All language subtitles for L.Auberge.Rouge.1951.HDTV.1080p.FR.x264.AAC.2.0-ukdhd

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional) Download
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French Download
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil) Download
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian Download
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish Download
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Christenen, kom allen en luister...

...een echte klacht...

...van drie onmenselijke monsters....

...hun misdaden zijn verschrikkelijk...

...120 jaar geleden vermoordden ze voorbijgangers...

...in de Peyrebeille, in Vivarais, in het departement Ard�che...

...ze vestigden hun herberg op...

...een doodlopende weg...

...de herberg ligt op een drukke weg... ...waar mensen werden afgeslacht...

...deze monsters hadden een dochter, vol voorzieningen...

...hoewel ze veel charmes had, had ze geen minnaar...

...we kennen veel herbergen, waar van 's avonds tot 's morgens...

...een meisje blijft maagd zoals het Martin-meisje...

...we zullen nooit weten hoeveel slachtoffers er waren....

...we vermoeden honderddrie�ndertig...

...maar er zijn er misschien wel meer...

...breng alle naties in vervoering voor de misdaden van dit huis...

...we hadden in de bergen, van Tuillette tot Coucouron...

...hield Martin zijn vrouw hoog in het vaandel...

...omdat we ze op hun gemak kenden, geloofden we in hun deugd...

...want achting volgt vaak in de nasleep van rijkdom...

...draaiorgelspeler des doods...

...de arme duivel op een avond en besneeuwd tapijt...

...samen met een travestiet aap...

...in de herberg...

...kwam hij in een val terecht...

De rode herberg

Nederlandse ondertitels door: BuStEl voor www.frenchmoviesubs.eu - 2021

Daar is hij, daar is hij.

- Daar. - H� Marie... kijk daar eens.

- Hij moet dood! - Laat hem maar gaan.

Hoe weten we of deze beesten niet spreken?

- Smerig beest, schiet hem neer. - Nee, dat maakt lawaai! Hier mijn mes.

Let goed op!

- Schiet hem neer! - Nee, niet met een geweer.

Je bent precies een orgelspeler.

Als jij dat geloofde zal de aap dat ook geloven, verberg jullie.

Zeg, als we delen... geef je die orgel dan aan mij, ik heb die niet gestolen.

Verdorie!

- Smerige neger! - Ik was het niet, zij was het.

Oh, wat maakt het nog uit, geef me dat ding hier... Wacht maar. Wacht...

Er naast!

- Refugium peccatorum... - Ora pro nobis.

- Domus aurea... - Ora pro nobis.

- Foederis arca... - Ora pro nobis.

- Stella matutina... - Ora pro nobis.

- Janua coli... - Ora pro nobis.

- Salus infirmorum... - Ora pro nobis.

- Consolatrix afflictorum... - Ora pro nobis.

Het zijn jagers...

- Heerlijk, een haas stoofpotje. - Ora pro nobis.

- Of een omelet met spek. - Ora pro nobis.

- Ik heb het over serieuze dingen. - Wat?

- Heb jij dan geen honger? - Oh, jawel.

- Is het klooster nog ver weg? - Zeker niet voor middernacht.

Dan wandelen we verder.

- Turris eburnea... - Ora pro nobis.

Christianorum... Oh, moeder van god, mijn stok!

- Ik voel tocht tussen mijn benen. - Oh, mijn vader!

- Waar zijn we? Waar? - Oh, mijn vader...

- Wat scheelt er? - Er is een gat. - Een gat?

Waar is er een gat? Mijn god, een gat in een brug.

Het lijkt inderdaad op een brug.

Als er een brug is, is er ook een herberg.

- Welke herberg, vader? - Een goeie herberg, mijn jongen.

- Ben je er al eens geweest? - Oh nee !

Ik ben er nog nooit geweest, maar het is wel beroemd.

Nu ik erover nadenk. Het zal de goede heer zijn die ons leidde naar deze herberg.

De heer ziet alles, hij ziet ook dat we uitgeput zijn.

- Refugium peccatorum... - Ora pro nobis.

Misschien is het een lekkere everzwijn...

...met rode wijnsaus en kastanjepuree?

- Zijn we er bijna? - We moeten zeker nog 4 uren rijden.

- Wat zei hij? - Nog 4 uren.

We kunnen op die tijd zeker 100 keren aangevallen worden.

Wat een waanzin, wat ben ik toch komen doen in dit land van rovers?

Als je zo bang bent van overvallers dan loop je toch niet rond met al je diamanten.

Ten eerste, ik loop niet rond! Ik heb net de

begrafenis bijgewoond van mijn dierbare zus.

Dit juweeltje is alles wat ik nog van haar heb. Arme kleine Adelaide.

Het is makkelijk om niet bang te zijn als je niets te verliezen hebt.

Ik zou graag hebben wat ze te verliezen heeft!

U zal er niet rijk van worden, meneer.

Wanten voor mama, een snuifdoos voor papa en een spellingboek voor het huispersoneel.

Ik leer het hem, maar hij heeft een taai hoofd. Hij is een neger.

Maar het zijn wilden! Jij bent niet bang?

Neen, deze is heel lief en heel vriendelijk.

- De aap... - Waar? - Langs daar...

Help! Je bijl!

- Wat is er mis met mijn bijl? - De bandieten, de overvallers!

Het is toch geen waar zeker?

Ik geef niets om de bandieten. Ik heb geen geld, dus ze zullen me niets doen.

Hij zou ons laten stikken omdat meneer geen geld heeft.

- Meneer, je moet mij verdedigen! - Hou je toch kalm, mevrouw...

- Doe die deur dicht! - Wat is er gebeurd?

Een visioen uit de hel, met pluimen en een lange staart zoals een duivel.

Het beest beet in mijn neus en vloog weg en we hebben de remhendel gebroken.

- Wij zijn aan ons lot overgelaten. - Nee, ga terug zitten.

Ik ken een herberg, we zullen het daar repareren.

- Is het ver? - Nee, vlakbij. - We kunnen daar overnachten.

Wat denkt u, meneer?

Het zou met plezier zijn maar de plicht roept, ik moet naar Privas.

Mijn vader is aldaar overleden.

Om nog maar te zwijgen over het feit dat de herberg een nest met bedwantsen bezit.

Nee mevrouw, er zijn geen bedwantsen bij ons.

Moest Mathilde nog leven zou dit allemaal niet gebeurd zijn.

Ik vind het ook niet leuk dat ze ons heeft verlaten.

Zonder haar zijn we precies drie kleine kinderen

Wat heb je eraan om te treuren, thuis is er werk genoeg.

Is dat alles?

- Dat is alles. - In feite was het het niet waard.

- De kermis draaide toch goed? - Je moet de acteurs nooit geloven.

- Je weet goed genoeg dat ik niet rook. - Klaag niet de hele tijd.

- Hier. - Messen heb ik op overschot. - Dan neem je het niet aan!

- En wat is dat? - Tarotkaarten.

Mijn god, de dood!

- Hij is dood, de kaarten liegen nooit. - Ik heb die kaart omgedraaid.

Draai dan een andere om, het zal beter zijn.

De aap...

Ik wist het gewoon, die aap zal onze ondergang betekenen.

Hou je mond en smijt alles maar in de open haard.

En het orgel zal er ook in gaan.

Niet de muziek, mevrouw heeft het me beloofd.

Ik verveel me hier, ik wil wat afleiding.

Het is al goed, je krijgt hem cadeau. Laat hem maar, ik pak het later wel terug.

Iemand klopt op de deur.

- Ik kom eraan! - We zijn er.

- Ja ja, het is al goed. - We zijn er.

We komen direct open doen.

Oh, Mathilde! Maar... we verwachtten je eigenlijk pas morgen.

Ik wilde absoluut thuis zijn.

- Je bent niet alleen? - Ik heb andere reizigers meegebracht.

Drie, vier, vijf...

Wat een kinderliefde, maar dat is teveel, mijn kleine meid.

Zie je, Marie, we waren aan het klagen. Gooi nooit het handvat van de bijl.

- Zijn ze gewapend? - Nee, enkel een bijl.

- Beste, zullen we het spel be�indigen? - Natuurlijk.

We hebben tijd voor het avondeten. Altijd ter uwer beschikking.

- We zitten hier. - Als je dat wenst.

- Mevrouw, gl�hwein voor iedereen. - Ik geef het aan jou.

Bedankt, lekker die warmte.

- Het verspreidt wel een rare geur. - We waren oude kleren aan het opstoken.

Jullie hebben gelijk, we hechten veel oude spullen die tot niets dienen.

- Wist je dat onze koets werd aangevallen? - Ze hebben jullie toch niet beroofd?

Nee, godzijdank. Ze zouden deze halsband hebben afgepakt.

- U heeft deze nog nooit eerder gezien? - Nee, dat hebben wij hier niet.

- Zou je me willen helpen? - Maar met plezier, mevrouw.

- Zeg eens, herbergier? - Wat? Wat scheelt er nu weer?

De remhendel is stuk, heeft u zo 'n remhendel op overschot?

Een remhendel? Ik ben het niet zeker, ik zou even moeten kijken in de schuur.

- In boerderijen zijn er altijd remhendels. - Ik hoop dat hij zo 'n remhendel vind.

Marie... We doen dit nog eens over en dan trekken we ons terug op het platteland.

- Waar kijk je naar ? - Ik kijk naar de grote man met de bijl.

Kijk naar die diamanthalsketting. Oh, mijn duifje, ik geef het je, die ketting.

- Oh, het staat je goed. - Dit is waanzin, mijn liefste.

Maak je geen zorgen over de man met de bijl, hij zal hier niet lang rondhangen.

Je fout was niet dat je mijn 6 afpakte.

Ik had erover nagedacht maar toen was het al te laat.

- Heb je geld bij? - Nee, enkel mijn bijl.

- Ik heb het gezien. - Eventueel kan ik ervoor werken?

Nee, bedankt, we hebben niemand nodig. Dat doen we zelf, als gezin.

- Kom, drink uw kom leeg en trap het af. - Maar...

Niet voor mij.

- Ga je warme wijn nemen voor mij? - Ik ben zo terug.

- Op wat wacht je? - Moet ik echt vertrekken? - Ja, onmiddellijk.

Ik kan toch niet in het midden van de nacht vertrekken?

Hij is nu ook al bang van overvallers...

- Ik ben niet bang. - Ze zullen je niets doen, je hebt geen geld.

In de koets had je een grote mond. Nu is het aan ons.

- Goede reis. - Kom, maak dat je wegkomt.

- En in de schuur? - Er is geen plaats.

- Ik zal mij klein maken. - Je bent nog steeds te groot.

Hoepel op! Je moet toch niet vrezen voor overvallers. Jij bent sterk.

- Veel te sterk. Jij hebt geluk. - Ja, maar toch...

Soms helpt het om sterk te zijn. Kom jongen, tot ziens.

- Heb je nu die remhendel of niet? - Ik heb dat niet.

- Hoezo? - Ik heb er geen liggen.

Mijn vrouw en ik hebben overal gezocht maar we vonden geen remhendel.

- We hebben geen remhendel. - Degene die we hebben zouden niet gaan.

- We moeten hier dan overnachten. - Jullie zullen slapen zoals engeltjes.

Dat zou leuk zijn, ik hou van dit huis.

Ik mis een vergadering maar liever dat dan de dood riskeren.

- Ik ben weduwnaar, dus ik heb alle tijd. - En mijn arme vader die op me wacht.

Rustig aan, hij kan toch nog ��n nachtje wachten?

- Daar gaat onze ham voor kerst. - Dat zijn we hun toch verschuldigd.

- Meneer, ze spelen met de kaarten. - En dan?

Er is er ��n die al het geld int van de andere.

Wat maakt het uit? We zullen ze allemaal uitmoorden.

Welke kamer zal je mij geven, kleine meid.

Een kamer voor rijken.

- Ontvang je regelmatig rijke gasten? - Niet zo rijk zoals u, mevrouw.

Ik hoop dat het een mooi bed is.

Dat kan ermee door, voor ��n nacht.

Deze kamer is al ingenomen.

Vergeef mij, mevrouw.

Deze kamer zal even goed zijn als die andere.

- Zolang de buur niet snurkt, is het goed. - Maak u maar geen zorgen.

F�tiche.

- Hij zou nu in de tuin moeten zijn. - Ik wist dat we iets vergeten waren.

Kom, help mij even.

- Ik hoop dat hij sliep. - Als een baby.

Hij was een kunstenaar die niet veel weegt.

Hier langs...

F�tiche!

Naar waar ga je nu? Niet naar daar.

Maar waar moet ik hem neerleggen? Bij de perenboom?

- Nee, daar ligt de apotheker. - Klopt, er is nu niet veel ruimte over.

Daarginds.

- Haast je. - Het maakte me blij dat hij kwam. - Waarom?

- Hij had een mooie draaimuziekdoos. - Doe verder.

Je hoeft geen muziek te leren enkel aan de hendel te draaien.

- Mocht ik ook nog zo kunnen lezen. - Ik heb je een een alfabetboek meegebracht.

Het is niet meer nodig, ik hou me wel bezig met muziek maken.

Maar, waar is hij?

Hij ligt daar, daar.

Als we hem zo laten liggen, vinden we hem niet meer.

- Ik kan niet graven, de aarde is te hard. - Wat zullen we nu doen?

Neen.

Beweeg niet, je zult luisteren naar mij.

Jeannou, mijn kleine Jeannou, we zijn gered. Zie je het licht schijnen?

- Komaan... - Ik dacht dat ze al in bed lagen.

Maar nee, de ramen beneden zijn verlicht. Dat betekent dat ze nog aan tafel zitten.

We gaan naast hen zitten en meedoen met hun gesprekken.

En als we merken dat het luidruchtige mensen zijn en of er

dronkaards of een zwangere vrouw bij zit, in dat geval...

- Vertrekken we terug? - Nee, dan zitten we apart, dat is alles.

Zullen ze ons wel ontvangen zonder geld?

Jeannou, je kent de brave mensen niet van deze streek.

Eerwaarde, heb je je pijn gedaan?

Een arme monnik laten betalen, die mensen zullen dat zelf niet vragen.

Ze weten maar al te goed dat god hun zal belonen.

Jeannou, kijk daar. Een mooi kleintje die een sneeuwpop maakt.

En een neger in de sneeuw. Kom mee.

Is hij niet mooi?

Ja, hij is mooi. Maar u bent ook heel mooi, juffrouw.

Ik heb mijn beschermengel nog nooit gezien, uw gezicht zal mij bijblijven.

Mag ik?

U mag mij ook kussen.

- Mag ik? - Ja mag toch!

Ah nee, maar dat is genoeg voor een beginner.

Het maakt hem aan het lachen. Ik moet hem ook kussen.

De sneeuwman is nog niet klaar, er staat nog geen neus op.

- Kom er niet aan! - Ik ga enkel een neus maken.

- Hij heeft nog geen pijp! - Hier is zijn pijp.

Alles prima. Maar de sneeuwman heeft niets... hij heeft ook geen hoed!

- Nu is het een echte sneeuwman. - F�tiche...

Uw man is een beetje dik, je ziet dat hij veel eten krijgt.

En laten we nu bidden dat hij vanavond niet smelt.

Het weer wordt zachter...

F�tiche, leidt mij naar binnen.

- Wat is een "novice"? - Dat ben ik.

Wat mooi een "novice", maar wat is dat precies?

- Om een monnik te worden. - Zoals hij?

Nee, niet direct. Het duurt lang om monnik te worden.

Je moet Latijn, Grieks en zelfs Hebreeuws leren.

Het oude en nieuwe testament en alle gebeden.

Is het door liefdesverdriet? Waarom wacht je niet tot je liefdesverdriet hebt?

Je moet eerst een meisje hebben om liefdesverdriet te hebben.

Het is minder moeilijk om een meisje te vinden dan Latijn te leren.

Ik weet het niet, ik ken geen Latijn noch een meisje.

Waar is zijn pijp naartoe?

Latijn kan ik je ook niet aanleren.

Zorg dat je niet verkouden wordt, eerwaarde.

Een kom gl�hwein voor de eerwaarde.

- Bedankt mijn kindje. - Grote 9, twee 7 en de kleine 9.

Hoe laat is het misschien? Hebben jullie al gegeten?

- Nee, eerwaarde. - Ik vroeg het mij gewoon af.

Ik weet zeker dat u ook natte voeten hebt. Doe uw schoenen uit, eerwaarde.

- Denkt u dat het mogelijk is? - Natuurlijk, eerwaarde!

Eindelijk riskeer ik mijn dozijn, wie niet waagt niet wint.

Laat mij even nadenken...

Oh, mooie zijde.

- Mocht je weten wat eronder verstopt zit. - Mogen wij het zien, eerwaarde?

Het is een schat van onschatbare waarde.

Een schat, waarvan alle miljonairs van deze

regio met hun goud en zilver niet kunnen kopen.

Stukken scheenbeen van de patroonheilige van

de Ard�che: onze grote heilige Franciscus R�gis.

Ah, goed.

Dat is goud!

Natuurlijk is het goud met daar rond: robijnen,

opalen, smaragden, een paar diamanten.

Maar dat maakt niet veel uit, het is wat erin zit die veel waard is.

Als we alle schenen van heilige Franciscus R�gis zouden verzamelen

die we in kerken vinden, zou het geen heilige meer zijn.

Het zou een duizendpoot zijn.

Beter een duizendpoot om naar de hemel te gaan dan twee om in hel te branden.

Niet zo snel! We hebben het nauwelijks bekeken.

Ik heb altijd een bijzondere toewijding gehad voor heilige Franciscus R�gis.

- Bedankt voor deze mooi woorden. - Zeker als het zo gepresenteerd wordt.

Ik sta je toe het te kussen. En aan alle christenen die hier aanwezig zijn.

Het is al goed, Martin.

- Excuseer, eerwaarde. - Ik ben deze avond niet in form.

- Kom maar mee. - Na het avondmaal geef ik je nog een kans.

- Jij ook, vreemdeling. - Mag ik voor?

Ik weet wat je van plan bent, nee!

Heb je dat klein juweeltje dan niet gezien? Ik zou al het

geld van de reizigers willen ruilen voor dat juweeltje.

We hebben nooit een monnik vermoord, dat zullen we niet doen.

Dat zou nochtans een goed begin zijn.

- Je hebt geen religie. - En jij, heb jij er ��n?

Ja, ik heb een religie en ik respecteer priesters. Ik

zou blij zijn mocht er ��n aan mijn sterfbed staan.

Ik zal er wel ��n zoeken, er zijn er genoeg.

Weet je nog welke kaart die je hebt getrokken?

Marie, waarom zeg je dat nu?

De dodenkaart die ongeluk zal brengen.

Het is al goed. Dat hij maar weggaat. Anders gaat hij er ook aan.

Goede heilige Franciscus R�gis.

In zijn jeugd hield hij geiten, net als ik. We komen uit dezelfde regio.

Als ik met hem praat, is dat met een accent.

En hij antwoordt mij op dezelfde manier.

Ik kan zeggen dat hij op een hele speciale manier over mij waakt. Ik?

Eerwaarde, heeft u geld?

Geld? Om wat te doen? Ik behoor tot een bedelaarsorde.

Je verstaat me wel als herbergier.

Het toetje "de bedelaars" moet je zeker en vast kennen.

- Ik vraag of u... - Hazelnoten, amandelen, vijgen en rozijnen.

- Of je geld hebt. - De 4 kleuren van de 4 bedelorden, en ik ben de rozijn.

- Dus, je hebt geen geld? - Geen enkele munt.

Bovendien mogen we geen cent bezitten, dat is de regel.

- Dan moet je vertrekken. - Wanneer? - Nu onmiddellijk. - Zonder te eten?

Het is hier een herberg, we doen niet aan liefdadigheid.

- Je maakt een grapje. - Nee, eerwaarde. Vooruit, pak uw spullen en vertrek.

In het midden van de nacht, in een storm?

- Te midden van wolven die uitgehongerd zijn? - Tja...

- Ik weet zeker dat als je vrouw... - Mijn vrouw denkt zoals ik.

Goed, meneer.

Er zijn hier waarschijnlijk mensen aanwezig met een beter hart dan die van u.

Vrienden, de hardheid van deze wereld is onvoorstelbaar!

Als ik denk aan die arme heilige Franciscus R�gis,

hij die zoveel voor dit departement heeft gedaan.

Hij heeft geen kerk noch een kapel die naar hem werd vernoemd.

Een kleine kapel, niets, hij kreeg niets.

Het is geen waar.

Is het niet waar, mevrouw? Maar hij heeft het zelf gezegd.

Op een nacht toen ik sliep, tikte hij op mijn schouder.

Hij zag eruit als een zwerver. Dat was hij ook, mevrouw.

Een heilige zonder kerk, is zoals een duivel zonder vuur.

Toen hij tegen mij zei: "ik ben heilige Franciscus R�gis", geloofde ik die niet...

Mocht ik geld hadden gehad, ik gaf het hem.

"Broer", zei hij tegen mij: "ik heb geen huis, maak van mij een kerk".

Dit is wat hij vroeg aan een arme monnik als ik, die niet

eens genoeg heeft om zijn deel in de herberg te betalen.

Dus ik zei tegen hem: "grote heilige, je uiterlijk eert

mij. Je kunt het maar beter bij Rothschild gaan vragen".

" Een man met weinig geloof", zei hij. "En wat

doe je met de vrijgevigheid van de gelovigen?"

- En hier zitten we dan. - Ja meneer, het kost geld een kerk bouwen.

Dit geld moet ergens gevonden worden. Het zit alleszins niet bij de monniken.

Bovendien hebben we geen zak, andere mensen hebben er ��n.

- En ik begin bij een sterke geest. - Hoezo, wil je mijn geld?

Maar de goede heer weigert het geld niet van de zondaar, hij zuivert het zelfs.

- Bedankt. - Vergeet u mij niet, eerwaarde?

Ik kom direct bij u langs.

- En u, meneer? - Ik bezoek kerken, ik bouw ze niet.

Bedankt, bedankt.

Ik zal bidden voor je vader dat hij toch nog een goede einde kent.

- Mijn donatie is voor twee. - Bedankt, bedankt.

Hier ben ik dan... Een paar centen, wat geld en nu nog wat goud.

Dat is toch teveel, mevrouw.

Ik wil wel in ruil een klok die mijn naam draagt.

Ik beloof het, mevrouw.

- Wat is uw voornaam? - Caroline.

Het is een mooie naam voor een klok.

Marie, weet je wat je monnik mee bezig is? Hij krijgt al het

geld van de anderen, voor ons zal er niets meer overblijven.

Zelfs onze goede herbergiers die zich haasten om hun geld te doneren.

Omdat jullie weten dat de menigte de kerk aantrekt maar de kerk ook de herberg vult.

Bedankt. Bedankt.

Het is erg mooi. Ik denk dat dit stukje genoeg

zal zijn om onze kosten ermee te betalen.

Goed, eerwaarde. Dat kan.

Marie, aangezien hij het zelf wil, moeten we hem behandelen zoals de rest.

- Is het waar dat de monniken op een plank slapen? - Ja.

- En dat jezelf je eigen graf delft? - Ieder dag een beetje.

- Zelfs 's winters? - Ja, waarom niet?

Tijdens de winter kan je moeilijk graven in de aarde.

En klopt het ook dat je midden in de nacht opstaat om te zingen?

Jij houdt toch van muziek?

Het is niet zozeer om de muziek dat het draait.

- Waarom ga je dan naar het klooster? - Maar waarom vraag je me dat?

Ik vind het eigenaardig dat je op jouw leeftijd zegt...

"Ik ga op een plank slapen, mijn graf graven 's nachts opstaan om te zingen."

Moest je nu nog gebocheld of kreupel zou zijn, zou ik zeggen van ja.

Ik ben misschien wel gebocheld, of kreupel.

Dat geloof ik niet.

Je moet je niet laten misleiden door het uiterlijke.

Het is niet het uiterlijke die telt... niet het uiterlijke.

Ik ben Jean de M�zilhac. Satan, je zult me niet verleiden!

- Nog een beetje? - Nee, zo is het wel genoeg.

- Maar jawel. - Het volstaat.

Het zal u opwarmen, eerwaarde.

Het vermindert de eetlust en ik wil het voor deze avond houden, de eetlust.

- Eerwaarde? - Doe de deur dicht.

Eerwaarde, we moeten vertrekken.

Vertrekken?

- Waar gaan we heen? - Naar het klooster.

- En waarom? - Ik wil slapen op een plank. - De roeping is toch iets prachtig.

Luister naar me, Jeannou. Morgen heb je je plank, niemand zal die stelen.

- Ik wil niet in deze herberg blijven. - De heer kan wel wachten op jou.

- Ik wil hem niet laten wachten. - Ik zal mij wel bij hem excuseren.

Dan vertrek ik maar alleen.

Jeannou, luister, ik zal meedogenloos worden.

Je schoenen zijn doorweekt, zet je neer.

- Maar ik weet het misschien wel. - Ik weet het beter dan jij, zet je.

Pech, jij hebt het gewild.

Doe de deur dicht.

- Waar mag ik de soep zetten? - Hier, mijn kind.

Juffrouw... wilt u aardig zijn voor de goede vader?

Zet ze ergens en geef ze vooral niet terug zodat hij niet kan weggaan.

Iedereen aan tafel.

Kom Jeannou, aan tafel.

Je zal naast mij zitten.

De krukken zitten nogal hard, moet ik achter een kussen?

Een kussen zal hier moeilijk te vinden zijn vrees ik.

- Zoals ze zeggen: "zoals in de oorlog". - Benedic, Domine...

Benedic, Domine, nos et h�c tua Dona, qu� de tua largitate

sumus sumpturi. Per Christum Dominum nostrum. Amen.

Bedankt.

- Eet je graag soep? - Ja, absoluut.

Mijn kleine Jeannou, neem je servet. Doe het om je hals en zet je goed.

Recht zitten. Bedankt.

Geef het door aan je buurman. Wees beleefd, breng eer aan uw gezin.

Ik heb hem nog niet voorgesteld, mijn excuses. Sta op.

Het is de kleine Jean de M�zilhac. Een grote familie uit Privas.

De voorzitter van de rechtbank.

Een oude familie gespecialiseerd in jurken. Maar hij koos een andere jurk...

...allemaal oud, allemaal opgelapt, de mooiste van allemaal.

- Dat van armoede en versterving. - Mijn complimenten.

Zet je maar neer.

Een goede kastanjesoep.

Nu toch niet? Ik eet mijn soep.

Dat heeft hij plots ineens gekregen?

Vrienden, iemand anders heeft mij nodig. Jeannou, jij blijft hier.

Wat scheelt er? Ik eet mijn soep ook liever warm.

- Arme monnik. - Een priester is als een dokter, hij behoort tot de gemeenschap.

Wat als ik zeg dat ik Frankrijk nooit heb verlaten? Maar jullie Engelsen...

Uw land is zo somber.

- Hier is het ook niet erg vrolijk. - Ik had zo graag zeeman willen worden.

Bent u moe?

- U Bent toch niet bang om te sterven? - Nee, ik niet.

U niet? Wie dan wel?

Neem een biecht af en dan zal u het begrijpen.

Biechten? Denkt u dat het zomaar gaat? Ik heb de juiste instrumenten niet.

- Wat heeft u dan nodig? - Ik heb een biechtstoel nodig, of iets die erop lijkt.

- Iets die erop lijkt? - We mogen elkaar niet zien.

- Waarom niet? - Altijd maar die lastige vragen...

...ik stel mij geen vragen als monnik.

Ik veronderstel dat het komt dat we niet mogen weten van wie de biecht komt.

- Maar je weet toch dat ik het ben. - Vanaf de biechtstoel er is, niet meer.

Het is al goed.

Het gaat precies wel ineens veel beter, h�?

- F�tiche? - Ja, mevrouw? - Breng mij een kastanje vanuit de grill.

Dat zal volstaan.

Ineens bent u wel enorm gelovig... u hebt een zonde begaan...

U zou een arme monnik buiten gegooid hebben.

Als u dit dwarszit, maak het dan nog niet erger door mijn avondeten uit te stellen.

Bedankt.

Ik hoop dat de goede heer tevreden zal zijn.

En?

Nog even dit, eerwaarde. Is het waar wat priesters vertellen...

...dat ze niets vertellen over de biechten?

Luister goed, vrouwtje...

We gaan al 2000 jaar biechten. God weet hoeveel

zonden er werden gemaakt, wat een ellende.

Het geheim van de biechten werden nooit geschonden.

Heilige Anselmus ging zijn tong eerder laten afknippen...

...in plaats van iets te onthullen dat hem werd toevertrouwd.

En toch is het iets onbelangrijks.

- Hoe zijn ze erachter gekomen? - Dat weet ik niet.

Wat Saint-Chrysostome betreft, het was nog erger! Ze sneden zijn...

Het is al goed, ik geloof u.

Maar zou u uw tong eruit laten trekken?

Ik zou er geen enkele verdienste aan hebben want

alles wat in dit oor gaat, gaat in het andere eruit.

En blijft het niet tussen de twee oren plakken?

Heel weinig, zodra de boetvaardige mij de rug toekeert, is het vervlogen.

Het is een genade die de goede heer ons schenkt.

Ik begrijp de bezorgdheden, men vertelt nogal veel.

Begin maar met de schuldbelijdenis.

Ik weet het niet meer.

Begin dan maar met de biecht.

Sinds twintig jaar, eerwaarde...

Ben je al twintig jaar niet meer gaan biechten?

Nee, eerwaarde.

- Dan zal het lang duren. - Als u mij steeds onderbreekt, nog langer.

- Doe maar verder. - Sinds 20 jaar, eerwaarde...

dat mijn man en ik hier een stekje hebben gevonden...

wij waren eigenlijk kermishandelaars. En op een dag wilde mijn...

man dat we ons gingen settelen, dat deden we dan ook, hier.

Het verbaasde me een beetje, ik zei tegen

hem: "Martin, het is hier veel te rustig..."

Maar hij antwoordde: "Maak je maar geen zorgen,

Marie, hier zal er geen laagseizoen zijn."

Ik zei tegen hem: "er zullen niet veel klanten komen."

Hij zei: "Het zijn er misschien niet veel, maar we zullen ze houden."

- Ik wist niet wat hij daarmee wou zeggen. - Ik ook niet. - Wacht nu even.

Hij lachte toen nog veel.

Na de eerste klant die we hadden, heb ik het begrepen.

Het was een grote kanthandelaar met zijn paard.

We hebben het paard lang gehouden.

De handelaar hebben we ook gehouden, hij is trouwens nog hier.

Ik weet nog heel goed waar, want het was onze eerste klant.

In de tuin onder de kastanjeboom.

- Onder de kastanjeboom, in de grond? - Natuurlijk, want hij is overleden.

Overleden? Wat jammer, het moet jullie nogal

geraakt hebben als zijnde de eerste klant.

De volgende was afkomstig uit Parijs, een goeie jongen, alleenstaand. Dat was beter.

- Hoezo, waarom? - Niemand geeft om alleenstaanden.

Is hij ook overleden? Jullie hebben niet veel geluk.

Hij leed niet.

En de derde leed nog minder. Mijn man had zijn hand gedaan.

Ja, uiteraard, uw man heeft zijn hand gedaan... Ja...

Mijn god, ik begin het te begrijpen.

Ja, wat wil je? Bij ons is het zo gemakkelijk. Heb je de trap gezien?

Er was niet zoveel inkomen, wij werden gedwongen om zoiets te doen.

- Het is daar waar het gebeurde? - De drie eerste wel, ja.

- Zijn er nog meer? - We zijn de tel kwijt...

Jullie tellen ze niet meer? Misschien minder dan tien?

Eerwaarde toch...

- Bij de twintig? - Waren het er maar 20.

Wat... 30? 31?

Eerwaarde, ik zei: "sinds twintig jaar"...

31 is nog geen twee per jaar... En wat is dat nu twee per jaar?

Ja, uiteraard, uiteraard. Maar, hoeveel?

Als u het echt wilt weten, vanavond was het onze 102de slachtoffer.

Goeie god, waar ben ik toch terecht gekomen?

Ik heb het toch uitgelegd? In een herberg waar iedereen wordt vermoord.

Het is hier precies een kerkhof en dan nog liggen ze er nog niet allemaal.

- De laatste kan je zelfs zien. - Waar? - Door de venster, daar.

Daar?

Ik zie niets.

Ik zie helemaal niets.

- Waar is hij? - In de sneeuwman.

- Erin? - Ja, erin.

Hij is niet beter af ergens anders. Denk er eens

over na, hij zo even goed in een varken passen.

- Voedt u christenen aan varkens? - Ze eten ze goed op.

- Eet u soms varken? - Ik hou niet zo van varken.

- Ze vragen om meer varkensvlees. - Des te beter, het laat ze drinken.

- Waar is Marie? - In haar kamer met de monnik.

- Wat doen ze daar? - Ze eten kastanjes.

Sinds u hier bent, maak ik me er zorgen over.

Ook omdat mijn man geen religie heeft. Toen hij uw klein diamant kerkje zag,

zei hij: "Er is geen god, we moeten hem afmaken."

- Op de trap? - Op de trap of in de kamer.

Op de trap is het met de hamer en in de kamer is het met een mes.

Maar wees gerust, eerwaarde. Ze krijgen eerst

kruidenthee en nadien voelen ze er niets van.

Het is allemaal niet zo erg.

Uw man staat te luisteren achter de deur.

Je moet jezelf niet kwellen, je hebt geen zuivering nodig.

En vooral, vraag me niet om absolutie, het is het niet waard.

Het zou nutteloos zijn voor de heer. Ik geef je een kleine zegen.

- Zo, ga in vrede. - Marie, ik heb je beneden nodig!

Zit jij nog steeds niet aan tafel?

Ik kom direct.

- Beloof je dat je zult zwijgen? - Ik ben alles al vergeten.

- Voel je je niet goed, eerwaarde? - Mijn benen zijn ineens zwak.

Wacht, u krijgt een glas Arquebuse.

Bedankt, dat zal mij terug sterk maken om terug te vertrekken.

U blijft hier niet overnachten?

Nee, ik denk dat ik beter opstap.

Het weer lijkt te beteren, de storm

wordt zwakker. Hoewel je herberg erg comfortabel is.

Het is beter voor mijn jonge volgeling dat hij in het klooster slaapt.

In dit geval, eerwaarde, we zijn spijtig dat u vertrekt. Maar als u dat wenst...

Sta mij toe u te verlichten, eerwaarde.

Let op, de trap is gevaarlijk.

Dat ziet er ook zo uit, het zou mij niet verbazen.

- Spreek niet over een ongeluk, eerwaarde. - Oh, nee, daar heb ik het niet over.

Mijn excuses, eerwaarde.

- Ze is schattig. - Is het niet?

Ze is bijna verloofd.

- Met wie? - Een gendarmerie-brigadier.

- Je weet ook wel waarom. - Nee.

Zo 'n herberg zoals die van ons kan zoiets wel gebruiken.

Begrijpt u?

Mevrouw, u zinspeelt ongetwijfeld naar dingen die niet bij mij opkwamen.

- Eerwaarde, nog een plezante tocht. - Bedankt.

U bent bedankt, nog een goede gezondheid.

Bedankt en ook een goeie gezondheid voor u en de rest.

- En tot weerziens. - Ja, tot weerziens.

U bent steeds welkom, eerwaarde.

Bedankt, ik zal het onthouden.

- Daar heb je hem! - Waar bleef je zo lang?

- Heeft u geen honger meer? - U vergeet ons, eerwaarde.

- Aan tafel, eerwaarde. - Ik heb jullie vergeten, god, wat verschrikkelijk.

- Wat is er verschrikkelijk? - Niets, niets...

Ga zitten, eerwaarde. We hebben uw soep warm gehouden.

- Meneer M�zilhac... - Ja, mevrouw. - Nee, geen soep.

- Liever een stukje varkensvlees. - Nee, absoluut geen varkensvlees.

De dames en heren vonden mijn varken wel zeer appetijtelijk.

- U weet niet wat u mist. - Het is echt heerlijk.

- De bergvarkens hebben een lekkere aroma. - Ik verzeker u, het zal smaken.

Als u geen varken lust dan is deze plaats niets voor u.

Het is nochtans simpel, we aten alleen: worst, ham, gebraad.

Ah, vrienden... die allemaal samen rond deze tafel dineren...

- Eet smakelijk! - Bedankt, eerwaarde.

Eerwaarde, smakelijk!

- Het lukt me niet. - Wat hebt u ineens?

Eerwaarde, wat scheelt er?

Wat ik heb, mevrouw, ik heb ogen die groter zijn dan mijn buik, dat is wat er scheelt.

- U ziet er niet gelukkig uit. - Het is niet dat ik ongelukkig ben.

Ik ben niet gerust.

Niet zo veel lawaai... Zien jullie niet dat ��n oor naar de keuken is gericht?

Over wat spreken ze?

Hij zegt dat hij zich niet lekker voelt en dat hij nu naar het klooster wil.

Zie je wel dat het geholpen heeft?

- Wilt u ons brengen naar het klooster? - Wij zullen dat met plezier doen.

Het koud windje zal ons goed doen.

- En u, milord? - Gaat er nog iemand mee? - Natuurlijk gaat iedereen mee.

Marie, hij zal onze reizigers meenemen.

Wat heb je hem allemaal verteld in de kamer?

- Luister naar me. - Geef toch toe dat je mij hebt verraden.

Maar neen, neen.

Ik ben een slachtoffer van de priesters.

Pas op, pas op...

- We hebben lantaarns nodig. - De monnik ontvoert ons.

- Het zal leuk worden. - Martin, laat dit aan mij over.

Maar natuurlijk, ik zal jullie lantaarns geven.

- Kom je je laarzen halen? - Nee. - Ik heb ze verborgen.

- Waar? - Je bent wel curieus voor een monnik.

Ik ben niet naar u gekomen voor mijn laarzen.

Voor een meisje zijnde ben je niet curieus.

Kom mee, ze staan in de schuur.

De goede heer heeft ons naar hier gestuurd.

Je spreekt steeds over die goede heer.

Stel je voor dat het de duivel is.

De duivel of de goede heer, het maakt mij niet uit.

Kom je dan met mij naar de hel, kleine monnik?

Direct.

Niet direct maar wel op een dag.

Ik ga mee naar de hel met jou, maar dat zal niet de hel zijn.

Mocht de eerwaarde u horen...

Arme eerwaarde... ik zou het op een andere manier vertellen.

Het zou hem te veel pijn doen.

Wat zou je hem dan vertellen?

Ik zou zeggen: "eerwaarde, mijn excuses...

toen ik monnik wou worden wist ik niet van Mathilde's bestaan af.

Ik wist niets, en nu weet ik teveel om monnik te worden.

De meest geleerde monniken, weten minder dan ik.

Ja, ik voel me een beetje vermoeid.

Ik wil hier niet dood gaan, ik kan maar beter naar huis gaan.

- Je jaagt onze klanten weg. - U weet toch waarom?

Ze brengen me naar het klooster, eens niet ver van hier.

- Tot aan het klooster? - Ja.

- Jullie moeten 3 dorpen voorbij. - 3 dorpen?

U zei tegen ons daarnet dat het niet zover is.

Ik heb niet gezegd hoe we de steen zouden werpen.

Als het met een katapult is, is dit niet hetzelfde

als met de hand, en als het met een kanon is.

Drie dorpen ver op mijn leeftijd en dan nog in de sneeuw...

Let op, jullie kunnen niet verdwalen.

Rechts hoor je de wolven huilen, dus dat is het bos.

Aan de linkerkant hoor je de stroom, dus daar kan je niet door.

Maar dit is waanzin...

Wil je niet dat ik ze red?

Wat nog erger zou zijn is die individuen die achter struiken staan...

die op de loer liggen om ongelukkige reizigers te beroven.

Maar meneer Martin, u maakt een grapje. Er zijn nu geen boeven meer.

- Kom, we zijn hier weg. - Nooit van mijn leven, ik ga liever dood!

- Arme dwaas, als je eens wist... - Wat moeten we weten, eerwaarde?

Niets...

Niets.

Jeannou... waar is Jeannou?

Deze heilige is echt van plan om te vertrekken.

- We moeten hem tegenhouden. - Je hebt gelijk.

Hier is de sleutel en verstop hem goed.

Ongelukkige, met een meisje. Nou, het is een fase van zwakte, ik

vergeef je. We spreken er wel later over. Kom, naar het klooster!

- Nee, eerwaarde. - Wil je niet naar het klooster? - Nee, eerwaarde.

- Kleine ellendeling! - Hij is niet meer van u, maar van mij!

- En je roeping dan? - Mijn roeping? Ik hou van haar tot de dood ons scheidt.

- Dat zal er sneller zijn dan je denkt. - Na de dood hou ik nog van haar.

Mijn god, mijn god. Ik moet met je praten.

Denk aan je vader, je kunt geen rechter in dit gezin zijn.

Als hij er niet in mag, dan mag hij buiten wachten.

Ongelukkige Jeannou, ik herken je niet meer.

Je gezicht is verhard en je stem werd gemeen...

- Dat noem je dan liefde... - Ik heb niet gezegd dat ik van u hou.

Jij...

Vaarwel, Jeannou. Uw zonde zal uw ondergang zijn.

Dit kan niet goed zijn.

Blijkbaar was er in deze herberg geen

deugdzame ziel die de verlossing waardig was.

Er is maar ��n die de verlossing waardig is, dat ben ik. En dan nog...

ik weet zelfs niet of ik dat ben. De juiste persoon.

Het is toch geen waar?

Doe open, doe open!

- Als een rat in een val! - Je wilde ons verlaten?

Waar is de sleutel?

Jij, wil jij de sleutel geven?

- Waar? Waar? - Zoek de sleutel.

Daar?

Ik lach niet, laat mij gaan!

We zullen u niet tegenhouden, eerwaarde. Zoek de sleutel!

Gaan jullie ermee ophouden, slechte mensen!

Je moet niet verder zoeken, wij hebben het afgegeven aan de neger.

Aan hem?

Niet via deze weg.

- Waar dan wel? - Deze kant.

Eerwaarde, doe ons een plezier en ga slapen.

Ik heb geen vaak.

Laat mij met rust. Ik zeg dat ik niet moe ben.

Ik heb geen vaak!

- Welke kant wil je op? - Ik wil niet naar boven.

Ik wil niet naar boven. Ik wil terug naar het

klooster, heilige Franciscus R�gis verlangt dit.

- Het is de mooiste kamer. - Eerwaarde, die is voor u.

- Ik ben niet moe. - Ga maar bidden. - Goeie nachtrust, eerwaarde.

Ik ga volledig gekleed naar bed. Ik doe gewoon mijn schoenen uit.

Het is hier wel ijskoud!

Het is hier echt koud!

- We zullen nog doodvriezen. - Ik ga beneden slapen.

Ja, het is koud maar wacht heel even.

Wij bereiden voor u een goede warme kruidenthee.

- Beetje vlug. - Twee tassen voor mij.

Marie... ik denk dat de papaver een beetje muf ruikt, dubbele dosis.

Ik wil dat ze slapen.

De monnik, zijn volgeling, de markiezin, de Milord...

Het grote stuk vlees, de Parisienne en haar kleine lekke band.

Het is goed.

Binnen!

Wacht even.

Bedankt.

- Wat is er aan de hand? - Er is geen sleutel op mijn deur?

- Je hebt geen sleutel nodig. - Waarom is er dan een slot?

Ja, ik vroeg mij het gewoon af...

Het is gevaarlijk om met de meubels te spelen, je kunt verpletterd worden.

- Wat is dat? - Een lekkere kruidenthee, om je op te warmen. - Ja, kruidenthee.

- Ik heb het helemaal geen koud. - Je klappertandend van de kou.

Klapper ik met mijn tanden?

Toch wel, drink maar op want je hebt het nodig.

Oh, het is heet. Het is echt wel heet.

- Ik drink het wel op in mijn bed. - Nee, nu. We hebben de kommen nodig.

Ok� dan, het is wel heel heet.

Oh la la, wat een hitte.

Een hitte van jewelste.

Hoe lekker. Hoe maak je die kruidenthee klaar? Je moet mij eens dat recept geven.

- Bedankt, het was lekker. - Wil je nog ��n?

Nee, dat zou gulzigheid zijn.

- Licht zou welgekomen zijn. - Om wat te doen? Je gaat slapen, nu meteen.

Ja, je hebt gelijk.

Kom binnen... en sluit de deur.

Tussen ons gezegd en gezwegen, wat vond je van de kruidenthee?

Met veel whisky erbij was het niet slecht.

- En hoe voel je je nu? - Prima, bedankt.

- Helemaal goed? - Alles ok�.

- Ben je ge�nteresseerd in mijn gezondheid? - Ik wil niet dat je iets overkomt.

Ik hoop dat je het niet erg vindt dat ik slaap.

- Wil je niet een beetje praten met mij? - We kunnen met de kaarten spelen.

Milord, met de kaarten? Nee, nee...

Dat is onmogelijk. Wij mogen niet met de kaarten spelen.

- Dan, goede nacht! - Nee, nee, nee...

Ga toch niet slapen, ga toch niet slapen!

- Waar zijn de kaarten? - In mijn broekzak.

- Waar ligt hij dan? - Op mijn hoofd.

Voor hoeveel speel je?

U weet heel goed dat ik tot de bedelorde behoor en dat ik geen cent heb.

En het geld die daarnet werd gegeven?

Dat geld is niet van mij maar van heilige Franciscus R�gis.

Zonder geld speel ik niet met de kaarten.

Ok�, dan, als het zo moet dan is het maar zo.

Vergeef mij.

Ik heb gezegd van neen, niet voor hem!

Wie heeft zijn tas niet opgedronken?

Er is een vloek binnengedrongen in dit huis. Mathilde is verliefd.

- Op wie? - De volgeling, hij mocht het van haar niet opdrinken.

Ja, door mij.

Je moet Jeannou met rust laten!

Het houdt geen steek. Hoe wil je er 1 redden als we ze allemaal vermoorden?

Je weet toch heel goed Mathilde, ofwel allemaal ofwel geen.

- Deze nacht zal het dus niemand worden! - Nee! - Wat heb ik jullie gezegd?

Reizigers zullen er altijd zijn maar er zal nooit geen tweede Jeannou opduiken.

Jammer voor hem, hij zal afgemaakt worden zoals de rest.

E�n vinger aan Jeannou en ik verlink jullie bij de gendarmes.

- Mathilde! - Ik ga jullie een hak zetten. - Ongelukkige!

- Raak me niet aan of ik roep! - Ze slapen allemaal...

- Jeannou slaapt niet. - Roep hem dan...

F�tiche, de bijl.

Roep hem maar, hij is niet ver weg, hij zal je wel horen.

Roep hem maar...

Ik speel voor je kleine kerkje vol diamanten.

De reliekschrijn?

- Meneer, dit nooit! - Oh, jawel.

Ik hou echt van je kleine kerk... We spelen voor...

je kleine kerk... We spelen voor je kleine kerkje.

Milord, laat me niet alleen. Wakker worden! Ik moet mijn

geheim vertellen, spijtig dat ik mijn gelofte breek.

Er gebeuren hier vreselijke dingen. Milord... Milord... Maar...

O mijn god. Het klinkt als de trompet van het laatste oordeel.

Mevrouw, mevrouw...

Oh... Jezus, Maria, Jozef.

Ongelukkigen... Maar word wakker!

Jullie leven is in gevaar... word wakker!

Schatje...

Mijn god, in welke toestand zullen ze voor jou verschijnen?

Meneer Barboeuf...

Meneer Barboeuf, meneer Barboeuf...

Mevrouw, mevrouw... Word wakker!

- Heilige Franciscus R�gis. - Dat ben ik niet, mevrouw.

Mijn god, wat moet ik nu doen? Ik zal het bed ervoor zetten.

Wat is dat hier allemaal? Jij bent het...

Ik ben gevallen in een gat.

Wat? Nee, maar kijk hem eens aan, hij komt en gaat, hij sluipt rond als een kakkerlak!

- Ik vraag niets beters dan te vertrekken. - Niet zo snel, we moeten nog eens praten.

- Ik heb niets verkeerds gedaan. - Wie heeft er de zakken leeg...

- gemaakt van de reizigers? - Het was voor een goed doel.

En wie wilde de reizigers ook meenemen? Wie komt er hier

met een volgeling die verliefd wordt op mijn dochter?

Ze wil met je volgeling trouwen, uw volgeling!

- Oh, mevrouw. - Wat heeft het nu nog voor zin, de schade is al aangericht?

Laat het me tenminste proberen. Juffrouw...

Hoe wil je nu trouwen met een jongen die zichzelf aan

god heeft beloofd? Hij kan geen goede echtgenoot worden.

- Ik wil hem en niemand anders! - U moet luisteren naar uw vader.

- Ook omdat we al voor haar hebben gekozen. - Ik kan het goed geloven.

- Een gendarmerie-brigadier. - Het is toch een fantastische keuze?

Ik wil hem niet!

Zie je het nu? Niets meer mee aan te vangen. Je hebt het

geweldig gedaan. F�tiche, breng hem terug naar zijn kamer.

Nee, ik kan niet slapen als ik voel dat je je

schaamt. Ouderlijk respect is ��n van mijn roepingen.

Respect... respect...

Oh, juffrouw! Zulke goede mensen. Een vader die zoveel

offers heeft gebracht voor jou. Begrijp het eens...

Je moet jezelf in de schoenen plaatsen van je vader. Uw vader zei bij zichzelf:

"Ik heb hard gewerkt, mijn herberg is welvarend,

maar je weet maar nooit, morgen is vandaag niet."

"Dus laten we stellen dat er een norse reiziger

zou klagen." Klopt dat, meneer Martin?

We kunnen onszelf niet in vieren snijden, mensen zijn nooit tevreden.

Een gendarme in een handelsfamilie is dus een zekerheid.

Mensen zullen ook twee keer nadenken voor ze iets zeggen tegen u.

Ik zou zelfs durven zeggen dat in een gezin zoals die

van u, onvoorzichtig is om geen gendarme te hebben.

Zij is zo koppig als haar moeder!

Een schoonzoon als gendarme kan veel helpen.

- Ik wil geen gendarme. - De schade is aangericht, ik krijg mijn zin wel, F�tiche.

- Ze heeft niet echt ongelijk. - Hij steunt haar nu.

Ik wil niets slechts zeggen over de gendarmes. Wat is een gendarme?

In het immense en gigantische apparaat van de samenleving?

- Een brigadier? - Een gendarme is nodig om mensen te arresteren.

- Dat is toch goed? - Ja, maar wie geeft de gendarmes bevelen?

Wie dan? Het zijn de rechters. Nou, mocht ik u zijn juffrouw...

Ik zou me afvragen of er geen betere kandidaat is dan een politieagent.

- Een rechter? - Zelfs nog beter dan een rechter.

Meneer Martin, heb een beetje meer ambitie voor uw dochter.

Als het op het ergste aankomt, wie beslist of we het hoofd afhakken...

of het niet afhakken... De rechter van het hooggerechtshof.

- Waarom praat je over de guillotine? - Heb ik dat aangehaald?

Ik zei het opzettelijk.

Ik heb mensen horen zeggen dat het beter is om

de goede heer aan te spreken dan een heilige.

In de rechtbank is het de goede heer die rechter van het hooggerechtshof is.

De rechter van het hooggerechtshof, hoor je dat Marie? Wat een zever.

Ik wil niet dat ze met een rechter van het hooggerechtshof trouwt.

Dat zijn allemaal oude mannen, echt degoutant zou het zijn.

Deze rechters hebben ook zonen die trouwen.

- Ik ken er geen. - Er is ��n in jullie schuur.

- Jeannou? - Jeannou.

Verdorie.

- Wat doet je vader? - Wat?

- Wat doet je vader? - Op dit moment, slapen.

Overdag, wat is zijn job.

Hij is rechter van het hooggerechtshof in Privas.

Rechter van het hooggerechtshof?

Degene die in het midden zit en altijd gelijk heeft?

- Ja. - En oefent hij nog steeds zijn job uit? - Mevrouw.

Je mag mijn dochter hebben.

- Zal zijn vader willen? - Ja, trouwens.

- Als hij niet wil, dan gaan we het doen zonder hem. - Ben je zeker?

De goede heer in eigen naam zou hen persoonlijk de trouwdienst op zich nemen.

- Wil jij de trouw inleiden? - Ik? Wel het is te zeggen...

- Ik zeg niet neen. - Laten we dan voort maken.

Nu direct!

Nee, niet in deze stal en in het midden van de nacht.

Het lijkt erop dat je je schaamt voor dit huwelijk.

Ik zie een prachtige ceremonie, de 2 families

samen... Iets indrukwekkends met veel volk.

- Maar ik heb het volk, de reizigers. - Laat die reizigers toch slapen.

Waarom niet? Een sterke koffie, h�, Marie?

- Het zijn er maar vijf. - Zeven met de koetsiers.

Ik kan er niets tegen inbrengen.

Eigenlijk is zeven mensen niet veel, ze moeten wel allemaal aanwezig zijn.

Ik zal ze zelf wel tellen. Meneer Martin, we doen het.

Het is een afspraak.

Het was echt een lange nacht.

Maar het is de kermisaap...

We vonden hem helemaal alleen onder een boom, het arme beest.

Heb je zijn meester niet gezien?

Ja, we hebben hem gisteren gezien. Hij ging

naar de Peyrebeille met zijn aap en zijn orgel.

Bedankt.

Martin, kijk naar je dochter.

- Is dat jouw trouwjurk? - Herkende je het?

Ik denk het, de slechte herinneringen blijven.

Mocht ik deze niet gehouden hebben dan

hadden jullie nu geen muziek op jullie trouw.

We zijn ermee weg.

Kijk eens, een trouw.

Ik wist niet dat ze zo goed konden slapen, ik had toch goede koffie gezet?

Eerwaarde, het is evengoed als in de kerk.

Ellendeling. Kunt u mij zeggen hoe deze vroomheid in uw handen zijn gevallen?

Je hebt een priester vermoord?

Nee, hij was geen priester, hij was een handelaar in religieuze voorwerpen.

Ah goed, een handelaar. Je stelt me gerust, weet je.

- Jeannou, mijn zoon, luister naar me. - Nee, ik luister niet naar je.

- Luister toch naar me, voor dat je beslist... - Ik heb al beslist, eerwaarde.

- Ik moet met je praten. - Het is te laat om te praten.

Geloof je dat ongelukkige kleine? Ik zal met jou praten tegenover iedereen.

Het is genoeg geweest, op wat wachten we nog?

Kinderen...

Mevrouw...

Meneer...

Voordat we de woorden uitspreken die deze man en deze vrouw zullen verenigen...

Een ziel en een geest. Ik wil deze paar woorden nog even kwijt...

- Kunnen we niet zonder preek? - Ik denk dat het essentieel is.

Maar kijk naar deze mensen, er is geen betere preek dan die van u, om in slaap te

vallen. Rond dit huwelijk af en laat ze

weer op pad gaan, zonder tijd te verspillen!

Ik verspil hun tijd niet. Ik ken een kortere weg.

- Bij dat kleine houten bruggetje? - Ja, dat bruggetje.

Ah! Dat is een rijk idee. Een goed idee.

Het is niet de eerste keer dat ik een huwelijk zegen.

Maar ik deed het nooit eerder met een gevoel van angst.

En soms zelfs... angst ... Te vaak, helaas, daarna bevestigd.

Ik heb het dan niet over onze twee tortelduifjes

die elkaar gelukkig kunnen maken.

De gelukkigste periode van een huwelijk is de trouw.

Hij heeft wel gelijk.

Dit huwelijk kost veel geld, als we de reizigers hadden gehouden...

Wie heeft gezegd dat we ze niet houden? Ze mochten de bruiloft bijwonen.

Maar daarna kan een ongeluk snel gebeuren.

Weten jullie zeker dat jullie kiezen voor god en jullie hart toevertrouwen aan hem?

Jullie gaan niet de grootste en kostbaarste verpesten, genaamd "de liefde"...

Er is liefde nodig om te trouwen, zelfs enorm veel liefde.

Het huwelijk vraagt om liefde, en als je je liefde hebt besteed

aan trouwen realiseer je dat alles wat je hebt, het huwelijk is.

Twee arme zielen klampen zich vast en gaan vooruit. Ik wil hiermee

niet zeggen naar de dood. Getrouwd of niet, overlijden moeten we toch.

Getrouwde koppels komen dichter bij de dood dan anderen.

Het bewijs hiervan zijn de priesters, ze begraven iedereen.

Maar waar gaan jullie heen, kinderen...

Als jullie "ja" zeggen, dan is dat geen mooier woord dan "nee".

Het is net zoals een woestijn...

het heet: "het land van de getrouwde mensen".

We staan daar naar elkaar te kijken hoe oud we worden, hoe

lelijk we worden en zeggen tegen elkaar: wie gaat er eerst gaan?

- Wat een preek! - Laat hem, het is zo waar.

Bedankt, mevrouw.

U zult mij komen vertellen: het zijn kinderen.

Natuurlijk zijn het de kinderen. Kinderen zijn schattig.

"Laat de kleine kinderen tot bij mij komen", zei onze heer.

Maar welke kinderen? De kinderen van andere mensen, hij was niet eens getrouwd.

Als trouwen zo geweldig was, zou hij toch getrouwd zijn geweest?

Hoor jij dat ook?

Het zijn houthakkers.

Het is ongelooflijk hoe dichtbij dat ze lijken te zijn door de

sneeuw. We zijn zeker meer dan honderd meter verwijderd van hen.

- Het is een zwaar werk die ze verrichten. - Ik ben liever gendarme.

Dat is waarom, gezien alle gevaren die het jong koppel bedreigen...

De onweerswolken verzamelen zich aan de horizon van hun huwelijk...

waarin men het eerste getrommel van de donder hoort...

we moeten ons afvragen of dit sacrament, vergeet het zeker niet, onontbindbaar is...

Dat wil zeggen dat als we er zijn, we er ook zijn.

Is dit sacrament wel noodzakelijk?

Er zijn mensen die het zonder doen en die het niet slechter doen.

- Maar wat zegt hij allemaal? - Wat ik hier sta te verkondigen, meneer Martin.

Dit is wat een man zonder religie denkt. Maar de christenen natuurlijk...

Meneer Martin, kijk naar hen. Het is hier meer slaapzaal dan

een bruiloft. Ik kan niet verder doen in zo 'n omstandigheden.

Je hebt al genoeg gezegd, laat hen trouwen met draftempo.

Het zal geen leuke herinnering zijn, meneer Martin... Maar goed...

Kinderen, sta maar op.

Ongelooflijk.

En?

Opeens heb ik een zwart gat in mijn hoofd. Ik weet

de woorden niet meer om een huwelijk uit te spreken.

Ah, je bent het vergeten?

Wacht even, ik denk dat ik het terug weet...

Deus Isra�l conjugat vos: et ipse sit vobiscum,

qui misertus est duobus unicis...

et nunc, Domine, fac eos plenius benedicere te.

Beati omnes qui timent Dominum: qui ambulant in viis ejus.

Doe maar verder!

Meneer Martin, de gelovigen moeten recht staan tijdens de zegen.

Komaan, iedereen recht staan! Wakker worden, recht staan!

Kom toch eens wakker...

Opstaan!

Horen jullie mij niet? Opstaan!

- Wat gebeurt er? - Kijk toch...

Kop dicht, F�tiche. En jij ook, opstaan!

- Is het huwelijk nog steeds bezig? - Niet voor lang meer.

Volstaat dat voor u?

- Goed. - Laten we het be�indigen.

Goed.

Quoniam vir caput est mulieris, sicut Christus caput est ecclesiae...

- Oh, mijn god, wat ben ik dom. - Wat nu weer?

We waren zo gehaast dat we de ringen zijn vergeten.

Kunnen we het niet zonder doen?

Ja, natuurlijk...

Natuurlijk kunnen we zonder ringen maar we hadden al geen mis...

We doen het al zonder de kerk, zonder bruidsmeisjes, zonder koorknapen.

Ik vind het niet erg, we noemen dit geen huwelijk meer. Het trekt gewoon op niets.

Wat krijg jij?

Hij ruikt zijn meester.

Eerwaarde, doe je handen open.

Neem dat terug.

Neem dat terug.

- Ellendige! - Wat is er mis met die ringen?

- Ze verbranden mijn handen. - Het duurt wel heel lang om 2 ringen te kiezen.

Meneer Jean de M�zilhac, neemt u deze vrouw als uw wettige echtgenote?

- Ja. - Mevrouw Mathilde Martin, neemt u deze...

- Die aap is terug! - Wat?

Verberg die draaiorgel... snel... snel...

- Oh, hallo, gendarme. - Dag meneer Martin.

- Dag iedereen! - Bedankt, mijn heer.

Wat kunnen we voor jullie doen?

We hebben goed nieuws voor de organist. We hebben zijn aap gevonden.

- Waar is die aap nu? - Van hieruit kan je hem zien.

Kijk... kijk...

- Zie je hem? - Zijn meester zal hem wel naar beneden roepen.

Je hebt toch nog een fles op overschot voor ons?

- Dat trekt hij niet open. - Zijn meester is er niet.

Niet aanwezig? We hoorden daarnet zijn orgel!

- Hij is deze nacht opgestapt. - Heeft hij zijn orgel achter gelaten?

Herinner je je het niet, Martin? Hij betaalde zijn verblijf met zijn orgel.

Hij heeft zijn orgel en zijn aap niet meer, hij heeft niets meer.

Zijn leven, misschien?

Het is toch raar, een man die zijn werktuig achterlaat.

- Het is nogal raar, h�? - Mogen wie die orgel zien?

De orgel? Weet jij waar die is, F�tiche?

- In het hooi? - Heren, op dit moment trouwt mijn dochter.

De bruidegom heeft al "ja" gezegd, dus laten we het afronden.

Haast jullie zeker niet, doe jullie job maar.

De bruid heeft dan meer tijd om na te denken.

Een rare verbergplaats voor een orgel!

- Precies of jullie het met opzet willen verbergen. - Verbergen?

We hebben niets te verbergen!

Dat is wel wat geld waard.

- Voor een etentje wordt er duur betaald. - Hij had veel gegeten en gedronken.

Misschien is hij overleden door opstoppingen.

Het is verbazingwekkend dat hij in het midden van de nacht is vertrokken.

- De monnik heeft gelijk. - Hij had niet ver kunnen gaan in deze storm.

In afwachting dat we het lijk vinden, beste schurk...

U had dus wel een trekhaak voor ons liggen, die

wij gisterenavond konden lenen, maar jij wou niet.

Je hebt ermee ingestemd uw christelijke naastenliefde niet te

overwinnen, wij moeten nu onze burgerlijke plicht vervullen.

Evenals je lieve dochter, die "ja" zal zeggen zonder ons, juffrouw.

Laat me uw hand kussen die nog geen trouwring draagt.

- Kom je nu mee, meneer Barboeuf? - Daar ben ik.

Mijn god, mijn sneeuwman...

Kunnen we er niet door?

- Je raakt mijn sneeuwman niet aan. - Dat zullen we wel nog zien.

Ik geef om mijn sneeuwpop.

Dat zal toch ons niet hinderen om hier te vertrekken. Kom we gaan.

Dit wordt mij teveel, wie heeft hier de leiding?

Het is mijn eigendom, ik doe ermee wat ik wil.

Ik heb er genoeg van, meneer Martin. Ik waarschuw je dat ik enorm boos zal worden.

Meneer Martin, ben je niet beschaamd om met een sneeuwman te spelen op uw leeftijd?

Wat is er zo speciaal aan uw sneeuwman?

Ik zal er nog ��n maken, er sneeuw in overvloed.

Meneer Martin!

Als je deze sneeuwman niet binnen 2 minuten uit de weg haalt...

ofwel met ijzer, of vuur, of met de hulp van je smerige handen...

Ik waarschuw je dat mijn lotgenoten en ik in staat van paraatheid staan.

Raak het niet aan, het is een herinnering.

- Jeannou en ik hebben elkaar daar ontmoet. - Vind je dat niet harteloos?

- Geen gezeik meer, we zijn al te laat. - Stop!

We kunnen het misschien langzaam verplaatsen, wat denk je?

- Wat denk jij, F�tiche? - Met ons vieren lukt het wel.

Wij zullen het wel doen. Jullie zouden hem enkel beschadigen.

Komaan, allemaal opschuiven!

God, je laat ze hiermee toch niet wegkomen.

God, je hebt het toch toegelaten.

Rustig, rustig... hij leunt, had je hem ergens anders niet kunnen maken?

Die hoed is niet nodig!

Kunnen jullie ons niet met rust laten? Wat hebben wij jullie misdaan?

- Verdedig ons, jij. - Ze zijn niet echt gemeen.

Richt op het hoofd.

Jij ook, Caroline!

Hij is precies nog speels zoals een kind.

Zie je dat, Marie... Dat zal je leren om priesters te redden.

Het is in steeds rechtdoor... Maar als je beneden bent, ga je niet

verder. Sla linksaf... En de eerste volgende weg is de kortste weg.

Ah, ik kende die weg nog niet. Bedankt, eerwaarde.

Graag gedaan.

- Ah, eerwaarde. - Ziezo.

Vrienden...

Ik heb de chauffeur de goede weg uitgelegd,

je bent over een uurtje op jullie bestemming.

- Kom je niet mee met ons, eerwaarde? - Neen.

- We nuttigen in Privas een avondmaal. - Ja, doe ons een plezier, eerwaarde.

- In "La cloche d'or". - Nee, dank u, mijn vrienden, dank u.

Ik ga toch 2 keer nadenken om bij een herberg te stoppen.

- Waarom, eerwaarde? - Omdat jullie er uiteindelijk zijn weg geraakt.

Ik rijd mee met jullie koets tot onze wegen zullen scheiden.

Ongelukkige Jeannou, onze wegen scheiden ons.

- Ik zei: "tot de dood ons scheidt". - Dit meisje is je vrouw niet.

Het is waar, Jeannou, ik zei niet eens "ja".

Je zei het net.

- Moordenaars! - De guillotine voor jullie!

Hou ze goed in de gaten zodat ze niet kunnen ontsnappen!

- Slechte priester die je bent! - Ik? - Wie heeft de zwijgplicht verbroken?

Hij zei: "ik heb liever dat ze mijn tong eruit trekken".

En jij geloofde hem, dat is religie, sukkel!

Mijn tong? Maar ik heb mijn tong niet gebruikt, ik zei niets.

Je kan maar beter de hemel om vergeving vragen.

Ik zal je niet ontmoeten in de hemel, ik ga liever naar de hel.

Hou je mond Marie! We zijn ermee weg.

Marie, ze gaan rechtstreeks naar het kleine houten bruggetje.

Dat is spijtig, het is pure verspilling.

De zwijgplicht van de biecht verbreken? Dat is ondenkbaar.

Ik heb enkel een sneeuwbal gegooid naar de hoed van de sneeuwman.

Meer heb ik niet gedaan, de goede heer heeft de rest gedaan.

- Je hebt hem toch een beetje geholpen. - Je gaat het hem niet kwalijk nemen?

- Hij was bewonderenswaardig. - Ik ben ermee eens.

Ik heb enkel mijn plicht gedaan, Milord. Ik was jullie beschermengel.

Het was niet altijd gemakkelijk om niet een valkuil te lopen.

In ieder geval, jullie zijn gered dat is het voornaamste. Daar

is het kleine bruggetje, ik zal jullie nu moeten verlaten.

Bid voor ons eerwaarde.

Tot ziens, vrienden. En moge heilige Franciscus R�gis waken over jullie.

Ga in vrede.

Moraliteit...

luister naar dit verhaal over bloedige gebeurtenissen...

voor jou dient het als een les...

enkel degenen die de roep van de deugd gehoorzamen...

zal god...

er voor jou zijn...

Nederlandse ondertitels door: BuStEl voor www.frenchmoviesubs.eu - 2021

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.