All language subtitles for When the Sun Shines Again(1943)

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Lente heet dat.

Dat is nog veel slechter dan midden de winter.

Dat men dit alles maar moet opkroppen.

Het land is week als een moeras.

En die eeuwige regen...

Vorig jaar rond deze tijd waren de velden al lang bebouwd.

Het vlas was al uitgekomen.

Wat kunnen we eraan veranderen? Het zal wel beter worden.

Tot nu is het nog ieder jaar zomer geworden.

Wijvengezwets.

Je bent nog nooit met 'n oogst te laat gekomen. Waarom zo opgewonden?

Als je 's wist hoe blij ik ben, Willem.

Eindelijk weer aan de slag te kunnen gaan op m'n eigen hof.

Niet meer in de boeken snuffelen. Daar hangt ook je zaligheid niet van af.

Ja, die boeken... Die vele boeken maken een mens maar dom.

Dat wil ik nu ook weer niet zeggen.

Eén boek heb ik doorgelezen: 'De goede vlasboer'.

Als we ons daarnaar richten, hebben we dit jaar een uitzonderlijke vlasoogst.

Ons vlas was tot nu toe toch altijd het beste van de hele streek.

En als we het volgens het boek doen, wordt het nog beter.

Ik heb dat wat er over het zaaien in staat dik aangestreept

en vader het boek opgestuurd. Misschien heeft hij het ook gelezen.

Wat nu? Wat loop jij hier op deze tijd in die koude kamer rond?

Dat versta ik niet. - Zo...

Er kan bij mij ook 's wat in de kop zitten woelen dat jij niet verstaat.

Maar tot nu heb ik altijd alles nog heel goed verslaan, vader.

En dan juist nu zouden we ons moeten verstaan,

nu onze jongen eindelijk weerkomt.

Ik ben dan ook niet boos dat hij komt, maar...

Wat maar?

Als hij nu maar niet nog veel slimmer geworden is.

Mij is het altijd alleen gelukt.

Louis is er. - Kom kijken.

Hij is er. - Louis.

Louis is er.

Laat me een keer kijken. - Dag, allemaal.

Jij ziet er mooi uit.

Je hebt het meest slijk in je gezicht en je lacht het meest.

Waar zit vader nu ergens?

Dag, vader. - Dag, jongen.

Dat je welkom bent, zie je wel. Zo'n ontvangst zou ik ook wel 's willen.

Nu dan...

En ik moet het maar doen met een leeg glas.

Voor mij komt het er minder op aan. Dank je.

Welaan, jongen. Zeg dan proost tot je vader.

Proost, vader. - Goed.

En op een goeie samenwerking.

En ik?

Wat doet de jonge boer het eerst, nadat hij een halfjaar weg was?

Hij loopt het erf rond. Maar vooraf hangt hij z'n mooie spullen in de kast

en trekt z'n werkkleren weer aan.

Zo is het in orde, jongen.

Die weegt zwaar, niet?

Dank je wel.

Je kan niet anders dan lachen.

Dat schijnt wel een vrolijke meid te zijn. Wie is dat eigenlijk?

Een nieuwe. - Dat is er eentje om lief te kozen.

Nee, nee, nee... Wat de liefde betreft...

Op mijn persoontje heeft Sofie een oogje.

Die schijntje nogal te bevallen, die jonge boer.

Hoe die eruitzag... Net 'n patrijshond als hij in het water moet.

Hoezo? - Slijk.

Ach zo.

Kleine smeerpoets.

Hoor je de leeuweriken niet zingen? - Nee.

Je hebt toch anders zo veel voor dieren over.

Ja, en of.

Hoezo? - Slijk.

Heb je niet een klein beetje voor me over?

Veel. - Wat dan?

Hoezo?

En als het een klein stukje suiker was...

Meer niet?

Die zwijnen zien er echt goed uit, vader, dat moet ik zeggen.

Het verheugt me dat ik het naar je zin gedaan heb.

Welnu, dat is een hof, vader. Dat kan men werkelijk laten zien.

Als we nog 'n paar kleinigheden veranderen,

dan kan het hier nog de modernste modelboerderij worden.

Over rundvee en z'n voeder heb ik heel wat nieuws geleerd.

Mijn rundvee heeft zich nog niet over het voeder beklaagd.

Zie toch eens, wat ik hier heb. Dat is toch van ons Sofie.

En zeg nu eens Sofie.

Nu?

Dan niet, domme loeder.

Domme loeder.

Hoezo dan?

Dat had hij zeker op mij gemunt.

Daar hebben we ook nog Piet en zijn menagerie.

Er is hier allerlei nieuws bij gekomen.

Wat is dat dan? Ken ik helemaal niet.

Die heb ik daarboven op het veld gevonden.

Die werd wellicht door vader uit het nest gesmeten.

Een ontaarde vader, zoals men gewoonlijk zegt.

Kom.

Welnu, vader, over het zaaien heb ik ook veel bijgeleerd.

Het lijnzaad moeten we 's van een heel andere streek doen komen.

Het beste zou zijn dat we het 's uit Oekraïne lieten komen.

Dat kan goed zijn.

Wat is er nu met Bles gebeurd?

Ja, boer, met hem is niets meer aan te vangen.

Laat maar.

Op mijn hoeve heeft ieder het recht oud te worden zoals hij wil.

Ja, zo moet dat zijn. Ik weet dat goed genoeg, boer.

Jij? Hoe? - Nu ja...

Hoezo? Je bent nog niet oud, Willem. - We zijn toch van hetzelfde jaar?

Zoals gezegd, vader, zaad uit het buitenland

en het dan zo vroeg mogelijk zaaien.

Als we te vroeg zaaien, dan rot al het zaad in de aarde.

Daarom moeten we Oekraïens zaaigoed nemen. Dat kan wat verdragen.

In onze land bouwhogeschool... - Luister. Hou op.

Mijn erf is geen land bouwhogeschool.

En een schoolmeester heb ik allang niet meer nodig. Verdorie.

Vader, waar wil je naartoe?

Waar niemand mij met die land bouwhogeschool lastigvalt.

Ik ga naar het dorp.

Ja, dat domoortje moet toch eindelijk leren drinken.

Je wil natuurlijk alleen bij je moeder drinken,

maar die zie je nooit meer weer. Nee, nooit meer.

Je moet je van nu af aan Schellebelle wennen.

Die meent het ook goed met je, die Schellebelle.

Schellebelle.

Zo dus, Schellebelle heet je.

Eigenlijk heel ik Rieneke, maar ze noemen me allemaal Schellebelle.

Past je goed, die naam. Dat is omdat je zo lacht.

Mij heb je gisteren toch ook heel fijn uitgelachen.

Hoe lang ben je hier op het hof? - Acht weken.

Acht weken?

En hier in de koestal? - Ja.

En voederen doe je hier ook.

Kom eens gauw hier, kalf. Kom gauw hier. Kom eens hier.

Toon me je tanden eens. Doe eens open.

Die kun je al gebroken rijst geven geroerd in melk.

Circa 20 gram op één liter. Heb je het verstaan?

En daar doe je een handvol fijngesneden rapen bij. verstaan?

En strooi daar nog voederbeendermeel over,

ongeveer 20 gram per dag op 100 kilogram levend gewicht.

Daar krijgt hij sterke knoken van.

Onthou het nu goed.

Dag, Louis. Daar hebben we ook 'n beetje mee van geprofiteerd.

Als men je zo hoort... Je spreekt als 'n echte professor.

Echt als 'n professor. Geweldig. Nu kunnen we jou al 's raad vragen.

Ja, graag.

Eigenlijk wilden we het je vader vragen.

Waar is hij naartoe, vader? - Hij is naar het dorp.

Waarover gaat het dan? - Waarover? Over het vlas, natuurlijk.

Het is in dit natte seizoen een heel lastige zaak waar je moet zaaien.

Als je het mij vraagt, ik zou bij zo'n weer op lichte grond zaaien,

op 'n soort grond die op korte tijd droog wordt.

Dat stuk waar je aardappelen had staan, daar zou ik zaaien.

Voor jou hetzelfde, je weiden aan de steenweg.

Zou je denken?

Dankjewel, Louis. - Nietes.

We hebben bij Vermeulen een echt geleerde raad gekregen.

Een betere raad had je vader ook niet kunnen geven.

Het kan zo blijven. Zo'n jongen zou ik ook wel willen.

Waarom is vader weggegaan?

Hij deed weeral zo komiek. - Komiek? Wat noem je komiek?

Ik had hem alleen iets voorgesteld over de vlasgaard

en dat heeft hij me kwalijk genomen.

Hij krijgt het niet over z'n hart 's raad van mij aan te nemen.

Hij zou niet minder de meester blijven als hij Oekraïens zaaigoed probeerde.

Niets voor mij aangekomen? - Wat verwacht je?

Vlaszaad, uit Oekraïne. - Nee, er is nog niets aangekomen.

Verdomde luieriken.

Die Louis is een heel knappe jongen. Zijn raad is werkelijk goed.

Kun je ons daarop 's geen rondje bier betalen, ouwe gierigaard?

Als het mijn jongen was. Dat is nu juist mijn ongeluk,

dat ik geen jongen heb, alleen maar een meisje.

Als je nu 's iemand als Vermeulens Louis als schoonzoon kreeg,

krijgen we dan nog geen rondje bier? - Daar geef ik mijn woord op.

Dag, Vermeulen.

Proost.

Vermeulen. - Proost.

Op jouw Louis. Ja, ja, als ik zo'n jongen had als die Louis,

dan zou ik liever vandaag dan morgen het hof overgeven.

Ja, je wordt ook stilaan oud. Ik bijlange niet.

Maar nu ernstig.

We waren zonet op je hof. - We wilden je wat vragen.

Dat kan je me ook hier vragen. - Het ging over het vlas.

Waar men moet zaaien bij dit weer.

Jij hebt toch ook zo'n akker die hoog ligt, Martens,

met zware leemgrond. Daar moet je nu vlas zaaien.

Ja, dan... - Dan zullen we maar 's drinken.

Nu ja, maar wat jouw Louis zei,

die heeft aan Martens zowat het tegendeel gezegd.

Hij moet op de lage akker met lichte grond zaaien.

Ja, dat heeft hij gezegd. Hoe hij dat alles zo uitleggen kan,

zo heel geleerd. Zoals een professor, heb ik gezegd.

Dan moet je mij niet uithoren.

Laat je toch door je professor wat wijsmaken.

Die verstaat er toch veel meer van dan zijn vader.

De storm zal de lente brengen.

Als de regen maar 's ophield, dan konden we gaan zaaien.

Dat heeft nog zo geen haast. - Laat de zon eerst 's doorbreken.

En dan nog 'n beetje wind, dan is de grond op een paar dagen droog.

Het is al april. Het wordt tijd voor het zaaien.

Vader, waar zaaien we dan het vlas dit jaar?

Het zaad ligt goed waar het ligt. Laat het maar rustig liggen.

We kunnen er toch 's over spreken welke akker je zou nemen?

Het weer kan heel snel veranderen.

Bovenakker of benedenakker, dat moeten we 's goed overleggen.

De benedenakker, daar hebben we vorig jaar gedraineerd

en daar is de grond brokkig en lichter.

Willem, bedenk toch eens. Daar heeft sinds 12 jaar geen vlas gestaan.

De benedenakker, dat is mijn mening.

Zijn mening? Heb jij ook al een mening?

Natuurlijk. Je hebt ze inderdaad al overal uitgebazuind.

Weet je wat mijn mening is?

Dat je eruit trekt en een kar rapen naar de koestal brengt.

Ja, vader.

Lach niet zo dom, jij daar.

Nu, men kan van jou niet meer verwachten.

Ik heb het toch niet kwaad bedoeld? Het zag er alleen zo komiek uit.

Waarom voeder je niet zoals ik zei? - De boer heeft het mij verboden.

De boer...

Hij was heel kwaad toen hij het zag. Ik moet toch naar hem luisteren?

Luister naar hem. Natuurlijk. Op mij komt het hier toch niet aan.

Als jij de boer wordt, dan wil ik alleen naar jou luisteren. Ja?

Ik, de boer?

Daar. Rapen laat hij me karren, omdat hij me wil breken.

Dat kan nog mooi worden.

Ach wat. Dan zal alles nog goed worden.

Wacht maar, als weer de zon schijnt.

Louis, zeg eens... - Ja, vader?

Laat Willem met ploegen beginnen. - En waar?

Op de benedenakker. - Op de benedenakker?

Echt, vader? - Ik heb het zojuist gezegd.

Willem... - Ja?

Toe, Willem.

Het komt goed. De boer zei het zojuist.

Waar dan? - Dat is nog het allermooiste.

Op de benedenakker. - Dus toch waar jij het gewenst hebt?

Om godswil... Boer, wat is er?

Louis... - Ja, vader?

Hier, dat zaadgoed oprapen.

Dat is voor de benedenakker. - Ja, vader.

Dat is geen vlas, dat is haver. - Ik ben toch niet blind?

Dat kan toch niet? - Waarom zou dat niet kunnen?

Op de benedenakker komt toch vlas? - Het vlas komt op de bovenakker.

Vader, de bovenakker is dit jaar veel te vochtig. Da's niets dan leem.

Dan moeten we wachten tot hij droger is.

Wachten, wachten...

Heb jij niet geleerd te wachten, op die land bouwhogeschool?

Haver op een vlasakker...

Hij had alleen 'n zak koren aangesleept, en dat was al te veel.

En altijd die strijd...

Twee stijfkoppen.

Dat zou men Louis toch moeten zeggen.

Louis...

Ja?

Nu, zeg het eens. Nu, zeg het eens.

Jakob...

Nu, zeg het eens.

Sofie...

Sofie, moet je zeggen.

Voor jou doet hij het toch niet. Ik wil het hem eens voorzeggen.

Jakob... Nu, zeg toch eens wat. Hier is toch Sofie.

Domme loeder.

Nee. Zoiets...

Dat is toch niet zo erg. Hij meent het toch niet zo.

Zo...

Nee.

Canaille.

Jij, hoor eens hier.

Zie maar, het drinkt al alleen uit de emmer.

Ja, ja, laat maar. Kom eens hier.

Ik heb zonet met Willem gesproken over die zaak met vader.

Zoiets had ik echt niet gedacht.

Men moet toch 's z'n mening kunnen zeggen. Zie eens...

Voor de eerste maal zou ik dan dit jaar zelf het vlas zaaien.

En als dan plotseling alles zo anders wordt...

Ik had me daarop zo verheugd. - Zo...

Je zult je nog verheugen, Louis. Neem mijn beide duimen.

Wat nu, Louis? Je doet al zo lamlendig als de Bruine.

Span de Bruine uit, Louis, en ga nu op de hoge kouter zaaien.

Was?

Wat anders?

En jij naar het station, het zaadgoed afhalen.

Je hebt zaadgoed laten komen? - Ja.

Vader...

Oekraïne?

Oekraïne.

Piet, span de knol maar in. Het zaadgoed is er, uit Oekraïne.

JiJ-

Anders kan ik het je niet zeggen. Je 'duimen drukken' heeft geholpen.

De boer heeft mijn raad opgevolgd. Aan het werk, we gaan zaaien.

Nog eens bedankt, hoor.

Op die jongen mag je trots zijn, boer.

Ben ik ook.

Nu ligt het erin.

Wat wij ervoor konden doen, hebben we gedaan.

Was, gedij.

Hagel, bliksem, wolkenbreuk, ga voorbij.

Zon en regen, breng ons zegen.

Was, gedij.

Hallo. Zeg... Voor mijn part kun je nu nog eens lachen.

Vandaag is het verdiend. - Ja? Ben je nu tevreden?

De hoofdzaak is dat het zaad goed uitkomt.

Wanneer wordt er geoogst? - Verheug je je daarop?

Dan gaat het er zo lustig aan toen. - Zie me dat eens aan,

zo verlekkerd ben je daar al op.

Weet je wel hoe het er aan toegaat bij het slijten?

Vertel het dan eens. - Vertellen? Pas op.

Elke slijter pakt z'n slijtster vast.

Ik word er... - Wat word je dan?

Zo bang. - Zie je? Zo dus, bang word je.

Schellebelle... - Ja?

Wat heb je gedacht, toen ik je vanmorgen die kus gegeven heb?

Ik heb gedacht: dat was maar zo. - Maar zo?

Van vreugde, omdat er eindelijk gezaaid wordt.

Verder niets? - Nee.

Nu zul je toch niet meer geloven dat ik je zomaar gekust heb.

Spijtig dat je weggelopen bent. Ik wil je nog wat zeggen.

Wat wil je me dan zeggen?

Dan moet je wat dichterbij komen, iets wat niemand mag horen.

Dat kan ik je alleen in je oor zeggen.

Dat gaat toch niet. Ik kom dan liever nog een beetje buiten.

Goedenacht, Louis.

Wat nu? Wil je nog weg?

'T Is toch nog zo'n mooi weer buiten.

Dat mooie weer heb ik daareven goedenacht gezegd.

Kleed je maar gauw weer uit.

Jij bent een fijne. Soms doe je als 'n onnozel bloed van louter onschuld

en nu wil je er 's nachts op uit om van het schone weer te genieten.

Schellebelle.

Dag. - Dag.

Je hurkt daar in het gras als een echt paaslammetje.

Doe je mee aan het feest? - Ja.

Willen we morgen samen naar de paaskermis gaan? En schommelen?

Wat wou ik eigenlijk? Ik kwam om een paasgebraad. Geef me dat zwartje.

Dat zwartje? Dat is toch zo lief en aanhankelijk.

Dat mag je niet nemen. - Moeder heeft het toch gezegd.

Als dat zwartje sterven moet, dan wil ik niet naar de kermis.

Zal ik eens met moeder spreken? - Ach ja.

Dat kost ook wat. Wat is je dat waard? - Maar ik heb toch niks?

Zo... Dan moet ik me met een kus tevreden stellen.

Nee. Eerst moet ik weten of ik het zwartje behouden mag.

Louis...

Je moet nog 's bij moeder komen.

Vergeet nu maar het zwartje niet. - En dan? Wanneer betaal je?

Voor de koffie. - En waar?

Het kleine bos.

Het witte linnen?

Daarmee overtrek je het bed in de voorste kamer. Louise komt met verlof.

Die sliep toch ook altijd op geruite lakens?

Ja, maar nu slaapt ze op witte. Dat is ze zo gewoon, sedert ze in de stad is.

Moeder, over dat paaslam... - Ja, en?

Nu, weetje... Dat zwartje, dat zou ik niet nemen.

Wat dan? Waarom dan niet?

Dat is nog helemaal niet vet.

Heb je dan geen ogen, domme jongen? Ik heb het gisteren zelf gezien.

Dat gaan we nemen.

Louis, het belangrijkste... Je moet naar het station rijden.

Nu, voor de koffie? - Ja. Je zuster komt op bezoek.

Die kan toch ook wel lopen.

Je rijdt, en Martens Adrienne breng je ook mee.

Adrienne komt ook? - Die haalt haar vader bij ons af.

Ja, moeder, maar dat zwarte lam... - Laat me nu 's met rust.

Wat heb jij toch met die lammeren?

Het blijft bij het zwartje, en nu uit.

Louis... - Ja?

Ik heb allang gezien waar dat naartoe gaat met jou en Schellebelle.

Ik wil je alleen maar dit zeggen.

Hou je handen eraf. Het zou zonde zijn dat jij 'r ongelukkig maakt.

Wie zegt dat ik ze ongelukkig maak? - Dat mag je nu willen of niet,

er kan niets goeds uit voortkomen, en ik moet op haar passen.

Altijd oppassen, dat is toch onzin.

Zeg 'r dat we elkaar vanavond niet kunnen zien. Ik moet nu weg.

Sofie...

Als je met iemand een afspraak hebt en hij laatje staan en komt niet

en verwittigt je niet eens, zou je die dan nog ooit willen aankijken?

Nee, zelfs niet van achteren.

Waarom ben je me nooit komen bezoeken in de stad?

Je had m'n adres. Ik heb je zo dikwijls verwacht.

Zwartje...

Zwartje...

Zwartje...

Het is Pasen. Op elk veld is een goede oogst besteld.

En zo wensen meid en knecht dat ook alles komt terecht.

Zalige Pasen.

Vruchtbaar moge de akker zijn. Vrede op het hof gedij.

Zo. Zalige Pasen. - Zalige Pasen.

Schellebelle...

Louis, laat toch dat meisje met rust.

Ze wil niet meer van mij weten. Wat heb jij haar wijsgemaakt?

Wijsgemaakt niks. Wellicht heeft ze er zelf over nagedacht.

Ik wil toch nog 's met haar spreken.

Breng haar toch niet meer in verwarring. Laat mij betijen.

Toe, Schellebelle, je moet niet treurig zijn.

Louis wil dat toch niet.

Kom. Hier.

Hier heb je een extraatje

en dan ga je deze namiddag 's naar de paaskermis.

Louis. Hallo. - Hallo.

We hadden je al vroeger verwacht.

Schellebelle.

Ben je weer alleen?

Blijf toch hier, dan kun je de papegaai mee bekijken.

Nu staan we hier al een uur naar die papegaai te kijken.

Ik zag nog geen schommel of carrousel.

Wacht toch nog een ogenblik. Hij trekt zo dadelijk een brief voor jou.

'Verover dan zijn hart door zedige terughoudendheid.'

Frank beest.

Wat 'n verstand voor zo'n kleine kop. - Nu is het meer dan genoeg.

Thuis altijd die raaf, hier niks dan 'n papegaai

en daarbij nog een vijs los bij jou. Amuseer je alleen met je beestenspel.

Kom, we gaan schommelen. - Nee, de schommel niet.

Dan gaan we naar de carrousel.

Nu mogen de kinderen wel komen.

Die mogen zich gerust een beetje amuseren.

Als ik Louis en mijn Adrienne zie, dan kan ik vanbinnen lachen.

Goedendag.

Heb je nog een mooie wandeling gemaakt?

Bedankt. Het was zeer mooi, niet?

Toen we aan die woestijn daarboven kwamen, toen was het uit.

Daar deed Louis opeens heel erg raar.

Wat voor een woestijn?

Aan die kale krotakker daarboven. Wil je?

Wat voor een kale krotakker?

We zijn naar de bovenakker geweest. - Ja? En?

Dood.

De hele akker. - Dood? Mijn vlas zou dood zijn?

Je hebt zeker je ogen niet goed opengedaan.

Dat leer je wel niet op jullie land bouwhogeschool.

De land bouwhogeschool moet toch wel goed zijn. Die heeft geen ongelijk.

Ik heb zo gezaaid zoals Louis het mij aangeraden had.

Mijn vlas staat al zo hoog.

Mijn vlas zal dra zo hoog staan. Dat zal komen.

Het is te hopen.

Goddank heb ik nog niet zo'n haast als de andere mensen.

De mensen zeggen: we zouden beter het hele stuk omploegen.

Godzijdank komt het niet op de mensen aan, en op jou ook niet.

Nooit zullen jullie het beleven dat ik een stuk omploeg

dat ik voordien gezaaid heb.

Eerder wil ik nog... - Dat zul je nu niet nodig hebben.

Had je naar Louis geluisterd, dan had je niet nadien al die zorgen.

Ik naar Louis luisteren. Het wordt nog schoner.

Ik zal hem iedere morgen vragen wat ik doen mag.

Bij de heer bestuurder, de heer professor,

die godverdommese boekenvreter, die kletsmajoor, die...

Dat heb je nu uitgericht. Je drijft de jongen nog uit het huis.

Ik zal toch wel in mijn huis mijn mening mogen zeggen?

Een mening? Nee, je woede raas je uit, want je voelt dat je ongelijk hebt.

Of ik ongelijk heb, dat wil ik eerst nog zien dan.

Louis... Wat doe je daar dan?

Ik ben het beu.

Moet ik me voor vreemde mensen laten beschimpen?

Hij is een driftkop. Hij weet niet wat hij zegt.

Hij wil me weg hebben van hier. Ik loop in de weg.

Maar, Louis, je kunt toch niet weg.

Jij hoort hier toch thuis. Dat is toch ook jouw hof.

Dat zijn toch driftkoppen, die Vermeulens.

Jouw vader heeft dit met zijn vader ook doorgemaakt.

Dat moet je ook maar kunnen slikken. En ik, ik ben toch ook nog daar?

Als je nu niet doorbijt, zal het hof jou nooit toebehoren.

Je moet hier blijven.

Waarom is hij zo tegen mij? Ik hou toch van hem?

Niet enkel omdat hij m'n vader is. Hij is toch zo'n grote boer.

Het leeft.

Het leeft.

Piet... - Ja?

Doe maar alleen voort. Ik moet even weg.

Goedendag, Schellebelle. - Dag.

Lou...

Dat jij dat zo uithoudt op den duur.

Verlang jij er dan nooit naar eens je eigen baas te zijn?

Jawel, maar...

Trouwens, je maakt je het leven veel te zwaar. Voor jou telt enkel het hof.

En daarbij hard gezwoeg,

maar een mens wil toch ook wat vreugde hebben aan het leven?

Louis, nu zijn we zo dikwijls samen geweest.

En het was toch ook vaak heel mooi?

Maar nu komt het me bijna zo voor

alsof dat alles voor jou helemaal niets geweest was.

Nee, nee. Zo is dat niet.

Nee, dat mag je niet zeggen.

Toe, hoor eens.

Ze zijn al aan het wieden.

Wat is er met die Louis aan de hand? Ik zie dat nu al wekenlang aan.

Die heeft het wellicht niet nodig te arbeiden.

Wees blij dat de jongen nog hier is.

Ik wil je eens wat zeggen, man. Je moest nu het vlas laten wieden.

Het is nog niet hoog genoeg. - Maar goed dat het is uitgekomen!

Mijnentwege. Maar wat heeft dat met die Louis te doen?

Geef hem het toezicht bij het wieden, zodat hij weer zin krijgt in 't werk.

Louis...

Waaraan denk je?

Ik denk aan hetgeen je mij daarstraks gezegd hebt.

Dat ik mij het leven zo zwaar maak.

Hoe zou ik het mij lichter maken als ik altijd aan het hof moet denken?

Het hof, dat is nu eenmaal de hele kwestie.

Ik wou je vertellen wat ik zojuist gedacht heb.

Ik heb gedacht... Mijn vader verkoopt zijn hof,

betaalt me mijn erfdeel uit en wij beiden trekken naar de stad. Louis...

En mijn hof?

Aan dat hof laatje vader je nu toch niet raken.

En als het eens zover is, krijg je het zo, zonder meer.

En dan kunnen we het toch verpachten? - Ik mijn hof verpachten?

En wat zou ik dan in de stad? - Daar vinden we wel 'n levensdoel.

Zie je...

Dat is nu het onderscheid tussen ons beiden.

Ik hou het in de stad hoogstens nog zo'n halfjaar uit,

zoals de vorige winter.

Maar zonder mijn hof kan ik niet leven.

Louis... - Ja?

Vader wil morgen wieden. - Is dat waar?

Ja, en jij zult het toezicht houden.

Willem, span jij 's verder in. Jij brengt de meisjes weg.

Zo'n haast heeft het niet.

Schellebelle.

Morgen wordt gewied.

Je moet gauw met mij meegaan, wiedsters bestellen.

Verheugt je dat dan niet? - Louis...

Waar ren je heen? Breng je ons niet naar de trein?

Nee. Ik heb het anders overlegd.

Tot weerziens. Maak het goed.

En aan een groet voor Adrienne heb je niet gedacht.

Ik heb nu de geschikte arbeid.

Het wieden vangt aan en ik heb het toezicht.

Is dat alles? - Ja.

Jij hebt het toezicht?

Nu, da's goed. Je kunt dus toch nog lachen.

Tot weerziens. - Weerziens.

Zeg Louis dat ik 'm nog schriftelijk zal bedanken

voor het vriendelijke afscheid.

En ik wens hem nog veel genoegen bij het wieden.

Een grote heer trok overal rond,

die liefde zocht en nergens vond.

In 't groene vlas een maagdelijn,

dat zou dan zijn geliefde zijn.

Hij sprak, aan uwe zijde, kind,

gun dat ik in 't vlas een plaatsje vind.

Mijn goud en zilver, het is dijn

als ik een uur bij u mag zijn.

Sofie... een brief.

Dank je zeer. - Alsjeblieft.

Adrienne?

Dat is toch maar de afzender. - Ach zo.

'T Is voor Louis. Breng hem bij hem.

'T Is voor Louis.

Voor Louis.

Daar. Daar heb je er één, dat je ook eens goed ruikt.

Etenstijd.

Dank je zeer. - Heb je wat te drinken?

Je bent al heel goed vooruitgegaan, maar veel zaaks is het vlas niet.

In elk geval hoeft het niet onder.

Zeg eens, Louis. Wat ik je al lang wou vragen...

Heb je nog nooit 's aan trouwen gedacht?

Waarom niet?

Heb je er al één?

Wellicht.

Die Martens, hè? - Wie?

Die?

Zou ik met die een winkel kunnen openen in de stad? Nee.

Je volle recht, Louis. Je hebt ook keuze genoeg.

Voor jou is de eerste de beste bijlange niet goed genoeg.

De eerste de beste?

Wie weet.

Allicht is dikwijls de eerste toch de beste.

Halt. Hier komt niemand door. Moet je eerst tol betalen.

Waarom heb je je dan niet geweerd?

Waarom zeg je niets?

Zie je? Zo gaat het bij het wieden.

Maar bij het slijten wordt het nog veel mooier.

Martens, wat wil je dan gaan doen

als je nu 's geen schoonzoon krijgt? - Ja, dan staat het er slecht voor.

Dan blijft er niets anders over dan het hof te verkopen,

als ik nog een paar rustige jaren wil hebben.

Hoe is 't, Vermeulen? Koop jij het hof van Martens?

Dan blijf jij in het ouderlijk huis en heeft Louis een hof.

Och, onzin.

Welnu, afgeven wil je niet, het hof kopen wil je niet.

Wat moet er dan van Louis worden? - Daar zal ik wat op vinden.

Ja, onze Hendrik...

Die kan de meisjes goed bevallen

en hij staat goed met allen.

Jij bent zeker ook hoorndol geworden. - Het is toch allemaal zo mooi.

Het scheen je erg mee te vallen, ginder aan het bos.

Ja, ja, ik heb het gezien.

Ik heb nu een schat.

Dat zeg jij, maar wat de mensen zeggen...

De mensen? Wat dan?

Die lachen je uit. En bovendien zeggen ze

dat je je netten uitwerpt om een rijke boerenjongen te vangen.

Louis denkt er van zijn leven niet aan een stalmeid te nemen.

En als de boer erachter komt, die jaagt je zo van het hof.

Maar hij ziet me toch graag, Louis?

Kind toch.

Graag zien en trouwen is twee.

Jou ziet hij wellicht graag, maar trouwen zal hij met één die rijk is

en die hij niet graag ziet.

Ja, maar bij het slijten wordt alles nog veel mooier, heeft hij gezegd.

Wat zeg je van mijn vlas? - Prima.

Uitstekend.

150.

Da's de hoogste prijs. Zijn we het eens?

We zijn het eens.

Dat zou toch god... Verduiveld nog aan toe.

Waarom loop je toch altijd van me weg?

Niet alleen nu, maar al sinds een hele tijd. Wat heb ik je misdaan?

Kun je je mond niet opendoen? Toe... Ik wil nu weten watje tegen me hebt.

Het hoort toch niet. De jonge boer met een stalmeid.

Wie zegt toch zo'n onzin?

Sofie. - Och, die ouwe kletskous.

Laat haar toch praten, Schellebelle.

Wij horen tezamen.

Dat voel ik nu nog meer dan ooit.

En als ik dat zeg...

dan is dat ook zo.

Dan blijft dat ook zo. Voor altijd.

Als ik de boer ben, kan geen mens me verbieden van jou te houden.

Wat wil je met die drekkige meid?

Vader, ze heeft je niets misdaan.

Zal ik ze van het hof ranselen?

Dat zul je niet doen.

Scheer je weg.

Dan ga ik ook van het hof.

Ach zo...

Zo zit dat.

Daar is hij. Spreek zelf maar 's met hem.

Weggeven doe ik m'n vlas niet. - Meer is het niet waard.

Dan behou ik het.

Doe je zin.

Dag. - Toe... Hoor eens...

Wil dan die Martens werkelijk zijn hof verkopen?

Overmorgen is het veiling. Weet je dat niet?

En hij blijft bij 50.000. - Ja. Wil jij het dan kopen?

Ik vraag maar. Goedendag.

Ben je het eens geworden?

Ik heb zin om Martens' hof te kopen.

Wat zeg je?

Dat ik Martens' hof kopen wil.

Voor Louis. - Voor Louis?

Zoekt die dan een hof? Hij heeft er toch één?

Waar heeft hij dan een hof? - Wel, hier, ons eigen hof.

Het hof is van ons, niet van Louis. Of denk je dat we ons zoals Martens

levend gaan begraven in het ouderenhuis?

Maar hoe kom je daarop? Kunnen wij dan niet samen met Louis blijven?

Je hebt toch maar die ene zoon.

Wij worden ouder, man.

En als het eenmaal te veel wordt, wie zal dan hier...?

Wij oud? Wie zegt dat ik oud ben? Ik ben meester op 't hof en blijf het.

Maar die Louis, die komt nu zo in de jaren dat...

Heb je dan niet gezien hoe hij achter de vrouwen loopt?

Achter de vrouwen loopt? - Ja. Ben je dan blind, vrouw?

Daarnet heb ik 'm nog gezien,

hoe hij zich aan die meid haar hals geworpen heeft.

Het wordt hoog tijd dat hij gaat trouwen.

Bezorg jij 'm nu een vrouw, ik bezorg hem zijn hof.

Dan hebben wij beiden onze plicht gedaan.

Is je dat ernst, dat je Martens' hof wil kopen?

Mijn volle ernst. - Zet toch die onzin uitje kop.

Dat is geen onzin. Het hof gedijt niet als het twee meesters heeft.

Maar alles geschiedt hier toch nog naar jouw zin.

Louis is volgzaam en gewillig. En watje over hem gezegd hebt,

dat hij achter de vrouwen loopt, dat is maar geklets.

Zeg liever dat je 'm niet lijden kunt dat je ruzie zoekt en 'm weg wil.

Hij heeft toch niet te klagen als we hem een hofstede geven.

Hij wil toch weg? Hij heeft het me juist zelf gezegd.

Een wonder is het niet, zoals jij die jongen behandeld hebt.

Wat heb je al niet op hem geschimpt? Gunde je 'm al een vriendelijk woord?

En wie gun je nog een vriendelijk woord? Mij soms?

Zover ik denken kan, heb je me niet één keer bij m'n naam genoemd.

Zal ik meneer uw zoon misschien nog smeken dat hij blijft?

Hoor eens, Vermeulen, ik wil je eens wat zeggen.

Mijn leven lang heb ik gedaan wat jij wou.

Maar als je nu nog je eigen zin volgt en Louis ongelukkig maakt,

dan ga ik met hem en kun je alleen voortboeren.

Man, denk toch eindelijk eens rustig na.

Als je Louis wegjaagt, wie zal dan later het hof overnemen?

Zal het in vreemde handen komen, het schone, oude Vermeulenhof?

Je moet er nog eens over nadenken.

Ik ga naar de stad.

Naar de stad? Wat ga je daar doen? - Naar de spaarkas, geld afhalen.

Wat? Dan wil je toch dat hof kopen?

Ik mag toch nog een veiling gaan bijwonen.

Waarschijnlijk is daar een stuk weiland te koop.

En een paard kunnen we ook gebruiken.

Schellebelle, hoor je het?

Het slijterslied.

Zullen we ook gauw zingen? - Ik niet, Louis.

Wees niet treurig, Schellebelle. Ik ben toch bij je.

Hoe lang nog, Louis?

Hoor eens hier. Dit beloof ik je.

Je zult ooit vrolijk zijn op mijn hof.

Al komt dood en duivel, we zullen eerst samen het slijtersfeest vieren.

Hoor je de kikkers? Het weer verandert. Bijna gedaan met de zon.

En het vlas is nog niet gesleten.

Morgen vangt het slijten aan, of 't is te laat. Dat moet vader toch inzien?

Kom.

Ik moet naar de stad. Ik kom niet terug voor morgenavond.

Hoe is het met het hooi? - De laatste wagen is hier.

Maar... - Wat maar?

Wanneer slijten we het vlas? - Als ik het zeg.

Het weer blijft niet lang meer goed. - Wie zegt dat?

Dat zegt iedereen. - Heeft iedereen hier iets te zeggen?

Louis...

Louis, je wil zeker je vlas tot volgend jaar laten staan.

We hebben nog volop tijd. Je mag ook wel 's een voorsprong hebben.

Voor jou zorgt zeker Sint-Pieter, hè, als het weer goed blijft.

Ga je dit jaar niet meer slijten?

Ik heb tijd.

Willem, er gaat regen komen. Je moet straks met de boer spreken.

De boer is naar de stad. - Naar de stad?

Hij komt voor morgenavond niet terug.

Voor morgenavond? Dan moeten we alleen slijten.

Weet je watje zegt? De boer wil niet dat we slijten.

Nu moet het, Willem. Het weer houdt het niet.

De boer zegt dat het goed blijft. - Hij vergist zich. We moeten slijten.

Louis, Louis... - Ik wil het.

Hoor je het? Ik wil het. Vooruit nu, slijters bestellen voor morgen.

Gelijk heb je.

Piet, we slijten morgen. - Ja?

Jij bent alleen om je raaf bezorgd.

Dan zal ik maar naar 'n ander uitkijken voor het slijtersfeest.

Sofie...

Kom 's hier.

Daar. Hou eens. - Hoezo dan?

Is hij weg?

Ja, en? - Zo.

Nee...

Domme loeder.

Jongens, Louis doet slijten.

Morgen is het slijting.

Gaan we de boer zijn vlas slijten?

Hoe is het met het vlas? Is het bij u nog geen slijting?

Bij mij nog niet. Ik heb nog tijd.

Dat is nat!

Ja, dat doen die lieve engeltjes.

Als die 's nachts over de velden vliegen, dan maken die...

Morgendauw, hemel blauw.

Heb geen schrik van de dauw. Die geeft rooie wangen en heldere ogen.

Wie het gelooft... - Probeer toch.

Want je, je pinkt als... als een uil in de zon.

'S Morgens nat van dauw, 's middags nat van zweet,

'S avonds nat van tranen.

Ik heb hier een bod van de molenaar Koopman.

Een bedrag van 50.000. Ik zeg 50.000, eerste bod.

Wie biedt er meer?

Dus 50.000. Een eerste, een tweede en een...

51.000.

Vermeulen.

51.000.

Zo dus, 51.000.

Een eerste, een tweede en een derde maal.

Wat is het heet. Ik kan niet meer.

Trek dat dan uit, dat we ook 's kunnen lachen.

Ogen links, Piet. - Altijd als het eens mooi wordt.

Louis, zouden we niet wat rusten? Hier, drink wat.

Nee, we moeten klaarkomen. Laat de kar maar rondgaan.

Ja, ja, het onweer haalt je straks nog in.

Onzin. We moeten maar vlugger zijn dan het onweer.

Hier.

Jammer. Nu ik er voor de eerste maal bij ben, kunnen we niet dansen.

Dat komt nog wel. Eerst dit stuk hier nog.

Naar een vreemde hoeve verjagen, zo'n kranige jongen?

Dat is hij ook.

Hij is toch ook mijn zoon. En tot zelfs pareren heeft hij geleerd.

Waar mag onze schenker blijven?

We gaan zijn baard vol peper wrijven.

Want zie, daar is nog olie in, nog olie in.

Want zie, daar is nog olie in.

Ik zet het glaasje aan de mond

en drink het uit tot op de grond.

Onze boer is maar een kul.

Schenk de glazen maar halfvul, halfvul.

Want zie, daar is nog olie in, nog olie in.

Want zie, daar is nog olie in.

Wij danken onze schenker zeer

en houden van hem des te meer.

Weg van mijn akker.

Verder werken.

Wie heeft hier bevolen te slijten?

Ik.

'S Morgens nat van dauw, 's middags nat van zweet,

'S avonds nat van tranen.

Nooit heb jij je kunnen buigen, boer.

Nu moet je op de knieën kruipen, als een moordenaar.

De dokter. Waar blijft toch de dokter?

Piet is erheen.

Om godswil toch, dokter, help hem. - Stil nu, vrouw Vermeulen, stil nu.

Een erg geval, Vermeulen.

Zal hij...?

Ik kom morgenvroeg terug.

Heer dokter... - Ja?

Wordt hij... Wordt hij terug gezond?

Heer dokter.

Hij is jong en sterk. Ik geloof dat wij mogen vertrouwen.

Maar als de baas de morgen nog haalt, dan is alles goed.

Sofie, kijk. Hij ziet er al wat beter uit.

Barbele...

Zeg, Willem...

Wat moeten we toch doen?

Toe, zeg toch eens wat. - Ik? Ben ik de boer?

Nee, maar toch de oudste.

Ik ga eens naar binnen, vragen.

Boer, we zouden graag weten wat we nu doen moeten.

Wat moet er nu met het vlas?

Wat nu met het vlas?

Verder werken.

Verder werken.

Heb je het niet gehoord? Verder werken.

De boer zegt: 'Verder werken.'

Schellebelle...

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.