Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Deze in de ogen van de burgers van Rome verdachte lieden...
komen voornamelijk uit Palestina en Galilea.
De christenen in Rome leven in bittere armoede.
Ze zijn bereid het vernederende en vuile werk te doen...
waarvoor Romeinen hun neus ophalen. Ze slapen waar werk te vinden is...
alsof ze nog in tenten wonen.
Hoewel de christenen zelf nooit van misdrijven verdacht worden...
kan niet uitgesloten worden dat allerlei misdadigers...
hun toevlucht zoeken in hun midden...
en dat ze wellicht vijanden van het Rijk onderdak geven.
Deze informatie dient in een memorandum gevat te worden...
inclusief sancties die de veiligheid van onze burgers moeten waarborgen.
Iseus, lees voor, vanaf de aanhef.
Aan Nero Claudius Caesar Drusius Britannicus...
keizer van Rome. -Voeg eraan toe 'redder van de wereld'.
Weldra moet Caesar in alle officiële documenten zo genoemd te worden.
Redder van de wereld, bij decreet van de senaat.
Redder nu of in de toekomst? -Chilo Chilonides.
Drink, meester. Het zal u goed doen.
Vreemd, de paleiswachters reppen er niet over.
Er is wel meer vreemd, nobele prefect.
Vindt u de volgorde niet opmerkelijk?
Gisteravond is Lygia Callina bij Aulus Plautius gearresteerd.
En de prefect van Rome weet van niets, terwijl nieuwtjes snel gaan...
in die buurt vol christelijk gespuis.
Hoe weet je dat ik niets weet? -Dan was u niet hier, nobele heer.
Waar dan? -In het keizerlijk paleis...
zou u Lygia Callina uithoren. Want daar bent u toe gerechtigd.
Het meisje zit, met gewone slaven, in de kerkers van het paleis...
in de cellen naast de wasruimtes.
Ik reken voor dit laatste detail op uw generositeit, nobele Pedanius.
Uit de weg voor de draagstoel van de prefect.
Scheer je weg.
Hier komt de draagstoel van Pedanius, de prefect van Rome.
Uit de weg.
Nee, het kan zo niet doorgaan. Let op mijn woorden.
Hoe meer ik geef, hoe meer ze vragen.
Twee kleedslaven voor de tunica's en twee voor de stadstoga's.
Dan mis ik nog een gespenmaker, parelpolijsters...
een wildproever...
twee sterke masseurs en een gevoelvolle. Snap je?
O ja? Maar waar vind ik die?
Jij bent Phlegyas toch? Wat doe je hier?
Wijlen mijn meester heeft me aan de keizer nagelaten.
Ik zoek al een maand een parfumeur.
Ik kan het niet meer. Ik ben m'n reuk kwijt.
Meld je bij Epaphroditis. Zeg dat ze je naar Poppaea's vertrekken brengt.
De leugenaar zei dat hij z'n reuk kwijt is.
Mijn zorgen kunnen jou niks schelen. -Dat is niet waar, Phaon.
Ze is daar, de vrouw die je zoekt.
Heb je haar gesproken? -Geprobeerd.
Maar ze antwoordt in haar eigen onverstaanbare taal.
Ik ben Pedanius, de prefect van Rome.
Ik kom je een aantal vragen stellen.
Jij zei dat je met niemand wilt spreken.
En ik meen dat ik antwoordde: Jammer, maar misschien kan ik je helpen.
Ik heb niets nodig.
Je bent niet veranderd.
Ik ken u niet. Waarom praat u zo tegen mij?
Je herinnert het je niet.
Het zit zo: Ik heb bijna drie jaar bij Kalisz doorgebracht.
Dat was de grens, daar begon jouw vaderland.
Ik herinner me dat je vader je aan Aulus Plautius gaf.
Men zei dat je als onderpand diende, opdat de grens gerespecteerd werd.
Is het niet absurd dat een klein kind als onderpand moest dienen?
Ik heb altijd gedacht dat je vader zo je leven wilde redden.
Twee dagen later, toen hij huiswaarts keerde...
werd zijn kampement door oorlogszuchtigen aangevallen.
Daarbij is iedereen gesneuveld.
Je was nog maar zo groot, misschien kleiner.
Je was bang, maar je huilde nooit.
Lange tijd kon je midden in je bezigheden stoppen...
om een onverstaanbare naam te roepen.
Alsof je verwachtte dat iemand je kwam halen.
Waarom vertelt u mij dit? Wat wilt u van mij?
Aulus en Pomponia houden veel van je.
Ben ik daarom hier opgesloten? -Nee, maar je moet ze helpen.
Er zijn aanklachten tegen hen ingediend.
Serieuze aanklachten. -Nero wil ze kapotmaken.
Dat is niet waar. De keizer is buitengewoon lankmoedig.
Als je bewijst dat je het waard bent.
Wat kan ik doen? -Getuigen. Vertel de waarheid.
Welke waarheid?
Er doen geruchten de ronde...
dat ze onlangs een oude, voorname man in hun huis hebben ontvangen.
Een man van aanzien, zeg maar.
Ik zal er geen doekjes om winden: over zijn identiteit...
hebben we slechts vermoedens.
Mensen die jou slecht gezind zijn...
zeggen tegen Nero dat de man in kwestie Seneca is.
Maar Aulus en Seneca...
hebben elkaar nooit vertrouwd.
Als Seneca de gastvrijheid van Aulus aanvaardt...
kan dat slechts duiden op een politiek verbond...
op een complot tegen de keizer.
En in dat geval zet Aulus zijn leven in de waagschaal.
Maar gelukkig is er ook 'n onschuldige versie van de gebeurtenissen.
Er wordt ook gezegd dat de gast van Aulus en Pomponia...
een zekere Simon of Petrus is, een Galileeër.
Een ware avonturier. Het schijnt dat bepaalde Romeinse families...
deze vreemdeling uit nieuwsgierigheid uitnodigen...
om uit zijn eigen mond de wondere vertellingen te horen...
over zaken die ruim dertig jaar geleden in zijn land hebben plaatsgevonden.
Jij kent hem.
Nee.
Nooit een oude man horen vertellen over de opstanding van 'n gekruisigde?
Ik ken die man niet.
Doe je best. Als deze Petrus de gast van Aulus en Pomponia was...
dan is er geen complot en zijn ze gered. Het hangt van jou af.
Dat is niet waar. Dan worden ze alsnog veroordeeld.
Met die verhalen over mijn jeugd probeert u mij in te palmen.
Ik ben de prefect van Rome. -Ik respecteer gezag, geen geweld.
Ik zal je eerlijk vertellen dat ik zeker weet...
dat deze leider van de christenen in de stad is.
En zijn leer druist in tegen de belangen van Rome.
Het is mijn taak om hem tegen te houden.
Volg me. Ik weet waar ze is.
Niemand mag van onze ontmoeting weten.
Ik weet niet waarom Lygia is opgepakt.
Dat kan ik moeilijk geloven. -Ze zou toch al weggaan?
Heeft zij je dat verteld? -Ja.
Lygia mocht er met niemand over praten.
Maar Lygia en ik... -Ze heeft me over je verteld.
En toch beschuldigt u me. -Je wilde niet dat ze wegging.
Uit eigenbelang wilde je niet dat ze naar haar land terugkeerde.
Dat is absurd.
En ik voer het bevel niet over de Pretoriaanse wacht.
De naam Aulus betekent nog steeds iets.
Dit is het antwoord van Phaon op een brief van ons.
Lygia is op verzoek van jouw oom, Gaius Petronius, gearresteerd.
Jouw oom, ja. En jij zegt van niks te weten.
Ik droomde dat ik een vrouw in m'n armen hield die leek te verdampen.
Ik heb geen vrouw. Daarom verdiep ik me wellicht in de liefde van m'n neef.
Ik voed me met de gevoelens van anderen.
Hoeveel kandidaten? -Het gebruikelijke aantal.
Drie maten koren van mijn nobele meester Petronius.
En een lamsvacht voor Sestius.
Flavia, stof voor jou en je zonen. Laat de toga bij de uitgang achter.
Geef Lucius ook wat stof.
Gaius Petronius schenkt Furio een lamsvacht en Agricola koren.
De mannen moeten hun toga achterlaten.
Hemelse guirlandes als opstijgende loftuitingen...
Goedemorgen, Eumopolus.
Visioenen bereiken mijn ogen.
Herculische muren verheffen zich ter ere van de grote Caesar.
Heb je dit vannacht geschreven? -Ja.
Heel mooi.
Gaius Petronius, ik heb u en uw nobele vader ruim veertig jaar gediend...
zonder ooit iets te vragen.
Maar nu heb ik u nodig. Ik bezit in Lanuvium een stukje grond.
Mijn buurman heeft zich drie peren- bomen toegeëigend en twee vijgen...
Ik zal het doorgeven. -Dank, nobele Petronius.
Nobele Gaius Petronius, Glabus Initius zou me twee slaven verkopen.
Maar hij heeft twee vrije mannen geleverd en eist nu betaling...
Ik ga er persoonlijk achteraan.
Dank, nobele Petronius. Wilt u Nero vertellen dat ik op antwoord wacht?
Waarom? -Je hebt het zelf gevraagd.
Ik? Wat bedoelt u?
Ik zag hoe je leed onder de gedachte dat jullie gescheiden zouden worden.
Wilde je niet dat ze bleef? -Ja, maar ik wilde haar zelf overhalen.
Dat is heel mooi, maar je weet dat dat nooit gelukt was.
Misschien. -Houdt ze niet genoeg van je?
Ik weet het niet.
Het lijkt wreed, maar jij zou hetzelfde doen, ware je ertoe in staat geweest.
U was ertoe in staat dankzij Nero. -Ja, dankzij de keizer.
Zonder van haar vluchtplannen te rep- pen, heb ik Nero haar laten oppakken.
Samen met Nero heb ik 'n plan bedacht dat hem bijzonder aanstond.
Zo kon hij de door hem gehate Aulus Plautius aanpakken.
Luister goed. Uiteindelijk zul je me dankbaar zijn.
Vanavond viert de keizer zijn verjaardag.
Traditiegetrouw brengt iedereen hem geschenken...
en vraagt iedereen hem een geschenk. Caesar willigt maar één verzoek in.
Het is een gênante vertoning, een wedstrijd in wie het onderdanigst is.
Vertel verder.
Jij gaat vragen of Lygia Callina, dochter van de koning der Lyciërs...
en gevangene van het volk van Rome, onder jouw hoede gesteld mag worden.
Jouw verzoek wordt ingewilligd. Dat is Nero's geschenk.
Vanaf dan zal Lygia Callina hier wonen, bij jou.
De rest laat ik aan jou over.
Een vrouw die volledig aan je onderworpen is...
is ondraaglijk voor een fijngevoelige man.
Met iemand kunnen doen wat je wilt...
lijkt het toppunt van vrijheid, maar is het tegendeel.
Het heeft ook iets bijna...
bijna bedreigends.
Als een vrouw van haar man houdt, vervult ze al zijn wensen.
Misschien heeft de liefde dan beperkingen nodig...
zodat er altijd iets te zoeken blijft.
Hoe harder je probeert liefde te definiëren...
hoe banaler het wordt.
Waarom wilt u de dingen altijd doorgronden?
Ik denk dat schrijvers van nature nieuwsgierig zijn.
Hoe weet u dat 'n vrouw van u houdt? -Door haar manier van kijken...
heeft Petronius me eens verteld. -Chrysothemis.
En aan haar smachtende stem of hoe ze haar handen beweegt.
Volgens mijn man gaat een verliefde vrouw zich anders kleden.
Dan is het duidelijk. -Ben jij nu voor de liefde gekleed?
Wie weet. Maar niet voor het feest. Ik ben uit de gratie bij Poppaea.
Niet bij mij. -Jij gaat naar het paleis...
waar Poppaea woont.
Vind je ze mooi of niet, Claudia?
Je mag niet weigeren. Een uitnodiging van de keizer is geen uitnodiging.
Het is een bevel.
U heet Acte, niet?
Ja, dat klopt. Ik ben Griekse. Ik ben slavin geweest.
Caesar heeft me in vrijheid gesteld. -Dat weet ik.
Ik heb van u gehoord. -Verhalen gehoord.
Heel Rome weet wie u bent.
Een concubine van de keizer. -De vrouw met wie hij wilde trouwen.
Maar zijn vrouw heet Poppaea Sabina. En die geweldige vrouw...
heeft hem een dochter geschonken.
Je denkt vast dat ik uit verbittering zo praat.
Maar ik wil je waarschuwen. Hoed je voor Poppaea.
Ik weet niet waarom je hier bent. Ik moet voor je zorgen.
Maar toen ik zo'n mooie, jonge vrouw zag, dacht ik:
Poppaea zal ook haar vijandig bejegenen.
Die, ja.
Zelfs toen ze al getrouwd was, hield Poppaea me bij Nero uit de buurt.
Ze verbood me van hem te houden. Maar hij woont in mijn hart.
Pas op voor die kwaadaardige vrouw.
Ze verdenkt alle vrouwen van wat ze zelf gedaan heeft.
De goddelijke Poppaea.
Claudia?
Mijd hen die je niet kent.
Kleed haar. Wie op het feest uitgenodigd wordt...
moet die eer waardig zijn.
Quintus Pollonius schenkt een meesterwerk van Nefer:
Een Assyrische sfinx, met lak ingelegd en met ogen van oosterse edelstenen.
Een kostbare amfora van goud en ivoor van consul Rubellius Claudius.
Vader Augustus Scribo en zijn zoons Marcus en Fabius...
schenken een verguld miniatuur van het Parthenon.
Het bevat een edelsteen, in de gedaante van de godin Athena.
Voortmaken.
Van generaal Getulo Irpinius:
Een ebbenhouten hoofddeksel, zoals gedragen door Scythische maagden.
Plus de uitrusting van een Scythische krijger: schild, lans en harnas.
Voor u, Caesar, van een trouwe dienaar die u een lang leven toewenst.
De Lygariërs hadden in die tijd de Sueven en de Jazygen onderworpen.
Maar hun koning werd gedood door een Jazygische pijl.
Senator Fabius Eufranorius schenkt de keizer een gebeeldhouwde zwaan.
Dit bescheiden geschenk herbergt een schitterende verrassing.
Open dit levenloze beeld...
en een sneeuwwitte duif vliegt weg.
Mooi?
Ik heb geen geschenk voor de keizer, doch een huldeblijk voor de dichter.
Dit gedicht is van Nero. Hij droeg het voor aan de kust bij Antium...
op een warme zomermiddag. Het is nooit opgeschreven...
maar door de wind meegevoerd.
Ik heb 't in mijn geheugen opgeslagen. Vanavond bied ik het u allen aan.
beloof mij, o leven,
dat onze liefde eeuwigheid en vreugde zal kennen
slechts dan kunnen wij onbevreesd de nacht ingaan
Kom in mijn buurt zitten, Petronius.
En nu: Nero, de acteur. -Draag voor, Nero.
De dichter Euripides van Athene...
bezingt de tragedie van koning Agamemnon...
die door de goden gedwongen wordt zijn dochter Iphigenia te offeren.
Wee, mij.
Wat kan ik zeggen? Waar moet ik beginnen?
Welk tragisch lot heeft mij getroffen?
Hoe gelukkig zijn de nederigen.
Zij kunnen zich uiten met tranen en woorden.
Een schande voor iemand van nobele komaf...
hoe onfortuinlijk zijn lot ook is.
Arme kind, alras zal de god des doods haar bruidegom zijn.
Welk een leed. Ik hoor haar stem: 'Vader, kunt u mij doden?'
'Ik zou u of uw dierbaren nooit zo'n bruiloft toewensen.'
'Geef mij een kus', zal ik zeggen.
'Geef me je hand. Je gaat voor lang bij je vader weg.'
'Maar meer wil en kan ik niet zeggen.'
'Want tranen van verdriet overweldigen me, als ik je aanraak.'
Hoe kan ik niet huilen, arm kind?
Normaal stopt mijn voordracht hier.
Maar ik ken de tekst...
van Iphigenia ook.
Jij daar, Lygia Callina.
Kom naderbij.
Op je knieën en zeg mij na:
'Vader...'
Kniel.
'Vader, laat mij niet sterven voor mijn tijd gekomen is.'
'Ik was de eerste die u vader noemde.'
'En ik was de eerste die u dochter noemde.'
'Kijk me aan. Opdat ik een herinnering aan je heb.'
'Heb medelijden met mij...
en met mijn leven.' Waarom huil je?
Het zijn niet mijn woorden, maar die van een groot dichter.
Niet huilen. Ik ben slechts...
een acteur die u dank zegt.
Raak haar niet aan.
Blijf van haar af. Uit de weg.
Het kind wordt wel vaker onwel. -Wat is er gebeurd?
Wegwezen, iedereen.
Lieve kind. -Weg, allemaal.
Iedereen weg.
Uit de weg voor de draagstoel van de nobele Petronius.
Wat zal er met Lygia gebeuren?
Ik weet het niet. Vanavond, vóór die farce tijdens het feest...
wist ik zeker dat ze vannacht bij jou zou zijn. Nero heeft me beetgenomen.
Halt. -Dit is Gaius Petronius.
Wat is er? Waarom stoppen we?
We verwachtten u. Ik ben Mucius, ik werk voor Piso.
Mijn meester vraagt of u hem met een bezoek wilt vereren.
Op dit tijdstip?
Piso viert feest met vrienden. Zijn huis is de hele nacht open.
De enige patriciër die ontvangt op de avond dat Nero een feest geeft.
Ik hoop dat de oesters vers zijn. -Door snelle lopers aangevoerd.
Mijn oesters zijn te paard gehaald. Hij kan beter naar mijn huis komen.
Niet wanhopen, Marcus. Alles komt goed.
Wie vraagt belet? -De nobele senator Piso.
Gegroet, Piso. Welkom in mijn huis.
Vergeef me. Na een avond op 't paleis, was nóg een bijeenkomst mij te veel.
Ik wilde u dit overhandigen: een brief van Seneca.
Seneca? Bij u thuis? Op zijn leeftijd moet hij het niet zo laat maken.
Hij is vroeg vertrokken, met achterlating van deze brief voor u.
Kent u de inhoud? -De brief is gedicteerd waar ik bij was.
Dat vermoedde ik al. Seneca was een groot filosoof, maar nu is hij seniel.
Wat wil hij? Mij publiekelijk berispen?
Het is geen berisping. -Hoe noemt u het dan?
Een standje of een tik op de vingers als bij een luie leerling?
Hij heeft het over republikeinse idealen, burgerdeugd.
Weet hij nog niet dat de republiek dood is en iedereen blij is met het Rijk?
Nero is 'de redder van de wereld', die voor een ieders geluk zorgdraagt.
Waar dient de politiek toe? De politiek is dood.
Hij verweet me ooit dat ik niet 'naar behoren' naar de senaat was gegaan.
Vraag hem eens wat ik daar moest doen. Welk doel kan ik daar dienen?
De publieke zaak? Ik ben consul geweest en ben nu magistraat.
Moet ik ook senaatszittingen bijwonen?
In de senaat leeft de geest van onze vaderen voort.
Een mooie plek voor de doden, met al die toga's die net lijkgewaden zijn.
Zeg tegen Seneca dat wit pijn doet aan m'n ogen.
Harder.
Harder, harder.
Uitstekend.
We komen Nero, de keizer van Rome, eer betuigen.
Met drie stijve rechtervingers slaat u op het weke deel van links.
Hij leert ze andere vormen van applaus. Het nieuwste.
Daar gaan we: het dakpan-applaus. Vingers stijf en klappen maar.
Uitstekend, heel goed. En nu als bakstenen.
Handen als kommetjes en diagonaal klappen.
Schapen, het zijn net schapen.
Ik ben de keizer die ze verdienen. Ik wil geen trouwe onderdanen...
maar een bewonderend publiek, Pedanius.
Gegroet, Caesar.
Wat is er? -De zaak Vispanius Lenates.
Op Sardinië eist hij steeds meer geld, als uw vertegenwoordiger.
Verder? -Bebius Massus en Caro Cestius...
chanteren de familie Scriboni.
Verder?
Volkstribuun Octavius Sagitta wil dat Pontia haar man verlaat.
Maar is hij verliefd op haar of op haar vermogen?
Verder. -Reder Vatinius...
financiert met frauduleus verkregen geld weddenschappen op gladiatoren.
Verder. -Fabula, de vrouw van Rufus...
Verder.
In het onderzoek naar de sekte van de zogeheten christenen...
zoek ik naar bewijs voor de aanwezigheid in Rome van hun leider...
ene Petrus, een visser uit Galilea.
Het is van groot belang dat deze man aan de tand gevoeld wordt.
Hij krijgt steeds meer aanhang onder Romeinse patriciërsfamilies...
invloedrijke families.
Namen? -Nog niet.
Het is een ingewikkelde zaak. Er is verband met onze positie in Judea.
Is die god van de christenen erg machtig?
Alle goden zijn machtig voor hen die in hen geloven.
Phaon.
Een stier, een zwarte stier.
Offer die aan de god van de christenen, voor mijn kleine Claudia.
Ze is besmet, daar kan geen twijfel aan bestaan.
De kleine Claudia is door onreine handen aangeraakt.
Ik ben bij je.
Niemand mag je ooit nog kwaad doen.
Lygia? -Jullie artsen zijn charlatans. Absurd.
Poppaea heeft gelast dat niemand nog met me mag spreken. Een zwijgverbod.
Als ik met iemand praat, iets vraag of huil, geeft niemand antwoord.
Alles wat jou nu overkomt, is mijn schuld.
Jij praat met me. Weet je niet dat daar honderd zweepslagen op staan?
Dat geldt voor slaven. -O ja, jij bent Romeins burger.
Dat is geen misdaad. -Straf hoort bij misdaad.
Maar ik heb niets misdaan.
Het lijkt wel of ze bang voor me zijn. Ben jij niet bang voor me?
Je kent me niet. Misschien ben ik echt een barbaarse heks...
die je met één blik kan treffen. -Wij weten wel beter.
Ik kom je helpen.
Mogen de goden ons beschermen.
Welkom in mijn huis.
Chereus en Deuces gaan een worstelwedstrijd aan.
Bekijk ze goed en maak uw keus.
Wie van de maagden blijft het langst onder water?
Begin maar. U mag inzetten tot de eerste maagd naar boven komt.
Aan haar kleding zie je of een vrouw verliefd is.
Mevrouw begrijpt dat helaas niet.
Ik zal je masseren.
Pas op, haar masseren is strelen.
Oefen maar goed.
Na onze weddenschap verwacht ik een stevige massage.
Druso en Brutus, op de mat.
De eerste wedstrijd gaat tussen Druso en Brutus.
Hierna wed ik op Deuces. Hij is de sterkste en de knapste.
Knapper dan ik? -Jij doet niet mee. Hij gaat winnen.
Denk je dat echt?
Chrysothemis denkt als een vrouw. Ze verwart schoonheid met kracht.
Cherea schijnt ongeslagen te zijn. Dat klopt toch, Vatinius?
Helemaal.
Ik heb een verrassing voor Vatinius. Cherea laat Deuces winnen.
Ik wed op Deuces. Zo maak ik al m'n verliezen weer goed.
En als u verliest?
Pedanius, dat is onverwacht. Ik heb u hier in geen jaren gezien.
Ik hou m'n avonden liever voor m'n eigen uitspattingen.
Ieder zijn meug. Zelf geef ik feesten omdat ik slecht slaap.
U ligt wakker van uw schulden aan Vatinius.
Integendeel, ik zie verlies niet als verspilling.
Ik bekijk of er voortekenen waren die ik de volgende keer kan herkennen.
Verstandig. Ik geloof ook in voortekenen.
Soms komen ze in de gedaante van vrienden, oude trouwe vrienden.
Zulke voortekenen herken je makkelijk. -Zijn wij vrienden, Petronius?
Ik zie ons als twee mensen met een gemeenschappelijke vijand.
Die vijand is geen mysterie. Tigellinus maakt geen haast.
Hij is een expert in intriges. -We mogen hem niet in de kaart spelen.
Ons bestaan alleen al zal hij tegen ons gebruiken.
Uw neef, Petronius...
Uw neef Marcus Vinicius kan tegen u gebruikt worden.
Mijn neef is nog een jongen.
Zorg dat hij Lygia opgeeft, dat hij beseft dat ze niet de ware is voor hem.
Er zijn dingen die Marcus niet weet. Maar neem van mij aan:
Van dat meisje kan niets dan slechts komen.
Zijn er problemen? Dank voor uw raad, Pedanius.
Wat bedoelt Pedanius? -Hij waarschuwt ons gewoon.
Hoezo kan er van Lygia niets dan slechts komen?
Ik herhaal zijn woorden slechts.
Pedanius betitelt haar als een misdadigster.
'Vijand van Rome en het menselijk geslacht.' Vindt u dat niet absurd?
Je kent haar zelf nauwelijks. -Ik wil haar helpen.
Dan zou ik maar opschieten.
Ga vaker naar het paleis, zoek medestanders, span samen...
betaal desnoods. -De tijd dringt. Ik heb weinig aanzien.
Alleen u kunt me helpen. -Ik werk niet mee aan je ondergang.
Help me om Lygia te bevrijden. Daarna gaan we er samen vandoor.
We kunnen niet in Rome blijven.
Jouw opvatting van liefde gaat mijn begrip duidelijk te boven.
Ons dochtertje slaapt.
Ik had vroeger ook hoge koortsen. En dan droomde ik...
over iets wat ik een bediende had horen vertellen.
Mijn vader, die met een snelle wagen...
zonder enige reden een kind overreed.
Ik weet niet waar mijn kleine Claudia over droomt.
Ze praat niet...
en ze vraagt nooit naar me.
Volgens haar moeder uit ze mysterieuze klanken. Angstwekkend.
U reageert heel anders dan Poppaea. -Poppaea lijdt als een actrice.
Ik observeer hoe ik lijd.
Poppaea denkt dat een kwade macht het op haar dochter gemunt heeft.
Dat zeggen haar priesters. -Zou Lygia echt het boze oog hebben?
Ze komt van verre, ze haat Rome en zijn keizer.
Laat haar vrij, dan heeft ze geen reden tot haten meer.
Luister naar uw gevoelige hart, uw kunstenaarshart.
Iemand die ontroerd was door uw voor- dracht, kan een kind niet ziek wensen.
Luister naar uw kunstenaarshart.
Ik kan het gewoon nog niet geloven, Marcus.
Petronius heeft Nero overreed. Je bent vanavond nog vrij.
In jouw huis, als jouw gevangene. -Nee, we zullen samen zijn en vrij.
Doe maar met me wat je wilt.
Jouw wil is mijn wet.
We zien elkaar vanavond.
Nee, niet zo. Dan lijkt het alsof we elkaar nooit meer zullen zien.
Als er iets gebeurt...
Uit de weg voor de draagstoel van de nobele Petronius.
Ze komen eraan.
Opzij voor de draagstoel van de nobele Petronius.
Kunt u mij helpen? -Wat is er gebeurd?
Een gebroken wiel en m'n paarden zijn ervandoor.
Help hem even en zet de kar overeind.
Met deze mist zie je de gaten in de weg niet. M'n wiel begaf het.
Daar naarbinnen.
Wees niet bang, Lygia.
Ursus... -Kom mee.
Ze heeft je gebruikt om te ontsnappen.
Alles wat ze zei of deed, was uitsluitend daarop gericht.
Ik moet haar vinden. Ik wil weten waarom.
Petronius, meester...
De nobele Tigellinus.
Ik verwachtte u al.
Ik verwacht u altijd.
Ooit komt u me namens de keizer ver- zoeken om m'n polsen door te snijden.
U bent een van Nero's magistraten. -Dat komt u me niet vertellen...
in het holst van de nacht. -U moet meekomen...
naar het huis van prefect Pedanius. Hij is twee uur geleden vermoord.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.