All language subtitles for exvid-pallieter

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Hier.

Drink vlug een borrel. - Het zal hem deugd doen.

Kom, jongen.

En ze was nog zo jong. - Dat komt ervan met zo'n leven.

Ze zat de hele dag binnen. - Ze was zo mooi.

Ze is de engel Gabriël. - Het is wreed.

Dat is het leven.

Wat denkt u ervan, meneer de dokter? - Ik weet het niet.

Ik geef het eerlijk toe. Ik weet het niet.

Het is niet zozeer een kwestie van hoe het lichaam reageert.

Blijft u hier?

Goed.

Er moet de hele tijd iemand bij hem blijven.

We zijn er, meneer. Nummer 32.

Ben jij ook een van die adepten, of hoe men dat ook noemen mag?

Een van die geïllumineerden.

Je ziet tot wat dat hysterische gedoe kan leiden.

Sommigen moet je gezond verstand instampen.

Sommige mensen kunnen niet leven. - Sommige mensen willen niet leven.

Dat komt door hele dagen boeken te lezen.

Je komt geen andere mensen tegen.

O broer. Mijn broertje. Kijk nou eens, Fransoo.

Hij is de helft van wat hij was.

Hij is dezelfde niet meer.

Wat zeg je nou tegen je Charlot? Wat zeg je dan tegen mij?

Kom. Kom.

Kom mee, mijn jongen. Met Charlot.

Heilige Gabriël. Heilige Raphaël. - Bid voor ons.

Alle heiligen, engelen en aartsengelen.

Heilige Jozef.

Heilige Barabas.

Heilige Marcus.

Heilige Drievuldigheid, één God. Ontferm U over ons.

Heilige Maria. Heilige moeder van God. - Bid voor ons.

Heilige maagd der maagden. Heilige Michaël. Heilige Gabriël.

Heilige Raphaël. Alle heiligen, engelen en aartsengelen.

Heilige Johannes de Doper. Heilige Jozef.

Alle heiligen, aartsvaders en profeten. Heilige Petrus. Heilige Paulus.

Heilige Andreas. Heilige Johannes. Heilige Thomas. Heilige Jakobus.

Heilige Philipus. Heilige Bartholomeus. Heilige Mattheus. Heilige Simon.

Heilige Tadeus. - Bid voor ons.

Hij komt er wel door, Charlot. Hij is nog niet klaar voor onze Heer.

Waarom geeft u dan de laatste sacramenten?

Omdat je het nooit kunt weten.

En het is beter om het ergste te voorzien.

Ziet u? U zegt het zelf, meneer de pastoor, het ergste.

Let op m'n woorden. Hij komt erdoor.

Heilige Barnabas. Heilige Lucas. Heilige Marcus. Heilige Ambrosius.

Heilige Augustinus. Heilige Hiëronymus. Heilige Martinus. Heilige Nicolaas.

Alle heiligen, bisschoppen en belijders. Alle heilige kerkleraren.

Heilige Antonius. Heilige Bernardus. Heilige Benedictus. Heilige Stefanus.

Heilige Laurentius. Heilige Vincentius. Heilige Fabianus en Sebastianus.

Heilige Johannes en Paulus. Heilige Cosmas en Damianus.

Heilige Sint-Paulus en Eustachius. Alle heilige martelaren.

Heilige Silvester. Heilige Gregorius. Heilige Ambrosius. Heilige Augustinus.

Heilige Hiëronymus. Heilige Martinus. Alle heiligen, bisschoppen en belijders.

Alle heilige kerkleraren. Heilige Antonius.

Heilige Benedictus. Heilige Bernardus. Heilige Dominicus. Heilige Narciscus.

Heilige Andreas. Heilige Jakobus. Heilige Johannes. Heilige Thomas.

Heilige Jakobus...

Maria.

Maria.

Je hebt al bijna geen koorts meer. Dat is goed. Dat is heel goed.

Je bent een grote jongen.

En nu je melk opdrinken. Kom.

Het is geitenmelk met een beetje kaneel en suiker.

Kom, grote slok.

Zo. Zie je dat het al beter gaat?

Dat is mijn broertje.

Ik heb genoeg, Charlot.

Je hebt weer je vlees laten liggen. - Ik eet niet graag vlees.

Maar je moet. Je moet weer op krachten komen.

Bedankt, Charlot, maar ik kan dat vlees niet door m'n keel krijgen.

Wat zijn dat nu voor gedachten? Ik doe m'n best om je goed te voeden,

ik zoek de mooiste stukjes varkensvlees voor je uit

en je kijkt er niet eens naar.

Jij met je stadsmanieren. Je hebt zelf gezien hoe ver je daarmee gekomen bent.

Wat is er mis met ons varken?

Onze-Lieve-Heer heeft het geschapen om ons te dienen om er goed van te eten,

gekookt en gebakken.

Ja, lach maar, heiden.

Kom hier.

Ik zweer bij de heilige Antonius en zijn varken

dat ik vanaf morgen van dat heilige vlees zal eten.

Goed, dan maak ik morgen koteletjes met gestoofde peertjes.

Ik ben tevreden.

Je bent al minstens bijna twee kilo aangekomen.

En zet die bril nu maar af, zodat je iets van de wereld ziet.

Hé, jongen.

Daar. Ga op die ton daar zitten.

En zit stil.

Of het doet zeer.

Zeg, nu is het genoeg.

Nee, hier nog iets.

Zo. Klaar.

Zo ben je netjes.

Die snor moet er ook af. - Wat? Snor eraf?

Nee, een man zonder snor is net een zomer zonder zon.

En toch gaat hij eraf.

Haal wat paaswijn. Dit moet gevierd worden.

Het oude haar is eraf. Ik ben een nieuw mens.

Kortgeknipt en gladgeschoren.

Bijna als een Romein. - Een kruikje van een halve liter?

Ben je gek? Om de nieuwe mens, de nieuwgeboren mens te vieren.

We beginnen met een liter. - Je bent me ook een paloeter.

Paloeter? Wat is dat voor een woord? - Ken je dat dan niet?

Heb je daar nog nooit van gehoord? Jij, die zoveel in de stad komt.

Een paloeter is iemand die z'n tijd nutteloos verdoet, zoals jij.

Hier is hij, je liter. Pallieter.

Pallieter?

Pallieter.

Pallieter.

Van nu af aan,

ik zweer het bij de heilige Rochus met z'n zweren, is dat m'n nieuwe naam.

Een nieuw hoofd,

een nieuwe man, een pallieter.

Een nieuw hoofd, een nieuwe man, een pallieter.

Een nieuw hoofd, een nieuwe man, een pallieter.

Halleluja.

O lieve Heer Jezus.

Ben je gek geworden? - Wat is er?

Wil je de mens niet zien zoals hij uit de handen van God zelf gekomen is?

Onze Vader in de hemelen, geheiligd zij Uw naam.

Ons toekome Uw rijk. Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden

zoals wij ook vergeven onze schuldenaren...

O Heer...

Laat mij verder bidden.

O Heer, mijn maag is een blaasbalg die Uw koekenbrood wil eren.

M'n mond vloeit over als ik Uw aardbeien ruik.

U hebt in mijn buik een orgeltje geplaatst, amen.

Hier, begin maar.

Wat een geluk dat meneer pastoor je niet gehoord heeft met je rare gebeden.

Wel, Pallieter, hoe is het leven?

Zoals de zon. Een mens kan er niet genoeg van krijgen.

De zon is de crème van het leven, maar hij raspt wel m'n keel droog.

Maar daar hebben wij een goede remedie voor. Hier, dubbele bruine.

U komt zeker voor uw eierbrood? - Als het je gelegen komt.

Ik ga het meteen halen.

Zo vindt een mens altijd een reden om te genieten.

U haalt me de woorden uit de mond.

Ze zijn nog wat vers, maar morgen zijn ze net goed.

Dank je wel. - Ik heb uw goeie soutane vuilgemaakt.

Beter een zak meel op een zwarte soutane dan een vliegenscheet op je ziel.

Je bent nog eens erg bedankt. - Dat is graag gedaan.

U begrijpt de kunst om vrouwen om de vinger te winden. Kon ik dat ook maar.

Er is niets zo eenvoudig. Word ook pastoor.

Hallo, Fransoo.

Hier.

Het is toch mooi als iemand zoiets kan uitdrukken.

Ik kan niets. Alleen zingen.

En dan nog.

Ja, eten en drinken, dat kan ik.

Geweldig.

Dit is Fransoo, die deze molen van mij huurt.

In ruil geeft hij me regelmatig een meesterwerk.

Dag, beste Fransoo.

Hij is niet bijzonder spraakzaam, maar dat kan hij niet helpen, nietwaar?

Ik was net aan het uitleggen waar we de Nete gaan rechttrekken.

Dat zal je zeker interesseren. Kijk, we gaan van die kromming daar links

een kortere weg maken naar de bossen en weiden aan de overkant.

Wat vertelt u daar? De Nete rechttrekken? Wie gaat dat doen?

Ik, mijn beste man. Ik en mijn compagnie.

Maar waarom?

Voor de scheepvaart. Het is ondenkbaar dat we nog rekening moeten houden

met die nutteloze krommingen in de rivier.

Dat kunt u niet menen.

Toch wel. Het project is al in het stadium van de eerste opmetingen.

Dit land naar de knoppen helpen?

Dat zal niet waar zijn. Al bent u honderd keer de graaf.

Wat is hij grappig.

Ik ken u niet, maar ik wil u wel zeggen dat u hier niets mee te maken hebt.

Niets mee te maken? Ik woon hier. Dit is mijn streek, mijn land.

Straks moeten we hem nog toestemming vragen om een eindje te mogen rijden.

Fransoo, is dat een kennis van jou?

Dan moet ik je vragen voortaan je gezelschap beter uit te kiezen.

Of u ermee akkoord gaat of niet,

dit hele land is mijn eigendom, reglementair en officieel.

De streek is eigendom van wie er woont.

De natuur is van God en die raakt u niet aan.

Dan moet God maar naar mijn notaris gaan. We gaan, vrienden.

U mag de loop niet veranderen omdat uw familie geld heeft om land te kopen.

Mijn voorvaderen hebben ervoor gevochten en het betaald met hun eigen bloed.

Dan kunnen wij er ook om vechten, u en ik.

Wel, Gerard?

Spot u met mijn voorouders?

En hoe.

En met u.

Welk wapen kiest u? - Het kanon.

Hoezo, het kanon? Welk kanon?

Lieve hemel. - Wat een manieren.

Tot ziens, en de wind van achteren.

Gerard.

Nee, nee, ik durf niet. Nee, nee, ik durf niet.

Hier, Greetje.

Ja, Greetje. Doe je oogjes dicht.

Kijk eens. Zeepbelletjes. - Waar?

Hier, kijk eens. Hier. - Zeepbellen.

Wat een grote. Pallieter, Pallieter.

Pallieter, kijk eens. Kijk eens.

Mijn tand. Mijn eigen tand.

Kijk.

Het is net

of ik mijn ziel uitblaas.

Jammer dat we ze niet kunnen bewaren. - Onze tanden?

Dwaas, de zeepbellen.

Je hebt gelijk, Frieda. We zouden onszelf altijd moeten kunnen zien.

In de lucht, in de bomen.

We zouden spiegels in de bomen moeten hangen zodat we alles dubbel zien.

Pallieter, je hebt het beloofd.

Wat, Tuurke? - Een verhaaltje.

Ik? - Ja, Pallieter. Je hebt het beloofd.

Verhaaltjes? Maar waarom? - Flauwerik.

Het is hier mooi genoeg zonder verhaaltjes.

Maar ik hoor liever een verhaaltje over dingen die niet echt zijn.

Over dingen die ik niet kan zien. - Wat?

Maar je kunt alles op de hele wereld zien

als je maar wilt en je je best doet om het te zien.

Kijk, op dit moment zie ik een schip. - Dat is niet waar.

Een magnifiek schip.

Een schip dat helemaal beschilderd is met bloemen, kransen en vlaggen.

Waar? - Maar daar.

Zie je het niet? - Nee.

Ja, ik zie het wel.

Nu zie ik het goed. Wat een mooi schip.

Met vlaggen en wimpels.

Ja, daar. - Waar?

Daar, midden in het veld. - Een schip met zeilen.

En een Belgische vlag. - En soldaten.

En matrozen met geweren. - Het zijn mannen met baarden.

Allen die willen naar IJsland varen moeten mannen met baarden zijn

Jan, Piet, Joris en Korneel die hebben baarden, die hebben baarden

Jan, Piet, Joris en Korneel die hebben baarden, zij varen mee

Wat zal Onze-Lieve-Heer blij zijn met zo'n mooi...

O kinderen.

Kom, vlug nog even ons schietgebedje. Handjes bij elkaar, oogjes dicht.

O Jezus, Onze-Lieve-Heer, die in Uw hoge hemel zit,

het is voor mooi weer dat ik op mijn knietjes bid.

Als het morgen regent op ons dak, krijgt Charlot zeker een attaque.

Zwijg, heiligschenner. Moet het soms nat worden?

Ons goede strooisel.

Jij wilt de begijntjes de ogen uitsteken

omdat zij niet zulk mooi strooisel hebben.

Ja, ze zullen groen zien van jaloezie. - Charlot, kom eens mee.

Waarnaartoe? - Naar buiten.

Naar buiten.

Jezus, Maria, Jozef. Pallieter, ben je kinds geworden?

Meneer Jezus van Nazareth, jouw vriend, heeft gezegd: Word zoals de kinderen.

De spiegel van tante Jeanne zaliger. Zeg dat 't niet waar is wat ik hier zie.

Zeg dat het niet waar is. Het is net zoals in het circus.

Ons huis is net een circus. - Zo is het, Charlot.

Het hele leven is één groot circus. - Wat zal onze familie hiervan zeggen?

Daar zijn we weer. - Kijk nou toch eens.

Je ziet niets meer van het huis. - Daar zijn ze.

Pallieter en tante Charlot.

Heb je nu van je leven.

Dag, Pallieter. - Dag, Magda.

Dat hebben we nog nooit gezien. - Je bent nog knapper dan vorig jaar.

Dag, Pallieter.

Dat vind je zelfs in Amerika niet.

Is hij weer bezig geweest, je Pallieter?

Ik zie zo af met die deugniet. - Je moet eens met hem naar de dokter.

Dat zijn geen manieren meer voor een ernstig mens.

Tante Virginie, ik heb het al gezegd, maar als hij iets in z'n kop heeft...

Dan heeft hij het niet in z'n gat.

Je bent geen haar veranderd. - Je bent me d'r nogal eentje.

Die spiegels buiten is gemakkelijk. - Je kunt je in de openlucht scheren.

Maar, Marieke... Hé, Marieke, wat ben je groot geworden.

Wat een mooi meisje. Vind je niet, Pallieter?

Melk en koekenbrood, Charlot.

Laat me je eens goed bekijken.

Er ontbreken alleen vleugeltjes.

Zo is het goed. Sint-Antonius en jij ook, Bartholomeus.

Zo kunnen ze allemaal goed Onze-Lieve-Heer zien.

Daar is ze, mensen. Pas op. Daar is ze.

Haast je. - Pas op.

Ik wil ook op de bank staan.

Wel, Charlot, gaat het nog?

Waarom niet? - Je ziet er zo bleek uit en je blaast.

Dit is mijn tweede adem. - Blijf eens achteraan.

Dit is jouw plaats niet.

Dan moet je maar wat vlugger vooruitgaan met je congregatie. Vooruit, hup.

Pallieter, kom hier. Schei ermee uit.

O broer, is dat niet wreed, onze mooie processie.

Toch niet bang van een beetje regen?

Wat goed is voor het land is goed voor de mensen.

Mijn korset is kletsnat.

Maar ik ben ook kletsnat. Moet ik daarom treuren?

Marieke, ga vlug naar huis. Je vat nog kou.

Pallieter, maak dat kind niet gek met je dwaze streken.

Kijk, Marieke, dit is mijn mooiste kamer.

De lucht is mijn plafond, de zon is mijn tapijt.

De regen maakt mijn gordijnen.

Maar ik heb geen vrouw in mijn bed.

Het is zover.

En de soep is er. - Eindelijk.

Ik begon een beetje honger te krijgen.

Daar zijn ze.

Bravo, bravo.

Charel krijgt weer alle balletjes. - Ik moet ook drie balletjes hebben.

Drie, is er dat niet eentje te veel?

Drie balletjes... - Begin te eten, toe.

In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, amen.

Onze Vader die in de hemelen zijt, geheiligd zij Uw naam.

Ons toekome Uw rijk, Uw wil geschiede op aarde als in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef ons onze schulden,

gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.

En leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade. Amen.

Laat het jullie smaken. - Smakelijk.

Ik zie er hier die hun best niet meer doen

en die al dat eten, waar Charlot zo hard aan gewerkt heeft, laten staan.

Ik geloof nooit dat je genoeg eten zult hebben, want ik ben nog lang niet klaar.

Ik heb het over het dessert, oom Manu. Daar.

Wie aan onze tafel het minst gegeten heeft,

moet in een bord rijstpap zitten in z'n blote billen.

Dat is Charel, daar.

Ja, dat is Charel.

Hij heeft bijna niet gegeten.

Hij heeft niet eens van de bloedworst geproefd.

Ja, maar ik heb iets aan m'n maag. Ik mag niet zoveel eten van de dokter.

Niets mee te maken.

Dan moet je maar niet naar de kermis komen. De pap in.

De pap in.

Moet Charel eraan geloven? - Ja, de pap in.

Hier. Hela, broek uit.

Ik doe het in m'n broek.

Meneer pastoor.

Marieke?

Jammer dat jij het niet was. - Meen je dat echt?

Kinderen, kom. Vooruit, naar binnen. Kom.

Marieke. Marieke, wat doe je nu?

Ik moet je iets heel ernstigs vragen.

Is mijn bed groot genoeg voor ons tweeën?

Wat wil je daarmee zeggen? - Ik trouw met Pallieter.

Over vier weken.

Jij? Jij? O Jezus, Maria, Jozef.

Met onze Pallieter.

Meneer pastoor.

Heb je hier toestemming voor, vrouwtje? Begrijp je geen Vlaams, misschien?

Maak dat je hier zo vlug mogelijk wegkomt of je gaat op de bon.

Een mens mag toch orgel spelen als hij daar zin in heeft?

In de bebouwde kom mag dat alleen als hij toestemming heeft van de gemeente

of als hij daar geen geld voor vraagt. - Als het dat maar is.

Mevrouw, mag ik even aan uw orgel draaien? Ik?

Bedankt, mevrouw.

Ik speel op dit orgel voor m'n eigen plezier

en ik vraag geen geld aan de mensen. Is het dan in orde met het reglement?

Ik denk van wel. Je gaat niet rond voor geld.

Ik? Maar, veldwachter, ik heb geld genoeg. Te veel zelfs.

Dat is wat anders.

Als je geld te veel hebt.

Nog veel plezier. - En nu dansen.

Ha, Pallieter, hoe is het?

Jij komt zeker voor je liefje? Ze is niet thuis.

Ze heeft gezegd: Als die kinkel komt, zeg dan dat ik een andere vrijer heb.

Marieke is gaan wandelen. Naar de heide met haar nichtjes.

Maar kom een pilsje drinken. - Een goeie geuze.

Nee, dank je, oom Harry. Straks misschien.

Marieke?

Marieke?

Marieke?

Marieke, m'n liefje, waar zit je?

Ga weg, lelijkerd. Blijf waar je bent.

Pallieter, ga toch even weg. Alsjeblieft?

Laat mij me aankleden. - Het is te mooi, mijn engeltje.

Traantjes? Dat mag niet.

Mag ik nu gaan? - Waarom, m'n liefje?

Ik heb daar m'n broekje laten liggen.

Onzedig meisje. Schaam je je niet?

Kom, we gaan het halen. - Draai je eerst om.

Marieke.

Pallieter.

Marieke.

Pallieter. - Marieke.

De bomen hebben gesproken. Nu naar de herberg.

Welke herberg?

En ik heb nog iets meegebracht

wat niet zal misstaan in de slaapkamer. - Wat?

Kijk, wat vind je hiervan?

En nu, één, twee, drie.

En het begint te sneeuwen. - Maar die sneeuw is zaagsel.

Niet zo schimpen.

Marieke zal het heel mooi vinden.

Is het niet mooi, Fransoo? Is het niet magnifiek?

Als een mens niet meer met een pop kan spelen,

speelt hij met een Onze-Lieve-Vrouwtje.

Jij krijgt nooit meer iets van mij.

Zo spreken over mijn Lieve-Vrouwtje, dat 60 centiem heeft gekost.

Scherpenheuvel. - Charlot.

Het is het mooiste cadeau dat ik ooit gekregen heb.

Is dat waar?

Laat je niets wijsmaken, Marieke.

Straks zal hij haar niets meer kunnen wijsmaken.

Marieke, je kunt je nog altijd bedenken en een betere vinden.

Hoezo, Jules? Ik ben toch getrouwd vanmorgen.

Dat is tegenwoordig toch geen wet meer.

Verdonck, ben je hier wel op je plaats met zulke praat?

Hoe noemt u mij, meneer pastoor?

Socialist.

Drie schuintamboers die kwamen uit het oosten

Drie schuintamboers die kwamen uit het oosten

Van rom bom, wat maal ik erom? Die kwamen uit het oosten

Een van die drie zag een aardig meisje...

Magda, ga je mee?

Tevreden, Marieke?

Je komt toch nog mee terug? - Nee, ik ga niet meer mee.

Het feest is nog lang niet afgelopen. - Voor mij wel.

Hoezo? O, ik begrijp het al. Je hebt gelijk, Marieke.

Als ik jou was, was ik allang vertrokken met hem.

En mijn Charel is zo ver. - Gekke meid.

Moe? - Op een dag als vandaag?

Nog lang niet.

Kom dan.

Daar zijn ze. - Ze zijn er.

Marieke. Marieke, hier. Alsjeblieft. Goeie reis.

Dag. Dag, Pallieter. Dag.

Dag.

Pallieter.

Fransoo, bedankt.

Bedankt.

Voor alles.

Eindelijk heb ik je voor mij alleen.

Kom mee.

Goeiendag, Pallieter. Hoe maak je het? Het wordt al fris, hè?

Ik kan me wel verwarmen. - We zijn op weg naar het hoogveld.

M'n zoon ken je. Dit is mevrouw Elewijck en baron Verschaege de Denterghem.

Gontrand heeft ons zoveel over u en uw huis verteld

dat we onze nieuwsgierigheid niet konden bedwingen.

En ik moet zeggen, het huis is inderdaad charmant.

Een beetje extravagant, maar charmant.

Het huis is helemaal in de stijl van Pallieter zelf.

Want u ziet hier voor u, en dat is nogal uitzonderlijk voor onze moderne tijd,

het voorbeeld van een vrij man. Dat werkt niet, dat studeert niet.

Dat leeft er zomaar op los, nietwaar, Pallieter?

Als een echte luiwammes.

We hebben niet overdreven, hè?

Wat een slechte smaak. Daar moet je geniaal voor zijn.

Maar, beste vriend, om zomaar te kunnen leven, moet je toch heel rijk zijn?

Ik zou mij dat niet kunnen permitteren. - Pallieter zit er warm bij.

En hij zal nog heel wat rijker worden binnenkort.

Hoezo?

Meneer de graaf?

Als ze die ijzeren weg gaan aanleggen. - IJzeren weg?

Welke ijzeren weg? - Weet je dat niet?

Een ijzeren weg naar Antwerpen.

Ik heb de plannen gezien op het ministerie

en je tuin valt er, gelukkig voor jou, midden in.

Ja, Pallieter, met die onteigening zul je steenrijk worden.

Onteigening? - Met dat geld

kunt u uw kasteeltje nog groter verbouwen, nog chiquer.

Potverdomme, godver, nondedju.

Potverdomme, godver, nondedju.

Potverdomme, godver, nondedju.

Het is allemaal naar de maan.

Naar de knoppen.

Het is afgelopen met ons land.

Vaarwel, mooi land.

Maar in zo'n land blijf ik niet wonen.

Als je dat maar weet.

Geloof je me niet?

Je zult het ooit zien.

Ik durf het nog niet aan Marieke te vertellen, maar we trekken weg.

Als de vogels.

De wereld is groot genoeg.

Hé, waar komen die stumpers vandaan? - Uit Leuven.

Waar ga je ermee naartoe? - Naar het abattoir natuurlijk.

Vooruit, hup.

Vooruit, hup. Vooruit.

Vooruit. Hup.

Godverdomme. Vooruit.

Wat krijg jij?

Godverdomme.

Nondedju.

Maar, kerel, wat wil jij toch van ons?

We kennen je niet eens.

We komen uit Leuven.

Wat hebben wij je toch misdaan?

Pallieter, wat is er?

Wat heb je aan je oog? - Niets.

Hij is gewond. Wat is er gebeurd?

Ik ben met m'n stomme kop tegen een boom gelopen.

Je ziet er niet uit.

Vechten als een straatjongen op jouw leeftijd.

Je had die twee anderen moeten zien. - Dat zijn geen manieren.

En dat voor een aanstaande vader.

Wat zeg je daar? - Charlot?

Je had me beloofd dat je het niet zou verklappen.

M'n liefje.

Is dat echt waar? - Ik wou het je vanavond zelf vertellen.

In bed.

Charlot, krentenbrood, speculaas, bourgogne voor m'n zoon.

Of dochter. - Zoon of dochter. Haal de pastoor.

Laat je het kind nu al dopen? - Roep Fransoo. Ik moet het vertellen.

Voorzichtig. Pas maar op, niet te wild.

Het is waar. Ik moet oppassen met jou en ons kindje.

Vooruit, dansen. - Ja.

Wat vind je ervan, Fransoo?

Het is een wijn uit de tijd van Jezus.

'k Hoore tuitend' hoornen

en de navond is nabij, voor mij.

Wat zegt u, meneer pastoor? - Dat is een gedicht van Guido Gezelle.

Maar hij was ook pastoor, hè? - Ja, maar van een ander kaliber.

Hoe gaat het verder, meneer de pastoor?

Kinderen, blij en blonde, komt, de navond is nabij, komt bij.

Zegene U de Alderhoogste, want de navond is nabij, komt bij.

'k Hoore tuitend' hoornen

en de navond is nabij,

voor mij.

Ik wist niet dat je ook gedichten van buiten kende.

Wel honderd.

Ik heb je nog nooit een van die gedichten horen voordragen.

Nee, dat is van vroeger, van m'n vroegere leven.

Laten we daar maar over zwijgen. - Waarom?

Omdat het veel te triest is.

Met mij zul je nooit van je leven meer triest zijn.

Pallieter. - P-A-L.

Nog een lange L.

Schaam je je niet, in die mooie sneeuw?

Schei ermee uit.

Meneer of mevrouw, wij zijn de drie koningen.

Wij hebben onze ster bij ons en wij kennen een mooi liedje.

Jullie, de drie koningen? Nooit, want je bent niet verkleed.

Maar, meneer, daar hebben wij geen geld voor.

En wij kunnen elkaar toch niet zien, nietwaar, meneer?

Kom binnen. Het is warmer binnen.

En wij gaan ervoor zorgen dat je nog eens zoveel geld kunt ophalen.

Als dat eens waar kon zijn, meneer.

Het jeukt nogal, meneer.

Een mens moet lijden als hij mooi wil zijn.

Wie had dat gedacht, dat wij vanavond nog zo mooi zouden zijn?

Ziezo. Nu ben je een echte koning. De zwarte koning, Balthasar.

En wie ben ik? - Caspar, natuurlijk.

Dat ziet een blinde. - Ja, maar wij niet.

Dat is waar.

Nondedju, je stinkt als een wijf.

Hé, ons doosje. Ons doosje voor het geld.

Ik heb het. Ik schrok even.

Wel, koningen uit het Oosten... Pas op, pas op, pas op.

Omdraaien.

Omdraaien. Nu mag je zingen.

Ah ja. Eén, twee, drie.

De herdertjes lagen bij nachte

Zij lagen bij nacht in het veld

Zij hielden vol trouwe de wachte

Zij hadden hun schaapjes geteld

Daar hoorden zij d'engelen zingen

Hun liederen vloeiend en klaar

De herders naar Bethlehem gingen...

Wat moet ik ze geven, broer?

Dat is niet te betalen.

Hebt u geen stukje peperkoek, mevrouw? - Maar, broer, wat doe je nu?

Alstublieft, majesteiten.

Het is vlees.

Het is een beest.

Het is een varken.

Deze gezonde, magnifieke bomen voor zo'n belachelijke prijs.

Dat kun je niet laten gaan. - Achttien.

Negentien. - Negentien? Zijn dat nou prijzen?

Vooruit, wie biedt er meer voor zulk magnifiek hout?

Twintig. - Twintig voor Sander.

Eenentwintig. - Eenentwintig voor Vandersteen.

Wie biedt er meer?

Wat ga je met die mooie bomen doen? - Dat zijn jouw zaken niet.

Wil jij ze hebben misschien?

Tweeëntwintig. - 22 voor Pallieter.

Je komt hier toch niet de prijs opjagen?

Vijfentwintig. - Vijfentwintig voor Vandersteen.

Dertig.

Hoeveel zeg je, Pallieter? - Heb je stront in je oren?

Ik zei dertig. - Meneer Pallieter zegt dertig.

Kom je het brood uit onze mond halen? - Dertig eerste keer.

Hij gaat er een schutting mee bouwen om voor zijn spiegels te zetten.

Dertig tweede keer. - Dertig frank.

Daar kun jij niks meer aan verdienen. - Verkocht aan meneer Pallieter.

Mijn bomen.

Mijn bomen.

Als alle bossen van de Nete uitgeroeid zijn, staan jullie hier nog allemaal.

Dat beloof ik jullie.

Groei.

Maak bladeren en nootjes.

Groei zoals je wilt naar alle kanten.

Alle vogels mogen in je wonen.

En jij...

wordt oud en dik

tot lang nadat wij dood zijn.

Jij zult nog in knoppen schieten als wij allang vergaan zijn.

O broer boom. O broer boom.

Hij is klaar voor het gekkenhuis. - En dan de kosten voor het zagen...

Hé, mallerd, je kunt misschien je spiegels in je bomen hangen.

Leve de bomen, leve de bomen.

Welkom, meneer.

Jij, vriend van Bohumil.

Jij, vriend van onze familie. Van ons allemaal.

Ja, mijn vriend.

Wat Bohumil gezien heeft.

Veel en triest.

Te veel.

Te veel.

Hier nog stil.

Hier nog goed, nog mooi.

Broeder ook goed.

Niet overal zo.

Bohumil heeft armoede gezien.

Met allebei de ogen.

En vuur en rook.

Veel pijn. Pijn en hard.

Alles hier.

Bohumil wil daar niet leven.

Mensen elkaar pijn doen.

Hou je mond. Ik wil het niet horen. Ik wil niet met twee ogen zien.

Misschien komt hier ook verdriet. Overal.

Zwijg, Bohumil. Hé, Jaroslav, speel iets plezierigs.

Iets om te drinken.

Iets om te dansen.

Iets voor het hart, Jaroslav.

Ik kan m'n ogen niet geloven.

Een engel is er niets bij. - Een duivel, ja.

Straks valt hij op ons huis. - Ja, hij daalt.

Hij komt in ons weiland. Ik ga ernaartoe.

Wat vind je ervan, Pallieter? Dat zoiets vanzelf de lucht in kan gaan?

Ze zaten bijna met hun gat in de Nete.

Die kerels kennen hun vak. Dat zie je meteen.

Wat vraagt u om me eens mee te nemen in uw machine?

Dat gaat zomaar niet.

Je denkt zeker dat je zomaar kunt instappen zoals in een boerentram?

Waar wil je naartoe? Naar Amerika?

Ik zou graag eens de Nete zien van boven.

Ben je niet bang? - Dat vraagt u me nu.

Nee, het is formidabel.

Nee, nee.

Nee, nee.

Nee, nee.

Wat scheelt hem? - Hij kon er niet tegen.

Je bent zo stil, broer.

Dat vliegen is je zeker niet bevallen. En dat is maar normaal ook.

Als Onze-Lieve-Heer had gewild dat de mens kon vliegen,

dan had hij ons vleugeltjes gegeven.

En wij, die hier in doodsangst zaten voor je leven met z'n tweeën?

Met z'n drieën.

Het is waar ook. Was het mooi daarboven?

Je hebt er geen idee van. Het was...

Het was magnifiek. We moeten meneertje God op onze blote knieën danken

dat hij ons op zo'n mooie aardbol heeft geblazen.

En daarom blijven we hier niet bij de Nete.

Dat kleine stukje van de wereld hier. Het is te klein.

En niet alleen dat.

Maar dat kleine hoekje gaan ze nog eens uit elkaar trekken.

Ze gaan van de Nete een stom kanaal maken.

Ze gaan stinkende fabrieken neerzetten tussen onze appelbomen.

Ze gaan...

Charlot, schenk ons een borrel in. - Waarop ga je nu weer drinken?

Op ons vertrek.

We trekken de wereld in, zoals de ooievaars.

Wat vind je daarvan, Marieke?

Als ik bij jou mag blijven, mag je me meenemen naar het einde van de wereld.

En ik dan?

Als wij op stap gaan, hebben we geen meid meer nodig.

Wat? Ik mag niet mee?

Ik mag niet mee. Ik word weggestuurd als een weeskindje.

Ik had het wel gedacht. Is dat de dank voor al mijn goedheid?

Voor degene die je als baby in haar armen heeft gedragen?

Maar Charlot toch. Wat gaan we doen zonder jou?

Natuurlijk moet je mee. - En wie gaat er voor jou eten koken?

Wie weet wat voor raar eten je krijgt in vreemde streken?

En wat voor kleren moet ik meenemen? Misschien m'n zwarte plissérok.

Kom, we gaan in de kast kijken. - Mijn zwarte konijnen mantel.

Want op mijn leeftijd moet je oppassen,

want voor je het weet, heb je bronchitis.

Pastoor,

er hangt ons iets boven het hoofd wat we ons niet kunnen voorstellen.

Hier, m'n jongen.

Op je wereldreis.

Als ik niet zo oud was, ging ik mee.

Dat mag je gerust geloven. - En uw rok dan?

Dat is waar ook. Dat was ik vergeten.

En uw tuin vol rozen en planten? - En uw parochie?

En de begijnen?

Bijna m'n heilige Antonius vergeten. - Stel je voor.

Wat hoor ik? Had je bijna de patroon van de verloren voorwerpen vergeten?

Stel je 's voor.

Goed dat je hem mee hebt, want op reis raak je gauw iets kwijt.

En een mooi kaartje sturen. Niet vergeten.

Marieke, het is te hopen dat je een hele bijenkorf kinderen mag baren.

God behoede je. - Ik was ook zo graag begijn geworden.

Maar wie moet er anders voor Marieke haar baby zorgen?

Wij zullen elke week bidden, elke woensdagavond.

Wat staan jullie daar allemaal te staan?

Gaat er iemand mee? Je kunt misschien nog met een Chineesje trouwen.

Wil je echt niet nadenken over mijn bod? Het is een heel goed bod.

Je krijgt nooit meer zo'n prijs voor je hoeve.

Van een onteigening zul je nooit zoveel geld krijgen.

Dat is geen hoeve voor jou, Vandersteen.

Pallieter, jongen, wat doe je toch allemaal?

En waar ga je nu naartoe? Weet je het al?

Waar de klep van je pet naar wijst.

Naar Wiekevorst?

Wat? Naar Wiekevorst? Naar Egypte, ja.

De vlucht naar Egypte.

Ondertiteling: Tom Stelten The Subtitling Company

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.