Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
We verlengen Jean-Luc's contract niet. - Waarom niet ?
Omdat we menen dat Jean-Luc niet meer naar behoren werkt.
Jean-Luc werkt erg hard.
Ik zie hem elke dag. Hij is er vroeg en werkt hard.
Ja... - Hij is belangrijk.
Hij kan 't tempo niet bijhouden.
Fysiek kan hij 't niet aan, Als ik 'm zie, is hij buiten adem.
Soms ben ik bang dat hij 'n hartaanval krijgt.
Dat is overdreven. Moment...
Zet 'm bij het inpakken.
Ik liet je komen... - Zet 'm bij het inpakken.
Waarom zet je hem daar niet ? - Niet om te discussiëren.
Maar zodat je zou weten... - Verander zijn functie, Agathe.
Olivier, je weet best dat...
Zeg niet dat 't een fysiek probleem is.
Het probleem is... - Hij is 53. Wat moet hij nu doen ?
We hebben 'n efficiënte ploeg nodig...
Mijn ploeg is erg efficiënt.
Je verdedigt je vrienden.
Het zijn m'n vrienden niet. - Doe iets anders.
Ik wil dat 't duidelijk is. Want straks sta ik ertussen en...
Wees eerlijk. Jean-Luc kan niet meer werken zoals vroeger.
Wil je er echt over praten ?
't Is geen fysiek probleem.
En ? - Alles oké ?
Ja. Heb je haar gesproken ?
Met Agathe ? - Ja, maar ze heeft niets gezegd.
Niets ? - Nee.
Niets over mij ?
Mag ik blijven ? - Ik moet ervandoor.
Kom op. - Ik weet 't niet. IK zweer 't.
Maak je geen zorgen. - Als ze mij ontslaat, dan is mijn huis...
Zeg dat niet. Marie werkt ook.
Weet ik, maar 't zal niet genoeg zijn.
Ik moet ervandoor, Jean-Luc. - Voor Marie
en Anna heb ik 'n oplossing voor de hypotheek.
Ik schiet me door de kop en...
Niet lullen. Zeg zoiets niet, Jean-Luc.
Het komt goed. Geen zorgen. - Ja, 't komt goed.
Het komt goed. - Ja.
Zie ik je morgen ? - Als jij dat wil, ja.
Gaat 't ? Zijn m'n handen niet te koud ?
Gaat 't ?
Trekt 't daar ? - Ja.
Dat is normaal. En hier beneden... Dat is oké.
Ga rechtop zitten.
Goed zo. Elliot, je doet 't geweldig.
En aan deze kant ? Ja, dat is perfect.
Laatst had u 't over nog 'n operatie.
Hoezo ? - Is nog een operatie nuttig ?
Nee, 't is de moeite niet.
Nee, 't is goed. Het is perfect. Jij bent top.
Nee, 't ziet er goed uit. Het geneest goed.
Geen operaties meer ? - Nee, geen nieuwe transplantatie meer.
Geweldig, toch ? - Ja.
Dat is perfect.
En de behandeling, de zalfjes ? - We gaan gewoon verder.
's Morgens, 's avonds. - Goed.
Hoe gaat 't met u, mevrouw Vallet ?
Het gaat. - Ja ?
Zulke ongelukjes zie ik het hele jaar in 't ziekenhuis.
Ze deed 't niet met opzet.
Nee, natuurlijk niet.
Dag. - Dag.
Dag, schat.
Mag ik wat water ? - Dag, Joëlle. Hoe gaat 't ?
Hoe laat komt Olivier thuis vanavond ?
Geen idee. Hij komt vaak laat thuis.
Dan blijf ik niet. - Goed.
Bedankt.
Gaat 't ? - Ja.
Tot ziens, oma. - Dag.
Alsjeblieft.
Dank je, mama. - Tot ziens.
Mama, ik hou van jou. - Ik hou ook van jou.
Je bent mooi.
Echt mooi. - En jij bent nog mooier.
Nee, jij. - Nee, jij.
Nee, jij.
Opgelet.
Klaar voor de landing. We zijn boven de landingsbaan.
Nog 'n klein beetje.
Heel zachtjes.
Hij verlaat de landingsbaan.
En landt in het midden.
Slapen jullie nog niet ? - Papa...
Gaat 't, schatje ? - Papa !
Wat eet je ? - Niets.
Zeker weten ?
Slapen, kindjes. 't Is al laat.
Hij was er met z'n nieuwe vriendin. - En ?
Ze is 'n beetje mollig.
Zal ik opnemen ? - Nee, ik ga wel.
Hallo ?
Wat ? Wacht, momentje.
Waar ben je ?
Oké, ik kom. Ja.
Wie was 't ? - De dochter van Jean-Luc.
Hij heeft iets doms gedaan.
Marie.
Gaat 't ?
Wat is er gebeurd ?
Ik begrijp 't niet.
Hij sneed z'n polsen door.
Hij verloor veel bloed.
We weten van niets.
Gaat 't ? - Claire.
Gaat het, Jan ? - Dag.
Dag.
Dag. - Anna.
Marie is daar. - Het was te verwachten.
Marie.
Nog nieuws ? - Niets, we wachten af.
Wat ik niet snap is waarom hij niet naar mij is gekomen
om te zeggen dat hij problemen had.
Maar Jean-Luc... Je weet hoe hij is.
Ik heb vaak met hem proberen te praten.
Hij wou niets meer weten van de vakbond.
En met dat soort zaken, op een bepaald moment is 't...
Mensen moeten zelf beslissen, toch ? 't Is niet...
Er valt ons niets te verwijten.
Het bedrijf treft schuld.
Dat weten we. We weten wat 't is.
We moeten samenkomen. We moeten ons verenigen.
We moeten 'n positie innemen. - Je kan mensen niet dwingen.
Je kan geen mensen dwingen. Dat begrijp jij niet.
Ik wist dat ze hem gingen ontslaan. Agathe zei 't me laatst.
En ik... ik... Ik had geen tijd 't hem te zeggen.
Ik wist ook niet hoe.
Ik kon 't niet.
Nee... - Had ik 't hem gezegd, dan...
Nee. - Toch wel.
't Is niet hetzelfde, Agathe of ik.
Ik geloof het niet.
Een boterham ? - Nee, dank je.
Mag ik uw glas ? Dank u.
Gaat 't, Marie ? - Het gaat, dank je.
Ze praat veel met haar vriendinnen.
Ze heeft 't moeilijk met wat haar vader gedaan heeft.
Ze kwamen goed overeen.
't Is niet gemakkelijk voor haar.
Gaat 't, Julie ? - Olivier, dag.
De nachtploeg deed een uur extra. Vraag aan jouw ploeg hetzelfde.
Wij maakten vorige week al overuren.
Daar gaat 't niet om. Ik wil dat jullie vandaag...
Dat kan ik niet van hen vragen.
Je kan met hen praten. 't Is maar 'n half uur.
Alles oké, Mathieu ? - Alles oké.
Olivier ? - Fijne dag.
Olivier ? En ?
Gekkenwerk. - Wat ?
Ze willen dat we overwerken. Ik kom binnen en ze bespringen mij.
Geweldig.
Heb je het gevraagd voor Jean-Luc ?
Ja, 't was vreselijk. Ze willen er niets over horen.
Het verbaast me niet. - Ze nemen geen verantwoordelijkheid.
Maar ik geef niet op. Dat is zeker. Reken maar op mij.
Wat 'n bende klootzakken.
Ze hadden iets kunnen zeggen.
Kom, laat vallen. We gaan ons niet ergeren.
Ziezo. - Klaar. Het vriest.
Agathe, je moet hier tekenen.
Onderaan.
Kom eens kijken.
Kijk.
Je... - Nee.
Je ziet geen mutsen of handschoenen ? Is hier geen probleem ?
We hadden 't al over de verwarming. - Er is verwarming.
Nee, toch niet. Ik bevries. Zo werken is niet normaal.
Waarom begin je hier weer over ?
't Is niet normaal dat we zo werken.
We zouden sneller werken als... Ik ben de ploegbaas.
't Is niet normaal dat we niet om onze mensen geven.
Wil je hierover praten ? Als 't te zwaar is,
als 't je niet bevalt, kan je elders werk zoeken. Oké ?
't Is buiten ook koud. Begrijp je wat ik bedoel ?
Voor 40 euro neem ik het.
Ik denk niet dat... Ik denk dat 't duurder is.
Is het geen 40 euro ? - Nee, 't is 59.
Het is 59. Dat heb ik niet gezien.
Denk erover na. - Toe maar, ik koop het.
Wil je een tasje ? - Ja, graag.
Hij wordt geweigerd.
Zal ik het opnieuw proberen ? - Laat eens zien.
Ik probeer 't opnieuw. - Laat maar.
Momentje. Alsjeblieft.
Dus, 59.
Pardon.
Sorry.
't Is lastig, ik zweer 't je.
Is het de 12de ? - Ja.
Het lukt niet. - Laat het.
Het spijt me.
Ik kan 't opzij leggen. - Nee, 't is oké.
Nee, laat vallen. 't Is maar een jurkje.
Oké, maar de uitverkoop komt eraan.
Laura, stop. 't Is oké. 't Is maar 'n jurk, oké.
Gaat 't ? - Kan je mij even vervangen ? Bedankt.
Ik koop het niet.
Laura ! - Laura ?
De draak ontvoerde Jacks moeder.
Hij bracht haar bij de heks. Die ziet haar en zegt:
"Ik ga je opsluiten in de kerkers van 't kasteel."
En dan... - Ik ben bang.
Ze gooit haar in de kerkers van het kasteel.
En ze doet de deur op slot.
En Jack hoort z'n moeder schreeuwen:
"Nee ! Jack ! Help mij !"
Hij begint te lopen, zo hard hij kan,
om z'n moeder te redden.
Tijd om te gaan slapen.
Niet bang zijn, oké ?
Weet je waarom ?
Omdat verhaaltjes altijd goed aflopen.
Oké ?
Droom zacht.
Welterusten.
Kan je niet slapen ?
Wil je weten wat er gebeurt ?
Dus, zodra...
Zodra z'n moeder opgesloten is,
denkt ze de hele tijd aan Jack, voortdurend.
's Morgens wanneer ze wakker wordt, wanneer ze eet, dag en nacht.
En ze wordt bang.
Ze denkt: "Wat als Jack mij vergeet ?"
Maar je vergeet je moeder toch niet.
Dat is waar, maar toch is ze bang.
Daarom begint ze hem dromen te sturen
terwijl hij slaapt.
Om hem gerust te stellen, om te zeggen dat ze van hem houdt.
Werkt zoiets ? - Natuurlijk.
Hij kreeg ze allemaal. En 's morgens herinnerde hij ze zich.
Ben je al aangekleed ? - Wil je 'n kop koffie ?
Waarom zette je koffie ? 't Is lief, maar...
Wil je koffie ? - Wat is er ? Kon je niet slapen ?
Ik ben al laat.
Alsjeblieft. - Dank je.
Is er melk of... ?
Hij is sterk. Maar hij is lekker.
Dank je.
Ik heb nagedacht. We moeten Marie opzoeken.
Het zal haar goed doen, toch ?
Wil je 'n stuk fruit ? - Het zal haar gedachten verzetten.
Ze heeft ons nodig. Als je even tijd hebt...
Alsjeblieft. - Ik heb geen honger.
Kijk wat jou het beste past, oké ?
Alsjeblieft.
Ik moet ervandoor. Ga je verder slapen ?
Tot vanavond.
Tot vanavond ?
Zet de doos waar jullie willen. Er is geen specifieke plaats.
Zet hem waar er plaats is. Kijk... Hier, bijvoorbeeld.
Stapel niet hoger dan drie.
Een kleiner iemand kan er anders niet bij, oké ?
Je scant de barcode, daarna de barcode eronder.
Zo is de plaats direct geregistreerd op je tablet.
Op die manier weet de picker waar hij het product kan vinden.
Denk eraan, de tijd die je nodig hebt wordt opgetekend.
De tablet tekent de tijd die je nodig hebt op.
Dat is van belang voor de piekmomenten. Dus geen getreuzel... Ja ?
De directrice belde. Jij moet de kinderen ophalen.
Wat ? Nu ?
Ze zei dat 't dringend was. Jij moet de kinderen oppikken.
Is niemand hen gaan ophalen ? - Dat weet ik niet.
Nou... - Ik weet 't niet.
Maar ik kan niet. - Dat heb ik haar ook gezegd.
Mijn excuses. - Anders belt u ons gewoon.
Ja, ik weet 't.
Kinderen, papa is er. - Koekoek.
Papa !
Ik heb 'n tekening voor jou.
Hij is prachtig. - Ik heb alles.
Ik help je.
Papa, waarom ben je zo laat ?
Er was 'n misverstand met mama.
Ben je niet blij mij te zien ? - Jawel, ik ben superblij.
Tot ziens, Rose. - Dag. Bedankt.
Blijf zitten. Ik ben zo terug.
Dag, Olivier. - Alles oké, Nathalie ?
Alles oké ? - Ja.
En ? - Hoezo ? Is Laura er niet ?
Nee.
Zei ze dat ze vandaag niet kwam ?
Nee. - Belde ze niet ?
Nee, ik belde haar. - Geen boodschap ?
Ik heb haar gebeld.
Ze kwam niet langs om te zeggen dat ze niet werkte ?
Nee, ik... Ik maakte mij geen zorgen.
Na wat er gebeurd is, dacht ik dat ze rust had genomen.
Wat is er gisteren gebeurd ? - Heeft ze niets gezegd ?
Waar is mama ? - Ze komt zo.
Maar dat is het ontbijt.
Wat is er ? - Cornflakes zijn voor 's morgens.
Waar staat dat ? - Ik wil ze zonder melk.
Ze zijn superlekker en smaken nu beter.
's Morgens ben je niet goed wakker.
Heb je geen huiswerk ? - Ik maak 't straks met mama.
Nee, nu. Ik zal je helpen, oké ? Ik ben zo terug.
Dag, oma. - Dag.
Alles oké ?
Ja hoor.
Ontbijtgranen in de schriften ?
Alles oké ? Wat stelt dit voor ?
Claire, met Olivier. Hoor je mij ?
Ja, alles oké. Kan je mij vervangen morgenvroeg ?
Ja, een echt boeltje.
Nee, alles oké.
Bedankt. Ja, ik sta bij jou in 't krijt.
Hadden jullie ruzie ?
Nee.
Voelde ze zich niet goed ? - Ik weet 't niet, mama.
Ik zal 'n onderzoek opstarten voor een verontrustende verdwijning.
Ja, wel... Daarnet zag ik...
Ik zag dat ze... Ze heeft haar spullen mee.
Wat ? Zoals kleren ? - Ja.
Toilettas, make-up... - Ja.
Het gaat hier niet om 'n verontrustende verdwijning.
Maar ik maak me zorgen.
Ja, dat zal wel, maar...
Sorry. Luister, Paul...
Mensen worden teruggevonden na lawines, of hun telefoon aan of uit staat.
Er bestaan apps. Kan je haar niet in 't geheim opsporen ?
"In het geheim". Luister, er zijn procedures.
Ik kan je niet helpen.
Olivier, ze... Ze is ervandoor.
Nee, nee, nee. Ik bedoel...
Luister, ze is weg. Je bent niet de eerste bij wie dat gebeurt.
Olivier, het spijt me dat ik je niet kan helpen.
Oké, Paul. Bedankt.
Begrijp je 't ? - Ja.
En ?
Nog nieuws ?
Nee. Niets.
Geen enkel spoor.
Ging 't met de kinderen ? - Ja, geweldig.
Ze waren blij en hebben gelachen. Het was goed.
Bedankt. Kan je nog eens langskomen ?
Natuurlijk, bel me. Geen probleem.
Bedankt, mama.
Ze komt wel terug. - Ja.
Zal ik nog even blijven ? - Nee, 't is oké.
Waarom zijn jullie nog niet aangekleed ? - Onze kleren lagen niet klaar.
We moeten vertrekken ! Elliot, help me ! Waarom wachten jullie ?
Hier. Vooruit.
Dat is niet van mij. - Hier.
Dat is niet van mij ! - Het maakt niet uit.
Wat is er ? - Dat is niet van mij !
Oké, alsjeblieft.
Waarom mijn koalatrui niet ?
Welke is dat ? - De koalatrui, die met het haar erop.
Ik zie geen koala... Is 't deze ?
Nee ! - Deze ?
Nee ! - Rose, er zijn geen koala's.
Elliot, zet je beneden alles klaar ?
Ik zie geen koala's. Het geeft niet, hè ?
Elliot ! - Ik ben 't niet !
Breng je zus !
Laat m'n boekentas staan ! Ik pak 'm.
Vooruit, stap in de auto.
Geef haar tas.
Pak vast. - Opgelet voor je voet.
Nog nieuws ? - Nee, en jij ?
Nee.
Heb je iets gezien ? Of weet je soms... ?
Was er iemand anders ?
Nee, maar dat weet ik niet.
Weet je...
Laura zegt niet veel.
Wist je dat ze naar de dokter ging ?
Iedereen gaat naar de dokter.
Mag ik de ster erop zetten ?
Ja. - Helemaal bovenaan ?
Ik wou hem erop zetten. - Dat geeft niet, Elliot.
Papa, deze is stuk. - Wacht, ik zal 'm maken.
Fantastisch. Schitterend.
Ik zal deze ophangen.
Papa, kijk.
Dag, Paul. Wat is er ? - Niets nieuws. Alles oké.
Oké dan.
Wat is er ? - Dat is Paul. Hij is 'n vriend.
Dag, Elliot. De laatste keer dat ik je zag, was je 'n baby.
Kom binnen. - Wat ben jij gegroeid.
Zeg je gedag, schat ? - Wat komt hij doen ?
Paul werkt bij de politie. Zie je ? Hij is politieagent.
Hij gaat ons helpen mama terug te vinden.
Ik ken die man niet. Hij is niet onze dokter.
Oké. - Ik was niet op de hoogte.
Ze heeft er niets over verteld. - In orde.
Kan je hem niet ondervragen of oproepen ?
Nee, dat kan ik niet. Er is geen klacht ingediend.
Maar je zei me dat niet te doen.
Ja, omdat er in jouw geval geen klacht nodig is.
En zonder kan ik niet... Ik kan 'm niet oproepen.
Zag jij haar ooit in een roes ?
Begrijp je wat ik bedoel ? In een soort van trance ?
Ze was wel moe, maar dat was 't.
Hoe raakte Elliot gewond ?
Hoe is 't gebeurd ?
Elliot ? - Ja.
Het was niets.
Een ongeluk met een pan.
Ja ? Was je erbij ?
Nee, maar wat heeft Elliot ermee te maken ?
Geen idee. - Waarom breng je Elliot ter sprake ?
Vergeet 't. Kijk naar wat jij me toont.
Elliot staat hierbuiten. Het was een ongeluk.
Laura was duidelijk. - Rustig, Olivier.
Er is geen mysterie rond wat Elliot is overkomen.
Ik vraag 't gewoon.
Maar er is geen... - Ik wil gewoon helpen.
Oké, maar er is geen verband.
Oké. Ik moest 't vragen.
Ja, sorry. Il wil dat 't duidelijk is.
't Is niet iets wat je met een pijnstiller geneest.
't Is al laat. Probeer te slapen. Sluit je ogen, oké ?
Het lukt niet.
Ik laat de deur op 'n kier, maar alleen nu.
Met 't licht aan, oké ?
Helemaal open. - Nee, op 'n kier.
Helemaal. - Nee.
Zo ? - Verder.
Zo dan ? - Verder.
Zo ?
Papa ? - Begin niet, Elliot.
Kan de deur dicht ? Ik kan niet slapen door 't licht.
Elliot, sluit je ogen. Dan is 't donker.
Oké ? - Wat doe je, papa ?
Ga je hier slapen ?
Ja, maar alleen vannacht.
Oké. - Doe je ogen dicht.
Pardon, bent u Dr. Desblates ?
Ja. - Ik ben mr. Vallet, Laura's echtgenoot.
Ik heb tal van berichten bij u ingesproken. Sorry voor 't storen.
Het zit zo. Laura is weg. Ze is verdwenen.
Ja, ik herinner 't me.
Kunt u mij helpen haar terug te vinden ?
Is ze lang bij u geweest ?
Nee, ze kwam maar tweemaal langs.
Over welke tijdspanne ? - Niet zo lang.
Ze was moe, zwak.
Gaf ze u 'n telefoonnummer ? - Nee, niets.
Ik zoek haar, begrijpt u ?
Ik begrijp 't. Echt.
Maar ik kan u niet helpen omdat ik niets weet.
Zei ze u dat ze wegging ? - Ze heeft me niets gezegd.
Hier, 't spijt me echt.
Echt waar.
Het spijt me.
Gaat 't ? - Ja, en jij ?
Bedankt. - Tuurlijk, geen probleem.
Alles oké ? Wat is er gebeurd ?
Laura is eventjes op bezoek bij haar familie.
Niets ergs ? - Nee.
Dag, alles oké ?
Ik moet me organiseren met de kinderen.
Dag. - Ja.
Fijne dag. - U ook.
In ieder geval bedankt. - Olivier.
Alles oké ? - Hier, zet op.
Ze gaven ze ons tegen de kou.
We moeten ze dus opzetten.
Is 't verplicht ? - Ja.
Ze houden ons voor de gek. - Is dit 'n grap ?
Ja, 't spijt me.
Dank je. Fijne dag. - Jij ook.
Ze zetten ons te kijk, echt.
Moeten we ze allemaal dragen ? Dan werken we sneller.
Verdorie, kobolden in actie !
Olivier ? Deze tablet doet 't niet.
Wat scheelt er ? - Geen idee.
Klote...
Ik geef je een andere.
Alsjeblieft.
Bedankt.
Carole ? Zal 't gaan ? - Ja.
Oké ? - Bedankt.
Ik ben het zat. - Neem deze.
Bedankt. Hé, Olivier !
Wat ? - Goed gedaan !
Wat ? - Belde jij de arbeidsinspecteur ?
Ik weet van niets. - Mij maak je niets wijs.
Waarom zou ik ? - Ja, dat zal wel.
Let op voor... - Ja, ja. Tot straks.
Gaat 't, schat ? - Ja.
Waarom zit je in 't donker ?
Gaat 't, liefje ? - Ja.
Zit niet te dicht bij de tv. - Oké.
M'n lerares schreef iets voor jou.
Waarom ? Wat heb je gedaan ? - Niets.
Zeker ? Geen pesterijen ? - Ik heb niets gedaan. Lees 't.
's Middags kan ik niet komen.
Zeg je haar dat ?
Ik heb je nodig, Elliot. Gedraag je, oké ?
Geen onzin, oké ?
In orde.
Welk T-shirt wil je ?
Dat.
En de trui ?
Die.
Wanneer komt mama terug ?
Ik weet 't niet.
Je zei dat ze snel zou terug zijn.
Wacht.
Dit ruikt naar mama.
Koekoek. - Dag, oma.
Dag, schat.
Zijn jullie alleen thuis ? - Ja, papa is op zijn werk.
Is hij vandaag op z'n werk ?
Ja. - Goed.
Wat doe jij ? Kijk jij tv ? - Ja.
Waar kijk je naar ?
Wat is dat ? Dat is niets voor jou.
Dat is niet bedoeld voor jou. Ik zet 'm uit.
In orde. - Je hebt je pyjama nog aan.
Kleed je om en dan eten we. - Goed.
Kook jij nog steeds ?
Ik steek 'n handje toe. - Flink zo, schat.
We zetten je tas weg.
De vorken liggen hier voor 't spek.
Hij is stuk.
We moeten 'n nieuwe kopen. Deze is kapot.
We kunnen 'm niet maken.
Ga slapen.
Denk je dat mama dood is ?
Nee, ik denk niet dat ze dood is. Kijk naar mij.
Ik denk niet dat ze dood is.
Ze neemt wat tijd om na te denken. Meer niet.
Ze komt terug. Kijk naar mij.
Geloof je mij ?
Je zus komt langs.
Wat ? - Ze komt hierheen.
Betty ? Hier ? - Ja, voor Elliots verjaardag.
Ach zo. Blijft ze lang ?
Ik weet 't niet. Bel haar en vraag 't haar.
Oké. Vreemd dat ze mij niets zei.
Je moet 'n babysit vragen.
Jazeker, ik zal er 'n paar inhuren.
Hoe moet ik ze betalen ?
Je bent nooit thuis.
Wat gaat er met de kinderen gebeuren ?
Gaan ze zichzelf opvoeden ? - Mama, de kinderen...
Ze kunnen niet de hele tijd alleen blijven. Dat kan niet.
Het gaat goed. We redden 't. Maak je geen zorgen.
't Is momenteel wat ingewikkeld.
Ik heb niet veel tijd, ik zit bij de vakbond.
Nu begrijp ik 't. - Ja.
De vakbond. Net zoals je vader.
Ja, net zoals papa.
Daarom ben je er nooit.
Ik ben er.
Nee, je bent er niet.
Ik ben er.
Ik ben er, oké ? 't Gaat goed.
Je vader zag z'n kinderen ook niet opgroeien.
Ik weet 't, maar jij was er.
Ja, maar ik wilde ook weggaan.
Echt waar. - Tof.
't Is waar. Ik wilde weggaan.
Maar je deed 't niet. - Klopt.
Jij ging niet weg, mama. Zie je 't verschil ?
Je wilde het wel, maar je deed 't niet.
Jij liet ons niet in de steek.
Lees je het nog eens ?
"Mijn schatjes,
ik moest er even tussenuit.
Ik wil snel terugkomen om bij jullie te zijn
voor altijd. Maar ik weet niet wanneer dat kan.
Ik denk de hele tijd aan jullie.
M'n hart is heel groot, het zit vol liefde voor jullie.
Ik weet zeker dat papa goed voor jullie zorgt,
en dat hij jou 'n geweldig verjaardagsfeest zal geven, Elliot.
Ik stuur jullie veel knuffels en kusjes.
Ik hou van jullie. Meer dan van m'n leven."
Ze houdt van ons meer dan van haar leven.
Dat betekent... Dat betekent dat als ze kon,
ze voor ons zou sterven, alleen voor ons.
Ze zou zich voor ons opofferen.
Koekoek. - Papa, kijk.
Momentje. - Het is van mama.
Kijk.
Is 't niet goed ?
Waarom verscheur je 't ? - Wat ?
't Is nutteloos, er staat niet waar ze is. - 't Is niet nutteloos !
Wat ? - Geef hier.
Wat ? Waarom ben je blij ? - Ben ik niet.
Zag je in welke hel we zitten door haar ? Zal ik 't inkaderen ?
Rot op. - Stop, Elliot. Rustig.
Ga weg !
Wat ga je ermee doen ? Ik begrijp 't niet.
Wat denk je ?
Elliot ! - 't Is jouw schuld !
Hoezo, mijn schuld ? Elliot...
Dat is goed. Ze leeft. Zie je, ze is niet...
't Is geweldig - Ja, klopt.
Ik ben overgelukkig.
Zei ze iets ? Stond er iets in voor jou ?
Nee, ze schreef "Familie Vallet".
"Familie Vallet". Dat is goed. Dat is 'n goed teken.
Ze verwijst naar jullie drie.
Met "heel veel liefde". - Ja, precies.
Ja, alles is geweldig. - Stop met zeuren.
Ja, "met veel liefde".
Waar komt de kaart vandaan ? - Wissant.
Waar is Wissant ? - Pas-de-Calais. In 't noorden.
Oké. Dat is ver weg.
Staat er 'n adres op ? - Nee.
En een nota bene ? "Je kan me bereiken..." ?
Waarom Wissant ? Wat is er daar ?
Daar is ze opgegroeid. Er woont geen familie of geen vrienden meer.
Ze wil niet gevonden worden, ze liet geen adres achter.
Ze wil met rust gelaten worden, toch ?
Nee, dat gaat niet lukken !
Wie we daar hebben. - Tante Betty !
Tante Betty !
Mijn God ! Alsof ik nog niet gespannen genoeg ben !
Wat is er met je haar gebeurd ? - 't Is geknipt.
Alles oké ? - Ja.
Alles oké, Betty ?
Dag ! - Dag.
En hoe gaat 't met jou ?
Oké, deze steken we... in de vuilnisbak.
Nee !
Wil je iets drinken ? - Fruitsap graag.
Ziezo.
Wie wil zien of ik 'n cadeautje bij heb ?
Ik !
Maar 't is niet vandaag.
Wat ? - Mijn verjaardag.
Dan geef ik dat van jou niet.
Wil je iets te eten ? - Graag.
Er is kaas, brood... Een boterham ? - Ja.
Echte cadeautjes !
Dit is voor papa.
Dank je. En ik geef jou deze.
Wat is dit ?
Voor volwassenen ? Hoe doe je 't open ?
Wat is dit ?
Dat is...
Geweldig ! Kijk, Elliot.
"Geluk in 't spel, ongeluk in de liefde".
Ik dacht: waarom niet ? Vooruit, krabben maar.
Wat is dit ? - Wat ?
Er zijn veel zaken, en veel vragen.
Dat zijn de handen van de Toverhond. Die zijn voor later. En dit...
Wat is een "Toverhond" ? - Niets !
Wacht een paar dagen en dan weet je 't.
Kijk...
Dat zijn snorren. Die kan je dragen bij ieder T-shirt.
Geel kan samengaan met oranje.
Waarvoor is 'n klavertjevier ? - Niets !
Wat is dat ? - Je hebt geen geluk.
Dat zijn zaadjes van een klavertjevier. Om een wens te doen.
Kan het mij laten vliegen ?
Natuurlijk. Wat je maar wilt. - Momentje...
Wat is dit ? - Een verrassing voor de kinderen.
Laura deed dit.
Zo deed ze 't niet. Ze deed 't zo.
In die richting deed ze 't zeer snel.
Zeer snel ? Is het zo ook leuk ?
Ik wil de snor eraf. Hij jeukt te veel.
Ja, doe 'm maar af.
Ik ook. - Iedereen doet z'n snor af.
Zo ? Doe ik 't even goed als mama ?
Zij deed 't beter. - Ja, ik weet 't. 't Is niet zo snel.
Eindelijk... Mijn God !
Geen wonder dat ze ervandoor is.
Besef je wat ik doormaak ? - Ja, ik zie 't.
Mogen we luider praten of niet ?
Ik weet niet of 't goed is over Laura te praten.
Begrijp je ?
Waarom ?
Ik heb 't gevoel dat ze niet...
Nu gaan ze slapen. En dan denken ze aan Laura.
Ze zullen haar missen. Ik vraag 't me af.
Je wil niet dat ze hier nog genoemd wordt ?
Doe niet zo idioot omdat je ongelukkig bent.
Je vrouw ging weg omdat ze zich slecht voelde.
Ze moet zich erg slecht voelen. Besef je dat ?
Ze moet echt lijden.
Ze deed 't niet zonder reden. - Ja, geweldig, ze lijdt.
Wat is het belang ? Ik snap 't niet.
Dat is geen reden om haar te bannen.
Dat heb ik niet gezegd. - Welles !
Hou op ! Ik heb 't niet gezegd.
Zeg niets over haar voor ze gaan slapen.
Je kinderen zijn niet van porselein.
Kraam geen onzin uit. Jij bent van porselein.
Jij bent in topvorm. - Jij lijkt papa wel.
't Is precies hetzelfde. "Praat hier niet over."
"Ze deed dit, we vergeten haar." Zo doe jij nu.
Betty, jij valt hier binnen.
Jij hebt geen idee wat we doormaken.
Ik heb 't idee dat jij niets meer voelt.
Wil je zien wat voor een boeltje dat het hier is ?
Niets weten. Niets weten.
Is dat mijn schuld ? Ze komt wel terug.
Waarom sleur je papa erbij ? Ik snap 't niet. Waarom ?
Sinds wanneer neem jij 't op voor papa ?
Ik begrijp 'm. Er is 'n verschil.
Waarom breng je hem op ? Ik snap 't niet.
Ben je klaar ?
We gaan niet ruziën om niets.
Nee, en bedankt dat je er bent. - Ja, echt.
Weet je, ik denk dat ze...
Dat ze...
Weet jij meer ? - Ze heeft behoefte aan...
Ik "weet" niet meer. Maar ik kon 't zien.
Laura was triest.
Denk je dat ze iets nodig had ?
Iets anders. - Jonger ?
Nee, niet jonger. - Nieuwer ?
Minder stom.
Nee, ik denk niet dat 't iets met jou te maken heeft.
Iets anders, soms is 't niet waar we zijn. 't Is de schuld van niemand.
Ze stuurde 'n kaartje uit...
Wissant. Het staat op de postzegel.
Daar is ze opgegroeid.
Ik weet niet wat te doen. - Ze stelt 't dus goed.
Waarom weet je niet wat te doen ? Wil je haar opzoeken ?
Ik weet 't niet. Ik voel me verloren. - 't Is een slecht idee.
Weet je iets ? Heeft ze jou gebeld ? - Nee.
Als ik iets wist, zou ik 't je zeggen.
Nee maar... - Waarom is 't een slecht idee ?
Ik zeg 't je. - Zou ik iets ontdekken ?
Nee, dat is 't niet. Ze ging weg, dan ga jij haar niet zoeken.
Ik meen 't. Ik lach omdat ik nerveus ben.
Ik kan 't niet meer aan.
Gaat 't, Malina ?
Malina, wat scheelt er ? Hé, Malina...
Zei jij hen dat ik zwanger ben ?
Nee. Hoe moet ik dat weten ?
Weet je het zeker ? - Nee. Wat is er gebeurd ? Wacht.
Ze hebben m'n contract niet verlengd. Dat scheelt er !
Waarom hebben ze het niet verlengd ?
Wacht. - Het is klote.
Dat dikke klotewijf !
Wie heeft 't hen verteld ?
Ik weet 't niet. Wie had 't kunnen zeggen behalve jij ?
Ik was 't niet, Malina.
Laat mij 't uitzoeken. - Ja, doe maar.
Wat is er ? - Zoals gewoonlijk.
Alweer ? - Ja.
Dag, Olivier. - Alles oké, Marc ?
Is 't dringend ? Houd 't kort want ik heb veel werk.
Heb je veel werk ?
Wat zei Jean-Luc toen hij bij je kwam ?
Waar heb je 't over ?
Ik weet 't niet. - Waarover gaat dit ?
Zie je 't niet ? - Nee.
Vond je niet dat hij fysiek verzwakt was ?
Er is zoiets als het medische geheim.
Het medische geheim. - Inderdaad.
Je houdt 't voor jezelf, je deelt 't niet.
Zeker niet met jou.
Maar met hierboven... - Hoezo ?
Dat is geen probleem. Agathe...
Ga met je problemen naar Agathe. - Ik heb er geen met Agathe.
Ik heb er een met jou. Ik snap niet hoe je 't doet.
Ik denk dat je alle medische dossiers deelt met hierboven.
Hoe kan je met jezelf leven ? Vertel. Ik snap 't niet.
Jij hebt 'n probleem. Stel ik vragen over jouw leven ?
Vraag ik je waarom je vrouw wegging ?
Waarom vraag je naar m'n vrouw ? - En jij naar Jean-Luc ?
Wat is 't verband ? - Stel me geen vragen.
Waar heb je het over ?
Waarom betrek je mijn vrouw erbij ? Ik begrijp er niets van.
Verdwijn ! Verlaat de eerstehulppost !
Rustig aan.
Jij zieke klootzak. - 't Is oké.
Smeerlap. - Laat 't, Olivier.
Ik zal eerlijk zijn: er is fel gediscussieerd.
Wat je gedaan hebt, is zeer ernstig.
We zijn gegaan voor 'n blaam, geen direct ontslag.
Een blaam krijg je maar één keer. - Het zal niet meer gebeuren.
Ik hoop het. Wat ging er door je hoofd ?
Ik liet me meeslepen.
Ik heb je verdedigd. Ik zei dat je hard werkt.
Dat meen ik ook. Je bent belangrijk voor ons.
Ik heb m'n nek voor je uitgestoken.
Bedankt.
Dag. - Dag.
Heeft u 'n dossier over een zekere "Laura Vallet" ?
Laura Vallet. Wanneer is ze opgenomen ? Deze week ?
Ze is mijn vrouw.
Het is al twee en een halve maand...
dat ik haar zoek. Mocht u iets vinden
onder "Vallet". V, A, dubbele L, E, T.
In orde. - Laura.
Nee, er is niemand met die naam.
Weet u 't zeker ?
Ja, er is niemand opgenomen onder die naam.
Niets in die tijdspanne ? - Nee, niet sinds...
Alle patiënten staan hier. En niemand onder die naam.
Heeft u al rondgevraagd ? - Ja.
En de Clinique des Platanes ? - Ja.
Meer kan ik niet doen. Sorry. - Bedankt.
Ja...
Momentje. Wacht, ik zal je... Nee...
Ik bel je... Ik bel je terug, oké ?
Later vanavond, oké ?
Ja, oké. Dag.
Kom ik ongelegen ? - Nee, helemaal niet.
Het is leuk je te zien. Kom binnen.
Alles oké ? - Ja.
En met jou ? - Ja.
Luister.
Stoor ik ? - Nee, helemaal niet.
Wil je iets drinken ?
Ja.
Gaat 't ? - Ja.
Oké dan.
Nee, nee. Wacht. Wat doe je ?
Het spijt me.
Het spijt me.
Nee, nee. - Ja, ja.
Oké.
Wacht.
Wat ?
Alles oké ? Waar was je ?
Ik was op... op een ding.
Een vergadering.
Het was klote.
Een scharrel. Was het een scharrel ?
Waarom zeg je dat ? - Geen idee. Was het een scharrel ?
Je lijkt schuldig. Alsof je gerotzooid hebt.
Heb ik niet. - Toch wel.
Toch wel, zeker.
Waar of niet waar ?
Geen probleem. Ze laat jou ook door de hel gaan.
Je hebt het recht plezier te maken.
Het was toch goed ?
Wat ?
Het was niet goed. - Het was...
Vreemd. - Oh ja ?
Ja, het zal best vreemd geweest zijn.
In welk opzicht ?
Heb ik het verknoeid ? - Nee.
Het is niet erg.
Het is een bende.
Ik hou van haar, ik zweer 't. - Ik weet 't.
Maar ik weet niet waar ze is.
Je pantoffels zijn top. - Dank je.
Wat doe je ?
Nee, ik ben kapot. Medelijden.
Stop.
Het waren net de middeleeuwen. - Ach zo ?
Ja, we deden overal kaka.
Ik zou willen dat je blijft.
Een paar dagen, Betty.
Ik kan niet, ik moet repeteren maandag.
Stel het uit.
Zo gaat dat niet. Er komen mensen, er zijn afspraken.
Meld je ziek. - Nee, zo werkt 't niet in 't theater.
Zeg dat je je niet goed voelt. Hoe dan ook, je voelt je niet goed.
Wat ? - Doe 't voor de kinderen.
Momentje. - Het doet hen goed.
Rose gezien ? Het gaat beter sinds jij er bent.
Je doet ons allemaal deugd. Echt waar.
Ik heb een leven, als 't even mag.
Daardoor kan ik op bezoek komen, maar ik moet werken.
Daarmee verdien ik de kost.
Je begrijpt niet... - Worden de repetities vergoed ?
Nee. - Wat voor werk is dat ?
Nee, maar... - Je kan toch stempelen ?
Je hebt niet eens arbeidsvoorwaarden.
En interimcontracten worden steeds schaarser.
Mijn werk is belangrijk voor mij, zelfs onbetaald.
Het kan deuren openen, er komen programmamakers langs.
En jij moet mij de les niet lezen. De man met de saaiste baan ooit.
Was jij in 'n fabriek vandaag ?
Het is niet saai. Juist het tegenovergestelde.
Binnen 30 seconden...
Sorry, het is teamwork. We zijn er, we vormen een blok.
Ik werk met mensen. En we gaan vooruit.
We draaien niet aan bouten. - Binnen 30 seconden ken ik jouw baan.
Al volg jij me twee jaar, dan nog weet je niet wat ik doe.
Ik heb geen keuze. Ik moet geld verdienen.
Ik moet eten, om te leven. - Juist ! Waarom ?
Je leeft op een andere planeet.
Jij stevent af op kanker op je 50e. - Waar heb je 't over ?
Ik haat 't als je daarover begint.
We zouden niet over papa praten.
We zijn allebei gelukkig en dat telt.
Ik zou graag willen
dat je blijft, Betty.
Wat kan 't je schelen ? Je hebt geen werk, geen man, geen kinderen.
Deed je zo tegen Laura ? - Het spijt me.
Het spijt me, Betty, ik ben een idioot.
Dat was tactloos. - Ik weet 't.
Ik dacht niet na. - Als je wil dat ik blijf...
We willen allemaal dat je blijft. Ik dacht niet na, oké ?
Zelfs al dacht je 't een beetje.
Het spijt me. - Ik weet 't.
Die verdomde familie. Het spijt me.
Betty, stop. - Ik mag 'n beetje huilen.
Ik heb je 10 dagen geholpen, dus mag ik huilen als ik wil.
Het spijt me.
Waarom ga je weg, tante Betty ?
Ik moet voor m'n kat zorgen.
Hoe heet ie ? - Mijn kat heet Jean-Paul.
En wanneer Jean-Paul alleen is,
begint hij overal aan te krabben en gooit hij dingen omver.
Ik moet 'm knuffelen. Hij voelt zich verdrietig.
Ik ben ook verdrietig als je weggaat.
Dat weet ik. Jou achterlaten maakt mij ook verdrietig.
Maar je ziet me snel terug.
Je komt me bezoeken met je papa en je broer.
't Is oké want zo gaan jullie mij 'n beetje missen.
En daarna... - Gaat 't, schat ? Rustig, oké ?
Kom op.
We komen er wel uit. We gaan haar bezoeken, oké ?
Zit je te mokken ? Is dat 't ?
Praat je niet meer met mij ?
Mok je ? Zeg je niets meer ?
Waarom gaat ze weg ?
Ze heeft zaken die ze moet doen.
Olivier ?
Alles oké, Claire ?
Sorry.
Heb je op mij gewacht ? - Ja.
Dag. Alles oké ?
Gaat 't ? - Ja.
Voor de mobilisatie ? - Neem je 't me kwalijk ?
Nee, dat is 't niet. 't Is geen probleem. Maak je geen zorgen.
Voor de mobilisatie. - Ik mag je graag, Claire, maar...
Nee, zeg dat niet. "Ik mag je graag" zeggen is niet goed.
Ik vind je geweldig zoals je bent.
Maar ik kan 't niet. Het heeft niets met jou te maken.
Maar ik... Het lijkt nu alsof het medelijden is.
Nee.
Voor de mobilisatie.
Ik word al genoeg genegeerd, dus laat me.
Voor de mobilisatie. Ik kan niet meer praten.
Ze willen niet met jou gezien worden. Ze zijn bang.
Kom, doe maar.
Tot later.
Het is in orde.
Voor de mobilisatie.
Gaat het, Anna ? - Ja.
Is het goed gegaan ? - Ja, geweldig.
Rose heeft in bed geplast. De lakens zitten in de wasmachine.
Echt ? Het spijt me. Bedankt.
Hoeveel ben ik je verschuldigd ?
Ik ken je situatie. Ik weet dat je 't moeilijk hebt.
Nee, ik wil je betalen. - Maar mama zei dat...
Zeg 't dan niet tegen je moeder. Elk werk verdient betaald te worden.
Dank je. - Graag gedaan.
Ik kom eens langs. Zeg haar dat 't me spijt.
Ze weet het.
Is alles oké ?
Houdt ze 't vol ?
't Is moeilijk, maar...
We gaan 't huis verkopen.
Echt ? - Ja.
Ik dacht dat de verzekering de schuld zou overnemen.
Ja, maar mama's familie woont in de buurt van Bayeux.
We gaan ook in die buurt wonen.
Ga jij daarmee akkoord ?
Ja, het is wat 't is.
Nogmaals bedankt. - Nee, jij bedankt.
Dag.
Alles oké, schat ?
Kan je niet slapen ?
't Is haar schuld niet. Ze is nog klein.
Ik weet dat 't haar schuld niet is.
't Is vreemd, 't gebeurt anders nooit.
Toch wel.
Wat doe je ?
Kom, ik zal 't je laten zien.
Maar ?
Deed jij dat ? - Ik wist niet waar ik ze moest leggen.
Veranderde jij steeds de lakens ?
Dank je. 't Is oké, ga slapen.
Kom, schiet op.
Ik ben blij. De nieuwe trui staat je goed.
"Nieuw" ? Noem je dit nieuw ?
Ja, hij is nieuw.
Tweedehandstruien zijn al gedragen, maar ze zijn top.
't Is beter voor 't milieu.
Het is zinloos geld te verspillen.
De consumptie maakt de mensen gek.
Die trui heeft al gediend, en jij draagt hem opnieuw.
Vind jij je nieuwe trui ook leuk, Rose ?
Rose, vind je 'm leuk of niet ?
Is het omdat ze goedkoper zijn ?
Dat ook.
Nieuwe ontbijtgranen. Duurder. De beste.
Met chocolade. Wil je melk, liefje ?
Alsjeblieft.
Wil jij melk ? - Nee, dank je.
Jij wilt fruitsap.
Hoelang spreekt ze al niet meer ?
Twee weken, hè, Rose ?
Klopt dat ?
Twee weken.
Thuis noch op school.
En thuis...
Wanneer jullie samen zijn, heeft u 't aangekaart ?
Heeft u gepraat over wat er gebeurd is ?
Ik heb niets gezegd. We hebben 't gezien, we waren samen.
We...
We waren er, we hebben 't gezien.
De leegte, het gemis.
Er was geen behoefte erover te spreken.
't Is niet om te praten. Alleen...
Als u de kans zou hebben hen de waarheid te vertellen...
Welke "waarheid" ?
We weten 't niet. We weten 't niet.
Je weet 't, Rose, ik... We weten 't niet.
Mama ging weg en we weten niet waarom.
We weten niet wanneer ze terugkomt.
Rose is op de hoogte. Ik verberg haar niets.
Dat is 't.
Probeer erover te praten. - Maar we...
We zijn hier.
't Is een plek waar u naar terug kunt komen.
Misschien is het tijd die nuttig is
voor jullie beiden of jullie drietjes.
Kunnen we in één keer niets bereiken ?
Dit vraagt tijd. Daarom stel ik gezinstherapie voor.
Nee, ik wil geen gezinstherapie.
Ik wil 't niet.
Brengt mama de zalf nog aan ? - Ja.
Nee, zijn moeder is voor 'n tijdje naar haar familie.
Ze liet instructies na, maar we vergaten het af en toe.
We zullen aandachtiger zijn.
We gaan door met de behandeling. Alles komt goed.
Mag hij zich aankleden ? - Ja.
Vooruit, Elliot.
"Samen sterk" ? 't Is moeilijk mensen aan te trekken.
En 'n overkoepelende vakbond ? - Nee, maar...
We zullen hen verzwakken
en dan komen wij ! Je zal wel zien, 't komt goed.
Ze gaan flippen !
Ik stel jullie voor: de nieuwe permanente vakbond.
Nee, in alle ernst.
Er is 'n vacature. - Wat ?
Voor 'n vakbondsafgevaardigde. - Ach zo ?
Hij is voor jou. - Ga je met pensioen ?
Nee, maar het is in Toulouse.
In Toulouse. - Ja, oké.
Leuk, Jan, maar ik kan niet met m'n kinderen naar Toulouse.
't Is een kans.
't Is een verre kans. - Nee, nee.
Er is niemand, dus als je geïnteresseerd bent.
Nee, het is vriendelijk, maar... Toulouse.
Zal ik inlichtingen vragen ?
We moeten snel ingrijpen. Ik kan niet niets doen.
Ik kan de huur niet meer betalen. Ik zit in de nesten. We moeten iets doen.
Maar Toulouse is...
Dit had ik niet verwacht.
Als we weggaan, zal mama ons niet vinden.
Als we haar vinden, zal jij dan niet verdrietig meer zijn ?
Zal je dan weer praten ?
Oké, ga.
Rose, vergeet je tas niet.
Dag, papa. - Dag.
Ga maar, liefje.
Alles goed, Claire ? - Ja.
Ja, ik...
Ik wilde over iets spreken met jou...
Nou...
Wat ? - Het is...
Ik wilde het eerst aan jou vertellen...
Ik wilde het de anderen later vertellen.
Ik heb een beslissing genomen. Ik ga de vakbond verlaten.
Het is moeilijk om erover te praten.
Verdomme.
Omdat Jan jou de baan niet aanbood ? - Nee, dat is het niet.
Waarom dan ? - Het laat me koud.
Sorry, maar ik doe dit al 15 jaar.
Ik kan het niet meer.
Want ik kan niet...
genoeg afstand bewaren.
Het is te veel voor mij.
Het spijt me. - Claire...
Die mensen daar... - Ze zijn niet veranderd.
We hebben hen verdedigd...
Ze zeggen geen gedag meer. Dat soort dingen.
Hoe dan ook... Nee...
Ja, misschien...
Nu moet ik... Ik moet herbronnen.
Ik begrijp het. - Ik wilde gewoon...
Ik weet niet hoe jij het redt met je twee kinderen, maar...
Ik wilde dat je het weet, meer niet.
Hallo ?
Wat ?
Ze waren er niet vanmorgen. - Ik heb ze naar school gebracht.
Het spijt me enorm.
Het spijt me.
Dit kan niet.
Tot ziens.
Er is een noodnummer, we praten met getuigen.
En ik heb een signalement gelanceerd.
We gaan ze vinden, toch ?
Zullen we een ontvoeringsbericht lanceren ?
Ze zijn weggelopen, Joëlle. Ze werden niet ontvoerd.
Ja, dat kan zijn, maar...
Het kan Laura zijn. Misschien is Laura teruggekomen en...
Ze is misschien teruggekomen voor de kinderen. Het kan.
Je kan je zoiets voorstellen. - Stop, mama.
Waarom denk je dat ?
Een moeder laat haar kinderen niet achter. - Genoeg !
Kalmeer. - Het is normaal.
Laura zou dat nooit doen. - Het is oké.
Laura zou dat nooit... Kijk me aan. Laura zou dat nooit doen.
Oké, ik begrijp het. - Goed.
Het is al een bende. Mama, alsjeblieft, kun je gewoon...
Ik versta je, Joëlle, oké ? - Nee, ik...
We gaan doen wat ik net heb gezegd, oké ?
Dat ze weggelopen zijn. - Precies.
Wat doen we ?
Het is al nacht.
Paul ? Ik ben het. Heb je iets ?
Oké. In orde, je belt me terug.
Bedankt.
En ? - Nee.
Nee ? - Nee, ze zoeken.
Wat ? Wat ?
Alle teams zijn ermee bezig. - Wat heeft hij gezegd ?
Wat heeft hij precies gezegd ? - Ik zei het al.
Ze zoeken.
Is dat alles ?
Hoe gaan ze naar hen zoeken ?
Wat ? - Hoe gaan ze naar hen zoeken ?
Wat bedoel je ? - Op welke manier zoeken ze ?
Ik weet het niet, mama. Ik ben geen politieagent.
Sorry, maar... ik weet het niet.
Ze hebben vast methodes. - Mama, stop daarmee.
Ja. - Het is geweldig dat ze methodes hebben !
Natuurlijk hebben ze methodes ! Werk niet op mijn zenuwen, oké ?
Hoe laat is het ?
8 uur.
Moet je niet gaan werken, mama ? - Nee, ik nam een dag vrij.
Bedankt.
Een ouder staat altijd klaar voor zijn kinderen.
Ik was er niet.
Stop daarmee.
Hallo ? Het is Paul.
Goed, ik kom direct.
Bedankt.
Schatje...
Ben je oké ? - We hebben mama niet gevonden.
Wat ? - We hebben mama niet gevonden.
"We hebben mama niet gevonden".
Het is in orde, schatje.
Dag.
Mijn liefje... Doe me dit nooit meer aan, oké ?
Het is niet erg.
Kijk me aan, Elliot. Het is niet erg.
Ik wil gaan slapen.
Ze is uitgeput.
En eenmaal op de trein...
Hoe ben je... ?
Ik zei aan de kaartjesknipper dat mama op het toilet was.
Hij ging weg en is niet meer teruggekomen.
In orde.
Je zoon is slim.
Je bent slim, maar doe dit niet opnieuw.
Iedereen was ongerust.
Waarom heb je er niet over gesproken met je papa ?
Ik weet het niet.
Heb je honger ? - Ja.
Cornflakes ? - Goed.
Hier.
Waarom ben jij haar niet gaan zoeken ?
Ben je daarom weggegaan ? - Ja.
Ik ben gaan zoeken.
Hoor je me ?
Ik ben vertrokken zoals een idioot.
En ik ben teruggekomen. - Waarom heb je niets gezegd ?
Ik heb niets gevonden.
Ik kwam met lege handen terug.
Ik schaamde me.
Omdat ik denk...
Het is mijn fout.
Het is ook onze schuld. - Nee. Waarom zeg je dat ?
Het is niet jullie schuld, Elliot. Het is niet jouw fout, oké ?
Mama houdt van jullie.
Begrijp je ? - Ja.
Ik weet het zeker. Het is jouw fout niet.
Wanneer ze zich beter voelt, kan ze dan terugkomen ?
Als ze dat wil, ja. Als jullie dat willen.
En als zij dat wil. - We willen dat allemaal.
Hè, Rose ?
Dan wordt het makkelijk.
Maar één ding is zeker. Zij moet de beslissing nemen.
Misschien heeft ze tijd nodig om de dingen op een rij te zetten.
Soms kan je niet...
Je kan niet alles zeggen wat je wilt.
Ze had het moeten zeggen.
Als ze moest weggaan, had ze het moeten zeggen.
Dat is wat wij denken. Maar misschien kon ze dat niet.
Soms willen we de mensen geen pijn doen.
Je wilt niemand kwetsen.
Ja ?
Weet je nog, Elliot ? Het is zoals met het cadeau van papa.
Zoals toen papa je een boekentas gaf die je niet leuk vond.
Maar je wilde niets zeggen om hem niet te kwetsen.
Wat ? Wat is dit ?
Vond je de boekentas niet leuk ?
En je hebt niets gezegd ?
Ik zal je een andere kopen.
Deugniet.
Binnen.
Olivier.
Dag. - Ik ben Mustafa. Aangenaam.
Is Agathe er niet ? - Agathe ? Nee, ze is er niet.
Ze werd ontslagen.
Echt ? - Ja.
Ik vervang haar.
Ik weet niet wat er gebeurt want ik weet het zelf niet.
Ik sprak met de directie.
We reorganiseren de hele firma op dit moment.
En we wilden weten, gezien wat je recent hebt gedaan,
of je een baan op de personeelsdienst wilt aanvaarden.
Het zal natuurlijk iets anders zijn.
De personeelsdienst ? - Ja.
Je zou een van die banen krijgen, als je dat wilt.
Is dit een grap ? - Nee, we willen dat je dat doet.
Wacht even, ik...
Dat is fijn, maar ik voel me er niet goed bij.
Ik denk niet...
Ik zal duidelijk zijn. Ik kan geen mensen ontslaan.
Nee, nee... Enerzijds...
Ik ken de situatie. Ik werk alle dagen met Agathe.
Ik ben niet... Ik kan het niet.
We kennen elkaar niet. Ik wil een dergelijke macht niet.
Het is geen macht. Het is geen macht. Het is...
Luister, je staat heel dicht bij de arbeiders.
Wat jij doet... Wat je overbrengt,
hoe je de arbeiders aanvoelt en hoe je hen behandelt.
De manier waarop je met hen spreekt. Dat doe je beter bij personeelszaken.
Het is niet dezelfde verdieping. - Dat klopt.
Dit is wat ik voorstel. Je krijgt een mooie loonsverhoging.
Dit is het contract. Lees het.
Wat je ook zegt, neem geen beslissing vandaag.
We nemen elk twee stukken papier.
Je schrijft er een woord op. Ik zal je helpen. Op elk papier.
En dan vouw je het.
En je verbergt het. - Oké.
Welke kleur wil je ? - Roze.
Nog vragen ?
Wat is degro... Degro... "Degrocratie" ?
"Democratie", schatje.
Dat is wanneer alleen jij kan beslissen waarvoor je gaat stemmen.
Hier staat "zuiden". - Klopt. En daar staat "hier".
Dan vouw je het papier en je steekt het in de geheime doos.
Iedereen geeft zijn mening. We hebben erover gesproken.
De stemming is geheim, schatje.
Ben je zeker van je keuze ?
Heb je erover nagedacht ? - Ja.
Steek het in de doos.
Gestemd.
Jouw beurt.
Gestemd.
Ik wil me niet vergissen. In orde.
Gestemd.
Alles oké, kinderen ? Wat is er, liefje ?
Liefje ?
Waarom verberg je je ? - Papa...
Doe je kleren aan, liefje. We zijn te laat.
Kom op, ik zal je helpen.
Oké, armen omhoog.
Wil je deze ? - Ja.
Alles goed, Elliot ?
Ja, maar het is vervelend. Telkens ik stem, verlies ik.
Goed, maar je moet toegeven dat het beter is
dat één op drie zich slecht voelt dan twee op drie, hè ?
Ja, maar een democratie is klote.
Nee, het is geweldig. En ik heb je gezegd waarom.
Het is beter dat je minder mensen ontgoochelt.
Hier.
Oké, klaar ?
WE WACHTEN OP JOU
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.