All language subtitles for Moby Dick (1998) s01e01 DVDrip x265 AC3 -MarkW.en

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Noem me maar Ishmael.

Enige jaren geleden, hoeveel doet niet ter zake...

had ik weinig geld op zak en niets om me aan de wal te binden.

Ik besloot het waterige deel van de wereld te gaan verkennen.

Gaat u naar zee ? - Inderdaad, ja.

Als scheepsmaat, zeker ? - Nee, dat niet.

Als passagier ? - Nee, dan heb je 'n portefeuille nodig.

En dat is slechts 'n stuk leer als ie leeg is.

Als commandeur dan ? Of als kok soms ?

Als eenvoudig matroos.

Ik spring van ra naar ra als 'n sprinkhaan in de wei.

Min of meer als 'n slaaf. Maar wie is er eigenlijk geen slaaf ?

Dan gaat u zeker op de walvisvaart ? - Precies.

Hebt u 'n kamer voor 'n eenvoudige matroos, Mr... Coffin, is 't toch ?

Als u er geen bezwaar tegen hebt om 'n bed te delen met 'n harpoenier.

Een harpoenier ?

Ik deel liever 'n bed met 'n nette vent dan verder te zoeken in zulk weer.

Is dat 'm soms, die harpoenier ?

Nee, dat is Mr. Perth en de rest van de bemanning van de Grampus.

Ze zijn net aan land, en nu al aangeschoten.

Alweer klaar om aan te monsteren ?

Mr. Stubb heeft in geen twee jaar een meid gezien.

Schiet 's op. Ik heb geen uren de tijd.

De walvistraan raakt op. Ik zal de lamp morgen bijvullen.

Beetje krap voor twee volwassen kerels.

Als u op walvisvaart gaat, moet u er maar aan wennen.

Kijk dat bed nou toch 's. Het grootste dat we hebben.

Sal en ik brachten onze huwelijksnacht erin door. Plek zat.

Ik wil niet klagen, Mr. Coffin...

maar ik wil graag weten wie m'n bedgenoot is.

Ach, 't is al bijna zondag.

Die harpoenier zal wel 'n ander bed hebben gevonden.

Maakt u 't zichzelf maar gemakkelijk.

Mr... Hoe heet u ?

Ze noemen me Ishmael.

Welterusten.

Wie is dat in godsnaam ? Vertel op, of ik vermoord je.

Vertel op, of ik vermoord je.

Hou daarmee op, Queequeg.

Waarom hebt u me niet verteld dat ik het bed moest delen met 'n kannibaal ?

Luister 's even, Queequeg. Ik begrijp jou, jij begrijpt mij.

Deze man slaapt hier in dit bed met jou.

Snap je dat ? - Mij snappen genoeg.

Stap erin.

Stap erin.

Vooruit dan.

Wat hebben we hier nu weer ?

Old Thunder is weer aan de gang.

Word wakker, achterlijke wilde.

Word in godsnaam wakker.

Droomt zeker van z'n vrouw, in 't heidense oord waar ie vandaan komt.

Goeiemorgen, grote koning van de tyfoonsnurk.

Wat valt er te lachen, stelletje mosselkoppen ?

Die is van mij.

Eet maar op.

Niemand heeft hier meer rechten dan 'n ander.

Een matroos hoeft niet te wachten op 'n flapdrol van 'n tweede stuurman...

voor ie mag eten.

Of neem nou deze ingevette baviaan.

Eet dus maar, knul. - Ja, mevrouw.

Heidens schepsel. - Stop dat ding weg.

Christenen hier zien in jou de duivel. - Waarom zeg je dat ?

Het is 'n mensenhoofd, potdorie. Van 'n echte dode man, nog wel.

De mensen in Nantucket dragen hun doden niet bij zich, ze begraven ze.

En ze kopen ze ook, voor vele goudstukken.

Mij vertellen Yojo op welk schip jij en ik uitvaren. Jij begrijpen ?

Bedoel je dat jouw Yojo wil dat ik 'n schip uitkies ?

Wil je samen met mij aanmonsteren ? Wil je me dat vertellen ?

Ja, Ishmael.

Wacht nou even, Queequeg.

Blijf staan, maat.

Dit kan echt niet. Wat is er met je aan de hand ?

Jij niet willen uitvaren samen met Queequeg ?

Nee. Ik bedoel: Ja, natuurlijk.

Alleen ben jij veel meer de aangewezen man om 'n schip voor ons uit te kiezen.

Niet ik.

Ik neem je geld niet aan.

Luister 's even, Queequeg. Ik moet je iets bekennen.

Ik was onderwijzer. Weet je wat dat is ?

Jazeker, een zendeling. - Nee, niet echt. Een onderwijzer is...

Wat ik probeer te zeggen is dat ik nog nooit van 'n ra ben gesprongen.

Ishmael geen zeeman. - Precies.

Ik ben geen zeeman.

Maar ik heb 'n enorme drang om naar zee te gaan.

Ik en Yojo begrijpen. Ishmael zoek schip uit.

Ishmael zoek schip uit.

Een oud schip. Het maakt zich op voor 'n lange reis, denk ik.

Dit is doorgewinterd schip, ja.

Kijk die walvistanden 's.

Het schip heeft wel iets melancholieks over zich.

Yojo heeft dit schip blijkbaar voor ons uitgekozen.

Pardon, bent u soms de kapitein ?

Als dat zo is, wat wilt u dan van hem ? - Ik wil aanmonsteren.

Niet uit Natucket, h� ? Wat weet u van walvissen ?

Niks, maar ik wil erover leren, en ik wil de wereld zien.

Kunt u de wereld niet zien van waar u staat ?

Wilt u op walvissen jagen ?

Bent u mans genoeg om 'n walvis 'n harpoen in de keel te werpen ?

Dat ben ik, mocht 't absoluut noodzakelijk blijken te zijn.

Laat me u vertellen dat de dood voor ons geen onbekende is.

Het hiernamaals is vaak erg dichtbij.

Beangstigt u dat ? - Nee, dat niet.

Zo zo.

Hebt u kapitein Ahab dan al aanschouwd ?

Kapitein Ahab ? Wie is dat ?

Wie Ahab is ?

Wie is deze kerel ? - Hij wil aanmonsteren, Bildad.

O, wilt u dat ? - Dat wil ik inderdaad.

Hij lijkt me 'n slappeling, Peleg.

Kapitein Ahab is de kapitein van dit schip.

Ik dacht dat ik met de kapitein sprak. - Wij zijn de kapiteins Bildad en Peleg.

Wij zijn de eigenaars, en we zien erop toe dat 't dit schip aan niks ontbreekt.

En daaronder valt dus ook een ervaren bemanning.

Waar is die Ahab ?

Wat wilt u van 'm ? - Ik wil 'm spreken.

Hij wil mij amper spreken, laat staan u.

Ahab heeft gestudeerd, maar heeft ook bij de kannibalen geleefd.

Hij is merkwaardigere zaken gewend dan de walvissen.

Dit is m'n vriend Queequeg. Hij wil ook aanmonsteren.

Quohog lijkt me niet echt 'n christen. - Hij heeft enorm veel walvissen gedood.

Ziet u klein donker vlekje op mast daar ?

Ziet u dat ?

Als dat oog van walvis is...

Die walvis is dood.

Snel, Peleg.

We geven u negentien procent.

Een hoger percentage van de traan hebben we 'n harpoenier nooit gegeven.

Wat zegt u ervan ? - Hoe zit 't met m'n maat ?

We nemen hem ook, maar jij verdient slechts 'n vijfde van wat hij krijgt.

Pompen, die blaasbalg. Het is niet heet genoeg.

Scheepsmaatjes.

Scheepsmaats, kom 's hier.

Wat wilt u, ouwe ?

Hebt u soms bij dat schip aangemonsterd ? Nou ?

De Pequod ? Inderdaad. We hebben 't contract getekend.

Het contract ?

Stond daar niets in over uw ziel ?

Nee ? Misschien hebt u die ook wel niet.

Geeft niks. Ik weet best dat heel veel mensen geen ziel hebben.

Ik wens ze geluk. Ze zijn soms beter af zonder.

De ziel kan soms 'n vijfde wiel aan de wagen zijn, vindt u niet ?

Wat bazelt u ?

Maar hij heeft meer dan genoeg om 't goed te maken.

Hij heeft meer dan genoeg.

Kom mee, Queequeg. Die kerel is op drift geraakt.

Ik vertel u over Old Thunder.

U hebt Old Thunder zeker nog niet gezien, h� ?

Wie is Old Thunder ? - Kapitein Ahab.

U hebt 'm zeker nog niet gezien, h� ?

Nee, dat dacht ik al.

Hebben ze u over 'm verteld ? - Ik weet wat ik moet weten.

Weet u alles al over 'm ? Weet u dat wel zeker ?

Is 'alles wat u moet weten' wel genoeg ? Dat vraag ik u.

U heeft dus aangemonsterd. Staat uw naam op papier ?

Dan moet 't maar zo zijn.

Of misschien ook wel niet.

Het is allemaal al geregeld. Al heel lang geleden.

Wat is er geregeld ? Wat raaskalt u nou ?

De profetie, maatje. De profetie van de Pequod.

Al haar opvarenden zullen omkomen.

Op een man na.

Een overlevende.

Dat wisten jullie niet, h� maatjes ?

Nou ? Wisten jullie dat ?

Kom, we laten deze dwaas met rust.

Een overlevende.

Trek 't je niet aan. Hij is maar 'n ouwe gek.

Wat is 'n ziel, Ishmael ?

Een ziel ? Dat is 'n moeilijke vraag.

Geloof je in God ? Een soort grote baas over alle mensen ?

Zoals Yojo ? - Ja, maar dan groter.

Als 'n soort kapitein van de sterren.

Ik kan 't niet uitleggen, maar wel laten zien.

Dat is vast pater Mapple. Die was vroeger harpoenier.

Goedemorgen, scheepsmaats. - Goedemorgen, eerwaarde.

En de Here beschikte een grote vis om Jona in te slokken.

Het boek Jona, eerste hoofdstuk, laatste vers.

God had Jona opdracht gegeven om zich uit te spreken tegen verdorvenheid.

Maar Jona ontliep zijn opdracht. En waarom ?

Waarom was Jona bewust ongehoorzaam tegenover God ?

Omdat hij dacht dat het te zwaar zou zijn.

Te zwaar ? Alles wat God ons opdraagt, is zwaar.

Daarom beveelt Hij vaker dan Hij probeert te overtuigen.

Hij weet dat als wij gehoorzaam zijn aan God...

we ongehoorzaam zijn aan onszelf, en dat is 't zwaarste.

Zwaar, omdat we onze taak niet kunnen ontlopen, zoals Jona poogde.

Zwaar, omdat God overal is. We kunnen Hem absoluut niet ontlopen.

Stelt u zich de arme Jona voor, hoe hij zich probeerde te verschuilen.

Daar sloop hij rond tussen de schepen in Jafo.

Hij vindt een schip, betaalt de vrachtprijs en haast zich over de zee�n

Hij denkt dat een schip, door mensen gemaakt...

hem zal brengen naar streken waar God niet heerst.

Nu is het getij gunstig.

Het schip maakt de trossen los...

en het vaart uit over de grote, brede oceaan.

Maar de zee verzet zich.

Hij wil deze kwalijke last niet dragen.

Een vreselijke storm steekt op. De wind gilt en jankt.

Golf na golf slaat stuk op het schip, en het buldert op de voor- en achterplecht.

Het buldert tot het schip op breken staat.

De zielen van de mannen zijn door angst bevangen.

Dan valt hun oog op een vreemdeling.

Ze koesterden al achterdocht voor deze vluchteling voor God...

en ze geven hem nu de schuld van de afschuwelijke storm.

En nu...

En zie nu dan Jona.

Ze grijpen hem vast als een anker, en gooien hem in zee.

En God wacht hem al op. Hij komt tot hem als een machtige walvis.

Hij sluit al z'n ivoren tanden om hem heen, en slokt hem in een keer op.

In de buik van de hel.

Dan duikt hij tienduizend vadem diep...

naar de peilloze diepten des doems.

En daar...

waar geen enkel aards geluid hem nog kan bereiken...

schreeuwt Jona z'n berouw uit.

Hij smeekt niet om verlossing, nee.

Hij prijst God juist voor de gerechte straf die hij kreeg.

En de Heer sprak tot de grote vis...

en vanuit de huivering, en de koude, en de duisternis van de diepten...

tilt de walvis zijn enorme kop op...

en springt hij uit het water op de warme zon af...

en alle geneugten van aarde en lucht.

En hij spuugt Jona uit op het droge land.

En sindsdien predikt Jona de waarheid...

ten overstaan van valsheid.

Wee hem wiens goede naam hem meer waard is...

dan goedheid.

Medescheepsmaats...

Scheepsmaats...

een genot...

een veel innerlijker en verheffender soort genot...

is aan hem die zich tegen alle trotse kapiteins en commandeurs dezer aarde...

voet bij stuk houdt...

als zijn eigen, onvermurwbare...

zelf.

Laat ons bidden.

Hemelse Vader, laten we ernaar streven om U trouw te zijn.

Veel meer dan aan de wereld of aan onszelf.

Wij sterven alhier, en wij laten de eeuwigheid aan u.

Trekken, stelletje apen, anders krijgen jullie van mij 'n pak ransel.

Trekken, landrot. Ben je dan zo groen in je kieuwen ?

Niet zo groen. - Trekken, dan.

Waar kijk jij naar, domme wilde ? - Hij kijkt naar 'n nog dommere.

Trekken, daar boven in de mast.

We kijken uit naar walvissen van zonsopgang tot zonsondergang.

Dus als je er een ziet, schreeuw dan je longen uit je lijf. Gesnopen ?

Bras de grote ra.

Op je roer.

Zet 'm op, jongens.

Bras de grote ra. Op je roer.

Hijs het grootzeil. - Komt voor elkaar.

Een hand voor 't schip, Mr. Ishmael, en een voor uzelf.

Het is niet gepast om om andermans ongeluk te lachen.

Daar vergist u zich in. De lach is ons laatste redmiddel.

's Mans enige troost, en z'n meest wijze.

De simpelste, zult u bedoelen.

De enige troost, scheepsmaat, en de meest wijze.

Wijze Stubb, zo noemen ze me. Want wat er ook gebeurt, ik blijf lachen.

Maar laat Flask nooit merken dat je om hem lacht.

Wat gaan we doen met deze pup hier ?

Je moeder zou nog 'n betere zeeman zijn. - Ik doe m'n best.

Ga 't dek dan maar schrobben. Dat is 't enige waar je goed voor bent.

Mag ik even wat vragen ?

Zal de kapitein nog verschijnen ?

Dit fraaie weer zal hem wel naar buiten lokken.

Shantyman, geef ons 'n goed lied om snelheid bij te maken.

Waar zijn die gaten voor ? - Op bevel van de kapitein.

Bemoei je er niet mee.

Schip zonder kapitein. Yojo snappen er niks van.

Zullen we gauw 'n walvis zien ? - Ja, en dat zul je niet licht vergeten.

Je hebt nog niet echt geleefd tot je 'n walvis hebt omgelegd.

Genieten we van ons zeereisje, meneer de pup ?

Op je knie�n

Ik maak nog wel 'n zeeman van je, of anders hang ik je huid aan de ra.

Soep als ontbijt, soep als avondeten. - Dit zou je nog niet aan 'n hond geven.

Kop dicht, anders hak ik je tong eraf en stop hem in de pan.

Kijk hier nou 's, kok. Misschien wordt 't er wel lekkerder van.

Waar sta jij naar te kijken ?

Waar bewaar je je rum, timmerman ? Ik heb er enorme trek in.

Welke rum ? Dat is tegen de scheepsregels, dat weet je.

Kijk die tortelduifjes 's.

Pas maar op je hand. Straks ziet je slaaf je als avondeten.

Queequeg geen slaaf. Queequeg zoon van opperhoofd.

M'n excuses, uwe majesteit. - Heil, prins der wilden.

Christenen kunnen leren van jullie vriendelijkheid.

Geen probleem. Queequeg en jij vrienden.

Op de plaats rust, jullie zonen van vrijgezellen.

Wij zijn de kapitein niet.

Die kapitein bestaat toch niet.

Jij bent er belabberd aan toe.

Zullen we de grog openen tegen z'n groeipijntjes ?

Niet zonder toestemming van de kapitein. - Die kan m'n rug op.

Ga 's opzij.

Dat is mijn medicijn. - En vast met 'n stevige werking.

Geen medicijn voor u, Mr. Flask.

Zullen we onze nieuwe pup 's gaan dopen, heren ?

Kom hier, knul.

Neem nu maar 'n slok. Dat verlicht de pijn.

Neem er nog maar een. Straks krijgen we 'n droge periode.

Ja, zo drinkt 'n echte kerel.

Rustig aan, dit is niet voor jou.

Geef me die kroes.

Drink maar op, jonge pup.

Drink op je eerste dooie walvis.

Hou je waffel.

Hij is dat been kwijtgeraakt aan 'n walvis. Opgevroten.

Afgebeten door de verschrikkelijkste vis die ooit met 'n boot in aanvaring kwam.

Een afschrikwekkend beest, zeggen ze. En gruwelijk kwaad.

Geen enkele walvis laat graag op zich jagen.

En ik wil geen kerel op mijn boot die niet bang voor ze is.

Ik wil er niet een die dat wel is.

Ik heb op potvissen gejaagd met een lek schip voor de kust van Kaap Hoorn.

Hoe zit 't met kapitein Ahab ?

Ahab ? Die heeft meer walvissen gevangen dan wij allemaal bij elkaar.

Hij heeft er 's vijftien afgemaakt op een dag.

En die ene die hem z'n been afnam ? Heeft ie die ook gedood ?

Dat weet ik niet.

Wat ik wel weet is dat een forse potvis...

binnen 'n paar seconden een schip kan rammen en tot zinken brengen.

Zelfs 'n oorlogsschip.

En ze zijn uit op mensenbloed.

Haaien zijn zo bang dat ze zich op de rotsen storten om aan ze te ontkomen.

Van al dat gepraat krijg ik gewoon de kriebels.

Roep de wacht, Mr. Stubb.

Eerste wacht. Alle hens aan dek.

De eerste wacht.

Hou je stil, stuk schorem. Straks sla ik je oor nog plat.

Ik heb nog nooit gemist.

Alle hens aan dek.

Kom op, stelletje onbeschofte ijdeltuiten.

Hou op met die mooimakerij.

Jij staat op de uitkijk. Het kraaiennest in.

Pardon. Queequeg wil kraaiennest in.

Nee, ieder op z'n beurt. En nu moet dit moederskindje zich maar 's bewijzen.

Aan de slag.

Klimmen, man. En snel 'n beetje.

Mooi werk, pup.

Hijsen.

U bent 'n harde leermeester, Mr. Stubb. - We maken nog wel 'n zeeman van 'm.

Blijf op je hoede, en houd alles goed in de gaten.

Wie zijn die malle jongens ? - Ik zou 't niet weten.

Ze staan me niet aan.

Ga benedendeks, Pip.

Roep iedereen naar 't achterdek. - Alle hens naar achteren.

Jullie hebben 't gehoord. Allemaal naar achteren.

Is iedereen er, Mr. Starbuck ?

Haal ze uit de mast.

Haal ze uit de mast.

Allemaal uit de mast.

Allemaal naar beneden. En 'n beetje snel, landrotten.

Kijk 'm nou toch, Flask.

Het lijkt wel of er 'n kip in 'm zit die aan de schaal pikt om eruit te komen.

Alle mannen zijn bijeen.

Wat doen jullie als jullie 'n walvis zien ?

Roepen dat hij er is.

Mooi zo. En dan ?

De boten laten zakken en achter hem aan.

En wat is jullie motto als je hem achtervolgt ?

Een dode walvis of 'n gezonken boot.

Kijk hier 's.

Zien jullie dit ?

Dit is dertig gram Spaans goud.

Een munt van zestien dollar. Zien jullie hem, mannen ?

Zien jullie dat, mannen ?

Geef me uw beste hamer, timmerman.

En 'n stevige ijzernagel.

Wie van jullie als eerste beslag weet te leggen...

op de witte walvis... - De witte ?

Inderdaad, Mr. Flask. Een witte walvis.

Met 'n doorgroefde kop en 'n scheve kaak.

Wie van jullie me die sneeuwwitte walvis weet te bezorgen...

met gaten in z'n staartvin geboord...

Wie van jullie me die vervloekte walvis weet te brengen...

krijgt deze gouden munt.

Zeker de walvis die men Moby Dick noemt ?

Kent u de witte walvis dan ?

Hij heeft 'n vreemd spuitgat, groot en omgeven door witte wol.

Dat is 'm. Queequeg kent hem.

Heeft veel harpoensperen in huid. Helemaal verdraaid, als...

Verdraaid als 'n stel kurkentrekkers.

Er zitten veel harpoenen in hem, als even zovele kurkentrekkers.

En z'n spuitgat is groot, Dagoo. Zo dik als 'n pak wol uit Nantucket.

En inderdaad, Tashtego, bij de dood en alle duivels, die walvis is Moby Dick.

Jullie hebben Moby Dick gezien.

Kapitein Ahab, was 't niet Moby Dick die uw been heeft afgebeten ?

Inderdaad, Mr. Starbuck.

Inderdaad, mannen. Moby Dick heeft me ontmast.

Moby Dick maaide m'n been weg zoals 'n grasmaaier 'n grassprietje.

Moby Dick bezorgde me de dooie stomp waar ik nu op sta.

Hij maakte voor altijd een houtenpoot van me.

Ik zal die walvis opjagen rond Kaap de Goede Hoop en Kaap Hoorn...

tot aan de Noorse Maelstrom en het hellevuur, voor ik het opgeef.

Hiervoor hebben jullie aangemonsterd.

We achtervolgen die walvis door alle oceanen...

tot hij zwart bloed spuit en met z'n vinnen naar buiten omrolt.

Wat zeggen jullie ervan ? Bezegelen we 't met 'n handdruk ?

Jullie zien er echt dapper uit.

Een scherpe blik voor de witte walvis. - Scherp staal voor Moby Dick.

God zegene jullie allen, mannen.

Bottelier, ga 'n grote maat grog halen. Echt 'n grote maat.

Vanwaar dat lange gezicht ?

Wilt u niet op de witte walvis jagen ? Ziet u niets in Moby Dick ?

Jazeker. Ik ziet iets in z'n dodelijke kaken...

als dat deel uitmaakt van onze taak.

Ik kom voor walvissen, niet voor de wraak van m'n commandant.

Hoeveel vaten traan levert die wraak op ?

Moeten we alles wat we doen afmeten aan de opbrengst ?

Laat me u dan vertellen dat mijn wraak heel wat zal opleveren. Hier.

Wat wilt u van mij, kapitein ? - Ik wil dat u 'n vin raakt.

Geen onoverkomelijke taak voor u, de beste lansier van Nantucket.

Van deze hele bemanning zult u de minste terughoudendheid betrachten.

Zeg wat, man.

Uw zwijgen spreekt boekdelen.

De maat grog.

Drink en geef door.

Kort nippen, lang doorslikken.

Zo hard als Satans hoef. Geef maar rond. Mooi gezegd, het is bijna leeg.

Drink, voor de mannen.

Geef me er nog een.

Hier is 'n gat, dus is 't ook weer snel verdwenen.

Luister, mannen.

Ik wil 'n gewoonte van m'n vissende voorouders nieuw leven inblazen.

De ijzers, smid.

Kom bij me staan, stuurlui. De harpoeniers hier, speer in de hand.

Allemaal zeelui.

Welnu, stuurlui...

Kruis jullie lansen voor me.

Voelen jullie de schok ervan ?

Mijn eigen geladenheid.

Ik benoem jullie tot hofschenkers...

voor mijn drie heidense stamgenoten.

Draai ze om, keer ze ondersteboven, laat me het drinkeinde zien.

Bottelier, hou ze vast terwijl ik ze vul.

Gedrie�n staan jullie daar.

Wijd de moordenaarskelken. Stoot ze aan.

Mr. Starbuck, u bent nu bondgenoten in een ondeelbaar verbond.

Drink nu, mannen. Drink, harpoeniers die aan de boeg van de walvisvaarder staan.

Drink nu en zweer...

op de dood van Moby Dick.

Drink en zweer.

Moge God ons allen de dood injagen als wij Moby Dick niet de dood injagen.

Mr. Starbuck, het is gebeurd.

Dood aan Moby Dick.

Hou op met dat heidense gebrul.

Oude pijp van me.

Het rookt zwaar als 't genot er niet meer is.

Vroeger bood 't maanlicht me troost.

Dat is niet meer zo. Dit prachtige licht verlicht mij niet.

Alle schoonheid doet mij pijn.

Verdoemd, zo plotseling en kwaadaardig. Verdoemd temidden van het paradijs.

Wat heb ik nog te stellen met genot ?

Met welk genot dan ook ?

Wat is dat ?

Zijn dat zeemeerminnen ?

Walvissen. Ze zingen elkaar toe.

Ga maar naar bed, Pip.

Mag ik binnenkomen ?

Had u me geroepen ?

Wij zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden voor de duur van deze reis.

Intelligente mannen tussen wilden mogen elkaar niet vreemd zijn.

Dat wil ik ook niet. Ik ben aan u gebonden.

Mooi zo.

Hier.

Kom 's kijken.

De trekroute van de potvis.

Geen schip heeft ooit op 'n kaart gevaren die zo nauwkeurig precies was.

Van de Azoren, via St. Helena, Kaap de Goede Hoop en Java naar Japan.

Tijd en getijden kennen geen grenzen.

Moby Dick heeft de waterwereld voor zich.

Ik weet waar hij zich ophoudt, waar hij zich voedt.

Van de Seychellen tot aan Volcano Bay.

Hier ligt Nantucket, waar onze vrouwen en kinderen ons opwachten.

Ze lopen met de koters de heuvel op om 'n glimp van onze zeilen op te vangen.

Uw vrouw en zoon zijn daar ook bij. We mogen ze niet teleurstellen.

Ik smacht niet naar gevaar. Het is mijn doel om veilig terug te keren.

Met 'n vol ruim.

Dat is onze opdracht.

Totdat dit gebeurd is...

is het gezicht van m'n zoon als de palm van deze hand.

Zonder lippen of kenmerken.

Alle doelen zijn slechts bordkartonnen maskers...

waarachter iets onbekends de contouren van z'n gezicht naar voren brengt.

Als de mens toe wil slaan, moet hij door dat masker slaan.

De gevangene kan slechts ontsnappen door de muur neer te halen.

En is die walvis uw muur, uw masker ? - Hij stelt me m'n opdracht.

Hij overstelpt me.

Ik zie in hem afgrijselijke kracht, ge... combineert met ondoorgrondelijk kwaad.

Het was 'n domme bruut die u uw been afnam.

Hij trof u vanuit blind instinct.

Of die walvis nu middel of doel was, ik zal me op hem wreken.

Zulke woede is waanzin. Wraak zoeken bij 'n stom beest is godslasterlijk.

Wat ik heb gedaan, heb ik gewild. En wat ik wil, doe ik.

Dat is al besloten, miljarden jaren voor deze oceaan hier was.

Praat me niet van godslastering. Ik zou de zon nog doden als die me beledigde.

Ik ben de profeet en de vervuller. Wie staat er nog boven mij ?

U ziet bleek.

Denkt u soms dat ik gek ben ?

Vergeef 't me, kapitein.

Ik ben niet gek.

In ben de woedende waanzin.

U bent m'n kapitein...

maar ik bevecht liever geen vis die te graag wil vechten.

Ik ben op zee om walvissen te doden en daar m'n brood mee te verdienen...

en niet om door hen gedood te worden.

Daar spuit ie.

Aan stuurboord, kapitein. Een half geweerschot ver.

M'n verrekijker.

Een hele school, Starbuck.

Staartvinnen in zicht.

Klaar om de boten te laten zakken.

Laat maar zakken.

Meester ?

Naar beneden met die hap, Dough-boy.

Ga naar de achtersteven toe. En snel 'n beetje.

Stop. Kijk die duivels nou toch 's. Achter ze aan.

Die mooie jongens. Laat die doerakken maar 's zweten voor hun geld.

Daar spuit ie, recht voor ons.

Roeien, mannen. Er zwemt daar voor 'n fortuin aan traan.

Dat is je taak. Daarvoor zijn jullie hier.

Toewijding en winst, hand in hand.

We gaan eropaf en storten ons in dood en verderf.

Zet 'm op, jongens.

Queequeg, sta op en geef hem z'n vet.

Heeft de kapitein ze gestuurd om ons voor gek te zetten ?

Let maar niet op ze, Flask. - Wat maakt 't uit wie ze zijn ?

Hoe meer zielen, hoe meer vreugd.

Kom op, dan. Mooie lange slagen, jongens.

Hout op huid.

Ishmael, geef me je hand maar. Toe maar.

Vaart minderen.

Hebt u Mr. Flask soms gezien ?

Hierheen, jongens.

Goddeloos stuk snot, waar zit je nou ?

Daar ben je dus.

We hebben 'm gevonden.

Vis hem er maar uit. - Voor of na de haaien ?

Die spugen 'm na een hap weer uit.

We gaan naar 'm toe. Weg bij die buitenlanders.

Waarom is iedereen zo vrolijk ? We waren bijna verdronken.

Dat is nou walvisvangst. Zo gaat dat altijd.

Die gore buitenlandse apen. Pakken ze zomaar onze walvis af.

Wat is 't eigenlijk voor schepsel ? - Een schepsel uit onze dromen.

Hoe bedoel je ? Een geest of zoiets ?

Ja, of 'n duivel.

Hij is 'n duivel. Je ziet 't niet omdat ie z'n staart verbergt.

Waar zou ie met de kapitein over praten, met die gladde tong van 'm ?

Ze sluiten vast 'n akkoord.

Dat is 't, Starbuck.

Ahab is gebrand op die witte walvis, h� ?

En die duivel probeert ondertussen z'n zilveren horloge weg te kapen.

Of z'n ziel.

Z'n ziel ?

Ja, z'n ziel.

Kom 's even helpen.

Meer vaten.

Help me 's even.

Hemel nog aan toe. De gieren van de zee.

Waarom zeg je dat ? Queequeg niet begrijpen.

Ik bedoel...

dat de wreedheid van dieren overtroffen wordt door de mens.

Moet je die duivels zien. Lanterfanten terwijl de rest zich afbeult.

Laat iemand ze maar 's aanpakken.

Schrobben.

Ik moet u vragen uw buitenlanders aan 't werk te zetten.

Hun gelanterfant is slecht voor 't moreel.

Hoorde u me niet ?

Ze zijn hier niet als zeelui, maar slechts voor een enkel doel:

De witte walvis doden.

Schip aan stuurboord.

Britten.

Bereid u voor om bezoek te ontvangen.

Hij komt hierheen.

Geef me 's een kus. Toe dan.

Mag ik de boten laten zakken ? - Geen toestemming.

De mannen rekenen er op.

Welkom aan boord.

Kapitein Ahab. Welkom op de Pequod.

We hebben 'n vol schip en we zijn op weg naar huis.

Wij zijn nog leeg.

Ik wens u succes. Mijn mannen vonden zelfs vrouwen op de Fiji-eilanden.

Dat zie ik.

Hebt u soms 'n witte walvis gezien ?

Bedoelt u de witte walvis ? Die ze Moby Dick noemen ?

Ziet u dit ?

U 'n arm die niets vast kan houden...

en ik 'n been dat niet kan rennen.

De witte walvis ? - Inderdaad.

Moby Dick heeft u dus uw arm ontnomen. - En u uw been.

Was 't een enorme walvis, zo oud als Genesis...

met 'n melkwitte kop ? - En harpoenen in z'n romp.

En 'n razende woede. - Door mij. Door mijn harpoenen.

Vertel maar hoe 't gegaan is.

De dokter deed z'n best, maar moest 'm toch afhakken.

Gelukkig was m'n vrouw aan boord om me te troosten.

Maar hoe verging 't de witte walvis ?

Toen ie m'n boten lek had geslagen, hebben we 'm een tijd niet gezien.

U kruiste z'n pad weer ? - Twee maal.

Maar u kon 'm niet vastleggen ? - Waarom zou ik ?

Vindt u een arm niet genoeg ?

Dat witte monster bijt niet, hij verzwelgt.

Ik heb 'n vrouw aan boord, en 'n rijke lading. Waarom zou ik dat risico nemen ?

Nee, dank u. Voor mij geen witte walvissen meer.

Je kunt 'm beter met rust laten. - Er wordt toch wel op hem gejaagd.

Wat beter alleen gelaten kan worden, is de grootste uitdaging.

Wanneer hebt u 'm voor 't laatst gezien ? - Uw bloed kookt zowat.

Welke kant ging hij op ? - Naar 't oosten.

Hijs onmiddellijk de zeilen. We hebben al genoeg tijd verspild.

Is hij krankzinnig of zo ?

M'n excuses. Het is de pijn in z'n stomp.

Die vent is gek.

Weg, jongens. Ik blijf niet langer aan boord.

Hijs de zeilen, Mr. Starbuck.

Ga niet achter Moby Dick aan, kapitein. Pas op, hij is 'n demon.

U wacht 'n godslasterlijk einde.

Omhoog. - Gondel komt er aan.

Vervloekt.

Starbuck, hijs onmiddellijk de zeilen.

Nog 'n uurtje, kapitein. Alstublieft. - Nu meteen.

Die ouwe is z'n verstand kwijt. - Die rotzak heeft geen hart.

Beter 'n humeurige goeie kapitein dan 'n vrolijke slechte.

Niet nu. Laat me met rust.

Doe dit, doe dat. Waarom komt Dough-boy niet van z'n luie reet ?

Opstaan.

Problemen, tweede stuurman ? - Niks ernstigs, kapitein.

We zullen in maanden geen ander schip meer zien.

Heel onverstandig de mannen dit te ontzeggen.

Dit is 'n walvisvaarder, geen herensoci�teit

Op naar 't kraaiennest.

Ik heb geen wacht.

Ik zal zorgen dat je gestraft wordt.

Naar 't kraaiennest. - U hoeft niet zo te schreeuwen.

Lopen.

Klimmen met dat luie lijf.

Vuile aap uit St. Jago.

Mogen jullie met z'n allen verdrinken.

Ik hou 'm in de gaten. - Mooi zo.

Er waren die met schepen de zee bevoeren en handel dreven op de grote wateren.

Zij zagen de werken des Heren en zijn wonderen in de diepte.

Heer van alle zee�n in Uw handen bevelen wij de geest van deze zeeman.

Het zij zo.

We worden in pijn geboren, we verdienen om zo te sterven, in 'n anoniem graf.

En met welk doel, kapitein ?

Een godslasterlijk doel, zoals de Engelse kapitein zei ?

Het leven houdt ons in de hand, niet andersom.

Ik mag u niks vragen. Het is mijn miserabel lot u te gehoorzamen.

Ik geef mezelf de schuld van de dood van deze zeeman.

Een roekeloze zeeman.

Nee, het is 'n voorteken. Een slechte profetie.

Wat nou profetie ? Ik zal jullie je profetie geven:

Dood aan Moby Dick.

Jullie zijn verplicht aan de vervulling van die profetie.

Dood aan mijn verminker, aan Moby Dick.

De goden slaan me neer, maar ik kom weer overeind.

En nu rennen ze hard weg en verstoppen ze zich voor mij.

Kom tevoorschijn. Kom achter die wolken vandaan.

Kom me dan terneerslaan.

Ik heb geen lang geweer om jullie te bereiken.

Probeer maar 's aan mij te ontkomen.

Dat lukt niet. Dan ontkomen jullie aan jezelf.

Dat lukt jullie nooit.

Als de rails zijn klaargelegd waarop mijn ziel zal lopen...

kan niets me tegenhouden.

Daar spuit ie.

Hij spuit aan stuurboord. De witte walvis.

Hij heeft 'm opgeroepen. - De duivel in eigen persoon.

Als ik een been had, zat ik 's nachts niet in 'n boot.

Behalve om 'n lek te dichten met m'n teen van walvisbot.

Hij is bezeten. Z'n ziel heeft schipbreuk geleden.

Moet je zien.

Mist. Waar komt die vandaan ?

Kijk ons nu roeien. Op zoek naar een witte walvis in de mist.

Was het een geest of een walvis ? - Het was Moby Dick.

Mist, hagel of sneeuw. Het maakt mij niets uit.

Ik wil die gouden dubloen. Ik sterf liever dan dat ik het opgeef.

Kom op, roei een beetje door.

Stop met roeien. Stil.

Spits je oren. Luister.

Houd de riemen stil. Maak geen geluid.

Zachtjes.

Goed zo, heel zachtjes.

Wat denkt u ervan ?

Daar heb je hem, mannen.

Mr. Starbuck. Er achteraan.

Ga achter hem aan, mannen. Roeien. Volg Mr. Starbuck.

Stop.

Roeien, mannen. Roeien.

Onze walvis komt zo aan bakboord boven water.

Daar gaat ie.

Man overboord.

Mr. Starbuck, man overboord.

Mijn God, Pip ligt in het water. - Gooi de lijn.

Moeten we Pip niet redden ? - We kunnen niets voor hem doen.

Geef 'm wat lijn.

De buit is bijna binnen.

Rustig aan, jongens.

Daar is hij. - Trek ons dichterbij.

We kunnen niet doen alsof er niets gebeurd is.

We moeten hem ophalen. - Ga zitten.

Laat haar niet zinken. - Pak die lijn.

Hij zal verdrinken als we hem daar achterlaten.

Er zijn nog twee boten. Die pikken hem wel op.

Roeien, mannen.

Roei zo hard als je kunt, verdomme. Roeien.

Ga opzij. Laat me er door.

Roeien.

Roeien, duivels.

Breng me naar hem toe.

Hij moet daar ergens zijn. Dat voel ik.

Roei zo hard als je kunt.

Breng me naar hem toe. Laat me op z'n witte rug springen.

Roeien, duivels. Roeien.

Hij is weg.

We zijn hem kwijt.

Heeft u hem niet gezien ?

Jawel.

Waarom heeft u dan deze walvis gevangen ?

Ik ben 'n walvisjager.

Vannacht moet de boel binnen zijn.

Voor zonsopgang. We varen morgen verder.

Tot uw orders.

Wat doen we met de jongen ? - Welke jongen ?

Pip ligt nog in het water.

Ik heb hem zelf gezien. We zijn inmiddels wel afgedreven.

We mogen deze vangst niet verliezen door de blunder van 'n minstreel.

Die jongen met de tamboerijn ? Wat moest die op jouw boot ?

Hij had zich verstopt, dat wist ik ook niet.

Het was 'n vrolijk joch. Hij is vast verdronken.

Ik Pip zoeken. Als Pip dood is, dat brengt ongeluk.

Ga hem dan maar zoeken.

Jullie hebben tot de ochtend de tijd.

Als de haaien nog iets van hem hebben overgelaten.

Neem deze mannen mee en zet een zoekactie op touw.

Goed. Aan de slag, jongens.

Geef antwoord.

Waar ben je toch ?

We lijken wel gek...

om een zwarte jongen te zoeken in een zwarte zee.

Als het de kapitein schikt, wil ik nu de lengte opnemen.

Bent u mensenmaker ? U meet me op als een pak.

Ga je gang maar.

Wat een lot.

Dat m'n ziel in zo'n lichaam moet wonen.

Hoe zit dat ?

Geen idee. Ik voel alleen wat er niet meer is.

Wie z'n mast kwijt is, blijft 'm altijd voelen.

Voorzichtig. Die riemen breken u uw botten, als u niet uitkijkt.

Ik hou wel van 'n beetje houvast.

Dat is wel nodig in deze glibberige wereld.

Heb je wel eens van de oude Griek Prometheus gehoord ?

Ik geloof niet dat ik ooit met hem gevaren heb.

Prometheus maakte mensen met gereedschap tot een eenheid.

Hij blies ze leven in met vuur.

Had hij mij maar gemaakt.

Wat met vuur gemaakt is, behoort het vuur toe.

Dan was ik compleet geweest.

Vijftien meter lang op sokken.

Benen als wortels, en armen van een meter dik bij de pols.

Geen hart. Helemaal geen hart.

En ogen ?

Een daklicht op m'n hoofd, om licht te werpen op m'n onmetelijke hersenen.

Als een Griekse god.

Griekse god.

Ik sta op dit...

kunstbeen gemaakt van 'n oud bot.

M'n verscheurde ziel bloedt in m'n opengereten lichaam.

De werkelijkheid doet me pijn.

Bedankt voor de hulp, timmerman.

Laat me nu maar alleen.

Wat moet je ?

Ik heb weer gedroomd...

over de dood van m'n meester.

Mijn dood ?

Dan smeek ik u, me voor te gaan.

Ik zal u voorgaan, als uw loods.

Goed, loods, dan beloof ik u...

dat ik Moby Dick zal verslaan en het zal overleven.

Stook het vuur op.

Walvissloep aan stuurboord.

Ze hebben Pip.

Goed gedaan. - Goed gedaan, Starbuck.

Kapitein. Ze hebben Pip gevonden.

We hadden niet gedacht jouw ooit nog terug te zien.

Ishmael en Queequeg hebben hem gevonden.

Mr. Ishmael, Mr. Queequeg, jullie zijn 'n aanwinst voor het schip

We hebben je gemist.

Wat is er, knul ?

Dit is 'n slecht teken.

Een heel slecht teken. Het brengt ongeluk.

Alle zeilen bij. We hebben veel tijd verloren.

Komt voor elkaar.

Hijs de zeilen. Pak die wind.

Vlug, hijs ze allemaal.

Aan de slag. Hij moet daar ergens zijn.

Maak haast.

Dit dek moet schoon. Haal alles hier weg.

Wij zijn pas walvisjagers, als Moby Dick aan de ranok hangt.

Hallo, Pip.

Hier heb je iets te eten.

Toe maar.

Wij, jij, zij...

zijn allemaal vleermuizen.

En daarin, twee botten in een broek gestoken.

Een daarvan is niet van hem, maar van een walvis.

Scheer je weg.

Scheer je weg.

We hadden hem aan z'n lot moeten overlaten.

Daar spuit ie. Het is wit. Het is de Witte Walvis.

Hij is niet wit. Het is 'n grijze bultrug.

Het is Moby Dick.

Maak het bramzeil los. We hebben meer zeil nodig.

Kijk daar. Een potvis aan stuurboord.

Zullen we de sloepen laten zakken ? - We varen verder.

Daar zwemt goud geld. Dat is meer waard dan 'n Spaanse munt.

Ik heb hier het bevel.

Doorvaren, zeg ik.

Blijf op koers, stuurman.

Vaart u maar door.

In het wilde weg.

Dat was het.

Die komt het eerste uur niet meer boven water. Een kilometer verderop.

Hij moet daar ergens zijn. Heel dichtbij.

Die Moby Dick is slinks.

Als het Moby Dick al was.

Hij lokt ons de hele Zuidelijke IJszee over.

Als we uitgeput zijn, als het tijd is om terug te keren...

zegt Ahab dat we door moeten varen.

Hij heeft Moby Dick gezien.

Hij heeft in z'n kille oog gekeken.

Hij geeft echt niet op.

Verbranden we nu ook al de lading ? Daar gaat onze winst.

Wat hebben we aan die winst als we doodvriezen ?

Ik zou voor willen stellen naar het noorden te gaan.

Terug op de oude koers. Richting de Kaap.

Er zijn hier geen walvissen.

Hij is er wel degelijk, Mr. Starbuck. Hij daagt ons uit.

Dit is niets vergeleken bij Groenland.

We moeten dwars door het ijs varen.

Maar niet in deze tijd van het jaar. Het ijs is veel te dik.

Het risico is te groot. Het schip zal verpletterd worden.

We varen verder.

U heeft zelf gezegd dat Moby Dick naar het oosten trekt.

Hij is ons aan het tergen.

Hij tergt ons. Doorvaren, zeg ik.

Tot uw orders.

Pakijs. - Dat is 'n slecht teken.

Kunnen we niet beter omdraaien ?

Bevel van de kapitein.

Houd het roer recht.

Houd het roer recht.

Bakboord.

We zijn op het ijs gelopen.

Verdomme, het schip vergaat. Alle hens aan dek.

Reef de zeilen.

Timmerman. Ga hout halen. Pek en hout.

Foute boel, jongens.

Sla er een nagel in.

Een ogenblik, zij aan zij met hem.

Daar zou ik alles voor geven.

Waar ben je, witoog ?

Kom tevoorschijn.

Geef me een teken.

Het zij zo.

Kwel m'n ziel.

Nu ben ik Jonas.

Op de vlucht voor God.

Wat is dit ?

Een muiterij of een snelle dood ?

We zijn nog niet verloren.

Dit gaat niet goed. We verdrinken. Ik wil niet dood.

Kom terug, smeerlap. - Laat me los.

Willen jullie vechten ?

Het gevecht is daarginds.

Zijn jullie Moby Dick nu al vergeten ?

Op de dag dat die witte walvis wordt gedood...

krijgen jullie allemaal een goudstuk.

Voorzichtig.

Als Moby Dick niet naar ons toekomt, komen wij naar hem toe.

Dat is geen bevel...

dat willen jullie zelf ook. - Dood aan Moby Dick.

Trekken.

Trek zo hard als je kunt.

De genadeloze, ontembare zee.

Maar wij laten ons niet kennen.

Nee, wij laten ons niet kennen.

Mijn god. Het is alsof ik in de spiegel kijk.

Alleen je ogen zijn anders.

Wie bent u ? - Pip, meneer.

De scheepsjongen. - Jij kleine dwaas.

Handen thuis. Wie een ander voor dwaas uitmaakt is zelf nog veel dwazer.

Bevroren hemel, zie dit ongelukkige kind.

Mijn hut zal jouw tehuis zijn.

Zo lang Ahab leeft.

Je ligt me na aan het hart.

Je hebt me in het diepst van m'n ziel geraakt.

Kom met me mee.

Wat krijgen we nu ?

Twee gekken bij elkaar.

De een gek van macht en de ander gek van zwakte.

En ik ben een grotere idioot dan Pip ?

Aan de slag.

Ik kom u vertellen dat de olievaten lekken.

Dan teer je ze.

Het hout is rot. We moeten ze in 'n haven vervangen.

We wijken niet van onze koers.

De mannen zijn bang dat ze geen geld krijgen.

Alles draait altijd om geld.

Teer de vaten. - Dat werkt niet.

Let op uw woorden.

Het is een bevel.

U kunt gaan.

Zoals u wilt, kapitein.

Schip in zicht. - Waar ?

Drie graden naar stuurboord.

Ze komt op ons af.

Dat ziet er goed uit.

Zullen we de zeilen reven en aan boord gaan ?

Heeft u 'n sloep op drift gezien ?

Heeft u de witte walvis gezien ?

Die zagen we vanmorgen.

Waar, kapitein ? U heeft hem toch niet gedood ?

En wat dan nog.

Mijn zoon, meneer. Ik ben een sloep kwijtgeraakt.

M'n zoon zit op die boot.

Ik smeek u, in godsnaam. Help me ze te vinden.

Doe dat niet. Vraag dat niet van mij.

Ik ken je, Ahab. We hebben samen gevaren.

Ik wil je schip huren. Ik zal je goed betalen.

Dat moet.

Dat moet en dat ga je voor me doen.

Waar heeft u de walvis voor het laatst gezien ?

Ik ga niet weg voor je ja hebt gezegd.

Ik weet dat je zelf ook 'n kind hebt. Veilig in Nantucket.

Ik zou voor jou hetzelfde doen.

Ik zie het. Ik zie dat je twijfelt.

Ga de ra's maar vierkant brassen.

We gaan samen op zoek naar die boot. We zullen m'n zoon vinden.

Stop. Iedereen blijft overal van af.

Ik help u niet, kapitein Gardiner.

Met dit oponthoud heb ik al te veel tijd verknoeid.

Maak alles klaar om te draaien.

Kom op, beman de ra's.

Schiet op, we varen verder.

Ik zeg u gedag, kapitein.

Moge ik mezelf vergeven, maar ik moet verder.

God zal je niet vergeven.

Hij zal je niet vergeven.

Stuurman, zet koers naar het oosten.

Queequeg geen matroos meer.

Op je plaats, harpoenier. - Kapitein brengt ongeluk.

Gehoorzaam me. - Queequeg niet meer harpoen.

Kapitein ?

Laat die deur los.

Mag ik iets zeggen. - Dat mag niet.

Ik zeg het toch.

Ga terug naar uw post.

Ga terug aan dek of ik stuur je regelrecht naar de hel.

Daar ben ik al.

We hebben dat hele stuk gevaren om olievoorraden aan te leggen.

Verspelen we dat voor een walvis die niet bestaat ?

Wat zullen de reders...

Laat die op het strand van Nantucket maar boven de tyfonen uit schreeuwen.

Ik zit er niet mee. Mijn geweten zit in de kiel van dit schip.

Ga terug aan dek.

Uw geweten maakt water en zal u tot zinken brengen.

En wij worden meegesleurd. - Vervloekt.

Denk toch aan uw mannen.

De engelen overstelpen u met waarschuwingen.

Ga terug aan dek.

Ik ga niet.

Ik smeek u, kapitein.

We moeten elkaar goed begrijpen.

Luister dan goed.

Er is maar een God op aarde...

en er is maar een kapitein van de Pequod.

Ga terug naar uw post.

Zoals u wilt.

U hoeft niet bang te zijn voor Starbuck.

Ahab moet bang zijn voor Ahab.

Pas maar op, oude man.

Je spreekt me dapper tegen, maar gehoorzaamt toch.

Je bent te goed voor deze wereld. - Ik wou dat het niet zo was.

Wat heb je toch ?

Als je niet werkt, krijg je op je donder.

Zeg toch eens wat.

Hij heeft de voodoo in zich.

Weet jij wat hem dwarszit ?

Z'n geest is ziek. Z'n tijd is gekomen.

Z'n tijd is gekomen ? Wat is dat voor onzin ?

Nu is het genoeg geweest.

Dit is krankzinnig.

Eerst die oude man, toen Pip, nu Queequeg.

Gaan we allemaal gek worden ? - Het is de schuld van Ahab.

Wat is hier aan de hand ?

M'n vriend is niet in orde.

Doof dat vuur.

Je steekt het schip nog in brand.

Schip in brand.

Grote schip. Schip zal branden.

Queequeg gaat terug naar het land van z'n voorouders.

Haal timmerman.

Ik ga hem voor je halen.

Wat wil je van hem ? - Hij moet kano bouwen.

Als in Nantucket, als walvisjagers doodgaan.

Donker hout. Net als m'n harpoen.

Wat zegt hij ?

Hij wil dat we hem te water duwen in een kano als doodskist.

Hij zei dat al eerder.

Zo worden hun krijgers begraven.

Ja, en ?

Wat wil hij ?

Een drijvende doodskist.

Kunt u dat maken ?

Laat dat.

Maorigod. Nantucket-god. Geen god op dit schip.

Geen god.

Bulkington, ben jij ook gek geworden ?

Er wacht 'n jonge bruid op me. Ik wil hier niet dood gaan.

Ik mag je graag. Probeer me niet tegen te houden.

Geef dit aan m'n vrouw, mocht je het redden.

Maar ik geef je weinig kans.

Breng de brief zelf. Er is nog plek.

Je zult dit meer nodig hebben dan ik. Moge God je bijstaan.

Maak het stevig vast.

Stevig, zei ik.

Doe eens rustig, Mr. Flask.

Vouw het op.

Ik moet je wat zeggen. - Nu ?

Ja, nu.

Kom op. Neem 'n paar slokjes, dan kan je weer verder bidden.

Zit niet zo te kijken. Help me liever.

Stap in.

Ik moet kijken of hij past.

Ik moet kijken of hij past.

Perfect.

God zegene je, arme stakker.

Kom op.

Wat bedoelt u met usurpatie ?

De kapitein mag het schip niet voor gestolen goederen gebruiken.

Dat zijn regels in de koopvaardij. - Wij zijn walvisjagers.

Zien jullie niet wat hier gebeurt ?

We hebben alles verloren en het kan hem niets schelen.

Kijk uit. Straks vliegt het schip in de fik.

Heb je een voorstel ?

We hebben het recht zijn bevelen te negeren.

We kunnen zelfs het bevel overnemen. - Dat gaat me te ver.

Als de kapitein wil dat ik de vaten teer, dan teer ik ze.

Denk eens goed na.

We zijn geen walvisjagers, we lijken wel schapen.

Schapen die blindelings een gek volgen.

Dat kan wel zijn, maar de kapitein blijft de kapitein.

Hij kent geen angst.

Hij is een groots kapitein.

Koning van de zee en heer van de Leviathans.

Daar kunnen we niet omheen.

Luister goed.

Een onbevreesd man is veel gevaarlijker dan een lafaard.

Geen storm of walvis kan op tegen de verschrikking die deze man brengt.

Ik wil niet dat zijn trots ons meesleept naar de verdoemenis.

Muiterij.

Dat is een ondoordacht idee.

Dat is levensgevaarlijk.

Daar doe ik niet aan mee.

Dit is een gehaaide aangelegenheid.

Bent u gehaaid genoeg ?

Ik kan niet langer toezien hoe de bemanning wordt vermoord.

Als ik hem gehoorzaam, kan ik God niet gehoorzamen.

Begrijp je dat ?

Dat begrijp ik.

Ik ben niet gelovig en ook niet dapper.

U staat er alleen voor.

Arme, simpele, gekke Pip.

Als ik de wind was, zou ik nooit meer waaien in deze slechte wereld.

Laat me niet gek worden.

Het doet zo'n pijn.

Kon ik maar slapen.

Maar Ahab slaapt nooit. Hij voelt alleen.

Voelt.

Alle hens aan dek.

Maak de hoofdra los.

Laat de hoofdra zakken.

Kijk goed uit, allemaal.

Ik ga aan het roer staan.

Wat is er ?

Het stormt, kapitein.

Laat het zingen aan de storm over. Wees dapper en hou je mond.

Ga naar beneden.

Kom op, straks sla je nog overboord.

Slechte zaak, Mr. Starbuck, slechte zaak.

De zee doet wat ie wil. Je kunt er niet tegen vechten.

Dat kan niemand, zelfs de kapitein niet.

We varen niet verder met deze storm.

We kunnen gebruik maken van de wind, als we overstag gaan.

Dan kunnen we huiswaarts varen. Naar lij, naar huis.

Vertel me niet wat te doen.

Ik ken deze zee en ik ken mezelf.

Deze reis is pas voorbij als ik Moby Dick gevangen heb.

In godsnaam Ahab, keer om.

Je hebt me gehoord, Starbuck. Doorvaren.

Mr. Starbuck.

Breng hem naar beneden. - Hij werkt niet mee.

Bind hem vast.

Het bramzeil. Kom op.

Daar heb je hem, mannen.

Hij gaat ook tegen de storm in, net als wij.

Laat die walvis toch. We moeten het schip redden.

Daar is hij.

Daar heb je hem.

Kijk zelf maar.

Daar is hij.

Zien jullie hem ?

Zien jullie hem, mannen ?

Zien jullie hem daar ?

Daar is hij. Zien jullie dat dan niet ?

Daar. Ik zie hem, kapitein. Ik zie hem.

Ik zie hem ook. Zo duidelijk als wat.

Waar is hij ? Ik zie hem niet.

Hij is er ook helemaal niet.

Die ouwe heeft ze gek gemaakt.

Beman de ra's. Maak alles gereed om overstag te gaan.

We moeten omkeren.

Nee. Doorvaren heb ik gezegd. We varen door.

We zullen vergaan.

We zullen omkomen.

We varen door.

Het is hem gelukt.

Het is die ouwe gelukt. We zijn er doorheen.

Wat is dat ?

Het sint-elmsvuur.

Niet aankomen.

Let goed op. Let goed op, mannen.

Het zal ons de weg wijzen naar de witte walvis.

Wat doet hij in godsnaam ?

Hij weet precies wat hij doet.

Spring maar.

Spring maar naar de hemel, dan spring ik mee.

Wij zijn een.

Ik heers over de hemel.

Kapitein ?

Ahab is een met de hemel.

Met hart, lichaam en ziel.

Met leven en longen.

En jullie maken deel uit van het verbond.

Kapitein.

Mij begrijp.

Mij zie. Mij kapitein.

Mij kapitein.

Mij God.

Ziet u wel, Mr. Starbuck. Ziet u wel.

Mijn hartslag laat deze planken kloppen.

Nu is het genoeg, Ahab. Hou op met die tovenarij.

Hou op.

God heeft zich tegen u gekeerd.

Dit licht is niet het uwe.

Dit licht is niet het uwe.

Kijk omhoog, mannen.

Hef uw hoofd op.

Kijk omhoog en zie...

hoe Ahab uw laatste beetje angst doet verdwijnen.

Alles is weg.

Moge God u vergeven.

Moge God u vergeven.

Ik begrijp er niks van.

Je lag op sterven.

Alleen als man dood wil, gaat man dood.

Als man niet dood wil, gaat hij niet dood.

Alleen groot vuur, groot water, grote walvis die niet denkt.

Alleen dat doodt man die niet dood wil.

Begrepen ?

Ik ga m'n testament schrijven. Jij mag getuige zijn.

Dat vindt Queequeg fijn.

Mag ik u even storen ?

Wat is er ?

Ik heb een heel naar voorgevoel.

Wat bezielt de bemanning ?

Ze zijn hun verstand verloren, ze denken niet na.

Ze zien niet dat hij gek is.

Hij wil niet dat ze denken. Hij werkt op hun gevoel.

Ze voelen dat ze moeten gehoorzamen.

Ik moet hem gehoorzamen en dat vind ik vreselijk.

Moet ik hem dan ook gehoorzamen ?

Geef je niet gewonnen.

Niet in je hart.

Belachelijk.

Maak ik 'n kist voor Queequeg en dan gaat hij niet.

Nu moet ik er 'n reddingsboei van maken. Dat noem ik nog eens oneerbiedig.

Wat moeten we er anders mee ? We hebben een nieuwe nodig.

Hou dus op met klagen en doe je werk.

Sla het goed vast, we willen geen lekkende kist.

Ik sla je lippen op elkaar als je je mond niet houdt, zwarte.

De kok heeft gelijk.

Als het schip zinkt, proberen dertig mannen in een kist te klimmen...

en dat wil ik niet missen.

Wat is dit ?

Een reddingsboei. Orders van Stubbs.

Jij hebt toch m'n been gemaakt ?

Jawel, dat klopt.

Ben je ook begrafenisondernemer ?

Het was eerst 'n doodskist, maar nu moet ik er een boei van maken.

Een boei ?

Je bent een manusje van alles, zonder principes.

Dat is m'n vak. - Nee maar, jij spierwitte specht.

Je maakt van het symbool des doods een teken van hoop.

Een doodskist als reddingsboei ?

Hemel. - Hemel ?

Welke hemel ? - Gewoon, een soort van uitroep.

Weg met dat ding. Ik wil het niet meer zien.

Natuurlijk.

Grote, machtige loods.

Zeg me waar ik ben en niet waar ik naartoe ga.

Of zeg waar hij is.

Waar is hij ? Moby Dick.

U kunt hem toch zien ?

Met mijn eigen ogen heb ik hem mogen aanschouwen.

Dit domme speeltje. Kinderspeelgoed voor kapiteins.

Je kunt alleen maar zeggen waar we zijn.

Dat is alles.

Je weet ook niet waar een waterdruppel morgen is.

Of waar de witte walvis is.

Je bent machteloos en daarmee beledig je de zon.

Kijk dan toch.

Verachtelijk ding.

Ik laat me niet langer door je leiden.

Ga door met je werk.

Schiet op.

Naar beneden.

Wat een kalm briesje, vindt u ook niet ?

En de lucht is ook kalm.

De wind geurt alsof hij van 'n verre weide komt.

Ze hebben gehooid, ergens aan de voet van de Andes.

De maaiers liggen te slapen in het versgemaaide hooi.

Op een kalme dag als deze, schoot ik m'n eerste walvis.

Als jongetje van achttien. Veertig jaar geleden.

Veertig jaar van...

ontbering en gevaar.

Stormen.

Veertig jaar walvisvaart. Al die jaren...

ben ik niet meer dan...

drie jaar aan wal geweest.

Veertig jaar...

droefenis en eenzaamheid.

Vele oceanen was ik gescheiden van m'n jonge vrouw.

De dag na m'n huwelijk vertrok ik naar Kaap Hoorn.

Zei ik vrouw ?

Ze was meer 'n weduwe.

Zij, en die arme, zielige...

verwaarloosde jongen.

Ik was geen man en geen vader.

Met alle waanzin en razernij, kokend bloed en zwetend gelaat...

waarmee ik duizenden malen m'n prooi najoeg.

Meer duivel dan mens.

En ben ik er beter...

en rijker van geworden ?

Wie is het ?

Wie geeft mij die opdracht ?

Wat is het...

dat me dwingt dingen te doen die ik normaal nooit zou doen ?

God, ik voel me ze oud.

Alstublieft, God. Maak dit gebroken hart weer heel.

Kom dichterbij.

O, God. Ik voel me zo dodelijk vermoeid.

Laat me in de ogen van 'n mens kijken.

Dat is beter dan in de zee of in de lucht turen.

Beter dan kijken in de ogen van God zelf.

Blijf aan boord.

Wat er ook gebeurt.

Ik zie m'n vrouw en m'n zoon in je ogen, Starbuck.

En die van mezelf.

Ik zie die van mezelf.

Mijn kapitein.

In deze ogen ziet u mijn vrouw...

en u ziet mijn kinderen.

Ik vrees dat ik ze nooit meer zal zien.

Laten we wegvaren van deze vervloekte zee.

Laat me de koers veranderen. Laat deze wind ons naar huis brengen.

God, toon u aan deze man...

of geef me kracht hem te doden.

Wat heb ik gedaan ?

Is Ahab Ahab niet meer ?

Daar spuit ie.

Hij spuit, hij spuit.

Ga naar de boeg, kapitein.

Daar heb je 'm, de witte walvis.

Ik ga niet met u mee.

Laat de sloepen zakken.

Pas dan op het schip.

Fedallah.

Kom terug, heiden. Vervloekt ben je.

Vanavond liggen hier tonnen walschot.

Tot uw orders.

Niet doen, kapitein. Kom terug.

Nee, kapitein. De zon.

Roeien, moordzuchtige bandieten. Haast je.

Laat me op z'n witte rug springen. Doe het voor mij.

Weg.

Je bent me voorgegaan, Fedallah.

Ik ben de luitenant van het lot.

Arme man.

Roeien.

Breng me langszij.

We slaan hem aan de haak en laten hem branden in de hel.

Roeien.

Niemand lacht Flask uit, en jij al helemaal niet...

Moby Dick.

Rustig, mannen. Rustig.

Kom op, stuk ellende, laat je zien.

Hier, pak aan, rechtstreeks uit de hel.

Kapitein.

Met alle haat die in me is spuug ik op je.

Z'n staart.

Roeien, jongens.

Laat de dood van de kapitein niet zinloos zijn.

We pakken het hart van de walvis en laten z'n bloed vloeien.

Van mij.

Blijf af. Vervelend klein ventje.

Gered door de kist van m'n vriend, dreef ik twee dagen rond.

Toen werd ik eindelijk gevonden door een schip.

Het was de Rachel, nog steeds op zoek naar de verloren zoon.

In plaats daarvan vonden ze een wees.

Nederlandse ondertiteling bewerkt door : ToYoSoFt

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.