All language subtitles for The.Duchess.of.Duke.Street.S02.DVD1x

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian Download
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish Download
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Uw tickets voor morgen. 8.45 uur.

Hijg niet zo boven die taart.

Ik moet zeggen dat hij bijzonder zwaar is.

Ik zeg: Hij is wel erg zwaar voor een taart.

Hij zit ook boordevol fruit.

Zullen de darmen fijn vinden. - Bedankt, Merriman.

Ouwe zeurkous.

Ik zal tegen Mrs Trotter zeggen dat u er bent.

Die naam past wel bij haar.

Wie gebruikt m'n naam daar ijdel?

Hallo, ma en pa. - Daar zijn we dan.

Wat zie je er opgedirkt uit. Gefeliciteerd, pa.

En wie mag dit zijn? - Verrassing.

Nee, is het hem echt? - Jazeker.

Dat kan niet waar zijn. Is dit onze Arthur?

Wie anders, lieverd?

Mijn hemel. - Dat zei ik ook, hè?

Wat ben jij volwassen geworden. - Niemand ontkomt eraan.

Geef me eens een lekkere knuffel.

Jeetjemina. Oh, kleffe zoenen, net als vroeger.

Kom mee. Ga jij maar voor, pa.

Wat een verrassing. - Ik zit vol verrassingen.

Merriman, een stoel extra, alstublieft.

Hoe lang ben je al terug? - Twee dagen.

Meteen naar pa en ma gegaan, brave zoon die ik ben.

Een verjaardagsverrassing voor pa. - Ik wist van niks.

Dat heb je met verrassingen.

Je bent een echte dame geworden, Louisa.

Jij was een mager ventje toen je vertrok.

Heerlijke blozende wangen. Of is het spul uit een doosje?

Nee, het is echt. - Wat dacht jij.

En flinke billen. - Hou op, ze wordt er verlegen van.

Wat vind je ervan? - Is ie voor mij?

Natuurlijk. - Heb jij 'm gemaakt?

Uiteraard. - Speciaal voor mij?

Je bent toch jarig? - Ik heb nog nooit een taart gekregen.

Komt er ook een koekoek uit? - Ga lekker zitten.

Sorry dat Arthur niet is aangekondigd. - Ik had het niet anders gewild.

Ik wilde meteen komen toen ze over je vertelden.

Ik zei: Wacht nou even, dan gaan we met z'n allen.

Om Erns verjaardag te vieren. We maken er dubbel feest van.

Laten we dan maar beginnen. Zal ik de rum openmaken?

Doe dat maar.

Kom maar. - Al die moeite voor mij?

Het was leuk om 'm te maken, en het is nog leuker als je 'm opeet.

Zullen we beginnen met een broodje?

Alsjeblieft, ma. - Dat ziet er lekker uit.

Iets met vis? - Zalm, pa's favoriet.

Ik had niet gedacht je ooit nog eens te zien.

Ik stond ook perplex.

We zaten bij de open haard. Ern lag te snurken, zoals elke avond.

Opeens werd er geklopt op de achterdeur.

En toen stak hij z'n hoofd om de deur. Ik gaf een gil, dat mag je best weten.

En toen zei hij: Dat dikke kalf hoeft niet dood, ik neem wel een haring.

Ik lachte en schreeuwde en Ern zat daar maar en zei:

Dit kan niet waar zijn. En toen schonk Arthur een glas bier in en zei:

Zit er stront in je ogen? Zo grappig, als vanouds.

Hij lacht al sinds z'n geboorte. Dat heeft hij van mij.

Ik heb je vader in al die jaren nog nooit een grap horen maken.

Op die ouwe. - Pa.

Niet kapot te krijgen. - Daar drink ik op.

Ze heeft het toch mooi voor elkaar, hè Art?

Dat weet ik nog niet. Het ziet er wel mooi uit.

Ze heeft zich flink opgewerkt. De majesteit zag haar wel zitten.

Toen hij nog prins was. - Ma. Ze kraamt onzin uit.

Waarom ben je teruggekomen? - Ik wilde m'n familie weer zien.

Nee, na een tijd gaat het buitenland vervelen.

Op je gezondheid, pa. - Die is de laatste tijd niet zo best.

Hou op. Het gaat best goed. Hij denkt dat hij eeuwig jong kan blijven.

Wanneer krijgen we taart? - Als pa zover is.

Ik heb nog nooit taart gekregen. - Zestig is ook een hele mijlpaal.

Neem nog een broodje. Gaat het?

Hij klaagt al wekenlang over pijntjes.

Wat heb je dan? - Hij gedraagt zich naar z'n leeftijd.

Voel je je niet lekker? - Het zijn m'n oude botten.

Ik ben steeds moe. Ik heb al weken geen klok gerepareerd.

Dan mag je deze nakijken. Een groot stuk taart zal je goed doen.

Dan tikt hij weer als vanouds. - Oh Arthur, ik verslik me bijna.

Jij mag de taart aansnijden. - Sta maar op, jongen.

Dit is niet de eerste klok die je uit elkaar haalt.

Zonde om erin te snijden. - Doe het nou maar.

Doe jij het eens voor. - Zal ik de bruid even helpen?

Dit is geen kamp, maar de salon van een dame.

En wat voor een. Kom soldaat, op elf uur.

Geef mij dat mes maar.

Pardon, mevrouw. - Momentje.

Nemen we nog of niet?

De gordijnen van kamer 8 zijn klaar.

Zal ik nieuwe slopen labelen of wilt u dat ik ga strijken?

Dat moet u aan Mary vragen. - Ze heeft vrij vanmiddag.

Ga dan maar strijken. - Is dat wel een goed idee?

Die slopen hebben we morgen nodig.

Doe dat dan, denk even logisch na. - Ik wil niets verkeerd doen.

En Lord Monkford wil dat iemand z'n koffers naar beneden draagt.

Maar ik kan ze niet tillen. - Waar is Starr?

Die regelt een taxi. - Vraag het Merriman.

Ik denk niet dat hij in staat is...

Het is niet aan u om te bepalen of iemand ergens toe in staat is.

Vraag Merriman en ga daarna verder met de slopen.

Ik probeer alleen te helpen.

Ik ben er wel toe in staat. Breng mij maar naar die koffers.

Wacht eens even. - Laat die jongen toch helpen.

Hij wil zich graag nuttig maken. - Ja, ik moet blijven trainen.

Dat ziet er goed uit, ja. Ik weet nog dat m'n nicht Rachel...

Had ze ook zulke spierballen? - Wijs Mr Leyton even de weg.

Ja, mevrouw. Deze kant op.

Wat een mooi portret is het, hè?

Deze heer haalt uw koffers, Lord Monkford. Volgt u mij, Mr Leyton.

Bent u familie? - Ik ben haar broer.

Is dit een rendez-vous? - Ik wijs hem Mr Monkfords koffers.

Maar Mr Starr... - Die is druk, en jij ook.

En jij zou die koffers niet kunnen tillen.

Ze komen eraan. Sorry dat u moest wachten.

Uw taxi is er. U heeft nog alle tijd.

Geen woord erover tegen mij.

Vrouwen horen in het souterrain. En wat is het een rommel hier.

Mrs Davies denkt dat ze mijn kamer als naai- en linnenkamer kan gebruiken.

Ze moeten haar in een klein kamertje stoppen.

Mag ik vragen wat jij aan het doen bent?

Nummer 8 wil brandy in de thee. - Opgeschoten middenklasser.

Geef hier, dat is mijn werk.

Een paar glazen lukt me nog wel, als een koffer niet mag.

Niet dat ik een koffer wil dragen. Dat is mijn taak niet.

Maar die dwaze vrouw moet niet doen of ik seniel ben.

Mopper niet zo. Ik zou willen dat iemand iets van me over neemt.

Ik kom om in het werk nu Mary een middag vrij heeft.

En in de keuken is het vreselijk. Mrs Cochrane wordt nog erger dan u.

Is er een nieuwe kruier? - Vreselijk wezen.

Mrs Davies. Maar hij is een goede tweede. Loopt maar te grimassen.

Mrs Davies moet haar plaats kennen. Dat gecommandeer.

Ze probeert alleen te helpen. Ik vind het wel fijn. Ze is ook lief voor Fred.

Nummer 8 wil brandy. - Ja, ja, ik ga al.

Mr Starr, Lord Monkford wil een taxi. Daar heb je m'n lieve schat.

Kijk eens, een lekker stukje chocola.

Voorzichtig.

Ik hou wel een taxi aan.

Wilt u een taxi? - Dat wordt al geregeld.

De taxi staat al klaar. Ik had snel beet.

Laat mij maar even.

Die is van jou. Ik ben hier alleen vandaag.

Een fox terriër? Dat zijn keffertjes, hè?

Ik heb meer met grote honden.

Waar is m'n taart? Ik heb hard gewerkt, ik verdien een stuk taart.

Op je bordje. - Wat een ouwe tangen heb je in dienst.

Die ene vent kan elk moment omvallen. - Nee, die is beresterk.

Een zak botten. - Er zijn dames aanwezig.

Ik heb het ook niet zo op hem. Ik zou hem niks toevertrouwen.

Dat hoef jij toch ook niet, ma? - Eet me niet op.

Je zou iemand als Arthur goed kunnen gebruiken. Die weet van wanten.

Ik sta zelf ook niet stil. - Arthur zoekt werk.

Dat regel ik zelf wel. Niemand hoeft werk voor me te zoeken.

Ik wilde alleen... - Helpen.

Maar bemoei je niet met mijn zaken.

Je bent veranderd. - Ja, natuurlijk.

In tien jaar gebeurt een hoop. Dan verander je.

Of niet? Je was altijd best wel een boefje.

Met taart hou ik me in.

Je was ma's lieveling. - Hij was zo schattig als baby.

Dikke voetjes, krulletjes. Hè, Ern? Net een engeltje.

Ga toch weg. - Wel, hè Ern?

Kuiltjes in je handen. Je had een meisje moeten zijn.

Je was gewoon een schatje. Louisa leek weer meer een jongen.

Nu begeef je je op glad ijs. - Er zaten altijd scheuren in je rok.

Drink op, ma. Verwen jezelf eens lekker.

Het wordt flink kouder. - Ik heb m'n dikke jas meegenomen.

Zijn de slopen klaar? - Ja, en het strijkwerk ook.

Goed gedaan, tante. - Goed gedaan?

Het was één grote bende hier. Ze hoort in de linnenkamer thuis.

Met mijn longen en al dat vocht daar?

Ik mocht hier staan van Mrs Trotter. Haar familie was op bezoek.

Haar vader is toch jarig? - Ze had een mooie taart gemaakt.

Maar een biscuitgebak was beter geweest. Fruit valt zo zwaar.

Er zijn drie flessen champagne op gegaan.

Haar broer was er ook, een flinke vent. - Heeft ze een broer?

Ze heeft inderdaad een broer. - Zal ik thee zetten voor Mrs Trotter?

Ken je haar moeder? Dat is een echt serpent.

Dat is niet lelijk bedoeld. - Dat lijkt alleen maar zo.

Ik heb thee voor u. - Oh, dank je wel, Mary.

Heb je een leuke dag gehad? - Ik heb gewinkeld.

Stof voor een nieuwe jurk gekocht. Tante Gwyneth gaat 'm maken.

Wat vind jij van Merriman? - Hetzelfde als altijd.

Heeft hij z'n beste tijd gehad? - Nee, die is niet te stoppen.

Hij is altijd moe, maar gaat maar door. Een sterke man, net als m'n opa.

Die reed nog op z'n pony naar de markt tot...

We komen mensen tekort, hè?

Een extra keukenhulp zou fijn zijn.

Maar vooral een sterke vent die met steenkool kan sjouwen.

Ik wil het af en toe best doen. Maar dan staat Violet weer alleen.

We worden supergespierd. - Doe dat nou niet.

Mr Starr maakt z'n handen niet vuil. Dat past niet bij een portier.

Hij heeft gelijk. Maar wij moeten ook schoon zijn.

Een extra kamermeisje zou welkom zijn.

Dwaze, kinderachtige, stomme... - Geen gevoel voor humor.

Die ouwe vent heeft totaal geen gevoel voor humor.

Kom maar, ik help wel even.

Goedemorgen, Starr. - Mevrouw.

Ga even naar Mrs Brown. Ze heeft de verkeerde laarzen teruggekregen.

Stop de kool er voorzichtig in. - Ik heb dit eerder gedaan.

Is dat zo, schat?

Ik heb je nog niet aangenomen. - Dat klopt.

Je kunt gaan, Violet, het vuur is goed zo.

Ik heb je boodschap gekregen.

Ik zeg het eerlijk: Ik neem liever geen familie in dienst.

In dienst? - Laten we er geen doekjes omwinden.

Je komt mensen tekort. - Ja.

Er zijn werklozen zat. - Niet de mensen die ik zoek.

Ben je kieskeurig? - Ja. Dit is niet zomaar een hotel.

Het moet aanvoelen als een thuis. Ik leid hier een bedrijf.

Jij zoekt werk, en ik heb iemand nodig voor het zware tilwerk.

Iemand die slim en handig is. Jij vol- doet aan die eisen. Wat zeg je ervan?

Als het je niks lijkt, zeg dat dan en vertrek.

Ma zei al dat je een harde tante was. - Ben ik.

Het is een luizenbaantje. - Voor de juiste man.

Kost en inwoning. - Ja.

Dit is niet echt een omgeving die ik gewend ben, zeg maar.

Je kunt niet gaan lanterfanten. Ik verwacht dat je je werk doet.

Pittig meisje ben je. - Ik ben een vrouw, hoor.

Mijn excuses. Ik doe het, voor jou, uit goedheid.

Wie doet wie een plezier? - Sluw, hè?

Ik ben net zo sluw als jij. Mij leer je niets meer.

Dat weet ik zo net niet. Ik denk dat ik je heel veel kan leren.

Maar ik denk niet dat dat gaat gebeuren.

Je laat nooit het achterste van je tong zien, hè?

Je bent een leuk meisje. Heb ik altijd al gevonden.

Hard, maar leuk.

Eén ding: ik kom voor je werken, maar ik ben geen loopjongen.

Er zijn hier geen loopjongens. Iedereen voert z'n taak zo goed mogelijk uit.

Ik vraag niemand iets wat ik zelf niet zou doen en de klant is altijd koning.

Wat hou je achter? - Niks.

Alleen mezelf. - Niet in raadsels praten.

Ik heb echt geen lijken in de kast.

Dus pieker daar niet over. Hoe hoog is m'n salaris?

15 shilling per week. - Kost en inwoning.

Dat weet je al. - Wanneer begin ik?

Morgenochtend om zes uur. En geen voorkeursbehandeling.

Jij zou niet misstaan in het leger. - Kopje thee om het te bezegelen?

Ja, lekker.

Weet je nog dat we die fles port van ma hadden gestolen?

Jij liep zingend door de straat en wilde bij de opera.

Dat waren nog eens tijden.

Verder waren het vreselijke jaren. - Viel wel mee.

Jij had geen klagen. Jij was een jongen, je kon dingen doen.

Wat voor dingen? - Alles wat je maar wilde.

Klokkenmaker worden?

Beter dan dienstmeid zijn in een of andere ouderwetse keuken.

Jij kon het leger in. - Ik moest weg.

Ik kon nergens heen. - Je bent toch weggekomen.

Je hebt het verder geschopt dan ik.

Een pot thee, graag. En stuur Starr hierheen.

Zag je dat? - Wat heeft hij?

Die is flink versleten. - Valt wel mee.

Dat is er een die maar blijft doorgaan.

Ik leid een bedrijf, dus geen flauwekul.

Ik wil ook geen flauwekul. Ik speel open kaart, zoals altijd.

Die kaarten baren me zorgen. Wat doe je sinds je weg bent uit het leger?

Van alles en nog wat. Ik heb gewerkt in kolenmijnen, en ik heb gebokst.

Ik heb wat van de wereld gezien.

Starr, dit is Mr Leyton, hij komt ons een poosje helpen met sjouwen en zo.

Hij begint morgen, dus misschien kun jij hem rondleiden.

Hij helpt met de steenkool en de haarden, en met kruien.

En het schoenenpoetsen? Daar hebben we nu niemand voor.

Gaat Mr Leyton dat ook doen? - Ja, dat komt er ook bij.

Schoenenpoetsen hoort ook bij z'n taken. Dank je, dat was het.

Ik stuur Mr Leyton zo bij je langs.

Ouwe boef. - Een ex-soldaat.

Die herken ik uit duizenden.

Hoe lang heb je in het leger gezeten? - Lang genoeg.

Je schreef nooit. - Er viel niets te schrijven.

Bedankt. De rest doe ik zelf wel.

Luister. Dit is de laatste keer dat ik je onthaal in mijn salon.

Tenzij ik in m'n vrije tijd kom.

Niet zolang je hier manusje-van-alles bent.

Misschien word ik wel hofmeester. - Die hebben we hier niet.

Kun je koken? - Ik kan thee zetten op een kampvuur.

Goeie genade.

Ze neemt hem aan. Hij begint morgen. - Wie?

Haar broer. - Die sterke vent?

Vind je hem leuk? - Ik weet het niet.

Fred mag hem totaal niet.

Fred heeft nog nooit bij een eerste ontmoeting naar iemand geblaft.

En Fred zit er nooit naast. - Wat kijk je eng.

Hij is eng. - Hij is de broer van Mrs Trotter.

Zo praat je niet over hem. - Ze begaat een fout.

Let maar op, in een mum van tijd loopt hij over ons heen.

Ik ken legertypes zoals hij.

Hij slijmt bij de officieren en behandelt minderen als oud vuil.

Pardon. Fred liet zich meeslepen.

Maar hij mag hem niet. Totaal niet.

Hé, grapjas, waar is Lord Starr?

Ik heb het tegen jou, grapjas. Ben je doof of zo?

Ik hoorde je tegen iemand praten, maar mijn naam is Mr Merriman.

Het spijt me enorm.

Waar was jij? Kamer 10 wil een taxi. Ik heb het aan Violet gemeld.

Ik wilde er net een aanhouden. - Je bent wel traag, hè?

Je kunt niet de hele dag maar een beetje kletsen.

Er is een taxi voor u. - Fijn, dank u.

Ik hoop dat het verblijf u beviel. - Zoals altijd.

Was alles naar wens, Mr Brown? Op de verdwenen laarzen na.

Ze kreeg ze vanmorgen terug. - Glanzend en wel.

Het werk van m'n nieuwe kracht. - Uw taxi staat klaar.

Een uitstekende kracht. Efficiënt ook.

Hij doet het goed hè, m'n nieuwe kracht.

Daar zit een vlek. - Bent u er weer, Mrs Davies?

De dagen gaan zo snel. - Ik ben in de keuken.

Ik moet koken voor Lord Poston.

Mrs Cochrane zei vanmorgen dat de vis niet te eten was, en...

Violet zeker weer.

U kunt beter niet meer met van die zware dienbladen lopen.

Ik heb in al die jaren nog nooit een dienblad laten vallen.

Die hond blafte ineens. - Mag ik zeggen...

Nee, dat mag niet. Help mee met opruimen. En jij krijgt een kop thee.

Ik had spullen opgehaald en toen begon die hond ineens...

Heerlijke dag, hè? Sorry van de troep.

Pas op waar u loopt.

Het zal prachtig zijn in het park. - Goedemorgen.

Geen paraplu nodig vandaag.

Voed die hond een keer op. Hij gaat zomaar tekeer tegen die arme man.

Hij blafte door u. U stond op z'n poot.

Dan liep hij in de weg.

Ik heb gezien wat er gebeurde. Hij blaft alleen bij provocatie.

Mr Leyton, gooi dat in de vuilnisbak. Starr, zeg dat Violet dit opdweilt.

Best link, zo'n oude vent die de hele dag trap op en af loopt.

Dat is altijd prima gegaan. - Hij wordt elke dag iets ouder.

Ik kan zijn werk overnemen. - Maaltijden serveren?

Je hebt geen finesse. - Dat is zo bijgebracht.

Ik mag al het vieze werk doen. Waarom doet die Mr Leyton het niet?

Hij maakt meer werk dan dat hij werkt.

Onvoorstelbaar. Ik heb nog nooit m'n evenwicht verloren op de trap.

Er was ook nog nooit een Mr Leyton. - Ik viel omdat die hond blafte.

Hij maakte hem aan het blaffen met dat gestamp van hem.

Wie? Wat deed hij? - Ongelukken gebeuren.

Het was geen ongeluk. - Wat bedoel je?

Z'n ogen staan wel raar. - Hou toch op, tante.

Uw dienblad. Mrs Trotter zegt: Laat het niet nog een keer gebeuren.

Wat moeten de gasten wel niet denken.

Wat mij betreft was het gewoon een ongelukje. Dat kan als je dronken bent.

Maar tegen Mrs Trotter zei ik dat het gewoon aan z'n leeftijd ligt. Toch?

Wat heeft hij tegen Mrs Trotter gezegd? - Brutaal. Maar hij is jong.

Hij is haar broer, hij kan doen wat hij wil. Oude mannen laten struikelen.

Stil. Je moet niets zeggen waar je spijt van krijgt.

Maar ik vertrouw Mr Leyton ook niet zo. Dat voel ik aan m'n water.

Ik ga wel. Blijft u nu maar even rustig zitten.

Drink uw thee nou maar op. - Dit is het einde van de wereld.

Vrouwen nemen het over. Dit is het eind van de wereld.

Hij wil niet naar een dokter. - Niet nodig.

Ik heb al zo vaak gezegd dat hij naar Dr Best moet gaan.

Ik heb geen zin in dat gedoe. - Wat heb je dan?

Er is niks aan de hand. - Tuurlijk wel.

Je hebt nergens zin meer in. - Ik wil gewoon een beetje rust.

Waarvoor? - Om te niksen.

Zie je? Nergens zin in.

Hij heeft nooit veel energie gehad, maar z'n klokken hielden hem altijd bezig,

Er staat al een maand een klok tegen de keukenmuur...

...waarvan het klokkenspel niet goed is. Hij heeft er alleen naar gekeken.

Ik kan 'm niet maken. - Je hebt nog niks gedaan.

Hij tikt toch? - Hij klinkt niet goed.

Dat bedoel ik. - Zie je? Valt niets mee te beginnen.

Daarom wil ik er even tussenuit. - Goed idee.

Een verandering zal hem goed doen. - Brighton? Southend?

Dat heb ik overwogen, maar toen dacht ik: nee.

Hij houdt van gemak en scheert zich niet graag op vreemde plekken.

En Arthur zei dat je het nu rustig had. - Rustig?

En dat er nog suites over zijn die ons prima zouden bevallen.

Wat heeft Arthur daarmee te maken? - Hij heeft het beste met ons voor.

Je kunt niet komen. - Als we niet goed genoeg zijn...

Dat is het niet. - Je bent toch zo dol op je vader?

Maar je hebt nu geld, hè? - Ik betaal wel voor een huisje aan zee.

Bognor, of zo. - We zijn niet van adel.

Maar we hebben je op weg geholpen. - Ik heb alles zelf gedaan.

Je zit hier met al die rijkdom om je heen.

Je deelt thee uit aan je arme ouders. - Hou op.

Je hangt de dame uit en geeft je broer minderwaardige klussen.

Daar sta ik van te kijken. - Wat bedoel je daarmee?

Dat ik nooit had gedacht dat je je voor ons zou schamen.

Wat vind jij, pa? Wil jij hier een week vakantie vieren?

Het enige wat ik wil, is een beetje rust.

Goed, kom dan maar. - Oh, wat leuk.

Maar ik doe niet aan liefdadigheid. - Als je het zo stelt...

Ja, zo stel ik het. Vanaf vrijdag zijn jullie welkom, voor een week.

Een week zijn jullie mijn gasten.

Nog wat thee? - Graag.

Goedemorgen, Lady Talbot. Uw man zit nog in Calais.

Maar hij laat weten dat hij vanavond zal arriveren. Er is ook post voor u.

Kamer 4 en 5 zoals gewoonlijk. Veel plezier, meisjes.

Ik wil je even spreken. - Natuurlijk, mevrouw.

Dat is jouw werk niet. - Vanmorgen wel, mevrouw.

Hou op met dat ge-mevrouw. - Dat wilde je toch?

Ja, maar zonder die blik. - Sorry, mevrouw.

Stop daarmee.

Waarom doe jij het werk van Merriman? - Hij ligt op bed.

Hij heeft last van z'n maag. Te veel gedronken, denk ik.

Ik wist niet dat hij een maag had. - Dat was vanmorgen flink te ruiken.

Een grap moet kunnen, maar die gaat te ver.

Sorry, mevrouw, maar er is me respect bijgebracht.

Als ik niet goed genoeg ben, vertrek ik gewoon.

Waar is Mary?

Zij en Violet maken kamer 4 nog even schoon...

...voor Sir George arriveert.

Goed, hè? Ik doe het zo slecht nog niet.

Die oude Merriman had het niet beter gekund.

Je moet het met mij doen, anders red je het niet.

Voor wie is dat? - Kamer 14. Hij wordt ongeduldig.

Dat is Lord Temperly altijd. Ik ga wel.

Ik wil niet dat hij jou zo ziet. Kijk je mouwen nou toch.

Ze zijn schoon. - Je bent net een kolenboer.

Starr, zou je deze koffers naar de kamers willen brengen?

Kamer. Kamer 17. - Je had het over suites.

Dat waren jouw woorden. 17, Starr.

Deze kant op, meneer en mevrouw.

Kom op, Mr Merriman, ik weet dat u wakker bent.

Een beetje pijlwortel kan geen kwaad. Dat is goed voor uw maag.

Och hemel. U heeft al twee dagen niets gegeten.

En u bent zo mager dat u geen reserves heeft.

M'n oom Rhys heeft een keer twee weken niets gegeten.

Maar hij was heel dik. De dokter zei dat het een geluk bij een ongeluk was.

Anders was dat vet hem fataal geworden.

Maar u heeft geen grammetje vet. Vlug, anders word ik heel boos.

Laat me met rust. Ik ben aan het eind van m'n leven. Laat me rustig sterven.

U gaat niet dood. - Hoe komt u binnen?

Ik heb mezelf binnengelaten. Waarom eet u niks?

Hij wil niets meer. - Ik heb niks om voor te leven.

Hij slaat zelfs pijlwortel af. - Geef maar hier.

U bent toch kamermeisje geweest? - Ja, ik heb van alles gedaan.

Onderaan begonnen. Ik heb kolonel Heywood nog bediend.

Kunt u dienbladen dragen? - Ik mag hopen van wel.

Ga naar de keuken, pak een schoon schort, was handen en gezicht...

...en zeg tegen Mary dat u gaat bedienen.

De theebladeren voorspelden gisteren al een verandering.

Open die mond. - U laat haar toch niet...

Jawel. Open die mond en doorslikken.

Als u uw baan wilt behouden, moet u snel beter worden.

Open die mond. Heel goed.

Wat is het? - Nog een keer. Goed zo.

Ik voel me jaren jonger. Ik doe al tijden niets anders dan naaien en strijken.

In kleine, donkere kamertjes. Ik voelde me zo oud. Wie is dat?

Kamer 17. - Mr en Mrs Leyton.

Ze belt elke vijf minuten. Ze wil zeker thee en muffins.

Ze eet als een olifant.

Ik ga wel even. - Nee, laat haar maar bellen.

Iedereen is haar spuugzat. Ze drijft iedereen tot waanzin.

Maar Mrs Trotter... - Ze moet dit niet doen.

Haar familie uitnodigen. - Het is haar hotel.

Het zijn geen aardige mensen.

Straks hoort ze je nog.

Nog even en ik zeg het tegen haar. En die broer...

Ze kiest maar: familie of personeel.

Mr Starr wil z'n ontslag indienen. - Dat meen je niet.

Fred is zo van slag dat hij geen chocoladecake wil.

Kamer 17 belt al tien minuten. Ik dacht dat jullie dood waren.

Als we op elke bel moeten reageren, blijft de rest van het werk liggen.

Aan het muiten? - Nee, het zijn geen echte gasten.

Het zijn de ouders van je werkgever.

Wil jij het brengen, tante? Kamer 4, Lady Talbot.

Pas op, hè?

Nummer 17. - Ja, ik heb het gehoord.

Ik denk niet dat... Laat maar.

Hoe is het met Merriman? - Hij is aan de beterende hand.

Gelukkig dat je Arthur nu hebt. Fijn dat je familie in de buurt is.

Je weet wat je aan ze hebt. Geen gelummel.

Er wordt hier niet gelummeld. - Ik bedoelde het figuurlijk.

Het lijkt me een goed plan als je er een familiebedrijf van maakt.

De service is niet best. - Sinds wanneer?

De hele dag al. Ik heb wel vijf keer gebeld met het ontbijt.

En als Arthur onze schoenen niet had gepoetst, liepen we blootsvoets rond.

Vanmorgen met de koffie kwam er niemand...

...en gelukkig kwam Arthur lunch brengen. Hij is de enige die iets doet.

Oh, ben je hier, Louisa. - Kom eens hier, Arthur.

Ik zei net dat Louisa er een familiebedrijf van moet maken.

Ernest als portier, ik als Hoofd Keuken en Arthur als bediende.

En ik als manusje-van-alles zeker? - Goed idee.

Waarom loop je nog steeds met dienbladen?

Dat personeel van jou voert niks uit. Ma zit al een uur op thee te wachten.

Is dat zo? - Ja, ik heb gebeld. Wel zes keer.

Ik heb de portier nog gesproken, maar die is stokdoof.

Toen kwam ik Arthur tegen en hij stuurde ons hierheen.

Die stoel staat niet goed zo. - Vind je?

Nee, ik vind van niet. - Ik vind van wel.

Haal een kopje voor Louisa. - Ik moet aan het werk.

Toch niet weer zalm? - Ik hou van zalm.

Maar niet elke dag. Spreek die mensen in de keuken maar even toe.

Zal ik doen.

De situatie loopt uit de hand.

Deze mededeling valt me zwaar, want ik ben een loyaal persoon.

Maar ik heb m'n zelfrespect. Die kerel heeft nergens respect voor.

Dit is onze werkplek niet meer. Ik mag Mrs Trotter graag, maar...

Fijn dat ik geliefd ben. Wat zit je dwars?

Uw familie, mevrouw. Ik zal eerlijk tegen u zijn.

We zijn geen bedienden meer in ons eigen huis.

Ik heb er genoeg van. Die Arthur is de hele dag in de keuken te vinden.

Hij pakt steeds snacks voor zichzelf en z'n ouders.

Het zijn ook mijn ouders. - Pech, zeg ik dan maar.

Ik ben dol op u en m'n werk, maar Arthur schopt alles in de war.

Gisteren was de halve suikervoorraad weg en kon ik geen taart maken.

En alle zalm was op, terwijl Lady Talbot erom had gevraagd.

Ik moet m'n werk kunnen doen.

Hij jat mijn eten en knijpt Violet in haar billen. Ik kan er niet tegen.

M'n vissaus brandde er gisteren door aan.

Spijtig dat u onze klachten lachwekkend vindt. We hebben recht op respect.

Kom op, het gaat om suiker en zalm.

Als er niets tegen wordt gedaan, moeten wij ons werk neerleggen.

Een van onze mensen ligt al ziek op bed.

Ik lachte jullie niet uit, maar m'n familie.

Hoewel ze om te huilen zijn. Huilen van het lachen, wordt soms gezegd.

Sorry van de zalm en van Violets bips. - Hij zit niet alleen aan die van haar.

Hij is zo platvloers. - Hij is een komediant.

Lady Talbot. Ik ga wel even.

Willen jullie zo vriendelijk zijn nog even door te werken?

Dan beloof ik dat ik er iets aan doe.

Is er ruimte voor een kleintje? - Kom erin, pa.

Ga lekker zitten. - Dank je.

Je moeder is de stad in met Arthur.

Loopt hij nog steeds gelijk?

Ja, perfect. - Die heeft al heel wat doorstaan.

Sinds wij 'm aan je gaven. - Het was ons mooiste trouwcadeau.

Dat ligt allemaal achter ons.

Het ligt allemaal achter ons.

Je weet wel. Sorry. - Jullie moeten weg, pa.

Weet ik. Ik had eigenlijk niet eens willen komen.

Maar ben je al wat opgeknapt? - Ik was niet ziek.

Maar soms haalt ze zich dingen in haar hoofd. Ik wil gewoon rust.

Gewoon een beetje rust. Zien hoe de tijd verstrijkt.

Op m'n eigen manier.

Ze werkt me op de zenuwen. Hoe ouder ik word...

Hoe minder opgewassen je bent.

Een heethoofd is het. - Nog erger dan ik?

Jij bent anders. - Maar ik lijk wel op haar.

Ik wil dat dingen op mijn manier gebeuren. Ik lijk op haar.

Jij zeurt tenminste niet. - Het heeft me ook meegezeten.

Ik heb alle mogelijke kansen aangegrepen.

Maar zij... - Trouwde met mij.

Ik wil haar niet kwetsen. Ik weet dat ze het hier naar haar zin heeft.

Ze zou de boel hier kunnen leiden, maar wij samen gaat niet.

Haar hulp was welkom geweest... - Maar jij bent de baas.

En zij blijft altijd je moeder. - Dat vat je heel goed samen.

Jullie zijn hier ruim een week, en ik had een week gezegd.

We gaan weg, Louisa. - En Arthur ook.

Ik had hem er graag bij gehad. Weer een man over de vloer.

Een broer. Dat is beter dan een echtgenoot.

Maar hij wil hier de boel regelen. - Dat zit in de familie.

Maar het enige wat ik wil... - Is een beetje rust.

Sta je ons op te wachten? - Min of meer.

Die stoel staat echt verkeerd. Zo kun je niet alles overzien.

Zo lang ben je hier toch niet meer.

Arthur, zorg jij voor een lekkere kop koffie, en een broodje.

Zonder zalm, hè? - Nee, dat eet ik de hele dag al.

Met beenham, of zo. Wat zei je, Louisa?

Geen broodjes. Misschien wil Mary wel koffie zetten...

...maar je blijft uit de keuken. - Mevrouw is boos op je.

Mrs Cochrane wil je niet in haar keuken. - Jouw keuken toch?

Ja, en zij leidt 'm op haar manier, en dat is mijn manier. Duidelijk?

Zet maar koffie voor ons allemaal, dat hebben we nodig.

Zeg maar tegen Mary dat dat goed is. - Natuurlijk, mevrouw.

Jullie zijn hier nu ruim een week...

Het bevalt goed, op het personeel na.

Het personeel dreigt op te stappen. - Hoefje ze niet te ontslaan.

Ik wil niet dat ze vertrekken. - We gaan naar huis, Vi.

Ik wil niet weg. Pa is nog niet opgeknapt.

Het gaat prima met hem. - Hij is nog steeds futloos.

Morgen ga je naar huis. - Die toon van je bevalt me niet.

Waarom weet ik m'n familie niet aan te pakken?

Ik kan niet onder één dak met jou. We hebben onze eigen gewoonten.

Dit hotel is m'n brood. Ik leid het op mijn manier en dat blijf ik doen.

Ik zeg het je zo beleefd mogelijk. Je blijft m'n moeder.

Je hebt toch geen last van ons, we vragen om niet meer dan een kamer.

Je kunt toch wel één kamer missen? - Je gaat naar huis.

Ik wil niet naar huis. - Hier blijf je in elk geval niet.

Mary zet koffie. Heel vriendelijk, met een kop als een zuurpruim.

Wat is hier aan de hand? - Ze zet ons eruit.

Ik vraag of ze willen vertrekken.

En jou ontsla ik. - Krijg ik geen referenties?

Ik meen het, Art. - Ik denk niet dat ik weg wil.

Stuur je familie maar weg, maar ik zit hier goed. Ik kan hogerop komen.

Jij niet. - Denk na. Je hebt me nodig.

Ik heb niemand nodig. - Wel. Iemand die voor je zorgt.

Die problemen met je personeel... - Die zijn er sinds jouw komst.

Je bent een verwaande kwast.

Ik heb alles hier zo op orde. Ik zet die bedienden wel op hun plaats.

Ze zijn prima op hun plaats en ik mag ze graag.

Open je ogen maar eens goed.

Dat zijn ze, en je gedrag staat me niet aan.

Er moet hier van alles veranderen. Ik kan een hoop voor je betekenen.

Zeg jij maar wat je wilt. Ik blijf. Ik heb ook rechten.

Je kunt me niet zomaar op straat zetten. Eerst gebruik je me...

Ik meen het. Ik gooi de boel nog liever plat...

Ik heb zelf alles opgebouwd. Jij gaat de boel hier niet lopen regelen.

Wat stelt dit nou helemaal voor? Een groot huis voor snobs.

Dat moet je niet zeggen. - Hou je kop, ouwe heks.

Leer een keer je klep houden. - Zo praat je niet tegen ma.

Ik mag haar niet. Ik heb haar nooit gemogen.

Zo praat je niet tegen ma in mijn hotel.

Als jij ons niet had gevraagd, was dit niet gebeurd. Typisch jij.

Wat een familie, zeg. Probeer me niet tegen te houden.

Hij mag niet weggaan. - Ik had hier nooit moeten komen.

Mij ontslaan. Ik wil hier niet eens blijven.

Geen loopjongens hier, maar wat ben jij dan?

Een monumentale dienstmeid met een gouden randje.

En referenties hoef ik niet van deze hoerenkast op stand.

Ga weg.

Ma, pa... Jullie mogen blijven tot het eind van de week.

En kom nog een keer terug. - Mij zie je hier nooit meer.

Je hebt alles verpest. En je hebt Arthur van me weggedreven.

Ik ga. Roep een taxi, ik pak m'n nachtpon. Stuur de rest maar na.

Ik had een geweldige avond, maar jij hebt alles verpest.

Laat me met rust.

Hij zei heks tegen me.

Ik zal... Ik regel vast een taxi.

Ik zie Mrs Leyton huilend de trap op gaan. Wat is er aan de hand?

Zet daar maar neer. Geef me maar een kop koffie. Nee, brandy.

Ze gaan naar huis. Fantastisch, hè?

Ze gaan en komen nooit meer terug.

Zit er iets voor mij bij? Turner Rumbold.

Ik ben bang van niet. Verwacht u een brief?

Geef mij de post voor Mrs Trotter maar.

Merriman, een glas whisky, alstublieft. - Whisky? Komt eraan.

Nee, hè, de onbekende dichter heeft weer toegeslagen.

Moet je horen.

Ik dacht dat ik nooit meer passie zou kennen.

Maar liefde, wijn, zinloosheid en Glycera's schoonheid zijn me te veel.

Ik voel de kracht van Venus weer, ik moet weer over de liefde schrijven.

Ik moet Venus gunstig stemmen en de pijn van m'n passie verlichten.

U heeft een bewonderaar. Maar hij klinkt wat ouderwets.

Had hij m'n naam maar een keer goed.

Ik was Chloe, Lesbia, Phyllis en nu Glycera. Net zo makkelijk.

Misschien is hij verlegen. - Z'n naam staat eronder.

Horatio. Zijn er mannen geweest die Horatio heten?

Lord Horatio of Mr Horatio? - Even in het boek kijken.

Roep Starr even, misschien weet hij meer.

Wanneer moet u weer beginnen? - Volgende week.

Mr Starr, zou u even willen komen?

Ik kan me het begin van een schooljaar nog goed herinneren.

Grote tassen, fietsen. Balliol was het toch?

Dat klopt. - Is Benson er nog steeds?

Benson? Is hij een don? Is uw vriend Benson een don?

Nee, hij is conciërge. - Onze conciërge heeft Duffy.

Zal ik het even uitschrijven? Iemand schrijft me liefdesgedichten.

Ik word er mee overladen. Enig idee wie het zou kunnen zijn?

Ik ben het niet. - Dat snap ik, sufferd.

Maar ze komen toch met de post. - Oh, ik snap het. Mag ik even kijken?

De naam van Mrs Trotter klopt steeds niet. Gek, hè?

Best vleiend, hoor. - Als ik wist van wie ze kwamen.

Van Horatio. - Ken jij een Horatio?

Waarom ruik je eraan? - Voor een aanwijzing. De geur.

Ruikt een beetje muf.

Er was een paar weken geleden een vervelende priester, vader Simms.

De Simms onder de vaders. Klein grapje.

Heette hij Horatio? - Hij was het niet.

Hij was alleen uit op m'n bezoedelde ziel.

Er was een Litouwer die erg vriendelijk tegen u was.

Een Litouwer die Horatio heet? Hier komen we niet uit. Dank je.

We gaan maar weer aan de slag. - Eén ding nog.

Die postzegel uit Oxford, die muffe geur, en de hoogdravende gedichten.

Zou het een geleerde zijn? - Een geleerde die mij ziet zitten?

Weinig wetenschappelijks aan het Bentinck.

Waar is die van? - Het gasbedrijf.

Starr, m'n kerel, wat fijn om een vriendelijk gezicht te zien.

Goedemorgen, Mr Shepherd. - Is er een kamer vrij?

Het is druk, maar voor u is altijd plek. - Godzijdank.

Is Mrs Shepherd er ook bij? - Mijn hemel, is dat zo?

Nee, ze is er niet bij. Ons huis wordt momenteel verbouwd.

De eerste verdieping wordt een kapsalon. Haar eigen bedrijfje.

Overal vrouwen, haar en bouwvakkers.

M'n haar valt uit van de stress. - Welnee.

Daarom besloot ik een paar dagen hier te komen.

Heel verstandig.

Als ze vraagt of ik hier ben, niets zeggen graag.

Ik begrijp het.

Geef hem kamer 14 maar.

Als hij erover klaagt, zeg je maar dat de keizer altijd tevreden is.

Zo moet je omgaan met Duitsers.

Deze is van Lord Haslemere. Ja, kijk maar.

Wat wil hij na al die tijd? - Zal ik 'm open maken?

Nee, Mary. Opent het hele personeel brieven die aan mij gericht zijn?

Lady Haslemere zal een aantal dagen in Londen verblijven.

Of ze hier twee nachten kan blijven. Woensdag arriveert ze.

Leuk om haar weer eens te zien.

Horatio is een legendarische dichter.

Maar zou hij verliefd zijn op Mrs Trotter?

Dat lijkt me sterk, want hij is al 2000 jaar dood.

Heeft hij dat gedicht geschreven?

Horatio is een neoklassieke poëet. - We hebben 'n geleerde in ons midden.

Ik heb een poosje op het Balliol College in Oxford gezeten.

Maak dat de kat wijs. - U heeft toch niet gestudeerd?

Nee, ik was 'studiebediende', ofwel een scout. Op de trappen.

Ik diende ook altijd het eten op aan de dons.

Daar ving ik wel eens wat op.

Nu weten we nog steeds niet wie die gedichten schrijft.

Er zijn genoeg mannen die flirten, maar ze gaat er nooit op in.

Daar begrijp ik niks van.

Het past bij haar om meerdere bewonderaars te hebben.

Als een soort rookgordijn. Zo is ze niemand iets verplicht.

Er is maar één man van wie ze gehouden heeft, heel lang geleden.

Lord Haslemere.

Mag Fred het laatste cakeje?

Dit is zijn oude kamer. - Ja, dat weet ik nog. Heel fijn.

Z'n meubels staan er nog. - Echt waar?

Wat doe je hier, Tommy? Ik wist niet eens dat je er was.

Ik ben hier, maar ik ben ondergedoken.

Sorry, mijn fout. Ik was het vergeten.

Ik vertrek wel. - Dat hoeft niet, hoor.

Lady Haslemere, Mr Shepherd. - Hoe maakt u het?

U moet de vrouw van Charlie zijn. We hebben elkaar nog nooit ontmoet.

Geef hem een andere kamer, en stuur Violet naar boven.

Hoe is het met Charlie, is hij er ook? - Dag. Loop maar met Starr mee.

Goed dan.

Nummer 14? - Nee, daar komen die Duitsers.

Nummer 13? - Prima.

Nummer 13. - Nummer 13, goed.

Ik pak even m'n...

Ik zie u vast nog wel. - Tot ziens.

Sorry daarvoor. - Ik vind het nogal rot.

Maakt u zich om hem maar niet druk. U bent hier dus om huizen te bekijken?

Ja. Charles was het afgelopen jaar erg druk op het landgoed.

Z'n vader had het verwaarloosd, maar het is flink opgeknapt.

En nu verlangt Charles weer naar Londen.

Yorkshire is mooi, maar te beperkt voor iemand als Charles.

Ik ken wel een paar makelaars. - Dat komt heel goed van pas.

Dan zal ik u nu alleen laten.

Mrs Trotter, Charles komt me vrijdagmiddag ophalen.

Zullen we thee drinken voor we weer vertrekken?

Dat zou ik erg leuk vinden.

De middagpost. Een postzegel uit Oxford.

Op een zilveren dienblad? - Dat leek me wel gepast.

Niet te bijdehand worden nu.

Hij maakt eindelijk bekend wie hij is. - Wie is het?

Stubbs. Professor Stubbs. Echt universiteitspapier.

Moet je horen. 'Je bewonderaar uit een academische omgeving.'

Hij wil met me uit eten.

Weet je het zeker? - Ik ken m'n eigen handschrift.

Wat staat erin? - Wat afgesproken was.

'Je bewonderaar uit een academische omgeving.' Ik ben zo benieuwd.

En dat etentje? - Vrijdag in Cafe Royal.

Ze scheurt 'm kapot. Maar dat maakt niet uit, we blijven volhouden.

Arme Stubby.

Ik moest het u vertellen. Jammer, het was allemaal zo romantisch.

Ik wist dat het een grap was. Steeds geweten.

Maar ik blijf het spel nog even meespelen.

Wat gaat u doen dan? - Ik ga akkoord.

Dat kan toch niet? Die arme professor kent u helemaal niet.

Ja, en?

Hij krijgt een brief van een vrouw die hij nooit gezien heeft.

Inderdaad.

Straks krijgt z'n vrouw 'm te zien, als hij getrouwd is.

Niet bij stilgestaan. Maar we maken het uiteindelijk toch bekend.

Dan krijgen die jongens last, en het was maar een lolletje.

Als je met mij een grap uithaalt, moet je de consequenties aanvaarden.

Beste professor. Bedankt voor de uitnodiging voor het Cafe Royal.

Ik accepteer graag. Met vriendelijke groet, Glycera.

Hemeltje lief.

Jij. - Ik, mevrouw?

Ja, jij. Kom eens hier. Ik bijt niet, hoor.

Met dat haar van jou is veel meer mogelijk.

Goedemorgen. Ga maar, Violet.

Is m'n man hier toevallig? Mr Shepherd. Verblijft hij hier?

Is dat Mr Tommy Shepherd? - Is hij hier?

Hier? Ik kan me niet herinneren dat ik hem hier gezien heb.

Ben je er lekker even tussenuit? - Ja, lieverd.

Ik kom je een paar dagen vergezellen. - Wat een uitstekend idee. Kom boven.

Hemeltje, wat heb je met je haar gedaan? Het zit echt beeldig.

Ik heb kamer 13. Hij is klein, maar het uitzicht is mooi.

Dat scheelde een haartje, Fred.

Is dat wat u zoekt? - Ja, Hill Street.

Hier vlakbij. Het zijn mooie huizen. Weinig onderhoud.

Ik ga er even een kijk je nemen.

Kopje thee? - Nee, niet op dit tijdstip.

Ik kan ook om champagne vragen. - Doe geen moeite.

Moet u echt weg? Als u het niet te druk heeft.

Nee, zo druk heb ik het niet.

Ik heb een bijzondere dag achter de rug.

Ik heb niet alleen huizen bezichtigd... Kunt u een geheim bewaren?

Ik zal m'n best doen.

Wat heb ik aangehaald?

U vraagt zich misschien af waarom wij nog geen kinderen hebben.

Daar is toch tijd genoeg voor? - Nee, hij wil het heel graag.

We proberen het, maar het lukt mij maar niet.

Lukt het u niet? - Nee, wacht.

Ik begon me zorgen te maken, maar daar schiet je niets mee op.

Daarom ben ik vandaag bij een specialist geweest, in Wimpole Street.

In het geheim. Charles weet er niets van.

Ik was doodsbang, maar de arts stelde me erg op m'n gemak.

Hij heeft me goed onderzocht en er blijkt niets mis te zijn.

Wat heerlijk. - Ik ben zo opgelucht.

Nu wordt alles beter. - Ging het dan niet zo lekker?

Nee, begrijp me niet verkeerd. Charles is een toegewijd echtgenoot.

En we zijn erg gelukkig. Maar nu worden we nog gelukkiger.

En als hij het huis ook leuk vindt, maak ik het hem dubbel naar z'n zin.

Een fijne avond, mevrouw, meneer.

Kan ik u helpen, meneer? - Ja, ik heb hier een brief van een dame.

Maar ik ken haar niet. Ze noemt zichzelf Glycera.

En wat is uw naam? - Mijn naam? Stubbs. Professor Stubbs.

Dan moet u Mrs Trotter hebben. - Een getrouwde dame?

Nee, dat is iets uit het verleden. Er is al jaren geen Mr Trotter meer.

Hoe oud is mevrouw?

Dat durf ik niet te zeggen zonder haar toestemming.

Ik begrijp het. - Daar komt ze net aan.

Professor Stubbs. - Ik heb uw brief gekregen.

Oh jee, dat kan ik uitleggen, professor. Loopt u maar even mee.

De professor? - Ja, hij is gekomen.

Het is meer een zwerver. - Hij praat heel netjes.

Maar z'n nagels zijn smerig.

Ik heb u gevonden door het briefpapier van dit hotel.

Ken ik u? Ik ben slecht in het onthouden van gezichten.

Nee, we kennen elkaar nog niet. Maar het gaat hier eigenlijk om een grap.

Is dat zo?

Twee van uw studenten schreven me gedichten uit uw naam.

Liefdesgedichten wel te verstaan.

Dat is ook mijn vakgebied. En hoe heten deze knapen?

Tich en Rummy-Tummy. Willie Watling en Claud Turner-Rumbold.

Dat verbaast me niet, die halen wel eens streken uit.

Heeft u de gedichten bewaard?

Ze hebben tenminste wel mijn vertaling gebruikt.

Ze komen uit het Latijn. Catullus, Ovidius, Horatio. Romeinse dichters.

Chloe, Lesbia en de andere dames waren minnaressen van de dichter.

Ik vroeg me al af wie ze waren. - Ik heb al hun werk vertaald.

Over Catullus heb ik een boek geschreven.

Ik kan niet al z'n werk uitgeven, want soms is het nogal pikant.

Dat moet ik dan maar eens lezen.

Dit is m'n uitnodiging, en mijn naam staat eronder. Wat listig gedaan.

Het spijt me dat ik de brief heb beantwoord.

Ik dacht dat u 'm weg zou gooien. - Dat zou ik niet kunnen.

Stelt u zich eens voor: een oude professor, een vrijgezel...

...die z'n leven wijdde aan het bestuderen van deze dichters.

En op een dag duikt daar ineens de verleidelijke Glycera op.

Ze accepteert m'n uitnodiging om in het Cafe Royal te eten.

Wie kan zoiets nou weerstaan?

Zijn de rakkers hier nog? - Ik geloof het wel.

Dan moeten we ze maar niet teleurstellen.

Morgenavond gaan wij uit eten in het Cafe Royal.

Dat is erg aardig van u, maar ik ben morgenavond nogal druk.

En vanavond geef ik college.

Ik behandel grammatica in werk van Horatio. Daarna dineren?

Nee, dat gaat niet. - Overmorgen ga ik terug naar Oxford.

Laten we dit nu uitgaan als een nachtkaars? Toch jammer.

Nou, misschien dat ik morgenavond toch tijd vrij kan maken.

Leve Catullus. Dat staat dan.

Ik ben hier om negen uur. Tot ziens.

Hoe heet u eigenlijk? - Louisa.

Ik vind Glycera mooier. - Hoe heet u?

Herbert. Tot morgenavond dan maar. Tot ziens.

Herbert? En wat voor een.

Een vreemd fenomeen, onbeantwoorde liefde. Ik heb het ook gekend.

Eerlijk? - Uit Wenen kwam ze.

Ze was bediende van een gravin. Ik was jong en werkte voor Lord Petersham.

We zaten in een grand hotel toen Wenen nog Wenen was.

Hoe laat is het, Mary? - Vijf voor tien. Ga verder.

Ik keek soms naar haar als ze door de foyer liep of over het terras.

Ik heb haar één keer gesproken.

Ze was iets kwijt van haar bazin en was er helemaal door ontdaan.

Ik heb haar helpen zoeken. Dat waren de mooiste 20 minuten van m'n leven.

Hebben jullie het gevonden? - Wat?

Nee, de portier vond het achter een aspidistra.

Ik weet nog hoe ze naar hem lachte. Haar ogen vochtig.

Een lach die pure dankbaarheid uitstraalde.

Ik dacht nog: lachte ze maar zo naar mij.

Wat had ik dat geweldig gevonden.

Violet, wat moet dit voorstellen? - Wat heb je gedaan, oen?

Het was een idee van Mrs Shepherd. - Het staat goedkoop.

Rijke dames hebben dit ook. - Snel, voor Mrs Trotter het ziet.

Mrs Shepherd zegt dat blond passé is. Rood is nu in.

Hier niet, meisje.

De volgende dag vertrok ze naar Parijs. Nooit meer gezien.

Ze zal nu wel dood zijn. Wat had ze een betoverende lach.

Die zal ik van m'n leven niet vergeten.

Alles in orde met het meisje? - Ja, hoor. Het is eruit gewassen.

Het gaat er toch wel uit? Het is geverfd met hennabladeren uit Afrika.

M'n vrouw oefent graag op mensen.

Ze krijgt les van een Fransman die ze kent van...

Als we daar Charlie Haslemere niet hebben.

Dat is lang geleden. - Zeker. Starr, goed je te zien.

Welkom terug.

Fred, hoe is het met jou? - Hij is blij u weer te zien.

Dit moet Daphne weten.

Weet je dat ik getrouwd ben? - Niet te geloven.

Ik kan het zelf ook niet geloven. - Ken ik haar?

Nee, je kent haar niet. Ik heb haar in Monte ontmoet...

...en was na een week al getrouwd.

Boef. Gefeliciteerd. - Ik heb jouw vrouw ook ontmoet.

Prachtig schepsel. Kom gezellig wat drinken.

Doen we. Heb ik m'n oude kamer? - Vanzelfsprekend.

Hallo, milord. - Hoe is het, Mary?

Merriman, gaat het nog? - Net aan.

Geen spat veranderd. - Dank je wel.

Ook in het hotel is gelukkig alles hetzelfde gebleven.

Dat vraagt om champagne. - Misschien straks.

Je vrouw wacht boven met de thee. Kom.

Een specialist? Wat dom om dat voor me achter te houden.

Ik moest het alleen doen. - Dat snap ik wel.

Maar alles is in orde, ben je daar niet blij om?

Natuurlijk ben je in orde. Je hebt je voor niets zorgen gemaakt.

Hou je erbuiten. Ze zou op zoek gaan naar een huis.

Ze heeft er een gevonden. - Waar dan?

Hill Street. Hier vlakbij. Precies wat we zoeken.

Wanneer kan ik het bekijken? - Nu, voor onze trein vertrekt.

We kunnen beter hier overnachten en morgen kijken.

Zo vaak zijn we niet in Londen en Louisa kan voor ons koken.

Vanavond niet. Ik ben mee uit gevraagd.

Door wie? - Een vriend.

Nu ga ik mezelf opdirken. Excuseer me. Bedankt voor de thee.

Sorry dat ik tekeer ging. Maar het was ook wel mal van je.

Vertel het voortaan als er iets is. - Ja, mijn fout.

Deze heb je van Mr Mather. Bofkont.

U ziet er beeldschoon uit. - Dank je. Is hij er al?

Nog niet.

Reserveer even voor ons. Onder zijn naam, niet de mijne.

Violet.

Kom eens hier.

Ongelukje, mevrouw. - Ik zie het, meisje.

Wat ga je hieraan doen? Kaal zou je beter staan.

Of koop een pruik. Dit schrikt de gasten af.

Breng wat handdoeken naar Lord Haslemere. Hij overnacht hier.

Om half tien, de naam is Stubbs.

Ik kom de verloren zoon even verwelkomen.

M'n vrouw Daphne, Margaret Haslemere.

We blijven niet lang, hoor. - En dit is m'n oude vriend Charlie.

Zet daar maar neer, Merriman.

Zullen we gaan zitten?

De kamer is nog altijd hetzelfde.

Hij mag eigenlijk alleen water drinken.

Onzin, onzin. Niet geloven, hoor.

Champagne zuivert m'n lichaam.

En Lord Haslemere is net teruggekeerd uit de hel.

Dat is wat ik van Yorkshire vind.

Hij moet zo snel mogelijk acclimatiseren. Nietwaar?

Je hebt helemaal gelijk. Jij en champagne is wat ik nodig heb.

In Yorkshire hebben we ook champagne.

Dat zal dan wel een slechte namaak zijn.

Laten we toosten. Wat zal ik zeggen? Welkom thuis, Charlie?

Ja, welkom thuis, Charlie.

Prachtige rozen, professor. Er is alleen één ding.

En dat is?

Ik ga meestal niet uit met mannen die ik niet goed ken.

Dus ik weet niet wat u zich in uw hoofd haalt.

Kijk maar even goed. Dit is het enige wat ik laat zien.

Dan weten we waar we aan toe zijn.

Maar ik zou niet durven... - Dat weet ik toch.

Wat brengen vrouwen toch een vreugde.

Regel even een taxi. - Die staat al klaar.

De anderen zijn alvast gegaan. - Wie?

Mr Watling en Mr Turner-Rumbold. Ze zijn naar het Cafe Royal.

Hoort u dat, professor? - Ik was ze al vergeten.

Ik ook, eerlijk gezegd. Zullen we dan maar?

Mensen zijn altijd zo bekrompen over hun haar.

Als je een vlecht leuk vindt, waarom zou je die dan niet dragen?

Maar ze zouden onhygiënisch zijn, haar zou lucht nodig hebben.

Onzin, en Mr Laffont is het met me eens.

Wie is Mr Laffont? - M'n zakenpartner.

Ze trouwde met mij en kocht een Fransman in een en dezelfde week.

Zo zat het niet en dat weet je. Jij bent m'n nummer één.

Maar Mr Laffont is een genie. M'n tweede man had me geld nagelaten.

Ik pikte er een graantje van mee. - Ik wilde er iets nuttigs mee doen.

Dus u heeft nu een eigen bedrijf? - Ja, thuis, in Bruton Street.

Mr Laffont is er op dit moment alles aan het installeren.

Handdoeken voor meneer. - Dank je wel, Violet.

Wat heeft ze met haar haar gedaan? Ze is net een vogelverschrikker.

Mr Laffont is een specialist in permanent. Hij leert me er alles over.

Oost, west, thuis best.

Maar ik had geen zin in die Fransman en daarom ben ik hierheen gegaan.

Maar zij wist me natuurlijk te vinden.

Oh, deze fles is leeg.

Violet, wil je aan Merriman vragen of hij een fles champagne brengt?

Maak er maar twee van, lieverd.

Ze ziet er inderdaad niet uit. - U moet haar onder handen nemen.

Dat heb ik gisteravond gedaan. Haar haar zat beeldig.

Maar wat ze ermee heeft uitgespookt...

Een laatste beetje. Er is versterking onderweg.

Wie doet jouw haar eigenlijk? - Nee hè, ze praten over kapsels.

Zullen wij straks even een gokje gaan wagen? Bij een vriend van me.

De dames zijn ook uitgenodigd. - Ik heb wel zin.

Ik sla even over. - Heel verstandig. Ik ook.

Jullie kunnen gaan, babbelen wij lekker verder.

Mag dat? - Ga maar met Tommy mee, schat.

Sportief van je, meisje. - Dank u.

Dat was heerlijk. - Zeker.

Ik hoop dat u deze wijn lekker vindt. Dit drink ik elke zomer.

Op Elba, tijdens de vakantie. - Een echte wijnkenner.

Nou en of, als ik zo onbescheiden mag zijn.

Maar ik kan u vast niets meer leren.

Wat is het hier mooi. - Was u hier nooit eerder?

Nee, nooit. Wie zijn al die mensen?

Schrijvers, schilders, dichters en intellectuelen.

Eerlijk? Fascinerend. - En onze twee jonge vrienden natuurlijk.

Zijn ze er nog steeds? - Ze volgens ons nauwlettend.

Zullen we ze erbij vragen? - En ze onze avond laten verpesten?

Ik heb een beter idee. Kus m'n hand.

Serieus? - Ja, toe maar.

Dat is wat ze willen. Doe maar of ik Glycera ben.

Claud, kijk. - Ongelooflijk. Cupido heeft toegeslagen.

Zo kan ie wel weer. - Overdreef ik het?

Nee, maar ik merk dat u niet al uw tijd aan gedichten heeft besteed.

Ik ben een hedonist. Ik hou van wijn, lekker eten en een goed gesprek.

Tegenwoordig.

Wat is er mis met vrouwen? - Niets. Ik ben dol op ze.

Om naar te kijken en mee te praten.

Maar om m'n leven met ze te delen... Noem me egoïstisch...

...maar ze zijn vaak inconsequent en vallen je lastig met trivialiteiten.

Wat hebben mannen soms rare ideeën over ons.

Heeft u het wel eens vanuit ons standpunt bekeken? Natuurlijk niet.

Maar ik heb nog steeds oog voor schoonheid. M'n vrouwelijke studenten...

Dat is verboden, dat weet u toch? Net als arts en patiënt.

En hoteleigenaar en gast? - Dat zijn mijn zaken.

Vindt u het erg als ik rook? - Welnee.

Raar beroep voor een vrouw, hotel- eigenaresse. Meer iets voor een man.

Weer zo'n raar idee van u. U had in de Romeinse tijd moeten leven.

Die schrijvers van u schreven over kwieke vrouwen, met goeie hersens.

Nee, juist over wispelturige en ontrouwe vrouwen.

Wispelturig en ontrouw? Kan ik niet over meepraten.

En Cleopatra dan? Dat was toch een dame met pit?

U ziet zichzelf als Cleopatra. Dat was me een vals persoon.

Daar valt niets tegenin te brengen.

Maar zit niet te veel met de neus in de boeken, anders mist u het echte leven.

Wat een plezierige avond.

Waar hebben ze het over? - Cleopatra, geloof ik.

Het gaat in elk geval over vrouwen. - Dat is goed.

We worden nog steeds begluurd. - Laten we ze in de maling nemen.

Wat nu? - Meespelen.

Heren, het spijt me vreselijk. Ik vergis me.

Ik zag u aan voor twee vrienden van me, Tich en Tummy-Rumble. Sorry.

Drinkt u een glaasje mee?

Aardig van u. - We zijn nog aan het eten.

Geeft niks. Nogmaals sorry. Tot ziens.

Dat was nogal hardvochtig. - Daar sta ik ook om bekend.

Dat is niet waar, hoor. Maar dit was hun verdiende loon.

We staan zo op onze kop. - Waar hadden we het over?

Oh ja, u gaf me advies over met m'n neus in de boeken zitten.

Nu mag ik. Geef uw hotel op en kom naar Oxford.

Begin een nieuw hotel. We hebben u nodig.

Als Oxford me nodig heeft, weet hij me te vinden. Waarom zou ik dat doen?

Omdat mannen dol op u zijn. U bent geestig en denkt heel rap.

Dat zegt Sobwith. - Wie is Sobwith nou weer?

Een collega die Engels geeft.

Hij heeft twee keer in het Bentinck overnacht.

Ik sprak hem gisteravond. - Deed u navraag?

Sobwith noemde u een godin uit de oudheid.

Hoe oud? - Tijdloos.

De godin Ceres. Godin van het graan en de akkerbouw. Aardmoeder.

Sobwith zegt dat hij alleen naar de hemel wil als u daar bent.

Wat is dit? Hebben jullie niets beters te doen dan over godinnen praten?

Geef ons les.

Neem ons bij de hand en leid de weg. - Tijd voor de rekening, lijkt me zo.

Ober. - Het spijt me.

Sobwith had me al gewaarschuwd dat u me zou betoveren.

Het verstand gaat op dit soort momenten met je aan de haal.

U bent zeker al bezet, hè? Is dat zo? Sorry voor m'n nieuwsgierigheid.

Dat ben ik ook soms.

Ik ben een beetje zoals u, met m'n hotel.

Vastgeroest eigenlijk.

Wij betalen niet. Geef maar aan Toulouse-Lautrec en z'n maat.

Was dat niet een beetje gemeen? - Ze kunnen het betalen.

Hun vaders zijn steenrijk en ze hebben al genoeg gratis wijn op bij mij.

Er is één vrouw geweest in m'n leven. Ze heette Anthea.

Ik heb haar geprobeerd te veroveren...

...maar ze trouwde met de deken van St Edmund Hall.

Soms zie ik haar nog wel eens op de faculteit.

Met kerst sturen we elkaar een kaart.

Ik ben bang dat u me aan haar doet denken. Uw ogen.

Sinds haar is er, in ruim 30 jaar tijd, nog een keer of twee een flirt geweest.

Tegenwoordig praat ik veel met m'n schoonmaakster:

De achtbare Mrs Todd.

Dat waren de vrouwen in m'n leven. Tot vanavond.

U heeft een vlammetje aangewakkerd.

Komt dat niet door de Italiaanse wijn?

Of wel?

Nee, dat ben ik wel gewend. Deze gevoelens komen gewoonlijk niet boven.

Waar gaan we heen? - U zou me toch naar huis brengen?

Ik hoop dat u 'n fijne avond heeft gehad. - Heel fijn.

Wat heeft u? - M'n been tintelt.

Is er nog een kamer voor hem? - We zitten aardig vol.

Er is toch nog wel een klein kamertje? - Kamer 17.

Die is wel goed.

Wilt u een slaapmutsje, professor? - Graag.

Ik zie het als volgt, Herbert. - Oh, dat is mijn naam.

Ik zie het als volgt: voor sommige mensen is liefde een noodzaak.

Maar godzijdank is dat voor mij nooit zo geweest.

In sommige levens is het bittere noodzaak.

Maar als je 't eenmaal hebt gehad, kun je het beter inlijsten en erover mijmeren.

Je verstand moet jou onder controle hebben.

Maar makkelijker gezegd...

Louisa, luister.

Eind deze maand ga ik naar Amerika, naar Seattle.

Ga met me mee als m'n reisgenoot, meer niet.

Een avontuur. - En het Bentinck achterlaten?

Een poosje. Waarom niet? Je hebt alles op poten hier.

Sobwith is het met me eens. - Hij weer. Wie is hij?

Onze vriend. Denk er serieus over na: Amerika.

Voor een frisse wind.

Ik ga naar bed. Nu.

Waar moet ik heen?

De professor gaat nu naar bed.

We praten morgenochtend verder. Welterusten.

Wat was dat? - De stoel van Starr. Gaat het?

Ik stoot m'n voet. Is er ook licht hier?

We mogen de dames niet wakker maken. Schande, altijd hetzelfde liedje.

Met de staart tussen de poten.

Je krijgt nog geld van me. - Laat maar.

Ik probeer het morgen wel van Daphne af te troggelen.

Kom je ook naar boven? - Zo dadelijk.

Sorry dat ik niet opsta. Kom binnen, want het tocht vreselijk.

Pas op voor de meubels.

Je bent dronken. - Jij ook.

Dat klopt. Pak een glas, en schenk er nog een in.

Wat heb jij gedaan vanavond? - Ik ben weg geweest met Tommy.

Naar wat vrienden van hem.

Louisa, doe je dit vaak? Drinken in je eentje?

Wil je weten of ik een zuiplap ben? Zo nu en dan. Proost.

Ik zie je niet graag beschonken. - Dat moet jij nodig zeggen.

Wie is die professor in Latijn? Starr heeft me ingelicht.

Had hij niet moeten doen. Roddelaar.

Ik vroeg ernaar. - Waarom wilde je dat weten?

Ik wil graag weten... - Hoe het met m'n liefdesleven is?

Of je gelukkig bent. - Ik ben heel gelukkig, dank je.

Toch niet met die professor? Dat kan niet.

Wel verdraaid. Je laat je na anderhalf jaar weer zien en gelijk babbels.

Ik ben bezorgd, ik ben je beste vriend. - Niet meer.

Je bent een gast, net als elke andere, en je hebt niets over me te zeggen.

Ik luister niet naar die onzin. Je kunt het verleden niet uitwissen.

Er is zo veel gebeurd. - Kan dat niet?

Natuurlijk niet. Onze levens zijn met elkaar verweven. Dat blijft zo.

Ons kind is daar het bewijs van. Sorry, dat wil ik er niet bij halen.

Dat is je geraden.

Maar ze bestaat wel. Ze wordt groot, ze is mooi.

Wil je het niet horen? - Hou je bij je eigen leven.

Richt je daar op, en gebruik mij niet, gebruik niemand...

...als de oplossing voor je problemen.

Wat bedoel je? - Dat weet je dondersgoed.

Ik heb geen idee. - Dan ben je blind.

Ik heb het over je vrouw, Dat gespannen poppetje dat boven ligt.

Margaret is dolgelukkig. - Zo komt ze niet op me over.

Onzin. Trek je die conclusie na één keer samen thee te hebben gedronken?

Dat staat me niet aan. - Mooi, dan is dat opgelost.

Jij houdt je bezig met jouw leven, ik met het mijne. Zoals afgesproken.

Toch niet voor altijd?

Ik zal het je gemakkelijk maken, ik ga misschien weg.

Ik weet nog niet zeker of ik het doe. - Waarheen dan?

Amerika. - Waarom in vredesnaam?

Waarom ga je naar Amerika? Om een kijk je te nemen, net als Columbus.

Ga alsjeblieft weg. Ik heb genoeg gepraat vandaag.

Kom op. - Moet het echt?

Dat lijkt me wel, ja.

Binnen.

Oh, jullie. Wat is er? - We komen om vergiffenis vragen.

Onze grap pakte verkeerd uit. - We hadden geen kwaad in de zin.

Het is allemaal goed afgelopen. Gelukkig voor jullie.

Mooi zo. - Ik ben misschien wel dankbaar.

Vertel eens wat meer over de professor.

Er valt weinig te vertellen. - We vinden dat hij aan de vrouw moet.

Hij slijt z'n dagen met het lezen van erotische literatuur.

De passie druipt van z'n lippen, maar van binnen is hij opgedroogd.

Hij is eenzaam. - Hij verdiende iets mooi, u.

Wat aardig van jullie. - Maar deze uitkomst was onverwacht.

Zeer onverwacht.

Sorry, maar Lady Haslemere wil u spreken in haar kamer.

Ik kom er zo aan. - Prima, mevrouw.

Fijn dat u het zo sportief opvat. - Zeker.

Wacht even. Kennen jullie een don genaamd Sobwith?

Charles is erg koppig. Er staan hier een hoop dingen...

Alles blijft hier staan.

Ik heb het aan Louisa gegeven om een schuld af te betalen.

Ik heb het niet over geld. Het was een gift.

Ik hoef niks terug te hebben. - Ik kan me die gift niet herinneren.

Je zou de meubels nog een keer op komen halen.

Neem maar mee wat je wilt, lieverd. - Zie je nou?

Kleed je snel om, dan kunnen we het huis nog even bezichtigen.

Goedemorgen, professor. - Hallo, is Mrs...

Is ze in de buurt? - Ja, ze is in de salon.

Zal ik haar halen? - Nee.

Ik heb uw boek net gekocht: Het leven en werk van Catullus.

Wilde ze die hebben? Hij is nogal expliciet.

Daarom juist. U kent Mrs Trotter. - Nee, juist niet.

We waren de slachtoffers van een grap.

Is dat zo? - En men zegt wel eens dingen.

In vino perditum. En als het dan ochtend is, ben je dat vergeten.

Ik herinner me niets meer.

Vreselijk.

Het is toch niet waar dat u weggaat?

Violet hoorde Mr en Mrs Haslemere zeggen dat u naar Amerika gaat.

Heb ik hier dan helemaal geen privacy? M'n huis is soms net een hotel.

Wat is er, Starr? - Ik moest u dit geven van de professor.

Waar is hij? - Hij is weggegaan.

Het leven en werk van Catullus.

Ik kan geen Latijn lezen.

Hij vroeg of ik u wilde attenderen op het gedicht op pagina 34, zin één en twee.

Arme Catullus, hou je niet langer van de domme.

En geef datgene op wat verloren is.

Mooie herinneringen, Herbert Sobwith Stubbs.

Nou goed, geen Amerika dus. Ik zit hier vast voor de rest van m'n leven.

Daar zijn sommige mensen erg blij om.

Even over Mr Sobwith. Ik heb in de boeken gekeken.

En ik heb 't aan Mr Merriman gevraagd, maar die weet ook van niks.

Zou hij wel bestaan? - Ja, hij bestaat.

Maar hij is nogal teruggetrokken.

Het is al goed zo.

Mijn hemel.

Dank je, Prince.

Kapitein Brayne geeft een diner.

Mrs Trotter maakt de paupiettes zelf, dus alles moet op tijd klaar zijn.

Lord Branchester wil morgen deze patrijzen.

Hang ze maar op in de provisiekast.

Mrs Covenden is net gearriveerd. - Tom Prince ook?

Dat lijkt me wel.

Ja, hij is er bij. Is z'n kamer klaar? - Vanmorgen gedaan.

Ethel heeft er daarna goudsbloemen neergezet.

Mr Merriman, dat is niet waar.

Ik vind het leuk dat Mr Prince er is. Leuke knul, zit niets kwaads bij.

Mag u hem niet? - Deze chauffeur valt nog mee.

Maar de meeste denken dat zij de wegen bezitten.

Is er nog thee? - Als je het over de duivel hebt...

Kom binnen, daar ben je dan. - Mrs Cochrane, Mr Merriman, Violet.

Teruggekeerd?

Hoi, Tom. - Hoe is het, m'n beste meid?

Ik ben niemands beste meid.

Ga zitten. Er is net verse thee.

Doe er wat water bij, Ethel.

Hoe lang blijf je deze keer? - Dat weet ik niet.

Niet lang. Mevrouw reist zo veel. - Jullie gaan toch naar Italië?

Ja, mevrouw wil er een villa kopen. - Jij boft maar.

Ik zou er niet willen wonen. Niet sinds m'n aanvaring met 'n Italiaanse suiteur.

Hij haalde een fricassee de volaille voor m'n neus weg.

Ik kiepte zo het bord over z'n hoofd.

Ik heb nog nooit een Italiaan ontmoet, op de ijscoman na.

Ze vallen best mee, hoor. In Florence liepen ze weg met mevrouw.

Is de neef van Mrs Covenden al terug?

Hij zet alles op haar rekening. - Ook champagne.

En niet de goedkoopste.

Mevrouw heeft zelf geen kinderen, dus ziet ze hem als zoon.

U ziet er goed uit. Ik doe even een lampje aan.

Ik heb besloten om die kleine operatie toch te laten uitvoeren.

Ik ben ook niet dol op ziekenhuizen. - Ik vind het net gevangenissen.

Twee dagen is prima, maar je moet er niet te lang zijn.

M'n man was een magistraat. Hij zei altijd: In drie maanden leer je ze 'n lesje.

In zes maanden leren ze te veel.

Hopelijk ligt u niet zes maanden in het ziekenhuis.

De arts zegt een week. En dan kom ik hier herstellen voor ik naar Italië ga.

Ik zou graag willen dat Prince hier blijft als ik in het ziekenhuis lig.

En de jonge Eddie dan? - Ja, hij dan ook maar.

U verwent die knaap. - Dat weet ik.

Ik denk dat ik medelijden met hem heb. - Medelijden?

Ik zou m'n zus niet graag als moeder hebben. U wel?

Waarom wil ze een villa in Italië? - Met Bradford heeft ze weinig.

Er zijn prachtige bejaardentehuizen in Florence. War ergerlijk, zeg.

Eerst trouwt ze met die vulgaire man, dan gaat ze op die akelige plek wonen.

Het enige dat het enigszins goed maakt, is dat hij rijk was.

Sinds z'n dood, smijt ze met geld.

Om ons de ogen uit te steken. - Maar ze heeft nog steeds genoeg, ma.

Zeg nou geen 'ma'. Hoe kom je aan zulke vreselijke uitspraken?

Ik wil best 'moeder' zeggen, maar dat is sinds de Ark al uit.

Of: Ging ten onder met de Ark.

Maar volgens mij bleef de Ark drijven, dus we zijn weer bij af.

Ik hoop dat tante een poos blijft. Ik ben helemaal platzak.

Waarom geeft ze jou geen maandelijks bedrag?

Ze weet dat je vader en ik het niet breed hebben.

Laten we gaan kijken wat ze nu weer wil.

Heb je nog bloemen gekocht? - Nee, vergeten.

Als we naar het theater gaan, koop ik daar chocola voor haar.

Waar gaan we heen vanavond? Dan kan Prince kaartjes halen.

Ik heb geen champagne besteld. - Nee, ik. Om u op te vrolijken.

Wat attent van je. - Heel graag gedaan.

Gay Lothario in het Empire? Schijnt hilarisch te zijn.

Ik verafschuw het Empire. Heb jij een suggestie, Prince?

Prince kiest ook altijd boeken voor me uit.

Bunty Pulls the Strings in 't Haymarket? Dat lijkt me echt wat voor u.

Is die nog steeds te zien? Mooi. Het Haymarket is m'n favoriete theater.

Een loge, als die nog vrij is. En anders de drie beste plaatsen.

Of zou Miss Prentice mee willen?

Het is wel kort dag. Ze heeft vast iets anders te doen.

Waarom maak je niet meer werk van haar? Een alleraardigst meisje.

Ze heeft helaas geen geld. - Dus Eddie wil trouwen om geld?

Dat niet, maar ik wil wel trouwen in de buurt van geld.

Eleanor ook, denk ik. Ik zie haar niet wonen in een flatje in Pimlico.

Ik denk dat ze minder geldbelust is dan je denkt.

Goed. Prince, drie stoelen of een loge.

Je hebt niet gevraagd of Arthur mee wil. - Zou hij dat willen?

Nee, hij is aan het dineren op de club.

Ik moest u aan die uitnodiging herinneren.

Ik schrijf wel even een briefje, dan kun je die meenemen.

Neem een doos chocola mee en breng 'm bij me langs.

Eentje van Rumpelmeyers, of zo.

Betaal daar maar van.

Als u iets nodig heeft, hoor ik het wel.

Ik ben maar drie of vier dagen weg. - Ja, maar ik ken dat ziekenhuiseten.

Prince komt 's ochtends en 's avonds kijken of ik iets nodig heb, toch?

Wilt u uw briefpapier meenemen? - Wat slim van je. Dat neem ik mee.

Kan ik mooi m'n correspondentie bijwerken.

Mary, zou jij... - Ik heb het hier al.

Mag dit op de voorbank? En hou het in de gaten, er zitten kostbaarheden in.

Blijf niet te lang weg. Hier zorgen we beter voor u.

Dat weet ik, Mrs Trotter. Waar is Eddie?

Naar de paardenrennen met de majoor.

Ik had nog een cadeautje voor hem. Wil jij de sigaren aan Mr Sturgess geven?

Dag, allemaal. - Tot ziens. Het beste.

Als Riddle niet was gevallen, had hij met gemak gewonnen.

Gevallen? Hij kruiste z'n benen en maakte een reverence.

De andere paarden lagen ver achter.

Wil je deze aannemen? En vier kaarten voor het Empire voor morgenavond.

Leuke dag gehad? Je tante is goed aangekomen in het ziekenhuis.

Oh, mooi. Ik wilde haar wel uitzwaaien, maar de majoor had een goeie tip.

Morgen om half vier start er een topper: Gay Lothario.

Dat is de naam van het stuk waar m'n tante niet heen wilde.

Dan gaat hij verliezen.

Ik ga er morgen heen, dus misschien niet.

Jij denkt overal mee weg te komen. Je wilt zeker wijn?

Louisa, je bent een engel. - Merriman, een fles wijn graag.

Als er een prijs was voor gokverslaving...

...weet ik niet wie 'm zou winnen: hij of de majoor.

Dan gok ik op Mr Sturgess, die speelt met andermans geld.

Dit moet ze wel lekker vinden. Korhoen in aspic á la Louise.

Zelfs ik ken het recept niet. - Hoe maakt Mrs Covenden het?

Heel erg goed. De lint van haar nachtpon rafelde.

Toen moest ik in Oxford Street een nieuwe halen.

Je bent toch niet op zoek gegaan naar lint?

Is haar dienstmeisje er niet bij? - Die heeft ze nu geen.

De laatste is ontslagen, omdat ze met geld sjoemelde.

Mevrouw is geen moeilijk mens, maar bedonder haar niet.

Kijk, goed, hè?

Jij zult een goede echtgenoot worden, toch Ethel?

Dat weet ik niet, ik denk het wel. Mijn man hoeft voor mij niets te kopen.

Dan geef ik je het cadeau niet dat ik voor je heb.

Je maakt een grapje.

Ik ben dol op lavendel. Bij ons thuis stond een struik in de achtertuin.

Als mevrouw me morgen niet nodig heeft, zullen we dan wandelen?

Ik heb geen vrije middag, maar... - Goed, maar zorg dat je werk af is.

Dank u wel, Mrs Cochrane. - Breng dit maar weg.

Wens Mrs Covenden sterkte en zeg dat we haar snel weer willen zien.

Zal ik doen. Dag.

Heeft u genoeg gehad? - Ja, bedankt.

Mr Sturgess wil z'n eten voor hij naar het theater gaat. Ik ga maar snel...

Pardon. Het is nog wel vroeg. Even de wijnvoorraad controleren.

Ik denk dat hij eerst die fles leegmaakt en dan een dutje gaat doen.

Dat zijn jouw zaken niet. Even over Mr Prince.

Ik zorg dat al m'n werk gedaan is. - Daar heb ik het niet over.

Het is een aardige knul, die welgemanierd is.

Maar hij blijft maar een paar weken.

Dan gaat hij naar Italië, en daarna terug naar Bradford.

Wie weet wanneer je hem dan weer ziet. En zo zal het blijven gaan.

Hij kan ander werk zoeken. - Dat zou stom zijn.

Hij heeft 't erg goed bij Mrs Covenden, en dat geeft hij heus niet op voor jou.

Toe nou, Ethel. Ik zeg niet dat je niet met hem uit moet gaan.

Maar haal je niet te veel in je hoofd.

Dat sinaasappeldessert was heerlijk. Wil jij nog iets, Miss Prentice?

Nee hoor, bedankt.

Kaas? - Nee, bedankt.

Moeten we niet weg? - Ik ga graag wat later naar het theater.

Vooral bij een komedie. Al die onzin.

Waarom zou u er dan überhaupt naartoe gaan?

Dat zeg je nogal onomwonden. - Sorry, kwam dat onbeleefd over?

Moeder vindt me ook onomwonden, maar ik snap nooit wat ze bedoelt.

Dat je hardop denkt op ongepaste momenten.

Dan moet ik leren wanneer hardop denken gepast is en wanneer niet.

In onze kringen is dat bijna nooit gepast.

Maar we moeten inderdaad weg. - Hebben ze hier goede port?

Arthur, er is nu geen tijd voor port en sigaren.

Daar is nog wel tijd voor als we terug zijn.

Ober, zeg maar tegen de chauffeur dat we over vijf minuten vertrekken.

We zijn laat. - Ik ben lang niet in het theater geweest.

Als het maar leuk is dan. - Staat de auto klaar?

Ik ben bang van niet. - Heeft de ober dat niet doorgegeven?

Wat naar nou. Zeg tegen de chauffeur... - Die is nog niet terug.

Zeker een boodschap doen voor tante.

Wat egoïstisch. Maud wist dat we naar het theater gingen.

Kunnen we lopen? - Het miezert.

Regel dan maar even een taxi, Starr.

Daar is hij al. - Waar zat je, Prince?

We willen meteen naar het theater.

Sorry, lieverd. Tegenwoordig kun je op niemand meer rekenen.

Kan ik u even spreken?

Kan dat later? - We moeten nu echt weg.

Anders kunnen we beter rustig verder eten.

Arthur, mopper niet zo. Wat moet Miss Prentice niet van je denken?

Alstublieft, mevrouw. - Kan het niet even wachten?

Mrs Covenden is overleden.

Overleden? Wat is er dan gebeurd? - Waar heeft die jongen het over?

Ik ben bang dat uw zus is overleden, Mrs Sturgess.

Sorry, ik had... - Ik geloof het niet.

Vanmiddag was er nog niets aan de hand.

Haar hart schijnt... Ze bezweek ineens.

Kom maar met mij mee. Merriman, brandy voor ons.

Is het echt waar? Maud. Ik kan het niet geloven.

Ga maar even zitten. - Ze heeft nooit iets aan haar hart gehad.

Hier, wat reukzout.

Prince hoeft zich geen zorgen te maken. Ik hou hem aan.

Ik ga een nieuwe auto kopen. - Zet daar maar neer.

Wat is er mis met de oude? Die is nog geen jaar oud.

Ik zoek er een met meer pit. Prince kan me helpen uitkiezen, knapt hij van op.

Zet de Madeira hier maar neer. - Madeira?

Champagne lijkt me niet gepast. Het is geen feest.

Dit drinkt lekker weg. Van Old Blandy zelf gekregen.

Mr Caper is er. - Mr Caper, ik ben Edward Sturgess.

Dit is Mrs Trotter.

Glaasje Madeira, Mr Caper? - Ja, lekker.

Is deze plek goed zo? - Ja, uitstekend.

Wat formeel. Toen m'n broer overleden was...

...kwamen we samen na de begrafenis en werd alles geregeld.

Oom George liet vier penny na, daarmee werd een schuld betaald.

Eddie toch. Goedemorgen, Mrs Trotter.

Wat is dit?

Heerlijk. Malmsey, toch? Goede wijnkelder hier.

Die tafelwijn van van de week zou de club ook moeten serveren.

De chauffeur kan toch wel gaan? - Er zijn begunstigden.

Is dat zo? Nou ja, dan nog.

Zullen we maar beginnen? - Bedankt, Merriman.

Mr Merriman, Mrs Covenden is u niet vergeten in haar testament.

Ze heeft drie personeelsleden van het Bentinck iets nagelaten.

Arthur Cornelius Merriman, Joseph Starr en Mary Philips. Ieder 20 pond.

Dat krijgt u nog zwart op wit, maar licht u de anderen vast in.

Het is een eenvoudig testament dat ik u allen wil voorlezen.

Mrs Covenden wilde Mrs Trotter erbij hebben, vanwege enkele voorwaarden.

Er gaat 50 pond naar Albert Procter, Ethel Brice en Annie Carter.

Wie zijn dat nou weer? - Haar tuinman, huishoudster en kok.

Er gaat 100 pond naar de peetdochters. - Zo blijft er niet veel meer over.

Voor Louisa Trotter, die me een thuis gaf als ik in Londen was, 100 pond.

Drink een glas champagne ter ere van mij.

Voor u, Mrs Sturgess, liet uw zus 1000 pond na en haar huis in Bradford.

M'n neef, Edward George Sturgess...

...die meer in m'n geld dan in mij geïnteresseerd was, laat ik niets na.

Om hem een lesje te leren.

Ik geef de rest van m'n bezittingen, onroerend en persoonlijk...

...aan m'n chauffeur Thomas Albert Prince...

...die altijd zo attent en zorgzaam is geweest.

Hij is onbaatzuchtig en stond altijd voor me klaar.

Dat was het.

Dat mens was gek. - Ik denk het niet.

Dit testament is vier maanden geleden opgesteld na haar verblijf in Italië.

Ik kan zeggen dat ze in prima compos mentis was.

Wat moet ik met een huis in Bradford?

Verkopen misschien? - Ik ga er zeker niet in wonen.

Als kind was ze al rancuneus.

Mr Caper, u had haar beter moeten adviseren.

Arthur, we gaan meteen terug naar huis.

Zal ik u even brengen? - Geenszins, we nemen een taxi.

Kom straks langs. Dan bespreken we wat we hieraan gaan doen.

Kom nou, Arthur.

Wilt u nog een glaasje? - Nee, dank u, ik heb nog een afspraak.

Mr Prince, kom morgenochtend naar m'n kantoor.

Dan leg ik u uw financiële situatie nog wat uitgebreider uit.

Hoeveel is het restant ongeveer? - Dat zal rond de 30.000 pond zijn.

Kijk eens aan.

U zegt hier toch niets over, dat m'n tante me niets heeft nagelaten?

Ik zal heel discreet zijn. Hopelijk had u niet alvast geld uitgegeven.

Natuurlijk niet. Niet meer dan andere mensen zouden doen.

Ik begrijp het.

Ik ben het er niet mee eens. - Maar het is wel een goede grap, toch?

Dat weet ik zo net niet.

Kom op, jongens. - Het is niet eerlijk.

Ik was altijd heel lief voor haar.

Laatst in het theater heb ik nog chocola voor haar gekocht.

Ik ga een glas champagne drinken ter ere van haar. En jij doet mee.

Jij ziet er nog ellendiger uit dan hij. Kom jij ook maar mee.

Bedankt, Mr Starr. - Heel gul, moet ik zeggen.

Ik had dit niet verwacht. U? - Ik had op vijf pond gerekend.

Op een lieve dame, Mrs Covenden. - Mrs Covenden, god hebbe haar ziel.

Een heel jaarloon. - En Mr Prince dan?

Zo'n lieve jongen verdient het.

Nu heeft hij genoeg om te trouwen, hè? - Dat denk ik wel, ja.

Je weet wat Mrs Trotter zegt als ze ons hoort roddelen.

Dan lust ze ons rauw.

Precies. Ga die artisjokken maar pellen en zet ze in azijn en water.

Ik ga de open haarden controleren.

Mr Merriman, u moet dat meisje niet zo plagen.

Ze vond het helemaal niet erg. - Hij kan zich nu toch ook binden?

Dat kun je wel zeggen. Maar zo'n rijke man kijkt echt niet naar Ethel.

Wat zou hij met al dat geld gaan doen?

En wat doet Master Eddie zonder? - Dat moet hij dan maar leren.

Z'n verdiende loon.

Je moet werk gaan zoeken. - Wat had u in gedachten?

Misschien kan Prince me leren hoe ik chauffeur word.

Als je net zo rijdt als je gokt, zou ik niet bij je instappen.

Je bent ook niet beleefd genoeg om chauffeur te zijn.

Leg die pet nou eens neer. - Sorry, mevrouw.

Als een man met 30.000 pond 'mevrouw' zegt, word ik nerveus.

Dat is het 'm nou juist, mevrouw. - Wat?

Een chauffeur met zo veel geld? - Je kunt het ook weggeven.

Hou je mond, jij. - Een rijk man moet een heer zijn.

Prince leert jou hoe je chauffeur wordt en jij leert Prince een heer te zijn.

Als dat geld echt van mij is... - Het is van jou. Geniet ervan.

Wat ga je ermee doen? - Weet ik nog niet.

Als m'n moeder nog had geleefd, had ik haar een deel gegeven.

Nu zet ik maar een bedrag opzij.

Je kunt een eigen winkel openen. - Of een garage.

Waar ga je heen? - Ik hoop dat ik hier even mag blijven.

In de kamer die ik had. Ik betaal ervoor.

Als je hier verblijft, krijg je een normale kamer.

Geen gasten op zolder. Wil je de suites van Mrs Covenden?

Liever niet. - Je kunt het betalen.

Dat is zo, ja. - Als je ze wilt, zijn ze van jou.

Ik wil nog even in Londen blijven. - Ga je de society in?

Dat niet, maar ik kan m'n baantje nu wel opzeggen.

Ik wil wel eens genieten. - Zelf naar het theater gaan?

Ja, en ik wil ook naar de paardenmarkt in Tattersall.

M'n vader was namelijk stalknecht. Ik wil zo veel doen.

Maar ik wil niet dat iemand zich daardoor ongemakkelijk voelt.

Ik ben natuurlijk wel adel gewend.

Als je met ze om wilt gaan, moet je ze niet langer 'adel' noemen.

Ik heb nog een hoop te leren. Eigenlijk niet zo'n gek idee van u.

Wat dan? - Mag ik...?

Schenk maar in.

Als ik de onkosten van meneer betaal, zoals mevrouw altijd deed...

Hoe weet jij dat? - Bedienden weten veel.

Dan kan ik er aan wennen.

Misschien kan Master Eddie me de kneepjes leren. Wat denkt u?

Dan moet je eerst ophouden Master Eddie te zeggen.

Hallo, majoor. Kom binnen. Neem een gratis drankje.

Lekker, doe ik.

Het zou wel grappig zijn, hè? - Wat?

Om hem voor 'n heer te laten doorgaan. - Dat wil ik niet.

Dat is geen gek idee. Vanaf nu ben je een heer.

Zo'n rijk man moet zich niet als chauf- feur gedragen. De majoor helpt wel.

Als u uitgekletst bent met rijkelui, heb ik een klus voor u.

Als u mij om advies vraagt en u bedoelt wat ik denk dat u bedoelt...

...dan denk ik dat u een fout maakt.

Ik vraag niet om advies, maar om uw hulp.

Mr Thomas Prince, hoogheid.

Niet doen, dan denken ze dat je een week blijft.

Wat moet ik er dan mee doen? - Meenemen.

Niet daar neerleggen. - Waar dan?

Bij de stoel waar je gaat zitten.

Hoe moet ik de hand schudden? - Je buigt voor de hertogin.

Aangenaam, Mr Prince. U kent Mr Sturgess al.

Buigen. - Hoe maakt u het?

Goed, dank u... - Dat hoef ik niet te weten.

Straks vertel je hem over je spataderen. - Wat doe ik dan?

Buigen, lachen en gaan zitten.

Zo, ja.

Nu begin je een praatje. - Waarover?

Niet over religie of politiek. - Of zaken.

Vrouwen snappen niets van zakendoen.

Het is een mooie dag voor de tijd van het jaar, uwe hoogheid.

Gaat uwe hoogheid nog... - Niet steeds 'uwe hoogheid' zeggen.

Dat doen alleen bedienden.

Zeg nu maar gewoon 'hertogin'.

Wat doe je nu? - Snuiten.

Doe dat zachtjes, het is geen trombone.

Niet je hoofd wegdraaien. - Gewoon pardon zeggen.

Excuseer je nooit. - Tenzij je op de jurk van 'n dame knoeit.

Onthoud dat je een heer bent, je doet altijd het juiste.

Nu moet je gaan. - Je blijft hooguit een kwartier.

Het is de moeite. Krijg ik geen thee? - Ja, toch?

Daar kent hij de hertogin niet goed genoeg voor.

Jij bent er toch bij? - Ja, anders kom je niet eens binnen.

Ik zal je voorstellen. - Meteen al naar de hertogin?

Dat lijkt me te hoog gegrepen.

Haar vier dochters zijn te lelijk om te huwen.

Pokdalige gezichten. - En allemaal arm.

Dus zodra er een rijke, jonge vrijgezel langs komt...

Stelt de hertogin niet zo veel vragen.

Ik heb een beter idee. Geef hier een lunch...

...en nodig haar en haar oudste dochter uit. Hoe heet ze? Victoria.

Dat helpt Tom zo de society in. - Ja, goed idee.

Prima. - Nu moet hij nog afscheid leren nemen.

Oh, ja. Ga door.

Het spijt me, hertogin, maar ik moet me uit de voeten maken.

Wat doe jij hier? - Ik hoopte jou even te zien.

Gasten mogen niet in de keuken komen. - Oh, nee?

Zo krijg ik problemen. Mrs Cochrane is oesters halen voor de lunch.

Hou op over oesters. Master Eddie heeft me ze gisteren leren eten.

Vind je ze niet lekker? - Smerig.

Maar een heer eet ze nou eenmaal.

Wat doe je morgenmiddag? - Werken.

Anders dan sommigen. - Het is je vrije middag.

Ja, en? - Ga met mij mee uit.

Ik mag niet uitgaan met gasten. - Met mij wel.

Wat zouden de mensen zeggen als ze mij naast jou zagen lopen.

Jij in je nette pak. - Dan trek ik m'n chauffeursuniform aan.

Wil je dat ik ontslagen word? - Natuurlijk niet.

Ga dan snel naar boven voor Mrs Trotter je ziet.

Mrs Cochrane komt eraan.

Alles in orde, Ethel?

Waar is de andere Daily News? Ik had twee exemplaren besteld.

Oh, hier is hij. Gelukkig maar, anders had jij nu een probleem.

Twee voor de Daily News, u en de hertog.

Niet zeggen dat u 'm ook hebt, anders wil hij 'm delen. De vrek.

Mr Starr... - Starr alleen is nu voldoende.

En u bent Mr Prince. - Starr dan.

Kunt u aan de Chauffeurs Gazette komen?

Dat is niet bepaald...

Ik zal zien wat ik kan doen. - Dank u.

Wat bent u vroeg op. - Ik kan niet uitslapen.

Ik sta m'n leven lang al om half vijf op. Zal ik u even helpen?

Nee, het lukt wel.

Loop niet zo met die kranten.

Als Merriman weer te laat is met het ontbijt, zwaait er wat.

Ik heb geen tijd om te praten, sommigen moeten werken.

Nog iets. Sorry dat ik het zeg, maar pudding eet je met een vork.

Gisteren gebruikte je een lepel. - Dat eet makkelijker.

Dat weet ik, maar zo hoort het niet.

Onthoud, je vader is dominee in Bristol.

Ik ken niemand uit Bristol, dus dat zit wel goed.

En geestelijken zijn altijd arm, daarom heb je een povere opleiding genoten.

En vandaar ook je accent.

Een rijke oom van je is overleden en heeft je geld nagelaten.

Miss Prentice zal me herkennen. - Men kijkt nooit naar bedienden.

Ze heeft je pas twee keer gezien en toen had je een pet op.

Hertogin Flint en Lady Victoria Mitchell.

Goedemorgen, Mr Sturgess.

Laat me dat gerecht eens even zien.

Prachtig, ja.

Ethel, pak jij die selderij even?

Heel goed. Daar gaat ie.

Kijken of die ouwe heks zich dit nog herinnert.

Ik hoorde dat die nare Mrs Glyn weer een boek heeft geschreven.

Mensen in de society zouden geen boeken mogen uitgeven.

Voor haar vrienden moet het voelen alsof er een spion in hun midden is.

Beschrijft ze de society zoals hij is?

Liefde op een tijgervel met een Balkan- prinses. Geweldig. Ik had geen idee.

Ik had het niet over dat vreselijke boek Three Weeks.

Ik heb het niet gelezen. En noem het ook niet in het bijzijn van de dames.

The Visits of Elizabeth was leuk.

Het beschrijft precies wat ik voelde op m'n eerste societyfeest.

M'n laarsjes maakten te veel herrie toen ik de zaal in kwam.

Iedereen leek een andere taal te spreken en dingen van elkaar te weten.

Dingen die ik niet wist.

Dat kan wel zo zijn, maar u leed er net zo onder als de rest, in stilte.

Waar zouden we zijn als we alle societygeheimen prijsgeven?

Bent u wel eens naar Diaghilev geweest, Mr Prince?

Ik ben niet zo dol op ballet. Ik hou meer van opera.

Ik zou Boris Gudonov wel een keer willen zien.

Chaliapin schijnt fantastisch te zijn.

Wat is dit? - Rundvlees met olijven.

Rundvlees met olijven en selderij á l'Espagnol?

Dat heb ik een keer gegeten bij Lady Paget.

Ze zou tegen Mrs Trotter zeggen hoe lekker ik het vond.

Wat goed dat ze dat nog wist.

Dit is een geweldige lunch, Mr Sturgess. Nietwaar, Victoria?

Leest u graag, Mr Prince?

Dit is een zeer geslaagde lunch. Alles klopte. Goed gedaan.

Zet de rest van de Milan-soufflé maar in de koelcel.

Waar blijft de koffie? - Komt er nu aan.

Hoe gaat het met Mr Prince? - Een dubbeltje op zijn kant.

Kent u Mr Prince al lang? - Een poosje.

Maar hij is pas sinds kort rijk.

30.000 per jaar. Een aanzienlijk bedrag.

Houdt u van Londen?

Via het raam vanuit een eersteklas coupé wel.

Ik geef de voorkeur aan het platteland. - Ik ook. Londen is zo vreselijk...

Maar het is een interessante stad. Met al die galerieën.

Houdt u van schilderijen? - Ik heb nog nooit een galerie bezocht.

Alleen de Royal Academy, maar dat telt niet.

Arme Lady Victoria.

Het is vreselijk als je een praatje wilt maken en je moeder luistert mee.

Maar ik zal me er ook aan wagen. Houdt u van schilderijen?

Ik ben geen fan van het vasteland. Een rumoerige plek is het.

Weinig inspirerend.

Al die buitenlandse vorsten laten zich maar vermoorden.

Dat doen ze niet expres. - Ze willen zichzelf belangrijker maken.

Ik heb galerieën bezocht in Florence toen ik daar was.

Toen u bij uw oom verbleef. Of was het uw tante?

U hebt me herkend. Dat dacht ik al. - Vindt u dat raar dan?

Eddie zei dat men nooit naar bedienden kijkt.

Dan zat hij er mooi naast. Vooral als het om een jong, knap iemand gaat.

Toen ik 15 was, ben ik verliefd geworden op de tweede lakei.

Mrs Carstairs heeft vorige week de jachtopziener neergeschoten.

Per ongeluk of expres? - Normaal kan ze heel goed schieten.

Het gerucht gaat dat ze op haar man richtte, maar dat hij ertussen sprong.

Onzin natuurlijk, het was een ongeluk.

Wat is het idee achter deze grap?

Het is zeker geen grap. Het is niet eens mijn idee.

Ik heb wat geld geërfd, en...

Heb jij Eddie's deel gekregen? Wat slim van Mrs Covenden. Net goed.

Maar ik dacht... - Wat dacht je?

Dus omdat hij me meenam naar het theater en uit eten...

...en omdat hij goed kan dansen, moet ik z'n gedrag goedkeuren?

Als we alleen met correcte mensen omgingen, zou het leven erg saai zijn.

Je hebt dus geld geërfd?

Ik wilde in het Bentinck blijven en bedenken wat ik ermee wil doen.

Maar Master Eddie en de majoor en Mrs Trotter...

Willen dat je je anders voordoet dan je bent?

Bedankt voor een heerlijke lunch. Victoria?

Enorm bedankt, Mr Sturgess.

Kom eens langs met Mr Prince. Donderdags ben ik altijd thuis.

Woensdag is er een bijeenkomst na het diner. Ik heb er niet veel mee...

...maar de jongelui wel. Zou u willen komen?

Dank u wel, hertogin. Maar u moet weten dat ik niet...

Sorry, maar dat is de dag waarop Mr Prince me meeneemt naar de opera.

Een ander keertje dan maar. Dag, majoor. Victoria?

Tevreden? - Het ging best goed.

Wil jij deze op de bus doen? - Jazeker. Deze zijn voor u.

Niet zo vroeg op dit keer. - Nee, het was laat gisteren.

Eerst de opera, toen het café. - Flink gedronken?

Valt mee. Kan er een picknickmand worden verzorgd?

We willen naar New Market vanmiddag. - We?

Ik en Eddie, Miss Prentice en Lady Victoria.

Mag ze mee? Dan heb je indruk gemaakt op de hertogin.

Ik zal een lunch regelen en veel champagne.

Voer haar niet dronken.

Mr Prince, ik heb de Chauffeurs Gazette voor u.

Ik hoop dat we er goed aan doen. - Hij geniet enorm.

Die verlooft zich binnenkort met Lady Victoria.

U heeft wel erg veel geld verloren. - Geeft niets, het was een mooie dag.

Het was heerlijk op het platteland. - Victoria, mag ik je een vraag stellen?

Maar natuurlijk.

Waarom blijf je in Londen? Je haat de stad.

Ik moet wel. - Omdat je moeder dat zegt?

Onderwerp je niet aan de tirannie van moeders.

Zeg tegen haar: Lieve moeder, ik heb Londen een kans gegeven.

Maar ik hou niet van de stad en de stad niet van mij.

Daarom ga ik terug naar de plek waar ik thuishoor.

Uw koets is er. - Dank u.

Dat ga ik misschien wel doen. Wat een giller.

Precies op tijd voor het jachtseizoen. Tot ziens en bedankt.

Volgens mij valt hij voor Miss Prentice. En zij voor hem.

Wat romantisch, zeg. - Romantisch?

Ze kost hem handen vol geld.

Hij liet een partij aardbeien overkomen uit Zuid-Frankrijk.

Niet waar. - Wel waar.

Pas op met die aardappelsneeuw. Voorzichtig door de zeef drukken.

Ik hoop wel dat Mr Prince wat geld opzij zet.

Heeft hij dat gedaan, Ethel? - Ik heb geen idee.

Hij moet zelf weten wat hij met z'n geld doet.

Laat mij het maar afmaken.

Wat heeft u gedaan met het geld? - Opzij gelegd voor m'n oude dag.

Om hoeveel speelde hij bridge? - Ik vond dat u het moest weten.

Tom, speel jij voor tien pond per punt?

Waarom niet? Als een heer dat voorstelt, kun je dat niet weigeren.

En een bijweddenschap van 100 pond? - Hoe weet...

Bedienden mogen toch niet roddelen? - Ik richt ze af.

Lord Titus en majoor Croft smijten met geld.

Waarom speelt Eddie met die mannen? Straks wordt het baccarat.

Ze hebben toch niet...

Je moet genieten van je geld, niet weggooien.

Ik doe met m'n geld wat ik wil. Er is heus nog wel genoeg voor de rekening.

Ik ben blij dat ik even zit. Laten we een kop thee nemen.

Ik moest met Mrs Trotter elke kamer langs. Niets deugde.

Ik was blij dat ze weg moest. - Vanavond is ze er weer.

Ze is naar een bruiloft. - Daarom was ze in zo'n bui.

Ze heeft een hekel aan bruiloften.

Gaan Tom en Miss Prentice trouwen? - Welnee, zij zou hem niet willen.

Ik dacht dat zij en Mr Sturgess iets hadden?

Maar Tom heeft geld en Mr Sturgess niet. Geld regeert de wereld.

Wat is daar aan de hand? - Mr Sturgess is hier niet.

Hij is er wel. Ik blijf net zo lang staan tot hij bij me komt. Zeg dat maar.

Als u hem niet roept, waarschuw ik u...

Als u nu niet vertrekt, dan...

Ik ga pas weg als ik Mr Sturgess heb gesproken.

Moet ik de politie erbij halen? - U doet maar.

U heeft geen zin in ruzie, denk ik. Mr Sturgess kan u nu niet ontvangen.

Als u een boodschap achterlaat, geven wij die door.

Geef hem deze boodschap maar:

Zeg maar dat Mr Francis hem failliet wil laten verklaren.

Dan kan hij dit soort hotels niet meer betalen.

Dan komt hij geen hotel of club in Londen meer in. Geef dat maar door.

Die woekeraar kost me straks de kop.

Ik ben er geweest, Tom.

Fijn dat u kon komen, Mr Caper. - Kleine moeite, ik was in de buurt.

Ik wil graag uw advies. Hoe smaakt hij?

Heerlijk.

Gaat het toevallig over Mr Prince? - Toevallig wel, ja.

Ik voel me verantwoordelijk voor hem. Overtuig hem om geld opzij te zetten.

Ik wil niet dat hij alles opmaakt. Hij luistert niet naar me.

Ik ben bang dat het al te laat is.

Ik mocht 10.000 pond vastzetten voor een eventueel bedrijf.

Maar deze week moest ik het geld vrijmaken.

En de volgende dag is datzelfde bedrag opgenomen.

Hoe heb je 'm kunnen laten maken? - Ik heb 'm bij de Villeroys gebracht.

Hij is zo mooi gemaakt, dat je niet eens ziet dat hij stuk is geweest.

En dat is hij ook niet, want dit is mijn waaier niet.

Maken was niet mogelijk. - En toen heb je een nieuwe gekocht.

Ik zou 'm niet moeten accepteren, maar ik doe het wel, omdat ik je graag mag.

Tom, heb jij Eddies schulden betaald?

Hoe weet je dat? - Dat was vrij duidelijk.

Van het ene op het andere moment was hij weer vrolijk.

Hij nam me mee naar het Ritz en bestelde kaviaar. Typisch Eddie.

Hij maakt er een puinhoop van, laat het jou opknappen...

...en nodigt je vervolgens niet uit.

Ik weet niet wat ik met hem aan moet.

Maar je gaat het wel proberen.

Je bekritiseert Eddie steeds, dus praat je steeds over hem.

Dus denk je steeds aan hem. Ga je met hem trouwen?

Ik weet het niet. Waarschijnlijk wel. Op een gegeven moment trouw je.

Veel geld zal er niet zijn, maar als vader me 1000 pond per jaar wil geven...

...kunnen we een flatje kopen, en als ik dan twee jaar met m'n kleding doe...

...redden we het wel. - Duizend per jaar.

Weet je hoeveel ik verdiende als chauffeur? 40 pond per jaar.

Je hebt Eddie toch niet al je geld gegeven?

Natuurlijk niet. Jammer dat ik geen 30.000 per jaar krijg.

Dan was je misschien wel met mij getrouwd.

Wat een nare opmerking.

En je hebt me trouwens ook nooit gevraagd.

Kan ik de volgende keer weer in m'n oude kamer?

Als de lakei van de sjah van Perzië er ligt, gooien we hem eruit.

Die kamer is altijd vrij voor jou.

Voor het verkwisten van je geld? - Het is niet verkwist.

Je bent niet goed wijs.

Eddie heeft geld nodig om te verkwisten, ik niet.

En hij is je ook zo dankbaar. Ga nu maar.

Het ga je goed.

Dit keer hebben we het niet zo best gedaan, hè?

We? - Het was een idee van ons samen.

Niet waar, ik vond het een slecht plan.

Zo zie je maar. Een jonge hond kun je geen oude trucjes leren.

Bedoelt u niet...

vertaling: Subs Media NN1

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.