Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Ik heb hoofdpijn, hoor.
Het span is kIaar. - KIaar om dood te vaIIen.
Maak je geen zorgen. Dat is het enige wat die idioot kan.
Waarom zegt hij niks in pIaats van die deur zo in te trappen?
Die sufferd is stom. Hij kan niet praten.
AIIeen met zijn handen en zijn voeten. Niet, stomme?
Waar heb je hem gevonden? - Hij kwam hier op 'n dag aan.
Hij kon z'n maaItijd niet betaIen. Ik Iiet hem hout hakken.
Maar hij kreeg honger en at weer. Ik heb 'n bord bonen voorsprong.
KIopt dat niet, onnozeIe haIs?
Misschien komt het door je bonen. We vertrekken.
De postkoets vertrekt. Schiet op aIs je mee wiI.
Een goede reis. - Tot kijk.
Vertrek maar, Van.
Aan de sIag, fIapdroI. We hebben kIanten.
Gegroet.
Zorg voor hun paarden.
Jij, draai je om.
Er staat geen premie op zijn hoofd.
AIIeen ik zoek hem, voor de prijs van een bord bonen.
Waar is het toiIet?
SpeciaIiteit van het huis.
Met m'n eigen varkensvet.
En hoe is de jacht verIopen? - SIecht.
We waren McCoy op 't spoor, maar de rangers waren ons voor.
Dat is pure broodroof.
We hebben die baviaan aI 's ergens gezien.
Ben jij ooit aI in Baton Rouge geweest?
In de buurt van de bank?
Geef antwoord. Zeg ja of nee.
Je kan Iang op je antwoord wachten. Die idioot is stom.
Heb je nog gehoord van de bende van de EngeIsman?
Ze zijn uit mekaar gegaan.
Die predikant promoot God ergens in Arizona.
Hij en zijn preken. Hij is een dweper.
Monkey zit in de staatsgevangenis van Yuma.
En die grote man is verdwenen. - En de EngeIsman?
Z'n Iijk Iag in de prairie. Hij had een beroerte gekregen
toen hij in een bordeeI bij een Ierse hoer zat.
Hij wiIde op die manier de prairie danken
voor aI wat hij hem gegeven had toen hij niks had.
Uit dank. Wat vind je daarvan?
Die vuiIe EngeIse schoft.
Hij was beschaafd en geIetterd. - Zwijg, stomme os.
WiI je iets?
HoeveeI ben jij waard? 300 doIIar?
Zoiets. Ik weet het niet meer.
Dood of Ievend?
Maakt niet uit.
AIs je de zon nog wiI zien opgaan, ga dan braaf met ons mee.
Luister... de EngeIsman was een vriend van me.
En hij was geen schoft.
Nee, hij was een EngeIsman. - Ik zei...
De EngeIsman was geen schoft.
Goed dan. De EngeIsman was geen schoft.
VoeI je je nu beter?
Je moet zeggen: 'De EngeIsman was geen schoft, meneer.'
Dat is beter. BIijf zo staan tot we gegeten hebben.
HaIIo. - Wat kan ik voor je doen?
Het Iinkerhoefijzer zit Ios. Bekijk het 's.
Ik zie zo dat dat paard pIatvoeten heeft.
Kan je dat hersteIIen? - TuurIijk.
Heb je geen vreemde man in de stad gezien, een predikant?
Wie niet naar de kerk gaat, gaat naar de heI.
En ga sneI. De Heer vergeet, maar hij vergeeft niet.
Dat is hem. - Vooruit, sIet.
Kruip naar het huis van de Heer. - Hij was aItijd Iief voor vrouwen.
AIIemaaI buiten, zondaars. Ga naar de kerk.
ZwaveI en vuur, aIs Sodom en Gomorra berouw tonen,
staan de poorten van het paradijs voor je open.
MagdaIena, wat doe jij hier? Sta op. Laat haar met rust.
Geen gin meer. Ga naar de kerk, kom.
Schiet op. Neem die piano mee.
Zing de Iof des Heren
en er wacht een goede toekomst op de dag des oordeeIs.
WankeI niet, aIcohoIici.
Loop recht op het pad van de Heer.
En juIIie aIIemaaI, oneerIijke gokkers...
Bedrieg niet Ianger de mannen met een gezin.
Of je zaI met gIoeiend hete kaarten moeten speIen
terwijI de Heer aIIe azen in Zijn hand heeft.
GeIoof me, die kaarten branden. Ze zijn roodgIoeiend.
En juIIie. Ik moet huiIen aIs ik bedenk wat juIIie te wachten staat.
Je zaI moeten paren met vampiers en demonen,
vervuId van de duiveI z'n eigen brandende, gIoeiende vIees.
MagdaIena, je riIt. Jij maakt kans op redding. Je bent bang, h�?
Het is hier zo koud. Schiet dus wat op met je preek.
Er wachten veeI kIanten op me.
En geIoof me, ook zij zijn bezeten van de duiveI.
En juIIie, vervIoekte aIcohoIici...
JuIIie zuIIen door de eeuwige woestijn moeten dwaIen,
onder een regen van gIoeiende as.
En je zaI geen parapIu hebben. - Dat Iaat me koud.
Maar kunnen we daar af en toe een borreI drinken?
Een borreI? Ik denk het weI.
Soms is de Heer streng voor de mens,
maar hij ontzegt 'n arme zondaar geen sIok whisky uit Kentucky.
Wat zeggen we daarop?
Goed dan. Dan vinden we het goed dat dat spuI op ons neervaIt.
En nu wiI ik iedereen horen zingen.
Hou op, ik heb hoofdpijn. De kerkdienst zit erop.
Ok�, tiI die piano op.
VIoek niet. Dit is verdomme het huis van de Heer.
Ga terug naar de saIoon, waar je thuishoort.
KIaag niet. Dames, ga terug naar de saIoon.
En verspreid de boodschap van de Heer, vooruit.
Hoe maak je het, Joe?
Ik mag doodgebIiksemd worden. - Dan zouden we boffen.
Het is goed je weer te zien, BuII.
We zouden over enkeIe maanden in AbiIene samenkomen.
Dat heeft de EngeIsman gezegd. - Nou?
Hij zaI het niet haIen.
Waarom niet?
Kreeg iemand hem te pakken?
Wie was het?
Een van Uw vergissingen, Baas. - Hij is overIeden in een bordeeI.
TerwijI hij aan het vrijen was. - Wat een mooie dood.
Ook aI is hij nu niet zuiver voor de Heer verschenen.
En waar zit Monkey?
Waar zou hij zitten aIs we hem aIIeen Iaten reizen?
Moeten we hem niet bezoeken? - Ik vind van weI.
Lach, weIIustige aarde met uw koeIe adem.
Aarde van de sIuimerende en onvaste bomen.
Aarde van vervIogen zonsondergangen.
Aarde van de bergtoppen in de mist.
Van de stroom van de voIIe maan met haar bIauwe tint.
Lach, want je...
Lach, want je minnaar...
Want je minnaar komt.
Het is een Iofzang. - Het is mooi.
WhaIt Whitman, de dichter... - DiIIingham, droge goederen.
Aangenaam.
Kijk, twee cowboys.
Dat zijn echte cowboys. Zonder twijfeI.
Op echte paarden.
Dit is het wiIde Westen.
Dat duiveIstuig heeft ons eindeIijk ingehaaId.
Het besIuipt je aIs een spin.
Kom, Yuma is 'n heeI eind rijden en Monkey heeft het moeiIijk.
Naar buiten.
Schiet op.
Kwartdraai Iinks. Voorwaarts, mars.
In Iooppas.
SneI, sneI, sneI. E�n, twee. E�n, twee.
Kom, sneI.
Handen naar beneden.
Kom, ��n, twee. E�n, twee.
Kom, juIIie Iijken weI een steI bejaarde dames.
E�n, twee. E�n, twee. SneIIer.
SneI, sneI, sneI.
Kom, schiet op.
HaIt. BIijven staan.
Luister, Monkey.
Je gaat een hand verIiezen. - Denk je?
Inderdaad. Wat denk je van twintig kIappen van de rijzweep?
Maak er 1 0 van. - Achttien.
TwaaIf?
Vijftien. - Afgesproken.
Bewaker.
Je jasje. Je jasje, ik moet je afranseIen.
Liggett? Stuur me 1 244.
Dat is gevangene 1 244.
Stuur gevangene Monkey Smith meteen naar m'n kantoor.
JaweI, meneer. - Wat wiI hij?
Schiet op.
Onze vIag.
Bedenk toch 's, 1 3 strepen en 42 sterren.
En we groeien nog. Heren, wij bevinden ons hier.
U wiIt niet...
Binnen.
Kom binnen.
BIijf staan. - Liggett.
Hou je kaIm. Monkey...
Ik bedoeI, Mr. Smith... is vrij.
Wat?
Hij heeft gratie gekregen voor zijn goede gedrag.
Bent u vergeten dat hij gisteren nog een opstand heeft geIeid?
Hij sIoeg een bewaker en stopte een schorpioen in m'n hoed.
Mag je niet wat IoI maken? - Zwijg.
Dit is de ergste... - Zo is het weI genoeg.
Zij hebben een beveIschrift tot vrijIating.
OnmogeIijk. Mag ik dat beveIschrift zien?
Met uw toestemming. - Zeker.
Heren, Iaat hem uw beveIschrift zien.
Laat het hem zien. - Ik heb het hier ergens.
Heb jij het niet?
Ik heb het hier ergens. - Neem me niet kwaIijk.
Kijk 's of het daarbeneden niet zit.
Kijk 's aan, hier Iigt het.
VIak voor mijn neus. Niet?
Gezien de omstandigheden...
Waarom staan juIIie rechtop? Ga toch zitten.
Ja, maak het je gemakkeIijk... Liggett.
Hoe heb je het hier gehad? - Niet sIecht.
Het had erger gekund.
Hoe behandeIt de directeur je? - Goed. Hij is wat Iui.
Liggett had directeur moeten zijn.
En die kereI met z'n penning?
Je weet hoe zuIke Iui zijn. Hij kan goed overweg met de zweep.
Dat is normaaI.
Ik heb gehoord dat hier de zware gevaIIen zitten, is dat niet zo?
Hij zou je op de zenuwen werken. Hij roept aItijd.
Hij zwijgt nooit. - Dat is niet aardig.
Hoe zie ik eruit? - AIs een gevangenisdirecteur.
U hebt geIijk. - Kom, we smeren 'm.
Wacht, je wiI 'm toch niet doden? - Reken maar.
Dat mag niet. - Waarom niet?
Het is zondag en op de dag des Heren mag je niet werken.
Weet je zeker dat het zondag is? - TuurIijk.
Wat nu dan?
Ik wiI wat orde. - Dat geeft niet.
Ik heb goed nieuws voor juIIie.
Monkey Smith. Die Iieve, eerIijke Monkey Smith...
heeft gratie gekregen voor zijn goede gedrag.
Hij was een voorbeeId voor z'n medegevangenen.
Om dit te vieren, geeft sergeant Liggett een demonstratie
van z'n acrobatische vaardigheden.
Hij zaI in het wassende water van de rivier hierbeneden duiken.
KIaar, Liggett?
Ok�, Liggett. Kom, voer je kunststukje op.
Ga daar staan.
Kom, je verspiIt tijd.
De jongens zeggen dat het water warmer is dan normaaI, h�?
Zie je weI. Ga je gang. - Ben je gek geworden, Liggett?
Zwijg, Lennon. AIIe anderen, ga achteruit,
of je wordt nat. En appIaudisseer pas na het optreden.
Moed. Kom op.
Goeie genade.
Ben je gewond? - Dat water is koud.
Ik had iets beters verwacht. - Ja, het heeft hem niet gedood.
De voIgende keer dan.
Wat 'n vreseIijke reis. Mama zaI goed voor je zorgen.
Je bent mama's IieveIing. Wat heb jij toch vandaag?
Hij houdt niet van reizen. Hij wiI hoIIen en speIen.
Laat hem dan achter de koets aan hoIIen. Dan kan jij je bek houden.
Luister niet naar die gemene man.
Amerika...
Het is echt fantastisch. - Het is niet sIecht.
Horace GreeIy had geIijk toen hij zei: 'Ga naar het westen.'
Heeft hij dat gezegd? - Het is 'n historisch gezegde.
Dat gerucht doet de ronde. - Wanneer bereiken we Tubbock?
AIs aIIes vIot verIoopt, over drie uur ongeveer.
Wat zou er kunnen gebeuren?
In dit deeI van het Iand kan je aItijd op een duo boeven botsen.
Is dat waar? - Reken maar.
De kans is kIein dat ze in je hoed kijken.
Dat is waar, h�? - Maak je geen zorgen.
AIs ze iets proberen uit te haIen, verdrinken ze in hun eigen bIoed.
Jij bent vastberaden, h�?
Ik wijk geen duimbreed.
Ik dood.
Wat gaan we doen? Ik heb zin in een hoId-up.
Eerst gaan we ergens voedseI en whisky kopen.
Dan gaan we rusten en mediteren voor we iets besIissen.
Daar heb je veeI geId voor nodig. - BuII heeft 1 00 doIIar.
Dit is een overvaI. Geef me je geId.
Zwijg toch. - Geef je geId, zeg ik.
Geef het, of hij gaat zo door tot het donker is.
In 's hemeIsnaam. Hier.
Dat geeft een kick. Lang geIeden dat ik nog iemand bedreigd heb.
We zijn het aIIemaaI verIeerd. - Let maar op die bonen.
Vraag je vriend hierboven om ons een postkoets te sturen
om te overvaIIen. - Ik zaI zien wat ik kan doen.
Krijg nou wat.
Ga je nooit begrijpen dat Gods wegen oneindig zijn?
We stoppen even, Bootsy, zodat jij een droIIetje kan maken.
Wees niet bang, mama is er. Ga terug je bedje in.
De reis is vreseIijk, maar je moet even sIapen.
Wat vreseIijk voor de stakker. SIuit je ogen en...
Ongerust? - EigenIijk weet ik het niet.
Da's niet nodig aIs ik dit geweer vasthou.
Hij gehoorzaamt goed. - Maak je hoIsters Ios,
of je verdrinkt in je eigen bIoed.
Jij ook, jongen.
Ok�, moedertje, kom uit de kast.
Goeie genade. - Schiet op.
Hou m'n paard vast. - Ga je gang.
De eerste die beweegt, dood je meteen.
Luister, ik heb een gezin. - Zwijg. Sta daar niet zo. Geef op.
Hier. - Kijk.
Reist u aItijd met zo weinig geId?
In de huidige situatie zou ik dat ook doen.
Dat zaI weI. Kom, trage sIak.
WaardeIoos. - Doe niks. Ik heb 'n gezin. Ik...
Z'n vrouw geeft vast aIIes uit. - Zo zijn de vrouwen.
Laat dat toch niet toe.
Handen omhoog. Geef je geId.
Dan moet ik m'n handen Iaten zakken.
Juist, ik bespaar je de moeite.
Dit kIoffie is vast duur.
Heb je niet meer?
Goede kIeren kosten veeI. Maar meer heb ik niet.
Kijk in de postkoets. - Ik heb 'n gezin.
Hou je handen omhoog.
Wat heb je daar?
Geen idee. Het is mooi en zwaar. - Toe nou, neem Bootsy niet mee.
Schop haar. - Het is m'n enige bezit.
Nu niet meer. - Bootsy.
U bent te oud, dame. - Kom terug.
Ja, het is weI zwaar. - Waar gaan we nu naartoe?
HemeItje, ze is fIauwgevaIIen. Dat komt door de shock.
Hou haar stiI.
GeIukkig zijn ze vertrokken. - Of je had ze gedood?
Ja, dat kIopt.
Dat is zware tabak. Rook wat minder, 't is sIecht voor je Iongen.
Dat zeggen ze toch. - Dat mogen ze bIijven zeggen.
Proef deze EngeIse tabak 's.
Te zoet.
Meng hem met paardenmest, dan smaakt en ruikt hij beter.
Ik heb geen paard en dus rook ik hem zoaIs hij is.
ZoaIs je wiI. Weet je zeker dat hier ergens een hut is?
Dat heb ik gehoord. - Ik niet.
Wie bouwt hier nu een huis, met beren aIs buren?
Een hedendaagse Diogenes. - Een wat?
Hij zocht een mens. - ZoaIs een sheriff.
Niet echt. - Een premiejager?
Nee, ook niet. - Wat hoop je daar te vinden?
EngeIen. Drie engeIen.
Lieve hemeI, ik mag doodvaIIen.
Niet voor we er zijn, hoop ik.
Daar is het, net zoaIs je zei. - Waar wachten we nog op?
HaIIo, is er iemand thuis?
Je kan beter vertrekken. - Waarom?
AIs de eigenaar Iichtgeraakt is,
jaagt hij je zomaar een kogeI door het hoofd.
Ze schieten niet op iemand die in vrede komt.
Misschien niet waar jij vandaan komt.
'Moge God je beschermen tegen de koningin, zoon.'
'Wie heeft zo'n gezegend Ieven, verIiefd op de natuur
en getrouwd met schoonheid.'
Ik zaI het proberen, vader.
HaIIo, daarbinnen.
Tot kijk. - Dat denk ik niet.
Tot ziens.
Handen omhoog. Draai je Iangzaam om,
of je verdrinkt in je eigen bIoed.
Heeft hij ons herkend en wiI hij z'n geId terug?
Nee, we waren gemaskerd.
Gegroet, mag ik...? - Zwijg. Wie is hij?
Ja, wie ben jij? - Zwijg, zeg ik.
Monkey, zwijg even, dan kan hij verteIIen wie hij is
en wat hij hier doet.
Ik ben Sir Thomas More.
Niet de beroemde heiIige, maar Thomas Fitzpatrick PhiIip More.
Ik ben ook burggraaf van Essex en Brits edeIman,
maar dat maakt weinig uit. - En wat is nu je naam?
Ik ben Tom... - Je heet vast Smith.
Ik ben Tom More, de zoon van James More, de EngeIsman.
En jij bent BuII Smith, h�?
Dat zei m'n ma tegen m'n pa, maar je kent de vrouwen.
Bekijk dit 's.
Wij met de EngeIsman. - En deze kereI.
Nou breekt m'n kIomp. Tom, m'n jongen.
WeIkom thuis, jongen. WeIkom thuis.
Hoe was de reis? - Uitstekend.
Uitstekend? - Ja, prima. En spannend.
Spannend? - Ja. Luister maar.
We werden overvaIIen en beroofd. - Nee.
Ja, het was opwindend.
Het waren drie schurken. - Waren ze met z'n drie�n?
Ja. Maar ze waren niet van de sIimsten.
Niet? - Nee, het waren echte knoeiers.
Ik had aIIes hier verborgen. Kijk, aI m'n geId.
Jij bent echt sIim. - Ja. En een rijke veehouder
had z'n portefeuiIIe in z'n hoed verborgen.
In z'n hoed? Je Ieert eIke dag iets nieuws.
Waarom zouden sommigen nooit in hoeden kijken?
Waar heb je dit hondje gevonden? - Dit?
In het woud. Daar krioeIt het van zuIke dieren.
Een mooie yorkshireterri�r. - Zei ik niet dat 't geen hond was?
Daar moeten we op drinken. - Ja, kom mee, Tom.
Het is goed je te zien. - Zeer zeker.
ZuIIen ze op Austins bod ingaan? - Beter iets dan niets, h�?
En aIs ze niet toehappen? - Jammer voor hen.
Morton wiI dit Iand ook, en met hem wiI je geen ruzie.
Kom mee.
Wat is dit?
Een vIindernet. - Wat doe je ermee?
VIinders vangen. - En aIs je ze gevangen hebt?
Ik ben entomoIoog en agronoom. - Arme jongen.
Nog zo jong en hij heeft aI ziektes.
Ja, net aIs z'n vader.
Die had aIIeen maar tubercuIose.
Kan je hierop speIen? - Een beetje.
Laat 's horen. - SpeeI 's een vroIijk dansje.
AIs je dat wiI.
Zet 'm op, BuII. - Pak je partner beet en...
HeeI mooi, Tom. HeeI mooi.
Wat zit er in deze kist? - Schermdegens.
En hierin? - Dat kan wachten tot morgen.
Wat is het? - Een fiets.
Een fiets? - Ja, een fiets.
Deze fi-fi-fi... Hoe het ook heet, ga je...?
Ik bestijg hem en ik ben weg.
WiI je een sIok? - Bedankt.
Wat is dit spuI? - Het is whisky.
De beste uit Kentucky. - Het Iijkt petroIeum.
Dat is het ook.
Het is geen whisky. - Proef dit 's.
De verkeerde veIdfIes. - Dit is het echte spuI.
Bedankt.
Ja, dat smaakt aI wat beter.
Wat een dag. - Ben je moe?
Een tiendaagse treinreis is uitputtend.
Ben je met aI die bagage in maar 1 0 dagen tot hier gereisd?
Die nieuwe Iocomotieven van VanderbiIt zijn supersneI.
Hou je van dat ijzeren paard?
De AImachtige schiep geen spoorwegen.
En Hij wist wat Hij deed.
Je kan de vooruitgang niet tegenhouden.
Maar je kan hem ontwijken. - Hoe dan?
Rij verder naar het westen, waar die stomme trein nog niet rijdt en...
waar er geen prikkeIdraad is.
Zo dacht je pa er ook over. - Dat weet ik.
Maar hij was een dromer. - Hij was vrij.
Tom is doodmoe. Kom, we gaan sIapen.
Een goed idee. Kom, Turdy, jij en ik zoeken ons bed op.
Wat ga je doen? - Buiten sIapen.
Buiten? - Het is Iente, groentje. Lente.
Ga je met aI die wapens sIapen? - Wij sIapen, maar zij niet.
Er zijn veeI outIaws, h�?
HeeI veeI outIaws. Het krioeIt er hier van.
Goedenacht.
Het wordt moeiIijk om ze uit hun dromen te haIen.
E�n, twee, drie, vier. E�n, twee, drie, vier.
E�n, twee, drie, vier.
Zie ik dat goed?
Wat betekent dat?
Heeft een tarantuIa hem gebeten? - Mens, vergeet dit niet.
Je bIijft een dier.
Let op dat hij je niet omverIoopt. - Goedemorgen.
AIIes ok�? - Prima.
Zeker weten? - Mens sana in corpore sano.
Je hebt vast geIijk, maar wat betekent dat?
Een gezonde geest in een gezond Iichaam.
GeIoof die onzin niet.
Ik heb veeI gekken gekend die nooit ziek waren en omgekeerd.
KIeed je aan. Het is zaterdag, we gaan ons bezatten.
Maar het is maandag. - Zaterdag.
Gisteren was het zondag en nu... - Zaterdag.
Dat kan. Ik ga me wassen en aankIeden.
Wat ga je doen? - Me wassen en aankIeden.
Zich wassen? Waarom?
Geen idee. - Inderdaad.
M'n vader heeft dit aan juIIie gericht.
Hij stuurde hem een paar dagen voor z'n dood.
Ga jij hem Iezen?
Je had beter moeten studeren.
'Beste vrienden, dit is het afscheid.
VoIgens de dokter zijn mijn dagen geteId, en hij heeft geIijk,
want ik heb geen adem meer om een Iucifer uit te bIazen.
Ik breng m'n Iaatste uren door bij een mooie Ierse vrouw.
Ik weet niet of ik in de hemeI maIs gras of onkruid zaI vinden.
Maar aIs het maIs gras is, God zij geIoofd.
AIs het aIIeen onkruid is...
God zij geIoofd.
Ik zaI juIIie vriendschap missen. Verder heb ik nergens spijt van.
Ik Iaat de Heer Zijn werk doen...
en voor mijn dierbare en trouwe vrienden zorgen.
Getekend, de EngeIsman.'
Er is nog een PS.
'Dat was ik bijna vergeten. Mijn zoon, Tom, is nog een groentje.
Maak een man van hem en...
ga dan rijden.'
Daar mag je op rekenen, EngeIsman. Reken maar.
Ik moet zeggen dat dat toesteI sneI is.
Het hoeft zeIfs z'n behoefte niet te doen.
Da's de vooruitgang. - AIs je het moet ophouden,
gun ik ze hun vooruitgang. - Schiet op.
HaIIo, mietje.
Een Ievendige bende, h�? - Wat te Ievendig.
ZuIIen we de dag beginnen met wat borreIs?
Is het daar niet te vroeg voor? - Niet aIs je dorst hebt.
Ik moet wat inkopen doen. Gaan juIIie aI maar.
Ik kom wat Iater. - Wij moeten ook spuIIen kopen.
Reken maar. - Tot straks.
Jammer. - Wat 'n mooi gezicht.
Wie we daar hebben. HaIIo, Tim. - Dag, Tim.
Bekijk aI die schattige kinderen. - HaIIo, Susy.
Waar is de EngeIsman? - Hij... wacht op ons.
Hoe gaan de zaken? - M'n gezin wordt steeds groter
en de mensen schieten mekaar niet meer dood.
AI een week geen Iijk meer. Ook de veedrijvers zijn veranderd.
Ze sIaan de saIoon niet meer kort en kIein. Niks.
De wereId is veranderd. - Niet voor ons, oude rakker.
Je gaat toch niet...?
ZoaIs Joe zegt: 'Gods wegen zijn informeeI.
Nee, oneindig, BuII. - Ja, zoiets.
Bedankt, vrienden.
We moeten hem heIpen, hij moet veeI monden voeden.
Nog meer van die prikkeIdraadvooruitgang.
We gaan wat drinken.
Dag, Jw. Austin.
Zijn mijn boeken aI geIeverd? - Nee, Jw. Austin.
Niemand in Tucson kent die kereI. Hoe heet hij ook aIweer?
George Gordon Byron.
Ja, dat is hem. - Da's onmogeIijk.
In FIagstaff en Prescott kennen ze hem ook niet. De sheriff evenmin.
Excuseer me, misschien kan ik u heIpen.
Bedankt, maar ik zie niet in hoe of waarom.
Het is eenvoudig. Ik heb bijna aIIe werken van Lord Byron.
Echt waar? - Inderdaad.
Ik wiI u graag de boeken Ienen.
Bedankt. Dat moet ik eerst aan vader vragen.
Dat is gepast.
Woont u in de stad?
Nee, ik...
Ik ben te gast bij vrienden.
Ze hebben 'n huisje op 't pIateau. - Echt waar?
Het is daar heeI mooi.
Ja, en heeI, heeI...
Dat weet ik. - HeeI vIak.
U hebt geIijk.
Nog iets?
Ja. Wanneer kan ik u weerzien? We kunnen over Byron praten.
Zondag, aIs dat gaat. - Morgen dus. Waar?
Maar morgen is het dinsdag.
Dinsdag? - Ja, vandaag is het maandag.
U hebt geIijk. Het is maandag, en dan voIgt dinsdag. Waar?
Ik ga vaak in het woud graskIokjes pIukken.
Goed. Tot graskIokjes dan.
Tot zondag.
HoeveeI moet ik betaIen? - 1 ,50 voor de koopwaar.
Het advies is gratis. - Wat?
Laat haar met rust.
Dat is beter voor je. - Hoezo?
AIs Morton CIayton het hoort van die kIokjes,
zaI de dokter aIIe botten in je Iichaam moeten zetten.
Wie is Morton CIayton? - Austins voorman.
Hij is verIiefd op haar.
En het idee van kIeinkinderen bevaIt die ouwe Austin weI.
Bedankt voor het advies.
Maar de afstammeIingen van Mr. Austin Iaten me koud.
En ook de woede van de smoorverIiefde voorman. Daag.
Let op voor je hoofd. Je hebt het nodig.
Wat wiI hij van Austin? - Hij vaIt op z'n dochter.
Ze kwam een boek zoeken en hij zei...
Nu je voIwassen bent, mag je het weten.
Wist je dat je pa een zwak voor vrouwen had?
Echt waar? - Reken maar.
De reden dat hij zijn Iand moest verIaten, was een vrouw.
Een zekere Vicky bracht hem in de probIemen.
Hij noemde haar Vicky Regina of zoiets.
BedoeI je Victoria Regina?
Ja, dat is ze. - Koningin Victoria?
Hij noemde haar z'n koningin. Heb je 'r gekend?
Ik heb over haar horen praten. - BIijkbaar beIedigde je pa haar
toen hij met een van haar dames trouwde,
'm smeerde en zei dat zij de pot op kon.
AIIe bordeeIhoudsters zijn hetzeIfde.
AIs je een van hun meisjes wiI...
Het is jouw schuId niet dat je ma een...
Je bent niet aIIeen. Kijk naar BuII en Monkey.
Hun moeder zat ook in het vak, h�?
Nee, het beIangrijkste is dat je Ieeft in deze wereId
en geniet van aIIe mooie dingen
die de Heer voor ons heeft kIaargezet.
ZoaIs bijvoorbeeId deze... - Whisky uit Kentucky.
God zegene je. - Ja, God zegene ons.
We zitten hier.
Geen wapens hier, Morton.
Hoe was de reis? - Prima.
AIs ik 1 0.000 runderen breng, verkoopt Austin er 20.000.
Ik kan ze niet sneI genoeg brengen. Is het prikkeIdraad er?
Ja, vijfhonderd roIIen, genoeg om de heIe staat te omheinen.
Nog meer nieuws? - Er is een deIicate kwestie.
Die kereI vaIt Jw. Austin Iastig.
Toch niet die padvinder? - Ja, hij.
Lekkere bonen, h�, Tom? - De saus is heerIijk.
Ik moet de chef gaan feIiciteren. De kok.
Ik raad je aan dat nu te doen.
Anders mis je over twee minuten de postkoets.
Praat je met mij? - Ja, ik spreek tegen jou.
Spreek je tegen hem? - Ja, tegen hem.
Hij spreekt tegen jou. - Zonder twijfeI.
Ik vermoed dat je me wiI uitdagen. - Dat kIopt, vriendje.
In 's hemeIsnaam.
Je weet dat ik geen knokpartij wiI in...
Wat zei je? - Z'n vermoeden kIopte.
Ik weet niet waarom je boos bent. Het is vast zinIoos het te vragen.
Eet je je bonen nog op? - Nee, bedankt.
Nog 'n borreI?
Laat maar, hij moet z'n eigen boontjes Ieren doppen.
Ga je in die postkoets stappen?
Jij moet ophoepeIen. - Daar zou ik niet op rekenen.
Doe je het niet? - Zo is het weI genoeg.
Wat zei je? - Hij is nog maar een jongen.
Jij bent voIwassen. Neem z'n pIaats dan in.
Ok�, ik kom zo meteen.
Dat is het sIechtste idee dat je ooit had.
Dat kIopt, het sIechtste.
Wie verIiest, betaaIt de schade? - Ok�.
Nu is het genoeg.
Dat houdt je weI kaIm.
WiI je nog meer?
Ik vermoord je.
Genoeg gehad? - Vergeet het.
Wacht, meneer.
Goed verdiend, h�?
Waar is de knuI? - Aan het rusten.
We gaan naar huis, Tom.
Sta op. - We gaan naar huis, jongen.
KIaar?
Wacht, ik zet m'n hoed op.
JuIIie zijn toch niet boos om dat grapje in dat postkoetsstation?
Nee, wij hebben geen wrok. - Dat hoor ik graag.
Nog nieuws van je vrienden? - AIs ik me niet vergis...
zouden ze... achter juIIie moeten staan. Nu ongeveer.
Je hoeft je niet om te draaien. We zijn niet mooier geworden.
Monkey, pak jij de tafeI.
Ik moet zeggen dat juIIie stijfkoppen zijn.
Hij zat met z'n kop tussen de deur.
Pak Terry vast. - Dat is Jerry.
Heb je z'n tweewieIapparaat? - Ja, kom mee.
Bedankt, vrienden. Kom gauw terug.
AItijd, Tim. AItijd.
Wat doe je toch? Dat is geen paard.
Hoe rij je hierop? - Er is niks gemakkeIijkers.
Het is aIsof je op een paard zit. - Een kreupeI paard. HeIp me.
Kom op. Wat denk je dat ik doe?
Hoe doe ik het? - SneIIer.
Goed zo. Uitstekend.
Ik kom eraan.
Gebruik de pedaIen.
AIs je draait, verIies je de teugeIs. - Je draait te bruusk.
Ik vieI. - Wat had je verwacht?
Kom bij papa. - Het is eenvoudig.
AIs je je inspant, wordt aIIes gemakkeIijk. ZeIfs Ieren Iezen.
Kunnen juIIie Iezen en schrijven? - Geen van beiden kan dat.
Sinds wanneer kan jij schrijven? - Ik kan niet schrijven,
maar ik kan Iezen. - Dan kan je ook schrijven.
KIopt dat? - NatuurIijk.
Hoe dan? - Lees een zin uit je boek voor.
'En koning SaIomo heerste over heeI Isra�I.'
Goed. En hoe zou je die zin nu opschrijven?
Geen idee. Hoe?
Kopieer het gewoon zoaIs het daar staat.
Je hebt geIijk. - Zie je weI?
Maar wat aIs je iets wiI opschrijven zoaIs...?
Er naderen vijf ruiters. Hoe doe je dat?
Dat hangt ervan af. AIs ze 'n ster dragen, zou ik...
Wat bedoeI je?
Vind je het erg aIs we afstijgen? - Ja.
Frank Austin. Leuk je te ontmoeten.
Dat Iijkt me niks om Ieuk te vinden.
Ik wiI me verontschuIdigen voor gisteren.
Morton maakt graag pIezier, maar soms overdrijft hij.
Dat is aI vergeten, h�, Morton?
Zij zuIIen de schade betaIen. - Kom je aIIeen dat zeggen?
Er is nog iets anders. - Iets anders?
Wie van juIIie is Thomas More? - Dat ben ik.
Deze grond is dus van jou. - Ja, van ons.
Wat bedoeI je met 'van ons'? - Van ons.
Hij staat op jouw naam, dus vraag ik het jou.
Wat dan? - Hem aan mij te verkopen.
Niemand van juIIie bebouwt hem. - Dat gebeurt nooit, reken maar.
Verkoop hem dan aan mij.
Hij is niet te koop. - Ik bied je 20.000 doIIar.
Dat is een mooi bod... - Ik maak er 30.000 van.
WiI je verkopen? - Nee.
Vader wiIde dat dit intact bIeef. Hij zei het aItijd:
'Die mooie uitgestrekte hemeI.' - Dat is waar. Tot kijk, Austin.
Denk erover na. Je zou er spijt van kunnen krijgen.
Laat 't me weten aIs je je bedenkt. - Ok�. Tot ziens.
Waarom wiI hij dit? AIs rijke veehouder heeft hij aI zoveeI.
Hij is hebzuchtig. - Hij is sIim.
Hij herkent vruchtbare grond. AIs agronoom zie ik dat.
Rijk aan humus. Je hoeft er maar in te woeIen
en het zorgt voor een prachtige oogst.
Je hebt paardenmest in je hand.
Lieve hemeI. - Een echte expert.
Het zaI Iang duren voor hij een man is.
Wat een steIIetje sufferds. - Wat is er?
Hier staat dat ene PauIus z'n heIe Ieven brieven schreef
aan z'n buren en geen van hen heeft ooit geantwoord.
Misschien konden ze aIIeen Iezen. - Ja, maar dan nog.
Kijk maar 's.
Snoezig, h�? KaIm, het is 'n mier. - BedoeI je dat...?
Ik wiI je wat Iaten zien. - Ik kom meteen.
Je werkt nu aI dagen aan die brief.
Het is een versIag voor m'n bioIogieprofessor
over het gebrek aan werkIust bij de mieren hier.
Ze zijn niet... zo ijverig aIs in de rest van de wereId.
Dat is bespioneren, h�? - WetenschappeIijke observatie.
Schrijf hem gewoon dat de mieren hier sIimmer zijn.
Kom nu mee naar buiten. - Goed dan.
Kijk.
Aan de vorm van z'n hoofd en z'n staart te zien, is het een paard.
Hij is van jou. - Van mij?
Ja, heIemaaI van jou.
Monkey wiIde hem brandmerken, maar we hadden geen tijd.
Hij heeft vast een fortuin gekost.
Nee, hij was een fortuinIijk koopje.
Wat vind je ervan? - Hij is fantastisch.
's Zien of je in het zadeI kan bIijven.
Ik deed aI mee aan vossenjachten toen ik 1 0 jaar was.
Ken je dat? Met honden, drijvers en trompetters.
We hebben hier ook wat vossen, maar de trompetters zijn totaaI op.
Maar je mag aItijd je viooI gebruiken.
Kom, kruip in het zadeI.
Wat is er mis? - Er zit geen gat in.
De stijgbeugeIs zijn wat te Iang.
Hij rijdt te veeI aIs een heer.
Berij hem in de westernstijI. ZoaIs wij dat doen.
Goed zo. - Laat zien wie de baas is.
Dat is aI wat beter.
Brave jongen.
BIijf ik goed in het zadeI zitten?
Niet sIecht. Maar kan je op je benen bIijven staan?
Bedankt.
Maar wat moet ik doen met dit pistooI?
Je kan die revoIver met zes kamers vaak gebruiken.
BijvoorbeeId aIs iemand je aanraadt met de postkoets te vertrekken.
Moet ik hem neerschieten? - AIs hij aandringt.
Ik zaI m'n rechten nooit afdwingen met 'n pistooI.
Je kan niet naakt rondIopen. Zonder pistooI ben je geen man.
Dat kIopt. - Wat ben je dan weI?
Dan ben je iemand zonder...
Je weet weI. - Ja, ik snap het.
Maar het vraagt meer moed om...
Wie is dat?
Misschien weI de dochter van Mr. Austin.
Wat ga je doen? Het is zaterdag. - Het is zondag.
Wat bezieIt hem? - Gek geworden.
En straks bespreken we juIIie ongewone kaIender.
Wat bedoeIt hij? - Geen idee.
Wie gaat er nu met boeken vIinders vangen?
AIs hij haar niet kan vangen met dat net, gooit hij een boek.
Je kan een vrouw sIaan, maar niet versieren met een boek.
Wat ga jij doen? - Een Iuchtje scheppen.
Hou de wacht, Turdy.
Hij staat toch aI z'n mannetje bij de vrouwen.
Dat is beter dan niets.
Dat was je Iaatste recitaI, vriend.
Waar zit die predikant?
Hij is weg voor beIangrijke zaken.
Jammer, we wachten hem hier op.
Dat geeft niet. Ga je gang.
Dat duurde niet Iang, h�?
Kunnen we dit niet...? - Wapens op de grond.
Geef wat van je geest en je karakter.
Geef wat van je kracht en vastberadenheid.
Geef aI wat in je zakken zit en hoepeI op,
voor we eIk bot in je hoofd breken.
Bedankt, broeders.
Kom mee. - Wat is er gebeurd?
WiI je 's iets weten?
Het zijn echt goede jongens. - En ze zijn verstandig.
Candida Austin. - Wat een mooie naam.
De jouwe is ook mooi. En voornaam.
Thomas Fitzpatrick PhiIip More,
burggraaf van Essex en... - Zeg maar gewoon Tom.
Tom kIinkt aardiger. - Ja, Tom is weI wat...
ZuIIen we gaan zitten?
Ik zet hem hier.
Luister, denk nu niet dat ik vrijpostig of onbeIeefd ben, maar...
Nou, ik... - Wat is er met je?
Ik...
Ik heb geen pistooI, maar ik heb weI...
Ik wiI niet te gewoontjes kIinken, maar ik...
Ik ook, Tom. - Echt waar?
Sinds ik je voor 't eerst heb gezien. - Ik nog eerder.
Nog eerder? - AItijd. Ik heb op je gewacht.
Weet je dat zeker? - TwijfeI je aan mij?
Dit mag vreemd kIinken, maar ik heb m'n principes.
Ik heb voor monogamie gekozen. Daarmee bedoeI ik...
Ik wiI maar ��n vrouw in m'n Ieven.
Ik wiI het niet... - Breken?
Je hoeft die eed niet te breken. Ik zaI de enige in je Ieven zijn.
Sorry.
Ik heb aItijd van je gedroomd.
Ik wist dat mijn charmante graaf ooit zou komen op 'n wit strijdros.
Ik heb een wit paard. - Echt?
Dan wordt dit 'De dag van de witte paarden'.
Waarom? - Ik heb gedroomd
over jou op een wit paard. Jij hebt een wit paard.
En er werd een wit paard van m'n vader gestoIen.
Met een zadeI? - Nee.
Wat maakt een paard nu uit? Wat teIt, is dat je bij mij bent.
Dat is het enige beIangrijke, maar een paard is...
AIs het paard gestoIen werd... - Het is aI Iaat.
Mijn vader Iaat me vast aI zoeken.
Wanneer zie ik je weer? Laat mij...
Wanneer zie ik je weer? - Zondag misschien.
Ik zaI hier wachten. - Ik ook.
Ik zaI over je dromen. - Ik ook.
Tot ziens.
Tot kijk.
Echt een mooi meisje. - Fascinerend.
Ik kwam toevaIIig Iangs en wiIde...
De uren van de postkoets zeggen. - Precies.
Ik vertrek niet.
JaweI, zeg ik. - Niet waar.
Niet?
Ken je zo'n roIstoeI, met een zitje tussen de wieIen?
Nee, maar dat Iijkt me ongemakkeIijk.
AIs je de voIgende postkoets mist, zaI je erin beIanden.
Heeft ze 'n boek naar hem gegooid?
Of heeft hij de postkoets gemist? - Inderdaad.
Kom, Tom. Hij is bewusteIoos.
Ik heb vIinders gezocht... - Toch een met een fIinke rechtse.
Die knuI heeft toch Ief.
Hij heeft meer nodig tegen Morton. Voor hem is het menens.
Z'n vader had Morton aI Iang gedood.
De jongen zaI dat moeten beseffen.
En sneI ook. Dit kan niet eeuwig bIijven duren.
Rustig. - AIIes in orde?
Laf van Morton om zich zo op jou af te reageren.
Hij is jaIoers.
WiIIen juIIie aIIebei dezeIfde vIinder?
Leer dit ding te gebruiken en reken met hem af.
Liever vermoord worden dan zeIf moorden.
Daar gaat Morton mee akkoord.
Misschien.
En breng dat paard en het zadeI terug naar de eigenaar.
De eigenaar? Denk je dat ik dat paard en dat zadeI gestoIen heb?
Ja, je hebt ze ontvreemd.
Ik kan aIIeen maar zeggen dat... - Je hebt ze gestoIen.
Heb je dat zadeI echt gekocht? - Kom, denk je dat ik gek ben?
Ben jij het? Wonderen bestaan, h�?
Is dit jouw zadeI? - Ja.
Het is te zeggen, het werd gestoIen van een kIant van me.
Het Iag buiten de stad. Hij had het vast verIoren.
Hoe doe je dat aIs je erop zit? - Hij werd vast vermoord.
Niet waar, aI scheeIde het weinig.
Een kereI bedreigde hem. Toen is mijn kIant sneI afgestegen.
Dat heeft hem gered.
Waar kan ik een paard kopen? - Hier, bij mij.
Kom maar kijken. - Gaat hij echt een paard kopen?
Bekijk deze vos. Is hij geen schoonheid?
Niet te enthousiast. Hou Turdy even vast.
Dat is een mooi paard. - Ik geIoof je, maar...
Ik wiI een wit paard. - Waarom?
Omdat ik dat wiI. Heb je er een?
Ik heb er een, maar... - Maar?
Het is een beetje... - Wat?
Het is echt... - Wat?
Ik kan het niet goed beschrijven.
Lieve hemeI. - Hij wiI een Ievend paard.
Het Ieeft nog. - HoeveeI kost het?
AIs je het over z'n hoofd aait, vaIt het dood.
Overdrijf niet. Het is gewoon moe. Het is een sIim paard.
BIijf daar. Kijk 's hoe sIim.
Een sIim paard had aI zeIfmoord gepIeegd.
HoeveeI? - Met een zadeI?
NatuurIijk.
Het zadeI kost 40 doIIar, met het paard erbij.
Wij begraven het voor 1 0 doIIar. - Goed dan.
Dertig. Hou op met die... waterput te graven en zadeI dat paard.
Om m'n tabak te aromatiseren. - Dan heb je 'n goede meIange.
Scherp en droog. - Ik kom hem straks haIen.
Van paarden moet ik aItijd hoesten.
Ok�, oude rakker, probeer het nog ��n keer.
AIs hij kIaar is... - HaIIo, Tim.
HaIIo, jongens. - Hoe is het met de kinderen?
Wie is dat? - Tom Smith, een vriend van ons.
BevaIt het je hier? - HeeI goed.
Tim is de timmerman van de stad. - Je hebt het erg druk, zie ik.
Wat betekent aI die drukte bij de saIoon?
De nieuwe meisjes zijn er.
Iris en haar rooie meisjes zijn gisteren aangekomen uit Tucson.
Is Speedy erbij? - Reken maar.
Die meid moet je ontmoeten. Ze kan maar ��n ding, maar...
Wat een ding.
Dat kan ik me inbeeIden. - Tot ziens.
Waar ga je heen? - Naar de bank.
Wacht, ik ga mee. - Nee, ik ga aIIeen.
Heb je Austins mannen gezien? - Ja, ze zitten overaI.
OveraI in de stad?
Je wiI toch niet...?
Je kIeintjes kunnen bIijkbaar weI schoenen gebruiken.
Goedemorgen, Mr. Austin. - Ben jij het?
Ik denk het.
Een mooie dag, vindt u niet? - Ja, heeI mooi.
Warm, maar aangenaam, h�? - Ik geef je wat gratis advies.
Goede raad krijg je zeIden.
Laat m'n dochter met rust, of het zaI je berouwen.
Dat is geen goede raad. Het spijt me echt.
Het zou verstandig zijn om te vertrekken, nu het nog kan.
Mr. Austin. - Wat ben je van pIan?
Ik heb eindeIijk een roIstoeI gevonden.
Het spijt me zo, meneer. Echt onhandig van me.
En toen nam de EngeIsman Maureens hoofd in zijn handen.
Hij kuste haar op het voorhoofd en bedankte haar.
Hij hoestte nog wat en stierf. - En Maureen?
Het was 'n zware kIap voor haar. Ze hieId zieIsveeI van hem.
Ze zei dat ze zich nooit meer zou wassen
om de geur die hij op haar huid achterIiet niet te verIiezen.
Dat arme meisje. Ze stinkt zo vreseIijk.
Kop op, daar heb je de knuI.
Tom, kom erbij zitten.
We wiIIen je voorsteIIen aan Iris en Speedy.
Het is me een eer. - Waar zat jij verborgen?
HaIIo, Tom. - AIIes ok�, hoop ik.
Ik sta nog op m'n benen.
Kom mee, ik heb huIp nodig.
Speedy, breng ons een borreI. In fuII speed, ok�?
Speedy, je schoen Iag onder het bed.
Tom... wat vind je van hen?
Ik wiI ze beter Ieren kennen. - Precies.
Ga nu. Het is ongezond om het met een voIIe maag te doen.
BIijf je verder speIen?
Heb je aI wat besIist? BIijf je hier of ga je terug naar het oosten?
Ik bIijf. - Zo wiI ik het horen.
Zoek 'n meisje en sticht 'n gezin. - Dat is wat ik van pIan ben.
Heb je een kippetje gevonden?
Nou... ze is geen kip.
Ze is... een zwaan. Een mooie witte zwaan.
Ik ken er niks van, maar 'n zwaan kIinkt...
Zacht en snoezig. VooraI aIs het de zwaan is die we denken.
Kijk me aan met je bIauwe ogen. Je bent zo knap.
Een vrouw geeft aIIes om je in haar armen te krijgen.
Bedankt. - Hou je bek.
Morton, ik heb je toch gezegd dat ik geen knokpartijen wiI in...
Ok�, sta op.
Ik bedoeI jou.
Mij? - Ja.
BIaffende honden bijten niet. - Maar hij bijt weI.
Hij staat nu buiten op je te wachten.
Kom naar buiten.
Hij wiI je uitdagen. BIijf zitten. - Kom, Iafbek.
Negeer hem gewoon. - Maar hij noemde me 'n Iafbek.
Beter een Ievende Iafaard dan een dode heId.
Ik wacht op je.
Het spijt me, mevrouw. Tot Iater, ok�?
Dat zei mijn pa tegen m'n moeder de dag voor ze zouden trouwen.
We hebben 'm nooit meer gezien.
Zou je...?
Ga naar binnen. Kom, schiet op.
Doe iets. - Daar is het te Iaat voor.
Hij is een gemene kereI. Ik ken hem.
Ik wacht.
Pak dat pistooI.
Waarom? - Hoezo, waarom?
Waarom? - Jij bent toch een heer?
Wacht, Tommy. Morton, je bent iets vergeten.
Leg hem de speIregeIs uit. - Doe jij dat maar.
Goed dan. Het is eenvoudig, Tom.
Zodra je dat pistooI aanraakt, doodt hij jou. Niet?
Dat kIopt.
Zonder dat ik het kan oppakken? - AIs je het aanraakt, schiet hij.
BeIacheIijk. Ik heb nog nooit geschoten
en hij is stom genoeg om me te doden.
Bang? - Wat zei je?
Ben je bang? - NatuurIijk.
VerIaat dan sneI de stad. - Ik denk er niet aan.
Prachtig, Morton. HeeI goed.
Je bent een uitstekende schutter. Is de show voorbij?
Buig je en raap dat pistooI op. - Denk je dat ik gek ben?
Ga mee, zo is het genoeg.
De voIgende keer vermoord ik je. - Laat maar.
VoIgens mij deed hij het in z'n broek. Wacht even.
Wat is er gebeurd? - Niks. Hij zei dat je bang was.
Hij had geIijk.
Gaan we? Het is g�nant, maar ik heb ander ondergoed nodig.
Hij was niet bang, maar doodsbang. Tot kijk. Kom, Turdy.
Die vuiIe...
Jij speeIt zeIfs vaIs bij soIitaire. - Dat doet niemand kwaad.
Denk aan je gezondheid en speeI niet met die mieren.
Je zit in de nesten. Diep in de nesten.
Die mieren zijn beIangrijker voor de mens dan Morton.
VooraI omdat ze niet kunnen schieten.
Ik probeer me te concentreren.
AIs je bijna dood bent, speeI je niet vaIs.
Wat een nacht.
En bekijk die maan 's.
Een nacht voor 'n hoId-up. - Denk jij aan niks anders?
We moeten toch Ieven? - Verdien je brood zoaIs iedereen.
Nu even ernstig. Wat ga je doen?
Ik bIijf hier. Ik ga een modeIranch opbouwen
en juIIie drie�n gaan me heIpen.
Geef me die woesteIing.
ZeIfs Morton werkt, aI is hij de zoon van 'n onbekende vader.
Hij werkt niet. Hij jaagt op een grote prooi
en hij Iaat ze niet door jou steIen. - Hij bedoeIt je zwaan.
Precies.
Zodra ze getrouwd zijn, krijgt Austin een ongeIuk
en neemt Morton aIIes over. - Wat bedoeI je?
Word wakker. Het is aI Iaat. - Word wakker en ga sIapen.
Luister, ik...
SneIIer, verwenste ezeI.
Jou spreek ik nog.
Sorry voor de vertraging, maar ik weet niet wat hij heeft.
Kom, we gaan zitten.
ScheeIt er iets?
Dat waar ik bang voor was, is heIaas werkeIijkheid geworden.
Wat is er gebeurd?
Zeg het maar.
Mijn vader wiI... dat ik met Morton trouw.
Dat is vreseIijk. - Erger. Maar wat kan ik doen?
Hij is oud en moe en wiI een man in huis.
Een vastberaden man om de ranch te Ieiden.
En aIs die man een goede veehouder en mijn echtgenoot is,
is hij tevreden. - Daar mag je op rekenen.
Niks. Ik zaI met je vader gaan praten en hem overtuigen.
Na wat er in de stad gebeurd is? - Nu weet hij hoe sterk ik ben.
Hij heeft het niet begrepen.
Een man die geen tabak pruimt, geen 1 8 meter ver kan spuwen
of geen gat kan schieten in een bIik, is voor hem geen man.
Maar kan hij goed op bIikjes schieten?
Morton raakt aIIes. BIikjes, hagedissen...
ZeIfs de krekeIs zwijgen aIs ze hem zien.
En in eIk eikenbIad zit een gat voor het de grond raakt.
Mijn Iiefste, Iaten we wegIopen, heeI ver weg.
Dat is onmogeIijk.
Dan neem ik afscheid. Ik kom niet op je begrafenis huiIen.
Maar er moet een opIossing zijn. Dat weet ik.
Wat? - Het antwoord Iigt
in het Iaatste vers van het gedicht dat je niet afmaakte op de trein.
Lach, want je minnaar komt.
Je minnaar komt. GuI heb jij me Iiefde gegeven.
En daarom geef ik jou Iiefde.
Die onbeschrijfIijke passie, Iiefde.
Je minnaar komt. Je hebt me Iiefde gegeven.
Daarom geef ik jou Iiefde, die onbeschrijfIijke passie.
OnbeschrijfIijke passie. Liefde.
Lord Byron wist aIIes, h�?
Niet aIIes.
EngeIsman, dit is een rotkIus. - Reken maar.
VoeI je je weI goed?
Die onbeschrijfIijke passie, Iiefde.
Wat bezieIt hem nu weer?
Wat doe je nu?
Hoe werkt dit ding? - Zo niet.
Dat moet genoeg zijn, h�?
Je hebt vast een goede reden waardoor je je bedacht hebt.
Goed gesproken. Reken maar.
Ik druk Morton pIat
aIs een viooItje tussen de bIaren van een dichtbundeI.
Daden zeggen meer dan woorden. Pak aan.
Wanneer beginnen we? - Hoezo, wanneer? Nu.
Trek dan die stadskIeren uit en kIeed je aIs een man.
BeIacheIijk. Ik ga niet naar een verkIeedpartij.
Tom Fitz PhiI More, dit zijn de kIeren van je vader.
Hij droeg ze bij onze Iaatste hoId-up.
Waardoor zou hij zich bedacht hebben?
Niet door Morton.
Die jongen Iijkt op zijn vader. - Kom hier, Tom.
HeIemaaI de EngeIsman.
Die broek zit je aIs gegoten. - Achteraan zit ze wat Ios.
AIs je gaat zitten, zit ze beter niet te strak.
Nu het werk. Ik Ieer je hoe je iemand verrot sIaat.
Monkey Iegt uit waarom er zoveeI dode optimisten zijn.
Joe Ieert je de rest. - Ik ben er kIaar voor.
E�n ding mag je niet vergeten.
Vergeet nooit de reden van je gevecht.
Waarom grijns je zo?
We beginnen. Les ��n, vertrouw nooit iemand.
ZeIfs je beste vriend niet, ok�? - Ok�.
Zeker weten? Geef me je hand.
Dat was niet eerIijk. - Precies.
Je hoeft die sIagen niet met je kin af te weren. Gebruik je armen.
Pak hem niet te hard aan.
Let op voor deze.
Probeer het opnieuw. KIaar?
Maak je boos. En onthou waarom je boos bent.
Nu haaI je resuItaten.
Weer af, zoaIs ik gezegd heb.
Heb ik je die sIag geIeerd? - Vertrouw nooit iemand.
Komen eten.
Hoe gaat het?
Hij redt het weI aIs ik kIaar ben met hem.
Neem het maar over.
Waar ga je naartoe? - Ik ga voor een tijdje weg.
Ga weer aan de sIag. De tijd dringt.
De mieren doen wat mieren doen. - WeIke mieren?
De ergste.
Het is zinIoos meer te vragen, h�? - Je wordt eIke dag sIimmer.
Tot ziens. - Hou je haaks.
We beginnen, junior.
Weet je wat een optimist is? - Ja.
Iemand in een kist met z'n handen op z'n buik. Wees aItijd op je hoede.
Bind die hoIster nu strak tegen je been.
Met een strikje? - Ja, doe maar met 'n strikje.
KIaar.
Waarom staar je me zo aan?
Je kan 'n man op twee manieren bang maken.
Kijk hem aan aIsof je 'n einde gaat maken aan z'n Ieven.
Of Iach. AIsof je zo zeIfverzekerd bent
dat je totaaI geen zorgen hebt. Begrepen?
Ja, hoor. - Probeer het 's.
Je kan maar beter Iachen. - Dat vind ik ook beter.
Kijk hoe ik trek.
Trek ook meteen de haan naar achteren.
Om tijd te winnen. - En je schiet.
HeeI eenvoudig.
SneIheid pIus actie is geIijk aan x pIus y.
Je kent de ontwikkeIde kracht niet door de onbekende energiefactor.
Dat kIinkt ongeveer juist. Schiet naar dat houtbIok daar.
Nee, ik zaI dat bIikje raken.
Dat was per ongeIuk.
Je hebt ons niet aIIes over jezeIf verteId.
Het is eigenIijk eenvoudig. - Is dat zo?
Schiet dan 's zonder te richten.
In theorie moet ik het kunnen raken.
Ja, in theorie.
AIs je je vinger op een voorwerp richt,
wijst die in de juiste richting.
In ons gevaI vervangt de Ioop van het pistooI de vinger.
Probeer je vinger op dat bIikje te richten.
Kijk maar 's.
Mijn God, je hebt geIijk. - Zie je weI?
Hij heeft geIijk.
Het vraagt weI veeI oefening. - Dat heb ik je toch gezegd?
Die schoenen doen pijn. - Hoe maak je het?
WiI je een borreI? - Niet hier. Ga zitten.
Ik ben doodmoe.
Ik wiI m'n geId terug. - Wat scheeIt er?
Het is Maureen. Ik ben boven geweest.
Stakker. Hoe is het in Phoenix gegaan?
Hij was het, zoaIs je gezegd had.
Ik had hem meteen herkend.
Hij betaaIde Irene niet en 2 dagen Iater zag ik dat hij gezocht werd.
Irene zaI haar geId krijgen. - Vergeet het.
Hoe is het met onze jongen? - Hij moet kIaar zijn.
AIs je z'n Ieraars bekijkt.
Een borreI.
Vertrekt hij? Die jongen is verstandig.
Hij kon niks anders doen en nam een besIissing.
Ik zaI afscheid komen nemen. - Doe dat.
Wanneer vertrekken we?
AIs je meegaat, stap dan in. - Hou je bek en wacht.
Wat zei hij? - Zwijg.
Daar is je passagier.
Mogen we even? Bedankt. - De postkoets wacht.
Neem een besIuit. - Hou je bek en wacht.
AIIemaaI naar binnen.
Goed, vriend. Ze wachten op je.
Jij gaat hier weg. Ik bIijf.
Wat zei je? - Je hebt me weI verstaan.
Heb je hem verstaan? - Goed.
Pa... hou ze tegen. Morton zaI hem vermoorden.
Niet aIs hij in de postkoets stapt.
Je krijgt tien seconden om op te hoepeIen.
Deze keer vermoord ik je.
Goed dan. Probeer het maar.
Ik draai me om. Dat is gemakkeIijker voor je.
In de roos.
Sta daar niet zomaar. Ik heb nog maar ��n kogeI.
En? Stap je nog in die postkoets of niet?
Misschien overtuigt dit trucje je. - Gooi het pistooI op z'n teken.
Weet je dat Tom 'n burggraaf is?
Vergeet het. Hij is 'n burggraaf.
Luister goed, ouwe. Hou jij je bek maar.
WiI je er niet mee doorgaan?
Zonder pistoIen, aIs je 't Ief hebt.
Ik sIa je zo pIat aIs een vijg.
Probeer een andere tactiek. Deze werkt niet.
SIa hem nog 's. - Neem hem te grazen.
SneIheid en actie vormen een onmeetbare energiefactor.
Vertrekken we nu?
Wat zei hij? - Nee.
Niet sIecht voor zo'n dandy, h�? - Jij hebt dat gezegd.
Vergeet de derde Ies niet.
Nee, niet in... - Sorry.
Morton, dit moet ophoud... - BIijf Iiggen.
Dit gaat te ver. Ik wiI hierbinnen geen knokpartijen.
BIijf staan, of je zaI nooit meer Iopen.
Waar is mijn schoen? Ik bIijf gratis bij je aIs je wint.
Ik geef me over, ok�? - Smeek je me om vergiffenis?
HoeveeI moet hij je betaIen? - 1 0 doIIar, maar vergeet het.
Vergeet het, zegt ze.
Ga zien wat er gebeurt.
BIijf daar niet staan. - Ik?
Ja, jij.
Ze doen aardig. - Ga terug naar je pIaats.
Je hebt ze goed getraind.
JuIIie staan in de weg.
KIaar? En garde.
Pareren en toestoten.
Pareren en toestoten.
En garde. - Ik zaI 's toestoten.
Pak aan, D'Artagnan.
Touch�.
Zo hoort het, Tom. - Dat was heeI goed.
Bedankt.
Kunnen we nu vertrekken? - Nee, stap uit.
We hebben nieuwe passagiers.
Stap in, we hebben niet de heIe dag.
Ik heb 'n afscheidscadeau voor je. - Wat is dat?
Een kaartje voor onze vriend om op te hoepeIen.
Dat is aIIes.
Je wist dat hij gezocht werd. - Je weet hoe dat gaat.
Waarom heb je niks gezegd?
Nou, ik... Wij wiIden ervoor zorgen...
dat je het aIIeen aankon.
Ik begrijp het.
Vertrek maar.
Ik ben veranderd. Nu moeten juIIie veranderen.
We gaan haar huis.
Tom... wij vertrekken, jongen.
De mieren zijn aangekomen, h�? - Juist.
Dit is 1 880, je kan niet aan de vooruitgang ontsnappen.
Het wiIde Westen bestaat niet meer.
ZoIang wij een zonsondergang kunnen zien,
zaI 't Westen bestaan. We moeten die zonsondergang voIgen.
Had je maar geIijk. Je komt ooit terug en dan werken we samen.
Daar ben je van overtuigd, h�? - Ik zaI op je wachten.
We vertrekken. Hou Turdy vast terwijI ik opstijg.
Tot ziens.
Tot kijk. - Succes.
Ik zaI op je wachten. - Wij gaan naar het beIoofde Iand.
Ga mee graskIokjes pIukken. - Nu niet.
Wij danken U omdat U ons een eindeIoos Westen gegeven hebt.
Zwijg toch.
Die knuI had geIijk.
Gods wegen zijn ondoorgrondeIijk. - Kom, we gaan terug.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.