Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
SCHEIDEN DOET LIJDEN
Smaakt het niet? - Heerlijk, zonder meer.
Ik heb er uren voor in de rij gestaan. - Het is heerlijk.
Ik ben gek op vleespaté.
Het is natuurlijk één grote vertoning.
Ik vind dat we best goed met elkaar kunnen opschieten.
Frank, bedoel ik. Dat hij een hele dag kwijt is voor de keuring.
Hij is nu eenmal opgeroepen. - Hij heeft zwakke longen.
Zonder sjaal krijgt hij kroep en dan ben ik de hele nacht op.
Hij kan zijn sjaal beter onder zijn uniform dragen.
Zie je hem dat al doen? Hij is net zo eigenwijs als jij.
Weet je nog die keer dat ik iets wou doen aan zijn sinussen?
Misschien slaapt hij niet graag met een warmwaterkruik op zijn gezicht.
En zijn zwakke enkels? Bij het minste of geringste valt hij om.
Ik vind dat nogal meevallen.
Ik leg urenlang ijskompressen op zijn voeten.
Waarom, denk je? - Dat heb ik me ook al vaak afgevraagd.
En dan zijn er nog zijn zenuwen.
Dat met zijn gezicht wordt wel zorgwekkend.
Wat met zijn gezicht?
Dat doet hij al sinds hij die oproepingsbrief kreeg.
Wat dan?
Dat is de leeftijd. Alle jongens doen dat.
Hoe vaak moet ik je nog vragen niet aan tafel te roken?
Toe, Mavis. Ik ben zo goed al klaar met eten.
Van jouw maaltijd kan nog geen vlieg leven. Waar jij die energie vandaan haalt.
Ik ben thuis. - Hij is er.
Hoi, mam.
Over tien minuten is er appèl. Ga zitten en slok thee niet te snel op.
Willen jullie niet weten hoe het ging? - Met jou waren ze toch zo klaar?
Het duurde de hele dag.
Ik ben goedgekeurd.
Rustig maar, Mavis, wind je alsjeblieft niet zo op.
Ik had mee moeten gaan. Heb je ze het niet verteld?
Volgens de dokter kwam alles goed met wat oefeningen,
frisse luchten en gezond eten. - Gezond eten?
Hij kreeg mijn ei vanmorgen. Zeg het hem dan.
Je kreeg haar ei vanmorgen, Frank.
Je moet er wat aan doen. Mijn Frank wordt geen soldaat.
Nee, ik ga bij de luchtmacht.
Jij in een vliegtuig? Je wordt al duizelig op een stoel.
Ik vroeg of ik met een Spitflre mocht vliegen,
maar ik moet eerst een poos bij het grondpersoneel.
Dan te bedenken dat ik straks ook een van de weinigen ben.
Geef acht.
Op de plaats rust. Waar is Jones?
Hij is er niet. Hij is onwettig afwezig.
Over een paar weken verliezen we een van onze trouwste leden:
Soldaat Pike.
Soldaat Pike is bij ons sinds de oprichting van het peloton.
Waarom doet hij dat toch? - Wat dan?
Dat is gewoon de leeftijd. Alle jongens doen dat.
Ik niet.
Om zijn afscheid te vieren...
Excuses dat ik te laat ben. Er ging wat fout in de winkel.
Vraagt u me niet wat er dan fout ging?
Je sneed in je vinger. - Hoe weet u dat?
Je was onwettig afwezig. - Ik moest naar het ziekenhuis.
Een van de risico's van mijn vak. - Maar nu ben je er.
Het is mijn trekkervinger maar geen nood: ik ben tweeslachtig.
En ik kan ze nog altijd laten proeven van het blanke staal.
Waar was ik? - Wat we gingen doen voor Pike.
Ga naar buiten, Pike. - Wat heb ik dan gedaan?
We bedenken iets om je afscheid te vieren.
Dan ga ik.
Ik wacht hierbinnen.
Je moet het daar eens met zijn moeder over hebben.
Dit wijst vaak op een dieperliggende stoornis.
Zoals u al zei, die jongen heeft het voorbeeldig gedaan.
Ik stel een inzameling voor.
Maximum zes pence.
We kunnen hem een zakmes geven. Had ik op zijn leeftijd ook.
Ik heb daarmee heel wat afgeschild.
Wat denk jij, Wilson? - Ik ken Pike vrij goed.
En zijn moeder kent hij ook vrij goed. - Niet persoonlijk worden.
Erg aardig van sergeant Wilson om zo voor mevrouw Pike te zorgen.
Een respectabel mens.
Wij hadden een officier die voor drie dames zorgde. Ook een heer.
Maar je kon hem niet vertrouwen. - Ter zake. Jij had een voorstel.
Toevallig weet ik waar hij van houdt. Het lijkt me een goed idee...
om hem een afscheidsetentje aan te bieden met vis en friet.
Dat lijkt me een uitstekend idee. Wat vind je ervan?
Kom maar weer naar binnen. We hebben een verrassing voor je afscheid.
O, fijn. Ik ben dol op vis met friet.
Is dat iemand van hen of een van ons?
Een van hen. Je hoort het aan het geluid van de motor.
Daar gaan je nekharen van overeind staan.
Ben je bang om in dienst te gaan? - Niet echt, nee.
In dienst gaan is niks om bang voor te zijn in deze moderne tijden.
Ik zal nooit die dag vergeten dat ik soldaat werd.
Ze schoren me kaal en gaven me een wasbeurt met carbolzeep.
Daarna kreeg ik een grote kom koude vetsoep, een stekelige paardedeken,
en ik huilde mezelf in slaap.
Nu is het anders nu. Denk ik. - Dat denk ik ook.
Wat vast niet veranderd is is de kameraadschap.
Je moet weten hoe kameraadschap in elkaar zit.
Ja, dat moet ik zeker leren.
Als iemand een stuk uitrusting jat, dan jat jij dat weer terug van een ander.
Altijd vooraan staan bij etenstijd. Alles snel opslokken...
en dan weer in de rij voor een tweede portie.
Meld je nooit als vrijwilliger. En zorg voor jezelf.
Neemt iemand jou in de zeik, dan neem jij hem in de zeik.
Kameraadschap is het mooiste van het leger.
Ja, ik verheug me daar nu al op.
De mensen van de bloedtransfusiedienst krijgen de parochiezaal twee dagen.
De eerwaarde vond dat goed. - Dat weet hij ook wel.
Bloed is erg belangrijk in deze tijden. Ik wil een zo groot mogelijke opkomst.
Dus hoeveel bloed kunt u geven?
Niet u persoonlijk, maar de hele groep.
Het hele peloton en hun familie vast ook. Zeg maar 25 liter.
25 liter is best veel.
Hoezo? We zijn met zijn twintigen. Dertig mensen van buiten erbij en klaar.
Hoi, Napoleon. Een vergadering van de vereniging van huisvrouwen?
Als je eerst wilt kloppen. - Het is net zo goed mijn kantoor.
Dit is toch vooral mijn kantoor. - Heb je het hem al verteld?
De blokhoofden geven de eerste dag bloed.
Iedere groep krijgt een getuigschrift om aan de muur te hangen.
Beetje perkamentachtig, met een rood zegel en een lintje. Best mooi.
Dat van mij komt aan die muur.
De groep van blokhoofd Hodges gaf 25 liter.
Dat van mij komt erboven te hangen: George Mainwaríng's peloton gaf 50 liter.
Bent u nu niet wat overhaast? - Waar haal jij 50 liter bloed vandaan?
En hoe kom jij aan 25 liter? - Via mijn winkel.
Wie intekent krijgt een pond uien. - Jones kan worst weggeven.
Dat kan niet want die staan op de bon. - Braadvet dan.
Mijn kandidaten hoeven niet te worden omgekocht.
Mijn hele gemeente doet mee.
Ik verdeel die netjes tussen jullie beiden.
Ieder drie dus.
En we tossen om de organist.
Ooit geelzucht gehad? - Nee. Wel kroep.
Volgens mam heb ik slappe enkels.
En krijg ik droogtevrees als ik ergens op ga staan.
Verder ben ik kerngezond. - Noteer hem als donor.
Zo is het wel goed, Pike. Wat is de stand?
We hebben Godfrey, Jones, Frazer... 4, 5, 6, 7, 8, 9...
Negen die te oud zijn, twee met geelzucht en eentje die pillen neemt.
Godfrey neemt ook pillen, dus die twee moeten we tweemaal schrappen.
Tel ze maar één keer, anders wordt het een zooitje.
Twee met een verkoudheid, en soldaat Elgood.
Hij is de man die...
Blijven over jij en ik en Pike.
Mij zult u ook moeten schrappen. Ik heb namelijk wat bloedarmoede.
Grote onzin. - Helemaal niet.
Mijn dokter zei vanochtend dat ik beter bloed kon krijgen dan geven.
Ach, je bent gewoon bang. - Wel nee, ik heb vaak bloed gegeven.
Ik denk dat ik wat moe ben.
Ik ben er de laatste tijd wat te hard tegenaan gegaan.
Ik heb jou nergens te hard tegenaan zien gaan.
Hoe dan ook sir, u hebt nog altijd 49 liter te weinig.
Een ramp is het. - Ik zei nog dat u overhaast was.
Barre tijden, barre maatregelen. We falsificeren onze leeftijd.
We kunnen best doorgaan voor 65-ers. Sommigen althans.
Daar doe ik niet aan mee. Maar ik waardeer de teamgeest.
Ja, zonder meer prachtig.
Ik ga ze even toespreken. Help me hier even op, Wilson.
De officier wil jullie aandacht. Attentie.
Er is attentie, sir.
Wilt u ze in de houding terwijl ze aandacht geven, sir?
Hoeft dus niet.
We worden geconfronteerd met een crisis.
Ondanks onze inzet bereiken we ons doel niet.
49 liter te weinig. - Nu even geen details.
We kenden vaker harde tijden, maar we sloten de gelederen en triomfeerden.
Ieder van ons moet hemel en aarde bewegen...
en al onze vrienden, geliefden en kennissen oproepen om...
...om onze flessen te vullen.
Laat dat. Om zich achter ons te scharen.
Kapitein, gaat mevrouw Mainwaring zich ook achter ons scharen?
In gedachten zie ik dat certificaat al aan de muur hangen als gevolg van onze inzet.
Ik denk niet dat mevrouw Mainwaring zich ergens achter gaat scharen.
Niks van gevoeld. - Dit moet je voor je land over hebben.
Het spijt me, kapitein, maar er is verder niemand te bekennen.
Het is niets voor Jones om ons in de steek te laten.
Hij vertrok hier met tien man, met gevelde bajonet.
AI die verpleegsters hier omdat ik op 50 liter bloed rekende,
en tot nu toe heb ik alleen u, die jongen en de dominee.
Ze komen zo, hoor.
Ik hoop het van harte. Ik had een ander dorp kunnen kiezen.
En die drie donors die u beloofde? - Het vlees is zwak,
en ze hebben al een maand lang geen ui meer gehad.
Heel erg vervelend allemaal. - Ik heb echt met u te doen.
Kun jij ons niet helpen? Je snapt dat dit erg gênant voor me is.
Kunnen u en Frank niet nog een keer gaan?
Mam wou wel, maar ze wil me niet kwijt. Ik ben alles wat ze heeft.
Daarom was ze nijdig op oom Arthur toen hij om haar hand vroeg.
Bij het ontbijt.
Ze ging ja zeggen, tot oom Arthur zei dat de porridge aangebrand smaakte.
Ze mikte de inhoud van de pan in zijn hoed.
En nu spreken ze niet meer tegen elkaar.
Een goeie raad. Als je trouwt, moet je je vrouw meteen streng aanpakken.
Zodat ze weet waar ze aan toe is?
Ik zal er om denken. - Goed zo.
Komt mevrouw Mainwaring ook?
Of mevrouw Mainwaring ook komt.
Je moet echt eens wat doen aan die tic van je.
Wat doe ik dan? - Dit.
Doe ik dat echt? - Na zowat iedere zin doe je zo.
Vreselijk. Bedankt dat u me dat gezegd heeft.
Toen u net met Frank praatte,
viel het me op dat u ook al zulke grimassen maakte.
Ik zei hem dat als hij niet ophield... - Wat is het hier rustig.
Gisteren, toen wij hier waren, kon je je kont niet keren. De stand graag.
Hodges 25, Mainwaring anderhalf.
De meesten moeten nog komen.
Dan moeten ze wel opschieten. - Geef toe dat je verloren hebt.
Er is één troost. Soldaat Pike heeft een zeer zeldzame bloedgroep.
Zo vind je er maar één op de tienduizend.
Eén op tienduizend. Hoort u dat? - Altijd gezegd dat hij niet normaal is.
Beledig die jongen niet. Hij gaat zijn vaderland dienen.
Dan moeten ze echt ten einde raad zijn.
Ik stuur je gegevens op naar je mobilisatieofficier. Voor het geval dat.
We gaan, zuster.
Excuseer me. - Ja, maar niet te lang.
De binnenplaats staat vol mensen. - Opstellen op het kerkhof dan maar.
Korporaal Jones bracht ze naar hier. - Het is me gelukt.
Ik heb 49 liter bij elkaar.
Stuur de sergeant maar naar binnen.
Naar binnen. Links, rechts, links, rechts. Halt.
Groet de officier.
Waarom me prikt u mette die bajonette? Ikke maak geen herrie.
Wij goeie maatjes. Vrienden. - Wat moet dat?
Ik ben naar het Italiaanse krijgsgevangenenkamp gegaan.
In ruil voor biefstuk liet de bewaker 80 krijgsgevangenen afmarcheren...
om bloed te doneren.
Dat mag niet. Dat is vijandelijk bloed. - Natuurlijk mag dat. Zij zijn begonnen.
Waarom noemt u me vijand? Ikke geen vijand.
Ikke viel niemand lastig. Ik had een trattoria. Lekker. Ikke kookte zelf.
Dan zeggen ze me dat ikke moeta vechten en pief-paf-poef doen.
Niet onze schuld, kapitani, maar die van signore Adolf Hitler.
Je regering moet zijn vrienden wat zorgvuldiger uitkiezen.
Datte moet u niet zo zeggen van de vriends.
En Stalin dan? - Dat volstaat.
80 spaghettivreters op het kerkhof. De eerwaarde krijgt een hartverzakking.
Ik ben hier mr Yeatman en krijg geen hartverzakking.
Bedrog en dan heb je nog maar 42 liter. Ik heb gewonnen.
Nee hoor. Ik heb ook nog 17 nonnen.
Precies. Er zijn ook nog 17 nonnen op het kerkhof, allemaal rooms-katholiek.
Dat zijn nonnen meestal.
In dat kamp voorzagen de nonnen in de behoeften van die Italianen.
Ze gaven ze leuke bivakmutsen en breiden sokken voor ze.
Allemaal rooms-katholiek, op één na, die was joods, geloof ik.
42 plus 8 is 50 liter.
Goed zo. We hebben ons doel bereikt. - Prima. Aan de slag, zuster.
Laat ze maar binnenkomen. Dames eerst.
Hierheen voor de bloedinzameling. Eerst nonnen, dan spaghettivreters.
Dat oogt allemaal erg aardig. - Ja, heerlijk.
Twee schol en twee frieten...
Nee, twee kabeljauw en een schol.
Hier heb je je pond. Graag acht shilling en tien pence terug.
Werd u al bediend, kapitein?
Ik had scholfilet en voor twee pence frieten.
Daar komt ie.
Nee nee, dat hoort niet.
Een officier hoort zijn eten niet op een stuk papier opgediend te krijgen.
Een bord zou fijn zijn. - Een bord voor de kapitein.
Laat hem met rust, hij telt mijn wisselgeld.
We hebben geen borden voor iedereen vanwege de oorlog.
Geeft niet. U krijgt mijn bord wel, alstublieft.
Dat klopt alleen niet want u had schol en ik had kabeljauw.
Wacht even, dat klopt niet. Nu heb ik maar zes frietjes.
Wacht even.
Deze zijn voor u en die voor mij.
Zo, die van u liggen op het bord en die van mij op het papier.
Wilt u ui of augurk? - Niets, het zo al lastig genoeg.
Ik neem er ook geen. - Wat frambozenlimonade?
Een beetje. Dat volstaat. - Er is genoeg. En er is voor betaald.
Citroen met prik dan? - Nee, het is wel goed zo.
Frambozenlimonade? - Frank vindt dat lekker,
Het is tenslotte zijn feestje.
Eet je tegenwoordig bij de voedselbank, Napoleon?
Ga toch weg. Dit is een privé-feestje. - Let maar niet op hem.
Ik moet straks maar eens een stevige wandeling maken.
Als mijn vrouw die vis-met-frieten- lucht ruikt, zwaait er wat.
Gevoelige neus, weet je. Toen ik laatst binnenshuis een sigaret rookte...
mocht ik drie dagen niet in de zitkamer. Dat pikte ik niet.
Ik zei dat als het zo moet dan blijf ik een week uit de zitkamer.
Het schijnt niet echt te lukken met dat zout.
Laat mij maar even. Het zout gaat klonteren door de zeelucht.
Duurt het nog lang? Er staat buiten een lange rij wachtenden.
Je hebt je geld, hou je nu maar koest. - Een paar speeches en dan zijn we weg.
Kom, heren, vul de glazen. Vul uw glas, Mr Mainwaring.
Ik heb zo wel genoeg.
Oh ja, sergeant Wilson staat dichter bij Pike,
misschien moet hij maar speechen. - Goed idee.
Niet te lang, anders wordt het maar vervelend.
Ik zal erom denken. - Jij moet dan ook iets zeggen.
Eerst graag nog wat kabeljauw en frietjes.
Eén kabeljauw en frieten, komt eraan.
Excellenties, dames en heren, stilte graag voor sergeant Wilson.
Bedankt, allemaal.
Eigenlijk is het dubbel feest...
want we moeten ook kapitein Mainwaring feliciteren...
voor zijn prachtprestatie met dat bloedgeven.
Bedrog, ja. Nonnen en Italianen.
Hou toch eens je gemak.
De secretaris schenkt u deze oorkonde.
Stuur maar naar Mussolini, of naar de paus.
Verder willen we een van onze collega's veel geluk toewensen.
Soldaat Frank Pike.
Je was altijd een toegewijd Iid van dit peloton. We zullen je nooit vergeten.
Toespraak.
Eerst mijn frietjes opeten. - Komop man, opstaan en speechen.
Neem er de tijd voor, Frank.
Dames en heren... nee, heren.
Heel erg bedankt voor de vis met frieten. Ik houd geen lange speech,
ik vertel liever een grappig verhaaltje. - Ik hou wel van een grappig verhaaltje.
Niets schunnigs, hoop ik.
Sommigen onder ons gaven bloed. Dat van mij blijkt erg zeldzaam te zijn.
De dokter schreef dat aan de RAF.
Die zeiden dat ze me geen transfusie konden geven als ik gewond raakte.
Neem me niet kwalijk, maar erg grappig is je verhaaltje nog niet.
Het grappige is nu dat ze me weigeren. Ik ga niet onder dienst.
Je gaat niet onder dienst? Sinds wanneer weet je dat?
Sinds gisteren.
Waarom zei je niks?
Er was nog nooit een etentje ter ere van mij.
En ik wou de vis met frietjes niet mis lopen. Daar ben ik dol op.
Domme jongen.
NL ondertiteling van opensubtitles.org. Revisie: Jan Slagt 2023
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.