All language subtitles for The Forest (1982)

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic Download
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French Download
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian Download
ia Interlingua
ga Irish
it Italian Download
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

We worden gevolgd. - Dat beeld je je maar in.

Dat geloof ik niet. Zijn hier geen beren of zo?

Nee. Trouwens die zijn banger dan wij.

Dat betwijfel ik. - Ik wil er voor het donker zijn.

Ik ken de weg ook. Laat mij voorop gaan.

Best, als het je gerust stelt.

Kom nou, slome.

Zei je iets, schat?

Jack?

Voor de vierde keer smogalarm in Los Angeles.

Verkeersinformatie.

Op de Hollywood Freeway een ongeluk bij Alvarado.

Op de San Diego Freeway langzaam rijdend verkeer.

We spreken met de aardigste agent van de stad, Ed Geza.

Ik ben blij dat ik binnen zit, Harry. Wat een drukte vanmiddag.

Ik kreeg net melding van een ongeval, geen gewonden...

Zet eens een muziekje op.

Ik kan er niet meer tegen. Ik word stapelgek.

Die smog en die hitte. 30 km in twee uur, belachelijk.

Rustig maar. - Moet je al die idioten zien.

Iedereen om me heen is knetter. - Je hebt vakantie nodig, Charlie.

Laten we gaan kamperen. Op een plekje waar niemand komt.

Waarom niet? - Omdat ze het niet kennen.

Ik weet het niet... - Het zou je goed doen.

Vraag je cipier of ze je wil laten gaan.

Reken maar, die is blij om me kwijt te zijn.

Die van mij ook. Het gaat de laatste tijd niet goed.

We overwegen een scheiding.

Rot is dat, Steve. - Ja, vind ik ook.

Kom vanavond langs, dan bakken we een biefstukje.

Dat klinkt goed. - Zorg jij voor het vlees?

Dus jullie willen gaan kamperen? - En zonder ons?

Ja, we betwijfelen of jullie het aankunnen.

Heel wat beter dan jullie. Jullie zijn op je retour.

Daar geloof ik niets van.

Wij wilden anders zelf ook gaan kamperen.

Jullie? Alleen, bedoel je?

Wat is daar zo grappig aan? - Niets. Alleen...

Jullie zouden het niet kunnen. - E�n coyote en jullie vluchten.

Denk je dat? - Absoluut.

We gaan niet zomaar kamperen. We gaan de ruige toer op.

Met bepakking op je rug. - Dat kan iedereen.

Behalve jij.

Dat deed ik al lang voordat ik jou kende.

Het enige dat jij op je rug doet, doe je in bed.

Wat bedoel je daarmee? - Niets.

Alleen dat jullie het niet aankunnen. Waar of niet, Steve?

Wat weet jij ervan? - Meer dan jij.

Door jou raakten we vaak verdwaald. - Twee keer maar.

Ja, op ��n dag.

We vonden onze bestemming. - Op het nippertje.

Wie viel in de rivier en verdronk zowat?

Ik wilde gaan zwemmen. - Met je kleren aan?

Ik ga voor het eten zorgen. Iemand moet het doen.

Wanneer wilden jullie gaan kamperen? - Volgende week, Steve?

Wat toevallig. Dan gaan wij ook.

Zonder ons? - Precies, opschepper.

Ik heb een idee. Laten we allemaal samen gaan.

Dat kan best leuk worden.

Vergeet het. Ik ga niet kamperen met hem.

Hij is een chauvinist.

En daar ben ik trots op.

Serieus, het kan best eens gevaarlijk zijn.

Een mannenstreek. Als jullie niet willen dat we iets doen,

is het plots gevaarlijk. Alsof daar beren of verkrachters zijn.

Ja, verkrachters. Ze sluipen naar je toe,

slepen je mee het bos in en misbruiken je.

Maar jij dus niet. Blijf van me af.

Hoe dan ook, het gaat niet door.

Ik wil niet dat je alleen gaat. - Ik ga met Sharon.

Je weet wat ik bedoel.

We redden ons wel. En over een week komen jullie.

En als jullie verdwalen? Of gewond raken?

Sharon is daar al vaak geweest. - Twee keer.

Wacht nog even, dan gaan wij ook mee.

Dat kan ik niet. -Waarom niet?

Ik weet het niet. Ik denk dat ik iets moet bewijzen.

Je weet ons te vinden? - Op ons eigen vertrouwde plekje.

Waarom kom je vanavond niet? Dan wordt het net als vroeger.

Toen we nog gelukkig waren. - Denk je echt?

Wie weet. Het is de poging waard. - Het is meer waard dan dat.

We komen vanavond, reken daar maar op.

Tijd om te gaan.

Denk erom: Vanavond. Je hebt het beloofd.

Ik hou van je. - En ik van jou. We zullen er zijn.

Weet je echt waar ze heengaan? Kom op dan.

Even m'n spullen pakken. Pik me over tien minuten op.

Waarom hebben we niet op ze gewacht?

Ik denk dat het door die mannelijke arrogantie kwam.

Die indruist tegen ons gevoel voor eigenwaarde?

Daar komt het op neer. - Hopelijk weet je wat je doet.

Heb je ooit een trektocht gemaakt? - Nee, maar er is niks aan.

Hoe weet je dat? - Ik heb het handboek gelezen.

En jij? - Of ik het boek ken?

Of je wel eens hebt gekampeerd? - Alleen met Steve.

Nog drie uur deze snelweg volgen. - Mooi, ik heb genoeg van snelwegen.

Ik weet wat je bedoelt.

Kijk nou eens, Steve. - Je hebt water nodig.

Ik neem de volgende afrit.

Verdomme.

Je weet waar we heen moeten? - Ik geloof het wel.

En kunnen zij ons vinden? - Ik hoop het.

Zouden ze vanavond komen? - Dat is ze geraden.

We gingen toch alleen? - De volgende keer.

De radiator lekt. - Hoeveel gaat dat kosten?

En hoelang gaat het duren? - Niet te lang. En niet te duur.

Weet je dit wel zeker? - Natuurlijk. Kom op.

Het is hier prachtig.

Meestal staan er meer auto's. Van andere trekkers.

Waarom nu niet? - Nou en? Meer ruimte voor ons.

Toe nou, Sharon. Dit wordt leuk.

Zoek je iemand? - Steve.

Misschien komen ze morgen pas. - Zeg dat nou niet.

Laten we beginnen. - Pak de spullen maar.

140 dollar om dat lek te dichten. - Hij had er vier uur voor nodig.

Gaan we wel de goede kant op?

Vrij zeker.

Hoe ver is het nog? - Geen idee. Een paar uur.

Wie kwam er op dit stomme idee? - Dat vraag ik me ook af.

Het gaat toch niet regenen?

Wat schrijft het handboek voor?

Zet de tent op. - En waar is die?

Jij hebt 'm, geloof ik.

Daar is ze dan.

Het regent al voor dit ons lukt.

De zon is al bijna onder. - Ze redden zich wel.

Het gaat vast regenen. - Het regent nooit in Californi�.

Over een uur is het donker. - Weet je in het donker de weg?

Ik ga het wel proberen.

Welke kant op? - Volg mij maar.

Gaan jullie de bossen in? - Ja, hoezo?

Is het niet wat laat? Kennen jullie de weg?

Ja, dat hoop ik. - Wees voorzichtig.

De laatste jaren zijn er mensen niet teruggekomen.

Hoe kwam dat? - Van een rots gevallen, verdronken.

Het rare is dat we hun lijken nooit hebben gevonden.

Vreemd is dat. - Hoelang blijven jullie weg?

Een dag of vijf, zes. Hoezo?

We zijn graag op de hoogte. Ik kom over een week terug.

Hebt u de eigenaars van die auto gezien?

Nee, ik kom ook net aanrijden. Wees voorzichtig.

Bedankt.

Kijk uit. - Sorry, baas.

Kom je nog?

Dit lijkt helemaal niet op een pad. - Kom op, het wordt laat.

Weet je zeker dat je de weg kent?

Wat wil je nou? Het was jouw auto die het begaf.

En wiens stomme idee was dit eigenlijk?

Wijs de weg, Daniel Boone.

Zo erg is het toch niet.

Nee, maar waren Steve en Charlie hier maar.

Wie heeft hen nodig?

Ik. Het wordt hier griezelig.

Ik vind haar mooi. - Jij vindt ze allemaal mooi.

Ze lijkt op Heather. - Wie is dat?

Je kent haar niet. - Ik ken al je vriendinnen.

Haar niet, ze was van daarvoor. Je weet wel, de laatste keer.

Ik verveel me. We gaan naar huis. - Ik wil hier blijven.

Dan blijf ik ook.

Waren onze mannen maar hier.

Ik geef het niet graag toe, maar je hebt gelijk.

Mama. Ik zei toch dat we moesten gaan. - Stil, straks hoort ze ons.

Hebben jullie mijn kinderen gezien?

Als jullie ze zien, stuur ze dan naar huis.

Ze hebben straf verdiend.

Wie was dat in godsnaam? - Geen idee, maar ik smeer 'm.

Wat moeten we doen? Het mes.

Hoe ver nog? - Ik weet het niet, Charlie.

We zijn verdwaald. - Hoe kan dat nou?

's Nachts ziet alles er anders uit.

We gaan die kant op.

Waar zijn jullie geweest? - Buiten.

In de tuin gespeeld? - Nee.

Jullie moeder zocht jullie. - We hebben haar gezien.

En twee mooie dames. - Dat zou je niet vertellen.

Waar hebben jullie die gezien? - Je hebt het beloofd.

Bij de rivier.

Papa gaat op jacht.

We moeten ze waarschuwen.

Verstop je. Papa komt.

Ik zag twee kinderen. Eentje had een mes.

Het waren de kinderen die die vrouw zocht.

Er is daar niemand. - Wel waar, geloof me.

Misschien droomde je. - Het was geen droom. Zij waren het.

Papa komt. - Wat betekent dat?

Ik ga me verstoppen.

Beheers je. Het was maar een droom.

Het was geen droom. - Kijk me aan.

We moeten ons verstoppen.

Alsjeblieft, laat me met rust. Waarom wil je me kwaad doen?

Ik wil je geen kwaad doen. Maar ik heb honger.

Ik heb al dagen niets gegeten. - Blijf van me af.

Ik zal het vlug doen. - Ga weg.

Waarom deed je dat nou?

Help me.

Waar zijn we in godsnaam, Steve?

We lopen naar het oosten, Charlie.

En toevallig ligt onze kampeerplaats in het oosten.

Wat nu? - Snel doorlopen.

Wat denk je? Het is er wel droog.

Zullen we daar schuilen tot morgen? - Goed. Kun je dan de weg weer vinden?

Heel wat beter dan in het donker.

Nogal griezelig hier. - Wat zeg je daarvan, Charlie?

Het lijkt wel een lichtje. - Inderdaad.

Maar dat klopt niet. - Van deze tocht klopt niets.

Laten we gaan kijken. - Dat is geen goed idee.

Het zijn vast kampeerders die ook schuilen voor de regen.

Best hoor. Wijs de weg maar. Dat doe je tot dusver aardig.

Wat betekent dat? - Geen kampeerders dus.

Daar heb je gelijk in. - Moeten we aankloppen?

Misschien is er niemand thuis. - Ze braden daar iets boven het vuur.

Het ruikt raar. Wat is het? - Jij bent hier de kok.

Maar pas sinds ik met Teddi getrouwd ben.

Als papa jullie ziet, wordt hij vast boos.

We schuilen even voor de regen. - Waar is jullie vader?

Achter jullie.

Welkom.

Bedankt, het is nogal nat buiten. - Zeg dat wel.

Het eten is net klaar. Eten jullie mee?

Voor mij niet, dank u. Jij, Charlie?

Waarom niet. - En die kinderen?

Welke kinderen? - Die twee...

Waar zijn ze heen? - Ik weet het niet.

Zijn het uw kinderen? - Ja, ze waren van mij.

Ik kan u geen stoel aanbieden. Ik krijg zelden bezoek.

Geeft niet, we gaan wel op de grond zitten.

Woont u hier?

Ja.

Alleen? - Ja.

En die kinderen dan?

Ze kwamen alleen even langs. - Het zijn toch uw kinderen?

Ze wonen bij hun moeder.

Woont u hier al lang?

Ja, langer dan ik van plan was.

Als je een mes hebt, kun je mee-eten. - Bedankt, ik heb geen honger.

Als je geen mes hebt, mag je het mijne gebruiken.

Ik heb een mes, maar ik heb gewoon geen trek. Jij, Charlie?

Een klein stukje dan, als u het goed vindt.

Smaakt best wel goed. Wat is het?

Een hinde. Een beetje oud, maar best smakelijk.

Is het jachtseizoen niet gesloten?

Als je honger hebt, is het altijd jachtseizoen.

Wat is er, Charlie?

Ik krijg opeens rillingen.

Waarom bent u hier komen wonen?

Dat is een lang verhaal.

Maar ik wil het graag kwijt. Willen jullie het aanhoren?

Waarom niet. We hebben toch niks anders te doen.

Het gebeurde lang geleden. Dat geloof ik tenminste.

Is een van jullie getrouwd? - Wij allebei.

Ik was ook getrouwd. Ik had een vrouw en twee kinderen.

Ik was een gelukkig man. Dat dacht ik tenminste.

Opeens veranderde alles.

Telkens als ik thuiskwam, was er iemand.

Een vertegenwoordiger, een reparateur.

Soms zelfs een boodschappenjongen.

Eerst schonk ik er niet veel aandacht aan.

Op een dag werd ik ziek en kwam vroeg naar huis.

Rustig, dat is mijn man.

Hallo, schat. Waarom ben je zo vroeg thuis?

Je vraagt je zeker af wie dit is.

Dit is Carl. Hij komt de boiler herstellen.

De koelkast. - O ja? De koelkast.

Waar zijn de kinderen?

Waarom deed je dat? - Ze spelen daar graag.

Gaan jullie maar buiten in de tuin spelen.

Ik ga de boiler herstellen. De koelkast, bedoel ik.

Wat verwacht je anders van me? Je bent zo goed als impotent.

Dat je het niet veel eerder doorhad. Al die mannen.

Ze kwamen heus niet voor zaken. Ze waren mijn minnaars.

Ze gaven me iets dat jij me nooit kon geven. Genot.

En toen? Wat deed u?

Wat elke man zou hebben gedaan.

Wat dan?

Niets. Ik deed helemaal niets.

Hou op, John. Je doet me pijn.

We moeten weg van deze afschuwelijke plek.

Het moest gebeuren.

Er was geen andere oplossing.

Wat vind jij van die ouwe? - Geen idee. Geloof je dat verhaal?

Volgens mij verzint hij het. - Dat denk ik niet.

Maar als het waar is, deed hij vast niet 'niets'.

Wat dan wel? - Wat denk jij?

Waarom woont hij hier alleen? - Meen je dat echt?

Ach, het zal ook wel niet. Laten we gaan slapen.

Ben je gek? Stel dat hij echt een moordenaar is.

Ga nou niet slapen, Steve. - Het lukt me vast toch niet.

Wat moeten we doen?

Hier blijven. Wat moeten we anders? - Ik doe in elk geval geen oog dicht.

We lossen elkaar af. Ga jij eerst slapen.

Waarom ik? Ik ben niet moe.

Dan slaap ik eerst.

Goeiemorgen.

Ik dacht dat jullie misschien weg willen.

Ja, inderdaad. Bedankt.

Charlie, opstaan. Jij zou wakker blijven.

Dat was ik ook van plan. - Kom, wegwezen.

Zo denk ik er ook over.

Zou je nu de weg wel kunnen vinden? - Fluitje van een cent, m'n jongen.

Waar kunnen ze zijn? - Vissen, weet ik veel.

Eerst die kinderen, toen die ouwe kerel, en nu zijn ze er niet.

Is het hier echt wel? - Natuurlijk, dit zijn hun spullen.

Laten we langs de rivier gaan zoeken. Jij stroomopwaarts.

We zien elkaar hier weer over een uur.

Sharon?

Iets gevonden? - Nee, niets.

Wat nu?

We gaan kijken of ze nu bij het kamp zijn.

En we kunnen die ouwe vragen of hij ze heeft gezien.

Charlie, kom eens.

Wat is dit volgens jou?

Natte aarde, oftewel modder.

Je zult wel gelijk hebben. Maar het is wel erg kleverig.

We gaan naar die ouwe. Hij zit me niet lekker.

Hij is er niet. - Kennelijk niet.

Dit bevalt me helemaal niet. - Mij ook niet. We gaan.

Alsjeblieft, doe me geen kwaad.

Wij doen je niks. We willen vrienden zijn.

We komen je waarschuwen.

Papa is weer op jacht. - Help me alsjeblieft.

Je moet je verstoppen. - Papa is dadelijk hier.

Hij weet waar je bent.

Daar komt hij. - Die kant op, daar zijn grotten.

Haast je, anders eet papa je op.

Laten we de autoriteiten inschakelen. - Dat lijkt me voorbarig.

Ze kunnen zijn gaan wandelen. - Dat geloof je toch niet?

Weet ik veel. Maar het is zes uur lopen naar de auto.

Wat bedoel je daarmee? - Dat halen we niet voor het donker.

Weet je nog hoe we vannacht verdwaald zijn?

Moeten we hier blijven dan? - Ik weet het ook niet.

Er is vast niks aan de hand.

Ze zijn gaan wandelen of... - Of wat?

Dat vraag ik me ook af. - Laten we dan teruggaan.

En als ze nou komen opdagen? - Moeten we hier zitten afwachten?

Charlie, het spijt me.

Wat stel jij voor?

E�n gaat terug, en ��n blijft hier.

Opsplitsen is meestal geen goed idee. - Dit is ook een ongewone situatie.

Goed dan, wie gaat er?

Jij natuurlijk. Alleen jij kent de weg.

Laten we nog ��n keer het kamp onderzoeken.

Is de situatie dan nog onveranderd, dan ga ik.

Ik weet ook niets anders.

Dat heb je niet nodig. - Toch heb ik het liever bij me.

Goed dan. Kijk goed uit. - Jij ook. En val niet weer in slaap.

Nee, al hing m'n leven ervan af. - Hopelijk is dat niet zo.

Tot later. - Voorzichtig.

Haast je. Heb je je mes? - Reken maar.

Ik heb medelijden met hem. - Ik ook.

Hallo.

Wie zijn jullie?

Ik ben John junior. - En ik ben Jennifer.

Net als onze ouders. - Waar komen jullie vandaan?

We wonen hier. - Waar hier?

Gewoon hier, in het bos. - Alleen?

Meestal wel. Soms zoeken we onze vader op.

En jullie moeder?

We mogen haar niet. - Ze was gemeen.

Was? - Ze is dood.

Papa heeft haar vermoord. - Vermoord? Waarom?

Ze was een slechte moeder. - Ze sloeg ons.

Ze stopte ons in de kast. - En nog wil ze ons straffen.

Ze zoekt ons de hele tijd. - En dan verstoppen we ons.

Zijn jullie ook dood? - Ja, natuurlijk.

Wat vreselijk. - Het geeft niet.

Het is beter dan leven. - Ons leven was zo triest.

Hoe stierven jullie? - We pleegden zelfmoord.

Mijn God.

We waren zo ongelukkig. - Alleen met papa in die grot.

En toen werden we ziek. - We wilden niet meer leven.

Wat een vreselijk leven hadden Julie.

Papa was erg droevig toen we stierven. - Hij werd gek.

Sindsdien is hij gek gebleven.

Misschien wordt volgende keer alles beter.

Sharon.

We moeten je iets vertellen. - Iets belangrijks.

Twee mannen zoeken je. - E�n ervan is gewond.

Wie is er gewond? Waar zijn ze? - De ene is bij jullie kamp.

De ander viel en kan niet lopen. - Welke is waar?

Dat weten we niet.

Breng me naar het kamp. Ik ben verdwaald.

Kom maar mee.

Mama is er weer. - Als ze ons ziet, slaat ze ons.

We moeten gaan. - Ga niet weg, alsjeblieft.

Hoe kan ze jullie pijn doen als jullie dood zijn?

Heb jij m'n kinderen gezien?

Kinderen?

Nee. Welke kinderen?

Als je ze ziet, stuur ze dan naar huis.

Ze zijn stout en hebben straf verdiend.

Ben je gek of zo? - Natuurlijk, we zijn allemaal gek.

Ik moet een voorraad hebben voor de winter.

Een hinde. Een beetje oud, maar best smakelijk.

Papa heeft er weer een. - Wie? Waar?

Bij jullie kamp. - Papa was 'm bijna kwijt.

Breng me er vlug heen. - Volg ons maar.

Daar.

Mijn God.

Het is Charlie.

Niet huilen, Heather. Er zijn ergere dingen dan de dood.

Wij vinden het ook niet zo erg.

Ik wil niet sterven. Help me alsjeblieft.

Nee, papa. Ze is m'n vriendin. - Dat maakt niet uit.

Ze wil niet sterven. - Dat willen ze nooit.

Anders gaan we zonder jou. - We laten je hier alleen achter.

Bedreig jullie vader niet zo.

Je bent onze vader niet meer. - Wij zijn dood.

Laat haar los, of je zult hier altijd alleen zijn.

Was jullie moeder maar hier.

Die andere, waar is hij? De man die gewond was.

Hij viel. - En bezeerde z'n been.

Kunnen jullie me bij hem brengen? Kom op dan.

Alles goed met je?

Ik dacht dat ik je nooit meer zou zien.

Weer die kinderen. - Hallo. Bedankt.

We komen afscheid nemen. - Waar gaan jullie heen?

Dat weten we nog niet. We hebben alleen op papa gewacht.

Dat is hij toch? - Ja, dat is 'm.

Mijn God. Waar is Charlie?

En Teddi?

Mama komt eraan. - We moeten gaan.

Ze mag ons nog steeds niet. - Waarom niet?

Geen idee. Maar jou komen we nog wel tegen.

Niet te gauw, hoop ik. - Dag, Heather.

Wat wil je? - Mijn kinderen.

Ze zijn weg. Voorgoed.

Ik geloof je niet. - Ze zijn in elk geval niet hier.

Vertaling: Wess Lee

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.