Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
[rustige muziek]
[scheepsfluit]
Hé. Zwaar werk, hè?
Als je mij nou een boom geeft, is die schuit meteen een stuk lichter.
Wat moet jij nou met een kerstboom? -Jullie helpen, natuurlijk. Verder niks.
Nou… Een kleintje dan.
Nog bedankt, hè. -Geen dank, hoor.
Holliadiejeee, holliadiejaaa.
Hé Kruimeltje, kom.
Kijk eens, vrouw Koster, wat ik heb meegenomen.
Een verrassing. Gratis en voor niks. -Geef me je geld.
M'n geld? -Wat je verdiend hebt.
Ik heb niks verdiend.
En wat had ik jou gezegd?
Je zegt zoveel. Soms ratel je de hele dag.
Ik zit me het leplazarus te poetsen voor een paar rotcenten en jij doet brutaal.
Ik heb gezegd: Je komt niet eerder thuis voor je iets verdiend hebt.
Heb jij dat begrepen? Heb jij dat heel goed begrepen?
Ja, vrouw Koster. -Nou, wat doe je hier dan.
Een kerstboom brengen, voor jou. -Die boom komt hier niet binnen.
Voor ons is het geen Kerstmis. Ik vervloek de dag dat ik jou in huis nam.
Ik heb gezegd, dat kreng komt er niet in.
Zeg baas, heb je een klusje voor me? -Kun je niet lezen?
Hoe oud ben jij? -Tien jaar, baas.
Zit je me nou te beduvelen? -Echt waar niet. Ik ben tien jaar.
Hoe heet je? -Kruimeltje.
Je krijgt een stuiver voor elke kapotte ruit die je vindt.
Een stuiver? Komt voor mekaar.
Hebt u soms een kapotte ruit thuis? -Nee.
Hebt u soms een kapotte ruit thuis?
Hebt u soms een kapotte ruit thuis?
Ik heb niks kunnen vinden, baas. -Dat heb je niet slim aangepakt, jochie.
Kijk, soms wordt er weleens een ruitje stukgegooid. Door kwajongens, zoals jij.
Zo, en nou is het afgelopen.
Kijk daar eens.
Rotjong.
Ja. -Laat los. Laat me los.
Hou op. Ik laat je toch niet los. -Ik wil niet de gevangenis in.
Niemand stopt jou in de gevangenis. Hé, rustig nou maar. Rustig nou.
Ik wil niet de gevangenis in. -Zo.
En nou meekomen jij. -Hé, niet zo ruw met die jongen.
En denk erom. Waag het niet weer weg te lopen.
Laat hem los. Het is nog maar een kind. -Dit kind staat onder arrest.
O ja? Wat heeft hij dan uitgespookt? De kroonjuwelen gestolen?
De school in brand gestoken? Een bank beroofd?
Deze jongeman heeft ruitjes ingekinkeld.
Voor verdere bijzonderheden kunt u op het bureau zijn. Kom op, lopen.
Ruitjes ingekinkeld…
Laat me eruit. Die vent stinkt.
Zo jong, en dan al bedorven.
Nou hoor je het eens van een ander.
En dronken mensen spreken altijd de waarheid.
Dronken mensen…
[harde boer]
…én kinderen.
Ja, Van Houten, je stinkt.
Kruimeltje? Toch niet weer.
Vasthouden, meneer?
Doe maar… drie nachten. -In orde, commissaris.
Verveel jij je weleens op straat?
Eh… Nee, nooit.
En wat doe je dan zoal, de hele dag?
Eh… Werk zoeken, bijvoorbeeld.
Dus die ruiten heb je niet stukgegooid uit verveling, maar omdat je werk zocht.
Ik wil weten waarom je die ruiten ingooide, Kruimeltje.
Gister regende het klachten over vernielde ruiten.
Waarom, Kruimeltje? Waarom doe je dat?
Het spijt me. Ik zal het niet meer doen.
Die vrouw Koster… Zorgt die een beetje voor je?
Luister, ventje. Alleen het feit dat je geen vader en moeder hebt…
…geeft je nog niet het recht om allerlei kattenkwaad uit te halen.
Ik wou je drie nachten vasthouden. -Drie nachten?
Maar iemand heeft me op andere gedachten gebracht.
Ik laat je nu gaan…
…maar de eerstvolgende keer dat ik je hier zie, hou ik je langer vast.
Zijn dat speciale politiehonden?
Dit? Nee, dit zijn zwerfhonden, die worden afgemaakt.
In het hondenpark.
Dierenbeulen.
Ik kom m'n centen halen.
O, ben jij het. Ik dacht al, wat ruik ik.
Nou, komt er nog wat van? Ik wacht.
Dan kun je lang wachten, want je krijgt geen cent.
Een stuiver per raam, da's de afspraak.
Ik krijg zeven stuivers, want ik heb zeven ramen stukgegooid.
Ja precies, stukgegooid.
Niemand heeft gezegd dat je ze stuk moest gooien. Je moest ze zoeken.
Ja, nou wordt ie mooi. Heb ik daarvoor de hele nacht in de cel gezeten?
Dat is je verdiende loon.
Je zei zelf dat ik ze stuk moest gooien. -Zoiets onzinnigs zou ik nooit zeggen.
En nou wegwezen, vlegel. Ik wil je hier nooit meer zien.
Stik maar in je rotcenten. Je moet mij niet in de maling nemen.
Mevrouw, ik wilde een ander brood.
Gossiemijne. Die wrat is zo groot als een klapbes.
Wel heb ik ooit. Brutale aap.
Mevrouw, kan ik u helpen?
Ja, geeft u maar een pondje roomboterkoek en 12 vruchtentaartjes.
Zeg het maar, jongen.
Een wrat… Ik bedoel, een krentenbol graag.
Dat is dan drie cent.
Hé, je moet wel betalen, hoor.
Hé. Eruit, jij. Eruit of ik gooi je eruit.
Au, au. Alsjeblieft, alsjeblieft. Ik heb zo'n honger.
Krentenbollen worden niet voor kwajongens gebakken.
Laat die jongen die krentenbol houden. Ik betaal 'm wel.
Maak dat je wegkomt, snotaap.
Wie z'n brood opraapt uit de goot, buigt voor z'n eten.
Hé, Kruimeltje.
Nou, ieder op z'n beurt.
Ik glij naar beneden, en dan mag jij de slee naar boven brengen.
Ja, ik ben daar gek. Laten we er samen op gaan.
Nou, vooruit dan maar.
Uit de weg, uit de weg.
Uit de weg. Ga.
Stop. -O o, een smeris.
Ho. [de jongens lachen]
Pas op. Uit de weg. Pas op.
Uit de weg.
Nee, nee, nee.
[gegil, kabaal]
Hé, ho. Wat is dit? Wat gebeurt hier?
Eruit. Eruit, eruit.
Gauw, verstop je.
Hé agent, zoek je die knullen met die slee?
Ze zijn daar beneden.
Keesie, kom. We gaan.
Kom. Zag je hoe die groenteman op z'n neus keek toen wij binnenkwamen?
Ja, en die mevrouw.
Lieverd, je bent net op tijd. We gaan zo eten.
Ik heb reuzenhonger. Is papa al thuis? -Ja. Lopen maar, jongens. Kom maar.
[vrolijke stemmen, gelach]
…met die onderkin.
Zo. Wat kom jij doen?
Het is koud buiten, dus ik dacht… -Heb jij geld?
Dat is een lang verhaal. -Ja of nee?
Ik heb niks.
Wat zit er in je zak?
Laat zien.
Ja, geef die maar hier. Die lust ik ook wel.
Maar die is van mij. -Jij deugt nergens voor, weet je dat?
Dat had je moeder goed gezien toen ze je achterliet als baby.
Vannacht kun je hier blijven. Die krentenbol is van mij…
…en morgen vlieg jij eruit.
Waarom laat je die jongen niet het koper poetsen?
Met die kleine vingertjes komt hij overal bij.
Dat heb ik allang geprobeerd.
Dat stuk ongeluk haalt het bloed onder m'n nagels vandaan.
Je moet 'm gewoon kwijt zien te raken. Gewoon…
Ik moet van 'm af. Als ik geweten had dat z'n moeder wegbleef…
…had ik 'm nooit in huis opgenomen.
Hij heeft geen vader meer?
Mannen willen toch maar één ding. -Ja.
Wordt zo'n meisje per ongeluk zwanger, dan dumpen ze gewoon de hele handel.
Ja. Ah, ja.
Maar je vindt het wel lekker. Geef toe. -Ik ben te oud voor die onzin.
Dan doe ik m'n ogen wel dicht. -Niet waar die jongen bij is.
Die slaapt. Hier, je geld. Je geld.
Geef me nou maar geld voor dat koperpoetsen en rot op.
Wat ben jij opeens preuts geworden.
Kom maar. Kom op. -Jij…
Rot op. Ga weg.
Aah. Au, au, au.
Au, au, au.
Los, los. Au, au.
Kwajongen. Wat doe je nou? -Ik deed het niet. Hij deed het.
Verdorie. Ik sterf van de honger.
Ik krijg pas te eten als ik geld verdiend heb.
Wat een rotmoeder heb je toch.
Ze is m'n moeder niet. -Ja, stiefmoeder dan.
Moeders zijn stom. -Nou hoor. De mijne niet.
Ik heb geen moeder nodig, maar geld. Hoe kom ik aan geld?
Gossiemijne… Ik weet wat.
Hé. Hé, hier met die kranten.
Nieuwsblad, nieuwsblad.
Lees over de verschrikkelijke moord in de Keizerstraat.
Vreselijke brand in de gevangenis.
Twee vrouwen en drie agenten doodgestoken.
Mensen, sluit de deuren en ramen. Koop die krant.
Kranten te koop.
Kranten te koop.
We delen het geld. Mijn deel is voor vrouw Koster…
…en van jouw deel kopen we een berg snoep.
[vrolijke pianomuziek]
[gelach]
Ik zie het toch somber in.
Ze hadden haar nooit naar boven mogen tillen.
Ik geloof dat ze bewusteloos was.
Anders had ze het uitgeschreeuwd van de pijn. Rug op twee plaatsen gebroken.
Opereren heeft ook geen zin.
Is het je moeder?
Ga weg. Kruimeltje moet hier komen.
Hier, vrouw Koster.
Niet huilen, jongen. Dat heb ik niet verdiend.
Zo goed ben ik niet voor je geweest.
En nou is het te laat.
Ik voel dat ik ga.
Nee, vrouw Koster. -Sst.
Ik moet je wat geven.
Het ligt in de bovenste la van de kast. Pak het.
Zie je het? Het zit in een doosje.
Het is van jouw moeder.
Maak het maar…
…open.
Ja.
Dat is een portretje…
…van jouw moeder.
Ik weet niet veel van haar.
Ze was jong toen ze je kreeg.
Niet getrouwd. Een schande. En ze kon niet voor je zorgen.
Daarom deed ze je weg en bracht ze jou bij mij.
Die man naast haar, op dat andere portretje…
…dat is jouw…
…vader.
Dus ik heb toch een vader? -Ja.
Over je vader weet ik niks.
Behalve dat je moeder en hij elkaar maar…
…heel kort gekend hebben. En dat hij naar Amerika is vertrokken.
Amerika? -Ja.
Om goud te zoeken. Mannen zijn dom.
Jouw moeder had prachtige handen.
Ik geloof dat ze zei dat ze wel aardig piano kon spelen.
Ze heet…
…Lize van Dien.
Lize van Dien? -Ja. Zo heet ze.
Onthou die naam.
Als je oud genoeg bent, moet je haar gaan zoeken.
Ze is tenslotte je moeder.
Ik wil geen moeder, ik wil jou.
O, mijn kind. Vergeef me.
Alsjeblieft.
Vergeef me.
Is dat alles?
Zij heeft een grote. Ik vind het oneerlijk. Zij heeft altijd grote.
Krijgen we er twee? -Gister had jij een grote.
Nee hoor, jij.
Ik wil meer. Ik wil meer. -Het is niet eerlijk.
Papa krijgt er twee. -Ik wil meer.
Die van mij is zo klein. -Mama, mag ik er alsjeblieft twee?
Het is niet eerlijk. -We eten altijd hetzelfde.
Hou je kop. -Hou zelf je kop.
Basta. Meer eten is er gewoon niet.
Je moest eens weten hoe hard ik hiervoor moet werken.
Schiet op, eten.
[dromerige muziek]
Waar gaat de reis naartoe?
Naar m'n zoon.
Dan zit u verkeerd. Dit is Amerika.
Amerika?
Amerika.
Die jongen kan hier niet blijven. -Wat had ik dan moeten doen?
Die jongen heeft helemaal niemand. -Dat is heel erg, maar…
Ik heb tien monden te voeden. Een elfde kan ik er niet bij hebben.
Het vriest buiten. Het is bijna kerst. Waar moet hij heen?
Heb je dan helemaal geen gevoel in je lijf?
Gevoel genoeg, voor m'n eigen kinderen.
Dat joch zegt me niks. Hij werkt me op de zenuwen. Hij moet weg.
Voor vrouw Koster.
Hé, jij. Wegwezen met dat beest.
De kerk is geen slaapplaats voor zwervers of straathonden.
We zouden in de kortste tijd stampvol zitten.
Kom mee. Hup, eruit. [hond blaft]
Hou die rothond weg. Alsjeblieft. Hou die rothond weg.
Maar hij is niet van mij. -Dat kan me niet schelen.
Jouw gezicht wil ik hier nooit meer zien. Heb je dat begrepen?
Wat moet je nou van me? Moet ik je bedanken?
Oké, bedankt dat je die vent te grazen nam. Zo goed?
Dan kun je nu wel weer gaan. Aju.
Wat moet je nou? Ga weg.
Ga naar je baasje. Of heb je die soms niet?
Ja, dat is een poon. Dat is ook heerlijk. Vijf cent.
Zo, die is groot. -Ja jongen, die is wel een meter, hè?
Wat is dat? -Dat is een haai.
[hondengejank]
En die, en die. -En die? Ja, dat mag. Oké.
[geblaf]
Rot op.
Kunnen jullie wel, met z'n allen tegen één hond.
Het is maar een straathond.
Dan hoef je 'm nog niet af te tuigen.
Wat ben je aan het doen? Wil je weer drie nachten de gevangenis in?
Ik heb maar één nacht vastgezeten. -Ja, dankzij mij.
Ze wilden je drie nachten vasthouden. Ik heb moeten praten als Brugman.
Je vergist je. Ik ken jou helemaal niet.
Maar ik jou wel. Je heet Kruimeltje. Je hebt geen ouders…
…en je leeft meer op straat dan bij… dan bij…
Hoe heet je stiefmoeder ook alweer? -Vrouw Koster. Maar ze is dood.
O. Dat spijt me voor je.
Ik ben Chris Wilkes.
Ben je een smeris? -Nee.
Je hebt m'n voorraad omver gelopen toen je die ruitjes had ingekinkeld.
Ik had je al eens eerder te pakken.
Toen ben ik naar het bureau gegaan en mocht ik je dossier inzien. Dat is dik.
Is die hond van jou? -Nee, maar hij volgt me de hele tijd.
Kom even binnen.
Dan krijg je wat te eten.
Afblijven. Ik wil graag dat het heel blijft.
Ik kom nergens aan.
Dan is het goed.
Vind je het mooi? -Ja. Knap gemaakt.
Het is gemaakt door een oude vriend van me. De beste die ik ooit had.
Er zit dagen werk in.
Wat is ie zwart. Net een Moor.
Hé, ik ga 'm Moor noemen. Moortje? Moortje?
Hier, trek dit maar aan. Daar staat de bezem.
Luister, laten we voorlopig het volgende afspreken.
Je kan hier slapen en je krijgt fatsoenlijk te eten.
In ruil daarvoor verwacht ik dat je helpt met de winkel.
En wat boodschappen bezorgt. -Wel 100 boodschappen.
Ga nou maar vegen.
Hé, Kruimeltje.
Waarom was je er nou opeens vandoor? -Ik kon niet slapen naast die stinkvoeten.
Kom je nu niet meer? -Nee. Ik heb een nieuwe vriend.
Nou, meekomen. -Ik wil niet mee.
Opschieten, ik wil naar huis. Kom op. -Ik wil niet mee.
Kijk. M'n vader zit daar ook. In het Wilde Westen, in Amerika.
Ja hoor, en de mijne zit in China. -Echt waar.
Hij is bij de indianen. Ik zweer het. -Ja, ja.
Kijk, dit is 'm. M'n vader. Ik heb dit van vrouw Koster gekregen.
Nou, da's een hele vent. En wie heb je in dat andere luikje?
Niks.
Welles. Ik zie dat je wat verbergt. -Nietes.
Je houdt gewoon je duim erop. -Dat doe ik helemaal niet.
Beter een vader aan een ketting dan helemaal geen vader.
[geluid van typemachine]
Jongen, waar kom jij zo laat vandaan? -Laat? Is dit laat?
Wat ben je nou aan het doen?
Ik schrijf.
Luister eens goed, Kruimeltje.
Als jij hier wil blijven en m'n vriend wil worden, dan moet er wat veranderen.
Schrijf je met een apparaat? -Dit is een typemachine.
Ik druk de letters hier in, en zo komen ze op het papier.
Wat schrijf je eigenlijk?
Een boek. Ik probeer een boek te schrijven.
Dat is m'n grootste wens, Kruimeltje. Om te schrijven. Schrijver zijn.
Waarover schrijf je dan? -Eigenlijk over kwajongensstreken.
Die ik als kind uitgehaald heb. Samen met m'n vriendje, Harry.
Hij was een heel bijzonder iemand. Een vriend door dik en dun.
Is hij die van het bootje? -Da's dezelfde, ja.
Ik kijk vaak naar dat scheepje, en dan denk ik aan 'm.
Ik mis 'm.
Is hij weg?
Hij is naar Amerika vertrokken. -M'n vader ook. Die zit ook in Amerika.
Kruimeltje, luister. Fantaseren is goed.
Maar verlies de realiteit niet uit het oog. Je hebt geen vader.
Hij ging goud zoeken.
Harry ook. Wacht, ik zal je een foto van 'm laten zien.
Kijk. -Hè?
Die lijkt verdomd veel op m'n vader. Alleen wat groter.
Ik begrijp dat je zou willen dat zo'n knappe vent als hij je vader was.
Je fantaseert vast ook over een lieve, aardige moeder.
Kijk zelf maar.
Maar dat kan helemaal niet. Dit is Harry. Harry Volker, m'n vriend.
Hij zit al meer dan tien jaar in Amerika. Hoe kom je daaraan?
Van vrouw Koster. Ze gaf het aan me vlak voor ze doodging.
Ze zei dat die mensen m'n vader en m'n moeder waren.
Sodeju, jongen. Dan moet jij…
Dan ben jij de zoon. De zoon van Harry Volker.
Waarom zei je niet dat je zo heette? -Die naam zegt me niks.
Weet je wel hoe je moeder heet? -Ja. Lize van Dien.
Ik zou kunnen proberen haar op te sporen.
Met haar wil ik niks te maken hebben. Dat rotmens liet me zo in de steek.
Zoek liever m'n vader op. -Ja, maar die zit in Amerika.
Maar hij is toch je vriend?
Ja, maar ik heb nooit meer iets van hem gehoord.
Waarom niet?
Er was een oorlog aan de gang. Heel veel mensen zijn elkaar kwijtgeraakt.
Of dood.
Of gestorven, ja.
Hé, Wilkes.
Als m'n vader nou eens niet in Amerika was, maar in Holland…
…dan zou ik 'm best tegen kunnen komen, hè?
Natuurlijk.
De zoon van Harry Volker.
[kabaal]
[geblaf, kattengejank]
Wilkes. Wilkes. Wilkes?
Wilkes, wakker worden. Wilkes? -Wat?
Schiet op. Eruit. Kom.
We moeten er doorheen. Kom, hier. Kom. Lopen.
De brandweer.
Moor. Moor is nog binnen. -Kruimeltje. Blijf staan.
Blijf hier. Ben je helemaal gek geworden?
Wilkes, word wakker. Niet doodgaan.
Word wakker. Niet doodgaan.
Word wakker. -Opzij voor de brandweer.
Opzij, dan. Kom op, mensen. Opzij. Opzij.
Opzij. Opzij.
Je bent toch wel een serieuze klant, hè? Want voor kwajongens heb ik geen tijd.
Ik wou vragen hoeveel een kaartje kost.
Retour of enkele reis? -Naar Amerika.
Heen en weer terug?
Ik hoef niet terug.
Tweede klas of derde klas? -Ik ga niet naar school.
Ging je maar naar school, dan zou je begrijpen wat ik bedoel.
Een tweede of derde klas kaartje voor de overtocht. Dat scheelt in prijs.
Is er ook een eerste klas?
Die is er, maar ik kan zo wel zien dat jouw vader dat niet kan betalen.
Hij zit in Amerika. Die ga ik juist zoeken.
Juist, ja. Kinderen onder de 16 mogen niet alleen reizen.
Ik ga niet alleen. Ik ga met m'n hond.
Dat is hetzelfde. -Wat is hetzelfde?
Da's hetzelfde als alleen reizen.
Samen met m'n hond is hetzelfde als alleen?
Ja. Want je hond mag niet mee.
Dieren zijn verboden. -O.
Schiet nou een beetje op, want er staat een hele rij.
Zeg me nou gewoon wat het kost. Het goedkoopste kaartje.
Een enkele reis kost 300 gulden. Derde klas.
Maar er is juist een nieuwe wet. Je kan alleen mee als je een visum hebt.
Ben je al wat beter, Wilkes?
O ja, heel veel beter.
Ik maak me alleen ongerust over jou. -Dat is niet nodig.
Ik heb hartstikke lol met Moor en we eten zoveel.
Hoe kom je daar dan aan? -O, dat krijgen we wel.
We krijgen overal wat.
Waar slaap je dan 's nachts? -In het stoomgemaal aan de Vest.
Nou, niet echt stil.
Vanavond is het kerstavond. Morgen is het Kerstmis.
Wat ga je dan doen, Kruimeltje?
Vrouw Koster zei altijd dat het voor ons geen Kerstmis was.
O, jongen.
Je hebt een thuis nodig.
Een vader die voor je zorgt.
Hé, ik heb liggen denken.
Als ik hier uit mag…
…dan ben ik van plan je vader te zoeken, in Amerika.
Zou je dat willen doen?
Dat zou pas echt een mooi kerstcadeau zijn.
Ik weet niet wat zo'n reis kost.
Heel, heel veel. En je hebt iets vies nodig.
Iets vies? Hoe kom je daar nou…
Ik weet niet hoe het zit met de verze… De verzekering.
Je kunt beter gaan. Hij is nog heel zwak en mag zich niet te veel vermoeien.
Tot morgen, Wilkes.
Kom, Moor.
♪er is een kindeke geboren op aard♪
♪er is een kindeke geboren op aard♪
♪'t kwam op de aarde voor ons…♪
Hé, jij daar.
Ben je nou alweer hier?
De kerk is geen plek voor schooiers zoals jij.
En zeker niet voor beesten. -Die staan anders wel bij de stal.
Een koe en een ezel. -Da's nep.
En nou eruit, armoedzaaier. -De brutaliteit van zo'n jongen.
Jezus was anders wel de zoon van een arme timmerman.
Jezus was de zoon van God. En dat is heel wat anders, hè.
En jij, naar buiten. Schiet op. Eruit. Eruit.
Zo, en nou wegwezen. Ik wil je hier niet meer zien. Begrepen?
♪stille nacht♪
♪heilige nacht♪
♪slaap gerust, sluimer zacht♪
[priester] Vrede op aarde en in de mensen een welbehagen.
Dat is de betekenis van Kerstmis, beminde gelovigen.
Vrede op aarde en heb uw naasten lief.
En het kind in de kribbe is daarvan een teken.
[gejank]
Hé, jochie. Word eens wakker. Wakker worden, jongen.
Gelukkig kerstfeest, jongen.
Nou.
Dit is ook een mooie manier om Kerstmis te vieren.
Ik zou je graag een poosje hier willen houden…
…maar ik ben bang dat we toch iets anders moeten verzinnen.
Je begrijpt toch dat je ergens moet blijven nu vrouw Koster dood is?
Zo, wat ben jij lang en mager.
Ze zullen jou wel Spijker noemen.
Een roestige spijker, omdat je niet kan lachen.
We hebben een afspraak met de directeur van het gesticht.
Honden worden hier niet toegelaten.
Nou, dan gaan we weer. Dag. -Laten we eerst even gaan praten.
Binnen.
Mijn naam is Keyzer.
Door de jongens van het gesticht word ik 'vader' genoemd. Dit is mevrouw Keyzer.
De 'moeder' van het gesticht.
Dat maakt het een beetje huiselijk hier.
Uh-uh-uh, kinderen horen te blijven staan.
Wat is de naam van de jongen? -Kruimeltje.
Kruimeltje? -Zo heet ie al jaren. Niemand weet beter.
Harry heet ik. Harry Volker.
M'n vader zit in Amerika en ik ga met Wilkes m'n vader zoeken.
En ik wil niet in een gesticht. -Z'n fantasie gaat wat met 'm op de loop.
Kinderen hebben hier niets te zeggen.
Ik wil hier niet zijn. Ik loop toch weer weg.
Hou je mond.
Waar woon je?
Heb je me niet verstaan? Ik heb je gevraagd waar je woont.
Ik kan niet m'n mond houden én antwoord geven.
Antwoord. Waar woon je?
Overal en nergens. -Wat is dat voor een brutaliteit?
Neemt u mij niet kwalijk, maar zou u zo goed willen zijn…
…om mij de vragen te stellen in plaats van ruzie te maken met het kind?
Dan schieten we een beetje op. -Ik wil eerst weten of Moor mag blijven.
Wie is Moor? -M'n hond.
Daar vinden we wel een geschikte oplossing voor.
Ga je mee naar de eetzaal? We gaan net aan een echt kerstdiner beginnen.
Laat de hond maar even hier.
Die jongen zal toch moeten begrijpen dat het leven bepaalde offers vraagt.
Ja, en in sommige gevallen te veel.
Jongens, dit is Harry Volker. Hij komt bij ons wonen.
Eh, ga daar maar zitten. Naast Lange Jasper.
Hé. Allemaal wachten tot ik je geef.
Maar hij neemt toch ook. -Dat doet er niet toe. Allemaal wachten.
Kom. Kom maar. Nee, niet…
Bord.
Zeg, heb je weleens een stoomgemaal gehoord?
Een wat?
Dat maakt nog niet half zo'n herrie als jij. Je vreet als een nijlpaard.
Buikie wordt voor nijlpaard uitgemaakt.
Buikie? Heet hij Buikie?
Ik heet Daan. [iedereen lacht]
Wat valt er te lachen?
Ik zei dat Buikie vreet als een nijlpaard…
…en nog meer lawaai maakt dan een stoomgemaal.
Dergelijke taal dulden wij hier niet.
Als je weer zoiets zegt, stuur ik je zonder eten naar boven.
Zeg, waar is m'n hond?
Zeg 'vader'.
Ik ben je kind niet.
En toch moet je vader tegen me zeggen.
Zeg: 'Vader, waar is m'n hond?'
Nou, waar is ie?
Zeg 'vader'.
Zeg…
Eh… Zeg… eh…
Zeg… -Vader.
Waar is m'n hond?
Buiten.
Kunnen we niet buiten spelen?
Nee, kan niet. Alles zit hier op slot.
Ik wil m'n hond. Waar is ie?
Waar denk je dat ie is?
Denk je dat ze 'm hebben weggebracht?
Wat een stinkstreek. Ik moet hier weg.
Hé.
Je krijgt op je kop. -Ga nou maar gauw je hond zoeken.
Hé Spijker, bedankt.
Dag, Harry.
Iedereen noemt me Kruimeltje.
Kruimeltje.
Wat moet je bij dat hek?
Waarom ga je niet naar huis? Het is Eerste Kerstdag.
Ik weet niet waar ik naartoe moet.
Hèh hèh hèh. Een zwervertje? Net als de honden hier?
Honden? Heb je hier honden? -Natuurlijk heb ik honden.
Ik barst van de honden.
Waarom denk je dat ik met die zware emmers loop te sjouwen?
Ik ga ze te eten geven.
Eerste Kerstdag, alleen?
Je kan me wel komen helpen.
Ik heb een kerstboom, hahaha.
Dat is A.
Daar komen de nieuw gebrachte honden in.
Daar blijven ze een dag. De tweede dag breng ik ze naar B.
En de laatste dag… De laatste dag gaan ze naar C.
Ja.
Daarom krijgen die het eerst te eten.
Dit zijn de echte stumpers.
Heeft de eigenaar zich vóór morgen nog steeds niet gemeld…
…gaan ze de gaskamer in.
De gaskamer?
Dit is de gaskamer.
Zo brengen we de honden naar binnen.
Grote honden twee, kleine honden drie.
Dan gaat de gaskraan open, het gas gaat naar binnen en dan gaan ze slapen.
En dan worden ze nooit meer wakker. -Hebben ze dan helemaal geen pijn?
Pijn? Hoe kom je daar nou bij? Honden hebben geen besef.
Nou, ik vind het toch hetzelfde als vermoorden.
Als een hond geen baas heeft, dan gaat ie zwerven.
Dan krijgt ie ongedierte en dan krijgen de kinderen dat ook.
Het is gevaarlijk. Dat doet de samenleving geen goed.
Dus zegt de overheid: Ho ho, opruimen die hap.
Wat een ellende.
Deze zijn vanmiddag binnengebracht.
Blaffen die honden altijd zo?
Er zijn er altijd wel een paar die een grote bek hebben.
Net als bij mensen. -Ik zou er niet van kunnen slapen.
Nou, dat went wel. Ik slaap overal doorheen.
M'n vrouw snurkte als een houtzagerij.
En als ze allemaal tegelijk zouden blaffen?
Dat weet ik niet. Dat gebeurt nooit.
Hier, Moor, nog een.
Hé, er zit geen vogel in.
Die is dood.
Hoe komt dat?
[hij miauwt als een kat]
Waar is je kat?
[hij blaft hard]
Lig je goed?
Kan je me morgen helpen met begraven.
Begraven?
Er worden er morgen drie afgemaakt.
Ach… Dat vind ik het zwaarste werk wat erbij is.
Het begraven van die beestjes. Welterusten.
Zeg, je snurkt toch niet, hè?
Ik was al bang.
[gesnurk]
[gehoest, gesnurk]
[geblaf]
Hier.
Ren weg. Snel.
Rennen. -Verdomme. Kom terug.
Rennen.
Kom terug. -Holliadiejeee, holliadiejaaa.
Ik waarschuw de politie.
Wilkes, Wilkes. Slaap je?
Kruimeltje. Wat goed om je weer te zien.
Ik begon me zorgen te maken. Ik had je gister wel even verwacht.
Waar was je? -Nou, weet je, ik…
Ik werd uitgenodigd door zulke aardige mensen.
Ze hadden van alles te eten, en een kerstboom zo groot…
…en een lekkere kluif voor Moor.
En wie waren die mensen dan?
Nou, die ik nog ken van vroeger. Vrienden van vrouw Koster.
Het is fijn goede vrienden te hebben, hè Kruimeltje?
Ja, Wilkes.
De dokter is lang geweest. Hij zei dat het een stuk beter met me ging.
Echt waar?
Waarschijnlijk mag ik nog vóór het nieuwe jaar het ziekenhuis uit.
Zo lang kan ik het nog wel uithouden.
Moortje, kom. Vlug.
Hé, vuile dief.
Kom hier, vuil rotjong. -Moortje, kom.
Ben je gek geworden? -Gek? Dat vuile rotjong jat m'n botten.
Zo, da's een mooie dame.
Wie is het? -Dat is een Italiaanse dame.
Ene Vera di Borboni, een beroemde pianiste.
Verder weet ik het ook niet, hoor.
Moortje, daar, blaffen.
[geblaf]
Kijk Moor, deze Vera di Bonbon is heel beroemd.
Omdat ze zo mooi piano kan spelen.
Als deze Vera di Bonbon een kind zou krijgen…
…zou ze 'm nooit in de steek laten.
Ze zou een goede moeder zijn. Dat kan je zo zien.
Wilkes.
Gaat het goed? Leuk dat je gekomen bent.
We gaan eens wat regelmaat brengen in jouw leven.
We zoeken een kamer, we kopen wat kleren…
…we leren wat manieren, en dan ga je naar school.
Aha. Wat doe jij hier op straat? Je hoort in het gesticht te zitten.
Gesticht? -Ja.
Je kan meteen mee naar het politiebureau.
Er is een aanklacht tegen jou ingediend door de bewaker van het hondenpark.
Ho ho, wacht eens even. Dit berust op een misverstand.
Ik heb eerder naar u geluisterd, maar dat joch geeft alleen maar problemen.
Dakloze jongens doen de samenleving geen goed.
Misschien kan je beter een plekje bouwen om ze te vergassen.
Net als de zwerfhonden.
Waar je Moor naartoe bracht. -Kruimeltje.
Ik ga niet terug naar het gesticht. Ik slaap liever 100 nachten buiten…
…dan één nacht in die dooie tent.
Ik kom wel even mee, dan kan ik het u uitleggen.
Hé, waarom kom je niet hier?
Als je me naar het gesticht brengt, kom ik niet.
Nou, wees maar niet bang en kom hier.
Geen gesticht. Je gaat met mij mee naar huis.
Welk huis?
Dat we samen gaan zoeken.
Nou, ziet er netjes uit, hè?
Leuk.
Kom, Moor.
Kom, Moortje.
Oliebollen. -Zo.
Op het nieuwe jaar, Kruimeltje.
[babygehuil]
Mama, wie is daar? -Weet ik niet.
Ja? Jij blijft hier. Naar binnen. Ja?
Vrouw Koster, woont die hier? -Nooit van gehoord. Hou je mond dicht.
Wij wonen hier net. [hard gehuil]
Jongens, ik kan mezelf niet meer verstaan.
De vrouw die hier eerst woonde, is dood. Was dat mevrouw Koster?
En dat jongetje? -Nu huilt hij nog harder.
En dat jongetje? -Ik weet van geen jongetje.
Ik heb al genoeg aan m'n eigen kinderen. Sorry hoor.
Als jij je hoofd niet houdt, sla ik 'm eraf.
Het is gisteren laat geworden, ze… Sorry, misschien de buren proberen?
Meneer, mag ik u iets vragen? Weet u of hier een jongetje gewoond heeft?
Mevrouw, er hebben hier in de loop der tijden honderden jongetjes gewoond.
Een jongetje, Harry. Harry van Dien. Bij vrouw Koster?
Nooit van gehoord. En vrouw Koster is dood.
Meneer? Ik wil hier weg.
[scheepshoorn]
Lize, je kunt niet met me mee. Ik wil niet dat je op me wacht.
Maar ik wil wachten. Ik wil mee.
Zeg dat niet. Dat kun je niet weten. Je kent me pas drie weken.
Ik ben een arme sloeber en ik heb je niks te bieden.
Je verdient beter.
Ik hou van je.
Ik hou van je.
Het spijt me.
Nou… Nee? -Nee.
Deze pet?
Ja, die is mooi.
Enne, denk eraan: Jij heet Harry Volker. En je spreekt netjes met twee woorden.
Kom.
Aha.
Goeiendag.
Mijn naam is meester Leentvaar. En wie ben jij?
Eh… Harry Volker.
Ah, kijk eens aan. Dus jij bent nu Harry Volker.
En, hoe bevalt het je hier? -Goed.
Kun jij niet met twee woorden spreken? -Heel goed.
Hè? Het lijken wel koplampen. -Pardon?
Je bril.
'Uw' bril, Kruimeltje. Ik bedoel Harry.
Ik bedoel… Neemt u me niet kwalijk.
Jij hoort te zeggen: 'Goed, meester'. -Goed, meester.
Precies. Met twee woorden spreken. Dat is al veel beter.
Nou, eens even kijken. Ga jij maar daar zitten.
Goed, alles. We gaan verder.
A.
B.
C.
Heel erg goed, Harry. Ik dacht dat jij niet kon lezen.
Die letters ken ik heel goed, van het hondenpark. Zulke gemene mensen.
Ze maken zomaar honden dood omdat ze op straat leven.
Hou jij van honden?
Nou moet je eens goed luisteren, Harry.
Als ik je een vraag stel, geef je antwoord op die vraag. En verder niks.
Bovendien spreekt een kind z'n onderwijzer niet aan met 'jij', maar…
'Jouw'. -Nee, vriendje. Met 'u'.
Gesnapt, ome.
'Gesnapt, ome?' Wat is dat nou weer voor gekkigheid?
Verbeter dat onmiddellijk en zeg: 'Begrepen, meester'.
Alright, kokkie.
Stil. Zeg 'begrepen, meester' of ik gooi je in de hoek.
'Begrepen, meester, of ik gooi je in de hoek.'
Eh, ga maar gewoon verder, ja?
Nou?
Weet je 't niet of hou je me voor de gek? -Ik zou niet durven, meester Peenhaar.
De naam is Leentvaar en niet Peenhaar.
En er wordt niet om gelachen.
Hoi, Wilkes. -Dag, jongen.
Gaan we m'n vader zoeken?
Ik heb maar één overtocht. Helaas kan ik niet meer betalen.
Ik zal hier op je wachten. Met Moor samen.
Ik ben bang dat dat niet zal gaan, Kruimeltje. Je kan hier niet blijven.
Zal je me schrijven over je reis? -Ik hou je stap voor stap op de hoogte.
Beloof me dat je probeert vol te houden. Tanden op elkaar en doorzetten maar.
Dat beloof ik, Wilkes. Kom je veilig terug?
Ik heb net zo lief geen vader dan dat ik jou moet missen.
Jouw vader is een veel betere vent dan ik, Kruimeltje.
Alleen al omdat hij jouw vader is.
Hou je taai, jochie.
Bedankt voor uw hulp bij het visum. -Geen dank.
Ik verzeker u dat deze jongen het verdient.
Zet 'm op, Wilkes.
Goed. Die hond kan in de schuur blijven.
Maar o wee als je dat smerige beest in huis brengt.
Dan ben je nog niet jarig.
Zo, lekker bedje. Kom maar, Moor. Kom.
O, ben je daar weer, jongen?
Je bent van harte welkom.
Ga maar op je oude plek zitten.
Afblijven. -Wie zegt dat?
Ik. Dat hoor je toch? Of ben je doof? -Bemoei je er niet mee.
Je moet gewoon op je beurt wachten.
Bidden.
In naam van de Vader, de Zoon…
…en de Heilige Geest, amen.
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw naam worde geheiligd.
Uw rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden…
…zoals ook wij anderen hun schuld vergeven.
En leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade. Amen.
Amen.
Hij kan ook allemaal kunstjes. Moortje, kijk eens.
Mooi, mooi, mooi. Goed, Moor. Goed zo.
Dood, dood, dood. -Aah…
Jongens, ik hoor wat. Er komt iemand.
Nou dacht ik toch dat ik iemand hoorde.
Harry.
Je weet toch dat de hond niet binnen mag. Als de vader het ziet, zwaait er wat.
Alsjeblieft, laat hem hier. Hij doet geen vlieg kwaad.
Dat weet ik wel, maar je mag geen hond in bed.
Ik zal hem op de grond laten slapen en morgen weer in de schuur brengen.
Als je maar niks tegen Keyzer zegt.
Nou, voor deze ene keer dan.
Harry Volker. Onmiddellijk hier komen.
Au, au, au.
Je hebt geen manieren. Geen discipline.
En je bent ongehoorzaam.
Je hebt die hond hier binnengebracht terwijl ik het je volstrekt verboden had.
Je hebt hem zelfs in je bed laten slapen.
Onder het bed.
'Vader.'
Zeg het. Zeg 'vader' tegen me.
Jij bent een rioolrat…
…die zo snel mogelijk uitgeroeid moet worden.
Ik krijg je wel klein.
Die brutaliteit van jou sla ik er wel uit.
Knoop je bloes los.
[er klinken slagen van de stok]
Ik heb Moor eten gegeven.
Dank je.
De grootste worst.
Probeer wat te slapen. Over een week kun je weer op je rug liggen.
We weten hoe je je voelt. Hij slaat ons allemaal.
Ik heb het niet gezegd. -Wat?
Ik heb hem geen 'vader' genoemd.
Groot gelijk. Zo'n man verdient het niet om zo genoemd te worden.
Nee.
Dat doe je heel aardig, Harry. Wacht, ik zal je een liedje leren.
Ik wil niks van je leren. Je hebt Moor verraden.
Denk je nou echt dat ik dat gedaan heb, jongen?
Wees wijzer en kijk om je heen.
Was het Buikie? -Zoals ik al zei, ik ben geen verrader.
Iemand heeft me verteld dat jij het was. -Wat dan?
Dat jij Moor verraden hebt.
Je verdiende loon. -Vuile verrader.
Als je dat weer flikt, trommel ik je zo in elkaar dat je buik aan de andere kant zit.
Twee brieven. Een voor jou en een voor Harry.
Breng jij 'm even?
Ik heb een brief.
Van m'n vader.
'Beste Daan, hoe gaat het met je, mijn zoon?
Ik hoop dat je een beetje goed te eten krijgt.
Ik heb de heer Keyzer opdracht gegeven om voor jou extra goed te zorgen.
Zodat je een gezonde en sterke Hollandse jongen wordt.
Met mij en je moeder gaat alles naar wens.
Zeker na dat mooie weer van afgelopen week.
Voor nu een groet van je vader en tot volgende keer.'
Tanden op elkaar en doorzetten maar.
Kijk Harry, nou gaan we noten leren.
Kijk. C-D-E-F-G, dan gaan we een stukje verder, A-B-C.
C-D-E-F-G.
A. -Met dit vingertje.
A-B-C.
D-E-F-G.
A-B-C.
Jongen, wat leer jij snel. Wat jij in twee maanden geleerd hebt…
Probeer het volgende stuk maar. Kijk.
Ja.
[pianospel]
Ha, die is voor mij. Van m'n vader.
Jij krijgt nooit post, hè?
Of dacht je soms dat er wat tussen zou zitten?
Hier, kijk zelf maar.
De klep zit dicht.
Ik mag je geen les meer geven. De vader wil het niet hebben.
[vrolijk geblaf]
Jij bent hier de enige verstandige.
[harde fluit]
Er is geld gestolen…
…uit het laatje in mijn kantoor.
De dader kan nu naar voren stappen en zich bekend maken.
Nou? Komt er nog wat van?
Of moet ik het eruit slaan?
Wie heeft dat geld gestolen?
Ik heb het heus niet gedaan. Als je dat soms denkt.
Nee? Waarom niet?
Er is hier nog nooit gestolen. Jij bent hier als laatste gekomen.
Maar je hoeft niets te zeggen.
Ik kom er wel achter.
Hè?
Wat zie ik hier? Een gulden.
Een gulden.
Ik heb het niet gedaan.
Oprapen.
Ik moet je meenemen naar het bureau, Harry.
Wilkes zal zeer teleurgesteld zijn als hij hoort hoe je je hebt misdragen.
Als je eens wist hoe die man jou altijd in bescherming genomen heeft.
Hij zei mij dat ik het verschil goed moest snappen…
…tussen crimineel gedrag en kwajongensstreken.
Nou, hoe zou je dit nu zelf noemen, Kruimeltje?
Een kwajongensstreek?
Ik heb het niet gedaan.
Ga je hond halen, dan kunnen we vertrekken.
Ik had het Wilkes beloofd, Moor. Maar we kunnen niet blijven.
Ik heb het niet gedaan. -Dat weet ik.
Kom, ik help je.
Klim erop. Je moet voortmaken.
Waarom ga je niet mee?
Alles is beter dan hier, weet je. -Ik blijf.
Kom maar, ga maar zitten.
Grote mensen zijn niet te vertrouwen, Moor.
M'n vader en m'n moeder niet…
…de commissaris niet, vader Keyzer niet.
Zelfs Wilkes niet.
Kom, Moor. Kom.
Holliadiejeee, holliadiejaaa.
Holliadiejeee, holliadiejaaa.
Holliadiejeee.
Wanneer wilt u de vleugel thuisbezorgd hebben?
Zo snel mogelijk, alstublieft.
Ik woon hier net en heb al een paar dagen niet gestudeerd.
Zeg ventje, dit is geen speelgoedzaak.
En honden worden al helemaal niet toegelaten.
Laat hem toch spelen.
Als een kind geïnteresseerd is in muziek, nooit ontmoedigen.
Zullen we samen?
['Altijd is Kortjakje ziek']
Wat goed. Van wie heb je dat geleerd? -Van moeder.
En kun je ook noten lezen? -Ja, C-D-E-F-G-A-B.
Ze zullen vast heel trots op je zijn. Hoe heet je?
Kruimeltje. -Kruimeltje.
Nog nooit gehoord. Ik moet weer verder.
Aangenaam kennis met je te maken, Kruimeltje.
Zal ik u even voorgaan?
Tot ziens. -Tot ziens.
Als u nog eens van plan bent een piano te kopen, jongeheer…
Dan weet ik u te vinden. Kom, Moor.
Huh… -Zeg, laat jij je kaartje eens zien.
Heb ik niet. -Ga dan maar met me mee.
Voortaan een kaartje kopen.
Vera di Borboni?
Kruimeltje.
Wat leuk om jou hier te zien.
Zou je ook naar binnen willen? -Maar ik heb helemaal geen geld.
Maakt niet uit. Vanavond ben je mijn gast.
Bravo.
Bravo. -Bravo.
Bravo. -Bravo.
Ja, hij heeft een zware hersenschudding. Gaat waarschijnlijk flink overgeven zo.
Hij moet beslist het bed houden.
In een donkere kamer.
Daar zullen we voor zorgen. -Goedenacht, mevrouw.
Dat kan niet.
Dat is een grap.
Kruimeltje.
Je bent hier.
Bij mij.
CONSERVATORIUM
[in Frans] U speelt heel goed, juffrouw.
[in Frans] Dank u wel, meneer.
[in Frans] U weet dat de opleiding vier jaar duurt?
[in Frans] Ja, meneer.
[in Frans] Muziek betekent heel veel voor me.
[in Frans] Hoe heet u?
[in Frans] Ik heet… Vera.
Vera…
…di Borboni.
Lize van Dien.
Moor. Ouwe jongen. Waar zijn we nou weer terechtgekomen?
[in Frans] Oh, ik zie dat de jongeheer zich vandaag een stuk beter voelt.
Kst.
[in Frans] Ik ga meteen Madame waarschuwen.
[in Frans] En in bed blijven, ventje. Dat moet van de dokter.
We zijn in een ander land terechtgekomen.
Ik versta er geen woord van.
Jongen.
Fijn dat je je weer wat beter voelt.
Je hebt een flinke klap gekregen met het ongeluk.
Je hebt zes dagen geslapen.
Wat is er? Voel je je toch niet goed?
Je hebt iets gegeten, zie ik? -Dat is ik niet, dat is m'n hond.
Hij is m'n enige vriend. Meer heb ik niet.
Ja, Spijker, in het gesticht.
En Wilkes, maar die zit in Amerika, m'n vader aan het zoeken.
Iedereen noemt me wel Kruimeltje…
…maar eigenlijk heet ik Harry Volker, net als m'n vader.
M'n vader heeft gevochten tegen indianen en boeven.
Hij ging goud zoeken, maar dat hebben ze gestolen.
En nou moet hij wraak nemen, met pistolen. Dan schiet hij ze neer.
Hoe weet je dat allemaal?
Zo gaat het in het Wilde Westen.
Echt waar, hoor. Ik heb het zelf gezien in de bioscoop. M'n vader is een held.
En je moeder? -M'n moeder, die haat ik.
Ze wou mij niet hebben, dan moet ik haar ook niet.
Vertel me alles over die Wilkes. Hoe ben je bij hem terechtgekomen?
Mocht u Wilkes spreken, u heeft m'n adres.
Vraag hem alstublieft contact op te nemen met mij.
Meneer Keyzer. -Mevrouw…
Hoe kom je daaraan?
Je krijgt de groeten van Spijker.
Deze brieven heeft hij gevonden in het kastje van Buikie.
Brieven?
Van Wilkes.
Wilkes komt terug. Hij schrijft dat hij 15 augustus aankomt.
Maar dat is morgen.
Hij vraagt of ik 'm kom ophalen. -En schrijft hij nog iets over je vader?
Ja.
Hij heeft hem niet echt kunnen vinden.
Nu zal ik nooit een vader of een moeder hebben.
Nooit.
Ik ga bij Wilkes wonen.
Wat weet je eigenlijk van je moeder?
Behalve dan dat ze je… dat ze je achtergelaten heeft.
Alleen wat vrouw Koster verteld heeft. Dat ze heel jong was…
…en dat m'n vader niet met haar getrouwd was…
…omdat ze zo'n rotmens is natuurlijk.
Rotmensen verdienen geen zoon zoals jij.
Gelukkig vertrok hij net op tijd naar Amerika.
En je moeder bleef alleen achter.
Misschien kun je begrijpen als een vrouw die niet getrouwd is, een kind krijgt…
Dat… Dan… Dat wordt door onze maatschappij niet geaccepteerd.
Zo'n vrouw kan het wel vergeten. Die wordt uitgestoten.
Voor mannen maakt het niet uit, maar een vrouw wordt veroordeeld.
Dat is niet eerlijk.
Nee, dat is zeker niet eerlijk.
Als er dan iets is wat je heel graag wil bereiken…
…iets waar je verder in wilt, iets waar je goed in bent…
Dat is een drang, die zit in je. Zoals muziek in je hart.
En als je dan jong bent, en je hebt geen geld…
…dan is er geen uitweg als moeder alleen.
M'n moeder kon geloof ik aardig piano spelen.
Net als ik. -Nee, niet zo goed als jij, natuurlijk.
Hé, we zijn er. -Kruimeltje, ik… Kruimeltje…
Wilkes, Wilkes. Hier ben ik.
Sodeju, Moor. M'n vader.
Kijk eens.
Wat een goed idee van je, om je moeder mee te nemen.
M'n moeder?
Wilkes, kom. Laat me je voorstellen. Lize van Dien.
Kom hier.
Zeg Wilkes, nou moet je me toch eens vertellen…
…waarom je niet hebt geschreven dat je m'n vader hebt gevonden.
Dat heb ik niet geschreven omdat ik 'm toen nog niet gevonden had.
Hè? Maar je kwam naar huis? Hoe kan dat nou?
Wilkes, aan jou de eer.
Goed dan. Je moet weten dat ik al half Amerika had afgereisd.
Overal gezocht en navraag had gedaan, maar niemand wist waar je vader uithing.
Elk spoor liep dood. Heel frustrerend.
Ik had dan ook zwaar de pest in toen m'n visum afliep en ik terug moest keren.
Ongelooflijk.
[in Engels] Kan ik u helpen, meneer?
[in Engels] Een vriend in Holland maakte zulke kleine scheepjes.
[in Engels] De maker bouwt echte schepen in de haven daar.
[in Engels] Maar hij is geen Nederlander.
'Geen Nederlander.' Dat is wat hij zei.
Ik weet niet waarom ik toch naar die haven liep.
Ik denk omdat ik toch niets te doen had. Misschien was ik gewoon nieuwsgierig.
[in Engels] Mag ik iets vragen? Ik zoek een man die…
Wilkes.
Harry Volker.
Chris Wilkes.
Is dat schip van jou? -Ja. De hele haven is van mij.
Je hebt het Lize genoemd, zag ik. -Ja. Lize.
Het kwam door dat scheepje.
In Amerika had ik nooit tegen iemand gezegd dat ik uit Nederland kwam.
Het is echt een wonder dat ik hier nu zit. Met jou.
En bij jullie.
[kerstmuziek]
Hé, Kruimeltje.
Keesie.
Krijg nou wat. Da's je vader.
Leuk cadeau. -Ja?
O, wat een mooie auto.
Een brandweerauto. Dat heb ik altijd al willen hebben. Bedankt.
Jongens, sorry dat ik zo laat ben. Gelukkig zijn jullie al begonnen.
Kijk eens, meneer de commissaris. -Bedankt. Wat zou dat nou zijn?
Alsjeblieft.
Harry. -Hallo.
Kijk eens.
Iedereen krijgt van mij hetzelfde…
…maar Kruimeltje, jij mag het als eerste uitpakken.
Dank je wel, Wilkes. -Alsjeblieft, jongens.
Ga zitten, ga zitten. -Dank je.
Krijg nou wat. Wilkes heeft een boek geschreven.
Dat had je beter niet over mij kunnen schrijven. Wie wil dat nou lezen?
Dat kan mij niet schelen, Kruimeltje. Ik wou het schrijven.
Wie het lezen wil, dat is een ander verhaal.
Wilkes.
Mijn felicitaties. -Dank u.
Het is je echt gelukt.
Kom ik er goed af? -Ik zou zeggen, lees het maar.
Dat wordt nooit wat met dat boek.
'"Eruit, of ik trap je eruit."
"Geef me een krentenbol," smeekte het jongetje.
Woedend stoof de dikke bakker op 'm af en zou hij zeker…'
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.