All language subtitles for Les.Maries.De.L.An.II.1971.BDRip.1080p.Remastered.FR.HDLight.x264.AC3.2.0-BzH29.NL.v2

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

HET PAARTJE VAN HET JAAR TWEE

Kijk, er ligt iemand in het ruim.

Wie ben jij en wat doe je daar?

Overeind. Kom hier.

Breng hem aan dek.

Nicolas Philibert ontdekte Amerika op 12 april 1787...

in Charleston, in South Carolina.

Hij was de oceaan overgestoken op een schip van de "Compagnie des Indes"...

maar men is er nooit achtergekomen waarom hij Frankrijk verliet.

Zonder papieren of geld belandde hij in de gevangenis.

Hij bleef er drie dagen.

Vijf jaar later was hij de meest benijdde man van de ongastvrije staat.

Hij zou trouwen met Margaret, dochter van Arthur Davison...

de rijkste man van het land, de koning van de graanhandel...

die met meer dan 30 schepen graan uitvoerde naar de hele wereld.

Daar is mijn jongen.

Naar de kerk.

De huwelijkse staat die Christus sierde door zijn aanwezigheid...

en zijn eerste wonder, volbracht in Kana�n, Galilea...

geprezen door Paulus.

Die dag noemde ieder zich zijn vriend.

Zelfs de mannen die naar haar hand hadden gedongen...

maar die Arthur Davison afgewezen had.

De machtige reder verkoos Nicolas Philibert...

die voor hem werkte als nachtwaker...

maar zijn rechterhand was geworden. - Worden nu verenigd in de echt.

Als iemand een reden kent waarom ze niet kunnen worden verenigd...

laat hem dan nu spreken of voor altijd zwijgen.

Ik protesteer.

Die man is al getrouwd.

Ga verder. - Maar ik...

Negeer hem, hij is jaloers. - Maar toch...

Kom, eerwaarde, we verspillen tijd. Verbind ze in de echt.

Bent u getrouwd of niet? - Nee. Ja. Wat maakt het ook uit?

Zeven jaar geleden in Frankrijk, door katholieken. Dat telt niet.

Maak dus voort, eerwaarde.

Is uw vrouw dood? - Natuurlijk, waarom niet? Dat kan toch.

Juist, ja. Dood.

Dit huwelijk is in strijd met de kerkwetten.

Eerwaarde.

Dit kun je me niet aandoen. - Nee, Arthur.

Ik heb je kerk en je huis gebouwd. Toe nu. Verenig ze in de echt.

Nee, dat kan ik niet. - Pas goed op, Toby.

Wat had je verwacht? Waarom is hij niet gescheiden?

Gescheiden? Maak je een grapje? Dat bestaat niet in Frankrijk.

Lees je geen kranten? Er is een revolutie geweest, het is een republiek.

Dank je, dat weet ik ook. - Het eerste wat ze op dag ��n deden...

was scheiden wettelijk mogelijk maken. - In Frankrijk?

Dat klopt. Wist je dat dan niet?

Twee weken later ging Philibert aan boord van de Flying Fish...

een tarwe-schip dat naar Frankrijk voer.

De tarwe en het schip waren eigendom van Arthur Davison.

Nicolas nam ook de onderhandelingen over de lading op zich.

Meneer. Philibert. - Pardon.

Frankrijk. Je zou er nieuwe woorden voor willen bedenken.

Een vrij land, na tien eeuwen van tirannie.

Eindelijk is er gelijkheid en eerbaarheid.

Waar ligt Nantes eigenlijk? - Aan het eind van de riviermonding.

Op tien mijl van de kust. - Bent u hier dan bekend?

Ik ben er geboren. - Is dat zo?

Hebt u er nog familie wonen? - Mijn vrouw.

Daar hebt u me nog nooit iets over verteld.

In een ruk staat u oog in oog met uw vrouw en uw land.

Zijn volk terugvinden in een van hen. - Ik kom terug om te scheiden.

Wilt u scheiden? Geweldig.

Het eeuwige huwelijk is verkeerd.

De liefde ven/liegt...

maar de wet verbiedt dat de haat in het huis binnenkomt.

En ik dacht dat u hier tarwe wou verkopen.

Ik kan het allebei doen. - Jawel, maar...

Kom naar beneden. - Ze zullen nog te pletter vallen.

Haal ze naar beneden. - Ik kan de kinderen niet bevelen.

Maar het zijn de uwe. - Precies.

Hun instinct moet kunnen ontluiken. - Het zijn toch geen apen?

Wat hebt u dan tegen apen?

Hebt u Rousseau gelezen? - Waarom?

Alles op deze aarde is goed als je de aard en/An respecteert.

Zonder de leugens van beschaafdheid.

Kijk, ze sturen ons een aankondiging.

Wij groeten u, broeders en bevrijders, overwinnaars van het despotisme.

Wij groeten u, trots van de menselijke soort.

Dank u, vrienden. Lang leve de Republiek.

Roem aan uw jonge kracht.

Keer u om, ga meteen overstag. - Maar we varen naar Nantes.

Nee, dat is verboden. Keer om. - Waarom?

Staat van oorlog. - Met wie?

Met Engeland. - We zijn niet Brits. We brengen tarwe.

Wat? - Tarwe.

Kijk toch. - Achteruit.

Snel, achteruit.

Wie is dat? - Dat is een spion.

Het is een aristocraat. - Welnee, een Engelsman. Kijk.

Dat is waar. - Weg met Engeland.

Weg met de Engelsman. - Het is een Amerikaan.

Wat moet hij? - Hij brengt tarwe.

Tarwe, zei ik. - Hij brengt tarwe.

Leve de Amerikaan.

Leve de Amerikaan. - Mijn hoed. Waar is mijn hoed?

Sluiten. Sluit de poort.

We willen erlangs.

Ga zitten op je plaats, de zitting is nog niet voorbij.

Ga allemaal weer zitten. - En dat dan? U bent verantwoordelijk.

Kijk dan. - Brood.

De tarwe. - We verhongeren.

Geef de tarwe aan de vrouwen. - Laat de schepen binnenvaren.

De haven is gesloten.

Ik volg bevelen op. - Haal de afgevaardigde.

Ik wil wel met hem te praten. - Geef ons de tarwe.

De tarwe. - De tarwe? Welke tarwe dan?

Die van de Amerikaan. Ze hebben zijn schip geblokkeerd.

Laat hem erlangs.

Heb jij een schip? - De Flying Fish, de Davison Company.

Een schip met tarwe? - Ja, met 50 ton.

Ga toch even zitten. - Tarwe.

Wie ben jij? - Nicolas Philibert.

Ben jij Fransman? Kom je uit Amerika?

Een Engelse kolonie, baken van despotisme.

We hebben hem bevrijd. - Hoezo wij?

15 jaar geleden onder de koningen. Niet te vergelijken.

Zij waren misdadigers. Ik zie het ongedierte nog krioelen.

Spionnen en profiteurs. Ik vernietig ze, waar ze ook vandaan komen.

Nee, hij brengt ons tarwe. - Tarwe, h�?

Stakkers, misleid door onschuld.

Net schapen voor de wolven. Onze vijanden schuwen geen middel.

Wie zegt u dat die tarwe niet vergiftigd is?

Ja, vergiftigd. Ik ben er zeker van.

Het is een list, ze zouden alles doen.

Ze zijn overal en belegeren ons. Engeland heerst op zee, de royalisten.

Een embargo, stelletje leeghoofden.

Ze zitten in de muren. Ik zie ze hier zelfs.

Pas op voor de gerechtigheid, ik zal haar leiden.

Zonder medelijden, vergeet dat niet.

En de tarwe, burger? - Gooi die in zee.

Jullie twijfelen dus nog. Haal een zak tarwe van dat schip.

Maak er pap van, voor de honden. Arme beesten, ze creperen vast.

En hij? - Laat hem hier wachten.

Nicolas. Herken je me dan niet?

Simon, ben je nu soldaat? - Nee, nationaal gardist.

Ben je terug? - Jawel.

Sinds wanneer? - Ik ben er net.

Ga er nu toch niet vandoor.

Nee maar. - Wie is dat?

Philibert, ken je hem niet meer?

Vijf of zes jaar geleden heeft hij met een edelman gevochten.

Een baron die op zijn vrouw uit was. Hij heeft hem gedood.

Hij moest vluchten. Hij sprong op een schip en verdween.

En zijn vrouw? - Een vreemde meid.

Ze had een zwak voor de adel.

Was ze dat? - Gosselin zijn dochter?

De wijnhandelaar? - Ja, stel je voor.

Pas toch op, voorzichtig. Hou het tegen. Hou het toch tegen.

Aan de kant.

Hou het goed tegen. - Ik doe wat ik kan.

Goeie God.

Kijk uit.

Kijk toch, het is niet waar. - Wat een ramp, de moordenaar is terug.

Dat gaat mis. - Hij lijkt niet gemeen.

Vergis je niet. Je had hem met haar moeten zien, altijd roepen en tieren.

Liet Gosselin dat toe? - Hij is gek op hem.

Hij had hem gevonden als kind, zomaar achtergelaten.

In dat steegje op de dag van Sint. Philibert.

Is hij 'n vondeling? - Ze groeiden samen op.

Later zijn ze met elkaar getrouwd. Was dat even een vergissing.

Met de handel gaat het slecht, het is niet meer zoals vroeger.

We komen er wel. Mijn kelders liggen vol en ik verkoop zo veel mogelijk.

En Charlotte? - Stil. Praat hier niet over haar.

Wat er nu in de stad gebeurt, dat is geen lachertje.

Snap je wat ik bedoel? Ze heeft me teleurgesteld.

Dag, Nicolas. - Dat is Lucas.

Herken je hem niet? - Natuurlijk. Alles goed?

Hij is stokdoof. Wat zei ik ook weer? - Charlotte.

Je moet het weten. Je hebt haar baron vermoord...

maar een halfjaar later werd ze verliefd op een markies.

De markies de Gu�rande. Ze heeft nog steeds grootheidswaanzin.

De voorspelling van de zigeunerin. - Is ze hier?

Charlotte? In Nantes? Ben je gek?

Al die beau monde is in het begin gevlucht, in 1789.

Ze is met haar markies gevlucht. - Waarheen?

Daar heb ik geen idee van.

Ik heb in vier jaar niks van haar gehoord.

Je bent hier toch niet voor haar? - Jawel.

Waarom dan? - Om te scheiden.

Nee, maar. Om te scheiden?

In onze tijd hadden we dat nooit geduld.

Meneer Gosselin. Burger Gosselin. - Wat moet die nu weer?

Wat is er nu weer? Wacht hier.

Je vrouw. - Ja?

Iemand kan je zeggen waar ze is. - Wie dan?

De zus van de markies. - Diegene die...

Markies de Gu�rande, die van je vrouw. Zijn zus is hier nog.

Ik zie haar af en toe in de stad. Ze komt naar een huis in mijn buurt.

Zeg, eens, ben jij dan niet doof? - Dat hangt en/An af.

Kom mee, laat me zien waar het is. - Ben je gek? Ik heb nog werk.

Ik wist zeker dat hij bij jou was.

Alles staat op stelten. Ze hadden hem opgesloten...

en toen ze terugkwamen, was hij al ontsnapt.

Dat is echt iets...

Geweldig, hij is er weer vandoor.

Daar is het.

Ze zijn boven en verwachten u.

Opnieuw.

Goed zo.

Eindelijk.

Uw beurt.

Vooruit.

Ik kan geen noten lezen. - Wie stuurt u?

Niemand. - Wie ben jij?

Ik zoek Juffrouw de Gu�rande.

Niet hier. - Ze zeiden...

Niet hier. - Hoe kom je hier?

Val je vaak zo binnen? - Wie liet je erin?

Verklaar je nader. - Rustig, vrienden.

Wie ben jij? Antwoord.

Goed, maar haal dat ding weg.

Kijk, daar is hij. - Nicolas, wat spookje daar uit?

Ik zoek je al een uur. - Ze zoeken jou.

Interesseert je tarwe je niet meer? - Ik kom naar beneden.

Wie woont er hier?

Wat voor een huis is dit? - Wat?

Ze smullen er blijkbaar van, de rekels.

Daar is onze redder de weldoener van het volk.

In mijn armen, overzeese vriend. Je tarwe is uitstekend.

Laat zijn schip de haven invaren.

Zo is het genoeg. Genoeg verspild. Respecteer het brood van het volk.

Protesten. Hou ze aan. Verdrinken, die meute.

Wat heb je, Simon? Scheelt er wat?

Kom mee, blijf bij me. Straks vieren we het Feest van de Rede.

Jij wordt de held, samen met mij natuurlijk.

Weet je het nog? Ik zei toch dat de dag zou komen.

Je ziet dat het zover is.

Wat heb jij al die tijd gedaan? - Handel gedreven.

Schaam je je niet? - Zonder kan de wereld niet bestaan.

Dat komt nog wel.

Zeg eens, heb je al een vracht voor je terugkeer?

Nog niet. - Zoek niet langer, ik heb er een.

Ik vul je ruim met "Muscadet".

Als ze daar geen witte wijn lusten, heb ik "Chinon" en "Bourgueil".

Wat je maar wilt. Wij worden rijk.

Wie is dat? - De godin van de rede.

Nee, wie is zij. Ken je haar?

Dat is Pauline de Gu�rande, de zus van de markies.

Zij kan je vertellen over Charlotte.

Zover was ik ook. - Ach ja?

Hien/oor zul je boeten.

Gespuis. Ben jij ook een van hen?

Hou hem aan.

Sneller, sneller.

Zeg wat, Daan/oor bent u hier. - Zwijg.

Zwijg, je maakt het erger. - Laat me toch iets zeggen.

Je gelaat is dat van een boef, je stem die van een rebel.

Je blik die van een man verwikkeld is in complotten.

Maak je medeplichtigen bekend. - Welke medeplichtigen?

Hij is niet goed snik. - Luister goed, burgers.

Beledigingen in de zaal. Hij verergert zijn misdaad.

Welke? - Hij hielp haar ontsnappen.

Mis. - Er zijn vele getuigen.

Ik ken haar niet eens.

Wat nu? Ik ben er pas net. - Hij geeft het toe.

Samenzweerder van de aristocraten? - Ik? Die de eerste edele gedood heb?

Vier jaar voor de rest. De Bastille was nog niet bestormd.

Toen had ik al een baron vermoord. - Laat je advocaat spreken.

Er bestaat geen wet die streng genoeg is...

om misdadigers als mijn cli�nt te straffen.

Dank je, je hebt je plicht gedaan. Burgers van de jury?

Ter dood veroordeeld, de volgende.

Jullie zijn allemaal gek geworden.

Laat je hem onthoofden? - Over een kwartier.

En de Amerikanen? - Laat ze.

Dan sturen ze geen schepen meer.

Wil je dan dat het volk verhongert? - Je ergert me.

Pak aan, ik neem ontslag.

Blijf hier. Simon.

Kom terug, hoor je me? De stijfkop.

Hier. - Wat nu weer?

Het ontslag van de raad. - Afgewezen.

Dit is niet prettig, h�?

Maar een robuuste kerel als u. Kijk even achterom.

Ziet u dat raam?

Te hoog.

Clavier Edmond, Vaguz Julien, Havech�re Emilie.

Philibert Nicolas.

En ik? - Jij niet.

Laat hem meegaan.

Nee, niet daarheen.

Blijf hier, ik kom vannacht terug.

En? Waar is hij, uw proteg�?

Ik heb geen tijd. Hij moet het maar snel verklaren.

Is hij er niet? - Ik zag hem net nog.

Roep hem dan.

Alles komt in orde. Nicolas is gered.

Waar is hij gebleven? - Philibert.

Wanneer vertrekt je schip? - Morgen.

Waar schepen we in? - In de riviermonding.

Is dat ver?

Ik, een royalist? Helemaal niet.

Ik was afgevaardigde van de basisvergadering.

Ik was er toen ze de Bastille bestormden.

Ik schreef de mensenrechtenverklaring samen met Mirabeau.

Dat kunt u niet begrijpen. In het begin was alles duidelijk.

En toen werd alles ingewikkeld en ontstond er verdeeldheid.

Alleen het begin is goed.

Ze zeiden dat ik handelde omdat ik 'n klooster kocht.

Wie heeft dat niet gedaan in '90? Iedereen sloeg toe.

Kijk hier, de ring van een bisschop.

Het was een kwestie van bekrompenheid en jaloezie.

Kom mee.

De Chouans. De royalisten.

Bescherm ons. We zijn vluchtelingen en doen niemand kwaad.

Maar...

Het is een blauwe, een spion.

De lantaarn.

Ga weg, je bent vrij.

Vlucht dan toch.

Geef dat hier.

Vooruit maar.

Stop. - Wat is er?

Daar komen ze.

U? U, meneer? Bent u niet gewond?

Henri.

We zijn voorbestemd elkaar te ontmoeten.

Maak ik u bang?

Mijn zus vertelde me wat u deed in Nantes.

Ze is me dierbaar en u hebt haar gered. - Uw zus?

Meneer de Markies de Gu�rande, tot uw dienst.

Ik geef u alles wat u wilt.

Waar rijden we naartoe? - Mijn broer zijn huis in Grandchamps.

Het land steunt ons, van Cholet tot Foug�res.

Over een maand nemen we met 100.000 Nantes in.

Over zes maanden, de witte vlag op de Notre-Dame en de republiek dood.

Pauline. - Wat was ik ongerust.

Het was geen leven meer.

Jullie zijn aan die monsters ontkomen.

Kijk, daar is mijn redder.

Meneer, uw heldendaad. - Uw durf, jongeman.

Staat u een ridder van Sint. Louis toe?

U verwarmt mijn hart in mijn laatste levensdagen.

Hallo. - Weten ze wie je bent?

Nog niet. - Zeg alsjeblieft niks.

Hoe lang ben je er al? - Tien minuten.

In Frankrijk. - Twee dagen.

Waarom? - Om jou te zien.

Charlotte, deze man heeft Pauline gered.

Ik ken uw naam eigenlijk niet eens. - Dat is waar. Hoe heet u?

Heb ik die niet gezegd?

U hebt het me nog niet gevraagd. - Ik vraag het u nu.

Ik zal hem u zeggen.

Rustig, meneer. - Nee, kijk.

Wat is dat? - Drank.

Geen alcohol, bent u gek? Haal koud water.

Bent u dokter? - Ik heb er ervaring mee.

Ga wat achteruit. Zo kan ze niet ademen.

Kom, we brengen haar weg. - Goed.

Saint-Aubin, help ons even.

Snel. - Waarheen?

Naar boven.

Kijk uit. U trapt op mijn tenen. - Til haar op en wees stil.

Hoofd laag zodat het weer bloed krijgt. Kussens onder de benen.

Goed zo. Warmte. Ze heeft warmte nodig.

Laat me met rust. Het gaat wel. - Laat ons alleen, dat is genoeg.

Ik haal meteen een glas water. - Nee, dank u.

Ik wil u alleen maar helpen.

Laat me los. - Nee, ze rust.

Rusten? Ze doet niks anders. Ze zakt onderuit terwijl ik strijd.

Wind u toch niet zo op. - Raak me niet aan.

Noem me niet Pauline. - Vriendin.

Stomme koeien. Loop me niet achterna met uw lage verlangens.

Ik verzeker u... - Eruit.

Waarom? - Omdat het u gevraagd wordt.

Ik heb uw naam nog niet gehoord. - Bastillac.

Gascogner? - Niet dan?

Uw accent niet. - Kwijt. Jammer?

Heel erg. - Scheer u weg. Nu meteen.

Eruit.

U gloeit. - Ik bevries.

Ik haal de dokter. - Nee, ik was draaierig van het dansen.

Ik weet wat u mist. Paardrijden, de bossen, de jacht op wild.

Denkt u dat? - En ik sluit u op, tot u verbleekt.

U vergezelt me voortaan overal. Ik zal u leren schieten.

Hier, dit is voor u.

Ik hou niet van bloed. - Schiet op vogels.

Ik weet zeker dat u kunt vechten. - Nee, Henri.

Wat is er? - Nee, ik smeek u.

Kom nu.

Ze wil zich interessant voordoen. Ik heb een hekel aan haar.

Ik zou haar ombrengen, maar wil hem niet kwetsen.

Ze heeft hem betoverd, de sloerie. - Wie is ze?

Niemand, een volksmeisje. Ze wil met hem trouwen.

Al drie jaar. - Is ze niet getrouwd?

Dat was ze. - Met wie?

Geen idee, een boerenkinkel. - Ja?

Hij is vermoord door indianen en opgepeuzeld.

Dat was ik vergeten. Ik heb nog iets voor u.

De prins. - Mijn God.

Excellentie. Maar u bent vroeger dan verwacht.

Is dat een verwijt? - Welnee, maar er is niks klaar.

Wat maakt het uit? Ik slaap op een harde matras, zoals u.

Hoor je dat? - Wat is hij bescheiden.

Dank u, Excellentie.

Welke route hebt u gevolgd? - We zijn langs S�guret gereden.

Nee, nu niet, ga weg. - Goed.

Wat wou je? - Niks, het kan nu niet.

Dat is te gemakkelijk. Na zes jaar sta je hier te lachen.

Wat denk je wel? Ik heb een leven zonder jou.

Ben je weduwe? - Wat moest ik? Dat was het simpelst.

Maar opgegeten door indianen? - Wie heeft dat gezegd?

Pauline. - Ik krab haar ogen nog eens uit.

We blijven trouw aan onze voorvaderen, onze lelies, onze heilige kerk.

Voor God en voor de koning.

Nicolas, ben je gek? - Ik ben moe.

Sta op. - Ik heb mee dagen niet geslapen.

Henri komt zo terug. - Dan zeg ik dat ik niet dood ben.

Je hebt het recht niet.

Ik heb je vader trouwens gesproken. - Wat heeft hij gezegd?

Hij huilt al vier jaar. - Vanwege mij?

Dat kan. - Hoe gaat het met hem?

Onherkenbaar. Kaal, zonder tanden, een wrak.

Mijn God. - Het is geen mooi gezicht.

Hij hield van je. - Ga nu weg. Snel.

O, in een stal.

Volgt u mij, excellentie.

Ik heb genoeg van dat verbergen.

Geweldig. - We hebben er 300 gekregen.

Dat wordt een bloedbad. - Ik hoop het.

Sheffield, wil ik wedden.

Graaf d'Artois zal u uitvoerig bedanken. Hij is...

Ik moet je spreken. - Meneer de markies.

Wat is er? - Die van Beaulieu willen vertrekken.

Ze gaan weg. Red jezelf. Neem een paard achter de kerk en vertrek.

Zeg dat ik zo kom. Verontschuldigt u me?

Ga maar, ik wacht hier op u. - Waar zijn ze?

Ze zijn al op de weg. - Ik kalmeer ze. Ze ergeren me.

Daar bent u. Hadden ze u dan verborgen?

Verborgen? Waarom dan? - Omdat ik eraan kwam.

Nee, excellentie, kom toch niet binnen.

Wees redelijk. Wat moet dit nu weer?

Wat een kracht. Kom nu. Nee maar, waarom...

Heb ik u pijn gedaan? - Het is niks.

Het is een pijnlijk genoegen. Ik moet u spreken.

Alstublieft niet. - Een vrouw als u hier? Hoe durft hij?

In de koeienstank, wat een schoft. Tegelijk bewonder ik u.

Bent u iets kwijt? - Maar u bloedt. Uw hand.

Neem hem maar.

Bemint u hem nog? - Wie?

Gu�rande, natuurlijk. - Ja, hoor.

Wanneer wil hij met u trouwen?

Hij kan maar niet beslissen, h�?

Maar ik ben hier, mevrouw. Weet u nog wat ik in Rennes tegen u gezegd heb?

Da's lang geleden. - Ik hou mijn woord.

Ik bied u mijn naam en rang. Zeg ja en u wordt mijn vrouw.

Wat verwacht u van hem? Hij behandelt u als een courtisane.

Hij trouwt niet met u.

Dan had hij het al gedaan. - Hij doet het.

Wanneer? Zeg het me. - Morgenochtend.

In de dorpskerk. Wilt u onze getuige zijn?

Mijn lief. Leg haar toch neer. - Waar?

Laat haar los.

Ik ben hier, Charlotte.

Geen alcohol. Bent u gek?

U hebt haar ontzet. - Nee, u.

Ze heeft azijn nodig. En peper.

Laat mij maar.

U doet me pijn. - Maar het is voor uw eigen bestwil.

Het ruikt hier verbrand.

Doof hem dan.

Water. - Daarheen.

Requiem, kom naar boven en haast je.

Snel, je wondermiddel.

U zult zien, zijn drankje doet wonderen.

Doe maar.

Wat heeft ze nu? - Ze kon het grote nieuws niet aan.

Uw broer trouwt morgenochtend met haar.

Mevrouw de prinses, mevrouw de markiezin, excellentie, hoogheid.

Nee, maar. - Meneer de Bastillac?

Het stopt niet. - Meneer de Bastillac?

Daar bent u. Ik kan niet blijven. - Ik ook niet.

Neem me dan mee. Laten we snel samen vertrekken.

We zullen samen vechten, zij aan zij. - Wat?

Ik word uw vrouw als u wilt. - Het is niet het moment.

Juffrouw. Juffrouw.

Ik heb u gekwetst. Ik weet niet waar ik het heb.

U ook niet, meneer? - Niks is eenvoudig, voor niemand.

Als u eens wist, mijn broer. - Stil maar.

Met die vrouw, morgenochtend. - We geloven in iemand en...

Vreselijk. - Zo gaat dat.

Ik zeg alles over mij en weet niks over u.

Ik vertel het u later wel. Hij is nog wel even bezig.

Vrienden, u kent allemaal de reden van mijn aanwezigheid hier.

Ik heb tien dagen geleden de broer van de koning gezien.

Hij heeft me een brief gegeven, Voor U.

Waarde, trouwe onderdanen... - We kunnen nu niet vieren.

Ik kan 'n stille mis doen. - Nee, een hoogmis.

Ik heb geen orgel. - Neem doedelzakken.

Dit huwelijk zal de mooiste dag worden van mijn hele priesterambt.

Bevalt hij u niet? - Hij is van de bisschop.

Bent u gek? Dat is haar verlovingsring.

Zeg, Gu�rande, mag ik verder gaan? - Stilte graag.

Waarde, trouwe onderdanen, de nacht is gevallen over onze steden...

maar God zal onze lelies weer laten bloeien.

De dag breekt al aan...

De dag breekt al aan bij de grenzen. De Europese vorsten komen ons te hulp.

De republiek begint te wankelen.

Oostenrijk en Pruisen zijn in de Elzas, Spanje in de Pyrenee�n.

U, strijders van Bretagne en de Vend�e...

zult de schakers van de troon de fatale slag toebrengen.

Uw eerste zeges kondigen grotere zeges aan.

Vandaag is uw taak duidelijk.

Ruk op naar Nantes, neem de stad in.

Geef de Engelse vloot een haven. - Nee, h�.

Wilt u dat niet? - Ik heb genoeg gezien.

Saint-Aubin, beledigt u uw prins? - Let wat beter op uw zuster.

Laat me. - Herhaal dat.

Vraag wat ze deed met die avonturier.

Met haar redder die meneer de Bastillaic.

Ogenblikje, hier is mijn handschoen.

Pak aan. - Ik verwacht een secondant.

Hij is mij waardig, meer dan jullie. De hemel bracht hem naar mij.

Als je morgen trouwt, krijgt hij mij en kan hij zijn zin met me doen.

De Gu�rand, hou op met die streken.

Hij houdt meer van zijn zus. Wilt u met hem trouwen?

Doe dat niet. Vergooi uw leven niet. Er is nog tijd.

Een edelman mijdt een duel niet. - Laat me met rust.

En garde. - Stop uw zwaard weg.

Het staat ten dienste van de koning. Waarom dit gekibbel? Wees ernstig.

Geef hier.

Laat los. - Luister nu.

Ga toch naar Pauline. - Wat nu, Pauline?

Wat is dat? - Niks mee te maken.

Denk je dat ik dom ben? - Kom.

Daar bent u.

Het is beslist, ik neem u mee. - Nee?

Ik wil niks liever. - Dat doet pijn.

Laten we gaan, het is zover.

De zigeunerin had het u voorspeld. U wordt prinses.

Nee, maar zeg eens.

Excellentie. Wat heb je gedaan? - Laat hem nu maar.

Maak je uit de voeten. Word wakker, kleine Charlotte.

Prinsen en markiezen zijn niet meer. Bovendien hou je niet van ze.

Jawel. - Van welke?

Gaatje niks aan. - Je bent zielig.

En garde, meneer. Waar is uw zwaard?

Hier, burger. - Bij Saint-Louis, ik sta u bij.

Mijn beurt.

Hou hem tegen.

Jij bent de enige die telt. - Henri.

Alleen jij. Ik dacht alleen aan jou, zelfs toen ik bij haar was.

Waarom heb je me dat nooit gezegd?

We zijn verloren.

Ik dacht dat je niet jaloers zou worden op haar.

Ik ben bang, Henri. Laten we uit elkaar gaan.

Trouw met haar. - Wil je dat?

Dan vertrek ik met Meneer de Bastillac. - Nee, toch?

Jawel, dat moet. Sta hem toe met me te trouwen.

Laat me los, ik wil niet meegaan.

Stop toch. - Ik zal je leren.

Grijp die schoft.

Hij heeft de prins geslagen en burger genoemd.

Het is een republikeinse spion, ik wist het wel. Grijp hem.

Daar gaat hij.

Hij is van mij.

Henri, niet doen. Hou daarmee op, ik smeek je.

Je hebt hem vermoord. - Een minder.

Maar dat is Nicolas. Het is Philibert, mijn man.

En jij hebt hem vermoord. Moordenaar.

Moordenaar. - Meneer de Markies, we hebben hem.

Laat hem los.

Laat hem toch los. - Hij is een populist.

Hij heeft gelijk.

Grijp ze, idioten. Grijp ze.

Bastillac, h�? Weet je wie hij is?

Philibert, haar man, de moordenaar van de baron.

En? - Niks. Jullie?

Niks, ze zijn weg. - Laat ze naar de hel lopen.

Het is goed, we keren terug.

We kunnen niet scheiden. - Dat wist ik.

En als we morgen sten/en? - Wat maakt het uit?

Dan zullen we samen zijn.

Weet je nog onze eerste nacht samen? - Dat was ook in een boom.

Een appelboom. - Je was acht jaar.

Toen deed je alles wat ik wou. - Vind je dat ik veranderd ben?

Draai je om, je haar zit in de war.

Wat is dat? - Niks.

Niet doen. - Geef hier.

Wie is dat? - De dochter van een reder.

Arthur Davison. Welja, Arthur is haar vader.

Zij heet Margaret. Ik leg het uit.

Ik snap het en ben niet boos. Een man kan niet alleen zijn.

Ik was ver weg. - En ook niet alleen.

Ze ziet eruit als een truttebol.

Weet je, dat meisje, die vrouw.

Dat jonge meisje, want ze is niet getrouwd,

Ze wou... - Trouwen.

Ja, maar dat kon niet met een getrouwd man.

Dat staat vast. - Zijn we het eens?

Beweeg niet zo. - Maar alles beweegt om ons heen.

Kijk naar de revolutie. Die beweegt. Neem nu een koppel.

Eerst zijn ze gelukkig, dan maken ze ruzie en nu kunnen ze scheiden.

Wat is dat dan? - Die nieuwe wet, weet je wel?

Je gaat naar het stadhuis, tekent een papier en het is voorbij.

Maar dat is idioot. Een witte haar.

Wat ik wou zeggen... - Nu ben je weer mooi. Kus me.

Juist, Margaret... - De dochter van Arthur.

Ze wil met je trouwen. Is dat het? - Dat heb je goed geraden.

Daarom had ik zo gedacht dat jij en ik konden... Kortom...

Dat we zouden kunnen scheiden.

Ben je daarom teruggekomen?

Dat zeg je me nu? - Wanneer moest ik het doen?

Vannacht wou je niet scheiden, toen wou je iets anders.

Raak me niet aan. Ik walg van je. Je liegt nog altijd.

Ik heb mijn leven verspild. - Zeg 's.

Mijn kindertijd, mijn jeugd. Wie liep er achter me aan?

Ik kon nooit eens iets doen. Je liep me altijd voor de voeten.

Je wou maar een ding. - Je zei niet nee.

Ik schaam me. En mijn enige vriend heb je omgebracht.

Ik? - Heb je de baron niet gedood?

Hij had me uitgedaagd. Genoeg. - Wilde, lomperik.

Is dit bijna afgelopen? - Jij, vuil mispunt.

Geef dat terug. - Weg met haar.

Dat zet ik je betaald.

Help.

Wat is er? - Luister.

Ik wil je nooit meer zien. Ga terug naar Amerika.

Reken maar, meteen. - Goeie reis.

Dank je. - Trouw met je erfgename.

En jij met je oude pruiken.

Excellentie, wat een geluk.

Dit is een wonder. Ik had de hoop laten varen.

Bevrijd me van die niksnut.

Welke? - Die daarboven.

Alweer dat beest. Met plezier.

U weet niet wat u wilt. - Zo is ze altijd al geweest.

Ik richt. - Als u schiet, ga ik.

Wat moet ik? - Bevrijd me van hem.

Met mij? - Als u dat wilt.

Ik wil scheiden. - Goeie republikeinse wet.

De enige die we moeten houden. Rechtsomkeert.

Vraagt er niemand om mijn mening?

Ik ga niet akkoord. - Jij wou het.

Ja, maar niet zo.

Hij begint weer.

Requiem, de zwarte likeur.

Marihuana? - Ja, een flinke dosis.

Echtscheidingen? - Ga in de rij staan, zoals iedereen.

Een gehandicapte. - Hij heeft er ook recht op.

Hij is wakker. - Welnee.

Kijk maar.

Er zijn er meer dan vorige week. Dit is mijn derde.

Pardon? - Mijn derde scheiding.

Sinds Kerstmis.

Kan ik mijn liefde beter betuigen dan door gevaar te lopen?

Dat verraad gaat niet door. Het is een complot. Sluit de deuren.

Iedereen naar zijn post.

Jaag ze weg. Iedereen naar buiten. Snel.

Je hebt het gehoord, het is gebeurd. - Elke dag weer.

Ik wacht al mee uur. - Kom nu.

Ik wil scheiden. - Ik ook.

Het zit erop. Ga naar huis. - Ik heb er genoeg van.

Weg. - En mijn scheiding?

Het is gedaan. - Ik heb een zieke bij me.

Kom morgen eens terug.

Goed, dan is dit de laatste.

Dat is dat.

Huwelijksdatum? - 14 februari 1786.

De achtste Vent�se, 1786.

Vooruit, treur toch niet, burgers. De volgende. De laatsten, snel wat.

Philibert Nicolas Albert Marie en Gosselin Charlotte Julie Clarisse.

Ben jij Gosselin? En ben jij Philibert?

Nee, hij. - Wat heeft hij?

Hij is ziek. - De benen?

Nee, in het hoofd.

Moet hij nog een slokje? - Deze kant op, vriend.

Arme stakker. - Burger, ik begrijp je.

Dat is vast niet leuk, elke dag.

Kom nu. - Het is zijn schuld.

Burgers, wilt u de band verbreken die u verenigde...

volgens de gewoonten van het oude bijgeloof?

En hij? - Zet maar ja. Hij wil het ook.

Hij moet het zeggen. - Zeg het dan.

Hij heeft het gezegd. - Wat schrijf ik op?

Ja, dat zegt hij toch?

Schrijf. - Hier voor ons...

De bandieten.

Ik zal ze leren. Ik verpletter ze.

Ik voelde het aankomen, het is een complot. Schiet dan toch.

Schiet. Geef op, geef me een wapen.

Ik zal je 's wat laten zien. - Schoft, we hebben je omsingeld.

Kom me maar halen, rotzak.

Daar is hij, de aanstichter, de spil van het hele complot.

Dit is allemaal zijn schuld. Als een rat in zijn tarwe.

Handen omhoog. Vooruit.

Maak voort met die scheiding. Snel, de papieren.

Waar zijn de getuigen?

Geef hier.

Er zijn er mee nodig.

Kom eens hier, jij. - Ik?

Wat wordt het? Ja of nee? - Een brave borst helpt waar hij kan.

Nobele vriend, je zult mijn onschuld uitschreeuwen.

Als ze denken dat ik zal beven, dan hebben ze het mis.

Ik verleen je gratie. Bepleit mijn zaak. Zeg ze dat ik integer ben.

Je goeie humeur overtuigt me. Je geeft me weer moed.

We redden het wel, er is nog niks verloren.

Ik hou je aan, in de naam der wet. - Wat is dit voor een farce?

Het bevel van het comit� van algemeen welzijn. Je staat terecht in Parijs.

Dit is een vergissing. Ik heb alleen het volk gediend.

Bedankt, dappere burgers. Jullie moed heeft gezegevierd.

Excellentie. - Stil, toch.

Dit is mijn prins. Ik werkte vroeger in zijn keuken.

U vergist zich, mevrouw. - Nu noemt hij me mevrouw.

Wat is hij trots. Hij heeft ons mooi wel geslagen.

Zwijg, vrouw.

Snel. Achteruit, allemaal.

Aristocraten. Hou ze aan.

Rustig. Rustig aan. - Ja, zo is het goed. Kom maar.

Charlotte, kindje.

Rustig aan. Rustig maar. - De zigeunerin.

Welja, de voorspelling. - Ze heeft zich niet vergist.

Ze zei dat Charlotte prinses werd.

Dan zal ze dat ook worden, ze hebben het haar ingeprent.

Kalmeer toch, alles gaat goed. Hier.

Kijk.

Waar zijn we? - Sta nu toch niet op.

De dokter wou het niet.

Waar gaan we heen? - Amerika, we varen terug.

En jij dan? - Ik ga mee. Ik wil reizen.

Eindelijk, Meneer Philibert. Hoe voelt u zich?

Maak je geen zorgen meer. De problemen zijn voorbij.

Je tarwe is verkocht. In acht uur was hij uitgeladen.

En ze hebben met goudstukken betaald, niet met wissels.

Hoeveel? - Eindelijk wordt hij wakker.

7.000 pond en dat is niet alles. Al mijn wijn is aan boord.

400 vaten rode wijn en 300 witte. Zo'n deal regel ik liever zelf.

Jij stelt me voor aan Davison. Schoonvaders onder elkaar.

Davison, Margaret. - Ja, ook dat is in orde.

Je kunt met je verloofde trouwen en rijk worden. Hier, kijk maar.

Wat is dat? - Je scheiding is rond, ondertekend.

Grijp dat papier. Snel, grijp het.

Nee maar.

Waar ga jij naartoe? - Alles moet over. Ik moet terug.

Doe dat niet, je bent gek.

Kom terug, wees toch niet zo stom. - Kom toch terug.

Hij gaat alweer achter haar aan. Zo gaat dat nu al twintig jaar.

Waar zijn ze naartoe? - Naar Meneer de Charette.

Is de prins bij hen? - Zijne excellentie? Nee, hij niet.

Hij is naar de vluchtelingen toe, in Duitsland, in Koblenz.

Er zijn alleen maar Fransen. U zult ze leren kennen.

Elke avond zijn er bals en feesten.

Ik breng u naar de regent. Hij triktrakt goed.

Ik heb het koud.

Ik zie uw huis al voor me. Met kachels vol tegels en een tuin naast de Rijn.

Is het aan de oever van de Rijn? - Welja, kijk maar.

Daar is het. U zult een boot hebben met bedienden die chocolade maken.

Is het nog ver? - Nee. We hebben drie-vierde afgelegd.

Nog maar? - Overmorgen zijn we gered.

Rust nu maar uit.

Ga toch slapen. - Als ik dat nu eens kon.

Die zigeunerin voorspelde me toen ik klein was...

Dat u prinses zou worden? Ja, dat is buitengewoon.

Voor Nicolas ook.

Ze zei dat hij fortuin en glorie zou vinden in een nieuwe wereld.

De voorspelling komt dus uit.

Een gele koets? Ze waren hier gisteravond.

Ze reden naar Montargis. - Montargis, zeg je?

Vooruit. - Overeind, vooruit.

Rustig, vriend, niet zo snel.

Jij hebt gereden, wij lopen al tien dagen.

Naar waar? - Saverne.

Het front? - Het schijnt.

Zijn jullie vrijwilligers? - Jij niet?

We vorderen ze op.

Denk je niet dat we te laat zullen komen voor de slag?

Weet je van waar hij komt? Bayonne. - En jij?

Parijs en hij is van Alen�on. En jij?

Uit Amerika. - Hoe bestaat het.

Wat is er zo grappig? - Je overtreft ons.

Je verdient een medaille. Wil jij ons redden? Op jouw leeftijd?

Kom hier, ik wil je zoenen.

Burgers, soldaten, de ogen van de wereld zijn op jullie gericht.

Jullie vechten niet tegen volkeren, maar tegen de tirannen van het volk.

De verdreven koningen dun/en ons nog te bevelen.

We moeten antwoorden met zeges.

Soldaten en volkeren zijn sterker dan de rijken.

Halt.

Een beetje moed, graag. - Nee, we stoppen hier niet.

Laat ze. - Ze kunnen amper staan.

Doe wat ik zeg. - Maar je zult ze uitputten.

Vooruit, voortmaken.

Ben jij Roger Le Gros, handelaar?

Waar ga je heen? - Straatsburg.

Ze zijn al in Saverne. - We moeten toch naar huis?

Zag je dat? Hij besprong me. - Zo is hij, niet te stuiten.

Hij wil er al zijn. - Weet je van waar hij is? Van Amerika.

Zien jullie wel? Ze komen van overal. We zijn niet alleen.

Elke natie reikt ons de hand.

Wat is er? - Daar, Nicolas.

Welnee, dat hebt u gedroomd.

Alweer. - U ziet hem overal, u bent op.

Hou vol, er komt een eind aan de nachtmerrie.

Bisan Bourges? - Jawel. Ik had u niet meer verwacht.

Ik wacht al drie dagen op u. - We rijden verder.

Sneller.

De Oostenrijkers? - Op 2 mijl.

Maar het front beweegt, ze houden niet langer stand.

En nu? - Dwars erdoor.

Door de Franse linies heen. - Moge God ons bewaren.

Verberg u, je weet nooit.

Wat is er? - Daar, naast ons. Hij weer.

Nee, het is niet waar. Daar is hij.

Kijk nu toch. Dit is mijn vrouw. Wat doe je hier?

En jij? - Ik ben bij vrienden.

We gaan naar de bruiloft. - Van wie?

De mijne.

Hij is gek.

Uit de weg. - Ga weg, laat ons met rust.

Waar gaan ze naartoe? - Toch niet bij uitgewekenen?

Hij vraagt of je bij uitgeweken adel bent.

Jij moet niks zeggen met je Amerika. - Amerika, dat is voorbij, afgelopen.

Ik blijf. Het is hier dat het gebeurt.

Ik kan toch niet weggaan? Iedereen moet helpen.

Niet waar, burger? - Sneller, Requiem.

Ga niet, ik heb je nodig voor mijn bruiloft.

We zijn toch gescheiden? - Dat zijn oude koeien.

Kom hier.

Help me, excellentie.

Vuile bruut, stuk tuig. Niet van profiteren, h�.

Mevrouw. - Handen thuis.

Hou op of ik bijt. - Probeer maar.

Inhalige schoft. Ga weg.

Charlotte, blijf hier. Doe niks doms, we hebben al genoeg tijd verloren.

Straks zijn we te oud. - Waarom laat hij me niet met rust?

Omdat hij van u houdt. - Daar komen ze alweer.

Schiet de koetsier neer.

Nicolas, kijk uit.

Snel, kom.

Pak aan.

Sneller, sneller.

Je vrouw? - Hij mag haar houden.

Bravo, excellentie. Bravo.

Laat me los. Laat los. - U knijpt me. Maar u bijt me. Hou op.

Beheers u, men ziet u. - Laat ze kijken.

Niks met ze te maken. - U hoort bij ons.

Dat komt nog. - Nooit.

De keizer? - Ik zal het hem zeggen.

Probeer maar. - Uiterlijk vanavond.

Wacht maar tot ik je te pakken krijg.

Je gaat het hem zeggen? Dat zien we nog wel.

Je zult wel zien. - Probeer het maar.

15 jaar later kwam de voorspelling van de zigeunerin uit.

Ze zei dat Charlotte prinses zou worden...

en dat Nicolas fortuin en glorie zou vinden in een nieuwe wereld.

In 1809 werd veldmaarschalk Philibert prins van het Eerste Keizerrijk.

Aangepast en verbeterd door BuStEl - 2024 www.facebook.com/groups/frenchmoviesubs

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.