Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
25.000 Dutch DVD Subrip PAL � 02.02.2021
Het spijt me, dat was heel vervelend. Maar dat sujet is niet te vertrouwen.
Mr Copperfield, volgens mij deed u dat voor haar.
Om haar te redden.
Ik hoop dat ze nu veilig is, maar in feite deed ik het voor mezelf.
Om mezelf te redden.
Wilt u me verontschuldigen?
Miss Horton, mevrouw.
Een heel bijzondere jongeman.
De persoonlijke geschiedenis en belevenissen...
van David Copperfield junior.
Of ik de held van m'n leven zal zijn, of die rol door een ander wordt vervuld...
zal uit dit boek moeten blijken.
Mijn leven begint bij het begin van m'n leven.
Ik ben geboren te Blunderstone in Suffolk.
Ik was een postuum kind.
Zes maanden voor mijn geboorte was mijn vader ontslapen.
Zijn tante, mijn oudtante dus, was Miss Betsey Trotwood.
Zij was de spil waar onze familie om draaide.
Mijn vader was ooit haar lieveling.
Dat was voorbij toen hij m'n moeder trouwde zonder haar goedkeuring.
Daarna zag mijn vader Miss Betsey nooit meer.
En ze had mijn moeder nog nooit ontmoet.
The Rookery. Het is me wat.
Waar zijn de roeken?
Ik zie die vogels hier nergens.
Dit was de situatie op die dag die ik maar 'belangrijk' zal noemen.
Doe de deur eens open.
Mevrouw Copperfield, neem ik aan?
Ik ben Miss Betsey Trotwood.
Je hebt toch van haar gehoord? -Inderdaad, tot mijn genoegen.
Nu zie je haar ook.
Doe dat nu niet. Hou op.
Hou op.
Zo. Goed dan.
Laat mij eens naar je kijken.
Wel heb ik ooit. Je bent nog maar een kind.
Ik ben een jonge weduwe.
En als ik het overleef, ben ik straks een jonge moeder.
Klets niet.
Ga eerst maar eens zitten.
Lekker bij de haard.
The Rookery, wat een naam.
Waar zijn de roeken? -U bedoelt?
Roeken, grote zwarte kraai-achtige vogels.
Die zijn er nu niet. -Waarom heet dit dan The Rookery?
Bedoelt u het huis? -Natuurlijk bedoel ik het huis.
Mr Copperfield heeft het zo genoemd vanwege het oude nest in de tuin.
Echt iets voor David Copperfield.
Hij noemt z'n huis The Rookery en er is geen roek te zien.
Er is alleen maar een nest.
Mr Copperfield is dood. Hoe durft u zo onaardig over hem te spreken.
Hemeltje. -Ik sta helemaal te trillen.
Ik ga vast en zeker dood.
Klets niet.
Wat jij nodig hebt, is thee.
Hoe heet de meid? -Peggotty.
Wil je mij vertellen dat er mensen zijn...
die hun kind in het huis Gods Peggotty hebben laten dopen?
Dat is mijn achternaam.
Zo noemde Mr Copperfield me omdat ik Clara heet, net als mijn mevrouw.
Hoe dan ook Peggotty, breng mevrouw een kop sterke thee.
En snel een beetje.
Ik weet zeker dat het een meisje zal worden.
Of een jongen.
Spreek me niet tegen. Ik heb een sterk voorgevoel dat het een meisje wordt.
En ik word haar peettante.
En haar naam wordt Betsey Trotwood Copperfield.
Even over de financi�n. Heeft David je wel verzorgd achtergelaten?
Ik heb dit huis met de meubels en ik heb een redelijk inkomen.
Ik geloof iets van 100 per jaar.
Dat valt niet eens tegen.
Hoe staat het met de opleiding van mijn peetdochter?
Dokter, vertel op.
Ik mag u feliciteren. Het is 'n jongen. -Wat zei u?
Een jongen. -Wat staat u daar nu te fluisteren?
Een jongen. -Wat?
Een jongen. -Dat kan niet.
Ik verzeker u... -Ik wil hier niets van horen.
Een jongen. Bah.
Daar zijn we dan. Wat is het een schatje.
Ik noem hem David.
Naar zijn lieve vader.
David Copperfield.
Zelfs nu, als ik terugblik op de eerste negen jaar van mijn jeugd...
zie ik niets dan zonlicht.
Zonlicht door 't raam van de salon waar mijn moeder me de eerste lessen geeft.
Of in de tuin waar het weerkaatst op haar krullen als ze fruit plukt.
Rijper en voller dan welk fruit in welke andere tuin ook.
Zelfs de plek waar mijn vader lag en waar we elke zondag bloemen brachten...
zelfs die trieste plek herinner ik me als een immer zonovergoten plek.
Tot de schaduw viel.
Goedendag, Mrs Copperfield.
Mr Murdstone.
Goedendag, David.
Gaat het goed met je, mijn jongen?
Hij is verlegen.
Ze zong als een engel. -Echt waar?
Tot ziens, Mrs Copperfield. -Mr Murdstone.
Tot ziens, Davy.
Toe dan, mijn jongen. Laten we vrienden zijn.
Dat is de verkeerde hand.
Je bent een flinke vent.
Meneer Davy. -Ja, Peggotty.
Zou je niet een weekend met mij meewillen naar mijn broer in Yarmouth?
Lijkt dat je niet leuk? -Is je broer wel aardig?
Jazeker. En je kunt de zee zien en de schepen.
En de vissers en het strand.
Dat lijkt me leuk, maar mag het wel van mama?
Ik weet zeker dat het van haar wel mag.
Wat moet zij dan als wij weg zijn? Ze kan hier niet alleen blijven.
Dat is heel lief van je, maar luister.
Ze gaat een weekend logeren bij Mrs Grayper.
Mrs Grayper krijgt nog meer bezoek. -Dat kunnen wij dus gaan.
Arme David. Wat was je nog onschuldig.
Je stond te popelen om te gaan.
En arme Peggotty. Nu is alles me duidelijk.
Peggotty had de opdracht mij in Yarmouth het nieuws te vertellen.
Jongeheer Davy... -Wat een schitterende stad.
Het is de mooiste stad aan de kust. Dat weet iedereen.
Kijk, dat is mijn neef, Ham. Stop eens, dat is mijn neef Ham.
Nee maar, dat is tante Clara.
Mijn beste Ham. -Hoe gaat het met u?
Wat ben je groot. Ik ben hier met jongeheer Davy.
Ze heeft zeker geen vrijer? -Hoe bedoelt u, Mr Barkis?
Ik denk niet dat ze een scharrel heeft. -Bedoelt u Peggotty?
Nee, ze heeft nog nooit een vrijer gehad.
Heeft ze nog nooit een vrijer gehad?
Nee maar.
Dat is ons huis.
Maar dat is een schip. Ja toch?
Bekijk het maar eens van dichtbij.
Zelfs het paleis van Alladin had me niet meer plezier kunnen geven dan dit.
Het mooiste was dat het een echt schip was.
Het had vast duizenden keren de zee�n bevaren.
Jongeheer Copperfield, ik ben Daniel Peggotty.
Wat fijn u te zien. We zijn misschien wat gewoontjes, maar u bent welkom.
Dit is onze Emily.
Zeg Mr Copperfield netjes gedag.
Zo, zuster van me.
Hoe is het met jou? -Heel goed, m'n beste.
Kom dan, Davy.
Hebt u uw zoon Ham genoemd omdat u in de ark van Noach woont?
Nee, zijn vader heeft hem die naam gegeven.
Ik dacht dat u zijn vader was. -Nee, dat was mijn broer Joe.
Is hij dood?
Verdronken. -Maar Emily is toch wel uw dochter?
Nee, mijn zwager Tom was haar vader.
Toch niet dood hoop ik? -Verdronken.
Hebt u dan geen kinderen?
Nee, ik ben vrijgezel. -Vrijgezel?
Wie is zij dan?
Het is tijd om naar bed te gaan.
Stil maar, meisje van me.
Zij heet Mrs Gummidge.
Haar man en Daniel hadden samen een schip.
Toen haar man stierf, bleef zij berooid achter.
Daniel nam haar in huis. Net als Ham en de kleine Emily.
Dan is hij een goed mens.
Hij is de bovenstebeste.
Kruip er nu maar in.
Slaap lekker.
Daniel wil niet dat er over zijn edelmoedigheid wordt gepraat.
Hij wil er niets van horen. -Dan zal ik niets zeggen.
Goed, want anders springt hij uit zijn vel.
Soms, als het 's nachts stormt...
schrik ik wakker en dan denk ik dat ik oom Daniel en Ham om hulp hoor roepen.
Denk je dan ook aan je vader?
Ik heb hem nooit gekend.
Net als ik. -Maar mijn moeder is ook dood.
En jouw vader was een heer en mijn vader was visser. Net als oom Daniel.
Peggotty zei dat ik nooit mag zeggen dat hij zo'n goed mens is.
Als ik ooit een dame word, geef ik hem een blauwe jas met diamanten knopen.
En 'n rood fluwelen vest, een steek, een gouden horloge en geld.
Zou je graag een dame zijn? -Heel graag.
Emily, wacht.
Mijn liefde voor haar was zo teder en zo zuiver.
Zelfs de grootste liefde daarna zou dat niet kunnen overtreffen.
De dagen vlogen voorbij alsof de tijd nog niet volwassen was.
De tijd leek ook een kind dat altijd maar wilde spelen.
Die lieve Peggotty. Ze zag hoe gelukkig we waren en wilde dat niet verstoren.
Ze verzuimde de boodschap van m'n moeder over te brengen.
Pas toen we bijna weer thuis waren, vertelde ze het me.
Mr Barkis, blaas op uw hoorn, dan komt ze naar het hek.
Waar blijft ze toch?
Waarom komt ze niet naar buiten? Waar is ze toch?
Peggotty, waarom komt ze niet naar buiten?
Waar blijft ze toch? -Wacht, ik moet je iets vertellen.
Waar is ze? Ze is toch niet dood?
Welnee, natuurlijk niet.
Mijn brave knul.
Ik had je dit eerder moeten zeggen.
Maar ik kon het niet over m'n hart verkrijgen.
Je gelooft het nooit, maar je hebt nu een vader.
Een nieuwe.
Hou je in.
Geef je moeder nu maar een kus.
Maar je moet jezelf altijd inhouden.
Zeg eens, Davy...
Hoe gaat het met je?
De zuster van Mr Murdstone komt bij ons wonen.
Zij krijgt deze kamer en jij krijgt een nieuwe kamer.
Maar waarom?
Kom maar eens mee.
Wat stelt dit voor?
Clara, lieve.
Ben je het soms vergeten?
Je moet streng zijn.
Het spijt me, Edward. Ik had het me wel voorgenomen.
Maar ik kan het niet.
Ga nu maar naar beneden.
Davy en ik komen straks.
Als ik een koppig paard zou hebben...
of een hond...
hoe zou ik dat dan aanpakken, denk je?
Dat weet ik niet.
Ik zou hem slaan.
Ik zou hem laten huiveren...
en laten lijden.
Ik zou bij mezelf denken: Ik krijg dat beestje wel klein.
Ook al kost het hem al het bloed in z'n lijf.
Ik zal hem klein krijgen.
Een paar dagen daarna arriveerde zij. Miss Jane Murdstone.
Ik weet nog dat ze het geld voor de voerman uit een metalen beurs haalde.
Die bewaarde ze in een metalen tas die aan een ketting aan haar arm hing.
Hij sloot als een vat.
Dat was voor het eerst en voor het laatst...
dat ik zo'n ijzeren dame heb gezien als Jane Murdstone.
Beste Jane, welkom.
Is dit je zoon, schoonzus?
Dit is Davy.
In het algemeen hou ik niet van jongens. Hoe gaat het, knul?
Goed, dank u, mevrouw.
Met u ook, hoop ik?
Geen manieren.
Mijn broer.
Zuster.
Welnu, Clara.
Ik ben hier om je te verlossen van al je problemen.
Je bent te mooi en te onnadenkend...
om belast te zijn met allerlei plichten die ik van je kan overnemen.
Geef me je sleutels nu maar.
Het valt niet mee in m'n eigen huis... -Je eigen huis?
Ons huis, bedoel ik.
Het valt niet mee dat ik in ons huis niets meer te zeggen heb.
Voor ons huwelijk redde ik me ook. -Dit moet afgelopen zijn. Morgen ga ik.
Ga zitten en hou je mond.
Het is niet mijn bedoeling dat u vertrekt.
Ik wil alleen dat mij af en toe iets gevraagd wordt.
Jane Murdstone, hou je mond.
Ik ben met stomheid geslagen.
Jane is zo aardig om voor mij de rol van beheerster op zich te nemen.
En wat krijgt ze? Stank voor dank.
Nee, zeg dat nu niet.
Deze vertoning is niet geschikt voor je zoon.
Naar bed jij. -Maar...
Naar bed, zeg ik je.
Je moet streng optreden.
Hij kent zijn les of hij kent het niet.
Hij kent het niet.
Jane Murdstone heeft gelijk.
Hij kent het niet.
We moeten hem harder aanpakken.
Doe dat toch niet.
Ikzelf heb ook vaak slaag gehad.
Nee, alsjeblieft.
Clara is sterker geworden en ze is er flink op vooruitgegaan.
Maar we kunnen niet verwachten dat ze opgewassen is...
tegen de zorgen en de kwelling die David haar bezorgt met zijn luiheid.
Jij en ik gaan even samen naar boven, knul.
Maar meneer, alstublieft.
Ben je nu helemaal.
Mr Murdstone, alstublieft, laat me gaan.
Alstublieft, geef me geen slaag.
Ik heb echt geprobeerd te leren.
Maar het lukt niet met u en Mrs Murdstone in huis.
Is het heus?
Daar weet ik wel iets op.
Hij sloeg me alsof hij me dood wilde slaan.
Ik weet nog goed dat toen ik stopte met huilen...
het huis gevangen leek te zijn in een onnatuurlijke stilte.
Het werd donker. De nacht was gevallen en er kwam niemand bij me kijken.
Ik werd geplaagd door vragen. Had ik iets misdadigs gedaan?
Moest ik de gevangenis in? Zouden ze me ophangen?
Ben jij 't, Peggotty?
Zachtjes als een muis, anders hoort de kat ons.
Is mama erg boos op me? -Nee, niet zo erg.
Wat gebeurt er nu met mij? -School bij Londen.
Mama alstublieft, vergeef het me.
Ik vergeef het je.
Maar probeer nu je best te doen.
Je moet je best doen.
Ik vergeef het je.
Tot ziens, mijn jongen.
Zo is het genoeg.
Zo is het genoeg. Hoor je me niet?
Vooruit, klim er maar op.
Hopelijk beter je je leven, anders zal het slecht aflopen.
Vooruit maar.
Stop even, Mr Barkis.
Je mag me nooit vergeten. Ik zal jou ook nooit vergeten.
Ik zal goed voor je moeder zorgen en ik zal haar nooit in de steek laten.
Kan ze lekker koken? -Bedoelt u Peggotty?
Goed begrepen.
Wilt u een stukje taart? -Heel graag.
Ga je haar een brief schrijven? -Dat zal ik zeker doen.
Als je haar een brief schrijft...
misschien kun je er dan in zetten...
dat Barkis bereid is.
'Barkis is bereid'. Is dat alles?
Barkis is bereid.
Vooruit, uitstappen. Schiet op jij.
Hup, doorlopen.
Is dat de nieuwe?
Mr Tungay? -Dit is 'm, Mr Creakle.
Breng hem boven.
Wachten.
Nieuw? Tommy Traddles, succes.
Kom op.
Naar binnen jij.
Dit is dus de jongeman bij wie we de tanden moeten afvijlen.
Kom eens hier. -Vooruit jij.
Ik heb het genoegen gehad je stiefvader te leren kennen.
Mr Murdstone. Een eerzaam man.
Een man met een sterk karakter.
Hij kent mij en ik ken hem.
Ken jij mij, knul? -Nog niet, meneer.
Nog niet, nee. Maar je zal me snel leren kennen.
Heel snel.
Ik zal je zeggen wat ik ben.
Ik ben een bruut. -Een bruut.
Ik ben een resoluut mens. Als ik zeg dat ik iets doe, doe ik het ook.
Nietwaar, Mrs Creakle?
Zo is 't maar net, Mr Creakle.
Pas op voor hem, hij bijt.
Mr Tungay, wilt u zo vriendelijk zijn?
Het schijnt dat je nogal een bijtgraag ventje bent.
Ik ben anders ook erg bijtgraag.
Net als jij.
Wat vind je van deze tand?
Vind je die niet scherp? Denk je dat ie bijt?
Laat hem toch met rust.
Mond dicht, Traddles.
Steerforth was de naam van mijn redder.
James Steerforth.
Hij was de oudste. De zoon van 'n rijke weduwe. Hij was voor niemand bang.
Verdorie Traddles, kom overeind.
Kom nu maar overeind.
Wat is dit hier?
Nou, wat is dit?
Ik noem het een grove schande. Waar of niet?
Goedendag, Mr Creakle.
Stop je hemd in je broek.
Wees maar niet bang.
Ik zorg wel voor je.
Sindsdien bestond er 'n onverbrekelijke band van trouw en dankbaarheid.
Hij maakte mijn leven op die gruwelijke school draaglijk.
Hij hield van verhalen, maar was te lui om zelf te lezen.
Dus las ik hem voor.
Op een ochtend riep Mr Creakle me bij zich.
Jongeheer Copperfield, je moet bij Mr Creakle komen.
Vooruit, snel een beetje.
Kom hier maar even zitten.
Ik moet je iets vertellen.
Je bent te jong om te weten dat de wereld verandert en dat mensen sterven.
Maar het is iets waar iedereen mee te maken krijgt.
Sommigen van ons al heel jong.
Helaas heb ik slecht nieuws.
Ik heb vanochtend het bericht ontvangen dat je moeder erg ziek is.
Ze is echt heel erg ziek.
Ze is dood.
De mens die uit een vrouw geboren is, heeft slechts een kort, ellendig leven.
Hij bloeit en verwelkt als een bloem.
Hij is vluchtig als een schaduw en bestaat niet langer dan 'n dag.
Plots slaat het leven om in dood.
Na je vertrek...
werd ze steeds stiller en angstiger.
Elk onvriendelijk woord kwam bij haar aan als een klap.
Toch hield ze van die twee hier beneden.
Ze had gewoon iemand nodig om van te houden.
Toen het afliep, zei ze tegen me:
Leg je arm maar onder mijn hoofd.
En draai me naar je toe, want je gezicht is zo ver weg.
Toen vroeg ze God of hij haar vaderloze kind wilde zegenen en beschermen.
En toen stierf ze.
Als een kind dat in slaap viel.
Ik hoop dat jij en Mr Barkis heel gelukkig zijn samen.
Wat is hij een schat.
Ze zeggen dat hij erg op de penning is.
Pak maar gauw aan, voor ik Mrs Barkis ben.
Een hele soeverein.
Dat is te veel. -Pak aan en pas er goed op.
Ooit heb je het nodig.
Niet getreurd. Dat is verspilling van tijd en bovendien van geld.
Laat het huis en de meubels veilen. De hele santenkraam.
Dat gaat snel en het levert geld op.
Binnen.
Kom maar eens hier.
Jouw gedrag laat nog heel veel te wensen over.
Het moet eruit worden geslagen en dat zal gebeuren ook.
Laat dit maar aan mij over.
Ik ben geen vermogend man.
En onderwijs is duur.
Jou weer naar school sturen, lijkt me zinloos.
Ik heb een bedrijf in Londen. Murdstone en Grinby.
Mr Quinion is daar de baas.
Hij heeft meerdere jongens in dienst en stelt voor ook jou werk te verschaffen.
Wat moet hij anders?
Je krijgt dan zes shilling per week. Onderdak komt voor mijn rekening.
Er is nu voor je gezorgd en je doet dus je plicht.
Daar zijn we dan, Murdstone en Grinby.
Hier ligt je toekomst, bij Murdstone en Grinby.
Wij bevoorraden koopvaardijschepen met wijn en sterke drank.
Mick, kom eens hier.
Mick Walker, dit is David Copperfield.
Neem hem mee naar beneden en zeg hem wat hij moet doen.
Wat ik je nou ga zeggen, mag Mr Q nooit te weten komen.
Zodra ik kan, smeer ik 'm hier. Ik word schipper, net als m'n ouwe heer.
Dan loop ik in de feestoptocht mee met een zwartfluwelen muts.
Mealy, kom er 's bij.
Dit is Mealy de Pieper.
Hij heeft wel een naam, maar wij noemen hem Pieper.
Hij lijkt op 'n halfgare pieper.
Heeft ie ook een naam? -lets met Copper.
Field. Ik heet David Copperfield.
Zet hem maar eens aan het werk.
Succes, Cocky.
Jongeheer David Copperfield. Ik sta geheel tot uw dienst.
Lords, dames en heren.
Laat je handen 's zien. Hier die handen.
Freule, let even goed op als u wilt.
Probeert u het nou maar eens, freule.
Niets kan de stille kwelling van mijn ziel uitdrukken.
Het gevoel dat alle hoop vervlogen was.
De gruwelijke gedachte dat wat ik had geleerd en waar ik me op verheugde...
beetje bij beetje zou verdwijnen.
Om nooit terug te keren.
Maar toen kwam er in die zwarte duisternis een sprankje licht.
In de persoon van een heer met niet meer haar op z'n hoofd dan op 'n ei.
Dit is Mr Micawber.
Hij is een bekende van Mr Murdstone. Hij handelt voor ons op provisiebasis.
Je woont voortaan bij hem.
Mr Micawber, dit is David Copperfield.
Aangenaam, jongeheer.
Ik neem aan dat je nog nauwelijks kennis hebt gemaakt met de metropool.
Het zal lastig zijn je door de geheimen van dit moderne Babylon te worstelen.
Kortom, ik ben hier om je te begeleiden naar mijn nederige onderkomen.
Mealy. -Ik kom eraan.
Draag jij de koffer van Copperfield.
Wacht. Micawber, blijf staan.
Kom maar met mij mee, jongeheer.
Let maar niet op hem. -Betalen of ik roep de politie.
Beste Copperfield, ��n onomstotelijk feit zal ons straks duidelijk zijn...
als wij ons voortbewegen door dit tranendal.
Je verdient jaarlijks 20 pond en je geeft 19 pond en 6 penny's uit.
Gevolg: geluk.
Je verdient jaarlijks 20 pond en je geeft 20 pond en 6 penny's uit.
Gevolg: ellende.
Je hebt je rekening niet betaald.
Verstop je maar niet. We gaan toch niet weg.
Omstandigheden dwingen ons mijn stulp onopvallend binnen te treden.
Niet zozeer heimelijk, maar dan toch discreet en omzichtig.
Kortom, via de achterdeur. Vooruit.
Mr Micawber, kom mee.
Kom dan toch. -Toe maar, ik kom wel.
Mag ik dit aan jou overlaten, m'n beste Copperfield?
Ben jij dat, Mr Micawber? -Ik ben het.
Liefste, mag ik je voorstellen? Dit is jongeheer Copperfield.
Jongeheer Copperfield, mag ik je voorstellen?
Mijn levensgezellin, mijn rechterhand, mijn hulp.
Kort gezegd, Mrs Micawber.
Hoe maakt u het? -We gaan naar boven.
De problemen van Mr Micawber groeien ons bijna boven het hoofd.
Ik durf niet te zeggen of we er ooit nog bovenop zullen komen.
Als z'n schuldeisers blijven aandringen, gaat het mis.
Hoe eerder deze zaak geregeld is, hoe beter.
Is Mr Micawber een goede vriend van Mr Murdstone?
Vriend? Zo zou ik het niet willen noemen.
Hij is een zakenrelatie.
Die man heeft een hart van steen.
In tegenstelling tot Mr Micawber, die nu trouwens helemaal niets heeft.
Mijn familie vindt dat we Londen moeten verlaten.
En elders ons geluk moeten beproeven.
Mr Micawber is een getalenteerd man. -Ongetwijfeld.
Mijn familie is van mening...
dat een man met zijn mogelijkheden een toekomst heeft bij de douane.
Maar tot die tijd heb ik er vertrouwen in dat zich iets zal aandienen.
Liefste, een dronk op jongeheer Copperfield.
Welkom in ons huis.
Neemt u me niet kwalijk.
Als er iets is wat ik voor u kan doen.
Jongeheer Copperfield. Je bent zo goed.
Ik kan je niet als een vreemde behandelen.
Ik schaam me dan ook niet het je te zeggen.
De problemen van Mr Micawber zijn ons boven het hoofd gegroeid.
Wat vreselijk voor u.
We hebben alleen nog een stuk Hollandse kaas.
Dat is niet genoeg voor een jong gezin.
Verder hebben we niets meer te eten in huis.
Mr Micawber is met de kinderen naar de slager om nogmaals krediet te vragen.
Neemt u dit maar. Alstublieft.
Als een lening.
Dat kan ik niet aannemen.
Je zou wel iets anders voor me kunnen doen.
Zegt u maar wat.
Deze is van m'n vader geweest.
Mr Micawber is een gevoelig mens. Hij zou nooit willen dat ik dit...
Dat u het beleent?
Laten we zeggen, dat ik hier afstand van doe.
Dergelijke zaken zijn voor mij te pijnlijk.
Mag ik je vragen dit voor me te doen?
Maar natuurlijk.
Dat is mijn huis. Ik woon hier.
Wat is er gebeurd? -Ze zitten in de nor. Allemaal.
Eindelijk. U bent toch van de rechtbank?
Aan de kant, jij.
Let maar niet op hem.
Vooruit maar.
De bloem is verwelkt, het blad is verdord.
De god van het licht laat ons in de steek. Kortom...
Ik ben voor eeuwig verdoemd.
Ik zal je nooit in de steek laten. -Emma, mijn engel.
Hij is de vader van mijn kinderen.
Hij is mijn geliefde echtgenoot.
Ik zal Mr Micawber nimmer in de steek laten.
U moet niet huilen.
Ik ben naar de lommerd geweest zoals u me vroeg.
Copperfield, je bent onze held.
De huur van ons huis is tot het einde van de maand betaald.
Je hebt het recht in je kamer te blijven wonen.
Niemand kan daar iets aan doen.
Laat bij de slager kalfskoteletten halen en schapengehakt voor de kleintjes.
En een pint brandypunch.
Alsof m'n eigen ellende nog niet genoeg was...
werd ik nu ook gekweld door het gruwelijke lot van de familie Micawber.
Ik zag ze daar al voor eeuwig in het gevang.
De kinderen zouden geesten worden, als uitlopers van aardappels in 'n kast.
M'n vreugde was dan ook groot toen op een dag Mr Micawber me kwam ophalen.
M'n beste Copperfield. Kom mee.
Een tante van Mrs Micawber hoorde van ons lot en leende ons wat geld.
Voldoende om ons vrij te kopen uit die ellendige cel.
Voorwaarde was wel dat we ons buiten de stad zouden vestigen.
Iedereen instappen.
Onze tante heeft ons voorlopig weer gered.
Maar we wilden niet vertrekken zonder afscheid te nemen.
Je bent altijd zo aardig en behulpzaam voor ons geweest.
We hebben je nooit als huurder beschouwd.
Je was als een vriend.
M'n beste Copperfield, tot ziens.
Ik wens je veel geluk en voorspoed.
Ik mag hopen dat mijn lot voor jou een waarschuwing is geweest.
Dan heeft onze korte vriendschap nut gehad.
Iedereen instappen.
Mr Micawber, het lijkt me echt beter dat u nu instapt.
Mocht zich de situatie voordoen en dat zal ongetwijfeld...
dan zal ik alles in het werk stellen je vooruit te helpen.
Vaarwel.
Een tante. Mr Micawber had het over een tante.
Opeens dacht ik aan mijn legendarische tante, Miss Betsey Trotwood.
Een tante.
Een tante.
Woont die tante van je aan de kust? -Ja, in Dover.
Dat is niet naast de deur.
Ik heb geld genoeg voor de reis.
Mick Walker, wat heb jij daar? -Niks.
Noem je dat niks?
Hoe lang ik gelopen heb van Londen naar de kust, kan ik niet precies zeggen.
Ik had geen jas, m'n schoenen waren stuk...
en m'n hele fortuin, drie halve penny's, was gepikt door een ketellapper.
Ik weet nog dat m'n maag leeg was en dat ik rammelde van de honger.
En dat de weg die ik liep eindeloos leek.
Toen ik eindelijk aankwam bij m'n tante, was ik er slecht aan toe.
Nog steeds weet ik niet of ze iets te zeggen had over de grond voor haar huis.
Maar een ding waarover ze zich voortdurend druk maakte...
was het feit dat telkens weer een ezel over dat gazon liep.
Ezels, ezels.
Weg jij. -M'n vader stuurt straks politie.
Geleuter. Weg jij. -Maak dat je wegkomt.
Opgehoepeld.
Ik ben het. -Ik wil hier geen blagen.
Ik ben het, tante.
Ik ben David Copperfield uit Blunderstone.
M'n moeder zei dat u erbij was toen ik ben geboren.
Het was midden in de nacht en het stormde en u wilde dat ik 'n meisje was.
Janet, water.
Janet, het drankje.
Mr Dick, dit hier is David Copperfield.
En nu vraag ik u: Wat moet ik met hem aan?
Wat u met hem aan moet?
Wat u met hem aan moet? -Precies.
Geeft u mij eens een verstandig advies.
Als ik u was, zou ik hem in bad doen.
Mr Dick weet tenminste raad.
Zo dan, jongeheer David.
Janet, ezels.
Goed, we gaan al. Vort, ezel.
Welterusten, tante. -Ja, ja, welterusten.
We gaan naar Canterbury, naar Mr Wickfield.
Hoe vind je deze vlieger? Met een flinke rol touw.
Als hij de lucht ingaat, voert hij m'n woorden ver met zich mee.
Zo verspreid ik m'n werk.
We zijn voor donker weer thuis.
Daar zijn we dan. We zijn zo terug.
Mr Wickfield is m'n advocaat. Pak eens aan.
Ik zal nooit iets zeggen of doen...
voor ik de kwestie heb voorgelegd aan Mr Wickfield.
Goedendag, Mrs Trotwood.
Is Mr Wickfield thuis, Uriah Heep? -Jazeker.
Dit is mijn neef. Achterneef moet ik zeggen. David Copperfield.
Aangenaam kennis te maken.
Mr Wickfield is op z'n kamer.
Jij wacht hier.
Jongeheer Copperfield mag ook in mijn kamer wachten. Als hij dat wil.
Vooruit dan maar.
Komt u maar mee.
Dat is de dochter van Mr Wickfield. Agnes.
Uw tante is dol op Miss Agnes.
Maar wie is dat niet?
Zelfs mijn nederige persoontje.
U bent vast een heel goede advocaat.
Ik? Welnee, hoe komt u daarbij?
Ik ben maar een nederig mens.
Mijn moeder was ook heel nederig. Mijn vader deed ook nederig werk.
Hij was koster. -Wat is hij nu dan?
Nu zingt hij in het engelenkoor.
Dood, Mr Heep?
Helaas wel.
Hoe lang werkt u al voor Mr Wickfield? -Nu al weer vier jaar.
Aardig dat u dat vraagt.
Dan wordt u vast nog eens een partner. Wickfield en Heep.
Welnee, daarvoor ben ik veel te nederig.
Hebt u al een besluit genomen?
Nee, nog niet.
Maar laat ik je dit zeggen.
Ik ben niet dol op mensen die zaken ontvluchten.
Je moet de doornen van het leven grijpen. Dan zullen ze je niet steken.
Janet, ezels.
Maak dat jullie wegkomen. Dit is mijn land. Opgehoepeld.
Vooruit, van m'n land af. Hoe durven jullie hier te komen.
Van m'n land af of je zult het bezuren. -Tante.
Wat nu weer?
De Murdstones.
Miss Trotwood, deze ongelukkige knaap is koppig en opstandig.
Hij heeft een akelig karakter en hij is eigenzinnig en onhandelbaar.
Van alle jongens in de wereld is hij wel de slechtste.
Harde taal. -Niet als u weet hoe hij is.
Ik ben hier om hem op te halen en ik duld geen tegenspraak.
Ik zal gepaste maatregelen nemen.
Ik zal met hem doen wat me goeddunkt.
O ja? -Ik moet u waarschuwen.
Als u hier nu tussenkomt, zult u voortaan voor hem moeten zorgen.
Wel heb ik ooit.
Ik ga geen tijd verspillen. Is hij bereid mee te gaan?
Want zo niet, dan zal mijn deur altijd voor hem gesloten blijven.
En ik neem aan dat uw deur dan altijd voor hem open zal staan.
Hemeltjelief. David?
Wil je met hem mee?
Alstublieft, ik smeek u. Dwing me niet met hem mee te gaan.
Mr Dick, wat moet ik toch met deze jongen aan?
Ik zou hem een nieuw pak laten aanmeten.
Laat me u de hand schudden. Waar zou ik zijn zonder uw goede raad?
Het is mij heus niet ontgaan wat u haar allemaal hebt aangedaan.
De moeder van dit arme, ongelukkige, verwaarloosde kind.
U hebt haar beloerd en begluurd. En met haar geflirt vast en zeker.
U bent nog bang voor een gans.
Zoiets beledigends heb ik nog nooit gehoord.
Miss Trotwood, als u een heer was...
Praat toch geen onzin.
De brutaliteit. -Ik zal u eens iets zeggen.
Als u nog eens met uw ezel over mijn gazon loopt...
sla ik uw bonnet van uw hoofd en stamp ik erop.
Nog nooit van m'n leven heb ik een mens zoiets horen zeggen.
Mr Dick, het hek.
Vanaf nu mag u zich samen met mij voogd noemen van dit kind.
Voogd? Samen met u?
Heel graag.
Het is al goed. Ik dacht het volgende:
Ik noem je voortaan Trotwood. Trotwood Copperfield.
Lijkt dat je wat?
En zo begon ik een nieuw leven.
Met een nieuwe naam. Eigenlijk was alles nieuw.
Ik had mijn leven bij Murdstone en Grinby vaarwel gezegd.
Zelfs nu heb ik er nog moeite mee daarover te praten.
Ik ging naar de school van dr. Strong in Canterbury.
Ik logeerde bij Mr Wickfield en zijn dochter Agnes.
Zij had haar moeder nooit gekend.
Net als ik was ze enig kind.
Al snel werd ze mijn beste vriendin, mijn steun en toeverlaat...
en mijn geliefde zus.
En zo gingen de jaren voorbij.
Mijn tante vond dat ik advocaat moest worden en stuurde me naar Londen.
Ik kwam in de leer bij Spenlow en Jorkins van Doctor's Commons.
Goed zo. Kom toch verder.
Leg dat maar op mijn bureau.
Dit moet naar het kabinet van de Lord Chancellor.
Doe je dat?
Nu graag.
Pardon. -Het spijt me zeer.
Nee, het was mijn schuld. Mijn welgemeende excuses.
Traddles.
David Copperfield, hoe gaat het met je?
Wat leuk je te zien. Ik ben niet veranderd.
Ik ook niet. Loop even mee.
Dat was Tommy Traddles, mijn oude schoolvriend.
Mijn tante had een kamer voor me gehuurd en ik kreeg een kleine toelage.
Mijn werkgever, Mr Spenlow, had me uitgenodigd op zijn landgoed.
Mooi span, nietwaar?
Fletcher contra Fletcher.
Een geschil tussen twee neven over een stuk land.
Fletcher contra Fletcher. Uiterst lucratief.
De lucratiefste zaken in ons beroep zijn geschillen omtrent testamenten.
Dat kan een aardige duit opleveren.
Met argument en tegenargument, bewijs van woord en wederwoord et cetera.
En aangezien de kosten uit de nalatenschap worden betaald...
gaan beide partijen er met hart en ziel tegenaan.
En geld speelt dan geen enkele rol.
Werkelijk een schitterend huis.
Dit is mijn dochter Dora.
Ik zonk weg in een afgrond. Er was geen tijd voor twijfel, ik kon niet terug.
Ik was verloren.
Ik was tot over mijn oren verliefd op Dora Spenlow. En toen...
En dit is haar toegenegen vriendin en chaperonne, Jane Murdstone.
Helaas heeft Dora geen moeder meer.
Ik ken Mr Copperfield al.
Uit zijn kinderjaren.
Door omstandigheden hebben onze wegen zich gescheiden.
Ik zou hem nooit hebben herkend.
Ze had me betoverd. Ik ging op in een golf van geluk.
Nee, niet volledig. Nog altijd waarde dat spook daar rond.
Hoe heet hij? -Neem me niet kwalijk.
Loop je even mee?
Kan ik je even spreken?
Ik wil niet ontkennen dat ik niet dol op je was toen je nog klein was.
Misschien had ik het mis of misschien ben je veranderd.
Nu doet het echter niet meer ter zake.
Ik heb een mening over jou en jij hebt een mening over mij.
Maar die twee meningen hoeven niet per se te botsen.
Het zou beter zijn als dat uitbleef.
Ik stel voor dat we elkaar hier slechts beschouwen...
als vage kennissen.
Bent u het daarmee eens?
Ik had u beloofd dat ik zou terugkomen.
Haalt u samen herinneringen op?
Herinneringen? Daar is geen sprake van.
We kennen elkaar nauwelijks.
Nietwaar, Mr Copperfield?
Dat was het moment om de waarheid te vertellen.
Om die uit te schreeuwen.
Inderdaad.
In haar ogen zag ik triomf en voldoening.
Nu kan ik het inzien. Nu kan ik het rechtvaardigen.
Ik had de makkelijke weg genomen, die van de lafaard.
Mijn god, wat zou dat fatale moment van zwakheid een ellende brengen.
Goedemorgen, Mr Copperfield. -Dag, Miss Spenlow.
U bent vroeg aan de wandel.
De ochtend is altijd het mooist. Vindt u ook niet?
Nu is het inderdaad mooi.
Maar pas sinds u hier bent.
Is dat een compliment of is het weer ineens veranderd?
Het weer is niet veranderd.
Ik hoor dat u naar Parijs bent geweest.
Bent u er weleens geweest? Moet u doen, u zult ervan genieten.
Reist u veel?
Ik ga over twee dagen naar Yarmouth. Op bezoek bij oude vrienden.
Yarmouth ligt toch aan de kust?
Dat klopt. Miss Spenlow...
Dat nare mens. Ik snap niet hoe papa haar ooit heeft kunnen aannemen.
Het is heel vervelend altijd zo'n saai oud mens in m'n kielzog te hebben.
Bespreek het dan met uw vader. -Dat durf ik niet.
Uw vader vraagt naar u.
Hij wacht.
Vergeet niet dat wij hier slechts vage bekenden van elkaar zijn.
Het verleden is begraven.
Ik hoorde haar nauwelijks. Ik dacht alleen aan Dora.
Hoor je me wel?
In een soort trance keerde ik terug naar mijn kamer in de stad.
Ik probeerde wat aan mijn boek te werken, maar het lukte niet.
Ongetwijfeld had ik in elke zin de naam Dora geschreven.
Ik besloot afleiding te zoeken in het theater.
Mr Murdstone.
Wilde je net gaan?
Ik wilde naar het theater.
Ik zal je niet ophouden.
Vanmiddag ontving ik een brief van mijn zuster.
Het toeval heeft jullie kennelijk weer bijeengebracht.
Mijn zus heeft er geen behoefte aan dat het verleden wordt opgerakeld.
Onenigheden.
Daarmee heb ik al ingestemd.
En dat zal je ook nakomen, hoop ik.
Misschien ben je geneigd dingen te vertellen over haar en over mij.
Onaardige dingen.
Maar wij op onze beurt kunnen ook heel wat vertellen over jou.
Denkt u soms dat ik de behoefte heb het verleden op te rakelen?
Dat is voor mij veel te pijnlijk.
Dan zal ik je niet langer ophouden.
De huidige Mrs Murdstone.
Ik zou haar graag aan je voorstellen.
Maar je mag niet te laat komen voor de voorstelling.
Dat bleke, troosteloze wezentje achtervolgt me nog steeds.
Ik wist wat voor leven ze had.
Hoe hij het leven uit haar geperst had, zoals bij mijn arme moeder.
Ik wilde iets zeggen.
Maar ik durfde het niet en ik wist niets te zeggen.
Ik ging naar het theater.
Na de voorstelling ontmoette ik weer een geest uit m'n jeugd.
Nu eens geen boos spook dat de pijn boven bracht.
Maar een blijde geest die gelukkige momenten terugbracht.
Het was James Steerforth.
Vriend en beschermer van Salem House School.
Wacht nou even.
Je bent toch Steerforth?
Je herkent me niet meer, zie ik.
Heremetijd, de kleine Copperfield.
Nu ik je goed bekijk, ben je geen steek veranderd.
Mijn beste Steerforth, ik kan m'n geluk niet op.
Wat fijn je te zien. -Hoe kom je hier verzeild?
Ik heb het stuk gezien. Dat was werkelijk schitterend.
Mijn beste, kleine David.
Je bent 'n madeliefje.
Je bent groener dan een bloem in het ochtendgloren.
Dit was de slechtste voorstelling die ik van m'n leven heb gezien.
Het leek nergens op.
Excuses, de slijter was gesloten. Ik moest naar de herberg.
Werk je soms aan een boek?
Ach, het zijn maar verhaaltjes.
Je was altijd al gek op boeken.
En op liefdesverhalen.
Ik weet nog dat je me voorlas.
Ik krijg zelden bezoek.
Wanneer ga je naar Yarmouth? -Morgen.
In Londen is nu niets te beleven.
En ik wil eigenlijk een boot kopen. Als je wilt, hou ik je gezelschap.
Mijn beste Steerforth, dat zou geweldig zijn.
Dat is dan afgesproken.
En zo ondernamen we samen die noodlottige reis.
Tot binnenkort. -Het beste.
We gingen elk ons weegs. Steerforth wilde de stad verkennen.
Ik ging naar Peggotty en haar man Barkis, die ziekelijk was.
Mijn lieve knul.
Laat me je eens goed bekijken.
Barkis zal zo opgetogen zijn.
Het zal hem meer goed doen dan z'n zalf. -Hoe is het met hem?
Slecht. Erg slecht.
Hij heeft reumatiek.
Kom maar verder, dan kun je hem zien.
Kijk eens, Barkis. Tijd voor je medicijn.
Jongeheer David?
Bent u dat? -Jazeker, Mr Barkis.
Neemt u me niet kwalijk dat ik u geen hand geef.
Maar als u de pluim van m'n slaapmuts wilt schudden...
zou ik dat heel aardig vinden.
Het spijt me u hier zo te zien.
Ik zou meelij met mezelf hebben.
Als ik niet zo'n bijzondere vrouw had.
Ze is de hardst werkende en beste vrouw die er bestaat.
C. P. Barkis. -Hou nou maar op.
Het is de waarheid.
Een waarheid als een koe.
Net zo echt als belasting.
En reken maar dat die echt is.
Een woeste plek, vind je ook niet? -De zee brult alsof hij ons wil vangen.
Daar is het dan.
Dat is de kleine Emily.
Hoe is het met je? -Heel goed.
Dit is mijn vriend Steerforth. Ik heb je over Emily verteld.
Je was de vriendin van Bloem. Jullie speelden en droomden samen.
Hij zou schrijver worden en jij 'n dame. -Heb je hem dat verteld?
Hoe kan ik het anders weten?
Het was een dwaze droom.
Nu ben ik ouder. -En wijzer.
Dat hoop ik.
We ruilen onze dromen in voor wijsheid.
Ik vraag me af of het een goede ruil is.
Kleine Emily is niet mijn dochter. -Dat was me al duidelijk.
Maar ik hou zielsveel van haar. -Dat kan ik me voorstellen.
Nu is er een zeker persoon...
en hij kent Emily vanaf het moment dat haar vader is verdronken.
Hij is geen schoonheid.
Hij heeft wel iets van mij. Ook zo ruig. Een echte zuidwester.
Hij is een zeebonk, maar hij is ook een aardige vent.
En hij heeft z'n hart op de juiste plek.
En wat denk je dat deze pekbroek opeens doet?
Hij verliest dat hart van hem aan onze kleine Emily.
Op een avond komt Emily thuis van haar werk.
En ze heeft hem bij zich.
Luister eens, roept hij vrolijk.
Zij hier wordt mijn kleine vrouwtje.
En toen zei zij brutaal maar ook verlegen:
Ja oom, vindt u het goed?
Of ik het goedvind.
Pak allemaal jullie glas. U natuurlijk ook, Mrs Gummidge.
Laten we drinken op onze Emily...
en haar Ham.
Op Emily en Ham.
Een aardige, mooie jongedame, die Emily.
Hij is wel wat achterlijk voor een vrouw als zij. Vind je niet?
Maar het is hier leuk en het zijn aardige mensen.
Het is een hele verandering om met die mensen om te gaan.
De volgende dag ging ik naar Blunderstone.
Naar het kerkhof waar mijn ouders zij aan zij begraven lagen.
De wind en de taxusbomen fluisterden van vroeger.
Van gelukkige tijden voor de komst van Murdstone.
Maar ze leken nog iets te fluisteren.
Een naam.
De naam Dora Spenlow.
Ik was eerder terug dan verwacht.
Die naam gonsde door mijn hoofd. Het leek wel een betovering.
Het was me een genoegen.
Ben je weer terug?
Ik kwam haar toevallig tegen. Aardig meiske, ook al is ze ongeletterd.
Luister even.
Mocht er iets gebeuren dat ons van elkaar scheidt...
denk dan vooral terug aan m'n goede kanten.
Ik meen het.
Laten we dat afspreken. -Ik zie geen goede of slechte kant.
Je bent mijn vriend zoals je bent.
Gelukkig.
Houdt u van muziek? -Dit is heel mooi.
Miss Spenlow... -Dit is een prachtig stuk.
Hier word ik zo bedroefd van.
Mijn allerliefste Dora.
Ik hou van je.
Sinds onze eerste ontmoeting denk ik elke seconde aan je.
Zonder jou zal ik sterven. Doe me dat niet aan.
Zeg dat jij ook van mij houdt.
Zonder toestemming van papa kan ik niet trouwen.
Dat betekent dus...
Dora, mijn liefste. Laten we het hem meteen vragen.
Dat kan nog niet. Eerst moet je je gevestigd hebben.
Dat kan nog jaren duren. Dat hou ik nooit vol.
We moeten voorzichtig zijn, anders wordt papa boos.
Niet zo bedroefd. We zullen elkaar vaak zien.
En je mag me schrijven.
Echt waar?
Maar alleen in het geheim.
Stuur je brieven maar naar mijn meid Hetty.
Dora, mijn engel.
Goedenavond, Mr Wickfield. -Dit is Mr Waterbrook.
Ik heb je tante vorige week gezien. Ze maakt het goed. Zoals altijd.
Ga nu maar snel naar Agnes. Daar staat ze.
Dank u.
Agnes, wat fijn je weer te zien.
Vertel me snel hoe het gaat, voor ze ons storen.
Hoe bevalt Doctor's Commons je en heb je je boek al af?
En op wie ben je verliefd?
Ten eerste, Doctor's Commons bevalt uitstekend.
Ten tweede, ik denk niet dat ik mijn boek ooit af zal maken.
En ten derde. Hoe kom je erbij dat ik verliefd ben?
Wij zijn toch als broer en zus? Denk je dat ik je niet ken?
Misschien ben ik veranderd.
Nee maar, volgens mij ben je echt verliefd.
Ik neem aan dat je boek voorgaat.
Waarom zeg je dat je het nooit zult afmaken?
Het is een onsamenhangend rommeltje.
Is er dan geen rode draad? -Dat wel.
Wat dan? -Het moderne bestaan.
Ik wil er een roman van maken, maar ik zou niet weten hoe.
Doe het dan niet. Laat het zoals het is.
Noem het Schetsen van het moderne bestaan.
Ik kan geen boek vullen. -Schrijf er dan nog meer.
Nee maar, jongeheer Copperfield.
Eigenlijk moet ik meneer Copperfield zeggen.
Uriah Heep? -Ik ben nog zo gewend aan 'jongeheer'.
Hoe gaat het met je?
Het is een eer dat u me herkent tussen de sterren van het juridisch firmament.
Ik ben getroffen door diepe nederigheid.
Mijn vader.
Kijk nu toch eens.
Ik ben daar gewenst. Excuseert u mij, jongeheer, ik bedoel Mr Copperfield?
Wat voor de duivel moet hij hier?
Papa heeft hem partner in de firma gemaakt.
Het is echt waar. -Hoe kan dat? En waarom?
Hij profiteert van de zwakheden van m'n vader. Hij maakt misbruik van hem.
Papa is bang voor hem.
Doe het voor mij en voor papa, maar wees aardig tegen Uriah.
Ik neem mijn dochter even mee.
Wat leuk. -Ik wil je voorstellen aan sir George.
George, ken je Spenlow al?
Mijn liefste Dora. -Pas op, papa mag het niet weten.
Ik had je hier niet verwacht. -Papa wilde dat ik meeging.
En dan te bedenken dat ik niet wilde.
Heb je mijn brief gekregen?
Stil toch. -Nou?
Malle jongen. Zoveel woorden.
Ik begreep de helft niet.
Mag ik u voorstellen aan Miss Wickfield? Agnes, dit is Miss Spenlow.
In Canterbury logeerde ik bij de familie Wickfield.
Bent u net aangekomen?
Excuseert u ons? Ik wil je voorstellen aan sir George Dixon.
Bent u familie van Spenlow en Jorkins? -Dat is mijn vader.
M'n beste Traddles, wil je me even excuseren?
Wat vind je van Miss Wickfield?
Ze is heel aardig. En zo intelligent.
Met haar als vriendin zou ik ook intelligent zijn.
Onzin. -Ze is zo belezen.
Ze leest over po�zie, geschiedenis en filosofie.
Ze maakt me haast bang. -Jij leest toch ook wel eens?
Alleen domme romans over graven en diamanten en fatale liefdes.
Hoe kun je verliefd geworden zijn op mij?
Ik kon gewoon niet anders. -Stel dat we elkaar niet hadden ontmoet.
Stel dat we nooit geboren zouden zijn.
Wat vond je van Miss Spenlow?
Wil je beweren dat je niet verliefd bent?
Wat vind je van haar?
Weet haar vader het?
Wees dan voorzichtig.
Wat een geweldig feest. Alleen heb ik nauwelijks met u kunnen praten.
Ik neem aan dat u vernomen hebt dat mijn positie is veranderd.
Mr Wickfield is toch zo'n waardig man. Maar hij is onnadenkend geweest.
Dit kan ik tegen niemand anders vertellen dan u.
Het zou een groot verlies geweest zijn en een grote schande.
Gelukkig heb ik hem kunnen redden.
Daarom heb ik nu een positie waarvan ik nooit heb durven dromen.
Proficiat. -Dank u zeer.
U zult toch niet twijfelen aan mijn nederigheid als ik u iets toevertrouw?
Vond u ook niet dat Miss Agnes vanavond wel bijzonder mooi was?
Zeer zeker.
Dank u wel. -Waarom bedank je mij?
Voor het vertrouwen dat ik zo vrij ben in u te stellen.
Ik mag dan wel een zeer nederig mens zijn...
maar ik heb Agnes Wickfield al jaren geleden in m'n hart gesloten.
Met grote genegenheid vereer ik de grond waarop Agnes loopt.
Heb je haar verteld van je gevoelens?
Hemeltje, nee. U bent de enige die het weet.
Ze is nog erg jong.
Er is geen haast bij. Ik wil nog verder hogerop.
De tijd dat ik haar laat delen in mijn hoop, komt nog.
Als de gelegenheid zich voordoet.
Ik moet nu deze kant op.
Ik die kant. -Dan nemen we hier afscheid.
Ik hoop dat u dit onder ons zult houden en dat u mij niet zult dwarsbomen.
Dat zou ik op prijs stellen.
U bent als een broer voor haar.
U wilt haar toch geen verdriet doen?
Ik wens u een goede nacht.
Daarna was ik te boos om helder te kunnen denken.
Maar toen ik mezelf hervonden had en de zaken overdacht...
besloot ik dat 't het beste was om niets te doen.
Om het voor mezelf te houden.
De lezer begrijpt inmiddels misschien de wijsheid van mijn oordeel.
Rond die tijd nuttigde ik eens een zeer onsmakelijk maaltijd bij Traddles.
En daar ontmoette ik alweer een oude vriend.
Op onze schooltijd.
Weet je nog dat ik slaag kreeg van die oude Creakle?
Je kreeg elke dag slaag van Creakle. Hij was een bruut.
Misschien is dat wel zo, maar we hebben daar ook veel plezier gehad.
Weet je nog dat jij ons 's avonds altijd verhalen vertelde?
Ik denk dat dat mijn huisbaas is.
Voor de huur.
Goedenavond, Mr Micawber.
Mr Micawber, hoe maakt u het?
Aardig dat u dat vraagt. Ik mag niet klagen.
En hoe maakt Mrs Micawber het? -Zij mag, God zij dank, ook niet klagen.
En de kinderen?
Het doet me genoegen u mee te delen dat zij in goede gezondheid verkeren.
Nee maar. Heb ik misschien 't genoegen Copperfield hier terug te zien?
Mr Micawber, wat geweldig u weer te zien.
Mijn beste Copperfield.
Mrs Micawber, kom eens vlug.
Hier is ene Copperfield die graag de kennismaking met je wil vernieuwen.
Mijn beste Copperfield.
Dit is heerlijk.
Dit doet me denken aan de meer welvarende tijden voor mijn gezin.
Maakt u nu moeilijke tijden door?
Tot voor kort was ik handelaar in granen.
Niet een beroep dat ik rendabel zou durven noemen.
Het leverde niets op, begrijpt u?
Mr Micawber is momenteel zonder beroep of betrekking.
En waar ligt de schuld daarvoor?
Bij de samenleving.
Mr Micawber moet de samenleving de handschoen toewerpen en zeggen:
Wie durft deze handschoen op te nemen? Die mag meteen naar voren komen.
En hoe zou hij dat moeten doen? -Door te adverteren in de kranten.
Weet u wat Mr Micawber zou moeten doen voor zichzelf...
en voor de samenleving?
Hij zou in alle kranten moeten adverteren.
Hoe is het met hem?
Hij is er heel slecht aan toe.
Hij komt weer wat bij.
Mijn lieve Barkis.
C.P. Barkis.
De fijnste vrouw die er bestaat.
Jongeheer Davy is er.
Barkis...
is bereid.
Ik nam het op me de broer van Peggotty te berichten over het verlies.
Niet wetende dat hun verlies veel groter was.
Ham, wat is er gebeurd?
Vertel me alsjeblieft wat er gebeurd is.
Ze is weggelopen.
Kleine Emily.
De trots en hoop van mijn hart.
Ze is weg.
Als jij, die zoveel meer van me hield dan ik verdiende...
Als je dit leest, zal ik al ver weg zijn.
Als ik mijn geliefde huis achterlaat, zal ik er nooit meer terugkeren.
Tenzij hij een dame van me maakt.
Het was uw schuld niet, jongeheer Davy.
We zullen u niets verwijten.
Niet mijn schuld? Hoe bedoelt u?
De naam van die man is Steerforth. -En hij is een grote schurk.
Waar ga je heen, Daniel?
Ik ga op zoek naar onze arme nicht en dan breng ik haar terug.
Nee, ga toch niet.
Ik zal haar vinden, waar ze ook is.
Als mij iets overkomt, zeg dan dat dit m'n laatste woorden voor haar waren:
Altijd zal ik van mijn lieve meisje houden.
En ik vergeef het haar.
Het was de eerste in een reeks van grote schokken...
die mijn jonge leven de een na de ander troffen.
De tweede was lichter, maar de gevolgen waren enorm.
Het begon met een onschuldig bezoek aan Mr Micawber.
Beste vrienden, het zal jullie ongetwijfeld niet zijn ontgaan...
dat er iets te gebeuren staat.
Ik ga me vestigen in een der provinciale steden van ons geliefde eiland.
En wel in verband met een hooggeleerd beroep.
We staan op 't punt van verhuizen.
Mijn excuses voor het hiermee gepaard gaande ongemak.
Mijn gezin ziet dit misschien als vervelend...
maar ik ben een vrouw en een moeder en ik laat Mr Micawber nooit in de steek.
Ikzelf vind het geen straf om in een domstad te wonen.
Gaat u naar een domstad? -Jazeker, Canterbury.
Ik ben een verbintenis aangegaan krachtens welke ik ga werken...
voor Mr Uriah Heep.
Ik zal voor hem gaan werken in de functie van procuratiehouder.
Kent u Mr Heep soms?
En of ik hem ken.
Ik voel me verplicht u voor hem te waarschuwen.
M'n beste Copperfield, ik moet je erop wijzen...
dat het de suggestie van Mrs Micawber was die hiertoe heeft geleid.
Ik heb de handschoen geworpen in de vorm van een advertentie.
En die is opgepakt door mijn vriend Heep.
Uw vriend?
Dat is tenminste wat ik hoop.
Ik ken Uriah Heep al vanaf dat ik jong was.
Hij is een vals, achterbaks heerschap.
Traddles weet het.
Hij wordt onder collega's niet bewonderd, maar zeer gevreesd.
Dat zijn uitspraken die je aan het denken zetten.
Maar beide partijen hebben zich reeds financieel gebonden.
Ik verwacht grote problemen...
mocht ik trachten onder deze verbintenis uit te willen komen.
Mr Heep heeft al onze schulden betaald.
Er is geen weg meer terug.
De familie Micawber verhuisde.
Agnes schreef me regelmatig.
Hoewel haar brieven geen reden gaven tot zorg, was ik er niet gerust op.
Mr Copperfield, kom je even in mijn kantoor?
Miss Murdstone, laat u Mr Copperfield eens zien wat u mij net hebt laten zien.
Als ik me niet vergis, is dit jouw handschrift.
Dat is juist.
Dank u, ik zal u niet langer ophouden.
Mijn broer is speciaal gekomen, hoewel zijn vrouw pas dood is en hij nog rouwt.
Zo is het genoeg.
Mijn verdriet doet nu niet ter zake.
Mijn zuster heeft nog meer te zeggen.
Uw zuster heeft genoeg gedaan.
Dit is nu een zaak tussen mij en Mr Copperfield.
Goed dan.
Ik protesteer. Het gedrag van Mr Copperfield is schandalig.
Jane Murdstone, hou je nu je mond?
Zo Mr Copperfield, heb je hier iets op te zeggen?
Ik heb hier niets op te zeggen, alleen dat alles mijn schuld is.
Dora... -Je bedoelt zeker Miss Spenlow?
Ik heb Miss Spenlow ertoe overgehaald dit geheim te houden en dat spijt me.
Maar ik hou van haar.
Durf jij me zomaar te zeggen dat je van mijn dochter houdt?
Hoe anders kan ik mijn gedrag verklaren? -Is het hiermee dan verklaard?
Besef je eigenlijk wel hoe jong mijn dochter nog is?
Hoe jong jij bent, wat je vooruitzichten zijn...
en hoe lang het nog duurt voor je zelf inkomen zult hebben?
Ik heb ook mijn boek nog.
Boek? -Ik heb een boek geschreven.
Het ligt bij de uitgever. Het kan flink wat opleveren.
Wat een uitzinnige idee�n heb je toch.
Ik weet niet wat ik hierop moet zeggen.
Spreek met vrienden. Met mensen die meer levenservaring hebben.
En luister naar hun advies.
En voorlopig verbreek je elk contact met m'n dochter. Kan ik op je rekenen?
Jawel.
Geef je me je woord...
als een heer? -Ik geef u mijn woord als een heer.
Doe het netjes. Let op je werk.
Ik besloot mijn tante op te zoeken in Kent.
Wie schetst mijn verbazing toen ik haar aantrof in mijn woning.
Mijn lieve tante.
Wat een onverwacht genoegen.
Hoe gaat het?
Mr Dick, hoe maakt u het? -En hoe maakt u het?
Vindt u de sofa niet prettiger?
Nee, dank je. Ik verkies om op mijn eigendom te zitten.
Zoals u wilt.
Trot, moet men altijd volhardend en onafhankelijk zijn?
Dat hoop ik. -Wat denk je?
Ik denk van wel.
Waarom stelt Betsey Trotwood het dan zo op prijs op haar eigendom te zitten?
Ik zou het niet weten. -Omdat dit alles is wat ze bezit.
Omdat ze geruineerd is.
Betsey Trotwood bezat een kapitaaltje.
Tegen het advies van haar financieel adviseur Mr Wickfield in...
investeerde ze in een goudmijn en verloor.
Daarna in een bank. Weer verloor ze.
Tenslotte in een rederij en dat werd haar definitieve ondergang.
Ik heb de situatie eens bekeken.
Ik heb dit geval zelfs besproken met...
Mr Jorkins.
Op het eerste gezicht vind ik geen gronden...
Geen juridische gronden waarop je tante dit contract kan be�indigen.
Ook heeft ze geen recht op teruggave van haar geld.
Uiteraard, als ik het in deze zaak alleen voor het zeggen had...
Maar je kent Mr Jorkins.
Ik vraag me af...
Het kan wachten.
Zou u het erg vinden als ik deze kwestie zou voorleggen aan Mr Jorkins?
Ga gerust je gang.
Maar wilt u mij dan excuseren?
Ik heb een afspraak op het kabinet van de Lord Chancellor.
Ik moet nu echt gaan.
Het spijt me, maar ik kan je niet helpen.
Ik heb ook een dringende afspraak bij de bank.
Mijn tante geeft me geen toelage meer.
Als ik hier moet werken zonder salaris, waar moet ik dan van leven?
Ik begrijp je probleem.
Maar als Mr Spenlow bezwaar heeft... -Persoonlijk heeft hij geen bezwaar.
Persoonlijk. -Maar er is wel degelijk een bezwaar.
Het is een hopeloze zaak. En nu moet ik toch echt naar de bank.
Als ze het niet willen, is daar niets aan te doen.
Laten we de kwestie Betsey Trotwood eens even onder de loep nemen.
Mr Dick krijgt honderd pond per jaar.
Ik heb wat contanten en het huis. Meer niet.
U zult het huis moeten verhuren.
Boven is een kleine kamer. Die is wel geschikt voor Mr Dick
U kunt de slaapkamer gebruiken. Ik slaap wel op de sofa.
En wat het geld betreft, ik heb altijd nog mijn boek.
Als dat iets oplevert, kan ik weg uit Doctor's Commons.
En bovendien kan ik met Dora trouwen.
Stil jij.
Nee maar, wil je zeggen dat je verliefd bent?
Ik hou van haar met heel m'n hart. -Dora Spenlow?
Ze moet wel heel bijzonder zijn.
Niemand kan zich ook maar voorstellen hoe ze is.
Toch niet raar?
Toch niet wuft?
Ik vraag het alleen maar. Hoe dan ook.
We moeten ons niet laten afschrikken door tegenslagen.
We zullen deze tegenslag te boven moeten komen.
Ik ging naar Kent en vond een huurder voor het huis.
Toen ging ik naar Mr Wickfield, waar ik zou dineren met hem en Agnes.
Mijn beste Copperfield. -Mr Micawber.
Ik ben heel blij je weer te zien.
Hoe bevalt de advocatuur u?
Voor een man met een grote fantasie kent het zijn beperkingen.
In juridische correspondentie is het niet toegestaan...
dat men zich al te uitbundig uitdrukt.
Maakt uw vrouw het goed? -Zeker en u bent natuurlijk uitgenodigd.
Wij zijn in afwachting van een meer passende behuizing.
Nu wonen wij in het voormalige nederige onderkomen van Mr Heep en z'n moeder.
Waar woont Uriah dan? -Hier.
Met zijn moeder? In dit huis?
Haar verschijning deed me Uriah en zijn daden op slag vergeten.
Ik dacht niet aan haar problemen, alleen aan die van mij.
Ik geloof dat ik gek word.
Ik hou zoveel van haar, dat ik niet kan eten of slapen.
Haar vader heeft me verboden haar te zien of haar te schrijven.
Al was er maar een sprankje hoop, maar dat is er niet.
Mijn ziel kan deze ellende niet aan.
Ik wil er een eind aan maken.
Anders heb ik geen andere keuze dan haar te schaken.
Zeg dat alsjeblieft niet. Je kwelt me.
Kwel ik jou?
Hoe bedoel je?
Wat mag ik niet zeggen? Mijn lieve zusje.
Alsjeblieft, zeg het me toch.
Ik wil niet dat je praat over wilde, onmogelijke idee�n.
Dat je haar wilt schaken.
Dingen waarmee je jezelf en haar zult ruineren.
Waarmee je het contact verbreekt met degenen...
die van je houden.
Mijn lieve Agnes.
Denk je dat ik dat zou doen?
Dat weet ik niet.
Mijn tante aan wie ik alles te danken heb in de steek laten?
Dat nooit.
Maar soms, midden in de nacht...
als ik niet kan slapen...
hoor ik een duivelse stem die me toefluistert:
Had je er de moed maar voor.
Toen Uriah en z'n moeder aan tafel verschenen...
werd me duidelijk hoe groot zijn macht in dit huis eigenlijk was.
Met pijn in m'n hart zag ik hoe vaak Mr Wickfield zijn eigen glas volschonk.
Zullen wij ons terugtrekken?
Blijf vanavond niet te lang op.
Weet u, we zien onze gast zo zelden.
Ik stel voor dat we hem verwelkomen met een dronk.
Op uw gezondheid en uw geluk.
Kom partner, ik wil nog een dronk uitbrengen.
Op Agnes Wickfield.
Agnes Wickfield is wat mij betreft de goddelijkste van alle vrouwen.
Ik hoop dat ik dit onder vrienden kan zeggen.
Haar vader te mogen zijn is al een bijzondere gunst.
Maar om haar man te mogen zijn...
Ga zitten, Wickfield.
Als ik zeg dat ik uw Agnes tot de mijne wil maken...
heb ik daar alle recht toe.
Meer recht dan anderen, durf ik zelfs te beweren.
Denk je dat echt?
Laat me los. -Rustig aan, Wickfield.
Die man is mijn marteling.
Stap voor stap heeft hij me beroofd van mijn goede naam...
van mijn rust en mijn huis.
Dankzij mij hebt u uw goede naam en uw rust en uw huis mogen behouden.
Denk aan Agnes, denk aan uw dochter.
Wat was dat voor kabaal?
Kom, papa.
Morgen lossen we dit probleem wel op.
Mr Wickfield begrijpt waar z'n belangen liggen. Als hij niet dronken is.
Hebt u ooit een peer geplukt voor die rijp was?
Nee? Dat heb ik dus gedaan.
Daarnet.
Maar die peer zal rijpen.
En daar moet ik voor zorgen.
Ik heb alle tijd.
Denk erom, ik kan hem ten gronde richten.
Ik kan Wickfield achter de tralies brengen.
Dat lieg je. -O ja?
Vraag het hem maar. Vooruit, vraag het hem dan.
Vraag hem naar de diamanten van Richborough.
Je bent een walgelijke leugenaar.
Kan ik dan niets doen?
En ik heb je nog wel geplaagd met mijn eigen zorgen.
Offer jezelf nooit op uit plichtsbesef.
Denk erom dat je niet trouwt met dat sujet.
Ik maak me nog liever van kant.
Ik denk dat ik misschien nooit zal trouwen.
Toen besefte ik het.
Ik besefte, hoewel niet duidelijk, wat ik werkelijk voor haar voelde.
Ik zei geen woord. Wat moest ik zeggen?
Hoe het ook zij, het lot zou uitkomst bieden.
Dood.
Het hart.
Dit is uw contract met Mr Spenlow.
Maar nu hij...
Dood is, bedoelt u? -Inderdaad.
Nu is hij inderdaad wat u net zei.
Derhalve is dit contract be�indigd en daarmee ook uw betrekking hier.
Normaliter zou uw tante recht hebben op teruggave van het betaalde leergeld.
Dat zou dan moeten komen uit de nalatenschap van de...
Van de overledene?
Precies, van de...
wat u net zei.
Maar helaas zijn de omstandigheden niet normaal. Verre van dat zelfs.
Er is geen geld. -Maar dat moet.
Geen cent.
De uitgaven van Mr Spenlow gingen zijn inkomen kennelijk ver te boven.
En het huis? -Gehuurd.
En het rijtuig? -Gehuurd.
Hoe moet het nu verder met Miss Spenlow?
Het is vreselijk.
Er is geen geld.
Ik weet niet meer wat ik nu moet doen.
Als jij me in de steek laat, zal ik sterven.
Dan zal ik zeker sterven.
Met deze ring trouw ik met je.
Met mijn lichaam zal ik je eerbiedigen.
En al mijn bezittingen zal ik je schenken.
In naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, amen.
Ben je nu gelukkig, malle jongen? -Heel gelukkig.
Heel erg gelukkig.
Was ik wel gelukkig?
Ik had m'n boek verkocht. Het had niet veel opgebracht, maar voldoende.
We kochten een huisje buiten Londen.
Mijn tante en Mr Dick bleven in m'n oude woning.
We hadden een slons van een meid, Mary Ann.
Haar referenties bevatten meer fictie dan ik ooit zou schrijven.
Haar uitgaven waren fenomenaal, maar er was nooit iets in huis.
Dit komt nooit goed. Die ellendige rekeningen.
Die ellendige getallen. Niets klopt.
Ze bezorgen me hoofdpijn en jij weigert me te helpen.
Is het een grote knoeiboel?
Wel een beetje.
Ik kijk er morgen wel naar.
Kun je het me nu niet leren? -Ik loop al achter met m'n boek.
Volgens mij geef je meer om je boeken dan om mij.
Je was liever met je boeken getrouwd dan met mij.
Hoe vaak moet ik je nog zeggen dat we hiermee ons brood verdienen?
Als ik niet rustig kan schrijven, verhongeren we en mijn tante met ons.
Ze is gevonden. Mijn lieve meisje is gevonden.
Ze had 'm verlaten. -Steerforth?
Precies. Ze is alleen teruggekomen naar Londen. Ze was bijna dood.
Mr Peggotty toch. -Ze zal het wel overleven.
Het komt nu goed.
Ze dacht dat ze zou sterven en schreef naar Yarmouth. Zodoende weet ik het.
Waar is ze nu? -Ze is hier, in Londen.
Ze is er nog steeds niet bovenop. Maar ik zal haar verzorgen.
En als ze beter is, neem ik haar mee.
Ver hier vandaan.
Vandaag kreeg ik weer een brief uit Yarmouth.
Hij gaat erheen met zijn boot uit Grimsby.
Hij wil naar haar op zoek.
Zou u daar misschien heen willen gaan?
Uiteraard.
Ik zal alles doen.
Zeg hem dan dat mijn nicht hem nooit meer wil zien.
Ze wil hem niet meer. -Goed.
Ik reed die nacht door een zware storm.
De regen kwam in hevige vlagen vanaf de kust als zwepen van staal.
Toen ik in Yarmouth aankwam, was de storm eindelijk uitgeraasd.
Davy, mijn lieve jongen.
Wat kom je hier doen? Je hebt me niet geschreven.
Mijn hemel. -Wat is er?
Je bent hier voor hem, voor Steerforth.
Hemeltjelief. -Wat is er dan?
Zijn schip is vergaan in de storm. Dicht bij de kust.
Ik heb het gezien. Het schip werd heen en weer geslingerd.
Als een wanhopig, waanzinnig wezen.
Toen kwam er een golf als een hoge groene heuvel.
Er bleef niets van over.
Hij lag daar alsof hij sliep.
Zoals ik hem op school vaak had zien liggen.
Die winter was het bitter koud.
Dora was constant ziek en vaak moest ze het bed houden.
Op een dag ontving ik een brief in het uitbundige handschrift van Mr Micawber.
Tante, Traddles.
Hij heeft ook zo'n brief.
Kom toch verder.
Strikt geheim en vertrouwelijk.
Beste Copperfield, dit is de uitbarsting van een lang onderdrukte vulkaan.
Het resultaat van een innerlijke strijd die zich niet licht in woorden laat vangen.
De strijd is nu gestreden. -Ik schud niemand de hand...
voor dat ellendige serpent is verwoest. -Die Uriah Heep.
Hij wil dat we naar Canterbury komen. -Dus we gaan.
Hij komt.
Dames, heren, u zult getuige zijn van een uitbarsting.
Heren, denk erom. Als ik u het sein geef, grijpt u hem.
Nee maar, wat een onverwacht genoegen.
Zoveel oude vrienden bijeen.
Waarom ben je niet aan het werk? Vooruit.
Vooruit, ik spreek zo nog wel.
Er is een schurk op deze aarde over wie ik al te veel heb gezegd.
En de naam van die schurk is Heep.
Mr Wickfield, wilt u zo goed zijn de aanwezigen hier te vertellen...
wat u mij in een moment van wanhoop en verdriet hebt toevertrouwd?
Kortom, het verhaal van de verdwijning van de diamanten van Richborough.
Mijn cli�nt sir George Richborough had die juwelen aan mij toevertrouwd.
Ik moest ze naar Londen brengen voor de verkoop.
Daar ben ik ze kwijtgeraakt. -Nee, u was dronken.
U bent ze verloren of u hebt ze laten stelen.
Laten stelen.
Ik zou het op prijs stellen als de aanwezigen dat woord willen onthouden.
Ik was zo dom om mijn cli�nt niet de waarheid te vertellen.
Ik probeerde het verlies te verdoezelen.
Ik moest geld lenen om sir George te betalen.
Ik moet dit doen. -Ga zitten.
Geef me je hand.
De rente van die lening was moordend. Al gauw had ik torenhoge schulden.
Ik wilde het geheimhouden en was zo stom...
om geld te lenen van m'n eigen klerk, Uriah Heep.
Sinds hij me in z'n macht heeft... -Zo is het genoeg.
De aanwezigen willen nu misschien een andere versie van het verhaal horen.
Een versie die een ander licht op de zaak werpt.
De juwelen zijn gestolen.
Door de ongrijpbare, eeuwige huichelaar en zwendelaar Heep.
Dat zijn alleen maar woorden.
Opgeblazen, lege woorden.
Bewijs het.
De grote schurk, de onuitstaanbare boef, de onverbeterlijke bedrieger...
deze galgenbrok Heep verlangt bewijs. Welnu, hier is je bewijs.
Dat is mijn geldkist. Hoe durf je.
Uriah, wees toch nederig.
Ga weg. -Wees nederig en beken.
Stil. Ik zal ze nederigheid leren.
O ja? Grijp hem.
Laat me los, Micawber.
Ik krijg je nog wel. Ik vermoord je.
Wees toch nederig. Mijn Uriah wil echt nederig zijn.
Luister niet naar wat hij zegt. -Hou toch je mond, moeder.
De diamanten van Richborough.
Hoe wist jij dat?
Hoe wist je dat ze daarin zaten?
Ik heb je nooit kwaad willen doen.
Je hebt me verraden. -Niet waar, ik zou nog liever sterven.
Ik wilde alleen maar zien hoe het zou staan om mijn hals.
Ik heb hem er maar heel even uitgehaald.
Om even om te doen.
En toevallig was ik daar getuige van. In het geheim.
Het was maar even.
Maar lang genoeg om onomstotelijk te bewijzen hoe de vork in de steel zat.
Kortom, om je schuld te bewijzen.
Ik heb je altijd gehaat, Copperfield.
Je bent niets meer dan een parvenu.
Altijd heb je je tegen me gekeerd.
Hier is al het geld dat hij heeft verduisterd. Hij heeft alles opgepot.
Mijn kapitaaltje. Ik heb alles weer terug.
Maar u zei dat u het had verloren.
Mr Wickfield zou het investeren.
Ik dacht dat hij het verduisterd had, daarom heb ik dat verhaal verzonnen.
Dat was heel nobel van u.
U hebt zijn goede naam gered.
En daarmee zijn leven.
Slaapt hij nu?
Hoe kan ik u ooit bedanken?
David kent mensen in Yarmouth en die gaan naar Australi�.
Naar Australi�?
U zou met hetzelfde schip kunnen reizen. Lijkt dat u iets?
Een kapitaal idee. -Maar kapitaal is juist het probleem.
We hebben geen geld.
Maar uw man heeft ons een grote dienst bewezen.
Als u geld nodig hebt, krijgt u dat van mij.
Dat zou ik niet aan kunnen nemen. -Daar is Mr Micawber te trots voor.
Maar als u mij de gewenste som zou kunnen voorschieten.
Tegen vijf procent per jaar, waarvoor ik persoonlijk garant zal staan.
En als u mij dan respectievelijk 12, 18 en 24 maanden wilt gunnen.
Dan heb ik tenminste tijd om iets te ondernemen.
Ik weet zeker dat Australi� de juiste kansen biedt voor mij en m'n gezin.
In dat wilde, verre land zal er vast en zeker iets buitengewoons te vinden zijn.
Wat ik nu vertel, is zo pijnlijk.
Al vanaf het begin van dit verhaal zie ik er meer tegenop naarmate het nadert.
Als een hoge boom die zijn schaduw op de grond werpt.
De meid Mary Anne had ons beroofd.
Ze had Dora alleen achtergelaten, bang en verslagen.
Morgen kom ik weer kijken.
Mocht zich iets voordoen, laat het mij dat meteen weten.
Ze ging hard achteruit. Ze wilde Agnes spreken, dus vroeg ik haar te komen.
Ik wil je iets zeggen wat ik al een tijdje in gedachten heb. Mag dat?
Ik denk dat ik te jong was om je vrouw te zijn.
Niet alleen in jaren, maar ook in levenservaring.
En in denken. Alles eigenlijk.
Ik was zo'n dom klein wezentje.
Niet geschikt om je vrouw te zijn. -Niet minder dan ik je man.
Zo is het veel beter.
Ik zou je uiteindelijk alleen maar verveeld hebben.
Ik zou je maar teleurstellen. -Wat zeg je nu toch?
Ik wil Agnes spreken.
Vraag je haar boven te komen?
Ik wil haar graag alleen spreken.
O heilige en barmhartige Verlosser...
Eeuwige richter, laat ons niet in de steek in ons laatste uur.
U verzacht de pijn van de dood.
Het heeft de almachtige Heer behaagd...
onze geliefde zuster, de overledene, tot Zich te nemen.
Wij vertrouwen nu haar lichaam toe aan de grond.
Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.
Ik vluchtte van het koude graf waar mijn vrouw lag.
Van de tante aan wie ik mijn leven te danken had.
En van de vrouw aan wie ik mijn hart had gegeven.
Drie jaar zwierf ik door Europa voor ik me tenslotte in Zwitserland vestigde.
Ik schreef meer boeken.
Mijn roem en reputatie groeiden, maar ik was niet van plan terug te keren.
Tot op een dag de nachtmerrie van mijn verleden weer opdook.
Murdstone en zijn zuster.
Samen met een Engelse dame en haar chaperonne die ik vaag kende.
Miss Horton, Miss Skeggs.
Het spijt me dat ik u zomaar stoor. -Mr Copperfield, houdt u ons gezelschap?
Mag ik u voorstellen? -Ik ken Mr Murdstone en zijn zuster al.
We kennen elkaar slechts zeer vaag. Zo is het toch, Mr Copperfield?
Nee mevrouw, dat kan ik niet beamen.
Deze keer niet.
Nooit meer.
Mr Murdstone is mijn stiefvader.
Hij heeft mijn moeder verleid tot een huwelijk. Hij was op haar geld uit.
Pas op uw woorden. -Meer is dit heerschap niet.
Een egoistische, kille gelukzoeker.
Zonder eer, scrupules of mededogen.
Zwijg jij. -Ik heb al te lang gezwegen.
Nu zwijg ik niet meer.
Laten we maar gaan. -Stil jij.
Hij heeft mijn arme, zwakke moeder het graf in getreiterd.
Ze was zwak, maar niet ik heb daar misbruik van gemaakt, maar haar zoon.
Hij ontnam haar alle kracht met zijn uitzinnige gedrag en halsstarrigheid.
U hebt haar opzettelijk en zonder mededogen vermoord.
U had net zo goed een mes in haar hart kunnen steken.
Herhaal dat eens in Engeland.
Herhaal dat eens op een plek waar laster wordt bestraft.
Ik heb een beter idee. Ik zal het schrijven.
Ik geniet een zekere faam.
Die zal ik gebruiken. En reken maar dat u straks bekender bent dan ik.
U zult straks bekend staan als de harteloze dief en moordenaar die u bent.
Laten we nu maar gaan.
Nog geen uur daarna zat ik aan mijn bureau en begon ik aan dit verhaal.
Met elke bladzij, nee, met elke zin, met elk woord...
verdween de zwarte nacht van m'n jeugd tot ik in het licht stond als een man.
Maar ik kon het niet afmaken.
Het einde, of het nu gelukkig zou zijn of droevig...
Iag niet in Zwitserland, maar in Engeland.
Hoe maakt Agnes het?
Heel goed. En ze is nog even lief en mooi als altijd.
Het is dat ik geen mooiere woorden ken.
Heeft ze ook bewonderaars?
Genoeg. In de tijd dat jij weg was, had ze wel twintig keer kunnen trouwen.
Waarom is ze dan niet getrouwd?
Ik denk dat ze een geliefde heeft. -Kent u die man?
Dat heeft ze mij nooit verteld, maar ik denk wel dat ik hem ken.
Ik denk zelfs dat ik hem heel goed ken.
Ik zou maar naar Canterbury gaan om haar op te zoeken.
Denkt u dat ze dat op prijs zou stellen?
Mr Dick, wat moet hij doen?
Een paard huren en morgen naar Canterbury rijden.
Trotwood, ben jij het?
Ben jij het echt? -Ik ben het.
Wat zie je er goed uit. -Jij ook.
Ik ben vertrokken...
Ik weet wel waarom.
Echt waar?
Ja, ik denk dat je alles van me weet.
Niet alles misschien.
Toen ik vertrok...
Toen ik vertrok, hield ik van je.
En ik ben van je blijven houden.
Nu ben ik terug en nog steeds hou ik van je.
Wist je dat ook?
Ik heb mijn geheim beter bewaard dan jij dat van jou.
Welk geheim?
Ik heb mijn hele leven van je gehouden.
Mijn allerliefste Trot.
Er is nog iets wat ik je moet zeggen.
De dag dat Dora stierf, wilde ze mij spreken.
Ik was bij haar toen ze stierf.
Ze had een laatste verzoek voor mij.
Dat ik ooit haar plaats aan jouw zijde zou innemen.
Wil je dat?
Natuurlijk.
Ik hou van je.
En ik van jou.
Hier eindigt mijn vertelling.
Hier, met Agnes aan mijn zijde.
Agnes, ik hoop dat je de rest van mijn leven zo dicht bij me blijft.
Als mijn leven vervaagt zoals de schimmen uit dit verhaal...
wil ik jou nog altijd naast me hebben.
Vertaling: Mart Ursinus Hoek & Son�pouse
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.