All language subtitles for Sonny Boy.nl.closedcaptions

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

[kabbelend water]

[gelach en gepraat]

Dat was echt leuk, hè? -Ja.

[ze lachen en praten]

Hé, niet doen. -[hij lacht]

[ze lachen voortdurend]

Loslaten, jongens, 't is mooi geweest. -Nog niet.

Willen jullie soms de hele oceaan over? -Mij best.

[ze lachen] -Wat moet jij nou in dat koude Holland?

Studeren. -[matroos lacht] Jij zeker?

Nou, schiet op, stelletje rotbavianen!

[ze gieren het uit]

Nu kappen, anders schiet ik je boot lek.

Kom op, jongens, roeien.

Ik ga zwemmen.

Zwemmen? Dat is hartstikke ver. -Weet ik.

Waldemar, kom terug! Je bent gek!

Hij is gek.

[rustige muziek]

Papa!

Waldemar! -Waar ga je naartoe?

Brazilië. -Waarom?

Er valt geen geld meer te verdienen hier. -En wij dan?

Jij redt het wel. Je bent een zoon van mij.

[onrustige muziek]

[gepraat op de achtergrond]

Waar is mama? -Binnen.

Mama.

Papa is vertrokken.

Je hebt weer in de rivier gezwommen.

Weet je hoeveel kinderen daar verdronken zijn?

Ik verdrink niet, mama.

Het water is m'n vriend.

Mijn ocean swimmer.

Ik ga jullie missen. -Ik jou ook.

Waldemar, dit is wat mama wou. -Ja, maar vijf jaar is lang.

Niet stiekem met m'n zus trouwen. -Ze moet eerst ja zeggen.

Dan kom ik terug, speciaal voor de bruiloft.

Je komt pas terug als je afgestudeerd bent.

Ik stel jullie niet teleur.

[lacht] Nee, want als je er een potje van maakt, stoppen we de toelage.

Pas aan boord openmaken.

[scheepshoorn]

Vergeet ons niet! En doe de groeten aan onze neef!

[rustige, melancholische muziek]

[hij lacht]

[gelach kinderen] -[vrolijke muziek op de achtergrond]

[muziek stopt] -Mama, het is afgelopen!

Waarom gaat papa twee keer naar de kerk?

Zo is hij twee keer dichter bij God.

[dominee] Een door de rivier meegevoerde.

Ze zijn met een vinger aan te wijzen. Ze zijn moeilijk te tellen…

…die in dagen van voor- en tegenspoed, van rijkdom en armoede…

…kortom in dagen van verleiding…

…als wrakhout worden meegesleurd van God af…

…naar de draaikolkdiepte van het eeuwige verderf.

Dit is de methode van de duivel.

[vrolijke muziek op de achtergrond] -[ze lachen]

Op de dag des heren. Schandalig.

Onze dijkgraaf is niet gezegend met zo'n vrouw.

[kind 1] Waarom zwaaien ze niet terug? -[kind 2 lacht]

Dat mogen ze niet. -Van wie niet?

Van Onze-Lieve-Heer niet. -En jij mag het wel?

Ja, ik mag alles.

Waarom zijn jullie zo stil?

Wij zijn helemaal niet stil.

Het is zo stil dat ik m'n gedachten kan horen.

Zal ik uit de bijbel voorlezen?

Doe maar niet, 't vlees wordt koud.

Ik weet een passage. Over een vrouw die haar man moet gehoorzamen.

Wil je dat ik m'n mond hou? -Ja!

Nou is het weer stil.

Het is helemaal niet stil. Het is één dolle boel hier, hè Willem?

Het is één dolle boel.

Of zal ik dan maar met de waterkan praten? Hé waterkan, heb je je tong verloren?

[kinderen lachen] -Nee, hoor.

Ik heb de tong van papa ingeslikt en nou heb ik praatjes voor twee.

[kinderen lachen] -Mama is grappig.

Papa kan er niet om lachen.

Kun je nou nooit eens normaal doen? -Dat kan ik ook aan jou vragen.

[ze zucht]

[gehijg en gekraak]

[trieste muziek]

Je moet naar hem terug. -Dat gaat niet. De liefde is over.

Dat gebeurt in elk huwelijk. Als iedere vrouw daarom zou weglopen.

Ik ben niet iedere vrouw. -We hebben je gewaarschuwd voor Willem.

Ja, je hebt gelijk.

Hij heeft je uit het klooster geschaakt. Die nonnetjes bidden nog steeds voor jou.

Dan hebben ze iets te doen. -[vrouw] O, nog steeds die brutale mond?

Mam, alsjeblieft.

Ik heb onderdak nodig. -Je kunt hier niet blijven.

En ook niks lenen.

Nou, zeg jij ook eens wat.

Waarom? Jij voert toch al het hoogste woord?

Helemaal niet, dat doet Rika. -[pap] Dat heeft ze dan van jou.

Mam, het is maar tijdelijk.

Nee. We hebben haar vroeger genoeg gewaarschuwd. Ze lost het nu maar zelf op.

[Rika zucht]

Rika, wacht.

Wat ga je nu doen? -Een huis zoeken voor mij en m'n kinderen.

Ja.

[vogels krijsen]

[man] Hier!

[mensen roepen]

David Millar. -Waldemar Nods.

Ik had destijds alleen een opgezette krokodil en een pijl en boog bij me.

Dan hebben ze vast raar opgekeken. -Dat doen ze hier toch wel.

Weet je wie ik ben?

Ja, m'n neef.

Dat zeggen ze tegen iedereen, maar in het echt ben ik je halfbroer.

M'n halfbroer? -Ja, een bastaard van je vader. Kom.

Brengen die vrouwen toch nog iets goeds.

Wat denk je hier eigenlijk te kunnen bereiken?

Ik droom van een betere toekomst.

Dromer. Je bent een dromer, maar je komt er wel achter.

Waarachter? -Nou, hoe het hier is.

Is het zo erg? -Voor mensen zoals wij? Pure armoede.

[vrouw] Jullie zijn laat. -Het was druk.

O. Nou. De kinderen zijn al naar bed.

Laat jij je neef z'n kamer zien, dan warm ik 't eten op.

Dank je wel.

[David] Dank je wel.

Wat ga je eigenlijk studeren? -Bedrijfskunde.

Geen vliegtuigbouw?

[lacht] Niet iedereen ziet ze vliegen, Christien.

Jij wel dan? -Ik ben financieel directeur van de KLM.

Uw Surinaamse diploma's zijn hier niet voldoende.

U kunt zich nog niet aan de universiteit inschrijven.

U moet eerst een toelatingscursus doen.

Een toelatingscursus? -Tachtig procent van uw soort zakt.

[man] De vraag die hij zichzelf dan ook veelvuldig stelde…

…was of er mogelijkerwijze in de filosofie soortgelijke axioma's geldig waren…

…als in de wiskunde. En het antwoord op die vraag luidde bevestigend.

Waarop Descartes z'n filosofie baseerde.

Zwarte Piet! Zwarte Piet! -Hou je mond! Dat is geen echte.

Draai je om.

[rustige, melancholische muziek]

[kinderen gillen en lachen]

Waarnaartoe? Hij heeft niemand.

[Christien] Het zou voor even zijn en hij zit hier nu al een maand.

Stuur hem gewoon weg! -[David] Dat kan ik niet zomaar doen.

Het is m'n neef.

Al was het je broer! Ik wil hem niet langer in huis.

[trieste muziek]

O, kijk dan, wat mooi.

Wat heerlijk dat jullie er allemaal zijn. Hé.

Moeten we hier nu wonen?

Ik wil naar huis.

[vrolijke muziek uit grammofoon]

Dus de vrouwen sjouwen weer terwijl de mannen ballen?

Kunt u wel? De bal van m'n kinderen lek steken?

Alles wat in mijn tuin komt, is mijn eigendom.

[kinderen lachen]

Ben je nou gek geworden! Haal die troep onmiddellijk weg!

Alles wat in uw tuin komt, is toch uw eigendom?

[kinderen lachen]

Wat sta jij nou te kijken? -Ik was op zoek naar dit adres.

Er is een kamer te huur?

Ja, dat is bij mij. Maar ik ben aan het verhuizen.

Neem me niet kwalijk. Ik kom een andere keer wel terug.

Of is de kamer al verhuurd?

Nee. -U mag best ja zeggen.

Waarom als dat niet zo is?

Het is met kost en inwoning. Ik doe de was en schoonmaak.

Kom eens, jongens.

Is het goed als meneer Nods onze kostganger wordt?

Wat is dat? -Daar kom je vanzelf wel achter.

Ik heet Waldemar, aangenaam.

Wast u zich wel goed? -Beter dan jij, denk ik.

Moet papa nou helemaal alleen wonen?

Hij gaat toch naar z'n werk? En hij heeft Jans.

Zo alleen is hij niet. -[schoolbel]

Dit is jullie nieuwe school. Bij de paters.

Nee, jij niet, Bertha. Jij gaat naar de meisjesschool.

Laat me raden. Bij de nonnen?

[Rika] Dag.

[geklop] -Ja?

Alstublieft. -Dank u wel.

[hij zucht]

[gekrijs meeuwen]

[rustige muziek]

Bevalt uw kamer? -O ja, heel fijn.

Kinderen niet te druk? -Helemaal niet.

Eten goed? -Kon niet beter.

We zien u zo weinig. Wat doet u de hele dag?

Ik studeer.

Of ik ga naar het strand.

Eet morgen anders met ons mee.

Ik wil niemand tot last zijn. -[ze lacht]

In Suriname regent het niet zo vaak als hier.

Maar als het regent, regent het heel hard.

Wij noemen dat een sibibusi. -[ze lachen]

Dan komen de slangen om in de plassen te zwemmen.

Weet je wat wij dan het liefste deden? -Nou?

[ze lachen] -[vrolijke dansmuziek]

Kom, jongens.

[gelach]

Lust u geen aardappels? -In Suriname eten we altijd rijst.

Rijst? -[hij lacht]

Je woont samen met een zwarte.

Wat zou dat? -Het is mijn huis.

De huur wordt toch betaald? -De hele buurt praat erover.

Daar merk ik niks van. -Nee, dat gebeurt achter uw rug.

Als ik daar rekening mee moet houden, kan ik aan de gang blijven.

Ik wil die types hier niet. -Meneer Nods is een keurige man.

Hij studeert aan de universiteit en hij is toevallig mijn kostganger.

Ik hoef die troep niet. -Je kan het toch gewoon proberen?

Wat zeg ik nou? Ik hoef die troep niet!

Wim! Niet zo'n brutale mond jij!

[hij snikt]

[Rika] Wim, wat is er nou?

Ik mis papa.

Je gaat toch naar hem toe in de vakantie?

Hij was zo verdrietig toen we weggingen.

Dat is ook heel verdrietig. Het is jammer dat het zo loopt.

Ja. -[ze zucht]

Ik heb iets voor u gekocht.

Voor mij?

Een kerstcadeau.

Ik dacht: u houdt zo van muziek.

[muziek: 'More than you know' door Jane Froman en Lena Horne]

Wat mooi.

Wil je niet even blijven?

Het is zo stil zonder de kinderen.

U zou er eens uit moeten gaan. U zit altijd binnen.

Ik weet nooit waarheen.

Of naar wie.

O, dit heb ik zo gemist.

Ik ook.

Mevrouw Van der Lans?

Ik hield 't thuis niet meer uit.

Je moet een andere kamer zoeken. Je aanwezigheid geeft onrust.

Bij de kinderen? -Nee, bij mij.

Ik dacht dat u het geld nodig had. -Ik vind wel een andere huurder.

Huurster, ik neem een meisje.

En het spijt me van je cadeau. Dat krijg je terug.

Mevrouw Van der Lans…

Zeg maar Rika.

Rika. Zullen we wat leuks doen?

♪climb up on my knee, Sonny Boy♪

♪though you're only three, Sonny Boy♪

♪you've no way of knowing♪

♪there's no way of showing♪

♪what you mean to me♪

♪Sonny Boy♪

♪when there are grey skies♪

♪I don't mind the grey skies♪

♪you make them blue, Sonny Boy♪

♪please, I can't take it, I tell ya♪

♪friends may forsake me♪

♪Let them all…♪

[hij lacht zacht]

Het sneeuwt. -Ja.

Ik ken dit alleen van plaatjes. [hij lacht]

[hij kreunt]

Hé, jij mag niet meedoen. -Vuile roetmop.

Kom op, gooien.

Hé. -[Rika] Kom op.

[gekreun en gelach]

Ik raak je.

[hij hijgt]

[romantische muziek]

Mis je thuis niet?

Nu niet.

En als je niet bij mij in bed ligt?

Dan mis ik de warmte.

En de rivier.

Geen mensen?

Jawel.

Mijn moeder, maar die is dood.

En Hilda.

Hilda?

Je verloofde?

Nee. Mijn zus. De oudste.

M'n jongere zus heet Lily.

Heb jij zussen?

Zussen zat.

En ook broers.

[zucht] Maar behalve Marcel heb ik ze in geen jaren meer gezien.

Waarom niet?

Vanwege Willem hebben ze me in de ban gedaan.

Mis je Willem niet?

Nu niet.

Mag ik jam?

[ze geeft over]

Mam? -[ze kokhalst]

Gaat het? -[wc spoelt door]

[Rika] Ja.

Ja, niks aan de hand.

[gelach kinderen]

Hoe ver bent u heen?

Zo'n acht weken. -Heeft u het geld bij u?

Laten we het dan maar meteen doen, hè?

[stromend water]

[stromend water]

U moet wel gaan liggen.

[Rika] Een brief uit Suriname.

[Rika] Nee, verdomme. -Slecht nieuws?

Hij wil niet scheiden. -Maakt dat iets uit?

Ja, Waldemar. Dat maakt heel veel uit.

[Wim lacht]

Waldemar? -Ja?

Heb jij een vriendin?

Waarom vraag je dat?

Zomaar.

Zomaar.

Een jongen uit m'n klas zei iets over mannen en vrouwen.

Iets wat ze nodig hebben. -Nodig hebben?

Ja, eh, o-om te…

Dat ze eh… -Ik begrijp je wel.

Heb jij een vriendin?

Nee.

[Jan] Wim. Hé Wim! -[gelach]

[Wim] Hé Bertha. [lacht]

Hé Henkie. -[Henk lacht]

Heb je me gemist? Ja? Ja? [lacht]

[zucht] Ik word gek van dat verstoppen. -[ze lacht]

Ik hou van je.

De hele wereld mag het zien.

Dat gaan ze ook.

Ik ben zwanger.

Hoelang al?

Vier maanden.

Vier maanden?

Wat dacht je? Die sukkel heeft toch niks door?

Nee. Nee, natuurlijk dacht ik dat niet.

Ik was bang.

Ik wou het zelfs weg laten halen, maar… -Weg laten halen?

Een kind van ons?

Ik weet niet, ik dacht: Waar beginnen we aan…

…als ze erachter komen dat wij…

Ik snap het al. -Nee. Nee, je snapt het niet.

Jawel Rika, je bent geen haar beter dan de rest.

[ze zucht]

Kan ik hier zolang slapen?

Ik zei het toch? Pure armoede.

[Henk lacht]

Kom, we gaan zwemmen.

Waarom ga jij niet zwemmen?

Ik heb geen zin.

Omdat je te dik bent zeker?

[gerinkel geld]

[boze kreet]

Niks tegen mama zeggen.

[klokken luiden]

Kom maar hier.

[hond blaft]

Ik zie ze nergens. Jij? -Nee.

Wim, Jan? Zijn jullie boven?

[telefoon rinkelt]

Iedereen loopt weg.

Pardon?

M'n kinderen zijn niet de enigen.

Ik volg u niet helemaal.

[deurbel rinkelt]

Mama is een vuile verraadster.

[gepraat op de achtergrond]

Mevrouw, we hebben zojuist uw man gesproken.

De kinderen zijn bij hem aangekomen.

[deurbel rinkelt]

Hallo, ik ben op zoek naar Waldemar Nods. Weet u misschien waar hij is?

Waldemar doet vandaag toelatingsexamen.

[Rika] O.

O, ja. -Moet ik wat aan hem doorgeven?

Eh…

Ja.

Van Rika. Dat ik hoop dat hij slaagt.

[stem Rika] Lieve Wim, ik vind het vreselijk dat jullie zijn weggelopen.

Maar ik ben niet boos op je. Ik hoop dat je gauw weer terugkomt.

[deurbel]

Rika.

Van wie is het?

Besef je wel dat je alles kwijtraakt, als ik dat wil? Hm?

Geen toelage, geen kinderen. Besef je dat?

Als je hier bent om me dat in te wrijven, kun je beter weggaan.

Nee, daarvoor ben ik hier niet, maar…

…dit had Wim niet verteld.

Ik ehm…

Ik heb een post aangeboden gekregen.

In Soerabaja.

't Is een prachtige plaats. Ook aan zee.

En ik smeek je, alsjeblieft, ga mee.

Ik wil niet dat het zo gaat. Ik wil de kinderen bij elkaar houden.

Onze kinderen.

Laten we het nog een keer proberen. Ver weg van de ellende hier.

Weg van Jans.

Ja. Dat ook, ja.

Je mag je kind meenemen.

Ik ben bereid je alles te vergeven, ik…

Ik ben bereid je kind te echten en het op te voeden als 't mijne.

[deur opent] -Als je maar met mij meegaat.

[deur gaat dicht] -Alsjeblieft, alsjeblieft.

[voetstappen]

Rika, ik wou…

Is hij de vader?

Ja.

Ja, maar dit accepteer ik niet.

Dit accepteer ik niet.

Ik accepteer toch niet dat mijn kinderen onder één dak wonen met, met…

…twee negers?!

Dit accepteer ik niet. -Zo ken ik je weer.

Ik maak jou kapot. Ja? Slet die je bent.

Ik maak jou helemaal kapot!

Je raakt haar niet aan.

[zucht] Oh, ik hou zo van je. Blijf alsjeblieft bij me.

Denk na. Zwarte mannen zijn geen blijvertjes.

Wat als hij naar Suriname teruggaat?

Dan voed ik m'n kinderen alleen op. -Nog maar één. De anderen raak je kwijt.

Hoezo kwijt? -Wim en Jan heeft hij al.

Hij eist de andere twee ook op en ik geef hem gelijk.

Nee, dat mag hij niet doen.

[zucht] Luister, Rika. Je kan nog afstand doen van dit kind.

Ik kan wat regelen en dan is er nog een weg terug.

Er is geen weg terug. -Willem is helemaal over de rooie.

Ik ben hun moeder. Dat kan hij me niet aan doen.

Nee, wat je hem aandoet, dat is lekker. -Hij is verdomme begonnen.

Met Jans, met de dienstmeid. [ze zucht]

Ik moet een advocaat inhuren. Ik ga voor ze vechten. Hij krijgt ze niet.

Je moet me geld lenen. -Ik kan je niet helpen.

Ik stop de huur van dit pand. -Nee, Marcel. Marcel, alsjeblieft.

Je vraagt er zelf om. -Niet nu. Marcel, dat kan je niet…

[ze hijgt] -[auto rijdt weg]

[fluistert] Wat is er met mama?

[fluistert] Ze is er ziek van dat Wim en Jan niet terugkomen.

[man] U bent geslaagd. Hiermee kunt u naar de universiteit.

Als u het collegegeld heeft voldaan.

Collegegeld? -Driehonderd gulden.

[huilende baby]

Het is een zoon.

Als baby zijn ze nog schattig.

Hoe zullen we hem noemen? -Waldy.

[hij neuriet 'Sonny Boy']

Je ligt achter met de huur. -Geef me nog wat tijd.

Ik heb net een baby gekregen. -Van uw nette kostganger, zo te zien.

Daar heeft u niks mee te maken.

Precies. Daarom zeg ik de huur op. Je vliegt eruit.

U kunt mij en m'n kinderen toch niet op straat zetten?

Ik geef je nog één maand, als je morgen die achterstand betaalt.

Wauw. Ik heb een ballon.

Die. Die Die.

Die gele.

Ja, ja, die.

Hoe kom je aan die ballonnen? -Gekocht. Voor Henkie en Bertha.

Daar hebben we geen geld voor. We hebben niet eens geld voor de huur.

[trieste muziek]

Wees altijd een koning voor jezelf, Waldemar, wat je ook kwijtraakt.

Een gerechtelijk schrijven.

Is het nu de laatste avond? -Ja, probeer je eroverheen te zetten.

Maar hoe moet ik dat doen?

Schrijf me alles wat je op je hart hebt, anders ga ik me als moeder zo arm voelen.

Maar dat ben je toch al?

[zucht] Met jullie voel ik me rijk.

[ze zucht]

Dag lieverds. -[huilend] Dag mama.

Dag lieve schatten. Hou je goed, hè?

Lief zijn voor elkaar. Geen ruziemaken. En we gaan schrijven, hoor. Ja?

We moeten gaan. -We zien elkaar gauw. Ja?

Ik schrijf jullie.

Tot gauw.

Tot gauw.

[ze huilt]

Ik kan toch niet zeggen dat ik ze maar één keer per jaar mag zien?

[ze huilt] -[motor start]

[trieste muziek]

Nee, het is hier vol.

Gaat niet lukken.

Sorry.

Er zijn twee dingen nodig om een plant te laten groeien.

Zon en water.

Dit zijn onze regendagen.

[man lacht] Hé. Hé manneke.

[man lacht]

Wat is dat? De vlucht uit Egypte?

Ze laten ons nergens binnen. -Nou, ik heb nog wel plek.

[ze zingen een vrolijk Duits lied]

Nou, hier is het.

Meneer…

Zeg maar Sam. -Ik weet niet hoe ik u moet bedanken.

Geen mens kan zonder een dak boven z'n hoofd. Ga naar binnen. Kom.

Laat mij het doen.

[lacht] En je baby dan? -Die slaapt.

[Sam neuriet op pianomuziek]

♪er is geen zee zo distingué als de Scheveningse zee♪

♪daar baadt alleen de haute-volée♪

♪en er is geen strand zo charmant als het Scheveningse strand♪

♪daar flirt de bloem van Nederland♪

En nou jij.

♪er is geen zee zo distingué als de Scheveningse zee…♪

Geen werk voor.

♪en er is geen strand zo charmant als het Scheveningse strand♪

♪daar flirt de bloem van Nederland♪

♪maar geen zee is zo distingué, als onze Scheveningse zee♪

♪die zit niet zo vol kwallen want die blijven op het strand♪

♪er is geen zee zo distingué als de Scheveningse zee♪

♪daar baadt alleen de haute-volée♪

♪en er is geen strand zo charmant als het Scheveningse strand♪

♪daar flirt de bloem van Nederland♪

[ze neuriën en klappen verder]

Ik zoek mijn broer Waldemar.

Dan bent u Hilda. Of Lily?

Hilda? Hoe heb je me gevonden?

Gelukkig wist onze neef je adres.

Kom toch verder. Ik ben Rika. -Niet in die rommel.

We gaan er wel met de rug naartoe zitten. -Kom, we gaan beneden koffiedrinken.

Gaan jullie trouwen? -Ze moet eerst scheiden.

Heeft ze nog meer kinderen? -Vier.

Vier?

Hoe oud is ze eigenlijk?

Zevenendertig.

Je gaat met een getrouwde vrouw die 17 jaar ouder is dan jij?

Onze vader ging met een vrouw die 17 jaar jonger was dan hij.

Dat is geaccepteerd. Andersom toch niet? -Dat is nogal belachelijk, hè?

Je was mama's ocean swimmer.

Je zou gaan studeren en dan terugkomen en het helemaal gaan maken.

Met die vrouw vergooi je je toekomst. -Ze heet Rika.

Ik had het me allemaal heel anders voorgesteld.

Ik ook.

Ga mee naar Nederlands-Indië. Jo heeft daar een geweldige baan.

Ze staan te springen om mensen zoals jij.

Je kunt nog ontsnappen. -Wie zegt dat ik dat wil?

Vraag jij je weleens af wat mama hiervan zou denken?

Ze zou zich omdraaien in haar graf.

Ik stop de toelage.

[Rika] Waar is je zus? -Die is weg.

Komt ze nog terug?

Ze reist morgen haar man achterna. -[kreetjes Waldy]

Waarnaartoe? -Batavia.

Dat we zo diep kunnen zinken.

Wat?

Dat je de deur voor me dicht smijt alsof ik een stuk vuil ben.

Schaam je je soms voor mij?

Zwijgen is ook een antwoord. Ik weet genoeg.

Ik ben met m'n studie gestopt. -Dus nu zoek je werk?

Ik heb me suf gesolliciteerd, maar door de crisis…

Ja, ze hebben een mooi excuus.

Ik woon met baby en vrouw op een kamer van vier bij vijf.

Een beetje Surinaamse man zou vertrekken. -En Waldy dan?

Ik heb 't toch ook zonder m'n vader gered? Beter dan jij zo te zien.

Een baan zou geweldig zijn. -Ik zal kijken wat ik kan doen.

Morgen, heren. Dit is meneer Nods, nieuwe medewerker.

Teurlings, maak jij hem wegwijs?

Is dat m'n plaats?

En wie is meneer Teurlings?

Waldemar Nods.

Je hebt zeker een kruiwagen?

Vorige week zijn drie mensen ontslagen.

Wilt u me uitleggen wat ik moet doen? -Ja. Wat zou dat nou zijn?

Dat hebben ze jou natuurlijk niet geleerd in dat apenland van je, hè Nods?

[gelach]

[hij zucht]

Van je moeder.

Mist mama ons niet?

Waarom zou ze? Ze heeft toch een nieuw kind?

[hij lacht]

Waar is papa? -In de zee.

Pap, ik durf niet verder!

Waldy, het wordt tijd dat je leert zwemmen.

Kom eens.

Lange slagen. Juist. Goed zo. En dan met je beentjes.

Lange slagen.

♪what is this thing called love♪

♪this funny thing called love♪

♪oh, who could solve its mystery♪

♪why should it make a foul of me♪

♪I saw you there one wonderful day♪

♪and you took my heart and threw it away…♪

[Sam lacht] Ja.

Oh…

Oh.

[ze lachen]

♪what is this thing called love…♪

Waldemar heeft heimwee. -Ik ben niet blind.

Sluit je ogen. -Waarom zou ik?

Ogen dicht, Rika van der Lans. Ik heb iets voor je.

Goed, nu mag je kijken.

[ze lachen] -Ik heb de lening rond gekregen.

Hij is van jou. [lacht]

Ons eigen pension.

Over een maand moet het af zijn. -Waarom zo snel?

Dan komen de kinderen.

Met een eigen huis kan ik Willem vragen of ze vaker mogen komen.

Waar zijn Mimi en Greta? -Ontslagen.

Zal ik helpen?

Ik heb geen hulp nodig. -Maar dit huis heeft 12 kamers.

Die ik allemaal ga verhuren.

Wat is er met je? -Dit is papa's kamer.

Die brengt 't meeste op. -En als hij terugkomt?

Zet 't uit je hoofd. Hoe vaak moet ik dat zeggen?

Zet het toch uit je hoofd. -Waarom zou ik?

De rechter heeft bepaald: op neutraal terrein.

Een pension is neutraal terrein.

Daar krijg je gedonder mee. -Nee hoor, ik mag alles.

Wat heerlijk om jullie weer te zien. Kom gauw, we hebben maar zo kort de tijd.

Waarom zwaai je naar hem?

Ik ken hem toch? -Je ziet toch dat hij dat niet wil?

Niet voor anderen denken, maar je eigen idee volgen.

Kun jij makkelijk zeggen.

Is papa gelukkig met Jans?

Waar breng je ons nou naar toe? -Ik laat je m'n nieuwe pension zien.

Mam, dat mag toch niet?

Jawel. Het is net een hotel, dat is neutraal.

Maar jij woont er toch ook? -Ja.

[rustige, melancholische muziek]

De meeste gasten treden op bij de pier. En ik heb nu een vaste hulp, Agnes.

Mam, ik mag hier niet zijn.

Ik heb zo hard gewerkt om het af te krijgen, zodat jullie het konden zien.

Ik heb een huis met 13 kamers, waar jullie ook mogen logeren.

Ben je niet trots op je moeder? -'t Is tegen de afspraak.

Afspraak?

Wat heb ik aan afspraken die volstrekt onredelijk zijn?

Is het normaal dat ik m'n kinderen maar twee uur per jaar mag zien?

En dan komt de helft niet eens.

Ik zou Wim en Jan niet eens herkennen als ik ze tegenkwam.

Zij jou ook niet, zo opgedirkt als je eruitziet.

Wat?

Ik wil hier weg, ik voel me hier niet prettig.

Goed.

We gaan.

Waar is Waldy? -We spelen verstoppertje.

Moet je hem dan niet gaan zoeken? -Nee. Kinderachtig spelletje.

[man op radio] Dat het nationaalsocialisme en het fascisme de toekomst is…

…van het nieuwe Europa.

En op de vierde plaats, mijne kameraden, gaat gij als Nederlanders.

Kom maar binnen. -Ik wou dit even laten zien.

Alweer een diploma.

Jij zit niet stil in je avonduren, hè?

Handelscorrespondentie Duits. Heel goed. Dat wordt belangrijk, let op mijn woorden.

Betekent dat promotie? -'t Spijt me, maar Nederlanders gaan voor.

Ik ben een Nederlander.

Nods, je doet je werk goed en daarom heb je het nog.

[man op radio] Mensen, mannen, met een hart vol liefde…

[Stem Rika] U hebt de afspraak over ontvangst op neutraal terrein geschonden.

Daarom leggen wij u de volgende sanctie op:

Uw kinderen zullen niet het komend jaar, maar pas het jaar daarop…

…naar Den Haag komen.

[deurbel rinkelt]

Willem, dit kun je me niet aandoen.

Willem! Doe open! Laten we erover praten, alsjeblieft.

Bertha! Bertha! -Mam.

Alsjeblieft, doe open!

Ik mag jullie twee jaar niet zien. Ik kan jullie niet missen.

Moeten we mama niet binnenlaten? -Geen sprake van.

Wim, Wim! Ik blijf jullie moeder. Ik wil jullie zien.

Jan! Jan!

Ik had jullie nooit moeten laten gaan! Nooit!

[het dondert]

Ja. Doe nog eens een keer. Laat eens zien.

[Waldemar lacht] -[gerinkel]

[Waldy hoest]

[Waldy kreunt]

[Waldy blijft kreunen]

Hij heeft hele hoge koorts.

Een dubbele longontsteking. We moeten 't afwachten.

We worden gestraft, Waldemar.

[mantra] Heer, vergeef me, maak hem beter.

[trieste muziek]

Nods? Het ziekenhuis heeft gebeld.

Mama heeft een blindedarmontsteking. -Daar gaat ze toch niet dood aan?

Ik ga een dokter halen.

Waldemar, als je naar Holland gaat… -Ik ga niet.

Verlaat nooit de mensen waar je van houdt.

Ik blijf bij jou.

Je gaat studeren.

Ik wil niet alleen zijn. Ik weet niet of ik dat red.

Je bent een kind van je vader.

Je redt het wel.

Ook zonder mij.

Hoe is het met hem?

[harde klap]

Ssst, je maakt hem nog wakker.

Ik kan het niet aanzien.

Papa?

Sonny Boy.

Word maar gauw weer beter.

[stem Rika] Lieve Bertha, je vader heeft eindelijk toegestemd in de scheiding.

Hij kon nu ook moeilijk anders.

Ik ga met Waldemar trouwen. Het spijt me zo dat je er niet bij kan zijn.

Wees niet verdrietig dat je met papa naar Groningen verhuist.

Volgens Waldemar doet afstand er niet toe.

Elke ademhaling van mezelf gaat in en om jullie.

Mijn geest is altijd om je heen. Mijn hart is bij mijn lieve kinderen.

Vergeet dat nooit.

[ze zucht]

[ze snikt]

[marcherende soldaten]

[deurbel]

[in Duits] Goedendag, mevrouw. Meneer.

Heeft u kamers vrij?

Nee, ik heb geen kamers vrij. In de zomer zit het altijd vol.

Met toeristen, niet met soldaten.

[in Duits] Natuurlijk zullen we u er goed voor betalen.

Het is een bevel, Rika. We hebben niet veel keus.

Ik volg van niemand bevelen op. -[in Duits] Om hoeveel personen gaat het?

[Duits programma op de radio]

[Duits geroezemoes]

[in Duits] Kijk! Kijk eens! -[in Duits] Wat leuk. Je bent padvinder.

Ja.

En wat wil je later worden als je groot bent?

[in Nederlands] Soldaat! Ik wil soldaat worden. Mit pistolen. Pang pang pang pang.

[ze lachen]

[in Duits] Je moeder kan trots op je zijn.

Helaas wordt de padvinderij verboden. Bevel van de Führer.

U zult dat uniform moeten inleveren.

Wat zegt hij?

Dat we zuinig moeten zijn op dat uniform.

[feestelijk geroezemoes]

[deurbel]

Dag mam. We hebben iemand meegenomen.

Mijn God. -Dag moeder.

Het is niet waar. Jan.

Mijn zoon. Jan.

O, lieverds, kom binnen. -Ja.

[ze lachen]

Op mijn kinderen, die op één na, allemaal bij mij zijn…

…en van wie ik zoveel hou.

En op onze Lieve Heer, die Bertha, Henk en Jan weer naar mij toe heeft gebracht.

Volgens mij zijn ze met de trein gekomen. -[ze lachen]

Die.

Hoe is het nou met Wim? -Die is inmiddels huisarts.

In Friesland. -Ik vind 't zo erg dat ik hem nooit zie.

Mam… -Zeg maar niks.

Hij lijkt 't meest op z'n vader.

Jan wil zich verloven.

Ach, wat leuk, Jan.

Met een katholiek meisje.

Hoe vindt je vader dat? -Die heeft me op straat gezet.

Hier staat altijd een bed voor je. -[hij lacht]

[Sam hijgt]

Dat is de laatste. -'t Is bespottelijk.

Wat willen ze met die etiketjes bereiken?

Hoe ze ons eruit kunnen halen.

Wat is de volgende stap? Brandmerken?

Rika, als je de volgende keer langskomt…

…dan denk ik niet dat je me nog thuis treft.

Moet ik me zorgen om je maken?

Sam, je bent mijn rots in de branding.

Rika… -Ik wil je niet kwijt.

Nee. -Dus blijf.

Ik blijf.

[geklop]

Ja?

[in Duits] Excuseer.

Het spijt me enorm.

Wat is er? Wat staat er? -We moeten ons huis uit.

Binnen drie weken. -Nee, dat kan er niet staan.

We liggen in strategisch gevoelig gebied. -Verdomme.

Waarom pakt God nou ook nog ons huis af? -Niet God, Rika.

De Duitsers.

Waarom maak je altijd foto's? -Als herinnering. Voor later.

Dat je kan zien hoe het was?

Ja.

[rustige muziek]

Mooi is 't hier, hè?

[zucht] Ja.

Ik wil niet weg.

Ik wou niet weg uit Suriname.

Kon je niet blijven?

Nee.

Mis je het erg? -Nu niet.

Nu heb ik jou.

De Duitsers nemen m'n huis in beslag, ik wil iets van vergelijkbare grootte terug.

U bent niet in de positie om eisen te stellen.

Ik dacht het wel. Hier heeft u een brief van meneer pastoor.

U heeft vijf kinderen, zie ik?

[Waldy] Waarom verstop je dit? -Dit gaat niemand wat aan.

En als je niet wil dat iemand het vindt, moet je het verstoppen.

Wie komt hier dan zoeken? -Niemand.

Mevrouw Nods, komt u even mee?

Iemand wil u de biecht afnemen.

[man] Mevrouw Nods? -Dat ben ik.

Ik zoek hulp voor mensen die het in deze tijd zwaar hebben.

Wie heeft het nu niet zwaar?

Er zijn mensen die geen schijn van kans hebben tegen de Duitsers.

Verboden mensen, in een verboden tijd, in een verboden gebied.

Wat wilt u van me?

We zoeken kamers en u heeft een groot huis.

Maar daar leef ik van. -U wordt er ook voor betaald.

Zestig gulden per maand voor joden, vijfenveertig gulden voor Hollanders.

[lacht] Nou, geef me dan maar de joden.

Uw huis zou fungeren als doorgangshuis…

…tot we iets voor ze vinden op 't platteland.

't Wordt dus een komen en gaan.

Dat ben ik wel gewend. -U neemt wel een risico.

Als u wordt gepakt, krijgt u gevangenisstraf.

Straf? Voor mensen huisvesten?

Ja, we leven in een rare wereld.

U bent geen priester.

Zelfs niet katholiek.

Wel een christen? -Protestants.

Ik wil uw gezicht zien. Ik wil u recht in de ogen kunnen kijken.

Ik ben Paul Vermeer.

Meneer Vermeer, u bent nog maar een jongen.

Ik ben 24 en zeg maar Paul.

Ik heet Rika.

Misschien moet u er even over nadenken. -De oorlog is een tijd van doen.

Eerst leven en dan pas filosoferen.

Precies.

Ze zijn welkom.

Wees stil straks. Mijn zoon weet niet dat jullie boven zitten.

Je hebt wel erg veel nodig. Dat loopt in de gaten.

Ik heb een pension.

Ja, maar nu geen Duitse officieren om je achter te verschuilen.

Hup, hup, lopen, stelletje onderduikertjes.

Kom op. Hup, we willen onze jodenpremie. Hup, lopen!

Sam! -[man] Vort, lopen.

Waldy! -[knal]

[soldaat lacht]

[man] Hup! Kom op!

[gelach] -[Sam schreeuwt]

Sam!

[man] Kom op, doorlopen!

[man] Hup, lopen. -Hé!

[jongen] Hé. Nikker.

Nikkers horen niet bij de padvinderij.

[geschreeuw soldaten op de achtergrond]

[deurbel]

Woont hier de familie Nods? -Ja.

[man] Kunnen wij u even spreken?

We moesten hem van die jongen aftrekken.

Ik zag Sam! -Hoe is het nu met die jongen?

Lelijk toegetakeld.

Maar dat is een gezonde Hollandse jongen. Die staat wel weer op.

Als je nog een keertje zo'n geintje flikt, dan ga je de bak in. Begrepen?

En dan nog wat. Jij bent verboden.

Wat? -Dat pak.

Ik gooi het zo in het fornuis.

Waarom? -Voor straf.

Heel goed.

We komen er zelf wel uit.

[gerammel]

Wat is dat? -Dat is m'n werkster.

[deur slaat dicht] -Waarom heb je in godsnaam…

Waldy, kom hier.

[dreigende muziek]

Deze mensen moeten zich hier verstoppen. Anders worden ze opgepakt. Snap je dat?

Ja.

Wat had je nou over Sam? -Niks.

[troosteloze muziek]

Bertha.

Denken ze zo de oorlog te kunnen winnen?

Je moet terug naar Groningen.

Waarom? -Het is hier niet veilig.

En jij dan? -Maak je over mij maar geen zorgen.

Dat doe ik wel. Juist nu we elkaar weer gewoon kunnen zien.

Ik wil jou niet kwijt, mam.

Ik wil bij jou zijn. -En ik bij jou.

Ga mee naar Groningen. -Nee, ik kan hier niet weg.

Doe je wel voorzichtig? -Ik laat me door niemand kapotmaken.

Deze keer geen grote was. -O.

Maar gewone was. -Gewone was?

Een niet-jood die moet onderduiken.

Iemand uit het verzet? -Een deserteur uit de SS.

[lacht] Dat is bizar.

Waarom?

Een verzetsman die een SS'er probeert te redden?

Ex, hij is gedeserteerd.

Hij heeft zich wel eerst aangemeld. -Dat joch zocht avontuur.

Was amper 18, wist hij veel.

En toen het hem niet beviel, liep hij weg. -Een menselijke trek, toch?

Toont niet veel ruggengraat.

Hij krijgt de kogel als hij wordt gepakt.

Maar om hem nou bij joden te zetten?

Ik weet 't niet. Wat denk jij? -Dat ieder mens een tweede kans verdient.

[deur opent]

Dit is Gerard van Haringen. Hij komt hier ook in huis.

Welkom Gerard, ik ben Rika. Heb je al gegeten?

Ik haal een bord voor je.

Waarom ben je hier?

Dezelfde reden als jij? -Dat lijkt me stug.

Zo. Ja, en dan het uiteinde zo hier onderdoor.

[Wally lacht] -Doe nog eens. Eén keer.

[hij snikt]

[Wally kreunt en snikt]

Hé, grote padvinder. Wat is dat nou?

Heb je gevochten of zo?

Wat is er dan?

[snikt] Niks. -O.

Jij had te veel water in je hoofd en toen heb je de sluizen even opengezet.

Dat ziet er al wat beter uit. Hé, wat is er aan de hand?

Ik wil m'n tweede ster halen. -Als de oorlog voorbij is?

Ja, het lukt gewoon niet met die rotknopen.

Is dat alles? -Ja.

Je moest eens weten hoeveel diploma's ik niet heb gehaald.

En heb je mij ooit zien huilen? -Nee.

Kom eens hier.

Rechtop staan!

Ben jij een echte padvinder? -Ja.

Dat dacht ik ook. Maar dan moet je één ding goed onthouden.

Een echte padvinder huilt nooit.

Hoor je me? Nooit!

Zeg me na: 'Een echte padvinder huilt nooit'.

Een echte padvinder huilt nooit.

En nou wat harder. -Een echte padvinder huilt nooit!

Heel goed. Nu twee vingers in de lucht en zweren.

Een echte padvinder huilt nooit!

Heel goed, heel goed.

Hé, voelt het al wat beter? Hé?

Hé, grote kerel.

Weet je wat ik op de bijeenkomst hoorde? -Nou?

[man] De joden die zich moeten melden…

…gaan naar kampen in Duitsland zogenaamd om te werken.

Kunnen ze eindelijk wat nuttigs doen. -Maar in werkelijkheid gebeurt er dit.

Dat kan toch niet? Je hebt 't over honderden mensen.

Duizenden. En de mensen die ze hulp bieden, gaan ook.

Ja, maar die verdienen het. Die weten dat ze fout zitten.

De joden verdienen het niet?

Die hebben de pech dat ze zo geboren zijn.

[zucht] Waar blijft Waldemar nou? Hij had hier allang moeten zijn.

[Gerard neuriet op z'n gitaarmuziek]

Mooi, hè? -Mag je wel muziek maken?

Waarom niet? -Als iemand het hoort.

Dan zeggen we toch gewoon dat hij 't was? [neuriet en speelt verder]

Is dat geen Duits liedje? -Wat?

Volgens mij speel je een Duits liedje.

Zou kunnen. -Liever niet.

Dobbe… -Nee, liever niet!

Duitse liedjes zijn niet verdacht.

Daarom hoef je ze nog niet te spelen. -Het kan ook op een andere manier.

En dan speel ik niet 't Wilhelmus.

[in Duits op melodie Wilhelmus] ♪waar allen trouwloos falen♪

♪daar blijven wij getrouw♪

♪dat steeds op eigen aarde♪

♪uw vaandel wapperen zou♪

Schoft.

Kom, Gerard. Dan gaan we naar mijn kamer.

[Rika] Waar bleef je nou?

Het is allang spertijd.

Ik had wat frisse lucht nodig.

Wat is er?

Ik ben bang.

Voor wat er om ons heen gebeurt.

Voor wat er hier in huis gebeurt.

Voor Waldy. Als ons iets overkomt.

Dat gebeurt niet. -Hoe weet je dat?

Ik wil hier weg.

Hoe bedoel je?

Uit dit huis?

Uit dit land.

Uit Europa. Ik wil weg van die oorlog.

Ik wil naar Suriname met jou en Waldy.

Maar de grenzen zitten dicht.

Ik ga met David praten. Misschien kan hij wat regelen.

Ja. Een vliegtuig.

[deurbel]

Mama!

Naar boven, jongens. Daar zitten ze.

[man] Hier zitten ze!

Gerard!

[man] Meekomen!

[geschreeuw]

Sss. Sss. Niks zeggen.

[man 1] Kom op! -[man 2] Ja, spullen mee.

[man] Doorlopen! -Jullie gaan mee.

Vuile roetmop.

[Waldemar] Waldy. Waldy.

Deze bruine garnaal ook.

Niks mee te maken. Meekomen.

Jij hoort hier niet. -[Gerard kreunt]

Doorlopen. Kom op, naar beneden. Doorlopen, jood!

Goed zo jongens. Vette buit.

Afvoeren!

[man 1] Opschieten. -[man 2] Doorlopen.

Hup, doorlopen.

Doorlopen! -Hup. Kom op.

Hé, Gerard. Een echte padvinder huilt toch nooit?

Niet bang zijn. -[in Duits] Bek dicht!

We gaan straks naar Suriname.

Daar is 't altijd lekker warm. -Ja. Dan gaan we zwemmen in de rivier.

[in Duits] Bek dicht, verdomme!

[man kreunt luid]

Verzetsmannetje, heb je je pijn gedaan?

Krijg je wel aan de praat, jodenvriendje! [Paul schreeuwt van pijn]

Hier, geef maar aan papa.

[in Duits] Wat heeft u daar? Zeg op, wat heeft u daar?

Open je handen. Nu!

Jij. Wat heb je daar?

Ik zie dat je daar wat hebt. Laat je handen zien! Laat zien!

Geef op. Geef hier dat geld!

[in Duits] Je kunt gaan.

Nou, kom op.

Doe maar wat hij zegt. Ga naar oom Marcel. -Nee! Ik wil bij jullie blijven!

Ik wil niet! Nee! Ik wil bij jullie blijven!

Ik ga niet! Ik ga niet naar Marcel!

Ik wil niet!

[in Duits] Wegwezen. Ga naar huis.

[trieste pianomuziek]

Ga zitten.

Ik ben Kees Kaptein.

De grootste jodenbeul van Nederland.

Zegt de naam Kees Chardon jou iets?

Nee.

Misschien ken je hem beter onder z'n valse naam. Paul Vermeer.

Nooit van gehoord.

Waarom verberg je eigenlijk joden?

Ik verberg niemand.

Die mensen wonen bij mij. Ik heb een pension.

Elke betalende gast is welkom.

Ook als het onderduikers zijn?

Dat staat niet op hun voorhoofd geschreven.

Maar wel op hun jas genaaid. Zal ik hun namen er even bij pakken?

Abraham Cohen, Joseph Polak, Herman de Bruin, Dobbe Franken.

Dat klinkt toch erg joods, vind je niet?

Als u het zegt.

Hou op met liegen.

Waarom zaten ze in jouw huis?

Iedereen heeft recht op een dak boven z'n hoofd.

[Waldy hijgt]

Mama zei dat ik naar jou moest.

Wat is er gebeurd? -Ze zitten in de gevangenis.

O, God. -En ons huis is weg.

Weg?

Je kan hier blijven. Maak je maar geen zorgen.

Jan, dat gaat echt niet. Denk aan m'n zenuwen.

Mens, hou nou toch eens voor één keer je mond.

Nods!

[Kaptein] Ga je nou nog eens praten, hè? Stom wijf.

We weten dat Kees Chardon, oftewel Paul Vermeer, geen braaf advocaatje was…

…maar een vuile pestkliek had om joden te helpen.

En jij was z'n rechterhand.

Een simpel huisvrouwtje. Wie zou dat bedenken?

[ze hijgt]

[ze schreeuwt van pijn]

Ik heb niets te zeggen.

Zal ik het dan maar over een andere boeg gooien? Die zoon van jou.

Daar hou je zeker heel erg veel van?

Zal ik hem maar hierheen halen en hem dezelfde behandeling geven?

Dan kun je leuk toekijken. -Je bent ziek in je hoofd.

Niet zo ziek als jij. Jij leeft met een zwarte.

Rassenschande! Zo noemen we dat.

Haal haar zoon op. -Nee!

Bij z'n oom zat hij toch? De muren hebben hier oren.

Rika!

Ze gaan Sonny Boy halen.

[man] Weg! Naar buiten.

Waar is Waldy Nods? -Die is hier niet.

Doorzoek de winkel en woning.

Naar de woning. -Hé!

U snapt toch dat we zo'n koekoeksjong niet houden?

Die wordt weggedaan. Niemand wil een zwarte in huis, toch?

Arm snotjong.

Uitschot is het. -Ja.

't Wordt hier te gevaarlijk voor hem. -Ja.

Ik kan hier nog uren mee doorgaan, net zolang tot je verzuipt.

Hoeveel joden? Via wie?

[fluistert] Hij is op straat gezet.

[hij snakt naar adem]

Hoe komt het toch dat het bij jou niet werkt?

Het water is mijn vriend.

Dat is dan wel je enige vriend, want je familie heeft je zoon op straat geschopt.

Moet je niet gaan zitten?

Dat doet pijn.

Heeft hij je erg afgetuigd?

Met een gordijnroe.

Ja, daar staat Kappie om bekend.

[gehuil van een vrouw]

Je kan het slechter treffen.

Vera heeft-ie… -Nee, mama, niet zeggen.

Ik heb 'n dochter van jouw leeftijd.

Ik heb vijf kinderen.

[vogels zingen en eenden kwaken]

Heb je nog steeds niks te zeggen?

Nou ja, wat maakt 't ook uit.

Je hangt toch al. Dat is het voordeel van veel mensen oppakken.

Er zit altijd wel iemand tussen die doorslaat.

In dit geval een jonge knul die onze zaak begrijpt.

Gerard van Haringen.

[Vera neuriet]

Wat ben je aan het doen? -[Vera neuriet verder]

Aan het oefenen.

[Vera neuriet] -Ze is pianiste.

Elke dag dat je niet oefent, gaat je spel achteruit.

Ken je 'Sonny Boy'?

Ja.

[ze neuriet de melodie]

♪I don't mind the grey skies♪

♪you make them blue, Sonny Boy♪

♪friends may forsake me♪

♪let them all forsake me♪

♪I still have you, Sonny Boy♪

[trieste muziek]

[motor start]

Oom! Oom Marcel!

Oom Marcel!

Ik wil met je mee! Laat me hier niet achter!

[trieste muziek]

Ik hoorde dat er een groep mannen is afgevoerd. Die van jou zit er ook bij.

O, mijn God.

Waarnaartoe? -Naar Kamp Vught.

[ze zucht]

[stem Marcel] Het vonnis voor de groep Kees Chardon luidt als volgt:

Hendrika Johanna Nods en Kees Chardon: levenslange gevangenisstraf…

…voor Judenhilfe op grote schaal en samenzwering.

[vrouw in Duits] Lopen. Snel!

Ja. Lopen.

Ja, snel. Instappen.

[Marcel] Rika! Rika!

Rika!

Ik moet schrijven. Briefje.

[onrustige muziek]

[man in Duits] Mannen links, vrouwen rechts.

[geschreeuw van bevelen] -[blaffende honden]

[vrouw] Doorlopen.

[in Duits] Terug! Aan het werk!

Hij is er nog. -[vrouw] Hé! Doorlopen. Opschieten.

[man roept bevelen] -Waldemar.

[honden blaffen luid] -[man in Duits] Stap in!

[trieste muziek]

[Duitsers blijven bevelen schreeuwen] Doorlopen, doorlopen, sneller!

[man in Duits] Vier talen? [Waldemar in Duits] Ja, vier talen.

Nederlands, Frans, Engels en Duits.

Pools? -Nee, meneer. Geen Pools.

Jammer. Maar je bent geslaagd.

Vier talen. Ongelooflijk.

Je kunt hier werken.

[in Nederlands] Eindelijk waardering.

[rustige muziek]

Een brief van je oom Marcel.

Een brief van m'n vader!

[man] O. En?

Wat schrijft hij? -Dat ik goed m'n best moet doen op school.

Anders komt hij thuis en krijg ik op m'n donder.

Tja. Ze hebben toch geen idee hoe het er hier aan toegaat.

Kom met dat bord.

[man in Duits] Instappen!

Instappen!

[vrouw] Ja, in de rij.

Ja, sneller daar!

[vrouwen zingen]

♪ahoy, ahoy♪

♪Hollandse vrouwen♪

♪houd moed, houd moed♪

♪ahoy, ahoy…♪

[vrouwen schreeuwen aanhoudend om eten]

[man in Duits] Lopen. Lopen. Sneller.

-Wat moet u met al voedsel? Uit de handen van de moffen houden.

En verkopen.

Aardappelen graag. -Waarmee wilt u betalen?

[hij lacht]

Heeft u geen sieraden? -[vrouw] Nee.

Die trouwringen, is ook goed.

Neem deze maar.

Bemoei je er niet mee.

Je bent een sukkel, weet je dat?

Ze raken die ringen toch kwijt, alleen niet aan mij.

Iedereen pikt een graantje mee in de oorlog.

Of denk je dat jouw ouders geen geld kregen voor het verstoppen van joden? Hè?

[vredig muziekje]

[trieste muziek]

[man hijgt en kreunt]

Paul?

Paul van Leer?

Waldemar.

Je bent er nog.

Ja.

Aufgeben ist zugeben.

Bij welk commando zit je? -In de buitendienst.

Zoutmijnen.

Dat werk is veel te zwaar voor jou. Dat zouden ze mij moeten laten doen.

Het maakt niet uit, Waldemar.

Hier zijn we allemaal slaven.

[speelt 'Stille nacht, heilige nacht']

[honden blaffen]

♪heilige nacht♪

♪Davids zoon♪

♪lang verwacht♪

♪die miljoenen eens zaligen zal♪

♪werd geboren in…♪

[schoten]

[paniekgeschreeuw]

[honden blaffen]

[ze lachen]

[ze schreeuwen]

[ze lachen]

[man schreeuwt van pijn]

[trieste muziek]

[vrolijke straatmuziek]

[stem Waldemar] Lieve Waldy, allereerst wens ik jullie allen een heel goed 1945.

Ik ben gelukkig gezond. Het kan hier zeer koud zijn, maar ik red me wel.

Ik red me wel.

[stem Waldemar] Heb je al iets van mama gehoord?

[stem Waldy] Nog geen nieuws van mama uit Ravelsbroek.

Ik mis jullie.

[droefgeestige muziek]

[droefgeestige en vrolijke muziek door elkaar heen]

Onze regendagen.

DE FÜHRER IS GEVALLEN

[in Duits] Het lot treft ons hard.

Het spijt me zeer.

Wat moet er met jullie gebeuren?

We hebben nu een nieuwe Führer, Dönitz.

De vijand rukt op.

Er is nog maar één uitweg.

Over water.

[nadere vliegtuigen]

Ja! [lacht]

Onze bevrijders. -[mannen lachen]

[ze schreeuwen]

[man] Hier! -Hallo!

[explosies]

Stomme Engelsen! Wij zijn het! -[schoten]

[paniekgeschreeuw]

[in Duits] Shit.

Het hele schip staat in brand!

[in Duits] Ik heb een sigaret nodig.

[explosies en schoten op achtergrond]

[geschreeuw]

[zware, rustige muziek]

[snakt naar adem]

[in Duits] Alleen Duitsers.

Geen gevangenen aan boord!

Alleen SS'ers.

Geen gevangenen.

Alleen SS'ers.

Daar zwemt iemand.

Die man is zwart. -Toch kan hij kan goed zwemmen.

Waar komt hij vandaan? Van de andere kant van de oceaan?

Hij zwemt voor zijn leven.

Wanneer ga je schieten?

Ik tel tot drie.

[hij kucht]

Ik ben zover.

Eén…

…twee…

…drie. -[spervuur van schoten]

We zijn twee goede soldaten!

We winnen deze oorlog.

Een brief van je oom.

Wat schrijft hij?

Dat hij een brief heeft gekregen van een pianiste.

Och, hemel.

Arm joch.

[naderende stoomlocomotief]

Goed je te zien, jongen. -Je bent groot geworden.

Bij wie ga ik wonen? -Bij opa en oma, voorlopig.

Tot m'n vader terugkomt.

Van je vader hebben we nog niks gehoord. Ik heb nog wat voor jullie.

Van je moeder.

[stem Rika] In de trein. Dag lieve kinderen.

Dag vadertje en moedertje.

Dag lieve broers en zusters. Allemaal een dikke zoen.

Ik ga naar Vught, naar m'n lieve man.

Bid veel voor ons.

Houd goede moed. Ik zal flink zijn, hoor.

Jullie liefhebbende moeder, Rika.

[rustige, droevige muziek]

[Rika zingt 'Sonny boy']

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.