Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
In het tiende jaar dat Nero aan de macht was...
schrijft Gaius Petronius aan Marcus Vinicius:
Beste neef. In je laatste brief schrijf je van je terugkeer.
Ik hoop dat je niet te veel veranderd bent door de oorlog.
Rome is veranderd.
Nero heeft Seneca weggestuurd en regeert alleen.
Mensen leven in angst en wachten af.
Waarzeggers zien overal de tekenen.
Ze zeggen dat ons onheil wacht.
Rome is uit de gunst gevallen bij de goden.
Kom naar het orakel.
Raadpleeg het orakel.
Gaat u naar Rome, soldaat?
Hoe komt Rome over op iemand die lang weg is geweest?
Wij, de inwoners, vinden alles maar gewoon.
We beseffen niet eens meer dat we met een miljoen mensen opeengepakt zitten.
Je komt haast geen volbloed Romein meer tegen.
Niet dat ik dat erg vind, trouwens.
Verdorvenheid is troef.
Goud is onze god, al hebben we er nooit een tempel voor opgericht.
We openen onze hoven voor misdadigers.
Ze dineren met de rijken, krijgen de mooiste geschenken en vrouwen.
Verdorvenheid regeert in volle glorie.
Wilt u een paard kopen? -Wie ben jij?
Hebt u interesse of niet?
Ik had niet op een jongen gerekend.
Ik wil alleen een zwart paard met een witte bles.
Wacht even.
Ze zijn hier voor het zwarte paard.
Bent u Ephrem?
Hebt u iets te bieden?
Kom mee. We moeten nog naar de muur van Flavius.
Hoe klonk zijn stem?
Hoe zijn stem klonk? Dat is heel moeilijk te verwoorden.
Er was iets bijzonders aan de stem van Jezus.
Hij had een heel dwingende stem.
Je moest wel naar Hem luisteren.
Hij sprak tegen de menigte, maar het leek of Hij het alleen tegen jou had.
Die dwingende stem drong door tot je geest.
Die stem raakte je in je hart en opende je de ogen...
alsof je daarvoor blind was geweest.
Ik geloof het niet, maar er wordt gezegd...
dat u in een moment van groot gevaar...
de naam van Jezus hebt verloochend.
Dat is waar. Ik heb gezegd dat ik Hem niet kende.
Ik heb zelfs gezworen dat ik Jezus niet kende.
Ik heb zijn naam niet verloochend.
Dat was mijn angst voor de dood. Ja, mijn doodsangst.
Alles in die dagen leek afhankelijk van een kracht...
die sterker was dan wij.
Hij kwam die avond naar me toe en zei:
Petrus, nog deze avond, eer de haan kraait...
zult gij Mij driemaal verloochenen.
En het is precies zo gegaan als Hij gezegd had.
Dat is Petrus.
Van Gaius Petronius voor Seneca:
U schrijft over leden van een nieuwe sekte.
Ze werpen nieuw licht op geschriften van de volgelingen van Mozes...
die u mij hebt laten lezen.
Kan ik ze ontmoeten? Ik hou van nieuwe, esoterische zaken.
Dit zijn alle rollen die ik te pakken heb gekregen.
Dit zijn getuigenissen van hen die Jezus hebben gekend.
Er zitten ook kopieën bij van rollen van Thomas.
Hij wil graag dat u zijn verhaal leest...
en dat u en Marcus uw eigen herinneringen opschrijven.
Mattheus heeft ook wat opgeschreven.
Het is niet af en alleen wat hij zich herinnert.
Mattheus heeft een prima geheugen, zoals alle tollenaars.
Wat staat er?
Maakt al de volken tot mijn discipelen...
en doopt hen in de naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes...
en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.
En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.
Bijna exact de woorden van Jezus.
Volgens Barnabas hebben de Romeinen een naam verzonnen voor onze mensen.
Ze noemen ons christenen.
Dat is ook een teken.
Net zoals al die andere tekenen op aarde en in de hemel.
Wij, christenen, moeten ons voorbereiden...
als soldaten op een oorlog.
De komeet is ontstaan uit een bepaalde samenstand in het huis van de zon.
Hij komt niet op en gaat niet onder.
Hij staat in Mercurius en is verbannen naar Mars.
Een gelijktijdige stijging en val in Saturnus.
Balbillus, dat is genoeg zo.
Ik heb licht nodig. Meer licht.
Tigellinus, ik heb daglicht nodig.
Ik zal die astrologische symbolen nooit begrijpen.
Maar ik voel dat er gevaar is.
Babillius, ik wil weten hoe het zit. Hou niks voor me achter.
Zoals u wilt.
De sterren wijzen erop dat u in gevaar bent.
Als u dat gevaar wilt afwenden, hoedt u dan voor een vijand onder vrienden.
Vermijd de getallen 8, 40 en 70.
Net als menigten 's ochtends vroeg.
Vermorzel de slang voordat het gif u bereikt.
Andere kometen zijn verschenen die onheil voor de machtigen betekenen.
Ze voorspellen een machtswisseling.
Ja, de staartster wijst op een machtswisseling.
Zo, dat is precies de juiste kleur.
Een staartster moet volmaakt zijn.
Kunt u me echt missen? -Ja, ga maar.
Ik heb geen honger of dorst. Ik wil gewoon doorgaan met werken.
Dat weet ik... -Het is mijn schuld.
Drie jaar oorlog hebben een barbaar van me gemaakt.
Ik schend de Romeinse etiquette. Excuseer m'n lompheid.
Tribuun Marcus Vinicius is terug van het front.
Hij heeft een boodschap namens zijn commandant...
voor generaal Aulus Plautius.
Mijn vader is in Rome bij de senaat. Als u zich haast, treft u hem nog.
Ik wacht liever hier. -Doe of u thuis bent.
Neemt u alstublieft brood en zout van het huis aan.
Op een mozaïek wordt meestal een mythologisch verhaal afgebeeld.
Meestal, ja. -De man is Vulcanus.
En de vrouw is de godin Thetis.
En het kind is hun zoon Achilles.
Nee. Ik ben niet geïnteresseerd in mythologie.
Het is ook zo afgezaagd. Het gaat altijd over liefde en de ziel.
Misschien hou je meer van waargebeurde verhalen.
Wat dan bijvoorbeeld? -Dido en Aeneas die schuilen in de grot.
Het kind kan Eros zijn, de god van de liefde, die mensen verenigt.
Die dag, zei de dichter, was de eerste stap naar de dood, bron van alle smart.
Dat schreef Vergilius over Dido. Dit gaat over verlossing.
Verlossing waarvan dan?
Dit is de geboorte van een koning. -In een grot?
Daar zijn m'n ouders.
U herkent me zeker niet. Ik ben Marcus Vinicius, neef van Gaius Petronius.
Ik ken je als jongen, maar nu ben je soldaat.
Hij heeft een boodschap van z'n commandant.
Hij wilde 'm persoonlijk overbrengen.
Ze ontsnappen. Vang ze en stop ze terug in de ren.
Snel, snel.
Zelfs wij hebben nooit geweten wie Pomponia Grecina werkelijk is.
Het leek of ze op een dag iets geheimzinnigs kreeg.
Ik weet niet wat erachter schuilde, maar ik vond 't aantrekkelijk.
Marcus, dit is een brief voor je oom.
Van Aulus Plautius voor Gaius Petronius.
Via je neef heb ik een boodschap ontvangen van een wederzijdse vriend.
Het gaat over een diner in het huis van Piso op de volgende calendae.
Volgens commandant Corbulo mag ik 't niet missen, ook vanwege de oesters.
Voor ik ja zeg, wil ik zeker weten dat jij ook gaat...
omdat jij het verschil weet tussen een verfijnde maaltijd en een schranspartij.
Ik bezorg 't vanavond nog.
Ik heb m'n huis verkocht, Marcus.
Het was te groot voor mij alleen en stond te dicht bij het keizerlijk paleis.
Ik zou het niet erg vinden om hiernaartoe te worden verbannen.
Dit is m'n neef Marcus Vinicius. Vanaf nu is dit ook zijn huis.
Ik zou niet zonder Eunice kunnen.
Ze is de slavin die alles voor me doet. Ze weet beter wat ik wil dan ikzelf.
Als ik van Nero m'n polsen moet doorsnijden...
wil ik dat zij de laatste is naar wie ik kijk.
Nero zou niet zonder u kunnen.
Nero is net als Rome: alles en het tegenovergestelde van alles.
Je moet de regels van het spel weten.
Weet je waarom Aulus Plautius wil dat ik die heerlijke oesters kom proeven?
Hij wil dat u komt.
Voor z'n eigen veiligheid.
Nero is doodsbang voor de komeet en slechte voortekenen.
Hij ziet in iedereen een vijand.
Aulus denkt dat mijn aanwezigheid Nero kalmeert.
Aulus denkt dat hij slim is.
Dus u gaat niet naar Piso's huis. -Nee, ik denk van niet.
Vergeet dat je deze brief hebt bezorgd.
Soldaat, de god Mopsus wacht op u.
Van Gaius Petronius voor Eunice.
Ik heb gister wat dingen opgeschreven. Kijk maar of je er iets mee kunt.
Het gebeurt niet vaak dat je een nieuwe opvatting geboren ziet worden.
Marcus begeeft zich momenteel in een vaag gebied.
Bepaalde zaken zijn zich aan het uitkristalliseren.
Daarom sprak Marcus over afdalen in het heiligdom van Mopsus.
Mensen die massaal naar heiligdommen gaan of orakels raadplegen...
vragen iets heel elementairs:
Meer inzicht in zichzelf.
De goden hebben veel namen, maar slechts één is de naam van God.
Ontdek die naam en liefde zal uw leven veranderen.
Ontdek die naam... -En liefde zal uw leven veranderen.
Zo. Help me, goden van Rome.
Zes en zes is twaalf. Hoger kan niet.
Twaalf. Bedankt, Romeinse goden.
En bedankt, god van de dragers, god van de barbieren...
god van de dieven, god van de grafdelvers...
en god van de herbergiers. Nog eens.
Zes. -Zes.
Twaalf.
Bedankt, god van de spiegelmakers, god van de koorddansers...
god van de... Noem nog eens een god, Petronius.
Ik? -Noem een god. De god der goden.
Ik kan even nergens opkomen.
Uzelf, keizer.
Goed gezegd, Tigellinus. Jij hebt weinig fantasie, Petronius.
Ik wilde u niet beledigen door u tussen die kleine goden te zetten.
Maar als het zo belangrijk is, zal ik nog eens m'n best doen.
Weet je wie ik vanavond ben?
Ik ben de god van de dobbelaars.
Twaalf. -Het hoogste getal.
Logisch. -Denk je dat ik valsspeel?
Nee, natuurlijk niet. U hebt de dobbelstenen in uw macht.
Ik had wat beters verwacht. -De dobbelstenen doen wat u zegt.
Wat denk jij, Piso? -Wat kan ik zeggen?
Iemand wint of verliest.
En aangezien u niet kunt verliezen, wint u.
De woorden van een echte vleier. Daar steek jij maar pover bij af.
Het lijkt of je genoeg van me hebt. Net als Seneca, die nooit meer komt.
Ga jij me ook verlaten?
Dat denk ik niet. Petronius hecht te veel waarde aan zijn leven.
Wie is jouw god, Lucanus? Na Nero dan.
Nero.
Geweldig. Je herstelt je goed.
Petronius is moeilijk te verslaan.
Hoe kan ik het zwijgen van Poppaea verbreken?
Hoezo denkt u ineens aan mij? -Pas op, Petronius.
Uw aanwezigheid maakt altijd veel indruk op mij.
Ik was benieuwd naar uw god.
Keus genoeg. Veel van ons zijn goden.
De keizer en uzelf.
En wie weet Marcus Vinicius.
Genoeg gepraat over goden. Religie is saai.
Ik zou het liefst alle priesters voor de leeuwen gooien...
en alle tempels afbreken.
Ik heb maar één god: ikzelf.
Tribuun, volgens Petronius kwam je me iets vertellen...
over mijn standbeeld aan de grens met Parthië.
Dat klopt. Dat beeld is zo mooi beschilderd en aangekleed..
dat iedereen denkt dat u het echt bent.
Koning Teudates, de leider van onze vijanden, offerde er een zwart-wit lam.
Toen nam hij zijn kroon af, het symbool van zijn macht...
en legde dat aan de voet van uw standbeeld.
De oorlogen zijn voorbij. Eindelijk vrede. Tijd om te juichen.
Uit de weg voor de draagstoel van de nobele Petronius.
Uit de weg voor de nobele Petronius.
Ik vind die avonden in het paleis zo saai.
Ik kom al jaren niet voor het licht thuis.
Goed en kwaad bestaan niet. Geniet van het leven.
Dat is de enige verlossing.
Begint u nu ook al over verlossing?
Wie nog meer dan? -De dochter van Aulus Plautius.
Aulus Plautius heeft geen kinderen. Een dochter?
Ze heet Lygia.
Zij is z'n dochter niet.
Ik weet niet meer precies hoe het zat, maar Lygia is niet eens Romeins.
Ze is 'n barbaar uit 't noorden, maar ze hebben haar als een dochter opgevoed.
Ken je haar?
Alleen van gezicht. Maar ik hou van vrouwen die over verlossing spreken.
Vrouwen kunnen mannen verlossen.
Ze heeft het over een koning die de verlosser van de wereld is.
Rome is de wereld en dat blijft zo.
Kies maar een vrouw uit. Neem maar wie je wil.
Vind je Selica leuk? Ze keek net zo naar je als Poppaea.
Of wil je Faad, de woestijnbloem of de tijgerin van de woestijn?
Ik heb haar gekocht van Crysothemis.
Je mag ook Eunice nemen. Ze zorgt eigenlijk voor mij, maar als je wilt...
Wil jij met me meegaan, Selica? -Ja.
Keek je echt naar me? -Net zoals Poppaea?
Je had me bijna weggegeven als een kan wijn.
Ben je vergeten dat je mijn slavin bent? Verzet je je tegen de regels?
Niemand heeft een beter leven dan een slaaf.
Hij heeft altijd eten en werk.
En zijn gezondheid wordt zorgvuldig bewaakt, anders vermindert de waarde.
Dat moet Trimalchio zeggen in de banketscène.
Help me herinneren dat ik dat opschrijf.
Een slaaf heeft geen verantwoordelijkheden.
Geen zorgen over politiek of oorlogen.
Z'n meester zorgt zelfs voor een echtgenoot.
Soms erft de slaaf zelfs geld. Wat wil een mens nog meer?
De vrijheid om dat op te geven.
Die heb je ook. Je kunt doodgaan wanneer je wilt.
Maar onthoud één ding goed: Ik zou het je nooit zou vergeven.
Ga nu maar slapen.
Hoor je dat geluid? -Dat is een muzikant.
Wie maakt er zo laat nog muziek?
U komt pas 's ochtends thuis. Hij teistert ons urenlang.
Soms houdt hij even op en dan begint hij weer.
Wat vreemd.
Hij speelt best goed. Misschien is het een slaaf die z'n eigen talent niet kent.
Het geluid komt niet uit de slavenvertrekken.
Net als de fluit van Orpheus, die floot als er iets te gebeuren stond.
Een teken. Een oproep.
Een waarschuwing wellicht.
Misschien gewoon een gedachte voor het slapengaan.
Welterusten, Eunice.
Mogen de goden je behoeden in je slaap.
Niet oversteken. Dan wordt het water troebel.
Wederom welkom. -Bedankt.
Ik had je verwacht.
Zoals men op de onbekende soldaat wacht...
die terugkomt voor een weerzien met de maagd van ijs en steen.
Ik spreek over dingen die je vreemd zijn, toch?
Ik ben niet Romeins. Wist je dat?
Dat heb ik gehoord. Waar kom je dan vandaan?
Ik kom uit een ver land, waar witte bomen groeien in besneeuwde bossen.
Verder herinner ik me alleen nog een sprookje dat m'n moeder vertelde.
Elke dag een stukje. Over een maagd die gevangen zat in het ijs.
Ze ziet een soldaat. Ze wil tegen hem roepen haar te bevrijden.
Maar ze kan het niet, vanwege het ijs.
Dus hij breekt het ijs en bevrijdt haar.
Ik weet het niet. -Nee?
M'n moeder stierf plotseling. -Door de oorlog?
Door de oorlog, ja.
Ik was zes toen ik aan de Romeinen werd uitgeleverd.
Als gijzelaar.
Als onderpand voor de vrede.
Als m'n volk agressie zou plegen, konden ze me doden. Ook nu nog.
Niemand herinnert zich dat verdrag nog.
Trouwens, Rome leeft tegenwoordig in vrede.
Wil je een mozaïek kopen? Ik heb geld nodig.
Ik dacht dat je 'm voor jezelf maakte. -Klopt. Maar dit lijkt me een beter idee.
Ben je niet rijk?
Vast niet zo rijk als jouw familie.
Maar m'n oom is rijk. Ik heb ver weg wat land geërfd.
Bij nader inzien...
verkoop ik je het mozaïek toch maar niet.
Nee. Wacht, Lygia.
Misschien kan ik 't geld toch bij elkaar scharrelen.
Als je nog even kunt wachten. -Krijg ik het ook zo, zonder mozaïek?
Ja, maar dan is het een lening, geen gift.
En als ik die niet terugbetaal?
Als iemand in Rome z'n schuld niet afbetaalt...
kan hij tot slaaf verklaard worden.
Hoeveel slaven heb jij? -Niet een.
Mag ik weten waar 't geld voor is? -Misschien geef ik je 't mozaïek wel 's.
De kroniek van dit wangedrocht zal worden opgetekend en bewaard.
De keizer wil dat we in de sibillijnse boeken nakijken...
of dit verschijnsel, dat geldt als slecht voorteken, wordt beschreven.
Volgens de priesteressen is de geboorte van een dier met 2 koppen...
een teken dat een verborgen kracht de wereld wil beheersen.
Waarom ben je gestopt?
Laat me het monster eens zien.
Wanneer ben je in Corinthe? -Tien dagen voor 't feest van Isis.
In Corinthe moet je naar de schrijver Tertius gaan.
Dat is onze broeder. Je hoeft niet bang te zijn.
Vraag 'm of hij je naar Paulus van Tarsus brengt.
Tertius de schrijver en Paulus van Tarsus.
Zeg 'm dat Marcus bezig is de woorden van Christus onze Heer op te tekenen...
samen met onze oudere broeder Petrus.
De Heer zij met je, Ephrem. -Dank je.
Jezus' woorden gaan niet verloren.
Kom.
En hij riep de menigte bijeen en Jezus sprak tot hen:
Iemand die mij wil volgen, verloochene zichzelf...
neme z'n kruis op en volge me.
Want ieder, die zijn leven zal willen behouden...
die zal het verliezen.
En ieder, die zijn leven verloren heeft...
omwille van mij en het Evangelie, die zal het vinden.
Want wat zou het een man baten...
als hij de gehele wereld won...
maar schade leed aan zijn ziel?
Tribuun, weet jij waar deze ingenieuze machine voor is?
Ik denk een machine om tijd te meten.
Een gift uit Bononia als dank voor de hulp van de keizer...
na de aardbeving.
Maar anderen zweren in het geheim samen.
Ik weet het en ik voel het. Ik weet precies wie het zijn.
De mensen houden toch van u?
Ze houden van me zolang ze genoeg te eten hebben.
Toch?
De senaat is mijn vijand. De senaat is de boosdoener.
Gisteren nog heeft iemand me in de senaat beschuldigd.
Iemand zei dat m'n uitgaven buitensporig waren.
In vergelijking waarmee?
Iemand die zoiets zegt...
wil z'n keizer dood hebben.
Balbillus las hetzelfde in de sterren.
'Pas op voor de vijand tussen vrienden.'
Het lijkt erop dat z'n profetie uitkomt nu zelfs jij...
Je gaat om met mensen die mij haten.
Ik ben altijd 'n trouw soldaat geweest.
Wat weet je van Aulus Plautius?
Hij heeft in Britannia gezegevierd.
Maar nu beschuldigt hij me van buitensporige uitgaven.
Echt iets voor een conservatieve oude soldaat.
We weten dat je bij hem bent geweest toen je van 't front kwam.
Klopt dat?
Waarom? -Ik bezocht z'n dochter Lygia.
Dochter? -Ik had haar in drie jaar niet gezien.
Je commandant Corbulo kan een bood- schap voor 'm hebben meegegeven.
Ik had geen boodschap. -Maar je bent de enige getuige.
Kun je niet getuigen dat Aulus en Corbulo samenzweren tegen de keizer?
Wel, tribuun?
Je stelt me teleur, Tigellinus.
Laster is een kunst.
Nog afgezien van 't feit dat je geen gevoel hebt voor kunst:
Wat is het woord van 'n tribuun waard tegen dat van twee generaals?
Genoeg.
Ik ben moe.
Blijf weg van Aulus' huis.
Je verdient beter dan de dochter van een generaal die uit de gunst is.
Aulus Plautius, het leven en de eer van uw vrouw hangen af van uw oordeel.
Er ligt een beschuldiging tegen uw vrouw vanuit Rome.
U moet haar oordelen volgens de oude Romeinse traditie.
In geval van schuld moet de rechter dit mes gebruiken...
of haar anders vrijspreken.
Tigellinus heeft je beschuldigd van atheïsme en zondig gedrag.
De Romeinse wet kent de doodstraf...
voor hen die de goden minachten en hen niet de gepaste eer betonen.
Je hebt nooit het haverbrood gebroken ter ere van de keizer.
En je bent nooit bij het stierenoffer geweest in de tempel van Jupiter.
Je bent ook nooit op je knieën gegaan op 't veld van koning Tarquinius.
Je hebt nooit de processie bijgewoond van de Romeinse vrouwen...
als ze het beeld van de Magna Mater onderdompelen.
We zijn ons hele leven bij elkaar geweest, Aulus.
Als er één me kan beoordelen, ben jij 't wel.
Ik heb nooit de woorden kunnen vinden...
om je te vragen waarom je de goden van de stad geen recht doet.
De aanklacht dwingt me nu hiernaar te vragen.
Ik smeek je:
Help me je te redden.
Ik ben nu een oude man.
En ik ben bang om je kwijt te raken.
Via mij willen ze jou treffen.
Nero wil je vernietigen.
Je hebt gezien dat ik heb gezworen...
om een rechtvaardig oordeel te vellen.
Je moet me antwoord geven.
In welke god geloof je?
In welke tempel breng je offers?
Zeg dan tenminste dat je in 'n god gelooft.
Ik geloof in 'n god zonder tempels.
Ons lichaam is de tempel van de god van het licht.
Onze gedachten aan hem gewijd zijn de offers die hij aanvaardt.
Begrijp je dat, Aulus?
Je spreekt over een god die ik niet ken.
Maar ik hoor de waarheid in je stem.
Ik kan dus volgens het recht beslissen.
Hierbij verklaar ik deze vrouw...
onschuldig.
Oosterse tapijten van kostbare zijde en wol.
Met kleuren van de zee en de dageraad.
Ze kosten weinig.
Waarom wilde je me zien? -Om je geld te geven. M'n soldij.
Je had geld nodig, weet je nog?
Maar ik weet ook nog dat je eerst wilde weten waarvoor het was.
Dus ik kan het niet aannemen.
Maar ik vind het heel aardig van je.
Is dat niet jullie slaaf?
Dat is Ursus. Hij is geen slaaf, noch van mij, noch van m'n vader.
Hij was een krijgsman en beschermde m'n vader.
Hij was bereid z'n leven voor hem te geven.
Hij ging mee toen ik aan de Romeinen werd overgedragen.
Hij heeft me altijd onder z'n hoede genomen.
Je bent opgevoed door een os.
De stichters van Rome zijn door een wolf grootgebracht.
Je kent de Romeinse legendes.
Burgers, vreemdelingen, heeft u een kleine bijdrage?
Geef hem geld. Wees royaal.
Werkt hij voor jou? -Nee, voor de armen.
Die kunnen hulp krijgen.
Alleen als ze Romein zijn.
Wilt u een bijdrage geven? Dank u.
Ursus bedankt u voor uw bijdrage.
Ursus, de sterkste man van de wereld.
Ik moet misschien weg. Wist je dat? -Nee, dat wist ik niet.
Aulus en Pomponia gaan op het platteland wonen.
Ze kunnen niet in de stad blijven.
Ik weet wat er is gebeurd, maar begrijp niet waarom.
Iedereen die zich niet lovend uitlaat over de keizer, is zijn vijand.
Vind je het jammer dat ik wegga?
Ik ga terug naar m'n geboorteland. Als ik daar tenminste aankom.
Ik heb de wet tegen me. -Hoezo?
Als je me aangeeft, word ik gearresteerd.
Maar ik vertrouw je. Ik weet dat je me geen kwaad doet.
Je bent de eerste man die ik kus, Marcus Vinicius.
Ga me niet achterna. Zoek me maar niet.
Wacht, Lygia. -Vaarwel.
Ze willen me dood zien, Lygia.
Ze willen m'n dood als senator...
als soldaat en als burger van Rome.
Dat is de wil van Nero.
Ik heb vier legioenen naar Britannia geleid.
Ik heb de zoons van Cunobelinus verslagen.
Ik kon zegevieren.
Maar ik wachtte tot keizer Claudius er was zodat de zege op zijn naam kwam.
Ik heb mijn keizer altijd geëerd.
Net zoals ik nu keizer Lucius Domitius Ahenobarbus Nero eer.
Lees nog eens voor, Eunice.
Op deze manier worden zelfs de goden door liefde geraakt.
Omdat in de hemel geen object voor zijn liefde was, ging Jupiter naar de aarde.
Apollo heeft uit oogpunt van liefde de jeugd gevangen in een bloem.
Alle oude fabels gaan over de liefde.
Waar is Marcus? Waarom eet hij niet met me?
Hij wil niemand zien.
Waarom niet? -Dat weet je best.
Maar daarom begrijp ik het nog niet.
'Zelfs de goden worden door liefde geraakt.'
Dat vind ik niks. Het is niet verfijnd genoeg. Ik wil het herschrijven.
Ik heb meer tijd nodig.
Wat is er met Selica? -Marcus heeft haar niet meer gevraagd.
Ik heb een nieuwe titel voor m'n boek bedacht.
Satirae. Vind je dat mooi?
Ik weet het niet. Misschien.
Wat is er, Eunice?
Maak je je ergens zorgen over? -Waarom ga je niet naar het paleis?
Niks. Maak je geen zorgen.
Tigellinus is niet machtig genoeg om om m'n hoofd te vragen. Nog niet.
Nero heeft me nu niet nodig.
Ga snel. Hij wacht op je. Vooruit.
Opschieten. -Wil hij me zien?
Nee, niet jij. Kom maar hier.
Ga weg. Ik krijg geen lucht meer.
Ga weg. Waar is Myriam?
Ga weg. Ik wil Myriam.
Ga weg. Ik wil Myriam. Waar is Myriam?
Waar hebben jullie haar verstopt, krengen? Ga weg.
Ik wil Myriam. Waarom is ze er niet?
Kom op. -Ze wil niet meer werken.
Ze is gek geworden.
Ik wil Myriam. Je weet waar ze is, toch?
We hebben haar moeten vastketenen.
Ze zit in de kelder opgesloten. -Laat me los.
We hebben haar moeten vastbinden. -Ik laat jullie vierendelen.
Luister niet naar haar. Ze is gek.
Kijk me aan.
Wat is dit voor onzin?
Wat is er nou? Zeg het maar.
Hij zegt dat de laatsten de eersten zullen zijn.
En Hij belooft eeuwige vrede. -Wie bedoel je?
De laatsten zullen de eersten zijn en Hij zal de doden doen herrijzen.
Wie laat de doden herrijzen?
Als zijn Koninkrijk komt, is er geen verdriet of ziekte of angst.
Zijn Koninkrijk kome.
Alle mensen zullen gelijk zijn. -Zijn Koninkrijk?
Wie is die Christus die me ten val wil brengen?
Niemand wil u ten val brengen, keizer.
Niemand.
Dat kun je wel zeggen, maar ik wil weten wie die Christus is.
Ga zoeken, mensen ondervragen en omkopen.
Jij bent toch de prefect van Rome? Doe je werk.
De nobele Petronius.
Was je bang toen je opgeroepen werd? -Ik was verbaasd.
Waar was je gisteravond? Je bent er nooit als ik je nodig heb.
Ik ga je nu iets zeggen wat ik nog nooit tegen iemand gezegd heb.
Mijn moeder zei altijd dat een slang mij gered had...
van Messalina, die mannen op me had afgestuurd om me te wurgen.
Ze zag me als rivaal van haar zoon Britannicus.
Ik was amper een maand oud en lag te slapen in m'n wieg.
De moordenaars wilden me vastpakken.
Toen kwam er ineens een slang van onder m'n kussen vandaan.
En ze zijn weggevlucht.
Dit is hem. Slangenhuid in goud gevat.
Die zou me altijd beschermen, zei m'n moeder.
Petronius, ik ben opgegroeid te midden van de dood.
De dood zit me op de hielen. Ik moet me steeds verdedigen.
Tegen goden, mensen en profeten die de doden laten opstaan. Wie niet?
Zelfs tegen jou, Petronius.
Er zal niet nog eens een slang komen om mij te redden.
Hier, pak aan.
Omdat je me hebt aangehoord.
Dit is niet wat ik van u wil.
Hier ben ik. Ik ben zover.
We zijn niet voor u gekomen, Aulus Plautius.
Wij moeten Lygia Callina begeleiden naar het keizerlijk paleis...
als gijzelaar van de keizer van Rome.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.