Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Je vader heeft een bastaard verwekt. Dat kind is Andr�s.
Is Andr�s m'n haIfbroer? -En de eerstgeborene.
Kijk dan, BeI�n, dit is onze zoon. -Dat kan niet.
Ze moeten denken dat hij dood is, anders pakken ze hem af.
Je nieuwe voedster. -Ik ken je geheim.
Je vader moet z'n kIeinzoon zien voor hij sterft.
Ik kan AIfredo dit niet weigeren. -Jij niet, maar de natuur weI.
Sorry, maar ik kan niet meegaan.
Opium. -Ik voeI me zo vredig.
JuIio, je moet me heIpen.
Er zijn tekenen van vergiftiging.
Javier AIarc�n. Kom mee.
Kom hier, mooie meid. Wat wiI je van me drinken?
Laat me met rust. -We gaan pIezier maken.
Laat haar Ios.
Wat doet een vrouw aIs u hier? -Ik ben de zus van Javier AIarc�n.
Weet ik. Ze zuIIen hier aIs honden om u vechten. Maak dat u wegkomt.
Was m'n broer gisteravond hier? -Uw broer is hier bijna eIke avond.
Weet u hoe Iaat hij er was? -Geen idee, ik heb het erg druk.
Er ontgaat u vast niets. -WiIt u nu aIstubIieft weggaan?
Ik ga pas aIs u antwoord geeft.
Anders ontketen ik een gevecht.
AI goed. Hij heeft met die man daar gepraat.
Maar ik zou hem niet aanspreken.
U kunt niet zo op hem af stappen.
Laat me Ios. -Sebasti�n.
U hebt geIuk, maar ik weet niet of u daar bIij mee moet zijn.
Wat heeft een dame aIs u van een man aIs mij nodig?
Ze zeggen dat m'n broer hier gisteren was. KIopt dat?
Se�orita AIarc�n, neem ik aan? -Ja.
Ik heb zaken met hem gedaan.
Weet u hoe Iaat hij hier was? AIstubIieft, het is erg beIangrijk.
Hoe kan ik zo'n mooie vrouw iets weigeren?
Ik weet het niet precies, maar het was rond eIf uur.
Dank u weI.
Je gaat niet weg zonder een dansje. -Laat me Ios.
Wegwezen.
Gaje daar vechten?
Ik doe het niet voor de IoI.
Ben je iets te weten gekomen? -Ja.
Javier zat in dat drankhoI toen ze Andr�s probeerden te vermoorden.
Maar de dader Ioopt nog vrij rond.
Maar mijn famiIie heeft er niets mee te maken, JuIio.
Ik heb niets verzonnen. De morfine Iag daar, net aIs de brief.
De morfine. Je ziet waar die ons gebracht heeft.
Het was aIIemaaI een vergissing. Wat je over die brief hoorde vast ook.
Kijk waar het me gebracht heeft.
Ik zou je nooit in gevaar Iaten komen.
Waar ben je geweest? Ik heb je uren gezocht.
Ik ben naar CantaIoa gewandeId. -Op dit tijdstip, zonder iets te zeggen?
Moet ik het zeggen aIs ik ga wandeIen? Werkt het huweIijk zo?
Het draait om respect en vertrouwen en ik weet dat je iets verbergt.
AIicia, wat is er aan de hand?
AIIes ging goed totdat we terugkwamen. Wat is er toch?
Je weet dat je het me kan verteIIen.
Niets. Er is niets aan de hand.
HaIIo, inspecteur Hernando. -Ik ben geen inspecteur, mevrouw.
KIopt, er is geen inspecteur meer in CantaIoa. Zeg het eens, agenten.
We moeten uw zoon spreken. -Hebt u een beveIschrift bij zich?
Een beveIschrift?
Je bent Iaat. Heeft iemand je gezien? -Wat wiI je?
M'n vriend heeft wat opium over. Wat geefje me?
Ik koop niet, ik verkoop aIIeen. -Dan verkoop je toch wat meer?
Het is een informeeI praatje.
De tragische dood van Bakthiari kan op een schandaaI uitIopen...
...aIs we er verkeerd mee omgaan.
Komt u toch verder. AIs u m'n zoon vindt, vraag hem dan maar wat u wiIt.
Dank u zeer.
Don Javier AIarc�n? -De poIitie.
Heb je me in de vaI geIokt? -Nee, echt niet. Pak de opium.
Ben je gek? Ze mogen 'm niet bij mij vinden.
Javier AIarc�n? We zijn van de poIitie.
Don Javier. -Hier ben ik. Wat kan ik voor u doen?
We hebben het Iijk van Bakthiari in de kerk van CantaIoa gevonden.
AIIemachtig. -Hij had uw kaartje in z'n jaszak.
Nou en? Dat geef ik aan aIIe gasten. Wat insinueert u?
We denken dat de consuI is overIeden aan opium...
...die u voor hem heeft verkregen.
Ik? Dat sIaat nergens op. -Mogen we uw kamer doorzoeken?
Ga uw gang.
Gaat u met ons mee?
Wat verberg je voor me? -Waar hebt u het over, moeder?
Dan gaan we naarje kamer. -Nee, dat mag u niet.
Je mag dan weI m'n zoon zijn, maar aIs je me er niet in Iaat...
...vraag ik mevrouw om 'm te openen. Aan jou de keuze.
Sta op. -WabIief?
Sta op. -Moeder, m'n been doet nog pijn.
Een Ieugenaar is makkeIijker te vangen dan een kreupeIe.
Schiet op.
Vroeg of Iaat kom ik erachter.
Wat is er, schat?
M'n vader is overIeden.
10 februari 1905.
Vader is bijna een jaar dood.
Op 9 februari. Die datum zaI ik nooit vergeten.
Wacht, je mag die soep niet serveren.
Heb je me niet gehoord? Gooi 'm weg. Ik beveeI het je.
Of moet ik m'n moeder roepen? Gooi aIIes weg.
Komt in orde, mijnheer.
Verdomme. HoeveeI is er aI opgediend?
Ik zou de soep maar Iaten staan. -Wat is er?
Ze mogen de soep niet opeten. -Wat is er mis mee, don Javier?
Ik heb 'm geproefd en hij smaakt niet. -Laat de borden weghaIen.
Zorg dat zoiets niet meer gebeurt. -Uiteraard, mevrouw.
U krijgt zo een ander voorgerecht. En dit diner krijgt u van het hoteI.
AIs je weer de fijnproever wiIt uithangen, dan niet waar de gasten bij zijn.
AI geIooft u het niet, moeder, ik ben begaan met dit hoteI.
Ik snap het niet. Ik heb 'm net zo bereid aIs aItijd.
Wat er ook is gebeurd, wees bIij dat don Javier het ontdekt heeft.
Het is uw taak om het eten te proeven voor het opdienen.
Maar wees gerust, ik zeg niets.
Do�a �ngeIa, ik neem mijn deeI van de verantwoordeIijkheid op me.
Kom, gooi die rommeI weg. -In dit hoteI verspiIIen we niets.
AI is deze soep niet goed genoeg voor onze gasten...
...hij kan weI de magen van de bedienden vuIIen.
Agent AyaIa kwam voor se�or Bakthiari. Er zat opium tussen zijn spuIIen.
BeI�n, wat heb je met ons kind gedaan? -Sorry, ik was ten einde raad.
Maar ik kon het niet. -Ik wist dat je het niet zou doen.
Het weeshuis is geen opIossing, maar het probIeem bIijft bestaan.
Door de baby van do�a Sof�a heb ik bijna geen meIk voor Juan.
Hij bIijft huiIen. -We vinden er weI iets op.
Straks ontdekken ze hem. -Kom naar onze kamer, het is koud.
We kunnen niet naar binnen. Iedereen zit te eten.
WiI je door de hoofdingang gaan? Kijk, nu is hij rustig. Kom mee.
Kom, Iieverd.
Kom maar.
Waar zijn juIIie geweest? BeI�n? -Hou op, ze moet naar do�a Sof�a.
Daar geeft ze niets om aIs ze naar het dorp is gegaan.
Moet jij niet in de eetzaaI zijn?
Uw zoon had vanavond vrij. Ik heb hem toestemming gegeven.
De Iaatste tijd gedraag je je niet zoaIs 'n zoon betaamt.
En dat is de schuId van BeI�n.
Maar vroeg of Iaat kom ik erachter wat je verbergt.
Er vaIt niets te ontdekken, moeder.
Nee, dank je.
Sorry, ik wiIde je niet Iaten schrikken. -Is er iets?
Ja, er is een teIegram gekomen. Ik heb sIecht nieuws.
AIfredo's vader, de markies van Vergara, is zojuist overIeden.
Ik wist niet dat hij ziek was. -Je weet hoe die dingen gaan.
AIfredo wiI graag even aIIeen zijn.
Ik zorg voor z'n koffer en de auto. M'n zus is hem vast aan het troosten...
...en iemand moet dat regeIen.
VerteI je moeder dat ik niet bij het avondeten kan zijn?
JuIio?
IsabeI?
HaIIo, In�s. -Sorry, maarje moet me heIpen.
Geen probIeem.
Ik Ieer haar Iezen. -Ik heb niet om uitIeg gevraagd.
Kan IsabeI niet Iezen? -Zeg je het tegen niemand?
Ze kan haar baan kwijtraken. -Je weet dat ik niet zo ben.
Waarom was je naar me op zoek? -Dat was ik niet.
Maar ik wiI je iets Iaten zien.
In de asbak op m'n kamer vond ik dit verbrande stukje papier.
En resten van een rode enveIop.
Zie je weI dat je moeder en Diego je vaders brief hebben verbrand?
Je Ioog niet, maarje had het mis.
De datum is Ieesbaar, 10 februari. En m'n vader is op de 9e gestorven.
Een dode kan geen brieven schrijven.
Ik had geIijk. De brief was vaIs. -Is dit niet je vaders handschrift?
Zit het je dwars dat m'n moeder en man geen moordenaars zijn?
Is het zijn handschrift? -Geen idee, het zijn weinig Ietters.
Maar Iijkt het erop?
Ja, het Iijkt erop.
Er zijn vast veeI documenten in z'n handschrift in het hoteI.
Laten we ze vergeIijken en dan zaI ik erover ophouden.
Er Iigt vast iets in z'n kantoor.
Mijnheer, er is teIefoon voor u. Ze zeggen dat het dringend is.
HaIIo? -Met Beer. Lever de opium om 12 uur.
AIs je niet komt opdagen, hang je de dag erna bij het sIachtvee.
Komt je echtgenoot echt niet? -Dan zeg je dat je me Ieert Iezen.
Hier, De fabeIs van Aesopus. Dat heeft m'n vader me gegeven.
De opdracht is weg. De eerste bIadzijde is eruit gescheurd.
Vader schreef aItijd z'n naam en datum van aankoop achterin.
Die bIadzijde ontbreekt ook aI.
Hier is hij ook weg.
Hier ook.
Z'n brieven en kaarten zijn ook weg. -Contracten misschien?
Er zit niets meer in.
Iemand heeft aIIes vernietigd.
Mateo, ze zijn in m'n kantoor.
AIicia. -HaIIo, schat.
Wat doe je hier? -Ik kwam dit boek haIen.
Een kinderboek? -Het eerste boek dat m'n vader me gaf.
En nu de markies is overIeden... -Dat roept herinneringen bij je op.
Ik zocht iets van hem en vond aIIeen dit.
Weet jij waar z'n documenten bewaard worden?
Wat voor documenten? -Z'n papieren, z'n spuIIen.
Hij maakte aItijd aantekeningen in een oude agenda.
Geen idee, maarje kent je moeder, ze kijkt aItijd vooruit.
Ze heeft vast aIIes weggedaan. Dat is het beste.
NatuurIijk. Laten we gaan eten. -Ik ben aI kIaar en moet werken.
Je hebt geIijk. Ik voeI me niet goed en wiI over m'n vader praten.
Je kende hem goed. Gaje mee een stukje wandeIen?
Nu?
Het is een heerIijke avond.
Goed, kom maar.
Ik Iijk net een boerin.
Ik kan niet geIoven dat m'n vader er niet meer is.
Ik heb geen afscheid kunnen nemen.
Hij heeft z'n kIeinzoon niet gezien.
Het was heeI erg onverwachts.
Kom binnen.
Mevrouw, ik kom voor de baby. -Goed.
ZaI ik hem vannacht bij me houden? -Ja.
De auto staat te wachten.
Ik zaI met je meegaan. Ik voeI me aI veeI beter.
Nee, Iieverd. E�n ongeIuk in de famiIie is meer dan genoeg.
BIijf hier. Ik zaI m'n moeder je condoIeances doorgeven.
Wat doe je?
Dit is do�a Sof�a's baby. -AIsof eentje niet genoeg is.
Wees niet zo dwaas. Het is aIIeen voor vannacht.
AIs ze me vaker met de baby zien, denken ze niet na over het gehuiI.
Zien aIIe baby's er hetzeIfde uit? -Nee, hoor, ze zijn heeI verschiIIend.
Kijk aIIeen aI naar hun kIeding.
Dit wordt een markies. -En Juanito een ma�tre.
Antonio, je wordt ontsIagen aIs ze je zo zien. Kom mee.
Waar kijk je naar?
Er is niets te zien. Ga naarje kamer. -Ik wiI niet.
Daar kun je naar vier muren kijken. AIs Ernesto je ziet, staje op straat.
Waar gajij naartoe?
Koning AIfonso XIII is er. Ik ga hem feIiciteren met z'n verIoving.
Hij is niet in het hoteI. -JaweI, het stond in de krant.
Goed, hij Iigt uit te rusten. Ik zaI het doorgeven. Ga sIapen.
Wat doe je? -Vanaf hier kun je de zee zien.
Misschien ook de vuurtoren. -Idioot, je moet het opendoen.
Antonio, ga naar bed.
Je ziet niets, omdat het donker is. Kom, ga Iiggen.
Jij ook, kom.
Wat is hier aan de hand? -Niets. Er is iets sIecht gevaIIen.
Zo gaat dat met te veeI wijn. -Nee, ze hebben niet gedronken.
Het moet iets anders zijn geweest. -De soep?
Ik wiI meer soep. -Ja, bIijkbaar was het de soep.
Ik Iaat de dokter komen. Wat aIs ze morgen niet beter zijn?
Wees gerust. AIs het moet, verviervoudig ik mezeIf.
Kom, ga sIapen. AIIebei.
Wat is dit? Waar is iedereen? -Ze voeIen zich ziek, mijnheer.
Jij komt niets tekort. Waarom huiI je zoveeI?
Goed zo, wees stiI.
Ik ben bIij dat ik je aangekIeed aantref. Kom mee.
Wat is er? -Je moet heIpen in het restaurant.
De heIft van de bedienden is ziek. GeIukkig is de andere heIft in orde.
We moeten gewoon wat harder werken.
Twee of drie stukken, mevrouw? -Twee, graag.
Ik heb niets gevonden op m'n kamer.
ZeIfs foto's, die hij me had gegeven, zijn verdwenen.
Je kunt iemand niet compIeet uitwissen. Er bIijft aItijd iets achter.
Wie kan er iets hebben wat hij heeft geschreven?
Mevrouw.
We hadden hetzeIfde idee.
Wie is dat? -Mijn vader.
Hij was hier amper twintig jaar. Lang voordat hij trouwde.
'Voor m'n Iieve �ngeIa. ViIIafranca deI Bierzo, 15 apriI 1869.'
De E en de O, de cijfers, de B met een R... AIIemaaI hetzeIfde.
En hij schrijft de F vreemd, heeI... -Scheef.
Hij zei aItijd dat hij 'm goed schreef, maar dat de wind 'm omduwde.
De brief is niet vaIs. Op 10 februari Ieefde je vader nog.
Waarom zeggen ze dan van niet?
Ik was er niet en kwam vIak na de begrafenis aan.
Ik heb hem in de kist zien Iiggen.
Ik weet niet wat er is gebeurd, maar we gaan het uitzoeken.
Wie was er die dag in het hoteI? -M'n moeder, Diego, Javier, Sof�a.
Ik zaI met ze gaan praten, JuIio. -Ik zaI de bedienden vragen.
Wat kan ik voor u doen? -Verviervoudig je maar.
Wat had don CarIos in dit gevaI gedaan? Iedereen is voI Iof over hem.
Hij had extra mensen Iaten komen. Hij was aIs een vader voor ons.
Hoe is hij gestorven? -Aan een hartstiIstand 's nachts.
Arme man. HeIemaaI aIIeen en in die toestand.
Andr�s, zet die bezem weg en pak een dienbIad.
Het mag de gasten nergens aan ontbreken. Poetsen kan Iater ook.
HeIp daarna de kamermeisjes.
Ze komen handen tekort in de kamers en het restaurant.
Was don CarIos er sIecht aan toe?
JuIio, de gasten wiIIen warm eten.
Het mag weI wat enthousiaster.
Waarom bent u zo Iaat? -Het spijt me, do�a �ngeIa.
M'n botten werken niet zo mee.
Waar is uw zoon? -Hij werkt nu in een ijzerfabriek.
Dat biedt meer zekerheid dan vissen, zegt hij. AIsof de zee ooit Ieeg raakt.
Je kinderen worden aItijd anders dan je denkt.
Moeders kun je ook niet kiezen.
Weet je wat het probIeem is?
TerwijI je in stiIte zou moeten werken, praat of kIaag je.
Ofje kwekt over dat vrouwtje van je, dat do�a Sof�a's baby voedt...
...om niet te hoeven werken. Maar dat zaI niet bIijven duren.
Goed, een prettige dag verder. -Mijnheer?
AIs u nog een drager zoekt, ik ben zo sterk aIs een paard.
Zit je Iiever in het dorp dan hier in het hoteI?
Zo sIecht Iijkt het dorp me niet. De mensen zijn vriendeIijk.
Mevrouw, wat doet u hier?
Ik hoorde van aIIe zieken en kwam kijken hoe het met jou ging.
Ik ben niet ziek. -ZaI ik dr. Bern�rdez Iaten komen?
Dat heeft uw moeder aI gedaan.
Je hebt m'n vader toch heeI goed gekend?
Hij was een goed man, maar dat wist u vast aI.
En ook dat hij u zeer hoog achtte. -Ik hem ook.
Ik was er niet toen hij stierf.
Niemand zag het aankomen. Het gebeurde pIotseIing, 's nachts.
De dokter zei dat hij niet had geIeden.
Hij ging naar bed en doofde uit aIs een kaars, die op is.
Ik...
We hieIden aIIemaaI van hem. Om de voIgende dag gewoon te werken...
..was het moeiIijkste wat we ooit hebben moeten doen.
Maar ik weet zeker dat uw vader dat had gewiId. Ik kende hem goed.
Hij zou wiIIen dat we met een gIimIach aan hem dachten.
Dank je weI, �ngeIa.
Graag gedaan, mevrouw.
Het hoteI verIaten? Je had geen sIechter moment kunnen kiezen.
Straks krijgt een ander de baan.
AIs je nu vertrekt, zuIIen ze je niet sneI terugnemen.
ZeIfs aI is je moeder het hoofd.
Ik heb er goed over nagedacht. -Goed, aIs het echt niet anders kan...
...dan pak je spuIIen en vertrek.
Wat is hier aan de hand? Waarom stuurt u m'n zoon weg?
Hij heeft het me zeIf gevraagd.
Hij wiI bIijkbaar in het dorp gaan wonen met z'n vrouw.
Wat is dit? Wat doet AIejandro in die vodden?
Hij heeft gebraakt. Z'n kIeren worden gewassen. Wat is er?
Wat voor dom pIan heb je m'n zoon ingefIuisterd?
Pardon? -Je wiIt hem bij me weghaIen, h�?
Ik kan u niet voIgen. -Hij denkt vast dat je hem zuIt voIgen.
Maar denk maar niet dat ik dit zomaar Iaat gebeuren.
Wat wiIt u gaan doen? -Dat ga ik jou zeker niet verteIIen.
GeIoof maar dat ik het verschiI zie tussen een moeder en een voedster.
Je houdt mij niet voor de gek.
Je hebt je kind aan de AIarc�ns verkocht.
Hoe wiIt u dat bewijzen? WiIt u tegen do�a Teresa ingaan?
Nu je bevaIIen bent, BeI�n...
...zuI je Ieren waartoe een moeder in staat is.
Kom.
Goed zo.
Wist u dat BeI�n, uw voedster, van pIan is het hoteI te verIaten?
Daar heeft ze niets over gezegd.
ZaI ik haar het kind Iaten brengen zodat u haar kunt spreken?
�ngeIa, de baby is aI hier.
Dit is waanzin. Je moeder geeft mij de schuId en overIaadt me met werk.
Niet Iang meer. Je bIijft hier nog een paar dagen.
Tot ik de pIek heb opgeknapt die Mart�n me verhuurt.
Daar kun je uitrusten en mag de baby huiIen.
Het is vIakbij de vishaI en niet groot, maar het wordt ons thuis.
Andr�s, je hebt een goede baan in het hoteI. Dat is beter dan vissen.
Ik denk aIIeen aan jou en het kind. En hier kunnen we niet bIijven.
Kom je m'n vrouw weer IastigvaIIen? -Is do�a Sof�a's baby nog hier?
Ik heb 'm net naar beneden gebracht. Ze gaat met hem wandeIen.
Goed, do�a Sof�a wiI je spreken. -Ik kom eraan, mevrouw.
Dat scheeIde weinig. -Daarom moeten we weg, BeI�n.
Gaje weg? -Ik doe het voor BeI�n en het kind.
WiI je ze heIpen? Ik kom ze zo sneI mogeIijk haIen.
Wees gerust, dat komt weI goed. Maar wat moet ik doen zonderjou?
Je werkt je vast in de nesten.
Je zei dat don CarIos er sIecht aan toe was toen hij stierf. Hoe weet je dat?
Dat was maar een vermoeden. Ik was die Iaatste weken z'n ober.
Hij was heeI erg aardig voor me.
Hij vroeg van aIIes en door hem voeIde ik me echt thuis in het hoteI.
Hoe verIiep de dag dat hij stierf?
Die avond bracht ik hem bouiIIon.
Daar hieId hij van voor hij ging sIapen.
Dat mag u niet doen, ik ben uw zoon.
Heb je je ooit zo gedragen? Als ik niets doe, zul je de familie ru�neren.
Ik kwam ongeIegen, dus ik ging weer.
Ik ben niet teruggegaan.
In de ochtend vernamen we dat hij overIeden was.
Was hij ziek? -Nee, iedereen was erdoor verrast.
Weet je zeker dat hij met don Javier praatte?
Ik vond 't erg dat hij was gestorven zonder dat ze het bijgeIegd hadden.
Het is normaaI. Hij is de toekomstige markies.
Maar AIfredo wiI vast wachten met het Iezen van het testament.
En dat siert hem, Iieverd. -Heb je met AIfredo gepraat?
Hij voeIt zich vast vreseIijk dat hij er op dit moment niet kan zijn.
Het doet me nog verdriet dat ik er niet was toen vader stierf.
Zo'n ongeIuk is niet te voorzien. En het zou niets hebben veranderd.
AIIeen God had kunnen ingrijpen. Hij besIist wanneer het onze tijd is.
Hoe is vader gestorven? We hebben er nooit over gepraat.
Hoe denk je, AIicia? Het was triest.
ZuIIen we er straks rustig over praten?
Waarom niet nu? We zijn er aIIemaaI.
Hoe waren z'n Iaatste momenten? Wat heeft hij nog gedaan of gezegd?
Ik kan je niet veeI verteIIen, AIicia.
Ik Iag ziek op m'n kamer. AIfredo was de heIe tijd bij me.
Ik schrok enorm, toen ik opknapte en ze me aIIes verteIden.
Ik kan je ook weinig verteIIen. Het was een heeI normaIe dag.
Totdat je moeder hem IevenIoos op z'n kamer aantrof.
En u, moeder? -Je vragen bedroeven haar, Iieverd.
Het is goed, Diego. Ik begrijp het weI. Ik heb hem gevonden.
Je vader was vroeg naar z'n kamer gegaan en ik had tot Iaat gewerkt.
Ik trof hem roerIoos aan en heb dr. Bern�rdez gebeId.
Hij kon niets meer doen. Hij was overIeden aan een hartstiIstand.
Maar hij was kerngezond. -Niet zo gezond aIs we dachten.
Vond u hem midden in de nacht? Was het eigenIijk aI 10 februari?
Nee, de dokter zei dat hij aI een aantaI uur dood was.
En jij, Javier? -Ik?
Heb jij hem gezien? -Nee, ik was vroeg gaan sIapen.
Sorry, ik moet iets gaan doen.
Repair and Synchronization by Easy Subtitles Synchronizer 1.0.0.0
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.