All language subtitles for Het Smelt 2023

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic Download
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German Download
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish Download
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

En nu kussen.

Goed zo.

Fantastisch.

Ja. Eva?

Wat hoger, alsjeblieft. Nog een beetje.

Mooi.

Zo is het goed. Zullen we eens kijken?

Dat is mooi.

Ze zouden het nog voor onze neus gedaan hebben.

Wil je iets gaan drinken?

Nee, ik kan niet. Ik heb met mijn zus afgesproken.

Bestaat die zus echt? Of is het gewoon een goed excuus?

Ze bestaat echt.

Ik begon al te denken dat het aan mij lag.

Met een boek en mijn telefoon en ik weet niet wat nog allemaal. Dat was echt niet te doen.

Maar dan werkt het wel echt, want we hebben echt keihard gelachen.

Goed, ik ben eens weg.

Hoe? Jij blijft toch slapen?

Nee. Sorry.

We hebben de sleutel van ons huisje gekregen vandaag.

Maar... kom anders mee.

Nu, papa en mama komen ook nog even langs. Dat je dat weet.

Doe eens niet zo.

Als ik onze ouders wil terugzien, dan mag ik dat toch?

Of ben je boos omdat ik niet blijf vanavond?

Maar je begrijpt toch dat we in ons nieuwe huisje willen slapen?

Hè, zus?

Ben je kwaad? - Nee, het is oké.

Maar nee, je bent boos.

Nee, het is oké. Sorry, het is goed.

Ik zie je wel met de verhuis.

O, Molly.

Ga je me missen, Molly? Ik jou ook.

Pak jij de rest zaterdag mee? Ik kan dat niet allemaal dragen.

Tuurlijk. - Oké.

Dus Molly blijft bij mij?

Ja. Ze is het hier toch gewoon.

Volgende keer blijf ik en dan gaan we een film kijken en dan doen we iets tofs samen.

Allee, ik wil wel een kus. - Dag.

Geef me een kus.

Love you. - Love you, too.

Tot zaterdag.

het verleden zit in je hoofd, de toekomst ligt in jouw handen

Eva.

Eva. Ben je klaar? Ik wil vertrekken.

Sneller, sneller, sneller.

Ah. Dag, lieve schatten. - Dag, Marie.

Laurens? Eva is er.

En meisjes, blij dat het vakantie is, zeker? Ja, dat zal wel. Kom eens hier.

Zeg, wat heb ik gehoord?

Dat je zo'n goed rapport hebt. Ja? Ik heb nog iets voor jou. Niet zeggen, hè.

Hier, steek dat maar weg. - Dank je.

Oei.

Dat is een beetje te klein aan het worden. Je moet aan je mama eens een nieuw vragen.

Allee.

Hij laat weer op zich wachten. - Ik ben er.

Laurens.

Rustig, rustig.

Laurens. - Wat zit er hier?

Kijk, ik heb andere ogen. - Och. Wie ben jij?

Kiekeboe. - Ben jij nieuw hier?

Dat gaan we niet meenemen.

Neem eens foto's. - Flash. En nu zo, als baardje.

Allee... Om vier uur kom je terug naar huis? Je moet daar niet heel de dag rondhangen.

Hij heeft met zijn papa heel wat te bespreken.

En wegblijven van die beerput. Eva? Allemaal gehoord?

Blijf weg van de beerput. Kus?

Veel plezier, jongens. Geniet ervan met de drie musketiers.

Doei. - Dag, Marie.

Dag. - Dag.

Veel plezier.

Hier, ik zal eens een duwtje geven.

En de ene kers zei tegen de andere: Ik heb een scheet gelaten.

Die andere kers zegt: ja, 'kriek' het.

Kijk, dat zwembad is zo groot.

En er zit een dolfijntje in. Kijk, kijk, kijk, een dolfijntje.

Waar zit hij?

Ik weet het niet.

De auto van zijn mama staat hier wel.

Kom, kom.

Tim?

Tim?

Niet krabben. - Maar dat jeukt.

Shit, dat staat op die beerput.

Zou daar nog kak in zitten? - Zeg.

Eng, hè?

Ja.

Allee, waar zit hij nu? Tim? - Tim?

Misschien zit hij binnen.

Mijn radio. Stop. Mijn radio wordt nat. Zot. - O, zijn radio.

Kijk, Tim, kijk. Ik heb nieuwe ogen. - Heb jij een snor?

Ja. - Ja.

Och, jongen.

Kom, jong. Ik heb er zin in. - Allee hup, spring erin.

Aanvallen.

Ik ga zien. Hè?

Helpen, hè. Dat is veel werk zo voor je vader alleen.

Het is maar voor een maandje.

Bel mij als er iets is.

Dag hè, jongens.

Dag.

Moest dat hier? - Ja, wat?

Dat zwembad. - Dat maakt toch echt niet uit?

Je broer is hier gestorven. Tuurlijk maakt dat uit.

Ik zet je koffers hier, hè. - Ja.

Een beetje respect, alsjeblieft.

Het is zo al moeilijk genoeg.

Eindelijk kunnen we samen eens iets drinken.

Veel volk, hè? - Ja.

Het is hier altijd druk.

Mijn neef heeft het me ooit eens laten zien.

Het is hier leuk, hè?

Dit is mijn favoriete plek.

En de uitbaatster is echt gestoord. Ik vind haar geweldig.

Wat vind je van mij?

Ik vind je interessant.

Interessant, maar vermoeiend?

Ja, een beetje vermoeiend wel.

Dat was maar een grapje.

Sorry. Dat was stom van mij.

Ik wou je niet beledigen.

Wil je dat ik je pijp?

Pardon?

Nee, ik...

Sorry. - Neenee, maak je geen zorgen.

Nee, het is... - Geen probleem.

Sorry. Soms weet ik niet wat te zeggen, dus zeg ik zomaar wat.

We drinken gewoon wat.

Rustig maar.

Ik moet ervandoor.

Maar we zijn hier net.

Ik weet niet... Ik weet niet wat te zeggen.

Het spijt me. - Het is niks. Het is...

Het ligt niet aan jou, maar aan mij.

Deze? - Ja.

Pas op, het is zwaar.

Eva, ben je nu weg, of wat?

Wat doen die hier?

Ik heb ze gevraagd om te komen helpen.

Oké. Dan heb je mij niet meer nodig.

Ik wist dat als ik het zou zeggen, je niet zou komen.

Ja.

Ik ben dan ook weg.

Oké, ga dan weg.

Wat wil je dat ik nu nog zeg?

Kom nu gewoon meedoen. Hè?

Ik had nog een cadeautje voor jou.

Dat je af en toe nog eens aan mij denkt.

Eva, je doet het echt jezelf aan.

gaat

Happy birthday to you Happy birthday to you

Happy birthday, lieve papa Happy birthday to you

Hiep, hiep, hiep, hoera.

Hieperdepiep, hoera.

Hieperdepieperdepieperde- pieperdepieperdepiep...

Hoera. - Papa, papa.

Papa, ik heb een cadeautje. - O, een cadeautje.

Weet iemand vanwaar dat komt, kaasfondue?

Schweizerland. - Zwitserland.

Toch? - Juist, juist, juist.

Njam, njam, njam.

Maar weet je wat dat was? - Sorry.

Eten? - Arme-menseneten.

Zeg. Ik heb keihard mijn best gedaan. - Lekker arme-menseneten.

O, sorry.

En weet je waarom? Omdat ze alle restjes kaas gewoon in een pot kapten

en ze lieten dat dan smelten. Vandaar fondue. 'Fondue' in het Frans is...

Fondue. - ...gesmolten.

Wijn was ook heel goedkoop. Ze kapten dat daar dan bij om alles op te vrolijken.

Ay, caramba. - Olé.

Fondue sauvignon.

Mosselen waren ook heel goedkoop.

Nu is dat duur, maar vroeger...

Merci. - Sorry.

Dat is niks.

Wat heb je zo nog? - Duif.

Duif.

Maar dat is van in de oorlog. Nee, nee, nee.

Frietjes? - Dat is nog altijd goedkoop.

Frietjes. - Nee, kaviaar.

Sorry.

Sorry. - O, mama.

O, mama. - Amai, mijn bil.

Papa, wat was er nog... duur?

Dank je.

Dank je. Dat is genoeg.

Allee, vertel. Wat was er nog vroeger goedkoop en nu duur?

Mama, Tess is weer aan het krabben.

Help haar, Eva. Ze kan dat nog niet alleen. - Jawel, ik kan dat. Kijk.

Je moet dat pakken en spiesen.

Gaan we... Ik wil een bootje nadoen. - Ja, we gaan duiken.

Nee, mama.

Godverdomme.

Wat zit ik hier heel de tijd te zeggen? Eet fatsoenlijk.

Maar lach nu toch ook gewoon eens, Johan.

Lachen? Jij lacht niet, jij balkt zoals een ezel.

Ja, jij zaagt heel de tijd over niks. - Het is goed, Tine. We hebben je gehoord.

Saai ben jij. Saai en leeg en gevoelloos. - Stop.

Gaan we het over gevoelens hebben? - Ja, jij hebt er geen.

Ik heb geen gevoelens? Gevoelens, gevoelens...

Jij ook niet. Dat is gewoon het teveel aan wijn dat eruit komt.

Godverdomme, Tine. - Molly...

Pak iets voor die schildpad. Ga zitten, ga zitten. Zwijg en ga zitten.

Molly.

Oké, stilzitten. Dit is de laatste klodder. - We maken de vieze kakaluizen dood.

Zeker. - Wat doen jullie?

We zijn de filikilikakaluizenbeestenmonsters aan het doodmaken.

Zo. Zo deden ze dat vroeger. Met mayonaise en dan toe met folie.

Mama, mag ik een nieuw badpak? - Dat is van vorig jaar. Dat is nog goed.

Nee, die bandjes snijden echt superhard.

Dat valt echt wel mee. - Nee, echt waar, ik ben gegroeid.

Godverdomme. Dat is hier...

Help eens. Doe dat er eens rond. Dat moet errond, zodat er geen lucht bij kan.

Ik ga eitjes halen. Nanook. Allee, kom.

Hoi, Molly-Bolly.

Wist je dat een kip maar één ei per dag legt?

Onze kippen leggen er meer.

Hoe zou dat komen, denk je? - Omdat wij echt supergoeie kippen hebben.

Mama.

Gaan we iets doen? - Zeg maar.

Waarheid, durven of doen?

Iedereen kiest altijd waarheid. Dat is echt saai.

Oké, zeg dan zelf iets.

Belletjetrek? - Lulletjetrek.

Dan kan Eva niet meedoen. - Dat is waar.

Ik ken wel een spelletje, van op het internaat.

Je hebt er wel meisjes voor nodig. - Ik ben een meisje.

Andere meisjes.

Het is geen cavia. - Ik heb een cavia en die kan niet springen.

Er is maar één dier dat niet kan springen en het is geen cavia.

Wat is het dan?

Doe iets uit. Wij hebben gelijk. - Nee, geef me dat geld. Ik heb gelijk.

Och jong, kleuters.

Trut.

Ze was toch maar een vier op tien. - Het is dat.

Is het niet gelukt? - Nee, maar dat is niet erg.

Ze was toch maar een vier op tien.

En wat was het dan? Wat kan er niet springen? - Een olifant.

Een slak ook niet. - Stom raadsel.

Ja, zoek er zelf een, hè. - Ik kan een ander raadsel zoeken.

Een veel beter, dat niemand kan raden. - Oké.

Deal. - Hier zie, de vriendjes.

Wow.

Die. Die moeten we hebben voor dat spel. Kom, kom, kom.

Hey. Wil je eens meedoen met ons spel?

Je kunt er vijftig frank mee winnen.

Ik tel in euro's. - Ja, maar dat heb ik.

Hoe heet je eigenlijk? - Dat zijn je zaken niet.

Oké.

Oké, man, hoeveel op tien? - Zeven. Echt een arrogante trut.

Zot. Ze heeft een keidikke kop. Zes.

Heb je haar tetten gezien? Negen.

Hé, en hoeveel punten zou je mij geven?

Ja, niks. Jij bent onze vriendin. Allee... - Kom, hamburger.

Mama, krijgen wij een hamburger?

Mama? - Ik voel me niet goed.

Hier, schatje. - Dank je.

Laat het smaken, hè.

Ah voilà, hier is het.

Ja.

Een man hangt aan een touw in een lege kamer.

Geen meubels, niks.

Dus die man hangt daar, en onder zijn benen enkel een grote plas water.

Hoe heeft die man zich kunnen ophangen?

Dat is wel heel moeilijk.

Heeft hij een ladder gepakt? - Nee, nee. Geen meubels, hè. Niks.

Dat is moeilijk, hè? Maar je wou een moeilijk raadsel.

Je moet wel een beetje je best doen, hè.

En trouwens, waarom heb je dat raadsel eigenlijk nodig?

Gewoon.

Je hoeft het me niet te vertellen.

Allee. Een man hangt aan een touw in een lege kamer.

Geen meubels. Er is helemaal niks. Alleen een plas water onder zijn voeten.

Wat is er gebeurd?

Heeft... heeft hij gepist?

Nee.

Wat is het? - Ja...

Wie pist er nu als hij dood is?

Dat kan toch?

Oké dan. - Oké.

Kom, doe iets uit.

Maar... - Hé, maar jij moet iets uitdoen, hè.

Waarom? - Jij moet iets uitdoen, want jij raadt.

Dat had je me dan eerder moeten zeggen. - Je zou je nicht niet meenemen.

Je ging alleen komen, alleen raden en jij ging iets moeten uitdoen.

Ze vindt dat tof, dus zij kleedt zich uit. Hè? Je vindt dat tof, toch?

Ja. - Zie?

Ja, dat zal wel. Ze heeft geen keuze. Kom, doe iets uit.

Nee, zij kleedt zich nu uit. - Wij willen haar toch niet zien?

Laat haar nu, oké? - Nee, jij kleedt je nu uit.

Ik wil me niet uitkleden. - Versta je me niet goed?

Ja, ik versta je goed en zij doet het. Het kan me niet schelen wat jij zegt.

Dan krijgt zij die tien euro, jij niet. - Ze zullen het toch niet raden.

Dat is een keimoeilijk raadsel.

Het is toch aan haar seffens.

Allee, raad.

Was er iemand anders in de kamer, die dan is weggegaan?

Hij was alleen.

Hup, iets uitdoen.

Heeft die plas iets met zijn dood te maken? - Ja.

Nee, het is juist. Je hoeft niks uit te doen.

Ik heb het te warm. - Dat maakt me niet uit. Hou je schoenen aan.

Ik wil me uitkleden. - Later.

Heeft die man... ja...

zich eerst proberen te verdrinken?

Maar dat lukte dan niet en...

ja, dan heeft hij zich maar opgehangen?

Is dat het?

Wacht, wacht, wacht.

Allee, komaan.

Ja, dat is het.

Dat is juist. Dat is het antwoord.

Dat kan toch niet?

Hé, je liegt. Hé.

Kom, snel. - Eva. Dat kan het antwoord niet zijn.

Naar de gang. - Dat kan het antwoord niet... Hé, mijn geld.

Go, go, go. - Geef mijn geld terug.

Nee.

Laat mij door. - Ho, jongen. Doe kalm.

Waarom doe je dat? - Ik vond het zielig voor dat meisje.

Jij bent zielig. Dat is een spel. Kom.

Oké, sorry.

Ik zorg volgende keer voor nieuw geld.

Er is geen volgende keer. Je ligt eruit. Laat me door, jongen.

We doen niks verkeerds, hè.

Het is gewoon een spel. We vinden die meisjes gewoon mooi.

Hallo.

Die is mooi.

Weet ik. - Hoe heet hij?

Twinkle.

En jij? - Wat jij?

Hoe heet jij?

Elisa.

Ik heb je hier nog nooit gezien.

Ik ben ook niet van hier.

Mijn vader heeft me hier gedumpt.

Maar al een geluk heb ik jou. Hè, Twinkle? Ja.

Elisa? - Ja?

Kom je eten? - Ja.

Is Agnes je mama? - Zot.

Achtertante. Of zoiets.

Dag.

Hey. Dag, Twinkle.

Kijk eens.

Vind je dat lekker? Vind je dat lekker?

Ja. Dat is goed, hè?

Evaatje?

Wat is er?

Krijg ik een bikini?

Waarom? Je hebt toch helemaal niks? Je bent helemaal plat vooraan.

Mag ik eens een dekentje?

Allee, nog heel even.

Hé.

Wat ben je aan het doen? - Sst. Mama zoekt mij.

Gevonden.

Jij bent mama niet. - Kom.

We gaan het uitwassen. Kom. - Oké.

Je moet wel stilzitten.

Mama, ik lijk op een jongen. Stop, alsjeblieft.

Je lijkt niet op een jongen. Je bent keimooi.

Mama, nee. - Even stilzitten. Even stilzitten, schatje.

Mama, alsjeblieft. Stop.

Maar allee. Zo erg is dat toch niet? Gewoon rustig blijven zitten.

Mama, stop. - Even rechtzitten.

Ik zie er lelijk uit. - Maar nee, je bent keimooi.

Wat ben je aan het doen? - Aan het ontluizen, natuurlijk.

Stop daarmee.

Had die mayonaise erin laten zitten. Drie dagen en ze waren dood geweest.

Stop. - Zeg, Eva.

Voorzichtig. Voorzichtig met die schaar. - Stop.

Pas daarmee op. - Maar je ziet toch dat ze het niet wil?

Het is voor haar eigen bestwil. - Stop daarmee.

Nee, voorzichtig. Dat is niet hygiënisch, die luizen.

Als je het doet, ga ik weg. - Dat is goed.

Weg van jou. - Dat is goed. Ga maar weg.

Dan ben ik van je af.

Zo stom dat ze nu ineens zonder jou zijn vertrokken.

De drie musketiers, dat zijn er toch drie, geen twee, hè.

Wat is dat nu?

Als ze je uitsluiten of ze doen stomme dingen, dan kom je het mij vertellen. Oké?

Mag ik hier komen wonen?

Maar schatje, toch.

Mocht ik een meisje hebben gehad, dan had ik er zo eentje als jij gewild.

Je weet, je bent hier altijd welkom, hè.

Molly?

Mama?

Sorry van gisteren.

Ik had niet zo moeten roepen.

Je lijkt meer op mij dan je zou willen, weet je dat?

Wij zijn gewoon allebei heel gevoelig

en dan is het ook normaal dat dat er af en toe gewoon uit komt.

En als andere mensen dat niet oké vinden of te veel...

dan is dat hun probleem. Je bent gewoon goed zoals je bent.

Wij zijn gewoon allebei gevoelige beestjes.

Is het daarom dat je drinkt?

Wat?

Drink je omdat je zo gevoelig bent?

Wat zeg jij nu?

Bol het maar af. Ik zal het hier wel alleen doen.

Bol het af.

Bol het af.

Hey, Elisa. - Hey, Evaatje.

Hallo. - Jij weer, of wat?

Ah, je kent elkaar al? Laat anders je kamer eens zien.

Hey.

Ze kan ook lachen, hoor. Ga maar.

Vind je dat mooi?

Je mag het hebben.

Ik ben het beu gedragen.

Dank je.

Hoe oud ben je eigenlijk? - Dertien.

Je ziet er echt tien uit.

Maar dat is goed hè, voor later.

Ja oké, niet flauw doen, hè.

Je haar. Dat is zo kort.

Draag je dat altijd hetzelfde? - Ja.

Je kunt er bijna niks mee doen.

Voilà.

Doe eens zo.

Steek ze eens vooruit.

Komaan, doe.

Komaan.

Ja.

Heb je ooit al een orgasme gehad?

Tuurlijk niet.

Ik heb er al een gehad op mijn paard.

Door dat wiebelen.

Doe je ogen toe.

Ogen toe.

Ken jij Tim? - Welke Tim?

Tim Goethals.

Nee.

Is dat je vriendje?

Dat is gewoon een vriend.

Maar je zou willen dat het meer was.

Dan gaan we daarvoor zorgen, hè.

Hallo.

Tim?

Wat?

Bol het af.

Ça va? - Wat doe jij hier eigenlijk?

Niks.

Moet je aan Jan denken?

Mis je hem?

Nee.

Ik haat hem.

Ze hadden veel liever gehad dat ik in die put was gevallen.

Mijn moeder had mij ook liever niet gehad.

Ik denk dat we hem moeten laten inslapen. - Nee, dat kan niet.

Gisteren was er niks aan te zien. - Twinkle.

Blijf van hem af. Blijf eraf. - Rustig.

Wat zou er dan gebeurd zijn, denkt u?

Dat kan van alles zijn. Dat is moeilijk te zeggen.

Heeft hij misschien van die gele bloempjes gekregen?

Niet dat ik weet.

Die zijn giftig voor paarden. Die geven leverschade.

Twinkle. Ik heb niks anders.

Ik heb alleen Twinkle.

Die heeft niks gedaan. Die is gewoon in die tuin gevallen.

Dag, mevrouw.

Ja maar, wie heeft er gelijk? - Amai.

Dat is echt miserie. - Ja, ja, ja.

Allee goed, ik ben eens door. Bedankt, hè. - Dat is goed. Saluutjes, hè. Dag.

Mevrouw, wat mag het zijn voor u?

Dag, meneer. - Goeiendag.

Ja, zeg het maar, hoor.

Boterhamworst. - Boterhamworst. Dat is zeker dat.

Goeiemiddag.

Ik heb de balletjes erin gestoken. - Ja.

En hoeveel mag dat zijn?

Honderd. - Honderd grammetjes, dat is zeker.

Eva?

Maar Eva. Schatje, ik had je helemaal niet herkend.

Dat is lang geleden.

Dat is heel lang geleden.

Ja, de tijd vliegt, hè.

Goed. Dat was het? Dat is dan 1,56 euro, alsjeblieft.

Ben je hier voor het feest vanavond?

Ja.

Ah, tof.

Kun jij meneer al helpen? - Ja, sorry. Zeg het maar, meneer.

Ja... Honderd gram preparé. - Ja.

Zo, zie.

Allee, dan zien we mekaar vanavond, hè.

Ja. Dag. - Dag.

Hey, zus. Het is met mij.

Ik heb al even niks meer van jou gehoord.

Waarom antwoord je niet op mijn berichten?

Bel mij eens terug, alsjeblieft. Love you.

Eva, kom je mij zoeken?

Eva, ik ben verstopt.

Eva?

Eva, kom je mij zoeken?

Eva, kom. - Laat me.

Kom mee verstoppertje spelen.

Eva, kom mij zoeken. - Stop. Leer alleen spelen.

Komaan. Nog. Voilà. Komaan. Slikken, slikken.

Allee, man. - Oké, Eva. Welkom terug.

Waarheid, durven of doen?

Waarheid. - Saai.

Dat hangt van de vraag af. - Dan nog.

Oké. Wat is het ergste dat je ooit hebt gedaan?

Ik heb een paard vermoord.

Per ongeluk. - Wat?

Van wie? - Die ene van op de rommelmarkt.

Die knappe? - Bwa ja.

Hoe heb je dan zo'n paard kunnen vermoorden? - Ken je haar?

Het is mijn buurmeisje.

Hoe heb je een paard... - Wacht.

Neem haar eens mee. - Hoe vermoord je een paard?

Ik heb een plant gegeven.

Een paard gaat niet dood van een plant. - Het was een giftige plant.

Hallo? - Ze zijn er.

Wie is dat? - Kom, hier.

Ja, gewoon door de gang. - Wie is dat?

Kom langs hier. - Kom, nog één keer.

Niet flauw doen. Komaan.

Ze durven niet zonder jou.

Oké.

Maar ik verzin de opdracht. - Deal.

Waarom hebben jullie zo veel kleren aan? - Zomaar.

Jullie zullen het warm hebben. - En dan?

Hey. - Hey.

Hallo. - Hallo.

Hey. - Hey.

Weet jij het?

Zo, van de regen?

Wat? - Zo...

Hij heeft in de regen gelopen voor hij zich had opgehangen.

Nee.

Iets uitdoen. - Ja, iets uit.

Schoenen tellen voor één. - We hebben echt al veel uitgedaan.

Kom, we stoppen. We weten het toch niet. - Ja, wij stoppen.

Ja, wij stoppen.

Als je stopt, moet je ook een opdracht doen.

Dat hadden jullie niet gezegd. - Anders is dat valsspelen met al die kleren.

Je had al lang in je blootje gestaan. Toch? - Ja.

Wat voor een kakspel is dit? - Maakt dat uit?

Ja, vertel dan maar wat we moeten doen.

Je moet je vinger in je poep steken. - Dat is keibelachelijk.

Nee, sorry. - Dat doe ik echt niet.

Nee, dat doe ik echt niet.

Oké, ik weet iets beters.

Wij mogen jullie tien seconden aanraken. - Tien is te veel.

Ja, doe vijf. - Vijf seconden.

Tien seconden.

Of een vinger in je gat. - Vijf.

Tien.

Vijf, niet langer.

Tien seconden is niet lang. Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven...

Ja oké, het is goed. Ik snap het. - ...acht, negen, tien.

Oké dan.

Oké, tien seconden.

Een, twee... - Wacht, ik ben nog niet begonnen.

Allee.

Ja, begin maar.

Een, twee... - Trager.

...drie, vier, vijf, zes... - Trager.

...zeven, acht, negen, tien.

Tien.

Wat is er?

Wat heeft hij gedaan? - Niks.

Wat heb jij gedaan?

Vetzak. - Ik raakte haar gewoon aan. Dat mocht toch?

Jullie zijn echt vetzakken, dat zijn jullie. En jij ook. Jij bent de grootste vetzak hier.

Vieze trut dat jij bent, dat je je vrienden dat zomaar laat doen.

Waarom spelen jullie dat niet met haar? - Ja, zij kent het raadsel al.

We gaan ook niet onder de vier op tien.

Je bent zo stilletjes?

Gaat het?

De jongens sluiten mij uit.

Het is heel goed dat je mij dat komt zeggen, Eva. Heel goed.

Daar moet je niet mee blijven rondlopen. Hè?

Hier zie.

Zeg, en je ziet er zo goed uit?

Mooi, hoor.

Laat het smaken. Hè?

Goeiendag, mevrouw. Kan ik u helpen? - 150 gram preparé, alstublieft.

Zeker.

Ja, maar ja... Hé, waarom, waarom, waarom?

Raad eens hoeveel ik van je hou.

Nee, je verdient het wel. - Dat is moeilijk, zegt Grote Haas.

Onnozelaar? Wie is hier de onnozelaar? - Dat kan ik niet raden. Hoeveel dan wel?

Zo...veel.

Dag, schatjes.

Wij gaan een tijdje geen eitjes meer eten.

O, waarom niet? - Daarom niet.

Ook niet met soldaatjes? - Nee, ook niet met soldaatjes.

Oké.

Waar waren jullie?

Hier. - Ja.

Zoveel. Hazeltje rekt zijn armen uit zover hij maar kan.

Niet zo plakken, schatje. Dat is ambetant. Dat is veel te warm.

En ik heb mijn hand nodig om de pagina's te kunnen omslaan.

Grote Haas strekt ook zijn armen: En zoveel hou ik van jou.

Dat is een heleboel, denkt Hazeltje.

Ik hou van jou zo hoog boven mijn hoofd.

Papa?

Papa?

Ja?

Slaapwel.

Ja, slaapwel.

Niet goed, hè.

Twinkle is dood hè, papa.

Maar ik wil toch geen nieuw. Ik wil Twinkle.

Papa, kom me hier gewoon halen, alsjeblieft.

Ik wil hier gewoon weg.

Het is goed. Eikel.

Wat is er?

Ik heb iets voor jou.

Ik vind het erg voor jou van Twinkletje.

Ik krijg toch een nieuw van mijn vader.

Ah, leuk.

Heb je zin om een spelletje te spelen?

Het is met jongens.

Zakdoek leggen, of wat?

Het kan leuk worden. Kijk.

Ik kan je laten winnen.

Heeft mama je gezien? - Nee.

Weet je het zeker? - Ja, ze was bezig met een klant.

Zet ze daar, achter die vuilbak.

Kom, rap. Zet die erachter. - Ja, zeg. Zaag eens niet zo.

Mama zal die zien, hè. Zet die ervoor.

Yo, tof dat je er bent. - Ja, zeker?

Komaan, doe die deur open.

Bovenmeer.

Welkom, welkom. Merci om hier allemaal aanwezig te zijn.

Het is een plezier om jullie hier te mogen verwelkomen en iedereen te zien in de Ferm.

Er is ferm hard aan gewerkt. - Komt u binnen, mevrouw?

Sommigen hebben dat aan den lijve mogen ondervinden.

Mevrouw? - Waarvoor dank.

We hebben hier fantastische tijden meegemaakt.

Gelukkige tijden.

Vooral onnozele tijden.

Ik heb gezien dat het is beginnen te sneeuwen.

We kunnen nog een sneeuwballengevecht doen.

Leuke tijden dus.

Maar ook minder leuke tijden.

De dood van mijn broer, Jan,

heeft een grote leegte achtergelaten

bij al zijn vrienden en familie... en bij mij.

Maar op die leegte, op dat gemis, die ruïne,

hebben we een nieuw huis proberen te bouwen.

Ik zou durven te zeggen dat het gelukt is. Denk ik.

Eva? Hey. - Het is een thuis geworden...

Lente. - ...van ons allemaal.

Ken je me nog? - Ja.

Amai, jij bent veranderd. Zo lang geleden. Hoe is het?

Ça va. - Goed?

Woon je nog in Bovenmeer? - Nee, Brussel.

Amai, dat is wel spannend.

Laat die mooie verhalen over onze Jan maar komen.

Merci.

Allee, Brussel, zo zot.

Ik ben hier blijven plakken. Je weet wel hoe dat gaat.

Hier mijn ventje leren kennen en dan mijn eigen zaak begonnen, een kapperszaak.

Ook al twee kleintjes. Bandieten, hoor...

Hoe is het met jou? Het is echt zot om je nog eens terug zien.

Geachte aanwezigen, familieleden, vrienden,

ik zag Jan voor het eerst op onze school.

Ik was daar zelf net beginnen les te geven.

Jan was een wat stille jongen, op zichzelf. Een dromer, zeg maar.

's Morgens, voor het eerste lesuur...

Heeft hij keihard in zijn broek gepist en is die plas daar zo gekomen?

Nee. Hè, Eva?

Nee.

Allee, hup. Raden.

Is de kamer volgelopen met water, is hij zo met zijn hoofd in die lus terechtgekomen,

is de kamer daarna leeggelopen en is hij zo gestorven?

Nee dus?

Nee.

Even denken.

Hij heeft het zelf gedaan.

Geen overstroming, geen pis.

Zou het kunnen...

dat hij op een blok ijs is gaan staan, de lus rond zijn hoofd heeft gedaan

en zo gewacht heeft tot het ijs gesmolten was en hij zo is gestorven?

Juist.

Wat?

Een blok ijs?

Gewonnen.

Dat kan toch niet? Dat glijdt toch keihard? - Nee, inderdaad. Dat gaat niet.

Ik mag een opdracht kiezen nu, toch?

Kleed jullie uit. - Wat?

Ik ga mij echt niet uitkleden. Kunnen we niet iets anders doen?

Je masseren of zo. - Of je uitkleden.

Maar allee.

En zij dan? - Eva heeft dat spel niet uitgevonden.

Zij heeft het raadsel wel bedacht, hè. - Ik heb gewonnen

en ik wil dat je je uitkleedt.

Ik ga me echt niet uitkleden, toch?

Nee, nee.

Kom, doe gewoon. - Nee.

Doe. - Maar nee, echt niet.

Kom.

Heb jij die uitkomst verklapt?

Nee. - Jawel jong, ik zie het aan je kop.

Dat is niet waar. - Hou je mond en kleed je uit.

Je weet toch wie je paard vermoord heeft?

Wat?

Zij.

Dat heeft ze niet verteld hè, je vriendinnetje?

Is dat waar? - Nee.

Jawel. Je hebt een giftige plant gegeven. - Een paard gaat daar niet dood van.

Precies wel, hè. - Ze zei ook dat je lelijk bent.

Dat is niet waar. - Jawel. Dat ze een dikke kop heeft.

Kleed je uit.

Dat was niet expres. Ik wist dat niet van die plant. Ik wist dat echt niet.

Kleed je uit. - Je moet mij geloven dat ik dat niet wist.

Ik wist dat gewoon niet. - Kleed je uit.

Sst. Mijn ma.

Alles uit.

Je onderbroek nog.

En wat zullen we je vriendjes laten doen?

Je dacht toch niet er zo makkelijk van af te komen?

Voor mij hoeft dat niet. - Van mij wel.

Je vriendje gaat je doen

en de andere zal hem helpen.

Dat is toch wat je wou?

Zijn we niet weg?

En als dat lukt, dan mogen jullie mij doen. Elk om de beurt.

Marie. Marie.

Allee komaan, pak haar vast.

Komaan.

Wil je dat je ma dit hoort?

Dek haar mond af. - Laat me gaan. Stop.

Stop. Laat mij gaan. - Rustig.

Stil. - Laat mij los.

Lukt het niet? - Jawel.

Laat mij los.

Hier. Pak dit als het niet lukt.

Komaan, Eva. Komaan. Doe nu... Eva.

Dag, Eva.

Gaat het?

Maar schatje toch.

Wat is dat allemaal?

Ik kom straks wel terug. - Ja, merci. Sorry, hè.

Kom, dat geeft niet. Kom, ga even zitten.

Wat is er gebeurd?

Ben je gevallen, schatje?

Wat ze zegt, is niet waar.

Wat is dat? - Dat heeft zij gedaan, met een schop.

Je liegt hè, Laurens. - Ik lieg niet, mama.

Wees eerlijk. - Ik lieg niet.

Mama, ik heb niks gedaan. - Jawel.

Nee, ik lieg niet. - Wees stil. Alsjeblieft hè, zeg.

Ga naar boven, Laurens.

Mama... - Hier, hou dat erop.

Ga naar boven, echt. - Mama.

Ga naar achteren. - Ik lieg niet.

Ja. Ga naar achteren, Laurens. - Ik heb niks gedaan.

Verdomme, zeg.

Dat zullen je maandstonden zijn. Dat kan gebeuren, hè.

Ik denk dat je beter naar huis kunt gaan.

Een warm badje nemen.

Hè?

Allee, kom.

Hup.

Ja.

Eva, komaan.

Komaan. Kom, je moet hier weg.

Je zult er zelf ook wel voor iets tussen zitten.

Kom. Je moet hier buiten.

Gewoon rustig wandelen, schatje. Dat gaat wel, kom.

Mama?

Dank u wel.

Ik ben Eva... Eva De Wulf.

Ik ben een jeugdvriendin van Tim en van Laurens Van Den Broeck.

Wij waren de drie musketiers, voor degenen die ons gekend hebben.

Wij waren beste vrienden.

Onafscheidelijk.

En Jan, Tim zijn grotere broer, was eigenlijk altijd bij ons.

We waren twaalf toen Jan stierf en daarna was niks nog hetzelfde.

Maar Jan was geweldig.

Hij wist altijd wat te doen als we ons verveelden.

En hij lette er ook op dat we geen domme dingen deden.

Ik weet nog dat we eens zijn gaan zwemmen in de Bovenmeerse Plas

omdat we die wilden oversteken.

En Jan kwam mee om op ons te letten.

En het verhaal ging dat er bef-alen en pijp-snoeken waren in die plas.

En die konden je meesleuren.

Ik had echt schrik van die beesten, maar ik wou niet onderdoen voor de jongens,

dus ik deed mee.

In de helft kreeg ik kramp in mijn benen.

De jongens waren al lang aan de andere kant, die... die keken zelfs niet meer achterom.

Jongens, hè.

Ik... Ik ging onder.

Ik kreeg water binnen.

En ik weet nog dat ik dacht aan hoe ik de dingen thuis had achtergelaten.

Mijn brooddoos die nog in mijn boekentas zat, al heel de zomer.

Mijn plaats aan tafel.

Mijn ondergoed in de wasmand.

Mijn kleren aan de kant van de plas.

En of Tim of Laurens die zouden meenemen die avond.

En dan plots voelde ik iets aan mijn benen

en ik dacht: dat is één van die bef-alen die mij te pakken heeft gekregen.

Maar het was Jan.

Jan was teruggekeerd. Die...

was achter mij komen zwemmen en gaf me zetjes.

Jan heeft me gered die dag.

Hij was er ook als het gevaarlijk werd.

Hij was er niet meer toen we het spelletje met de meisjes zijn beginnen te spelen.

Tim had een spel bedacht, met een raadsel.

En ik had voor het raadsel gezorgd, een heel moeilijk. En dat ging zo.

Iemand heeft zich verhangen in een lege ruimte.

Geen meubels, niks. Enkel onder hem een grote plas water.

Wat is er gebeurd? Hè? Wat is er gebeurd? Weet iemand de oplossing?

Tim? Laurens? Wat is er gebeurd? - Eva.

Weet je het nog? Ik...

Marie? Marie... Jij weet het zeker. Jij wist alles.

Wacht, Tim. Wacht.

We zijn hier niet om over mij te praten. We zijn hier voor Jan, om Jan te gedenken.

Jan, die in een put gevallen is en die we na al die jaren nog eens gaan opgraven.

Wacht, Tim. Wacht. Een liedje voor jou, Jan. We zullen je nooit vergeten.

En als ik doodga, huil maar niet

Ik ben niet echt dood, moet je weten

Het is de heimwee die ik achterliet

Dood ben ik pas als jij me bent vergeten

En als ik doodga, treur maar niet

Ik ben niet echt dood, moet je weten

Het is maar een lichaam dat ik achterliet

Dood ben ik pas als jij me bent vergeten

Dat spel... Dus de meisjes moesten een kledingstuk uitdoen

als ze de uitkomst fout raadden. En Elisa, Elisa was een tien op tien.

Ze moest en zou uit de kleren gaan. Elisa... - Wat ben je aan het doen?

Ik breng ode aan Jan.

Ik breng ode aan Jan.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.