All language subtitles for Neem Me Mee.Nederlands

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German Download
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American) Download
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Nu het weerbericht. Vanochtend hebben we wat buitjes.

Gedurende de dag gaat het opklaren en komt zelfs de zon tevoorschijn.

In het noorden en het noordwesten kan de temperatuur oplopen tot 21 graden.

In het zuiden tot 20 graden.

In bepaalde gebieden wordt het maximum 29 graden.

Je vergeet er twee. -Eén ervan maakt me misselijk. Nee.

Ik weet niet welke. -Je moet dat overleggen met de arts.

Je kan niet zomaar… -Nee, niks overleggen met de arts.

Ik wil je iets laten zien. Ga zitten.

Kijk.

Je hebt geboekt. -Ja.

We gaan.

We zien wel waar het schip strandt. Het is trouwens met een busje.

Wat mooi.

Dank je wel.

Oma? -Hm?

Wat is 'chronisch'?

Waarom vraag je dat?

Mama zegt dat je chronisch chagrijnig bent.

Oké, tijd voor je cadeautje. Enzo, kom je er even bij?

Zullen we hem samen aan oma geven?

Dank je wel. -Alsjeblieft.

Wat mooi.

Het is een reisje. -Wat leuk.

Wanneer gaan we?

Het is met een groepje.

Kleinschalig. Hooguit vijf andere… -Bejaarden.

Nou, gelijkgestemden.

Ja.

Doe jij…

Wat een spullen. -Waar moet dit heen?

Die komt van de zolder. Die ga ik nog uitzoeken.

Wat is dit?

Oh, een dagboek?

Jonathan Schmidt…

Heb je geheimen voor mij? -Wat dacht je?

Wegwezen. Straks mis je je vliegtuig.

Denk je ook aan mij als je onder de douche staat?

Jazeker. -Dan wil ik je spons zijn.

Ach, ja.

Dion.

Director.

Zal wel.

Giel, ja.

Zou je niet wat minder drinken?

Je ziet alweer dingen die er niet zijn. Dat is niet normaal.

Je bent echt gestoord.

Je bent een chagrijnig zeikwijf. Je zwijgt of je kletst uit je nek.

Veel succes nog. -Anton.

Mabel?

Een stapje terug doen ging me niet goed af.

Ik heb de hele boel verkocht, tot grote vreugde van mijn jongere partner.

Je hebt een partner? -Zakenpartner.

Je hebt een dochter. -Kate. Ze woont in New York.

Ze hielp me met verhuizen. En jij? Geen kinderen?

Nee, nooit aan gedacht ook.

Is er iemand in het bijzonder? -Al een tijdje niet meer.

Je werkt nog blijkbaar. -Ik geef rondleidingen aan scholen.

Officieel ben ik met pensioen.

Ja…

Eerlijk gezegd…

Ik zou niet weten…

…wat ik met mijn tijd zou moeten doen. -Dat is herkenbaar.

Het is tijd voor een hobby, denk ik.

Dat is een ding dat ik nooit heb gehad.

Misschien moet ik als een dolle trekvogel de wereld rondreizen.

Zullen we eerst de rekening vragen? -Laat mij maar.

Nee, ik krijg hier korting. Edith. -Ik heb nog veel geld dat ik moet opmaken.

Barbara. -Barbara. Hoe was het alweer?

Mag ik heel even met jou afrekenen? -Een zwarte koffie en een espresso?

Klaar? -Alsjeblieft, Thijs.

Komt hij.

Wat is dit? -Een gruwelijk goeie deal.

Je ging onze auto verkopen. -Ik kon hem veel beter inruilen.

Saar, kom.

Luister nou even.

Je maakt het er niet makkelijker op. Niet voor jezelf en ook niet voor mij.

Je hebt mijn plan niet eens gehoord.

Serieus, weer een plan?

Verdomme, Thijs. Ik kon dat geld goed gebruiken. Zeker nu.

Zeker nu? Hoezo?

Saar, wat is er? -Het komt wel een keer. Niet zo.

Saar, je krijgt je geld met rente.

Het gaat niet om het geld.

Ik kan het niet meer opbrengen om te doen alsof ik enthousiast ben.

Kijk. Neem me mee.

Kleinschalige reizen voor oudere mensen met smaak en gevoel voor kwaliteit.

Oudjes zijn snel tevreden. Ze slapen veel, eten weinig,

Als ze wakker zijn, maken ze sudoku of lezen ze een boek.

Verkoop die bus, reken af met mij en vergeet dit.

Dat kan niet.

Het is te laat.

Nienke?

Nee, Susanne. -Susanne, ja.

Oké.

Ja, geef maar. -Nee.

Oké…

Oké.

Hallo.

Hè, hè, ik zit.

Als u straks wil ruilen, geen probleem…

Mabel Bentingk en Anton Pols.

U heeft veel bij zich.

Je moest eens weten wat ik heb thuisgelaten.

Ja… -Hallo.

Hallo. -Neem me mee?

Ja. U zit in een rolstoel. -Niet altijd, hoor.

Hij heeft vandaag een slechte dag.

U had bij de boeking niks gezegd over een rolstoel.

Is dat erg? Dan keren we om en zorgt u voor restitutie.

Even goede vrienden.

Heeft u een invalidekaart? -Ja, onze kaart.

Handig. Ik had een vriend met zo'n kaart. Je kan er gratis mee parkeren.

Zelfs in het buitenland. -In Frankrijk mag je voor bij de kassa.

In Franse musea kan je zo doorrollen met het hele gezelschap.

Het is goud waard, die kaart. -Goed, prima.

Joep en Nienke? -Ja, hallo.

Nu al? -Ergens zit er een vijf in de klok. Hier.

Oh, dank je wel.

Wat hebben we het goed. -U lijkt me iemand die snel tevreden is.

Zeg maar 'jij'. -Joep.

Joep mag niet. -Oh.

Ik heb twee zonen. Walter en Wim.

Bewaren jullie een glaasje voor mij? -Hou jij je ogen maar op de weg.

Moet je plassen? -Nee, hoezo?

Ik hoor het aan je.

Thijs, eerstvolgende kans even stoppen. -Ik moet helemaal niet plassen.

Ik misschien wel. -Misschien?

Nu niet, maar als de gelegenheid er is… -Proost.

Proost. -Proost.

En nu ben ik toe aan de lunch.

Wat bedoelt u met lunch? -Wat denk je?

Jullie hebben vast wel iets bij je, toch?

Je bedoelt een boterham met kaas, een appel en een gevulde koek?

Ja. -Nee.

Laat mij maar even.

Kijk eens.

Alsjeblieft. -Dit doet me denken aan m'n ex.

Oh ja? -Heel erg knap en knieperig.

Bij zijn dood hing de fiscus de vlag uit.

Dat was even zoeken, die toiletten. -Ik deed het bijna in de sloot.

Waar is het? -Water?

Ja, dank je. -Daarachter.

Zijn er broodjes? -Ja, ham-kaas, ham-kaas en ham-kaas.

Dank je. -Neem je pillen in.

Ja. -Goed dat je het zegt.

Juist, pillen.

Wil je mijn broodje? -Nee, dank je, ik heb hetzelfde.

Maar ik hoef niet. -Dan leg je het terug.

Dat kan niet. Ze let op me. Ik…

Heb je water voor Joep? -Ja.

Wacht even.

Ja, wacht. Dat gaat moeilijk. -Kom maar even.

Ik hou het wel even vast. -Dank je wel.

Stop. -Wat is er?

We zijn Susanne vergeten. -Susanne?

Wat erg. -Echt?

Nu moeten we helemaal terug. -Kijk, daar staat ze.

Oh. -Ja, heel goed.

Tjonge jonge.

God. -Gelukkig.

Sorry, het spijt me verschrikkelijk.

Kan gebeuren. Volgende keer beter koppen tellen.

Ik kon jullie niet meer vinden. -Hoeveel van deze busjes staan er?

Ik was vergeten hoe die eruitzag. -Dat kan iedereen overkomen.

Mij niet, hoor.

Je bent toch geen kleuter? -Ik ben nog nooit alleen op reis geweest.

Je bent niet alleen.

Als we er eens op uit gingen, zei Kees wat ik moet doen.

Kees?

Mijn man. -Ja.

Als in je ex-man. Man zaliger?

Is toch niet zo'n moeilijke vraag?

Goed, gaan we weer? -Ja.

Tijd genoeg verloren.

Het gaat heel goed.

We zijn al voorbij Parijs. Dat is ook weer makkelijk.

Iedereen is gekomen. Een stel, Joep en Nienke.

Dan heb je Mabel en Anton. Ik weet niet wat ze voor elkaar zijn.

Heb je… -Ik hoef niet te weten hoe ze heten.

Hé, Saar?

Wat is het nou wat je laatst wou zeggen?

Toen we elkaar zagen, zei je: Niet nu.

Maak je geen zorgen. Alles gaat prima. -Je weet toch dat je alles kan zeggen?

Dat weet ik, maar dat wil ik niet meer.

Let je op de weg? -Dat doe ik. Vertrouw me maar gewoon.

Sorry, Saar. Hallo? Saar?

Fuck. Fuck.

Ik ben wel toe aan een echt bed. -Ik ook wel.

Jullie zijn net wakker.

Je denkt toch niet dat we de hele nacht in dit busje blijven zitten?

Dacht het niet. -Nee, nee, nee.

Ja.

Er is nog plek. -Hier wil je niet dood gevonden worden.

Wat heeft een mens nodig behalve een wc, een kraan en een bed?

Dat denk ik ook, ja.

We kunnen zelf inchecken. Laat me even lezen hoe het moet.

Doen ze hier aan ontbijt? -En hygiëne?

De douche en de wc zijn op de gang, dus ik zal zorgen voor muntjes.

Muntjes? Waarom? -Een muntje is vijf minuten douchen.

Vijf minuten? Dan zit je er net onder. -Dit doen we niet.

Je gaat nu voor ons een fatsoenlijk onderkomen zoeken.

Maar het is al laat. Dat gaat niet zo makkelijk lukken.

Dat moest je eerder bedenken. -Dat vind ik ook.

Ik ben het met je eens. -Ik zoek wel iets.

Ik heb een tipitent, een safaritent…

…en een tiny house.

Hij heeft een tipi, een safaritent en een tiny house.

Welk ding heeft er een wc? Ik moet er vaak uit.

De wc is achter de deur. Ik zou even wachten.

Ik stel voor dat Florri en Susanne de tipi nemen…

…dan gaan Mabel en Anton in de safaritent…

…en kunnen jullie in het tiny house. -Waarom Mabel en Anton in de safaritent?

Ik wil ook ruilen. -Doe nu eens wat Thijs zegt. Alsjeblieft.

Waar slaap je zelf trouwens?

Ik neem aan dat jij niet liever op de grond ligt?

Jezus, je overweegt het ook nog. -Je vroeg het toch.

Dan zeg je toch nee. Hoe moeilijk kan het zijn?

Waar doet dit me aan denken?

Monschau. -Oh.

Hotel Eifelliebe.

Onze eerste vakantie samen. -Je werd gek van me.

Ik kon niet van je afblijven.

Wat is er? -Nee, niks.

Ik ben een beetje misselijk.

Kan ik iets doen? Wil je een pijnstiller? -Dan ben ik morgen zo suf.

Dat is jammer. Niks, nee.

Welterusten. -Ja, welterusten.

Wat hoor ik toch?

Is dat een egel?

Of een vos?

Dat is een vleermuis.

Die zitten hier toch niet?

Wel?

Natuurlijk wel. Het barst hier van de vleermuizen.

Oh, god. -Stel je niet zo aan.

Ze bijten bijna nooit en ze hebben kleine tandjes.

Oké.

Pas wel op dat ze niet op je hoofd kakken.

Zo verspreiden ze de meest afgrijselijke ziektes. Welterusten.

Weet je nog die eerste kamer van mij?

Met die verschrikkelijke hospita.

Je mocht geen mannenbezoek hebben. -Je bleef wel.

En het was heel fijn.

Ja.

Toch wist ik…

…dat het de laatste keer zou zijn.

Ja, ik…

Ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen.

Sorry. -Sorry?

Geen sorry.

Het was fijn en het was voor het laatst.

Welterusten. -Welterusten.

Sorry, maar dat is echt geen vleermuis.

Natuurlijk niet.

Het is een wild zwijn.

Ik doe vannacht geen oog dicht.

Jij wel?

Het helpt als je je mond houdt.

Kun je een geheim bewaren?

Ik heb jarenlang de tijd gehad om erover na te denken.

Maar ik heb nooit gedacht dat ik het echt zou doen.

Toen ik eindelijk begon uit te zoeken hoe of wat…

…stond ik ervan te kijken hoe simpel het is.

Alles bleek in de tuin te groeien.

Taxus, gevlekte scheerling, rauwe vlierbes.

Hij is wel vaker out gegaan door de drank.

Hij zou het verschil niet merken.

Ik vond het in zekere zin humaan van mezelf.

Toch?

Je snurkt.

Florri.

Florri.

Hai.

Hai, ik moet even naar de wc.

Die is daar. -Nienke slaapt. Ze heeft het even nodig.

Oh, moet ik helpen?

Soms… Niet altijd, hoor.

Nee, dat is goed.

Heel goed. Kom maar. -Ja.

Dank je wel.

Gaat het goed?

Joep?

Ik heb vannacht in het busje geslapen. Ging prima.

Dus…

Als je de stoel naar achteren zet dan is het gewoon een bed.

Lekkerder dan mijn eigen bed, hè?

Ik kwam er pas vanochtend achter hoe ver ik hem naar achter kan zetten. Stom, hè?

Dat weet ik dan voor de volgende keer, toch?

Hé? Joepie?

Hé, euhm…

Heeft u iets nodig?

Joep, heeft u iets nodig?

Joep? Hé. Joep?

Joep? -Ja, rustig.

Zo. -Godsamme, man.

Hallo, is alles goed met je? -Waarom antwoordt u niet?

Hoezo? Ik moest me concentreren.

Het gaat allemaal niet meer vanzelf, als je begrijpt wat ik bedoel.

Zo.

Zeg, zal ik een stukje rijden nu? -Waarom?

Dan kan jij een dutje doen. Moet je wel je stoel naar achter zetten.

Maar rijdt u dan nog?

Wat ik al heb gereden in m'n leven, ga je nooit kunnen inhalen.

Ik heb het zo lang niet gedaan.

Ja?

Oké.

Nienke. -Laat maar.

Zijn rijbewijs is afgenomen.

Dat weet toch niemand?

Wat is er? -Niks. Ga jij maar door met mokken.

Ik mok helemaal niet. Ik wil gewoon dat ze haar excuses aanbiedt.

Dat gaat niet gebeuren. -Heb ik iets gemist?

Susanne denkt dat Florri haar sloeg. -Dat is zo.

In haar slaap omdat Florri snurkte. -Ik snurk niet.

Misschien lijd je aan parasomnie. Dat kan erg gevaarlijk zijn.

Ik ken verhalen van mensen die uit moorden gingen in hun slaap.

Nou, dat zou… -Stop.

Oké. -Hier is het.

Is het hier?

Oké, hier in.

Een beetje rustig alsjeblieft. -Voorzichtig.

Ziet er leuk uit. -Echt, hè?

En dat voor die prijs.

Jullie zijn dus met zeven. Is die rolstoel van iemand?

Wat denkt u zelf? -Ik vraag het omdat we geen lift hebben.

Er is met of zonder uitzicht. Er is geen lift.

Ik zoek wel wat anders dan. -Is het daar niet wat laat voor?

Ik kan die trap aan. Het duurt alleen wat langer.

Mij maakt het niet uit waar ik lig. -Zullen wij samen?

Mevrouw, ik wil dat de meneer in de rolstoel een vrijwaring tekent.

Vrijwaring? Waarom?

Ik wil niet aansprakelijk zijn bij brand.

Ik kan hem niet dragen. -Je weet je plekjes wel te kiezen.

Wat zegt hij? -Dat wil je niet weten.

Mij maakt het niet uit waar ik slaap, maar niet bij haar.

Dat komt goed uit. Ik wil niet bij jou.

Jullie moeten delen. Er zijn maar drie kamers.

Je weet dat we met zes zijn. -Zeven.

Ik slaap in de bus. -Waarom?

Omdat hij een krent is. -Heeft u nog kamers?

Alle kamers zijn vrij. Er is hier bijna niemand.

Goed.

Ik trakteer op extra kamers als jullie beloven je te gedragen.

Ik begin alvast aan de trap. -Ik help je.

Drie? -Drie.

Hai, Greg. -Hoi.

We waren benieuwd of je het naar je zin hebt?

Hallo? -Ja, ik hoor je.

Hoe bevallen je reisgenoten? -Ik zit opgescheept met ene Susanne.

We zijn haar al eens vergeten.

Dat is niet zo gek. Ze schiet overal in een schutkleur.

Haar zonen heten Walter en Wim.

Ik geloof niet dat ze nog een man heeft.

Er is een stelletje, Joep en Nienke. Zij is een schatje.

Ze heeft engelengeduld. -Kijk.

Ze zijn wel heel leuk met elkaar.

Je hebt ook nog Anton en Mabel. Zij laat het graag breed hangen.

Gelukkig maar, want de jongen die het allemaal moet regelen…

…doet alles op een koopje.

Naar je kamer.

Dat hoeft niet. Ik lig prima hier. -Je wil beknibbelen…

…maar zo werkt dat niet. Je moet morgen fit zijn.

Wat is er morgen? -Je gaat ons de hele dag entertainen.

Oké.

Zo.

Ik ben benieuwd waar hij mee komt. -We kunnen die kant op.

Dit is mijn badkamer, toch? -Blijkbaar moeten we delen.

Blijf maar. Ik ga wel.

Goed lijf heb je.

Goedendag, u heeft één nieuw bericht.

Ma, met Walter. Ik had een afspraak met pa, maar hij kwam niet opdagen.

Hij neemt niet op, we kunnen jou ook niet bereiken. Wat is dit?

Luister, Wim en ik willen dat je ons zo snel mogelijk terugbelt.

Toen vond Kate mijn book of exes.

Je wat? -Mijn boek met al mijn exen.

Heb je dat bijgehouden?

Blijkbaar. Ik was het zelf ook vergeten.

Is het erg dik?

Het is vooral vermakelijk. Tot ik op jouw pagina kwam.

Toen gebeurde er iets. -Oh?

Ik voelde me ineens weer twintig. -Dat zijn we niet, hoor.

We kunnen wel doen alsof. Wat kan het ons schelen.

Je ziet er nog goed uit. -Niet alles is wat het lijkt.

Ik ben zo blij dat je bent meegegaan. -Ik ook. Gelukkig.

Zullen we nog één drankje op mijn kamer? Chez moi?

Chez moi.

Ik denk eerlijk gezegd dat ik even genoeg heb gedronken.

We spugen er niet echt in met z'n allen.

Ik kan een kopje thee zetten. Ik heb een waterkoker.

Nee, doe geen moeite. We zien elkaar morgen.

Ik heb een waterkoker?

Goeiemorgen.

Hè, hè, ik zit.

Goedendag, wil u thee of koffie? -Koffie.

Ja. Dank je. -Alsjeblieft.

Wat hebben we het goed, hè.

Ik vind het tegenvallen. -Ik ook. Geen eitje, niet eens kaas.

Misschien komt dat nog. -Heb je weer lopen bezuinigen?

Ik heb geboekt met ontbijt. -Ontbijt in Frankrijk is niet uitgebreid.

Kopje koffie, croissant en gaan. 's Lands wijs, 's lands eer.

Dan moet je geen buitenlandse gasten ontvangen.

Lekker geslapen?

Joep moet goed eten bij z'n pillen om geen last te krijgen van z'n maag.

Ik vraag me af waar Joep geen last van heeft.

Dat heb je goed gezien. Ik ben terminaal.

Sorry hoor, ik heb kanker. Al heel lang. Maar het zit nu door mijn hele lijf.

Hoelang heeft u nog? -Dat vind ik een impertinente vraag.

Is dat zo? Sorry. Het is het eerste waar ik aan denk.

Lang genoeg voor wat er vandaag op het programma staat.

Ik heb research gedaan. We zitten bij la Cave de Bailly de Pierre.

Wat is dat? -Een recent ontdekte grottekening.

Ze hebben die blootgelegd toen ze een wijnkelder wilden aanleggen.

Klinkt leuk. -Wat was jij van plan geweest?

Thijs?

Euhm…

Ik had een heel leuk, mooi, oud kerkje in de aanbieding.

Rustig, jongen.

Thijs, wil je iets langzamer gaan?

De Franse kermis.

Arrivé.

Als je goed kijkt, zie je hoe dat kleine rendier…

…bejaagd wordt met speren. Het kunnen ook touwen zijn.

Daar zijn de meningen over verdeeld. Het rendier kan ook een dwergbuffel zijn.

Dat is ook het mooie aan archeologie.

Dat niks zeker is tot het tegendeel bewezen is en dan…

Een flesje rode wijn, alstublieft.

We hebben hier nog. Sorry, meneer. Geen…

Je hebt er al een, gek.

Inderdaad. Hebt u een fles port?

We hebben toch rode wijn.

Nee, meneer. -Een port.

Heel zoet. -Nee.

Je kan de ecostand gebruiken.

Die biedt genoeg ondersteuning.

Gezien uw leeftijd zou ik de turbostand alleen gebruiken…

…bij een steile helling.

Wat zegt ze?

Ze probeert Nederlanders uit te leggen hoe we moeten fietsen.

Maakt u zich maar geen zorgen. Let's go.

Nou, ik laat dit even aan me voorbij gaan als je het niet erg vindt.

Ja. We wachten wel op een terras. -Je had er zo'n zin in.

Laat nou. -Ik blijf.

Ga nu toch mee, verdomme.

Alsjeblieft. -Ik rij mee met de bus, dus je kan mee.

Heel goed. Ga maar mee.

Daar gaan we.

Mag ik die nemen? -Natuurlijk.

Dat meisje waar je onderweg mee belde, Saar?

Met uw oren is niks mis.

Is dat je vriendinnetje?

Zoiets. -Wat is dat voor antwoord?

Is het aan of uit?

Ze was alles voor mij, maar ik weet het altijd te verknallen.

Iets zegt me dat je heel erg je best hebt gedaan.

Ik wil gewoon…

…heel graag dat ze…

…trots op me is.

Zorg jij maar dat je eerst trots bent op jezelf. Daar begint alles mee.

Het ware geluk behoort aan hen die aan zichzelf genoeg hebben.

Verzint u dat ter plekke? -Aristoteles, 350 voor Christus.

Het is leuk om veel van iemand te houden, maar je komt en gaat alleen.

En dan is het best prettig om het een beetje met jezelf te kunnen vinden.

Ja.

We hadden wijn moeten meenemen. -Ik voel het wel in mijn benen.

Ik ook.

Nienke? -Ja?

Hoe ziek is Joep eigenlijk?

Vind je het vervelend dat ik dat vraag? -Nee.

Het is moeilijk om erop te antwoorden. We leven al zo lang tussen hoop en vrees.

Heb je de hoop al opgegeven? -Nee.

Ik stel wel steeds bij waar ik nog op hoop.

Nou ja.

Remmen. -Ik durf niet te remmen.

Je moet voorzichtig remmen. -Ik durf niet.

Zet hem op eco.

Eco. Niet turbo, maar eco.

Eco.

Oh, shit. -Wat?

Niks kapot? -Nee, hoor. Ik kan wel wat hebben.

Ik bedoel die fiets.

Zeventig euro. -Wat zegt hij?

Zeventig. -Zeventig. Oké.

Geregeld. -Moet ik dat betalen?

Het is goed. -Sorry, Thijs.

Ik ben allang blij dat u niets gebroken heeft.

Kom op, schatje. -Dit is Saar. Laat een berichtje…

Oh ja.

Ik voel me buitengesloten. -Wil je er eentje van mij?

Nee, dank je.

Het is maar een pammetje. Daar word je lekker licht van in je hoofd.

Misschien moet jij eens minderen met die pammetjes.

Wie weet komt er nog een zinnig woord uit.

Hier was vroeger een prachtig wijndomein. -Nog meer wijn?

Domein château de Mazelières.

Bernard schonk daar een rode Sancerre. Goddelijke wijn.

Hij was zelf ook een halfgod.

Hoelang al? -Bijna een jaar.

Ik ben net te laat.

Jammer. Echt jammer. -Dank u.

Hoe kan je een wijnboer beter gedenken dan zijn wijn te drinken?

Wilt u me volgen?

Let op uw hoofd.

Wat jammer.

Doe maar. -Super.

Lekker. -Suus, jij ook?

Heerlijk. -Pas wel op. Het water is ook lekker.

En gratis, bedoel je.

Die arme jongen moet alles betalen.

Ja, natuurlijk. Het was toch inbegrepen?

Ik zeg het voor jullie eigen bestwil. Het gaat hard met de drank.

Je bent een schat, maar een knappe dokter zei me niet zo lang geleden nog…

…dat we zoveel mogelijk moeten genieten.

Ik was het er toen niet mee eens, maar nu des te meer.

Paul.

De eigenaar van het spul hier… -Bernard.

Was dat een ex van u? -Ja.

Heeft u er veel? -Wat is veel? Ik heb geleefd.

Ik kan het je van harte aanraden.

Dit kreng moet gestemd worden.

Dat was goed.

Ga door. -Nee.

Waarom niet? Je bent zo goed. -Zeur niet zo.

Joep, gaat het lukken? Hè?

Zo ver is het toch niet?

Euhm… Wacht even. Heb je hem?

Neem op. -Nee.

Neem hem nou. -Nee.

Ga maar, dan kan hij even zitten. -Alsjeblieft.

Hé, Saar. -Kom, even draaien.

Nee, ik ben alleen. Ja.

Nou.

Euhm… Wat wilde je zeggen?

Ik…

Ik weet niet hoe ik het moet zeggen.

Ik wil niet dat je het van iemand anders hoort.

Ik ben zwanger.

Van Carl?

Ja, bijna vier maanden.

Thijs?

Please, zeg iets. Gewoon iets.

Euhm… Ik dacht dat je geen kinderen wilde.

Ik… Ik wist bij jou niet wat ik wilde.

Met Carl is het anders.

Thijs, ik…

Ik hoop dat je ooit blij voor me kan zijn. -Dat hoop ik ook.

Dag mam, gaat het goed?

Het gaat prima. Ik vroeg me af… Heb jij wel genoeg vrienden?

Dat denk ik wel. Hoezo?

Ik dacht ineens: je kan nooit te veel vrienden hebben, wel te weinig.

Je hebt altijd heel erg hard gewerkt. Je hebt me in je eentje opgevoed.

Je had niet zoveel tijd over, mam.

Het is wat het is. Ik klaag niet.

Gaat het wel? -Het gaat juist heel goed.

Ik heb een stel heerlijke mensen ontmoet.

Ik heb eigenlijk nog maar één probleem. -En dat is?

Dat ik ze nu niet meer kwijt wil.

Daar weet je vast wel wat op.

Nienke. Gaan jullie hier blijven slapen? -Nee.

Joep. -Joep.

Hé. -Wakker worden, we gaan naar bed.

We gaan slapen, kom.

Wil je even helpen? -Ja.

Gaat het?

Kijk eens aan. La vache qui rit.

Leuk, hè?

Je moet eten. -Ja.

Kijk eens, lekkere wentelteefjes. Ik dacht: ik doe het zelf.

De kok vond het al lang prima. Hij zit met een krantje in de zon.

Je bent je roeping misgelopen. -Ik heb er nooit een gehad. Jij?

Joep? -Lekker, dank je.

Mabel? -Ja.

Zeg, waar is Thijs? -Die zal nog wel in zijn nest liggen.

Ik ben er helemaal klaar mee. -Hoezo?

Hij liet Joep en Nienke gisteren achter op de trap, midden in de nacht.

Zijn vriendin belde. -Ex, ben ik bang.

Ik zei: Ga maar. -Toen zijn we samen ingedommeld.

Ja, het is goed.

Wees niet zo streng voor hem. Hij kan het ook niet helpen.

Ik ben er klaar mee.

Nou. -Ja.

Jezus.

Leg eens uit hoe het kan dat ik Joep en Nienke halfslapend op de trap aantrof?

Doe gewoon je werk. Dat is het enige wat je moet doen.

Nienke zei: Ga maar.

En dan laat je ze op de trap achter? Je weet hoe Joep eraan toe is.

Sorry.

Zelf zie je er ook niet al te florissant uit.

Mijn god.

Wat is me dat?

Hier.

Thijs, hier.

Drink wat.

Je jankt en je zuipt. Dat kan maar één ding betekenen.

Liefdesverdriet?

Het is zo stom.

Als je bedenkt dat jullie al met één been in het graf staan.

Maken we ook geen dagtaak van. We zijn hier voor ons plezier.

Daar moet jij voor zorgen. Ga even douchen.

Oh, sorry.

Kom maar. Ik ben zo klaar.

Ik wilde je nog bedanken voor wat je zei laatst.

Wat zei ik?

Dat ik een goed lijf had.

Oh, dat.

Dat meende ik ook.

Ik vind je mooi.

Maar daar heb je niets aan als je het zelf niet ziet.

Zolang je het zelf niet ziet, blijf je je onzeker voelen.

Daardoor gedraag je je als een bang hert.

Inderdaad niet stilgezeten. Daar is een mens niet voor gemaakt.

Zeker niet op jouw leeftijd. Je moet gewoon goed blijven oefenen.

Hij wil die ene. -Die ene wil hem niet.

Daar is niks aan te doen. Ik heb zo vaak iemand niet gewild.

Dat wil niet zeggen dat ze niet van je gehouden heeft.

Ze houdt vast nog van je. Alleen niet op de manier waarop je dat wil.

Als het echt de bedoeling is, dan kom je elkaar weer tegen, toch?

Het is nooit te laat om opnieuw te beginnen.

Ik…

Ik ga even een aspirientje halen.

Ik ben bang dat we vandaag weer niks aan hem hebben.

Waarom glimt zijn neus? -Vast omdat hij zo vaak is gekust.

Waarom zou je dat willen? -Dat zal ik je vertellen.

Dit everzwijn staat hier al meer dan 200 jaar.

Destijds als het donker werd, veranderde hij in een prachtige jongeman…

…die door de straatjes zwierf tot zonsopgang en dan stond hij weer hier.

Op een van die tochten ontmoette hij een mooie, jonge maagd.

Hij werd meteen verliefd op haar en zij op hem, maar hij drukte haar op het hart…

…dat ze nooit iets over hem mocht vertellen…

…want dan zou hij voorgoed veranderen in een everzwijn.

Voor eeuwig veroordeeld tot deze sokkel.

Ze vertelde het natuurlijk toch aan haar moeder.

Zij vertelde het aan de buurvrouw, zij aan haar dochter…

…zij aan haar vaste sokkenstopster. De man werd een everzwijn, voorgoed.

Wat is nou de moraal van dit verhaal? -Vrouwen kletsen te veel.

Nou. -Precies.

Natuurlijk. Als ik praat om het gezellig te houden, ben ik een kletskous.

Als ik zwijg, ben ik ongezellig. Ik kan godverdomme nooit iets goeds doen.

Hé, wat? -Wat is er nou weer aan de hand?

Anton, pas je even op Joep? -Ja.

Ja, zeg.

Wat heb je gedaan? -Niets.

Is ze die uitbarsting van daarnet al vergeten?

Dat, of ze doet alsof.

Niet te peilen, die vrouw.

Kent u de legende van het zwijn? Het varken brengt geluk.

Oké, ik wil er eentje.

De verkoopster zei dat die geluk brengt. Kan je wel gebruiken, dacht ik.

Wat lief.

Dank je.

Het is ook een puntenslijper. -Oh.

Dat had ik niet gezien, sorry. -Nee.

Dat is juist handig.

Dank je.

Moet ik hem kussen? -Dat zou ik niet doen.

Hé.

Ik ga even een boodschapje doen. -Goed.

Zal ik even deze keer? -Heel graag.

Pas op, joh.

Wat? -Je geeft vijftig euro.

Dat weet ik. -Dat is niet normaal.

Weet je wat hun opleiding heeft gekost?

Ze betalen hun instrumenten nog af. Dan loop jij te mopperen over tientjes?

Heb je een speciaal verzoek? We kunnen iets spelen.

Kies een nummer. -Geen probleem.

Ik? -Ja, jij.

Niet te lang. Ze wachten op jou. -Euhm…

'Stand by me'. -'Stand by me'. Dat hebben we.

Benny King. -Benny King, 'Stand by me'.

Yeah.

Voilà. -Tot ziens.

Tot ziens. -Een bol pistache.

Dank je wel. -Lekker.

Godsamme. -Wat jammer.

Sorry.

Wil je de mijne? -Een likje.

Lekker. Heerlijk. Dat is goed.

We gaan lunchen. -Waar dan?

Ik weet iets hier niet ver vandaan. -Waar gaan we naartoe?

Geef mij je sleutels. -Nee, ik rij. Geef hier.

Is dat wel een goed idee? -Hij heeft niet gedronken.

Ik kan heus wel… -Je moet even met mij meegaan.

Luister eens even naar mij. Wat ben je voor een slappe dweil?

Je bent er voor ons. Niet andersom. Duidelijk?

Laurent.

Mabel. Ongelooflijk.

Je bent niet veranderd. -Je hebt een bril nodig.

Wie zijn dat allemaal? -Een paar nieuwe vrienden.

Joep. Nienke. -Welkom.

Waar is Sylvain?

Susette. -Ben jij Susette?

De laatste keer dat ik je zag, was je zo klein.

Wat fijn. Papa had het laatst over je.

Laatst? -Hij is onlangs overleden.

Het was goed. Hij had een mooi leven.

Dat geloof ik graag.

Ga maar aan tafel. Welkom.

Welkom.

Wat prachtig.

Let even op de auto. -Doe normaal.

Ik ben klaar met jou. -Laat me met rust.

Ik ben klaar met jou. Go.

Goed.

Ik vind het zo jammer voor je.

Als er iemand van het leven heeft genoten, is het Sylvain.

Ik mocht een tijdje van hem genieten.

We zullen eraan moeten wennen dat mensen ons ontvallen.

Hè, wat zeg ik nu? -Nee, geeft niks.

In wezen heb je gelijk, maar ik wil er gewoon niet aan wennen.

Inktvis.

Probeer het gewoon. Het is net kip.

Misschien ben ik allergisch.

Het is interessanter om te zeggen dat je allergisch bent dan het nooit te proberen.

Kijk eens.

Meneer.

Dank u wel.

Top.

Ik wou net betalen en nu hoor ik dat jij betaald hebt.

Ze hebben ons gematst, hoor.

Daar gaat het niet om. Laat een ander ook eens.

Mabel.

Bedankt voor de heerlijke avond.

Wacht niet weer 30 jaar voor je terugkomt.

Als ik nog zolang heb.

Waar is die gek nu weer?

Ik mis je al. Beloof me dat je terugkomt.

Ik heb geen idee wat je zegt.

Kamer 17.

Seventeen.

Wat is er met jou?

Niks. -Is het eten niet goed gevallen?

Jawel. Het gaat goed.

Meer dan goed.

Wat zit je te turen, lieverd? -De weg wordt hier zo smal.

Kijk uit.

Verdomme.

Dat deed pijn. -Joep?

Alles oké daar vooraan? -Gaat het?

Heb ik schade? -Welnee.

Met ons gaat het ook prima. Lief dat je het vraagt.

Sorry, sorry.

Dat geeft niks. Even keren en doorgaan. -Goed. Van de weg.

Even kijken, hoor.

Ja, het is inderdaad donker en smal.

Stuur maar op mij. -Oké.

Euhm… Ja. -Ja, kom maar.

Oké. -Kom maar.

Kom maar, ja. -Oké.

Waar is ze nou?

Waar is ze nou?

Jeetje.

Gaat het? -Wie zet er nu een doodzieke…

…halfblinde patiënt achter het stuur?

Het is mijn schuld. Ik mocht niet drinken.

Het is zeker jouw schuld. Hoe vaak moet ik het nog zeggen?

Je kent je verantwoordelijkheden niet.

Dat hoort bij de leeftijd. -Toen ik zo oud was…

Toen zopen we ook te veel.

Waarom gaat het weer over jullie en waarom word ik nooit gehoord?

Ik luister.

Vanavond was de mooiste avond van m'n leven.

Ik was weer voor het eerst aan het genieten…

…en dan wil ik niet verongelukken in zo'n smerige, stinkende sloot.

Het is toch goed afgelopen? -Iedereen leeft nog.

Ik haatte mijn leven.

En ik haat Kees.

En mezelf. Het kon me niet schelen dat hij vreemdging.

Ik wou dat hij voorgoed bij een van die sletten bleef.

Ik ben razend op mijn zonen, omdat ze hem de hand boven het hoofd houden.

En die vrouwen van hen zijn stuk voor stuk geniepige rotwijven.

En dan haat ik mezelf weer, omdat ik het niet hardop durf te zeggen.

Dat gaat maar door, die vicieuze kutcirkel. Dag in, dag uit.

Je zegt het nu toch hardop? -Wat?

Dat je schoondochters kutwijven zijn. -Onder andere.

Hoe heten ze? -Kim en Eva.

Even allemaal tegelijk: Kim en Eva zijn kutwijven.

Kim en Eva zijn kutwijven. -Hoe heten ze alweer?

Kim en Eva zijn kutwijven. Nog een keer.

Kim en Eva zijn kutwijven. -Ik heb mijn man vermoord.

Niks.

Ik…

Ik zei maar wat.

Waarom zou je zeggen dat je je man vermoord hebt?

Geen idee.

Misschien heb ik toch mijn hoofd te hard gestoten?

Een lichte hersenschudding misschien.

Goh.

Dus, zullen we dan maar weer…

Hè? -Ja.

Ja.

Ik ga even douchen. -Dat lijkt me een goed plan.

Alles oké, mevrouw? -Ja.

De key. -Iemand is de sleutel al komen halen.

Een meneer zei dat hij u kent.

Wat zegt hij? -Hij is al opgehaald door een man.

Ik wist het. -Wat?

Hij vroeg mijn kamernummer. -Wie?

Laurent.

Hé? -Doe je voorzichtig?

Meisjes, gaan jullie een wit wijntje bestellen. Dan zorg ik voor de sleutel.

Hoe kan dit?

Dat kan ik beter aan jou vragen. Waar ben je mee bezig?

Ik…

Ik dacht dat ik jou… -Wat dacht je? Wat?

Ben je alleen? -Wie zou ik bij me moeten hebben?

Waarom zit je onder de modder? Met wie ben je hier eigenlijk?

Met vrienden. -Je hebt helemaal geen vrienden.

Hoe wist je waar ik was?

De jongens zagen waar je telefoon was en je paspoort lag niet in het laatje.

Ze hebben het er met hun vrouw over gehad.

Zowel Kim als Eva denken dat het iets hormonaals is.

Eva dacht al langer dat er in je hoofd iets behoorlijk verkeerd gaat.

Ze hebben me overgehaald om naar hier te komen.

Als het aan mij lag… -Wat dan?

Ik weet dat ik af en toe meer zuip dan ik nog aankan.

Ik moet gewoon… een beetje meer doseren.

Ja. Ik ben van de avond voor je vertrek…

…een stukje kwijt, dat geef ik toe, maar wat ik wel weet…

…is dat je me aan mijn lot hebt overgelaten. Hm?

Ik… -Je gaat nooit alleen ergens heen.

Nee. -De jongens zeiden het ook.

Ik had dood kunnen zijn. -Ja, dat had gekund.

Oké, we gaan naar huis en hebben het er niet meer over.

Kees… -Ga nou maar douchen.

Je stinkt als een bunzing en je ziet er niet uit.

Schiet op.

Zorg maar dat het in orde komt. -Meneer.

We hebben ervoor betaald. -Sorry, mag ik. Hebt u…

Vijf minuten. Ik ben even bezig.

Ik ben er binnen vijf minuten. Geen zorgen.

Vijf minuten.

Sorry.

Waarvoor?

Mijn ogen. Dat linkeroog heb ik opgegeven, maar het rechter is nog heel erg goed.

En dan komt er opeens dat felle licht.

Dat was te veel. -Het was een fel licht.

Ja, toch? -Ja, absurd fel.

Die Fransen denken altijd dat die weggetjes van hun zijn.

Asociaal. -Ja.

Ja, maar toch…

Hm? -Ik denk niet dat je nog moet autorijden.

Dan was dit blijkbaar toch de laatste keer.

Jammer.

Ja.

Het was wel een goede slip.

Een hele goede slip. -En goed gecorrigeerd.

Heel mooi gecorrigeerd. Geweldige slip.

Meneer, het is aan u. -Oké.

Mijn excuses.

Je kan niet eens wachten tot we thuis zijn.

Ik keek even naar het weer. Heb je nog een jas?

Ik moet mijn haar nog föhnen. -Niet nodig. Niemand die het ziet.

Nee.

Wat nee?

Ik ga niet mee.

Normaal doet Nienke dit.

Zal ik het even doen?

Heb je er ervaring mee? -Ja.

Geen wonder dat je op de trap in slaap valt.

Ik zei dat je niet zo streng moest zijn tegen Thijs.

Hier. -Is dat een goed plekje?

Ja.

Oké. Hier komt die.

Is het lang geleden?

Zes jaar en drie maanden.

En daarna?

Daarna… -Niemand anders?

Nee. Het was de liefde van mijn leven.

Dat is mooi dat je die gehad hebt.

Vind ik ook.

Blijf nog even tot ik slaap. Is dat goed? -Natuurlijk.

Fijn.

Waar was je gebleven? -Bij dat ezelsoortje.

Oké. -Sla een paar hoofdstukken over.

Ik wil zo graag weten hoe het afloopt.

Vlak voor zonsopgang stond hij op en liep naar de zitkamer.

Wacht nou even. Dit heeft geen zin.

Maak niet zo'n scène. Je bent niet goed bij je hoofd.

Ik ga niet met je mee. Ik laat me niet meer door jou dwingen.

Ik dwing je nergens toe. Ik zorg dat je geen domme dingen doet.

Susanne.

Wat? -Dit zijn mijn vriendinnen.

Florri, Nienke en Mabel.

Borrel maar verder, dames. Er is niks te zien.

Dit is de man van wie je het niet erg vond dat hij vreemdging?

De vader van die twee eikels van zonen. -Met die geniepige kutwijven Eva en Kim.

Van Walter en Wim. Wie bedenkt zulke namen?

Ik.

Het is je vergeven. -Waar gaat dit over?

Kees.

Het is over.

En dat bepaal jij? -Dat hoor je toch?

De taxi wacht niet eeuwig. Instappen. -Ze stapt helemaal nergens in.

Wie ben jij?

Ik ben de reisleider en ik bepaal wie waar en wanneer instapt.

Laat me niet lachen, snotneus.

Ik ga met mijn vrouw naar huis en er is niemand die me tegenhoudt.

Waarom wil je haar zo graag terug?

Waar bemoei je je mee? -Kees.

Ik ben een leuke vrouw. Jij ziet dat niet, maar de anderen wel.

Ik ben prettig gezelschap en ik ben grappig.

En ik ben nog steeds aantrekkelijk.

Alles doet het nog. -Dat heeft ze vandaag nog gecheckt.

Ja. Wat? -Ik help je.

Nou, je hebt wel wat gemist. -Blijkbaar.

Ik ben blij dat je je man toch niet hebt vermoord.

Geloofde je dat?

Ik wel en dat bedoel ik als compliment. -En?

Ja. Hij slaapt. -Mooi.

Wat ga je nou doen?

Ik weet het niet.

Ik kan ineens van alles doen. -Niet volledig inzetten op Laurent.

Die is ook niet zaligmakend.

Hoe weet jij dat nou? -Ervaring.

Er staat een piano boven. -Een heel oude pianola.

Waarom speel je niet een stukje? -Nee.

Waarom niet? Je bent zo goed.

Als ik zo zou kunnen spelen als jij, dan zou ik elke dag muziek maken.

Dat deed ik ook. Ooit.

En?

Mijn hele jeugd heb ik maar één passie gehad. Muziek maken, elke dag.

Alsjeblieft. -Tot ik beter was dan mijn beste leraar.

Ik kon niet meer groeien. -Kon je niet naar het conservatorium?

Niet in Suriname. Mijn moeder heeft werkelijk kromgelegen…

…om me naar Nederland te sturen.

Drie banen had ze, maar het is haar gelukt.

Ik werd aangenomen op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

Ik had een leuke kamer bij een hospita.

Maar nog voor het eerste studiejaar begon…

…bleek ik zwanger.

Toen ik het ontdekte, was het te laat om er iets aan te doen.

Mijn moeder haalde me terug naar huis.

Ik zal nooit de teleurstelling in haar blik vergeten.

Ze vond iemand om met me te trouwen. Hij was een lieve vader voor Greg.

Toen we voor zijn werk in Nederland moesten wonen…

…werd hij verliefd op iemand anders. Ik vond het niet erg. Ik gunde hem dat.

Hij moet gevoeld hebben dat ik niet van hem hield.

En de echte vader?

Greg is niet uit liefde geboren.

Nadat ik hem kreeg, heb ik amper een piano aangeraakt.

Het is te makkelijk om een ander de schuld te geven van je gemiste kans.

Sommigen krijgen niet eens een kans.

Jij hebt een talent waarmee je op elk moment aan de slag kan.

Ongeacht je leeftijd. Elk moment dat je dat niet doet…

…ligt dat grotendeels aan jezelf.

Ze vertelt toch net wat haar is overkomen. Dat is toch erg?

Natuurlijk. Dingen zullen je overkomen en daar moeten we het mee doen…

…maar hoe je het doet, is aan jezelf.

Jij hebt makkelijk praten. Je trekt bij elk probleem je portemonnee.

Maar geluk is niet te koop. -Nee, dat weet ik ook wel.

Kijk naar Susanne. Ze is vandaag een nieuwe weg ingeslagen. Voilà.

Waar gaat ze wonen straks als de vakantie voorbij is?

Waar leeft ze dan van?

Ze gaat scheiden en dan krijgt ze alimentatie.

En voor het zover is, help ik haar. -Nou doe je het weer.

Nou en? Wie het breed heeft, laat het breed hangen.

Wat is er mis mee?

Ze doet alsof geluk een keuze is, maar het leven is niet maakbaar.

Ik wil niets liever dan nog een paar jaar met Joep zijn, maar dat zit er niet in.

Leven zonder hem maakt me zo doodsbang…

…dat ik amper adem kan halen als ik eraan denk.

Ik heb niks te kiezen.

Degene die straks zegt dat het wel slijt…

…of dat de pijn went en dat ik het een godvergeten plek moet geven…

…die sla ik voor zijn kop.

Wat moet ik nou straks?

Als ik wakker word in m'n eentje en ga slapen en al die momenten ertussen.

Doorgaan. Dat is het enige. -Die dooddoener was ik nog vergeten.

Je mag hem slaan als je wil. -Wat? Waarom?

Je vraagt erom. -Sla Thijs dan.

Waarom? -Je hebt nog een klap tegoed.

Ja? Hier.

Dank je. -Waar ga je heen?

Ik moet even iemand bellen.

Hé.

Het beste. -Sorry.

Hij is er nog.

Hé, mam. Alles goed?

Ik wil je mijn excuses aanbieden.

Ik heb niet vaak genoeg gezegd dat ik van je hou.

Ik heb het altijd wel geweten, hoor.

Dat je het weet, is niet voldoende.

Je verdient zoveel meer.

En Trins en de kinderen ook.

Ik weet niet zo goed wat te zeggen.

Zeg maar niets.

Het komt wel. We hebben de tijd.

Mam? -Hm?

Geniet nog daar.

Doe ik.

Doe eens.

Kom eens, schat.

Ja, mooi.

Dank je wel.

Dit doe ik niet. Ik ben er te oud voor. Ik heb er geen zin in. Sorry.

Thijs? -Hm?

Weet je niet iets comfortabelers?

Ik wil een parasol met zo'n draaiding, met zo'n schroefdraad.

Ja.

Gewoon een stoel met vier poten, ergens aan een tafeltje.

Weet Mabel niks, iets uit dat handige boekje?

Waar is Mabel eigenlijk?

Ik bel haar wel even.

Zo, ik heb hem weer. -Het is simpel.

Joep, je kan zitten. -Laat me even.

Op het einde van het strand. Het heet L'Étoile de mer.

Het hoort bij een surfshop. -Oké.

Ik kan niet beloven dat de eigenaar nog leeft.

Zijn zoon kon er ook wat van. -Koken, bedoel je?

Ja, lieverd. Dat ook. -Kom je daarheen?

Ja, zodra ik hier klaar ben.

Ziet er goed uit, Thijs. -Dat denk ik ook.

Ze hebben sowieso zalm.

Kan jij me naar de wc brengen? -Natuurlijk.

Nee, wacht… -Nee, kijk jij op de menukaart.

En verras me.

Leuke kaart. Ja.

Daar. -Ik heb het niet zien aankomen, sorry.

Hoe bedoel je?

Ik heb mezelf gefaald.

Oh. Euhm…

Oké. Euhm…

Wacht, Joep. Ik kom.

Hier. Lukt het?

Zo.

Goed zo.

Yes.

Oké.

Joep. -Ja?

Hou je je goed vast? -Het is glad hier.

Wacht. Wacht even.

Je had me moeten zien toen ik zo jong was als jij.

Ik mocht er zijn, hoor. -Je hebt een goede kop.

Ja, maar mijn lijf is stuk.

Gaat het? -Ik schaam me.

Hoeft echt niet.

Hé?

Zo.

Fijn. Dank je wel. -Dat is geen moeite.

Je moet me iets beloven.

Als het zover is en je bent erbij…

…moet je niets doen.

Geen gedoe.

Oké?

Dank je.

Lekker. -Waar kom jij vandaan?

Winkelen. -Dat wil ik ook. Ik wil nieuwe schoenen.

Ik wil alles nieuw. Kees heeft waarschijnlijk alles weggegooid.

En Kim en Eva hangen vechtend om mijn sieraden in de rododendrons.

Wil je hier een huis kopen? -Heb ik al gedaan.

Wat? -Wanneer?

Vanmorgen. Het was liefde op het eerste gezicht.

Moest je geen hypotheek regelen?

Moet je zoiets niet overleggen met je dochter?

Die moet daar toch niet wonen.

Je hebt een nieuw appartement. -Dat ga ik verhuren. Kom op, jongens.

Waarom zien jullie zoveel beren op de weg?

Hebben jullie al besteld?

Wat heb jij nou aan? -Dat is van Thijs.

Blijkbaar heb ik weer de maten van een jonge kerel.

En Thijs? -Die komt zo.

Dat was het enige wat ze hadden. Het zit wat strak. Dat wilde ik Joep niet aandoen.

Geeft niks. Je kan het goed hebben. -Zal ik een kipfilet bestellen?

Nee, ik wil alles proeven.

Dat is het bloemstukje.

Waanzinnig.

Op je nieuwe huis. -Dat je het zomaar doet.

Regel één: soms zit het mee, soms zit het tegen, maar als je stilzit…

…gebeurt er niks. -Niemand zal ooit zeggen dat jij stilzat.

Heb je hier ook een ex? -Twee. Vader en zoon.

Nee, maar niet tegelijkertijd.

Ik heb veel mannen versleten, maar er is er één op wie ik weer zou vallen.

Waarom kijk je naar mij? -Fucking romantisch.

Mis ik iets? Je valt toch op mannen?

Hoe kom je daarbij? -Dat wist je niet?

Ik wist het ook niet. -Dat verbaast dan weer niemand.

Ik heb er gewoon nooit over nagedacht.

Tja, je moet maar zo denken: soms zit het mee en soms zit het tegen.

Mag ik de wijn?

Jij nog? -Nee, ik moet nog rijden.

Grappig.

Ik ga slapen als jullie het goedvinden. -Ik kom mee.

Ga wat drinken met de meisjes. Anton helpt me wel.

Natuurlijk, ik ben zelf benieuwd hoe het afloopt.

Ja. -Wat?

Mijn boek. Anton kan heel mooi voorlezen.

Ik vind het niet erg. -Het is te vroeg voor je. Ga wat drinken.

Maak plezier en maak me wakker als je bovenkomt.

Maar ik… -Laat het los.

Nienke.

Dat wil ik.

Oké.

Tot straks dan. -Tot straks.

Yes. -Gaat goed.

Ik moet nog even een pilletje pakken.

Sorry dat ik je overval.

Ja. Geeft niks.

Nogmaals sorry.

Slecht idee dit. -Nee, wat wou je zeggen?

Van alle mannen die ik gekend heb…

…ben jij me het meest bijgebleven. Daarom heb ik je opgezocht.

Daar ben ik erg blij om.

Waarom heb je me nooit in vertrouwen willen nemen?

Ja…

Ik werd verliefd op Pieter.

Op het eerste zicht. Ik was er zelf beduusd van.

En vanaf toen…

…deed de rest er niet meer toe.

De rest.

Ik ben meer dan 40 jaar gelukkig geweest met die man.

Ik mis hem nog iedere dag.

Dat heb ik met de vader van Kate. Blijkbaar zijn ze niet te vervangen.

Nee, dat moeten we ook niet willen, denk ik.

Dat moet ik ook niet willen, denk ik.

Ik moet Joep nog even voorlezen.

Ja.

Heb ik op mijn oude dag toch nog een blauwtje gelopen.

Weet jij ook eens hoe dat is.

Hoe heet ze?

Saar.

Nou, je mag haar wel dankbaar zijn.

Hoezo? -Dat ze eerlijk tegen je is.

Dat is wel zo.

Ik ben vergeten het laatste uitje te regelen.

Nee, ik heb al wat bedacht als je het goedvindt.

Ik vind het niet goed. Laat Thijs zich maar eens bewijzen.

Die heeft zich inmiddels wel bewezen. -Wie zegt dat?

Joep.

Hoe dan ook, het is al geregeld. We gaan morgen een ruïne bekijken.

Ik wou dat ik jullie eerder ontmoet had.

Thijs ook? -Oh, Thijs.

Thijs heeft een beetje hulp nodig.

Ik wou dat ik dat nog kon doen.

Zou je hem voor mij in de gaten willen houden?

Dat zal ik doen.

Komt goed.

Ik wou dat ik dat nog kon zien.

Noem je dit een ruïne?

Er is wel een hoop werk te doen. Je moet dit laten herstellen.

Ik denk dat ik precies weet hoe het eruit moet zien.

Ik had meteen het gevoel dat ik hier iets prachtigs van kan maken.

Wat moet je met al die ruimte?

Jullie mogen allemaal een kamer uitkiezen als je dat wil. Daarom heb ik het gekozen.

We willen best wel eens komen logeren, maar dan huren we een kamer.

Het gaat niet om het geld. -Dat weten we inmiddels.

Ik heb m'n hele leven keihard gewerkt. Ik had nooit tijd voor vrienden.

Ik ben zo blij dat ik er uiteindelijk toch een paar heb gevonden.

Ik wil de rest van het huis zien.

Waar is Joep eigenlijk?

Ik wilde kijken of het hier wel ging met de rolstoel.

Ik haal hem even. -Zeg hem dat ik een…

…traplift, zo heet dat, laat installeren.

Toch? -Goed idee.

Hij wilde gewoon nog even naar het water.

Hij liep zelf. Ik droeg de rolstoel.

Hij was heel trots…

…dat het lukte.

Want het ging goed. En toen…

Toen zette ik de rolstoel neer, hij ging zitten en alles was goed.

Toen draaide ik me even om en…

Toen was hij weg.

Echt weg.

Ik heb met hem gedoucht.

Hé. Kom.

Het is goed zo.

Goede reis, lieve schat.

Hé.

Wat leuk.

Wat ben ik blij om jullie te zien.

Ja, kom maar mee.

Ja, is hij er?

Nog niet. Dit is uitstekend… -Ja, daar komt hij.

Man. Wauw, wat een bus.

Een stukje groter, zeg.

Hé. -Hé.

Wat ben je laat.

Ik breng even mijn gasten naar het hotel. Dan kom ik zo, oké?

Laat ze niet wachten dan. -Wat een lieverd is het.

Zo fijn dat we er allemaal zijn.

Ik ga vast aanvallen.

Gaat goed, hè? -Gaat goed.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.