Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Mama?
Herfstvakantie, hier zitten we dan.
Geen plannen, niks te doen. - Dat zeg ik al sinds september.
Ga naar het strand of de bergen. Ik heb je gewaarschuwd.
Waarom heb je niks geregeld dan? - Jullie gaan ook nergens mee akkoord.
Dus zitten we hier, net zoals vorig jaar. Zielig.
Ed, telefoon voor je.
Juist ja. - Er is echt telefoon voor je.
Wel heb je ooit. Ralph zegt eens wat hij bedoelt.
Mijn vader?
Ja, ok�.
Iemand nog een goed idee?
De scores verbreken op het videospel. - En ik kijk toe.
En jij? - Ik rekende op jou om alles te regelen.
Iemand een papiertje? Een bericht van m'n pa.
Vanuit een telefooncel.
Zijn vader was toch dood? - Z'n moeder is dood.
Een gruwelijk ongeluk. - Wat is er gebeurd?
Toen hij klein was, schoot Ed haar per ongeluk neer.
Z'n vader werd gek. - Dat begrijp ik.
Ik kan niet...
Pa?
Niet te geloven. - Wat is er?
M'n ouwe. - Hoezo?
Hij is weer flink aan de gang.
Hoe bedoel je? - Aan de gang met wat?
Aan de gang met flessen. - Wat is het probleem?
Laat hem dan uitspreken.
Ik moet z'n huisje afsluiten voor de winter.
Werk aan de winkel dus. - Ben je bang van een beetje werk?
Hij spaart z'n krachten voor belangrijkere dingen.
Precies. - Dat is het niet.
Hij heeft me altijd genegeerd en me behandeld als een roodharige bastaard.
Sorry, hoor.
Nu belt hij me op om iets te doen.
Ik ben oud genoeg om de verantwoordelijkheid te nemen.
Wat heb je gezegd? - Dat hij het zelf maar doet.
Wat zei hij?
Als ik het niet doe, doet niemand het. Wees eens een man.
Ik doe het niet. De smeerlap. - Is het veel werk?
Water en stroom afsluiten, antivries in de leidingen.
Het is kinderspel.
Zei je nou kinderspel?
Een makkie. - Dat kunnen we aan.
Je hebt dus een huisje aan het strand? - Vergeet het.
Wat denk je? Vier dagen ontspannen op het strand.
Ik doe mee. - Ik ook dan.
Klinkt goed.
Ik heb een slecht voorgevoel.
Vergeet onze afspraak niet.
Wat is er, Ralph? - Sue kan niet mee.
Ze moet een herexamen doen.
Stap in. Laat dat je trip niet verknallen.
Waar ga je heen? - Even gedag zeggen.
Het klopt niet om zonder Sue te gaan. - Instappen.
Jij gaat. Zonder pardon. - Stap nou in.
Daar is Sue. - Hallo, sorry voor het wachten.
Jammer dat je niet mee kan. - Wat een pech.
Waar hebben jullie het over?
Ik geloof hem ook elke keer. - Mag het even, jongens?
Laten we nu beginnen aan dit uitstapje.
M'n auto. - Die is afbetaald.
Met die auto komen we nergens. Mijn motto: Hier met dat bier.
THE MUTILATOR
Ik ga biertjes halen.
Is dat alles? - Misschien.
Hoe oud moet je zijn voor die korting? - 65.
Dat is discriminatie. Reken maar.
Ik studeer rechten. Dat discrimineert jonge mensen.
O ja? - Zeker.
Ik heb een voorstel. Als je me die korting geeft,
neem ik nog meer bier, dan maken we beiden winst.
Wat denk je? - Ok�.
Waar bleef je nou? - Wacht tot jullie dit horen.
Dit is geweldig. - Dat is het altijd.
Weer zo'n gehaaide student die meer bier koopt.
Dit is het dan? Het huisje aan het strand.
Wat denk je? - Het valt wel mee.
Nu alle spullen naar binnen. - Pam, de sleutels.
Ralph, vangen.
Die heb ik niet nodig. De deur staat open.
Waar wacht je op? - Geen idee.
Er klopt iets niet.
Enkel wat rommel. Kom binnen.
We hebben het feestje gemist.
M'n vader heeft dus hulp gehad. - Hoe bedoel je?
Hij komt hier met z'n drinkebroers verhalen vertellen over vroeger.
Toen ze macho jagers waren. - Macho?
Hij heeft op alles gejaagd, behalve op mensen.
Wanneer zijn ze hier dan vertrokken?
Geen idee. Vorige week, vannacht of vanmorgen.
We bellen de politie. Er is misschien ingebroken.
Wat als ze hier nog zijn? - Kappen, Ralph.
Er is trouwens geen politie.
De agenten van het vasteland komen hier patrouilleren, zoals die kerel op de brug.
Op het strand is meestal wel iemand. - Meestal?
Wat een smokkelplek. - We moeten het melden.
Was het je vader wel? - Alles is er nog.
Maak je geen zorgen. Geen gedoe. - Jongens, moet je kijken.
Kijk nou wat een zooi.
Kijk eens hier. - Een record, 28 pond.
Lekker gebakken met wat citroen. - Pa at het niet op.
Hij jaagde voor de trofee�n. - Voor deze kerel is het einde verhaal.
Dat deed m'n vader met een skiboot.
Een ongeluk.
Wat is dit ding?
Een gaffelhaak. - En dat is?
Als er een grote vis langs de boot zwemt, pak je hem met die haak.
Hiermee ving hij die vis. - Nee, daarmee ving hij deze meid.
Hoe weet je dat ze vrouwelijk is?
Na de vangst sneed hij haar open en toen vielen er een heleboel babyhaaien uit.
Spartelend op het dek. - Gatver.
Ziek. - Lekker.
En deze hier? - Die is geweldig.
Op een avond was Big Ed, pa dus, stevig aan het drinken met z'n makkers.
Ze hielden een wedstrijdje. Laten we peillood door de muur gooien.
Het lukte ze bijna. Pa won de wedstrijd natuurlijk.
Met deze winnende worp. Vol trots heeft hij het ingelijst.
Waar zijn de slaapkamers? - Schei toch uit.
Boven.
Niks zeggen.
Je vader won de prijs voor beste Halloweenkostuum.
Dat is van de god van de regen, Chaac. Meegebracht uit Yucatan.
Gestolen, denk ik.
De priesters droegen dit tijdens rituele offers.
Offers? - Offers.
Ze offerden lammetjes en zo? - Ja, zulke kleine dingen?
Nee, grote dingen, zoals meisjes. De slachtoffers, jonge maagden,
werden beschoten met pijlen en soms onthoofd.
Hier, pak aan.
Maagden dus? Gelukkig zijn wij veilig.
Of niet soms?
Eikel.
Wat hoort daar? - Zijn favoriet, een slagbijl.
Het hangt er nu niet. Het is zoek.
Hij heeft het meegenomen. - Het kan ook gestolen zijn.
Hij neemt z'n speelgoed soms mee.
Ik maak me wat zorgen. - Wie wil er nou zo'n bijl?
En dat geweldige masker? - Ik weet het niet.
Ik zou het liever melden bij de politie.
Luister, ik zal morgenvroeg m'n pa opbellen.
Als hij dat bijl niet heeft, bellen we de politie,
om een inbraak met diefstal te melden. Ok�?
En nu die spullen naar boven. - Lijkt me een goed idee.
Ralph, help je me even? Het is nog wat vroeg.
Goed idee, Pam.
Zal ik je vuur helpen aanmaken?
Hier is jouw kamer. - Dat werd ook tijd.
Het is eens wat anders, h�?
Voelt lekker. Kom hier.
En wat vinden we hier? - Nog meer trofee�n.
Waar zou hij ze bewaren? - Het masker van de zonnegod Zeus.
Of het masker van de god van de maan.
Ik schrok me rot.
Waar zijn deze voor? - Voor een net.
Moeten ze daarom zo scherp zijn? - Geen idee.
Hoe lijk ik als visser? - Niet slecht, je rubbers zijn te groot.
Dat zeg je ook voor het eerst. - Vangen.
Kun je dat door de muur gooien? - Dit wil ik niet tegen m'n hoofd krijgen.
Of ergens anders.
Kijk eens. Werd de kerel op die foto hiermee geraakt?
Te klein voor een skiboot. - Te klein, ja.
En dit? Ik weet waar die voor dient.
Kom mee.
Linda, kom je helpen? - We komen eraan.
Ga maar, ik kom zo.
Dat was niet slecht. - Dat wel.
Laten we opruimen. - Wacht even. Hier is een rooster.
Een rooster?
Ed en ik ruimen vandaag op, Ralph en Sue morgen.
Kom op, we genieten van onze vrije avond.
Kom nou, we wandelen dat eten er weer af.
Kom jongens, een strandwandeling. - Gaan jullie al maar.
Wij komen straks. - Precies.
Waar zijn Mike en Linda toch?
Die zijn naar het strand. - Ze zijn al lang weg.
Waar liggen die pijlen? - Kappen, Ralph.
Geen offers vanavond.
Waarom ben jij zo blij? Je hebt weer iets uitgehaald.
Wacht maar. - Lets met Mike en Linda dus.
Hou daar toch mee op, Ralph. - Wanneer word je volwassen?
Weet ik niet.
Laat dat spel even liggen. Het is ook zo saai.
Omdat je verliest. - Touche.
Ik wil even pauze. - Mij goed.
Ik ben toch blut.
We gaan naar Mike en Linda.
Kom mee. Naar het zwembad.
Linda, waar ben je?
Wat is er met het water? - Blijkbaar vol met chloor.
Kan dat kwaad? - Nee, het voorkomt zelfs herpes.
Moet ik me daar zorgen over maken dan?
Erin, jij. - Waar is iedereen gebleven?
Geweldig.
Erin.
Wat lief.
Dank je.
Dus als we niet vrijen, hou je morgen nog van me?
Als we niet vrijen, hou ik vannacht nog van je.
Afwachten wat de ochtend in petto heeft.
Wat zwaar.
Waar is iedereen gebleven? - Er is hier een echo.
Ik ga wel.
Jij bent 'm.
Dit is lekker.
Verrek.
Gezegend zijn de kleine dingen.
Wat is dit?
Een spelletje?
Hebbes.
Sokken, mooi.
Ik wil eigenlijk m'n jasje.
Je bent hier goed in.
Bedankt.
Nu wordt het interessant.
Ik begrijp je boodschap.
Niet opnieuw.
Ik kom...
je pakken.
Zie je ze? - Ik zag wel iets.
Zie je ze? - Pam zag iets.
Alles in orde hier? - U deed me schrikken.
Wat doen jullie hier eigenlijk? - We zitten in het huisje van m'n vader.
In de straat die langs de zee loopt.
Hij werd ziek en wij helpen hem nu om het af te sluiten.
Het enige huis waar de lichten branden. - Ik zag daar gister wat mensen.
Maar hun auto was weg. Vandaag zag ik er niemand.
Toch wel. De deur stond open en er waren spullen spoorloos.
Is dat zo?
Mijn vader zal het meegenomen hebben.
Ik bel hem morgen op en anders doe ik aangifte.
Genoteerd. Ik maak er werk van na jouw telefoontje.
Wees ondertussen voorzichtig hier op het strand.
Is het gevaarlijk dan? - Zijn er moordenaars of verkrachters?
Is er de laatste tijd nog wat spannends gebeurd?
Het is hier doodstil.
Er komt onweer aan.
Straks wordt je nog geraakt door de bliksem.
Bedankt voor de waarschuwing.
Hebt u nog een koppeltje gezien op het strand?
Nee. - Als u ze ziet, niet kijken.
Bedankt.
Hoe kan hij de mensen zo besluipen met al die apparatuur?
Oefening.
Ik onderzoek een verdacht voertuig.
Nabij 4 East Ocean Townes. - Begrepen, we weten waar je bent.
Wedstrijdje hardlopen?
We gaan terug. Ik hou niet zo van bliksem.
Goed idee. - Kijk, wat is dit?
Het ei van een rog. Ook wel The Devil's Pocketbook genoemd.
Trekken die de bliksem aan? - Juist, Ralph.
Vind je hier mooie zeeschelpen?
Nu er hier niet zoveel mensen zijn, vind je schelpen genoeg.
Gaan we morgen op zoek? - Zeker.
We spelen het spel verder. Het is bijna bedtijd.
Jij denkt maar aan ��n ding.
Nee, aan twee dingen. - Wat is het andere dan?
Nu is dat ook seks, maar niet altijd. Ik hoor je toch niet klagen?
Zweeg Ralph nou maar over het feit dat ik maagd ben.
Hij helpt me gewoon te scoren. - Betekenen we niet meer voor jullie?
Jij weet wel beter. Voor Ralph is dat noodzakelijk.
Wel, voor mij niet. - Dat weet ik.
Wat bedoel je daar mee?
Ben je klaar voor je bankroet of wil je nog wat langer spartelen?
Speel dat spel morgen maar verder. Laten we iets met z'n allen spelen.
Aan wat had je gedacht? - Niks specifieks.
Iemand een idee?
Is het nog geen bedtijd? - Nog niet, tijger.
Nog niet, tijger.
Genoeg. Ik ben het zat. - Je hebt nog geen...
Ze doet het, Ralph.
Ik heb een idee. Een spelletje Blind Man's Bluff?
Ok�, ik pak het bier. - Laat mij maar.
Alsjeblieft?
Pam gaf je bijna een klap, dat verdien je wel.
Dat zou ze niet doen. - Gelul.
Blind Man's Bluff? Niet te geloven. Gaan we aftasten in het donker?
Liever in het licht? - Even serieus.
Eerst neemt iedereen een biertje. Heel belangrijk.
Dan gaan alle lichten uit.
E�n iemand blijft binnen, de rest drinkt buiten z'n biertje.
De persoon binnen verbergt zich, en dan gaan wij hem zoeken.
Als dat lukt, gaan we naast hem staan, zitten of liggen.
Uiteindelijk,
zal er nog ��n iemand in het huis ronddwalen.
Die probeert de anderen te vinden. - Klinkt erg leuk.
Wacht maar.
Ok�, wie wordt het? - Ik.
De rest naar buiten.
Sorry, Ralph, speel het eerlijk, net zoals iedereen.
We komen eraan, klaar of niet.
Heeft ze tijd genoeg gehad?
Iemand een biertje?
Ik wil er wel eentje. - Ik ook.
Hoe wist je dat we hier waren? - Door eliminatie.
Hij had al overal gekeken.
Wat nu?
Begrepen.
Ik maak me zorgen om Mike en Linda. Ze zijn al zo lang weg.
Maak je geen zorgen om hen. Ze genieten gewoon van elkaar.
Het was een lange week voor ons allemaal, ze ontspannen zich, ok�?
Goed dan. - Kom op.
Welterusten.
Ralph valt eigenlijk nog best mee. - Dat zei ik toch?
Weet ik wel... O nee.
We hadden een afspraak. Daar houd ik je aan.
Kom nou.
Je weet wat ik voor je voel en ik wil het ook.
Echt waar, dat weet je. Maar ik doe het niet.
Een andere keer misschien.
Maar niet hier en nu.
Ik dacht dat deze plek je wat losser zou maken.
Ralph, we zijn wat vergeten.
Ogenblik, ik pak er wel eentje. - Nee, idioot. We vergaten af te sluiten.
Afsluiten? We zijn de enigen op dit eiland.
Vooruit. - Mike en Linda zijn nog buiten.
Ga ze dan zoeken. Om te kijken of ze ok� zijn?
Ik laat je wat zien als je terugkomt.
De keukendeur is al op slot, alsof je dat niet weet.
Als jullie gestommel horen beneden, dat ben ik maar. Ik ga afsluiten.
We zijn de enigen op dit eiland. - Je weet wel.
Hoe komen Mike en Linda dan binnen?
Ik ga ze zoeken en ze waarschuwen. Wie binnen wil komen, doet dat nu.
Wees voorzichtig. - Zal ik zeker doen.
We zijn wat vergeten, Ralph. We vergaten af te sluiten.
En dan trek ik m'n bek nog open. Maar Mike en Linda dan?
Wat met Mike en Linda, Ralph?
Mike.
Linda.
Waar zou ik zelf zijn?
In bed, daar zou ik zijn.
Mike?
Linda?
Waarom fluister ik? Er is helemaal niemand anders op dit eiland.
Kom nu maar tevoorschijn. Wij gaan afsluiten en naar bed.
Kom nou maar.
Het spijt me van al m'n geintjes, ik beloof dat ik het nooit meer zal doen.
Wel, geen wonder.
In slaap gevallen?
Mooi zo.
Nog niet? Ik moet afsluiten, er valt boven wat te bekijken.
Dit doe ik echt niet graag,
maar ik moet zorgen dat jullie de nacht doorkomen.
Nee.
Dat zou ik zelfs niet doen.
Ed?
Ed? Hoorde jij ook iets?
Ralph?
Ed.
Godverdomme, Ralph.
Ed, wakker worden. - Wat is er?
Luister. Er is iets mis. - Wat dan?
Ze zijn allemaal weg. - Wat?
Mike en Linda's bed is onbeslapen, Sue en Ralph zijn weg.
We zijn alleen. - Ze spelen een spelletje.
Help me om ze te zoeken. Je moet opstaan en me helpen.
Niet samen slapen, ok�.
Maar helemaal niet slapen is niet ok�.
Zie je?
Kom mee.
Ralph?
Waar was je nou? - Ik ben bang. Er is wat mis.
Rustig maar. - Mike en Linda zijn niet teruggekomen.
Ralph ging op zoek en nu is hij ook weg. Help me zoeken.
We vinden hem wel. - We kijken hier eens rond.
Ga je aankleden.
Waar kun je je hier verbergen?
Hier, trek aan. We vertrekken.
Schiet op, Sue. - Ik kom al.
Opschieten, Sue.
Niet zonder Ralph. - Toch wel. Kom op.
Ik ga niet zonder Ralph. - We gaan de politie verwittigen.
We gaan hulp halen. - Ik ga niet.
Je moet mee. - Laten we nog ��n keer zoeken.
We zijn zo terug. - Nog ��n keer?
E�n keer? - Ok�.
Gaan jullie die kant op. - Nee, ik blijf bij jou.
Gaan jullie maar die kant op. - Schiet wel op.
Ralph?
Sue?
Sue?
Mijn God. Dek het af.
We moeten hier weg.
Nee, laat me hieruit.
Hou op. Laat hem met rust.
Pam, maak me los.
Wegwezen hier.
Jij zal moeten rijden. - Ok�.
Zou hij dood zijn? - Ja, ze zijn allemaal dood.
Niet te geloven. - De sleutels.
Is het ernstig? - Ik moet naar een dokter.
Ik voel me raar. Laten we gaan.
Niet zoveel gas geven. Nu is hij verzopen.
Geef het even de tijd.
Heb je geen zakdoek of zo?
Geef je riem.
Dank je.
Zet de koplampen uit, voor de batterij.
Ed? - Ja?
Kijk.
Start de auto nou.
Dat probeer ik.
We gaan eraan.
Kom er nu uit, rotding.
Kijk.
Jezus Christus.
M'n pa.
Rij vooruit.
Hoe is het met haar? - Hetzelfde.
Hoi.
Vertaling: Wess Lee
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.