Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Heeft ze net ontslag genomen of zo? - Wat ben je toch ongeduldig.
Dat overkwam jou ook toen ik je leerde kennen. Toen vergat je de melk.
Niet waar. - Jawel.
Ik zat naast Aiden. Ik heb zijn chocomel in m'n koffie gedaan.
Dat kwam doordat jij me afleidde. - O, is dat zo?
Waar blijft Jace? - Geen idee.
Ik denk dat jij als brandweerman beter functioneert dan als ober.
Zeg maar dat ze mijn sollicitatiebrief bovenop moeten leggen.
En wat doe jij dan voor mij?
Daar is hij.
Dag, schoonheid. Amy is nog onderweg.
Privénummer. Wie zou het zijn?
Claudia, met mij.
Het is m'n broer.
Ik zit in de bak Kom m'n borg betalen. - Alweer? Wat heb je gedaan?
Even geen preek Kom me alsjeblieft halen.
Het bureau in 27th Street. - Ik ben uit eten.
Toe, ik mag maar één keer bellen.
Houd vol, ik kom er zo aan. - Ik wacht op je.
Er is iets met m'n broer. Ik moet hem ophalen.
Geen probleem. - Kom mee.
Sorry. - Geeft niet. Een ander keertje.
Is hij nu voor de derde keer opgepakt? - Ja. Ik zie je straks thuis.
Heb je een auto gestolen? - Ik wil hier weg.
Hoe kon je dat nou doen? Hoe haal je het in je hoofd?
Ik wist niet dat hij gestolen was. Ik had 'm van iemand geleend.
Hij zei er niet bij dat hij gejat was. - Hij had geen sleutel. Dat is toch raar?
Ik ben geen kind meer. Je hoeft niet m'n oppas te spelen.
Je zus heeft 1500 dollar betaald, wees haar dankbaar.
Drew, laat mij maar. - Jij moet je erbuiten houden.
Jij bent me er eentje, weet je dat? - Nee, leg eens uit.
Houd op. Allebei.
Zeg maar waar hij moet afslaan. - Rechts. Op Yale.
Waar verblijf je? - Het Four Seasons Hotel.
Bij een vriend. - Wie?
Tony? - Nee. Je kent hem niet.
Het laatste huis. M'n auto staat op de oprit.
Oké, bedankt.
Carter, ik doe dit nooit meer. Echt niet.
Het zal wel. Ik heb je wel gehoord.
Dus we gaan om tien uur? - Ja, die vroege vlucht is beter.
Bedankt, Garrett. Tot dan.
Willen ze je alweer terug in LA? - Nee, in New York.
Ze willen met me praten over de baan in Dubai.
De directeur wil me ontmoeten. Ik moet erheen.
En als ze je de baan aanbieden? - Ik overleg eerst met jou.
Je weet precies hoe ik erover denk.
Je broer maakt misbruik van je. Dat vind ik niets.
Je snapt het niet. Je maakt het alleen maar erger.
Ik kan niet aanhoren dat hij zo tegen je praat.
Jawel. Je hoeft me niet te helpen. - Nee, dat heb ik gezien.
Carter heeft het zwaar sinds de dood van pa. Maar hij heeft een goed hart.
Je kent hem niet. - Jij haalt hem steeds uit de bak.
Moet ik hem dan laten stikken? - Misschien wel.
Je moet je er niet mee bemoeien. Het is mijn broer.
Verdomme.
Je weet precies hoe ik erover denk.
Twee jaar, maximaal drie. Dan kan ik weer terug naar de VS.
Met Aiden naar 't Midden-Oosten? Hij begint hier net te wennen.
Claudia heeft hem daar heel goed mee geholpen.
Dan gaat zij ook mee. Mensen verhuizen zo vaak.
Er zijn genoeg banen in de buurt.
Is alles goed? - Ja, niets aan de hand. Sorry.
Hoe was je afspraakje? - Leuk. We zijn uit eten geweest.
Ik wilde net bij Aiden gaan kijken. - Dat doe ik wel.
Wil je dat doen? Bedankt. Welterusten.
Waar is het?
Kom op, denk na.
Ik heb vanavond een vergadering. Zal ik naar het restaurant komen?
Ja, best.
Goedemorgen. Aiden, wat voor mueslireep wil je bij de lunch?
Die met stukjes chocola.
Dag, pap. - Dag, jongen. Veel plezier.
Wil je vanavond echt niet mee uit eten? - Ik heb nog een stapel huiswerk liggen.
Ik heb gisteren ook huiswerk gemaakt. - Aftreksommen.
Spelling hebben we voor jou bewaard. - Spelling. M'n lievelingsvak.
Heb je overal gezocht? - Het lag er echt niet.
Iemand heeft het weggehaald toen ik gearresteerd werd.
Tim gaat door het lint. - Ik weet het. Wat moet ik zeggen?
De waarheid.
De politie kwam eraan. Ik moest iets doen.
Heb je 10.000 dollar aan cocaïne verstopt in een steegje?
Ik weet dat het je eerste keer was, maar je bent geen zak waard.
Tim, kom op nou. Ik zorg wel dat ik je geld terugkrijg.
Plus het bedrag dat ik je al verschuldigd was.
Besef je wel dat die verdwenen cocaïne me dierbaarder is dan jij?
Ik zou graag geloven dat je dit foutje recht kan zetten, maar helaas.
Tim, ik zweer het je.
Ik zweer dat ik een oplossing zal vinden.
Geef hem een kans.
Waarom? - Omdat wij anders tien mille kwijt zijn.
Eén week. Als het hem niet lukt, zien we wel weer verder.
Eén week.
Bedankt. Ik zorg dat het goed komt. - Wegwezen.
Heb je zin in het feestje vanavond?
Ga maar even spelen, ik kom er zo aan.
Ik doe onderzoek naar mooie vrouwen in Philadelphia. Spreek ik daarmee?
Misschien. - Ik heb maar één vraag voor je.
Ben je nog kwaad dat je vriend zich als een eikel gedroeg?
Eikel is wat sterk uitgedrukt.
Hij wil het zaterdag graag goedmaken. Dan heeft hij een avond vrij.
Jullie gaan naar een leuke plek, zonder politiebureaus.
Geen? Ik begon er net aan te wennen.
Is dat je sexy vriendin? Zeg maar dat ik om elf uur kaar ben.
Ga jij de auto maar wegzetten.
Groetjes van Charlie. - Groetjes terug.
Wacht even, er belt nog iemand.
Laat maar, ik weet niet wie het was. Ik ga zaterdag mee. Afgesproken.
Leuk. Ik moet vanavond werken, maar ik bel je morgen, goed?
Ik houd van je. - Ik ook van jou.
Claudia, met Carter. Het is belangrijk, bel me zo snel mogelijk
Dan kom ik wel naar je toe of zo.
Ik zei recht in z'n gezicht: Jij bent gek.
We hebben nog een doos Australische shiraz voor je.
Ik ben er bijna doorheen.
Drew, vertel eens aan opa wat wij gedaan hebben.
Het was heel spannend. We zijn aangenomen bij de Eagles.
Claudia en Drew hebben een relatie. Drew heeft football gespeeld met Aiden.
En blijkbaar zijn ze ontdekt.
En ik mag mee op de brandweerwagen als hij brandweerman is.
Kan ik jullie nog ergens van voorzien?
Wil je ons zo de rekening brengen?
Weet je wat? In december neem ik je mee naar een wedstrijd in Pittsburgh.
Of gaan jullie weer skiën?
We zijn er nog niet helemaal over uit. We zien wel.
Kun je effectballen gooien?
Een echte sportman.
Carter, wat doe jij hier? - Ik heb een bericht ingesproken.
Is dat jouw auto? Die was toch kapot?
Ik moet je dringend spreken. - Ik heb het druk Ik heb meer te doen.
Ik zit in de problemen.
Is er iemand thuis?
Waar is de WC? - In de gang, voorbij de keuken.
Ze is hier.
Wie? - Dat weet je best.
Je moet met haar praten.
Breng deze maar naar Evan Tyrrell.
Belachelijk Waar heb je 12.000 dollar voor nodig?
Vertrouw me nou één keer. - Eén keer? Houd toch op.
Zonder dat geld kan ik het schudden.
Houd op met liegen. Je liegt over alles. Vertel me eens één keer de waarheid.
Dat gaat niet. Het is beter dat je niets weet.
Dat is niet goed genoeg. - Ik kan het niet vertellen.
Kijk nou. 12.000 dollar is een schijntje voor hen. Ze lenen het je wel.
Zeg maar dat je het nodig hebt voor je studie. Ze vermoorden me.
Vorig jaar gaf ik je 2000 dollar. Dat heb je vergokt.
Ik trap er niet meer in, Carter.
Je luistert niet. Je belt nooit terug, je bent altijd...
Ik ben aan het werk Het komt nu niet gelegen.
Je hebt een vriendin, hè? Hoe heet ze?
Maddie, ga naar huis. Onze relatie is voorbij.
Ik kan niet zomaar verdwijnen. - Ik moet weer aan het werk.
Zeg het me: Wil je me helpen of niet?
Sorry, het antwoord is nee. Als je je leven gebeterd...
Als jij hulp nodig hebt, kun je het schudden.
Als ik hulp nodig heb? Heb jij mij ooit geholpen?
Toen pa overleed had ik ook al niets aan je.
Jij zat in de kroeg en ik moest smoesjes bedenken waarom jij er niet was.
Hij wilde me niet zien.
Wat een verrassing. Jij hebt nooit ergens schuld aan.
Pa had ons nodig, maar jij was alleen maar met jezelf bezig.
Je hebt gelijk Ik kon niet aanzien hoe pa aan z'n eind kwam.
Laat maar zitten, Claudia. Het hoeft al niet meer.
Je gaat meteen naar boven. - Het is al laat.
Wat is er gebeurd? - Ik stootte tegen de tafel en hij viel.
Laat mij maar. Het is niet erg.
Heb je gehuild?
Claudia, wil je me helpen met m'n e-mail voordat ik naar bed ga?
Goed, maar wel snel.
Kom, jongen. We zijn aan de late kant. - Alsjeblieft.
Ga maar vast naar de auto. - Veel plezier vandaag.
Ik bel je als ik in New York ben.
Claudia, wil je praten over gisteravond? Je huilde vast niet alleen om die vaas.
Het gaat wel. Ik voel me een stuk beter vandaag.
Als je wat vrije tijd wilt, red ik het wel met Aiden.
Bedankt. Maar het gaat wel.
Je bent er nog. Je ging toch naar Claudia?
Ik ga zo. Wat is dat? - Geen idee. Het werd net bezorgd.
Het is afkomstig van Maddie.
Als Carter niet zegt waar hij het geld voor nodig heeft, kan ik niets.
Daar ben ik het mee eens. Kom eens hier.
Eindelijk een man die de waarheid spreekt. En hij is ontzettend sexy.
Jij liegt niet tegen me, hè?
Continu. Je mag de waarheid niet weten.
Als jij wist waar ik aan denk als ik jou zie, zou je me nooit meer willen zien.
Dat weet ik zo net nog niet.
Kom, je had toch zo'n honger?
Je ging toch uit eten met Garret? - Hij is onderweg.
Ik wilde je even laten weten dat ik het aanbod afsla.
We moeten er allebei achter staan. Als jij 't niet wil, wil ik 't ook niet.
Echt waar? Evan, wat ben ik daar blij mee.
Hij is er, ik moet gaan. Ik houd van je.
Ik ook van jou.
Evan, hoe maak je het? - Goed. En jij?
Zet maar terug, we gaan zo eten. Anders ben je te laat bij scouting.
Ik heb geen zin. Het is bij Brady thuis en zijn huis stinkt naar schimmelkaas.
Jij kan overdrijven. Je moet acteerles nemen.
Opa is er.
Wat een leuke verrassing. - Ik wilde de wijn op komen halen.
Het staat in de garage. De bovenste doos. Eet je mee?
Dat sla ik niet af. Hé, knul.
Misschien kun je me na het eten dat videospelletje laten zien.
Alsjeblieft?
Oké, zeg maar tegen Claudia dat je vanavond niet gaat.
Wat is er met hem? - Iets met stinkkaas.
Julia, het was heerlijk.
Ik heb haar leren koken.
Mam, mag ik het spelletje aan opa laten zien?
Ik heb 'm in de kast gelegd. Ik loop wel even mee.
Heb je even? - Voor de bouwplannen?
Ik ga de wijn even halen.
Ik moet eerst met Michael praten. - Dat wist ik niet. Wanneer doe je dat?
Alsjeblieft.
Ik moet ophangen, de bel gaat. - Groetjes.
Wat is dat? - Geen idee. Wacht hier maar even.
Wat wil je van me? - Houd je kop.
Kop dicht. Naar de kuis. Lopen.
Nu.
Wat gebeurt er? - We moeten stil zijn.
Doorlopen. De kuis. - Niet schieten.
Deze kant op.
Maak open.
Maak open.
Doe het.
Kom maar hier. Zet je Gameboy uit.
Wat gebeurt er? - Het komt goed. We moeten stil zijn.
Ik heb niet de hele dag.
Ik weet het niet meer. - Weet je de combinatie niet?
Wie is er beneden? - Rustig maar, Aiden. Stil blijven.
Oké, vullen maar. Alles erin.
Al het geld. Doe het nu.
Er ligt veel geld in.
Schiet op. - Alles zit erin.
Deze is niet echt. - Stop 'm in de zak.
De rest ook Die doos die onderin staat. Erin.
Schiet op. Nog vijf seconden. - Ik kan niet sneller.
Schiet op. - Wacht nou even.
En dat. - Wat?
De ring.
Doe 'm af.
Verroer je niet.
Papa.
Kop dicht. Doe die ring in de tas. Nu.
Blijf staan.
O, pa. Mijn hemel.
Alarmcentrale. - M'n vader is neergeschoten.
Blijf aan de lijn, ik stuur hulp.
Jullie kunnen gaan.
Pardon. Loop door.
Ik bel je zo snel mogelijk.
Heeft u zijn auto gezien? - Nee, ik ben bij m'n vader gebleven.
Mama, wanneer komt papa thuis?
Met het eerste vliegtuig. Het zou een paar uur duren.
Als ik jou een dollar geef, wil jij dan een zak chips voor mij gaan halen?
Zoek maar iets lekkers uit, dan mag je mee-eten.
Lust u barbecuesmaak? - Hoe raad je het?
Sorry dat dit nu moet, maar de tijd dringt.
Het gebeurde toen de hulp weg was? - Een minuut of tien later.
Mrs Tyrrell, ik weet dat 't moeilijk is, maar ik wil dat u alle details vertelt.
Ook van het moment waarop uw vader beschoten werd.
Er zijn geen mensen in huis geweest? Geen bezorgers of studiegenoten?
Is er nog iemand geweest? - Nee.
Ik kan niemand bedenken. - Weet je het zeker?
Ik weet dat er veel gebeurd is, maar dit is belangrijk Weet je het zeker?
Ja. Ik weet het zeker. Er was verder niemand.
Oké, meer kan ik nu niet doen.
Mag ik nu mijn vriendje bellen? - Ja, hoor.
Als je nog iets te binnen schiet, dit is m'n mobiele nummer.
Carter, waar ben je? Bel me direct als je dit bericht hoort.
Verdorie.
Lieverd.
Fijn dat je er bent, Nicole. Hoe gaat het met hem?
Hij is net geopereerd. Z'n long is geraakt.
Hij ligt op de intensive care. Ik mag snel bij hem.
Ongelooflijk Waar is Claudia? - Ze is nog thuis, helemaal alleen.
Hoe gaat het met Aiden? - Goed, maar hij hoort hier niet te zijn.
Hij blijft vannacht bij Nicole. - Ik werk morgen thuis, als dat goed is.
Hé, kerel. Ik heb gehoord dat jij heel dapper geweest bent.
Hij heeft het goed gedaan. - Jij mag vannacht bij Nicole logeren.
Dat heb ik hem al verteld.
Als ik iets kan doen, dan bel je maar. - Hartstikke bedankt.
Laat Phyllis m'n afspraken afzeggen. - Ik bel je morgen. Je bent lief geweest.
Ik houd van je.
Ik hoorde net je bericht. Is Julia's vader neergeschoten?
Fijn dat je belt. Hij ligt in het ziekenhuis.
Waar ben je nu? - Ik ben alleen thuis.
Is alles goed met haar?
Ik kom je wel halen, goed? - Nee, ik ben over 20 minuten bij jou.
Redt Julia's vader het wel? - Geen idee.
Jij hebt vanavond gepokerd bij Charlie, hè?
Ja, hoezo?
Wil je tegen Claudia zeggen dat ik er ook was?
Natuurlijk.
Is de dader na het schieten gevlucht? - Ja.
Wat verschrikkelijk Je boft maar dat jij niet beneden was.
Ja, maar het rare is dat we niet eens thuis zouden zijn.
Aiden moest naar scouting, maar hij wilde niet.
Waar was jij? Ik heb je drie keer gebeld.
Het spijt me, Jace en ik waren bij Charlie. M'n telefoon lag nog thuis.
Heeft de politie iets gezegd? Hebben ze enig idee wie de dader is?
Nog niet.
Vind je het goed als ik in bad ga? Dan kan ik een beetje tot rust komen.
Claudia, het kan Carter geweest zijn. Je hebt tegen de politie gelogen.
Ik heb niet alles verteld. - Dat is hetzelfde.
Wat had ik dan moeten zeggen?
M'n broer met een strafblad kwam bij me om geld smeken?
Nee, dan zou je de waarheid vertellen. - Waarom zou ik dat doen?
Zodat ze hun aandacht op Carter vestigen?
Dan vragen ze hem alleen waar hij was. Je bent bang dat hij geen alibi heeft.
Dat doet er niet toe, want ik weet dat hij het niet gedaan heeft.
Ongelooflijk Vanmorgen zei je nog dat hij niet te vertrouwen is.
Als hij het zou opbiechten, zou je dan naar de politie gaan?
Als je het zeker wist, zou je dan naar de politie gaan?
Natuurlijk.
Als Carter zou zeggen dat hij iemand neergeschoten had, dan wel.
Het geeft niet. Probeer nog eens.
Ik ga even kijken wie dat is.
Claudia, hoe gaat het? - Goed.
Gelukkig maar.
Je had hier mogen slapen, maar Julia zei dat je bij je vriend was.
Bedankt. Ik heb toch geen oog dichtgedaan.
Wij ook niet. Aiden is bekaf. We zitten te kaarten.
Wil je een kop koffie? - Ja, lekker.
Waarom heeft die boef op opa geschoten?
Omdat hij zich niet wilde laten tegenhouden. Je opa is een held.
Is opa een held? - Zeker weten.
Denk je dat ze de boef zullen vinden?
Ik hoop het.
Als ze hem niet pakken, kan hij op iemand anders schieten.
600 dollar.
Is dit een grap? - Nee, de rest komt nog.
Ik moet wat spullen verkopen, maar je krijgt 't.
Ik wil geen smoesjes horen...
en ik wil je niet meer zien totdat je de rest hebt.
Ik heb meer tijd nodig. - Jammer dan.
Voor jou en... Hoe heet je zus ook alweer? Claudia.
Laat haar erbuiten. Dit is iets tussen ons.
Denk je dat? Je krijgt vijf dagen. Ga mijn geld halen.
We hebben de hele wijk uitgekamd, maar we hebben niets gevonden.
Niemand heeft iets gezien. We hebben kaartjes in de bus gedaan.
Dus er zijn nog geen aanknopingspunten?
We denken niet dat het toeval was. We denken dat het een bekende was.
Waarom denkt u dat? - Vanwege de timing.
Uw vader kwam onverwacht langs en uw zoon en oppas zijn normaal weg.
Er lopen veel mensen in en uit. Hij koos 'n moment waarop u vaak thuis bent.
En hij wist dat u op zakenreis was. - Hij dacht dat u alleen was.
Hij wist ook dat er een kuis was.
Dus een bekende heeft m'n vader neergeschoten?
Is Carter thuis? Ik ben z'n zus. - Hij is even weg, maar kom binnen.
Weet je waar hij is? - Hij is vannacht niet thuisgekomen.
Helemaal niet? - Nee, maar dat doet Carter wel vaker.
Help, alstublieft.
U moet buiten wachten.
Bloeddruk is 106 over 66.
Haal een crashcar. We gaan defibrilleren.
Wil je hem vertellen dat ik langs geweest ben?
Ik heb je gebeld. We zijn overvallen.
Ik was het niet. Laat me met rust. - Carter, dit is belangrijk
Carter. - Ga weg.
Bed los.
Kom op, papa.
Het infuus staat open.
Nog steeds tachycardie.
Ik heb je niets te zeggen. - Luister.
De politie vroeg of er iemand in huis geweest is. Je loopt gevaar.
Toe, pap.
Nog een keer.
Ga weg. - Carter, doe open.
Nog één keer. - Geen hartslag.
Ga alstublieft door.
Ga door.
Het is gebeurd.
Houd niet op.
Kurt is overleden.
De arts heeft z'n best gedaan. Het mocht niet baten.
Wat is er? - De overval is nu een moordzaak.
Het lijkt wel of ik droom.
Het is allemaal zo echt, maar ik kan 't niet geloven.
Tyrrell. - Mag ik Evan spreken?
Evan, het is voor jou.
Mijn vader was aardig tegen iedereen. Hij was zo gul, aardig en grappig.
Maar nu is hij er niet meer, dankzij dat stuk tuig.
Ze pakken hem wel, het is een kwestie van tijd.
Ik ga even bij Aiden kijken.
Waar ging de ruzie over? - Geen idee. Het was vrij heftig.
Na afloop stapte hij in de auto en scheurde hij de straat uit.
Wat voor auto? - Een blauwe sedan.
Ik weet niet welk model. - Hoe zag hij eruit?
Normaal postuur, ongeveer 1 meter 80.
Hij was vrij jong, begin twintig.
Ze noemde hem bij z'n naam. Carson.
Nee, Carter. Dat was het. Ze noemde hem Carter.
Wilt u nog koffie of kan ik nog iets doen?
Nee, hoor. Bedankt voor uw hulp.
Je zei dat er afgelopen week niemand in huis is geweest.
Hoe bedoelt u?
Is er iemand in huis geweest waar je niets over verteld hebt?
Heb je niet een keer 's avonds ruzie met iemand gemaakt?
Ja, dat was ik vergeten.
Een studiegenoot wilde boeken lenen. Hij kwam ze terugbrengen.
En hoe heette hij? - Josh. Z'n achternaam weet ik niet.
Ik zei dat ik de boeken terug wilde, daar hadden we ruzie over.
Dat is vreemd. Weet je waarom?
De buurvrouw die jullie gezien heeft, zei dat je hem Carter noemde.
We hebben ontdekt dat je een broer hebt die Carter heet.
Ze kan het verkeerd verstaan hebben. Josh, Carter, bijna hetzelfde.
Het was m'n broer. Maar ik was het al vergeten tot u er zojuist over begon.
Waarom loog je er dan over? - Hij heeft al genoeg problemen.
Hij is pas gearresteerd vanwege een gestolen auto.
Waar ging de ruzie over? - Het was een meningsverschil.
Jullie schreeuwden zo hard dat de buren het hoorden.
Het ging nergens over. Over een meisje. - Een meisje?
Kwam hij helemaal hierheen om over een meisje te praten?
Houd op, Claudia. Nu meteen.
Vertel me de waarheid. Ik krijg het idee dat jij medeplichtig bent.
Wat houd je achter? - Niets.
Weet je wat ik denk? Jij hebt hem verteld over dit huis...
en hij heeft een overval beraamd. - Dat is niet waar.
Op de avond voor de overval? - Had ze daar niets over verteld?
M'n collega is haar aan het ondervragen.
Ik ben zo terug.
Misschien heb je hem verteld waar de kuis was.
Luister, u zit er helemaal naast. - Waarom was Carter hier dan?
Claudia, liegen tegen een rechercheur is belemmering van de rechtsgang.
Ik geef je nog een laatste kans om de waarheid te vertellen.
Hij kwam hierheen om geld te lenen. Hij zei dat hij in de problemen zat.
Ik had geen geld, hij werd kwaad, brak een vaas en stormde naar buiten.
Heb je je broer nog gesproken sinds de overval?
Nee, niet echt.
Ik ben bij hem langsgegaan, maar hij wilde niets zeggen.
Waar woont hij?
Bij een vriend. Mike. - Het adres?
Claudia, hoe kon je?
M'n vader is dood en jij hebt gelogen om je broer te beschermen.
Het was Carter niet, geloof me. - Nee, ik geloof niets meer.
Julia, het spijt me vreselijk. - Dat interesseert me niet.
Ga hier weg. Nu. Weg van m'n zoon.
Je was praktisch familie van ons, Claudia.
Rechercheur Mickels. - Ik heb Carter's strafblad opgezocht.
Vandalisme, marihuanabezit, mishandeling.
Twee keer voor drugsbezit. Door een foutje mocht hij gaan.
Kan ik nog iets doen? - Nee, dit is voldoende.
Carter is een druk mannetje.
Rechercheurs Drabant en Mickels van Moordzaken.
Is Carter Welsly thuis? We willen hem spreken.
Hij is er niet. Is er iemand dood?
Mogen we binnenkomen? - Ja, hoor.
Wat rot voor je, Claudia. - Is het goed als ik bij jou blijf?
Ja, natuurlijk Zolang je maar wilt. Jace vindt het goed.
Bedankt, Drew. Ik zie je straks.
Mam, wat is er aan de hand? - Claudia moet weg. Laat haar met rust.
Ze mag niet weggaan. Pap? - We gaan er rustig over praten.
Kijk eens aan.
Een Rolex.
Hij is gegraveerd.
Gefeliciteerd met je 40e, E. Liefs, Julia.
Ik heb zo'n vermoeden dat die van Evan Tyrrell is.
Fijn, zo'n goede intuïtie.
Verroer je niet.
Ik heb een bericht voor je broer: Zeg maar dat z'n tijd bijna om is.
Als hij de stad uit wil vluchten, dan mag jij z'n problemen oplossen.
Begrepen?
Heb je dat begrepen?
Mooi zo.
Je was niet moeilijk te vinden, Claudia.
Fijne dag verder.
Maak je geen zorgen. Het is geen probleem.
Ik moet ophangen, hij komt eraan.
En? Heb je het duidelijk gemaakt?
Volkomen duidelijk.
De verdachte van de overval in Cherry Hills is bekendgemaakt.
Het gaat om de 22-jarige Carter Welsly. Hij is gewapend en gevaarlijk.
Heeft u informatie, bel dan naar uw lokale politiebureau.
Ik heb die vent niet vermoord. - Waar ben je? Ik kom eraan.
In een telefooncel. We kunnen hier niet praten.
Weet je dat paviljoen waar we vroeger vaak kwamen?
Ik kom eraan.
Ik heb niemand vermoord. Ik ben erin geluisd.
Rustig. - Ik heb die woning niet overvallen.
Je hebt me al te vaak voorgelogen. - Ik vertel alles. Laat me 't uitleggen.
Ik heb grote problemen met Tim, een drugsdealer.
Wil je het horen of niet? - Ja.
Ik was hem twee mille schuldig, maar ik werd ontslagen.
Kan dat de man zijn die me in m'n auto onder schot hield?
Heeft hij je pijn gedaan? - Dat doet hij als jij niet betaalt.
Ja, dat is 'm.
Ik ben hem al 12 mille verschuldigd. - Waarvoor?
Ik had geen geld, dus ik zou een pakje voor hem afleveren.
Daarvoor had ik een auto geleend van een kennis.
Die auto bleek gestolen te zijn. - Daar ben je voor gearresteerd.
Ik wilde het pakje afleveren, toen ik een politieauto zag.
Ze weten me er altijd uit te pikken.
Ik reed 'n steegje in om de drugs te verstoppen.
Ik stapte uit en zag een brandtrap in een donker hoekje.
Ik zag een stapel hout en ander afval liggen.
Ik heb 'm ertussen gestopt en dacht dat het daar veilig lag.
Ik stapte weer in en de politie kwam me achterna. Gestolen auto.
Ik werd gearresteerd en vijf uur later was het spul weg. Nog eens tien mille.
Zeg me dat jij niet de overvaller bent. - Had ik hier anders gestaan?
Dan had ik het geld naar Tim gebracht.
Claudia, ik weet dat je me een nietsnut vindt en dat ben ik ook.
Maar ik zou jou of je vrienden nooit iets aandoen.
Ik heb je in de steek gelaten met pa...
maar wat ik als broer altijd gedaan heb, is je beschermen.
Al moest ik daarvoor iemand op school in elkaar slaan.
Ik heb je altijd beschermd, dat doe ik nog steeds.
Wacht, kom hier. Houd me vast.
Ik zweer dat ik het niet was. - Vertel aan de politie waar je was.
Ik zat te blowen met twee grieten uit de kroeg.
Ik ken ze niet, en wie gelooft die twee junks?
Daarna ben ik alleen naar Wynnwood gegaan.
In je eentje?
Ze laten me heus niet gaan, vanwege dat horloge.
Hoe kwam 't daar? - Iemand heeft 'm er neergelegd.
Het slot is al maanden kapot. - Het was niet zomaar iemand.
De overvaller wist dat jij het perfecte slachtoffer zou zijn...
en hij wist alles over het gezin.
Jij bent de enige link tussen mij en hen. Jij moet iets gezegd hebben.
Dat besef ik nu ook.
Weet je die blokhut nog waar pa altijd ging vissen?
Ga daarheen. Ik ga op onderzoek uit en dan gaan we samen naar de politie.
Je moet een nieuwe mobiele telefoon kopen.
Je gelooft me wel, hè? Zul je niet ineens van gedachten veranderen?
Nee. Ik geloof je.
Ik ga kijken wat ik kan vinden. Ik bel je.
Ik zweer dat ik het niet was.
De overvaller wist dat jij het perfecte slachtoffer zou zijn...
en hij wist alles over het gezin.
Jij bent de enige link tussen mij en hen. Jij moet iets gezegd hebben.
Waar was je? Ik heb je drie keer gebeld.
Het spijt me, Jace en ik waren bij Charlie. M'n telefoon lag nog thuis.
Jij liegt niet tegen me, hè? - Continu.
Claudia, kom je voor Drew? Hij heeft vanavond vrij.
Nee, hij is ijshockeyen. Ik wil even met jou praten.
O ja? Waarover? - Ik wil je iets vragen.
Vraag me niet waarom en zeg niets tegen Drew.
Drew zei dat hij van de week bij jou gepokerd heeft. Is dat waar?
Claudia, je maakt het me wel erg moeilijk.
Niet, dus.
Nee, hij was er niet.
Weet je het zeker? Jace zei het ook. - Ja. We hadden ze hard nodig.
Ze? Was Jace er ook niet? - Nee.
Dus Jace heeft voor hem gelogen. - Dat weet ik niet.
Ik weet alleen dat ze er niet waren.
Bedankt. - Graag gedaan.
Ik moet je iets vragen.
De avond van de overval, toen ik je probeerde je bellen, waar was je toen?
Dat heb ik toch gezegd? Ik was pokeren bij Charlie.
Sorry dat ik m'n telefoon vergeten was.
Ik heb Charlie gesproken. Waarom lieg je over het pokeren?
Ben je me aan het controleren? - Houd op. Ik heb je drie keer gebeld.
Waar was je? - Het lijkt wel of je mij verdenkt of zo.
Meen je dat nou?
Dat slaat nergens op. - Ik weet dat Carter het niet was.
O, weet je dat?
De dader wist van alles over Carter en de familie Tyrrell. Jij dus.
Waar was je? - Wil je weten waar ik was?
Ik was bij m'n ex, Maddie. - Je ex?
Het was onschuldig. Ze mist me en ze had iets duurs voor me gekocht.
Dat moest ik terugbrengen. Zo zit het.
Ik heb haar nogmaals duidelijk gemaakt dat onze relatie voorbij is.
Ze huilde en we hebben een paar uur gepraat. Een heel gedoe.
Je hebt haar naam nog nooit genoemd. Waarom heb je daarover gelogen?
Ik wilde m'n vriendin niet vertellen dat ik een ex heb die me stalkt.
Ik wilde het afhandelen. Geloof je me niet?
Lees m'n berichten maar.
Alles staat erin, waaronder het adres van het café. Kijk maar.
Het is niet oké. M'n vriendin denkt dat ik mensen beroof en vermoord.
Luister...
ik weet niet wat me bezielde.
Ik had niet tegen je moeten liegen over het pokeravondje.
Die avond was geen geschikt moment om over m'n ex te beginnen.
Het spijt me, ik had 't moeten zeggen. - Het spijt mij ook.
Ik kan alleen niet geloven dat je denkt dat ik Kurt vermoord heb.
Dat denk ik ook niet.
Carter is erin geluisd door iemand die veel weet over hem en het gezin.
Ik dacht aan jou en Charlie zei dat jullie niet gepokerd hadden.
Ik niet, maar Jace wel.
Hij was er niet.
Charlie zei dat jullie er niet waren. Waarom zou hij daarover liegen?
Ik zou het niet weten.
Hoeveel weet Jace over m'n broer?
Over Carter? Wat kleine dingen, denk ik. - Wat? Wat heb je tegen hem gezegd?
Hij is m'n huisgenoot. Als ik met jou bel, zit hij er vaak bij.
Ik weet niet hoeveel hij weet.
Hij is in het huis geweest toen jullie me op kwamen halen.
Claudia, Jace is de dader niet. - Alleen hij kan zoveel weten.
En hij wist dat Carter een makkelijk doelwit was.
Kom, we gaan naar m'n kamer.
Ik ken Jason al jaren, hij kan het niet gedaan hebben.
Hij weet dat ik Aiden naar scouting breng.
Hij vroeg ons laatst mee naar de bioscoop, maar ik kon niet mee.
Vergeet even dat je hem kent en kijk hoe het in elkaar steekt.
Toen we net verkering hadden, vroeg hij van alles over jou.
Hij vroeg van alles. Ik dacht even dat hij je leuk vond...
maar later nam dat gevoel af.
Misschien heeft hij het gedaan. We moeten erachter zien te komen.
Tim moet wegblijven bij Claudia. - Hij wil haar bang maken.
Ik doe hem wat.
Tim heeft z'n eigen problemen. Maak je geen zorgen om je zusje.
Wat voor problemen?
Zorg dat je je onschuld bewijst, dan komt 't wel goed. Ik moet ophangen.
Wacht, Lynn. - Ik spreek je later.
Hé, heb je dit gezien? - Wat is het?
Wist je dat Jace pas een nieuw paspoort heeft?
Hij gaat naar Brazilië. Hij heeft 'n visum.
Lag er een vliegticket bij? - Nee, het zal wel een e-ticket zijn.
Dat kan niet, hij heeft nooit geld. - Er is geld gestolen tijdens de overval.
Het is wat vergezocht, maar ik wil weten of hij onlangs geld gestort heeft.
Dat zou hij ons nooit vertellen.
Ik weet misschien wel iets.
Sorry, maar ik moet je spreken. Het is heel belangrijk.
Wat is er? - Carter heeft de overval niet gepleegd.
Wacht. Ik weet wie het gedaan heeft. Jace, de huisgenoot van Drew.
Luister. Evan heeft inzage in de financiën van mensen, hè?
Dus ook in de bankrekening van Jace. - Nee, dat doet hij heus niet.
Wil je niet weten of hij de dader is? - Houd toch op.
Als je dat denkt, ga je maar naar de politie.
Dan denken ze dat ik weer lieg voor Carter.
Tja, het spijt me.
Claudia, weet je wel wat je me vraagt? Dit kan me m'n baan kosten.
Je bent investeringsbankier. Jij controleert bankgegevens.
Met toestemming van de kant. Dit is illegaal.
Ik ben de enige die 't weet. Zeg alleen iets als je iets verdachts ziet.
Jace kan degene zijn die Julia's vader vermoord heeft.
Ik kan dit niet maken.
Nicole, toe. Jij wil de moordenaar toch ook achter de tralies zien?
Jace mag hier niet mee wegkomen. Jij bent de enige die me kan helpen.
Als jij nee zegt, is het afgelopen.
Dan verdwijnt Jace en blijft de zaak onopgelost.
Oké, ik doe het. Vanavond, als iedereen naar huis is.
Ik heb wat persoonsgegevens nodig. - Die bel ik vanavond wel even door.
Als ik hier problemen mee krijg... - Dat gebeurt niet. Dat beloof ik.
Bedankt, Nicole.
Ligt het contract op zijn kamer? Waar? - Ergens in z'n bureau.
Ik heb het.
Nicole, ik heb het. Z'n volledige naam is Jace Matthew Stevenson.
Z'n geboortedatum is 7 oktober 1983.
Z'n sofinummer is 910432076.
Ja, dat kopt.
Bedankt, ik bel je nog.
Wat doe je hier?
Drew wilde dat ik de huisbaas belde. Ik had het nummer nodig.
Wat ben je vroeg. Was het rustig?
Ik moet wat dingen regelen, dus heb ik m'n uren geruild.
Waarom wilde hij dat jij belde? Ik bel de huisbaas normaal gesproken.
De verwarming op onze kamer is kapot. Soms is het heet, dan weer ijskoud.
Het leek hem beter dat ik het zelf zou regelen.
Heb je hem gesproken? - Ja, het wordt geregeld.
Blijf je overwerken? - Evan, ik wist niet dat je er was.
Ik kom wat werk ophalen.
Hoe is het met Julia? - Naar omstandigheden gaat het goed.
Maar ze was nogal van streek Claudia is langs geweest.
Iedereen heeft het er moeilijk mee. - Raar, hoe snel je leven kan veranderen.
Werk niet te hard.
Interessant.
Met Nicole. Ik heb het opgezocht. - Wat heb je gevonden?
Veel. De dag na de overval heeft hij 6000 dollar gestort. Meer dan anders.
Zon bedrag is er ook meegenomen.
Hij heeft vrijwel alles overgemaakt naar 'n buitenlandse rekening.
Hij heeft nog een beetje overgelaten. - Precies wat ik nodig had.
Bruce, met Jace. - Zeg het eens.
Heeft de vriendin van m'n huisgenoot jou gebeld?
Nee, is er iets kapot?
Je moet naar de politie gaan. - Maar dan vragen ze hoe ik dit weet.
Ik wil jou niet in de problemen brengen. - Geeft niet. Vertel de waarheid.
Oké. Bedankt, Nicole. Ik bel je nog.
Claudia, wees voorzichtig. - Dat zal ik doen.
Nee, dat hoeft niet. Ik weet al wat het probleem is.
De verwarming werkt prima. Het is hier 23 graden.
De ene keer doet hij het wel en dan weer niet. Er komt iemand kijken.
Wie ben je aan het bellen? - Hoezo?
Ik ben nieuwsgierig. Je hebt iets in je hand.
Dat is het nummer van de rechercheur. - Is er nieuws over Carter?
Nee, hoor. - Waarom bel je de rechercheur dan?
Ik ga naar de auto, daar heb ik meer privacy.
Ik weet dat je de huisbaas niet gebeld hebt.
Waar ben je mee bezig? Ik wil het weten. Nu.
Laat me los.
Ik weet dat je hier bent, Claudia. Ik ben ontzettend link op je.
Geef het maar op, Claudia. Je komt hier niet levend uit.
O nee? Ze komen je halen. Drew weet alles.
Dat wordt lastig voor ze als ik in Zuid-Amerika zit.
Want daar ga ik heen. Over elf uur stap ik in het vliegtuig.
En maak je geen zorgen over Drew. Na jou reken ik ook met hem af.
Toch jammer. Hij was een goede vriend.
En een zielenpoot. Werken als ober, terwijl hij brandweerman wil worden.
Ik ben wat ongeduldiger en veel ambitieuzer.
Laat me los.
Laat me los.
Doe open.
Houd op, Jace.
Snel, bel de politie.
Ik heb politie nodig in de molen aan Slawson Road.
Ik ben achtervolgd. M'n huisgenoot wilde me vermoorden.
Sorry, hoor.
Dus hij wordt niet vervolgd? - Nee, alles is geregeld.
Ook de gestolen auto? - Nee, dat niet.
Ik zal een goed woordje voor je doen. - Bedankt.
En hoe zit het met Tim? - Dat wordt op dit moment afgehandeld.
We zoeken hem al lang. We hebben hem eindelijk.
Hij is onderweg naar de gevangenis, dankzij een undercoveragente.
Ze heeft veel bewijsmateriaal. Hij komt voorlopig niet vrij.
Hij kan meerdere malen levenslang krijgen.
Je mag gaan. Zorg dat je uit de problemen blijft.
Is alles goed? - Ja, perfect.
Hartstikke bedankt. - Graag gedaan.
Nou, dan zie ik jullie wel weer.
Je bent altijd welkom bij ons.
Weet wat je zegt. Je komt niet meer van me af.
Hé, vriendje.
Aiden, ga maar even bij de spelletjes kijken.
Fijn dat je wilde komen.
Ik mis hem vreselijk. - Hij mist jou ook.
Dit wilde ik je geven. Het is leuk om te bewaren.
Dit heeft Aiden gemaakt toen ik hem 'opa' heb leren spellen.
En ik wilde jullie ook even zien.
Tot ziens.
Zullen we even een kop koffie drinken?
Ja, dat lijkt me leuk.
Wil je warme chocomel drinken met Claudia? Kom maar mee.
Hoe gaat het spellen?
Wiskunde is nog belangrijker. Hij doet het heel goed.
[Dutch] NN1
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.