Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Slivnitza, 1885
Kapitein! Kapitein! De vijand!
-Waar?
-Op die heuvel tegenover ons.
-De officier kijkt naar ons.
-Het is maar een patrouille.
Als ze ons kanon zien zullen ze wel snel vertrekken.
-Kapitein, dat... dat kan men nooit weten.
-Wie wil nou op zo'n mooie dag zijn leven verliezen?
Mannen, zijn jullie bang voor een kanon?
-Nee...
-Zijn jullie bang!
-Nee!
-Vergeet de dood. We vallen aan!
-Mijnheer! Ze komen...
-Ach, is ie nou gek? Zeven man tegen een kanon!
Wat is er? Waarom schiet het niet?
-Verkeerde munitie, Kapitein!
-Verdomde leveranciers! Allemaal wegwezen!
Vooruit! Vooruit!
Kom hier!
Op de paarden!
Halt!
Halt!
Halt!
In naam van alles wat heilig is, halt!
*** HELDEN ***
Bevel van de generaal!
Bevel van de generaal!
"Aan alle Bulgaarse burgers..."
Daarmee worden ook jullie bedoeld
"...iedereen die een vijandelijke soldaat helpt..."
"...of onderdak biedt wordt met de dood bestraft."
Een brief van de majoor! Een grote slag!
De majoor stuurt me.
-Een brief van de majoor? Louka, dit moet meteen naar Mevrouw!
Nee, dit is geweldig!
Een zege! En raad eens aan wie het is te danken!
-Aan wie dan? -Aan wie denk je! Sergius!
Hij heeft een aanval uitgevoerd. Een geweldige aanval.
-Sergius. Mijn Sergius.
-Is alles in orde met hem?
-Oh ja, is hij wel in orde? -Hier staat het...
"Sergius is de held van de dag. De afgod van het leger."
"Voor iedereen uit brak hij de vijandelijke artillerie."
Hij is een held. Een echte held.
Oh. Moeder. Moeder! Moeder!
-Krijg ik niks? De majoor zei dat ik wat zou krijgen.
-Geef hem vijf Kronen, Nicola. -Vijf?
-Tien. Voor de overwinning van mijn verloofde
-Tien!
Tien voor de overwinning van mijn verloofde.
Ze doen zo zelfingenomen, zoals die mensen in romans
die maar in hun kamers rondlummelen.
-Dat kun jij niet begrijpen, schat.
jij behoort niet tot de fijnzinnige mensen.
-Ah, moeder. Ik ben trots op Sergius.
Wat een man.
Hij handelde naar eigen inzicht en heeft gewoon aangevallen!
-En deze man liet je een jaar wachten op je ja-woord.
-Ik zal hem aanbidden zodra ik hem weer zie
Louka!
-Alsjeblieft, een dame schreeuwt niet. We hebben nu een elektrische bel.
-Wil je nog iets eten?
Eten? Nu?
Ach Mama. Ik wil alleen zijn met mijn gedachten aan Sergius.
Welterusten.
Louka! Maak mijn bed op. Ik ga slapen.
-Zijn lied.
Met dit lied gaat mijn held vast altijd slapen.
-Zal ik warm water voor u halen? -Nee.
Voortaan was ik me koud. Het is oorlog.
-Wie leeft zoals u wordt ook niet vuil.
-Mijn verloofde kan niet eens zijn tanden poetsen, al is hij een held.
-Dat heeft hij niet nodig. Zijn tanden zijn altijd hagelwit.
-Ik heb het ook niet nodig.
Maar in Wenen is het nu mode. Er zijn zelfs speciale borsteltjes voor.
-Nicola! Nicola!
-Doe de deuren op slot. Doe de balk voor de poort. Snel!
-Raina, waar ben je?
-Hier mama. -Kind kom binnen. Er wordt geschoten!
-De Servi�rs zijn toch verslagen. -Maak dat je van de deur wegkomt!
Louka, doe alle luiken dicht, er zijn Serviers in de buurt.
-Welterusten mijn kind. -Welterusten mama.
-Beloof me dat je meteen gaat slapen
-Ja mama. Ik doe watjes in mijn oren en ga over Sergius dromen.
-Louka. Help me uit mijn korset. Snel!
-Wie is daar?
-Gil niet of ik schiet.
Halt!
Als u verstandig bent, overkomt u niets.
Maak licht.
Draai om.
Ik ben een Servische soldaat. Op de vlucht.
-Ik ken het uniform van de vijand en ik weet dat u verslagen bent.
-Als ze me vangen wordt ik...
Afgemaakt. Begrijpt u?
-Volkomen.
-Goed. Dan begrijpt u wat ik hier doe.
Ik wil niet sterven zolang ik het kan verhinderen.
-Ik weet dat er soldaten zijn die de dood vrezen.
-Iedereen vreest de dood. Iedereen.
-En dus verstopt u zich in de slaapkamer van een dame.
-Ik had geen idee dat ik het hier zo goed zou treffen.
-Zou u me doodschieten? -Ja, zeker.
-Maar hoe weet u of �k bang ben voor de dood?
-Het maakt me niet uit of je bang bent, als je maar niet gilt.
-U houdt me niet van mijn plicht. Ik laat u door het Bulgaarse gezag gevangen nemen.
-Gevangen! Als dat alles was zou ik u vr�gen om te gillen.
Maar weet u wat er zou gebeuren?
-Zo'n schoft van de cavallerie zou me zonder pardon komen afmaken...
-Hoe durft u!
Ze komen deze mooie kamer in en slachten me af als een varken. D�t zou er gebeuren.
-Geen haar van u zouden ze krenken.
Onze troepen zijn ridderlijke winnaars.
-Ja, ik weet waar winnaars toe in staat zijn. Ik heb het vaak genoeg gezien.
Waar wilt u heen?
-Mijn kamerjas halen -Halt
Die hou ik.
Die is meer waard dan mijn revolver.
Zolang u niets aanheeft...
...kan er nooit een man in uw slaapkamer zijn.
-Dat is niet het wapen van een echte heer.
-Er is hier geen echte heer.
Het wordt tijd om... -Openmaken!
Openmaken!
-Ze zoeken me nog steeds.
-Jij blijft hier. Kom.
-Kleed je maar aan.
-Wat gaat u doen? -Uit de weg. Het duurt maar even.
-Ach mijnheer, kan het geen ander huis zijn geweest?
Nee Mevrouw, hij is gezien, hij is uw balkon op geklommen.
-In Godsnaam! Dat is de kamer van mijn dochter!
Als hij haar iets heeft aangedaan
-Juffrouw Raina! Doe de deur open!
-Raina! Lieveling! Is je iets overkomen?
-Wat is er aan de hand?
Wat zijn dat voor mensen?
-Deze Luitenant moet je kamer doorzoeken. Ze zoeken een Servi�r.
-In mijn kamer? -Mejuffrouw, ik vraag u ons binnen te laten.
-Gaat u gang.
-Mag ik?
-Typisch een Servi�r, om zich op het balkon van een dame te verstoppen.
Hou op! Idioten!
Die sukkels schieten op hun eigen officieren.
Was dit luik al die tijd al dicht?
-Natuurlijk, Luitenant. -Dat is toch bevolen?
-Heeft u al die tijd geslapen, Mejuffrouw? -Diep, heer Luitenant.
-Kan die man dan toch hier zijn?
-Ja. We moeten helaas de kamer doorzoeken.
-Een moment, Luitenant. Raina kindje, kom. Wij kunnen beter...
-Nee! Ik kan niet... ik bedoel, ik wil niet.
-Ze zullen hem toch snel vinden? -We zullen opschieten. Vooruit.
-Idioot! Kijk onder het bed.
Waar is de sleutel van deze kist?
-Ik weet niet waar die sleutel is. Louka, waar is die sleutel?
-Dan moet ik hem met geweld openen.
-Luitenant, die niet zo belachelijk.
Denkt u nou dat iemand zich daarin verstopte en er toen uitkwam om hem op slot te doen?
-Misschien heeft iemand �nders hem op slot gedaan.
-Probeert u nu de bruid van een Bulgaarse held verdacht te maken?
-Ik doe gewoon mijn plicht. -Laat hem mama, hij doet zijn plicht.
-Kom.
-Luitenant... dat is de bruidsuitzet van mijn dochter...
-Het spijt me dat ik u moest storen, dames. Goedenavond.
-Meneer de Luitenant...
Als u majoor Petkoff ziet, doe hem dan de groeten.
Hij is mijn vader.
-Kom mee.
-Verschrikkelijk. Ik dacht dat de oorlog ons vrouwen niet kon raken.
-Gaat het al wat beter? Of moet ik u helpen met het naar bed gaan?
-Je zorg is heel ontroerend, maar ik heb je niet meer nodig.
Echt niet meer.
Ik wil niet meer gestoord worden. -Dat kan ik begrijpen.
Na al deze opwinding... Hopelijk slaapt u goed.
-Dat scheelde niet veel...
of ik was gestikt.
Dat zou een originele soldatendood geweest zijn.
-Gestikt in de kleren van een charmante vijand.
-Ik ben uw vijand!
Vergeet dat niet.
-Ik zou anders maar wat graag vriendschap met u sluiten.
Het gaat echt niet goed met me.
Jammer dat ik het Servische leger in ben gegaan,
en niet bij het Bulgaarse.
-Bent u geen Servi�r?
Ik weet het al. U bent een van die Oostenrijkse officieren...
...die de Servi�rs helpen. Geen wonder dat ik u meteen al niet kon uitstaan.
-Dat moet ergens anders door komen. Ik ben een Zwitser.
-Wat moet u dan bij de Servi�rs! -Ja dat vraag ik me ook af.
Van Zwitserland naar Oostenrijk kom je eerst door Servi�. Daarom.
Ik ben een huurling.
-U vecht voor geld. -Ja.
-Als ik dat had geweten had ik u niet het leven gered.
-U kunt het nog terugdraaien.
Roep je mannen. Maar vraag me niet dit heerlijke bed of deze kamer te verlaten.
Ik kan niet meer denken.
-Nou goed, blijf nog maar eventjes.
Hier.
-Die mag je houden. Hij is niet geladen.
-Wat!
-Laad hem dan. -Ik heb ook geen kogels.
Ik had mijn zakken nodig voor een beetje chocolade.
-Chocolade?
-Ja, ik heb het restje vanmiddag opgegeten.
-U vult uw zakken met chocolaatjes als een schooljongen?
-Had ik er nog maar een paar.
-Hier. Er zitten er nog drie in.
-Nu lijkt u �cht net een engel.
Nootjes met likeur.
Je kunt een oude soldaat altijd aan de inhoud van zijn zakken herkennen.
Bij de jonge zitten ze vol munitie, bij de oude vol eten.
Doe nou niet zo gemeen, dat maakt me zo nerveus.
-Ik geloof dat ik dapperder ben dan u.
-U bent ook niet drie dagen op de vlucht, twee dagen hou je nog vol,
maar de derde dag, kijk hier, ik tril als een muis.
Wilt u me zien huilen?
-Om hemelsnaam, ook dat nog.
-Kijk dan niet zo boos. Daar wordt ik heel treurig van.
-Cavalerie.
-Wat is er aan de hand? Komt u van het front?
-Er is geen front meer.
We gooien de laatste Servi�rs er uit.
-Bravo, bravo. Wat wilt u van ons?
-Water. Water voor de paarden.
-Water kunt u krijgen. Nicola!
Water voor onze zegenrijke paarden.
En voor de ruiters een borrel!
-Misschien horen ze bij het zegenrijke regiment
dat dat kanon in Slivnitza durfde aan te vallen.
-Dat was geen regiment.
Dat waren zes man onder leiding van een idioot.
-Een idioot!
-Ja. -Dat was een held!
-Hij was geen held, hij was een idioot.
-Hij viel met zes man een kanon aan. We namen hem niet eens serieus.
-Ach wat, jullie waren bang. Jullie zijn gevlucht.
-Ja, we hebben de benen genomen omdat het niet af ging.
-We konden het kanon niet eens laden.
-Waarom niet?
-Ja omdat we de verkeerde munitie hadden!
Nu denkt ie dat ie een held is. Het was je reinste zelfmoord!
Alleen heeft het kanon niet geschoten.
-Zou u hem herkennen als u hem zag?
-Ja, dat gezicht zal ik van mijn leven niet vergeten.
-Dat is hem!
-Dat is een foto van de held waar ik mee verloofd ben.
-Met h�m?
Ja...
Dit is wel wat pijnlijk.
Misschien...
Misschien doe ik hem onrecht, misschien...
...wist ie dat we verkeerde munitie hadden, misschien is het een hele sluwe...
-Wilt u soms zeggen dat hij een opschepper en een lafaard is?
Nee...
-En net heeft u hem nog een idioot genoemd.
Maar �k ben hier de idioot, dat ik u verstopr heb!
-Hij lijkt me een prettig mens...
-Zeg, ben ik soms niet mooi genoeg?
-Ja, maar je moet heel veel d��r hebben om h�er te kunnen komen.
-Aha, het mokkeltje behoort toe aan de officieren.
Die is voor de manschappen!
-En d�e is voor jou!
-Opstijgen!
-Laat me los! Help!
-Ze zijn weg. Ga nu.
-Waarheen?
-na wat u over mijn aanstaande gezegd hebt, wil ik u niet meer zien.
Ga.
-Hoe?
-Hoe u gekomen bent.
-Langs de regenpijp? Dat kan ik niet, ik zou doodvallen.
-U bent toch ook omhoog gekomen?
-Ja, ze zaten achter me aan.
Ik kan het niet!
Ik wil gewoon slapen.
-Verlies nou niet de moed.
-Ach, jij...
Jij chocoladesoldaat.
Wat moet ik nou met je beginnen.
Ik kan je toch niet hier bij mij laten slapen.
-Hartelijk dank.
Als u zo een doffe dreun hoort: dat was ik.
-Blijft hier.
Ze zien u, het is volle maan. Ik red u. U wilt toch gered worden?
-Wat is dat nu weer.
-Dat is onze nieuwe bel.
-Ik ben er al. Heeft u iets nodig?
-Nee, ik wou alleen zien of de bel ook 's nachts rinkelt.
-U kunt niet slapen. -Wie kan er slapen midden op een slagveld.
-Bij juffrouw Raina is ook nog licht.
-Mijn dochter, de hooggeboren mejuffrouw, is waarschijnlijk bang.
-Nu mag ze zich wel weer rustig voelen.
-U bent hier in het voornaamste huis van de stad.
U had niet langs de regenpijp hoeven komen. We hebben een trap.
-Een trap.
-Ja. Ik ben een Petkoff.
-Een wat?
-Wat? U voert oorlog met ons en u weet niet wat een Petkoff is?
Mijn vader bekleedt een hele hoge rang in het Bulgaarse leger.
Hij is Majoor.
De Petkoffs behoren tot de rijkste en voornaamste families van het land.
-Ja, dat weet ik.
-Nah, u weet helemaal niets. Weet u tenminste wat een bibliotheek is?
Een bibliotheek is een kamer met boeken.
Wij hebben zo'n kamer.
-Er gaat een bel.
-Ik zeg u dit alleen om u te tonen dat u niet onder onbeschaafde mensen bent
die u meteen zouden ombrengen omdat u een Servisch uniform aan heeft.
Een gast is heilig voor me.
-Delen uw huisgenoten die mening?
-Ja. Mijn hand erop.
-Vies.
-U weet tenminste hoe het hoort.
-Bulgaren uit de betere kringen, zoals wij, wassen bijna dagelijks de handen.
Maar u kunt toch mijn hand nemen, dan wassen we ze daarna allebei.
-Dan moeten we nu maar uw moeder zeggen dat de vijand in huis is.
Haal haar maar. -U hoeft me daar heus niet aan te herinneren.
Maar... u moet u heel stil houden zolang ik weg ben.
-Volkomen stil.
-U valt toch niet in slaap? -Nee nee... ik eh... ik...
-Hoor eens, u valt in slaap!
-Nee, de volgende dag...
-Zo. Blijf z� staan tot ik terug kom.
-Jawel.
Wanneer komt u terug?
-Zodirect.
Wat zou mijn moeder wel denken als u hier zou slapen.
-Je moet wakker blijven.
Chocoladesoldaat.
Slaap maar een andere keer.
"Als ik een vogeltje was"
"En nu een nestje had"
"Ach wat zou dat mooi zijn"
"Dan ging ik sla...
Niets houdt mij zo fris als gevaar, waar is het gevaar.
Nergens.
-Ach ben jij het. -Maak dat je daar wegkomt!
Op een dag wordt je nog eens ontslagen. -Laat me! We zijn nog niet getrouwd!
-Wat wou ik hier?
Ik wou in bed gaan liggen maar dat mag ik niet.
Alleen even zitten.
Niet gaan liggen.
Echt niet gaan liggen.
-Ik heb nagedacht weet u, over de gastvriendschap.
-Midden in de nacht denk je plotseling over gastvriendschap na?
-Papa zegt toch altijd: "Een gast is heilig en mag men niet de schedel inslaan," maar...
Stel: iemand sluipt stiekem mijn kamer in...
-Raina!
-Er is niemand.
-Kennelijk.
-Daar ligt ons probleem.
-Kennelijk
-He! wordt wakker, en snel! -Laat hem mama, hij is zo uitgeput.
De arme man.
-Raina. Hoe spreek je nu over hem? "Die arme man?"
Hij heeft niet eens zijn laarzen uitgetrokken.
-Waar is het gevaar! -Het gevaar?
Er is helemaal geen gevaar. Rustig maar.
-U wilde toch eh... mijn mama eh... begroeten...
Kapitein Bluntschli van het negende Servische artillerie regiment,
ondergeschikt aan... onder...
-Kapitein het is mij een eer... u te... leren...
-Schrikt u niet, mijne dames.
Ik geef mij vol vetrouwen over...
...in uw zachte handen.
-Jij blijft daar, Raina.
-Sorry. -OK.
-Voor als u zich moet verdedigen.
En als u niet kunt slapen, staat onze hele bibliotheek tot uw beschikking.
-Oh daar.
Prachtig.
Ik zag het meteen. -Goedenacht dan, Kapitein.
Maar Kapitein toch...
Kapitein.
-Oh, goedenacht. -Goedenacht.
-Ik wou u alleen even iets brengen waar u misschien iets aan heeft.
-Langzamerhand lijkt u �cht op een engel.
U doet me vergeten dat ik als vijand bij u kwam. Mijn dank.
-Ook een vijand is een mens.
-Goedenacht. -Goedenacht.
"Aan alle Bulgaarse burgers."
"Iedereen die een vijand helpt of onderdak biedt wordt bestraft met de...
"Bij order van de Generaal."
-Katharina? Katharina!
-Petkoff...
-Duifje. -Man.
-Kom!
-Mijn mooie, dikke duifje.
Je bent blij dat ik ben gekomen h�?
Nee? Waarom niet?
Ben je me vergeten?
Mij vergeet geen enkele vrouw.
Katharina, de oorlog is voorbij.
-Oh, helemaal voorbij, echt waar? -Werkelijk waar.
Het vedrag is drie dagen geleden In Sophia ondertekend.
-Petkoff, ik hoop dat je een ��rvol verdrag hebt gesloten?
-Natuurlijk. Er komen geen vriendschapsbanden met onze vijanden!
Dat wilden ze er in zetten, maar ik stond erop dat het geschrapt werd.
-Wat goed! -En nu kijken wat ik voor je heb, meisje.
Nou? Wat zeg je daarvan.
-Wat moeten we daar nou mee?
-Wat zeg je nou? Dat is buit. Je moet toch buit hebben.
-Heeft de oorlog je leren pianospelen?
-Wat wil je van me? Er was niets beters meer.
De generaal nam de mooiste meubels. Er was niets anders over.
De vijand moet pijn lijden. Dat is de hele zin van oorlog.
-Sergius!
-Luitenant Seranoff meldt zich ter plaatse.
-Hou toch op man, de oorlog is voorbij. Ga zitten, je bent net op tijd voor het ontbijt.
-Dank u, ik heb net ontbeten. Mama.
-Sergius, onze held. Ik ben z� trots op je.
-Ik dank u, mama. Ik mag toch 'mama' zeggen?
-Natuurlijk, over vier weken trouwen jullie toch?
-Je ziet er schitterend uit, Sergius.
-Dank u. U wordt ook alleen maar jonger.
-Hoe gaat het verder? -Afgezien van mijn nekpijn, prima.
-Dat krijg je als je elke zondag je hals wast. Daar kan geens mens tegen.
-Hoezo? Ik was ook elke zondag mijn hals. Bevalt me prima.
-Je bent net zo modern als Raina. Jullie worden heel gelukkig.
-Met Raina m�et men wel gelukkig worden.
Waar is Raina?
-Hier is Raina.
-Raina.
Hou je nog van me?
-Ben ik je nog wel waardig, mijn held?
-Liefste, al mijn roem behoort jou toe.
Weet je hoe ik me voelde toen ik aanviel? -Nee mijn heer.
-Als een ridder, galopperend naar zijn jonkvrouw.
-Precies zoals hij het bescrheef.
-Wat, wie?
-Eh... een ooggetuige.
-Kom Sergius, ga naast je bruid zitten.
Wat een gelukkige familie, he?
-Nicola! Louka!
-Petkoff je hoeft niet meer te brullen. We hebben nu een elektrische bel.
-Een elektrische bel? Wat is dat?
-Een kleine knop. Het rinkelt in de keuken en Nicola komt.
-Waar is die knop? -In de eetkamer.
-En in de slaapkamer en in de bibliotheek.
-Waarom in de eetkamer op een knop drukken als ik hier brullen kan.
Nicola! Louka!
-Mijnheer?
-Breng me mijn jasje.
-Welk jasje, mijnheer?
-Ben je vergeten welk jasje ik thuis draag?
-Ah, dat jasje, mijnheer. Ik had het al gebracht als ik het kon vinden.
-Nicola, je wordt steeds dommer. Louka, hij hangt in de kledingkamer.
-Nou? Je moet naar boven. -Waarom? Ik weet dat die jas daar niet is.
-Er is een verschil tussen wat men als mens weet
en wat men als dienstbode weten m�g.
-ik bespaar me als mens de weg naar boven.
Als dienstbode ben ik alweer beneden.
-Mevrouw, de jas is niet te vinden. Hij hangt niet in de kledingkamer.
-Ik wil mijn jasje, en wel meteen.
-Misschien weet juffrouw Raina waar het jasje is.
-Ik? Ik bemoei me toch niet met de kleren van mijn vader.
-Sergius, wil je ons nieuwe varkentje zien?
-Ik? Wil ik varkentjes zien? -Ja dat wil jij!
-Natuurlijk, als je dat zegt.
-Ze hebben nog niets gegeten.
-Maak je geen zorgen, die verhongert niet.
Ze eet elke dag twee pond bonbons.
En nu zal �k je jasje halen.
-Mijn koningin. -Sergius. Mijn held.
-Ik aanbid je. -Ik hou van je.
-Sergius... -Ja?
-Ik vind dat het hier stinkt.
-Ja. Stoort het je?
-Ja, heel erg.
-Sorry. Het was niet m�jn idee daarheen te gaan.
-Nee, het mijne, sorry, ik wou alleen... -Alleen met me zijn?
-Ja, natuurlijk. -Mijn koningin!
-Hoog! Zege! Hoog!
-Ik geloof dat wij de ideale liefde hebben gevonden.
-Jaja, de ideale liefde.
-Wat versta je daar eigenlijk onder?
-Als we samen zijn kan ik niet aan iets laags denken.
-Oh. Ja. Ik weet niet of het iets l�ags is waar ik aan denk...
Maar ik moet je zeggen: ik denk er altijd aan.
Als we samen zijn.
-Laten we even gaan zitten.
Laten we even praten. -Goed, laten we praten. Waarover?
-Waarover? Over Slivnitza.
-Over Slivnitza! Wat kan ik zeggen, ik heb gewonnen.
-Ja dat weet ik. Maar hoe?
-Heel eenvoudig. Ik had zes man, we waren op patrouille,
en plotseling zag ik een kanon. Een vijandelijk kanon.
-en je had maar zes man. -Ja. Zes man tegen een kanon.
Toen ik het zag... -Schoot het kanon!
-Nee, toen moest ik beslissen. De dood of de zege.
-Zoals in een roman. -Ja.
Ik gaf het bevel aan te vallen... -En toen schoot het kanon!
-Nee, ik pakte mijn sabel, spoorde mijn paard aan,
en in razend galop vielen we de vijand aan.
-Met jou vooraan! -Natuurlijk.
-En toen schoot het kanon! -Helaas niet.
Die Servische sukkels hadden de verkeerde munitie.
-Dus toch. Ik dacht dat dat een leugen was.
-Een leugen? Wat?
-Dat met die munitie. -Hoe weet je dat dan?
-Ik eh... ik...
-Je kunt het me rustig zeggen. Van je vader
-Ja. Van wie anders.
-Hij zegt zeker wat de generaal zegt. Ik heb tegen de krijgskunst gehandeld.
Ik won op de verkeerde manier.
Terwijl onze commandanten op de goede manier verloren.
Oh, oorlog, oorlog. Droom van patriotten en helden.
-En als het kanon had geschoten?
-Dan was ik nu niet bij je, mijn koninging.
-Je had gewoon geluk.
-Geluk? Ik noem dat moed.
-Ik vraag me af waarom we dit tapijt weer moeten kloppen.
-Er komt helemaal geen stof uit.
-Ik vraag me dat nooit af. Wat geeft het of ik dit doe of iets anders.
-Klop verder. Als Mevrouw merkt dat je niet werkt vlieg je eruit.
Je wil toch ooit een winkel?
E�n wenk van Mijnheer en niemand zal ooit bij ons kopen.
-Jij wordt nooit koopman. Je hebt de ziel van een bediende.
-Ik heb precies de ziel die ik voor mijn beroep nodig heb.
Een koopman moet ook bedienen.
-Ah. Ons bruidspaar.
Ik ben uitgeput. Ik moet rusten.
Is ie niet prachtig?
Ze lopen niet meer hand in hand! -Mejuffrouw is geen boerenmeid.
-Als Sergius op mij verliefd was geweest... -Wees blij dat dat niet zo is.
Het is een ramp als een hoge heer op een boerenmeid verliefd wordt.
Zodra zijn wensen vervuld zijn, bedenkt hij wat hij zijn stand verplicht is,
en laat hij je zitten.
-Wie op mij verliefd wordt bedenkt niets meer.
-Is er geen betere plek voor de held van Slivnitza?
-Ach Louka...
Louka, ik ben geen held.
Ik had gewoon geluk.
-Geluk? Dat hebben alleen de dapperen.
-Dat zeg jij.
Anderen verachten me omdat ik geluk heb gehad.
-Maar Luitenant. Hou kunnen ze nou zo dom zijn.
In mijn ogen bent u in een held. En zal dat altijd blijven.
Maar dat maakt u waarschijnlijk niets uit.
Als �k zoiets zeg.
-Wel waar, Louka. Ik dank je.
-Heer Luitenant, zo bedoelde ik het niet. -Ik ook niet, Louka.
Ik wou je alleen bedanken... -Luitenant, men kan ons zien!
Denk toch aan mijn goede naam. -Eh, oh ja... daar dacht ik niet aan.
-Bovendien bent u verloofd.
-Raina schatje, je moet me helpen.
Jij hebt toch school gehad? En rekenen?
-Ja papa. -Mooi. Ik stuur morgen namelijk
twee regimenten cavalerie naar Sophia voor een zege parade.
Maar ik heb slechts 2314 broden. En geen haver of hooi voor de paarden.
Begrijp je dat? -Ja papa.
-Mooi. Reken dan even uit hoeveel brood ik per man kan geven.
-Boven de duizend hebben we op school nooit gerekend.
-Dat heb ik weer.
-Ik ben echt het hele huis door geweest. Je jasje is weg.
-Laat dat stomme jasje. Help me liever met dit militaire probleem.
Kan Sergius rekenen?
-Maar papa. Sergius is een held.
-Was die Zwitser maar hier, die Servische Kapitein.
Die kon rekenen!
-Een Zwitser? Zitten er veel Zwitsers in het Servische leger?
-Hij is de enige die ik ken. Ik zal nooit meer een Zwitser geloven.
Hij heeft ons bedrogen. Bezwendeld.
Ik heb hem 50 gezonde gevangenen gegeven, voor 200 lamme paarden.
Dat was nog eens een schurk. -Hoe ziet hij er it?
-Maar Raina! Wie wil dat nou weten? -Zoals een Zwitser er uit ziet.
Als een handelsreiziger in uniform.
-Alsjeblieft Raina, stel geen gevaarlijke vragen over die Zwitser.
Als Sergius er iets over hoort is het uit tussen jullie.
-Dan is het maar uit.
-hoe lang was die vent al in je kamer voor je me riep?
-Over wie heeft u het mama?
-Over die Servische Zwitser.
-Oh, die. -Wanneer klom hij omhoog?
Toen de soldaten al weg waren? Of al v��r ze je kamer doorzochten?
-Laat me even denken... -Zeg alsjeblieft de waarheid.
Was hij er, of niet?
-Nee...
-Pas op! Sergius aanbidt je. Hij is rijk, mooi,
en een Seranoff, dat is bijna zo goed als een Petkoff.
En die Zwitser komt niet terug. Daar hoef je niet op te wachten.
Of wil je een oude vrijster worden?
-Ja mama.
-Praat geen onzin, je trouwt met Sergius en daarmee uit!
-Hier heb ik een brief. -Voor wie?
-Voor de mejuffrouw. En hier heb ik 20 Kronen.
Die zijn voor wie de brief ongemerkt weet te bezorgen.
-Ha!
-Ah!
De chocoladesoldaat.
-Gegroet!
Hoe gaat het? -Wat leuk, ik had u helemaal niet verwacht.
-Hoezo? Heeft u mijn brief niet gekregen?
-Een brief? Heeft u me een brief geschreven?
-Ja.
-Oh. Die vind ik thuis wel tussen de vele andere brieven die ik elke dag krijg.
-Ja, zeker, zeker... maar wat vervelend. -Wat?
-Dat U mijn brief niet heeft gekregen.
-Waarom? -Omdat ik u wilde ontmoeten.
-Waar? -Hier.
-Wat pijnlijk voor me. Nu denkt u dat ik daar naar geluisterd heb.
Als ik een brief had gekregen was ik nooit gekomen.
Of alleen om te zeggen dat het ongepast is
om een dame zoals ik het bos in te vragen.
-Wist u dat ik hartkloppingen had bij het id�e u weer te zien?
-Hartkloppingen?
Waarom?
-Van angst.
Een vrouw die men alleen 's nachts bij kaarslicht zag
dat kan soms flinke teleurstellen.
Maar ik ben tevreden. U bent erg leuk.
-Heeft u me alleen het bos in gevraagd om dat te zeggen?
-Nee, ik wilde u eigenlijk dit jasje teruggeven.
-Wat? Voor dat oude jasje heeft u me naar het bos laten komen?
-Ja, het is toch een goed ding.
Bovendien is het toch toeval dat u hier bent?
Ja. Nou. Dat toeval betreur ik.
-Mejuffrouw, wat verwachtte u?
Een dame die me niet wil zien kan ik toch de liefde niet verklaren?
-Dat zou ook volkomen zinloos zijn.
Ik ben verloofd. Met een man die al eerder van u won.
-U verliest iets.
Is dat uw brief?
U verliest weer iets.
Is dat uw schoen?
-laat me toch los, Luitenant.
-Nee.
-Men kan ons zien.
Waar zit uw gezonde verstand. -Wat?
Oh... dat is waar. U heeft gelijk.
Louka, weet je wat ideale liefde is? -Iets heel vermoeiends denk ik.
-Klopt.
-Je moet dat zien te vermijden. -Luitenant! U verbaast me.
-Ik verbaas mezelf.
Als Sergius, held van Slivnitza me zo eens zien kon.
Of de verloofde van mijn aanbidwaardige bruid.
Wat zou een hele stoet Sergiussen ervan zeggen.
-Ja. Of juffrouw Raina.
-Oh, die.
Je hebt gelijk, Louka.
Weet je waar ze heen is?
-Wat, ging ze weg zonder u te zeggen waarheen?
-Ja.
-Dan zou ik maar wachten tot ze het u zelf verteld.
Of hoort dat bij de ideale liefde, dat u haar bespioneert?
-Zou jij mij bespioneren, Louka?
Je bent een verleidelijke kleine heks.
-Jullie hoge heren zijn ook allemaal hetzelfde.
-U doet dit achter Raina's rug.
-Hoezo?
En zij doet hetzelfde achter uw rug.
-Louka! -Dat toont hoe weinig jullie om elkaar geven.
-Je moet wel begrijpen, Louka, dat een heer van mijn stand...
...zijn verloofde niet met haar kamermeisje bespreekt.
-Wie weet wat een heer van �w stand correct vind.
Net probeerde u me nog te kussen. -Nou en?
-Noem je dat manieren? -Duivelin!
-Mag ik weer aan het werk?
-Ga je gang.
-Wie is mijn rivaal! -Dat krijgt u nooit uit me.
Niet voor geld, niet voor liefde.
-Wie is het! -Au! U doet me pijn!
-Wie is het! -Au!
Ik weet het niet. Ik hoorde alleen zijn stem.
Door de deur van juffrouw Raina's kamer.
-Dat is een leugen. Wat denk je wel!
-Het is toch niet erg. U begrijpt me verkeerd.
Als die man terugkomt dan zal Raina met h�m trouwen. Niet met u.
Ik weet het verschil tussen ideale en Echte liefde.
-Pas op jij! -Au! U doet me pijn!
-Dat doet er niet toe.
Je belastert mijn vrouw.
Je bent een zielige voetveeg met de ziel van een bediende.
-Wat ik ook ben,
u bent precies hetzelfde.
En uw bruid is een leugenaar.
Haar mooie manieren zijn bedrog.
Ik ben zes keer zoveel waard.
-Louka...
Een man mag een vrouw geen pijn doen.
Ik vraag vergiffenis.
Moet ik je arm kussen?
Nooit!
Nooit zal een officier een boerenarm kussen.
-Net schaamde u zich niet mijn mond te kussen.
Als ik dat had toegestaan.
-Louka.
Vergeef me.
-Was dat Louka niet? -Nee, hoezo?
-Ik bedoel... Ja, ik geloof het wel.
Ik heb je overall gezocht.
-Vraag je niet waar ik was?
-Nee, ik zou je nooit vragen waar je was.
Jammer. Ik wou dat je het had gevraagd.
Dan had ik meteen kunnen zeggen dat ik niet wil hebben
dat je ooit vraagt waar ik was, ik wil niet bespioneert worden.
-Maar... dat deed ik helemaal niet.
-Ik zei alleen, Als je het gedaan had zou ik hebben gezegd dat...
-Mevrouw, buiten is een officier die met u wil spreken.
-Mij?
-hij vroeg uitdrukkelijk om de vrouw des huizes.
Hij klonk als een buitenlander. -Zeker een Oostenrijker.
-Of een Zwitser. -Een Zwitser?
-Een Zwitser!
-Maria en Jozef! Echt!
Louka! Louka doe mijn schort af, snel
Waar is Mijnheer? -In de bibliotheek.
-Mooi. Zorg dat hij blijft slapen.
-Goedendag Mevrouw. -Kapitein Bluntschli!
Leuk u te zien maar u moet weg.
Als mijn man ons geheim ontdekt loopt het slecht af.
-Ik blijf maar even. Ik wilde u iets teruggeven.
-Wat. Had u het jasje? -Ja.
-Laat het er in.
-Waarom? Het is niet van mij. Uw dochter gaf het.
-Raina? -Ja zo heet ze.
-Ik wil haar nog even bedanken
-Later! Begrijpt u niet dat u weg moet? -Nu meteen?
-U draagt een Servisch uniform en mijn man h��t de Servi�rs.
-Ha!
Bluntschli!
Lieve vriend, kom aan mijn hart!
Wat leuk als een oude vijand op bezoek komt.
Sergius, dit is de Zwitserse oplichter die me die lamme paarden aansmeerde.
-Aangenaam kameraad! U bent de held van Slitnivza.
-Oh, u kent me?
-Ja.
Vluchtig.
-Mijn vriend Bluntschi vocht bij de Serviers.
-Petkoff, hou hem niet op. hij heeft erge haast.
-Waarom? De oorlog is toch voorbij?
-Sergius, liefste, hier ben je. Ik zocht je overal.
-Maar Raina, we waren net nog...
-Raina. Zie je niet dat we een gast hebben?
Kapitein Bluntschli. Een vriend van je vader.
-Sorry Kapitein, ik heb mijn verloofde zo gemist
ik heb alleen nog ogen voor hem.
-Petkoff, ik vroeg Kapitein Bluntschli te eten maar hij kan helaas niet.
-Helaas.
-Nee Bluntschli, ik laat je niet gaan. je komt als geroepen.
Ik moet morgen drie regimenten naar Sophia krijgen
voor een zegeparade. Je moet me helpen.
-Sophia? Dan wordt opletten met je voorraden.
-Hij weet meteen waar het om gaat. Nicola!
-Wat wil je van Nicola.
-Hij moet de logeerkamer klaarmaken voor mijn vriend.
-De logeerkamer? Dat... is helaas onmogelijk...
Het staat vol spullen. Rommel. Begrijpt u Kapitein?
-Neem de bibliotheek. Daar kan je goed slapen.
-Raina!
-Waarom lach je? We hebben toch een bibiotheek?
Met een heerlijke Ottoman. Je slaapt er als een beer!
Schatje, vraag jij hem, hij denkt dat hij niet welkom is.
-Volgens mij weet Kapitein Bluntschli precies wat ik wil.
-Dus je blijft. Nicola! Zet de bagage in de bibliotheek.
-Nicola. Voor de moeite.
-Dank u.
-600... 48... 4000... en dan 494...
-Weet je zeker, beste vriend, dat ik je niet kan helpen?
-Nee, nee, het gaat...
-Weet je hoeveel eten iedereen krijgt? -Een half brood.
-Heel fijn dat je zo meehelpt.
-Kan ik nou echt niets doen?
-Stoor hem nou niet.
-Oh ja. -Ja.
-4 kilometer... 4 procent rente...
-Raina. Hou op met die bonbons.
-Je weet niet half hoe storend dat is.
-Had ik mijn oude jasje nog maar. Er moet een dief in huis zijn.
-Je weet niet wat hier tijdens de oorlog allemaal is gebeurd.
-We vinden dat jasje wel. In mijn huis is nog nooit iets zoek geraakt.
-Waar is het dan?
-We hebben overal gezocht.
-Sergius. Mijn held. Denk je aan mij?
-Denk je aan me? -Ja natuurlijk mijn koningin.
-Klaar!
-Echt? Ik dacht dat het de hele nacht zou kosten.
-Zal ik het voorlezen, Majoor? -Nee. Lezen kan ik zelf.
-Sergius, kijk wat hij gedaan heeft.
De paarden kunnen gewoon grazen. Hij weet waar er weide is.
Hoe weet je dat?
-Het Bulgaarse leger heeft goede landkaarten, Majoor.
Uit Zwitserland. Alles staat er op.
-Zelfs waar weide is? -Ja. Waar het groen is.
-Bluntschli, zo'n goed plan heb ik nog nooit gehad.
Elk uur is precies vastgelegd. Je bent een groot man! Dank je.
-Nee, u bedankt. Neem plaats en zet uw handtekening.
-Daar, graag.
Dank. En ook daar graag.
Dank. En klaar.
-Dat was goed werk. Raina! Drank!
-Jammer dat ik niet kon helpen. Mijn hand is meer het zwaard gewend.
-Je hoeft je niet te verontschuldigen. Jij bent een held.
-Jazeker.
-Alstublieft, Kapitein. -Dank u mevrouw.
-Kapitein Bluntschli, waar heeft u eigenlijk gevochten?
-Mejuffrouw, zo goed als nooit.
Ik heb me meestal achter mijn kanon verstopt.
-Heel goed. Heel goed. Daar drinken we op.
-U schertst, Kapitein. -Helemaal niet, Mevrouw.
Ziet u, de geheim van de krijgskunst is
dat men aanvalt -genadeloos -
als men de sterkste is.
En rent als men de zwakste is. Dat is alles.
Nietwaar? -Proost
-Dat is niet waar.
Ik heb in Slivnitza met zes man tegen een kanon gevochten.
En ik won toch.
-Als dat kanon geschoten had vloog je nu als engel rond.
Nu ben je een nationale held. En is de vijand gevlucht.
-En hoe ie gevlucht is! Ik zag nooit een mens zo rennen.
-Eigenlijk verschrikkelijk laf van die kerel, vindt u niet?
-Ach, hij dacht misschien: aan een l�vende soldaat heb je nog eens wat...
Bovendien had hij u nog nooit ontmoet.
-Oh... Wilt u... nog een beetje?
-Dank u, Mevrouw. Die lafaard, dat was �k namelijk.
-Wie? -Hij?
-U?
-Het spijt me, Kapitein, ik wist niet...
Iedereen kan wel eens zijn moed verliezen...
-Jij niet, ezel. Jij had je dood laten slaan.
Bravo Bluntschli. Je bevalt me.
Daar drinken we op.
-Nu weet je het, Sergius. Laf moet je zijn op papa te bevallen.
-Nee, Mejuffrouw, zo eenvoudig ligt het ook weer niet.
Ik dank mijn leven niet aan het wegrennen
maar aan het hart en de goedheid van een Bulgaarse dame.
-Ach, kunnen we niet ophouden over die vreselijke oorlog?
-Geen zorg, Mevrouw, dit is een heel vrolijk verhaaltje.
-Vertel, vertel. Heeft ze je verstopt?
Waar heeft ze je verstopt? -Maar Petkoff!
-Slaapkamer. -Wat! Meteen in de slaapkamer?
-Sergius!
-Nou, u hoeft niet meteen te denken... wat u nu denkt.
-Ga verder. Wat gebeurde er in de slaapkamer?
-Eerst was ze... was ze bang.
En na een tijdje... -Ik begrijp het! En toen?
-Toen was ze vastbesloten mijn leven redden.
-Ja want ze was verliefd, dat is duidelijk!
-Verliefd geloof ik niet, daar was ze niet oud genoeg voor.
Het was denk ik meer een spel met het gevaar.
Een klein avontuurtje. Je weet het nooit.
-Ja, zulke vrouwen heb je. Daar heb ik wel over gehoord.
-Kapitein Bluntschli, ik had nooit gedacht dat u
ooit zou wagen in mijn bijzijn zo'n verhaal te vertellen.
-Heb ik iets verkeerds gezegd?
-Ik snap er niets van. Het was toch heel onschuldig.
-Dat was het niet. Raina kan zich niet eens voorstellen
dat een Bulgaars meisje ooit een vijand zou verstoppen.
-Sergius heeft gelijk! Als zulke vrouwen bestaan,
moet men het bespaard worden dat ooit te horen.
-Zo, nu zijn we alleen.
Nu kunnen we vrijuit praten. Wat gebeurde er in die slaapkamer.
Je hebt toch iets verzwegen?
-Het belangrijkste.
Ik ben verliefd geworden op dat meisje.
-Wat is dat voor nieuwe mode om je armen zo te tonen, kindje?
-Mijn eigen mode.
-Laat Mevrouw je zo niet betrappen.
Mijnheer gaat slapen.
Wij ook. -Jij misschien.
-Jaja, ik weet het. -Wat?
-Je hebt je zinnen op h�m gezet.
Mocht je je doel bereiken...
Vergeet dan niet dat IK een vrouw van je gemaakt heb.
-Jij? -Ja, ik.
-Ik heb je geleerd jezelf mooi en schoon te houden
als een echte dame. Dat was ik, hoor je. Ik.
-Nou goed. En waarom zeg je dat allemaal?
-Omdat...
ik op je dankbaarheid reken.
Ik heb me in je vergist. Je bent pittiger dan ik dacht.
-Dank je.
-Als Sergius nog wat dommer was, en Raina niet in de weg stond...
kon je nog wel eens mijn beste klant worden.
In plaats van mijn vrouw te worden en geld te kosten.
Je bent geloof ik �cht liever mijn bediende dan mijn man.
En dan sla je een slaatje uit me. Ik ken je mooie ziel.
-Laat mijn ziel er buiten.
-Wat laat u me schrikken!
Mijn hart stond zowat stil.
Wat doet u hier? -Ik denk na.
-Waarover?
-Over vrouwen.
-Dat kan u beter laten.
Een man als u zal vrouwen nooit begrijpen.
Je hebt gelijk. Het zou ook maar een nadeel zijn.
Laat eens zien wat ik aangericht heb.
Doet het nog pijn?
-U heeft krachtige handen.
-Zal ik het beter maken?
-Speel niet me me. Alstublieft.
-Maar Louka, ik speel niet met je.
Ik zou je schaken als ik niet op parade moest.
-U droomt ervan me te schaken.
maar de moed om met me te trouwen zult u nooit opbrengen.
-Louka.
Als ik vrij was...
Geen mens kon me tegenhouden.
Maar je weet dat ik gebonden ben.
Aan een vrouw die ik de pure liefde nooit mag afpakken.
-U begrijpt werkelijk niets van vrouwen.
De man waarover ik vertelde is teruggekomen.
Uw bruid zal met de Zwitser trouwen!
-De Zwitser! -Ja de Zwitser!
Dan kom je weer naar mij
maar dan ben je voor mij ook niet meer goed genoeg.
-Ik vermoord hem. -Ha!
-En dan doe ik met jou wat ik wil.
-Misschien doodt die Zwitser j�u wel.
Ik de liefde versloeg hij je ook al.
-Ik vermoord hem.
Waar ie staat.
-Wie is daar?
-Ik ben het. De chocoladesoldaat.
Maak licht.
Draai eens om.
-Kapitein Bluntschli.
Als u niet onmiddelijk weggaat roep ik mijn verloofde.
-Waarom?
U wilt toch niet verklappen dat ik weer in uw slaapkamer ben?
-Jij... Jij laffaard! Jammerlijke lafaard!
Hij zou je doden!
-Dan spring ik uit het raam en ren ik weg.
Bovendien is mijn pistool geladen.
Nu het verbod is afgelopen.
Ik wou eindelijk eens van dit mooie jasje af
Er is niets mee gebeurd.
Goedenacht. Slaapt u lekker.
-Heer... Bluntschli.
-Tot uw dienst?
-Ik heb nog ��n vraag aan u.
-Ja? -De laatste.
-Was het echt alleen een leuk verhaaltje, dat ik u hier vertopte?
-Als ik zie hoe het is afgelopen kan ik het niet tragisch vinden.
-Ja, u heeft uw leven gered. Maar ik!
Aan mij denkt u niet.
-Jawel.
Heel vaak.
Heeft u... problemen gehad?
-Ik heb voor u gelogen.
-Waarover? -Toen.
-Welke toen? -Toen!
-Oh, toen! Toen.
-Dat was de eerste leugen van mijn leven.
-Mejuffrouw, denkt u niet dat u een beetje overdrijft?
Kijk, ik ben een heel waarheidslievend mens...
en met ��n leugen hou ik het geen halve dag vol.
En u ook niet.
-U beledigt me, heer Kapitein.
-Als u zo fier doet snap ik niet waarom ik zo naar u verlang.
Dat kan ook aan mij liggen. Maar toch.
-Kapitein Bluntschli...
-Wat? -Weet u wat u daar zei?
-Ja? -U... u...
U bent de eerste man in mijn leven,
die me niet serieus neemt.
-Ik denk dat ik de eerste ben die je �cht serieus neemt.
-Veracht u me nu, nu u me doorheeft?
-In al het andere vind ik je heel betoverend.
-Echt?
-Ja.
Dus...
Dan...
Slaapt u lekker.
Vergeet niet de luiken achter me te sluiten.
Goedenacht.
-Kapitein...
-Ja?
-U kunt toch met de trap?
-Dank u, maar deze weg ken ik.
-Kapitein Bluntschli!
-Oh, u bent het. Schreeuw niet zo, er slapen mensen.
-U... U hebt me bedrogen!
-U... U bent mijn tegenpool! Ik duld geen rivaal.
-Ik verwacht u bij dageraad achter de dorpsmuur.
-U wilt duelleren. -Jawel.
-En breng uw degen mee. -Heb ik niet. Ik breng mijn kanon.
-Sergius? Gaan jullie vechten? Waarom!
-Blijf hier buiten. -Dit is een mannenzaak.
-Hij zal je doden! Dit is moord!
-Ja ja ja, kom nou maar. Sorry, �k woon hier.
-Luitenant! Dit de misschien de laatste keer dat we kunnen spreken.
-Ah. Ben je bang om mij?
-Niet echt bang... maar helden sterven ook wel eens.
Het zou jammer zijn in vrede te krijgen wat u in oorlog ontkwam.
-Oorlog of vrede. Wie van de strijd houdt, vraagt er niet naar.
-Speel niet de held. U bent toch een lafaard?
-Tja ik ben ook vreselijk bang, maar dat moet ik overwinnen.
-U kunt toch niet het leven weggooien dat ik gered heb.
-Ik moet nu slapen. Ik heb morgen een vaste hand nodig.
-Ik blijf bij u.
Gaat u liggen.
Maak het uzelf gemakkelijk.
U moet goed slapen.
Sluit uw ogen.
Zal ik uw laarzen uitdoen?
-Nee liever niet. Ik heb misschien een gat in mijn sok.
Dat zou pijnlijk zijn.
-Ik maak wat muziek voor het slapen.
-Is dat een nieuw liedje? Die ken ik nog niet.
Hou mijn hand vast...
-U beeft helemaal!
-Da's de angst.
Denk toch eens, misschien is dit mijn laatste nacht.
-Zeker!
-Z� zeker is dat nou ook weer niet.
Misschien heb ik geluk. Misschien breekt zijn sabel.
Dan ben ik de held. -Zijn sabel breekt zeker niet.
-Geef eens antwoord op een vraag...
-Vraag maar.
-Waarom maakt u zich zo druk om mijn leven?
-Ik... ik...
-De waarheid. -Ik...
Ik wil niet dat mijn verloofde een moordenaar wordt.
-Ah, d�t is de ideale liefde. Mijn complimenten.
-Vlucht toch. Waarom vlucht u niet?
U kunt toch zo goed rennen?
-Dan ben ik een lafaard. U haat lafaards.
-Het is dom een leven zinloos te riskeren.
-Maar enorm moedig.
-Alstublieft.
-Te laat.
-Beeld je maar niets in, jij... jij...
-Zeg eens, geen beledigingen vlak voor de strijd.
Held!
-Mannen zijn dom. -De een nog dommer dan de ander!
-Luitenant Seranoff. -Kapitein Bluntschli.
-Ik neem het u niet kwalijk als u de uitdaging terugneemt.
-Ik neem nooit iets terug.
-Goed. Dan beginnen we.
-Zeg toch iets. Wat doen ze dan?
-Ik weet het niet. Ik geloof dat hij zijn sabel poetst.
-Wie? -De Zwitser natuurlijk.
-Pardon. -Geen probleem.
-Wilt � misschien de kant van de zon?
-Maakt me niet uit! Ik wil eindelijk vechten.
-Nu beginnen ze.
-Help me omhoog. Vlug.
-Wilt u nog een keertje?
-Bedankt. U heeft gewonnen.
-Wees niet bedroefd, Luitenant.
Ik won als kind al de eerste prijs met de sabel.
Gegroet.
-Heeft u echt de eerste prijs gewonnen?
-Ja, op jongenskamp in Sankt Galm.
-En dat zegt u me nu pas?
Om u heb ik gebeeft! Voor u heb ik gelogen!
Jij... jij oplichter! Ik haat je!
-He, jij! -Pardon?
-Ja, jij. Logeert hier een Kapitein Bluntschli?
-Ja, we hebben een gast met die naam.
-Een brief voor hem.
-He, jij! -Ja wat?
-Hier is een halve Kroon voor je moeite.
-Een halve Kroon? Hou maar.
-Ja.
Nicola. Wat is er?
-Post voor u, Kapitein.
-Dank je. Oho, wanneer is dit bezorgd?
-Zojuist. Ik heb de koerier vijf Kronen gegeven.
-Is dat niet wat veel?
-Het was een hoffelijke man die een lange weg achter zich had.
-Een hoffelijk drinkgeld. -Hartelijk dank.
-Geen dank.
-Kapitein Bluntschli, ik.. -Ja, moment, moment...
-Ik weet al dat u me haat. -Nee!
-Ik bedoel, ja. Maar daarom ben ik niet hier.
Het is pijnlijk voor me om u iets te moeten vragen.
-Goed, wat heeft u op het hart, Mejuffrouw?
-Kapitein Bluntschli, geef het portret terug dat ik u gaf
onder totaal verkeerde inschatting van uw persoon.
-Uw portret? Heeft u me een portret gegeven?
-Wou u beweren dat u het niet gevonden heeft?
-Waar had ik het moeten vinden? -Waar?
In het jasje dat ik u geleend heb!
-Wat een gedoe! Dat heb ik echt niet gevonden.
-Wilt u zeggen dat het nog in dat jasje zit?
Dat mijn vader het elk moment kan vinden?
-Windt je niet op, zo'n portret zegt hem toch niets.
-Zegt toch niets! U bent echt z� dom.
-Heeft u er soms iets achterop geschreven?
-Ja. -Waarom?
-Waarom? Dat weet ik nu ook niet meer.
Verzeker me dat niemand anders aan dat jasje heeft gezeten.
-Dat kan ik niet. Een soldaat kan niet altijd op zijn jasje letten.
-Waar heeft u het dan gelaten?
-Aan de kapstok in de kroeg.
-De kapstok...
-Daar zou een edelman nooit opkomen.
U heeft een lage, aardse ziel.
-Dat is nu eenmaal het Zwitsers nationaal karakter.
Zo zijn we al vijfhonderd jaar.
-Kinderen kijk eens wat ik aan heb. Mijn oude jasje.
Zojuist in mijn kamer gevonden.
Jullie hebben allemaal geen ogen in je kop.
Nu voel ik me pas echt thuis.
-Sergius! -Ik kom afscheid nemen.
-Ik heb mijn oude jasje terug. -Gefeliciteerd.
-Dat is een heel mooi jasje, Majoor.
-Wacht, ik vond iets merkwaardigs in mijn zak.
-Wat? -He, het was net nog hier...
-Was het iets belangrijks? -Een portret van mijn duifje.
Met achterop een opdracht. -Wat voor opdracht?
-Iets heel onbelangrijks. -Maar grappig!
Raina. Voor haar chocoladesoldaat.
Ik weet precies wie die chocoladesoldaat is.
-Ah. Wie dan. -Jij.
-Ik! Een chocoladesoldaat!
-Raina. Leg je vader uit dat dat niet over mij gaat.
-Over wie anders?
-Wou je zeggen dat Raina nog andere mannen fotos geeft?
-Vrouwen zijn niet zo onschuldig als we vroeger dachten, Petkoff.
-Wat is er aan de hand? Wie is die chocoladesoldaat?
-Ik.
-Jij bent een grote oplichter. Ik geloof geen woord van jou.
-Heb ik je gisteren niet over een jonge dame verteld
die me het leven gered heeft?
-Is die jongedame soms in deze kamer?
-Ja, hier.
-Met welke van deze heren ben je verloofd?
-Met geen van beiden.
-Sergius, is je verloving verbroken?
-Je hoort het.
-De gevoelens van Luitenant Saranoff behoren nu een ander
-Aan wie?
Nu gaat me een lichtje op...
-Louka.
-Saranoff, gefeliciteerd.
Je bent toch een held. -Mijn held.
-Mejuffrouw.
-Mijn bruid.
-Zodirect zegt ie 'mijn koningin'.
-Sergius, wat heeft dit te betekenen?
-Sergius heeft zijn verloving verbroken. Ik had er niets mee te maken.
-Sergius, dat sta ik niet toe.
We hebben je woord. Je bent gebonden.
-Niets bindt mij.
-Luitenant! -Mevrouw. Majoor.
Uw dochter redde mijn leven met mijn pistool op haar borst.
Dat was echt alles.
Het betekende verder niets.
Hoe kan het ook anders. Kijk, een oude soldaat als ik
Een vechter. Een vagebond.
En zo'n jong meisje. Na�ef. Vol romantische dromen.
Ik heb haar onschuldig als een engel achtergelaten
zoals ze was toen ik kwam.
Ik hoop dat alles nu goed is geregeld. Mijn kind.
-U bent een romantische idioot. Als u een kind van 17 jaar...
niet van een vrouw van 23 kan onderscheiden.
-Zo oud? Bent u al zo oud?
-Dan staan de zaken anders. Dan moet ik alles serieus nemen.
In dat geval, Majoor,
Neem ik de verloving over van Luitenant Seranoff
en vraag ik nederig om de hand van uw dochter.
-Zulke... onbeschaamheid!
-Ik vrees dat u voor mejuffrouw geen volwaardige partij bent.
-De Petkoffs en Seranoffs horen bij de rijkste en voornaamste families.
-Wacht, Katarina. Uw aanzoek verheugd ons, Kapitein.
Maar Raina is erg verwend.
-Sergius heeft de grootste paardenstal in de omgeving.
-Maar Mevrouw, wat geeft dat, we willen toch geen circus beginnen.
Hoeveel paarden heeft u, Luitenant?
-Laat je niet opjutten Sergius. -Twintig. Volbloed.
-Ik heb er 200. Hoeveel wagens voor je paarden?
-Drie. Van eentje kan het dak open en dicht.
-Ik heb er 70. Allemaal met zo'n klapdak.
-Hoeveel dinerborden hebt u? -Ja hoe moet ik dat nou weten.
-Maar ongeveer. Meer dan 4000? -Nee!
-Zoveel heb �k er.
en 9600 lakens en 2400 donsbedden,
10.000 messen en vorken en even zoveel lepels.
Ik heb 100 bedienden, stallen, een botenhuis, en een prive huis.
en nog een huis maar dat is verhuurd.
Ik ben officier en spreek drie talen vloeiend:
Duits, Frans, en Zwitsers Duits.
Noem ��n Bulgaar die dat zijn aanstaande allemaal kan bieden.
-Bent u soms de keizer van Zwitserland?
-Nee, ik heb de hoogste rang die een man maar bereiken kan:
Ik ben een vrije burger.
-Als het zo zit, wil ik jullie geluk niet in de weg staan.
-Dat vindt mijn man ook. Nietwaar lieveling?
-Vanzelfsprekend. 200 paarden?
-Wat moet u met zoveel donsbedden?
-Ja, ik kreeg vandaag toevallig bericht
dat ik thuis zes sjieke hotels heb ge�rfd.
-Raina, heb je dat gehoord? Waar is Raina eigenlijk?
-Hier is Raina.
-Mejuffrouw...
-Wat zeg je ervan, mijn schaapje.
-Wat ik daarvan zeg?
Dat hij zijn donsbedden in zijn hoed kan steken!
Ik laat me niet aan de hoogste bieder verpatsen!
-Excuseer mij een ogenblik.
-Veel geluk kameraad.
-Bedankt kameraad -Veel geluk Raina!
-Raina? Zeg jij Raina tegen de Mejuffrouw?
-Ze zegt ook Louka tegen mij.
-Bravo mijn koningin.
-Hoe durft u!
Nu komt u ook nog door de deur!
-Ik kwam alleen even uw portret terugbrengen.
Voor een oudere dame van 23 heeft u een fel temperament.
-Wat wilt u van me?
-Die foto was maar een romantische vergissing.
-Zeg eens, waarom bent u zo van mening veranderd?
-Ben ik dat? -Ja dat bent u.
Ik kwam als vluchteling, bedelaar, stervende,
u reikte me de hand voor een kus,
gaf me een bed om te slapen, loog zelfs voor me...
-Voor de keizer had ik dat niet gedaan.
-Juist! En voor wie heeft u het wel gedaan?
-Nou? Kom?
Zeg me eens de waarheid?
-Voor mijn chocoladesoldaat.
-Nootjes met likeur.
* EINDE *
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.