Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Alarmcentrale.
Alarmcentrale.
Help mij.
Wat is uw adres?
Help. - Ik heb uw adres nodig.
Spreek ik met Nikolaj Jensen? - Ja.
Nikolaj? - Ja.
Ben je op je thuisadres? Mågevej 26?
Nikolaj, ben je op Mågevej 26? - Nee.
Waar ben je dan? - Het is donker. Ik kan niet ademhalen.
Goed. Zeg me waar je bent, Nikolaj.
Volgens de kaart ben je in Næstved. - Fuck.
Nee, nee. - Wat heb je gebruikt?
Wat heb je gebruikt, Nikolaj? - Wat?
Heb je drugs gebruikt?
Ja. - Dat moet je niet doen.
Wat heb je gebruikt? - Speed.
Gespoten of gesnoven?
Haal even diep adem en vertel me...
Ik kan geen adem krijgen, man.
Ik ben doodsbang. - Dat snap ik, maar het is je eigen schuld.
Nikolaj. - Stuur nu maar een ambulance.
Als jij me je adres geeft, stuur ik een ambulance en de politie.
Verdomme.
Verdomme. - Nikolaj?
Met Asger.
Asger Holm?
Ja.
Heb je tijd om wat vragen te beantwoorden over morgen?
Met wie spreek ik? - Tanja Brix. Ik heb een paar vragen.
Wie ben je, vroeg ik. - Tanja Brix, zei ik toch.
Bel ik ongelegen?
Ben je een journalist? - Ja. Voor Berlingske.
Moet je je niet behoorlijk voorstellen voordat je...
Ja, je hebt gelijk. Neem me niet kwalijk.
Hoe kom je aan dit nummer? - Luister, ik schrijf over jouw zaak...
en ik wil je de kans geven... - Geen commentaar.
Kan ik je morgen spreken? - Zoals ik al zei, geen commentaar. Dag.
Je mag hier niet bellen, heb ik gezegd.
Klopt, maar ik dacht dat het voor het werk was.
Alarmcentrale. - Hallo, met Søren Amstrup-Riis.
Ik ben net beroofd.
Ben je thuis, Søren? - Thuis?
Nee, ik zit in m'n auto. Kom snel.
Ben je in Vesterbro? - Ja.
Waar? - Weet ik niet.
Kun je dat niet zien op je computer? - Ik zie alleen de telefoonmast.
Ik heb de politie nodig. - En ik een adres.
Stap uit en zoek een straatnaambordje. - Ik zeg toch net dat ik beroofd ben.
Ik stap echt niet uit.
Wat is er gebeurd?
Een vrouw trok een mes...
en stal m'n portemonnee en computer met werkbestanden erop.
Is het net gebeurd? - Ja.
Op straat? - Nee, in m'n auto, zei ik toch.
Hoe kwam zij in je auto?
Nou, ze...
Ze sprong er gewoon in.
Sprong ze erin?
Ben je in de buurt van Kødbyen, Søren? - Ja, hoezo?
Zie je een pub genaamd Høker Café?
Ja. - Dan ben je in de rosse buurt.
Juist.
Geef me het kenteken van de auto maar.
AN 62 206. Het is een blauwe BMW.
BEROVING BLAUWE BMW
Hoe zag ze eruit?
Ze was jong. Met donker haar. - Deens?
Nee, eerder...
Oost-Europees? - Ja.
Heel fijn. Blijf aan de lijn.
Meldkamer Kopenhagen.
Met Asger, alarmcentrale Oost. Ik heb een beroving op...
Je maakt een grapje. Met Bo.
Chef, wat doe jij op de meldkamer? - Geen flauwe notie.
Het management mag hier een weekje diensten draaien.
Balen. - Zeg dat wel.
Wat een klotebaan, telefoontjes aannemen.
Vind je? Ik vind het geweldig. Sommige mensen doen het vrijwillig.
Na morgen ben je gelukkig weer op straat.
Ik kan niet wachten.
Maar goed, werk aan de winkel. Wat heb je voor me?
Ene Søren Amstrup-Riis is door een hoer beroofd in de rosse buurt.
Het kenteken van z'n auto is Alfa November 62 206. AN 62 206.
Begrepen. Ik stuur zo snel mogelijk een wagen.
Laat hem maar even in z'n sop gaar koken.
Boontje komt om z'n loontje. - Inderdaad.
Heb jij vorige week 90 kilo in beslag genomen?
Ja, dat was helemaal te gek.
Spul van de AK? - Ja, we hebben ze. Fantastisch.
Zeker. Heb je zwaar geschut gebruikt?
Echt wel. Het was een ware invasie.
Dus het was een gekkenhuis. - Nou en of.
Is alles goed met Rashid?
Ja. Waarom zou dat niet zo zijn?
Ik was gewoon benieuwd.
Prima. Tot later, Asger. - Dag.
Ik ben er weer. - Dat werd tijd.
Er is een surveillanceauto onderweg.
Hij gaat over. Allejezus, man.
Alarmcentrale.
Alarmcentrale.
Hallo?
Spreek ik met Iben?
Hoi, liefje.
Pardon, maar u hebt het alarmnummer gebeld.
Ja. - Hebt u hulp nodig?
Ja, je hoeft niet bang te zijn.
Heb je gedronken, Iben? - Nee, hoor.
Waarom heb je het alarmnummer gebeld?
Moet ik dat zeggen? - Jazeker.
Laat dan maar.
Goed, ik hang op. Dag.
Ik maak een ritje met de auto, liefje. Snap je?
Wie is er bij je?
Ja, dat begrijp ik best.
Weet die persoon dat je het alarmnummer gebeld hebt?
Nee.
Goed. Met wie denkt hij dat je belt?
Ja, m'n liefje. - Je kind?
Ja.
Ik ga vragen stellen waar je met ja en nee op kunt antwoorden. Oké?
Ja, graag. - Ken je de persoon die nu bij je is?
Heeft hij een wapen?
Iben, heeft die persoon een wapen? - Dat weet ik niet.
Het klinkt alsof je in een auto zit. Klopt dat?
Ja.
Word je ontvoerd? - Ja.
Oké. Nu moeten we uitzoeken waar je bent.
Ten noorden van Kopenhagen, zie ik.
Goed. Iben, laten we proberen kalm te blijven.
Doe alsof je tegen je kind praat. Praat met me alsof ik je kind ben.
Mama komt zo weer thuis. - Goed zo.
Zit je op de snelweg? - Ja.
Naar het zuiden, richting Kopenhagen? - Nee.
Naar het noorden? - Ja.
Je moet nu ophangen. - Blijf aan de lijn, Iben.
Zeg dat je kind verdrietig is. - Ze is verdrietig.
Ik zet je in de wacht. - Niet doen, liefje.
Dat moet even. Blijf aan de lijn en doe alsof je je kind troost. Oké?
Toe maar, Iben.
Niet verdrietig zijn. Ik kom zo weer naar huis.
Heel goed, Iben. Ik ben zo weer terug.
Neem nou op.
Meldkamer Nordsjælland. - Met Asger Holm. Er is 'n vrouw ontvoerd.
Op de snelweg Kopenhagen-Hillerød, tussen afrit 6 en 9.
Heb je iemand in de buurt? - Ik check het even.
Heb je er één? - Ja, ik heb een wagen in de buurt.
Stuur die richting het noorden.
Heb je een kenteken? - Nee, maar de vrouw geeft mij een seintje.
Begrepen.
Iben, ik ben er weer. Er komt straks een surveillancewagen langs.
Vertel het me als die langsrijdt, dan zetten ze jullie aan de kant.
Ja. - We wachten gewoon af. Hij is er zo.
Iben, doe alsof je tegen je kind praat. Zeg dat ze naar bed moet gaan.
Toe maar, Iben. - Ga maar lekker slapen, liefje.
Goed zo. Hou vol, we zijn onderweg. - Laat maar een lichtje aan.
Laat mij met haar praten. - Nee, dat kan niet.
Ze wil alleen met jou praten. Zeg dat tegen hem.
Ze wil alleen met mij praten. Het spijt me zo.
Sorry, liefje, ik moet ophangen. - Iben, wacht even.
Ik heb de kleur van de auto nodig. Als ik de goede kleur zeg, zeg jij 'goed zo'.
Rood.
Blauw.
Zwart. Wit... - Ja, goed zo.
Goed, een witte. Is het 'n personenauto? - Een bestelbusje.
Wat zei je? - Alleen ja of nee zeggen, oké?
Als je moet ophangen, bel me dan terug. Je krijgt altijd mij aan de lijn.
Ik heet Asger. Iben?
Meldkamer Nordsjælland. - Met Asger. Zijn ze al op de snelweg?
Ja, we wachten op jouw seintje. - De lijn werd verbroken.
Juist, ja, maar... - Kun je mij de wagen geven?
Ja, maar waarom? - Doe het nu maar gewoon.
Hallo. - Ik zet je door.
Bedankt.
Met de 2907. - Met Asger, alarmcentrale Oost.
We wachten op jouw seintje.
Bij welke afrit zijn jullie nu? - De volgende is afrit 8.
Afrit 8? Dan moeten jullie vlakbij zijn.
Wat is jullie snelheid? - Zo'n 140. Maar hoe herkennen we...
Het is een wit busje. - Oké. We zoeken een wit busje.
Ben je er al een gepasseerd?
Er rijdt er een vlak voor ons.
Kleur? - Lastig te zien met die regen.
Ga ernaast rijden. - Ernaast gaan rijden.
Verdomme, hij neemt de afslag. Hij moet ons gezien hebben.
Dit moet hem zijn, toch? - Ga ernaast rijden.
Dat gaat niet, hij neemt nu de afslag. Wat nu?
Wat zullen we doen? - Volg hem.
Achter hem aan.
Hij zet hem nu aan de kant.
Is het een witte? - Ja.
Is hij gewapend? - Weten we niet. Het zou kunnen.
Begrepen. - Hou de lijn open.
Politie. Laat je handen zien. Hou ze op het stuur.
Wat gebeurt er? - Verkeerde busje. Geen vrouw.
Zeker weten? - Ja. Er zat geen vrouw in.
Maar het was een witte? - Wit of zilver. Het is zo donker.
Meldkamer Nordsjælland. - Met mij. Ze zijn de snelweg af.
Hoezo? - Ze hielden het verkeerde busje staande.
Ik zal alle wagens inlichten. Wat zoeken we?
Een wit busje. - Dat is niet genoeg. Ik heb zes wagens...
Je hebt een kenteken nodig, ik weet het. - Precies.
Zij heeft geen auto. Ik heb alleen een telefoonnummer en een adres.
Bel haar thuisnummer. Ik informeer de collega's.
Ja, je hoort van me. - Goed.
Mama? - Nee, ik ben Asger Holm van de politie.
Is er een volwassene thuis?
Nee.
Oké. Hoe heet jij? - Mathilde.
Hoe oud ben je, Mathilde? - Zes driekwart.
Zes driekwart. - Mijn broer is ook thuis.
Mooi. Mag ik met hem praten?
Dat kan niet. Hij is nog maar een baby.
Goed. Hoe heet je moeder, Mathilde? Heet ze Iben?
Ze zijn weggegaan.
Wie zijn weggegaan? - Mama en papa.
Hebben ze gezegd waar ze heen gingen?
Nee. - Dus ze zeiden niet waarheen?
Ze gingen gewoon.
Mathilde, heeft je vader een wit busje? - Hij woont hier niet meer.
Nee, maar heeft hij een grote, witte auto?
Hoe heet je papa?
Mathilde, hoe heet je papa? - Michael.
Michael. En verder? Heeft hij ook een achternaam?
Heet hij Østergård, zoals je mama?
Dat weet ik niet.
Is hij met je mama getrouwd? - Nu niet meer.
Weet je nog hoe de straat heet waar Michael woont?
Ik mag niet bij hem op bezoek.
Weet je zijn telefoonnummer? - 50850204.
Kun je dat nog een keer zeggen? - 50850204.
Wat heb je dat goed onthouden, zeg.
Papa heeft het met me geoefend. Ik mag het niet opschrijven.
Nee, oké. Kijk eens aan. Michael Berg.
En het kenteken. Perfect.
Mathilde, je hebt het heel goed gedaan, weet je dat?
Ja, toch?
Niet huilen, Mathilde.
Mathilde, niet huilen. Alles komt goed.
Toen papa kwam, schreeuwde hij tegen mama. Ze was overstuur.
Hij ging Olivers kamer in en begon weer te schreeuwen.
Ik denk dat hij tegen Oliver schreeuwde.
En toen pakte hij mama aan haar haren.
Is Oliver je broertje? - Ja. En toen schreeuwde mama.
En toen pakte hij een mes en gingen ze weg.
Er mag niets gebeuren met mama. - Nee, maar luister...
Ik wil niet dat hij mama vermoordt.
Niemand gaat je mama vermoorden, oké?
Beloof je dat? - Ja, dat beloof ik.
Mathilde, ik ben bij de politie. Weet je wat de politie is?
Ja, ik denk het wel. - We zijn beschermers, snap je?
Beschermers. - Klopt.
Wij beschermen mensen die hulp nodig hebben. Goed?
Ik ga je mama vinden en terugbrengen bij jou en je broertje. Oké?
En ik stuur een paar agenten die op jou en Oliver komen passen.
Zal ik dat doen? - Ja.
Goed, dan doe ik dat. - Zal mama niets overkomen?
Mama overkomt niets. Er komt snel iemand naar jullie toe.
En als er iets is, dan bel je 1-1-2. Oké?
1-1-2. - Ja, 1-1-2. Kun je dat onthouden?
1-1-2.
Goed zo. Grote meid, Mathilde. Ik moet nu ophangen.
Ik ben bang om alleen te zijn.
Als ik alleen ben, zet ik de tv aan. Dan voelt het alsof er iemand bij me is.
Kun je dat niet doen? - Hij is kapot.
Waarom ga je niet even bij je broertje zitten? Hou hem wat gezelschap.
Dat mag niet van papa. - Vergeet maar wat papa zei.
Ga maar gerust.
En als ik hem wakker maak? - Dat gebeurt niet, als je heel stil bent.
Ga maar stilletjes naar binnen en wacht daar tot de politie komt. Lukt dat?
Weet je het zeker? - Heel zeker.
Ga maar naar je broertje. - Ik ga nu naar binnen.
Heel goed.
Dag. - Doeg.
Wat gebeurt er allemaal? - Niets.
Heeft iemand Iben Østergård aan de lijn gehad?
Jij ook niet?
Meldkamer Nordsjælland. - Met Asger. Ik heb een kenteken.
Zulu Tango 55 803. ZT 55 803.
ZT 55 803. Begrepen. Ik geef het door.
Haar ex, Michael Berg, heeft haar. - Michael Berg. Begrepen.
En hij heeft een mes. - Ik geef het door.
Hij is veroordeeld voor mishandeling. - Ik geef het kenteken door.
Ze gaan niet naar zijn huis op Amager... - Ik moet nu eerst het kenteken doorgeven.
Maar wat is je plan? - Wachten tot ze hem vinden.
Ja, maar... - Asger...
hoe sneller ze het kenteken hebben, hoe eerder ze hem vinden, toch?
Ja, maar... - Bedankt voor het kenteken.
Luister, ik dacht... - Nee, jij moet luisteren.
Wacht tot ze terugbelt. Jij doet jouw werk en ik het mijne, oké?
Ja. - Mooi zo. Dag.
Trouwens...
Meldkamer Nordsjælland. - Met Asger.
Stuur een wagen naar de kinderen. Toftegårdsvej 13, heb je dat?
Toftegårdsvej 13. - Bravo.
Torben?
Torben? - Ja?
Ik wil m'n excuses aanbieden voor m'n gedrag.
Niet alleen van vandaag, maar over het algemeen.
Ik weet dat ik nogal...
Wil je m'n excuses accepteren?
Zeker weten. - Bedankt.
Mag ik je een technische vraag stellen? - Natuurlijk.
Als ik uitlog en van computer wissel, krijg ik dan toch nog mijn vorige bellers?
Ja, het systeem volgt je inloggegevens, niet de computer.
Waar ga je heen? - Naar de andere kamer.
Hoezo? We zijn over een kwartier vrij. - Weet ik.
Meldkamer Kopenhagen. - Bo, met Asger.
Jij weer? Ben jij nooit vrij, ouwe reus?
Stoor ik? - Welnee.
Gaat het? - Dit is saaier dan kakken.
Ik weet het. De tijd kruipt. - Zeg dat wel.
Dus je hebt het niet druk? - Nee, de drukte is voorbij.
En bij jou? - Net zo. Het is heel rustig.
Zou je iets voor mij willen doen? - Uiteraard.
Kun je met spoed een wagen sturen naar Strandlodsvej 12?
Vanwege? - Daar woont ene Michael Berg...
een crimineel die z'n vrouw ontvoerd heeft.
Zijn ze daar? - Nee, ze zijn in Nordsjælland.
Praat dan met Nordsjælland. - Heb ik gedaan.
Ik snap het niet. - Nordsjælland zoekt de auto...
maar zijn huis is in jouw district. Ik wil weten waar ze naar onderweg zijn.
Is daar iemand thuis? - Weet ik niet. Hij woont alleen.
Laat ze anders inbreken. - Ik verstond je niet.
Laat ze inbreken. - Ik heb je niet verstaan.
Ik heb een zesjarig meisje beloofd dat haar moeder thuis zou komen...
Kappen nou.
Dit is jouw taak niet.
Dat weet ik. - Inderdaad.
Gaat dit over morgen?
Met mij gaat het prima. Ik probeer gewoon m'n werk te doen.
Wil je een nieuwe psycholoog? Ik weet dat de vorige...
Nee, met mij gaat het prima.
Maar... - Wanneer ben je klaar?
Over tien minuten. - Zit die tien minuten uit.
Morgen ga je naar de rechtbank en ben je van die verrekte telefoon af.
Dat is toch wat je wilt?
Of niet, Asger?
Wat zeg je? - Ja.
Doe Patricia de groeten van me. - Ze is er niet.
Straks, als je thuiskomt. Tot later. - Maar ze is...
Ze is bij me weg.
Met Iben Østergård. Ik kan nu niet aan de telefoon komen.
Nee, niet doen. Laat een bericht achter, bel later terug of stuur een sms'je.
Meldkamer Nordsjælland. - Met Asger.
Hebben jullie het busje al? - Nog niet.
Nog nieuws? Waarom bel je?
Nee. Tot later.
Ja? - Barracuda. Nu.
Een uitsmijter viel ons aan. Stuur de politie.
Waar ben je? - In de Barracuda, zeg ik toch.
Heb je een adres? - Ben je achterlijk, of zo?
Nee, maar ik heb een adres nodig. - Blijf verdomme van hem af.
Ben je in Odense? - Rot op. We regelen dit zelf wel.
Laat de politie dit oplossen... - Rot op.
Pardon?
Spreek ik met Michael?
Michael?
Wie ben jij? - Asger Holm, politie Kopenhagen.
Sorry, dat ik zo laat bel, maar je dochter en zoontje zijn alleen thuis.
Weet jij waar Iben is?
Nee.
Goed, maar kun jij dan bij Mathilde en Oliver gaan kijken?
Dat gaat nu niet lukken. - Ben je bezig?
Ik weet dat Iben bij je is. Waar gaan jullie heen?
Bemoei je er niet mee. - Waar niet mee?
Heb je vastgezeten in Vestre? - Wat?
Je hebt gezeten. Wil je nog meer zitten? Godsamme.
Met Michael. Laat een bericht achter.
Rashid?
Zeg het eens, partner. - Is alles goed?
Ja. Is er iets mis? - Nee. Je moet iets voor me doen.
Prima. Wat dan? - Waar ben je nu?
Op het bureau. Ik ben net klaar. - Ben je met de auto?
Rashid? - Ja.
Rij naar Amager. Ik leg het je wel uit als je daar bent.
Heb je dat? - Ja.
Je bent niet op het bureau, hè? - Toch wel.
Zo klinkt het niet. Je klinkt vreemd.
Ik ben niet vreemd.
Heb je gedronken?
Rashid, je hebt toch niet gedronken?
Asger... - Jij drinkt niet, Rashid.
Je drinkt niet. - Ik weet het.
Je bent morgen m'n getuige. - Weet ik.
Een kater in de rechtbank, dat kan niet. - Nee, natuurlijk niet.
Maar... - Maar wat?
Wat is er?
Ik ben bang dat we het verpesten.
Ik ben bang dat ik iets zeg wat niet strookt met jouw verklaring.
Als ik me... - Ik weet het, Rashid. Luister.
Na morgen is het allemaal voorbij. Dan rijden we weer samen. Toch?
Of niet? - Ja.
Ik ben dit zo zat. Ik kijk er gewoon naar uit om weer samen te rijden.
Ik ook. En dat gaat ook gebeuren.
Houden we ons aan het plan? - Natuurlijk.
Natuurlijk, Asger. Sorry.
Hoeveel heb je gedronken? - Twee, drie biertjes.
Dan kun je nog rijden. Ga maar gauw. Het is belangrijk.
Het waren er eerder vier of vijf. - Rij dan voorzichtig.
Wat moet ik doen? - Dat vertel ik later.
Iemand heeft ons nodig.
Wie? - Dat hoor je nog.
Geef me het adres maar. - Strandlodsvej 12 på Amager.
Daar woont ene Michael Berg. Strandlodsvej 12. Heb je dat?
Mooi. Bel me zodra je er bent. Oké? - Oké.
Rij voorzichtig, maar snel. - Ik zal opschieten.
Dag.
Mag ik hier ook niet bellen? - Je hebt telefoon. Een klein meisje.
Heet ze Mathilde? - Ze wil haar naam niet zeggen.
Zal ik haar doorverbinden? - Natuurlijk. Deur dicht.
Sorry. Bedankt.
Mathilde?
Er staat iemand voor de deur.
Dat is de politie. Laat ze maar binnen.
Hallo. Politie.
Mathilde, laat hem maar binnen. Oké?
Goed zo.
Komt mama ooit nog thuis? - Jazeker.
Laat de agenten binnen en geef ze de telefoon maar even. Goed?
Ja. - Goed zo.
Hallo, ik ben Tim en dit is Janne. Wij zijn van de politie.
Is dat voor mij?
Met Tim Andersen, politie Nordsjælland. - Asger Holm, alarmcentrale Oost.
Moeten we bij twee kinderen kijken?
Ja, dit zijn Mathilde en haar broertje.
Ik moet de lijn openhouden. Hun moeder kan bellen. Ik denk...
Wat is dat, Mathilde?
Heb je je pijn gedaan? - Dat is niet van mij.
Wat is er aan de hand? - Mathilde, blijf maar even hier bij Janne.
Wat is er met Mathilde? - Weet ik niet...
maar er zit bloed aan haar handen en op haar shirt.
Ga bij Oliver kijken.
Bij wie? - Haar broertje, Oliver. Ga bij hem kijken.
Ga ik doen.
Heb je hem gevonden? - Het is hier een puinhoop.
Ga Oliver zoeken. Begrepen?
Waar is hij? - Weet ik niet. Kijk rond, verdomme.
Hier is de keuken.
En hier is een slaapkamer.
Hier moet het zijn.
Heb je hem gevonden?
Ben je daar, Tim?
De baby is dood.
Ik loop nu de kamer uit.
Hoe weet je dat hij dood is? - Dat kon ik zien.
Ga terug.
Check of hij ademhaalt.
Heb je het gecheckt?
Tim, check of hij nog ademhaalt. - Hij is dood, zeg ik toch.
Hij heeft hem opengesneden.
Hij ligt helemaal open.
Ik moet...
Nee, ze mag niet binnenkomen. - Oliver.
Asger, je dienst zit erop.
De nachtdienst is er. We zijn afgelost.
Ik blijf nog even.
Is alles goed? - Ja, hoor.
Nou, succes, morgen.
Je moet me niet bellen. - Ik weet wat je met Oliver hebt gedaan.
Wat ben je van plan?
Moet Iben ook dood? Is dat het?
Bel me niet. - Mathilde heeft ook gezien...
wat je met Oliver gedaan hebt.
Ze mocht daar niet naar binnen. - Wat dacht je? Je liet haar alleen thuis.
Dacht je dat ze voor zich uit zou gaan zitten staren?
Ze mocht niet naar binnen gaan. - Dat deed ze wel en ze zit onder 't bloed.
Michael, het stopt hier. Het stopt nu.
Zet de auto stil en zeg me waar je bent. Ik stuur een wagen.
Dat gaat niet. - Je zult wel moeten.
Als ik dat doe...
wat gebeurt er dan? - Met jou?
Je gaat naar de gevangenis.
Dat gaat niet. - Dat gaat niet?
Wat wil je dat ik zeg? Wat sneu voor je? Ja? Dat je een slachtoffer bent?
Dat ben je niet, Michael. Oliver is het slachtoffer.
Mathilde is het slachtoffer.
Iben is het slachtoffer. Niet jij. Jij verdient de kogel, hoor je?
Met Michael. Laat een bericht achter.
Rashid? - Ik ben bij Strandlodsvej 12.
Een bruin, vrijstaand huis. - Stap uit.
Er lijkt niemand thuis. Het licht is uit en er staat geen auto.
Je moet inbreken. - Wat zeg je?
Doe gewoon wat ik zeg.
Vertel me wat ik hier doe. - Zodra je uitgestapt bent.
Hoor je me? - Ja, ik hoor je.
De bewoner, Michael Berg, heeft z'n zoontje vermoord.
Vermoord? - Ja. Daarna heeft hij z'n vrouw ontvoerd.
Ze rijden noordwaarts. Wij moeten uitzoeken waarheen.
Is dit een opdracht van de meldkamer?
Nee, ik heb het mezelf opgedragen.
Het zal niet.
Hallo? Politie.
Hallo, politie hier.
Wat gebeurt er? Rashid? - De deur was open.
Hij moet haast gehad hebben.
Wat zie je?
Niet veel. Het is hier zo goed als leeg.
Een matras.
Wat speelgoed. Nieuw, in de verpakking.
Dit is misschien iets. Een stapel papieren op de grond.
Iets over Nordsjælland? Een adresboek, rekeningen voor een vakantiehuisje...
Kom op, Asger. Het is een hele papierwinkel.
Doe wat ik zeg. - Dat gaat uren duren.
Weet je wel hoeveel papier hier ligt?
Tegen de tijd dat ik klaar ben, is ze al dood.
Wat stel je voor? - Niets.
Ik bedoel dat we weinig tijd hebben.
Weet ik. Aan de slag, dus. Begrepen? - Ja, ik heb het begrepen.
Iben?
Iben, luister goed.
Is dat Mathilde? - Ben je daar, Iben?
Hoi, liefje. - Ik wil haar spreken.
Iben, heb je je gordel om?
Nee. - En Michael?
Nee. - Mooi zo. Doe de jouwe om.
Heb je hem om? Iben... - Ja.
Trek aan de handrem. Zo hard je kunt.
Trek aan de handrem. - Wat doe je in godsnaam?
Met Iben Østergård. Ik kan nu niet...
Ik ben gevallen met de fiets en ik heb m'n knie bezeerd...
Daar heb ik nu geen tijd voor.
Ik ben gevallen met de fiets en ik heb m'n knie bezeerd...
Wilt u later terugbellen? - Jij weer?
Je krijgt steeds dezelfde aan de lijn en ik kan nu niet praten.
Wat flik jij nou? Stuur een ambulance.
Voor je knie? Neem een taxi.
Ga dan ook niet fietsen als je zat bent.
Iben? - Ik heb gedaan wat je zei.
Het werkte niet. Ik kan er niet uit.
Waar ben je? - Ik zie niets.
Zit je weer in het busje?
Je rijdt richting Helsingør. Weet je waarheen?
Ik wil niet opgesloten worden. - Nee, maar waar ben je naar onderweg?
We gaan je uit het busje halen. - Ik wil niet opgesloten worden.
Ik ga dood. - Er gaat niemand dood.
Je moet me helpen. Ik wil naar huis, naar Thilde en Oliver.
Ik moet je in de wacht zetten. - Niet weer.
Dat moet, als ik je wil helpen. Blijf aan de lijn, ik ben zo terug.
Meldkamer Kopenhagen. - Asger, alarmcentrale Oost.
Asger? Ben je nu nog aan het werk? - Bo? Ik wilde Nordsjælland bellen.
Ik zei toch dat je naar huis moest gaan?
Ja, maar dat gaat niet. - Verdomme...
Meldkamer Nordsjælland. - Asger, alarmcentrale Oost.
Heb je nieuws? - Ik heb Iben aan de lijn.
Ze is weer in het busje gegooid. - Heb je een locatie?
De mast staat ten westzuidwesten van Helsingør.
Begrepen. Ik stuur m'n wagens die kant op, maar ik heb een exacte locatie nodig.
Regel ik. Stuur de wagens maar vast.
Hoe ga je dat doen? - Ik krijg haar wel uit het busje.
Iben, ben je daar?
Ik ben er weer. - Niet weer ophangen.
Nee, dat zal ik niet doen. - Ik wil naar huis. Naar Thilde en Oliver.
Ze moeten niet alleen zijn. - Luister goed.
Ik weet niet waarom hij dit doet. - Iben, je moet even naar me luisteren.
Zoek iets om je mee te verdedigen.
Er is hulp onderweg, maar we hebben een plan B nodig.
Ik ga dood. - Nee, je gaat niet dood. Luister.
Er is hulp onderweg, maar als hij stopt, moet je je kunnen verdedigen. Begrijp je?
Waarom heeft Michael een busje?
Hij is metselaar. - Dan moet hij gereedschap hebben.
Dat weet ik niet. - Kijk om je heen.
Ik kan niets zien.
Zoek op de tast.
Heb je iets gevonden? - Een doos. Hij is zwaar.
Oké. Wat zit erin?
Steen, geloof ik. - Baksteen. Mooi. Kun je er een pakken?
Iben, pak er een uit. - Heb ik gedaan.
Mooi. Luister goed. Als hij stopt, ga je staan. Zodra hij de deur opent...
sla je hem zo hard als je kunt.
Dat kan ik niet. - Dat kun je wel.
Daarna pak je het mes af en vertel je mij waar je bent. Dan stuur ik een wagen.
Dat kan ik niet. - Dat kun je wel, Iben.
Haal diep adem. Toe maar.
Op deze manier.
Ik wil dit niet.
Ik ga dood. - Dat ga je niet. Adem in, samen met mij.
Ademhalen, Iben.
Iben, wat is je lievelingseten?
Wat is je lievelingseten? - Verse worstjes.
Verse worst? Vind je dat lekker?
Jij niet? - Nee, ik eet geen varkensvlees.
Wat nog meer?
Ben je een moslim? - Nee, dat niet.
Wat doe je in je vrije tijd? - Ik ben het liefst bij Thilde en Oliver.
Maar Michael... - Wat doe je zoal met Mathilde en Oliver?
Wat doen jullie het liefst?
We gaan graag naar de Blauwe Planeet. - Het aquarium op Amager?
Ben je daar nog nooit geweest? - Helaas niet.
Vertel eens iets over de Blauwe Planeet. Is het leuk?
Thilde houdt van de schildpadden.
Ze kijkt niet eens naar de haaien.
Wat vind jij het leukst? De haaien?
Ik vind alles leuk.
Ik loop meestal achter Thilde, met Oliver in de kinderwagen.
Dan kijk ik en voel ik. - Wat voel je?
Het lijkt zo vredig. - Wat lijkt vredig?
Onder water.
Zo stil.
Geen onrust.
Alleen water dat langzaam langs je heen stroomt. Heel stil.
Eén grote, blauwe stilte.
Ik weet niet hoe je heet. - Ik heet Asger.
Ik vind jou aardig, Asger.
Ik vind jou ook aardig, Iben.
Wil je ook mee?
Waarheen? - Naar de Blauwe Planeet.
Heel graag.
Hij stopt. - Heb je de steen?
Hij stopt. Ja. - Goed zo. Rustig maar, Iben.
Ik ben er voor je. Oké?
Leg je gsm weg. Als hij de deur opent, sla je hem zo hard als je kunt.
Begrepen? Hij verdient het. - Hij verdient het.
Precies. Doe de gsm in je zak... - Hij begrijpt mij niet.
Ik weet het. Doe je gsm in je zak en zodra hij de deur opent...
Alles is nu goed met Oliver. Hij is beter. Nu schreeuwt hij niet meer.
Wat bedoel je?
Slangen. - Slangen? Welke slangen?
Hij had zo'n pijn.
In z'n buikje.
Hij bleef maar huilen omdat hij slangen in z'n buikje had.
Ik heb ze eruit gehaald. - Jij?
Hij voelt zich nu veel beter. Nu huilt hij niet meer.
Hij is nu toch in orde? Asger?
Zeg dat hij in orde is, Asger. Alsjeblieft.
Oké, Iben. Kalm maar. - Ga weg. Ga weg.
Hallo?
Hallo? Ben je daar, Asger?
Er is iets mis met m'n gsm. Blijf hangen.
Kun je me horen? - Ja.
Ik heb iets, denk ik. Ze zijn in een rechtszaak verwikkeld.
Michael heeft veel brieven van een advocaat in Kopenhagen.
Hij mag z'n kinderen niet zien vanwege z'n strafblad en z'n gewelddadigheid.
Dat verbaast me verdomme niks.
Sorry, ik zal ter zake komen.
En er zijn veel brieven van een psychiatrisch centrum.
Zij is verpleegd in Psychiatrisch Centrum Nordsjælland, in Helsingør.
In Helsingør? - Klopt.
Psychiatrisch Centrum Nordsjælland.
Heb je daar wat aan? - Opgesloten.
Wat zeg je? - Ze wil niet opgesloten worden.
Nu volg ik je even niet.
Asger? Hallo?
PSYCHIATRISCH CENTRUM NORDSJÆLLAND
ESRUMVEJ 145 HELSINGØR
Michael?
Waar ben je?
Michael, ben je bij Psychiatrisch Centrum Nordsjælland?
Met wie spreek ik? - Asger, van de politie.
We hebben al eerder gepraat. Ben je bij Psychiatrisch Centrum Nordsjælland?
Waar is Iben? - Weet ik niet.
Ze heeft me geslagen, geloof ik.
Ik zal de politie sturen. Heb je een ambulance nodig?
Geen politie. - Ik heb geen keus.
Ik heb verdomme niks gedaan. - Ik weet het.
Waarom heb je niets gezegd?
Had de politie gebeld voor Iben.
Zodat jullie haar konden helpen? - Daar zijn we voor.
Niemand helpt ons. Ik heb het geprobeerd.
Artsen, advocaten, de gemeente. Niemand helpt ons.
Ik probeer te helpen.
Krijg de pest. Krijg allemaal de pest. Mijn zoon is dood.
Toen ik Oliver zag...
Ik moet dit zelf oplossen.
Ik wilde gewoon die deur dichtdoen en alles weer goedmaken.
Ik wilde Iben alleen maar helpen, maar...
Wat doe je?
Ik ga naar Mathilde. Ik had haar niet alleen moeten laten.
De politie is bij haar.
Ik zei dat ze daar niet naar binnen mocht.
Ik ga maar. - En Iben dan?
Ik weet niet waar ze is.
Zou ze zichzelf iets aandoen, denk je?
Probeer het te begrijpen. Ze weet niet wat ze gedaan heeft.
Zij denkt dat ze Oliver geholpen heeft.
Ik kon het haar niet vertellen. - Nee.
Nee, maar...
Met Iben Østergård. Ik kan nu niet aan de telefoon komen.
Nee, niet doen. Laat een bericht achter, bel later terug of stuur een sms'je.
Hallo. - Hoi, Rashid.
Hé. Heb je hem gevonden? - Ja.
Mooi zo.
Ben je thuis? - Nee, ik zit nog in de auto...
voor het geval je me nog nodig had. - Ga naar huis.
Wat was hij met haar van plan? - Ga maar naar huis, Rashid.
Oké. Prima.
Bedankt voor je hulp, partner. - Uiteraard. Altijd.
Dan zie ik je morgen, hè?
Niet liegen, als je dat niet wilt.
Wat? - Morgen, in de rechtbank.
Je hoeft voor mij niet te liegen. - We blijven bij ons verhaal.
Dat was de afspraak.
Ik ben degene die terechtstaat. Ik heb geschoten.
Jij bent slechts een getuige. - Ik heb voor jou gelogen.
Ik kan m'n verklaring niet wijzigen. Of wel, dan?
Ik ga naar huis. Dat moet jij ook doen.
Ga naar Patricia en ga slapen. Oké?
Ik zie je morgen.
Asger? We hebben een beller die met jou wil praten.
Ze heeft je al gesproken, zegt ze. Iben, zegt dat je wat?
Ja. - Wat is hier gebeurd?
Ik neem daar de telefoon wel aan.
Momentje, alsjeblieft.
Ben jij dat, Asger? - Ja.
Ik ben er.
Ik heb Oliver doodgemaakt, hè?
Waar ben je, Iben? - Niet liegen.
Wil je alsjeblieft zeggen waar je bent? - Niet liegen.
Ik heb hem gedood, hè?
Iben...
dat was niet je bedoeling.
Zeg me waar je bent, zodat ik hulp kan sturen.
Oliver. - Iben, waar ben je?
Ik heb bloed aan m'n handen.
Ik wist het niet, maar nu zie ik dat ik bloed aan m'n handen heb.
Wat zie je nog meer?
Ik hoor auto's. Klopt dat?
Zijn er auto's in de buurt?
Helemaal daarbeneden. - Die auto's?
Sta je op een brug?
Iben, sta je op een brug?
Ik ga nu springen. - Niet doen, Iben.
Kalm maar.
Meldkamer Nordsjælland. Nu.
Luister, Iben.
Wil je zeggen dat ik het niet expres deed? - Dat weet ik.
Zeg dat tegen Michael en Thilde. - Ik weet het.
Iben staat op de brug bij afrit 9. Ze wil gaan springen.
Iben... - Wil je dat tegen ze zeggen?
Wat? - Dat ik het niet expres deed.
Dat weten ze. Michael weet het.
Hij wilde je alleen helpen.
Hij probeerde je te helpen.
Wij willen je allemaal helpen.
Maar jij zei dat hij... - Ik weet het, maar ik had het mis.
Ik had het helemaal mis. Het is mijn schuld dat je op de brug staat.
Geen domme dingen doen, hoor je?
Iben, zeg iets tegen me.
Ik heb een man gedood. Hoor je me?
Ik heb een man gedood.
Hij heette Josef.
Een jonge man. Een jongen, eigenlijk nog. 19 jaar.
Waarom?
Omdat...
Omdat ik het kon. Hij had iets heel ergs gedaan, maar...
Ik had 't niet moeten doen. Ik zei dat het noodweer was, maar dat was niet zo.
Dus ik heb gelogen en ik heb iemand gedood.
Ik deed het omdat ik het zat was. En ik wilde iets verwijderen.
Ik weet het niet.
Iets slechts.
Iets...
Waren het slangen?
Ja.
Het waren slangen. Maar ik wist wat ik deed, Iben.
Maar jij niet, hè? - Nee.
Nee, het was een ongeluk. - Ja.
En, Iben, je hebt een dochter.
Ze houdt van jou en ze wil haar mama zien.
Thilde. - Ja.
Ik heb haar beloofd dat ze je weer zou zien en dat je thuis zou komen.
Ze houdt van jou, Iben. En Michael ook.
Jij hebt nog mensen in je leven die van je houden.
Asger? - Ja?
Ze zijn er. - Ga naar de agenten toe.
Je bent een goed mens.
Met Iben...
Met Iben...
Met Iben Østergård. Ik kan nu niet aan de telefoon komen.
Meldkamer Nordsjælland. - Met Asger.
Ik was met Iben aan het praten, maar ze hing op.
We hebben haar. Ze is naar beneden gekomen.
Hebben jullie haar? - Ja, we hebben haar.
Goed werk, Asger.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.