Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Doorlopen.
Doorlopen.
Kom nou, Johnny.
Is dat het, ma?
Kom vlug.
Mr Carr?
Het is leeg.
Leeg.
Wat gaan we nu doen, ma?
We gaan niet terug. Dat weet ik wel.
Waar is uw man? - Die heb ik niet.
Ik zou de huishoudster worden van Mr Carr.
Z'n vrouw is weggelopen na de laatste.
Ik zie dat u de nacht toch hier doorbrengt.
Rust maar goed uit. Morgen komt er een grote familie.
Dus u zoekt werk als huishoudster?
Kijk, dat is het huis.
Ik beloof niets. Misschien krijg ik op m'n kop.
We willen ons wat opfrissen. Wat is een geschikte plaats?
Een geschikte plaats?
Breng ze naar het washok, Tol. Ik ga meneer bepraten.
Nee, Fanny. Het is chantage. Pure chantage.
Mr Miller, ik heb u gezegd dat ik de reis niet meer kan maken.
Wees blij dat ik iemand heb gevonden.
Die vrouw heeft drie kinderen. - Hou toch op met dat gejammer.
Bent u weduwe? - Ja, meneer.
Kunnen uw kinderen werken? - Het zijn harde werkers.
M'n zoon David werkt al drie jaar op het land.
En Bridget is heel goed in huishoudelijk werk.
En ze kunnen lezen en schrijven.
Lezen en schrijven? - Dat heeft m'n man ons geleerd.
Werkelijk? En wat was uw man?
Een mijnwerker.
Een mijnwerker?
Mrs Millican, ik zal u zeggen waar het op staat. Ik ben een arm man.
Mrs Briggs krijgt vier shilling per week.
Zelfs met kost en inwoning is dat vast niet genoeg voor uzelf en uw gezin.
Ik neem uw aanbod graag aan.
Meent u dat?
Maar het stelt niets voor.
Fanny zal u zeggen wat u moet doen.
Ik zal u het huis laten zien.
Dat is konijn.
Hij eet elke donderdag konijn.
Donderdag, konijnendag.
Ben je hier op je plek? - Ik hoop het. Ik hoop het van harte.
Ik breng niet alleen konijnen. Ik breng elke dag melk en eens per maand hout.
Je bent zeker kolen gewend? - Inderdaad, maar het maakt me niet uit.
Hoe lang laat je me nog wachten?
Riah, dit is m'n zus, Annie. We wonen in een huisje op Gullmington Estate.
Je moet eens langskomen. - Als je wat gewend bent.
Je hebt vast genoeg om handen, Rian.
Kijk wat ik van meneer heb. Terwijl de spullen van z'n moeder heilig zijn.
Wat mooi. - Sommigen boffen altijd.
Daar moet je zuinig op zijn. - Ik sta op je te wachten. Kom.
Ik weet het niet, hoor.
Als ik zoiets kreeg, gaf ik het aan jou. - Schei toch uit, mallerd.
Zorg dat z'n pastei goed is, dan blijft hij in een goede bui. Dat zou mooi zijn.
Zet daar maar neer.
Ik wil geen last hebben van je kinderen.
Dat snap ik. U zult geen last van ze hebben.
Schieten jullie eens een beetje op.
Gaat het?
Daar heb je Tol.
Kom hier.
Ik kan er niet meer dragen.
Ben je alleen? Ik heb wat kerstcadeautjes voor je kinderen.
Een pop voor je dochter en een paard voor Davey.
Ze zijn van Tol. Hij heeft er wekenlang aan gewerkt.
Hij oefent vast voor als hij zelf kinderen heeft.
Wist je niet dat hij gaat trouwen? Ik dacht dat hij dat wel gezegd had.
Ik ben je erg dankbaar.
Eens per kwartaal krijgt hij z'n toelage. Hij is er wel eens erger aan toe.
Het was vandaag druk in Newcastle.
Als ik de winkels zie, wou ik dat ik rijk was.
Of een struikrover.
Ik denk niet dat u daar zo geschikt voor bent.
Misschien niet.
Voor je kroost.
Beschouw het niet als een doorbraak.
Dit is voor jezelf.
Lavendel, wat heerlijk.
Trouwens, gefeliciteerd met je huwelijk.
Huwelijk? Hoezo?
Je zus zei dat je ging trouwen. - Helemaal niet.
Sorry, ik heb me zeker vergist. - Jij niet.
Als ik ga trouwen, hoor je het wel.
Kom, hierlangs. - Kijk, kippen.
Ik wilde trouwen. Toen stierf m'n moeder.
Annie kwam bij me wonen en toen hield het op.
Wat vervelend. - Zoals het er nu voor staat niet.
Je bent zo goed voor ons. Ik wou dat ik iets terug kon doen.
Zal ik je leren lezen?
Mij leren lezen? Heel graag.
Kom, we gaan de stad leegkopen.
Wat ben jij volgepakt? Ben je weer uit bedelen geweest?
Je hebt ook gebedeld om je baan en je geeft alleen maar problemen.
Hoe bedoel je? - Dat weet je best.
Je gebruikt Tol als loopjongen.
Maar nu leer je hem nog lezen ook. Uit kinderboeken.
Je maakt die man belachelijk.
De enige die volgens mij belachelijk is, is een oude vrijster.
…die Tol niet kwijt wil raken, want dan moet ze net als nette mensen werken.
Je bent een lastpak. Ik ken jouw soort.
Sorry dat ik je laat schrikken.
Ik ga altijd hierlangs. Laat mij maar.
Wat heb je gekocht? - Wat tweedehands kleding.
Afdankertjes van andere mensen?
Het zijn nette kleren. Gevoerd en van goed materiaal.
Ik hoorde hoe onze vriendin je ervan beschuldigde dat je Tol leert lezen.
Alleen 's avonds na m'n werk. - Natuurlijk.
Maar je kinderen dan? Moeten die geen Iles krijgen?
Blijf nou stilstaan, David. Beweeg niet de hele tijd.
Het kietelt.
Sta nou eens stil.
Weet je wie er ook naar school gaan? - Hoezo? Er is geen school in de buurt.
Hij gaat ze elke ochtend lesgeven.
En dat naast al ons werk. - Het is geweldig, hè?
Het is ongehoord. Je staat te popelen tot het zover is, hè?
Kan ik je even spreken, Rian?
Ik weet wat je gaat zeggen.
Dan hoef ik er niet omheen te draaien.
Ik hoop dat Annie je niet heeft beledigd.
Ik heb haar net zo hard beledigd.
Ik wil niet dat er iets tussen ons komt.
Door m'n positie kan ik niet zeggen wat ik wil.
Maar je weet wel wat er in me omgaat.
Meneer wil dat je komt.
Kom met me mee.
Kun je hiervan kleding maken voor de kinderen?
Maar dat is zijde.
Nee, dat is veel te mooi. - Doen ze 's zondags schone kleren aan?
Maak dan zondagse kleding voor ze. In die hutkoffer zit eenvoudige stof.
Deze zijn van m'n moeder geweest. De meeste zijn alledaags.
Behalve deze.
Haar lievelingsjurk voor speciale gelegenheden.
Hij is beeldig.
Dat vind ik ook.
De rest mag je gebruiken.
Gooi die troep weg die je gekocht hebt. Wie weet wie dat gedragen heeft.
Ik ben u erg dankbaar. - Ik had jou al eerder moeten bedanken.
Doordat ik je kan helpen voel ik me niet meer zo aan je verplicht.
Soms lijk je net zo jong als je dochter.
Laten we deze zinnen nog eens bekijken.
De werkwoordsvorm amo, ik hou van, is regelmatig.
Eneo, ik ga, is onregelmatig.
Biddy, lees maar voor.
Amo meam matrem.
Ik hou van...
...m'n...
…moeder. Toe maar, Biddy.
Ad urbem eo ut panem. Ik ga naar de stad om brood te kopen.
Wat heeft het nou voor zin dat wij Latijn leren?
Latijn is de sleutel tot alle kennis.
Daarom leren we Latijn.
Dit was het voor vandaag. - Een prettige dag verder.
Blijf even hier, Davey.
Kom eens hier.
Beloof je dat je hard zult studeren als ik zorg dat er een pony in die stal komt?
Ga maar.
Pas goed op jezelf. Doe Mary de groeten van me.
Hou eens op. Kom hier.
Wat koud.
Beeldschoon.
Beeldschoon.
We begrijpen elkaar toch?
Je bent een intelligente vrouw. Wat sommigen eerzaam achten.….
…vinden anderen zeer kwalijk.
Dat weet ik.
Uitstekend.
Kom mee naar boven.
Je hebt hetzelfde postuur als m'n moeder.
En je bent net zo goedaardig.
Alsjeblieft.
Je mag hem hebben.
Trek hem aan en kom naar de salon, dan drinken we wat wijn.
De laatste wijn uit de kelder.
Maar er is nog nooit een toost mee uitgebracht op zo'n mooie vrouw.
Waarom zijn we in staat tot liefde, maar vrezen we haar...
…zodat we haar verspillen zonder er vreugde aan te beleven? Snap je?
Jij hebt vreugde en leven gebracht in dit huis. En een gezin.
Ik kan me niet meer voorstellen hoe m'n leven was zonder jou.
Van nu af aan zal ik me volkomen wijden aan jou en je kinderen.
Met name David. Ik wil zo graag dat hij aanzien verwerft.
Ik spreek als een vader die mislukt is in het leven en wil dat z'n zoon wel slaagt.
Ga nu naar je bed, Rian.
Ga naar je bed.
Wat stelt dit voor? - De aandelen zijn in waarde gehalveerd.
Meer zit er niet in.
Ik kan m'n hulp al bijna niet betalen. Ik heb haar zoon een pony beloofd.
Sympathie levert geen dividend op.
Waar is m'n pony? - Ik weet het.
Ik had het beloofd. Misschien volgende keer.
Leugenaar.
Vuile leugenaar.
Vooruit, loop je grote broer maar tegemoet.
Waar is je paard?
Ik ga weer aan het werk. Ik doe niets anders meer.
De pot op met dat leren. En met hem.
Ik kan er niets aan doen. Het is niet mijn schuld.
Het spijt me zo. - Blijf van me af.
Ik geef wel om je. - Blijf van me af.
Het geeft niet. Maak je geen zorgen. Het geeft niet.
Blijf van me af.
Blijf van me af.
Hij bleef me maar vasthouden. - Ga vlug Tol halen.
Wat nou vaderlijke gevoelens?
Wees toch stil.
Hou hem stil.
Waar is Davey?
Davey is bij mij.
Hij komt niet meer terug.
Hij kan als staljongen aan de slag. Dat heeft hij altijd al gewild.
Dit komt allemaal door wat meneer wilde.
Miller heeft hem niet verraden. Hij moet erg gesteld zijn op je gezin.
En op jou. - Ja, hij houdt van kinderen.
Maar niet van vrouwen.
Probeer ook medelijden met hem te hebben.
Ik weet het. Het spijt me.
Nu hangt het van jou af.
Het hangt van jou af. - Of ik weer zal kunnen lopen?
Precies. Je been Zit er nog aan. Je moet oefenen, blijven oefenen.
Het geld komt volgende keer wel.
Ik zal krukken laten brengen. Tot ziens.
Heb je ooit zoiets doms gehoord?
Hij heeft wel gelijk. - Hoe bedoel je?
U moet uw best doen en zich zien te redden. De kinderen en ik gaan weg.
Mag ik vragen waarom?
U bent niet normaal. U bent pervers.
Waag het niet me zo te noemen. Nooit.
Wat ik voor je zoon voel, is onschuldig. - Dat zegt u.
Ik hield van die jongen. Nog steeds.
Zoals van een zoon.
Er zijn vele soorten liefde.
Ik hou van schoonheid. In elke vorm. - Daar schiet Davey niets mee op.
Ik ga hoe dan ook naar Tol. - Dat gebeurt niet.
U kunt ons niet tegenhouden. - Dat kan ik wel degelijk.
Zodra je dit huis verlaat, licht ik justitie in.
…dat je zoon me heeft aangevallen. Je weet welke consequentie dat heeft.
Zou u hem laten wegkwijnen in een cel? - Ik doe alles om je hier te houden.
Ik heb mezelf al opgeofferd om m'n liefde zuiver te houden.
Vanwege m'n zwak ben ik gestopt met lesgeven en heb ik mezelf opgesloten.
Als jullie me nu zouden verlaten, heb ik niets.
Ik verzeker je dat ik zal doen wat ik zeg.
De jurk van uw moeder was een betaling voor David, hè?
Wat heb je? - Moet je horen. Beste Tol.
Annie wil hier blijven. Het stadsleven bevalt haar en ik ben niet alleen.
Hopelijk vind je het niet erg. Je zus Mary. Erg?
Ik had nooit gedacht dat ik zo blij zou zijn met een brief.
Er staat ons niets meer in de weg.
Er staat ons niets meer in de weg.
Ga zitten, Tol.
Het kan niet, Tol.
Ik kan niet met je meegaan.
Als ik het huis verlaat, licht meneer justitie in over Davey.
Nadat hij de dokter heeft verteld dat het een ongeluk was?
Ze geloven hem nooit. - Hij is van adel en zij ook.
Laat ze doodvallen. Ik ga naar hem toe.
Dat leidt nergens toe. En ik kan niet nog meer ellende hebben.
Wat moeten we dan? Wachten tot hij zwicht of het loodje legt?
Ik wil met je trouwen en jij wilt met mij trouwen. Zeg dan dat het niet zo is?
Goed dan. Je moet één ding begrijpen.
Ik heb m'n behoeften. Als je toegeeft aan hem, zoek ik iemand anders.
Begrijp je dat? - Dat doe ik zeker.
En nu luister je naar mij. Ik heb ook m'n behoeften. Succes met je keuze.
Maar ik hoop dat ik ook nog ergens anders goed voor ben. Begrijp je dat?
Het lijkt wel of ik vuur ruik. - Dat klopt.
Wat was je aan het verbranden?
Niets.
Alleen maar de jurk van uw moeder.
Acht jaar later
En dat betekent?
Hij volhardde liever in z'n ongelijk, dan toe te geven dat de rest gelijk had.
Je zit er niet ver naast.
Je Latijn is veel beter.
Eindelijk.
Maar je accent is uitermate provinciaal.
Ik spreek het vast net zo goed als anderen.
Zo goed als.
Ik denk dat ik m'n tijd aan je verspild heb.
Zoals u zo vaak zegt.
Gaat het?
Kort en allesbehalve aangenaam.
Ga zitten, Biddy.
Als ik sterf, verandert je leven enigszins.
U zou niet doodgaan als u voor uzelf zou zorgen.
Je moeder is op zoek naar een andere betrekking voor als deze ophoudt.
Ontken het maar niet.
Dokter Pritchard heeft het me verteld om me op te vrolijken.
Komt David zondag thuis? - Ik had het u nooit moeten zeggen.
Maar dat heb je wel gedaan.
Denk je na over Davey voor me?
Kom, vlug.
Steun maar op mij.
Ga naar binnen.
Kom mee, ze heeft ons gezien. Kom nou mee.
Ga maar liggen. Ik zal iets voor u maken.
Kreng, ik kan je wel wurgen. Je denkt dat je alles weet, hè?
Hij wilde Davey alleen zien. - Dat zal wel.
En God weet waarom. Davey is een domme boerenpummel.
Daar vraag je al heel lang om. Je begint naast je schoenen te lopen.
Sla me niet nog eens. Ik heb niets verkeerd gedaan. Anders sla ik terug.
En die lieve zoon van je is een stomkop en dat zal hij altijd blijven.
Maar toch hou je meer van hem dan van ons.
Zo, dat neb ik gezegd.
Neem plaats, Mrs Millican.
Nu is iedereen aanwezig.
Ik, Percival Rigmore Miller, eigenaar van Moor House in Durham...
… geef hierbij m'n huis met ruim een hectare land en alle inboedel...
…in beheer aan Mariah Millican tot ze overlijdt of hertrouwt.
In dat geval wordt het huis, het land en de inboedel...
…overgedragen aan Bridget Millican, de dochter van Mariah.
Er mag in geen geval een deel van het eigendom verkocht worden.
Als Mariah hertrouwt, mag ze niet blijven wonen op het eigendom.
Er is geen geld voor onderhoud, maar ondernemend als Mariah is..
…zal ze er wel iets op vinden. - Ik word niet de hulp van m'n dochter.
Door hem blijf ik een oude vrijster.
Beseft u niet dat u zichzelf gelukkig mag prijzen?
En u moppert over de voorwaarden van Uw baas?
Hij had vast goede redenen om voorwaarden ie stellen.
Als u bedoelt wat ik denk dat u bedoelt, kunt u nu vertrekken uit dit huis.
Vooruit, wegwezen.
Ik ben nooit z'n minnares geweest. Nooit.
Ga zitten.
Meneer heeft ons het huis nagelaten.
Het huis is van ons. - Ga zitten, vooruit.
Er komt geen geld meer binnen. Ik krijg geen loon.
Johnny, jij kunt voor de tuin zorgen.
Biddy, jij moet uit werken. - Laat mij bij Davey werken.
Je doet wat ik zeg.
Ik moet toch een man in huis hebben.
Het oog misleidt het verstand
en waanzin krijgt de overhand
als een man die z'n gelijke ziet
en door z'n liefde gek wordt van verdriet
zo beschouwde ik David: als een jongen
Ik laat uw werk niet verloren gaan.
Wat er ook gebeurt.
Dat beloof ik.
Wacht hier even.
Je verdient een shilling per week.
Je staat om vijf uur op en werkt tot zes uur.
Je gaat 's zondags te kerk. Om de zondag heb je vrij.
Van twee tot zeven in de zomer en van een tot zes in de winter.
Je spreekt niet ongevraagd, behalve met je gelijken.
De drie wasmeisjes en het lagere keukenpersoneel.
Begrijp je me, meisje? - Ik begrijp u volkomen, Mrs Fulton.
Neem afscheid van je moeder.
Gedraag je.
Wel, Miss Bridget.
Als ik nog eens hoor dat je je meerderen imiteert.…
…krijg je geen eten meer tot je je plaats kent.
Begrijp je me?
Ja, wal? - Mrs Fulton.
Ja, Mrs Fulton. Onthou dat goed.
Hoe heet je? - Bridget Millican. Ze noemen me Biddy.
Van nu af aan ben je nummer vier. Drie, laat haar zien wat ze moet doen.
Hou haar in de gaten. Het is een lastpak.
Hierin zet je de lakens in de week. 's Morgens wring je ze uit.
Het water is ijskoud, maar dat went wel.
De broeken van de staljongens boen je nadat ze geweekt zijn.
Je mag ze niet koken. Deze wel.
Je kijkt verbaasd. - Ik ken dit niet.
Wat doen jullie? Je zou haar wegwijs maken.
Aan je werk. Aan de slag voor ik je hoofd in die tobbe duw.
En rol je mouwen op, idioot.
Zijn dat boeken?
Kun je die lezen?
Wil je me vanavond iets voorlezen? - Dolgraag. Wat vind je leuk?
Alles. Ik vind het heerlijk als mensen voorlezen, zelfs al is het de dominee.
Zou je willen leren je naam te schrijven?
Ik? M'n naam leren schrijven?
Niemand hier kan z'n naam schrijven.
Binnen drie maanden kan ik je als de beste leren lezen en schrijven.
Dat meen ik, echt.
Ik ben blij dat je er bent. Ik heb nog nooit een vriendin gehad.
Geef me m'n pruik.
Het is weer kerst. Dat ik dat nog beleef. - U zult er nog veel meemaken.
Wees niet altijd zo correct, Hobson.
Rij me naar het raam. Schiet op, mens.
Vlug.
Mijn god, wat draagt zij nou weer?
Waarom is m'n zoon getrouwd met zo'n schijnheilige snol?
Jammer dat er niet meer sneeuw ligt.
Ik wil de hele mikmak vanavond. Een diadeem en alles.
Grootmoeder.
Fijn dat je er bent, Laurence. Al is het maar om m'n stoel te duwen met kerst.
Laat de bedienden niet wachten. Ze moeten ons diner serveren.
Meisje.
Je gedraagt je als een bediende.
Een lied, een dans of een gedicht.
Een dans.
Goed, zeg. Geweldig.
Ga maar door, Froggett.
Vrolijk kerstfeest allemaal.
Maak weer een kring.
Een lied, een dans of een gedicht. - Een gedicht.
Ik ducht uw kussen, schone jonkvrouw laat die van mij u niet ontstellen
m'n ziel is te bedrukt en grauw om die van u ooit te kwellen
ik vrees uw blik, uw toon, uw gebaar
laat die van mij u niet ontstellen
de devotie van mijn hart is zonder gevaar
daarmee wil ik dat van u van mijn aanbidding vertellen
Walgelijk. Kom morgenochtend bij me.
Vooruit, ga dansen.
Dat heb je heel mooi voorgedragen. - Dank U.
Wie heeft je leren lezen? - Meneer. Mr Miller van Moor House.
Wat heeft hij je nog meer geleerd? - Latijn en Frans.
Het gedicht was van Shelley. - Natuurlijk.
Ken je nog meer gedichten?
De jongedame wil vast feestvieren. - Natuurlijk, ga maar gauw.
Poëzie? Het was vuiligheid.
En dan nog zo brutaal zijn om tegen je meerderen te spreken.
Maar zij hebben mij aangesproken. - Spreek me niet tegen.
Meneer duldt geen brutaliteit en scholing van z'n personeel.
Je hoort hier niet thuis.
Ik zal ervoor zorgen dat je bij de eerste gelegenheid vertrekt.
Begrijp je me?
Ik kom m'n excuus aanbieden. - Waarvoor?
Het was onachtzaam van me om gisteravond met dat meisje te praten.
Ik wilde haar niet afzonderen.
Maar ze is wel intelligent, vindt u niet?
Ik vind haar nogal brutaal.
Zeker, maar misschien kunt u haar onder uw hoede nemen.
Mooi zo.
De maaltijden waren uitstekend de afgelopen dagen. Dat strekt u tot eer.
Het is me gelukt.
Goed zo.
Is dat je naam?
Heb je die zelf geschreven?
En heb jij haar dat geleerd?
Je kunt het mij vast niet leren.
Voila, wat hebben we hier?
Vossen, kleine vossen.
Rennen, vosjes.
Hou haar vast. - Ophouden.
Blijf van haar af. Jullie gedragen je als idioten.
Ze noemt ons idioten.
Ze is zeer erudiet.
Ze spreekt Frans en Latijn. Wist je dat niet?
Que je suis infaillible. - Gloria in excelsis deo.
Jullie accent is uitermate provinciaal.
Ons vosje is haar hol in gevlucht.
Grijp haar.
Hang haar op.
Hou je mond.
Hou haar vast. - Niet doen.
Jij kunt de volgende zijn.
Hou je mond. Hijs haar omhoog, vlug.
Toe dan, Paul.
Wat is er, meisje?
Waar zijn jullie in vredesnaam mee bezig?
Maak het touw los.
Waar slaat dit op? - Ik deed niets. Het was Paul z'n idee.
Wegwezen.
Wat staan jullie te kijken? Ga weer aan het werk.
Jullie gaan mee naar vader.
Alweer die Millican.
Aan de kant. En laat haar verzorgen.
Wat voor voorbeeld is dit voor 't personeel?
Je krijgt geen cent meer van je toelage. Hoor je me?
En jij moet duidelijk manieren leren, jongedame.
Ik schaam me voor jullie allebei.
Jullie zijn de meerderen van deze mensen. En dat zullen jullie leren ook.
Ik kom je halen.
Ik blijf hier.
Ik blijf hier.
Sorry dat ik je hier ooit heb achtergelaten.
Ik blijf hier, ma.
David Millican, staljongen.
Vier pond en negen shilling. Zet een kruisje.
Het schijnt dat hij kan schrijven. - Hij is zo slim dat voor zich te houden.
George Swinburne, staljongen.
Kijk, daar heb je m'n broer.
Florrie McNulty, schrobster in de wasserij.
Twee pond en negen shilling. Zet een kruisje.
Jean Bitton, schrobster in de wasserij.
Twee pond en twee shilling. Zet maar een kruisje.
Wat stelt dit voor, Froggeti? - Bridget Millican, wasmeisje.
Een pond en zes shilling. Teken maar.
Het is verboden. Je bent hier om te werken.
Als ik m'n personeel wil scholen, regel ik dat zelf.
Haal m'n huishoudster.
Deze kant, denk ik.
Ontsla dat meisje. Ik wil haar hier niet langer.
Momentje. - Ik laat je het huis uit jagen.
Wat jullie twee betreft: Ik ben zeer teleurgesteld.
Hou het personeel voortaan beter in de gaten.
Neem haar mee. - Wat is hier aan de hand?
Dat meisje tart me in m'n eigen huis.
Een beetje een school leiden onder m'n neus.
Zwijg. Breng dat meisje naar m'n kamer. Ik regel dit zelf.
Breng me naar de salon.
Sukkels zijn jullie. En jij bent de grootste van jullie twee.
Als je dit meisje ontslaat, zal men zeggen...
…dat je personeel van jou z'n naam niet mag schrijven.
Ik ben er ook op tegen, maar velen zijn er tegenwoordig voorstander van.
En Stephen wil in het parlement komen.
Als je ergens wilt komen, moet je met de stroom meegaan.
Hou toch op met je 'mama'.
Het idee om de lagere klassen te scholen waait wel weer over.
Laat Miss Millican ondertussen maar aan mij over.
Zeg eens iets in het Frans.
Hoor je me, meisje?
Lieve hemel, hoor je dat, Hobson?
Een wasmeid die Frans spreekt.
Laat dat de laatste keer zijn dat ik een blijk van je kennis hoor.
Je komt in mijn verblijven te werken. Je helpt Hobson, die is bijna versleten.
Maar geen Frans meer. Het is over met lezen en schrijven. Begrijp je me?
Maar zul je me gehoorzamen?
Ik kan niet beloven dat ik u wat dat betreft zal gehoorzamen.
Nu snappen we waarom het hele huishouden in rep en roer was.
Neem haar mee. En steek haar in fatsoenlijke kleren.
Wij nebben haar nu.
Wat lees je?
Het spijt me dat ik je Iaat schrikken.
Mag ik even kijken?
Een boek over filosofie? Helvetius, tjonge.
Het is de vertaling, niet het Franse origineel.
Toe maar, Helvetius.
Hij voert toch aan...
…dat klassenverschillen berusten op een verschil in scholing.
Vind jij dat ook?
Er schuilt veel meer waarheid in dan men wil toegeven.
Maar iedereen heeft andere capaciteiten.
Je bent een buitengewoon iemand.
Ik vind mezelf juist heel gewoon. Ik weet alleen wel...
…dat mijn aanwezigheid overal opschudding veroorzaakt.
Dat heb ik gemerkt.
Laat je niet van je boek afhouden.
Vooral niet door mij. - Ik bedoelde niet dat.
Ik krijg niet vaak de kans om zo met iemand te praten.
Ik ook niet, Biddy. Ik ook niet.
Mevrouw is klaar om u te ontvangen.
Bedient Millican u nu op uw wenken? - Zo zou ik het niet noemen.
Vroeger vlogen bedienden voor je.
Tegenwoordig spreken ze zonder dat ze iets gevraagd wordt.
Dat is te verwachten als u een erfgename in dienst neemt.
Zo, even uw borst onderzoeken. - Wat zei u?
Ik bedoel: Mag ik u onderzoeken? - Nee, over een erfgename.
Dat meisje van Millican? Laat me even. - Ga weg met dat ding. Wat bedoelt u?
Dat is algemeen bekend. Als haar moeder hertrouwt, krijgt zij net huis.
Met alles erop en eraan.
Is dat zo? - Het is in het testament vastgelegd.
Als de moeder overlijdt, gaat het huis ook naar het meisje, niet naar de zoon.
Meisje.
Meisje.
Waarom heb je niet gezegd dat je bezit erft?
Lucy, wanneer ben jij aangekomen? - Een half uur geleden.
Ga verder met je werk, meisje. Ik spreek je later wel.
Wat nu? Wat is er aan de hand?
Kom eens hier, meisje.
Ondanks je rebelsheid ben je behept met een aangeboren intelligentie.
Ik wil weten of je een geheim kunt bewaren.
Ik hoop het. - Over je erfenis heb je ook gezwegen.
Daarom heb ik besloten je te vertrouwen.
Kijk niet zo nederig, dat past niet bij je. Kom even bij me zitten.
Toe maar.
Miss Lucy gaat naar Frankrijk om haar scholing te voltooien.
Dat is wat ik de familie vertel en wat ik jou vertel.
Je komt snel genoeg achter haar geheim.
Dat is toch je zus? - Ja, dat is haar.
Ze zijn allemaal de deur uit, Tol.
Behalve Johnny, maar die gaat binnenkort ook.
Ik voel me verloren.
Daar is een remedie voor.
Elke minuut van de dag. Elke dag van de week.
Ik vraag je nu niet ten huwellijk.
Als je dit huis wilt houden, begrijp ik dat best.
Maar er is niemand die zegt dat je niet van me mag houden. En ik van jou.
Vind je ook niet?
Het ligt niet aan het huis, maar aan ons. Aan Mij.
Het komt door mij.
Je hebt me nu nodig. Ik heb jou nodig.
Ik hou van je sinds ik je voor het eerst zag staan met je kinderen op het erf.
Voor mij is dat net zo veel waard als een huwelijk.
Ik trouw met je. Als je me nog wilt hebben.
Zouden m'n ouders geloven dat ik kerst in Frankrijk vier?
Mr Laurence legt het ze wel uit.
Zou Laurence me mogen ondanks... - Natuurlijk.
Zou hij met me willen trouwen?
Met u trouwen? Maar hij is uw broer. - Dat is helemaal niet zo.
Grootmoeder heeft hem in de familie opgenomen. Ze zou het enig vinden.
Denk je ook niet?
Het is niet aan mij om dat te zeggen.
Hou toch op. We zijn hier elkaars gelijken.
Ik wil niet terug naar huis. Dan ga ik dood.
U heeft dan een kind om voor te zorgen. - Geen sprake van.
Jij met je simpele opvattingen. Ik hou het kind niet.
De vader is getrouwd. Hij wil 't niet.
Iemand anders neemt het. Dat heeft grootmoeder me beloofd.
Heten jullie me geen welkom?
Wat waren jullie aan het doen? - We maakten ruzie om jou.
Biddy vindt je lelijk en zegt dat je Frans veel te wensen overlaat.
Dat klopt allebei.
Ik moet madame helpen met de maaltijd.
Elkaars gelijken.
Je weet toch wat ik ga zeggen?
Heb je nooit gemerkt wat ik voor je voel?
Ik dacht juist het omgekeerde.
Geen Mr Laurence meer. - Dat moet wel.
Ik wil niet eindigen zoals Miss Lucy.
Denk je dat dat m'n bedoeling is? - Wat anders?
Dat zal ik je zeggen.
Ik denk constant aan je. Als je ergens bent, volgen m'n ogen je.
Je hebt meer hersens dan m'n hele familie samen.
Als m'n familie me verstoot..
Ik heb geen eigen bezittingen.
Maar ik kan wat geld bij elkaar schrapen met lesgeven.
Als je met me wilt trouwen. En honger met me wilt lijden.
Mag ik op z'n minst weten wat je antwoord is?
Het komt goed. - Help me.
De bagage mag naar Moor House.
Doe het hek open. Men verwacht ons. - Ik heb de opdracht u buiten te houden.
Doe onmiddellijk het hek open. - Ik doe wat me opgedragen is.
Kom, we gaan achterom.
Grootmoeder weet hier vast niets van.
Zal ik jullie komst aankondigen? - Dat doen we zelf wel.
Maak dat je wegkomt.
We hebben de dochter van Lucy bij ons. - Hou dat kind bij me weg.
Ik dacht dat je meer hersens had.
Je moest een schandaal voorkomen, niet er eentje meenemen.
Lucy heeft zichzelf kapotgemaakt.
Wil je de familie ook kapotmaken?
Jij zit hier natuurlijk weer achter. - Biddy wordt m'n vrouw.
Heb je je verstand verloren? Ben je helemaal gek geworden?
Eruit. Doe de deur dicht.
Ik zal het met je op een akkoordje gooien, jongedame.
Ik geef je 500 pond als je dat kind meeneemt en Laurence met rust laat.
Ik onderhandel niet over een baby.
Ze verdient meer liefde en een betere familie dan ze hier zou krijgen.
Ik heb medelijden met u.
Is dit wat je wilt? M'n dienstmeid en het bastaardkind van Lucy?
Als u het alleen zo kunt bekijken, heb ik ook medelijden met u.
Je krijgt geen cent.
Wacht even, deze kant op.
Jean, wil je bij ons komen wonen?
Kom mee.
Ze zijn er. Ma, ze zijn er.
Ik voel me vreselijk. - Het is een lang verhaal...
Ik had je iets moeten vertellen toen Mr Miller stierf.
Ik weet het, ma.
Ik weet het al een tijd. Ik hoop dat ik het huis pas krijg als ik heel oud ben.
Tol en ik gaan trouwen, dus het is van jou.
Maar dat is geweldig.
Ik leg het nog wel uit. Dit is m'n moeder. Dit is Laurence.
Het is koud buiten.
We vroegen ons af waar je was. - Ik was gewoon hier.
Je huilt. Wat is er? - Niets.
Alleen..
Ik dacht aan wat je grootmoeder zei en hoe ze naar me keek.
Daardoor vroeg ik me af wat ik je zou aandoen als we echt trouwen.
Ik offer mezelf niet op.
Ik heb een vrouw gevonden. Een nieuwe familie.
Een thuis.
Dit is meer dan een thuis, Laurence.
Dit wordt.….
…onze school.
Ik heb altijd al een jongensschool willen leiden.
Niet alleen voor jongens, ook voor meisjes.
In gelijke aantallen.
In alle vakken.
En met gelijke aandacht.
Vanzelfsprekend. Gelijk in alles.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.