All language subtitles for Quo vadis (1985) - 3.Nl

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian Download
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish Download
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Petronius, 't orakel der gewijde kippen zal zeggen hoe de goden gestemd zijn.

Laten we toezien hoe en wanneer de kippen voedsel tot zich nemen.

Eten zij, dan zijn de goden vóór.

Het orakel vindt dat u onderzoek moet doen naar de dood van Pedanius.

Ik zal Nero, onze pontifex maximus, verslag uitbrengen.

Moge de instemming van de goden mij leiden bij deze zware taak.

Aan het werk, jullie.

Een zeer welwillende uitspraak. -Ook al gelooft u er niet in...

het is goed voor uw reputatie. -Misschien wat al te welwillend. Niet?

Ik heb er geen verstand van. Ik zag wat ik zag.

Dus jij weet van niets? Dat is vreemd.

Want ik zag vanmorgen vroeg iemand pauwenvoer strooien.

Ik wilde ervoor zorgen dat de kippen genoeg te eten hadden.

Geen vertrouwen in de goden? -Ik help ze liever.

Dat is heiligschennis, waar zweepslagen op staan.

Geef er maar opdracht toe. -Vandaag?

Ik ben zojuist uitverkoren. Door de goden.

Ik heb een dag en een nacht naar Lygia gezocht. Niets.

Wat doe ik, als ik haar vind?

Moet ik haar aangeven, straffen, laten arresteren?

Je zou in je recht staan. Ze is aan jouw hoede ontsnapt.

Ze wilde vluchten. Ze zal nu wel ver weg zijn.

Ik zie haar nooit meer. Maar misschien is ze nog in Rome.

Onwaarschijnlijk. Kom me helpen bij mijn onderzoek.

Er is wellicht niemand zo ongeschikt voor dit onderzoek.

Waarom stonden Tigellinus en Nero erop dat u het onderzoek doet?

Hoe minder iemand onderneemt, hoe minder fouten hij maakt.

Alle slaven van de overleden prefect van Rome, Pedanius Secundus...

worden met mortel gemerkt, als teken dat ze mogelijke verdachten zijn.

Een onderzoek naar de doodsoorzaak wordt ingesteld.

In totaal waren in het huis 202 slaven aanwezig.

De rol, alstublieft.

In opdracht van magistraat Petronius worden alle uitgangen bewaakt.

Niets of niemand mag zonder schriftelijke toestemming naar buiten.

Schrijver Iseus, wie heeft het lichaam van uw meester gevonden?

Marsus.

Ik slaap slecht en hou 's nachts met de honden de wacht.

Met de honden? Interessant.

De poort was dus afgesloten?

De meester had zelf sleutels van alle deuren.

Er brandde licht in zijn werkvertrek.

Wie heeft hem als laatste levend gezien?

Ik, nobele Petronius.

Mijn naam is Gito.

Weet jij of er gisteren iemand bij je meester was?

Zeker wel. Ik heb niemand gezien, maar ik hoorde wel stemmen.

Twee verschillende. De stem van een oudere, belangrijke man.

Misschien een senator of iets in die geest.

Twee verschillende stemmen?

Die ander klonk niet van hier.

Pedanius onderzocht bijna alles. Moet je zien.

Heeft u dit gezien? Dit is zijn dagboek.

Zijn boekhouding, de titel van een boek dat hij wilde kopen...

overpeinzingen, ontmoetingen. -Het is absurd...

dat anderen na je dood in je spullen moeten snuffelen.

Kom mee naar huis. Ik ben moe.

Vandaag heb ik Lygia Callina ondervraagd...

de aangenomen dochter van Aulus Plautius.

Ze bekende niet. Toch is ze zwak.

Maar ze heeft geleerd haar emoties te verbergen.

Ze kan goed liegen, maar tegen een harde hand is ze vast niet bestand.

Waarom heeft hij Lygia ondervraagd? -Het is nu te laat...

om het ze te vragen.

Iseus, waar is het verslag over de christenen?

Welk verslag? -Van het onderzoek van de prefect.

Ik weet nergens van.

Pedanius moest van Nero onderzoek doen naar de christenen in Rome.

Misschien was hij daar nog niet aan toegekomen.

Dat zou kunnen.

Dit is het verslag van het onderzoek naar de christenen in Rome.

Lees het eens hardop voor, Crispus.

De christenen, wier aantal op 2000 geschat wordt...

Prefect Pedanius heeft het mis. We zijn met bijna tweemaal zoveel.

En er is meer dat niet klopt. -Heb je het al gelezen?

Schrijver Iseus heeft 't me meteen na Pedanius' dood gebracht.

Ze komen in het geheim bijeen om hun boosaardige rituelen te vieren...

in grotten of holen...

die ze al dan niet zelf gegraven hebben.

Ze lijken van zins te zijn 'n gigantische stad onder de onze te bouwen.

Een van de plaatsen waar ze samenkomen...

is aan de Via Tiburtina.

Dan gaan we daar gauw weg.

Wat hun doelstellingen ook zijn, ze gaan tegen de Romeinse regels in.

Hun leider stelt dat hij Jezus van Galilea gekend heeft...

en de sekte in zijn opdracht heeft opgericht. Toch is de man analfabeet.

Dat klopt. Ik heb nooit veel van boeken moeten hebben.

Sommigen zeggen dat hij Simon heet. anderen noemen hem Kepha of Petrus.

Weer anderen zeggen dat de man helemaal niet bestaat.

De manier waarop Pedanius ons wilde aanpakken, baart me zorgen. Luister.

Het is de hoogste tijd om dit weerzin- wekkende bijgeloof zwaar te straffen.

Het is een ziekte die zelfs families van aanzien dreigt aan te tasten.

U heeft vandaag geluk. -Dat wist ik nog niet.

Omdat u mij nog niet ontmoet had. -Ik ken u niet.

Maar ik ken u wel. U bent Marcus Vinicius, neef van Gaius Petronius.

En u gaat naar het huis van Pedanius Secundus...

om uw oom te helpen bij zijn onderzoek.

Wat wilt u? -Niets, u misschien wel iets van mij.

Ja, dat u me met rust laat.

Wilt u niet weten waarom u 's nachts niet kunt slapen?

Omdat u Lygia Callina niet kunt vergeten.

Wat weet u van haar? -Alles en niets.

Ik loop rond, ik luister naar 't geroddel van de slaven in de baden..

en het geklets van de handelaren.

Lygia is ver van hier. -Daar zou ik niet zeker van zijn.

Heeft u haar soms gezien? -Wie weet.

Maar informatie kost geld. Ik heb mijn onkosten.

Ik bezit niet veel geld. -Een man met uw status?

Wacht. -Ik maak onkosten.

Ik begrijp niet dat je het verslag over de christenen niet kunt vinden.

Ik heb nog niet alle documenten ingezien.

Wilt u ons spreken? -Wie droegen uw meesters draagstoel?

Onze betrouwbaarste mannen. -Die wil ik graag spreken.

Waren jullie de dragers van de stoel van de prefect?

En hebben jullie hem de laatste dag nog gedragen?

Dan wil ik dat jullie met mij precies dezelfde route lopen...

en stoppen waar hij gestopt is.

Stop.

Is hij hier gestopt? Bij het huis van een courtisane?

En hij is hier naar binnen gegaan? -Ja, bij Epicaris.

Vreemd, ik dacht vannacht nog aan je. Dat heb je vast gevoeld.

Onze gedachten zijn als geluidloze stemmen.

Maar als iemand niet goed luistert... Geloof je me niet?

Ik geloof al amper wat ik zie.

Toch voelen we veel aan. Bijvoorbeeld het verlangen van mannen.

Ik verlang er nu alleen naar om Rome ver achter mij te laten.

Moet je je boek niet afmaken? Ik heb namelijk een mooi verhaal voor je.

Over de man die ruzie had met Priapus. -Ja, die impotente man.

Vertel maar eens.

Gisteren hoorde ik dat hij, om genezing te zoeken...

naar een tovenares in een hut bij de rivier is gegaan.

O, wonder. Het werkte.

Hij gaat triomfantelijk naar zijn vrouw die zegt:

Zo, invalide, ben je vandaag beter?

Laten we het uitproberen, zegt hij. -Volgt een nacht vol passie.

Een ramp.

De tranen stonden hem in de ogen toen hij het me gisteren vertelde.

Op het hoogtepunt brak de betovering.

De woedende vrouw stuurde bedienden met zwepen op hem af.

Dat is 'n prachtig verhaal. Maar ik kom geen inspiratie voor m'n boek opdoen.

Wat kom je dan doen?

Je zou onlangs een vriend van ons ontvangen hebben.

Alle Romeinen zijn jouw vrienden. -Misschien niet allemaal.

Nee, ik doelde op een zeer vooraanstaande vriend.

Ik heb Piso al heel lang niet meer gezien.

En hij is een echte vriend van me.

Waarom doe je zo ontwijkend? -Omdat je niet recht door zee bent.

Zo gedraagt een vriend zich niet. -Daar heb je gelijk in.

Ik doelde op Pedanius.

Het schijnt dat jij hem kort voor zijn dood nog gezien hebt.

Is dat een mededeling of een vraag? -Ik wil graag weten wat hij wilde.

Wat ze allemaal willen.

Echt waar? Dan zal ik je iets vertellen wat weinig mensen weten.

Zo'n tien jaar geleden, toen jij nog niet in Rome woonde...

is Pedanius' vrouw Flavia van hem gescheiden, zonder veel ophef.

Ze had hem betrapt met een acteur, een jonge Griek.

Je stelt me teleur. De schrijver die moralist wordt.

Het kan mij niet schelen met wie iemand zijn of haar bed deelt.

Het gaat me ook niet aan. Wel wil ik weten wat hij die middag hier deed.

Dat vraag ik niet zonder reden. Ik doe onderzoek naar zijn dood.

Vriendschap. -Of zaken.

Jij kon hem informatie geven over je gasten en hun gesprekken.

Dat zou ik nooit doen. Dat zweer ik je.

Waarom beschikte hij dan over een lijst met 'vrienden van Epicaris'?

En het zijn allemaal vrienden van de keizer: Piso, Lucanus, Scaevinus...

en Phaenius Rufus, meen ik.

Weet je waar dat op duidt, Epicaris?

Op een complot tegen Nero.

Weet je hoe je vriend Tigellinus je noemt, Petronius? Een beuzelaar.

Een mooi woord. Volgens hem kun je maar op één manier onderzoek doen.

Door de verdachten te martelen. -Waarom niet?

Ik kan zelf ook nauwelijks geloven dat je zo weinig resultaat boekt.

Bij bepaalde onderzoeken moet men behoedzaam te werk gaan.

Sinds wanneer verdedigt u Petronius?

Ik verdedig het gezonde verstand. -Dank u, Piso.

Na dit gelanterfant kan ik je misschien helpen, Petronius.

Verdenkt u iemand? -Niet echt, nee.

Maar ik zou je een hint kunnen geven, een vingerwijzing.

Het gebeurde precies op de dag...

dat dit beeld van de jonge Apollo uit Corinthe arriveerde.

Pedanius was die dag hier. Ik herinner me hoe diep hij onder de indruk was...

bij het zien van het beeld. Door emotie overmand liep hij er langzaam opaf.

Zijn hand trilde licht, maar zichtbaar...

toen hij het bronzen lichaam hier begon aan te raken.

Toen de heupen en...

Eén lange streling.

Mijn dochter?

Mijn dochter.

Moet hij dood? -Dat zou de redding van Rome zijn.

Een redding, alweer.

Hij liet zich 's werelds redder noemen. En u wilt Rome van die redder redden?

En anderen willen ons van alle redders redden.

We zijn met meer redders dan redbaren.

Epicaris zei dat u alles weet. Wat gaat u doen?

Eerst wil ik begrijpen. Hoever zijn jullie?

We zoeken medestanders.

Een losse daad zonder steun lost niets op.

Het huis van Epicaris gebruiken we om informatie uit te wisselen.

Heeft Pedanius het zo ontdekt?

Ik hoorde van Epicaris dat u een lijst met namen bij Pedanius gevonden hebt.

Er is geen lijst. Het was een smoes om haar aan de praat te krijgen.

Dat werkte prachtig. Angst is een mooi wapen in handen van een magistraat.

Zullen we ooit de moed hebben nog een kind te krijgen?

En jij, om het negen maanden te dragen, ten koste van je schoonheid?

En zal ik het aankunnen om het te zien opgroeien?

Dat zeg je omdat je mij te oud vindt.

Wil je me verstoten?

Met mij trouwen was dom van je. Mijn troon past bij je schoonheid.

Maar Nero past niet bij jou.

Ik heb altijd van je gehouden. -Ik niet van jou.

Ik hou niet van jou en jij houdt niet van mij.

Je weet wat ons heeft samengebracht. Je was zwanger van onze dochter.

Maar zij is nu dood.

Je had al een zoon van een ander. Ik ben nu alleen...

en daaraan geef ik de voorkeur.

In dit huis zal nooit de stem van mijn zoon weerklinken.

Laat mij een zoon voor je baren. Blijf bij me.

Driemaal heb ik de dolk getrokken zonder te kunnen toesteken.

Ik wilde zelfmoord plegen. Maar ik wist niet of ik Claudia zou terugzien...

in het rijk der duisternis.

Een hele eer voor een arme Griek om de grote Petronius te mogen ontvangen.

Wat kan ik voor u doen? -Stoppen met vleien en opstaan.

Vleien? Ik verafschuw vleien, wijste der wijzen, arbiter elegantiae.

Mijn hart bloost ervan. Waarom bent u dicht?

Ik verkocht bereid eten. Nero heeft dat verboden, maar ik wist van niets.

Onbekendheid met de wet telt niet. -Morgen ben ik open. Kom dan terug.

Je bent erg dom als je denkt dat ik je waterige wijn kwam drinken.

Ik kwam kijken hoe het er hier uitziet.

En wat de aantrekkingskracht kon zijn op iemand als Pedanius Secundus.

We zijn hier met zijn draagstoel gekomen.

Wat wilde Pedanius van u? -U zult het niet geloven...

maar de prefect en ik discussieerden regelmatig over filosofie.

Filosofie?

En wat doet een filosoof als u hier? -Die vraag stel ik me ook vaak.

Dat dacht ik wel. En hoe beantwoordt u die vraag?

Dat als ik in de dagen van de grote mecenassen had geleefd...

ik nu in een met goud geplaveid huis zou wonen.

In uw volgende leven, Chilo, als u daarin gelooft.

Maar voorlopig...

Ik heb tot nu toe slechts één slaaf kunnen kopen.

Een kleintje.

Dus kort voor zijn dood sprak Pedanius hier over filosofie?

Hij bood mij nieuws over Lygia aan. -Hij is een verklikker, een pooier.

Om te kunnen eten moet een filosoof tegenwoordig diep zinken.

Hij is niet slecht. Doe hem niets aan. -Waarom zou ik?

Mond dicht, jij.

Hij is niet dapper genoeg om te doden.

Vertel liever wat je weet. Anders stuur ik Tigellinus op je af.

Nee, niet Tigellinus. Ik smeek het u.

Vertel dan wat je weet.

Prefect Pedanius heeft, zeg maar, informatie van me gekocht.

Zover was ik al. -Maar u weet niet wat voor informatie.

Daar probeer ik achter te komen. -Hij was nooit tevreden.

Maar die avond wel. Hij zei: Je houdt duizend sestertiën van me te goed.

En toen hebben ze 'm vermoord. Van wie krijg ik dat geld nu?

M'n geduld raakt op, Chilo.

Pedanius zei dat een sekte de stad in het verderf wil storten.

De christenen? -Gepeupel, arbeiders.

Domme plebejers. Ze preken armoede, omdat niemand armer is dan zij.

Dat is niets nieuws. De christenen zitten hier al jaren.

Chilo Chilonides verkoopt geen valse informatie.

Ik heb ontdekt dat die sekte ook tot een Romeinse familie is doorgedrongen.

Vooraanstaande patriciërs.

Eerst was het een vermoeden. Maar nu heb ik namen, bewijzen.

Vraag uw vrouw maar, edele tribuun.

Praat eens met Lygia Callina, als u haar kunt vinden.

Niemand weet dat ik hier ben. Van Eunice heb ik dit gekregen.

Maar zij houdt haar mond. -Wat is er gebeurd?

Soldaten zochten Iseus. -De schrijver?

Hij heeft in Palestina een Romeins soldaat vermoord. Iedereen vluchtte.

Eerst zat ik in een kelder. Daarna ben ik het bos ingevlucht. Het regende.

Waar verblijf je nu? -Dat mag ik niet vertellen.

Ben je bang voor me? -Dat weet ik niet.

Hoezo? Ik heb je niet laten oppakken. Is dat geen vertrouwen waard?

Het is niet aan mij. We mogen zulke zaken aan niemand vertellen die geen...

Geen christen is? Bedoel je dat?

Lygia, als je zo graag naar je land terug wilde...

waarom ben je dan niet weggegaan?

Weet je echt niet waarom?

Rustig, het is de wind maar.

Hier kan je niets overkomen.

Petronius komt laat thuis. Nero is bang in het donker sinds z'n dochters dood.

Ik heb gebeden voor Claudia, maar het heeft niet geholpen.

Het is hier koud. Sla dit om.

Jezus ontmoette eens een man die van droefenis vervuld was.

Mijn dochter is dood, zei hij. Leg uw hand op haar en zij zal leven.

Jezus ging met de man mee naar huis, waar iedereen huilde. Maar Hij zei:

Ga heen. Het meisje is niet dood, ze slaapt.

Niemand geloofde Hem.

Men zei: Welke profeet ziet het verschil niet tussen leven en dood?

Maar Hij pakte haar hand, raakte haar voorhoofd aan en zij werd wakker.

Waarom is dat met Claudia niet zo gegaan?

Waarom gebeuren zulke dingen niet meer?

Misschien is het nooit gebeurd, net als de daden van de goden op de OIympus.

Ik heb die verhalen gehoord van een man die het zelf gezien heeft.

Ik weet wie je bedoelt. Hij heet Petrus, of Simon.

Pedanius zocht hem. -Hij vroeg mij ook...

of ik een oude Galileër kende. Alsof dat een misdaad zou zijn.

Vanwaar alle geheimzinnigheid? Moeten jullie je echt schuilhouden?

Je hebt het nog steeds koud.

Dit is alles wat ik kon vinden. De kasten zitten op slot.

Een feestmaal. Ik heb dagen niet gegeten.

Je mag hier blijven zolang je wilt.

Ik zorg dat niemand hier komt.

Ik ga in de slavenvertrekken slapen. Petronius knijpt wel een oogje toe.

Nee, ik wil bij jou blijven.

En ik bij jou.

Niet in dit huis.

Ik ben je komen halen. -Dit is het veiligste oord.

Ik zoek geen veilig oord. -Waar moeten we dan wonen?

De wereld is groot. Jezus heeft gezegd:

Wie bidt, zal ontvangen. Wie zoekt, zal vinden. Wie klopt, wordt opengedaan.

Dat geloof je toch zelf niet. -Zo wil ik leven.

Ik kan je niet tegengehouden. -Met jou.

Ik begrijp die dingen nog niet.

Als je van me houdt, moet je ook van m'n geloof houden.

Houden van iets dat ik niet begrijp? -Laat me niet alleen.

Laat me niet alleen.

Wat is er, Eunice? -Snel, Petronius komt thuis.

Ik heb het gevoel dat er iets ernstigs gebeurd is. Kom snel.

Een bijzondere avond. Niemand kan de slaap vatten.

Zelfs Tigellinus niet. Hij heeft zojuist ontdekt wie Pedanius vermoord heeft.

Onze moordenaar. Hij heeft alles bekend, het hele smerige verhaal.

Jullie raden nooit waarom Tito zijn geliefde meester vermoord heeft.

Uit jaloezie.

Stel je voor. -Ga maar. Ik ben hier nog even bezig.

Lygia? -Ze is weg.

Ik heb gezegd dat ze moest blijven. Maar ze is door mensen opgehaald.

Ik moest iets onbegrijpelijks aan je doorgeven. Ik heb het onthouden.

Wie bidt, zal ontvangen. Wie zoekt, zal vinden.

Wie klopt, zal opengedaan worden. Wat betekent dat?

Waarom moest ik dat doorgeven? -Geen idee.

Ze herhaalt wat anderen zeggen, vreemdelingen, vijanden van Rome.

Ze vullen haar hoofd met woorden. Alleen zij zouden de waarheid bezitten.

Ze is niet vrij, maar juist hun slaaf.

U moet zorgvuldig een keuze maken.

Want er zijn drie soorten gladiatoren:

Lafaards, mannen met bibberbenen.

Hun toekomst ziet er rampzalig uit. Ze jammeren alleen maar.

Neem Roddas.

Die is zo onzeker, dat hij zijn zoon z'n testament dicteert.

Dan de atleten, zoals hij daar.

Hij drinkt niet en eet gezond. Hij kijkt rond wie het zwakst is.

Dan de fatalisten, mijn beste klanten. Zij genieten van het leven...

dat ze morgen moeten zien te redden.

Drink maar.

Waar heb ik een gladiator voor nodig?

Meent u dat? Of probeert u zo een paar sestertiën uit te sparen?

Het lijkt me niet nodig. -Nee, afstammeling van Romulus.

Christenen zijn gevaarlijk. De samen- komst is in 'n onderaardse tempel.

Ze schijnen bloedoffers te plengen en mensenvlees te eten.

Als Lygia in hun handen is... -Ik vrees van wel.

Dan heeft u alle redenen om te vrezen. Wist u dat de christenen met geweld...

jonge meisjes uit welvarende families ontvoeren?

En zo persen ze hen zoveel mogelijk geld af.

En ze dwingen de meisjes om als slaven voor hen werken.

Het wordt niet makkelijk om Lygia te bevrijden.

Haar bewaker is een monster. Hij breekt ketenen alsof het niets is.

We kunnen beter wachten. -Nee, vanavond moet het gebeuren.

Alle christenen zijn daar bijeen, dus we vallen niet op.

U hoeft me pas te betalen als het karwei geklaard is.

U heeft het geld toch wel bij u?

Nog zes broeders.

Welkom, broeders.

Welkom.

Bent u broeders?

Drie broeders. -Kom verder.

We komen van verre.

Ik vraag u vergiffenis voor mijn hebzucht.

Als geldschieter vroeg ik dezelfde rente als zilversmeden eisten.

Ik heb ook gezondigd. Ik heb een slavin gekocht.

Wacht hier.

Ik geef je een teken.

De Heer is goed en zal u vergeven.

En u bent van harte welkom in ons midden.

Broeders, doe boete voor uw zonden, want de dag des oordeels is nabij.

De Heer stuurde ons overstromingen, maar de mens toonde geen berouw.

Toon nu berouw.

De Heer heeft Zijn Zoon gestuurd en wacht op onze boetedoening.

Groot zal Gods toorn zijn als wij geen berouw tonen.

Hij zal branden sturen naar deze misdadige en losbandige stad...

naar dit nieuwe Babylon.

Wee de wereld.

Wee de zondaars. Zij zullen geen erbarmen vinden.

Wee hij die het geschapene meer liefheeft dan de Schepper.

Wee de machtigen.

Wee de aanbidders van rijkdom en weelde.

En wee de losbandigen.

Vrede zij met u.

Vrede zij met u.

Geliefde broeders en zusters, ik herhaal voor u...

mijn wens in de naam Jezus Christus: vrede zij met u.

Vrede zij met u.

Ik heb goed nieuws voor u. Broeder Marcus heeft zijn boek af.

Een grote vreugde voor ons allen.

Alle broeders die kunnen schrijven, gaan het in honderdtallen kopiëren.

Zoveel mogelijk mensen moeten kennismaken met het woord Gods...

zoals het ons door Jezus gegeven is.

Wij, de volgelingen van Jezus, zullen het lezen.

En zelfs zij die nog niet geloven, zullen het lezen.

Ook dat is een vreugde voor ons allen.

Alle inwoners van Rome zullen het Woord van Christus lezen en begrijpen.

Een vreugde voor ons.

Want ons geloof is niet gebaseerd op angst en vrees...

maar op liefde en vreugde. De toekomst is zoet.

De Heer heeft Babylon met vuur geslagen, ja.

Maar voor u zal er vergeving zijn.

Voor u, die gereinigd bent door de doop...

voor u die van uw zonden verlost zijt door het bloed van het Lam...

u zult leven.

En als het Gods wil is, zult u sterven met Zijn naam op uw lippen...

in vrede.

Ik had hem kunnen wurgen.

Hij is haar lijfwacht niet, zij is zijn gevangene.

Niet waar. Als ik maar weet waar ze woont.

Denk na. U moet haar bevrijden. Laat Croton z'n gang gaan.

Laat u niet misleiden, edele tribuun. Het christendom heeft vele gezichten.

Die bijeenkomst was bedoeld om onnozelen zand in de ogen te strooien.

Laat me met rust. -Ze zullen u doden.

Ik zou 300 sestertiën krijgen als we Lygia bevrijden. Ik wil dat geld hebben.

Welterusten, Nazarius.

Snel, haal haar.

Lygia?

Ga met me mee.

Anders neem ik je mee.

Goed, ontvoer me maar.

Ik doe het voor jou. -Laat me los.

Blijf van haar af.

Je wilde haar ontvoeren. -Doe hem niets aan.

Niet doen.

Welkom in mijn huis. -Vrede zij met u.

In de regel wacht mijn bezoek in het atrium.

Voor u is een uitzondering gemaakt. Vanwege uw faam.

Weet u werkelijk wie ik ben? -Ja, Seneca heeft over u gesproken.

Ik weet dat u een jood bent en een Romeins onderdaan.

Een sektegenoot van u heeft gezegd dat niemand twee meesters kan dienen.

Wie dient u, Paulus van Tarsis? De joden of de Romeinen?

Mijn opdracht is om mijn naaste lief te hebben, zonder meer.

U wordt 'apostel' genoemd. In het Grieks betekent dat 'gezondene'.

Door wie gezonden en waarom?

De Heer wil dat wij apostelen de laatsten onder de mensen zijn...

als terdoodveroordeelden.

Wij, de zwakken. U, de sterken. U, het respect. Wij, de minachting.

Is het wel eens bij u opgekomen...

dat uw nederigheid de ergste vorm van hoogmoed is?

Ik zal uw woorden in gedachten houden, Petronius.

U weet vast wat uw neef is overkomen.

Een jonge vrouw vroeg mij zijn dolk aan u te geven...

en te zeggen dat Marcus het goed maakt...

en dat hij naar huis kan wanneer hij dat wil.

Niemand houdt hem tegen.

U spreidt uw menselijkheid graag tentoon. En u doet dat overtuigend.

Is tapijten verkopen niets voor u? -Dat heb ik geprobeerd.

U komt vast niet alleen vanwege die onbezonnen, verliefde jongeman.

Ik heb gehoord dat in de Senaat het voorstel is gedaan...

om als straf voor Pedanius' dood al zijn slaven terecht te stellen.

Allemaal, mannen, vrouwen en kinderen. Aan het kruis.

Dat is een oude wet, ja...

die helaas nog steeds wet is.

Als 'n slaaf zijn meester doodt, moeten alle andere slaven met hem sterven.

Wetten kunnen veranderd worden.

U staat dicht bij Nero.

Hij bepaalt de wet. Maar men kan hem beïnvloeden.

Dat is waar.

Maar ik denk niet dat Nero de redelijkheid van uw woorden zal inzien.

Ik kan die verantwoordelijkheid niet op me nemen.

Daarvoor ontbreekt het me...

aan kracht en aan uw overtuiging.

U weet heel goed, Petronius, dat niemand voor zichzelf leeft of sterft.

Een ieders lot, van u en van mij...

is verbonden met het lot van die onschuldigen.

Ik heb die wet niet gemaakt. -We kunnen hem ongedaan maken.

Wij hebben ons geloof verheimelijkt. Maar ik zal alle christenen nu vragen...

om publiekelijk, voor het oog van de wereld te getuigen van onze hoop.

We zullen bidden voor het leven van de veroordeelde slaven...

en voor de redding van deze stad.

Lygia?

Vergeet me.

Doe wat je moet doen. Moge God met je zijn.

Ik zie het probleem niet. Men vraagt mij een uitspraak te doen.

Maar wat is het probleem?

Wat is precies de kern van uw redenatie?

Men denkt dat 't kruisigen van zoveel slaven de goden onwelgevallig zal zijn.

En de mensen vrezen...

dat de goden zich op de stad zullen wreken.

Ja, iedereen is bang. Daarom heeft men uw beeld met bloemen bedekt.

Men zegt dat u alleen de toorn van de goden kunt afwenden.

Men wil dat u zich uitspreekt, dat u die wet wijzigt.

Ik zou op de rostra tegenover de Senaat kunnen plaatsnemen...

in mijn goudwitte toga.

De menigte scandeert mijn naam. Met één simpel...

doch dwingend handgebaar vraag ik om stilte.

Het wordt stil.

Ik kijk, zucht eens diep...

en dan spreek ik één woord:

Clementie. -Dat is de goede manier...

om te reageren op beschuldigingen van de senaat dat u overheidsgeld verspilt.

Economisch gezien is het sparen van de slaven voordelig.

Wie van ons zou zo dom zijn om hardwerkende ossen te doden?

Zou iemand zulk bezit kunnen vernietigen?

Is een slaaf niet veel meer waard dan een os die een ploeg trekt?

Een slaaf kost zijn meester zeker duizend sestertiën per jaar.

Alleen al aan kleren, kost en onderdak. Daarbij komt nog de scholing.

Slaven zijn een kostbare investering.

Onderschat hun belang voor Rome's welvaart niet.

Aan uw beslissingen liggen altijd diepere motieven ten grondslag.

Uw uitspraak zou verdergaan dan clementie alleen.

Door die slaven te sparen...

pareert u niet alleen de kritiek in de senaat...

maar doet u een in politiek opzicht handige zet.

En daarmee, Caesar, zult u geschiedenis schrijven.

Ik heb een vraag voor de leden van de Keizerlijke Raad.

Spreek, Cassius Longinus.

Met hoeveel slaven voelt iemand zich veilig?

De tweehonderd van Pedanius waren niet genoeg.

Caesar, het is onrustig in de stad.

De christenen bidden publiekelijk voor de slaven.

Ze hebben een kruis van vuur gemaakt en het volk eist clementie.

Vuur en kruis...

Duistere, heftige symbolen.

Vuur en kruis...

Ik sta alleen...

en niemand die mij helpt.

De uitspraak is: doodstraf.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.