Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
[muziek]
[geroep van verkoper]
Heerlijke eitjes! Prachtige eitjes, 3,5 cent per stuk.
Oh?! 3,5 cent?!
Ik vind het wel heel erg duur voor een ei.
Het is een prachtig ei. -Vorige week was je een cent goedkoper.
Wat is nou een cent? -Een cent, een cent?!
Weet je wel hoeveel een klosje garen kost tegenwoordig?
Vast minder dan een nieuwe sok. -We moeten zuinig zijn.
Ik heb juist een nieuwe bril gekocht.
Nou, het is geen gezicht. [gegrinnik]
Dan heb ik nog deze eieren.
Ze zijn een maatje kleiner. -Die wil ik dan weleens zien.
Nou zal ik die kaalkop hebben!
[gil]
[jammerend] Ah, m'n bril!
Dat is die vervelende Pietje Bell! -M'n nieuwe bril.
O! -Jij! Jij! Kwajongens ook.
Grijp 'm! -O!
[geblaf, gegil]
Moet je nou toch eens kijken. Jozef beweegt! [lacht]
Engeltje, Peentje, verspreiden!
[Pietje hijgt]
[gejuich, applaus]
[Pietje kreunt]
Dag, agentje. Sta je weer lekker te suffen?
Hij heeft mij aangevallen. Houd 'm! Houd 'm!
[fanfaremuziek]
[gelach]
[gelach]
[schrikreactie] [Jozef gromt]
Huh?!
[getoeter, schrikreactie]
Waarom valt er papier uit de lucht?
Dat is speciaal voor mij. Ik ben miljonair!
En ik ben Pietje Bell. Ajuus! -Wat?! Wat?! Kwajongen!
Hier.
Heb jij geen schoenen?
De krant lijdt verlies. Zwaar verlies.
Uw vader deed wat hij kon. De concurrentie is moordend.
De concurrent had vandaag een optocht omdat hij goudgeld verdient.
Pijnlijk was dat. Toegejuicht door honderden mensen.
Een feeststemming. Hier heerst een grafstemming.
Tja, dat komt door het overlijden van uw vader.
Ik ben niet uit Amerika teruggekomen om het erbij te laten zitten!
Wat hebben we voor vanavond? -De optocht op de voorpagina.
Dan het gebruikelijke nieuws uit binnen- en buitenland.
De sport, een paar diefstallen.
En dan een klein berichtje op de laatste pagina:
'Jochie van negen verstoort de optocht van miljonair', met foto.
Geen slechte foto. -Geef eens hier.
Dit plaatsen wij groot op de voorpagina.
Ben je gek geworden? -Nee.
Hoe heet die jongen? -Pietje Bell.
Je mag nooit meer je schoenen weggeven, hoor je me?!
Je mag alleen dingen weggeven waar je genoeg van hebt.
Vorken en lepels, genoeg voor iedereen!
Niet te snel. Ik heb genoeg. -Hé! Wat doe je nou?!
Hier, kom eens! -Maar we stikken in de vorken en lepels.
O, ik heb ook wat te stellen met jou, hè.
Ga je vader helpen. Ik wil je even niet meer zien. [vader lacht]
Nou, dat lieve zoontje van jou staat in de krant, Bell!
Op de voorpagina nog wel, hè! Wat heb je daarop te zeggen?
Dat werd tijd.
Staat er iets leuks in de krant, in plaats van moord- en doodslagberichten.
De hele stad spreekt er schande van. Wat moet er van 'm terechtkomen?
Je kan beter een voorbeeld nemen aan mijn opvoeding.
Mijn Jozef heeft nog nooit iets fout gedaan.
Hij is nog nooit in aanraking gekomen met de politie.
En die zal nooit de voorpagina van de krant halen!
Heel logisch. De krant is niet geïnteresseerd in saaie lummels.
Beter dan een brutale aap. En wat denk je te doen je aan die kapotte bril, hè?!
Dat ding heeft me een fortuin gekost!
Die bril zal ik wel vergoeden.
Ik wil niet dat je zoon als een blinde kip over straat moet. [Pietje kakelt]
Wat heb jij met de kralen gedaan?!
Ermee geknikkerd. [vader lacht]
Ja, lach er maar om!
Als je niet kan lachen, dan leef je niet. -Als hij zo doorgaat, verlies ik m'n baan!
Dat mag niet gebeuren. Luister je wel naar je zus?!
Ook al ben je m'n schooljuffrouw, ik doe lekker niet wat jij zegt!
[Jozef schraapt z'n keel]
Goh, Jozef! Je draagt een bril!
Ik wist niet dat je slechte ogen had. -Die heeft hij niet.
Maar het staat geleerd. -Er zit gewoon glas in.
Vind je 'm mooi, Martha? -Ja. Maar hij is stuk.
[Jozef schraapt z'n keel]
[pets] Au! Juf, ze gooien! -Wie gooit?
Weet ik niet, juf. -Au!
Martha! Doe eens even open!
Goeienavond, juffrouw-zus. -Je bent veel te laat en wat zie je eruit!
Ik heb… -Hou je mond!
Schaam je, zo laat komen! Je bent hier niet thuis!
Nee, dat weet ik wel. Maar jij ook niet.
Vooruit, naar binnen!
Zo! Als dat Pietje Bell niet is!
Ten eerste ben jij veel te laat en ten tweede bombardeer jij mij met kastanjes!
Jij gaat linea recta naar de hoofdmeester!
Wat?! -Nee, niet naar de hoofdmeester!
Jij moet een toontje lager zingen! -Ik zing helemaal niet.
Hou je mond als je tegen me praat! Naar huis!
Maar hij is hier net. -Hij verdient straf. Hup, naar huis!
Zeg, bemoei je met je eigen!
Ja, bemoei je met je eigen klas. Volgens mij gaat het niet goed. [kabaal]
Stilte! Of jullie krijgen allemaal 100 strafregels!
En jij! Jij ook.
[juf] Nederland staat bekend om z'n bloembollen… [hikt]
[schraapt keel] …zoals tulpen, krokussen, hyacinten en narcissen. [hikt]
Rond Haarlem, de hoofdstad van Noord-Holland, liggen bloembollenvelden.
Die bloembollen worden over de hele wereld verkocht.
Pietje! [schrikreactie]
[hikt] Ga eens even voor de klas staan en vertel eens precies…
…wat ik gezegd heb over Haarlem en de bloembollenvelden.
Eh…
Eh… [juf hikt]
De bollenbloemvelden… [kinderen lachen]
Nee, de bloemenveldbollen… [kinderen lachen]
Nee, de bollenveldbloemen… [kinderen lachen]
…staan in Noord-Holland.
En dat is de hoofdstad van Haarlem. [kinderen lachen]
Jij bent zeker de leukste thuis. -Nee, hoor. Dat is m'n zus. [hikt, gelach]
Martha, zal ik even wat water pakken?
Nee, dat hoeft niet. Ik heb alleen maar de… [hikt]
…hik. Als je nou gewoon gaat zitten, dan gaat de hik vanzelf over. [hikt]
En haal het niet in je hoofd om… [gegil]
Pietje! [gegil]
Pietje, hou op! Pietje!
[rumoer]
Pietje! Hou op! Hou op! [gegil]
De hoofdmeester… [gegil]
De hoofdmeester heeft mij opdracht gegeven…
…om deze nieuwe jongen de klas te wijzen!
Huh?
[schrikkreetje]
[Jozef slaakt stamelkreetjes]
[Jozef hijgt]
Ik ben jou spuug- en spuugzat!!
Ik heb een paraplu nodig.
Jij vliegt de school uit!!
Dag, Sproet.
[Jozef kreunt boos]
Pietje, Pietje, Pietje!
Ga direct naar huis en sluit je ogen voor alle leuke dingen. Oké?
[plons]
Je wil toch niet zeggen dat Jozef Pietje naar huis heeft gestuurd?
Jawel, zo'n twee uur geleden.
Ach. Hij loopt heus niet in zeven sloten tegelijk.
Pap, geef me mama even.
Ik hoor dat Pietje Bell vermist wordt. -Wat?!
Hij is verdwenen bij de Maaskade. De politie sluit verdrinking niet uit.
Zal ik een mannetje sturen? -Nee. Ik ga zelf.
[droevige muziek]
Ja, dat is zijn pet.
Goed, de duikers kunnen erin. Gauw. Gauw!
Ik schrijf voor Het laatste nieuws. Bent u de vader van de vermiste jongen?
Z'n naam is Pietje Bell.
Ja, dat weet ik.
En voor mij is hij heel bijzonder.
Hij komt heus wel terecht. Onkruid vergaat niet!
Pietje is geen onkruid! Voor mij is hij een…
Een brandnetel? -Nee, een roos!
Nou, ze prikken allebei.
[Martha snikt]
Martha. Als ze 'm vinden, zou je dan, eh…
…een keertje met me uit willen gaan? -Ik doe alles, als hij maar terechtkomt.
[gelach]
Maar goed dat we jou uit het water hebben gevist. [gelach]
[heldhaftige muziek]
[scheepstoeter]
Hé, papa! [scheepstoeter]
Papa!
Pietje! Pietje!
Koop Het Laatste Nieuws! Pietje Bell urenlang spoorloos!
Al die paniek voor niks!
[boos] Dit kleine prutskrantje maakt een grote fout!
Ze bombarderen een onbenullig, onopgevoed knaapje tot wereldnieuws!
En ik zeg je: daar is niemand, maar dan ook niemand in geïnteresseerd!
[huilende baby]
Wat ben je nou aan het doen?
Jullie mogen niet je gat afvegen met Pietje Bell. Dat moet ik niet hebben!
[gezoem van vliegen]
Zo, de rest kunnen jullie gebruiken.
Wie is Pietje Bell, Willem? -Afblijven!
Dat is m'n vriend.
En die blijft hier hangen!
Papa, hoe ziet tante Cato er eigenlijk uit?
Een vrouw die lijkt op een ouwe tang, dat is ze.
Neemt ze cadeautjes mee? -Ik denk het niet.
Elk kwartje wat zij uitgeeft, mag in de krant.
[trein toetert]
Pieter Bell, kom eens even helpen!
Lieve hemel, zeg. Wat een bagage.
Hoelang was u van plan te blijven, een jaar?
Ik heb een vreselijke reis achter de rug.
Ik ben al vier uur onderweg. Ik heb drie keer moeten overstappen.
Ja, u had ook de trein moeten nemen. -Ben je gek, dat is veel te duur.
En wie ben jij?
Ik ben Pietje. -Zo, ben jij nou Pietje?
Jou heb ik nog nooit gezien. -Ik jou ook niet.
Geef me een kus!
Zeg tante, je mag weleens naar de dokter gaan.
O ja? En waarom dan wel?
Je hebt een verschrikkelijke puist op je neus.
Is dat kind altijd zo brutaal?!
Ach, ik heb 'm geleerd de waarheid te spreken.
Zullen we maar een taxi nemen?
Nee, we gaan lopen. Een wandeling zal ons goeddoen.
Ik hoop dat ze gauw ophoepelt.
Het blijft wel een vriendendienst, hè? Ik was niet van plan om te betalen.
Ik had niets meer om aan te trekken, dus ik moest wel naar jullie komen.
[vader zingt op de achtergrond] En nu wil ik graag een tukje doen.
Ik ben doodmoe van al dat sjouwen. [gezang]
Pietje, vraag jij aan je vader of het even stil kan zijn?
Ik ga slapen. [gezang]
♪ je vraagt je vaak af: waar doet hij het voor? want als hij zo doorgaat… ♪
Kan het wat stiller? Tante Cato wil slapen!
Zal ik je even m'n kamer wijzen? Je slaapt in mijn bed.
Dan hoop ik maar dat je moeder het verschoond heeft.
Zeg, tante. -Ja?
Ben jij van ijzer?
Ik? Van ijzer?! Waarom denk je dat, jongen?
Nou, papa zegt dat je een ouwe tang bent.
Zei je vader dat, dat ik een ouwe tang ben, hè?!
En tante, kun je goed hoepelen?
Waarom wil je dat weten?
Omdat papa hoopt dat je gauw ophoepelt.
En mag jij zulke dingen tegen mij zeggen?
Ja hoor, ik mag alles zeggen, als ik maar beleefd ben.
Nou, zo beleefd ben jij niet. Je kan niet eens 'u' zeggen.
Wel, hoor. Uuuu.
Heb je cadeautjes mee?
Ik wil graag een grote zak knikkers.
Kinderen die vragen, worden overgeslagen.
En kinderen die zwijgen, lopen de kans niks te krijgen.
Kijk eens, hoe mooi de rok zwiert.
M-hm! Ach, wat zal hij je mooi staan, Martha.
Ik hoop zo dat je ridder te paard in de zaal is…
…en dat hij de hele avond met je danst.
[gesnurk]
Au! M'n neus, m'n neus! Wat moet dat?!
Niet aanzitten! -Wat heb ik nou aan m'n neus hangen?
Een draad! Dat heb jij zeker gedaan hè, misselijk kind!
Maar tante, ik ben niet misselijk. Ik wou die puist…
Je moet je neus niet in mijn zaken steken. Ga uit m'n ogen!
Maar tante, zo raak je je puist nooit kwijt!
En noem me geen tante! Ik ben je tante niet!
Ik ben alleen de tante van je vader en dat is al erg genoeg!
Nou tante, of wie je ook bent, dan moet je het zelf maar weten!
[Pietje imiteert zeurende tante]
Ha, Sproet!
Loop je met een baby? -Nou, eh…
Wat is het, een jongen of een meisje? -Een jongen, maar hij slaapt.
Mag ik eens zien? -Nee!
Zo doe ik altijd de boodschappen.
Slim! Hoef je niet te sjouwen.
[mistroostige muziek]
[gehuil van baby]
Eindelijk, daar ben je. Godzijdank. [baby huilt]
[baby kucht, huilt]
[baby krijst]
Hanna sterft van de honger. [baby krijst]
Wie heb je daar bij je?
Dat is nou Pietje Bell.
Ah! Die beroemdheid uit de krant!
Je mag wel even binnenkomen.
Willem neemt nooit eens iemand mee.
Hij moet wel een heel echte vriend zijn.
[baby krijst] Och, kom maar. [baby snikt]
[rommelend geluid, onheilspellende muziek]
Als we eindelijk te vreten hebben, dan geef je dat niet aan vreemden!
Wat doe jij hier?
Jij hebt hier niks te zoeken, snotkoker!
[Pietje kreunt]
Nou, wegwezen jij!
Wat is er, Sproet?
Heb je gevochten? Met wie?!
Zeg me wie het gedaan heeft, dan zal ik 'm terugpakken.
Nee.
Ben je gek?! Je laat je toch niet aftuigen?
Nou, wie is het?
M'n vader.
Wat?! Je eigen vader?
Als het tegenzit, kan hij z'n handen niet thuislaten.
Hoe vaak zit het tegen? -Hoe vaak?! Te vaak!
Het gaat altijd over geld en dat is er nooit.
M'n vader heeft geen werk.
Hier.
Nee, dat hoef je niet te doen.
Ik mag weggeven waar ik genoeg van heb. Bovendien zijn we vrienden, of niet soms?
Ja, we zijn vrienden.
Dan zijn er twee dingen belangrijk, zegt m'n vader.
Het ene is dat je met elkaar kan delen. [schoolbel]
Kom.
En het tweede?
Dat je elkaar kan vertrouwen.
[accordeonmuziek, geklapper van castagnetten]
Niet weggaan, ik ben zo terug.
[gesnurk]
[accordeonmuziek, geklap, geklapper van castagnetten]
[geklapper van castagnetten]
[geklapper]
♪ één, twee, in de maat, anders wordt m'n tante kwaad ♪
Is het nou eens afgelopen met je grapjes?! Ouwe mensen voor gek zetten!
Het is een schande! Ik hoop dat ik je nooit meer zie!
Sta daar een beetje foto's te maken van die arme vrouw zonder kunstgebit in!
Oh, moet je nou kijken! M'n nieuwe jurk is helemaal kapot!
Dat heeft tante Cato gedaan!
Nou, hou nou eens een keer je mond! -Au.
Waarom doe je dat nou?
Breng me maar naar de tram, ik blijf hier geen minuut langer.
[getik van regen]
Je hebt me nog nooit geslagen.
Ik kan niet eens een grapje maken of het komt in de krant.
Dan kan de hele stad meegenieten.
Ik doe het heus niet expres. Ik wou geld verdienen voor Sproet.
Sproet? Wie is dat?
Een nieuwe jongen op school.
Ah. Heeft Sproet dat gevraagd?
Nee, tuurlijk niet!
Maar anders slaat z'n vader 'm bont en blauw, net als jij.
Je moet me niet vergelijken met de vader van Sproet.
[stemmige muziek]
Wat zit je nou te kijken?
Ik zie een gaatje in je jurk.
O, dat. Ja. De jurk is nieuw.
Vind je 'm mooi?
In een nieuwe jurk horen geen gaatjes.
En hier, die flap, daar zit een rare plooi in.
Een rare plooi? Waar, hier?
Heb je 'm in de uitverkoop gekocht?
Er is een ongelukje mee gebeurd. -Nou, dat is te zien.
Pietje had een verkleedpartij en dat liep uit de hand.
Bij hem loopt alles uit de hand! Jullie zijn veel te slap voor 'm!
Er moet iemand tegen 'm optreden! -Hij heeft al straf gehad.
Maar we zijn 'm ook dankbaar, want hij heeft ons van tante Cato verlost.
M'n moeder heeft de schade hersteld. -Nou, dat had ik beter gedaan.
Jij? -Ja, ik.
Geloof jij soms niet dat een jongeman kan naaien?
[Martha giechelt] Ik stop mijn eigen sokken!
Je moeders naaiwerk is prutswerk.
O.
Zullen we dansen?
Eh… Ik, eh…
Ik heb m'n ranja nog niet op.
[Jozef] Pietje Bell!!
[naderende voetstappen] Oh, Jozef. Ben jij het. Ik schrok al.
Het is meester Geelman voor jou!
Meekomen, jij!
Maar ik moet naar m'n zus! Ze wacht op me!
We gaan de rollen omdraaien. Het wordt tijd dat jij op ONS wacht!
[gemeen] We zullen eens zien wie hier de langste adem heeft.
[schrikreactie]
[onheilspellende muziek]
[Pietje zucht]
Juf, ik zie allemaal rook!
Goeie genade!
[Pietje] Help, brand! -De deur zit dicht!
Er zit geen sleutel in! -Hé, dat is ook gek. Zit hij op slot?
[Pietje] Martha, ik kan er niet uit! -Pietje zit binnen! O!
[gehoest]
[Pietje] Jozef heeft de sleutel! -Het leven kan soms zo eenvoudig zijn.
[treurige muziek, geroezemoes]
[leerling] Pietje! -Kunt u vertellen wat er is gebeurd?
[Jozef] Nou, hij wilde wraak nemen op mij. [lacht]
Kijk, hij is dus daar geweest. Nou, persoonlijk heb ik 'm… [lacht]
…heb ik 'm… [lacht]
Die onzin verkoopt goed.
Onze oplage loopt terug…
…terwijl de verkoop van dit snotkrantje met de dag stijgt!
Misschien moeten we die jongen… Je weet wel, die jongen…
…ook eens groot op de voorpagina zetten.
Dat weiger ik pertinent!
Die… pff, die-die-die-die Pietje Puk komt er bij mij niet in!
[in koor] Hij heet Pietje Bell!
Vanaf nu zetten wij de depressie vet op de voorpagina!!
♪ wie zal dat betalen, zoete, lieve geit ♪
Ja, wie zal dat betalen? [zucht]
Wat betalen?
Laat mij eens kijken, of je voor het werk al groot genoeg bent?
Ik moet een flinke, stevige knul hebben.
[lachje] Mooi zo.
[lacht] Moet je eens goed opletten. Weet jij waar mevrouw Slieper woont?
Dat schele mens uit de Waterstraat? -Ja, dat is ze.
Maar reparaties betalen, ho maar. Ze loopt al een halfjaar achter.
Een halfjaar?! Wat een gemeen mens, zeg!
Ja… En als ze nou de enige was…
Ach, er is geen geld meer onder de mensen.
Maar hoe moet ik eten kopen als ze mij niet betalen?
Ik zal wel zorgen dat dat mens van Slieper betaalt!
Hoe wou je het doen?
Netjes beginnen. -Je zal zien dat we geen geld krijgen.
Stil nou! Als we zo beginnen, krijgen we zeker niks.
Wat moet je?!
Ha, mevrouw Slieper. Ik ben blij dat u thuis bent.
Ik heb hier een rekening van m'n vader, schoenmaker Bell uit de Breestraat.
U heeft nog niet betaald.
Zeg tegen je vader dat ik volgende week langskom.
Maar dat zegt u al een halfjaar. -Dat lijkt mij sterk, jochie.
Hoepel nou maar op! -M'n vader heeft lang genoeg gewacht.
M'n vader wil niet 100 keer om z'n geld zeuren.
Dan kan hij geen schoenen meer maken. -Hoepel nou maar op!
Nou laat ze je gewoon staan!
Dat had ze gedacht!
Ik kan er beter een speld tussen steken, dan krijg ik geen lamme duim.
[gil] Hé!
Zeg, dat gaat zomaar niet! Een beetje mensen natgooien!
Die emmer was voor ons bedoeld.
Ze wil de rekening van m'n vader al zes jaar niet betalen.
En nu wij om de centen komen, smijt ze met water en raakt ze u.
Mevrouw Slieper, kom naar beneden als je durft!
Dan sla ik je op je ogen tot je weer recht ziet!
Wacht even. Dat moet je zo niet aanpakken. Let op.
Mevrouw Slieper heet ze? -Ja.
Mevrouw Slieper, als u niet onmiddellijk naar beneden komt om te betalen…
…en uw excuses aan te bieden, dan komt er een stuk in de krant…
…waarin staat dat u zomaar argeloze voorbijgangers natgooit…
…én mijn fototoestel vernield hebt!
Gelukkig, hij doet het nog.
[fanfaremuziek]
Allemaal zonder werk…
Mevrouw Slieper heeft betaald!
[vader lacht]
'Ik ga naar school.' Welke tijd is dat?
Half negen, meester. [gelach]
Tegenwoordige tijd, meester.
Heel goed! [lachje]
En wat is: Ik ging naar school?
Eh, verleden tijd. -Juist.
En wat is: Ik ben naar school gegaan?
Pietje!
Pietje!
Pietje Bell, wat zei ik daar?
Waar? -Hier, natuurlijk!
Heb jij geen oren?!
Nou, wat zei ik daarnet?!
U zei: Heb je geen oren?
[Jozef gromt] Ah!
Ben jij soms doof?!!
Ja, nu hoor ik helemaal niks meer.
Nou, wat zei ik daarnet?!
Ik zou het niet weten. -Nee, jij lag te slapen in de bank!
'Ik ben naar school gegaan', welke tijd is dat?!
Ehm… Verprutste tijd? [gelach]
In jouw geval geloof ik werkelijk dat dat zo is! Verprutste tijd!
Vanmiddag nablijven en 100 keer schrijven:
Ik verpruts mijn tijd op school! [hijgt woedend]
[piepend krijt]
'Jozef verprutst z'n tijd op school.
Jozef verprutst z'n tijd op school.
Jozef verprutst… [gaapt]
…z'n tijd op school.'
[man] Jongens, opschieten! -[jongen] Ja, deze is voor jou!
Fred Meier!
Waar is Fred Meier?
Is hij weer te laat?
Onbetrouwbare hond. Altijd te laat!
Laat mij het doen!
Jij?! Snotneus. Geen haar op m'n hoofd die eraan denkt!
[lacht] En daar is niet om te lachen!
Ach, Van Dijk, geef 'm die baan.
Die jongen heeft geld nodig. -De waterman!
We willen allemaal miljonair worden, hè?
Juist. En als krantenjongen kun je geweldig carrière maken.
O ja? -Ja. Van krantenjongen tot miljonair!
Miljonair… -[Van Dijk] We zijn hier niet in Amerika.
Het Laatste Nieuws! Lees Het Laatste Nieuws!
Het Laatste Nieuws! Koop Het Laatste Nieuws!
Het Laatste Nieuws! Koop Het Laatste Nieuws!
Dat jong komt me bekend voor.
Ja, hij lijkt sprekend op, op, eh…
Je wordt met de dag vergeetachtiger. -Ja.
[Van Dijk] Klaas van Diepen. -Ja.
Van Diepen. Jos Snoek. -Ja.
Snoek.
Pietje Bell. Bell.
Ach. [lacht]
Een miljoen gulden… -Zo veel geld heeft niemand.
Nou, de koningin misschien. -Ja, die wel.
Ze mag weleens wat weggeven! -Zij?
Ben je gek? Zonder geld ben je niemand.
[circusmuziek]
Wie wil er nou naar zo'n dom circus? -Wij, natuurlijk.
Maar we hebben niks.
Ik heb een wortel. -En ik een idee.
Ik heb de hele dag gewerkt.
Werken? Wat is dat?!
We hebben de circustent helpen opzetten.
Laat zien, je geld.
Niet voor geld, maar voor dit.
Twee vrijkaartjes voor het circus, één voor jou en één voor mij.
Je bent een zoon naar m'n hart, jongen.
Ik heb gehoord dat alle voorstellingen uitverkocht zijn.
Dat zal veel geld opbrengen op de zwarte markt.
[applaus, rumoer]
[jolige muziek]
[gelach]
[rumoer, gelach] Och.
[knal, gelach
[gelach, applaus]
[gelach]
[gelach, rumoer]
Jemig! [gelach]
Wauw! [applaus]
[vage circusmuziek]
Hè verdorie, Pietje! Weet je wat zo'n servies kost?!
Als m'n circus klaar is, dan kan je er wel tien kopen.
[moeder snuift verontwaardigd]
[vrolijk rumoer]
[inspanningsgekreun]
[Pietje] Hier heb ik een gouden horloge.
Ik leg 'm op deze steen, pak een hamer en…
…sla het horloge stuk.
Maar nou moet u goed kijken wat ik doe.
Ik ga hetzelfde horloge uit m'n mond toveren.
Hocus pocus pilatus pas en…
…daar is het horloge! [gelach]
Dan heb ik nu een hoed nodig. Wie heeft er een hoed?
Daar gebeurt toch niks mee, hè? Hij is nieuw.
O nee. Ik zal 'm netjes teruggeven.
Dan ga ik nu een taart bakken.
Eerst twee eieren. [schrikreacties, gegiechel]
Dan wat meel.
Dan wat suiker.
Dan wat zout. [gelach]
Oeps, te veel! [gelach]
Even roeren.
Even boven het vuur houden.
Kijk uit! Je brandt een gat in m'n hoed! -Hocus pocus pilatus pas.
En hier is de taart! [gelach]
Eh, ik denk dat het nu de hoogste tijd is voor het horloge!
[schrikreactie]
Oh! [vuurpijl piept]
[vuurpijl piept] [allen] Oh!
[allen] Oh! Oh!
[schrikreactie]
[gegil, consternatie]
Oh! Het geld!
[gegil, consternatie]
Alles is voor niks geweest. -Nog erger: het gaat ons veel geld kosten.
Durf jij naar huis?
Ben je gek? En de politie me daar oppakken zeker.
Nee, hoor. Ik loop weg. -Ik ook.
Waarnaartoe?
Ik ga naar Amerika, dan kan ik eindelijk miljonair worden.
Naar Amerika? Dan moet je over zee!
Nou, er liggen hier boten zat.
Weg die hoeden! Dan kunnen ze die mooi opduiken.
[vader lacht]
Koop hier maar een nieuwe hoed van. -Ja, dank u wel.
Papa, heb jij m'n horloge gezien? Ik kan 'm nergens vinden.
Hij heeft wel een gouden horloge op een steen stukgeslagen.
Wat zegt u nu?! -We hebben wel gelachen.
Het is ongehoord! Het is werkelijk waar, het is ongehoord.
Jouw lieve zoontje heeft brandgesticht bij de molen, op de houtzagerij.
De hele stad is in rep en roer. Het is één grote puinhoop!
Lieve hemel. Is er iemand gewond geraakt?
Nee, dat niet, maar het was werkelijk waar één grote ravage!
Mijn zoon Jozef heeft alles gezien. Voor misdadiger groeit hij op.
Oh, ik ben blij dat dat mijn kind niet is! Mijn Jozef…
Hou nou maar op over die Jozef! Ik ben op zoek naar Pietje Bell.
We varen!
Zie je al wolkenkrabbers? -Nee, ik zie twee kerels.
Pak even het touw uit het vooronder.
[schrikreactie]
[bange zuchtjes]
[onheilspellende muziek]
[gilt twee keer] Teun, kom gauw! Teun!
Wat sta je te gillen als een oud wijf? Hou toch stil.
Er zit iemand in! Ik voelde een hand!
Klok, Klok, Klok, Klok. Weer te diep in het glaasje gekeken?
Nee, ik weet het zeker!
Misschien is het een politieagent.
Of een verklikker. Als die ons erbij lapt, dan zitten we tien jaar vast!
Ssht! Kan het nog harder?!
Hadden we nou maar een revolver! [knal, pijnkreet]
Een revolver! [man kreunt]
Onzin! Eerlijke schippers zoals wij hebben nooit een revolver bij ons.
Wat gaan we doen? -Naar z'n gezicht kijken.
Maar als hij ons nou aanvliegt? -Aanvliegt! Het is toch zeker geen uil!
[spannende muziek]
Kijk eens wie we hier hebben!
Twee jongens.
Kom er eens uit.
Dat joch komt me bekend voor. -Doe toch niet zo ongelooflijk dom!
[geroep van uil]
Nou, daar zitten we dan.
Ik zie geen steek.
Wist ik nou maar een goocheltruc.
Die mislukken toch altijd.
O ja?! Hocus pocus pilatus pas, ik wou dat ik vrij was!
[Pietje kreunt]
[Pietje zucht opgelucht]
[betoverende muziek]
Heb je ooit zo veel mooie spullen bij elkaar gezien?!
Het is een rovershol. Dit is hun buit.
Zou Martha het verschil merken?
Nee.
Ze zijn zelfs naar het circus geweest!
We moeten hier weg!
[schrikreactie]
[geit mekkert, hond blaft in de verte]
Hé, stop, stop!
Mogen we meerijden?
Nou, vooruit.
Uitstappen, jongens!
Weet jij waar we zijn? -Nee.
Dit stukje stad heb ik nog nooit gezien.
'Pietje Bell op de vlucht'?! Wegwezen, we worden gezocht!
Krijg nou wat! Pietje Bell!
Dat staat zomaar ineens voor m'n neus!
Wie is dat mens?
Dat mens is mijn tante Cato.
Wat doe jij in Delft?! -Delft?!
We zijn verdwaald!
Mogen we alsjeblieft iets kopen? Ik rammel van de honger.
Dan moet je niet bij mij wezen. Jullie zouden nog m'n neus en oren afeten.
Nou, ik zou haar neus laten zitten.
Zeg, ben jij niet Pietje Bell?!
En al is hij Pietje Bell, wat dan nog? -Dat zult u wel merken.
Hij moet mee naar het bureau. -Ik ben z'n tante, ik breng 'm haar huis!
Maakt me niet uit. Al was u de keizerin van China, ik neem ze mee.
Nou ja, zeg! Wat een brutaliteit!
Pietje Bell, commissaris.
Zo-zo. De schrik van de stad.
En wie zijn dat?
Dit is m'n tante Cato en dat is m'n vriendje Sproet.
Ik ben z'n tante uit Delft. Of liever: z'n oudtante, de tante van z'n vader.
En ik wil niet m'n neus steken in zaken die me niet aangaan, meneer agent.
Doet u dat dan ook niet. -Excuus, excuus!
Ik ben maar een alleenstaande vrouw en ik woon in Delft in een goedkope woning.
Want in Delft is de huur de helft. Tenminste, dat zeggen ze.
Maar ik betaal evengoed een hoop, meneer agent.
Ik ben geen agent, ik ben commissaris! -Excuus, ekserlentie. Ik wilde alleen…
U hoeft niks te zeggen! Gaat u zitten!
[tante gilt]
Wat zullen we nou krijgen?! -Ik zou het niet weten.
Pietje Bell!
Heb jij dat gestolen?!
Ik zeg nog tegen die tante: 'Al was u de keizerin van China.
Daar heb ik persoonlijk…' Luistert u?
[zacht, onverstaanbaar gepraat]
Dat hele verhaal van Pietje over die Klok en die Teun, is dat waar?!
Nee, het is allemaal gelogen. We zijn nooit op een boerderij geweest.
Willem! -Zomaar de hele nacht wegblijven!
Niet slaan! -Niet slaan!
Ik moet morgen met de politie mee.
De politie?
Hier was het, toch?
[gemekker]
Het is wel duidelijk wie er hier liegt, hè!
Het komt in orde.
Zo, roverhoofdman. Ben je daar eindelijk?
Ik ben geen rover, ik ben Pietje Bell!
Is Pietje Bell uw zoon?! -Al zo lang als hij leeft.
Het spijt me.
Maar ik zoek wel een andere schoenmaker.
Ja Bell, dat gaat jou een paar klanten kosten.
Ze lezen allemaal de krant.
Hé jij, Pietje Bell!
Ik tel iedere cent na die je terugbrengt.
Als ik merk dat je sjoemelt… [fluit] …vlieg je eruit.
Kom op, jongens.
Pietje Bell spreekt de waarheid!
Pietje Bell spreekt de waarheid!
Pietje Bell spreekt de waarheid!
Die vriend van jou krijgt overal de schuld van.
Hij liegt en hij steelt.
Hij is m'n vriend niet!
Kijk, die jongen uit de krant.
Zeg maar tegen je moeder dat ze geen dief moet sturen! Daar houden we niet van.
[zacht gesnurk]
[gezoem]
[pets, schrikreactie, kreetjes]
Dit is het toppunt! Het is waar wat de kranten allemaal over jou schrijven!
Jij bent een monster!
[zielig] Zomaar je eigen meester slaan.
Leg je handen neer!
Strek je vingers!
[Jozef slaakt woedende kreetjes, Pietje slaakt pijnkreetjes]
En ik zal een hartig woordje met je vader spreken!
Wat moet jij hier?! Wegwezen, jij!
Ik zoek Sproet. Is hij thuis?
Sproet is ziek en hij speelt niet met onderkruipsels! Opgedonderd!
Sproet! Ik weet dat je binnen bent!
Je bent helemaal niet ziek! Doe open! Doe verdomme open! Sproet!
[trambel klingelt]
Er zit een vlieg op je kop! -Wat?!
Een dooie.
Die rot-Pietje Bell!
[veelbetekenend muziekje]
[knal, kreetjes]
[rumoer, knal, gerinkel]
[alarmgerinkel] M'n haring! Alles kapot.
[veelbetekenend muziekje] [Jozef gromt]
Die krant ga ik niet verkopen! Dat stuk barst van de leugens.
Dat heb ik helemaal niet gedaan!
Pietje Bell! Je bent ontslagen!
Dat hoef je niet te doen, want ik ga zelf!
Voor zo'n snertkrant wil ik niet eens werken!
Welke gek heeft dat geschreven? Ik zal 'm eens uitleggen hoe ik over 'm denk!
Hé, waterman!
Kun je mij die geniepige vent wijzen die die domme stukjes schrijft?
Hè? Die geniepige vent?
Ik, eh… Ik zou het niet weten.
Op de krant werken allemaal leugenaars!
Jij ook, want je kent 'm wel, maar je wil 'm niet verraden!
Als je zo miljonair wordt, dan hoeft het voor mij niet!
Wacht even. -Ik wacht al zo lang!
Die rotkrant vindt mij niet meer! Jullie zoeken het maar uit!
Hé!
Nou…
[zucht]
[muziek]
De grote krantenmagnaat William Randolph Hearst…
…die met z'n krantenimperium in Amerika een van de rijkste miljonairs op aarde is…
…gaat geld stoppen in een spectaculaire reis om de wereld met de zeppelin.
Hier vliegt het enorme luchtschip nog boven New York…
…maar nog dit jaar kunnen we de zeppelin ook in Nederland verwachten…
…en wel in de havenstad Rotterdam.
Kan ik ergens mee helpen?
Eh, nee. Ik wacht, m'n vader is binnen.
Sigaret? -O.
[lieflijk muziekje]
[Martha hoest]
[hoest] Ik rook eigenlijk nooit.
Au! -Oeh!
[lachen beiden]
[lachje] Ik hou 'm wel eventjes onder de kraan.
[romantische muziek]
O, dank je. Ik ben blij dat er nog mannen zijn met manieren.
M'n vader praat over die smeerlap…
…die leugens schrijft over m'n broertje, Pietje Bell.
Je broertje? -Ja.
Die smeerlap heet Paul Velinga. Een agent was zo aardig om ons dat te vertellen.
Hij slaapt bijna op het politiebureau voor nieuws over m'n broertje.
Dat zou niet zo erg zijn, ieder z'n brood, maar hij liegt dat het gedrukt staat.
Grappige woordspeling. -En dat noemt zich verslaggever.
Hoe heet u?
Hé, Velinga! Er is een dame op zoek naar je.
O, ik zie dat ze je gevonden heeft.
Vuilak!
M'n broertje zou zoiets nooit doen! [Paul stamelt]
Maar ik heb een zeer betrouwbare bron! -Je laat 'm met rust!
En?
Ze hebben geen harde bewijzen. -Nou!
Pietje, ik moet eens ernstig met je praten.
Goed, papa.
Er is heel wat gebeurd vandaag, te veel voor één jongen op één dag.
Ik wil je dit zeggen: je moet geen vliegen op het hoofd van je meester doodslaan.
O nee? -Nee.
Sommige vliegen leven maar één dag.
Maar één dag? -Ja.
Dat zijn de zogenaamde eendagsvliegen.
O. -Zou jij het leuk vinden…
…als je maar één dag te leven had…
…om platgeslagen te worden op het hoofd van Jozef Geelman?
[lachen samen]
Maar ik heb dit.
Oh-o. Jozef. Hij kan je niet uitstaan, omdat hij jaloers is.
Op wie, op mij?!
Ja, op jou. Jij bent iemand. Geen eendagsvlieg, geen grijze muis.
Jij hebt een vrije geest.
Mensen voelen dat. Ze herkennen dat. Daarom sta je steeds in de krant.
Dat is niet leuk!
Pietje, ik mag van m'n moeder niet met je spelen!
Sodeju!
Hij zit in het gat.
[spannende muziek]
[spannende muziek]
Engeltje, kom eens hier!
[ze kreunen] [Pietje] Jou moet ik net hebben.
Dit is een rovershol.
Een rovershol? Van wie? -Van ons.
Dit wordt onze geheime schuilplaats. Hier voeren we oorlog tegen de krant.
Hoe wou je dat gaan doen?
Dat weet ik nog niet, maar Pietje Bell wordt onzichtbaar.
Vanaf nu krijgen ze te maken met…
We moeten nog een naam bedenken.
Engeltjes met een B ervoor. -Nee, dat is niks.
Ze krijgen te maken met…
…de Zwarte Hand!
Alles is te koop.
Ik niet.
Man, je weet niet waar je nee tegen zegt.
Het is crisis! Als de wind maar even verkeerd staat, ga jij failliet!
Ik kan wel tegen een stootje.
[man lacht spottend]
Totdat je die Pietje Bell kwijtraakt.
Er is meer nieuws op de wereld. -Juist.
Ik koop jouw krant en jij gaat voor mij werken. Dat is het laatste nieuws.
Het antwoord is nee.
Ik koop jou op, of ik maak jou helemaal kapot!
[veelbetekenend muziekje]
[veelbetekenend muziekje]
[veelbetekenend muziekje] Moet je zien. Niet te tellen, zoveel.
Oh! [veelbetekenend muziekje]
[Paul] De stad zit vol met zwarte handen.
Wat betekent dat, wie zit erachter en wat is hun doel?
Iedereen wordt op deze klus gezet.
Wedden dat we binnen de kortste keren dit raadsel hebben opgelost?
Waar wachten we nog op?
Ah, de schoolmeester van Pietje Bell. Wat kan ik voor u doen?
Kan ik u misschien even onder vier ogen spreken?
Ik heb jullie al een paar keer aan aardige artikelen over Pietje Bell geholpen.
Ik weet nou eenmaal veel over hem. En nou vroeg ik mij af, ehm:
Zijn jullie bereid om in ruil voor, eh… geld die informatie te kopen?
Wij zijn een eerlijke krant, meneer. Of althans: dat proberen wij te zijn.
Maar ik ben ook eerlijk, goudeerlijk!
Vroeger wilde ik dominee worden, of doodgraver.
Maar het lot heeft anders beschikt. Dat komt door de vrouw van m'n dromen.
Ik moest wel schoolmeester worden om in haar buurt te kunnen zijn.
Dat is een heel verstandig besluit.
En als de nood aan de man komt, weet ik u te vinden.
Maar op dit moment hebben we onze handen vol aan de Zwarte Hand.
Goedemiddag. [lachje]
[Pietje] Wie is de Zwarte Hand?
Die sukkelige kranten schrijven al weken hetzelfde.
Klungels zijn het! [gelach]
Rovers, heel goed werk van ons.
Onze beste wapens zijn…
…onzichtbaarheid en geheimhouding.
Dat gaat ook hard.
De Zwarte Hand?
[vader lacht]
[heldhaftige muziek]
Huh?
Kijk nou eens! Er zit wat achter.
[spannende muziek]
[schrikreactie]
Ach, de tweelingbroer van Jozef. [gelach]
[spannende muziek]
Halt.
[inspanningskreun]
Kom, kom! [inspanningsgekreun]
[Peentje] Een pakhuis. Laten we maar weer teruggaan.
Wie heeft er nou een pakhuis onder de grond?
Nou, je ziet het toch.
Een pakhuis vol goederen. Daar hebben we niks aan, jongens.
Dit is helemaal geen pakhuis.
Dit is een rovershol.
Ja hoor, de bende van Ali Baba, zeker. -Je ziet ze vliegen.
Ik heb zoiets eerder gezien, in de boerderij van Klok en Teun.
Had je dat verhaal niet verzonnen?
Als je dat gelooft, kan je vertrekken. -Sorry, maar ik heb van Sproet gehoord…
Dat wil ik niet horen! Hij bestaat niet meer voor ons!
Hm.
Als die spullen gestolen zijn, moeten we de politie waarschuwen.
Nee, we moeten niks!
Ik heb vaker de politie gewaarschuwd, maar mij geloven, ho maar!
Rustig laten liggen, die spullen. -Nee, wij zijn rovers.
En wat doen rovers? Die stelen!
Wat bedoel je? Dat we gaan… -Stelen?
De dieven stelen van de rijken en wij stelen van de dieven.
Zij hebben genoeg!
Wat wil je gaan doen met die troep?
Weggeven.
Hm.
Ik heb honger. -Er is niet meer! Kijk dan in de pan!
[geklop]
[triomfantelijke muziek]
Mam, de Zwarte Hand heeft iets langsgebracht!
De Zwarte Hand?
Meneer pastoor.
Ik wou de kerk bedanken voor de spullen.
U wou de kerk bedanken?
Wie anders dan de kerk zou de gulle gever kunnen zijn?
In dat geval: dankt u dan God.
Moeten we er niet een bij Sproet bezorgen?
Oké, de familie komt op de lijst.
[ze zuchten opgelucht]
Willem, verdomme, doe die deur dicht! -Er ligt hier wat.
Welke gek denkt dat we arm zijn?! Opgedonderd met die rotzooi! Hup!
Wat een troep! Laat die troep maar liggen voor de ratten. Nou, kom op!
'Onbekende weldoener aan het werk.'
Geweldig!
Dat er nou toch niemand een vinger kan leggen op de Zwarte Hand!
We plaatsen al weken slappe stukken, vol vragen en zonder antwoorden!
En Pietje Bell ben je kwijt. -Hou op! Ik word er gek van!
Niemand koopt die saaie krant meer!
[deur slaat hard dicht]
Het is mij iets te stil rond Pietje Bell.
Onze lezers zijn net kinderen. Ik onthoud ze nu al weken hun snoepje.
Je hebt problemen. -Ik heb geen problemen.
Problemen met de Zwarte Hand.
Je komt er niet uit. Je zit muur- en muurvast.
Doe me een lol! De Zwarte Hand is een heel ander verhaal!
Ondertussen…
Ondertussen zoek ik nieuws, nieuws over Pietje Bell.
[Jozef schraapt uitdrukkelijk z'n keel] Levert dat nog wat op?
[geklop]
Dag, Martha. -Dag, Jozef.
Eh… Het is alweer een tijdje geleden dat wij samen gedanst hebben.
O, ik kan me herinneren dat wij samen op een dansavond waren…
…maar niet dat we samen gedanst hebben.
Dat is ook zo. Je hebt helemaal gelijk, natuurlijk.
Ik kon niet dansen.
Maar dat heb ik nou opgelost. Ik heb een danscursus gevolgd.
God, Jozef. Speciaal voor mij? -Speciaal voor jou, Martha.
En na anderhalf jaar heb ik eindelijk m'n diploma gehaald.
En nou wilde ik je vragen of je… [schraapt hard z'n keel]
…met me uit wil gaan.
Ja, dat is goed. -Oh!
Dankjewel, Martha.
[lachen beiden]
O, kijk eens, ik heb een krant voor je gekocht.
Er staat een berichtje in over je broertje.
Die zogenaamde verslaggever heeft wel lef!
'Pietje Bell slaat jongen bewusteloos'?!
Ik ga naar de directeur van de krant en ik vraag z'n ontslag!
Die Paul Velinga ontslaan ze niet zomaar. -Heet die man Paul Velinga?
Ja, en ik heb 'm nog zo gevraagd om jou met rust te laten!
Al die onzin die hij schrijft! Hier!
'De jongen die twee dagen geleden in de Hoogstraat in elkaar geslagen is…
…en met zware verwondingen in het ziekenhuis ligt, is nog bewusteloos.
Uit betrouwbare bron is vernomen dat de dader Pietje Bell is…
…een jongen die nergens voor terugdeinst.'
[vastberaden muziek]
[vastberaden muziek]
Zo! Storm op komst.
Ik zoek Paul Velinga!
Ik ben Paul Velinga.
De waterman.
Wat val jij me tegen!
Ga maar even mee.
Waarom schrijf je leugens in de krant?!
Zijn het wel leugens? Volgens mij niet.
Je bent niet goed bij je hoofd! Je schrijft de ene leugen na de ander!
Ik wil weten hoe je aan die leugens komt!
Daar heb ik m'n bronnen voor.
Bronnen? Wat is dat, een bron? Komt daar water uit of zo?
Nee, een bron is iemand die inlichtingen geeft.
Een waterman kan niet zonder water. -Een bron moet betrouwbaar zijn.
Ook al is het water giftig? -Dat is het niet.
Ik wil weten wie het is! -Dat kan ik niet zeggen.
Je mag je bron nooit verraden.
Meneer de verslaggever die het zo goed weet, heb je mij ooit iets gevraagd?!
Pietje, wacht! -Ik praat niet met een verrader!
Ik ben geen verrader. Ik zeg net dat ik m'n bron niet verraad!
Nee, jij verraadt je bron niet, maar de waarheid! Je bent een flutverslaggever!
En die vent die die stukken schrijft over de Zwarte Hand, moeten ze ook ontslaan!
[kucht]
[schraapt z'n keel]
Goedenavond, mevrouw. -Goedenavond. Ik ben Martha Bell.
Ik wil graag de directeur van Het Laatste Nieuws spreken.
Ik wist niet dat u hier op bezoek was.
Ik ben hier niet op bezoek. Ik woon hier.
U bent de directeur van de krant?
Dat ben ik.
Kom binnen. -Nee, ik kan onmogelijk binnenkomen.
Maar je wilde mij toch spreken?
Ehm… Nee, niet jou, de directeur. Maar ik-ik moet weg.
Wat wilde je zeggen?
Dat je die gek van een Paul Velinga moet ontslaan!
We hebben te weinig.
Ik haal wel even.
Luister nou eens. Je loopt de hele tijd te zeuren, Teun.
Volgens mij zijn het gewoon ratten.
Klok, Klok, Klok, Klok, Klok. Doe niet zo ongelooflijk dom!
Dom? Dom?! Ik ben niet dom!! En ik ben ook niet dik!!
Volgens mij is er iemand aan onze spullen geweest.
Gek. Alle kostbare spullen zijn er nog.
Wie zou dat gedaan hebben?
Misschien de politie. -Jij ook met je politie!
Het zou toch kunnen? Zoals vorige keer, met die boerderij.
Ja. Als ik jullie toen niet gewaarschuwd had, waren jullie er gloeiend bij.
Je hebt je mooi in kunnen kopen toen. -Gemak dient de mens.
Gelukkig was alles leeg toen ze kwamen. -Dankzij mij.
Nee, dankzij je zoon. -Drie hoeraatjes voor Willem.
Hoera! Hoera! -Hou je kop! Straks hoort iemand ons.
Kijk, de diamanten zijn er nog.
Vanavond om acht uur spreken we af om de boel in te laden.
Om tien uur moeten we bij de zeppelin zijn.
Ik ga het geld persoonlijk innen.
Na vanavond zijn wij rijk. [bons]
Ik hoorde wat.
[spannende muziek]
Zie jij wat, Willem?
Nee, ik zie niks.
Hm.
De rovers zijn terug! -Wat?!
Klok en Teun! Ze hadden diamanten! -Sodeju!
[lieflijke muziek]
Eh, Paul! Vanavond stapt onze miljonair 'de krantenmagnaat'…
…met veel tamtam op de zeppelin. -Op uitnodiging van Mr Hearst himself.
Inderdaad. Kan groot op de voorpagina. Misschien goed voor de verkoop.
Ik wil die zeppelin weleens zien. En ik beloof je: ik zal alle records verbreken.
Doodzonde dat jullie weggaan. Jullie missen een groot spektakel.
Ik kom laat thuis. Ik ga bij Loes eten en daarna dansen met Jozef.
Kan die stijve hark wel dansen?
Tante Cato, wat doet u nou hier?! -Ze komt voor de zeppelin.
Ik heb knikkers voor je meegenomen, een flinke zak!
Pietje. Ga jij eens naar Geelman, wat zwarte schoensmeer halen.
Schil je ze niet te dik? -Ik moet de ogen eruit halen.
Maar je schilt ze te dik. -Het zijn oude aardappelen, ze zijn zacht.
Hoeveel schil je er wel niet?
Zes. -Ja, dan zitten we straks met kliekjes.
Vanavond… ga ik Martha ten huwelijk vragen.
Denk je wel om je geld?
Zo'n avond kost niet veel. Eén limonade, hooguit.
Zo'n vrouw kost geld. Die wil straks nog een verlovingsring.
Ik weet een heel goedkoop adresje, met tweedehands dingetjes.
Als je maar oplet. [Jozef zucht]
Als ze maar ja zegt… -Waar neem je haar eigenlijk mee naartoe?
Danszaal De ridder te paard.
Vanavond om acht uur.
Om acht uur?!
[zacht] Wat doe jij nou hier? -Ik was op zoek naar jou.
Ik zag je hier naar binnen gaan. Jullie krijgen dus gezinsuitbreiding.
Nee, dat mag niet gebeuren! Je moet iets doen! Je moet me helpen!
[lachje] Dag, Paul.
Jij wil zeker het laatste nieuws over Pietje Bell horen, hè? [lachje]
Nou, niet echt.
Luister wat dat stuk verdriet nou weer uitgevreten heeft.
Dus jij bent het! -Wat?
Hij is de bron! -Ja. Hij is de bron van het kwaad.
Ik wou 'm niet verraden, maar ik kan er niks aan doen als hij zichzelf verraadt.
Maar jij bent mijn schoolmeester, mijn buurman en straks…
O ja, ik kwam voor zwarte schoensmeer. M'n vader moest die hebben.
Alweer? Dat vliegt er ook doorheen bij schoenmaker Bell.
En maar klagen dat hij geen klanten heeft.
Wat moet ik nou doen, wat moet ik doen?!
Ik wou je m'n excuses aanbieden.
Het is niet eerlijk om Jozef alle schuld te geven. Ik ben ook fout geweest.
Jij had gelijk. Ik lette niet op de waarheid, maar op het effect.
En jij…
Jij hebt nou eenmaal veel effect. -Wat?!
De zeppelin! -Ja, de zeppelin.
Luister, die jongen die in het ziekenhuis ligt, is bij kennis.
Hij heeft verteld wie de echte daders zijn.
Het ziekenhuis? Heb je daar ook bronnen? -Hoe bedoel je?
Je moet m'n zus uit de klauwen van die engerd houden!
Ik zou niet weten hoe.
Jozef! Ik heb een brief van Martha.
Ze ligt in het ziekenhuis. Ze heeft haar been gebroken.
Wat schrijft ze? -Dat gaat jou geen donder aan!
Je moet naar haar toe gaan. Ze is stapelgek dat ze met je uit wil!
Pardon?! -Stapelgek op jou, bedoel ik.
Martha. Ik zal mijn duifje terzijde staan…
…in voor- en in tegenspoed.
Ik zoek Martha Bell. Ze heeft een gebroken been.
Ja, dat weet ik. Komt u maar even mee.
Zuster!
Daar ligt ze, in het vierde bed. -Dank u wel.
Dag, lieve, lieve Martha. Heb je veel pijn?
Jammer van onze dansavond.
Maar ik kan het ook hier doen. Ik wou je namelijk wat vragen.
Martha…
…wil je met me trouwen?
Heb je het tegen mij?
[ontzet] Hè?! [hijgt]
[stemmige muziek]
Martha Bell, wat leuk dat ik u hier tref.
Je haalt het niet in je hoofd!
Sommige vrouwen zijn op hun mooist als ze kwaad zijn.
Je vindt het wel goed dat ik deze even wegzet?
Wacht je op iemand? -Ja.
Hij had er al moeten zijn. Hij is anders altijd heel stipt.
Ook niet netjes.
Wat? -Om je zo te laten zitten.
Hoezo?
Een roos… laat je niet aan de kant zitten als een muurbloem.
O nee? -Nee.
Een roos…
…druk je aan je hart.
Misschien ziet hij me niet als een roos…
…maar als een brandnetel.
[woedende kreetjes]
[paard hinnikt zacht, flats]
Die rot-Pietje Bell!
Als ik 'm te pakken krijg, dat joch!
[stamelt] Wat is dit?!
Eh, jij!
Wat heeft… Ah! Wat heeft dit te betekenen?!
[kreetjes] Mama!
[gelach]
Pietje!
Pietje Bell!
O, wow!
[gelach] Dat is je verdiende loon!
[gelach] Pietje Bell! -Jongens, naar het rovershol!
[stemmige muziek]
[band begint weer te spelen]
Martha?
O jee, Jozef!
Te laat.
[boze kreet]
Jongen, wat ben je toch mager.
Ik kan al je ribben tellen.
Maar vanavond komt dat goed uit.
Niemand zal weten welke last jij draagt.
Hier, voor het geval er iets misgaat.
Kom.
Kom.
[onheilspellende muziek]
Gelukkig, ze zijn met z'n drieën. -Wat had je dan gedacht?
De vader van Sproet! Wat doen we nu? -Niks, we houden ons aan ons plan.
Ik krijg de bibbers van die vent.
[geruzie in de verte]
Dat durf je toch niet! -O nee? Stap maar van je fiets af!
Hier! [pijnkreet]
[vechtgeluiden]
[vechtgeluiden]
Klok, hou je er nou buiten, man! Je wilt zeker weer te laat komen?
Teun, kijk nou eens even uit je doppen! Zo kunnen we er toch nooit langs! Nou!
Godsamme.
[wegvliegende vogels]
[spannende muziek]
[auto start]
Het is gelukt!
Ik heb 'm echt bewusteloos geslagen.
Geintje!
[spannende muziek]
Jullie die kant en zij de andere kant, begrepen?! [geroezemoes]
[getoeter]
Half tien.
Deze brief van je broertje mocht ik half tien openmaken.
Hè, van m'n broertje? Ik wist niet dat hij je kent.
Dit is toch niet een of ander spelletje, hè?
Nee. Dit is iets tussen mannen onder elkaar.
Ik heb een brief voor hem geschreven, toen gaf hij mij deze terug.
De Zwarte Hand?!
Hè?! Dit is het handschrift van Pietje, zeker weten.
'Vanavond om tien uur bij de zeppelin. Zwarte Hand in actie.'
Wacht even! Pietje is… -De Zwarte Hand.
Kom mee!
[onheilspellende geluiden]
[schrikreactie, voetstappen]
Handen omhoog!
Wat doe jij hier?!
Ik wilde die zeppelin weleens van binnen zien.
Geen praatjes! Zeg op!
Ik weet dat je diamanten hebt! Jullie zijn dieven!
Verdomme! Sproet heeft ons verraden.
Sproet? Ja, die is daar heel erg goed in.
Het is toch wel heel erg als je je eigen zoon niet kan vertrouwen.
Hoger die handen, snel! Hop!
Hoe zou jij het anders weten?
De Zwarte Hand?!
Dat is de bende die al die spullen weggeeft! Onze spullen!
Nou ja, 'jullie' spullen? -Ik waarschuw je, geen geintjes!
Wie is er nog meer bij die Zwarte Hand? Nou?! Met hoeveel zijn jullie?
Nou, komt er nog wat van?! -Ik ben geen verrader.
Papa, wacht! Als je Pietje iets doet, dan gooi ik de diamanten weg!
Dus toch.
Doe maar.
Gooi maar weg.
Kijk maar. Kijk maar in het kistje. Maak maar open.
Het zijn gewoon glasscherven! -Precies.
De echte diamanten… zitten hier.
Wij gaan deze glasscherven netjes afleveren en onze zakken met geld vullen.
Maar als jij niet doet wat ik zeg…
…dan gaat je vriendje eraan.
Het bevalt me helemaal niet dat hij het geld gaat ophalen. [Klok gaapt]
Hij heeft ook al de diamanten.
[steentje ketst op auto]
[steentje ketst op auto]
Ik neem deze kant, jij de andere.
[stiekeme muziek]
Krijgen we ook nog met onze concurrent te maken!
O, ze willen vast vechten!
Jij ook altijd met je spookverhalen.
Hè, verdomme, ik schrik me dood!
Klok?
[applaus]
Wie is dat?
Meneer Stark, krantenmagnaat en miljonair.
En vastbesloten mijn krantje om zeep te helpen.
[Stark] Dank u wel.
[applaus]
[Martha] Zie jij Pietje ergens? -Hm? Nee, niet hier.
Dank u! [applaus]
[veelbetekenend muziekje]
Dank u. Ah. Goedenavond.
Wilt u alstublieft weggaan? Dit is alleen toegankelijk voor passagiers.
M'n zoon wil een cadeau geven aan meneer Stark.
Een kistje sigaren, z'n lievelingsmerk.
Nou, vooruit. Maar er mag in de zeppelin niet worden gerookt.
Ik stel voor dat wij de champagne nemen en dan deze. Bent u het ermee eens?
Ja, hoor. heerlijk. -U ook? Fijn.
Zo, jongeman.
Kom jij mij iets aanbieden? -M'n vader, uw lievelingssigaren.
De rest is ingeladen. -Hm.
Gelijk oversteken!
[vingerknip]
Hier, pak aan!
De steward houdt ons in de gaten. Hij is bang dat u er een opsteekt.
[glasgerinkel, schrikreactie]
Hela! Hou die jongen tegen! Haal 'm terug!
[schrikkreetjes]
[steward] Niet schieten!
[steward] Niet schieten! [gilt]
[consternatie, rumoer]
[knal] [Martha gilt, rumoer]
[knal] Weg met die wapens, zijn jullie gek?!
Straks ontploft de hele zeppelin!
[komische muziek]
[kreet]
[kreunt]
U mag hier niet door! -Pietje heeft me nodig!
Als het leven van je zoon je lief is, dan geef je me nu waar ik je voor heb betaald!
Je hebt toch gehoord wat hij zei?! Pietje heeft 'm nodig!
Ik meen het!! Ik gooi 'm naar beneden!
Ik heb het niet, ik ben erin geluisd! -Hij heeft het wel, onder z'n trui!
[knal, gegil]
Neeee!
Jezus, Sproet!
Weet je, Pietje…
…we kunnen nooit meer vrienden zijn en dat is mijn schuld.
Ik heb je verraden.
En weet je waarom?
Nou?
Omdat jij Pietje bent en ik niet.
Zullen we ruilen?
Nee, je mag jezelf niet weggeven.
Ik mag weggeven waar ik genoeg van heb.
Laat een ambulance komen en snel een beetje!
Hij is je vriendje, hè?
Ja, hij is m'n vriend. Hij is lid van de Zwarte Hand.
De Zwarte Hand?! -Ja, samen met m'n andere vrienden.
De Zwarte Hand heeft deze dieven gevangen.
Commissaris, dat zijn nou Klok en Teun. [gejammer]
Hou eens op met dat gejammer! -O, alles doet pijn.
Klok, Klok, Klok, Klok, Klok. [gejammer]
Kijk, dit droeg hij op z'n lijf.
De rest van de gestolen spullen staat in de laadruimte.
Het zijn alle kisten met een zwarte hand erop.
Hij is mijn held. -Hij is de held van de stad.
U heeft het wel over mijn neef.
Is Pietje Bell uw neef? -Al zo lang als hij leeft.
Ongelooflijk.
Dat joch verdrijft al het wereldnieuws van de voorpagina.
Hé! Die krant moet de straat op!
Rustig aan, rustig aan! Kom maar.
Zo, Pietje.
Er gaat jou een grote eer te beurt vallen. -O ja?
Ja. Er wordt een feestelijke optocht georganiseerd voor jou…
…en je vrienden van de Zwarte Hand. [gejuich, applaus]
En dan word je gehuldigd. -Is dat leuk?
Jullie krijgen een beloning en die wordt uitgereikt door de burgemeester.
O.
Zeg maar tegen de burgemeester dat ik alleen kom als Sproet weer beter is.
[vrolijke fanfaremuziek, gejuich, geklap]
Hartstikke goed! Ja!
Kijk, zo zwaait de stokkenzwaaier. [gelach]
En zo zwaait Jozef Geelman. [gelach]
En zo zwaait de koningin. [gelach]
En zwaai nou eens als jezelf? -Als mezelf?
Dan doe ik m'n ogen dicht en zwaai als een miljonair.
[muziek op autoradio]
Nou, wie had dat ooit kunnen denken?
Er staat in de krant dat Pietje Bell miljonair is geworden.
Ja, ja.
Van krantenjongen tot miljonair, in Amerika.
Pff, ik geloof er niks van! De kranten schrijven zo vaak leugens op.
Zou je denken?
Ik weet het zeker! Ze liegen dat het gedrukt staat!
En als het nou eens de waarheid is?! -[spottend] De waarheid!
Dat doet pijn.
[muziek]
♪ er is een jongen boordevol van kattenkwaad ♪
♪ z'n zuster Martha wil niet met hem over straat ♪
♪ hij wordt zo'n beetje om de andere dag vermist ♪
♪ hij is de nachtmerrie van Geelman de drogist ♪
♪ de politie zoekt al jaren in dit land ♪
♪ die hoofdman van de bende van de Zwarte Hand ♪
♪ wie is die jongen met die boterham? ♪
♪ die jongen is de schrik van Rotterdam ♪
♪ ja, alles wat ie doet, bedoelt ie goed, dat wel ♪
♪ maar de schrik van Rotterdam is Pietje Bell ♪
♪ hij is het ziektebeeld van elke pedagoog ♪
♪ tante Cato houdt 'm al jaren in het oog ♪
♪ hij had een circus, maar dat circus sloeg op hol ♪
♪ hij durfde niet naar huis en kocht een krentenbol ♪
♪ maar vader Bell had toch altijd al wel vermoed ♪
♪ diep in zijn hart is deze jongen reuzegoed ♪
♪ wie is die jongen met die boterham? ♪
♪ die jongen is de schrik van Rotterdam ♪
♪ ja, alles wat ie doet, bedoelt ie goed, dat wel ♪
♪ maar de schrik van Rotterdam is Pietje Bell ♪
♪ hij maakt zich soms geweldig druk, dan kijkt hij scheel ♪
♪ hij goochelt een horloge stuk, maar niet weer heel ♪
[geneurie]
♪ alles wat ie doet, bedoelt ie goed, dat wel ♪
♪ maar de schrik van Rotterdam
♪ ja, de schrik van Rotterdam is Pietje Bell ♪
♪ Pietje Bell, Pietje Bell ♪
♪ Pietje Bell, Pietje Bell ♪
♪ Pietje Bell ♪
♪ wie is die jongen met die boterham? ♪
♪ die jongen is de schrik van Rotterdam ♪
♪ ja, alles wat ie doet, bedoelt ie goed, dat wel ♪
♪ maar de schrik van Rotterdam
♪ ja, de schrik van Rotterdam
♪ o, de schrik van Rotterdam is Pietje Bell ♪
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.