een handje.
Bespoedig liever de zaak tegen de tem- peliers. Dan hebben we straks alles.
Beken. Beken dat u op het kruis moest spugen toen u toetrad tot de Orde.
Beken dat novicen driemaal Christus moesten verloochenen.
Zeg: ik beken.
Ik beken.
Neem hem mee.
Beken dat u om toe te treden tot de Orde 't kruis driemaal moest bespugen.
Beken dat u de novicen verplichtte Christus driemaal te verloochenen.
Zeg: ik beken.
Ik beken.
Pas op, val niet over m'n honden. - Dat is de koning.
Van wie zijn die mooie windhonden? - Van m'n oom, de bankier Tolomei.
Het spijt me, oom. Ik ben hier nog maar net.
Ik had de koning nooit gezien. Ik wist niet dat hij het was.
Dit voorval zal ons helaas weinig goeds brengen.
Wij, Lombarden, zoals we hier genoemd worden, hebben ook vijanden.
Marigny is een van degenen...
die maar al te graag onze rijkdom in de schatkist zien verdwijnen.
Waar komen die honden vandaan?
De bankier Tolomei heeft ze gestuurd als geschenk aan u.
Hij vraagt u ze te aanvaarden ten teken van zijn onderworpenheid.
De koning accepteert nooit geschenken.
Tolomei laat weten...
dat nu zijn honden in aanraking zijn geweest met uwe hoogheid...
hij te nederig is om ze te houden. - Handige man, die bankier.
Hij bepleit de Lombardische zaak goed.
Overal wordt verteld dat de Heer van Artois tegen u samenspant...
en dat zijn strijders hebben gezworen u ten val te brengen.
Schaakmat.
Val aan.
Mahaut.
Het kasteel dat je me hebt ontnomen, wordt je brandstapel, tante.
Voordat het licht wordt, zal ik spugen op je lijk, Mahaut van Bourgondië.
Robert, schandvlek van mijn ras...
schandvlek van het ras van Lodewijk de Heilige...
lk zal zorgen dat je sterft. Ik zal je eigenhandig doden.
En m'n haat zal je volgen tot in de hel.
Ze lijken goed, hè?
Wat vinden jullie, jongens?
En jij, beste broer?
En jij, Nogaret, vind jij het gepast om poppen van ons te maken?
Ik geloof, net als u, dat uwe hoogheid dit niet kan tolereren.
M'n schoondochters meenden me te plezieren met het slechte idee...
een voorstelling te bedenken die ik hier noch elders wens te aanschouwen.
Alleen uit genegenheid voor hen gooi ik jullie niet in het gevang.
Uit m'n ogen met die voddenpoppen.
Bekijk die vrouw goed, zodat je je later niet vergist.
Ze is erg mooi.
Ze is vooral de dochter van de koning van Frankrijk:
Margaretha van Bourgondië, koningin van Navarra en straks van Frankrijk.
Wat komt ze doen? - Geheimen vernemen over machtigen.
Daardoor zal ze straks beter de rente over onze leningen kunnen betalen.
Vergeet dat nooit, jongen.
Margaretha speelt met me. - Je gaat te ver.
Ze staat je gunsten toe, maar onthoud wie ze is.
Uw broer Gautier is veel aardiger. - Omdat hij beter behandeld wordt.
Wilt u een boodschap aan uw nicht overbrengen?
Vraag maar aan m'n zuster, ik doe het niet meer. Het loopt nog 's slecht af.
Stuur me dan om een boodschap voor Margaretha.
U bent page van mijn echtgenoot, geen bediende van mijn nicht.
Trek niet zo'n gezicht. Kom...
we kopen wat opschik die u haar namens mij kunt brengen.
Johanna, waarom grijp je nooit je kans, zoals wij?
Jouw man is het vaakst weg.
Ik heb m'n man lief, en hij mij. Ik heb niets te wensen.
Hoe weet je dat? Je probeert 't nooit. - Ik wil het niet weten.
En ik zou het niet kunnen verbergen zoals jij.
Tolomei. Kom in m'n armen, bankier van m'n hart.
Wat brengt u hier? - Zeer dringende zaken.
Ik heb u nodig. - Mij of m'n geld?
Giuseppe, laat ons alleen.
U weigert me een lening. Waarom?
Dwing me niet het bedrag te noemen dat u me nog schuldig bent.
Ik betaal u tot op de cent terug zodra ik m'n graafschap terug heb.
Wat schulden betreft, Mijnheer de bankier...
U heeft 'n paar keer flink verdiend dankzij mij.
Wie heeft u zeven jaar geleden gemeld dat de tempeliers aangepakt werden...
en dat u een lening niet zou hoeven terugbetalen?
Wie waarschuwde u dat er werd geknoeid met munten?
Ik moet toegeven dat u me, dankzij uw omgang met de graaf van Valois...
af en toe nuttige inlichtingen hebt verstrekt. Maar helaas...
Helaas wat?
Helaas blijft de winst die ik dankzij u heb kunnen maken...
ver achter bij uw schuld aan mij. - Waardeloze bankier.
Ik wil 300 pond, ik moet naar Londen. - Ah, heeft u reisplannen?
Ik ken een geheim dat hier aan 't hof menigeen de kop kan kosten.
Ik moet m'n nicht, koningin Isabella, spreken.
Waarom de koningin van Engeland, en niet de koning van Frankrijk?
Die zal me niet geloven.
Madame...
Uw zoon heeft iets gezegd. - Wat dan?
Hij sloeg op de grond en zei: 'Wil.'
Dat woord bevalt me. Een koninklijk woord.
Moedig hem niet aan om onnozele woordjes te spreken.
'Papa' of 'mama' is onbelangrijk.
Leer hem liever woorden als 'koning' en 'koningin'.
Leer hem ook dat hij zowel tot Frankrijk als tot Engeland behoort.
Heer Robert van Artois. - Nicht.
Stipt als altijd, waarde neef Had u een goede oversteek?
Afgrijselijk Gruwelijk Een storm waarin horen en zien je verging.
Ik dacht dat het afgelopen was met me, en begon m'n zonden al op te biechten.
Gelukkig waren het er veel. Ik was pas op de helft, toen we aankwamen.
Ik heb er nog genoeg voor de terugreis.
Uw drie broers worden door hun vrouwen bedrogen bij het leven.
Heeft u bewijzen voor wat u zegt? - Aanwijzingen.
Margaretha beleent juwelen bij een Lombardische bankier...
voor cadeaus voor haar minnaar.
In de Toren van Nesle brandt tot laat licht, vooral als uw broer er niet is.
Blanche en soms Johanna doen ook mee.
Het hof zwijgt, maar het volk ketst.
Als het zo is wat u zegt, zal ik dat niet tolereren.
Mijn familie mag niet bespot worden. Bezorg me de namen van de minnaars.
Ik kom naar Parijs om een eind te maken aan die wanorde.
Als uw schoonzusters die man daar zouden zien...
Baron Mortimer zou er niet op ingaan. Hij respecteert de Kroon zeer.
Heeft u dit ook besproken met mijn vader, de koning?
Ik lig niet zo goed aan 't hof, ik heb het proces tegen m'n tante verloren.
Moeten we niet geloven dat u op dit moment handelt uit wraak?
Zeker handel ik uit wraak Als ze me een motief verschaffen...
waarom zou ik me dan niet wreken voor wat hun moeder me heeft aangedaan?
Ze haten u.
Waarom?
Ze zijn jaloers op u.
Toch is mijn lot echt niet te benijden.
Dus koning Edward houdt nog altijd van metselen.
Hij houdt niet van het metselen, maar van de metselaars.
Een koningin is een beklagenswaardig wezen als haar man haar niet bemint.
Ik heb voor nageslacht gezorgd, nu zoekt Edward geen toenadering meer.
De enkele keer dat hij in mijn bed belandt...
ben ik zo van schaamte vervuld, dat ik koud blijf.
Nichtje...
mooi nichtje van me...
Het is toch niet mogelijk dat die lippen, dat lichaam...
Een koning die zich te goed acht voor een volmaaktheid...
waarvoor anderen de hemel op hun knieën zouden danken.
Neem een man, Isabella. En laat mij die man zijn.
Nee Robert, ik ga niet doen wat ik m'n schoonzusters verwijt.
Dat wil ik niet, dat mag ik niet doen.
Maar als ik denk aan wat ik mezelf opleg en mezelf ontzeg...
Ze moeten gestraft worden, en zwaar.
Kom morgen terug, dan help ik u om een val op te zetten.
Deze beursjes zijn zowel voor mannen als voor vrouwen.
Geef ze aan m'n schoonzusjes. Hun vader of echtgenoot mag 't niet weten.
Een klein geheimpje tussen hen en mij.
Ik wed dat we binnenkort die knapen ermee zien lopen.
Was dat al het nieuws dat je meebrengt uit Frankrijk, neef?
Nee. Ik heb ook een boodschap van uw oom van Valois.
De laatste kopstukken van de tempeliers worden berecht.
Men vreest dat uw peetvader, Jacques de Molay, ter dood wordt gebracht.
Kunt u de koning verzoeken om clementie?
Wat mijn vader, de koning, beslist, is wel beslist.
Wat lijkt u nu op hem. - Op wie?
Op de koning, uw vader.
Ik wacht tot uw boodschapper me komt melden dat ik naar Frankrijk moet.
Tot weerziens, neef.
Van wie heb je dat beursje? - Van iemand.
De koning van Navarra? - Zo gul is m'n man niet.
Het komt van een man. Een rijke man. Wie? Ik wil het weten.
Wat ben je dwaas, wat ben je jaloers. Heerlijk vind ik dat.
Voor jou. Van een familielid gekregen, lichtgeraakt meneertje.
We hebben er alledrie een.
Het was geen liefdesgeschenk, maar nu is het dat wel: voor jou.
Mijn minnaar mag er niet minder mooi bijlopen dan de jouwe.
Moeder, het lijkt me verstandiger als de openingen op het zuiden komen.
Hesdin is zo somber in de winter. Uw architect wil openingen op 't noorden.
Ja, die architect is een dwaas. Openingen op het noorden.
Je hebt mijn oog geërfd, meisje. Heel goed.
Hoelang blijven jullie op Maubuisson? - Een paar weken.
Zo kort mogelijk Het is geen vrolijke omgeving.
Als jullie daar zijn...
bewaar dan afstand tot jullie nicht Margaretha van Bourgondië.
Er doen kwalijke geruchten de ronde over haar.
Jullie zijn geen koningin, zoals Margaretha...
maar ik heb jullie wel de twee knapste zonen van de koning bezorgd.
Een schrale troost voor mij, maar 'n zegen voor jullie. Wat jij, Johanna?
Zeker, ik dank God elke dag. - Die had er weinig mee te maken.
En jij, Blanche, wat zeg jij?
Karel is zo'n tedere echtgenoot. Ik zou geen andere willen.
Schenk hen dan snel jullie vruchten.
De buik van een Artois-vrouw is vruchtbaar, en trouw.
Wat is dit? Dat soort frutseltjes is toch niets voor jou?
Gekregen van koningin Isabella. Ook Blanche en Margaretha hebben er een.
Jullie schoonzus geeft blijk van haar vriendschap. Dat doet me deugd.
Kom, meisjes...
Laat de koning niet wachten.
En denk aan wat ik gezegd heb.
Toen we ze arresteerden, waren er 15.000 tempeliers.
Een groot deel daarvan is ontkomen.
Ze blijken contact te onderhouden via een geheime organisatie.
Vandaag ruimen we de vier kopstukken uit de weg.
Op dit moment heb ik 7 jaar gewacht, hier heb ik 7 jaar voor gewerkt.
Mijnheer de Molay heeft de meeste problemen gegeven.
Als hij veroordeeld is, hebben we van de rest geen last meer.
We komen u halen, Mijnheer.
Jeruzalem
Grootmeester Jacques de Molay...
heeft bij ondervraging toegegeven...
zich te hebben ingelaten met tovenarij...
en samenzwering tegen paus en koning. - Leugens.
De beklaagden hebben bekend...
en worden tot het eind van hun leven opgesloten in stilte...
opdat ze vergiffenis van zonden ont- vangen door de tranen van het berouw.
In nomine patris...
lk protesteer...
tegen dit schreeuwende onrecht...
en ik zeg dat de daden waarvan wij beschuldigd worden, verzonnen zijn.
U heeft bekend voor de commissie. - Onder foltering.
Mijn schuld is dat ik heb toegegeven onder foltering.
Ik verklaar voor God, die ons hoort: De Orde is onschuldig, en heilig.
U heeft ketterij bekend. - Onder foltering.
Ik herroep alles.
Wij zijn slachtoffer van uw complot.
Ik verklaar tegenover God dat wij onschuldig zijn.
Wie anders beweert, spreekt onwaarheid.
De Molay en preveptor De Neumours zijn wederafvallig verklaard.
De kerkelijke rechtbank draagt hen over aan het koninklijk gerecht.
U kunt over hen beschikken zonder de paus erin te kennen.
Hadden we beter kunnen wensen?
Sire, mijn broer...
Mooier kan gewoon niet, zegt Marigny. Wanneer zal hij ooit anders beweren?
Het volk eist de dood van geestelijken en van u. Maar alles gaat uitstekend.
Onder het volk zijn de meningen zeer verdeeld...
Het is al een schandaal dat ze verdeeld zijn.
Wie vraagt het volk z'n mening? U, Mijnheer 'Le Portier' de Marigny?
Of uw standbeeld, dat het volk, waaruit u voortkomt...
doet geloven dat het enige inspraak heeft?
Als de hoge baronnen, waarvan u de hoogste bent...
niet zo vaak verzet hadden geboden...
had de macht niet op het volk hoeven steunen.
Sire, ik beef als ik zie hoe alles wat ons sterk maakte, wordt kapotgemaakt.
Hoe wilt u zonder de tempeliers op kruistocht, mocht dat nodig zijn?
Kruistochten hebben afgedaan. We heb- ben de ridderstand weten te kalmeren.
Ze hoeven niet meer overzee om hun krachten te geven.
En het geloof dan?
Het goud dat de tempeliers is ontnomen heeft de schatkist meer gespekt...
dan al die drukte onder het banier des geloofs.
U praat als een ongelovige. - Nee, als dienaar van het rijk.
Lodewijk, zwijg.
Broer, geef ons gewoon uw raad inzake de kwestie van de tempeliers.
Want dat is de zaak die nu voorligt. - Mijn raad?
Laat hen die deze zaak zo goed hebben behandeld...
u helpen hem af te handelen.
Lodewijk, wat is uw raad?
De tempeliers overdragen aan de paus? - Zwijg.
Bouville?
Ik zit na te denken, Sire.
Nogaret, wat raadt u aan?
Dat deze ketters als ketters worden gestraft. Nu meteen.
De grootmeester is een soevereine vorst.
Hem ter dood brengen, ondermijnt het respect voor alle vorsten.
De Molay en De Charnay worden vanavond verbrand op l'île aux Juifs.
Hun opstand was openbaar, hun straf ook.
Mijnheer de Nogaret, stel het herziene vonnis op schrift. Ik heb gesproken.
Ik wil dat u bij de terechtstelling aanwezig bent, heren. Allemaal.
Kom, Lombard.
Neef, we waren net getuige van het einde van de ridderstand.
Lichtgeraakt meneertje, neem me, voordat ze verbrand worden.
U gaat verschijnen voor God. U kunt nu nog uw fouten opbiechten.
Straks zijn we gestikt voordat de tempeliers dood zijn.
Dit is verschrikkelijk.
Nu gaat hij ook.
Houd je mond, Lodewijk.
Schande over u. U kijkt naar onschuldigen die sterven.
Schande over u allen. God zal u oordelen.
Paus Clemens, ridder Guillaume de Nogaret, koning Filips...
binnen een jaar zult u verschijnen voor Gods gericht...
en zult u uw gerechte straf ontvangen.
Vervloekt, vervloekt...
tot in de dertiende generatie van uw nageslacht.
Zo, beste broer. Tevreden?
Nee, ik ben niet tevreden.
Ik heb een fout gemaakt.
Ik had ze eerst hun tong moeten laten uitrukken.
Wie gaat daar?
Verduiveld, stelletje fatjes. Ik ken jullie. De gebroeders d'Aulnay.
Zeg eens, knulletjes, wat hebben jullie hier te zoeken in de modder?
We maakten een wandelingetje. - Is dat zo?
Om middernacht, helemaal onder de modder?
Altijd op zoek naar de liefde, met vuur in de broek.
Maar wat een fraaie opschik zie ik daar.
Wat een fraaie beursjes, m'n fatjes.
Die koop je niet van het loon van een page.
Die beursjes hebben we van familie gekregen.
O, familiejuwelen.
Van de familie die jullie 's nachts bezoeken in de Toren van Nesle.
We zwijgen erover, hoor.
Voor de eer van uw liefjes.
We moeten de goede naam beschermen van de dames die we kussen.
God sta jullie bij. En ga niet meer 's avonds met uw juwelen over straat.
Ik geef u 2000 pond voorschot.
De rest krijgt u geleidelijk, naarmate de verkoop vordert.
Een mooi bedrag. Maar ik zou liever zien...
Ja, u wilt liever dat de goederen die u de tempeliers hebt afgepakt...
en die u nu wilt verkopen om goede werken te kunnen verrichten...
niet in Frankrijk worden verkocht. Maar dat spreekt vanzelf
lk heb nog wel een vraagje.
Heeft u uw broer, Mijnheer de Marigny, hierover in vertrouwen genomen?
Dit zijn geen staatszaken. U wilt dat ik deze verklaring teken...
Buiten u en mij krijgt niemand dit te zien, wees gerust.
Dat is evengoed in mijn belang.
Wij bankiers zijn ook een soort priesters.
Jullie bekeren zielen, wij bekeren beurzen.
Ook wij zijn aan geheimhouding gebonden.
Neemt u liever die uitgang, dan komt u minder mensen tegen.
De tekst die u me heeft gedicteerd. Uw plan zit goed in elkaar, lijkt me.
Maar hoe wilt u dit bericht bij koningin Isabella krijgen?
Dat baart me zorgen, ja. Overal zitten mensen van Marigny en Nogaret.
Die kunnen roet in het eten gooien. Ik zoek iemand die ze niet kennen.
Misschien iemand van mij, ik begrijp het.
Eens zien of ik u opnieuw van dienst kan zijn.
M'n neef, Guccio Baglioni.
Hem kennen ze nog niet, al heeft hij wel de aandacht op zich gevestigd.
Hij kan 't doen. We hebben vestigingen in Londen, dus niemand krijgt argwaan.
Mooie jongen, goed gebouwd, stevige kuiten, slanke taille...
en de blik van een troubadour. - Een jonge, slanke uitvoering van mij.
Ik was vroeger net zo, maar ik ben de enige die dat nog weet.
Als koning Edward hem ziet, komt hij nooit meer terug van het Engelse hof.
Hoe vindt u de brief? Er moet een handtekening of iets dergelijks onder.
Geef deze aan koningin Isabella, dan begrijpt ze het wel.
Wat betreft uw verzoek, ik heb m'n kassier instructies gegeven.
Gaat u nog even bij hem langs?
Dank u dat u me eraan herinnert. U bent als een vader voor me.
Reis op de terugweg via Neauphle-le-Vieux.
We hebben nog een vordering uitstaan bij de kasteelheer van Cressay.
Prachtige juwelen, maar wat dan nog? We kunnen ze niet kopen.
Lady le Despenser, als mijn man deze juwelen ziet...
koopt hij ze meteen voor uw man.
Ze behangen elkaar met meer juwelen dan een vrouw zou durven dragen.
Wilt u zo goed zijn deze ring eens te bekijken?
Kijk eens hoe fijn geciseleerd. - Ja, heel mooi.
Hierop staat de prijs vermeld.
Zeg tegen de Heer van Artois dat ik spoedig naar Frankrijk kom...
en dat ik zal doen wat ik met hem ben overeengekomen.
Ik laat u via Mijnheer Albizzi weten of ik de gesp koop.
Mijn taak is alleen de belasting te innen.
Als u geen 300 pond heeft, dan verkoop ik uw goederen.
Ik kom voor de heren De Cressay.
Ik ben Marie de Cressay.
M'n broers en m'n moeder zijn op het moment druk bezig.
Heb ik een verkeerde dag gekozen? - Nee. De schout is er.
Onze vader is pas overleden.
De provoost heeft voor de successie- rechten al voor 300 pond gevorderd.
We moeten nog 300 betalen om te mogen blijven.
600 pond om hier te mogen wonen?
Vergeef me dat ik u stoor, Heer schout...
maar bent u hier niet gewoon aan het stelen?
Wie bent u?
Dat doet er niet zoveel toe.
Maar ik ben net te gast geweest bij de Engelse koningin...
en morgen kan ik Marigny inlichten over het gedrag van zijn ambtenaren.
Wat is dit goed waard?
Cressay is getaxeerd op 3000 pond.
3000 pond? Voor een simpel landgoed?
Met alle landerijen... - De totale waarde is hooguit 900 pond.
Mevrouw, deze man profiteert van uw onwetendheid om u op te lichten.
Herzie uw berekening.
Ik heb het idee dat de schuldeiser niet de staat is.
U heeft 300 pond geïnd. Dat is meer dan voldoende.
Laat de ossen losmaken en het meel terugbrengen naar de molen.
Breng dat terug naar de zolder.
Wie bent u? We zijn u zeer verplicht.
Ik ben Guccio Baglioni. Ik kom voor de vordering van m'n oom Tolomei.
Dat komt later.
Onze weldoener wil zich vast opfrissen na z'n lange reis.
Marie, laat 't bad klaarmaken. Pierre, borstel het paard van Mijnheer Baglioni.
Weg jij.
Dat lompe dienstmeisje zou zo uw huid openhalen bij het afdrogen.
Ik zal u persoonlijk wassen. - Is Mlle Marie er niet?
Ze is naar Neauphle om inkopen te doen.
Vrouwen zouden jaloers zijn op zo'n zachte huid.
Wel, edele heer, wat gebeurt er met de vordering?
Daar ga ik niet over, maar m'n oom.
Geef me nog een jaar. Ik zou u zeer dankbaar zijn.
Ik zal 't vragen. Hij is erg streng en ik moet zo snel mogelijk terug zijn.
Hoe eerder ik vertrek, des te eerder kan ik uw zaak bepleiten.
Anders...
Beloof in elk geval dat u terugkomt. - Dat beloof ik.
Mademoiselle Marie, mag ik u vergezellen?
U heeft een prachtig land. Het doet me denken aan Toscane.
Marie, schoonheid, ik geloof dat ik van u houd.
Nee, ik moet nu gaan.
U wordt steeds mooier, nicht.
Lieg niet, ik heb een stoffige reis van een week achter de rug.
Wie zo lang de herinnering aan u heeft gekoesterd...
ziet alleen uw ogen, niet het stof.
Wie zijn die mannen die de eer van de Franse kroon te grabbel gooien?
Ik moet u van de koning begeleiden, waarde zuster...
en u welkom heten in Frankrijk.
Heeft u uw zoon meegenomen? Is het niet erg zwaar voor zo'n klein kind?
Ik durfde hem niet in Londen te laten. - Mag ik vragen, waarde zuster...
waaraan we uw bezoek danken? - Ik kom voor de koning, onze vader.
De koningin heeft u gezien.
Waarde nicht, dit zijn Philippe en Gautier d'Aulnay...
de trouwste pages van uw broer en uw oom.
Behandelt u ze welwillend, ze zijn in zekere zin mijn beschermelingen.
Frankrijk lijkt zo ver weg sinds ik koningin van Engeland ben.
Wat mis ik de voorbije tijden.
Heb je die lange reis gemaakt om me dat te komen vertellen?
M'n vader moet weten van m'n ongeluk.
Hoe kom je erbij dat regeren met geluk te maken heeft?
Ons geluk ligt in het vervullen van onze lotsbestemming.
Ja, ik ben koningin. Maar word ik daar als een koningin behandeld?
Is je iets misdaan?
Weet u niet met wie u me heeft laten trouwen?
Een echtgenoot die me mijdt alsof ik melaats ben...
en die aan mannen, vader...
aan mannen de gunsten toebedeelt die hij mij onthoudt.
Je bent niet getrouwd met een man, maar met een koning.
Ik heb je opgeofferd. Wij bestaan voor onze staat, niet voor onszelf.
We leven niet ons eigen leven, maar dat van ons rijk.
Was er maar één in uw omgeving die er zo over dacht.
Waarom ben je hier? - M'n broers zijn getrouwd met sletten.
Dat is me ter ore gekomen. Ook ik ben erop gebrand onze eer te verdedigen.
Je mag je schoonzusjes niet. Wat je van hen onderscheidt...
Wat me van hen onderscheidt...
dat is loyaliteit.
Bewijs het.
Alles moet buigen voor mijn konink- lijke wil. Maar vader! Zwijg, Lodewijk.
Vergeef ons, het was maar spel. - Ik had het verboden.
Beaumont, Comminges, meisjes... - Nee, laat je dames maar.
Isabella mag jullie niet, zeggen jullie.
Toch heeft ze jullie een mooi cadeau gestuurd.
Mag ik die beursjes uit Engeland eens zien?
Waarom geven jullie geen antwoord?
Ik heb 't in Parijs laten liggen. - Ik ook.
Goed, dan stuur ik twee pages naar Parijs om ze op te halen.
Haal de gebroeders d'Aulnay.
Vader, deze heren hebben uw wens geraden.
Want aan hun gordel hangen...
de beursjes waarom u vroeg.
Kunnen jullie uitleggen hoe deze pages aan die cadeaus komen?
Wachters, kom bij de koning.
Roep Mijnheer De Pareilles.
Grijp deze pages.
Sluit ze op en sla ze in de boeien.
Ze zullen zich verantwoorden voor mijn gerecht.
Mijnheer Alain...
Laat uw mannen de prinsessen op deze plaats bewaken.
Tot nader order. Ze mogen niet naar buiten...
en niemand, zelfs niet hun echtgenoten, komt hier binnen.
Kom, meisje.
Ik wil dat die teef van een Mahaut dit uit mijn mond verneemt.
Lormet, er wacht ons een moment van grote vreugde.
Met wat voor lage bedoeling kom je midden in de nacht...
in mijn huis, in mijn slaapkamer? - Een groot ongeluk, tante.
Hoe zou ongeluk voor de één ook ongeluk voor de ander kunnen zijn?
Niemand mag dit horen. Onze eer is in het geding.
Eer? Wat klinkt dat woord smerig uit jouw mond.
Tante, de koning kan ons vermorzelen.
Hij heeft mij niets te verwijten. - Uw dochters.
Ze zijn betrapt op overspel en gearresteerd. Margaretha ook.
Van wie heb je dat verzinsel? - Dat is 't niet. Het hele hof weet 't.
Het was op Maubuisson. - Hebben ze bekend?
Nee, maar de broers d'Aulnay bekennen op dit moment vóór hen.
Ze zijn in handen van uw vriend Nogaret.
Ook als ze onschuldig zijn, komen ze bij hem zwartgeblakerd vandaan.
Die sletten.
Na alles wat ik voor ze heb gedaan. Opgepakt als lichtekooien.
Laat ze maar opsluiten. Laat ze maar opspietsen.
Laat ze maar ophangen. Beter verdienen ze niet.
U heeft gelijk, tante. Dit is hun dank voor uw goede moederschap.
De koning. Ik wil de koning spreken.
Als familie is het m'n plicht u nu niet alleen te laten.
Je hebt me vaak kwaad berokkend, en je zult 't nog vaker doen.
Maar ik moet zeggen dat je je nu als een ware edelman gedraagt.
De tempeliers waren taaier.
Hebben ze bekend? - Helaas.
Het is verschrikkelijk, schandelijk Ze hebben bekend.
Gautier en Philippe hebben bekend seksuele omgang te hebben gehad...
met de koningin van Navarra...
en met prinses Blanche.
Gedurende vier jaar.
Johanna deed niet mee, maar wist ervan.
Als die d'Aulnay vier jaar in het bed van Margaretha lag...
Onze dochter is drie. - Mijnheer Guillaume...
Vernietig dit. Straks mag dit alleen in onze herinnering voortbestaan.
De grootmeester. - Wat wil je zeggen, Karel?
Toen de tempeliers werden verbrand, zag ik licht in de Toren van Nesle.
Ze waren daar toen Molay ons vervloekte.
Als echtgenoot ben je zwak geweest. Wees als prins tenminste sterk.
Niets is erger dan de vrouw van je vorst verleiden. Ze zijn afvallig.
Ze zijn zo goed als dood.
Maar wat doen we met die overspelige prinsessen?
Spreek, Lodewijk.
Nu gaan ze zeggen dat m'n dochter een bastaard is.
Jij bazuint 't als eerste rond. - Als het nou de waarheid is?
Er wordt je nu alleen gevraagd hoe je vrouw moet worden gestraft.
Ontneem haar en de anderen het leven. Ze moeten dood.
Je verdriet speelt je parten. Johanna draagt minder schuld dan de anderen.
Ze was wel op de hoogte van wat er gaande was...
maar er is geen bewijs dat zij ontrouw is geweest.
Ze heeft mijn eer bezoedeld.
Je eer is me dierbaar, maar het graafschap Franche ook.
Via Johanna ben ik graaf van Bourgondië en Heer van Salins.
Laat Johanna opsluiten in een klooster...
tot dit alles vergeten of vergeven is.
Maar laat haar in leven.
Karel? - Blanche...
Hoe kan dit waar zijn, vader?
Ze zei zo vaak dat ze van me hield en bewees het me zo lieftallig.
Karel, wat moeten we met je echtgenote aanvangen?
Ik weet het niet, vader, ik weet het niet.
Isabella, wat is jouw raad?
Een vrouw die overspel heeft gepleegd mag geen koninklijk bloed doorgeven.
Het volk moet op de hoogte zijn van de straf, zodat het weet...
dat 'n prinses strenger wordt gestraft dan een vrouw uit het volk.
Goed gedacht, meisje.
De straf wordt vóór de vesper voltrokken.
We zijn nog op tijd. Dit zijn drie monniken, beschuldigd van sodomie.
Nee, te laat, tante. We komen te laat.
Margaretha, echtgenote van de koning van Navarra...
en Blanche, echtgenote van Karel de la Marche...
worden opgesloten in kasteel Gaillard voor al de tijd...
die het God behaagt hen te geven.
Levenslang, ze krijgen levenslang.
Johanna, paltsgravin van Bourgondië...
en echtgenoot van de Heer van Poitiers...
wordt, gezien haar medeweten aan deze wandaden...
opgesloten in de donjon van Dourdans...
zo lang als nodig om tot inkeer te komen...
en zo lang het de koning behaagt.
Onze zeer wijze, machtige en geliefde koning, onze majesteit...
heeft aldus geoordeeld.
Hij is het.
Die hond van een Nogaret zit hierachter.
Hij moet altijd bespieden, ondervragen, folteren...
Alleen de zonen van de koning mogen afscheid nemen van hun echtgenotes.
Ik wilde het niet. Ik wist het niet.
Ze wist het niet. Het was een spel.
Ze is nog jong. Ze is schuldig, maar het was maar spel.
Schenk haar uw medelijden.
Moeder, zeg dat het niet haar bedoeling was.
We moeten Blanche redden.
Ze houdt van u, Karel. - Ik heb altijd van je gehouden.
Geen zwakheid, Karel. Wees prinselijk.
Heb geen medelijden, zoals je zuster, die 't vuur van de liefde niet kent...
en alleen haat en wrok koestert. Dit is uitgekomen doordat ze je haat...
zoals ze ons allemaal haat. - God vergeve je je zonden.
Ik zal eerder vergeven worden dan dat jij gelukkig wordt.
Ik ben koningin, ik heb een rijk dat ik respecteer.
Mijn genot was meer waard dan welke troon ook lk heb nergens spijt van.
Ik heb de liefde van een man gekend...
z'n kracht en warmte, en de vreugde van nemen en genomen worden.
Alles wat jij niet kent en nooit zult kennen.
Wat moet je koud zijn in bed, dat je man het zoekt bij jongens.
Huilt u?
Dat kan mij ook wel 's gebeuren.
Waar ga je heen?
Naar de terechtstelling van de twee pages, als u het goed vindt.
Een fraai schouwspel. Je zult je wel amuseren.
Ze worden geradbraakt, levend gevild, gecastreerd en onthoofd.
Het volk zal tevreden zijn. - Ik moet er wel heen...
met het oog op m'n verdere plannen. - Ga maar, als je erin gelooft.
Ik ga weer naar de koning, en dit keer zal hij me ontvangen.
Die hond Nogaret zal me niet langer buiten de deur houden.
De koning is aan het werk en wil niet gestoord worden.
U heeft me verkeerd verstaan.
Ik zei dat ik m'n neef wilde spreken.
Ik heb u heel goed verstaan. Dit is het antwoord van de koning.
Ik smeek het u bij Gods genade, Mijnheer De Nogaret...
bij Gods genade.
De koning verwacht u.
Houd op, Edward. - Laat toch.
Ik hoor m'n enige kleinzoon graag.
Marigny, we hebben een juist vonnis geveld.
Maar het koninkrijk? M'n zonen hebben geen erfgenamen.
Dan moeten ze hertrouwen, Sire. - Ze zijn getrouwd voor God.
Paus Clemens kan de huwelijken ontbinden.
Hij is u veel verplicht:
Dankzij u is hij gekozen en ondergebracht in Avignon.
Ga naar paus Clemens.
Het huwelijk van Lodewijk, m'n opvolger, moet het eerst ontbonden worden.
Ik zal het met uiterste inzet doen.
Maar het huis Bourgondië zal zeker dwars gaan liggen.
Sire, paus Clemens is dood.
Wanneer is hij overleden?
Zes dagen geleden.
In de nacht van 19 op 20.
Een maand na dato. - Ja Sire, een maand na dato.
Paus Clemens, ridder Guillaume de Nogaret...
koning Filips, vóór er een jaar verstreken is...
zult u verschijnen voor Gods gericht en uw gerechte straf ontvangen.
Deze schande is niet aan mij te wijten.
De vervloekng. Dat heeft God goed geregeld.
We komen hier nooit meer uit.
Ik ben verraden. - Hij bedriegt u.
Deze tegenspoed dankt u aan uw omgeving.
Marigny heeft me bedrogen. - U kunt hier voordeel uit trekken.
Een goed gif werkt via de mond, niet via de lucht.
Ik boet voor de anderen.
Het gaat minder makkelijk dan u zei.
Mijn dochter wordt koningin. - Wat dwaas om je te verzetten.
Ze is er slecht aan toe. - Kwam ze maar te overlijden.
Ja, kwam ze maar te overlijden.
Het is in Gods hand.
Genoeg gespeeld.
M'n kennis van dit schandelijke geheim...
verschaft me een macht waar ik wel raad mee weet.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.