All language subtitles for Bonnard.Pierre.et.Marthe.2024.FRENCH.1080p.WEB.H264-FW

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic Download
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian Download
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified) Download
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French Download
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German Download
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew Download
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian Download
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian Download
ia Interlingua
ga Irish
it Italian Download
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam Download
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish Download
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese Download
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish Download
es-419 Spanish (Latin American) Download
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Pik je vaak meisjes van de straat op?

Een antwoord zou fijn zijn.

Wat doe je in het leven?

Ik werk bij Trousselier.

De fabrikant van kunstbloemen?

Die, ja.

Vraag je niet wat ik bij Trousselier doe?

Wat doe je bij Trousselier?

Raad eens.

Je borsten, alsjeblieft.

Je borsten, alsjeblieft. -Hoezo mijn borsten?

Als je model wilt worden, moet je die tonen.

Ik wil geen model worden. Jij vroeg me om te poseren.

En jij hebt "ja" gezegd. -Niet dat ik mijn borsten zou laten zien.

Wat doe je? -Ik moet naar huis.

Ik ben nog niet klaar. -Ik ben het beu om stil te zitten.

Kom, help me.

Dat was per ongeluk, sorry.

Wat is er?

Ik ben zo terug.

Wat is er aan de hand?

Gaat het?

Gaat het? -Ik heb astma.

Ze zijn nep.

Ik heb het zelf voor je gemaakt.

Ben ik dat? -Ja.

Ik weet niet eens hoe je heet. -Marthe.

Dat is een mooie naam, Marthe. Marthe hoe?

De Méligny.

Ik ben van Italiaanse afkomst.

Een aristocraat? -Zo je wilt.

Hulpje bij Trousselier, daarom geruïneerd.

En jij? -Ik?

Pierre.

Pierre Bonnard.

Franser kan niet.

Middenklasse.

Schilder in wording.

Teleurgesteld? -Nee.

In Bonnard zit het goede.

Wilde je dit altijd al doen?

Wat doen? -Schilderen.

Ik heb voor mijn vader rechten gestudeerd.

Ik heb zelfs de eed afgelegd.

Maar ik ben gezakt voor fiscaal recht.

Gelukkig.

Waarvan doe je het?

Doe wat?

Eten.

Je moet eten en je huur betalen.

Waarvan doe je dat?

Het eendje maakt zich zorgen over hoe ik aan eten kom.

Wie is zij? -Mijn zus, Andrée.

Ze is mooi.

Je hebt geluk met zo'n zus.

Ik heb ook een broer. Jij niet?

Ik heb niemand.

Mijn moeder is bij mijn geboorte gestorven.

Mijn vader van verdriet omdat hij haar verloren had.

Ik ben alleen op de wereld.

Dan ben je vrijer dan ik.

Waarom poseren vrouwen naakt en mannen niet?

Omdat mannen schilderen en vrouwen niet.

Kom, ik heb honger.

Kom op...

Wil je bij me intrekken?

Wacht...

Nou? -Nou wat?

Wil je bij me intrekken? -Is dat niet te snel?

Het leven gaat snel. -We kennen elkaar amper.

We hebben gevreeën. -Dat is geen reden.

Wacht...

Je droomt van een burgerlijk huwelijk.

Een witte jurk met sluier, een krans van oranjebloesem en kinderen. Is dat zo?

Voor mij heel weinig.

Ah, M. Pierre.

Is Thadée er?

Dag, mevrouw.

Zal ik extra bestek neerleggen, M. Pierre?

Kom...

Wie is dat? -Misia.

Ze speelt mooi. -Ze is een genie.

Haar vader is Godebski, de beeldhouwer.

Ze is knap.

Hij daar met die zwarte baard is Sérusier.

Daarnaast zit Vallotton.

Die mollige is Signac.

Die rooie is Vuillard.

Ze zijn mijn vrienden, les Nabis.

Wat zijn "les Nabis"?

Dat betekent "de Profeten" in het Hebreeuws.

Samen willen we de moderne schilderkunst hervormen.

Dat is niet niks.

Je blijft eten, Lautrec is er. -Dit is Marthe.

Goedenavond. Misia wordt woedend als je niet blijft.

Marthe, dit is Thadée, de man van Misia.

Dankzij hem heb ik te eten en kan ik mijn huur betalen.

Zeg dat ik genoeg verdien om gelukkig te zijn, zelfs samen.

Blijf hier, ik ben zo terug.

Wie is dat?

Dat is Misia. -Heb jij dat geschilderd?

Ben je met haar naar bed geweest?

Heeft Thadée je nog niet over de onafhankelijken verteld?

Liefste, nogmaals, je hebt toch niet iemand ontmoet?

Dat ga ik verkeerd opvatten.

Mijn dierbaren...

Hallo. -Mijn lieverds...

Voor het kamerscherm. Ik heb het afgerond.

Net als regen die valt als het nodig is. Zie je, Marthe?

Wie is daar? -Ik ben het, Maria.

Doe open.

Waar heb je gezeten?

Laat me erin. -Het is heel laat.

Wat moet ik doen? -Wie is het?

Wie denk je? Je zus, natuurlijk.

Maria, waar heb jij gezeten?

Ik heb iemand ontmoet. -Wie?

Een goed persoon. Een schilder.

Een schilder, op jouw leeftijd?

Hij wilde dat ik voor hem poseerde. -Betaald?

Ga je hem weer zien?

Het is voorbij.

Ik kan niet zonder je.

Kom...

Ik wil dat je stopt met werken.

Ik wil je helemaal voor mezelf.

Ik wil je helemaal.

Kom op nou...

Kom op, Pierre.

En honden?

Zou je die willen? -Ik hou van honden.

Dan nemen we geen kinderen.

We nemen honden. -Zeker een teckel.

Ik hou van teckels.

Ik zal voor je koken.

Ik kan heel goed koken.

Stoofpot, kip, pudding.

Ik kan een varken slachten.

We gaan 'm missen. Het station is die kant op.

Je hebt geen richtingsgevoel, ik zweer het je.

Je wil altijd gelijk hebben...

Jij wilde bramen plukken. -Nee, jij.

Leugenaar...

Het is niet grappig.

Echt niet. Ik heb er genoeg van.

Dit is mijn mooiste jurk en die zit helemaal onder het vuil.

Wat is er? -Kijk...

Maar kom. -Nee...

Er is niemand.

Kom je? Bederf de pret niet.

Maar...

Hou even voor me vast. -Ja, goed...

HUIS TE HUUR

"Ik heb vaak deze vreemde en indringende droom...

over een onbekende vrouw, van wie ik hou, en zij van mij.

Niet steeds precies dezelfde,

noch iemand anders. Ze houdt van me en begrijpt me."

Ze houdt van me en begrijpt me.

Kom kijken.

Want zij begrijpt mij en mijn open hart, voor haar alleen, helaas,

dat is een probleem, voor haar alleen,

en het zweet op mijn bleke voorhoofd,

alleen zij kan dat verfrissen, met haar tranen.

Deur dicht.

Drink op.

Hou op met dit toneelstukje.

Ik heb honing voor je meegebracht. Dat zal de pijn verzachten.

Nog nieuws?

Dat had je eerder kunnen zeggen.

Wat schrijft ze?

Dat hij een grotere woning geregeld heeft.

Aan een plein waar ze met de baby wandelt. Met een echt bad.

Ze leert Engels, maar dat is moeilijk. Hij bezoekt haar als hij kan.

Hij zal nooit scheiden.

Ze is weer zwanger van hem. -Dat is goed.

Weer een meisje. -Dat is niet zo goed.

Voel je je beter?

Als je geen moeite doet, haal ik de dokter.

Een dure grap. -Dat is mijn probleem.

Mijn twee dochters worden onderhouden als vogels.

Hier...

Ik ga, ik ben laat. -Je bent er net.

Het is een belangrijke dag, dat kan ik hem niet aandoen.

De soep staat op.

Ik heb vlees gekocht. Eet het op, anders bederft het.

Ik heb kaasjes voor je gekocht.

Wanneer kom je weer?

Wat als ik sterf?

Hoe weet je dat dan?

Ik weet niet waar je woont. -Begin nou niet weer.

Ben je niet blij met alles wat ik voor je doe?

Als je Berry zo erg mist, breng ik je naar Saint-Amand.

Wat jij wil.

Is dit een gewoonte van je? -Wat?

Te laat komen. Verberg je iets voor mij?

Ik wilde met de tram, er was een ongeluk. -Alweer? Verzin iets anders.

Schiet op. Pierre wacht op je, het is druk.

Wat nou weer?

Ik kan het niet aan. -Wat niet?

Al die mensen.

Pierre heeft steun nodig.

Als er iemand is die er toe doet, dan jij wel. Haak niet af.

We leven samen, de rest is zijn zaak.

Je moet wel je best doen.

Zeg hem dat ik thuis ben. -Heel Parijs is er.

Pierre zal aanbeden of verketterd worden.

Laat hem niet in de steek.

En wat als de mensen tegen mij zeggen: is die kont van haar?

Nu zien we eindelijk haar gezicht. -Dat kan niemand schelen. Kom...

Waarom schildert Pierre altijd alleen mijn lichaam?

Waarom is mijn gezicht altijd wazig?

Je leeft door de ogen van een schilder. Dat is het enige dat telt.

Dan laat mij erbuiten.

En?

Ze is weggegaan. -Hoezo?

Dat meisje is knettergek en praat onzin.

Marthe de Méligny. Waarom niet Jeanne d'Arc?

Wat moet ik tegen Pierre zeggen? -Win tijd. Bedenk wat. Ik zie je daar.

Misia, is Marthe niet bij jou?

Ze is me ontglipt.

Wat jammer, Pierre heeft alles meegenomen.

Een schande.

U respecteert onze sekse met de grootste eenvoud. Dat is zeldzaam.

Dank u, meneer. -Dank u wel.

Waar is Marthe? -Weg.

Hoezo weg? Is er iets gebeurd? -Nee, ze is naar huis.

Wat een succes. -Pierre, word wakker.

Dit meisje bederft je leven.

Ze claimt je op het platteland terwijl hier de wereld aan je voeten ligt.

Mis geen kansen door een onbeduidende flirt.

En waarom niet? -Alsjeblieft, dames en heren.

Ik zie je wel, hoor.

Ik heb je gezien.

Ik hou van je, Pierre.

Ik hou van je.

Waarom wil je nog steeds geen kinderen?

Begin je nou weer? -Wat beginnen?

Ik dacht dat we het op dit punt eens waren.

Eens over wat?

Dat we niet gemaakt zijn om als gewone mensen te leven.

Ik wil een kind, alsjeblieft.

Nee, nee en nog eens nee.

Ik wil geen kinderen. Laat staan ​​alles wat daarbij hoort.

Oppas, een dienstmeisje.

Niets dat mij van mijn werk kan afleiden.

Hoezo leiden een oppas en dienstmeid je van je werk af?

Ik wil geen slechte vader zijn, dat is alles.

Laat mij tenminste een goede moeder zijn.

Ik kan alleen voor het kind zorgen. Zorg ik niet goed voor de honden?

Ben je boos op mij?

Ja.

Ben je echt boos op mij?

Ja.

Hou je niet meer van mij?

Nee.

Nou, dat hangt er vanaf.

Waarvan?

Hoeveel je van mij houdt.

Goed...

Het eendje heeft bewijs nodig.

Ik ben hier...

Ik ben hier...

Ik ben zo terug.

Kijk me aan...

U had me eerder moeten laten komen.

Ik zal u een behandeling voorschrijven.

U zult een kuur moeten volgen.

Hydrotherapie is in uw geval passend.

Wat is dat?

Eén keer per dag in een bad, minimaal een uur.

Ik zwem elke dag in de Seine.

In de winter raad ik het bad aan.

En daarenboven één tot twee keer per jaar naar een kuuroord.

Tot ziens, dokter. -Tot ziens.

O ja...

Dank u wel.

Uw vrouw...

heeft een kwetsbaar hart.

Ze zal niet lang leven.

Bereid u daarop voor.

Het spijt me.

Heb je trek?

Ik ga het avondeten opwarmen.

Je bent gek, dit is waanzin.

Dat moet een fortuin gekost hebben.

Ik heb twee schilderijen aan Bernheim verkocht.

AUGUSTUS 1914

Waarom kijk je me zo aan?

Waarom wil je die kuur niet doen? -Jij bent mijn kuur.

Bourboule is erg goed.

Vuillards moeder gaat daar ook heen, jullie kunnen samen gaan.

Met Vuillards moeder? Nee, bedankt.

Ze is een bijzondere vrouw.

Ze is 100 jaar. -70.

Wil je van me af?

Denk je dat ik het niet door heb?

Wat doe je elke week in Parijs?

Je weet heel goed wat ik doe.

Ik schilder sierpanelen voor Misia's huis.

Haar nieuwe man betaalt mij een fortuin. -We hadden genoeg van Parijs.

We zouden daar geen voet meer zetten.

Jij bent daar aldoor en stuurt mij naar Bourboule.

Ik niet, de dokter.

En speel je 's avonds domino met Misia als haar man er niet is?

Met ballen?

Zeg maar dat je walgt van mijn zieke longen, wallen en gele huid.

Waar heb je het over? -Je raakt me niet meer aan, Pierre.

Geen ring of krans, laat staan een kind. Wat moet ik doen?

Weggaan?

Op een dag ga ik weg en hoor je nooit meer iets van mij.

Wij zijn het.

Wij zijn het.

Hallo, vrienden.

Het kostte ons twee uur. -Mijn oogappel heeft de hele weg geroeid.

Kan ik er wat aan doen dat ik rugpijn heb?

Mijn lieve Marthe, goed je te zien.

Altijd zo mooi. -Dank je, Claude.

Ik dacht dat we nooit uit Giverny wegkwamen.

Claude liep voor vertrek drie keer de vijver rond.

Ter inspiratie.

Een haantje, nog lauw.

Even in de oven en hij is klaar. De saus zit in de kom bij de aardappels.

Heb je een salade gemaakt? -Ja, en crème caramel.

Perfect. -Gaan we?

Wat nu? -Zeker.

Waar gaan jullie heen? -En de lunch?

Daarna.

Niet klagen als het eten koud is en je buikpijn krijgt.

Daar zijn mijn schatjes...

Daar.

Daar zijn ze.

Ik heb ze bij toeval ontdekt.

Ik hoop dat ik je niet voor niets hierheen gebracht heb.

Wacht tot ik ze bekeken heb.

Kikkerbeet, een waterlelie.

De meest voorkomende, samen met de lutea.

En die daar is de alba.

Maar ja, dat is 'm.

Kijk eens naar die blauwe.

De blauwe lotus, de meest zeldzame.

Je hebt geluk met zulke soorten in hun natuurlijke omgeving zo dichtbij je.

Terwijl ik ze tegen hoge kosten cultiveer in de Lot.

Deze is goed.

Speciaal voor jou door Claude uit de kelder gehaald.

Hij zei: deze is voor Marthe.

Het brengt de blosjes terug op haar wangen.

Wat is er aan de hand, Marthe?

Hebben jullie weer ruzie gehad?

Pierre bedriegt me, Alice.

Weet je het zeker?

Hij is drie tot vier dagen per week in Parijs.

Ik maak me zorgen. -Over wat?

Dit maken we allemaal mee.

Wil je mijn mening horen?

Pierre zal je nooit verlaten.

Kijk wat hij bereikt heeft sinds jullie samen zijn.

Jij bent zijn reddende engel.

Ah, daar zijn ze.

Heb je Misia's nieuwe echtgenoot al ontmoet?

De Levantijn...

Hij heeft een slechte reputatie.

Zijn vader zou fortuin gemaakt hebben met valse tanden verkopen aan een sultan.

Marthe, de aardappelen.

Verrukkelijk.

Ach, wat is hij mooi.

Wil jij alsjeblieft de jus meenemen?

Het haantje.

Misia en ik willen aan een paar zorgvuldig uitgekozen vrienden voorstellen...

Hoe heet deze jonge componist, die jij zo goed vindt, liefste?

Ravel. -Ravel.

We willen met de boot naar Constantinopel, waar ik geboren ben,

en daarna langs de kust van Palestina naar Caïro.

Ik wil Misia de piramides van Egypte laten zien.

Ik nodig jullie uit. Wat vinden jullie?

Claude, aan tafel.

Ik vrees de hitte. -Ja?

Je moet de piramides een keer gezien hebben.

Mijn liefste zou het heel leuk vinden met haar trouwe vrienden.

Wat zijn jullie van plan?

Alfred biedt ons een cruise naar Egypte aan.

Zijn er in die piramides geen mummies die je kunnen betoveren?

En spinnen, Alice. Zo groot als een vuist.

En heel giftig.

Niet waar, Alfred?

De haan wordt koud.

Hij komt niet.

Zal ik hem gaan halen?

Zou ik niet doen. Als hij gefocust is, is hij fel.

Dus, Misia...

Een dijtje? Of een vleugel? Iets wits? -Een dij, de bovenkant.

Bedankt. -Pardon... Ja, prima.

Niet te veel aardappelen.

Wit vlees, zoals gewoonlijk? -Édouard, een vleugel?

Ja graag. -Wie wil er wijn?

Ja. -Ik wil wijn.

Een toost op ons weerzien.

Op ons weerzien. -Proost.

Had ik al verteld dat Thadée Villeneuve moest verkopen?

Toen brak dat mijn hart.

Maar dat was in een ander leven, nietwaar?

Raak niet gehecht aan spullen.

Je had Villeneuve mooi gevonden, Marthe.

Het was een erg levendig huis.

Vuillard en ik waren daar altijd. Net als Lautrec, Renoir en Vallotton.

Satie, die voor mij componeerde.

Verlaine...

Hij schreef een sonnet voor mij die Thadée uit jaloezie stal.

Er waren daar altijd interessante mensen. -Vrienden...

Dichters, kunstenaars.

Allemaal gesteld op absolute vrijheid die feestend voor hun kunst leefden.

En iedereen was verliefd op jou.

Ja, Misia...

Jij was een wonder,

de zonnestraal waar iedereen op zat te wachten in dit zware en droeve land.

Excuseer me...

Hoe breng jij hier...

je dagen door, schat. Mis je Parijs niet?

Helemaal niet. En jij, je concerten?

Mijn concerten...

Dat is al lang verleden tijd. Nietwaar, Alfred?

Onlangs zag ik Diaghilev.

Hij gaat iets van Debussy uitvoeren. Een ballet.

Hij zoekt iemand voor het decor.

Ik vertelde hem over jou en je succes, hij was enthousiast.

Ik eis een verklaring.

Een verklaring waarvan?

Ben je met hem naar bed geweest?

Met Diaghilev?

Nee, met Vuillard. -O, maar...

Waarom wil je dat weten?

Vertel me de waarheid.

Wacht tot we thuis zijn. Niet nog eens, zoals gisteravond.

Wanneer hou je ermee op?

Wanneer hou je in hemelsnaam op met mij te martelen?

Ik geef je alles. Wat wil je nog meer?

Je maakt me gek...

Maar met wie ben ik in al die jaren naar bed geweest?

Doe uitgebreid verslag aan Alfred.

Ben ik met jou naar bed geweest?

Kom, vriend, stop met die onzin, het werkt niet.

Nog minder dan je ingebeelde ziektes.

Je zogenaamde kleine hartje klopt te snel. Ja, ja...

Wanneer kom je erachter dat je gek bent?

Hoe durf je... -Geef toe, gek.

Je ongemak komt uit je hoofd en alles wat ze bedenkt.

Je bent net een arm vrouwtje dat alleen...

door haar astma haar man behoudt, zielenpiet.

Je hebt gewonnen. -Wat heb ik verkeerd gezegd?

Ze is een monster. Ik zeg je: een monster.

Ik ben met een monster getrouwd.

Laat mij het goedmaken.

Sorry, sorry...

Maar wat doe je nou?

Laat me met rust.

Kom eruit, laten we praten.

Ik wilde je niet kwetsen.

Ik wilde alleen maar Alfred plagen.

Een ordinaire ruzie van een stel, niet tegen jou.

Laat me met rust. Ik weet hoe je over mij denkt.

Hoe dan? Ik vind niets van jou, dat zweer ik.

Jawel, dat ik een leugenaar ben.

Een trut die Pierre in haar huis opsluit terwijl hij bij jou floreerde.

Helemaal niet. Marta, wat doe je nou?

Volgens mij kan je niet uitstaan dat ik Pierre voor jou kende.

Je wist dat hij bijna bij ons woonde.

Onze verbondenheid is logisch. Dat doet niets aan jou af.

Jullie hebben je vast vermaakt. Iedereen ging toen met iedereen naar bed.

Blijf staan, ik kom eraan. -Blijf uit mijn buurt.

Het is je jaloezie die spreekt, Marthe.

Net als Alfred. Er is niets erger dan jaloezie.

Moet ik je eraan herinneren dat ik ook zijn...

muze was? Dat hij mij vóór jou schilderde?

Daaraan kan je niets ontlenen. -Behalve dat ik zijn vriendin ben.

Zijn vriendin? Wie zou jou als vriendin willen?

Je bent dan wel rijk en aanbeden, maar ik wil jou niet als vriendin.

Hoezo niet? Wat heb ik je misdaan?

Ik haat mensen zoals jij.

En nog meer sinds je met Alfred trouwde.

Stop die onzin en geef me je hand.

De eerste keer bij jouw thuis,

toen ik je piano hoorde spelen, was ik onder de indruk.

Ik bewonderde je.

Ik wilde heel graag je vriendin zijn.

Heel graag. -Kom, laten we het worden.

Accepteer dat ik gebreken heb, net als iedereen.

Kom op...

Gebreken?

Je hebt je talent opgegeven, jezelf verloochend.

Prozaïscher gezegd: ik kreeg geen werk.

Omdat ik geen man ben, dat snap jij heel goed.

Nee, je hebt alles opgeofferd aan geld en kouwe kak.

Inclusief de man van wie je hield. Hou je zelf niet voor de gek.

Adder...

Deze vrouw is gek.

Ik heb het altijd gezegd: gek, een leugenaar.

Een gek. Een intrigant die de arme Pierre te pakken kreeg...

en hem van zijn vrienden afpakte.

Wat had ik moeten doen?

Thadée dreef mij in de armen van deze man...

en ik werd verliefd op hem.

Dus jij bent het slachtoffer.

Thadée was geruïneerd, Marthe.

Ik had geen keus.

Het was dat of de straat. -Nee,

het was dat of weer piano spelen.

AUGUSTUS 1918

We hebben de nacht bij haar doorgebracht.

Bij zonsopgang opende ze haar ogen en fluisterde je naam.

Het spijt me...

Ik kon niet eerder komen.

Vergeef me.

Ik had jullie graag onder andere omstandigheden ontmoet.

En cadeautjes meegenomen.

Dat houden jullie tegoed.

Waar is Adolf?

Hij is de begrafenisondernemer halen. We begraven haar morgen voor ons vertrek.

Ik heb geld meegenomen.

Ik geef het zo snel mogelijk terug. -Geen zorgen.

Is dat van de schilder? -Is uw man rijk en beroemd?

Bent u dankzij hem zo elegant?

Hoeveel is het? -Hou op.

Ga op de gang spelen, hup.

Neem alles wat je wilt. Ik zeg het huurcontract op.

We gaan naar het zuidwesten, dat lijkt veiliger.

En jij? -Pierre hoefde niet in dienst,

maar is toch naar het front gestuurd.

Hij moet de oorlog schilderen. Zoals tijdens Napoleon.

Hij is sindsdien niet meer dezelfde.

Hij wil niet meer naar het platteland. We moesten een nieuw atelier huren.

Ik hoop dat hij naar de begrafenis komt.

Adolf zou hem graag ontmoeten.

En de meisjes ook.

Kom je morgenochtend naar het kisten?

Om 9.00 uur? -De hel...

Ik ben te voet, ze bombarderen...

huizen, ik moest schuilen.

Het is waanzin om in Parijs te blijven.

Heb je me gehoord? -Vaag.

Wie is dat? Ken ik haar? -Nee.

Een studente Beeldende Kunst. Geen zorgen, ze is verloofd met een Amerikaan.

Ze zou naar hem toe gaan, maar er varen geen boten.

Hoe vind je het?

Vind wat?

Hoe vind je het schilderij?

Niet slecht.

Hoezo niet slecht? -Vergeleken...

met je kubistische vrienden, is het niets.

Als je jezelf trouw wilt blijven...

dan is het best goed.

Ik heb morgen een afspraak voor mijn longen.

Ik ben niet thuis met de lunch. Je redt het wel, hè?

Hij ging er zomaar vandoor. -Wat ondeugend.

Ik ben het.

Doe alsof ik niet besta, daar ben ik aan gewend.

Maar...

Jeetje, het spijt me, ik had het moeten weten.

Kennen jullie elkaar? -We kwamen elkaar tegen op de trap.

Dat bent u, op L'indolente.

U vindt me vast belachelijk, maar ik moet het zeggen.

Uw man heeft een mythe van u gemaakt. -Een mythe?

Op Beaux-Arts bent u beroemd.

Deze mythe gaat over tot de orde van de dag.

Ik kon bijna niets vinden.

Geen vlees, een paar aardappels, twee eieren...

en een stukje kaas.

Deelt u in onze bescheiden maaltijd, juffrouw? Hoe heet je?

Renée.

Er gebeurt hier zoveel. -Wat zeg je nou?

Ze is gewoon jaloers.

Heb ik daar geen reden voor?

Waarom nodig je Renée niet uit in Roulotte?

Wilt u naar het platteland komen, juffrouw?

Nu de oorlog voortduurt, gaan we hier niet wegkwijnen en verhongeren.

Wat vind jij, Pierre?

Op eigen risico.

Dus dit is het.

Laat jij Renée haar kamer zien, dan probeer ik iets te eten te vinden.

Ik herken alles.

Alles.

Het terras.

Ik ben in het hart van wat mijn leven zin geeft.

Maar Pierre en ik leiden hier een heel gewoon leven.

Wat is dat?

De graven van Ubu en Poucette, mijn schatjes.

Mijn hondjes.

Waar heb je mijn deken gelaten?

In de kast, eerste la links.

Gevouwen, gestreken, zoals gewoonlijk.

Pierre zei dat je van Italiaanse afkomst bent?

Ik ook.

Ik ben opgegroeid in Rome.

En jij? -Ja, ik...

Pierre, wil jij Renée haar kamer laten zien?

De laatste persoon die hier geslapen heeft, was Monet.

Claude Monet.

Hij kwam met de boot en twee goede flessen om ik weet niet meer wat te vieren.

Hij was totaal niet in staat om naar Giverny terug te gaan.

Het was vlak voor de oorlog.

De stakker...

Had hij geweten dat hij zijn zoon zou verliezen en dan zijn vrouw...

Bedankt voor alles.

Oh, je hebt een wimpertje.

Doe een wens.

Ik laat je even.

Ik ga iets te eten voor ons regelen.

Pak mijn hand.

Kom maar. -Wacht...

Ik had een nachtmerrie.

Trek je nachtjapon uit. Ik geef je er één van mij.

Ik had een nachtmerrie...

Ik was alleen...

op een boot.

Op de rivier.

Ik droeg een trouwjurk.

Hoe verder ik voer, hoe meer ik besefte dat ik niet wist...

waar ik heen ging en dat ik verdwaald was.

En toen hoorde ik plotseling...

een geluid.

Iemand of iets dat sloeg. Ik was...

Ik was bang.

Ik wilde mijn jurk uittrekken, maar de bodem van de boot ging open.

Een hand pakte me bij de enkels en trok me onder water.

Mijn jurk sloot zich strak om mij heen...

en ik voelde de hand mij naar beneden trekken.

Ik worstelde...

Welke heb je liever? De brunette of de blonde? Welke...

heb je liever?

Je zult moeten kiezen, Pierre.

Verstoppen...

Wat doe je?

Waar ga je heen?

Wat is er?

Wat heb ik gedaan? Heb ik je gekwetst?

Niet eens.

Ga niet weg.

Ik smeek je, blijf.

We zijn hier zo gelukkig.

Je hebt me de zin van het leven teruggegeven.

Wacht, ik ga de auto halen. We praten in de auto verder.

Praten?

In de auto?

Ik ben geen kind dat je na het wandelen in de auto kalmeert.

Ik ben een vrouw en ik ben verliefd op je.

Wat er tussen ons gebeurd is, wilde ik.

Maar ik laat me niet bedonderen. Door jou, noch door Marthe.

Ik stop liever met het spel voor het te laat is.

Spel?

Welk spel?

Ik hou van je.

En Marthe houdt ook van je. Echt waar.

Ik weet zeker dat ze...

net zoveel van je houdt als ik.

Nee,

Marthe houdt vooral van jou. En jij houdt van Marthe.

Ik zal nooit meer zijn dan...

het mooie meisje dat het dovende vuur weer moet opstoken.

Ik moet weg voor het te laat is.

Ik ga een boot naar New York zoeken. -Niet doen, je vergist je.

Ik hou juist van jou.

Bewijs het dan. -Wat?

Dat je van mij houdt. Bewijs het.

Hoe?

Trouw met me.

Je maakt een grapje?

Zie je wel?

Je wilt je leven met Marthe niet opgeven om mij te houden.

Vaarwel...

Handig, zo'n neef.

De oorlog is nauwelijks voorbij en jij gaat Rome onveilig maken.

Ik ga niets onveilig maken. Ik ga een museum openen.

Kom met me mee.

Zo, zonder bagage?

Weet je neef dat ik besta?

Je hebt me nooit aan je familie voorgesteld.

Schrijf me. Naar de Roulotte.

Schrijf naar de Roulotte. Ik hou van je.

Ja, het is een net huis.

Wij willen niet dat mensen...

U begrijpt wat ik bedoel.

Hebt u een kinderwens?

Zodra we officieel getrouwd zijn.

Als u eens wist hoeveel geliefden hier hebben gewoond. En hoeveel kinderen.

Nu staat het vrijwel leeg.

Op de bovenste verdieping woont een ouder echtpaar,

maar die zien we nooit. Ze zijn zo oud...

dat we ons afvragen of ze er nog zijn.

Voor een Française spreekt u goed Italiaans, mevrouw.

Ik ben hier geboren.

Wij woonden met mijn ouders in deze buurt.

Dit huis was eigendom van de familie Marcantonio Colonna.

De prins woonde hier aan het begin van de vorige eeuw.

Daarna al zijn nakomelingen,

totdat de laatste hier zijn vrouw verloor,

in dit huis.

Opeens verdween hij en liet alles achter.

Wij hebben nooit meer iets van hem gehoord.

Een eerste versie van Mattheüs en de engel werd door de opdrachtgevers verworpen.

Ze vonden het te gewoontjes.

De engel lag heel dubbelzinnig en te vleselijk...

op een te rustieke Saint Mathieu. Met vieze voeten.

Deze slaat de spijker op z'n kop.

Het is moeilijk te begrijpen dat dit werk destijds,

meer nog dan zijn onkuise engel,

door de stijl insloeg als een bom.

Ik wil het graag begrijpen.

Wat begrijpen?

Hoe hij zo echt kan zijn?

Maar er valt niets te begrijpen.

Caravaggio was een gewelddadige, vechtlustige en immorele man.

Hij was niet bang om zijn duistere kant te tonen.

Ik heb het gevoel dat dit aan mij gericht is.

Leg eens uit.

Ben je de titel "schilder van geluk" niet zat?

Caravaggio was een crimineel. Ik voel me een kind.

We kunnen alleen grote hoogten bereiken als we onszelf in gevaar brengen.

Ik zou een moord doen...

om zo'n meesterwerk te schilderen.

Wat vind je ervan, schat?

Pierre?

Marthe, ben je daar?

En hop... -Pierre?

Ze zijn er, meester, kijk.

Ik ben alleen.

Ik begon me zorgen te maken.

Ik dacht dat je weer ziek was.

Na Vuillards komst hebben we de boot genomen.

Pierre is in Rome bij zijn neef, lid van de Franse School.

Ze openen een museum. -Mooi,

dan storen we tenminste niet.

Maar ik heb niets te eten. -Ik heb aan alles gedacht.

Een lekker plak konijnenpaté,

een lendenbraadstuk met cantharellen, tomaten uit de tuin, romainesla,

de crème caramel waar je zo dol op bent...

en een goede Bordeaux om alles weg te spoelen.

Germain komt ons vanavond met de auto ophalen.

Mijn lieve Marthe, wat doe je allemaal?

Mijn lieve Marthe...

Ik wist niet dat Pierre naar Rome zou gaan.

Het was een opwelling.

Hou hem gezelschap. Ik zorg voor de lunch.

Hij heeft zijn stijl verder verfijnd.

Vind je?

Na een tijd schilderen we alleen nog het essentiële.

Alleen de essentie der dingen.

Wat doet hij in Rome?

Zijn neef zien die daar benoemd wordt.

Een museum openen, kerken bezoeken.

Zonder jou?

Willen jullie in de tuin of binnen eten?

Ik kom eraan.

Wat wilt u?

Buiten of binnen? -Buiten.

Met dit licht heb ik het genoegen je ogen te zien.

Wacht, sta stil.

Er is een uitdrukking in het Oosten om te zeggen dat je van hem of haar houdt:

begraaf mij.

Om nooit de ander vóór jou te zien sterven.

Mijn zoon,

Jean, is dood, dat is iets verschrikkelijks.

Maar er is nog iets ergers. Dat kom ik jou vertellen, Marthe.

Alleen aan jou.

Ik mis Alice.

Ik mis haar elke dag.

Als je eens wist hoeveel ik haar mis.

Heb je een kurkentrekker?

In de linkerla.

Pierre heeft veel geluk met jou, Marthe.

Zoals ik geluk had met Alice.

Ik weet niet of hij net zo denkt.

Je zult het zien.

Op een dag zal hij het begrijpen.

Konijnenpaté in korst, spekjes, knoflookworst,

een varkenshaasje en crème caramel.

Wat wil je nog meer?

Wijn. Ik ben de wijn vergeten.

De overheid heeft mijn waterlelie-gekte erkend.

In de kelder van de Orangerie komt een speciale ruimte.

Sindsdien werk ik er twee keer zo hard aan.

Het is bijna herfst, ze gaan naar huis.

Marthe, geen zorgen. Pierre keert altijd terug naar de basis.

Zijn werk is verbonden aan wat hij voor jou voelt.

Lieverd?

Lieverd, kom je?

Ik ben aan het werk, schat.

Ja, maar ik wil bij je zijn.

Je zou het kunnen proberen.

Laat me, alsjeblieft.

Ik wil dit graag afmaken.

Wat een raar idee.

Wat?

Het was zo goed, waarom heb je iemand toegevoegd?

Wie is het?

Wie is wat?

Wie is de vrouw op de voorgrond?

Is het Marthe?

Kijk, ik heb niets tegen haar, maar toch.

We staan op het punt om te trouwen. -Ik moet terug.

Terug?

Waarnaartoe?

Naar huis.

Ik moet naar huis.

Hier kan ik niet werken zoals ik wil.

Maar dit is je huis.

Wil je niet meer trouwen?

Het is over drie dagen.

Het spijt me. -Het spijt je?

Is dat alles na deze poppenkast?

Je bent een leugenaar.

Je houdt niet van me, nooit gedaan ook.

Ik hou van je, Renée.

Dat is wat anders. -Niet waar, je hebt me gebruikt.

Jij en Marthe. Jullie spelletje gaat ten koste van mij.

Ik was oprecht.

En Marthe ook. -Oprecht? Marthe?

En wat als ik zwanger ben?

Ik zal in je behoeften voorzien. En die van het kind.

Je zult niets tekort komen.

Verrek, ga terug naar haar. -Doe rustig.

Ik haat echtelijke ruzies.

Ik wilde alleen maar je vrouw zijn.

Ik wilde de jouwe zijn.

Met jou een gezin stichten.

Dat we hier samen altijd zouden blijven.

Ik heb me vergist.

Ik heb de moed niet.

Vergeef me.

Nee, raak me niet aan...

Het eendje is gaan schilderen.

Het is slecht.

Nee.

Het is goed.

Heel goed zelfs.

Dat zeg je om het goed te maken.

Nee, ik ben oprecht.

Ik denk dat je met een paar lessen zelfs ver kunt komen.

Laat maar, het is te laat. Ik ga koffie zetten.

Nee.

Ik...

ga weer aan het werk.

Ik denk dat het tijd is om onze situatie te bekrachtigen.

Welke situatie?

Wil je mijn vrouw zijn?

Mme Bonnard, officieel?

En je familie?

Jij bent mijn familie.

Maria Boursin? Wat maakt het uit?

Je kunt me van van alles kwalijk nemen, maar dit...

Wat ga je nog meer vertellen?

Dat je ergens zeven broers en zussen verstopt hebt en een zieke moeder?

Hartelijk bedankt.

Liefje...

Wat een lange weg... Ik ben nog steeds in shock.

Toen ik je uitnodiging zag, getekend Marthe Solange,

duurde het even voor ik het begreep. Ik had je briefje erachter niet gezien,

zo schattig.

Dus je bent een echte kunstenaar...

Als dat is wat je wilde, ben ik blij voor je.

Hallo Misia, bedankt voor je komst. -Bedankt? Nee, dat is logisch.

We zijn toch oude vrienden?

José Maria Sert, mijn nieuwe echtgenoot.

Hij is ook een groot schilder.

Hallo, Marthe, aangenaam.

Al die schilderijen...

Ik ga hem begroeten. Je hebt het druk. We praten later.

Mijn lieverds...

Is zij dat?

Mag ik u voorstellen: Henri Dumont, verzamelaar.

Aangenaam. -Wie kent...

de kleine Montchaty nog?

Nee, hoezo? -Studente Beeldende Kunst.

Ze heeft voor ons geposeerd. -De kleine blondine?

Heel schattig. Renée, dat weet ik nog.

Herinner je je Montchaty nog?

Ze heeft voor je geposeerd. -Renée, ja.

Weet je het niet?

Ze heeft zelfmoord gepleegd.

In Rome. Ze werd gevonden in bad, badend in haar bloed.

Wat is er gebeurd?

Renée is dood.

Ik heb haar vermoord.

Wil je dat we weggaan?

Wil je naar huis?

Nu? -Ja?

Maar je expositie... -Ja, mijn expositie loopt niet weg.

Weet je het zeker? -Ja.

Kom, we gaan naar huis.

We gaan naar huis. Pierre is moe, ik ook.

We gaan naar huis. Dat is het beste.

Ben je opgestaan?

De amandelboom...

De amandelboom waarvan we dachten dat hij dood was, bloeit nu weer.

Midden in oktober.

Hier...

Je was weer je bril verloren.

Ja?

Hallo, Charles.

Natuurlijk, ik ben hier en wacht op je.

Tot zo.

Wat hoor ik nu? Bent u ook schilder, Mme Bonnard?

En hebt u zelfs in Parijs geëxposeerd?

Dat is lang geleden.

Ja, zeker.

In galerie Druet.

Weet je nog?

Al onze vrienden waren er.

Tot ziens, Mme Bonnard.

Begraaf me...

Begraaf me...

Tot ziens.

Wat bedoelde ze?

Pardon?

"Begraaf me."

Ze zei: begraaf me.

U hebt het ook gehoord.

Wat bedoelde ze?

Let niet te veel op wat ze zegt.

Ze is niet echt meer bij.

Sterkte...

Mijn oom, Pierre Bonnard.

M. Montegazza, de notaris waar ik u over vertelde, uit Rome.

Kom binnen... M. Bonnard, het is me een eer.

De klant die ik gesproken heb, M. Terrace, heeft dit gevonden,

in een appartement in Rome dat hij net gekocht had.

Volgens mijn onderzoek...

is dat het appartement, waarin Mlle Montchaty dood aangetroffen werd,

ongeveer 20 jaar geleden.

Er was lang beslag op gelegd, maar is onlangs op een veiling verkocht.

De aannemer vond het onder in een kast.

Voordat hij het weggooide, raadpleegde hij zijn baas.

Als man met goede smaak waarschuwde hij de eigenaar die mij belde.

Het schilderij...

is niet gesigneerd.

Maar als liefhebber van uw werk,

herkende ik uw stijl onmiddellijk.

Oordeel zelf.

Nee, maar...

Ik heb het in Rome achtergelaten.

Ik was het helemaal vergeten.

Zonder handtekening heeft het geen waarde, maar juridisch gaan we het regelen.

Om dit hoofdstuk af te sluiten, denk ik dat dit schilderij wettelijk van u is.

Ze is hier.

Marthe... -Ze is hier...

Ze staat daar, Pierre.

Ze is hier.

Rustig maar.

Wie is dat?

Renée?

Ze is dood, Marthe.

Daar kunnen we niets aan doen. Hou daarmee op.

Als het iemands schuld is, is het de mijne.

De amandelboom zit vol met bloemen.

Dan is het goed. Rustig maar.

En ik wilde 'm nog wel laten snoeien.

Ik ga 'm tekenen.

En daarna schilderen, voor jou.

Dat is beter, hè?

Oom...

Wilt u echt niet bij ons slapen?

Madeleine maakt zich zorgen als u alleen bent.

Madeleine maakt zich zorgen. Maar waarover?

Ik heb geen verdriet.

Ik ben alleen ronduit woedend. En ik wil schreeuwen.

Verdomme, verdomme en nog eens verdomme.

Er ontbreekt veel geel, vind je niet?

Kom, Pierre.

Ja, kom...

Kom, Pierre.

Kom...

Kom snel...

Kom...

Kom snel...

Kom snel...

PIERRE STIERF IN 1947, VIJF JAAR NA MARTHE HIJ WERD NAAST HAAR BEGRAVEN

HIJ LAAT MEER DAN 2.000 DOEKEN NA, EEN DERDE MET ALLEEN MARTHE, ALTHANS...

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.