Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Haar moeder is dood.
Jij bent haar tante. Ik weet niet wat ik met haar moet.
Ik zal elke maand meer sturen.
Voor je me gaat missen...
vaar ik die rivier op, en neem ik je mee terug naar Afrika.
Meisjes in Afrika dragen geen schoenen...
maar Franse meisjes wel.
Stil, Therese.
Je vader komt niet terug, Therese.
Hij komt wel terug.
M'n broer is nog nooit een belofte nagekomen.
Therese, je neef heeft z'n medicijnen nodig.
God geeft en neemt.
Hij heeft Camilles gezondheid afgepakt, maar hij heeft hem jou gegeven.
Jij bent z'n beschermengel.
Maak geen geluid Wees stil
Mag jij wel buiten zijn? - Ik ben ontsnapt.
Kus me, Camille.
Goed.
Nee, niet zo.
Zo?
Nee.
Nou, hoe dan?
Laat maar.
Er is een brief voor je gekomen uit Afrika.
Je vaders schip is gezonken bij de kust van Algerije.
Wat gebeurt er nu met me?
Je vader heeft een klein pensioen voor je achtergelaten.
Misschien...
Misschien kunnen we dat gebruiken om wat op te bouwen.
O, m'n zoon. O, mijn god.
Waar was ik mee bezig? Je hoort binnen, het is hier te vochtig.
Het gaat wel. Je overdrijft.
Camille heeft een mededeling.
We gaan naar Parijs verhuizen. - Parijs?
Dat is een heel vieze stad. - Ja.
Via een oude vriend van moeder, inspecteur Michaud, heb ik nu werk.
In een kantoor. Kantoorbeambte bij een groot bedrijf...
en ik krijg m'n eigen bureau.
Dat klinkt geweldig. - Ik snap er helemaal niks van.
Hoe moeten we voor je zorgen als je de hele dag weg bent?
De dokter zei dat ik meer moet doen en dat je me verwent.
Een plattelandsdokter met ��n blind oog. Hij weet vast niet...
Je hebt me altijd al betutteld. Laat me eens zelf wat beslissen.
Het wordt tijd dat ik voor ons gezinnetje zorg.
Nou...
Ik droom er vaak van om weer een winkeltje te hebben.
Zie je? Een zilveren randje. - Ach, wat kant in de etalage en...
Laat mij alles maar regelen, jij ondeugd.
Ik zou het niet anders willen, moeder.
Dat doen we na de bruiloft.
Naar wiens bruiloft gaan we?
Naar die van jou.
Met wie ga ik dan trouwen?
Met Camille, natuurlijk.
Therese, we weten niet eens wie je moeder was.
Buitenechtelijke kinderen hebben nou eenmaal pech.
Maar we hebben geluk dat je Camille hebt.
En hij is zo blij.
O, en dan word je madame Raquin, net als ik.
In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Amen.
Kinderen.
Deze kant op.
Zet daar maar neer.
'Ik heb een prachtige winkel gevonden', zei je.
Ik heb hem overdag gezien.
'Een betoverende galerij?' - Maar hij was ook betoverend.
Therese, laat die jongeman erlangs. Hij moet aan het werk.
Het is kleiner dan u zei, moeder. - Ik vind het mooi. Ons nieuwe huis.
Het is donker. - Ach, wees eerlijk.
Het is laat. Als de zon erin schijnt, is het prachtig.
Het is armoedig. - Ach, doe niet zo raar.
Nou, ik zit toch de hele dag opgesloten voor m'n nieuwe baan op kantoor...
en dan kunnen jullie twee elkaar mooi oppeppen.
Er zullen veel klanten komen. - O, ja. Wat spannend, h�?
Zelfs ik geef toe dat er wel wat aan moet gebeuren.
Er waren natuurlijk wel wat financi�le beperkingen.
Ik bedoel...
Maar ik denk echt dat we hier wonderen kunnen verrichten.
Bloemen in de vensterbank en wat behang.
En natuurlijk gordijnen. Ik laat je de bovenverdieping zien.
Ja.
We hebben een grote voorraadkamer. - Ok�.
Wat doe je zoal, de hele dag?
Je weet wel wat ik doe.
Dat weet ik niet.
Je gaat naar kantoor. - En dan kom ik thuis.
Ben je gelukkig? - Niet op kantoor.
Waar dan wel? - In de dierentuin.
De dierentuin?
Na al die zinloze kolommen met cijfers is m'n hoofd leeg.
Dat voelt goed.
Ik laat m'n voeten de richting bepalen en de rest gaat erachteraan.
Je voeten gaan naar de dierentuin? - Ja.
Ik weet niet waarom, maar vier van de vijf dagen...
sta ik bij een kooi naar de beren te kijken.
Ok�.
Ik voel de grond onder m'n voeten schudden als ze rondlopen.
Waar is m'n boek? O, ik heb het vast beneden laten liggen.
Ik ben vanavond te moe om te slapen.
Misschien ben ik wel een beer.
Dat ben je niet.
Je bent m'n kleine Therese.
Gekonfijte grapefruitschil? - Nee.
Camille is nooit zo laat.
Moeder.
Eindelijk.
Ik ben zo terug. Niet vals spelen.
Therese.
Camille, waar was je nou? Heb je...
Ik heb een cadeau bij me. Ge�mporteerd uit je verleden in Vernon.
Je herinnert je hem niet.
Moet dat? - Het is Laurent.
Laurent ken je nog wel.
Z'n vader had een zuivelbedrijf achter de kerk.
O, jee, ja. O, jee, kleine Laurent. - Ja.
Dit was voor je bij ons kwam wonen. - Dat is lang geleden.
In m'n jeugd was een zomerdag...
Laten we daar niet over beginnen, dan verhongeren we nog.
Kunt u dit rund voeren? - Ja, natuurlijk.
O, kleine Laurent. Je kunt toch wel blijven?
Ja, graag.
Hij werkt ook bij mij, dat wisten we niet.
O, jee. - Ik dacht: we hebben domino-avond.
Dat is perfect.
De donderdagavonden zijn hier heel spannend.
Al dat geplaag, vooral inspecteur Michaud.
En z'n zoon Olivier. Fantastisch. - Kom, ik stel je aan iedereen voor.
O, dat is goed.
Therese, doe de lichten uit.
Goedenavond.
Welkom, Laurent. Olivier.
Goedenavond. - M'n vrouw, Suzanne.
Alsjeblieft, vriend.
Inspecteur, wat leuk om u te ontmoeten.
Heel mooi. - Goed gedaan.
Wil je een raam openzetten, Therese? Ik ruik iets wat op gas lijkt.
O, dat ben ik waarschijnlijk. - O, nee hoor.
Ja, voor een onderzoek...
waar ik niet over mag praten, moest ik vandaag naar het lijkenhuis.
Het was er warm. De geur blijft hangen.
Ik heb een lichte aanval door de dampen. Neem me niet kwalijk.
Therese. - Rustig maar, ze is zo terug.
Gekonfijte grapefruitschil? - Ja, bedankt.
Toen ik een jonge agent was, zoals m'n zoon...
ging ik niet naar het lijkenhuis. Ik moest een grens trekken.
Stuur me naar de dichtstbijzijnde schuilplaats van dieven.
Ik ben al eens in een lijkenhuis geweest. Meerdere keren.
Waarvoor? Een weddenschap?
Nee, met bevriende kunstenaars.
Je hebt toch niet geschilderd? - Ik ben bang van wel.
M'n vader betaalde in de veronderstelling...
dat ik me voorbereidde op m'n studie.
Was je goed? - Nee, maar het was 'n leuk leven.
Met 'leven' bedoel je vast... - Hij zei leven, hij bedoelt leven.
Laat het daar maar bij. - Maar het lijkenhuis?
We stonden daar met een blok en schetsten de lichamen.
Was er geen voorraad warmere modellen?
Blijkbaar niet. - Waarom heb je je kwast opgehangen?
Nou, m'n vader kwam een keer naar m'n zolderkamer...
en m'n model deed open, zoals ze was.
M'n vader was zo geschokt dat hij achteruit stapte...
en van drie trappen viel.
Was hij gewond? - Nee, maar ik wel.
Tegen de tijd dat hij beneden was, had hij besloten om me niks meer te geven.
Ik heb die vrek nooit meer gesproken.
Wilde je niet verhongeren voor de kunst?
Zie ik er zo uit dan?
Dat kan ik niet zeggen.
Nee.
Therese. - Er moet een raam open.
Wat is er? - Niks. Het is benauwd.
Kom je er niet bij? - Nee, hoofdpijn.
Laurent denkt dat je hem niet mag. - Dat is ook zo.
Hij stinkt vreselijk. Ik ruik het hier nog.
O, Grivet, je hebt alweer gewonnen.
Ik heb het geprobeerd, maar ik kan het me niet voorstellen.
Wat?
Daar staan met een palet en kwast terwijl een vrouw zich uitkleedt.
Kun je dat niet?
Therese. - Ik zou niet weten waar ik moet kijken.
Er zijn zo veel plekken.
M'n hand zou trillen. - Therese.
Moet je niet kijken... - Niet bewegen.
Sorry.
Er is vast iemand per ongeluk de winkel in gelopen.
Ik zou gehypnotiseerd zijn.
Het model is dat ook.
Kijk je naar haar gezicht?
En naar haar lichaam.
Ik luister naar wat haar lichaam zegt.
'Ik moet plassen'? - Ja, misschien.
Het lichaam zegt andere dingen.
'Hou van me', denk ik.
M'n eerste model was een prachtige roodharige.
Natuurlijk rood, dat had ik al snel ontdekt.
Het enige mankementje aan dit prachtige wezen was...
dat ze hartstikke doof was.
Ik kon haar niet vragen om te verplaatsen.
Ik moet haar vormen, als een beeldhouwer...
deel voor deel.
Op een middag wilde ik dat ze haar benen wat wijder deed.
Ik schoof de knie�n uit elkaar met m'n handen...
maar dat deed ik onhandig.
En toen, zomaar opeens...
raakte ik de binnenkant van haar dij aan...
met de punt van m'n kwast.
Waar de huid zacht als cr�me is en warm.
Een lichte aanraking van kamelenhaar.
Nam ze de stap waar je op uit was?
Ja.
En wat zei haar lichaam? - 'Raak me nog eens aan. '
Riep madame? - Ja, vijf minuten geleden al.
Is het klaar?
Het is een schilderij, geen braadstuk. - Goede kunst heeft tijd nodig.
Eventjes spieken. - Dat mag niet.
Maar ik kan al naar de hemel zijn voor't af is.
Dat betwijfel ik, madame.
U ziet ons vast allemaal ons graf in gaan.
Wat een nare gedachte.
Moeder, ik ben aan het poseren.
Zo knap.
Therese, nu.
Niet bewegen.
Ik heb je schaduw erbij geschilderd.
Therese, ik heb m'n kruik nodig. M'n voeten bevriezen.
Therese, echt, waar ben je met je hoofd?
Kun je hier komen?
Ik zie er...
Is 'voornaam' het juiste woord? - Het is een woord.
Dank u.
Maar het lijkt amper op jou. Het is zo somber.
En zo grijs.
Het lijkt op m'n ziel.
Ben je daarop uit? Z'n ziel?
Ik schilder wat ik zie.
Het krijgt wel vat op je. - De schurft ook.
Kleineer jezelf niet zo.
Je hebt ons 'n glimp laten zien van iets...
eeuwigs.
O, nee. Nu geen klant.
Ik haal een fles champagne.
Nee, twee flessen. - Ja.
Dan kunnen we hier Laurents meesterwerk bewonderen.
Maar schiet op. - Natuurlijk.
Fantastisch.
Het is echt buitengewoon.
Bedankt, m'n vriend.
Vind je het mooi?
Je kon toch niet schilderen?
Maak je blouse open.
We hebben niet genoeg tijd.
Doe ik je pijn? - Ja.
Niet kreunen. - Maak geen geluid. Stil zijn.
Je bent vanochtend zo druk als een bij.
Ik heb vannacht goed geslapen.
Daar?
Laat me zien waar.
Laat me zien waar.
Daar. Daar?
Morgen. Kom niet te laat. - Ja.
Therese, ik heb je nodig.
We bewaren ze allebei voor u...
en dan kunt u komen zodra u erover hebt nagedacht.
Dat zal ik doen. Dank u.
Jezus, Camille, je liet me schrikken.
Zullen we samen lunchen? Dat is geen lastige vraag.
Het spijt me. Ik moet voor de chef een boodschap doen.
Zie ik je vanavond?
Vanavond? - Het is donderdag.
O, ja, natuurlijk. Ik zie je vanavond. Sorry, ik ben laat, Camille.
Kom maar wanneer je wilt. Je hoort nu bij de familie.
Jullie huwelijksbed?
Madame kan hier elk moment komen.
Ze gaat echt de winkel niet uit.
Bovendien heb ik 'n vreselijke hoofdpijn. Ik moet rusten.
Je bent bang.
Niet te geloven, dat jij dat meisje bent wat altijd stil in de hoek zat.
Je hebt geen idee hoeveel ze van me hebben afgenomen.
Ik ben twee keer bijna weggelopen...
maar ze zei altijd dat ik zonder hen niet zou overleven.
En ik geloofde haar.
Er is niet veel meer van me over...
dan een opgebrand kousje en een rookpluimpje.
En kijk jou nu eens.
Wees dus niet bang.
Gevaar gaat voorbij aan degenen die het recht in de ogen kijken.
Hij had haar bloed nog onder z'n nagels toen we hem vonden.
Pardon.
Therese. - Ze is zo terug.
Gij zult niet. Is dat de zesde of de zevende?
De zevende. - De zesde en de zevende.
Er is alleen maar moord en lust.
In haar eigen oven gepropt...
In stukjes gehakt en in 'n taart gebakken.
Therese, jij bent.
O, jee.
Ik had geen idee dat jij zo goed was, Therese.
Het zijn altijd die stillen in de hoek die je in de gaten moet houden.
Ik kan er niet tegen om niet bij je te zijn.
O, in hemelsnaam.
Therese, ben je ziek? - Ik heb een enorme migraine, madame.
Wil je een kopje thee? - Later misschien. Ik moet nu rusten.
Je vindt het leuk om te liegen. - Ja, en ik ben er goed in.
Zij hebben me goed gemaakt.
Bedankt voor het opsluiten in 'n ziekenkamer.
En bedankt voor het levend begraven. O, dank je.
O, dank je.
Therese, zit de kat nou weer haarballen op te hoesten?
Wat is er?
Je hebt me te laat opgegraven.
Nee.
Nee, precies op tijd.
Precies op tijd.
Red me.
Alsjeblieft, red me.
Ik zonk. Ik zonk in iets kouds en dieps.
Ik kreeg geen lucht.
Je droomde.
Wat doe je? - Ik luister naar de rivier.
Dat is een stenen muur, Therese.
Zit je's nachts vaak alleen op? - Soms.
Je hebt geheimen voor me. Ik wist dat niet.
Soms zit ik's nachts bij het raam. Dat is alles.
Kom weer naar bed.
Ik wil je vasthouden. Dan droom ik nooit.
Ik haatte je.
Haatte je me?
Voordat je me ooit hebt aangeraakt.
Als ik een kamer in liep en je daar zag...
dan keek je amper op.
Ik bleef maar om je stoel heen lopen...
in de hoop dat een stukje van m'n jurk...
of m'n hand je zou aanraken.
Haat je me nog steeds?
Ja.
Waarom?
Omdat je me kunt verlaten.
Maar dat doe ik niet.
Ik beloof het.
Ik beloof het.
Ik beloof het.
Camille, wat gaan we doen?
Naar m'n beer kijken. - Waarom?
Vorige week was hier een jongen met 'n broodkorst met honing daarop.
Hij gooide, maar had slecht gemikt.
Het bleef op de rug van de beer plakken.
Het arme dier rook de honing, maar kon er niet bij.
De beer werd gek. Het arme beest takelde zichzelf toe.
Waarom dram je daarover door? Het is triest. Kom, we gaan.
Ik kan Therese niet gelukkig maken.
Is ze niet gelukkig?
Ik weet niet eens meer hoe ik dat merk.
Hou gewoon van haar, Camille.
In Vernon leek dat veel makkelijker.
Hou gewoon van haar en kijk of ze bijdraait.
Kom, we gaan.
Ik wil in je armen in slaap vallen.
Ik wou dat dat kon.
Ik wil je lichaam aanraken terwijl je slaapt.
Ik wil wakker worden met je tong in me.
Therese. Ik heb kamillethee voor je gemaakt.
O, mijn god. Ga onder m'n rok.
Therese?
Doe je benen wijd. - Nee.
Ik krijg geen lucht. - Maakt niet uit.
Wat doe je, liefje?
Ik dacht dat ik je hoorde mompelen. - Dat kan. Ik weet het niet.
Thee? - Ja, graag.
En je hoofd? Nog steeds pijnlijk? - Het komt en gaat.
Misschien moet ik je nek masseren. - O, ik denk niet...
Dat hielp altijd toen je klein was.
Je hebt de laatste tijd vaak hoofdpijn.
Misschien moeten we eens naar de dokter gaan.
Ik heb je nodig, meisje. In de winkel.
Is dat beter? - O, ja.
Dank u.
Je moet spullen gaan inpakken van Fragnets winkel.
Waarom?
We gaan terug naar Vernon.
Wat?
Parijs is slecht voor m'n gezondheid. Al dat vuil en roet.
Maar je werk dan, en de winkel?
Daar vinden we wel vervanging voor in Vernon.
Camille. Camille.
Wanneer wilde je mij dat vertellen?
Ik vind Parijs fijn.
Moeder zegt dat je elke middag vreselijke migraine hebt.
Het is voor jou ook beter.
De lucht is veel schoner in Vernon. - Wat heb je toch?
Ik ben de man. Ik beslis dingen.
Ja, maar we hebben hier vrienden en onze zaak.
Therese.
Ik vraag het je niet, ik zeg het je.
We leven gewoon verder, weg van deze vieze stad en alles komt goed.
Therese, tijd om naar bed te gaan.
Therese? - Ja.
Wat doe je?
Ik kijk of de deur op slot is. - Ga direct naar bed. Het is al laat.
Goedenavond, monsieur Janoux.
O, ik kan niet meer zonder jou leven.
Als hij nou wegging... - Mensen gaan niet zomaar weg.
Soms wel.
Maar het is gevaarlijk...
voor de mensen die ze achterlaten.
Niet als dat weggaan een ongeluk is.
Dagelijks krijgen mensen ongelukken...
en soms komen ze gewoon niet terug.
Dat is alles.
Ik moet gaan.
Therese.
Ben jij van mij?
Helemaal.
Ben jij van mij?
Ja.
Voor jou.
Je moet ze in het water zetten.
En zeg het niet tegen moeder. Dan wordt ze jaloers.
Het lijkt alsof de zomer bijna voorbij is.
Straks vallen de bladeren weer.
Waarom gebeurt dat?
Luister.
Wat? - Ik hoor water.
Misschien de vallende bladeren.
Het is de rivier, achter die bomen daar.
Zullen we een boot huren en gaan roeien?
Wacht, ik ga even zitten.
Ben je moe? - O, ik ben uitgeput.
Ik had geen stap meer kunnen zetten.
Ik doe even een dutje.
Therese.
Kijk, Laurent.
Als je getrouwd bent, heb je een draagbaar kussen.
Schep maar niet te veel op, vriend.
We hebben vast 30 kilometer gelopen. - Misschien drie.
Ik word oud.
Wat een vreemde gedachte.
Heb je het wel warm?
Camille.
Camille.
Niet doen. - Ik moet je gewoon aanraken.
O, mijn god. - Ja, inderdaad.
Nee, daar. Ze stampen door de bladeren.
Is dat Therese niet? - O, kijk, Laurent, Therese.
Laurent.
O, sorry.
Is hij ziek? - O, nee. Hij slaapt.
Op de grond? Z'n moeder zou zich rot schrikken.
Ik zeg niks, jullie ook niet?
Wat is er met je voet?
O, een blaar. - Ik heb er ook een.
Ik zei toch dat het te ver was. - Nou, we gaan nu weg. Toch?
Zonder dat te hebben gedaan waar we voor kwamen.
Als je een boot wilt huren...
en de schemering tegemoet wilt varen, ga je gang.
Ik ga naar huis. Goedemiddag.
Mag ik je iets zeggen, Therese?
Alle mannen zijn zwijnen.
Waarom zijn jullie niet gewoon beschaafd?
Ze wil met een boot. - Wacht.
Ze wil met een boot. De laatste keer...
viel je roeispaan in het water. - Olivier, wacht op me.
Hou je je nou eens in? - Een goede middag.
Misschien had het deze zomer gekund.
Maar iemand had veel tijd nodig om een jurk te kiezen.
Kom, we gaan lekker langs de rivier wandelen.
We moeten gaan.
Waar naartoe? - Terug.
Naar wat?
Ik ben echt geen zeeman. - Rustig.
Ik ben doodsbang voor water.
Doe niet zo kinderachtig.
Als God ons op de golven had willen hebben...
dan had hij ons wel drijvers gegeven.
Ga maar zitten. Niet in de boot staan.
Zit.
Toen we klein waren, weet je nog Therese, dat ik dat spelletje deed?
Weet je dat nog?
We zaten in onze kamer, de zon ging onder...
en jij zei: 'Steek nog geen kaars aan. '
Het werd donkerder...
maar we konden nog steeds dingen onderscheiden...
de tafel, het kleed, de vaas.
Toen verdween de kleur.
Daarna de randen.
Therese?
Toen't helemaal donker was... - Stap in.
...leek het bijna alsof er nog iemand bij ons in die kamer was.
Ik wilde een lucifer aansteken, maar jij noemde me een baby. Weet je dat nog?
Ik hou van je.
Ik ben in elk geval niet bang voor boten, zoals sommige baby's hier.
Is er iets nog deprimerender dan een zondagmiddag?
Camille. - Man overboord.
Camille. Ik moet weer terug.
Laurent. - Camille? Laurent.
O, mijn hemel.
Liefje, wat is er?
Nee. - We moeten hem vinden. Camille.
O, mijn god.
Kom. Help hem overeind.
Nee.
Ik zei nog dat hij niet zo moest dansen in de boot.
Ik zei het nog.
En toen sloeg de boot om.
Je hebt gedaan wat je kon.
Ze heeft koorts.
Hij riep steeds: 'Red m'n Therese. '
Je gaat zomaar dood. In een oogwenk.
Vreselijk, echt vreselijk.
Er moet een rapport worden opgemaakt.
Er heeft vast iemand wel iets gezien. En dan vinden ze het lichaam.
Nee, wacht hier. Jij hebt vandaag al genoeg meegemaakt.
Wij nemen het wel over.
Ik moet naar madame.
We hebben een lange weg te gaan.
Nu kun je nooit meer bij me weg. - Wees sterk.
Ik denk dat je maar naar binnen moet.
Nee.
Nee.
Therese, madame heeft je nu nodig.
O, nee.
Waar is m'n jongen?
Nee.
O, nee.
M'n jongen. Waar is m'n jongen?
O, nee.
Amen.
Amen.
Wat naar, madame. Wat vreselijk naar voor u.
Ik zou het zo weer overdoen als het moet.
Ik hou van je.
Therese, alsjeblieft, laat mij dat doen. - Nee, ik wil bezig blijven.
Ik zie hem soms voor me, dan komt hij boven.
Neem wat thee, madame.
Dan zwelt hij op en barst hij uit elkaar.
Madame, alstublieft.
En soms...
Soms zie ik de boot omslaan...
en dan zie ik hem vallen.
Ik zie hem dan weg zwemmen.
Hij ploft dan onhandig op 'n oever. Uitgeput, maar blij.
En dan vraag ik me af: 'Waarom...
kan het niet zo zijn?'
Thee, madame.
Laat m'n zoon het naar me toe brengen.
Therese...
Madame, u moet naar binnen komen.
Jij hebt dit gedaan. - Nee, ik weet niet wat u bedoelt.
Jij verloor hem uit het oog. Je keek niet.
Jij zou z'n beschermengel moeten zijn.
Er gebeuren dagelijks ongelukken.
Toen de boot omsloeg, hoe heb jij dat overleefd?
Hoe heb jij het overleefd, terwijl m'n kind naar de duisternis zonk?
Wat deed je? Zeg het me. O, god, zeg het me. Wat deed je?
Madame, ik heb het geprobeerd. - Nee, dat deed je niet.
Je hebt hem dood laten gaan.
Hoe kun jij nog leven en hij niet?
Hoe?
Hij had hier naast me moeten staan.
Jij niet.
Jij niet.
Madame.
Therese. O, meisje toch.
Ik meende niet wat ik zei. Ik meende niet...
Er zit iets in me...
wat m'n hart en geest kapotmaakt.
O, m'n lieve meisje.
Slaapt ze?
Ja.
Misschien moeten we gaan.
Blijf, alsjeblieft.
We wisten niet of we moesten komen, zelfs nadat je ons had uitgenodigd.
Maar het is lang geleden, en we misten de leuke avonden.
Zij mist ze ook. Blijf, alsjeblieft.
Ik wilde naast je zijn.
Naast wie, Therese? Zei je iets?
Nee, moeder. U hebt vast gedroomd.
Hoelang duurt het, als je verdrinkt?
Om naar de duisternis te zinken? Hoelang?
Het is al laat. - We hebben u te veel vermoeid.
O, nee.
Daar ben ik dankbaar voor. Kom alsjeblieft snel weer terug.
Madame, u moet niet proberen om u Camille in stukjes voor te stellen.
Hoe moet ik me hem dan voorstellen?
Weg. Gewoon weg.
Weg?
We komen er zelf wel uit.
Ga nou maar.
Als ze zich ongemakkelijk voelen door mij...
Misschien doet het hen pijn om u zo te zien lijden.
Wat ben je toch vriendelijk. - Ach, dat is niets, madame.
Nee.
Nee, dat is niet niets.
Dat is troost, Laurent, en dat geef je me graag.
Sluit de winkel af als je weggaat. - Natuurlijk.
Therese, ik heb je nodig.
Doe dat nooit meer.
Therese, ik kan niet slapen. Ik heb al maanden niet geslapen.
Laat me naar jouw kamer komen. - Nee, we moeten wachten.
Waarom hebben we hem vermoord? - Om samen te zijn.
Juist.
Ik kan niet slapen. Ik heb er steeds nachtmerries over.
Schat, zodra we getrouwd zijn en samen in hetzelfde bed slapen...
houden die nachtmerries wel op. - Kom, we vertrekken. Vanavond nog.
Maakt niet uit waar naartoe. - Hou op.
Als we nu vertrekken, gaan we zo door naar de guillotine. Snel.
We hebben elkaar en de winkel. - Die winkel maakt me niet uit.
Dat zou wel moeten. Die is nu van jou.
Ik weet't niet. Alles staat op haar naam.
Niks stond op zijn naam, niet eens een bankrekening.
Wat? - Ja. Niks.
Kun je iets meer rouwen?
Therese, heb je thee gemaakt?
Therese, wat is dat voor geluid?
Therese?
Therese?
Suzanne. - Tjonge, ik schrok van je.
Ik wilde even kijken of de deuren goed op slot zijn.
Ik heb nooit geweten dat er een zijdeur was.
Beide deuren zijn op slot.
Het is hartverscheurend.
We kunnen ze beter even laten. - Ik moet helpen...
Het is een prachtige avond. Ik breng je wel naar huis.
Dan nemen we de omweg.
Ja.
Hoe ziek is Therese? - Pardon?
Ze is zo wit als marmer, madame.
Ze heeft een lege blik, een matte huid en ze is zo ziek als een hond of...
Of wat?
Of ze is ziek omdat ze alleen slaapt.
Vader. - Nou, zou jij dat niet zijn dan?
Ik vraag me af of iemand het zich herinnert.
Zich wat herinnert, madame?
Dat ik een zoon had, die acht maanden geleden is overleden.
Maar moet Therese niet verder? - O, ja. Natuurlijk.
Ik weet het niet. Het lijkt wel alsof ze wegkwijnt.
Ik heb veel dingen gezien en ik kan u met zekerheid zeggen...
dat zij sterft aan een gebroken hart.
Aan een bloedende wond die nooit geneest.
Een huwelijk is de oplossing. - Huwelijk?
O, nee. Dat kan niet.
Met wie zou ze moeten trouwen? - Met wie anders dan Laurent?
Laurent.
Dat is respectvoller naar Camille toe dan als ze met een vreemde trouwt.
Een vreemde.
O, nee.
Nee, geen vreemde.
Niet zo laat nog in m'n leven. Een vreemde?
Ze kijken naar ons.
Mis je me? - Ja.
Dat klinkt niet erg overtuigend.
Soms, als ik's nachts wakker ben en ik ben bang, dan mis ik je.
Soms? - Nou, soms...
lig ik in m'n grote bed, helemaal alleen voor't eerst in m'n leven...
en dan voel ik me weer net een klein meisje.
Nou, als we eenmaal getrouwd zijn, dan wordt het weer zoals het was.
Heb je een ma�tresse?
Nee.
Ik kan haar hier nog ruiken.
Hoe ziet ze eruit?
Ze lijkt op jou, maar het is voorbij. - Echt? Waarom?
Ik kon haar naam niet onthouden.
Ik droomde en fluisterde jouw naam in haar oor.
Heeft ze rood haar? - Therese...
Met de liefde en steun van onze lieve vrienden...
wil ik wel over je huwelijk praten. - Huwelijk, moeder?
Maar met wie?
Maar Laurent is als een broer voor me.
Ik accepteer het graag, madame, als Therese me wil hebben.
Camille is uit deze handen geglipt.
Dat zal ik jou nooit laten gebeuren.
Nooit.
Omdat Therese de laatste is van ons gezin...
zal ik m'n testament veranderen en op jullie naam zetten.
Als ik overlijd, krijgen jullie de winkel en 20.000 frank.
Het is geen fortuin, maar het is wel van jullie.
Een band die sterker is dan de liefde: geld.
Zullen we het gaan vieren?
Madame heeft zichzelf overtroffen met deze kamer.
Nieuwe lakens, verse bloemen.
Therese.
Madame heeft... - Haal weg.
Het is maar een schilderij.
Als dat zo is, waarom fluisteren we dan?
Dat litteken in je nek.
Dat was rood toen we in de kerk waren. - Is dat zo?
Hoe heb je... - Niet doen.
We hebben lang over dit moment gedroomd en nu is het zover.
Weet je nog dat je zei dat je in m'n armen in slaap wilde vallen...
en wakker wilde worden met mij warm naast je?
Is dat zo?
Ja. En nu kan dat.
Nu Camille er niet meer is... - Nee. Waarom zeg je z'n naam?
Wat? Zeg het maar. - Dat kan ik niet.
Therese, zeg het.
Camille. - Zie je? Wat is er gebeurd?
Niks.
Waarom?
Omdat hij er niet meer is. Hij is dood.
Camille?
Hoe erg heeft hij geleden?
Heb je het niet gezien?
Ik heb m'n ogen dichtgedaan.
Wanneer?
Hou op. Je kietelt me. Nee.
Ik was voorzichtig, Therese.
Ik heb hem laten zakken alsof het een bad was.
Laat me zien hoe.
Spartelde hij niet tegen? - Nee, hij was heel rustig.
Laat het me zien.
Lieg niet tegen me. Hij ging niet rustig, h�?
M'n ogen waren dicht, m'n oren niet.
Ik hoorde hem m'n naam roepen. 'Therese. '
Therese.
'Therese. ' - Hou op.
Hou op.
Weet je wat dit voor nacht is?
Ik was het bijna vergeten.
Onze huwelijksnacht.
We waren al getrouwd zodra ik in die boot stapte.
Madame.
O, misschien wil Therese wel een gemberkoekje.
Elke middag sinds het huwelijk.
Ik ben ook niet zo'n middagdutjesmens.
Vind je de kip lekker? - Ja, bedankt voor de lunch.
Lunchtijd had voor ons een heel andere betekenis.
We beginnen ons te settelen.
Ik moet weer aan het werk.
Moeder. - In m'n jeugdtijd was een zomerdag...
O, daar gaat ze weer. - Vertel eens over een zomerdag.
Ik praat maar door...
terwijl ik wegkwijn.
Hoelang zou het duren?
Ik denk dat ik me omdraai...
en iemand zie die ik ken.
lemand van wie ik hield.
Een zomerdag, die zich ontspon...
als suiker...
een witte suikerspin.
Wat ontspon? Wat? - U had het over een dag.
We dachten dat de koeienvlaaien stapstenen waren...
en m'n zus, Amalie, stapte er op een.
Ze schreeuwde weer en ik lachte zo hard dat ik dacht...
Moeder.
Madame? Laurent.
Madame? - Moeder.
Probeer haar zonder hulp in beweging te krijgen.
Kleine bewegingen helpen al. - Zeker.
En moedig haar aan om te praten, of gewoon kreunen.
Elk geluidje kan haar weer helpen om te praten.
Hoe kan ze dan... - Weet u...
ze heeft veel geluk dat ze u beiden heeft om voor haar te zorgen.
Goedenavond. - Goedenavond, dokter.
Nu zijn we helemaal alleen.
Breng haar naar de winkel, voor je vertrekt.
Goed.
Klaar, moeder?
Ok�.
Je hebt twee handtekeningen nodig voor het geld.
Goedemorgen. - We komen er zo aan.
Laurent, tijd om naar huis te gaan. - Ja, ik rond het nog even af.
Je zou moeten leren koken.
Jij zou moeten leren eten.
Was ik maar meer zoals Camille...
Nou, het is al laat, h�? U moet naar bed.
Soms weet ik niet meer wie je bent.
Tot de dood ons scheidt, liefje.
Therese. - Wat is er?
Hou op met tikken.
Het tikken is het enige wat jou overstemt.
Ik zeg niks. - Jawel, ik hoor je.
Wat zeg ik dan? - Precies wat ik zeg.
Jij zegt ook niks.
De boot, die middag.
De zon die ondergaat, de mist... - Stil. Kom hier.
De oever is verdwenen, de boot drijft weg.
We zijn alleen. Hij ziet m'n gezicht. - Hij begint te schreeuwen...
Ik grijp z'n keel. ... 'Therese. '
Ik til hem op, hij bijt in m'n nek.
Hij roept jouw naam. - 'Therese. '
Ik gooi hem erin. - 'Therese. '
En dan is hij verdwenen.
Dat klopt, hij is verdwenen.
Jij hebt hem vermoord. - Wat?
Je liegt.
Jij wilde het. Je smeekte me om hem te vermoorden.
Wij hebben hem vermoord. - Waarom achtervolgt hij jou dan?
Ben je gek geworden? Hij komt elke nacht naar je toe.
Hij glipt je dromen binnen. Dan word je gillend wakker.
Ik gil omdat je me te hard vastpakt en je nagels in m'n huid prikken.
O, god.
Toe maar, zeg iets.
Spuug in m'n gezicht.
Wens me maar naar de hel.
Waar denk je dat je nu bent?
Therese.
Therese, waar ga je naartoe? Kom hier.
Laat me los. - Wat doe je?
Thee, madame?
Zes of twee?
Ik snap het. Ze leeft op bij zes en kijkt niet naar twee. Zes dus.
Simpel. Mijn geest boven haar dode materie.
Wat schrijft ze dan? - Pardon?
Terwijl jij bezig was, vormden haar vingers letters. Wacht.
Begin eens opnieuw, madame.
Waar lijkt dit op? - Ik weet het niet.
Het is een T. - Een T, h�?
Is dat niet een T? - Ja.
H.
E, 'The. ' The en dan nog iets. - The...
Laat eens kijken. - Liefje, momentje.
R.
E.
'There but for the grace... ' - Stil, Grivet.
Wat is de volgende?
S. Is dat een S? - Het is een S. Dat is een S.
E. - E. 'Therese. '
E. 'Therese. ' - Bedankt, professor.
Ze heeft 'Therese' geschreven.
'Therese... '
'Therese... ' - 'en... '
'Therese en... ' - 'Therese en Laurent. '
Dat heeft ze geschreven. 'Therese en Laurent. '
'Therese en Laurent. '
Z.
Z.
IJ.
N. - N. 'Therese en Laurent zijn... '
Wat, Madame?
Ze is uitgeput. - Ze hoeft het niet af te maken.
Kijk haar in de ogen.
'Therese en Laurent zijn...
geweldige kinderen die erg goed voor me zorgen. '
Klopt dat?
Waarom huilt ze? - Dankbaarheid.
Nee, moeder.
Wij zijn u juist dankbaar.
Op het perfecte stel. - Ja.
In dit huis heerst geluk. Hier wonen fijne mensen.
Heb je weer telkens hoofdpijn?
Ik kan het niet meer verdragen.
Jullie houden me niet langer voor de gek.
Ik voorspel een uitbreiding van dit gezin over acht maanden.
Nee, Suzanne, ik weet... Nee, ik weet het zeker. Dat is het niet.
Dank u.
Dank u.
Ik ga even liggen. M'n hoofd bonst.
Ik let wel op de bel.
Ik ben m'n knopen vergeten.
Ik ben van gedachten veranderd. Ik moet hier weg.
Toe maar.
Boor maar een gat door me heen. Hier.
Wie heeft me uitgehuwelijkt?
Wie deed alles om te voorkomen dat ik alleen was?
U.
Drink je drankje op. Tijd om te gaan. De bar is al een halfuur gesloten.
Sorry, liefje. - Nee, niet weggaan.
We kunnen hier niet blijven.
Ga niet weg, Blijf, alsjeblieft. - Het spijt me, liefje.
Nee, blijf alsjeblieft.
Je moet blijven.
Kan ik een drankje voor je kopen?
Ik heb nog.
Kan ik jou kopen?
Ik ben vrij.
Kom maar op die tafel. Kom op, til je rok omhoog.
Waarvoor?
Kom maar, dat zie je wel.
Dit zal alles beter maken.
Wacht. - Ga door. Ja.
Momentje. Wacht.
Ik wil je niet.
Blauwzuur. Werkt heel snel.
Een klein druppeltje, en je ziet die ratten nooit weer.
Goedenochtend.
Laurent?
Laurent, kom haar ophalen.
Hallo?
Hallo?
Madame?
Hallo?
MOORD THERESE LAURENT
We komen er zo aan, Suzanne.
Voorzichtig.
Suzanne?
Ik hield van uw zoon. Alstublieft.
Als u me wilt vergeven, zou ik mezelf doden en in vrede gaan.
Alstublieft, vergeeft u mij?
Vergeeft u mij?
Sta op. - Vergeef me, alstublieft.
O, sta op. - Alstublieft.
Ja, ze vergeeft je. Kijk maar.
Ze wou dat ze nog meer kinderen had, zodat je die ook kon vermoorden.
Ze komen ons halen. - Het spijt me.
Ga kijken wie het is.
Ik wil dit niet meer.
Therese, ga kijken wie het is. Nu.
Nu.
Kan ik u helpen, sir?
Olivier. - Ik hoorde je niet aankomen.
Is Suzanne bij jou? - Nee, ik was gewoon in de buurt.
We hebben jullie lang niet gezien. - Nee, madame was erg ziek.
Mag ik haar gedag zeggen? - Ze slaapt nu lekker.
Ik zal haar zeggen dat je er was. - Ja, wens haar beterschap van ons.
Hopelijk beginnen we snel weer met de donderdagavonden.
Ze mist ze heel erg. - Wij ook.
Olivier.
Je hoed.
Goedemorgen.
O, nee. De winkel is helemaal leeg. Compleet verlaten.
Deze kant op? De rivier. Ze gingen deze kant op.
Heb je ooit van me gehouden? - Ja.
Toen hij nog leefde.
Ik hou van je.
Toen ik hem had vermoord... - Wij hebben hem vermoord.
Wil je wat wijn? - Ja.
Ik wil je kussen.
Van je nek tot je dij.
M'n tong naar binnen... - Dat hebben we allemaal al gedaan.
Toe maar.
Nee.
Jij.
Deze kant op. - Daar beneden.
Therese.
Ripped en bewerkt door relentless Gedownload van www. nlondertitels. com
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.