Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Mijn tekst komt uit Matthe�s 5, vers 43.
Gij zult uw naaste liefhebben, en uw vijand zult gij haten.
Maar ik zeg u: Hebt uw vijanden lief...
...en bidt voor degenen die u vervolgen.
Alle dingen helder en schitterend
Alle schepsels, groot en klein
Alle dingen wijs en wonderlijk
De Heere God maakte ze allemaal
Hallo, William.
Edward is niet meegekomen. Hij moest wachten op de veearts.
Die arme Charly heeft weer last van z'n hoef.
En vijf minuten geleden was er ook iets mis met de oude.
Die arme Janet gaat naar een verzorgingshuis.
Ze wilde niet, maar haar familie dwong haar.
Ze heeft last van haar heup.
Ik denk dat dit het beste is.
Ze kunnen niet voor haar zorgen. Ze zijn met z'n twee�n en hij moet naar z'n werk.
Ze heeft flink stampij gemaakt.
Het leven in een van de drukste delen van Londen is volkomen ontregeld.
Verderop in de straat gaan ze verder met de gewonden te verzorgen.
Overal staan groepjes mensen op straathoeken zich af te vragen:
Wat is er gebeurd? Wie heeft dit gedaan?
De man die misschien antwoorden heeft, de politiecommissaris...
...bezocht de plek van de verwoeste bus.
Achter in de bovenste verdieping van de bus is een bom ontploft.
Gaat het om een zelfmoordbom? -Daar valt nog niets over te zeggen.
Er is op dit moment niet genoeg informatie om dat te beweren.
En speculaties lijken mij niet zinvol.
Zijn deze verschillende incidenten die vlak bij elkaar plaatsvonden...
...een geco�rdineerde aanval? -Het is te vroeg om dat te zeggen.
Jane, met mama. Het is ongelooflijk wat ik op de televisie zie.
Dit is verschrikkelijk.
Bel me zodra je dit bericht hebt gehoord. Ik wil weten of alles goed met je is.
...zeker 35 doden, maar de zelfmoord- daders waren nog niet klaar.
Dit is er over van bus 10...
...die reed over Tavistock Square nabij Euston Station...
...toen de bovenste verdieping opgeblazen werd. Veel mensen raakten zwaargewond...
...maar ze wilden toch hun verhaal vertellen.
We reden net Edgware Road uit...
En daarna herinner ik me dat ik een enorme lichtflits zag.
Spreek uw bericht in na de toon.
Jane, met je moeder weer. Ik snap niet dat je je berichten niet afluistert.
Bel me even, lieverd. Ik wil weten of alles goed is.
Jij hebt al gehad.
Braaf.
Brave meid.
Een verslaggever was vlakbij toen de bom ontplofte:
Nadat de bom was ontploft, hing er een dikke rookwoIk in de lucht.
Het klonk als een gebouw dat instort.
Toen besefte ik dat het een explosie was.
Normaal gesproken komen mensen op dit tijdstip aan op hun werk...
...maar vandaag niet.
Velen stierven ondanks de hulp van artsen van de Britse Medische Associatie.
Spreek uw bericht in na de toon.
Dank je, Edward. Ik zal maar twee of drie dagen weg zijn.
Het komt allemaal goed.
Donderdag wordt er hooi gebracht. Kun je er dan zijn?
Maak je geen zorgen. -Wil je koffie? Ik douche me even snel.
Pak je spullen. De ferry gaat over een uur.
Is het hier? -Ja.
Weet u dat zeker? -Ja, mevrouw.
naar nummers: 42, 44, 46, 48a
Salam.
Pardon?
Kan ik u helpen? -Nee, dank u.
M'n dochter woont hier. Ik wacht op haar. -Bent u de moeder van Jane?
Ja, dat ben ik.
Ze is een heel aardig meisje. -Ja, dat weet ik.
Ik ben de huisbaas.
O, juist.
Ik kan u de sleutels geven, dan kunt u binnen wachten.
Ja, graag. Dank u wel. -Wacht u hier maar.
Ik ben zo terug.
Kan ik u helpen? -Weet u hoe dit erin moet?
U stopt dit hierin. Zo. En dan schuift u dit daar.
En dan drukt u op het rechterknopje.
Dank u wel. -Graag gedaan. Dag.
Met je moeder.
Wil je ons bellen? We zijn ongerust vanwege die vreselijke gebeurtenissen.
Wil je oom Edward bellen? Ok�?
Lieve hemel.
Ik ben Elisabeth Sommers.
Mijn dochter wordt vermist.
Ze neemt haar mobiel niet op en ze is niet thuis. Haar spullen staan er wel.
Ik woon op Guernesey. Ik ben speciaal overgekomen. Zij woont hier nu...
...bijna twee jaar. Ze is studente.
Kunt u me helpen? -Wanneer hebt u haar nog gesproken?
Twee�nhalve week geleden. -Hebt u een foto?
Hij is wel een paar jaar oud, maar ze is niet erg veranderd. Haar haar is korter.
Gezien de gebeurtenissen weet ze dat ik ongerust ben. Ze zou me hebben gebeld.
Ik kan nergens heen voor hulp. M'n man is omgekomen in de Falklandoorlog.
Ik heb z'n papieren... -Nee, dat hoeft niet. Het is goed.
Ik vind het erg van uw man, maar u kunt zich voorstellen...
...dat veel mensen naar de politie gaan voor informatie.
De nooddiensten zijn overbelast, maar we doen ons best.
Het is onwaarschijnlijk dat ze een slachtoffer is.
Weet u welke metro's of bussen ze nam?
Nee, niet echt. Ze belde alleen om te zeggen dat alles goed met haar ging.
Ze vertelde niet zo veel. U weet hoe kinderen zijn.
Kunt u mij helpen?
We kunnen weinig doen op het moment. Dit zijn de adressen van alle ziekenhuizen.
Zij hebben de namen van de gewonden. Deze formulieren kunt u invullen.
Als we iets horen, nemen we contact op.
Misschien kunt u een foto met uw telefoonnummer in de buurt ophangen.
Moet ik dit aan de agent geven? -Ja. Hij zal het invullen.
De metro heeft de hele dag stilgelegen.
Net als de meeste treinen binnen en buiten Londen.
Bussen die vanochtend nog in de spits reden, staan nu in de remise.
Dit was duidelijk een aanval...
...op onschuldige burgers...
...moedwillig uitgevoerd om onschuldige mensen te doden of te verwonden.
Een paar uur eerder ging alles goed in de hoofdstad.
Nu zijn de mensen die hier wonen en werken in een shock.
Een stel illustreert de gevoelens van duizenden met tranen van opluchting...
...als ze elkaar veilig in de armen vallen te midden van alle droefheid.
Een woeste ommekeer in het geluk van een stad...
...weerspiegeld in de vlag die halfstok hangt boven Buckingham Palace.
Dodental boven de 50
De gewonden zijn naar de ziekenhuizen op deze lijst gebracht.
Ga naar alle ziekenhuizen en check de lijst met gewonden.
Deel ze uit.
Kan ik je spreken?
Ja.
Ik wil weten of mijn zoon...
...Ali Ousmane...Ken je hem?
Ali Ousmane? Er zijn hier veel Ali's.
Ik zoek m'n zoon. Ik kom uit Frankrijk.
Ga zitten. -Dank je.
Ik zoek m'n zoon.
Weet je niet waar hij woont?
Ik werk al heel lang in Frankrijk.
Ik wist niet dat m'n zoon hier was.
Z'n moeder maakt zich zorgen. Ze woont in Afrika.
Sinds de aanslagen heeft ze niets meer gehoord.
Ze huilt de hele tijd.
Ik heb haar beloofd hem te zoeken.
...en hem terug te brengen. -Heb je een foto van hem?
Ik ben weggegaan toen hij zes jaar was. Ik heb hem daarna nooit meer gezien.
Ik weet niet hoe hij er uitziet.
Hij is nu een man.
Dit is een grote stad.
Er wonen miljoenen mensen. Het is niet waarschijnlijk dat je zoon getroffen is.
Maak je geen zorgen. Ik zal erover praten binnen onze gemeenschap.
We vinden hem. Insha'Allah. We zijn er om je te helpen.
Je kunt ook langs alle ziekenhuizen gaan. Ze hangen lijsten met gewonden op.
Je hebt een lijst met ziekenhuizen.
Bedankt.
Mevrouw, uw tas.
Staat Sommers erop?
Is het op alfabetische orde? Ik snap niet...
Ik zie z'n naam er niet bij.
Ze zijn net opgehangen.
Ik hang op. Zodra ik iets weet, laat ik het je weten.
Vermist
Zou u dit misschien willen ophangen?
Kent u haar? Hebt u haar gezien? -Nee, ik ken haar niet. Ik hang 'm op.
Zou u eentje hiervan willen ophangen? -Prima.
Het is m'n dochter. -Wat naar voor u.
Ik hoop dat u haar snel vindt.
Ousmane!
Hoe gaat het? -Z'n gangetje.
Iemand gaf me je zoons adres. Hij woont hier vlakbij.
Wat fijn. -Ik kan met je meegaan.
Wacht even.
Wilt u op m'n spullen letten? Ik ben zo terug.
Het is die kant op. Kom.
Dat is Ali.
Is Ali er? -Nee, ik ben de nieuwe huurder.
Hij is pas verhuisd. -Waarheen?
Geen idee. -Luister, ik ben in de moskee.
Als je iets van Ali hoort, zeg het dan. -Goed.
Bedankt. Tot ziens.
Hij woont hier niet meer. Had je zoon een visum toen hij hier kwam?
Ik weet het niet.
Kom. Maak je geen zorgen. We gaan verder met zoeken.
Ik maak me zorgen over m'n zoon.
Ik weet niet eens waarom hij hiernaartoe is gegaan.
Naar Engeland.
Met wie hij omging.
Was hij boos?
Voelde hij haat?
Hield hij zich bezig met politiek?
We doen hier niet aan politiek. We bidden tot God.
Je zoon is gelovig. Kom naar de moskee vrijdag. Misschien is hij er.
Je hebt gelijk.
Bedankt voor alles.
Bel alsjeblieft.
Het is goed. U kunt Frans praten.
Waar is hotel Shelton?
Ik kom meteen.
Madame Sommers?
Pardon? -Ik ben Ousmane.
Goedendag. -Hallo. Ok�.
Gaat u zitten.
Is dat uw dochter?
Ja, dat is m'n dochter.
Hoe komt u aan die foto?
Uw dochter volgt Arabische les met mijn zoon.
Dit is Ali.
Ik zoek hem ook. -Arabische les?
Waarom zou zij Arabisch moeten leren? -Misschien kennen onze kinderen elkaar.
Waar is die foto genomen? -In de moskee.
Mag ik 'm nog eens zien? -Natuurlijk.
Ik wilde u alleen helpen.
De politie, alstublieft.
Gaat u binnen, meneer Ousmane.
Gaat u zitten.
Wat doet uw zoon in Londen?
Weet ik niet.
Waar woont hij?
Weet ik niet.
Ik zoek hem.
Heeft hij meerdere reizen gemaakt?
Weet ik niet.
Wat weet u dan wel?
Vertel me wat u weet.
Hij woont met z'n moeder in Afrika.
Ik woon al vijftien jaar in Frankrijk.
Ik weet niets.
Toen ik wegging, was hij zes jaar.
Vraag hem waar ze is.
Bent u moslim?
Ja, wij zijn moslims.
Ik ook.
Komt u verder.
Deze meneer spreekt geen Engels, dus ik zal tolken.
Dat hoeft niet, ik spreek Frans.
Heeft hij contact met u opgenomen? -Ja, deze meneer.
Deze meneer is de vader van de jongen op de foto naast uw dochter.
Woont uw dochter alleen?
Ja. Hoezo? Wat heeft hij gezegd?
Dat bedoel ik niet. -Waar is mijn dochter?
Het spijt me. Meneer, we gaan.
Klaar? Hebben we alles voor een DNA? -Ja, we gaan naar het laboratorium.
Wat doen ze hier? -Ze nemen DNA-monsters om te analyseren.
Die was van mij.
Ik heb 'm aan m'n zoon gegeven.
Waarschuw ons als u Engeland verlaat.
Goed, we zijn klaar.
Ik wil dat u ook weggaat.
Nu.
Alsjeblieft.
Ken je hem?
Ja, ik ken hem. Hij woont bij dat meisje.
Dat is m'n zoon, Ali. -Hij koopt vlees bij me.
Ik maak me zorgen. Ik zoek hem.
Weet je met wie hij omgaat? -Luister, ik heb het druk met m'n zaak.
Ik bemoei me niet met anderen.
Ik weet niet wat er aan de hand is. Ze leert Arabisch.
Ik heb een vreselijk voorgevoel dat ze bekeerd is.
Ik stel me niet aan, Edward.
Ik heb een Afrikaan ontmoet die een foto heeft van haar in de moskee.
Ik meen het.
Ik ben bij de politie geweest en die heeft haar woning doorzocht.
Het wemelt hier van de moslims.
Echt waar. Haar huisbaas is een moslim.
Ik ben zo bang, Edward.
Ik kan nog niet terug.
Ik moet weer langs alle ziekenhuizen.
Ik moet hier blijven. Het spijt me.
Ik bel je nog.
Neem me niet kwalijk.
Herkent u haar?
Dat is m'n dochter.
Weet u dat zeker?
Is dat uw dochter, Mrs Sommers?
Nee, dat is haar niet.
Dat is niet mijn zoon.
Nog een keer.
Ga door.
Heel goed. Dank je. Dat was het voor vandaag. Tot volgende week.
Wat kan ik voor u doen?
We zoeken zijn zoon. U kent hem, toch?
Ja, ik geef hem les, maar sinds de aanslagen heb ik hem niet meer gezien.
Dat geldt voor meer studenten. De mensen zijn bang.
Dat is mijn dochter.
Dat is toch Jane? -Ja.
Ze volgt de cursus met Ali. Ze komen altijd samen.
Wanneer hebt u ze voor het laatst gezien? -Een week voor de aanslagen.
Ze heeft ze een week voor de aanslagen gezien.
Dank u. -Wat zei u net tegen hem?
Ze kennen elkaar. Uw dochter kent zijn zoon Ali.
Ze volgen samen de les. -Dat weet ik. Ik wil weten waar ze is.
We zoeken zijn zoon.
We zijn een paar weken geleden begonnen.
Dat is toch gewoon een taal? -Ja, dat is een taal.
We beginnen met het alfabet. -Ik snap niet waarom ze Arabisch leert.
Waarschijnlijk is haar interesse gewekt door Ali die met haar is bevriend.
Wie spreekt er nu Arabisch? -Wij allemaal.
Ik niet.
Ik denk dat het gewoon iets is waar ze allebei interesse in hadden.
Jane? Wanneer bel je me een keer terug?
Er is niets aan de hand. Ik weet alles van je vriend.
Zijn vader is ook in Londen. Hij heeft me alles over Ali verteld.
Moet ik soms een nieuwe hoed gaan kopen?
Bel me, lieverd.
De volgende vier.
Alstublieft.
Gisteravond kreeg de politie een aanwijzing...
...toen ze verdachte mannen zag op beelden van bewakingscamera's.
Agenten gingen onmiddellijk na Leeds.
Tijdens huiszoekingen troffen ze grote hoeveelheden explosieven aan.
De politie denkt dat het gaat om zelfmoordaanslagen.
Naar aanleiding van het onderzoek zijn we ge�nteresseerd in vier mannen.
We proberen te achterhalen wat ze deden in de aanloop naar deze aanslagen...
...en of ze allemaal zijn omgekomen in de explosies.
Tot dusverre weten we dat het volgende op 7 juli 2005 is gebeurd.
Drie van de verdachten reisden van Leeds naar Luton.
Een vierde kwam met de auto.
Alle vier hebben ze een trein naar King's Cross genomen.
Ze werden daar op donderdag om 8.30 uur door bewakingscamera's geregistreerd.
Ze droegen allemaal rugzakken.
Om 8.51 uur gingen de drie bommen vlak na elkaar af in de metro.
Om 9.47 uur ontplofte de bom in de bus.
De gebeurtenissen kregen hun vervolg in Yorkshire waar drie verdachten wonen.
Het zijn jonge Britten van Pakistaanse afkomst.
De arrestaties zijn een doorbraak in het onderzoek.
Ik heb pijn in m'n benen.
Ik wil graag zitten. -Natuurlijk.
Daar staat een bank.
Ik wil m'n excuses aanbieden.
Ik dacht dat uw zoon m'n dochter had gemanipuleerd.
Dat heb ik ook gedacht.
Ik vreesde het ergste.
Ik dacht dat m'n zoon een van de daders van de aanslagen was.
Ik ken mijn zoon niet.
Hij is een vreemde voor mij. Ik heb hem niet opgevoed.
Uw handen zitten onder de krassen.
Dat zijn wonden van de natuur.
Ik ben boswachter.
Ik zorg voor bomen.
Ik bescherm ze.
De mijne ook.
De boerderij...De aarde...
De stenen.
M'n dochter schaamde zich voor mijn handen.
Ze heeft een hekel aan werken op het land.
Ik vecht voor het behoud van de iep.
Maar tevergeefs.
Hij raakt uitgestorven.
De laatste overlevende groeien op mijn eiland, op Guernesey.
Ik kan niet veel langer blijven.
Het hotel is duur.
Maar het gaat goed met onze kinderen.
Ik hoop het.
Ik hoop het.
Tot ziens.
Uw zoon woont hier bij mijn dochter.
U kunt ook hier slapen. Er staat een bank, als u dat wilt.
Ik zal erover nadenken...
Dat is goed.
Bedankt.
Graag gedaan.
Gaat u zitten.
Wilt u iets drinken? -Ja, een kopje thee zou fijn zijn.
Dat lust ik ook.
Met een beetje citroen graag.
En ik drink het graag heet.
Mijn man was bij de Koninklijke Marine.
Ik ben heel jong getrouwd.
Hij was katholiek. Ik ben protestant.
Min of meer.
Hij is omgekomen in de oorlog.
Jane heeft haar vader niet gekend.
Ik heb haar alleen opgevoed.
Onze levens zijn niet zo verschillend.
Anders rook ik nooit.
25 jaar zonder sigaretten.
Maar...
Ik vraag me af of ze die jongen kende...
...toen ze met Kerstmis naar huis kwam.
Waarom?
Waarom zou ze dat doen?
Ze zou niet...
Dit is belachelijk. Dat zou ze niet doen.
Bent u moe? -Een beetje wel, ja.
Ik ook.
M'n hulp heeft je dochter en z'n zoon gezien op de dag van de aanslagen.
Jouw zoon met het meisje, ��n reistas.
De ochtend. -Weet hij het zeker?
Ja, hij vertelt alles aan de politie.
Zeiden ze waar ze heen gingen? -Geen idee. Vraag het aan het reisbureau.
Het reisbureau. Hier.
Misschien. -Dank je.
Ze hadden twee Eurostar tickets voor Parijs gekocht.
Voor 7 juli om half een.
De dag van de aanslagen.
Hoeveel tijd kost het om naar Eurostar te gaan?
Vanaf hier ben je een uur onderweg.
Bij Eurostar moet je een half uur voor vertrek inchecken.
Ze moeten dus om half elf zijn weggegaan.
De aanslagen vonden plaats rond 9 uur.
Ze zijn in Frankrijk.
Ze zijn in Frankrijk.
Is alles in orde, mevrouw?
Het is goed.
Waarschijnlijk weet ze niets van de aanslagen.
Vannacht zal ik slapen.
Sinds ik hier ben, heb ik niet geslapen.
Ze is in Frankrijk.
Als ik haar spreek...
Ze zullen vast bellen.
Een stukje appel?
Voil�. -Merci.
Dat is m'n broer.
Edward, �coute. Tout va bien.
Alles is in orde. Ze is in Frankrijk. Ze is op reis gegaan naar Frankrijk.
Ik ga naar huis.
Je vais rentrer.
Ja, alles is goed.
Dat zal ik doen.
Ik moet ook terug naar mijn werk.
De natuur wacht niet.
Nog een stukje? -Ja. Bedankt.
Uw haar is erg lang.
Wat? -Uw haar is erg lang.
Mijn haar.
Vindt u dat niet mooi?
Het is leuk. -Anders knip ik het een stukje af.
Monsieur Ousmane, slaapt u?
Ik slaap niet. Ik denk na.
Ik ben blij dat onze kinderen nog leven.
Gaat u terug naar Afrika?
Zodra ik Ali heb gevonden...
...breng ik hem terug.
Dat heb ik beloofd.
Uw familie zal blij zijn.
Dat denk ik ook.
Ik ben te lang weggeweest.
En u?
Wat gaat u doen?
Morgen ga ik terug naar Guernesey.
M'n arme broer wacht op me.
M'n hond ook.
En m'n ezels.
De politie.
Ik kom eraan.
Het is de politie.
U moet meekomen.
Ik vind het vreselijk.
Uw kinderen zaten in de bus die ge�xplodeerd is op Tavistock Square.
Nee, ze is op vakantie. -Het DNA komt overeen.
Ze zijn om acht uur van huis gegaan...
...om een creditcard bij een bank op te halen. Daarna hebben ze de bus genomen.
Ik wil m'n dochter zien. -Het spijt me, maar dat kan niet.
Onze psycholoog komt zo. -Het spijt me.
Pardon. Pardon.
Elizabeth...
Kan ik Aja spreken?
Aja.
Met mij, Ousmane.
Ik zit in Engeland.
In Londen.
Onze zoon Ali is niet meer onder ons.
Hij is omgekomen bij de tragedie in Londen.
De bus waarin hij zat...
...is opgeblazen.
Er zal geen begrafenis zijn.
Geen enkele.
Nee.
Er is geen lichaam.
Ik bel je nog.
Het was Gods wil.
Doe iedereen de groeten.
Ik denk dat m'n zoon van uw dochter hield.
Misschien hield zij ook van hem.
Het echte geluk is houden van het leven.
Dat zeggen we bij ons.
We moeten geen afscheid nemen alleen vanwege de nare dingen.
Zal ik sterven in een stad of in een bos?
Niemand weet waar of hoe hij zal eindigen.
Goede reis.
En bedankt.
Jij ook.
Wat doen we met de iep?
Hak 'm om. -Ga je met ons mee?
Doe het maar alleen.
Vertaling: Corina Blank
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.