Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Christine. - Niet zo schreeuwen.
Ik schreeuw als ik dat wil. Wie zou me tegenhouden?
Waarom luister je niet? - Je bent een leugenares.
Je liegt ons hele huwelijk al. - Zo is het genoeg. Ga weg.
Leuk als je vrouw dat zegt.
Die scheiding kan je vergeten. Je bent m'n vrouw.
Ik wil hier geen jongetjes tegenkomen.
Ik zag hem wel naar binnen gaan.
Die jongen is... - Een leugenaar.
Luister nou. - Ik ben niet gek.
Jij moest bij de film terwijl ik je uit de goot had gehaald.
Nu ga je om met jongetjes, akelige... - Toe dan. Zeg het dan.
Christine.
Is ze dood? - Nee, het is een zeemeermin.
Ze is niet verdronken. Ze is gewurgd met deze riem.
Allemaal achteruit.
Wie van u heeft haar gevonden? - Ik.
Nee hoor, wij vonden haar. Elsie zag haar het eerst.
Hij zegt dat hij het was.
U spreekt elkaar tegen.
Mag ik even? Zegt u maar wat er gebeurd is.
We wilden gaan zwemmen...
en toen we de hoek om kwamen, zagen we hem wegrennen.
Ik ging hulp halen. - Hij sloeg op de vlucht.
Ze is hysterisch. - Dat ben ik nooit.
U sloeg wel op de vlucht. - Ik zag haar en ging naar haar toe.
Ik wist niet of ze dood was. Ik zag de riem niet.
Ik wilde hulp halen. Ik ben hier maar even geweest.
Ze is nog maar een paar minuten dood.
Christine Clay dood aangetroffen op het strand
moordenaar gebruikte riem van regenjas
de dood van Christine Clay
verdachte ingerekend door politie
Is deze riem nou van u of niet? - Voor de honderdste keer: Nee.
Hoe weet u dat? U hebt toch een regenjas?
Ik had er een. - En die bent u kwijtgeraakt.
Hij is gestolen, dat heb ik gezegd. - Dit zijn maar formaliteiten.
Hij is dus gestolen. Wanneer? - Dat weet ik niet.
Ik ging sigaretten halen en opeens was ie weg.
Hij is zomaar in rook opgegaan.
Waar was dat? - In een caf�: Tom's Hat.
Dat zal dan wel. Kende u de vrouw goed?
Ik kende haar uit Amerika.
Klopt het dat u een van haar beste vrienden was?
Of u haar minnaar was. - Wat een onzin.
U was haar vriend. - Schrijf maar op.
Had u het weleens over geld? - Ze kocht ooit een verhaal van me.
Ze betaalde me contant.
Ik heb geld van haar ontvangen...
bij eerdere gelegenheden.
Klopt het dat u weinig geld hebt? - Dat is nog zacht uitgedrukt.
Is dat zo? Ze heeft u namelijk 1200 pond nagelaten.
Wat heeft hij? - Hij doet of hij flauwvalt.
Dat is geen toneelspel, dat zie je zo.
Waar is dat voor? - Voor z'n hoofd.
Trek hem overeind en duw z'n hoofd naar beneden. Help eens.
Ga wat cognac halen.
U bent goed op de hoogte. - Dat leer je bij de padvinderij.
Leren ze je dat daar ook? - Dat gebruik ik bij lastige agenten.
Doet u dat ook bij agenten? - Ik weet dat je boksers zo bijbrengt.
Doet het geen pijn? - Niet als je bont en blauw bent.
Zo hard is hij niet aangepakt. - Geef maar.
Het valt mee. Wat is er gebeurd? - Hij is echt niet zielig.
Is hij schuldig?
Je zou het niet zeggen. - Beoordeel hem niet op z'n uiterlijk.
Dat doe ik niet. Hij is ook helemaal niet mijn type.
Wat is er? - U viel flauw.
Dat is me nog nooit gebeurd. - Het leek er wel op.
U houdt er niks aan over.
Ik ga vader zoeken.
Die cognac valt goed.
Als het weer gebeurt, doet een emmer water wonderen.
Wie is dat? - De dochter van de chef.
Wat een brutaal nest.
Dag, vader. - Het is routine.
Waarom zit hij dan nog hier? - Dat heb je met Scotland Yard.
Wie is z'n advocaat? - Mr Briggs.
Dat meent u niet. - We hadden geen keus.
Waar zat jij?
Pak m'n koffertje. - Doe het zelf.
Ik wil niet bij die auto gaan staan. - Je bent een enorme snob.
Je gaat er vast van houden. - Hij staat in de weg bij de ingang.
Ik kan je nu niet van dienst zijn. Probeer het eens met cognac.
Goeiemorgen. Ik ben Briggs. Wat een heerlijke ochtend.
We mogen niet klagen. Zo'n zonnetje is altijd prettig.
M'n vrouw zei vanochtend: Henry, niet zo piekeren over die zaak.
Aardig van haar. - Dit is in 12 jaar niet voorgekomen.
Je verwacht die dingen hier niet. Het gaat meestal om voogdijschap.
We zijn hier allemaal opgetogen over. - Zullen we het eens bespreken?
Het kan geen kwaad, maar we hebben tijd zat voor het proces.
Het proces? - Dat is niet te voorkomen.
Waar was ik gebleven?
O ja. Dat ziet er niet al te best uit, of wel soms?
Maar we laten het hoofd niet hangen. Kijk hier eens naar.
Die meisjes zagen u wegrennen. Waarom deed u dat?
Ik rende niet weg. - Nee? Het lijkt er anders wel op.
Dat wordt een struikelblok. Net als dat geld dat u hebt ge�rfd.
Dat is ook een struikelblok. Ik zou zweren dat u dan een motief had.
Maar laten we de totale wanhoop nog even afhouden.
Nihil desperandum.
Wat zou het heerlijk zijn als die riem er niet was geweest.
Kon ik die jas maar gaan zoeken. Hij is gestolen bij Tom's Hat.
Was u uw hoed ook kwijt? Gelukkig maar.
Dat is een pluspunt. Of niet?
Tom's Hat is een caf� voor truckers aan Compton Road.
Als ik m'n jas heb, piept de politie wel anders.
Ik zal doen wat ik kan, maar u had eerlijk moeten zijn tegen de politie.
Dat is altijd beter. - Vertegenwoordigt u de politie?
Welnee, beste man. Ik sta aan uw kant.
Lieten ze u uw geld houden toen u gefouilleerd werd?
Twee pond en drie shilling. - Zou u al iets kunnen aanbetalen?
Hoeveel? - Een paar pond lijkt me genoeg.
Dank u wel. Goed dat u geld hebt, want een advocaat is niet goedkoop.
Misschien hebt u vrienden die u nog wat toestoppen.
U bent aan de beurt, Mr Briggs.
Ik kan m'n bril niet vinden en ik zie niks als ik die niet op heb.
Vraag of ze even kunnen wachten.
Nu kan ik dit niet lezen.
We mogen niet piekeren op zo'n heerlijke ochtend.
Ze zijn aan het afronden.
Dat lijkt me irrelevant.
Wilt u echt van hem scheiden? - Nee, maar hij moet zich inhouden.
Zult u zich voortaan gedragen? - Ja. Ik liep te hard van stapel.
We gaan het zes maanden proberen.
Mag het ook acht maanden zijn? Dan pik ik de kerst mee.
U kunt gaan. - De volgende.
Naar huis. - Ik ga naar een maat.
Die maten van jou... - Hou toch op.
Dat is hem niet.
De gevangene is ontsnapt.
Edelachtbare...
Meteen naar de Spinney. We doorzoeken de hele tent.
Mij niet gezien. - Durf je niet?
Neem twee man mee.
Jij ook. Jij gaat naar de hoofdweg, daar is hij vast naartoe.
Twee bij het hek en eentje een eind verderop.
Ga naar het station en kijk of hij in de trein zit.
Waarschuw de spoorwegen. Kunt u hierin rijden?
Hij kan het wel. - U moet letten op...
Laat het maar aan ons over. Wat doet dit touwtje hier?
Dat is de choke, die hebt u nodig bij het starten.
Draai aan de slinger en spring op de treeplank.
Hij staat op de rem. - We gaan ook niet echt bergop.
Gaan jullie maar alleen verder. Ik zorg wel dat ik aan benzine kom.
Stilstaan.
Wat is er? - We vorderen dit voertuig.
Hier met je kar. - Dit is geen politieauto.
Dat is het nu wel. - Snel een beetje.
Varkens hebben rust nodig.
Dit is ons werk. - En dit het mijne.
Ik hoop dat u niks overkomt. - Als u hem maar vindt.
Waar moeten we zitten? - Bij de varkens.
Dit is wel krap. - Er mogen maar tien varkens in.
Daar hebben we Florence Nightingale. - Weet je niet wie ik ben?
De dochter van de korpschef en mijn beschermengel.
Dat is niet leuk.
Iedereen loopt je te zoeken. Ik trouwens ook.
En ik wil je helpen. Ik duw die roestbak naar een pompstation.
Het is geen roestbak.
Je maakt geen enkele kans. Ik licht de politie in.
Je moet me bedanken voor het duwen.
Dank je wel. - Ik knap het vuile werk op.
Twee... - Twee gallon.
Ginger, twee gallon.
Weet u dat er iemand ontsnapt is?
De politie zoekt hem. Ze kwamen hier net tanken.
Als je hem ziet, wens hem dan succes. Ik loop lekker binnen.
Papa.
Wat kost het? - Twee shilling elf.
Dank je. Waar moet ik het geld naartoe sturen?
Dat mag je zelf bedenken.
Slingert u 'm aan? - Laat mij maar.
Hoe ver is het naar Tom's Hat? - Je rijdt deze weg af.
Hoe ver? - Zeven kilometer.
Dan naar rechts en bij de tweesprong naar links.
Als je rechts afslaat, ga je naar de stad.
Linksaf dus. - Ja, en eerst deze weg af.
Heb je het begrepen? Deze weg af, dan naar rechts en dan linksaf.
Ik kan niet... - Het is mijn benzine.
U volgt deze weg nog zeven kilometer.
Dit is Tom's Hat niet. - Stap uit, dit is mijn auto.
Dat is geen goeie reden. - Ik zou het maar doen.
Je gelooft me. - Welnee.
Je wil niet dat ik op klaarlichte dag op zoek ga...
dus ik moet me hier schuilhouden en straks neem je me mee naar Tom's Hat.
Net Flora MacDonald. - Zonet was ik Florence Nightingale.
Je bent niet als alle anderen.
Weet je niet wat je te wachten staat? - Ik kan wel een gooi doen.
Dat is niet leuk. - Ik lach, want ik ben onschuldig.
Je gelooft me niet, of wel soms? Ik wou dat je me geloofde.
Wat ga je doen?
Here, zegen deze spijze.
Je moet wel snappen wat het gebed betekent.
Het moet in het Latijn. - Omdat jij er een kei in bent, zeker.
Hoe was het bij de tandarts?
Het viel mee. Kijk. - Wat een gat.
Ik voelde het nauwelijks, maar ik mag alleen puree eten.
Ik ben niet bang voor de tandarts. - Vanochtend wel.
Je zat te trillen en te beven. - Laat mij eens zien.
Groot, h�? - Dit is geen leuk onderwerp.
Straks moet ik een kroon.
Mag ik je pistool? - Heb ik zelf nodig.
Het is intens gevaarlijk. - Studiebol.
Niet plagen. Het is correct Engels. - Intens.
Hou je mond. - Dat is Engels.
Chris kan niet richten. - O nee?
Dat is smerig. - Weg daarmee en handen wassen.
Ik heb ze al gewassen. - Doe wat ik zeg.
Ik hoorde dat je tank leeg was. - Ik moest de auto duwen.
Is hij nog niet gepakt?
Dat komt nog wel. - Natuurlijk, Watson.
Zal ik je aardappels voor je prakken? - Dat hoeft nou ook weer niet.
Het gaat erom hoeveel geld hij heeft. Dat is een belangrijke factor.
Een factor. - Nooit van gehoord.
Hoeveel heeft hij? - Drie shilling.
De advocaat kostte hem een paar pond.
Zijn je handen schoon? Ga dan maar zitten.
Als z'n geld op is, zit hij als een rat in de val.
Doe wat ik zeg, Christopher.
Ratten schiet je dood. - De jouwe was al dood.
Hij rende door de tuin. Als ik die vent zag, kon ik op hem schieten.
Niet zoveel praten. - Wat heb jij?
Wat zou hij kopen? - Eten.
Wat voor eten? - Worstjes.
Van chocola krijg je energie.
Hij durft geen winkel in. - Dan krijgt hij honger.
Dan moet hij terugkomen. - Of hij ligt dood buiten.
Dan pikken de roeken in z'n ogen.
Inspecteur Marshbanks voor u.
Er is vast nieuws.
Ja, inspecteur? Helemaal geen nieuws?
Er moet toch een aanwijzing zijn.
Die arme ziel.
Ik kom nu meteen.
Hou me op de hoogte.
Hebben ze hem? - Nee.
Mooie politie. - Ze hebben jonge mensen nodig.
Mag het iets minder?
Gaan ze u ontslaan? - Het zou me niks verbazen.
Maar hij maakt weinig kans.
Ik ben zo weer terug.
Hij houdt het niet lang vol. - Spannend, h�?
Zocht je deze?
Je gelooft dus dat ik onschuldig ben. - Helemaal niet.
Ik moest het geld voor de benzine terugbetalen.
Wat is dat?
Eten?
Ik zou het niet weten.
Misschien loop je hier inderdaad gevaar.
Ik ben je dankbaar en als het een troost voor je is: Ik ben onschuldig.
Daarom ben ik er vanochtend vandoor gegaan.
Als ik dat caf� kan bereiken, kan ik alles oplossen.
Vind je het erg als ik wat eet?
Het is 24 uur geleden sinds ik op het bureau wat te eten kreeg.
Geen tafel.
Een mes leek je te gevaarlijk. - Dat was het niet.
Ik was het vergeten. - Je vindt me dus geen moordenaar.
Christine is gewurgd met de riem van een regenjas.
M'n jas is gestolen, maar als ik 'm vind, ben ik overal van af.
Kende je... - Wat wou je zeggen?
Laat maar zitten. - Wat wou je zeggen?
Kende je Christine Clay goed? - Nee. Ik kende haar uit Hollywood.
Ze wou dat ik een verhaal voor haar schreef.
Ik ging een paar keer bij haar langs, maar verder...
Er werd een propje uit de oude molen gegooid.
Daar zit iemand. - Misschien is het...
Ik dacht niet dat ik iets van haar zou erven.
Is dat jouw hond? Waarom blaft hij? - Hij wil er vast in.
Pak hem. Schiet een beetje op. - En als hij bijt?
Dan krijg je een streep erbij. - Maar dan heb ik m'n arm niet meer.
Loop er maar langs.
Is daar iemand? - Nee.
Geen geintjes. Ga jij boven maar kijken.
Er zit niemand. - Weet je het zeker?
Ik zag niemand. - Heb je wel gekeken?
Ik moet het zeker weten.
Vertrouwt u me niet? - Totaal niet.
Ik moet zelf maar gaan kijken.
Ze mogen je niet zien. Trek aan dat touwtje.
Stoppen.
Waar is Towser? - Hij houdt ons bij.
Als je niet stopt, spring ik eruit.
We hebben ze mooi tuk. Nu meteen naar Tom's Hat.
Linksaf bij de tweesprong. Straks zijn onze problemen voorbij.
Jouw problemen. Ik moest vluchten voor brigadier Ruthers.
Hij heeft me rijles gegeven. M'n vader is korpschef.
Ik sta aan hun kant.
Het spijt me. Je moet natuurlijk meteen terug.
Ik wou toch al linksaf slaan.
Blijf jij hier. Ik vraag wel of ze die jas hebben.
Ik ben er nu toch bij betrokken.
Hou jij je hierachter schuil.
E�n thee en een plak cake.
Neem plaats. - Zet 'n bord neer met 'theekransjes'.
Ik hou wel van damesgezelschap. - Vrachtauto's zijn toch populair?
Is dat de jouwe? Daar wil ik wel in rijden.
Ik wou altijd koorddanser worden.
Met zo'n postuur? Hou jij je maar bij je vrachtauto.
Is hier een regenjas gevonden? - Ze brengen ze niet naar de politie.
Even denken. Een jas.
Er is hier een oude kerel geweest, een zwerver. Hij lijmt porseleinen...
Ik vergis me. Die jas vindt u nooit.
Het was oude Will de serviesman.
Die had een nieuwe jas. Hij zei dat het een cadeautje was.
Alsof iemand zo'n jas weggeeft.
Hou je mond. Laat oude Will met rust.
Als hij ons voor de gek hield, hoef je dat nog niet rond te bazuinen.
Ik zeg wat ik wil.
Ik sta hier.
Wat is er aan de hand? - Je jas is inderdaad gestolen.
Een zwerver heeft hem nu, maar ze deden er heel raar over.
Hou je hoofd daaronder.
Dat is lastig.
Als je oude Will zoekt, moet je vanavond naar Gilchester gaan.
Waar is dat? - Vijftig kilometer verderop.
Wat krijgen we nou? Wegwezen.
Nu hoef je alleen die zwerver nog maar te vragen om die jas.
Ik ben blij dat je linksaf sloeg.
Dat ben ik nu ook. - Tot ziens en heel erg bedankt.
Mag ik je succes wensen?
Je moet weg. - En jij?
Ik krijg hier wel een lift, en anders rij ik met de politie mee.
Heel lief, maar niet verstandig. - Hou je nou op?
Mist je vader je niet? - M'n tante woont hier in de buurt.
Daar kan ik rustig even langs gaan. - En dan heb je een schoon geweten.
Ik hoef maar drie minuten te blijven.
Hiermee kunnen we contact leggen met Will.
Hij ligt vast al in bed. - Zou hij 's nachts niet werken?
Gooi het dan maar weg.
Ik ben zo terug. - Graag, want ik zit hier niet veilig.
Hoe gaat het? Dat is lang geleden. Mevrouw zal blij zijn.
Leuk je te zien. Is tante thuis? - Ja, Felicity is jarig.
Ze geeft een partijtje. - Ik was haar verjaardag vergeten.
Blijf nou nog even, anders is ze zo teleurgesteld.
Ik heb twee zakdoeken. De ene is rood en de andere is groen.
Let goed op, want ik ga ze stevig aan elkaar knopen.
Dat is ��n knoop en dat is twee.
Ik trek ze goed aan en nu maak ik er een balletje van.
Wat een verrassing. De goochelaar is net bezig.
Je kan ons helpen met de kinderen. Wat lief dat je langskomt.
De regels zijn bekend. Niet zo druk, Margery.
Er moet er eentje weg.
Mond houden. - Ik wil de kamer uit.
Ik kies iemand uit. - Ik moet nodig.
Toe dan maar. Wel terugkomen.
Jij kent dit spel toch? - Het zegt me niks meer.
Ik moet weg. - Je bent er net.
Je weet best hoe het gaat. Wacht voor de deur tot je er weer in mag.
Ik kon niet wachten, het was te riskant.
Ik neem later nog contact op, hartelijk bedankt.
Is dit de auto van Erica?
Bent u haar vriend? - Ze zit binnen.
Moet u hier wachten? - Ze is zo terug.
Felicity is jarig, m'n dochtertje. Ze is zeven.
Het was me even ontschoten. - Ze brengt elk jaar iets langs.
Ze zou een verjaardag niet vergeten. Kom mee naar binnen.
Ik laat je niet als een misdadiger op straat staan. Je vermaakt je vast.
Mooi is dat, dat je je vriend buiten laat staan.
Ik moet zo weg. - Je helpt toch even met 't partijtje?
We moeten weg. - Ik doe m'n uiterste best.
Dat vind ik ook geweldig van je.
Kom maar.
Het spijt me. - Erica liet haar vriend buiten staan.
Ik ben alleen gekomen omdat ik... - Je wou een cadeautje afgeven.
Wat lief. Zo'n doddig kaboutertje om in de tuin te zetten.
We hebben er zelf precies zo een. - Zullen we de kamer ingaan?
Dag, papa. Zullen we vingerhoedje zoeken gaan spelen?
Vind je het gezellig? - Ja, maar ik wil spelen.
Vraag maar aan mama. - Jij moet meespelen.
Dat gaat nu niet. - Ik wil het nu spelen, met jou.
We gaan het wel zonder haar spelen.
Majoor Cunningham en z'n vrouw.
Kom naast me zitten.
Basil, pak de knalbonbons.
Logeert u bij de familie? - Nee.
Ik vergeet altijd hoe groot de familie precies is.
Ik ben z'n naam alweer vergeten. - Beachcroft-Manningtree.
Rare naam, vindt u niet? - Het zegt me niks.
Help even, Erica.
We gaan. - Dat vinden ze gek.
Ik vind het allang gek.
De ware liefde is uniek, dus de hartstocht...
Ik lees het wel voor. - Dat kan ik beter doen.
De ijsjes.
We moeten weg. - Het kan niet anders.
Kunt u deze voor me uitdelen?
Is het aardbei? - Rood is aardbei, wit is vanille.
Leuke man. Kent je vader hem lang? - Nee, niet echt.
Wat doet hij voor de kost? - Hij werkt op kantoor.
Wat doet hij daar?
Hij bedenkt reclames. - Wat een rare naam.
Hoe heette hij? - Beachtree-Manningcroft.
Ik zag u niet. Deel je deze ook even uit?
Wat is ze toch een schat, vindt u ook niet?
Kent u haar vader lang? - Ja, al jaren.
U doet interessant werk.
Erica had het er net over.
Bent u er tevreden mee? - Het is bevredigend werk.
Je moet de juiste toon vinden. - Je oren moeten in orde zijn.
Het gaat toch om je ogen? - Ja, natuurlijk...
maar ik lees van blad. Ik kan zingen wat ze me voorzetten.
Zingen? - En spelen, natuurlijk.
Ik zeg dat we nu echt gaan.
Nu moeten we echt weg. - Goed. Leuk dat je er was.
Jammer dat je weg moet. We zaten net leuk te kletsen.
We willen spelen. - Eerst die ijsjes uitdelen.
Wacht nog even. Wat spelen we? - Blindemannetje.
Ik mag de blinddoek om. - Moeder eerst.
Bind 'm om haar ogen, oom. - Dan moet u mij zien te pakken.
Het is Mr Beachtree.
Waar is Erica? - Ze zijn naar huis.
Er was iets mis met die man. Ze kende z'n naam niet.
Je overdrijft. - Ik wou weten hoe het zat.
Jij met je blindemannetje.
Zie je. Ze gaan helemaal niet naar huis.
Kingswood, 840. Snel.
Eindelijk. - Vermoedde ze iets?
Ze was tevreden met m'n antwoorden.
Jij met die kabouter. - Zou ze zien dat er een weg is?
Het is niet leuk. - En toen ze vroeg hoe ik heette.
Ik was doodsbang.
We mogen niet lachen. - Je bent leuker als je lacht.
Ik wil geen paniek zaaien, maar dit is zo'n lastige leeftijd.
Ik snap er niets van.
Ze vertelt me altijd of ze weggaat en vooral met wie ze weggaat.
Ik mag alleen Gordon Green niet. - Hij was het, hij loog over z'n naam.
Die zit in India. - Dan was 't hem niet.
Welke kant reden ze op?
Ik hou je op de hoogte.
Er kan nog geen bedankje af.
Nog maar drie kilometer. - En dan?
Dan de jas en terug naar papa. - Zou de zwerver er zijn?
Hij staat huilend bij de deur en zegt: Hier is uw jas.
Zou het zo gaan? - We hebben tot nu toe altijd geluk.
Ik hoop dat het lukt. - Dan zeg je tegen je vader...
Met een snik in m'n stem.
Dan zeg je: Het was een lange reis, maar hier is de onschuldige.
Dan zegt hij... - Met een snik.
Dank je wel, Erica. - Je moet erbij knielen.
Als het maar goed gaat, Robert. - Het gaat al goed.
Je noemde me Robert. - Is dat zo? Dat viel me niet op.
Ze komt door Lemming.
Het is een oude Morris, ik ken het kentekennummer niet.
Ze heeft een jongeman bij zich. Vraag of ze me even opbelt.
Bent u Miss Burgoyne?
Uw vader is toch korpschef? - Hoezo?
U moet hem nu meteen bellen. Komt u met me mee?
Jij bent vanochtend ontsnapt, ik heb je foto gezien.
Kom jij ook maar mee. - Wegwezen.
Ik hoop dat we hier kunnen wegkomen. Kunnen we niet harder?
Nu ben ik medeplichtig en dan krijg je tien jaar.
Wat gebeurt er met de jongens? Arme vader. We moeten sneller.
We moeten die jas vinden. Wat moet ik vader vertellen?
Het moet hem dan wel zijn.
Ik snap er niets van.
Houdt u de naam van m'n dochter erbuiten. Voorlopig, tenminste.
Maakt u zich geen zorgen. We zoeken ze nu.
Hij dwingt haar vast om het bos in te rijden.
We kammen het bos nu uit.
Hier zitten we voorlopig veilig.
Straks is het voorbij en dan zie je me niet meer terug.
O nee? - Je hoeft me niet meer terug te zien.
Sla je jas goed om je heen. Doe wat ik zeg.
Ik weet hoe je je voelt. Je ziet geen uitweg meer.
Je denkt dat het niet waar is. 's Nachts lijkt alles erger.
Ik hou van de nacht. Dan is er pas echt wat te beleven.
Moet je die mensen in de trein zien eten. Ze zitten gewoon te eten.
Zal ik wat te eten gaan zoeken?
We wachten tot we de jas hebben en dan gaan we eten.
Een diner met zeven gangen en champagne.
Ik moet gaan. Ik ben zo terug...
en dan gaan we ze verrassen met die riem.
Ik draag je helemaal naar huis.
Ik ga naar het opvanghuis.
Dit heb ik stiekem voor je weggepakt.
Hoe zie ik eruit?
Zeg alsjeblieft iets.
Dat kan ik niet.
Ik kan het gewoon niet.
Ik weet dat ik me aanstel. Ik ben zo vreselijk...
zo vreselijk moe.
Dat is logisch. Wat kan ik voor je doen?
Je kunt misschien beter weggaan. - Nee, nu blijf ik tot het eind.
Je bent geweldig.
Zit ik hier wel veilig?
Ik wil niet dat me iets overkomt. - Je zit hier veilig.
Ga maar lekker slapen en denk niet meer aan al je problemen.
Pas goed op haar.
Ik wil ook niet dat jou iets overkomt.
Goeienavond, Nobby.
Nobby is al voor de oorlog overleden.
Heb je een bed? - Nog eentje. Nummer zes.
Is oude Will er al? - Nee, ik heb z'n bed leeggehouden.
Ben je een vriend van hem? Ik wist niet dat hij vrienden had.
Goeienavond.
Ik hou niet van die geintjes. - Ik kom hier niet terug.
Donder dan maar op. - Die bedden stellen toch niks voor.
Is oude Will er nog? - Dat weet je als je z'n vriend bent.
Ik ben net wakker.
Ken jij oude Will? - Nooit van gehoord.
Gaat het je daarom?
Je bent echt z'n vriend. Hoe lang doen jullie dat al?
Wie roept me? De baas.
Moet ik dat kopje maken? - Je kan het schudden.
Wat is er? - Je vriend maakt m'n kopjes stuk.
Je hoeft hier niet meer terug te komen.
Wat bedoelt hij? Wie ben jij? - Ik moet je spreken.
Ik spreek je zo wel. - Het is dringend.
Wie zegt dat je m'n vriend bent? - Hij vergiste zich.
Ik zoek je al dagen. Weet je iets over een regenjas?
Ik weet niet waar je het over hebt.
Dat weet je best. Het gaat mij om de jas.
Ram hem voor z'n kop. - Moet jij eens zien.
Ik heb 'm nodig als bewijs. Ik wil 'm alleen lenen.
Ik zeg je toch dat ik er niks van weet.
Het is een zaak van leven of dood.
De politie zoekt me wegens moord.
Tot ziens. - Ik blijf hier niet rondhangen.
Erica. Straks zien ze haar.
Ik ben nog niet klaar met jou. - Wat had je nou?
De politie zoekt hem. Ze rennen net naar buiten.
Starten.
Die kant op.
Heb je de jas? - Hij laat niks los.
Ik word ontvoerd.
Laat hem met rust. - Hij ruikt m'n kaas.
Kijk, de regenjas. Zet de auto langs de kant.
Ik wist niet wat u van me wou. U deed of u m'n vriend was...
en u nam me op sleeptouw. Ik werd er verlegen van.
Wat ben ik blij.
Ik moet een telefooncel zoeken, dan bel ik vader.
Het is mijn jas.
De riem is weg. Waar is de riem?
Waar is de riem? - Hier zat hij vastgestikt.
Er zat geen riem aan toen ik 'm kreeg.
Dan was het mijn riem. Van wie kreeg je 'm?
Van een kerel. - Hoe zag hij eruit?
Hij knipperde met z'n ogen. Kijk, zo.
Hij weet dat ik hem de jas niet gaf. - Nee, u was het niet.
Daar heb je niks aan. - Het is een bewijs.
Ze geloven hem nooit. - Ik ben een nette man.
Wie geeft een zwerver een nieuwe jas cadeau?
Waar kunnen we rustig praten? - Het bos is vijf kilometer verder.
Daar heb je een rustig weggetje, voor de afslag naar Epping.
We kunnen naar de oude mijn, dat is hier vlakbij.
Laten we bij de mijn gaan kijken.
Ik kom eraan.
Daar zijn ze.
De hond is er nog. Ik ga terug. - Doe niet zo idioot.
Kalm maar.
Heb je hem? - Hij is ontsnapt.
We weten dat het niet uw schuld is dat u erbij betrokken werd.
We nemen aan dat u hem in de val wou lokken.
Waar denkt u dat hij nu naartoe is? - Geen idee.
Heeft hij niets gezegd? - Nee.
Ik doe m'n best, maar u moet wel meewerken.
Ik moet een moordenaar pakken. - Doe dat dan.
We doen ons best. - U volgt het verkeerde spoor.
De bewijzen zijn overtuigend. - Hij had geen reden.
Die vrouw hielp hem. - Dat zei hij.
U moet de echte dader zoeken. - Waarom maakt het u wat uit?
Omdat...
Omdat hij onschuldig is. Hij doet geen vlieg kwaad.
Hij is de beste... - Ik ben wat laat.
Here, zegen deze spijze.
Je moet niet zo slurpen, Christopher.
Uw vader wil u spreken als u uitgegeten bent.
Kom binnen, lieverd. Ik wou graag even met je praten.
Ik snap heel goed dat je niets wou zeggen tegen die rechercheurs...
maar je kunt mij toch iets vertellen waardoor we hem kunnen vinden?
Nee, vader. Ik weet niets.
Je beschermt een man die gezocht wordt wegens moord.
Hij is geen moordenaar.
Je weet dat je de wet overtreedt en ik ben verantwoordelijk.
Lees dit maar.
Tot mijn grote spijt moet ik m'n ontslag indienen als korpschef.
Is er geen andere oplossing?
Ga naar je kamer en blijf daar een poosje zitten.
Is alles in orde? Heeft oude Will hem gevonden?
Ik ga mezelf aangeven.
Daarom ben ik teruggekomen. Ik zeg dat ik je gedwongen heb...
en ik wou afscheid nemen. - Ik wou het zelf.
Het heeft geen zin. Die jas kan me niet helpen.
Ze zagen 'm vast in de auto liggen. - Ja.
Zat de riem in m'n zak? - Nee.
Alleen lucifers uit het Grand Hotel.
Ik moet weg. Oude Will wacht op me.
Ga je dan nu meteen?
Ik wil niet meer omkijken.
Waren het lucifers uit het Grand Hotel?
Ja, hoezo? - Daar ben ik nooit geweest.
Dus de dader... - Is daar geweest, of hij zit er nog.
Daar hebben we Assepoester. Wat is dit?
Die verkleedpartij. - Waar hebt u het over?
Ik hou je al een half uur in de gaten.
Fijn dat je er weer bent. Jij bent de enige die hem herkent.
Die schoenen knellen m'n eksterogen af.
Moeten we hem niet gaan zoeken?
Wat is dat? - Het kantoortje.
Misschien kennen ze daar een vent met een tic.
Neem me niet kwalijk. Kent u... - E�n momentje.
Dat heeft geen zin. Dat weet zij toch niet.
Zullen we daar een kijkje nemen?
Een tafel voor twee.
Laten we thee bestellen. - Ik heb liever bier.
Daar is het te vroeg voor. - Ik doe het wel, ik ben de man.
Twee thee. - Indiaas of Chinees?
Nee, thee.
Hou jij ze in de gaten. Ik bel haar vader.
Zie je hem niet? - Het is te druk.
Het moet lukken. - Ik kan het niet gaan vragen.
Het is onbegonnen werk. - Hij moet hier ergens zijn.
Knippert hij met ��n oog? - Nee, met beide ogen.
Ik zie niks. Zullen we opschuiven? - Alle tafels zijn bezet.
We moeten rondkijken. Zullen we gaan dansen?
Kun je dansen? - Nee, maar ik kan m'n best doen.
Het lijkt op wandelen. Had ik m'n oude schoenen maar.
Jou moet ik hebben.
Dat flik je me niet weer. Ik betaal een ander voor die arrangementen.
Het heeft geen zin. - Geef het niet op.
De politie houdt ons in de gaten. - Ik dacht dat je het niet had gezien.
Ik dacht dat jij het niet zag. - Ze zoeken Mr Tisdall.
Ik zou er niet zoveel slikken. - Dat maak ik zelf wel uit.
Het spijt me, maar ik moet van die tic afkomen.
De pauze is voorbij.
Bedankt voor jullie geduld. Jullie moeten ingrijpen.
We hebben geen keus. - Jullie moeten je werk doen.
Zij staat erbuiten.
Zij staat erbuiten. Ik ga rustig mee. - Had dat maar eerder gedaan.
Ik ga Miss Burgoyne en die andere man halen.
Waar zitten ze?
Vraagt u of ze komen?
Achteruit. Geef hem de ruimte.
Dan gaan we.
Wat is er met die muzikant gebeurd? - Ze bellen een dokter.
Kunnen wij helpen? - Gaat u weer doktertje spelen?
Heb je soms geen hart?
Laat mij maar even. Haal wat cognac.
Kijk. Z'n ogen.
Kan iemand het zwart eraf halen?
Dat is hem.
U hebt een zwerver een regenjas gegeven.
Wat hebt u met de riem gedaan? - Wat ik met die riem heb gedaan?
Daar kneep ik haar hals mee dicht tot ze niet meer leefde.
We hebben hem. Alles komt goed.
Vader, zouden we Mr Tisdall niet voor het eten uitnodigen?
Vertaling: VSI Translation & Subtitling
Ripped en bewerkt door relentless Gedownload van www.ondertitel.com
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.