All language subtitles for The.Duchess.of.Duke.Street.S02.DVD5x

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian Download
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish Download
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Het staat je heel goed. Doe iets aan, anders vat je kou.

En blijf bij dat raam weg. - Thuis had ik gewaagdere jurken.

Dat had je moeten zien. Schandalig. - Ik wil het niet horen.

Waar ga je vandaag heen? - Een of andere kunstgalerie.

Daar is deze wel geschikt voor. - Die zou jou goed staan. Trek eens aan.

Daar ben ik te dik voor. - Deze vond ze mooi staan.

Die is voor een speciale gelegenheid. Het wordt deze hier.

Ze is nogal bazig, hè? Bij ons zijn ze bot, maar niet zoals zij.

Daar staat ze om bekend. Ook jij zult eraan moeten wennen.

Ze meent het vaak niet.

Pas op, anders scheurt het. - Sorry.

Zou jij haar een dame noemen? - Op haar eigen manier, ja.

Ze heeft van zichzelf een dame gemaakt. Haar kleding en zo.

Maar ze weet waar ze vandaan komt en daar schaamt ze zich niet voor.

Daarom praat ze zo. Ik kom uit Wales en jij uit Yorkshire.

Je kunt dat accent wel afleren, maar waarom zou je?

Ik weet maar weinig. Ze was toch kok? - De bekendste kok in heel Londen.

Ze heeft ooit voor de koning gekookt. - Heeft ze zo Lord Haslemere ontmoet?

Geen idee, waarschijnlijk wel. Kom, de majoor snapt niet waar je blijft.

Dit is de tip voor de Derby, majoor. - Grand Parade? Hopeloze zaak.

Maar kijk eens wie de vader is. - Je moet Dominion hebben.

Aan dat andere paard heb je niks. - Als u het zegt, majoor.

Zet toch maar een pond op Panther. - Weggegooid geld.

Wat zie jij er leuk uit. - Die schoenen doen zeer.

Dan nemen we een taxi. Kom maar mee.

Uw brandy, meneer. - Dank je, Merriman.

U bedankt, meneer. - Jij en ik zijn toch ouwe rotten, niet?

Wij hebben al veel gezien. - Alles, meneer.

De menselijke natuur kent voor ons geen geheimen meer.

Wat we niet weten, kunnen we raden. Onze ervaring laat ons nooit in de steek.

Neem nu onze vriend de majoor, met dat hemelse schepsel uit Yorkshire.

Iedere dag heeft ze nieuwe kleren aan. De majoor lijkt me niet rijk. Is hij verliefd?

Er is me niks opgevallen. - Nee? Dat verbaast me.

Ik zie veel dingen die me niet opvallen. - Word je soms oud?

Nee, dat zit in de aard van mijn werk. Ik denk dat niemand zonder zonde is.

We hebben allemaal onze geheimpjes. Dat lijkt me ook goed.

Maar de majoor loopt er zo mee te koop. - Dan heeft hij vast niks te verbergen.

Dat valt te bezien.

Ethel, zet die zalm even weg en geef me dat lamsvlees eens aan.

Heb je dat toetje nou al klaar? - Rustig aan, zeg.

Mrs Cochrane? - Wat?

Dat is dat meisje uit Yorkshire. - Die hoort hier niet. Stuur haar weg.

Sorry, maar u mag hier niet komen. - Ik heb nog nooit zoiets gezien.

Bent u de kok? - Ja, wat anders? De postbode?

Ik heb nog nooit zo heerlijk gegeten. - Dank u wel, juffrouw.

Van Mrs Trotter geleerd? - Echt niet.

Niet aan het eten zitten, alstublieft. - Ik wilde alleen maar even kijken.

Dat heeft Mrs Cochrane niet graag.

Kunt u mij een plezier doen? - Wat dan?

Mag ik voor Mrs Trotter koken vanavond? - Wat? Wilt u hier komen koken?

Het moet een verrassing zijn. - Hier? In mijn keuken?

Het is toch Mrs Trotters keuken? - Ethel, maak jij dat toetje maar af.

Waar is die naartoe? - Nu heeft u het gedaan, hoor.

Ik heb het hartstikke druk, de burgemeester van New York is er.

En dat kind staat lastig te doen in mijn keuken.

Zeg haar dat ze daar wegblijft, of anders.

Wat deed je daar? - Niks.

Je mag daar niet komen. - Ze wilde blijkbaar voor u koken.

Een verrassing, maar nu is het verpest. - En dat is mijn schuld?

Al goed, ik regel dit wel. - Ze stuurt alles in de war, dat kind.

Al goed, Mrs Cochrane. - Dank u, mevrouw.

Wat heeft zij nou? - Ze is overstuur. Dat kon er nog wel bij.

Dit is een hotel, geen speelplaats. Onthou dat.

Ik wilde voor je koken. - Wat weet jij daar nou van?

Thuis kookte ik ook wel eens. - Kool met aangebrande worst, zeker?

Zo slecht was ik niet. - Als jij ooit kok wilt worden...

...moet je onderaan beginnen, groenten wassen.

Het duurde wel vier jaar voordat ik het vlees mocht aanraken.

Wil je dat nou echt?

Wie zegt dat ik kok wil worden? Ik wilde gewoon wat doen.

Ik wil niet iedere dag schilderijtjes kijken en thee drinken.

Ik wilde iets voor jou doen. - Dat is lief, maar je pakt het slecht aan.

Je bent Lord Haslemeres dochter, je hoort niet in de keuken.

Toch goed dat je wat wilt doen. Ik zal iets proberen te bedenken.

Je kunt niet veel, wel? - Niet mijn schuld.

Dat zeg ik toch ook niet? Ik weet dat het niet meevalt.

Ik heb hem nog nooit in uniform gezien. Hij ziet er knap uit, mijn vader.

Het hele dorp was trots op hem. - Hij was dan ook onderscheiden.

Weet ik. Mag ik een foto van hem? Voor onder m'n kussen.

Dan verkreukel je hem. - In de la dan. Niemand die het ziet, heus.

Vooruit dan, ik zoek er wel een uit. - En ook een van jou.

Na zeven maanden kwam hij z'n viool ophalen. Arme drommel.

Hij was werkeloos, net als zovelen. Te trots om me op te komen zoeken.

Hij was luitenant en best een held. Maar hij praat er niet graag over.

Hij speelt in een band, bij de thé dansant. Hij is een geweldige violist.

Ik ga zo vaak mogelijk luisteren. Hij is jaloers als ze met me willen dansen.

Natuurlijk weiger ik altijd. Je zou hem eens moeten leren kennen.

Gaan we dansen? - Nee, het is niet zo'n leuke tent.

We kunnen samen thee drinken op z'n vrije middag. Welterusten.

Zal ik het licht aan laten? - Graag.

Hoezo? We doen iedere dag al wat.

Een bezigheid, bedoel ik. Heeft ze ergens interesse in?

We zijn in het Tate geweest. Ze houdt van Turner.

Er is toch nog volop tijd? Kan ik trouwens wat ontzien worden?

Al dat gedoe is zo vermoeiend. - Het gaat je niet slecht af.

Ik moet aan m'n reputatie denken. - Die wordt er alleen maar beter van.

Waar praat ze over? - Van alles. Ze is erg nieuwsgierig.

Over Charlie? - Soms stelt ze ineens een vraag.

Dat pakt ze heel slim aan. Zo probeert ze overal achter te komen.

Van praatjes raakt ze in de war. - Ik probeer de waarheid te vertellen.

Ze gaat er goed mee om. Alleen zou ze jou vaker willen zien.

Sorry mevrouw, ik heb hier uw winst. Grand Parade, drieëndertig tegen één.

Dat meen je niet. - Hoezo? Dank je, Starr.

De majoor heeft op Panther gewed. Ik zei het nog zo.

Die heeft het niet zo best gedaan. Niks als bokken en springen.

Bij de start begon hij weer te bokken. De jockey kreeg hem niet van z'n plek.

Vind je dat nou nodig?

Oh ja, ik heb kaartjes voor de damesfinale op Wimbledon. Van die man in kamer 3.

Kunt u daar iets mee? - Ga toch met Lottie.

Ik geef niks om tennis. Hou ze maar. - Vriendelijk bedankt, mevrouw.

Laat eens wat voor Brian over, zeg. - Nee, bedankt.

Toe nou. - Ik zei toch nee? Pak jij 'm maar.

Je rookt te veel. Dat is onbeleefd tegenover dames.

Ik vind het niet erg. - Vooruit dan maar, ik ook niet.

Is dat raam in je kamer al gemaakt?

Hij woont op een tochtige zolderkamer en de huisbaas wil het raam niet maken.

Weet je nog die storm laatst? Daar zat hij middenin.

Kan hij niet in het hotel komen wonen? - Inderdaad. Hoeveel betaal je nu?

Hoe lang blijf je in het Bentinck? - Dat hangt van Mrs Trotter af.

Die heeft haar uitgenodigd. - Mis je je familie?

Die heb ik niet echt. M'n vader is dood en m'n moeder is vast blij dat ik weg ben.

Is je vader in de oorlog gesneuveld? - Nee, overleden aan de griep. Toch?

Sorry, ik moet even m'n handen gaan wassen.

Daar, die deur door.

Wie is dat? - Gewoon een gast.

Met de meid op stap. - Ik ben de beheerster, hoor.

Ze kent hier niemand. Het leek me wel leuk om haar mee te nemen.

Maar zoals jij nu kijkt... - Het is een mooi meisje.

Weet ik. Maar dat ben ik ook. Volgens jou, tenminste.

Dure jurk, Yorkshire accent. De dochter van een zwarthandelaar?

Ik heb geen idee, net als jij. Dat is al beter.

Wat? - Eten, in plaats van roken.

Ik heb iets uit de keuken meegebracht. Een halve cake en een restje paté.

Stop maar vlug weg. - Ik heb het niet nodig.

Echt wel, stop maar onder je jas. - Die hangt aan de kapstok.

Als je weggaat, bedoel ik. Ik geef het je straks wel.

Je zou hulp niet af moeten slaan. - Mag ik alstublieft even afrekenen?

Ik betaal wel. - Mooi niet.

Dat kun je niet betalen. Ik trakteer wel.

Alles goed? - Ja hoor. Gaan we weg?

Uw rekening, meneer. - Dank u wel.

Wat is het veel. - Driemaal thee en negen cakejes.

Dat is mijn schuld. - Laat de rest maar zitten.

Komt u toch eens naar de thé dansant. - Dat is niks voor Miss Richards.

Ik kan toch niet dansen. - Hopelijk zie ik u nog voordat u gaat.

Loop je mee naar de bus? - Natuurlijk.

Hij is mijn vader. - Dat weet ik.

Ik weet niet wie het allemaal weten. - Mr Starr, Mr Merriman en de majoor.

We zullen het niet verklappen. - Mag best, ik schaam me er niet voor.

Je moet ook aan anderen denken. - Aan wie dan?

Mrs Trotter bijvoorbeeld. Je mag wel eens aan haar denken.

Ze heeft het niet makkelijk. Ze geeft je dit alles...

...en jij neemt het voor lief. Je lijkt niet erg dankbaar.

Ze wil me niet. - Hou toch op.

Ze weet niet wat ze met me moet.

Hij wel, hij zou me niet zomaar in de steek gelaten hebben.

Hoezo? Mrs Trotter heeft het druk. Die heeft gewoon geen tijd.

Welke kamer had hij? - Dat doet er niet toe.

Wel, ik wil hem zien. - Hij is bezet.

Welke kamer? Als jij niks zegt, vraag ik het aan iemand anders.

Hij had kamer 3. Ben je nou blij?

Is hij daar doodgegaan? Hij is toch in dit hotel overleden?

Is hij in haar armen overleden? Dat zeiden ze in het dorp.

Vertel het me nou. - Ze was bij hem, ja.

Waaraan is hij overleden? Hij staat op de gedenksteen.

Hij is een held. Wat was het? - Vraag dat maar aan Mrs Trotter.

Die vertelt mij helemaal niks. Jij bent m'n enige vriendin hier.

Hij was een dapper man. Hij is aan z'n verwondingen bezweken.

Dat was misschien het beste.

Waarom zeg je dat? - Hij werd blind.

Blind? Mijn vader?

Sommige dingen kun je beter niet weten. Daarvan raak je enkel overstuur.

Uw thee, meneer. - Dank je, Merriman.

Kan ik u van dienst zijn? - Ik kom voor Miss Richards.

Miss Richards is er helaas niet. - Blijft ze lang weg?

Geen idee, ze is de hond uitlaten. - Maar het regent.

U kunt terugkomen. - Ik wacht wel.

Kan ik uw jas aannemen? Anders wordt de stoel nat.

Kan ik u iets brengen?

Thee graag. - Thee met cake of sandwiches...

Alleen een kopje thee, graag. - Kopje thee, komt eraan.

Mary's vrijer wil een kop thee.

Mary is naar Wimbledon met Mr Starr. - Lekker weer ervoor.

Wat wil hij? - Thee.

Nee, waarom wil hij haar spreken? Komt hij een aanzoek doen?

Fraai, net nu ze met een ander uit is. - Met Mr Starr, die telt toch niet?

Hij komt helemaal niet voor Mary. - Wie niet?

Mary's vrijer. Hij komt voor Miss Richards.

Vat ze zo geen kou? - Het is een sterk ras.

Hallo, ik ken jou toch? - Spedding, ik was in augustus hier.

Dat is waar ook. Even die natte schoenen uitdoen.

Hallo, Brian. Mary is er niet. - Ik wil jou eigenlijk even spreken.

Ga je gang. - Onder vier ogen.

Waarover dan? - Mary. Kunnen we naar jouw kamer?

Het duurt echt niet lang. - Ja, als het zo belangrijk is.

Door die deur en dan de trap op. Kamer 16, vlug wat.

Rotding.

Saffron, heb jij een pen voor me? - Hier, m'n beste.

Mooi, bedankt.

Ga even zitten. Ik ben zo klaar. - Ik heb alle tijd.

Alle handdoeken zijn weer gejat. Daar had ik vroeger nooit last van.

Mensen hebben geen fatsoen meer. Op geen enkel gebied.

Het niveau daalt overal. - Zou best kunnen.

Zelfs de roddel is beneden alle peil. - Daar weet jij vast alles van.

Een kleine misstap was vroeger een soort delicatesse.

Nu zijn het hapklare brokken. Geen enkel gevoel voor smaak.

Neem nou dat zwervertje uit Yorkshire, door jou zo liefdevol opgenomen.

Daarover doen bizarre verhalen de ronde. - Ik luister nooit naar roddel.

Zo zou ze het liefdeskind zijn van twee aan dit hotel gelieerde mensen.

Je wilt er natuurlijk niet op ingaan, maar het bewijs stapelt zich op.

Wat voor bewijs? - Bishopsleigh. Kind van de stalknecht.

Waar heb jij het over? - Geheel nieuwe garderobe.

De majoor die op haar moet passen. En natuurlijk de gelijkenis.

Zeg het nou maar, slijmbal.

Wat? - Jij met je giftige tong. Wegwezen.

Heb ik iets te veel gezegd? - Kappen en wegwezen.

Het is te laat om ermee te kappen. - Laat ik je één ding zeggen, Saffron.

Als jij hierover je mond niet houdt, vertel ik over je schandknaapjes.

En dan kun jij het wel vergeten. En nu wegwezen.

Lieve Louisa, we zijn toch vrienden. Ik ben echt heel onschuldig.

Zo onschuldig als een ratelslang, ja. Wegwezen. En hou je mond dicht.

Dat lucht op, zeg.

Je kunt hier echt niet roken, hoor. - Sorry.

Ga daar maar even zitten.

Je blijft toch niet lang? Als m'n moeder dit zou weten. Of Mary.

Wat wilde je nou zeggen? - Ik ga hier weg.

Waar naartoe? - Maakt niet uit.

Weg uit Londen? En je orkest dan? - Daar ben ik mee gekapt.

Dan zoek je toch wat anders? - Ooit, misschien. Daar gaat het niet om.

Wat zal Mary zeggen? - Zij is de reden dat ik ga.

Ze houdt van je. Hou je niet van haar? - Ze laat me geen moment met rust.

Ze regelt altijd alles. Ik zit aan de leiband, als een hond.

Ik ben geen hond, verdorie. Ik krijg zo geen lucht.

Je bent overstuur. - Niet waar. Begin jij ook niet, zeg.

Ik wil gewoon met rust gelaten worden. Het is een lief kind, ze bedoelt het goed.

Een goede vrouw, maar niet voor mij. Ik wil geen huisje-boompje-beestje.

Het zal wel aan de oorlog liggen. Ik wil geen verplichtingen meer.

Je zult het haar moeten vertellen. - Dat wilde ik aan jou overlaten.

Jij bent toch haar vriendin? Ze moet het van jou horen.

Als ik het doe, laat ze me niet gaan. Dan bezorgt ze me hier een baan.

Sorry, maar ik kan het niet.

Ze zal er kapot van zijn. - Nee hoor. Er zijn genoeg oorlogshelden.

Het spijt me.

Zelfs als ik zou slagen in het leven, dan zou ik nog niet iemand als zij willen.

Ik zou iemand als jij willen. - Doe niet zo stom.

Jij bent mijn ideaal. - Ik denk dat je beter kunt gaan.

Ik wil je heus niet het hof maken. Jij bent boven mijn stand.

Jij bent een dame, ondanks dat accent.

Waarom zeg je dat? - Omdat ik helderziend ben.

Heeft ze het verteld? - Wat zou ze verteld moeten hebben?

Niks. Laat maar zitten. - Tot ziens, Lottie.

Je kunt toch niet zomaar gaan? Wat moet ik tegen Mary zeggen?

Jij bedenkt wel iets.

Miss Lenglen tegen Mrs Chambers. De wedstrijd van de eeuw.

Hebben jullie iets gezien? - De koning en de koningin. Ook nat.

Kunt u dat niet ergens anders doen? - Waar? Overal zitten schilders.

Haal eens een zwabber.

Ik liep dat kantoor binnen en vroeg m'n geld terug aan die oplichter.

Klopt, ik was erbij.

Maar u heeft niet eens betaald. - Het gaat om het principe.

Vertel eens wat hij daarop zei. Hij keek hem recht aan en zei cheerio.

Kunnen jullie morgen niet gaan kijken? - Geen kaartjes. Wat is er?

Ik moet u dringend spreken. Niet hier, boven.

En neem die rotschoenen mee.

Het gras was wel mooi groen, na al die regen.

Morgen weet heel Londen het. Die Saffron houdt z'n mond echt niet.

Niks is erger dan zo'n valse nicht. - Belachelijk, we kennen hem al zo lang.

Ik mocht hem nooit zo. Hij is zo glad als een aal.

Hij betaalt z'n rekeningen. Nou ja, de meeste dan.

Maar dat is niet onze grootste zorg. - Wat dan?

Het werkt niet, met haar hier. Je kunt haar niet blijven begeleiden.

En Mary zie ik ook nergens meer.

Ik heb m'n plicht gedaan, maar ze kan niet blijven.

Tot ze op eigen benen kan staan. - Maar wat moet ze dan doen?

Haar moeder achterna? Of haar vader?

We moeten haar leren zichzelf te zijn.

Maar hoe dan? - Dat mag zij zelf beslissen.

Ze heeft eigen interesses, zoals muziek. Ze zingt. Ze heeft een geweldige stem.

Ze heeft vandaag nog voor me gezongen. - Het is niet wat zij wil, maar wat ik beslis.

Kijk hier maar eens naar. - Etiquettescholen in Zwitserland.

Daar kan ze leren zingen, maar ook fatsoenlijk leren praten.

Hallo, hier is je avondeten.

Het is echt heerlijk vanavond. Kip à la Mrs Cochrane.

Heb je het al gehoord van Wimbledon? Het was zo grappig.

Heb je de hele dag binnengezeten? - Ik heb Fred uitgelaten.

Ging dat goed? Bij mij doet ze moeilijk. - Het regende. Fred was doornat.

Daar zal Mr Starr niet blij mee zijn. Heb je haar afgedroogd?

Hopelijk is het morgen beter. Wil je de overwinningsoptocht zien?

Brian zal wel willen gaan. Misschien loopt hij zelfs mee.

Eet eens op, het wordt koud. - Ik heb niet zo'n honger.

Je bent toch niet ziek? - Nee, ik voel me prima.

Is er iets gebeurd? Iets met Mrs Trotter?

Wat is er? Je kunt het mij toch wel vertellen?

Brian. - Wat is er met hem?

Hij is vanmiddag hier geweest. - Hij wist dat ik uit was. Wat wilde hij?

Hij vroeg of ik... - Of je wat?

Je wilde zeggen dat hij weggaat. Hij heeft z'n baan opgezegd.

Maar dat is onmogelijk. Waarom zou hij? Heeft hij gezegd waarom?

Hij wilde gewoon even weg. Even alleen zijn, zei hij.

Waarom kon hij me dat zelf niet zeggen? - Hij dacht dat jij hem tegen zou houden.

Dat zou ik inderdaad proberen.

Hij weet niet wat hij doet. Weggaan?

Is hij hier geweest om dat te zeggen? - Inderdaad.

Hij heeft toch niks gedaan? - Nee, hij is een echte heer.

Wat zei hij over mij? - Niks. Ik zei nog hoe goed jij bent.

Je bent een veel beter mens dan ik. Hij wilde het niet horen.

Het is niet wat je denkt. Hij is in de war door de oorlog.

Mary, huil toch alsjeblieft niet. Niet huilen.

Je vindt heus wel iemand anders. - Echt niet.

Hoe lang is hij boven geweest? - Twintig minuten.

Heb je gehoord wat ze zeiden? - Nee, ze fluisterden.

We wilden u er niet mee lastigvallen, maar het is Mary's vrijer...

...en ze is behoorlijk van streek. - Heus? Je hebt er goed aan gedaan.

Vast iets heel onschuldigs. - Oh ja?

Ik moet nodig eens met haar praten.

Sorry, Miss. - Mary, ik wilde even...

Sorry, maar ik heb het druk. En er worden hier gasten verwacht.

Heb jij Lottie gezien? - Ze zit hier binnen.

Wat doet ze daar nou?

Ik hoor dat er een man in je kamer was. - Dat kan ik uitleggen.

Dat hoop ik dan maar. - Hij kwam alleen maar afscheid nemen.

Dat gebeurt dus niet meer. Niet zonder mijn toestemming.

Is dat duidelijk? En wat doe je hier? - De kamer is toch leeg?

Je kunt niet alle kamers zien. - Ik wil alleen deze zien.

Kom op, wegwezen. - Nee.

Doe wat ik zeg, jongedame. - Nee, van hem zou ik hier mogen zijn.

Dit is zijn kamer niet meer. - Jawel. Dat je hier vreemden toelaat.

Ik moet toch de kost verdienen? Ik geloof niet in altaartjes. Hij ook niet.

Wat is er zo bijzonder aan deze kamer? - Ik ben er verwekt. En hij is er gestorven.

Anders zou hij blind geworden zijn. Mary zei het. Dat had jij moeten doen.

Ik heb toch m'n best voor je gedaan? Ik heb je hierheen gehaald.

Moet ik nou moedertje gaan spelen? Dat kan ik niet, zo ben ik gewoon niet.

We hebben je goed ondergebracht. Hij heeft op je gepast en nu doe ik dat.

Meer kun je echt niet vragen.

Ik weet nog dat ik op weg naar huis was. Hij kwam op z'n paard langs.

Hij vroeg of ik een lift wilde. Het regende en m'n laarzen waren nat.

Hij tilde me op en hield me stevig vast. Het leek wel een sprookje.

Het was maar een klein stukje.

De volgende dag kreeg ik nieuwe laarzen. Ik wist wel van wie ze kwamen.

Daarna lachte hij altijd naar me. Van hem mocht ik altijd langskomen.

Maar ik kon niet zeggen waarom. Omdat ik zijn kind was.

Ik wist dat ik zijn kind was. - Voor de helft, ja.

Maar ik ben een dame. Brian Spedding zag het, ondanks alles.

Wil je een dame zijn? - Ja.

Dat zul je moeten leren. - Kun jij het me leren?

Vast wel, denk ik. Maar het is beter als je naar school gaat.

In Zwitserland staat een goede school. Daar maken ze wel een dame van je.

Moet ik hier weg? - Behalve de feestdagen.

Je wilt zeker van me af? - Dat is het helemaal niet.

Ik wil gewoon het beste voor je. In Londen ben je nog niet op je plek.

Dat merk je zelf toch wel? - Ik zal nooit ergens op m'n plek zijn.

Wat een onzin. - De majoor vertelde over de society.

Hoe het werkt en zo. Mensen als ik horen daar niet thuis.

De society gebruikt mij al m'n hele leven.

En ik gebruik de society, zoals het mij uitkomt.

Maar ik heb er nooit bij gehoord. Ik was maar een gewone kokkin.

De beste, dat wel. Maar ik heb me nooit anders voorgedaan.

Maar jij kunt er wel bijhoren. Jij bent de dochter van Lord Haslemere.

Je kunt naar die school gaan, de regels leren en het spel meespelen.

En toch jezelf blijven.

Snap je wat ik bedoel? - Nee.

Je vader had dit beter uit kunnen leggen.

Weet je wat? We drinken samen wat. Jij en ik heffen het glas op hem.

Je eerste glas wijn krijg je van mij. Het is toch je eerste, hoop ik?

Hier, pak aan. Dit zou hij wel gewaardeerd hebben.

Rustig aan, zeg. Dit is duur spul.

Lekker, hoor. - Zo mag ik het zien.

Wil je over hem praten? - Wat wil je weten?

Gewoon, hoe het was. Hoe het begon. En hoe het afliep.

Daar heb ik toch recht op? - Ja, daar heb je helemaal gelijk in.

Maar je moet nog even wachten. Ooit zul je alles weten, dat beloof ik.

Heerlijk. Ik ga even een dutje doen. Ik wil niet gestoord worden.

Heel goed, mevrouw. - Dat heb ik niet nodig.

Ik trok hem er zo vanaf. Ik probeerde hem nog terug te doen...

...maar dat lukte niet. Die man uit kamer 8 kan er nu niet uit.

Ja, en? Vraag het maar aan Starr. - Die zegt dat hij het te druk heeft.

Net aangekomen. - Helemaal alleen?

Met twee dames, zei de chauffeur. Maar die zijn spoorloos.

Miss Olive Bradford. Wie is dat dan? - Lausanne. Een vriendin van Miss Lottie.

Daar heeft ze niks over geschreven.

Pearl, ik zei toch... - Je doet het, of je krijgt een mep.

Wat? - Zo zei ze het echt.

Kom, ik doe het wel. Welke kamer? - Kamer 8. Ik kon er echt niks aan doen.

Stil, ze slaapt. We sluipen er wel langs. - Wat jij wilt, liefje.

Wat een wonderlijk oud gebouw. - Het gaat terug tot Charles de Eerste.

Heus? Mijn hemel. - Dat is wat ze beweren.

Hallo, we wilden je niet storen. - Ik herken je bijna niet. Leuk je te zien.

Dit is Olly. Miss Olive Bradford. Mijn tekenlerares. Dit is Mrs Trotter.

Hoe maakt u het? - Hallo.

Haar broer heeft z'n been gebroken. Mag ze hier haar vakantie doorbrengen?

Dat zou moeten lukken. - Dank je. Helemaal geweldig.

Ik ben helemaal weg van deze tuin. Zo ingesloten, maar toch wild en...

Rococo? - Nee liefje, dat is het dus duidelijk niet.

Breng Miss Olly maar naar binnen. Vraag Starr om een kamer.

Dan ga ik nog even rusten.

Kom, Olly. Dan vragen we Starr waar hij onze koffers gelaten heeft.

Nee, Pearl. We zijn met z'n drieën. Mrs Trotter, Miss Richards en ikzelf.

Vier, is mij verteld. - Is dat zo?

Miss Lottie heeft een vriendin mee. Dat zou u niet erg vinden, zei Mrs Trotter.

Dat zal dan wel niet. Perfect, dank je. - Dank u, meneer.

Wel verdomme.

Binnen. - Hallo, welkom thuis.

Lieve Mary. Ik kan je niet kussen, dan loopt m'n make-up uit. Hoe is het?

Goed, hoor. Hoe was het op school? - Wel aardig. Nogal saai, eigenlijk.

Hoe vind je m'n jurk? - Heel erg mooi.

In Parijs gekocht, cadeautje van Olly. Moeder vindt dat vast niet goed.

Heb je Olly al ontmoet? - Nee.

Je vindt haar vast geweldig. Ze is m'n beste vriendin.

Dit heeft ze ook voor me gekocht. Is het niet heerlijk? Doe eens wat op.

Dan stink ik een uur in de wind. Vooruit dan, een beetje.

Wat zullen m'n collega's zeggen? Of je moeder, als ze het ruikt.

Fait accompli. - Hoe zeg je?

Dat is Frans voor 'pech gehad'.

Mary, we zijn toch nog vriendinnen? - Maar natuurlijk.

Ik heb mezelf nooit vergeven voor die akelige ruzie over...

Gut, hoe heet hij ook weer? - Brian.

Ach, ja. Heb je iemand anders? - Nee, maar dat houdt me niet zo bezig.

Er zijn nog andere dingen in het leven. - Is het heus? Ik denk aan niets anders.

Is dat wel normaal? - Ik denk er soms nog weleens aan.

Ik ben nog geen ouwe vrijster. - Dacht jij vroeger ook aan seks?

Vast wel, ja. Maar ik stond er niet zo bij stil.

Mijn kamergenoot Esme en ik willen ons deze vakantie nog verloven.

Met iemand in het bijzonder? - Het moet natuurlijk een heer zijn.

Natuurlijk. - Kun je m'n stola aangeven?

Dank je wel. Goed zo? - Een plaatje.

Op naar de majoor dan maar. - Wat praat je tegenwoordig chic, zeg.

Ja, hè? Kost een paar centen.

Dit is heel geschikt van u, majoor. - Graag gedaan, hoor.

Wilt u nog wat gember, Miss Bradford? - Zeg maar Olive. Ik ben niet zo formeel.

U geeft toch tekenles? - Ja. Oh, merde.

Staat u mij toe.

Gaat het wel? - Ja hoor, bedankt.

Hoe is het met je Frans? - Très bien, merci.

Mme Chaubere est bien contente. - Jazeker. Lottie doet het erg goed.

Zeker in de tekenles. Haar orchidee hangt in mijn kamer.

Ze is één van m'n beste leerlingen. - Flatteuse.

Nee, bedankt.

Zit je nog wel op zangles? - Trala. Ja, dus.

Anatole moedigt haar aan. - Taisez-vous, mademoiselle.

Anatole? - De skileraar. En minstreel.

Hij bracht de jongedames serenades. Totdat Madame ingreep.

Esme moest eens aan haar haren naar binnen getrokken worden.

Toen ze zonnebrand had, moest ze de hele Kerst in bed blijven.

Zo miste ze alle joligheid. - Zijn jullie vaak jolig?

Wel sinds Olly er is. Bij haar breken we alle regels.

Zet me niet voor schut. - Zal ik over Willem Tell vertellen?

Vertel toch maar. - Olly wilde ons leren boogschieten.

Ze schoot bijna een appel van het hoofd van een meisje.

Die ouders schopten me toch een rel. - En ik werd een week lang geschorst.

Dat werd teruggedraaid toen we dreigden weg te lopen.

Fascinerend.

Ik ging altijd klimmen in Zwitserland. Niet zo hoog, natuurlijk.

Ik herinner me La Dôle nog. - Klopt.

Ik ben dol op bergen. Ik vind ze zo groot en machtig.

Wat vindt u, Mrs Trotter? - Zo had ik er nog nooit naar gekeken.

Ik ben ook dol op bergen. Ik herinner me de Kilimanjaro...

Bent u daar geweest? - Niet helemaal boven.

Adembenemend. - Ik was inderdaad buiten adem.

Is Olly niet geweldig? Ze heeft zo'n fantastisch leven.

Op haar negentiende liep ze weg om in Parijs model te worden.

Meen je dat nou?

Vertel eens over die Poolse beeldhouwer. Toe, vooruit nou.

Gaudier-Brzeska, kent u zijn werk? Vorticisme?

Pound en Wyndham Lewis? Net voor de oorlog?

Modern. Abstract, dacht ik. - Weet ik toch.

Juist. Kunst die een kolkende massa van ideeën uitdrukt.

Z'n hoofden zijn plat en glad. Zonder uitdrukking, maar sensueel.

Zal ik er hier in Londen wat opsporen? - Ja, dat lijkt me heel interessant.

Parijs lijkt me een heel leuke stad. - In 'La Rive Gauche' voel ik me thuis.

En waar hoort u echt thuis? - Eigenlijk kom ik uit Tewkesbury.

Mijn vader diende als kolonel in India. - Echt? Daar zat ik ook.

Ja, dat had ik al gezien. Mijn vader was niet bepaald geliefd.

Zat hij ooit in Ahmadnagar? - De tempel van Jain.

Mooie moskee, ook. - En prachtig aardewerk. Ik denk het niet.

Als kind ben ik in Bangalore geweest. - Daar heb ik in 1892 een ongeluk gehad.

Ik werd achterna gezeten door een gewonde olifant.

Heeft u hem neergeschoten? - In z'n knie.

Wat dapper van u. Er is een schilderij van een boze olifant. Kent u dat?

Het moet ergens in Londen hangen. Ik zoek het wel voor u op.

Ik kom het meest in het Tate museum. - Daar is het niet, maar we kunnen kijken.

Beetje rustig aan met haar. - Op school drinken we altijd wijn.

Sorry, ik eet geen vlees. Het spijt me echt vreselijk.

Goedemorgen. Wat ben je mooi. Wat een mooie dag, bedoel ik.

Inderdaad.

Wij kennen elkaar nog niet, wel?

Ik ben Howard Blenkiron. - Lottie Richards, aangenaam.

Wilt u een glas champagne? - Nee, ik heb nogal hoofdpijn.

Het is toch geen kater, hoop ik? - Ik vrees van wel.

Dan heeft u het wonderdrankje van Mr Hepple nodig.

Komt u bij me zitten? Mijn tafel staat in de schaduw.

Merriman, eenmaal het Hepple-drankje. Daar knap je van op.

Schiet toch op, man. - Heel goed, meneer.

Ik verwacht wat vrienden. Een neef, eigenlijk.

Hij is verloofd met Angela Westbury. Die ken je toch wel?

Nee, eigenlijk niet. - Echt niet? Die kent toch iedereen.

En nu heeft ze Patrick aan de haak geslagen.

Ik ben in Zwitserland geweest, dus ik heb het niet zo bijgehouden.

Om te skiën? Zo laat in mei nog? Heb je soms onder een lawine gelegen?

Ik was in februari in St Moritz. Dat we elkaar niet gezien hebben.

Eigenlijk zat ik op school. - Op school?

Etiquetteschool. In Lausanne. - Jeetje, ik dacht dat je ouder was.

En dat bedoel ik als compliment. - Ik ben negentien.

Sorry dat we zo laat zijn, Howard. Een cadeau voor papa valt niet mee.

Hij wil z'n stamboom op perkament. Ongelofelijk.

Bij Harrods deden ze erg lastig. - Op Old Kent Road zit blijkbaar iemand.

Angela, dit is Miss Lottie Richards. Lady Angela Westbury en Patrick Mellor.

Hoe maakt u het? - Aangenaam.

Toch niet de dochter van Sir Cuthbert Richards?

Ach, welnee. Die heet Dorothy en is minstens vijfendertig.

Angela is net een encyclopedie, maar soms missen er wat pagina's.

Miss Richards zit nog op school.

U heeft uw debuut nog niet gemaakt? - Nee, dat klopt.

Ik had de champagne al open, ik kon niet wachten.

Schenk eens in dan. - Rustig aan.

Een toost lijkt me nu wel gepast. - Geen toespraak, alsjeblieft.

Op het gelukkige paar dan maar.

Doe je niet mee? - Dit is een soort medicijn.

Feestje gehad gisteravond, zeker?

Niet opdrinken, dat spul is giftig. - Je bent er toch nog?

Wat een onzin. Drink maar op. In één teug naar beneden.

Hoe voel je je nu? - Al beter.

Nu nog een sigaretje. - Bedankt.

Jij komt uit Yorkshire. Dat meende ik al te horen.

Wat doe je dan in deze ballentent? - Mijn vader kende Mrs Trotter.

Hij is in de oorlog gesneuveld en nu zorgt zij voor me.

Ach, wat aardig.

Mrs Trotter die voor me zorgt. Dat lijkt mij ook wel aardig.

Dus jij woont hier? - Wij komen enkel voor het vermaak.

Wat is daar loos? - Geen idee.

Ze heeft net een anti-kater drankje op. - Oh ja? Dat is haar verdiende loon.

Sorry, maar ik moet nu echt weg. - Dat is nou jammer.

Hopelijk zie ik je nog eens. - Ja, bedankt. Tot ziens.

Interessant meisje. - Erg mooi.

Kinderlokker.

Wat? Oh, kom maar binnen.

Ben ik te vroeg? - Nee, komt u toch binnen.

Ik ben m'n schoenen kwijt. - En ik ben gisteren m'n sigaren vergeten.

Heeft u een gouden doosje gezien? - Kijk gerust even. Sorry van de troep.

Het is hier net een schatkamer. Een heel leven tentoongesteld.

Ach, je bewaart eens wat.

Wat is dit? Uw blinde darm? - Nee, gekregen van een Zulu stamhoofd.

Een stuk van hem dan? - Niet gevraagd, hij was nogal woest.

Wat is dit dan? - Niks. Ghymkhana Quetta, 1892.

Eerste prijs? - Goed paard, Wellington. Dat hielp.

Moet je dit toch eens zien. Bent u dat echt?

Dat is echt indrukwekkend. - En u staat bovenop hem.

Hij heeft maar één oog. - Daar heb ik hem geraakt, ben ik bang.

Ik zou dat verhaal graag horen. - Echt waar?

Als u daarvoor tijd heeft tenminste. Kijk, ik heb uw schoenen gevonden.

Hoe komen die nou daar terecht? - Voodoo.

Wat een interessant leven heeft u. - U ook, als ik uw verhalen mag geloven.

Wat heb ik allemaal gezegd dan? - Niks onbehoorlijks, echt niet.

Ach, ik overdrijf weleens. Voor die arme meisjes.

Hier liggen mijn sigaren.

Kan ik u verleiden? - Waarom ook niet?

Wilt u misschien koffie? - Kunt u dat regelen?

In een paar tellen.

Prachtig. Ik pak even een vaas. - Hij wil met me naar het theater.

Donderdag. Zal ik meegaan? - Natuurlijk, waarom niet?

Ik vind Mr Blenkiron ook een leuke man. Maar vraag het eerst even aan je moeder.

U wilde me spreken? - Inderdaad. Doe de deur even dicht.

Ga zitten.

Wat ben je met Miss Richards van plan? - Niets. Nog niet, althans.

Ik ken je al van kinds af aan, toen je met je vader hier kwam.

En ik mag je heus wel. Je was een charmant kind.

Maar ook wispelturig en lui. Je deugt nergens voor.

Je hangt hier alleen maar wat rond. - Rustig aan, Mrs T.

Uw beeld van mij is redelijk accuraat. U klinkt precies als m'n moeder.

Maar ik ben echt geen boef. Ik vond Miss Richards erg charmant.

Het leek me een gemakkelijke prooi. - Pardon?

Weet je hoe oud ze is? - Ze is toch negentien?

En hoe oud word jij? - Achtentwintig.

Maar ik weet me te gedragen. Vanwaar trouwens dit kruisverhoor?

Waar gaan jullie naartoe? - Het theater.

Liefde tussen de verfpotten. Dat schijnt heel geschikt te zijn.

Ze moet toch ooit met een schavuit uit. Dan weet ze wat ze moet vermijden.

Vooruit, maar meteen naar huis.

Wat, geen diner? - Nee, klokslag half elf thuis.

Begrepen? - Ja, mevrouw. Mag ik nu gaan?

Weg jij. Doe je moeder de groeten. - Meent u dat nou echt?

Toen ik nog een meisje was, in Tewkesbury...

...kende ik een vrouw met dezelfde beeldjes in haar tuin.

Ze was nog jong. Ze praatte ertegen. Ze gaf ze zelfs te eten, denk ik.

Haar stoute kinderen, zei ze altijd. Ik zag haar er ooit huilend eentje kussen.

Wordt nooit groot, zei ze. Verlaat me niet.

Hoe ontroerend. - Knettergek. Wie doet nou zoiets?

Waarschijnlijk was ze gelukkig zo. - Hoe kan dat nou?

Tegen stenen praten, dat is toch geen leven?

Dat bestaat uit vlees en bloed. Uit zenuwen en gevoelens.

Ik heb het leven altijd link gevonden. - Dat zal best. Jij bent een avonturier.

Als je duizend pond had, waar zou je dan nu heengaan?

De Amazone. - Echt? Zou je mij meenemen?

Niet echt een plek voor een vrouw. - Ik ben niet bang. Ik zou kunnen koken.

Ik zou graag ergens als eerste komen. Je weet wel, waar nog nooit iemand was.

De verloren wereld. - Ja, ontdekken en veroveren.

Of op z'n minst een vlaggetje plaatsen. - Je deel opeisen.

Is dat een vreemd streven? - Nee, waarom?

Ik voel me zo nietig in dit universum. - En Columbus dan? Of Marco Polo?

Of Alexander de Grote?

Is het dwaas als ik je zou kussen?

Wat een prachtig toneelstuk. - Niet te somber?

Nee, zo realistisch. Hallo, Starr. Ik ben verliefd op Owen Nares.

Is het heus? Ik heb een raar verhaal gehoord.

Na een optreden zou hij naakt in z'n kleedkamer zitten...

...met z'n voeten in een emmer, lachend naar al z'n bezoek.

Lieve hemel. - Sorry.

Hier zijn we dan weer.

Leuke avond gehad? - Owen Nares is zo goed. Starr zegt net...

Ik moest maar eens gaan.

Wil je geen koffie meer? - Nee, bedankt.

Howard heeft me gevraagd voor een boottochtje. Mag het?

Hopelijk blijft het weer zo mooi. - Ik zie geen bezwaar.

Dank je, je bent geweldig.

Tot ziens, Lottie. - Bedankt voor deze fijne avond.

Goedenavond, Mrs Trotter. - Tot ziens.

Ik ga meteen naar bed. Welterusten. - Slaap lekker.

Wat is hier loos? - Hou je gedeisd.

Ik mag hier helemaal niet zijn. - Trek dit nou maar aan.

Dat wil ik helemaal niet. - Doe nou maar. Het komt wel goed.

Ik kom eraan.

Nu vlieg ik er zeker uit. En dan sta ik op straat.

Dit wordt m'n ondergang. - Hou je mond en schiet op.

Wat ben je mooi, net een prinses. Nog even wat van dit.

Ga in bed liggen en als er iemand komt zeg je geen woord.

Hou je hoofd onder de dekens. Ik ben op tijd weer terug.

Heel fideel van je, Pearl.

Heel goed. Er staat een taxi te wachten. - Fantastisch.

Als de politie komt, is dit limonade. - Verwacht je die dan?

Nee, die waren gisteren al hier. - En daar zit koning Carol van Roemenië.

Die kunnen ze toch niet arresteren?

Dat is hem helemaal niet. - Dan lijkt hij erop.

Blij dat je er bent?

Ik vind je boeiend. Vertel eens iets over jezelf.

Wat wil je weten? - Iets over je familie.

Leeft je moeder nog? - Nee, ze is een wees.

Ook die hebben ergens familie. Wie was je vader?

Bemoei je er niet mee. - Onschuldige vraag, lijkt me.

Geen belangrijke man. Je kent hem vast niet.

Hij is toch gesneuveld? - Waar?

Dat moet ze toch weten? Welk legeronderdeel? Welke rang?

Wat een onbeleefde vraag. Misschien was hij wel soldaat.

Nee, hij was kapitein. Hij is onderscheiden.

Verder weet ik niet veel. Hij was vaak weg toen ik klein was.

In het buitenland? - Ander onderwerp.

Mijn vader is in Jutland gesneuveld. Het laatste wat hij ooit deed...

...was mij en Patrick een baan bezorgen als adjudanten van een admiraal.

We hoorden er dus niet echt bij. - Geen verhalen voor onze kleinkinderen.

Niet zo melodramatisch, jongens. - Daar kun jij toch niets aan doen?

Nee, maar ik word er zo moe van. Veel van m'n vrienden zijn er niet meer.

Alles lijkt nu zo zinloos. - Wat een mooi compliment, zeg.

Hoe kunnen wij helpen? - Jullie gezelschap helpt ons op de been.

Hopelijk krijg je dan ergens voet aan de grond.

Wil er dan niemand dansen? - Ik wil wel.

Slaap je al, Lottie?

Welterusten.

Tien uur in mijn kamer. L.

Ik haal je van de straat. Ik geef je een kans en wat doe jij?

Het was niet mijn schuld. - Dat is het verdorie nooit.

Kapotte deurkrukken en overal borden aan scherven.

Je laat het gebouw nog instorten. - Ik moest van haar.

Wat is dat voor herrie? - Geen idee.

Pearl zit diep in de nesten. - Dat meisje is een regelrechte ramp.

Dat meisje wordt nog eens m'n dood. En dan struikelt ze over m'n lijk.

Nu krijg je toch echt de zak. Twee weken loon krijg je nog mee.

Dat kun je niet maken. Het is allemaal mijn schuld.

Dat zei ik toch. Ik moest van haar. - Ik heb genoeg van jou. Wegwezen.

Je moet mij straffen en niet haar.

Weg bij die deur. - Als zij gaat, ga ik ook.

Geen grote mond waar personeel bij is. Maakt niet uit wie je bent.

Wat ik met mijn personeel doe is mijn zaak.

Jij en ik moeten eens even praten. Hou op met snotteren.

Zo, nu kunnen we even rustig praten.

Waar denk jij mee bezig te zijn? - Het spijt me.

Dat accepteer ik niet. Je hebt mijn vertrouwen beschaamd.

Net nu er tussen ons iets opbloeide.

Maar jij stort je op iedere vent, als een ordinaire del.

Niet waar, Howard is een echte heer. - Die schoolmeisjes ontvoert?

Het was stom en ik zal het goedmaken. Vloeren vegen, alles wat je maar wilt.

Je mag hem niet meer zien. En dat boottochtje kun je vergeten.

Ik hou je scherp in de gaten. Gelukkig ben je hier snel weer weg.

Dat bedoelde ik niet zo. - Je houdt niet van me.

Doe niet zo emotioneel. - Anders zou je zoiets niet zeggen.

Ik hou wel van je. Het botert niet zo tussen ons...

...maar ik hou wel van je. Op mijn manier.

Als je vader hier was... - Laat hem erbuiten.

Je hebt mij nu gestraft, maar ontsla Pearl alsjeblieft niet.

Ik zal erover nadenken.

Wacht even. Denk je nu echt dat je verliefd bent op Howard?

Nu zit je nog op school, straks heb je tijd genoeg voor de liefde.

Dan kun je naar feestjes...

Wat weet zij er nou van? We gaan heus niet trouwen of zo.

Ik wil gewoon bij hem zijn. Maar zij doet zo vreselijk ouderwets.

Iedereen mag hier alles doen. Behalve ik.

Ik vind je een onnozel, kinderachtig wicht. - Wat zeg je nu?

Als je mijn dochter was, gaf ik je een week huisarrest.

Je komt er nog goed vanaf. - Niet jij ook nog. Majoor?

Ik ben het met Miss Bradford eens. Wat had je dan van je moeder verwacht?

Jullie zijn ook allemaal hetzelfde. Jullie oude mensen weten niks.

Kom nou eens even bij me.

Rustig maar.

Ze heeft er echt veel spijt van. Ze zit in haar kamer te huilen.

Is ze niet genoeg gestraft?

Dus jij moet mij om komen praten? - Nee, dat is volledig mijn eigen idee.

Ik heb een brief van Howard gehad. Met excuses, zoals alleen hij dat kan.

Dat is tenminste iets, denk ik. - Fijne vent, Howard. Weet hoe het moet.

Het is een onschuldig avontuur. Kalverliefde, dat hoort er toch bij?

Z'n vader was een goeie kerel. - Reggie was top.

Z'n moeder daarentegen... - Ach, Rose moet je leren kennen.

Het kind heeft niet meer zoveel tijd hier. Laat haar dat boottochtje toch maken.

Als je wilt, gaan Olive en ik wel mee. Kunnen we een oogje in het zeil houden.

Jij en Olive Bradford? - Dat vindt ze niet erg. Ze is dol op Lottie.

Zij is deel van het probleem. - Wat?

Die school kost bakken met geld en dan krijg je zulke leraren.

Preutse tantes met verhalen over Parijs en Poolse liefjes...

...en allerlei andere gefrustreerde onzin. Vandaar dat die meiden op hol slaan.

Ik zal dat schoolhoofd eens schrijven. - Dat kun je echt niet maken.

Ik vind haar aangenaam gezelschap. - Dat heb ik gemerkt, majoor.

Pas maar op, u bent precies de ouwe bok die ze zoekt.

Haar allerlaatste kans. - Nu ga je te ver. Dat is niet eerlijk.

Zo is ze helemaal niet. Jij bent gewoon verbitterd.

Ik wil u waarschuwen. - Nergens voor nodig.

Zeg jij dat ze liegt? - Nee, ik zou niet durven.

U gelooft haar verhalen. En zij die van u, neem ik aan?

Jullie passen precies bij elkaar. Ga maar lekker samen bootje varen.

Maar let op Lottie. Haar leven begint net.

Wedstrijdje? U krijgt voorsprong. - Nee, bedankt.

Spoorloos verdwenen. Ik snap er niks van.

Weet je wat ik nu zou willen? Aardbeien met slagroom.

We hebben het Mrs Trotter beloofd.

Zou je dat echt willen?

Hoefde ik maar niet terug naar die vreselijke school.

Zul je me iedere dag schrijven? - Natuurlijk.

En als je terug bent, kom je naar Cowes. We hebben daar een jacht, dat is leuk.

Zou je moeder me wel aardig vinden? - Dat moet toch haast wel, lijkt me.

Ze klinkt behoorlijk fel. - Niet echt.

Jammer dat je m'n vader niet kent. Hij was een vriend van Mrs Trotter.

Zij woonde naast de zeilclub, hij zat in het bestuur.

Hij en z'n vrienden gaven daar feestjes. M'n moeder dacht dat ze bridgeden.

Kende jouw vader Lord Haslemere? - Charlie? Natuurlijk, ik ook.

Ik ging vaak met hem zeilen. Hij was erg aardig.

Hij was mijn vader. - Wat?

En Mrs Trotter is mijn moeder.

Goeie hemel.

Ben je nu geschokt? - In het geheel niet. Wat een afkomst.

Er valt moeilijk mee te leven. - Dat geloof ik.

Niemand mag het weten. Ik ben de dochter van een burggraaf.

Dat ben je zeker. - Dus dat zit wel snor.

Maar de rest is nogal gênant.

Zulke dingen zijn tegenwoordig totaal onbelangrijk.

Mooie chaperon bent u, majoor. - Ze gingen er als een haas vandoor.

En wat deden jullie toen? - We hebben ze overal gezocht.

En aardbeien met slagroom gegeten. - U meent het.

Ze zullen zo wel terugkomen. - Toevallig zijn ze al een uur terug.

Thuisgebracht in zijn Bentley. Ze konden jullie niet bijbenen, zeiden ze.

Toby valt niets te verwijten. Het was mijn schuld.

Nee, het was mijn schuld. - Dat is niet waar.

Wat mij betreft is het de schuld van jullie allebei.

Hopelijk is er niets gebeurd. Vergeet het nou maar.

Kijk eens wat ik hier heb. Met een brief erbij.

Dank je wel. Zet jij ze even in een vaas?

Helaas kan ik je niet meer ontmoeten. Ik moet met spoed naar Schotland.

Hopelijk treffen we elkaar ooit nog,

Sorry dat ik je wakker maak. - Nee, ik was je boek aan het lezen.

Vergeet dat boek, ik moet je wat vertellen.

Duizend mijl over de Amazone in een oceaanschip. Kosten 90 pond.

Geen zorgen, erfenisje van m'n moeder. Vertrek uit Liverpool op 15 september.

Zullen we gaan? - Natuurlijk.

Maar moet jij niet naar Zwitserland? - Ik neem eind dit jaar ontslag.

Het boterde toch al niet zo. Niemand die me mist.

Maar de meisjes dan? En Lottie? - Ik ben niet onmisbaar.

En Lottie heeft de mannen ontdekt. - Ja, dat klopt.

Ik moet je wel nog iets vertellen. Over mezelf.

Jouw beeld van mij als avonturier... - Ja?

Dat klopte misschien wel, twintig jaar terug.

Maar tegenwoordig ligt dat anders.

Je wilt niet naar de Amazone? - Niet echt.

Wat een opluchting.

Ik wist het niet zeker. Ik moest het uitproberen.

Ben je niet teleurgesteld? - Nee.

Raar genoeg kun je jezelf op mijn leeftijd behoorlijk voor de gek houden.

Je ontmoet een mooie vrouw en ineens waan je je jaren jonger.

Je voelt je zelfs jonger, maar dat ben je natuurlijk niet.

Dat zou je niet zeggen. Vooral niet toen op de rivier.

Dat is aardig van je.

Leeftijd heeft er weinig mee van doen. - Dat zal dan wel niet.

Mag ik je iets persoonlijks vragen? - Ga je gang.

Waarom ben je nooit getrouwd? - Heel simpel. Verschillende redenen.

Ik wilde reizen. Geen geschikte partner. Niet voldoende middelen.

Mag ik jou hetzelfde vragen? - Niemand heeft me ooit gevraagd.

Dat kan ik me nauwelijks voorstellen.

Ach, wat onbeleefd van me. Wil je ook wat?

Als je niet naar de Amazone wil, waar wil je dan wel heen?

Als je het echt wilt weten, ik heb altijd een watermolen gewild.

Bij een beekje. Nogal schilderachtig. - Klinkt perfect.

Maar daar heb ik helaas geen geld voor. - Dat heb je dan mis.

Ze was veel te jong voor hem. - Het blijft jammer.

Onzin, ze zouden zich nergens kunnen vertonen.

Typisch Howard. Ik heb vreselijk met hem te doen.

Een blok aan z'n been? - Natuurlijk. Louisa Trotters bastaard.

Zouden er nog meer zijn?

Dat ze ons zo wilde bedriegen. Alsof ze er ooit mee weg kon komen.

Ik heb inderdaad te snel geoordeeld. Er zit wel pit in die dame.

Eerlijk gezegd heb ik liever dat zij Lottie lesgeeft dan zo'n ouwe tang.

We denken erover om te trouwen. - Wat?

In de herfst. Kleine bruiloft. Geen toestanden.

U bent gek. - Dat had ik al verwacht.

Een beetje rollebollen is leuk... - Doe niet zo vulgair.

We hebben er goed over nagedacht en we willen het hoe dan ook doorzetten.

Maar jouw goedkeuring zou leuk zijn. - U vergooit zich.

Integendeel, Olive zou zich vergooien. Ik hoop alleen dat ik het waard ben.

Waar gaan jullie van leven? - Zij heeft geld, maar dat is het niet.

Het betaalt de rekeningen. - We willen hier niet blijven wonen.

Ik bivakkeer hier al veel te lang. In jouw aangename gezelschap.

We denken erover een oude watermolen te kopen.

Bij een rivier in Suffolk. Zij gaat schilderen en ik vissen.

We komen wel op visite. - Als de vissen niet bijten.

Echt Louisa, ik zou willen dat je wat enthousiaster was.

Ze is echt heel leuk. Ze heeft wel wat van jou weg.

Ik ben echt een bofkont. En het is mijn leven, zei je zelf.

Ik ga het u niet uit uw hoofd praten. Ik hoop dat jullie heel gelukkig worden.

Wat ben jij onhandig, zeg. Moet je kijken, wat een troep.

Hoe kom je toch zo onhandig? En ik maar opruimen, zeker?

Wat ben jij onbeleefd, zeg. - Sorry, maar ik werk hier niet graag.

Iedereen solt maar met me. We zijn toch allemaal mensen, of niet?

Jij doet meestal niet zo bot tegen me. Maar zo neem ik wraak op ze.

Mag ik hier nog wat van? - Nee, dat mag je niet.

Fraai, hoor.

Ik ga morgen niet terug naar school.

Heeft dat met die jongeman te maken? - Ja, maar niet zoals jij denkt.

Je doet de laatste dagen nogal raar. - Dat je dat gemerkt hebt.

Natuurlijk. Op mijn leeftijd maakt liefde niet meer blind.

Dat zou wel moeten als het echt om liefde gaat.

Wat is er toch? - Niks.

Heb ik iets misdaan? - Nee.

Waarom wil je dan niet terug? - Sorry, stoor ik?

Ze wil blijkbaar niet terug naar school.

Waarom niet? - Geen idee, vraag het aan haar.

Lottie? - Zonde van de tijd. En het geld.

Howard wil me niet meer zien omdat ik gezegd heb wie ik ben.

Ik hoorde die Angela Westbury over me praten.

Dat stel klaplopers? Laat ze toch.

Maar zij stellen iets voor. - Niet wat mij betreft.

Maar ik ben buitenechtelijk. Moeder wil dat ik een dame word...

...maar dat is onmogelijk.

De helft van alle vorsten in Europa zijn buitenechtelijk. Dat hindert niet.

Op school had ik een goede vriendin, Laura Duckworth.

Haar vader was een kolonel en haar moeder een bardame.

En nu is ze hoofd van een grote meisjesschool.

Ik ken ook iemand, ik zeg niet wie... - In de regering?

In de kerk, hij is bisschop. - Mijn hemel.

Zie je dat het geen probleem hoeft te zijn?

En het was toch leuk op school? Dat heb je zelf gezegd.

Niet als u Olive wegkaapt. - Ik ben er nog tot eind dit jaar.

We kunnen er nog vaak over praten. Lottie, doe eens wat vrolijker.

We gaan gewoon terug en bluffen ons er samen doorheen.

Ja, bedankt. Jullie allebei bedankt.

Wat zijn die meisjes toch vermoeiend.

Hoe vatte Mrs Trotter ons nieuws op? - Goed, gezien de omstandigheden.

Die vriendin van je, Laura Duckworth. Was dat waar?

Gelogen. De bisschop? - Geheel verzonnen.

Wat een goed team zijn wij.

Doe geen moeite, Miss Bradford. - Ik sta erop. Hoeveel is het?

Ik heb nog geen rekening. - Dat regel ik wel. Zo missen we de trein.

Tot ziens. En bedankt voor alles. - Dag. Nog gefeliciteerd trouwens.

Vindt u het dwaas van ons? - Nee, het werd hoog tijd.

Ga je mee naar het station? - Nee, ik hou niet van afscheid nemen.

Kom liefje, we gaan.

Tot ziens. Ik zie je in augustus weer.

Wacht even. Hier heb je wat extra geld.

Dat zal van pas komen, jou kennende. - Dank je wel.

Geen slechte vakantie, toch? - Nee, het was erg leuk.

Komt Howard je nog uitzwaaien? - Nee, die moest naar Schotland.

Jullie hebben toch geen ruzie gehad? - Eigenlijk wel een beetje.

Geeft niks. Er komen er nog genoeg.

Kom, ik zwaai je even uit.

Tot ziens. Je schrijft me toch wel?

Ik weet nog, die trein in Tel-el-Kebir... - Andere keer weer, majoor.

Goed dan. Kunnen we gaan?

Weer terug naar school, Lottie? - Veel plezier dit semester.

Misschien zien we je daarna wel. - Tot ziens.

Breng ons wat punch, Merriman. - Zeker, meneer.

Die heb ik pas nog gemaakt. - Dan leggen we deze apart.

Leg maar op mijn bed, dan ben ik de hele nacht bezig...

...om in slaap te komen.

Nog meer muziek? - Ja.

Hoe heet dit liedje? Geef me wat geld. Dat wil iedereen wel.

Wat een leuk liedje.

Mijn kamer, Lottie. - Pardon?

Ga naar mijn kamer. Ik laat koffie brengen.

We komen tweepersoons lakens tekort. - Dat komt straks wel. Koffie, Mary.

Geen gedoe met het personeel, Lottie. - Ik schaam me dood voor jou.

Hoezo dat dan? - Geen idee.

Het is klein om zo te praten. - Hoezo klein?

Als jij tot de society wilt behoren, kun je niet zo met het personeel omgaan.

Als ik daar bij moet gaan horen, zou ik graag wat eigen geld hebben.

Je hebt toch alles al? - Ja, maar ik wil graag contant geld.

Dat krijg je toch? - Zakgeld, ja.

Ik betaal toch alles voor je?

Dank je, Mary.

Wat wil je dan? Je hebt al zoveel kleren. - Daar gaat het ook niet om.

Kleding is erg belangrijk als je tot de society...

...wilt behoren. Dat weet ik wel. - Die school kostte een vermogen.

Daarvoor ben ik ook erg dankbaar. Nu spreek ik Frans en loop ik netjes.

En muziek. Ik hou van muziek. - Je vader was er ook dol op.

Weet ik. Ik wil zingen, moeder. Echt zingen, bedoel ik.

Daarom heb ik geld nodig. Ik wil op zangles.

Mijn stem is best goed, maar ik moet een lied leren brengen.

Hoezo? Leren zingen, bedoel je? - Inderdaad.

Vooruit dan, je mag op zangles. - Hartstikke bedankt, moeder.

Ik zal eens informeren. Die van Lady Marshford moet goed zijn.

Ik zal haar eens schrijven. - Niet dat soort zangles.

Zingen is een vaardigheid, een dame waardig.

Laat het maar aan mij over. Daar heb je een moeder voor.

Wel verdomme.

Is Mrs Trotter er, Starr? - Ja, Mrs Leyton.

Woonkamer? - Inderdaad.

Zei ze nou Mrs Leyton? - Ja, de moeder van Mrs Trotter.

Ik dacht die naam al te kennen.

Hij reutelt bij het ademhalen. Van de dokter moet hij in bed blijven.

Hij heeft ook medicijnen gekregen. Maar hij ziet er slecht uit.

En hij vraagt naar jou. Daarom ben ik hier.

Wat wil je, Lottie? - Mijn muziek.

Als je hoofd niet vastzat... - Een mooi hoofd, dat wel.

Ik vroeg me af of ik je ooit zou zien. - Dit is nou je grootmoeder.

Ze lijkt veel op mij. - Echt niet.

Echt wel. Ik zag haar net in de hal. Dat gezicht ken ik van toen ik jong was.

Ga je muziek oefenen. - Speel je? Net als je vader.

Ga nu maar. - Laat haar toch. Haar opa is ziek.

Opa? Ziek? - Ja, je hebt een opa.

Maar daar zul je wel niks van weten. Hij is nu zo'n twee weken ziek.

Hij vraagt naar je moeder. - Ik kom vanmiddag wel even.

Mag ik ook mee? Ik wil m'n opa ontmoeten.

Dat zou heel leuk zijn. - Dank u.

Wat een dametje. Ondanks alles.

Hoe gaat het, pa? - Best hoor.

En dit is ze nou. - Lottie?

Niet op bed zitten, dat hoort niet. - Laat haar toch.

Dat deed jij ook altijd, weet je nog? - Ja, dat weet ik nog wel.

Zondagmorgen, met een kopje thee. Dan ging ze altijd daar zitten.

Haar moeder was dan al op. - Thee zetten, ja.

En dan praatten we wat. Ik miste haar toen ze weg was.

Ze was nog zo jong. Te jong om het huis uit te gaan.

Jullie hebben mij blijkbaar niet nodig.

Dan ga ik thee zetten. Kom maar naar beneden.

Ik kom die van jou wel brengen. - Ja, bedankt.

Wat een verrassing is dit.

Betuttel me toch niet zo. Dat doet zij al meer dan genoeg.

Ik wil rustig doodgaan. - Dat moet je niet zeggen, pa.

Ach, we moeten allemaal een keer. - Gelijk heeft u.

Mag ik hier roken? - Toch niet hier, Lottie.

Natuurlijk niet. Sorry, opaatje. - Ga je gang, ik rook zelf ook wel eens.

Maar niet met dat hoestje van je.

Waarom heb je haar zo lang verstopt? - Ik ga beneden wel even helpen.

Ik was ook ooit mooi, maar ik heb er nooit iets mee gedaan.

Ik was kansloos. En toen kwam je vader.

Dat jullie ooit getrouwd zijn. - Hij bleef aandringen.

Was er niemand anders? - Ik had met hem te doen.

Daar sta ik van te kijken. - Ik ook, toen ik wakker werd...

...en twee kinderen bleek te hebben. En een man die met klokken speelt.

Hij is dol op z'n klokken. - Hij zei ooit ook dol op mij te zijn.

Deze onderdelen heb ik zelf gemaakt. - Echt waar?

Ze waren niet meer te koop. Het is een heel oud horloge.

Ik kon het niet zomaar wegdoen. - U bent heel slim, opaatje.

Niet echt. Ik versta m'n vak.

Waarom opaatje? - Pardon?

Waarom gebruik je dat woord? - Opgepikt op die vreselijke school.

Ik dacht dat het jouw idee was. Zie je dat radertje hier?

Ze was dol op haar grootvader. Ik wilde ook zo graag een opa.

En nu heb je hem. - Inderdaad. Hij zorgde goed voor haar.

Stuurde haar geld en zo. Haar vader was gesneuveld.

Ik begrijp het. Dit opaatje heeft alleen klokken.

Ja. Mag ik er nog één zien? - Ik zal deze eerst even dichtmaken.

Zij heeft wel geld. - Je bedoelt je moeder?

Geld van mijn vader en van zichzelf. - Ja, ze heeft het goed voor elkaar.

Weet u wat ik krijg? - Geen idee.

Twee shilling, de krent. - Per week?

Ja, dat is m'n zakgeld. - Niet slecht. Daar ging ik voor werken.

Dit zijn andere tijden, opaatje. Twee shilling is echt belachelijk.

Ach, wat zal ik... - Ik ben al tweeëntwintig, opaatje.

Zoek dan een baan. - Dat vindt ze nooit goed.

Ze behandelt me als een kind.

Thee voor meneer en mevrouw.

Ik help u wel even. - Wat een lief kind.

Zal ik u inschenken? - Ja, graag.

Net een verpleegstertje. - Ik maak me graag nuttig.

Jouw thee staat beneden. - Ik blijf liever bij opaatje.

Suiker? - Dank je, liefje.

Weer niks gewonnen. Het is niks met de paarden deze zomer.

We missen de majoor. Die had het altijd mis.

Goedemorgen, kolonel.

Ik ben naar de Turkse baden. - Heel goed, meneer.

Ik laat Pearl meteen alles opruimen. Heftig feestje in kamer 7, Mr Starr.

Helemaal niet slecht. - Dank u, Mr Somers.

U heeft een goede stem. - Weet ik, Mr Somers.

Nick Somers? - Hallo Nick, ik ben Lottie.

Ik dacht dat je vreselijk duf zou zijn. Ik schrok me vorige week dood.

Moeder heeft je aangenomen, op voorspraak van Lady Marshford.

Mijn oom gaf les aan haar dochters. En aan mij.

Waar is hij nu? - Met pensioen. Nu doe ik het.

Hij zei genoeg te hebben van talentloze, onnozele leeghoofden.

Ik zag jou niet zo zitten. - Nou zeg.

Maar ik had het geld nodig en jij... - Ik ben niet onnozel?

Of een leeghoofd? En ik heb zeker talent.

Zeker. Luister, ik heb je nodig. - Nu al?

Maak je hoofd leeg, Lottie. - Nu ben ik in de war.

Arm schaap. Ik schrijf ook liedjes. Voor de revue.

Nu is mijn interesse gewekt. - Het zijn heel goede liedjes.

Wie zegt dat? - Ik. En jij, als je ze zingt.

Je veronderstelt te veel. Ik ben een geboren actrice.

Jouw persoonlijkheid en schoonheid... - Ho even.

Hou op, je bent mooi en je weet het. Wij kunnen samen grootse dingen doen.

Zakelijke dingen, natuurlijk. - Puur zakelijk, schat.

Maar levert het ook iets op? - Meer dan je ooit gehoopt had.

Dat is onmogelijk. - Ambitieus. Wanneer beginnen we?

Nu, geen uitstel meer.

Je moeder? - Weg.

Op ziekenbezoek. - Wat een opluchting.

Is dat feest nou nog niet afgelopen? - Kolonel Fitzsimmons is naar de...

Wegwezen.

Wat is hier gaande? Weg bij die piano, jij brutale...

Dat mocht van mij. Niet weggaan. - Het spijt me.

Je zou mijn dochter zangles geven. Noem je dit zingen? Dit is walgelijk.

Je bent ontslagen. Ik zal Lady Marshford hierover inlichten.

Dit is echt volledig mijn schuld. - Wegwezen.

Wat ben jij slecht, zeg. - Slecht? Jij bent gek.

Gek? Ik doe m'n best voor jou en jij papt aan met zo'n vent.

Nick is een vriend. - Nu niet meer.

Onnozele ouwe tang. Doe niet zo geschokt.

Jij kunt ook aardig schelden, hoor ik. - Is dat zo?

Je vindt alleen de vrienden leuk die jij voor me kiest.

Maar ik wil voortaan zelf kiezen. Anders wil ik m'n geld en vertrek ik.

Hier ben je thuis. En wat jouw geld betreft...

Daar beschikken jij en god over. Dat pik ik niet meer.

Ik weet wat je vader gewild zou hebben. - Mezelf zijn, ja.

Niet opgedirkt alsof ik een dame ben. - Dat ben je ook.

Ik ben een bastaard uit Yorkshire. - Zwijg.

Had me daar maar gelaten. Daar wist ik wie ik was.

Beter dan hier tentoongesteld worden. - Ophouden, Lottie.

Ik word zangeres en jij houdt me niet tegen.

Ik zal nooit trouwen. Dat zijn jouw idiote idealen.

Ik heb m'n eigen dromen en die zal ik hoe dan ook verwezenlijken.

Was je nu maar hier, Charlie.

Waar het op neerkomt, ik voel me niet als haar moeder.

Het voelt alsof ze niks met mij van doen heeft.

Ik bedoel, ik ben bezorgd om haar. Ik wil dat ze gelukkig is.

Maak haar dan gelukkig. Geef haar geld om zelfstandig te zijn.

Dat durf ik niet, pa. - Ben je bang voor Lottie?

Je kent haar niet. - Ik ken haar moeder toch?

En haar grootmoeder. Haar vader was ook geen nietsnut.

Onze Lottie is niet dom. - Je hebt haar maar één keer gezien.

Ze is hier nog best vaak geweest. - Dat wist ik niet.

Wat wilde ze? Toch geen geld? - Ik heb een zwak voor mooie vrouwen.

Je moet haar geen geld geven. Wie weet wat er gebeurt.

Violet gaat over het geld.

Ik wil graag geloven dat ze voor haar opaatje komt.

Ik zou er maar niet op rekenen.

Ik krijg geen hoogte van haar. Ik wil haar graag helpen.

Je voelt je toch beter? - Ja hoor.

Ma zei dat je beter werd. - Daar doet ze inderdaad alles aan.

Het voelt alsof de wereld leegloopt. - Hoezo dat dan?

Alle mensen om wie ik geef gaan weg.

Beste majoor...

We waren alleen piano aan het spelen en een liedje van Nick aan het zingen.

Ze is zo vreselijk ouderwets en in zichzelf gekeerd.

Ik kan niet bewegen, niks doen zonder haar toestemming.

Ik ben een volwassen vrouw, maar zij ziet alleen wat ze wil zien.

Kom eens even op je stokje zitten.

Dat zegt u goed. Ik ben een vogel in een gouden kooi.

Stil nou maar. Je moeder geeft echt wel om je.

Nee, ik ben blij dat ik u gevonden heb.

Ja, een beetje laat wel. Maar dat geeft niet.

Ik moet bij haar en dat hotel weg. Ik heb een pesthekel aan dat hotel.

Doe nou niks doms. - Dat kan niet zonder geld, opaatje.

Daar zit een kern van waarheid in.

Maar ook armoede kan je tot een zondig leven brengen.

Dus jij wilt zangeres worden?

Ik heb er de juiste stem en persoonlijkheid voor.

Ik weet hoe ik een lied moet brengen. Ik hoor op het toneel thuis.

Ik voel dat alles instinctief aan.

Maar ik heb zangles nodig. Techniek en ademhaling en zo.

Ik heb een fatsoenlijke leraar nodig. En geld. Nick kan zo niet doorgaan.

Weet je moeder dit? - Die luistert toch niet.

Ze zou het wel begrijpen. - Ze wil me niet begrijpen.

Kun je dat geld niet verdienen? - Dat duurt te lang.

Ik moet beginnen nu ik nog mooi ben. Jong zijn is alles in dit vak.

Ik begrijp het. - Over een paar jaar heb ik rimpels.

Het is zo verdomd frustrerend. - Niet zo vloeken, dat hoor ik niet graag.

Sorry, opaatje. Nick wil wel helpen, maar die heeft geen geld.

Zie je die klok daar? Breng die eens hierheen.

Maak maar eens open, meisje. Dat schuifje daar, ja.

Goed, doe maar weer dicht. Zet hem even terug, alsjeblieft.

Dit is ruim 78 pond, Lottie. - Wat?

Kun je daar lessen van betalen? - Opaatje toch.

Eigenlijk was het bedoeld voor een kleine vakantie.

Dat kan ik echt niet aannemen. - Jawel, dat kun je wel.

Opaatje, ik ben echt verschrikkelijk. Ik kom je hier lastigvallen.

Je bent een stout meisje.

Het spijt me zo. - Stil maar.

Maar je vakantie dan? - Die gaat nu niet door.

Misschien word je er beter van.

Ruim 78 pond gespaard in al die jaren. Stop het maar weg.

Gebruik het goed, liefje. Spreid je vleugels.

Maar die vakantie dan? - Zo'n droom die je overeind houdt.

Als ik straks rijk ben... - Zelf dacht ik aan een cruise.

Als kind wilde ik graag varen.

Echt zo'n dwaze droom van een klein kind.

Maar ik werd leerling bij een klokkenmaker.

De hele dag achter de werkbank.

In een klein, benauwd kamertje.

Vol met klokken. Die tikten de hele dag lang.

Maar u bent dol op klokken. - Ik leerde ze zogezegd waarderen.

Opaatje, als ik eenmaal rijk ben dan kunt u de hele wereld over varen.

Ik wilde hem net z'n medicijn en wat te eten komen brengen.

Hij lag dood op z'n kussen te staren. Haar hand had hij nog stevig vast.

Ik kreeg zijn hand bijna niet los. Ze gaf geen krimp. Ze was erg bleek.

Hoe lang al, vroeg ik haar. Sinds vanmorgen, antwoordde ze.

Ik was verbijsterd. Zit je hier al die tijd al, vroeg ik.

Ik kon hem toch niet zo achterlaten, zei ze toen.

Vreselijk, en dat op haar leeftijd. De hele dag bij een lijk zitten.

Ze heeft wel lef, die meid.

Dit is het begin van een nieuw leven.

Hoe bedoel je dat? - Dat ik er alleen voor sta.

Vindt u dat erg, grootmoeder? - Eerlijk gezegd niet.

Nou, ik zal hem missen. Arme pa. - Hij heeft best een goed leven gehad.

Arthur is degene die vroegtijdig overleden is.

Ik neem aan dat je mijn toelage voortzet?

Waarom draait alles om geld? - Daar koop je wat voor.

Jij bent zelf ook best een krent.

Eerst ga ik lekker op vakantie. - Op mijn kosten.

Nee, Ernest had wat gespaard. Ik wil alleen waar ik recht op heb.

Hoezo: recht? - Ik ben toch je moeder?

Je trok meer naar je vader, maar ik ben wel je moeder.

Ik zal eerlijk zijn. Ik ga kamers verhuren. - Neem je huurders in huis?

Gasten, met ontbijt en diner. Net een soort Bentinck, als het ware.

Hij was een blok aan m'n been. Ik had nooit moeten trouwen.

Het huwelijk is echt belachelijk. Altijd bij elkaar, in voor- en tegenspoed.

Bespottelijk, gewoon. - Nu weten we waar jij heen wil.

Wat jij wilt. - Nee, dus.

Hou toch op, ze heeft haar eigen mening. Je moeder trok zich ook niks aan van mij.

Wil je nog wat thee, Louisa? - Nee, ik moet nu echt weg.

Zeg maar als je nog iets van hem wilt. Ik verkoop z'n klokken.

Wat ga je doen? - Ik wil ze niet meer.

Ik wil ze niet iedere avond opwinden. Sommige zijn veel geld waard.

Ik wil die klok uit jullie slaapkamer. Die wonden we vroeger altijd samen op.

Alleen bij die klok lukte me dat. Arme pa. - Zeg dat toch niet steeds.

Mag ik z'n horloge? - Niks waard.

Niet om te verkopen. Hij heeft me laten zien hoe het werkt.

Ik ga ze meteen maar halen.

Nu heb ik niemand meer. - Je hebt mij toch, Lottie?

Het is weg. - En dat dan?

Nee, die 78 pond die hij gespaard had. Die zaten in deze klok.

Iedere vrijdag kreeg ik huishoudgeld en legde hij wat opzij.

Dinsdag voor z'n overlijden heb ik het nog geteld, toen hij sliep.

Ik ben er nog niet aangeweest, dat leek me niet gepast. Waar is het?

Hij kan het niet meegenomen hebben en in z'n broek zat alleen kleingeld.

Waar is het? Misschien wel verstopt. Hier, pak aan. Ik ga het zoeken.

Gelukkig heb ik nog niks verkocht of weggedaan.

Binnen drie weken gekomen en gegaan. - Mrs Trotter zal hem gaan missen.

Echt waar? - Ze stonden elkaar erg na.

Dat heeft ze nooit verteld. Ze vertelt me nooit wat.

Waarom niet eerder? Als ze echt m'n moeder was...

Dat is ze echt wel. Anders zou ze niet zo bezorgd zijn.

Bezorgd? Kom op, tante Gwyn. Doe uw ding.

Zo'n kopje heb ik nog nooit gezien. - Echt waar niet?

Zo overvloedig. - Veel theeblaadjes, bedoelt ze.

Nee, bloemen. Massa's bloemen. Uit de donkere aarde groeiend.

Je hoeft ze alleen maar te plukken. Een leven vol bloemen.

Je hebt je armen vol bloemen.

Je wordt vast een filmster. - Ik wil het toneel op.

Nick en ik willen in het noorden optreden. - Dat zou ik niet doen.

Begin aan de top, waar je thuishoort. Je moet groot leren denken.

Het theater is voor grootheden. - U heeft gelijk.

Ik zal ze eens wat laten zien. - Nog steeds die onzin, Mrs Davies?

Doe dat maar in uw eigen tijd. Dit is mijn tijd, daar betaal ik u voor.

Wegwezen, Lottie.

Mary, ik wil niet dat ze hier beneden komt.

De glazen lijken wel kleiner te worden.

Er is niet veel veranderd, majoor. - Dat gebeurt ook nooit.

Fred is wat ouder geworden. - Hallo, Fred. Kom eens hier, meisje.

Laat me je eens bekijken. - Doe dat straks maar.

Breng de majoor wat te drinken. In mijn kamer, Starr.

Ik ben blij u te zien. - Ik ben meteen vertrokken.

U verblijft in uw oude kamer. - Top.

Gaat u zitten, majoor.

U ziet er moe uit. - En jij bent bleek. Je oogt uitgeput.

M'n vader is overleden. - Moest ik daarom komen?

Nee, hij is overleden nadat ik u geschreven had.

Alles gebeurt tegelijk.

Wat mankeert mij? Wat is er mis met mij? Er mist iets.

Ik heb nooit gedacht... - Iets essentieels.

Ik lijk niet in staat om... Ach, ik weet het niet.

Wat vreselijk van je vader. - Ach ja.

Ik hield van hem, niet? - Dacht het wel. Aardige vent.

En ik hield van Charlie. - Ja.

Wat voel ik dan voor Lottie? - Liefde en geluk, hoop ik.

Ik snap het niet. Als u een dochter had, wat zou u dan verwachten van haar?

Daar wringt dus de schoen. Niks, als ik het kon helpen.

Wat verwacht jij van Lottie? - Alles. Of toch niet?

Je bent een eigenwijze vrouw.

Weliswaar heb je voor mij en voor anderen veel gedaan.

Maar alleen als het strookte met je eigen ideeën over mensen.

Ik weet dat ik een snob ben. - Eigenlijk een soort egoïsme, niet?

Ik weet het niet, hoor.

Ik wil het beste voor Lottie. - Dat wil iedere ouder.

Ik wil doen wat Charlie gewild had. - Die was nogal vrijgevochten.

En dat ben jij ook. Lottie mag dat dus ook zijn.

Je gaat vooruit. Je hebt talent. - Weet ik.

Verwaand nest. - Echt niet, ik weet het gewoon.

M'n eigen Lottie, de grote ster. - Pas op, jij.

Wat? - Ik ben niet van jou.

Je weet best wat ik bedoel. - Misschien, maar je kent onze afspraak.

Sorry, ik zal wat voorzichtiger zijn. Het zou toch niks worden met mij.

Mooi. Ik wil me niet binden. Ik wil vrij zijn.

Raak niet verbitterd, liefje. Ook al zal het nog vaak tegenzitten.

Een artiest moet kwetsbaar zijn, anders werkt het niet.

Wat klink jij oud, zeg. - Zo oud als Methusalem.

Ik moet ergens anders gaan wonen.

En het hotel dan? - Dat werkt echt niet.

Een mensenleven is kort en vol smart. De mens bloeit op en wordt geveld...

Heb je een geest gezien? - Was het maar waar, zeg.

Grootmoeder, even over dat geld. Ik heb die 78 pond.

Wat zeg je nu? - Ik heb het.

Van opaatje gekregen voor hij overleed. - Hoe durft hij zo mijn geld weg te geven?

Het was niet echt uw geld. - Echt wel, hij was mijn man.

Heeft hij het echt wel gegeven? - Dat zeg ik toch?

Hoe weet ik of dat waar is? - Gelooft u maar wat u wil.

Ja, het is blijkbaar echt waar. - Inderdaad.

Het geld was bedoeld voor zangles. - Weet je moeder daarvan?

Dat dacht ik al niet. En nu? - Ik wilde u de helft geven.

Dat is ruimhartig van je, zeg. - Niet echt.

Ik wil een kamer huren. - Wat, hier?

Ja. Ik wil werken, maar dat wil m'n moeder niet.

Wat voor werk? - In het theater.

Jeetjemina. Dat zal je moeder leuk vinden.

Ik heb echt talent, zonder dollen. Geloof alstublieft in mij, omaatje.

Omaatje, zeg je?

Neem een toffee.

We hebben een winnaar nodig. Misschien die Polly Wolly Doodle.

Dat u op een favoriet wedt, majoor. - Ik ben het een beetje verleerd.

Ik zie u niet graag vertrekken. - Ik zal je missen, Starr. En Fred ook.

Taxi? - Ja, bedankt.

Veel geluk. Je doet er vast goed aan.

Als je Olive en mij ooit nodig hebt, dan weet je ons te vinden.

Zorg jij voor mijn koffer? - Wat voor koffer?

Wist je dat niet? Ik ga verhuizen. - Heus?

Ik vind het hier niet fijn. - Uw taxi wacht.

Dan wacht die maar. Ik wil je spreken.

Geen tijd. - Dan maak je maar tijd.

Nee. - Niet zo brutaal.

Ik heb afspraken gemaakt. - Die heb ik ook.

Pak mijn bagage, Starr. - Afblijven, allemaal.

Kom, ik doe het wel. Het spijt me echt verschrikkelijk.

Oh, goedemorgen. Mooie dag, nietwaar?

Heeft u haar uitgezwaaid? - Ze zit in de taxi, ja.

Mooie vriend bent u. Waar is ze heen? - Dat heb ik niet gevraagd.

Dat had u moeten doen. - Met welk recht?

Ze is meerderjarig, ze mag best... - Echt niet.

Je overdrijft. Jij bent ook onafhankelijk. - U zou mij toch helpen?

Dat probeer ik ook. - Niet erg hard.

Een levendig meisje als Lottie heeft haar vrijheid nodig.

Ik maak me zorgen om haar.

Ik wil dat ze vrij is en succesvol. Maar ik maak me zorgen.

Weet je zeker dat het zorgen zijn?

Geen idee. Ben ik dan jaloers?

Misschien neem je het haar kwalijk. Je hebt zelf altijd hard moeten knokken.

Het was inderdaad geen gespreid bedje. Weet ik veel, ik krijg geen band met haar.

Ik weet niet eens of ik dat wil. Wie weet mag ik haar niet eens.

Maar nu is ze weg. God weet waar. Als er iets gebeurt, is het mijn schuld.

Lieve hemel. Was m'n vader maar niet overleden.

Ik ben dat schuldgevoel beu. Ik wilde toch geen dochter?

Ze toont totaal geen begrip voor me. - Dat mag je van de jeugd...

Waarom krijgt de jeugd altijd haar zin? - Dat is helaas niet het geval.

De rollen zijn wat mij betreft omgedraaid. - Wat bedoelt u daar nu weer mee?

Eerlijk gezegd denk ik dat jij totaal geen begrip toont.

Je bent zo koppig als een ezel. Laat me even uitpraten.

Ik ben hier voor jou. Eigenlijk kwam het me niet uit.

Olive was er niet blij mee. Dus nu zul je luisteren ook.

Je spendeert een hoop tijd en geld om van Lottie een dame te maken.

Maar je ziet toch ook wel dat het niet werkt?

Je bent toch slim genoeg om te zien dat Lottie helemaal geen dame wil zijn?

Ze wil gewoon zichzelf zijn.

Natuurlijk zie je dat wel. En je weet ook wel dat ze gelijk heeft.

Maar dat kun je niet onder ogen zien. Je wilt je ongelijk niet toegeven.

Daarom voel je je zo schuldig. Je bent ook schuldig. Aan dwang.

Als je niet heel erg oppast, raak je je enige dochter kwijt.

Bedankt voor uw vriendelijke woorden.

Maar ik heb toch gelijk?

Alleen ik heb het blijkbaar mis.

We hebben wel een borrel verdiend.

Ik ben er wel aan toe.

Uw brandy, meneer. - Beetje zuinig, niet?

Breng de hele fles maar. Nee, laat die maar hier.

Hoe is haar humeur vandaag? - Je bedoelt van Mrs Trotter?

Wie anders? Wat een pesthumeur heeft dat mens tegenwoordig.

Fred zou zeggen dat ze gebukt gaat onder de vreugde van het moederschap.

Of niet soms, Fred?

Uw koffie, mevrouw. De nieuwe smaak die u wilde.

Heb jij iets van Lottie gehoord?

Ja, dus. - Ik heb vorige week een briefje gehad.

Op die manier. - Het gaat goed met haar.

Natuurlijk weet jij waar ze is, maar je mag niks zeggen.

Ik ben haar moeder maar. Waar ze is gaat mij uiteraard niks aan.

Ik weet zeker... - Ik ook, Mary.

Als ze verhongert dan hoor ik het wel. - Dat gebeurt niet, ik weet zeker dat ze...

Ik bedoel... - Ja, wat bedoel je eigenlijk?

Dat ze slim is en... - Mooi?

Inderdaad, ja. - Dus die redt zich vast wel, toch?

Ik kom het een beetje netjes maken.

Z'n graf krijgt meer aandacht dan hij ooit van ons kreeg.

Ik ben altijd een goede vrouw voor hem geweest. Jij daarentegen...

Ach, hij is nu dood.

Jij bent egoïstisch. - Dat zei iemand anders ook al.

In het begin miste ik hem heel erg. Met z'n klokken in de keuken.

Eigenaardige man. Gesloten. Nu gaat het al beter met me, hoor.

Je bent er snel overheen. - Zo bedoel ik het niet.

Ik heb weer iets om voor te leven. - Leuk voor je.

Voor het eerst in m'n leven doe ik iets wat ik leuk vind.

Knappe huurder, zeker? - Dat zou je zo kunnen zeggen.

Kom je zo nog thee drinken? Ik moet even met je praten.

Nee, liever niet. - Lottie is bij me ingetrokken.

Het water staat op.

Ze heeft haar sporen achtergelaten. - Ze is jong.

Arthur en ik mochten nooit in dit heiligdom komen.

Ik wilde graag iets voor mezelf hebben. Waar ik me even lekker kon terugtrekken.

Je zult me meer geld moeten geven. - Ik zat er al op te wachten.

Lottie heeft kleren nodig en zo. - Heeft ze geen rijke minnaar dan?

Dus ze heeft jou ingepakt? - We hebben een afspraak.

En daar mag ik voor betalen. - Lottie weet niet dat ik jou om geld vraag.

Daar komt ze wel achter. - Nee, dan wordt ze boos.

Ze heeft talent. - Dat heeft ze zeker.

Niet zo bitter, daar word je lelijk van. Ze kan zingen en acteren.

Hoe weet jij dat? - Ik heb haar gehoord. Ze lijkt op jou.

Ik kan haar te eten geven en zo. Boven heb ik nog een jongedame.

Slim kind, stenotypiste. Betaalt op tijd. Maar Lottie heeft nette kleren nodig.

Ze moet zichzelf toch verkopen? En ze heeft dansles nodig.

Je moet het professioneel aanpakken. - Je weet er veel van.

Ik had zelf ook carrière willen maken. - Waar blijft die thee nou?

Deze week zingt ze in een chique tent. Haar eerste baan. Betaalt goed.

Je zou haar moeten horen. Jouw dochter gaat het helemaal maken.

Ik heb er genoeg gehoord. De sterren pik je er altijd uit.

Ze zal hier niet lang meer wonen.

Jou heb ik nooit begrepen. Maar Lottie wel.

Gerookte zalm en het gebruikelijke. - Heel goed.

Hoe zou zij mijn liedje nou kennen?

Ik heb iets gehoord over een bus. Ze heeft zeker een nieuwe hoed gekocht.

Sorry, ik moet ophangen. Het is erg druk. Zal ik doen.

Goedemiddag, leuk u te zien. - Hallo, Starr. En hoe is het met Fred?

Ik heb een kadootje voor Fred. - Dank u, dat zal ze leuk vinden.

Het gebruikelijke voor u? - Graag, Merriman. Met citroen.

Fred is u erg dankbaar. - Mooi, het is een kieskeurige dame.

Zou u de gebruikelijke boodschap willen overbrengen aan Mrs Trotter?

Maar natuurlijk.

De majoor belde dat hij een paar dagen komt logeren, als dat uitkomt.

Dat wordt een tweepersoonskamer. - Mrs Smith-Barton komt niet mee.

Een artistieke expeditie, naar Florence. - Dat is niks voor de majoor.

Komt hij voor de paardenraces? - Epsom, ja.

Volgens mij kan z'n vrouw die hobby niet zo waarderen.

En haar portemonnee ook vast niet.

Als de kat van huis is... - Precies.

Toch leuk. Geef hem z'n oude kamer. - Ja. En dan is er nog iets.

Dat weet ik en het antwoord is nee. Probeer dat nou eens te onthouden.

Ze is erg geduldig. - Inderdaad, ze is hier bijna altijd.

Charmante dame. - Gooi haar er nou maar uit.

Nee, het is zo'n leuke Amerikaanse. Praat u toch eens met haar.

De hal is jouw domein. Ik heb een hekel aan schrijvers.

Vooral dames, die roddelen alleen maar. - Miss Applegate is erg vasthoudend.

Ik ook, ik zal het altijd te druk hebben. - Ja, mevrouw.

En zeg dat die omkoperij niks helpt.

Met Fred paaien komt ze nergens. - Ja, mevrouw.

Dat is prima, bedankt. Doet u nog mee aan een prijsvraag?

Ik wilde die uit Tit-Bits eens proberen, maar die is nogal ingewikkeld.

Uw advies zou zeer welkom zijn, u bent tenslotte een expert.

Wat denkt u bij 'koppelen'? - Een liefdesconnectie?

Heel goed, juffrouw. - 'Flat op de hoogste etage?'

Ik denk aan 'bovenkamer'. - Heel grappig, bedankt.

Geen geluk? - Sorry, ik ken Mrs Trotter al lang.

U verdoet uw tijd. - Bedankt, Starr.

Excuseer. Taxi, Miss Lottie?

Nee, dank je. Lord Elphick heeft een nieuwe Bentley.

Laten we ergens naartoe racen. - Naar Putney?

Of Dollis Hill. - Om onderweg brokken te maken?

Mrs Trotter. - Deze kamer is privé. Gaat u weg.

Ja, maar eerst wil ik u bedanken. Dit is het fijnste hotel in heel Londen.

En dan deze kamer. De foto's, het interieur. Perfect.

Precies zoals Larry gezegd had. - Wie is dat?

M'n neef, Larry Rickenbaker. - Is Rikki Tikki jouw neef?

Ja, hij heeft veel over u verteld. Dat u zo'n aardig mens bent.

Voor sommigen, ja. Je neef is piloot, polospeler, een heer.

Maar ik heb een hekel aan schrijvers. Vooral Amerikaanse.

Maar ik ben hier op advies van Larry. Uw naam is erg bekend in de VS.

Hier ben ik exclusief, net als dit hotel. En daar hoor jij niet thuis.

Bekend in de beste kringen, bedoelde ik. Een select gezelschap oude vrienden.

Die willen dat ik een boekje schrijf. Dat heeft niks met de krant te maken.

Over u en uw hotel, uw triomfen en al die mooie herinneringen.

Voor de geschiedenisboekjes. - Mooi niet.

Ik bedoel... - Hoe gaat zoiets?

Wat? - Hoe maak je zo'n boek?

In uw vrije tijd vertelt u mij over uw leven en dat schrijf ik dan allemaal op.

Hoe dan? Ik praat vreselijk snel. - Ik gebruik steno, dat hou ik wel bij.

Ik zou het wel eerst willen lezen. Het moet me wel aanstaan.

Maar natuurlijk, u moet alles lezen. Dat zou de afspraak moeten zijn.

Dus we hebben een afspraak?

Wanneer wil je beginnen? - Nu vandaag.

Nee, veel te druk. Morgenavond. Na het diner is het altijd lekker rustig.

Bedankt, Mrs Trotter. Uw vrienden zullen dit koesteren.

Ik ben nog niet dood, hoor. Hoe je ook mag heten.

Applegate. - Juist ja.

Dat had ik nooit verwacht. Hoe heeft ze dat toch geflikt?

Ze heeft een zwak voor Amerikanen. Maar niet voor dames of journalisten.

Die jongedame is behoorlijk slim. - Ze zijn allebei spijkerhard.

Wat zegt u nu toch? - Ik ga even deze brief posten.

Kan die niet met de rest mee? - Ik doe het liever zelf.

Hij is echt seniel aan het worden. - Het is die prijsvraag uit Tit-Bits.

Volgens mij is hij gewoon getikt.

Fred en ik wilden zo gaan wandelen in het park. Het is een mooie avond.

Helaas jaagt Fred graag op eenden. Ze heeft een vrouwenhand nodig.

Dat zou leuk zijn, Fred. Kunnen we samen op de eenden jagen.

Ik kom eraan, zeg. Rustig aan.

Goedenavond, Starr. En Fred natuurlijk.

Ik heb een afspraak met Mrs Trotter. - Die is helaas niet aanwezig.

Maar we hadden een afspraak. - Ze zal wel verhinderd zijn.

Ze is naar een feest in Epsom, voor de paardenraces.

Blijf van die nectarines af. - Ze zijn voor Sir Ronnies punch.

Nog meer punch? Koop ze zelf. Er waren er op de markt niet veel meer.

Had je eerder op moeten staan. - Leg terug. Eentje, meer niet.

De rest heb ik nodig voor de lunch van die miljonair.

Geef die parvenu nectarines uit blik. Weet hij veel.

Mrs Trotter zou het merken. - Die moeten ze afschieten.

Ze spreekt af met Miss Applegate, maar gaat doodleuk naar een feestje.

Tja, ze doet precies wat ze wil. - Ze waant zich de koningin van Sheba.

Zo gaat dit hotel nog failliet, wat ik jullie brom.

Vreselijk, zoals hij in dat fruit knijpt. Zo zijn alle nectarines beurs.

Ik zal hem eens knijpen, die dief. - Dat lukt u nooit, Mrs Cochrane.

Wat niet? - Mr Merriman knijpen.

Dat is net een mummie, zo hard en uitgedroogd als hij is.

Maak dit af en ga naar bed.

En hou die opmerkingen voor je. - Goed, Mrs Cochrane.

De majoor en ik hebben op vier winnaars gewed.

Gefeliciteerd, mevrouw. Welke paarden, majoor?

Bij die laatste was ik zo zat, dat ik hem haast niet zag.

Nog wat drinken?

Die Amerikaanse dame wacht al sinds gisteravond.

Miss Applegate. - Ken ik niet.

Majoor, dit is Miss Apple... iets. De zus van Rikki Tikki, kent u die nog?

Deed in een lantaarnpaal de Big Ben na. Kom, dan drinken we een glas wijn.

Nectarinepunch. - Dat is Ronnie maar.

Normaal zit hij in West Indië. Z'n kleermaker verpest z'n kleren...

...omdat hij in de schulden zit.

Jij daar. Ik wil graag wedden op Cross Bow.

De race is op woensdag al gelopen. - Wat een teleurstelling, zeg.

En toen zat ik dus op school. Ik wilde graag schoolhoofd worden.

Maar van m'n ouders moest ik ergens gaan poetsen. Niks aan.

Eten en slapen, dat is toch geen leven? Ik wilde graag bij de elite horen.

Mijn ouders kenden dat niet, maar ik wel. Dus leerde ik koken.

Iemand als ik moet zich nuttig maken om een voet tussen de deur te krijgen.

En op een dag mocht ik voor hem koken. Toen was hij nog de prins van Wales.

Wanneer was dat? - Eeuwen geleden, volgens mij.

Als beloning kreeg ik een gouden pond. Moet je dit toch eens zien.

Ik beet er iedere avond op, voor geluk. Zo ambitieus was ik.

Ik was de beste kok in heel Engeland. Zelfs Mr Escoffier zei het.

Ooit was koken belangrijker dan kleren. Ik heb voor vele vorsten gekookt.

Keizer Wilhelm at graag fruit. Met een raar vorkje vanwege z'n arm.

Ik mocht mee op z'n jacht. Bekijk die maar eens.

Highcliffe Castle. Londonderry House.

Buckingham Palace. Toe maar, zeg.

En wat een heerlijke namen. 'Piece de Boeuf en gelee en Bellevue'.

'Peches Rose de Mai'. - En het smaakte nog beter.

En het aantal gangen. Acht, negen. - Soms wel tien of elf.

Hoe kregen ze het op? - Mensen hadden toen grote magen.

En vrouwen hadden grote tieten. Borsten.

Daar kon een grote jurk omheen. Niet zoals die planken van nu.

Wat vond de koning het lekkerst? - Kwartelpastei. Moest hij overal hebben.

Hier is het recept, kijk maar even. - Bind de kwartel op en marineer...

Morgen zal ik het voor je maken. Neem me niet kwalijk.

Bekleed de bakvorm met gewoon deeg.

Wikkel de kwartel in flinterdun gesneden rundvlees.

Dit vergt wat handigheid. Het rundvlees smelt tijdens het koken.

Wat is uw geheime ingrediënt? - Gezond verstand. Of niet, Ethel?

Ik heb geen idee. - Echt wel. En de groenten?

Kies altijd het beste van het seizoen. Zelfs bij aardappelen.

Die moeten perfect zijn. Net als Michel...

Angelo. - Michelangelo, dus.

Laat maar zitten. En het vlees, Mrs C.?

Geen sausjes, zoals in het buitenland. Een gegrilde karbonade is zo al lekker.

De Franse kok van wie ik les kreeg, zei altijd: Eerst de neus, dan de mond.

Peterselie, uien en champignons erbij. Gebruik een goede kwaliteit bouillon.

Knoop de doek dicht als een hoedje en kook het een uur lang. Duidelijk?

Zet het er maar in, Mrs C.

Eerst de neus. Wat ruikt dat heerlijk, zeg.

Was er ooit een Mr Trotter? Of zijn alle koks 'mevrouw'?

Die is er wel degelijk ooit geweest. Maar die hebben we buiten gezet.

Hij maakte er een bende van. Arme Gussie, wat een sul.

Doodgezopen, ergens aan zee. - Great Yarmouth.

Luistervink. Ga het toetje halen.

Augustus Trotter was butler. Ik moest met hem trouwen van mijn familie.

Dit hotel heb ik voor hem gekocht.

Hoe bent u aan het geld gekomen? - Hard werken, mensen tevreden stellen.

Ik heb een gerucht gehoord... - Daar moet je niet naar luisteren.

Die twee blijven maar kletsen. Dat gaat fout, zeg ik je.

Jij en ik komen in een boek. Wat zeg je daarvan, Fred?

Goedendag, meneer. - Verblijft hier ene Mr Merriman?

Niet dat ik weet. - Arthur Cornelius Merriman?

Wellicht een personeelslid. Ik informeer even voor u.

Iemand vraagt naar u. - Wat wil hij?

Geen idee. Problemen? - Zou kunnen.

Zal ik hem wegsturen?

Tot voor kort werkte er hier inderdaad iemand met die naam.

Helaas is hij recent ontslagen. - Dat is ontzettend jammer.

Weet u waar ik hem kan vinden? Ik heb erg goed nieuws.

Mr Merriman. - Hou hem tegen.

Alles is in orde. - Hoezo? Z'n gezicht staat me niet aan.

Ik ben van Tit-Bits. U heeft onze prijsvraag gewonnen.

Ik heb hier een cheque van 500 pond.

Wat is daar verdomme loos?

Wat gebeurt hier, verdomme? - Mr Merriman heeft 500 pond gewonnen.

Dat kan me niks schelen. Allemaal wegwezen.

En u ook. Het is hier geen variététheater.

En m'n motor dan? - Weg ermee.

Hij staat buiten op u te wachten. - En ik wacht straks binnen op u.

'Mr Merriman, leeftijd onbekend...' - Hij weet het gewoon niet.

'...gaf toe nog nooit eerder op een motor gezeten te hebben.'

'Hij vertelde onze reporter dat hij wat leven in de brouwerij wilde.'

'Daarna verdween hij in het verkeer, met een fortuin op zak.'

Dat lijkt me levensgevaarlijk. - Die komt wel weer terug.

Eerst zien of Mrs Trotter hem terug wil. Ik moest voor vervanging zorgen.

Als ze de sleutels maar opbergt. - Won ik maar eens een wedstrijd.

Misschien mag je wel achterop bij Mr Merriman.

Ik heb een briljant idee, Julian. Ze zullen zich wild schrikken.

We springen op onze springstok het raam uit.

Wel eerst oefenen, anders vallen we er zo vanaf.

Ik ben Kangoe, Julian. - En ik ben Roe.

Hoe verklaart u het succes van een hotel als dit?

Dit hotel is uniek. - Natuurlijk.

Heet water, lekker eten en schoon beddengoed.

Het is prachtig, helemaal geen hotel. Overal hangen van die mooie dingen.

Vroeger kookte ik in grote landhuizen en zo.

Ik heb het zo ingericht dat m'n gasten zich thuis voelen.

Comfort, privacy en geen lastige vragen.

Maar dat wil niet zeggen dat er hier hoeren zitten.

Deze stoel heb ik op een veiling gekocht. Dat is nu eeuwen geleden.

Hoe oud bent u eigenlijk? - Jij durft, zeg.

Ik zie er nog goed uit, dus dat blijft mijn geheim.

Zie je die dellerige vrouw daar? Daar kun je een boek over schrijven.

'De wereld rond in 80 bedden'.

Dat is een Deense gravin. Heeft nog gejaagd in Mexico of zo.

Tatoeages op haar borsten, zegt men. Ik betwijfel het.

En die knul praat met consumptie. Geen wonder, hij is altijd dronken.

En de tante van die gravin droeg haar kunstgebit als broche.

Haar oom zou je zo omleggen. Praat me niet van die familie.

Niks als klaplopers en uitvreters.

Hier zijn we dan. Dit is Saffron Walden. Deugt nergens voor, dus pas op.

Lieve Louisa, altijd even flatteus. - En dit is z'n vriend.

En dit is mijn Lottie, die ken je vast al. - Zeker, gezien de discretie in dit hotel.

Mijn moeder vereeuwigen valt niet mee. Ik ben haar enige fout, zegt men.

Maar wel een heel mooie. - Mijn vader was echt het einde.

Wij moeten naar Mrs Corrigan. Ze wilde per se Keith ontmoeten.

En ik wil jullie allebei per se kwijt.

Dat je zo'n nicht hier laat verblijven. Het haalt alles zo naar beneden.

Hij betaalt wel de rekeningen voor lijntrekkers zoals jij.

Geen idee wat je met hem moet. - Hij houdt tenminste z'n handen thuis.

En hij staat mooi bij m'n nieuwe jurk.

Zeg, kun je een cheque verzilveren? - Dacht ik het niet.

Hoeveel? - Zou 25 pond lukken?

Volgens mij komen mensen hier alleen twijfelachtige cheques innen en plassen.

En als je dat publiceert, klaag ik je aan.

Goedenavond. - Goedenavond, meneer.

Ober.

Een fles Pommery uit 1909 en sandwiches met gerookte zalm.

Schiet toch op, man.

Mooi weer voor de tijd van het jaar. - Het is me niet opgevallen.

En hoe is het met de motor? - Een duivelse uitvinding.

Hoe krijg je dat spul toch weg? - Ik vind het echt heerlijk.

Hoe heet dit? - Sidecar. Neem nog wat.

Ik drink nog liever vergif. Ik hou het op champagne.

Moedertje lief, champagne is zo passé.

Passé, m'n zolen. Merriman zou gek geworden zijn van dit spul.

Jij en ik verschillen van smaak. - Niet alleen qua drankje.

Doe niet zo gemeen tegen me. - De mannen waar jij mee omgaat.

Osbert? Dat is toch zo'n scheetje. - Een natte wind, ja.

Hij heeft goede connecties. En wat deed je rot tegen Nigel.

Dat is gewoon een klaploper. - Hij is goed met reserveringen en zo.

Hij heeft geen cent te makken. - Voor de centen heb ik iemand anders.

Eddy, zeker? Die komt bij mij janken dat m'n dochter z'n hart breekt.

Je wordt nog mild op jouw leeftijd. Eddy is een ouwe snoeper.

Hij heeft een vrouw en vier kinderen. Eigenlijk heb ik best met hem te doen.

Waarom ga je dan met hem uit? - Uit medelijden. Hoe meer, hoe beter.

Hoeveel zijn er dan nog? - Ach, zoveel. Rajah, bijvoorbeeld.

Ik zou maar oppassen met hem. Ik hoor dat hij er drie dames op na houdt.

Ik ben zangeres, geen prostituee.

Dan heb ik nog Noel, Valentine en Willie. Hele troepen mannen.

En David natuurlijk. Hij vraagt me iedere donderdag ten dans.

Hij is de liefste man die ik ken. - Ja, hij lijkt op z'n grootvader.

Hij wil met me naar het theater, maar ik ben geen geschikte partner.

Z'n moeder zou het zeker afkeuren.

Maak het mee, zeg. - Wat is er?

De verloren zoon is terug.

Is alles naar wens, meneer? - Nee, mevrouw. Niet helemaal.

De ober heeft geen verstand van champagne, hij stinkt en hij is vies.

En die boterhammen waren droog. - We zullen beter ons best moeten doen.

Hij is wel schoner dan onze vorige ober. Uw rekening, meneer.

Wat, vier pond? - Het leven wordt duurder.

Diefstal is het. Laat de rest maar zitten.

Kom, oude makker. Een dutje kan geen kwaad, denk ik.

Hallo, Louisa. Klaar, liefje?

Dag, hoor. Ben je erg geschrokken? - Nee, niet echt.

Hopelijk word ik ooit echt verliefd. Net als jij en papa.

Maar nu nog niet. Dat zou erg slecht uitkomen.

Dag, veel plezier samen.

Op mijn kosten.

Is Mr Merriman soms ziek? - Zo zou ik het niet noemen.

Hij moet zwarte koffie hebben. En veel. - Ik snap het. En, genoeg leven gezien?

Ja, hoor. Maar het stelde niet veel voor.

Ik ben zo'n beetje bij het laatste hoofdstuk.

Toch niet over begrafenissen? Ik ben nog niet dood, hoor.

Nee, over mannen en de liefde. - Daar denk ik steeds minder aan.

Ik zal je eens wat vertellen over Engelse mannen.

Hun paard is belangrijker dan hun vrouw en dan komen ze bij mij hun nood klagen.

Mannen zijn allemaal hetzelfde. Op vrouwen jagen zit in hun aard.

Wij moeten zorgen dat de verkeerde ons niet vangt.

Maar bijna iedereen vergist zich weleens. Ik tenminste wel. Dat ligt aan de drank.

De mannen die van één vrouw houden, zijn uiterst zeldzaam.

De meeste mannen zien vrouwen als tijdverdrijf, net als poker en zo.

Het is allemaal luxe. Te veel van het goede.

Maar Engelse mannen zijn toch trouw? - Dat ligt eraan wat je daarmee bedoelt.

De mannen die hier komen hebben iedere avond een ander.

Maar als je ze ontrouw noemt, klagen ze je aan.

De meesten bulken van het geld, maar dat is niet alles.

Je kunt er champagne, kaviaar en vrouwenlichamen mee kopen.

Maar liefde kun je niet kopen. Met seks kun je de mannen lokken...

...maar het blijft een gok.

Echte liefde moet je inlijsten, dan kun je er nog eens naar kijken.

Heb ik ook gedaan.

Hier is hij dan, mijn Charlie. Ik zal nooit van een ander houden.

Het is net als de mazelen, je krijgt het maar één keer.

Ik ben gelukkig. Hij betekent nu meer voor me dan toen hij nog leefde.

Nou ja, bijna dan. En nu heb ik Lottie.

Hoe zit het met god? - Jij windt er ook geen doekjes om.

U gebruikt Zijn naam vaak, hoor ik. - Dat is mijn manier, dat vindt Hij niet erg.

Dus u gelooft wel in god? - Jazeker, maar ik laat Hem met rust.

Je moet gewoon verder met je leven. Maar als alles een beetje tegenzit...

...ga ik naar de kerk op Piccadilly voor een praatje.

En leven na de dood? - Geen idee. Dat weet niemand zeker.

Ik weet net zoveel als de paus. Je moet er gewoon het beste van maken.

Sorry, ik wilde niet storen. - Kom zitten.

Nee, ik moet de hal in de gaten houden. Starr is met Mary naar Wembley.

Dan drinken we wat met de deur open. Ik heb een droge mond van al dat praten.

U kent Mrs Trotter toch al heel lang? - Inderdaad, waar zal ik eens beginnen?

Hou op, dat wordt nog onze dood.

Wat denkt u dat haar geheim is? - Van haar succesvolle leven?

Ik wil niet dat ze verwaand wordt. - Waarom niet?

Haar menselijkheid, zou ik zeggen. Begrip hebben voor mensen.

Zorgen dat mensen gelukkig zijn. Geven dus, niet nemen.

Hij slijmt altijd zo bij de dames. - Ik geloof hem wel.

Misschien. Wat je geeft heb je nog, wat je bewaart ben je kwijt, zegt men.

Champagne. Pommery, als die er nog is. Ga met de motor, dat schiet beter op.

Mag ik een vraag stellen, Merriman? Wat is volgens u Mrs Trotters geheim?

Vooruit, u mag vrijuit spreken. - Het succes van dit hotel?

Ze is een snob en een bullebak. Dat is belangrijk in een hotel als dit.

Het is werkelijk prachtig. Waren er ook echte leeuwen?

Ja, en beren en zilvervossen. En een echte waterval.

We zijn ook in een mijn geweest. Mary voelde zich meteen thuis.

Wat heb jij gekregen, Ethel? - Een schuiffluit, dat is helemaal hip.

Dat ga je toch niet de hele dag doen?

Joseph en ik, Mr Starr bedoel ik, hebben die zwart-witte kat geaaid.

En er stond een beeld van boter, van de prins van Wales.

Laat haar d'r kop eens houden.

Waarom luistert u liever naar dat ding dan naar de verhalen over Wembley?

Omdat die tentoonstelling niks voorstelt. Die in Crystal Palace was heel wat beter.

Mij lijkt Gay Sultana wel wat. - Hoe vaak moeten we het nog zeggen?

Wedden op zo'n paard is kansloos. U maakt meer kans met Fairfield Swell.

Zullen we naar Sandown gaan? - Ik kan niet iedere dag naar de renbaan.

Sorry, thuis krijg ik de kans niet.

Heeft u een prettig verblijf? - Jazeker. Leuk om iedereen weer te zien.

Maar na de drukte van Londen bent u straks weer lekker rustig thuis.

Ja, lekker rustig. Precies wat je zegt.

Wat doet u zoal? Vissen? - Dat vissen valt nogal tegen.

Maar er is nog meer te doen. Golf bijvoorbeeld. Stomme sport.

En ik tuinier wat. 's Avonds spelen we meestal bridge.

Binnenkort krijgen we het druk. Olive begint een pottenbakkerij.

Ze wil dat ik haar help. Ik ben echt heel erg gelukkig.

Pottenbakkerij? U verveelt zich dood. U wil het niet zeggen, maar het is wel zo.

U was altijd al een open boek voor me. - Het ligt echt niet aan Olive.

Ze zorgt echt heel goed voor me. Maar oude planten moet je niet verpotten.

Ik voel me volledig ontworteld. Mijn bezoek hier voelt als thuiskomen.

Al die jaren nam ik het hier voor lief, maar dit is wel mijn thuis geworden.

Niet lachen, maar zonder dat ik het wist ben ik heel erg dol geworden op...

Nou ja, op jou dus. Erg dol, als je begrijpt wat ik bedoel.

Ik begrijp wat u bedoelt. En waarom zou ik u uitlachen?

U heeft me geholpen in moeilijke tijden. Dat viel heus niet mee.

U hoeft heus niet in Suffolk te blijven. Kom wanneer u wilt.

Ik hou uw oude kamer voor u aan. Dan kunt u hier komen vergaderen.

Olive heeft het vast te druk om er iets van te merken.

Kunnen we naar de renbaan. Zo heeft u van alles het beste.

Ik wist wel dat je het zou begrijpen. - Daar ben ik blij om.

Kunnen Mr Starr en ik u even spreken? - Ja, kom maar binnen.

U kunt wel blijven, majoor. Nou, wat is het probleem?

Het is niet direct een probleem. - Ziet u, Mr Starr en ik...

Joseph, zou ik moeten zeggen. - Is het heus?

We overwegen om te gaan trouwen. - Wat zeg je nu? Neem van mij aan...

Sorry, ik zal het even uitleggen. - We hebben ons verloofd.

Officieel. - Daar hebben jullie niks over gezegd.

We wilden wachten... - Tot het officieel was.

Hoezo? Moet het in de krant staan? - Het gaat om de ring.

We wilden u geen last bezorgen. - Nou, dat is dan mooi te laat.

Jullie weten toch dat ik geen getrouwd personeel wil?

Zijn jullie soms plots verliefd geworden? - Nee, Mr Starr zit al jaren achter me aan.

Maar ik heb hem nooit serieus genomen.

Maar vorige week in Wembley, nadat we die gelukskat hadden geaaid...

...overviel Joseph me met z'n aanzoek. En toen heb ik 'ja' gezegd.

Hij is niet knap, maar heeft wel manieren. En ik ben dol op Fred.

Ze hebben een thuis nodig. - Dat hebben ze hier toch?

Ik hoop dat ze een nieuw thuis vinden. - Als dat betekent dat we ontslagen zijn...

Ach, hou toch je kop. Ik moet hier even over nadenken.

Ik laat het jullie nog wel weten, wanneer het zover is.

Als het zover komt.

Die durven, zo achter m'n rug. Onbetrouwbare, achterbakse...

Dat is niet eerlijk. Starr hoeft jou toch niet vragen...

Ik heb het niet over Starr. Die heeft het vast aan z'n hond gevraagd.

Nee, ik heb het over Mary. Al jaren ontferm ik me over haar.

Niks was me te veel. - En zij heeft jou...

Niks gegeven, geen donder. Ze heeft me niet eens wat gevraagd.

Het is gewoon chantage. Ineens duwt ze die ring onder m'n neus.

En het hele hotel wist het vast al, behalve ik. De keuken, Merriman, u.

U wist het toch al, of niet soms? - Ja, ik heb gisteren met ze getoost.

Verrader.

Zijn ze echt zo bang voor me?

Nou, nee... - Ik begin mild te worden.

Mij voor schut zetten? Ik zal ze leren. Als die twee trouwen krijgen ze de zak.

Voor gek gezet door m'n personeel. Dat ze verrekken.

'Menselijkheid, begrip.' - Niet mijn woorden.

Er is toch een flatje vrij? - Hoe weet u dat nou?

Er verandert niks, je spaart geld uit. - Voor de oorlog trouwde personeel niet.

De tijden zijn veranderd. Niet terugkijken, zei je toch altijd?

Dat was dan knap stom van me.

Ik heb een borrel nodig. Dat heb ik ook heel vaak gezegd.

Ik stond perplex toen ik het hoorde. Ik zei al dat ze woedend zou worden.

Liefde maakt blind, zeggen ze. - Wat poëtisch van u, Mr Merriman.

Mrs Trotter wil wijn en snel wat. - Ze kan wel wat sterkers gebruiken.

Wat is er met jou aan de hand? Jank niet in de sorbet, pak een zakdoek.

Het komt omdat zij gaan trouwen. - Hoezo? Wij zijn ook getrouwd geweest.

Maar wij zijn allebei weduwes.

Luister, niet dat ik dat per se wil, maar weduwes kunnen hertrouwen.

Vooral knappe jonge weduwes als jij. - Ik wil helemaal niet hertrouwen.

Ik wil gewoon m'n eigen Clive terug. Dat is alles wat ik wil.

Tijd heelt alle wonden. - Helemaal niet.

En ik zal nooit in Wembley komen. Of het moet met de oorlogsweduwes zijn.

Ga jij maar even zitten. Ik maak dit wel af.

Dat meisje maakt het zichzelf wel moeilijk.

Dit klinkt nergens naar. Het zou opera moeten zijn.

Meer een stel papegaaien. Een uur lang Ierse humor en muziek.

Wie dat toch heeft uitgevonden. Afschieten, of niet Fred?

Mary, moet je dit zien. - Wat? M'n handen zijn nat.

'Coulsdon, winkel in rustige buitenwijk. Tabakszaak, banketbakker, kiosk.'

'Goedlopende zaak.' Mooie omgeving, ook voor Fred.

Ik ga me niet uitsloven in zo'n winkel, terwijl jij naar de pub gaat...

...of met Fred naar het speelterrein. - In Coulsdon heb je parken, hoor.

Bij ons heette dat de speelterrein. We blijven mooi hier.

Als haar slaafjes? - Dat zijn we toch helemaal niet.

En ze heeft ons een flat aangeboden. - Ze wil ons gewoon niet kwijt.

En dan is er nog zoiets als loyaliteit. - Na alles wat ze tegen ons gezegd heeft?

Ze was overstuur. Begrijpelijk.

Luister, als we eenmaal getrouwd zijn... - Ik betwijfel of het ooit zover komt.

Meen je dat nou? - Nee, maar Fred en ik blijven hier.

Wat jij ook beslist.

Alle vrouwen zijn tegen me. Zoals gewoonlijk.

Vandaar dat mannen geen kans hebben. - Die zullen we ook nooit krijgen.

'Als ik een voorbeeld zou moeten geven van een beschermengel...

...dan zou dat ongetwijfeld Mary Phillips zijn.'

'Zij is Mrs Trotter zeer toegewijd.' Dat vind ik nou mooi.

Meer een grote bemoeial. - Ik vind het goed, heel opmerkelijk.

Heeft u het uit? - Mijn suggesties zijn overgenomen.

Wie heeft het nog meer gelezen? - Ik niet, maar Mary wel.

Ik vind het begin mooi.

'Mijn neef zei het al: Het was goedkoop als ze je mocht...

...peperduur als ze je niet mocht. Heerlijk eten, als het ooit kwam.'

'De gasten waren knettergek en Mrs Trotter was een geweldige vrouw.'

Helemaal waar. Vast een bestseller. - Vast, maar dat zullen we nooit weten.

Het gaat de prullenbak in.

Dat kun je niet maken. - Echt wel.

Maar het is toch waar? - Ja, maar het gaat niemand wat aan.

Die arme vrouw. - Haar neef heeft 40 miljoen dollar.

Bovendien hou ik niet van schrijvers. Het is mijn leven en ik doe wat ik wil.

Kom op, anders missen we het feestje.

Vooruit dan. Wat moet ik zingen?

Oh, Mr Porter, mevrouw. - Koppen dicht.

Hold Your Hand Out, dat ga ik zingen.

Bedankt, allemaal. Het is bedtijd.

Welterusten, allemaal. God zegene jullie.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.